Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
Tekst van het document
Bodemopbouw Vanaf het maaiveld tot 2 meter diepte is een zwak siltige kleilaag aanwezig, vanaf 2 meter diepte varieert dit met kleiig en siltig veen. Op een diepte van 4,20 meter onder het maaiveld treed er zandige klei op. 7,75 Meter onder het maaiveld treedt de eerste grote zandlaag op gevolgd door diverse lagen klei, zand en veen, waarna er op 17,40 meter onder het maaiveld zich de tweede grote zandlaag bevindt. De eerste grote zandlaag is uiterst fijn en kleiig, de tweede grote zandlaag is matig grof en grindig. Het grootste gedeelte van de grondlagen behoort tot de formatie van Naaldwijk, laagpakket Wormer. De locatie heeft een zettingssnelheid van circa 10 mm per jaar. De woningen worden gefundeerd op palen.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
27
Afbeelding 9: Bodemopbouw.
Watersysteem Waterkwantiteit Er is rondom het plangebied vrij veel oppervlaktewater aanwezig. Dit betreft onder meer de wegsloot langs de Zuidbuurt, de Poeldijkse Wetering en de Krabbeplas. Op de grens van het plangebied heeft de wegsloot langs de Zuidbuurt een tweetal doodlopende vertakkingen het weiland in. Deze aftakkingen worden afgevoerd naar de sloot aan de Zuidbuurt. Deze sloot is via andere aftakkingen verbonden aan het oppervlaktewater de Krabbeplas. Aan de achterzijde van het plangebied is een greppel aanwezig. Deze watergangen blijven behouden. Het vastgestelde waterpeil ter hoogte van de locatie (peilvlak met code GPG2013ABU 3) is 2,85 m -NAP. Voor de toelaatbare peilstijging is het verschil tussen het hoogst toegestane oppervlaktewaterpeil en de laagste maaiveldhoogte in het peilvak als maat aangehouden. Dit komt neer op een verschil van 0,25 meter. In de huidige situatie is er een bergingstekort.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
28
Waterkwaliteit De kwaliteit van het water is in het algemeen goed te noemen. Zeker na het aansluiten op de riolering is de waterkwaliteit verbeterd. Zo is de snoek weer terug in de poldersloten. Waterveiligheid De Zuidbuurt is een regionale waterkering, die door middel van een dubbelbestemming in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied-West wordt beschermd. Zowel de boerderij aan de Zuidbuurt 77 als de bedrijfswoning aan de Zuidbuurt 75b staan in de beschermingszone van de waterkering. Afbeelding 10: Waterkeringen (Bron: Legger Delfland).
Hemelwater- en vuilwaterafvoer Alle boerderijen in het gebied zijn in 2005 door middel van een drukriolering aangesloten op de AWZI De Groote Lucht. Binnen het plangebied is geen sprake van overstortconstructies en er zijn geen gevallen van wateroverlast bekend.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
29
4.3.4. Toekomstige situatie Grondwater De huidige grondwaterstand geeft geen aanleiding om maatregelen te treffen. De ontwateringsdiepte in de huidige situatie is 0,7 meter, dit komt overeen met het minimum zoals gesteld in het VGRP2019. De nieuwbouw zal niet lager komen te liggen dan het bestaande maaiveld en voldoet daarmee aan het VGRP2019. Watersysteem Bij de planontwikkeling wordt rekening gehouden met de waterkering. Op het perceel Zuidbuurt 77 blijft de boerderij in de waterkering gehandhaafd. De woning Zuidbuurt 75b wordt gesloopt en verder naar achteren gedeeltelijk in de beschermingszone herbouwd. Verder naar achteren buiten die beschermingszone bouwen is uit landschappelijk oogpunt niet gewenst omdat de bebouwing dan te ver van de weg zou komen te staan. De kwaliteit van het water is in het algemeen goed te noemen. Zeker na het aansluiten op de riolering is de waterkwaliteit verbeterd. Zo is de snoek weer terug in de poldersloten. In het kader van het Waterplan zijn in dit gebied geen maatregelen voorzien die de waterkwaliteit en ecologie positief of negatief beïnvloeden. In Vlaardingen worden bij het beheer en onderhoud van de wegen geen bestrijdingsmiddelen toegepast. De bestaande watergangen blijven behouden.
