Bijlage 2 -Welstandsnota
Tekst van het document
Welstandsnota
VLAARDINGEN Vas t ges t eld, 25 ok t ober 20 1 2
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 2
INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid Gebruik van de nota Leeswijzer
7 7 8
Hoofdstuk 2 Welstand op hoofdlijnen Redelijke eisen van welstand Landschap en bebouwing Algemene criteria Excessen Ontwikkelingen Monumenten en cultuurhistorie Uitgangspunten voor welstand
11 12 12 13 15 15 16
Hoofdstuk 3 Welstandscriteria gebieden Gebiedsindeling en welstandsniveaus • Beschermd welstandsgebied - Binnenstad - Oostwijk en Oranjepark - Koningin Wilhelminahaven - Buizengat • Bijzonder welstandsgebied - Vlaardinger Ambacht - Van Heutszpark - Indische buurt Noord - Park Hooglede - Complex Vijfsluizen • Gewoon welstandsgebied - Babberspolder - Wonen Centrum west Vettenoordsepolder - Indische buurt Zuid - Maasboulevard en Stationsgebied - Westwijk - Holy Zuid - Holy Noord - Rotterdamseweg/Engelse Boomgaard - Winkelcentrum Liesveld - Meubelboulevard Hoogstad - Buitengebied - Groen en parken • Welstandsluw gebied - Broekpolder - Bedrijventerrein - Rivierzone
19 23 26 28 30 32 35 36 38 40 42 44 47 48 50 52 54 56 58 60 62 64 66 68 70 72 75 76 78 80
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 3
Hoofdstuk 4 Welstandscriteria objecten Criteria objecten • Aanbouwen (object 1) • Bijgebouwen (object 2) • Erfafscheidingen (object 3) • Kozijn- en gevelwijzigingen (object 4) • Dakkapellen (object 5) • Dakopbouwen (object 6) • Dakramen, panelen en collectoren (object 7) • Installaties (object 8) • Rolluiken (object 9) • Reclame (object 10)
85 86 88 90 92 94 96 98 100 102 104
Hoofdstuk 5 Welstandscriteria cultureel erfgoed • Welstandcriteria cultureel erfgoed
109
Bijlagen • Begrippenlijst (1) • Algemene criteria (2) • Straatnamen (3)
117 123 127
Colofon
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 4
Inleiding Hoofdstuk 1
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 5
Uw bouwplan betreft:
Cultureel erfgoed? • monument of beeldbepalend pand • beschermd gezicht NEE
GA VERDER MET
Object? • aanbouw of bijgebouw • erfafscheiding • kozijn- of gevelwijziging • dakkapel • dakopbouw • dakraam, paneel, collector • rolluik of installatie • reclame
JA
JA
Cultureel erfgoed In hoofdstuk 5 staan criteria voor cultureel erfgoed, waar bij aanpassingen de invloed op de kwaliteit van de omgeving moet worden afgewogen. Aanpassingen of toevoegingen aan cultuurhistorisch erfgoed en boerderijen vragen om een zorgvuldige en op maat van het object gesneden aanpak.
Objecten Binnen bepaalde maten zijn diverse (bescheiden) objecten vergunningvrij. Informatie hierover kunt u onder meer verkrijgen via de voorlichtingssite van het ministerie (www.omgevingsloket.nl). In hoofdstuk 4 staan criteria voor veel voorkomende objecten als dakkapellen en aanbouwen.
NEE Groter plan? Voor een gebouw in een: • woon- of winkelgebied • bedrijventerrein • sport- of recreatieterrein • buitengebied
JA
Grotere plannen Initiatieven die niet binnen de criteria voor objecten passen worden getoetst aan de hand van de gebiedscriteria in hoofdstuk 3. Met het straatnamenregister (zie bijlage) is te vinden welke criteria van toepassing zijn.
NEE Afwijkend plan • afwijkend van de bestaande structuur • afwijkend in architectuur
JA
Overige plannen Bij nieuwe ontwikkelingen die het bestaande patroon of beeld van een gebied doorbreken kunnen de eerder genoemde criteria ontoereikend zijn. Soms kunnen deze plannen met de algemene criteria worden beoordeeld, in andere gevallen zal een nieuw welstandskader nodig zijn. De procedure wordt beschreven in hoofdstuk 2.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 6
INLEIDING De gemeente Vlaardingen heeft in 2004 een welstandsnota vastgesteld zoals aangegeven in de Woningwet. Hierin zijn beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. Met de herziening van 2011 wil de gemeente het welstandsbeleid actualiseren en meer afstemmen op de beleving van de burger. Hierbij wordt aangesloten op de landelijke trend van meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor de burger. Uitgangspunten voor het welstandsbeleid Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van de welstandsnota van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling.
Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Gebruik van de nota De welstandsnota is niet bedoeld als leesboek, maar opgesteld als een naslagwerk. De nota bevat verschillende beoordelingskaders. Hoofdstuk 2 beschrijft de basis van het welstandstoezicht in het licht van de opbouw en ontwikkeling van de gemeente. De daaropvolgende hoofdstukken bevatten de criteria, die de gemeente hanteert bij de beoordeling van bouwplannen. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, doorloopt de volgende stappen om het juiste beoordelingskader te vinden (zie ook het hiernaast afgebeelde stroomschema): • Betreft het beoogde bouwwerk cultureel erfgoed zoals in hoofdstuk 5 beschreven? Voor bouwplannen in beschermde gezichten en binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed zoals monumenten en karakteristieke panden is een specifiek beoordelingskader opgenomen die de commissie gebruikt in afwijking van of aanvulling op die van het gebied, waarin het bouwwerk staat.
