CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - TAM-omgevingsplan Vergulde hand Motivering

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen van het TAM-IMRO omgevingsplan en plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen28.558 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

3 Afkortingen

3

Hoofdstuk 2 Inleiding 2.1 Aanleiding ontwikkeling AWZI De Vergulde Hand 2.2 Plangebied 2.3 Leeswijzer

4 5 5 6

Hoofdstuk 3 Huidige en toekomstige situatie 3.1 Huidige situatie plangebied 3.2 Toekomstige situatie plangebied

7 7 8

Hoofdstuk 4 Toetsing aan omgevingsplan 4.1 Beheersverordening Vergulde Hand West 4.2 Strijdigheden voorgenomen ontwikkeling

11 11 13

Hoofdstuk 5 Toetsing aan beleid 5.1 Rijksbeleid 5.2 Provinciaal beleid 5.3 Beleid Hoogheemraadschap van Delfland 5.4 Gemeentelijk beleid

14 14 18 22 25

Hoofdstuk 6 Fysieke leefomgeving en milieu 6.1 Geur 6.2 Luchtkwaliteit 6.3 Geluid 6.4 Omgevingsveiligheid 6.5 Gezondheid 6.6 Verkeer en parkeren 6.7 Duurzaamheid 6.8 Ecologie 6.9 Water 6.10 Bodemkwaliteit 6.11 Archeologie 6.12 Ruimtelijke kwaliteit

30 30 36 38 40 44 46 50 52 57 60 62 66

Hoofdstuk 7 Juridisch kader TAM-omgevingsplan 7.1 Toelichting regels TAM-omgevingsplan 7.2 Toelichting verbeelding TAM-omgevingsplan

71 71 72

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Maatschappelijke uitvoerbaar: participatie en vooroverleg

73 73

2

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Motivering

Hoofdstuk 1

Afkortingen

Afkorting

Betekenis

AWZI

afvalwaterzuiveringsinstallatie

Bal

besluit activiteiten leefomgeving

Bbl

besluit bouwwerken leefomgeving

Bkl

besluit kwaliteit leefomgeving

DGL

De Groote Lucht (huidige AWZI)

i.e.

inwonersequivalent, ook wel vervuilingseenheid, v.e. genoemd

MRDH

Metropoolregio Den-Haag Rotterdam

MER

milieueffectrapport

mer

milieueffectrapportage

NOVI

Nationale Omgevingsvisie

TAM

Tijdelijke Alternatieve Maatregel

v.e.

vervuilingseenheid, ook wel inwonersequivalent, i.e., genoemd

WVH

Waterzuivering Vergulde Hand (nieuwe AWZI)

ZHOV

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Hoofdstuk 2

Inleiding

Voorliggend document betreft de motivering van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen van de gemeente Vlaardingen. Onderhavig plan biedt de planologische mogelijkheid voor de realisatie van een nieuwe afvalwaterzuiveringsinstallatie (ook wel afgekort als AWZI) met bijbehorende werken. Omdat deze ontwikkeling strijdig is met het vigerende Omgevingsplan van de gemeente Vlaardingen, is dit ontwikkelingsgerichte TAM-omgevingsplan* opgesteld. De milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn onderzocht in een milieueffectrapportage (hierna: mer) en opgenomen in het milieueffectrapport (hierna MER), zie ook Bijlage 1. *Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 moeten Omgevingsplannen worden opgesteld in STOP/TPOD. In de transitieperiode tot eind 2025 hebben gemeenten de mogelijkheid om een omgevingsplan volgens de IMRO-eisen op te stellen: het TAM-IMRO-plan. TAM staat hierbij voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel. Na 2032 moeten TAM-IMRO plannen technisch worden ondergebracht in het gemeentebrede Omgevingsplan in STOP/TPOD. Onderstaande afbeelding geeft de topografische ligging van het planvoornemen weer.

Afbeelding 2.1 Ligging plangebied in rode contour

4

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

2.1

Aanleiding ontwikkeling AWZI De Vergulde Hand

De bestaande AWZI De Groote Lucht is sinds 1983 in bedrijf en is aan vervanging toe. De zuivering is op meerdere punten niet toekomstbestendig. Er is sprake van verschillende vormen van veroudering van de installatie (technisch, functioneel, economisch). De verwachting is dat de huidige installatie rond 2030 niet meer aan de (toekomstige) wettelijke eisen kan voldoen en dat de zuiveringscapaciteit onvoldoende is om het afvalwater tegen de (toekomstige) wettelijke eisen te zuiveren. Uit de Verkenning renovatie en nieuwbouw* is gebleken dat nieuwbouw de beste mogelijkheden biedt om een zuivering te realiseren die nu en in de toekomst aan alle eisen kan voldoen. Starten op een leeg terrein betekent dat de zuivering volledig opnieuw kan worden ontworpen met de best mogelijke technieken. Dit levert voordelen op voor het milieu, maar ook voor de bedrijfsvoering en veiligheid. Om deze voordelen te borgen zijn afspraken gemaakt in een Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Vlaardingen en het Hoogheemraadschap Delfland. *Samenvatting resultaten Verkenning toekomst AWZI De Groote Lucht (en onderliggende stukken), DMS 2029529, Hoogheemraadschap van Delfland, maart 2022.

2.2

Plangebied

Het plangebied waar de nieuwe AWZI (hierna: de voorgenomen ontwikkeling) wordt gerealiseerd en waarop dit TAM-omgevingsplan ziet is weergegeven in onderstaande afbeelding en omvat de volgende kadastrale percelen: VDG00-L, nummers 473, 474, 524, 556, 557 en deels 678.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 5

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Afbeelding 2.2 Afbakening plangebied

2.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 3 is de huidige en de toekomstige situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 is het planvoornemen getoetst aan het vigerende omgevingsplan. De toetsing aan het vigerende beleid is weergegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 is voor verschillende (milieu)thema's onderbouwd dat het planvoornemen bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en zijn de conclusies uit het MER weergegeven. Hoofdstuk 7 gaat in op het juridische kader van dit TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 8 is de maatschappelijke- en financiële haalbaarheid van het plan toegelicht.

6

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Hoofdstuk 3

Huidige en toekomstige situatie

In deze paragraaf is de huidige ruimtelijke en de toekomstige situatie van het plangebied beschreven.

