Bijlage 2.06 - Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2024-2027
Tekst van het document
5.5 Financiële gevolgen nieuwe prioriteiten scherper in beeld brengen Uitgangspunt bij de uitvoering van het IVP is dat dit zoveel mogelijk binnen de bestaande begroting gebeurt. Voor een aantal ambities zijn de financiële gevolgen nog niet helemaal duidelijk. Strategische ambities kunnen soms tijdelijk of structureel extra financiële investering vragen. De daadwerkelijke financiële gevolgen worden in het eerste kwartaal van 2024 uitgewerkt in de uitvoeringsplannen. Mocht de ontwikkeling of inzet van nieuwe prioriteiten leiden tot behoefte aan extra financiële middelen, dan krijgt de raad dit in een separate voorstel ter besluitvorming voorgelegd. Is de financiële ruimte er niet, dan kan het zijn dat niet alle ambities in dit IVP binnen de beleidstermijn worden gerealiseerd of dat we gezamenlijk andere afwegingen maken.
Pagina | 24
6 Bronnen Gemeente Vlaardingen. (2019). Integraal Veiligheidsplan 2020-2023. Vlaardingen: Gemeente Vlaardingen. Gemeente Vlaardingen. (2021). Groei en bloei voor Vlaardingen - Coalitieakkoord 2022-2026. Vlaardingen: Gemeente Vlaardingen. Gemeente Vlaardingen. (2022). Uitvoeringsprogramma 2023-2026 - Stadsprogramma's. Vlaardingen: Gemeente Vlaardingen. JenV. (2022). Veiligheidsagenda 2023-2026. Den-Haag: Ministerie van Justitie en Veiligheid. Politie Eenheid Rotterdam. (2022). Strategische agenda 2023-2026 Politie Eenheid Rotterdam Samen werken aan veiligheid, vertrouwen en verbinding. Rotterdam: Regionaal Veiligheidsoverleg. VRR. (2022). Beleidsplan 2023·2027 - Wij zijn er altijd: de veiligheidspartner in het meest complexe risicogebied van Nederland. Rotterdam: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. CCV (www.hetccv.nl). Onderwerp Cybercrime. Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid. VNG (www.vng.nl). Artikelen – personen met verward gedrag. Vereniging van Nederlandse Gemeenten. BZK. Onderwerp arbeidsmigranten. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties NJI. Jeugdcriminaliteit. Nederlands Jeugdinstituut. WODC. Monitor jeugdcriminaliteit. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. Dfbonline. De financiële begrippenlijst. Rijksoverheid. Onderwerp ondermijning. Douane. Onderwerp ondermijning
Pagina | 25
7 Bijlagen
Pagina | 26
Bijlage 1 – Evaluatie Integraal Veiligheidsplan 2020-2023
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................................ 2
2.
Doelstellingen lopend IVP ................................................................................................................ 3
3.
Algemene inzet van middelen .......................................................................................................... 4
4.
3.1.
Interventieteam ........................................................................................................................ 4
3.2.
Datagedreven werken ............................................................................................................. 4
3.2.1.
Monitor Bedrijventerreinen .............................................................................................. 4
3.2.2.
Risicokaart bedrijventerreinen ......................................................................................... 5
3.2.3.
Monitor Vastgoedmisbruik ............................................................................................... 5
Een weerbare stad en organisatie tegen ondermijning .................................................................... 6 4.1.
Versterken van informatiepositie ............................................................................................. 6
4.1.1. 4.2.
Verstoren van criminele processen ......................................................................................... 7
4.2.1.
Politiecijfers ...................................................................................................................... 7
4.2.2.
Veiligheidsmonitor ........................................................................................................... 7
4.2.3.
Misdrijven drugshandel .................................................................................................... 8
4.2.4.
Misdrijven wapenhandel .................................................................................................. 8
4.2.5.
Horizontale, verticale en overige fraude .......................................................................... 8
4.2.6.
Cybercrime ...................................................................................................................... 8
4.2.7.
Controle bedrijven ............................................................................................................ 8
4.2.8.
Bestuurlijke sluitingen ...................................................................................................... 9
4.2.9.
Ingezette middelen .......................................................................................................... 9
4.3.
Vergroten van de bestuurlijke en ambtelijke weerbaarheid .................................................. 10
4.3.1. 4.4.
Ingezette middelen ........................................................................................................ 10
Het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid ......................................................... 11
4.4.1. 5.
Ingezette middelen .......................................................................................................... 6
Ingezette middelen ........................................................................................................ 11
Een betere verbinding tussen zorg en veiligheid ........................................................................... 12 5.1.
Het voorkomen en terugdringen van woonoverlast ............................................................... 12
5.1.1.
Cijfermatig beeld ............................................................................................................ 12
5.1.2.
Ingezette middelen ........................................................................................................ 13
5.2.
De aanpak van mensenhandel, illegale prostitutie en seksuele uitbuiting ............................ 16
5.2.1. 5.3.
Ingezette middelen ........................................................................................................ 16
(Brand)veiligheid van minder zelfredzame bewoners ........................................................... 18
5.3.1.
Cijfermatig beeld ............................................................................................................ 18
5.3.2.
Ingezette middelen ........................................................................................................ 18
Pagina | 1
1. Inleiding Voor u ligt de evaluatie van het Integraal Veiligheidsplan (IVP) van de gemeente Vlaardingen 2020 tot en met 2023. Dit document maakt als bijlage deel uit van het IVP 2024-2027. De evaluatie is onder andere uitgevoerd met gebruikmaking van criminaliteits- en overlastcijfers die beschikbaar zijn binnen verschillende open bronnen. Aangezien de doelstellingen van het IVP 2020-2023 en de daaruit voortgekomen focuspunten kwalitatief zijn geformuleerd, kent de evaluatie zelf weinig cijfermateriaal. Bij de evaluatie zijn meerdere in- en externe partners betrokken geweest. Denk hierbij aan de regisseur woonoverlast, ondermijning, (na)zorg en veiligheid, de politie, het Openbaar Ministerie en het Zorg en Veiligheidshuis. Samen met hen zijn de ingezette middelen per focuspunt omschreven. Met behulp van deze ingezette middelen en, waar het zich leent, cijfermateriaal is gepoogd de vraag te beantwoorden ‘hebben we als gemeente de benoemde doelstellingen behaald’. Wat wel vermeld moet worden is dat de doelstellingen, zoals eerder vermeld, kwalitatief zijn geformuleerd. In de praktijk kan niet zwart-wit worden gesteld of een doelstelling wel of niet is behaald. Wel zorgt de evaluatie ervoor dat goed zichtbaar is welke inspanningen we als gemeente hebben gedaan en wat er (nog) beter kan.
Pagina | 2
2. Doelstellingen lopend IVP Het huidige Integrale Veiligheidsplan kent twee kwalitatieve prioriteiten: ▪ ▪
Een weerbare stad en organisatie tegen ondermijning. Een betere verbinding tussen Zorg- en Veiligheid.
In de volgende hoofdstukken zijn de prioriteiten afzonderlijk geëvalueerd.
Pagina | 3
3. Algemene inzet van middelen In de periode van het IVP 2019-2023 zijn twee middelen ingezet die voor een groot gedeelte van de focuspunten een rol van betekenis speelden. Dit hoofdstuk richt zich op een uitleg over deze middelen in algemene zin.
