Bijlage 2.08 - Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019
Tekst van het document
Optochten Het houden van optochten, zoals carnavals- en Sinterklaasoptochten, bloemencorso’s enz., die niet opgevat kunnen worden als een middel tot het uiten van een mening of gedachten of gevoelens, valt niet onder de bescherming van de Grondwet, het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) of andere internationale verdragen die de vrijheid van meningsuiting waarborgen. Evenmin is hierop de Wet openbare manifestaties (Wom) van toepassing.
Onder de APV is een toertocht of ride out van een motorclub vergunningplichtig omdat het als optocht wordt getypeerd. Wanneer er betrokkenheid is van OMG’s en er risico’s zijn voor de openbare orde en veiligheid kan de vergunning vervolgens worden geweigerd of kunnen er aanvullend voorwaarden worden gesteld.
Feest, muziek Wanneer een feest voor publiek toegankelijk is, is er sprake van een vergunningplichtige activiteit omdat het valt onder de reikwijdte van de begripsomschrijving van artikel 2.26, eerste lid. Het feest kan als een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak worden aangemerkt. Besloten feesten daarentegen vallen niet onder de reikwijdte van de evenementenbepaling omdat deze activiteit niet een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak is. Bijvoorbeeld bij het houden van een bedrijfsfeest waar aan de hand van uitnodigingslijsten publiek aanwezig is, is er geen sprake van een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Maar wanneer een feest een ‘besloten’ karakter heeft en er publiekelijk kaarten worden verkocht en/of reclame wordt gemaakt, is sprake van een evenement. De gemeente kan bij feesten waarvoor geen vergunning nodig is, optreden wanneer deze bijvoorbeeld worden georganiseerd in ruimten strijdig met het bestemmingsplan (schuurfeesten). Ook in het kader van de Wegenverkeerswet 1994 kan worden opgetreden in geval van parkeer- en verkeersoverlast. Feesten die gehouden worden in horecagelegenheden en niet behoren tot de normale bedrijfsvoering (bijvoorbeeld het optreden van een disc-jockey of een optreden van een bekende band) zijn op grond van artikel 2.27 vergunningplicht.
Wanneer een feest al dan niet besloten ‘op of aan de weg’ plaatsvindt, is dit een vergunningplichtige activiteit omdat het plaatsvindt op doorgaans voor publiek toegankelijk gebied (zie voor het begrip ‘weg’ de begripsomschrijving in artikel 1.1, onder a). Het feit dat het feest besloten is, dus niet voor publiek toegankelijk, doet daar niets aan af. Optreden van muziekkorpsen, muziekbandjes, etc. die voor iedereen toegankelijk zijn (zowel in een inrichting als in de buitenlucht) vallen onder de vergunningplicht van artikel 2.27.
Voorschriften met betrekking tot geluid in een inrichting zijn opgenomen in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. De artikelen 4.2 en 4.3 van de APV geven het college de bevoegdheid om ontheffing te verlenen voor geluidshinder in een inrichting. Voorschriften met betrekking tot geluid buiten een inrichting kunnen op grond van artikel 4.6 in de vergunning worden opgenomen.
Wedstrijd op of aan de weg Voor wedstrijden op of aan de weg is een vergunning van de burgemeester vereist, krachtens het bepaalde in het eerste lid van artikel 2.27 en artikel 2.26, tweede lid, onder d. Wedstrijden met voertuigen op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) zijn op grond van artikel 10, eerste lid WVW 1994 verboden. Het eerste lid van artikel 148 WVW 1994 bepaalt echter dat van dat verbod ontheffing kan worden verleend. Het verlenen van die ontheffing geschiedt: a.
voor wegen onder beheer van het Rijk, door de minister van Verkeer en Waterstaat;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
95/223
29-04-2025, 13:30
b.
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
voor andere wegen, door Gedeputeerde Staten; in afwijking hiervan wordt de ontheffing verleend door het college, indien de wegen waarvoor de ontheffing wordt gevraagd, alle gelegen zijn binnen een gemeente.