3.1

Huidige situatie plangebied

Het gebied waar de huidige AWZI De Groote Lucht (hierna: DGL) en het plangebied voor de nieuwe AWZI Vergulde Hand zich bevinden ligt ingesloten tussen het Volksbos, een bedrijventerrein, Vergulde Hand West en de Hoekselijn. Het landelijk gebied in de omgeving is onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden Delfland. Aan de zuidzijde van AWZI DGL ligt het Scheur met aan de overzijde de havenindustrie van Pernis (zie afbeelding 3.1). De nieuwe zuivering wordt gerealiseerd op het bedrijventerrein Vergulde Hand West. Op dit moment is het bedrijventerrein grotendeels in gebruik als tijdelijke woonwijk voor Oekraïense ontheemden. Per 1 juli 2026 zal deze woonfunctie worden opgeheven. Er wordt onderzocht of een deel van de tijdelijke huisvesting op Vergulde Hand West kan worden gehandhaafd. In alle gevallen zal deze tijdelijke huisvesting uiterlijk in 2030 beëindigd zijn. Hieronder volgt een puntsgewijze beschrijving van de huidige situatie van het plangebied, zie ook afbeelding 3.1: De zuidzijde van het plangebied grenst aan een primaire waterkering (de Delflandse dijk) met daarop een belangrijke verbindingsweg: de Maassluissedijk. Het terrein is ontsloten via een rotonde vanaf de Maassluissedijk. Het meeste verkeer komt vanuit het oosten, vanaf de A20 via de Marathonweg. Aan de andere kant van de dijk ligt de bestaande afvalwaterzuivering De Groote Lucht.

Deze ligt buitendijks en grenst aan een fietspad en daarna aan de rivier het Scheur. Op deze rivier wordt het gezuiverde afvalwater momenteel geloosd. Naast de bestaande zuivering ligt het recreatiegebied Oeverbos. Direct ten zuiden van het terrein van de nieuwe waterzuivering liggen twee woonhuizen, waarvan één beeldbepalende boerderij waarnaar het bedrijventerrein Vergulde Hand is vernoemd. Het terrein van de waterzuivering ligt aan de oostzijde van het Volksbos. Naast het Volksbos liggen de Rietputten (natuurdoeltype veenmoeras). Hier zal de komende jaren een Waterharmonica worden aangelegd. De Waterharmonica is geen onderdeel van het plan, maar wel van het regionaal watersysteem waar de nieuwe zuivering in de zomermaanden op kan lozen. Een deel van het gezuiverde afvalwater uit de nieuwe zuivering kan in de zomerperiode via deze Waterharmonica naar de Krabbeplas worden geleid en komt vervolgens via het watersysteem op de boezem terecht. Aan de noordzijde van het bedrijventerrein loopt de metro, met aan de andere kant het groene gebied van de Zuidbuurt met woningen en bedrijven. Tussen het terrein van de nieuwe waterzuivering en de metro is een strook grond waar een watergang loopt. Deze strook wordt in de toekomst mogelijk ook gebruikt voor een langzaamverkeersverbinding.

Direct aan de oostzijde van het terrein van de nieuwe waterzuivering loopt de persleiding waarmee het afvalwater vanuit Schiedam naar de zuivering wordt gebracht. Daarnaast zal in de toekomst bedrijventerrein worden ontwikkeld. Ook zullen tijdelijke logies voor arbeidsmigranten worden gerealiseerd tussen dit nieuwe bedrijventerrein en het bestaande bedrijventerrein Vergulde Hand Oost. Ten noorden van het bestaande bedrijventerrein, aan de andere kant van het metrostation, ligt de woonwijk Westwijk. Ten zuiden van dit bedrijfsterrein ligt het bedrijventerrein Koggehaven-het Scheur. Het terrein van de nieuwe afvalwaterzuivering ligt op maaiveldhoogte 0 NAP en krijgt een eigen peilgebied in de Aalkeet-Binnenpolder.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Afbeelding 3.1 Locatie nieuwe zuivering op Vergulde Hand West in Vlaardingen

3.2

Toekomstige situatie plangebied

De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe afvalwaterzuivering. De nieuwe zuivering zal een biologische zuivering worden. Dit betekent dat bacteriën het water zuiveren. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een eerste indeling (schets) van het terrein gemaakt met als het doel bepalen of het type zuivering past binnen de planstudiegrenzen. Deze indeling is ook gebruikt voor de effectbepalingen van de AWZI ten aanzien van de verschillende milieuthema's (zie Hoofdstuk 6 Fysieke leefomgeving en milieu).

8

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Afbeelding 3.2 Mogelijke indeling (schets) AWZI Vergulde Hand

De zuiveringsstappen in de toekomstige situatie zijn als volgt: 1. voorbehandeling; 2. hoofdzuivering; 3. nabehandeling. Naast de elementen die onderdeel zijn van de zuivering van het water ('de waterlijn') bevinden zich op het terrein de volgende onderdelen: sliblijn; gaslijn; chemicaliën; overige utiliteiten. Het influent, het vuile water, komt via leidingen binnen in de AWZI en ondergaat eerst de voorbehandeling. Daarna stroomt het water door naar de hoofdzuivering. Tot slot gaat (een deel van) het water naar de nabehandeling. Vanaf hier kan het water worden geloosd in het Scheur of - met hogere kwaliteitseisen - in de Waterharmonica. De sliblijn en gaslijn vormen beide een afzonderlijke stroom en zijn zo optimaal mogelijk op het terrein bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 9

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen geplaatst. Hierbij is rekening gehouden met geluid- en geurbronnen. De geluid- en geurbronnen zijn strategisch geplaatst om zoveel mogelijk afstand te creëren tussen deze bronnen en de woningen aan de noord- en zuidzijde van het perceel. De methanolopslag is vooralsnog geplaatst nabij de nabehandeling. De overige chemicaliën zijn in de nabijheid geplaatst om een centraal los- en laadpunt te creëren. In een later stadium van het plan wordt in meer detail gekeken waar chemicaliën opgeslagen moeten worden. De utiliteiten, de sliblijn en de waterlijn worden zo gepositioneerd dat dit drie afzonderlijke terreindelen zijn. Deze drie terreinen zullen toegankelijk zijn via een van de twee geplande toegangswegen. De toegangswegen worden aangesloten op de bestaande weg aan de oostzijde. Daarnaast is beoordeeld hoeveel ruimte overblijft om in de toekomst technieken toe te voegen die het proces duurzamer kunnen maken. Deze technieken zijn nu nog niet beschikbaar, maar er wordt waar mogelijk al wel ruimte voor gereserveerd.

3.2.1 Drie fasen van het plan: de aanleg en het gebruik van de nieuwe zuivering en de sloop van de bestaande afvalwaterzuivering De Groote Lucht Voordat de nieuwe zuivering in 2030 in gebruik genomen kan worden gaat hier nog een aanlegfase van meerdere jaren aan vooraf. Zowel de gebruiksfase als de aanlegfase zijn onderdeel van de scope voor het wijzigen van het Omgevingsplan, waarvoor het plan-MER is opgesteld. Wanneer een nieuwe zuivering is gerealiseerd op Vergulde Hand West, zal de bestaande zuivering De Groote Lucht gesloopt worden. De sloop (en de functiewijziging) van afvalwaterzuivering De Groote Lucht valt niet binnen de scope van dit TAM-omgevingsplan. Niettemin zijn in het plan-MER wel de consequenties van de sloop ten aanzien van luchtkwaliteit, geluid, verkeer, Natura 2000-gebieden en waterveiligheid in kaart gebracht om een compleet beeld te schetsen van de te verwachten milieueffecten.

10

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Hoofdstuk 4

T oetsing aan omgevingsplan

In dit hoofdstuk wordt het planvoornemen getoetst aan het omgevingsplan van de gemeente Vlaardingen.