3.1. Interventieteam Eind 2021 gaf het Concern Directie Team (CDT) de opdracht voor de start van een zo breed mogelijk inzetbaar interventieteam. In overeenstemming met interne afdelingen werd besloten om ‘klein’ te starten en de focus te leggen op de aanpak van woonoverlast. In februari 2022 zijn in zes maanden 53 adressen gecontroleerd. In 95% van de gevallen zijner overtredingen en/of strijdigheden met het bestemmingsplan en/of bouwbesluit geconstateerd. Na deze periode was het effect van de inspanningen van het interventieteam duidelijk zichtbaar; gecontroleerde pandeigenaren verkochten hun woning die weer beschikbaar werden voor onder andere particulieren. In 2023 is ook de aanpak van ondermijning een onderdeel van de werkzaamheden van het interventieteam. Het team werkt preventief en repressief en wordt vanuit signalen direct ingezet. Inmiddels bestaat het team uit in- en externe medewerkers met elk hun eigen expertise en is er een tweede coördinator interventieteam aangesteld. Het interventieteam valt op dit moment niet meer weg te denken bij de aanpak van woonoverlast en ondermijning. De regie ligt en blijft bij de gemeente Vlaardingen en er wordt nauw samengewerkt met overige partners. Het team Openbare Orde en Veiligheid is verantwoordelijk voor de aansturing en coördinatie.
Onder de regie van de regisseurs Woonoverlast en Ondermijning vinden er op regelmatige basis controles plaats. Het interventieteam kijkt onder andere naar:
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Brandveiligheid; Boekhouding/witwassen; Illegale bewoning; Overbewoning; Spookbewoning; Woonoverlast; Woonfraude; Vergunningen.
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Inschrijving Basisregistratie Personen (BRP) Mensenhandel; Prostitutie; Drugs; Heling (Digitaal Opkopers Register) Sociale zekerheidsfraude; Milieudelicten; Illegaal gokken.
Het ligt voor de hand dat het interventieteam een grote rol heeft gespeeld bij het behalen van de, in het IVP benoemde, focuspunten.
3.2. Datagedreven werken Om de informatiepositie te versterken is de afgelopen jaren fors ingezet op de ontwikkeling van datagestuurde inzet. Er zijn datasystemen en – applicaties ontwikkeld en geïmplementeerd om, op basis van verkregen informatie, verbanden te leggen en de integrale aanpak daarop aan te passen. 3.2.1. Monitor Bedrijventerreinen In de monitor bedrijventerreinen zijn de relevante gegevens over adressen en bedrijven samengebracht. Voorbeelden zijn gegevens van de Kamer van Koophandel, het Kadaster en registraties van uitgevoerde bedrijvencontroles. Het doel van dit deelinstrument is gegevens en informatie uit verschillende domeinen in samenhang te zien en hier relevante inlichtingen uit af te leiden. Het instrument wordt ondere andere voor het: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Geaggregeerd vergroten van de informatiepositie; Analyseren van een casus; Eenvoudig en snel voorzien in informatiebehoeften; Zicht houden op bedrijfsmutaties; Meer informatie gestuurd samenstellen van pandenlijsten; Betere opvolging van actiepunten n.a.v. uitgevoerde controles.
Pagina | 4
3.2.2. Risicokaart bedrijventerreinen De risicokaart Bedrijventerreinen is een uitgewerkte signaleringstool in de vorm van een dashboard. Het doel van dit dashboard is het: ▪
▪
In kaart brengen van de (risicovolle) adressen en ondernemingen op de Vlaardingse bedrijventerreinen. Dit draagt weer bij aan: o Het (gerichter) uitvoeren van acties en interventies; o De onderbouwing van (integrale) ondermijningscasussen; o De informatievoorziening bij het organiseren van integrale bedrijvencontroles; Onderzoeken in hoeverre sprake is van een vergroot risico op ondermijning op de Vlaardingse bedrijventerreinen en zo ja, of sprake is van eventuele hotspots of mogelijke gelegenheidsstructuren. Dit kan helpen bij het formuleren van een preventieve aanpak;
3.2.3. Monitor Vastgoedmisbruik De monitor vastgoedmisbruik brengtde relevante gegevens over de Vlaardingse vastgoedsector samen. Voorbeelden zijn gegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), het Kadaster en registraties van uitgevoerde controles door het interventieteam. Het doel van dit deelinstrument is gegevens en informatie uit verschillende domeinen in samenhang te zien en hier relevante inlichtingen uit af te leiden. Het instrument wordt onder andere gebruikt voor het: ▪ ▪ ▪
Geaggregeerd vergroten van de informatiepositie m.b.t. de vastgoedsector en het vastgoedbezit in Vlaardingen; Eenvoudig en snel voorzien in informatiebehoeften; Betere opvolging van actiepunten n.a.v. uitgevoerde controles.
Dankzij intern ontwikkelde registratietools is een verbeterde dossiervorming gerealiseerd. Tot slot is het van belang om te vermelden dat de ontwikkelduur van deze datasystemen ongeveer 2 jaar bedroeg. De doorontwikkeling vindt nog plaats en onlangs is de inspectie-applicatie ‘Montr’ in gebruik genomen. Deze applicatie zorgt dat gegevens, verzameld gedurende controles, geautomatiseerd in de informatiesystemen terecht komen.
Pagina | 5
4. Een weerbare stad en organisatie tegen ondermijning Criminelen maken voor illegale activiteiten gebruik van legale bedrijven en diensten. Hierdoor vervagen normen en neemt het gevoel van veiligheid en leefbaarheid af. Dit effect heet ook wel ondermijning. Criminelen schuwen niet om legale partijen te beïnvloeden of te onderdrukken. Om met de benoemde prioriteit aan de slag te gaan is onderstaande doelstelling geformuleerd: ‘In samenwerking met partners, ondernemers en inwoners verder terugdringen van ondermijning, zodat de samenleving niet verder wordt aangetast en de veiligheid van de stad, de weerbaarheid van de maatschappij en de overheid in Vlaardingen wordt vergroot.’ Om de doelstelling te realiseren isgewerkt met de focuspunten: ▪ ▪ ▪ ▪
Versterken van de informatiepositie. Verstoren van criminele processen. Het vergroten van de bestuurlijke en ambtelijke weerbaarheid. Het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid.
In de volgende paragrafen zijn de focuspunten benoemd en de daarvoor ingezette middelen omschreven.
4.1. Versterken van informatiepositie Net als de bestuurlijke aanpak is de geïntegreerde aanpak in grote mate afhankelijk van een goede informatievoorziening. Een goede informatiepositie draagt bij aan besluitvorming over uit te voeren interventies. Partners moeten in staat en bereid zijn om informatie met elkaar te delen. Of partners daartoe in staat zijn hangt onder andere af van de interne informatiepositie. Als deze niet op orde is, heeft dat zijn weerslag op de gezamenlijke informatiepositie. Het is daarom van belang dat de gemeente Vlaardingen als partner haar interne informatiepositie versterkt. 4.1.1. Ingezette middelen De gemeente zette de afgelopen jaren onderstaande middelen in ten aanzien van het focuspunt ‘versterken van de informatiepositie’. Datagedreven werken In hoofdstuk 3 – algemene middelen is uitgebreid stilgestaan bij het middel datagedreven werken. Dankzij de ontwikkelde applicaties blijkt dat dit middel zeer effectief is bij het versterken van onze informatiepositie. Voorheen bestaande blinde vlekken van ondermijnende activiteiten binnen bedrijven zijn zichtbaar en er wordt gerichter geïntervenieerd. Meld een vermoeden Sinds januari 2021 is de gemeente Vlaardingen aangesloten bij ‘Meld een Vermoeden’, een applicatie voor mobiele telefoons waarin gebruikers vermoedens van drugshandel, witwassen of fraude in kunnen vermelden.