• Zijn de criteria voor objecten van toepassing op het beoogde bouwwerk? Voor veel voorkomend (bescheiden) objecten als dakkapellen, aanbouwen en dakopbouwen zijn in hoofdstuk 4 zo vast mogelijk omlijnde criteria opgenomen, die in beginsel door de hele gemeente gelijk zijn. • In welk gebied wordt het beoogde bouwwerk geplaatst? Voor plannen die niet met de objectcriteria te beoordelen zijn gelden de gebiedscriteria van hoofdstuk 3. Deze bieden ruimte voor interpretatie. In het straatnamenregister (bijlage 3) is per straat aangegeven welke gebiedscriteria van toepassing zijn. Indien gewenst kan met een vertegenwoordiger van de commissie worden gesproken over de interpretatie van dit beoordelingskader in het licht van het beoogde plan. Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 7
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft wat wordt verstaan onder redelijke eisen van welstand en hoe dit vertaald is in algemene criteria en een excessenregeling. De algemene welstandscriteria zijn de regels van het vakmanschap en gelden als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling. De excessenregeling bevat criteria voor bouwwerken en andere vergunningplichtige activiteiten die zonder vergunning of in afwijking van een vergunning zijn gerealiseerd, maar zo onder de maat zijn dat zij als exces moeten worden gezien. Met behulp van deze criteria kan de gemeente achteraf optreden tegen misstanden. In hoofdstuk 3 wordt voor de gebieden in de gemeente aangegeven op welke wijze het vakmanschap zou moeten worden ingevuld. De beschrijvingen en criteria geven aan welke eigenschappen wenselijk zijn en dienen als agenda voor de beoordeling door de welstandscommissie. Hoofdstuk 4 bevat criteria voor veel voorkomende objecten als dakkapellen en bijgebouwen. Hoofdstuk 5 bevat criteria voor bouwplannen in beschermde gezichten en aan of in de invloedssfeer van monumenten en beeldbepalende panden. In de bijlagen zijn een begrippenlijst, de tekst van de algemene criteria en een register van straatnamen met een verwijzing naar de betreffende gebiedsbeschrijving(en) opgenomen.
De in de nota opgenomen foto’s zijn te zien als illustratie bij de gebiedsbeschrijving (dus niet als afbeelding van de gewenste eigenschappen).
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 8
Welstand op hoofdlijnen Hoofdstuk 2
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 9
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 10
WELSTAND OP HOOFDLIJNEN Dit hoofdstuk beschrijft de grondslag voor de welstandsnota. Deze is onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente, waarvan ook bestemmingsplannen en cultuurhistorie deel uitmaken. Dit hoofdstuk begint met de basisbeginselen van welstand. Hierna volgen een beschrijving van de ruimtelijke opbouw en het bebouwingsbeeld van de gemeente. Hiermee is het startpunt van de welstandsnota bepaald. Daarna volgen de algemene criteria, de excessenregeling en toelichting op de te volgen procedure bij grote bouwplannen die afwijken van de gangbare architectuur of structuur. Ook het verleden wordt niet uit het oog verloren. Monumenten en cultuurhistorie maken eveneens deel uit van de randvoorwaarden voor welstand. Tot slot van dit hoofdstuk worden de gevolgen van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid voor de uitgangspunten van het welstandstoezicht. Redelijke eisen van welstand Volgens de Woningwet moet een plan voldoen aan redelijke eisen van welstand, aan algemene welstandscriteria. Deze eisen betreffen het bouwwerk op zichzelf en in zijn omgeving. In deze nota is dit vertaald in een nadruk op de beleving van de bebouwing vanuit de openbare ruimte en het landschap. Bouwdelen in het zicht zijn belangrijker voor het algemeen belang dan bouwdelen die aan het oog onttrokken zijn. De gemeente heeft in het welstansbeleid met name het algemeen belang op het oog.
De gemeente hanteert beoordelingskaders, waarin deze aspecten zijn verwerkt in beschrijvingen en criteria. Daarbij wordt onder meer de invloed van een plan op het straatbeeld en het aanzien van de gemeente als geheel gewogen. Voor een dakkapel in een woonstraat gelden heel andere criteria dan voor een ingrijpende verbouwing van een monumentale boerderij in het buitengebied of een nieuw te bouwen winkel in het beschermd gezicht. Naarmate een plan meer invloed heeft op de identiteit van de gemeente zullen er meer aspecten worden betrokken bij de beoordeling en zal er zorgvuldiger worden gewogen. Daarnaast wordt bekeken of het een omgeving betreft, die vooral moet worden beheerd of een omgeving die aan verandering onderhevig is. De nota bevat in beginsel drie soorten welstandscriteria: algemene criteria, gebiedscriteria en objectcriteria voor bepaalde typen bouwwerken. Daarnaast zijn er aanvullende criteria voor excessen. Algemeen De algemene welstandscriteria beschrijven het vakmanschap, dat van een ontwerper mag worden verwacht bij het maken van bouwplannen. Dit vakmanschap is voor gebieden en objecten uitwerkt in richtlijnen, die aangeven hoe de algemene criteria in een buurt of bij een specifiek bouwtype kunnen worden geïnterpreteerd. In praktijk zullen deze criteria daarom vooral op de achtergrond een rol spelen. Gebieden De gebieden vormen de kern van het welstandsbeleid.