Artikel 1, onder al, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geeft aan wat onder voertuigen moet worden verstaan: fietsen, bromfietsen, invalidenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens. Aan de ontheffing kan het college voorschriften verbinden om binnen redelijke grenzen een veilig verloop van de wedstrijd te waarborgen. Op basis van de WVW 1994 mogen ook milieumotieven een rol spelen bij het reguleren van het verkeer. In artikel 2, tweede en derde lid, WVW 1994 worden onder meer de volgende motieven worden genoemd: •
het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade;
•
het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden;
•
het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik.
Wanneer een wedstrijd onder auspiciën van een sportbond plaatsvindt, zal deze sportbond in veel gevallen zelf reglementen hebben opgesteld die de organisator van de wedstrijd moet naleven. Het niet naleven kan tuchtrechtelijke gevolgen voor de organisator hebben, bijvoorbeeld uit de bond gezet worden. De veiligheidseisen die de sportbonden stellen, zijn veelal voldoende om een veilig verloop van de wedstrijd in beginsel mogelijk te maken. Het college kan deze voorschriften van de sportbonden ook een publiekrechtelijk karakter geven door ze als voorschriften in de vergunning op te nemen. Indien geconstateerd wordt dat de organisator deze voorschriften vervolgens niet naleeft en de sportbond zelf ook niet ingrijpt, kan uiteindelijk via een administratiefrechtelijke sanctie het houden van die wedstrijd alsnog verboden worden. Indien een wedstrijd wordt gehouden met voertuigen op wegen als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 dan is – naast artikel 10 jo. artikel 148 WVW 1994 – artikel 2.27 van toepassing. De evenementenbepaling is namelijk van een geheel andere orde dan de wedstrijdbepalingen uit de wegenverkeerswetgeving. De burgemeester kan op grond van andere motieven, zoals openbare orde, veiligheid in het algemeen en zedelijkheid en gezondheid, weigeren medewerking te verlenen aan het evenement, in casu de wedstrijd op de openbare weg.
In die zin is de evenementenbepaling aanvullend op de wedstrijdbepalingen uit de wegenverkeerswetgeving. Vindt echter een wedstrijd met een motorvoertuig of bromfiets plaats op een terrein dat niet behoort tot een weg als hier bedoeld, dan moet daarvoor een vergunning verkregen zijn van de burgemeester op grond van artikel 2.27. Op grond van artikel 2.27 geldt voor andere wedstrijden op of aan de weg eveneens een vergunningplicht. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld ‘vossenjachten’, droppings e.d.
Snuffelmarkt Een snuffelmarkt valt onder het begrip evenement en dus onder de reikwijdte van afdeling 7, ongeacht of deze commercieel dan wel niet-commercieel van aard is. Dit soort markt heeft veelal een incidenteel karakter. Om die reden is gekozen voor vergunningverlening op grond van het evenementenartikel.
Straatfeest of buurtbarbecue Het organiseren van een straatfeest en/of barbecue is opgenomen als een evenement.