Bewoners en ondernemers kunnen met deze applicatie (anoniem) meldingen of signalen insturen over (mogelijke) ondermijning in Vlaardingen. De gemeente werkt samen met de politie, justitie, de belastingdienst en andere organisaties om ondermijning te voorkomen en aan te pakken. Medio 2023 startte een nieuwe campagne om het bewustzijn en de meldingsbereidheid van de inwoners van Vlaardingen te vergroten. Er zijn geen cijfers beschikbaar van het verloop van het aantal downloads van de applicatie. Wel is er na de onlangs gestarte campagne een stijging van het aantal downloads zichtbaar. Op 1 april 2023 hebben 132 burgers en 42 professionals de applicatie gedownload. Na de lancering van de campagne zijn deze cijfers gestegen naar respectievelijk 356 en 49.
Pagina | 6
Convenanten In de bestrijding van ondermijning is het belangrijk om informatie met zowel in- als externe partners te delen. De afgelopen jaren is geïnvesteerd in het opstellen van convenanten met onder andere de politie en het Regionale Informatie en Expertise Centrum (RIEC). Dankzij de convenanten wordt er onderling informatie uitgewisseld over ondermijning gerelateerde problematiek. Interventieteam – controle bedrijven Het interventieteam richt zich onder andere op het controleren van bedrijven. De verkregen informatie wordt vastgelegd in de datasystemen wat bijdraagt aan het effectiever inrichten van controles.
4.2. Verstoren van criminele processen Om georganiseerde criminaliteit effectief aan te pakken, is inzicht in het bedrijfsproces van criminelen essentieel. Zo wordt duidelijk welke stappen criminelen zetten zetten om een delict te plegen en welke partijen en gelegenheden het delict mogelijk maken 6. De gemeenten, dus ook Vlaardingen, vervullen een belangrijke regierol in de aanpak van ondermijning. Een taak van het openbaar bestuur is de aanpak van maatschappelijke effecten van georganiseerde criminaliteit – ook wel de bestuurlijke aanpak genoemd. 4.2.1. Politiecijfers Het focuspunt criminele processen valt niet in cijfers uit te drukken. Wel maken politiecijfers ondermijnende vormen van criminaliteit zichtbaar. De cijfers van mensenhandel en mensensmokkel zijn onder het focuspunt de aanpak van mensenhandel, illegale prostitutie en seksuele uitbuiting vermeld.
4.2.2. Veiligheidsmonitor In de Veiligheidsmonitor van 2021 is een vragenlijst opgenomen, gericht op slachtofferschap van online criminaliteit: Soort Kans om slachtoffer te worden van internetoplichting Online criminaliteit Slachtoffers Heeft/had gevolgen voor slachtoffer Melding Aangifte % slachtoffers Hacken Slachtoffers Apparaat Account
6
Bron: CCV
Pagina | 7
Waarde % (heel) groot
2021 20,8
Waarde % % slachtoffers % slachtoffers % slachtoffers Waarde % % %
2021 16,7 19,6 47,7 18,0 2021 7,3 4,1 5,6
Online oplichting en fraude Slachtoffers oplichting en fraude Aankoopfraude Verkoopfraude Fraude betalingsverkeer Identiteitsfraude Phishing
Waarde %
2021 10,3
% % % % %
7,9 2,2 0,9 0,5 0,9
4.2.3. Misdrijven drugshandel De politiecijfers geven aan dat er sinds 2020 een daling is van drugshandel. Dit is positief, omdat dit cijfer met 230% was gestegen in de evaluatie van het IVP 2016 -20197. 4.2.4. Misdrijven wapenhandel Waar de cijfers van drugshandel een daling laten zien, is bij misdrijven wapenhandel het tegenovergestelde het geval. In 2023 registreerde de politie 52 keer het misdrijf wapenhandel. Dit is een meer dan een verdubbeling t.o.v. 2020 waarin 22 keer het misdrijf wapenhandel is geregistreerd. Zoals eerder aangegeven maken vier maatschappelijke klassen deel uit van deze indicator (bezit (1), handel (2), vuur- (3) en overige wapens (4)). Een nadere studie van de geregistreerde cijfers is noodzakelijk om het probleem te kunnen specificeren. Een mogelijke verklaring van de stijging van de cijfers is dat het wapenbezit onder jongeren het afgelopen jaar enorm is toegenomen. 4.2.5. Horizontale, verticale en overige fraude In de jaren 2020 en 2021 is deze vorm van criminaliteit enorm toegenomen.. In 2023 is het aantal geregistreerde misdrijven horizontale fraude weer gedaald naar het aantal pre-coronaperiode, maar het betreft nog steeds een enorm aantal (397). Deze vorm van criminaliteit maakt zelfs in 2022 voor 10% deel uit van het totale aantal misdrijven binnen de gemeente Vlaardingen (3.838 misdrijven).
In 2021 heeft ruim 20% van de respondenten in de Veiligheidsmonitor aangegeven dat zij de kans (heel) groot achten om om slachtoffer te worden van oplichting via internet. Daarnaast blijkt 16,7% daadwerkelijk slachtoffer te zijn van deze vorm van criminaliteit. 19,6% heeft hier daadwerkelijk gevolgen aan ondervonden. Dat deze cijfers slechts het topje van de ijsberg laten zien, blijkt uit het gegeven dat slechts 18% van de slachtoffers aangifte bij de politie hebben gedaan. De politiecijfers van verticale fraude en overige fraude zijn in 2022 respectievelijk gedaald naar slechts 1 en 2. Afgezet tegen het enorme aantal gepleegde horizontale fraude wordt dit cijfer als verwaarloosbaar beschouw. Dit bekent niet dat er afbreuk wordt gedaan aan de impact die het op de slachtoffers had. 4.2.6. Cybercrime Cybercrime kende in de jaren 2020 en 2021 een behoorlijke stijging, respectievelijk 27 en 62. In 2022 is het aantal geregistreerde cybercrime-misdrijven weer gezakt naar 34. Het cijfer is misschien relatief laag, maar de economische schade van dit misdrijf kan enorm hoog zijn. Daarnaast is het oplossingspercentage doorgaans niet hoog gelet op de complexe en tijdrovende opsporingsonderzoeken. Een positieve noot is dat landelijk deze vorm van criminaliteit is geprioriteerd, zodat er meer capaciteit en middelen vrijkomen voor preventie en repressie. 4.2.7.
Controle bedrijven Een belangrijk onderdeel van het verstoren van criminele processen is het uitvoeren van periodieke controles van bedrijven.
Ten aanzien van bovenstaande cijfers wordt het volgende opgemerkt:
7
Zie bijlage Terugblik Integraal Veiligheidsplan 2016-2019, pag. 42
Pagina | 8
▪ ▪
In 2020 zijn er minder controles uitgevoerd in verband met corona. Dit had ook nog invloed op de cijfers van 2021; Het is mogelijk dat er in werkelijkheid meer controles zijn uitgevoerd, maar dat deze niet (goed) zijn geregistreerd.
4.2.8. Bestuurlijke sluitingen De afgelopen jaren zijn er panden gesloten op grond van de bestuurlijke bevoegdheid van de burgemeester. Dit was vrijwel in alle gevallen op grond van een overtreding van de Opiumwet. Zie onderstaande staafdiagram voor de aantallen over de periode 2020-2022.