De gemeente is verdeeld in gebieden met een eigen identiteit, zoals dorpslinten, woonwijken en bedrijventerreinen. Van deze gebieden is het ruimtelijk en architectonisch beeld beschreven gevolgd door een waardering en een verwachting welke veranderingen te verwachten zijn. Deze bepalen de uitgangspunten voor de welstandstoets. De welstandscriteria zijn te zien als een uitwerking van de algemene criteria, die de voor een bouwplan gewenste eigenschappen beschrijven.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 11
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 2 Objecten Net als te onderscheiden gebieden zijn er bescheiden objecten, die zich lenen voor vereenvoudigde toetsing. Voorbeelden daarvan zijn bijgebouwen bij en dakkapellen op een woning. Voor dit soort plannen zijn zo eenduidig en meetbaar mogelijke criteria opgenomen, die de planindiener vooraf een grote mate van duidelijkheid geven over de uitkomst van de toetsing. Landschap en bebouwing Vlaardingen ligt tussen Maassluis en Schiedam en is enerzijds gelegen aan een belangrijke vaarroute voor de Rotterdamse havens en anderzijds aan de veenweides van het Midden-Delflandgebied. Landschap Vlaardingen is op te delen in een aantal zones met een eigen sfeer. Centraal ligt de historische stadskern die aan de noord-, west- en oostkant is uitgebreid met flinke woongebieden. Aan de zuidrand ligt een groot industriegebied. Aan de noord- en westzijde grenst Vlaardingen met de Zouteveensepolder, Broekpolder en Aalkeet Buitenpolder aan het open landschap van MiddenDelfland. Deze polders hebben verspreid liggende lintbebouwing. De Broekpolder is grotendeels in gebruik als recreatiepark. Aan de zuidzijde grenst de gemeente aan de havenzone van de Nieuwe Waterweg. Tussen spoor en Nieuwe Waterweg ligt een strook grond die in gebruik is door bedrijvigheid en industrie, een woongebied en aan de westkant met recreatiegebied het Oeverbos.
Waar in de toekomst industrie verdwijnt, komt woningbouw terug. Uitgangspunten voor de kern Vlaardingen is een kern met compacte bebouwing en een stedelijk karakter. De binnenstad heeft een hoge cultuurhistorische waarde en krijgt op de status van beschermd stadsgezicht. De historische haven is getransformeerd tot gebied met een culturele functie met horeca en bedrijvigheid en heeft deels nog een industriële functie. Aan de westzijde van het oude centrum ligt winkelcentrum Liesveld. Rond het centrum liggen meerdere uitbreidingswijken uit diverse tijdsperiodes. Naast de oorspronkelijke bebouwing komen op veel plekken kleinschalige latere inbreidingen voor. In enkele wijken, zoals Babberspolder, wordt op grotere schaal stadsvernieuwing toegepast. Algemene criteria De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Deze criteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling, omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden voor de planbeoordeling.
In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan (slaafs) is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het zijn omgeving negatief zal beïnvloeden.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 12
Hoofdstuk 2 Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggegrepen op de algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan burgemeester en wethouders in zo’n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.
Criteria De algemene welstandscriteria staan in bijlage 2 en doen een uitspraak over de volgende onderwerpen: • relatie tussen vorm, gebruik en constructie • relatie tussen bouwwerk en omgeving • betekenissen van vormen en sociaal-culturele context • evenwicht tussen helderheid en complexiteit • schaal en maatverhoudingen • materiaal, textuur, kleur en licht Excessen Van een exces is sprake als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van wat in de omgeving gebruikelijk is en daarmee onevenredig afbreuk doet aan de omgevingskwaliteit. Dit kan voorkomen als een bouwwerk in afwijking van de vergunning wordt gebouwd of bij plannen die niet preventief worden getoetst. De burger mag het initiatief nemen binnen de structuur en architectuur van het bestaande gebied. Dit betekent echter niet dat deze plannen welstandsvrij zijn. Het initiatief zal voldoende moeten aansluiten op wat in de omgeving gebruikelijk is. Ook vergunningvrij bouwen kan leiden tot een exces. Bouwwerken waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd, moeten ook aan minimale welstandseisen voldoen. Om te voorkomen dat een bouwwerk als exces wordt bestempeld, is het overigens mogelijk voorafgaand aan de bouw de welstandsnota te raadplegen en advies te vragen bij de gemeente.
Volgens de wet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van strijdigheid naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een bouwblok is minder van invloed op het aanzien van de gemeente dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan een doorgaande route. Ook is er eerder sprake van een exces in het geval van cultureel erfgoed. Volgens de wet moeten de criteria voor het beoordelen op excessen in de welstandsnota zijn opgenomen. De hier opgenomen criteria zijn niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te gaan.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 13
Hoofdstuk 2 De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving De plaatsing van een schuur voor de voorgevel of het dichttimmeren van gevel openingen kan het zicht op een bouwwerk hinderen. Een hoge schutting voor de voorgevellijn heeft hetzelfde effect. Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden Aanpassingen aan een bouwwerk kunnen de architectonische bijzonderheden van een pand zodanig beschadigen dat het in strijd is met redelijke eisen van welstand. Denk hierbij aan twee dakkapellen boven elkaar in een dakvlak. Ook is hier sprake van bij een grondige gevelwijziging (zandstralen, ander voegwerk, andere kleur schilderwerk, nieuwe pannen, etcetera) van één van de woningen van een twee-onder-een-kapwoning, waardoor de eenheid verloren gaat. Een toegevoegd wezensvreemd element dat de architectuur van een pand ontkent, kan het oorspronkelijk karakter van een bouwwerk (deels) teniet doen, net als achterstallig onderhoud aan de buitenzijde van een bouwwerk, zoals scheurvorming in de gevels, betonrot of afbrokkelende onderdelen.