Vechtsportwedstrijden of –gala’s Er is voorzien in een bevoegdheid voor de burgemeester om categorieën full-contact vechtsportwedstrijden of gala’s aan te wijzen die als evenement worden aangemerkt. De populariteit van full-contact vechtsporten – ringcontactsporten zoals muay thai (Thaiboksen), kickboksen en MMA (Mixed Martial Arts) – is enorm toegenomen. Vechtsporten maken als zodanig deel uit van de reguliere sportinfrastructuur. Enerzijds worden de genoemde ringcontactsporten gezien als waardevolle sport met een https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
96/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
maatschappelijke functie (zoals agressieregulering), anderzijds is er kritiek op de organisatie van deze vechtsporten en de beoefening zelf. Wedstrijden of demonstraties (‘demo's’) van full-contact vechtsporten vinden plaats in openbaar toegankelijke accommodaties en worden 'gala's' of 'evenementen' genoemd. De praktijk wijst uit dat er bij vechtsportevenementen of –gala’s bij deze categorieën full-contact vechtsporten een verhoogde kans bestaat op ongewenste situaties rond en tijdens het evenement. Het is daarbij niet relevant of een dergelijk evenement wordt georganiseerd in een gebouw dat voor sportwedstrijden is bestemd of niet. Om de kwaliteit van vechtsportevenementen en -gala's te vergroten en te waarborgen, heeft de Nederlandse Vechtsportautoriteit in overleg met NOC*NSF, vechtsportbonden, VNG, VSG, promotors en gemeenten in het najaar van 2017 een richtlijn voor vechtsportevenementen gepubliceerd (Regulering vechtsportgala's: handreiking voor gemeentelijk beleid). Doel hiervan is duidelijke afspraken tussen gemeenten en de vechtsportsector, met veiligheid, gezondheid, goed pedagogisch klimaat en kwaliteit als kernbegrippen. De Vechtsportautoriteit is een toezichthoudend orgaan dat door middel van regelmatige controles de evenementen toetst aan de criteria die in de richtlijn staan.
Derde lid Voor een uitleg van de verschillende categorieën van evenementen, zie onder het kopje “Algemene toelichting” van de toelichting op afdeling 7.
Op verzoek van de burgers en ondernemers van Vlaardingen is de gebiedsbeperking van het eerste lid geheel losgelaten. Men is vrij om overal binnen de gemeente Vlaardingen een zodanig evenement te organiseren, mits wordt voldaan aan de gestelde regels hiervoor. Inspelend op de wens van de burgers en ondernemers van Vlaardingen is de oppervlakte van het te plaatsen object bij een 0-evenement vergroot van 10 naar 25 m2. Tevens is de regel dat er geen andere evenementen in de buurt plaats mogen vinden, afgeschaft. Ook het vereiste dat er een organisator moet zijn, is vanwege vanzelfsprekendheid uit de APV geschrapt. Dit draagt bij aan het doel tot minder regelzucht. Ten slotte is in dit artikel opgenomen dat de muziek niet langer dan tot 22.00 uur mag duren. Dit was reeds opgenomen in de evenementennota, maar is voor de overzichtelijkheid nu in de APV geregeld. In het vijfde lid was ooit een bepaling opgenomen die de burgemeester de mogelijkheid gaf om op te treden wanneer dit uit oogpunt van openbare orde noodzakelijk is. Dit is een wettelijke bevoegdheid die de burgemeester ingevolge artikel 174 van de Gemeentewet reeds heeft. Herhaling hiervan is in de APV dan ook overbodig. Artikel 174 Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid toezicht te houden op de gang van zaken van evenementen.
Het tweede lid geeft de burgemeester tevens de bevoegdheid om in te grijpen wanneer de openbare orde in het geding is. Door een bevel uit te vaardigen kan er onverwijld worden ingegrepen. Een dergelijk bevel kan bijvoorbeeld de sluiting van een inrichting of het verbieden van schenken van alcoholhoudende drank inhouden. Handhaving van dit bevel is mogelijk door middel van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom op basis van artikel 125, lid 3 Gemeentewet. Artikel 2.27 Evenementenvergunning Volgens de Europese Dienstenrichtlijn is in beginsel een vergunningstelsel voor het houden van een evenement geoorloofd. De lidstaten mogen de toegang tot de uitoefening van een dienstenactiviteit niet afhankelijk stellen van een vergunning tenzij: 1. de vergunning niet discriminatoir is, 2. het vergunningstelsel gerechtvaardigd is om een dwingende reden van algemeen belang (noodzaakvereiste), en 3. het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt, met name omdat controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn (proportionaliteitsvereiste). Bij A-, B- en C-evenementen is vooraf een vergunning noodzakelijk, controle achteraf kan niet volstaan wegens mogelijk gevaar voor de openbare orde, overlastsituaties, verkeersveiligheid, volksgezondheid, zedelijkheid e.d.