4.1

Beheersverordening Vergulde Hand West

Ter plaatse van het plangebied geldt het Omgevingsplan gemeente Vlaardingen. Sinds invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is dit het ruimtelijk kader waaraan ontwikkelingen getoetst moeten worden. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om alle bestemmingsplannen en andere vastgestelde ruimtelijke kaders op te nemen in dit gemeentebrede Omgevingsplan. Tot die tijd zijn de bestaande ruimtelijke kaders van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan en vormen ze het beoordelingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt binnen de Beheersverordening Vergulde Hand West, welke is vastgesteld op 18 september 2014. Sindsdien zijn er drie herzieningen van de beheersverordening geweest. De eerste herziening is vastgesteld op 30 januari 2020. Deze herziening betreft het aspect parkeren. De tweede herziening is vastgesteld op 15 oktober 2020 en betreft het gelijktrekken van de definitie 'wonen' in alle plannen in de gemeente Vlaardingen. De derde herziening is vastgesteld op 15 juni 2023. Deze herziening betreft het aspect 'flitsbezorgers'. De tweede en derde herziening zijn niet relevant ten aanzien van het planvoornemen. In afbeelding 4.1 en 4.2 is de verbeelding van de beheersverordening weergegeven. Zie voor de originele afbeeldingen: Verbeelding beheersverordening Vergulde Hand West.

Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingen: bedrijventerrein (milieucategorie 1 t/m 4.2, zie afbeelding 4.2); recreatie. Binnen het plangebied gelden de volgende dubbelbestemmingen en/of waardes: leiding - riool; waterstaat - waterkering. waarde - archeologie - 1; waarde - archeologie - 2; waarde - archeologie - 3; Daarnaast geldt in het plangebied een maximum goothoogte van 8 meter, een maximum bebouwingshoogte van 13 meter in bestemming bedrijventerrein en 3 meter in bestemming recreatie, en een maximum bebouwingspercentage van 70 %.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 11

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Afbeelding 4.1 Verbeelding beheersverordening Vergulde Hand West

Afbeelding 4.2 Milieuzonering Beheersverordening Vergulde Hand West

12

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

4.2

Strijdigheden voorgenomen ontwikkeling

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bedoeld voor bedrijven, tot maximaal de hoogst aangegeven categorie per zone, zoals aangegeven op afbeelding 4.2. Er zijn zones aangewezen voor bedrijven in de categorie 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2. Volgens de systematiek zoals deze gehanteerd werd onder de voorgaande wetgeving valt een zuiveringsinstallatie minimaal in categorie 4.1. In de beheersverordening die geldt op de nieuwe locatie van AWZI is het grootste gedeelte van het terrein bestemd met een lagere milieucategorie. De realisatie van de AWZI is daarmee strijdig met het geldende ruimtelijk kader. De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: recreatie, landschappelijk park, alsmede de daarbij horende wegen, paden, plantsoenen, parken, vijvers, speel- en ligweiden. Een AWZI past niet binnen deze omschrijving. De realisatie van de AWZI is daarmee strijdig met de bestemming 'recreatie'. Daarnaast geldt een maximum bouwhoogte van 13 meter voor gebouwen in de bestemming 'bedrijventerrein' en van 3 meter voor gebouwen in de bestemming 'recreatie'. De voorgenomen ontwikkeling bevat gebouwen tot 20 meter hoog en een schoorsteen van minimaal 20 tot maximaal 40 meter hoog. De realisatie van de AWZI is daarmee strijdig met de beheersvordening.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 13

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Hoofdstuk 5

T oetsing aan beleid

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale omgevingsvisie

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld. Het bevat doelstellingen voor de fysieke leefomgeving op thema's zoals klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie, duurzame verstedelijking en bescherming van waardevolle landschappen. De NOVI streeft naar een integrale benadering waarbij economische, ecologische en sociale aspecten in samenhang worden beschouwd. Het doel is om een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving te creëren die future-proof is. De visie legt nadruk op samenwerking tussen verschillende overheidslagen, bedrijfsleven en burgers om de gestelde doelen te bereiken, en biedt een kader voor regionale en lokale besluitvorming. In de NOVI zijn vier hoofdprioriteiten benoemd: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: hieronder vallen maatregelen om Nederland weerbaar te maken tegen klimaatverandering en de overstap naar duurzame energiebronnen te stimuleren. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel: dit richt zich op het versterken van de economie op een manier die duurzaam en toekomstbestendig is, onder andere door innovatie en circulaire economie. 3.

Sterke, leefbare en vitale steden en regio's: hierbij gaat het om het verbeteren van de kwaliteit van leven in steden en regio's, met aandacht voor woningbouw, infrastructuur, en groenvoorzieningen. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: dit behelst het behoud en de versterking van natuur, landschap en biodiversiteit, evenals de ondersteuning van duurzame landbouw en recreatie. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft het volgende doel gesteld ten aanzien van het planvoornemen: een toekomstbestendige waterzuivering realiseren, die het afvalwater van huishoudens en bedrijven in deze regio betrouwbaar, doelmatig en duurzaam kan zuiveren. Deze doelstelling resulteert in een AWZI die vervuild water efficiënt kan zuiveren en geschikt maakt voor hergebruik. Dit draagt bij aan prioriteit 1 van de NOVI: ruimte voor klimaatadaptatie. Daarnaast draagt de beschikbaarheid van een goede en efficiënte zuivering (en dus herbruikbaar water) bij aan het duurzaam economisch groeipotentieel van de regio (prioriteit 2 van de NOVI). Bovendien is de nieuwe AWZI gericht op het verminderen van hinder door onder andere geur en geluid. Hiermee wordt de leefbaarheid in het omliggende gebied vergroot. Daarnaast maakt de grotere capaciteit van de nieuwe AWZI het mogelijk dat er meer woningen in de regio kunnen worden bijgebouwd.

Dit draagt bij aan prioriteit 3 van de NOVI: sterke, leefbare en vitale steden en regio's. Conclusie De afvalwaterzuiveringsinstallatie is daarmee in lijn met de NOVI.

5.1.2

Rijksinstructieregels

Artikel 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) bepaalt dat in een omgevingsplan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl het beoordelingskader vormen voor het stellen van regels in een omgevingsplan. Afdeling 5.1 Bkl bevat over de volgende onderwerpen instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties:

14

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen waarborgen veiligheid; beschermen van waterbelangen; beschermen van gezondheid en milieu; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; behoud van ruimte voor toekomstige functies; behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Hierna staat per Rijksinstructieregel beschreven hoe hiermee is omgegaan in het kader van de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Waarborgen veiligheid Paragraaf 5.1.2.1 van het Bkl bevat de algemene bepalingen betreffende het waarborgen van de veiligheid. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.7 Bkl bevatten specifieke regels over het waarborgen van de veiligheid die in acht moeten worden genomen bij het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico. Een afvalwaterzuiveringsinstallatie is niet een dergelijke functie.