4.2.9. Ingezette middelen De gemeente heeft de afgelopen jaren onderstaande middelen ingezet ten aanzien van het focuspunt ‘verstoren van criminele processen’. Datagedreven werken Een ander voorbeeld om de criminele processen te verstoren, is het uitvoeren van fenomeenanalyses in Vlaardingen. Naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen en fenomenen voeren we onderzoek uit naar deze thema’s in onze stad (denk aan branches of verschijningsvormen, zoals garageboxen en verzamelgebouwen). We onderzoeken deze thema’s in Vlaardingen om inzicht te krijgen in de aard en omvang binnen onze gemeente. Met de uitgevoerde analyses (en eventuele controles die daarop volgen) wil de gemeente haar informatiepositie en maatschappelijke weerbaarheid vergroten ten aanzien van ondermijnende criminaliteit. De uitkomsten van het onderzoek dragen bij aan het formuleren van een preventieve aanpak van ondermijning. Interventieteam In mei 2022 stelde dr. E. van der Torre een rapport op ‘Over (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in Vlaardingen’. In het rapport werd onder andere het advies gegeven om het interventieteam ook in te zetten tegen ondermijning. Het interventieteam is, mede op dat advies, uitgebreid. Binnen de bedrijventerreinen wordt op structurele basis gecontroleerd.
Deze controles zijn integraal en er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van zelf opgedane, maar ook verkregen, informatie. Dit leidt tot effectiever ingerichte controles; alleen de juiste partners worden betrokken. Wet Bibob De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Bij dreiging van het misbruiken van een vergunning, kan de bevoegde overheidsinstantie de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Dit voorkomt dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en zorgt voor bescherming van de concurrentiepositie van de bonafide ondernemers. Binnen de gemeente Vlaardingen werd en wordt de Wet Bibob toegepast om te voorkoming van het faciliteren van criminelen. Er is geïnvesteerd in het vrijmaken van capaciteit voor de uitvoering van Bibob-onderzoek en uitbreiding van de toepassing van de Wet Bibob. Dit heeft in 2022 geresulteerd met de start van een Bibob-coördinator en verregaande ontwikkelingen met het ‘Bibob-proof’ maken van bestaand beleid. RIEC-casussen Pagina | 9
In samenwerking met het RIEC en de daarbij aangesloten partners is casuïstiek opgepakt, onder andere binnen de thema’s witwassen en vastgoedfraude. Beleidslijn tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat In augustus 2021 is in Vlaardingen de Beleidsregel van de burgemeester houdende regels omtrent het stimuleren van een gezond ondernemersklimaat en het werken van malafide ondernemers geïmplementeerd. Bepaalde branches en sectoren zijn kwetsbaar(der) voor ondermijning. Door het invoeren van een vergunningplicht heeft de gemeente Vlaardingen meer grip gekregen op ondermijning in gebouwen, gebieden of branches. Beleid sluiting voor het publiek openstaande gebouwen gemeente Vlaardingen In september 2021 is in Vlaardingen het beleid sluiting voor het publiek openstaande gebouwen van kracht. Met dit beleid kan de burgemeester, op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en indien de openbare orde dit vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. Het doel van deze bevoegdheid is het herstel van de openbare orde en veiligheid, het weren en terugdringen van criminaliteit in en vanuit voor het publiek openstaande gebouwen en het beëindigen van aanhoudende en ontoelaatbare overlast die niet met andere middelen voldoende kan worden bestreden.
4.3. Vergroten van de bestuurlijke en ambtelijke weerbaarheid Een integere overheid is een betrouwbare overheid. Het is belangrijk dat ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers integer zijn. Er zijn regels en gedragscodes ontwikkeld om die integriteit zoveel mogelijk te borgen. Maar minstens zo belangrijk is dat integriteit een soort grondhouding moet zijn, een mentaliteit. In afstemming met het Openbaar Ministerie heeft de Rijksrecherche, op basis van haar onderzoeken, een aantal bestuurlijke adviezen opgesteld. Deze adviezen bevatten aanbevelingen om kwetsbaarheden in systemen van overheidsorganisaties, die in onderzoeken naar voren zijn gekomen, op te lossen. Zo heeft de Rijksrecherche dit jaar aandacht gevraagd voor het thema logging: het adequaat registreren van handelingen van medewerkers te achterhalen wie wanneer welke informatie opvraagt in informatiesystemen van de overheid. In de onderzoeken van de Rijksrecherche is zichtbaar dat georganiseerde criminele samenwerkingsverbanden belangstelling hebben voor informatie uit overheidssystemen en op zoek gaan naar corrupte contacten binnen de overheid. Rijksrechercheurs zien dat criminelen veel geld over hebben voor kentekenregistraties en persoonsgegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Daarnaast kan het ook gaan om het verstrekken van valselijk opgemaakte paspoorten. 4.3.1.
Ingezette middelen De gemeente zette de afgelopen jaren onderstaande middelen in ten aanzien van het focuspunt ‘Het vergroten van de bestuurlijke en ambtelijke weerbaarheid’. Inspanningen naar medewerkers, college- en/of raadsleden Veel van de eerder benoemde ingezette middelen hebben een relatie met dit focuspunt. Aan de medewerkers, college- en/of raadsleden zijn trainingen en inspiratiesessies aangeboden voor versterking van de bewustwording van signalen van georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Bij het in dienst treden bij de gemeente Vlaardingen moet de medeweker de eed dan wel belofte afleggen. Ook ondertekent de medewerker de gedragscode integriteit gemeente. Verder is er aan de medewerkers van de gemeente Vlaardingen een e-learning aangeboden. Deze leert de medewerkers het herkennen van signalen van ondermijning en waar zij dit kunnen melden. Informatieveiligheid Gemeenten zijn, net als andere (overheids-)organisaties, kwetsbaar als het gaat om de (digitale) dienstverlening – met name het veilig/beveiligd uitvoeren van deze dienstverlening – en het beheer van persoonsgegevens. Als de overheid haar de digitale beveiliging niet voldoende borgt, is het vertrouwen in de overheid in het geding. De gemeente Vlaardingen toets haar informatieveiligheid jaarlijks met gebruikmaking van het Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA).
ENSIA is ontstaan vanuit een gezamenlijk initiatief van de ministeries van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Milieu, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het doel Pagina | 10
van ENSIA is om tot een zo effectief en efficiënt mogelijk ingericht verantwoordingsstelsel voor informatieveiligheid te komen, gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). ENSIA is per 1 juli 2017 ingevoerd en laten 8 informatiestelsels hun verantwoordingssystematiek via ENSIA verlopen. In het jaar 2022 zijn alle zelfevaluaties en audits ruim binnen de gestelde normeringen afgerond en met een voldoende score beoordeeld. Een externe auditor heeft vervolgens over de relevante audits een goedkeuring (assuranceverklaring) afgegeven.
4.4. Het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid Het doorbreken van de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld kan de overheid niet alleen. Een weerbare samenleving is daarom van groot belang. Ondermijning manifesteert zich in de maatschappij op verschillende manieren. Jongeren worden aangetrokken tot het geld en de status van de drugshandel en op bedrijventerreinen, vakantieparken, in winkelstraten en andere plekken maken criminelen gebruik van faciliteiten om hun criminele activiteiten mogelijk te maken. Hierbij ontstaan informele economieën, waarin meer geld wordt verdiend dan in de legale sfeer. Wegkijken, meedoen en profiteren is soms eerder regel dan uitzondering. Om dit te doorbreken is een brede maatschappelijke aanpak nodig. Investeren in samenwerking met burgers, branches, scholen, verhuurders en ondernemers is nodig om dit te bereiken. Zo ontstaan er nieuwe integrale coalities in bijvoorbeeld de signalering en aanpak/preventie van ondermijning. 4.4.1. Ingezette middelen De gemeente Vlaardingen zette de afgelopen jaren onderstaande middelen in op het focuspunt ‘Het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid’. Inzetten media De gemeente Vlaardingen informeert haar inwoners over ondermijning, sluitingen van panden, successen en via welke wijze zij melding kunnen doen van ondermijnende activiteiten.