Ook de organisator is bij een vergunningstelsel gebaat, omdat hij met de gemeente kan onderhandelen om goede afspraken te maken. Zo krijgt hij op het evenement toegesneden voorwaarden. In het geval van een 0-evenement kan volstaan worden met een melding. Het is dan niet per se noodzakelijk en proportioneel om een vergunning te eisen.
Rol van de burgemeester en de raad De bevoegdheid van de burgemeester in het kader van het toezicht op evenementen stoelt op artikel 174 Gemeentewet. In het derde lid van dit artikel is aangegeven dat de burgemeester belast is met de uitvoering https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
97/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Het begrip ‘toezicht’ is ruimer dan alleen de handhaving van de openbare orde. Het gaat hier ook om de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de burger in incidentele gevallen en op bepaalde plaatsen. Indien de burgemeester de uitvoering van zijn toezichthoudende taak wil overlaten aan ambtenaren dan kunnen deze bevoegdheden worden gemandateerd overeenkomstig afdeling 10.1.1 Awb. Het is ook de bevoegdheid van de burgemeester het beleid ten aanzien van voorschriften met betrekking tot de evenementenvergunning vast te stellen. Wanneer de burgemeester voornemens is een evenement te verbieden, is het zaak dat dit van een goede motivering is voorzien.
Verificatieplicht Vreemdelingenwet 2000 Zie toelichting artikel 1.8.
Aansprakelijkheid Voorop staat dat de vergunninghouder of de organisator zelf, of degene die bijvoorbeeld tijdens een evenement een gevaar in het leven roept dat zich vervolgens verwezenlijkt, primair aansprakelijk kan worden gesteld voor daardoor veroorzaakte schade. Het arrest Vermeulen/Lekkerkerker (HR 10 maart 1972, NJ 1972, 278) is van overeenkomstige toepassing op de houder van de evenementenvergunning. De Hoge Raad oordeelt in dat arrest dat het feit dat een Hinderwetvergunning (nu: Wet milieubeheer) is verleend, nog niet betekent dat eigenaren van naburige erven schade en hinder, die zij in het algemeen niet behoeven te dulden, wel zouden moeten verdragen van een vergunninghouder. Een dergelijke vergunning vrijwaart de vergunninghouder volgens de Hoge Raad dan ook niet voor zijn aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, ook niet als door de desbetreffende eigenaar tegen verlening van de vergunning tevoren bezwaren zijn ingebracht, maar deze bezwaren zijn verworpen.
Mr. V.H. Affourtit gaat in het tijdschrift “ Risicobewust” onder andere in op de aansprakelijkheid voor toezichtsfalen (Aansprakelijkheid van gemeenten bij evenementen, Tijdschrift Risicobewust, nr. 4, november 2003). Kort samengevat komt zijn artikel op het volgende neer. Voor het houden van toezicht op evenementen bestaan op zichzelf geen heldere regels bij overtreding waarvan de aansprakelijkheid eenvoudig kan worden vastgesteld. De grondslag voor aansprakelijkheid moet dan ook worden gezocht in artikel 6:162 BW en de door het zogenaamde Kelderluikarrest (HR 5 november 1965, NJ 1966, 136) ingevulde ongeschreven zorgvuldigheidsnorm.
Eerste lid De term “organiseren” in het eerste lid heeft niet alleen betrekking op het houden van een evenement, maar ziet tevens toe op de voorbereiding en de afbouw van het evenement. Eveneens wordt gekeken naar de effecten voor de omgeving, zoals parkeren en mobiliteit.
Bij het beoordelen van een aanvraag wordt gekeken of de vergunning al dan niet geweigerd wordt aan de hand van de in artikel 1.8 genoemde criteria.