Vuilwaterafvoer In Vlaardingen is het rioleringsbeleid erop gericht dat alle nieuwe ontwikkelingen moeten zijn voorzien van een (verbeterd) gescheiden rioolstelsel of moeten zijn aangesloten via een drukriolering. Gelet op de ligging in het buitengebied zal worden aangesloten op de bestaande drukriolering. In totaal worden maximaal 6 woningen toegevoegd ten opzichte van de bestaande situatie. Naar verwachting kan de bestaande drukriolering dit extra aanbod verwerken. Het gebruik van niet-uitlogende materialen is voorschrift. Hemelwaterafvoer Hemelwater wordt lokaal verwerkt door het af te voeren naar het oppervlaktewater, te laten infiltreren in de bodem of her te gebruiken. Het is niet toegestaan om hemelwater via de gemeentelijke drukriolering af te voeren. De aanwezigheid van de diverse watergangen rondom het plangebied brengt de voorkeur voor afwatering van hemelwater naar oppervlaktewater. Voor de materialisering van de hemelwaterafvoer worden geen uitlogende materialen toegepast. Verhard oppervlak Ten behoeve van de planontwikkeling is de watersleutel ingevuld. Daarbij is ervan uitgegaan dat in de tuinen gemiddeld 50 m² verharding per woning wordt aangelegd. Door de planontwikkeling neemt de hoeveelheid bebouwd en verhard oppervlak per saldo af, terwijl er geen watergangen worden gedempt. Daarmee wordt voldaan aan het uitgangspunt dat bij ontwikkelingen
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
30
in het landelijk gebied de hoeveelheid oppervlaktewater minimaal gelijk blijft aan de huidige hoeveelheid. Uit de watersleutel blijkt dat vanwege de verwachte klimaatsituatie in 2050 watercompensatie noodzakelijk is. Om aan die compensatie te voldoen zal extra oppervlaktewater met een grootte van 213 m² (61,7 m³) worden aangelegd. Daarvoor worden, in overleg met het Hoogheemraadschap Delfland, watergangen langs de zijdelingse perceelgrenzen gerealiseerd. Afbeelding 11: Watersleutel.
Watervasthoudende maatregelen De nieuw te bouwen woningen zijn niet voorzien van platte daken, het toepassen van watervasthoudende maatregelen zoals bijvoorbeeld een sedumdak is daarom niet uitvoerbaar. De woningen zullen worden voorzien van een regenton. Waterbergende maatregelen Daar waar wenselijk wordt verharding waterdoorlatend toegepast, bijvoorbeeld bij parkeerplaatsen. Vanwege de aanwezige bodemopbouw en het aanwezige grondwaterniveau zijn bergende voorzieningen zoals infiltratiekratten niet toepasbaar. Langs de zijdelingse plangrenzen wordt 213 m² (61,7 m³) aan oppervlaktewater aangelegd in de vorm van watergangen.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
31
Afbeelding 12: Verharding, bestaand en toekomstig.
Onderhoud en bagger Zowel de bestaande als nieuwe watergangen vallen onder de categorie secundair water. Dit houdt in de dat onderhoudswerkzaamheden (zowel gewoon als buitengewoon) onder de verantwoordelijkheid van de aanliggende eigenaren valt. Langs de watergangen dient te allen tijde voldoende ruimte aanwezig te zijn voor het plegen van onderhoud. Dit geldt voor zowel primaire als secundaire watergangen. Voor het werken in (de beschermingszone van) het waterstaatswerk en voor het dempen en graven van water is een watervergunning nodig. 4.3.5. Conclusie Advies waterbeheerder De waterparagraaf is in overleg met de waterbeheerder Hoogheemraadschap Delfland samengesteld. Het advies om waterberging in de vorm van oppervlaktewater te realiseren zal worden meegenomen in de verdere planontwikkeling. Consequenties ontwikkeling De nieuwe ontwikkeling betreft een toename van maximaal 6 woningen op het bestaande drukriool. Als gevolg van deze ontwikkeling neemt de vuilwaterbelasting op het rioolstelsel toe. Het bestaande rioolstelsel heeft voldoende restcapaciteit om deze beperkte toename te kunnen verwerken. Het verhard oppervlak neemt af en het hemelwater wordt lokaal verwerkt. Daardoor wordt er ten opzichte van de bestaande situatie meer water direct in de bodem geïnfiltreerd. Tevens wordt er in de nieuwe situatie oppervlaktewater gerealiseerd in de vorm van watergangen.