Van een andere orde zijn bouwwerken die door een calamiteit geheel of gedeeltelijk onherstelbaar zijn beschadigd. Het in stand laten van dit soort objecten kan een exces zijn. Armoedig materiaalgebruik Omdat materialen die niet geschikt zijn als bouwmateriaal kunnen leiden tot een armoedige en ook gevaarlijke situaties, kan de gemeente op basis van welstand verlangen dat een ander materiaal wordt gebruikt. Felle of contrasterende kleuren Het toepassen van felle kleuren of kleuren die contrasteren met de directe omgeving, zoals het geval kan zijn na wijziging van een individuele woning in een blok of complex, kan leiden tot een onrustig beeld en is daarom welstandshalve ongewenst. Te opdringerige reclames Een veelheid of hinderlijk in het oog springende reclame kan een exces zijn. Of er daadwerkelijk sprake is van een exces is onder andere afhankelijk van de ligging van het gebouw. In een winkelgebied of op een bedrijventerrein is reclame meer op zijn plaats dan in een woonwijk. Ook de omvang van een gebouw is hierop van invloed. Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is Een gevel kan door een veelvoud van kleine toegevoegde elementen zoals vlaggen, schilderingen, spandoeken, verlichting, antennes en airco’s te veel uit de toon vallen.
Daarnaast kunnen een of meerdere nieuwe gebouwen de samenhang in een gebied verstoren doordat de kenmerken hiervan teveel afwijken van wat gebruikelijk is. Gebiedsvreemde bouwstijlen zoals Chinese daken zijn hier een voorbeeld van. Net als een individuele uiting in een gebied met een seriematig karakter. Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 14
Hoofdstuk 2 Aan de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria kan bekeken worden wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Voor de welstandsluwe gebieden zijn deze criteria wat grover gesteld en in de bijzondere gebieden juist wat preciezer. Bij de beoordeling of een object al dan niet een exces is, wordt hiermee rekening gehouden. Ontwikkelingen De welstandsnota is opgesteld voor het beheer van de bestaande bebouwde omgeving. Nieuwbouwplannen vallen hier buiten en vereisen in Vlaardingen altijd een bijzondere inzet. De nota is geschreven voor het beheer van gebieden en objecten en bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitplan aan ten grondslag ligt. Procedure Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten vormt een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden opgesteld door een stedenbouwkundige, supervisor of in overleg met de welstandscommissie. De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota.
Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Voorbeeld hiervan is Park Hoog Leede, waar gebiedsgerichte criteria voor zijn opgesteld. Monumenten en cultuurhistorie Vlaardingen combineert een veranderlijk karakter met de wens monumenten en beeldbepalende bouwwerken te behouden. Beschermd stadsgezicht Vlaardingen bereidt de vaststelling van een beschermd stadsgezicht voor. Dit gebied kent een aantal deelgebieden met ieder een eigen sfeer. Naast de historische binnenstad met de binnenhaven maakt de oude buitenhaven en woongebied Oostwijk deel uit van het beschermd gezicht. Aan de noordkant van het gebied is een nieuw woongebied gedacht. Monumenten In Vlaardingen zijn 58 Rijksmonumenten aangewezen. Daarnaast heeft de gemeente 17 gemeentelijke monumenten aangewezen. Het gaat onder meer om kerken, molens, woonhuizen en openbare gebouwen. Door middel van het monumentenbeleid stelt de gemeente zich tot doel het bestaande bestand te behouden. Voor het welstandsbeleid betekent het monumentenbeleid extra aandacht voor de omgeving van het monument en dat de aangewezen monumenten een aparte status hebben. Bouwplannen voor monumenten worden eveneens beoordeeld door de monumentencommissie.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 15
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten voor welstand Vlaardingen zoekt naar een evenwicht tussen de bouwmogelijkheden voor burgers en bedrijven enerzijds en het aanzien van de gemeente anderzijds. In het centrum, langs doorgaande wegen en bij nieuwe locaties, ook binnen de bestaande woongebieden, is een hoge beeldkwaliteit uitgangspunt en moet welstand bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor de meeste bestaande woongebieden en bedrijventerreinen wil de gemeente zich wat betreft welstand terughoudend opstellen en waar mogelijk ruimte laten voor particulier initiatief. De nadruk ligt in deze gebieden op het zicht vanuit de openbare ruimte. Bescheiden bouwplannen die (vrijwel) geen invloed hebben op het straatbeeld zullen in veel gevallen niet meer preventief getoetst worden.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 16
Criteria gebieden Hoofdstuk 3
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 17
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 18
WELSTANDSCRITERIA GEBIEDEN Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen, die de bestaande structuur van het gebied niet wezenlijk doorbreken. Gebieden De gebiedsgerichte criteria zijn gebaseerd op het architectonisch vakmanschap en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie worden aangetroffen. Deze criteria geven aan hoe een bouwwerk zich moet verhouden tot om in zijn omgeving niet teveel uit de toon te vallen, en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. De gebiedsgerichte welstandscriteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. Per gebied is een samenhangend beoordelingskader opgesteld met daarin een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke omgeving, een typering van de bouwwerken, het materiaal- en kleurgebruik en de detaillering. Ook wordt er een samenvatting gegeven te verwachten of gewenste ontwikkelingen en een waardering voor het gebied op grond van de belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische, stedenbouwkundige of architectonische werken.