Tweede lid Een doorlopende vergunning is voor de evenementenvergunning niet aangewezen. Immers het evenement loopt per definitie af. Hier verzet de aard van de vergunning zich tegen een vergunning met onbeperkte duur. Voor de duidelijkheid is dit expliciet in het tweede lid bepaald. Wel is het ter voorkoming van onnodige administratieve lasten mogelijk om voor enkele evenementen die op meerdere dagen plaatsvinden, zoals een snuffelmarkt, te volstaan met één aanvraag en één vergunning.
Derde lid https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
98/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Voor een goede regulering van het evenementenbeleid is het mede noodzakelijk dat er een aantal (kwaliteits)eisen wordt gesteld aan de organisator van het evenement. Het derde lid ziet toe op het feit dat een organisator van een A, B- of C-evenement niet onder curatele mag staan, er geen sprake mag zijn van slecht levensgedrag en de organisator ten minste de leeftijd moet hebben van 18 jaren. Indien hieraan niet is voldaan wordt er in beginsel geen evenementenvergunning afgegeven.
Vierde lid In dit lid heeft de burgemeester de bevoegdheid, onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, de evenementenvergunning op de in dit lid vermelde gronden geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen. Het vierde lid ziet toe op de mogelijkheden om een evenementenvergunning te weigeren dan wel in te trekken of te wijzigen. Indien de bescherming van de openbare orde, dan wel de bescherming van de bezoekers van het evenement (niet langer) gegarandeerd kan worden, kan een vergunning worden geweigerd of alsnog worden ingetrokken. Gebeurtenissen zoals op Koninginnedag 2009 in Apeldoorn, maar ook de dreiging van terroristische aanslagen, zijn feitelijkheden met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven dat het niet wenselijk is dat activiteiten van grote omvang in de stad worden voortgezet.
De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond hanteert een regionale evenementenkalender om te voorkomen dat er veel (grote) evenementen gelijktijdig plaatsvinden in de regio. Organisatoren van A, B- en C-evenementen moeten daarom in het jaar voorafgaand aan het evenement de datum van het evenement tijdig doorgeven aan de gemeente.
Voor een A-evenement geldt dat de aanvraag ten minste vier weken voor het evenement plaatsvindt, moet zijn ontvangen. B- en C-evenementen zijn echter evenementen waarbij veel maatregelen komen kijken wat betreft veiligheid en het voorkomen van overlast. Om de aanvraag hierop goed te kunnen beoordelen en tijdig advies te kunnen krijgen van de adviserende diensten, zoals politie, brandweer en DCMR, moet een aanvraag minstens acht weken van tevoren worden ingediend. Gebeurt dit niet tijdig dan kan de aanvraag voor een evenementenvergunning worden geweigerd.
Onderdelen h en i In deze bepalingen komt het begrip ’volledige aanvraag’ voor. In geval van een niet volledige aanvraag is er aanvullende informatie nodig om de aanvraag te kunnen beoordelen. De evenementenvergunning kan voortaan worden geweigerd wanneer een volledige aanvraag voor het Aevenement niet tijdig is ontvangen. Wanneer de aanvraag volledig is, voldoet deze aan de vereisten voor de indiening, zoals deze in het Horeca- en Evenementenbesluit zijn aangegeven, zodat de aanvraag kan worden behandeld. De achtergrond van deze bepalingen is dat de gemeente bij de behandeling van de aanvraag alleen binnen de vermelde uiterste termijn kan blijven wanneer de in te dienen gegevens reeds aanwezig zijn.
Vijfde lid De burgemeester is bevoegd voorschriften te verbinden aan het houden van een evenement. Voor de toelaatbaarheid van de voorschriften geldt een aantal voorwaarden: -
De voorschriften mogen niet in strijd zijn met enige wettelijke regeling.
-
De voorschriften moeten redelijkerwijs nodig zijn in verband met het voorkomen van aantasting van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, zie de artikelen 1.4 en 1.8.