Hiermee wordt ook het huidige bergingstekort afgevangen. Verbeelding Voor wat betreft de regeling in het bestemmingsplan is aangesloten op het vigerende bestemmingsplan. Dat betekent dat de watergangen onderdeel vormen van de woon- en agrarische
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
32
bestemming. Voor de waterkering langs de Zuidbuurt is de bestemming "Waterstaat - Waterkering" opgenomen.
4.4.
Natuur De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Ten behoeve van de gebiedsbescherming zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000-gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort.
In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten "Vogelrichtlijn (wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn" (wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime "andere soorten" (wnb- andere soorten). Derhalve is ecologisch onderzoek 2 uitgevoerd. Gebiedsbescherming Het Natura 2000-gebied Oude Maas ligt op ruim 5,5 kilometer van het plangebied. Gelet op die afstand veroorzaakt de planontwikkeling geen die tot dit Natura 2000-gebied zullen reiken. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het projectgebied ook geen habitatsoorten of (niet)broedvogelsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde. Om te beoordelen of er sprake is van stikstofdepositie op het dichtstbijzijnde voor stikstof gevoelige Natura2000-gebied zijn ten behoeve van de planontwikkeling voor de aanlegfase 3 en voor de gebruiksfase4 Aeriusberekeningen uitgevoerd. Uit beide berekeningen blijkt dat er geen sprake van een depositiewaarde hoger dan 0,00 mol/ha/jaar en dat stikstofemissie derhalve geen belemmering vormt voor de planontwikkeling.
2
3
4
Habitus natuur & landschap, Quickscan Wet natuurbescherming. Zuidbuurt 77 te Vlaardingen, RVON2018-1-RAP1, Bodegraven, 20 maart 2019 Rademaker Vastgoed & Ontwikkeling, Berekening Aeriuscalculator Zuidbuurt 75+77 3132KA Vlaardingen (aanlegfase), Aeriuskenmerk RdkYRuSK9qLR, Soest, 14 januari 2020 Rademaker Vastgoed & Ontwikkeling, Berekening Aeriuscalculator Zuidbuurt 75+77 3132KA Vlaardingen (gebruiksfase), Aeriuskenmerk RYBryFUQixgP, Soest, 14 januari 2020
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
33
Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 651 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNN-gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden. Ook vindt geen externe werking plaats op het NNN-gebied of op kwalificerende soorten. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. De werkzaamheden zullen, mits er buiten het broedseizoen van de weidevogels gewerkt wordt, niet leiden tot externe werking op deze gebieden of negatieve effecten sorteren op een weidevogelgebied. Tijdens het broedseizoen van weidevogels kunnen de werkzaamheden verstorend werken, omdat de geluiden en (extra) visuele aanwezigheid van mensen tot verstoring kan werken. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. Het broedseizoen van weidevogels loopt van 1 maart tot 31 juli. Het is overigens wel mogelijk om buiten de broedperiode te starten en door te gaan in het broedseizoen, met als voorwaarde dat de er voortdurende activiteit is en de werkzaamheden niet tijdelijk stil komen te liggen. Soortenbescherming In en om het plangebied komen verschillende soorten broedvogels voor. Dit betreft zowel vogels met en zonder jaarrond beschermd nest.