Dit is de grondslag voor het welstandsniveau, waarbij tevens de hoofdpunten voor de beoordeling worden genoemd. Daarna volgen de welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouwmassa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Met de welstandscriteria kan de commissie zich binnen de grenzen van het bestemmingsplan een gewogen oordeel vormen. In aanvulling op de tekst zijn foto’s opgenomen, die een impressie van het gebied geven en zowel goede als slechte voorbeelden tonen. Niveaus Voor elk welstandsgebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven. Het welstandsniveau sluit zoveel mogelijk aan bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Het grootste deel van de gemeente is gewoon welstandsgebied. Hier heeft de gemeente gekozen voor het handhaven van een goede basiskwaliteit met daarbij voldoende vrijheid voor de burger of ondernemer om invulling te geven aan eigen initiatieven. Bouwplannen in deze gebieden mogen in principe geen afbreuk doen aan de basiskwaliteit van de omgeving. De bedrijventerreinen zijn soepel welstandsgebied. Hier wil de gemeente zich terughoudend opstellen en zich met name richten op het voorkomen van negatieve gevolgen voor de omgeving. Om deze reden ligt hier de nadruk op de randen en de hoofdwegen door het gebied.
In de bijzondere gebieden is extra inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. Daarnaast is voor stedelijke inbreidingslocaties de inzet bijzonder. In beschermd gezicht is de cultuurhistorische kwaliteit mede bepalend voor de welstand. Hier is behoud van het historisch straatbeeld uitgangspunt.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 19
Hoofdstuk 3
Niveaukaart
legenda niveaus beschermd (behoud en herstel historisch beeld) bijzonder (het oorspronkelijke beeld behouden) gewoon (het huidige beeld handhaven) luw (individuele vrijheid zonder grote dissonanten)
aanduidingen water
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 20
Gebiedskaart
3L
3M
3M
3H
3M 4A
3G
3M
2D 3L 3M
3M 3F
2A
3K 2B 2C
3I
C12
1B
3J 1A
3M
3I
1D
3B
3D 3M
3A
1B
3C 4B
4B
3M
4C 3E
1C
4C legenda gebieden Beschermd gebied
Gewoon gebied
Binnenstad
3A
Babberspolder
1B
Oostwijk en Oranjepark
3B
Wonen centrum west
1C
Koningin Wilhelminahaven
3C
Vettenoordsepolder
1D
Buizengat
3D
Indische buurt Zuid
3E
Maasboulevard/Stationsbuurt
1A
Bijzonder gebied
2A
Vlaardinger ambacht
2B
Van Heutzpark
2C
Indische buurt Noord
2D
Park Hoog Lede
2E
Complex Vijfsluizen
3F
Westwijk
3G
Holy Zuid
3H
Holy Noord
3I
Rotterdamseweg/Engelse Boomgaard
3J
Winkelcentrum Liesveld
3K
Meubelboulevard Hoogstad
3L
Buitengebied
3M
Groen en parken
Welstandsluw gebied aanduidingen water
4A
Broekpolder
4B
Bedrijventerrein
Industrie 4C Welstandsnota Vlaardingen 2012, paginaRivierzone 21
2E
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 22
Beschermd welstandsgebied Gebied 1
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 23
Beschermd gezicht Het oudste deel van Vlaardingen zal binnenkort aangewezen worden als beschermd gezicht. De historische binnenstad van Vlaardingen is in de 7e eeuw ontstaan op de westelijke oeverwal van een kreek, nu de Oude haven. In de 11e en 12e eeuw krijgt het centrum van Vlaardingen met de oude Maasdijk (Hoogstraat, Korte Dijk), de kerkring (Markt) en de Oude Haven de basisvorm zoals we nu nog kennen. Met de opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 komt de visserij tot bloei en vestigen veel nieuwe bedrijven zich in Vlaardingen. Kort daarop wordt begonnen met de aanleg van de spoorlijn. De spoordijk neemt de waterkerende functie van de middeleeuwse Maassluise- en Schiedamsedijk over, waardoor een groot gebied binnendijks komt te liggen. Door de toename van de werkgelegenheid in de visserij wordt dit nieuwe binnendijkse gebied bebouwd met arbeiderswoningen en middenstandswoningen (Oostwijk) en een strook bedrijven langs de Oude Haven. Buitendijks wordt in 1895/1896 de Koningin Wilhelminahaven aangelegd. Oostwijk wordt ter plaatse van buitenplaats ‘t Hof beëindigd met het Oranjepark. Vlaardingen is in de 20e eeuw getransformeerd van visserijnederzetting tot industriehaven. In de jaren vijftig is het historisch beeld gewijzigd als gevolg van saneringen aan zowel de oost- als de westkant van de Oude Haven.