In en rond de zuiveringsinstallatie wordt vanzelfsprekend wel rekening gehouden met het belang van: de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen, beperken en bestrijden; de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; de geneeskundige hulpverlening. In paragraaf 6.4 Omgevingsveiligheid van deze motivering wordt uitgebreid ingegaan op het thema omgevingsveiligheid. Uit deze paragraaf blijkt dat de situatie ten opzichte van de referentiesituatie ten aanzien van het thema omgevingsveiligheid niet maatgevend verandert. De veiligheid is daarmee gewaarborgd in de voorgenomen ontwikkeling. Beschermen van waterbelangen Paragraaf 5.1.3.1 van het Bkl bevat de algemene bepalingen betreffende het beschermen van het waterbelang. In een omgevingsplan moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. In paragraaf 6.9 Water van dit rapport wordt nader ingegaan op de Weging van het Waterbelang. Uit deze paragraaf blijkt dat het planvoornemen, mits aandacht wordt besteed aan compenserende maatregelen, niet leidt tot verstoring van het watersysteem. Paragraaf 5.1.3.2. van het Bkl bevat specifieke regels ten aanzien van primaire waterkeringen.

Hiermee is geborgd dat geen zaken in het Omgevingsplan worden opgenomen die een belemmering vormen voor instandhouding, onderhoud of versterking van de primaire waterkering. De paragrafen 5.1.3.3 tot en met 5.1.3.5 Bkl bevatten specifieke regels over het waarborgen van het waterbelang voor respectievelijk kust, grote rivieren en IJsselmeergebied. Deze specifieke regels zijn niet van toepassing op het voornemen. Beschermen van gezondheid en milieu Voor het beschermen van gezondheid en milieu zijn instructieregels opgenomen voor geluid, geur, de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen en bodemkwaliteit. Ten aanzien van het thema trillingen heeft de voorgenomen ontwikkeling geen relevante effecten op de omgeving. Dit thema wordt daarom niet nader beschouwd. In hoofdstuk 6 van dit rapport wordt op de overige thema's nader ingegaan: bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 15

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen paragraaf 6.1 voor geur; paragraaf 6.2 voor luchtkwaliteit; paragraaf 6.3 voor geluid; paragraaf 6.10 voor bodemkwaliteit. Uit bovenstaande paragrafen blijkt dat de thema's voldoende geborgd zijn in de voorgenomen ontwikkeling. De algemene conclusies zijn in tabel 5.1 opgenomen.

Milieuthema

Conclusie

geur

de geurbelasting van de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de wettelijke geurnormen, het provinciaal geurbeleid en de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Vlaardingen en het Hoogheemraadschap van Delfland. Bovendien neemt de geurbelasting op gevoelige objecten af ten opzichte van de huidige situatie AWZI Groote Lucht. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit thema vormt geen belemmering voor realisatie van de voorgenomen ontwikkeling.

luchtkwaliteit

de negatieve bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling aan de luchtkwaliteit is kleiner dan in de huidige situatie. Er wordt voldaan aan de wettelijke normen. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

geluid

de bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling aan de geluidbelasting op de omgeving is aanwezig, maar beperkt. De geluidbelasting op gevoelige functies blijft onder de wettelijke grenswaarde. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

bodemkwaliteit

de planlocatie wordt bouwrijp opgeleverd aan het waterschap voordat de bouw van de AWZI start. Dit betekent dat de grond schoon is. Hiermee is vanuit het aspect bodem sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Tabel 5.1 Conclusies plan-MER milieuthema's

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed In paragraaf 5.1.5.4 van het Bkl is het principe van de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Artikel 5.129g bepaalt dat voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening wordt gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bkl gedefinieerd als 'een ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Mede aan de hand van jurisprudentie is duidelijk welke ontwikkelingen al dan niet worden aangemerkt als (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Dit TAM-omgevingsplan maakt de nieuwbouw van een afvalwaterzuiveringsinstallatie mogelijk. Het wordt gerealiseerd buiten het huidige perceel, maar binnen een perceel dat in de huidige situatie aangewezen is als bedrijventerrein. Het is daarmee geen uitbreiding van een bedrijventerrein.

Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan daarom achterwege blijven. Desondanks voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een behoefte binnen het stedelijk gebied. Behoud van ruimte voor toekomstige functies In paragraaf 5.1.6 Bkl is een aantal reserveringsgebieden opgenomen waar, vanwege de voorzienbare

16

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen toekomstige aanleg van werken of objecten, regels gelden over activiteiten die een dergelijke aanleg zouden kunnen bemoeilijken. Het gaat om reserveringen voor gebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen, gebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, het aanleggebied voor de Tweede Maasvlakte voor diepzee-gebonden activiteiten en de reservering van de Parallelle Kaagbaan. De afvalwaterzuiveringsinstallatie is niet gelegen in een aangewezen gebied voor toekomstige functies op grond van het Bkl, zie ook afbeelding 5.1.

Afbeelding 5.1 Ligging aangewezen gebieden voor toekomstige functies t.o.v. plangebied

Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Deze Rijksinstructieregel is niet van toepassing op de afvalwaterzuiveringsinstallatie, omdat geen sprake is van ligging bij, of belemmering van: militaire terreinen of terreinen met een militair object (paragraaf 5.1.7.2 Bkl); locaties voor elektriciteitsvoorziening (paragraaf 5.1.7.3 Bkl); rijksvaarwegen (paragraaf 5.1.7.4 Bkl); communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart (paragraaf 5.1.7.5 Bkl); landelijke fiets- en wandelroutes (paragraaf 5.1.7.6 Bkl); hyperscale datacentra (paragraaf 5.1.7.7 Bkl). Toetsing aan de eisen die het Bkl stelt is daarom niet nodig. Bevorderen van de toegank elijkheid van de openbare buitenruimte voor personen In artikel 5.162 Bkl is bepaald dat voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, in het omgevingsplan rekening gehouden wordt met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. De afvalwaterzuiveringsinstallatie is niet publiek toegankelijk en daarom is toetsing aan de eisen die in het Bkl stelt niet nodig. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 17

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Conclusie De afvalwaterzuiveringsinstallatie voldoet aan de Rijksinstructieregels uit het Bkl.

5.2

Provinciaal beleid

5.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft de provincie richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Waar de provincie ruimte ziet voor bepaalde ontwikkelingen heeft de provincie beleid dat in hoofdlijnen is uitgeschreven in hoofdstuk 8 van de Omgevingsvisie. Hierin staan: 1. het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee, via HOV (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen; 2. de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; 3. het logistiek-industriële systeem van mainport en greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; 4. de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; 5. de groene ruimte en de groenblauwe structuur; 6. het bodem- en watersysteem; 7. energie.

Bij elke van de bovenstaande hoofdlijn hoort een kaartbeeld uit hoofdstuk 9 van de Omgevingsvisie. Samen vormen deze 7 kaarten het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur. Aanvullend hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond (hoofdstuk 9 Omgevingsvisie). Relatie met voorgenomen ontwikkeling De zuiveringsinstallatie is te kleinschalig ten opzichte van de grootschalige beleidskeuzes en de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie. De beleidskeuzes van de Omgevingsvisie zijn daardoor niet specifiek van toepassing, maar vormen ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Hoewel de zuiveringsinstallatie niet direct bijdraagt aan de beleidskeuzes zoals beschreven in de Omgevingsvisie Zuid-Holland, vormt het ook geen belemmering voor de uitvoering ervan.