Binnen het projectgebied zijn geschikte gebouwen aanwezig in de vorm van een woning en de loodsen/stallen die broedgelegenheid bieden aan de huismus (jaarrond beschermd). De woning op het meest oostelijke perceel heeft dakpannen waar huismussen onder kunnen broeden. Bovendien is er oud nestmateriaal van de huismus aangetroffen onder deze dakpannen. De loodsen bieden ook geschikte nestplaatsen voor de huismussen. In één van de loodsen zijn ook huismussen aangetroffen. Daarnaast wordt er struweel verwijderd. Daarom is nader onderzoek naar de aanwezigheid van de huismus noodzakelijk. Er zijn geschikte nestplaatsen aanwezig voor de kerkuil en steenuil (jaarrond beschermd), zoals een schuur. Echter zijn de schuren goed onderzocht en zijn er geen (sporen van) nesten aangetroffen. Vestiging is echter wel mogelijk. Er worden geen oude kassen gesloopt of knotbomen aangetast die door de steenuil gebruikt kunnen worden. Er zijn oude sporen, zoals braakballen van de kerkuil aangetroffen, echter is deze braakbal al erg oud en wijst dit niet op recentelijk gebruik van de schuur door de kerkuil. Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn niet aanwezig. Nader onderzoek is niet nodig, indien de vestiging van de uilen wordt voorkomen door mogelijke broedplaatsen ongeschikt of ontoegankelijk te maken. Er zijn twee nesten van ekster aangetroffen.
De aantallen eksters in het buitengebied sterk zijn afgenomen in tegenstelling tot het stedelijk gebied. Het weghalen van deze twee eksternesten heeft daarom een groot effect op de verspreiding van de ekster, omdat de staat van instandhouding zeer ongunstig is. Er zijn daarom zwaarwegende ecologische redenen om de nesten als jaarrond beschermd te beschouwen. Ook in verband met de ekster is nader onderzoek noodzakelijk.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
34
In het plangebied verblijven mogelijk vleermuizen. Dit betreft de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Er worden werkzaamheden aan gebouwen verricht (sloop). De woning op het oostelijke perceel (Zuidbuurt 77) is matig geschikt voor vleermuizen om in te verblijven. Het dak heeft wel enkele openingen onder de dakpannen op het schuine dak, maar dit is te schuin en daardoor hebben de vleermuizen geen geschikte en vrije uitvliegopening. Echter zijn er in de nok aan de kop van het huis ook enkele openingen tussen de dakrand en de dakpannen. Dit zijn brede openingen, maar wel geschikt als paar- of zomerverblijfplaats. Het is niet geschikt als kraamverblijfplaats en winterverblijfplaats, omdat er geen warme, stabiele temperatuur kan ontstaan. Dit omdat de ruimte te groot is, waardoor de wind er doorheen kan waaien. De woning heeft geen spouwmuren, hierdoor worden winter- en kraamverblijfplaatsen ook uitgesloten. De woning op het westelijke perceel (Zuidbuurt 75b) heeft ook enkele openingen onder de dakpannen op het schuine dak en tussen de nokpannen en de nok. Bij deze woning is het dak schuiner, waardoor de vleermuizen wel een vrije uitvliegopening hebben vanuit het schuine dak. De ruimtes onder de dakpannen kunnen mogelijk geschikte zomer- en paarverblijfplaatsen bieden.
Ook hier worden winter- en kraamverblijven uitgesloten vanwege het ontbreken van een stabiele temperatuur. Verder wordt er verlichting verplaatst tijdens de werkzaamheden. Vanwege het open landschap zal deze verlichting mogelijk negatieve effecten op vleermuizen hebben. De verlichting die zal ontstaan na het realiseren van het project heeft mogelijk ook een negatief effect op de vleermuizen. Ten slotte zullen er twee bosschages verdwijnen. Deze bosschages zitten via lijnvormige bomenrijen verbonden aan de rest van het landschap en kunnen daardoor geschikt foerageergebied voor vleermuizen zijn. Mogelijk is dit ook essentieel foerageergebied. Negatieve effecten op vleermuizen kunnen daarom niet uitgesloten worden. De eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken, ruimtes achter dakbetimmeringen en boomholtes geschikt. In het projectgebied zijn zomerverblijfplaatsen mogelijk onder de dakrand en onder de dakpannen. Ook aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het projectgebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk onder de dakrand en onder de dakpannen. Er wordt geen grote solitaire boom gekapt in open gebied. Er wordt mogelijk wel essentieel foerageergebied gekapt.