-
De voorschriften mogen niet in strijd komen met enig beginsel van behoorlijk bestuur.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
99/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Het is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak aanvaardbaar dat de burgemeester aan een evenementenvergunning alsnog nadere voorschriften stelt en zich niet hoeft te beperken tot de voorschriften die voortvloeien uit de aanvraag, of de voorschriften waarmee de aanvrager instemt (ABRS 28-04-2004, inzake Rockbitch, LJN-nr AO8495). Niet nakoming van voorschriften die aan de vergunning verbonden zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning dan wel voor toepassing van andere administratieve sancties. In artikel 1.6 is de intrekkingsbevoegdheid vastgelegd.
De aan de vergunning te verbinden voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de plaats, het tijdstip en de “inrichting” van het evenement, het maximum toe te laten aantal bezoekers, de aard en omvang van de door de organisator zelf te nemen maatregelen ter waarborging van openbare orde en veiligheid, de verkeersveiligheid, de verplichting om de bereikbaarheid van het evenement per openbaar vervoer in openbare aankondigingen aan te geven, het activiteitenprogramma, het veiligheidsplan, een inzetschema met betrekking tot het aantal verkeersregelaars en een hekken- en bordenplan, etc. Met de “inrichting” wordt bedoeld de indeling van het evenemententerrein en de opstelling van de diverse voorzieningen ten behoeve van het evenement, zoals toiletten, (drang)hekken, podia en tribunes.
Privaatrechtelijke voorschriften Het opnemen van privaatrechtelijke voorschriften in een vergunning is niet mogelijk omdat een vergunning eenzijdig van karakter is. Dergelijke voorschriften zouden niet kunnen worden afdwongen. Bovendien kan een vergunning niet worden geweigerd indien de aanvrager niet voldoet aan de privaatrechtelijke vereisten.
Entreeheffing Hennekes gaat in zijn opstel (Gst. 1998, 7076, p. 281-288) in op de vraag of het heffen van entreegeld voor het bezoeken van een evenement al dan niet geoorloofd is. Hij concludeert dat voor entree de organisator met de bezoeker overeenkomt om tegen betaling van een bepaald bedrag het door de organisator geboden evenement te mogen bezoeken. Het is dus de organisator die bepaalt of er entree geheven wordt en zo ja, hoe hoog dat entreegeld zal zijn.
Evenementen en bestemmingsplan Een vergunning voor een evenement kan niet geweigerd worden alleen omdat het in strijd is met een bestemmingsplan. Een aanvraag voor een evenementenvergunning moet worden beoordeeld aan de hand van de belangen die zijn opgenomen in de weigeringsgronden. Andersoortige belangen kunnen geen zelfstandige weigeringsgrond opleveren, (ABRS 29-03-2003, LJN-nr. AF8028) Dus is strijd met het bestemmingsplan geen weigeringsgrond in de zin van de APV.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft echter met betrekking tot het houden van terugkerende, meerdaagse evenementen geoordeeld dat bij evenementen die naar omvang, duur en uitstraling een planologische relevantie hebben die in strijd is met het bestemmingsplan, handhavend moet worden opgetreden. Een uitzondering vormen evenementen die eenmalig plaatsvinden of in elk geval niet regelmatig worden herhaald. Artikel 3.22 Wro, bedoeld als planologische vrijstelling voor tijdelijke activiteiten, kan hierop worden toegepast. Evenementen die geen of slechts geringe planologische relevantie hebben, kunnen eveneens gewoon plaatsvinden. Daarvoor is geen planologische vrijstelling vereist. Voor deze evenementen is wel een evenementenvergunning vereist op grond van de APV en eventuele andere toestemmingen of ontheffingen voor muziek/geluidhinder, brandveiligheid enz. Het is daarom van belang dat gemeenten naast de vergunningverlening erop toezien dat de bestemmingsplannen voorzien in de te houden evenementen.
Evenementen op de openbare weg
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
100/223