5.2.2

Omgevingsprogramma Zuid-Holland

Het Omgevingsprogramma Zuid-Holland is een uitwerking van de beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het Omgevingsprogramma is een overzicht van alle maatregelen inclusief de onderliggende activiteiten. Het Omgevingsprogramma is op 6 april 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Sindsdien is het Omgevingsprogramma enkele keren gewijzigd vastgesteld.

18

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Relatie Omgevingsprogramma met voorgenomen ontwikkeling Eén van de genoemde maatregelen in het Omgevingsprogramma betreft het 'Bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie'. Om de energietransitie aan te jagen wil de provincie stevig inzetten op innovatie. De provincie zet hierbij onder meer in op het vernieuwen van zowel het energie- als het grondstoffensysteem. De provincie Zuid-Holland streeft naar een CO2-emissiearme en circulaire industrie door wettelijke energiebesparingsmaatregelen te handhaven en aanvullende instrumenten te bieden zoals subsidies voor verdiepende besparingsstudies en energiebesparende infrastructuur. Ze ondersteunt kleinschalige projecten met restwarmte en waterstof, ontwikkelt regionale netwerken voor innovatie, en biedt subsidies voor nieuwe technologieën. Europese fondsen worden benut voor verduurzamingsprojecten. De provincie faciliteert de ruimtelijke vereisten voor duurzame clusters en helpt bedrijven barrières te overwinnen via gebiedsgerichte aanpakken. De nieuwe afvalwaterzuiveringsinstallatie draagt bij aan een duurzame industrie door het betrouwbaar, doelmatig en duurzaam zuiveren van afvalwater van huishoudens en bedrijven in de regio.

Concreet draagt de afvalwaterzuiveringsinstallatie op de volgende manier bij aan duurzaamheidsdoelen: energie-zuiniger: de nieuwe zuivering is naar verhouding energiezuiniger door optimalisatie van het ontwerp en het gebruik van nieuwste technieken; warmte uit afvalwater: het ontwerp voor de nieuwe zuivering biedt mogelijkheden om warmte te winnen. In de volgende fase maakt Delfland met de gemeente en andere stakeholders een businesscase voor warmtewinning en de afgifte van warmte aan een warmtenet; biogas: de nieuwe zuivering zal meer biogas, met de kwaliteit van aardgas, produceren en leveren aan het lokale net. Conclusie De zuiveringsinstallatie is in lijn met het Omgevingsprogramma Zuid-Holland.

5.2.3

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. De ZHOV is in werking vanaf 18 februari 2025. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van het provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsvisie. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Voor de afvalwaterzuiveringsinstallatie zijn dit: Artikel 7.41 ZHOV Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen; Artikel 7.43 ZHOV Ruimtelijke kwaliteit; Artikel 7.45 ZHOV Ladder voor duurzame verstedelijking; Artikel 7.52 ZHOV Bedrijven. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Hierna staat per bovengenoemd artikel uit de ZHOV beschreven hoe hiermee is omgegaan in het kader van de zuiveringsinstallatie. Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen (artikel 7.41 ZHOV) Artikel 7.41 vereist dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met klimaatrisico's zoals wateroverlast, overstroming, hitte, droogte en bodemdaling. In Hoofdstuk 6 van deze motivering wordt nader ingegaan op het thema klimaatadaptatie in paragraaf 6.7 Duurzaamheid en paragraaf 6.9 Water. Hier worden de voorgenoemde klimaatrisico's beschreven.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 19

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen Ruimtelijke kwaliteit (artikel 7.43 ZHOV) Volgens artikel 7.43a van de ZHOV is een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling toegestaan als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Bij het opstellen van een omgevingsplan moet rekening gehouden worden met de beschermingscategorie, het gebiedstype, de aard en mate van ingrijpendheid van de ontwikkeling, en relevante richtpunten uit bijlage IX, onder A ZHOV. Het kwaliteitsbeleid is gebaseerd op het 'ja, mits'-principe: ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft of verbetert, zowel in groene als bebouwde gebieden. De provincie hanteert twee uitgangspunten: 1. kleinschalige ontwikkelingen hebben doorgaans minder impact en vereisen weinig provinciale betrokkenheid; 2. grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen in gebieden met hoge kwaliteit raken sneller provinciale doelen en belangen. De voorgenomen ontwikkeling, een afvalwaterzuiveringsinstallatie, valt binnen de eerste categorie en vraagt weinig provinciale betrokkenheid.

Bij het beoordelen van de ruimtelijke kwaliteit wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd: inpassen: de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, veroorzaakt geen wijziging op structuurniveau en houdt rekening met relevante richtpunten. De ruimtelijke kwaliteit blijft gelijk; aanpassen: de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit maar veroorzaakt wijzigingen op structuurniveau. De ruimtelijke kwaliteit blijft gelijk door zorgvuldige inbedding en rekening houdend met richtpunten; transformeren: De ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. De ruimtelijke kwaliteit moet gewaarborgd worden door een integraal ontwerp met aandacht voor de fysieke en visuele overgang en fasering. In paragraaf 6.12 Ruimtelijke kwaliteit wordt uitgebreider ingegaan op het thema Ruimtelijke kwaliteit. Ladder voor duurzame verstedelijk ing (artikel 7.45 ZHOV) Artikel 7.45 vereist dat een omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling de ladder voor duurzame verstedelijking toepast (artikel 5.129g van het Bkl). Als er regionale bestuurlijke afspraken zijn, kan de behoefte aan de ontwikkeling gemotiveerd worden door naar die afspraken te verwijzen.

In paragraaf 5.1.2 Rijksinstructieregels onder 'Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed' is geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet nodig is. Bedrijven (artikel 7.52 ZHOV) Artikel 7.52 ZHOV luidt: 'Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein laat bedrijven toe met de grootst mogelijke gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf, vastgelegd in een hoogst mogelijke geluidruimte zone en geurruimte zone of vergelijkbare milieuzonering, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk omgevingsplan of ontwikkelingen als bedoeld in artikel 7.47'. Bedrijven die een grotere gebruiksruimte nodig hebben (voorheen: in de hogere milieucategorieën vielen), vormen een belangrijke schakel in de economische structuur van de provincie Zuid-Holland. Gezien het belang van bedrijven met een grotere gebruiksruimte is de (milieu)gebruiksruimte voor dit type bedrijven van provinciaal belang. Uitgangspunt voor omgevingsplannen is het mogelijk maken van de grootst mogelijke gebruiksruimte (milieuzone voor geluid en geur) op het bedrijventerrein. Door de AWZI te

20

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen plaatsen op een locatie waar milieucategorieën 4.1 en 4.2 (deels) zijn toegestaan, wordt aan dit beleid voldaan. In hoofdstuk 6 van deze motivering wordt op de overige thema's nader ingegaan: paragraaf 6.1 voor geur; paragraaf 6.3 voor geluid. Uit bovenstaande paragrafen blijkt dat de thema's voldoende geborgd zijn in de voorgenomen ontwikkeling. De algemene conclusies zijn in tabel 5.2 opgenomen.