Effecten worden daarom niet uitgesloten. Derhalve is aanvullend vleermuisonderzoek noodzakelijk volgens het vleermuisprotocol 2017. Voor de overige soorten is geen nader onderzoek noodzakelijk. Uiteraard dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen wordt of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden.
4.5.
Geluid
4.5.1. Algemeen In de Wet geluidhinder zijn geluidhindernormen voor toelaatbare equivalente geluidniveaus opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
35
industrie. De geluidhindernormen gelden voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidzone van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein. Een geluidzone is een aandachtsgebied aan weerszijden van een (spoor)weg en rondom een industrieterrein waarbinnen de geluidhindernormen van de Wet geluidhinder van toepassing zijn. In het algemeen geldt dat in een bestemmingsplan alleen aandacht aan geluid besteed moet worden voor zover de uitvoering van de Wet geluidhinder dat vereist (artikel 3.3.1 Bro). In het plangebied is uitsluitend sprake van wegverkeerslawaai en industrielawaai. 4.5.2. Wegverkeerslawaai Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar (nieuwe) woningen die in een geluidszone vallen. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: woonerven; 30 km/uur-gebieden. De breedte van de geluidszone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). Voor de A20 en de A24 is de breedte van de geluidszone 600 meter. Het plangebied ligt buiten de geluidszone van de A20 en binnen die van de A24. Derhalve is akoestisch onderzoek5 uitgevoerd. Voor de Zuidbuurt geldt een maximum toegestane snelheid van 30 km/uur. De Zuidbuurt is daarmee niet-zoneplichting.
De weg wordt met name gebruikt door bestemmingsverkeer, waardoor de intensiteit relatief laag is. Hiermee wordt geen relevante geluidbelasting verwacht vanwege de Zuidbuurt ter plaatse van het plangebied en is deze weg in het onderzoek verder buiten beschouwing gelaten. In de Wet geluidhinder is vastgelegd dat de geluidbelasting op de gevel niet meer mag bedragen dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, danwel een door burgemeester en wethouders vast te stellen hogere grenswaarde. Als gevolg van het verkeer op de A24 wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden en bedraagt 53 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt echter niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting vanwege de A24 te reduceren tot onder de voorkeursgrenswaarde stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke dan wel financiële aard. Derhalve dient een hogere waarde procedure te worden doorlopen.
5
Kragten, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Zuidbuurt 75b/77, 20210218-RVO007-RAP-VL-5.0, Definitief, Herten, 18 februari 2021
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
36
Indien een hogere waarde wordt aangevraagd dient te worden voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. Bij het vaststellen van een hogere waarde worden de volgende voorwaarden gesteld: a. bij elke woning is sprake van minimaal één geluidluwe zijde of loggia; b. er is sprake van een geluidluwe buitenruimte (tuin/balkon); c. de meeste slaapkamers zijn gesitueerd aan de geluidluwe zijde. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat kan worden voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. De hoogste cumulatieve geluidbelasting (L cum) bedraagt 58,8 dB (exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) ter plaatse van de gevels van de nieuwe woningen. Ten aanzien van de gecumuleerde geluidbelasting is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting. Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen heeft op basis van het bovenstaand het benodigde hogere waarden besluit genomen. Na het verlenen van een hogere waarde vormt het aspect geluid vanuit de Wet geluidhinder geen belemmering voor de realisatie van het plan. 4.5.3. Industrielawaai Het plangebied ligt in de geluidzone van het industrieterrein Botlek-Pernis, maar is gesitueerd buiten de 55 dB(A)-contour. Binnen de geluidzone zijn in principe geen geluidsgevoelige bestemmingen toegestaan, zodat de bedrijvigheid niet beperkt wordt.