Voor deze berichtgeving gebruiken wij onze (digitale) kanalen, de media en de partners. Polarisatie en radicalisering Binnen de gemeente Vlaardingen is, als het gaat om polarisatie en radicalisering, een netwerk van sleutelfiguren actief. Bij signalen op individueel niveau is de regisseur (na)zorg en veiligheid het aanspreekpunt naar het Zorg- en Veiligheidshuis. Sinds oktober 2022 is het project Weerbaar Opvoeden binnen Vlaardingen van kracht. Dit is een, door de landelijke overheid gesubsidieerd project en biedt de ouders vaardigheden voor en steun bij de opvoeding van hun pubers. Daar wordt onder andere het fenomeen radicalisering in besproken. Preventie met gezag Medio 2022 is het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gestart 8. De centrale doelstelling van het Nationaal Programma is om de leefbaarheid en veiligheid van de meest kwetsbare gebieden in Nederland (20 in totaal) binnen een tijdsbestek van 15 tot 20 jaar tijd op orde te brengen en het perspectief van de bewoners te verbeteren. De wijk Westwijk in Vlaardingen is aangewezen als één van deze kwetsbare gebieden. Eén van de actielijnen in het rapport luidt ‘we investeren in de preventie van jeugdcriminaliteit en vergroten de weerbaarheid van jongeren’.
Het kabinet wil met deze actielijn voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassen in een kwetsbare positie in de criminaliteit belanden. Er wordt daarom ingezet op een brede, domeinoverstijgende wijkaanpak en het versterken van de justitiële en sociale ondersteuning in de wijk. Voor de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit heeft het Kabinet onder de noemer ‘Preventie met gezag’ structureel € 82 miljoen ter beschikking gesteld en € 61 miljoen voor de preventie en aanpak van jeugdcriminaliteit. Tijdens het opstellen van dit document is de subsidie toegekend en is gestart met eerste interventies. De focus is in eerste instantie gericht op de integrale jeugdaanpak binnen de wijk Westwijk. Het is vanzelfsprekend dat de best practices worden toegepast binnen heel Vlaardingen.
8
Zie het rapport Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
Pagina | 11
5. Een betere verbinding tussen zorg en veiligheid Uit de veiligheidsanalyse van IVP 2016-2019 bleek dat de behoefte bestond tot een betere verbinding tussen zorg- en veiligheid. De gemeente Vlaardingen kende een stijging van complexere zorg- en veiligheidscasuïstiek. Een groeiende groep inwoners kampte met ernstige en complexe problemen die het Zorg- en Veiligheidshuis raakte. Deze problematiek ‘verplaatste’ naar de samenleving in de vorm van overlast, geweld en/of criminaliteit. Voor deze prioriteit werd onderstaande doelstelling geformuleerd: Het versterken van de verbinding tussen zorg en veiligheid, zodat overlast en onveiligheid wordt voorkomen., maar bovenal kwetsbare inwoners niet tussen wal en schip terechtkomen en in staat zijn gesteld een plek in de samenleving in te nemen. Om de doelstelling te behalen is ingezet op onderstaande focuspunten: ▪ ▪ ▪
Het voorkomen en terugdringen van woonoverlast. De aanpak van mensenhandel, illegale prostitutie en seksuele uitbuiting. (Brandveiligheid) van minder zelfredzame bewoners.
5.1. Het voorkomen en terugdringen van woonoverlast Woonoverlast is hinder die in, vanuit en rondom een woning wordt veroorzaakt. De overlastgever en/of degenen voor wie hij verantwoordelijk is, vertonen overlastgevend gedrag en/of laten juist na bepaald gedrag te vertonen. Dit veroorzaakt een onplezierige ervaring bij omwonenden, zoals: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Geluidsoverlast; Fysieke verloedering; Vervuiling; Intimiderend gedrag; Brandgevaar; Drugs- en/of drankgebruik.
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) hanteert de volgende definitie: Woonoverlast is hinder die in, vanuit en rondom een woning kan worden veroorzaakt. De overlastgever en of degenen voor wie hij verantwoordelijk is, vertonen overlastgevend gedrag en of laten juist na bepaald gedrag te vertonen waardoor een onplezierige ervaring bij omwonenden wordt veroorzaakt. Denk daarbij aan: geluidsoverlast, fysieke verloedering, vervuiling, intimiderend gedrag, brandgevaar en drugsoverlast. Verder kunnen we woonoverlast splitsen in eenvoudig en complex: ▪ ▪
Eenvoudige woonoverlast (monodisciplinair) kan met een simpele handeling of verwijzing een halt toe worden geroepen; Complexe woonoverlast (multidisciplinair) is structureel van aard en meerdere partners moeten inspanning leveren om de overlast te stoppen.
5.1.1. Cijfermatig beeld Dit focuspunt is deels door cijfers gemeten, er is immers ingezet op het voorkomen en terugdringen van woonoverlast. Er wordt voor de objectieve cijfermatige weergave gebruik gemaakt van politiecijfers over meldingen burengerucht.
Pagina | 12
Opvallend is dat in de periode 2019 tot en met 2020 het aantal registraties burengerucht met 184 is gestegen en in de periode van 2020-2021 weer met 91 registraties is gezakt. Een mogelijke verklaring van de hoge stijging in 2020 zijn de ingevoerde maatregelen rondom de coronapandemie – met name de lockdown(s). In 2022 is het aantal registraties ten opzichte van 2021 weer licht gestegen naar 386 (+29). De politiecijfers zijn echter niet representatief; Vanuit één adres of melder worden in sommige gevallen wel 10 tot 20 meldingen gedaan over burengerucht. Voor de subjectieve veiligheidscijfers is gebruik gemaakt van de veiligheidsmonitor 2019 en 2021 – leefbaarheid en overlast in buurt. In 2019 ondervond 7,5% van de respondenten ‘veel overlast’ van buurtbewoners. In 2021 steeg dit percentage naar 8%. De Veiligheidsmonitor van 2023 is tijdens de uitvoering van de evaluatie van het lopende IVP nog niet gepubliceerd. De regisseur woonoverlast geeft aan dat in pre-coronatijd er duidelijk andere problematiek was dan in post-coronatijd. De hedendaagse praktijk is dat de personen die overlast ondervinden en de ketenpartners elkaar weten te vinden. Als gevolg van de verbeterde integrale aanpak is in 2023 is een stijgende lijn zichtbaar van het aantal gedane meldingen. Deze stijging houdt per definitie niet in dat de woonoverlast in de gemeente Vlaardingen stijgt, integendeel.