Milieuthema

Conclusie

geur

de geurbelasting van de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de wettelijke geurnormen, het provinciaal geurbeleid en de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Vlaardingen en het Hoogheemraadschap van Delfland. Bovendien neemt de geurbelasting op gevoelige objecten af ten opzichte van de referentiesituatie. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit thema vormt geen belemmering voor realisatie van de voorgenomen ontwikkeling.

geluid

de bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling aan de geluidbelasting op de omgeving is aanwezig, maar beperkt. De geluidbelasting op gevoelige functies blijft onder de wettelijke grenswaarde. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Tabel 5.2 Conclusies plan-MER milieuthema's Conclusie De afvalwaterzuiveringsinstallatie voldoet aan de eisen van de ZHOV.

5.2.4

Voorbeschermingsregels grondwaterkwaliteit

Per 1 januari 2025 gelden in aanvulling op of in afwijking van het omgevingsplan van de gemeente Vlaardingen ook de Voorbeschermingsregels grondwaterkwaliteit voor de gemeente Vlaardingen van de provincie Zuid-Holland. Afdeling 2.2 van deze voorbeschermingsregels gaat in op milieubelastende activiteiten, waaronder bodembeheer. Relatie met voorgenomen ontwikkeling in gevolge afdeling 2.2 van de voorbeschermingsregels geldende de volgende aandachtspunten voor voorgenomen ontwikkeling: met het oog op het beschermen en verbeteren van chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen worden verontreinigende stoffen niet rechtstreeks in het grondwater geloosd; voorgaand verbod is ook van toepassing voor het lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem. In het projectgebied is op dit moment sprake van verontreinigde grond. Het projectgebied wordt echter gesaneerd opgeleverd. De sanering zelf is geen onderdeel van de scope van dit TAM-omgevingsplan. Daarnaast loost de AWZI niet rechtstreeks in het grondwater. Conclusie bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 21

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

De Voorbeschermingsregels grondwaterkwaliteit vormen geen belemmering voor realisatie van voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Beleid Hoogheemraadschap van Delfland

Het planvoornemen ligt in het beheersgebied van Hoogheemraadschap van Delfland (hierna: HHD). Er zijn verschillende documenten en online tools die het beleid van Delfland vormen (en relevant zijn voor realisatie van het planvoornemen): het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6). In het WBP6 is het regionale waterbeleid verder uitgewerkt; Waterschapsverordening Delfland. Dit is een verordening waarin alle ver- en geboden ten aanzien van het watersysteem zijn vermeld; de Watersleutel. Dit is een online rekentool die helpt te bepalen hoeveel waterberging moet worden gerealiseerd om bij een ruimtelijke ontwikkeling de effecten op het watersysteem te compenseren; Handreiking van het Waterbelang voor gemeenten. Dit document geeft inzicht in hoe HHD de Weging van het Waterbelang procedureel en inhoudelijk invult; de Legger van HHD, waarop de ligging van waterstaatswerken is aangegeven. Bovenstaande documenten en tools worden in de paragrafen hieronder beschreven.

5.3.1

Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6)

Het WBP6 valt uiteen in verschillende thema's die gerelateerd zijn aan water. Hieronder worden voor enkele relevante thema's de speerpunten vermeld (voor een volledig overzicht wordt verwezen naar het WBP6): klimaatadaptatie, hemelwater en waterkwantiteit: HHD heeft als doel dat de regio Delfland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. Dit betekent dat het gebied kan omgaan met klimaatextremen (droger en natter) en dat bodemdaling voor zo min mogelijk problemen zorgt; grondwater: HHD streeft naar een robuust en klimaatbestendig (grond)watersysteem; overstromingsrisico's en waterveiligheid: HHD streeft naar veilige en toekomstbestendige waterkeringen om de gevolgen van overstromingen te beheersen; waterkwaliteit: HHD streeft naar schoon, gezond en levend water. Er wordt onderscheid gemaakt tussen KRW-wateren (resultaatsverplichting in 2027) en overige wateren (inspanningsverplichting). 5.3.2

Waterschapsverordening Delfland

In de Waterschapsverordening staan ge- en verboden ten aanzien van het watersysteem beschreven. De belangrijkste ge- en verboden zijn hieronder samengevat. Zorgplicht HHD kent een zorgplicht in de Waterschapsverordening (art. 1.4). De zorgplicht verplicht betrokkenen om: preventieve maatregelen te nemen om mogelijke negatieve effecten te voorkomen. indien voorkomen niet mogelijk is, de gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. als beperking of herstel niet haalbaar is, de betreffende activiteit achterwege te laten, voor zover dit redelijkerwijs kan worden verlangd. Deze zorgplicht geldt ook voor activiteiten die de werking van zuiveringstechnische werken kunnen beïnvloeden of die kunnen leiden tot overstromingen, wateroverlast of waterverontreiniging met schade aan de fysieke leefomgeving, personen of eigendommen tot gevolg.

22

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

Verhardingsactiviteiten Het aanbrengen van verhard oppervlak is gereguleerd om wateroverlast te voorkomen. Neerslag op verharde oppervlakken stroomt sneller af naar het oppervlaktewater en kan niet in de bodem infiltreren. Dit vergroot de kans op wateroverlast. Daarom is een vergunning vereist voor het uitbreiden van verhard oppervlak. Om in aanmerking te komen voor een vergunning dient de initiatiefnemer maatregelen te nemen om het effect van de verhardingstoename te compenseren. Voor de maatregelen geldt het volgende: de maatregelen worden getroffen in hetzelfde peilgebied of gebied met afwijkend peil als waarbinnen de verhardingsactiviteit plaatsvindt, of, in het boezemgebied, binnen een straal van maximaal 2,5 km gerekend vanaf de verhardingsactiviteit; de maatregelen bestaan uit het graven van nieuw oppervlaktewater dat in verbinding staat met het oppervlaktewatersysteem; de maatregelen zijn gebaseerd op de einddatum van het klimaatscenario dat HHD op het moment van het opstellen van het compensatieplan hanteert. Hiervoor kan de Watersleutel worden gebruikt; de maatregelen zijn dusdanig dat de verhardingsactiviteit niet leidt tot een extra peilstijging in maatgevende situaties met extreme neerslag.

Aanbrengen en wijzigen van waterstaatswerken Het is zonder vergunning verboden om: waterstaatswerken aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen; gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszone door handelingen te verrichten, werken aan te brengen of het waterpeil te wijzigen; werken aan te leggen of te wijzigen in het profiel van vrije ruimte. Onttrekken van grondwater Het is in beginsel verboden om zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken of water in de bodem te brengen. Er geldt een uitzondering op de vergunningplicht voor onder meer het drooghouden van een bouwput en kabel- of leidingsleuf, mits er maximaal 50 m3/uur en maximaal 200.000 m3 in totaal wordt onttrokken. Daarnaast gelden de volgende voorwaarden voor alle onttrekkingen, ook tijdens de aanlegfase: grondwater onttrokken uit de strategische zoet grondwatervoorraad dient volledig in het watervoerende pakket waaruit is onttrokken, geretourneerd te worden.