Buiten de zone zal het geluidsniveau van de industrie tezamen maximaal 50 dB(A) bedragen, wat een goede bescherming biedt aan geluidsgevoelige bestemmingen. Door de ligging van het plangebied in de geluidzone ondervinden de woningen in het plangebied een geluidsbelasting die hoger zal zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). De geluidsbelasting bedraagt echter maximaal 55 dB(A). Op grond van artikel 45 van de Wet geluidhinder kan voor geprojecteerde woningen een hogere waarde tot ten hoogste 55 dB(A) worden vastgesteld. De locatie ligt tevens gelegen binnen de zone van het industrieterrein Botlek-Pernis, waarvoor het "Regionaal Afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling" van 8 juli 2015 van toepassing is. Dit betekent onder andere dat een eventueel vast te stellen hogere waarde vanwege dit industrieterrein aan de hand van geluidcontouren moet worden bepaald. Uit een nadere beschouwing blijkt dat de woningen tussen de 52 en de 53 dB(A) contour zijn geprojecteerd. Voor de nieuwe geluidgevoelige objecten (woningen) dienen daarom (gelijktijdig met bestemmingsplanprocedure) hogere waarden van 53 dB(A) voor industrielawaai te worden vastgesteld. Daarbij dient het "Regionaal Afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling" in acht te worden genomen.
Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen heeft op basis van het bovenstaand het benodigde hogere waarden besluit genomen.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
37
4.6.
Luchtkwaliteit De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet milieubeheer goedgekeurd (Stb. 2007, 414) en vervolgens is de wijziging op 15 november 2007 in werking getreden. Met name hoofdstuk 5, titel 2 uit genoemde wet behandelt de luchtkwaliteit, daarom staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Een belangrijk onderdeel van het instrumentarium is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. Binnen het NSL werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De uitvoeringsregels behorend bij de wet zijn vastgelegd in algemene maatregelen van bestuur (amvb) en ministeriële regelingen, die gelijktijdig met de 'Wet luchtkwaliteit' in werking zijn getreden. De belangrijkste zijn het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in belangrijke mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. In deze laatste regeling zijn categorieën aangewezen waarvan op voorhand vaststaat dat zij niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Tot aan de inwerkingtreding van het NSL gold voor die categorieën een grens van 1% van de betreffende grenswaarde, na de inwerkingtreding van het NSL op 1 augustus 2009 geldt een grens van 3% van de betreffende grenswaarde. Woningbouw is één van de categorieën waarvoor vaststaat dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij geldt dat een omvang van 1500 woningen overeenkomt met de grens van 3% van de betreffende grenswaarde. Omdat in het plangebied het aantal woningen met maximaal 6 toeneemt, kan worden geconcludeerd dat uit het oogpunt van het 'Wet luchtkwaliteit' er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2017, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (22,8 microgram per m³) en fijn stof (17,9 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (10,4 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.7.
Externe veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten, transportroutes of buisleidingen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
38
kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet milieubeheer en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het BEVI heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Het doel wordt in het BEVI vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening.
Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Er is voor gekozen om de norm voor het groepsrisico als oriëntatiewaarde te handhaven, zij het met een nadrukkelijke verantwoordingsplicht. Afbeelding 13: Fragment risicokaart.
Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het perceel Zuidbuurt 75b/77 geen bedrijfsactiviteiten op inrichtingen die werken met gevaarlijke stoffen. Er zijn evenmin transportroutes en/of buisleidingen aanwezig waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
39
Het plangebied ligt net buiten het plasbrandaandachtsgebied van de A24. Dit heeft een breedte van 30 meter gemeten vanaf de kantstreep. Bovendien kan de plasbrand in dit geval nooit buiten de snelweg treden vanwege de bouwkundige scheiding die ontstaat door de verdiepte ligging van het tracé. Uit het oogpunt van externe veiligheid is er geen belemmering voor de realisatie van de woningen in het plangebied.
4.8.