Winkelcentrum Liesveld en de stadsvernieuwing tussen spoor en Van Leyden Gaelstraat zijn hier onder andere voor teruggekomen. Een aantal gebouwen uit deze periode staat in sterk contrast met het historische karakter van de binnenstad. Het noordelijkste deel van de haven, Buizengat, wordt momenteel ontwikkeld tot woongebied. De watertoren en oude brandweerkazerne worden ingepast in het woongebied. Samengevat heeft het gebied vier delen met een eigen karakter en sfeer, die in de welstandsnota een eigen beschrijving en bijbehorende criteria krijgen. • de binnenstad met Oude Haven (beschermd 1) • Oostwijk en Oranjepark (beschermd 2) • Koningin Wilhelminahaven (beschermd 3) • inbreidingslocatie Buizengat (beschermd 4)
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 24
Gebied 1
Beschermd gezicht Uitgangspunten Algemene uitgangspunten voor het beschermd gezicht zijn: • voor het bouwen, verbouwen of slopen binnen het beschermd stadsgezicht moet men advies inwinnen bij de gemeente • bij verbouwing en herbouw worden in principe de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen gehandhaafd • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar Hoog niveau In lijn met ander beleid zoals de Visie vitalisering binnenstad Vlaardingen is het welstandsniveau voor het gehele aankomende beschermd gezicht hoog. Het is een beschermd welstandsgebied. Voor een beschermd stadsgezicht gelden meer regels. Dit geldt ook voor welstand. De criteria bestaan uit gewone gebiedscriteria en aanvullende criteria voor enkele objecten, zoals te vinden in hoofdstuk 4. Deze aanvullende criteria zijn vastgelegd om de specifieke kenmerken van de architectuur van het gebied te behouden. Op een aantal punten wijken deze dan ook af van de standaarden, die elders vrijgegeven zijn of binnen de voor de hele verdere gemeente geldende criteria vallen.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 25
Gebied 1
Binnenstad Beschrijving De binnenstad van Vlaardingen bestaat hoofdzakelijk uit stenige straten met een stedelijk karakter en bebouwing uit diverse periodes. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van Kortedijk, Hoogstraat, Markt, Westhavenkade en Oosthavenkade. De straten zijn stenig met aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. Woningen staan direct aan de weg, soms is er een overgang door middel van een stoep. Voortuinen komen vrijwel niet voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. De binnenstad van Vlaardingen heeft veel verschillende functies. Woningen worden afgewisseld met winkels, kerken en bedrijven. De gevarieerde bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat in de kern veelal uit één tot twee lagen met variërende kappen. Aan de Oude haven komen ook pakhuizen van drie en vier lagen met kap voor. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Door de verschijningsvorm van de individuele gevels en de gesloten straatwanden ontstaat een levendig straatbeeld.
De bebouwing heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige veelal rijke detaillering. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl de detaillering van nieuwere panden vaak sober is. Bijgebouwen zijn veelal eenvoudiger gedetailleerd dan het hoofdgebouw. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen in aardtinten, soms van natuursteen of in een lichte tint gepleisterd. Kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijzondere elementen zijn gebouwen en objecten met een bijzondere functie, zoals de kerk, de oude visafslag, de stadskraan aan de Westhavenkade en de molen aan de Kortedijk. Deze gebouwen bepalen het silhouet van het beschermd gezicht en vormen accenten door hun ligging in het stedelijk weefsel en de afwijking in massa, opbouw en vorm. Waardebepaling en beleid De binnenstad van Vlaardingen heeft een rijke geschiedenis. De waarde is vooral gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. Een groot aantal panden is door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een stenige omgeving.
De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 26
Gebied 1A
Historisch kerkgebouw vormt van oudsher een accent
Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte
Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen en zorgvuldig gedetailleerd
Binnenstad
Gebied 1A
Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte (er is een duidelijk onderscheid in voor- en zijgevels) • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • hoofdmassa’s staan direct aan de weg of zijn voorzien van een stoep • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinstedelijke karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm, breedte en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur één tot twee lagen met eenduidige kap • aan de haven komt bebouwing van drie tot vier lagen met kap voor • de nokrichting is in beginsel
evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm
Individuele en afwisselende bouw langs veelal stenige straten
Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins
Historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden
Architectonische uitwerking • architectonische uitwerking en detaillering zijn rijk, zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing met nadruk op de voorgevel en een verticale hoofdgeleding met hoge begane grond • top- en lijstgevels met geprofileerde kroonlijsten toepassen • gevelcomposities zijn samenhangend en afgestemd op de bestaande situatie • elementen in de gevel in een logische verhouding plaatsen • gevelopeningen zijn staand of verticaal onderverdeeld • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in aardkleurige of gele baksteen of in lichte tint pleisteren of keimen, hellende daken dekken met matte keramische pannen • kozijnen, lijsten en dergelijke in principe uitvoeren in hout • kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn bij voorkeur traditioneel Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 27
Materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi en passen in het traditionele straatbeeld
Oostwijk en Oranjepark Beschrijving Oostwijk is de eerste uitbreiding van Vlaardingen en heeft gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een compacte structuur met als basis het individuele pand of de korte rij met een kleinstedelijk karakter. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Schiedamseweg, Emmastraat, Oosterstraat en 2e Van Leyden Gaelstraat. Daarnaast maken het Oranjepark en park Het Hof deel uit van het gebied. De straten zijn stenig en hebben vrijwel aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. De woningen variëren van bescheiden arbeiderswoningen in de buurt de haven tot luxe ambtswoningen aan de hoofdwegen en enkele randen van het gebied. Ook zijn er middenklassewoningen in de wijk te vinden. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Voortuinen komen vrijwel alleen aan de hoofdwegen voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is georiënteerd op de weg. De bebouwing is gevarieerd en individueel, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met een kap. Aan hoofdwegen komt ook bebouwing van drie tot vier lagen voor. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg.
Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond. Er komen veel verschillende open aanbouwen voor. Het gebied heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, variërend van sober tot rijk. Materialen en kleuren zijn divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijgebouwen zijn van steen of hout. De begane grondlaag van bedrijven wijkt vaak af van de bovenlaag. Uitzondering is zijn de stadsvernieuwingsblokken die met name aan de zuidzijde van de wijk te vinden zijn. De bebouwing heeft hier veelal drie tot vier lagen en bestaat in tegenstelling tot de oude binnenstad uit complexen in plaats van individuele panden. Deze complexen hebben een seriematige en sobere uitwerking. De gevels hebben geen nadrukkelijke hiërarchie en worden vaak beëindigd met een plat dak. Bijzondere elementen zijn gebouwen met een afwijkende functie, zoals scholen, kerken en een enkel bedrijf. Deze gebouwen vormen accenten door hun vrije ligging in het stedelijk weefsel en wijken af in massa, opbouw en vorm.
Waardebepaling en beleid De waarde van het gebied is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met variërende bebouwing aan overwegend stenige straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het gegroeide in beginsel kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken.
Gebied 1B
Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(n)
Gebouwen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw
Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa
Stadsvernieuwing met seriematige en sobere uitwerking is uitzondering
Stadsparken Het Hof en Oranjepark maken deel uit van dit gebied Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 28
Oostwijk en Oranjepark
Gebied 1B
Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) en eventueel meerdere voorgevels geven • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur één tot twee bouwlagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap • de nok is evenwijdig aan of staat haaks op de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een
eenvoudige kap • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap, grotere massa's onderverdelen • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdelen • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of in een lichte tint pleisteren • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren afstemmen op de omringende bebouwing
Individuele en afwisselende bouw langs overwegend groene straten
De individuele woning in een rij of complex is onderdeel van het geheel
Nokrichting is evenwijdig aan weg of aan verkavelingsrichting
In het gebied is sprake van enige functiemenging
De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 29
Koningin Wilhelminahaven Beschrijving De Koningin Wilhelminahaven heeft hoofdzakelijk stenige kades met een stedelijk karakter en gevarieerde industriële bebouwing uit diverse periodes. Binnen de bestaande hoofdstructuur zal de haven ten westen van de insteekhaven wijzigen in een gebied met woningen en deels een recreatieve functie, waarbij de oorspronkelijke havensfeer behouden blijft. Het gebied bestaat onder andere uit de Koningin Wilhelminahaven Noord-, Zuid- en Zuidoostzijde, de Waterleidingstraat en een deel van de West- en Oosthavenkade. De straten zijn stenig met vrijwel aaneengesloten straatwanden met individuele panden van verschillende formaten. De gebouwen staan direct aan de weg, waarbij stoepen zich slechts onderscheiden van de rijbaan door een molgoot en een afwijkend klinkerpatroon. Groen komt vrijwel niet voor, de openbare ruimte bestaat uit steen en water. De rooilijn van de bebouwing volgt de wegen en kades en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. De haven heeft veel verschillende functies. Naast bedijvigheid en industrie aan de oostzijde van de insteekhaven, is aan de westzijde een aantal pakhuizen verbouwd tot horecagelegenheid. De gemeentelijke inzet is om in dit deel woningen te realiseren. De gevarieerde bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt.
De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot drie lagen met variërende kappen. Eenlaagse bebouwing heeft veelal een plat dak. Aan de haven komen ook grotere pakhuizen van vier tot zes lagen met kap voor. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Door de verschijningsvorm van de individuele gevels en de overwegend gesloten straatwanden ontstaat een levendig straatbeeld. De bakstenen gevels zijn voorzien van grote gevelopeningen die met luiken gesloten zijn. De centrale assen van de gebouwen liggen veelal onder een topgevel. Het zijn robuuste gebouwen met een variërende detaillering. Bijgebouwen zijn veelal eenvoudiger gedetailleerd dan het hoofdgebouw. Materialen en kleuren zijn divers en terughoudend. Gevels zijn veelal van baksteen in aardtinten, kappen gedekt met pannen of leien, kozijnen van hout. Uitzondering is de industriële bebouwing aan de oostzijde van de haven. Deze gebouwen weerspiegelen de functies en kennen weinig opsmuk. De bebouwing is meestal eenvoudig van opzet met veel afwisseling in vorm. De detaillering en het materiaalgebruik zijn in het algemeen erg sober en functioneel. Waardebepaling en beleid De waarde is vooral gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. Een groot aantal panden is door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol.
Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een stenige, waterrijke omgeving en bezien vanuit de openbare ruimte. Bij wijzigingen, zoals de invulling van een deel van de haven, blijft de gevellijn van historische bebouwing behouden, terwijl daarachter meer vrijheid mogelijk is in de invulling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 30
Gebied 1C
Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte
Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen en zorgvuldig gedetailleerd
Bij wijzigingen de gevel van historische gebouwen als pakhuizen behouden
Koningin Wilhelminahaven
Gebied 1C
Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinstedelijke havenkarakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte (eventueel meerdere voorgevels geven) • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinstedelijke karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot drie lagen met kap of plat dak, afgestemd op de context • aan de haven komen grote pakhuizen van vier tot zes lagen met kap en een of meerdere topgevels voor, afgestemd op de context • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals
aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing • gevelcompositie afstemmen op de bestaande situatie (gevels historische bebouwing in beginsel behouden) • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • gevelopeningen zijn staand of verticaal onderverdeeld • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume
Individuele en afwisselende bouw langs veelal stenige straten
Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins
Historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden
Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels uitvoeren in aardkleurige baksteen of deels in een lichte tint keimen of pleisteren • hellende daken dekken met matte, keramische pannen of leien • kozijnen, lijsten en dergelijke in principe uitvoeren in hout • kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn bij voorkeur traditioneel Materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi en passen in het traditionele straatbeeld
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 31
Buizengat Beschrijving Buizengat is een recente woongebied en heeft een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van Buizengat en Hoflaan. Het gebied heeft een open karakter door grote water- en groenelementen. De architectuur van de woningen is gebaseerd op herhaling in stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen met behoud van de individualiteit. Door de variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw van veelal twee lagen met variërende kappen of tot drie lagen met plat dak. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd met uitbouwen of hebben een extra laag. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren hoogte. De architectuur van de woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig. Accenten als luifels, dakoverstekken en structuur in het materiaal komen veel voor.
Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is standaard. De overgang tussen openbaar en privé is vaak zorgvuldig vormgegeven met luifels, stoepen of lage tuinmuurtjes. Bijzondere elementen zijn de historische objecten met afwijkende functies als de watertoren en de brandweerkazerne. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Materialen en kleuren zijn traditioneel. Waardebepaling en beleid De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. Een andere kwaliteit is de hoeveelheid open ruimte in de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is gemiddeld tot hoog. Een deel van het gebied is nog in ontwikkeling. Het beleid is gericht op het tot stand komen en het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst.
De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. Aanvullend beleid De uitgangspunten uit beeldkwaliteitplan Buizengat Oost zijn leidend bij de beoordeling van bouwplannen in dit deelgebied. Uitgangspunt bij de beoordeling is het behalen van een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit, die recht doet aan de (historische) omgeving en context.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 32
Gebied 1D
Overgang openbaar privé zorgvuldig vormgeven zoals met stoep of muurtje
Materialen en kleuren zijn per gebouw in samenhang
Buizengat
Gebied 1D
Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap of tot drie lagen met plat dak • de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig
en evenwichtig • bij rijenwoningen aan een voorkant zowel de aanwezige herhaling als de aanwezige differentiatie behouden • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkanten per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbaar materiaal uitvoeren • op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 33
Gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald
Gebouwen met voorgevel richten op belangrijkste openbare ruimte
Een open karakter door grote water- en groenelementen
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 34
Bijzonder niveau Gebied 2
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 35
Vlaardinger Ambacht Beschrijving Vlaardinger Ambacht is een vooroorlogse groene uitbreidingswijk met voornamelijk korte rijtjes aaneengebouwde woningen uit de jaren ’20-‘30. De bebouwingsstructuur is gebaseerd op herhaling van de woning als basiseenheid, waarbij verbijzonderingen in de openbare ruimte vertaald worden in accenten in de massa en vormgeving van hoeken en kappen. De bebouwing bestaat uit rijen woningen van verschillende lengte. Ze vormt samenhangende clusters in gedifferentieerde composities. De panden zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. De rooilijn is per cluster in samenhang en verspringt. Dit gebied heeft ondanks smalle straten veelal een groen karakter door voortuinen en door de in de structuur opgenomen groenvoorzieningen als gazons en parken. De woningen hebben één tot twee lagen en een nadrukkelijke kap. Met name hoekwoningen hebben een gedifferentieerde opbouw met erkers, balkon, uitbouwen en serres. Opbouw en gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten. De overgang tussen privé en openbaar gebied is zorgvuldig vormgegeven door middel van bijvoorbeeld luifels en tuinmuurtjes. De voorgevel is veelal representatief, net als overige in het zicht staande gevels. De detaillering is zorgvuldig en per cluster in samenhang. De rand van het dak is benadrukt door een uitkragende dakgoot. Grote dakoverstekken zijn uitgetimmerd.
Raamvlakken zijn deels onderverdeeld met stijl, regels en roeden. Door individuele wijzigingen is het samenhangende beeld soms aangetast. Materialen en kleuren zijn traditioneel en per cluster in samenhang. Gevels zijn grotendeels van baksteen met accenten en soms gestuct in lichte tinten. Hellende daken zijn in het algemeen gedekt met keramische pannen veelal in de kleur oranje. Kozijnen zijn van hout en in lichte tint geschilderd. Uitzondering zijn de in maat en schaal verschillende appartementengebouwen, zoals aan de Molenzicht. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en bestaan uit meerdere lagen met plat dak of kap. Zij vormen hoogteaccenten in de wijk. Ander uitzondering zijn de in clusters voorkomende vrijstaande woningen. Deze zijn deel van een ensemble of hebben een individuele uitstraling. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met andere functies zoals de kerk en de poort tot de begraafplaats. Deze bebouwing staat vrij op de kavel en wijkt af in massa, opbouw en vorm. Waardebepaling en ontwikkeling De stedenbouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgegeven woningen levert een pittoresk beeld op. De groene voortuinen en groenvoorzieningen versterken dit beeld. De dynamiek in dit gebied is gemiddeld. Kleine wijzigingen kunnen een grote invloed hebben op de samenhang en worden zorgvuldig ingepast.