Dit in minimaal dezelfde hoeveelheid als de onttrekking; bij ieder ontgravingsniveau dient sprake te zijn van verticale stabiliteit van de ontgraving; peilbuizen en bronnen dienen zodanig aangebracht te worden dat via het boorgat geen grondwaterstroming kan optreden tussen watervoerende pakketten; bronnen of peilputten dienen direct na het stoppen van de onttrekking gedicht te worden; het oorspronkelijke bodemprofiel bij het dichten van bronnen en peilputten dient hersteld te worden. Aanbrengen van kabels en leidingen Het aanleggen of wijzigen van kabels en leidingen is vergunningvrij, mits voldaan wordt aan de voorwaarden van de waterschapsverordening.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 23

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

5.3.3

Watersleutel

Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt HHD het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. De watersleutel berekent daarom de benodigde waterberging, zowel voor het compenseren van verharding als om gevolgen van klimaatverandering op te vangen. De watersleutel kan online worden ingevuld en wordt als bijlage bij het ruimtelijk plan via het watertoetsportaal ingediend. De watersleutel wordt ingezet als instrument binnen de watertoetsprocedure. Naast het compenseren van verharding wordt in de watertoetsprocedure gekeken naar aspecten die van belang zijn voor goed waterbeheer.

5.3.4

Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten

De Handreiking weging van het waterbelang biedt richtlijnen voor het integreren van waterbelangen in gemeentelijke ruimtelijke plannen en omgevingsvisies, in lijn met de Omgevingswet. De handreiking benadrukt het belang van samenwerking tussen gemeenten en Delfland in alle stadia van planvorming. Kernpunten zijn het voorkomen van negatieve effecten op het watersysteem (standstill-beginsel) en het benutten van kansen voor verbeteringen. Belangrijke thema's zijn onder andere waterveiligheid, waterkwaliteit, klimaatadaptatie en afvalwaterbeheer. Delfland biedt ondersteuning via advies, waterkansenkaarten en beleidsrichtlijnen. Het vroegtijdig betrekken van waterbeheerders in plannen voorkomt knelpunten en bevordert duurzame oplossingen.

5.3.5

Legger HHD

Naast de Waterschapsverordening kent HHD een Legger. De Legger geeft onder andere de ligging van wateren en waterkeringen aan en benoemt functie, afmetingen en onderhoudsplichtigen. De Legger maakt duidelijk op welke plekken de Waterschapsverordening van toepassing is. In de Legger Delfland is voor elk waterstaatswerk aangegeven waar het ligt en waaraan het moet voldoen. Er wordt ook vermeld wie welk soort onderhoud doet en wat dit onderhoud inhoudt. Daarnaast worden in de Legger ook de beschermingszone en het profiel van vrije ruimte aangewezen. De beschermingszone is een gebied dat nodig is om een vaart of dijk te kunnen onderhouden. Het profiel van vrije ruimte is een gebied dat in de toekomst kan worden gebruikt om bijvoorbeeld dijkversterkingen uit te voeren. De Legger bestaat uit een leggerkaart en een leggertekst. Deze zijn met elkaar verbonden en moeten samen worden bekeken. De Legger heeft ook een toelichting. De toelichting staat in hetzelfde tekstdocument als de leggertekst.

5.3.6

Relatie met voorgenomen ontwikkeling en conclusie

Ten aanzien van het thema Water is een Weging van het Waterbelang opgesteld (zie Bijlage 2). De resultaten hiervan zijn meegenomen in het plan-MER (zie Bijlage 1). De conclusies uit de Weging van het Waterbelang zijn opgenomen in paragraaf 6.9 Water van deze motivering. Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd kan worden met inachtneming van compenserend en mitigerende maatregelen, zie hiervoor ook paragraaf 6.9 Water.

24

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

5.4

Gemeentelijk beleid

5.4.1

Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040

In 2019 heeft de gemeente Vlaardingen een toekomstvisie voor 2020 tot 2040 geschreven. In deze visie is de koers van Vlaardingen voor de komende jaren beschreven. Deze koers is vertaald in vier ambities: 1. 2. 3. 4.

Vlaardingen is sociaal en veilig; Vlaardingen is een woonstad voor iedereen; Vlaardingen als innovatieve opleider; de Vlaardingse binnenstad leeft.

Met name ambitie 2 is relevant voor dit plan. Met het uitvoeren van deze ambitie zet Vlaardingen in op het creëren van een fijne woonomgeving. Een van de manieren waarop de gemeente dit bewerkstelligt is door grootschalige bedrijvigheid in de regio (lees: buiten de woonwijken) te stimuleren. Op deze manier blijven de woonwijken zo leefbaar mogelijk en is werkgelegenheid toch dichtbij. Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling wordt gerealiseerd op bestaand bedrijventerrein. De locatie is gelegen aan de rand van Vlaardingen. De locatie van de AWZI is gelegen op een bedrijventerrein buiten de bebouwde kom en daarmee in lijn met de toekomstvisie Vlaardingen. Conclusie De afvalwaterzuiveringsinstallatie past binnen de Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040.

5.4.2

TAM-Omgevingsvisie Vlaardingen 2024

Van 5 september tot en met 16 oktober 2024 heeft de TAM-Omgevingsvisie Vlaardingen 2024 ter inzage gelegen. Op dit moment is de visie nog niet formeel vastgesteld, maar naar verwachting gebeurt dit snel. Aangezien deze Omgevingsvisie de Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040 straks vervangt, wordt voorgenomen ontwikkeling wel vast getoetst aan dit beleid. In de visie zijn drie overkoepelende kernambities voor Vlaardingen benoemd: 1. Vlaardingen is sociaal, aantrekkelijk en gezond: a. Het streven is om Vlaardingen te ontwikkelen tot een inclusieve woonstad. Dit komt tot uiting in de plannen voor de ontwikkeling van belangrijke gebieden zoals de Binnenstad, Rivierzone en de Westwijk. Het doel is een stad waar iedereen zich thuis voelt en waarin gezondheid en leefbaarheid centraal staan. 2. Vlaardingen is toekomstbestendig: a. Dit wordt bereikt door groen en blauw (natuur en water) met elkaar te verbinden en door ruimte te creëren voor de energietransitie. Er wordt gestreefd naar een duurzame stad die voorbereid is op de uitdagingen van de toekomst, zoals klimaatverandering en de behoefte aan schone energie. 3. Vlaardingen heeft innovatieve opleiders en werkgevers: a. Vlaardingen streeft naar een vitale economie met een beroepsbevolking die goed is opgeleid en past bij de behoeften van de lokale markt.