Bodem In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) is bepaald dat in verband met de uitvoerbaarheid van het plan onder meer onderzoek moeten worden verricht naar de milieu hygiënische bodemgesteldheid in een plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Derhalve is bodemonderzoek6 uitgevoerd. Op grond van het vooronderzoek is bepaald dat ter plaatse van de onderzoekslocatie in het algemeen geen of slechts lichte verontreinigingen in de bodem worden verwacht. Voor het onderzoek is in beginsel een strategie conform paragraaf 5.1 van de NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie). Wel bestaat het vermoeden dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie een voormalige watergang aanwezig is. Vastgesteld is dat naast de woning aan de Zuidbuurt 77 een niet meer in gebruik zijnde bovengrondse petroleumtank aanwezig is en dat op het terrein aan de Zuidbuurt 75b een niet meer in gebruik zijnde bovengrondse HBO-tank aanwezig is. De voormalige watergang en de bovengrondse opslagtanks worden als zijnde 'potentieel verdachte deellocaties' onderzocht conform paragraaf 5.3 van de NEN 5740. In de bodem is enkel sporadisch geringe eenduidige bijmenging met restanten/sporen baksteen aangetroffen.
In het algemeen wordt de bodem op de locatie niet als zijnde 'verdacht' beschouwd voor het voorkomen van verontreiniging met asbest. Enkele opstallen op de locatie hebben een asbestverdachte golfplaten dakbedekking. Veelal is het maaiveld op deze locaties verhard en/of zijn de daken afgewerkt met dakgoten, waardoor de kans op verontreiniging van de bodem met asbest gering is. Op de locatie bevindt zich een tweetal schuren met asbestverdachte golfplaten dakbedekking zonder dakgoot. De mogelijkheid bestaat dat de bodem ter plaatse van de afwatering van deze daken verontreinigd is geraakt met asbest. Door middel van een asbest in grond onderzoek conform paragraaf 7.2 van de NEN 5707 dient bepaald te worden of er asbest in de bodem aanwezig is boven de restconcentratienorm (100 mg/kgds.).
6
Amos Milieutechniek B.V., Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en Verkennend onderzoek asbest in grond conform NEN 5707 in verband met de voorgenomen herinrichting van een locatie aan de Zuidbuurt 75B-77 te Vlaardingen, 184.102.BR.11.ROS, Utrecht, 5 mei 2019
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
40
Zuidbuurt 77 Uit het onderzoek blijkt dat de bodem op Zuidbuurt 77 voornamelijk bestaat uit (humeuze) kleigrond. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De kleiige bovengrond van twee mengmonsters op de locatie blijkt licht verontreinigd te zijn met enkele zware metalen. In de zintuiglijk schone kleiige ondergrond van een derde mengmonster zijn geen verontreinigingen aangetoond. Ter plaatse van de voormalige watergang is geen dempingsmateraal waargenomen. Er is enkel (zintuiglijk) schone kleiige opvulgrond waargenomen. Ter plaatse van twee boringen zijn geringe bijmengingen met slib aangetroffen, duidend op een voormalige waterbodem. In de kleiige opvulgrond en de slibhoudende kleiige onderliggende laag zijn hoogstens lichte verontreinigingen met enkele zware metalen aangetoond. In het grondwater uit één peilbuis zijn verhoogde concentraties met zware metalen en vluchtige aromaten aangetoond. Ter plaatse van de bovengrondse, niet meer in gebruik zijnde, petroleumtank, is in de kleiige ondergrond een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met minerale olie en aromaten. Ter plaatse van het schuurtje met asbestverdachte golfplaten dakbedekking blijkt in de bodem slechts een zeer gering gehalte aan asbest voor te komen (1,3 mg/kgds).