Voorheen niet gemelde vormen van woonoverlast bereiken nu wel de gemeente. Bewoners ondervinden namelijk dat met de huidige aanpak de melding wél wordt afgehandeld. Dit is ook direct zichtbaar dankzij de inzet van het interventieteam. Ook langslepende casuïstiek, die soms al 3 tot 5 jaar voortduren, wordt, dankzij de integrale samenwerking/beleid en uitvoering omtrent aanpak woonoverlast, nu wel opgelost. 5.1.2. Ingezette middelen De gemeente zette de afgelopen jaren onderstaande middelen in op het focuspunt ‘Het voorkomen en terugdringen van woonoverlast’. Regisseur woonoverlast In de gemeente Vlaardingen is sinds januari 2021 een regisseur woonoverlast actief. De regisseur schakelt de juiste partners in en zorgt dat zij aanschuiven om dossiers van woonoverlast aan te pakken. De regisseur zorgt er daarnaast voor dat alle stappen evenredig worden genomen voordat er tot de laatste stap wordt overgegaan, een bestuurlijke maatregel opgelegd door de burgemeester. De regisseur loopt tegen veel schrijnende gevallen aan, zoals overbewoning door arbeidsmigranten en personen met onbegrepen gedrag die in een zorgelijke situatie verkeren. De regisseur is daarbij de belangrijke schakel tussen de gemeente en de ketenpartners. Met de komst van de regisseur vindt deze samenwerking gestructureerd plaats en is de informatiedeling juridisch verankerd (CRO).
Er zijn concrete afspraken gemaakt met woningcorporaties, wijkagenten en de gemeente om langlopende conflicten tussen bewoners op te lossen. Daarnaast draagt de regisseur zorg voor het opsporen van problematiek rondom arbeidsmigranten en hoarders (vervuilers). Als laatste vindt er Pagina | 13
door de regisseur een zorgvuldige registratie plaats van data m.b.t. de aangetroffen vormen van woonoverlast. Aan de hand van deze data kan het eerder benoemde interventieteam gerichter controles uitvoeren, wat weer bijdraagt aan een veiligere woonbeleving van de inwoners van Vlaardingen. Het interventieteam begint steeds meer vorm te krijgen en de medewerkers hebben hun weg gevonden binnen het speelveld waarin zij werken. De huidige capaciteit kan nog niet op kan tegen het aantal meldingen van overlast. Dit verdient de aandacht omdat de interventies plaatsvinden op basis van interventies. Dit kan er toe leiden dat andere, overigens ook ernstige vormen van overlast, niet tijdig kunnen worden afgehandeld. Uitvoeringsprogramma aanpak complexe woonoverlast In juni 2021 is het Uitvoeringsprogramma aanpak complexe woonoverlast gemeente Vlaardingen 2021-2022 gestart. In dit uitvoeringsprogramma is voor de periode 2021-2022 beschreven hoe woonoverlast wordt aangepakt. Het uitvoeringsprogramma gold voor een jaar, waar in 2021 de focus vooral lag op het versterken van het professionele netwerk, een goede toeleiding van klachten, het opzetten van een Casus Regie Overleg en het ontwikkelen van een monitor Vastgoedmisbruik. In 2022 is verder toegewerkt naar een verruiming van de integrale aanpak (zoals het interventieteam en was de wens om meer de focus te leggen op preventie.
Veel van de in het uitvoeringsprogramma benoemde actiepunten komen in dit hoofdstuk terug. Woonvisie Vlaardingen 2021-2030 In het derde kwartaal van 2021 stelde het college de Woonvisie Vlaardingen 2021 vast. In de woonvisie zijn vijf ontwikkellijnen geschetst, één genaamd ‘Extra aandacht waar nodig’. Deze ontwikkellijn richt zich op het voorkomen en aanpakken van ongewenste situaties. Er wordt onder andere gestuurd op de instroom van bewoners in kwetsbare wijken, het aanpakken van woonoverlast en het reguleren van (kamer)verhuur aan meer dan twee personen. Paraplu bestemmingsplan Wonen en Woonruimteverordening Door de krappere woningmarkt en het toenemen van arbeidsmigratie, kopen beleggers, uitzendbureaus en werkgevers (niet-convenantpartners) steeds meer woningen op die zij verhuren aan die doelgroep. De omstandigheden waar de arbeidsmigranten zijn gehuisvest werken overlast in de hand, zoals overbewoning. Om dit te voorkomen is op 15 oktober 2020 het paraplubestemmingsplan Wonen in de gemeente Vlaardingen vastgesteld. Door dit bestemmingsplan geldt binnen heel de gemeente Vlaardingen een eenduidige definitie voor wonen, woning en huishouden en zijn toepasbaar op alle bestemmingsplannen. Een belangrijke wijziging is dat een woning slechts mag bestaan uit één huishouden of door twee personen die geen huishouden vormen.
Woonruimteverordening 2021 Op 30 oktober 2021 stelde de gemeenteraad de ‘Verordening beheer woonruimtevoorraad Vlaardingen 2021’ vast (aangepast op 23 maart 2023). Het doel van de verordening is het voorkomen van het splitsen en verkameren van woningen voor een deel van de woningvoorraad in Vlaardingen. Burenbemiddelaar Vlaardingen/mediation Eén van de eerste stappen bij woonoverlast is het conflict oplossen met tussenkomst van mediation. Minters Burenbemiddelaar is door de gemeente Vlaardingen officieel aangesteld om hierin te voorzien. Het staat de bewoners altijd vrij om een andere partij te laten bemiddelen. Mediation vindt plaats op aanraden van bijvoorbeeld de VVE, woningcorporatie, de regisseur woonoverlast of de politie. Het is wel één van de vereiste stappen om bijvoorbeeld toe te werken naar eventuele maatregelen vanuit een burgemeester of woningcorporatie. Huurteam Vlaardingen Medio 2019 startte de gemeente Vlaardingen met de pilot Huurteam Vlaardingen, wat nu een vast onderdeel in de aanpak tegen huisjesmelkers en overbewoning is. Het Huurteam verzorgt woningopnames en waar nodig vervolgprocedures wanneer huurders te veel huur betalen bij achterstallig onderhoud, onjuist afgerekende servicekosten en ongeldige bepalingen in het huurcontract.
Pagina | 14
Convenant huisvesting arbeidsmigranten De gemeente Vlaardingen heeft met drie uitzendbureaus een convenant afgesloten. Daarin zijn afspraken gemaakt over 3 vaste locaties voor het huisvesten van “short stay” migranten. De locaties kunnen in totaal 750 arbeidsmigranten huisvesten. Voordeel van deze afspraken is dat alles gereguleerd en gecontroleerd is. In het convenant is als voorwaarde opgenomen dat de woningen, waarin de arbeidsmigranten zijn gehuisvest, vrijkomen voor starters of jonge gezinnen. Toeristenbelasting niet-ingezetenen Op 26 december 2022 is door de gemeenteraad de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2023 vastgesteld. Deze verordening is aangepast na het uitgevoerde onderzoek naar het heffen van toeristenbelasting. Deze verordening is een nieuw middel om woonoverlast door arbeidsmigranten en expats tegen te gaan. Casus Regieoverleg Woonoverlast (CRO) In 2021 hebben de gemeente Vlaardingen, de politie en de woningcorporaties een samenwerkingsovereenkomst ondertekend om de complexe woonoverlast aan te pakken. Door de komst van deze overeenkomst is de samenwerking tussen de betrokken partijen verbeterd en geïntensiveerd. Informatie-uitwisseling onderling is vereenvoudigd en per oktober 2021 vindt er een maandelijks Casus Regie Overleg Woonoverlast plaats.