Dit wordt mogelijk gemaakt door een sterk onderwijsaanbod met een focus op mbo-opleidingen gericht op sectoren zoals food, zorg en techniek, die bijdragen aan de innovatiekracht van de stad. Net zoals bij de Toekomstvisie is met name het beleid omtrent een gezonde, veilige leefomgeving relevant.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 25

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling wordt gerealiseerd op bestaand bedrijventerrein. De locatie is gelegen aan de rand van Vlaardingen. De locatie van de AWZI is gelegen op een bedrijventerrein buiten de bebouwde kom. Daarmee is de voorgenomen ontwikkeling in lijn met kernambitie 1 van de TAM-Omgevingsvisie. De duurzame componenten van de nieuwe AWZI en de mogelijkheden om met minder energie meer water te zuiveren dragen bij aan kernambitie 2 van de TAM-Omgevingsvisie. Conclusie De afvalwaterzuiveringsinstallatie past binnen de TAM-Omgevingsvisie Vlaardingen 2024.

5.4.3

Visie bedrijventerreinen Vlaardingen 2024-2034

Op 19 december 2023 is de visie bedrijventerreinen vastgesteld, genaamd 'Werken aan bedrijventerreinen voor de toekomst'. Met de visie bedrijventerreinen wordt de basis gelegd voor de toekomstbestendigheid van de Vlaardingse bedrijventerreinen. De visie bestaat uit vijf opgaven: 1. 2. 3. 4. 5.

voldoende vestigingsmogelijkheden; upgraden kwaliteit en uitstraling; vergroten veiligheid; bevorderen duurzame energie en klimaatadaptatie; goede bereikbaarheid waarborgen.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling De afvalwaterzuivering wordt gerealiseerd op een terrein dat reeds is bestemd als industrieterrein, maar nog niet als zodanig wordt gebruikt. Hierbij wordt aandacht besteed aan veiligheid, zie hiervoor paragraaf 6.5, en duurzaamheid, paragraaf 6.8. Daarnaast is in het ontwerp van de voorgenomen ontwikkeling aandacht besteed aan de uitstraling van de bouwwerken. Conclusie De afvalwaterzuiveringsinstallatie past binnen de Visie bedrijventerreinen Vlaardingen 2024-2034.

5.4.4

Woon-werkakkoord Hoekselijn partners en provincie Zuid-Holland (2021)

In het Woon-werkakkoord zijn afspraken vastgelegd tussen de Hoekse Lijn partners (gemeente Maassluis, Vlaardingen, Rotterdam en de provincie Zuid-Holland) voor zowel de korte als lange termijn om de bouw van betaalbare woningen te versnellen en tegelijkertijd voldoende kwalitatief goede ruimte te behouden voor werklocaties. Het Woon-werkakkoord is ondertekend in juli 2022. In de gemeente Vlaardingen zijn afspraken vastgelegd ten aanzien van de vervanging van de huidige afvalwaterzuivering De Groote Lucht, zie hiervoor artikel 4, lid 5, 6 en 7 van het Woon-werkakkoord:

Artikel 4 Compensatie bedrijventerreinen

26

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen

5. De waterzuivering De Groote Lucht van het Hoogheemraadschap van Delfland is aan vervanging toe. Voor deze vervanging zijn twee hoofdopties in beeld: renovatie van de zuivering op de huidige plek, of nieuwbouw op het naastgelegen terrein Vergulde Hand West. Dit terrein is echter in beeld bij Vlaardingen voor re-allocatie van bedrijven voor toekomstige transformaties. 6. Partijen spreken af dat in geval van een keuze voor nieuwbouw, en dus verplaatsing van de AWZI naar Vergulde Hand West, de provincie het feitelijk gebruik van de AWZI op de nieuwe locatie in dit woon-werkakkoord als afdoende compensatie zal beschouwen. De reden hiervoor is dat er feitelijk geen vermindering is van een hoge milieu activiteit, en planologische compensatie zou zorgen voor een ongewenst hogere milieubelasting. Omdat het terrein Vergulde Hand West ook harde plancapaciteit is dient ook dit terrein gecompenseerd te worden. Vergulde Hand West wordt vervolgens planologisch gecompenseerd op terrein Maasoeverzone. Zo wordt via feitelijke compensatie mogelijk gemaakt dat de AWZI op Vergulde Hand West een nieuwbouw installatie kan plaatsen en wordt via planologische compensatie geborgd dat de bestaande bedrijfsruimte op Vergulde Hand geborgd wordt op Maasoeverzone. 7.

Deze afspraak gaat alleen over het behouden van voldoende (schuif)ruimte voor re-allocatie van bedrijven binnen de gemeente Vlaardingen en niet over een eventuele compensatieplicht volgend uit de verdere planuitwerking voor Vettenoord. Of dit aan de orde zal zijn hangt af van de plannen zelf en van de behoefte vanuit de regionale bedrijventerreinenstrategie ten tijde van deze uitwerking. 8. Bovenstaande afspraken worden afgestemd met de MRDH en zullen worden geborgd in de regionale bedrijventerreinen visie van de MRDH. De bovenstaande afspraken worden na ondertekening verwerkt in de regionale bedrijventerreinenvisie van de MRDH. 9. De vaststelling van de bestemmingsplannen (nu omgevingsplannen) waarin de bovenstaande afspraken verwerkt zijn, vindt plaats nadat de regionale bedrijventerreinenvisie zoals genoemd in het voorgaande lid is aanvaard door GS. Tabel 5.3 Woon-werkakkoord artik el 4, lid 5 t/m 9 Het Hoogheemraadschap Delfland ondersteunt de gemaakte afspraak hierover in dit akkoord. Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de keuze voor nieuwbouw van de AWZI op de locatie Vergulde Hand West.

In gevolge artikel 6 van het Woon-werkakkoord betekent dit dat de provincie Zuid-Holland het feitelijk gebruik van de AWZI op de nieuwe locatie als afdoende compensatie zal beschouwen voor het bedrijventerrein dat in gebruik genomen wordt door de AWZI. Deze afspraken zijn overgenomen in de Strategie Bedrijventerreinen MRDH 2023-2030. Conclusie De afvalwaterzuiveringsinstallatie past binnen het Woon-werkakkoord.

5.4.5

Nota bodembeheer 2016-2026

Deze nota bevat het beleidskader voor hergebruik van grond, bodemsanering en activiteiten zoals bouwen en ruimtelijke planvorming. De nota is vastgesteld op grond van het Bkl. De Nota bodembeheer bevat onder andere de bodemkwaliteitskaart, bodemfunctiekaart en gebiedsspecifiek beleid. Met de bodemkwaliteitskaart (ook wel ontgravingskaart) is de kwaliteit van de bodem of een te ontgraven partij grond aan te tonen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen 27

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a AWZI Vergulde Hand Vlaardingen Voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling zal gegraven moeten worden in de bodem, zie hiervoor ook paragraaf 6.10 Bodemkwaliteit. Conclusie In paragraaf 6.10 Bodemkwaliteit wordt nader ingegaan op het thema 'bodem'. Uit deze paragraaf blijkt dat dit thema voldoende geborgd is in de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15937797/1