In dit overleg bespreken zij dossiers van de meest ernstige vormen van woonoverlast en stellen zij gezamenlijk een plan van aanpak op. Beleidsregels aanpak woonoverlast Voorheen kon het gemeentebestuur bij woonoverlast slechts een bestuurlijke waarschuwing geven of besluiten tot uithuisplaatsing van de overlastgever. Op 1 juli 2017 trad de Wet aanpak woonoverlast in werking en is het artikel 151d aan de Gemeentewet toegevoegd. Met dit artikel kan de gemeenteraad de burgemeester de (discretionaire) bevoegdheid geven om bij ernstige en herhaaldelijke woonoverlast specifieke gedragsaanwijzingen (bestuursdwang) op te leggen aan de overlastgever en/of over te gaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. De bevoegdheid is door de gemeenteraad in Vlaardingen bij raadsbesluit, onder artikel 2:94, in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen. Daaropvolgend zijn in januari 2021 de beleidsregels houdende regels omtrent de aanpak van woonoverlast vastgesteld en ingevoerd. De beleidsregels voorzien in een nadere invulling van de in de Gemeentewet en Algemene Plaatselijke Verordening vermelde bevoegdheden. Uithuisplaatsing/huisverbod In het verlengde van de in het vorige hoofdstuk benoemde beleidsregels kan de burgemeester een gedragsaanwijzing opleggen.
Als een gedragsaanwijzing is opgelegd en de met de aanwijzing samenhangende termijn is verstreken en de overlast duurt voort, dan wordt beoordeeld of het opleggen van een nieuwe bestuurlijke sanctie nodig is. Als het nodig blijkt wordt artikel 151d lid 3 van de Gemeentewet – het huisverbod – toegepast. Opkoopbescherming Per 15 maart 2023 werkt de gemeente Vlaardingen met de opkoopbescherming om verdringing op de koopmarkt door beleggers tegen te gaan. Woningen tot een WOZ waarde van € 300.000,- mogen alleen nog door de eigenaar worden bewoond. Het verhuren van een woning kan dan alleen via een vergunning. Deze vergunning wordt slechts verleend: ▪ ▪
▪
bij verhuur aan eerste graad bloed- en aanverwanten (naaste familie). bij verhuur voor tijdelijke duur (maximaal 12 maanden), in afwachting van het moment dat koper de woning zelf kan gaan bewonen. als de woning onderdeel uitmaakt van een kantoor-, winkel- of bedrijfspand.
Team Aanpak woonadresfraude bij publiekszaken voor BRP onderzoeken Het herstelplan (d.d. 23 april 2020) benoemt diverse maatregelen in het domein Wonen. Voor de aanpak van adresfraude is, naast de extra BOA’s, ook in extra capaciteit bij de backoffice bij Publiekszaken geïnvesteerd.
Pagina | 15
Verbinding sociaal domein In de praktijk blijkt dat er een causaal verband is tussen de stijgende woonoverlast en kwetsbare, verwarde, personen en/of met verslavingsproblematiek. Ook is er soms sprake van personen die hun huis (laten) vervuilen of verwaarlozen, of er is sprake van hoarder-problematiek. Aangezien dit veelal langlopende en complexe dossiers zijn, is een goede zorg en begeleiding van kwetsbare personen belangrijk bij het voorkomen van woonoverlast. Om die reden is er in 2022 gestart met de procesverbetering met het sociaal domein. Doel is om dergelijke casuïstiek te agenderen en een eenduidige werkwijze voor te organiseren. De betrokken procesregisseurs komen wekelijks bijeen om de meest prangende casussen te bespreken.
5.2. De aanpak van mensenhandel, illegale prostitutie en seksuele uitbuiting Mensenhandel is onder andere het werven, vervoeren of opnemen en huisvesten van mensen met gebruik van dwang. Het doel van de mensenhandelaar is de uitbuiting van een persoon. Er zijn verschillende vormen van mensenhandel: ▪ ▪ ▪ ▪
Arbeidsuitbuiting; Seksuele uitbuiting; Criminele uitbuiting; Gedwongen orgaanverwijdering.
Seksuele uitbuiting is iemand dwingen om seksuele diensten te verlenen tegen betaling. De betaling kan bestaan uit geld of andere vergoedingen, zoals kleding of eten 9. Er is sprake van slachtofferschap van mensenhandel of seksuele uitbuiting als een meisje of jongen erkend heeft slachtoffer te zijn of als er feiten zijn die hier op wijzen. Het is in dit verband geen juridische term en het slachtofferschap is niet door een rechter vastgesteld. Daarnaast is het van belang onderscheid te maken tussen een vermoedelijk slachtoffer en een potentieel slachtoffer van uitbuiting of mensenhandel. Deze groepen vormen een grote groep ten opzichte van de daadwerkelijke slachtoffers. Bij een vermoedelijk slachtoffer gaat het om de aanwezigheid van signalen die wijzen op mogelijk slachtofferschap. Bij een potentieel slachtoffer is er sprake van één of meerdere risicofactoren van een verhoogde kans tot slachtofferschap. Een slachtoffer kan zowel een meisje/vrouw of jongen/man zijn. 5.2.1. Ingezette middelen De gemeente zette de afgelopen jaren onderstaande middelen in op het focuspunt ‘de aanpak van mensenhandel, illegale prostitutie en seksuele uitbuiting’. Tentoonstelling ‘open je ogen’ In 2022 is de tentoonstelling ‘Open je ogen’ naar Vlaardingen gebracht om bewustzijn te creëren bij inwoners van Vlaardingen op het thema mensenhandel.
Aansluiting regionaal handhavingsknelpunt mensenhandel In de regio Rotterdam Rijnmond is de aanpak mensenhandel geïntensiveerd, met als gevolg de oprichting van een handhavingsknelpunt mensenhandel. Omdat Rotterdam Rijnmond als handhavingsknelpunt is benoemd, wordt er integraal informatie gedeeld om te komen tot een effectieve aanpak. Aan dit knelpunt zijn het RIEC, AVIM, Belastingdienst, en diverse gemeenten aangesloten, waaronder Vlaardingen. In het knelpunt worden faciliteerders van mensenhandel in kaart gebracht en aangepakt. Aansluiting regionaal controleteam prostitutie en mensenhandel Buitengewoon Opsporingsambtenaren van de gemeente Vlaardingen maken deel uit van het Regionaal Controleteam Prostitutie en Mensenhandel. Dit team is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Schiedam, Capelle aan den IJssel, Vlaardingen en de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel. Het team loopt seksadvertenties na en doen zich in sommige gevallen voor als klant. Prostitutiebeleid Op 22 juli 2021 stelde de gemeenteraad het nieuwe prostitutiebeleid vast. Het vorige beleid van Vlaardingen was verouderd door ontwikkelingen in de bestaande wetgeving, maar ook vanwege de 9
Bron: Nationaal Rapporteur Mensenhandel - 2022
Pagina | 16
veranderde maatschappelijke context. Het oude beleid bleek verouderd en bood onvoldoende handvatten om de bestaande problematiek aan te pakken, de positie van de prostituee te verbeteren en het waterbedeffect tegen te gaan. Regionaal beleidskader mensenhandel De gemeente Vlaardingen is aangesloten bij het Regionaal Beleidskader Mensenhandel en werkte aan de vijf gestelde opgaven van dit beleidskader: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Zicht op mensenhandel; Regionale samenwerking; Awareness, signaleren en melden; Aanpakken faciliteerders en mensenhandelaren; Preventie en zorg voor het slachtoffer.
Regionaal veiligheidsoverleg Het onderwerp mensenhandel is sinds 2018 een strategisch agendapunt binnen het Regionaal Veiligheidsoverleg (RVO) waar de gemeente Vlaardingen bij aansluit. Zo wordt op regionaal niveau tot een aanpak gekomen om mensenhandel te voorkomen en te bestrijden.
Pagina | 17
5.3. (Brand)veiligheid van minder zelfredzame bewoners Ouderen (65-plussers) vormen een kwetsbare leeftijdsgroep bij brand. Ouderen zijn vaker betrokken bij brand in de woonomgeving en raken vaker (dodelijk) gewond. Daarnaast is de behandeling van brandwonden bij ouderen gecompliceerder. De Brandweeracademie en de Brandwonden Stichting voerden een onderzoek uit naar de gevolgen van de vergrijzing voor de brandveiligheid 10. In de nabije toekomst neemt het aantal ouderen fors toe; Voor 2030 is de levensverwachting voor mannen en vrouwen respectievelijk 82 en 85 jaar. Uit het onderzoek is onder andere gebleken dat: ▪ ▪ ▪
ouderen 2,7 keer vaker slachtoffer zijn van een fatale woningbrand dan de gemiddelde inwoner in Nederland. er in 2030 ongeveer 22 slachtoffers van 65 jaar en ouder overlijden door een fatale woningbrand. dit 2 slachtoffers in verpleeg- en verzorgingshuizen en 20 zelfstandig wonende slachtoffers zijn.
Kijkend naar de bevolkingssamenstelling in Vlaardingen blijkt dat de voorspelde stijging, in ieder geval in de leeftijdscategorie 65 tot 80 jaar oud, is ingezet. 21,3% van het aantal inwoners in Vlaardingen verkeerde in 2022 in de leeftijd van 65 jaar of ouder. Deze ‘kwetsbare ouderen’ zorgden binnen de gemeente Vlaardingen voor een ‘grijze druk’11 van 37,0%. Leeftijd bevolking12 65 tot 80 jaar 80 jaar of ouder Grijze druk (65+ t.o.v. 20-64 jaar) % Totaal aantal inwoners Vlaardingen
2019 11.131 4.275 37,1% 72.404
2020 11.236 4.330 36,9% 73.397
2021 11.384 4.332 37,0% 73.924
2022 11.485 4.250 37,0% 74.143
5.3.1. Cijfermatig beeld De Veiligheidsregio houdt cijfers bij van het aantal brandincidenten, waar alle vormen van brand, behalve woningbrand, onder vallen. De politie registreert misdrijven waarbij sprake is van een brandstichting of ontploffing. Deze zijn onder de maatschappelijke klasse F14 Brandstichting en F15 Bomaanslag vastgelegd en levert onderstaand cijfermatig beeld op. Brandincidenten13 Totaal incidenten categorie brand Totaal incidenten categorie woningbrand Misdrijven brandstichting14 Brandstichting/ontploffing
2019 307
2020 295
2021 287
27 2019 32
31 2020 28
31 2021 41
2022 284 38 2022 34
Het aantal incidenten met de categorie brand is de afgelopen twee jaar vrijwel gelijk gebleven en sinds 2019 dalende. De door de politie geregistreerde incidenten van brandstichting/ontploffing is in 2022, ten opzichte van 2021, met 7 gedaald. Wel kende het jaar 2021 het meeste aantal geregistreerde incidenten. 5.3.2. Ingezette middelen Gelet op ontwikkelingen in het voorgaande hoofdstuk en in relatie tot de gegeven doelstellingen, is sinds april 2022 in de gemeente Vlaardingen een wijkbrandfunctionaris werkzaam. Door de inzet van de wijkbrandweerfunctionaris maken we onze inwoners bewust van de veiligheidsrisico’s in en om hun woning en wat zij zelf hierin kunnen doen. De functionaris bezoekt woongebouwen van corporaties en VvE’s voor voorlichtingsbijeenkomsten. Ouderen kunnen vervolgens aangeven of ze ook persoonlijk bezoek willen, om de brandveiligheid in de woning te bespreken tijdens een woningcheck. De functionaris geeft ook op scholen voorlichting.
10
Bron: Nederlands instituut voor Publieke Veiligheid – vergrijzing en brandveiligheid Dit percentage geeft inzicht in de verhouding van de ouderen tot het werkende deel van de bevolking. Bron: CBS – bevolkingsstatistiek – bevolkingssamenstelling op 1 januari 13 Bron: Nederlands Instituut Publieke Veiligheid – Kernscijfers Veiligheidsregio’s – kerncijfers incidenten 14 Bron: Nederlands Instituut Publieke Veiligheid – Kernscijfers Veiligheidsregio’s – kerncijfers incidenten 11 12
Pagina | 18
Daarnaast houdt de functionaris spreekuren, bezoekt hij een wijkcentrum of nodigt mensen uit op de kazerne voor een lunch, het ‘Broodje Brandweer’. De functionaris houdt goed contact met de brandweermensen op de kazerne. Als er een brand in Vlaardingen heeft gewoed, is de functionaris de volgende dag in de wijk zijn, spreekt mensen aan en geeft informatie over de brandveiligheid. Ten slotte is de band met de gemeente goed en kan er snel een voorlichtingsbijeenkomst worden georganiseerd indien nodig.
Pagina | 19
Bijlage 2 – Analyse van het veiligheidsdomein
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................................ 3
2.
Opbouw document ........................................................................................................................... 4
3.
Veilige woon- en leefomgeving ........................................................................................................ 5 3.1.
3.1.1.
Overlastcijfers politie........................................................................................................ 5
3.1.2.
Veiligheidsbeleving sociale overlast en cohesie ............................................................. 5
3.2.
Fysieke kwaliteit....................................................................................................................... 6
3.2.1.
Politie- en gemeentecijfers .............................................................................................. 6
3.2.2.
Veiligheidsbeleving fysieke voorzieningen en verloederingen ........................................ 6
3.3.
Objectieve veiligheid, veelvoorkomende en high impact criminaliteit ..................................... 7
3.3.1.
Criminaliteitscijfers politie ................................................................................................ 7
3.3.2.
Cijfers huiselijk geweld .................................................................................................... 7
3.3.3.
Slachtofferschap traditionele criminaliteit ........................................................................ 8
3.4.
4.
Sociale kwaliteit ....................................................................................................................... 5
Subjectieve veiligheid .............................................................................................................. 8
3.4.1.
Veiligheidsbeleving .......................................................................................................... 8
3.4.2.
Preventieve maatregelen ................................................................................................. 9
3.4.3.
Tevredenheid contact met politie en gemeente ............................................................ 10
Bedrijvigheid en veiligheid .............................................................................................................. 11 4.1.
Veilig winkelgebied ................................................................................................................ 11
4.1.1.
5.
4.2.
Veilig bedrijventerrein ............................................................................................................ 12
4.3.
Veilig uitgaan ......................................................................................................................... 12
4.4.
Veilige evenementen ............................................................................................................. 12
4.5.
Veilig toerisme ....................................................................................................................... 13
Jeugd en veiligheid ......................................................................................................................... 14 5.1.
6.
Politiecijfers .................................................................................................................... 11
Jeugdoverlast ........................................................................................................................ 14
5.1.1.
Aantal HALT-verwijzingen ............................................................................................. 14
5.1.2.
Politiecijfers jeugdoverlast ............................................................................................. 14
5.1.3.
Veiligheidsbeleving jeugdoverlast ................................................................................. 14
5.2.
Jeugdcriminaliteit, individuele probleemjongeren .................................................................. 15
5.3.
Jeugd, alcohol en drugs ........................................................................................................ 15
5.4.
Veiligheid in en om de school ................................................................................................ 16
5.4.1.
Voortijdige schoolverlaters en -verzuim......................................................................... 16
5.4.2.
Pesten en weerbaarheid ................................................................................................ 17
Fysieke veiligheid ........................................................................................................................... 18 6.1.