Er zijn geen verdenkingen dat er sprake is van sterke verontreiniging (> 100 mg/kgds). Zuidbuurt 75b De bodem op de locatie Zuidbuurt 75b bestaat voornamelijk uit (humeuze) kleigrond. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De kleiige bovengrond rondom de woning blijkt niet verontreinigd te zijn. In de kleiige bovengrond ter plaatse van het weiland is een lichte verontreiniging met zware metalen aangetoond. In het grondmonster van de kleiige ondergrond op de locatie is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. De kleiige bovengrond nabij de niet meer in gebruik zijnde bovengrondse HBO-tank blijkt niet verontreinigd te zijn met minerale olie. In het grondwater uit peilbuis zijn verhoogde concentraties met zware metalen en vluchtige aromaten aangetoond. Ter plaatse van het schuurtje met asbestverdachte golfplaten dakbedekking blijkt in de bodem visueel en analytisch geen asbest voor te komen. Er zijn geen verdenkingen dat er sprake is van sterke verontreiniging (> 100 mg/kgds.) Aanbevelingen De kwaliteit van de bodem komt overeen met hetgeen wat op voorhand werd verwacht. Er zijn hoogstens lichte verontreinigingen aangetoond. In het grondwater in één peilbuis P13 is een matig verhoogde concentratie aan barium aangetoond.
Barium word echter vaker in verhoogde concentraties in het grondwater in kleigronden aangetroffen en het is waarschijnlijk dat er sprake is van een van nature verhoogde achtergrondwaarde.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
41
Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De kwaliteit van de bodem op de locatie is voldoende vastgelegd en er is geen vermoeden voor de aanwezigheid van een sterke verontreiniging op de locatie. De aangetoonde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geeft geen beperking voor een eventuele overdracht of de voorgenomen bestemmingswijziging/herontwikkeling van de locatie. Bij grondverzet van-, of naar de onderzoeklocatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Afvoer van grond vanaf de locatie kan mogelijk plaatsvinden op basis van de ontgravingskaart en de toepassingskaart van het gebied en/of op basis van de uitkomsten van onderhavig bodemonderzoek naar een BRL-SIKB 9335 erkende grondbank. Bij afvoer van grotere hoeveelheden grond wordt geadviseerd om een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit uit te voeren. De verkregen resultaten van onderhavig onderzoek kunnen dan gebruikt worden ter bepaling van de te verwachtte kwaliteit van de te keuren grond.
4.9.
Milieuzonering Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd. In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit bestemmingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering: richtafstandenlijst In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven.
Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
42
functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Milieuzonering is niet zonder meer van toepassing op bestaande situaties, die historisch gegroeid zijn. In dergelijke situaties kan de richtafstandenlijst niet blindelings worden gebruikt, maar is maatwerk nodig. Afbeelding 14: Omgevingstype. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 1 10 meter 0 meter 2 30 meter 10 meter 3.1 50 meter 30 meter 3.2 100 meter 50 meter 4.1 200 meter 100 meter 4.2 300 meter 200 meter
Het plangebied ligt niet binnen de richtafstand van bedrijven of voorzieningen aanwezig in de omgeving. Vanuit het aspect milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.
4.10. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Met de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er veranderingen opgetreden in de wettelijke bepalingen met betrekking tot milieueffectrapportages. Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde voor m.e.r.(beoordeling) lag en dus geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling dient er een motivering te worden gegeven. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
43
Het conceptontwerp van dit bestemmingsplan is voorgelegd aan DCMR. DCMR is tot de conclusie gekomen dat er geen sprake is van een Stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in de D-lijst en dat derhalve geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
44
5.
Planopzet
5.1.
Algemeen De vorm van het bestemmingsplan wordt in belangrijke mate bepaald door de vereisten ten aanzien van uitwisselbare, vergelijkbare en digitale plannen. Deze standaarden zijn vanaf 1 januari 2010 wettelijk van kracht en worden periodiek aangepast. Voor de planopzet (en vorm) is vooral de momenteel geldende SVBP 2012 van belang. De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Concreet moet hierbij bijvoorbeeld worden gedacht aan: de benaming van bestemmingen en aanduidingen; het onderbrengen van (hoofd)functies onder bepaalde bestemmingen; de kleurstelling en/of vormgeving van bestemmingen en aanduidingen; de opbouw, volgorde en nummering van de regels; de aanhef van (onderdelen van) artikelen; de omschrijving van diverse begrippen. De standaarden hebben geen betrekking op de inhoud van een bestemmingsplan. Dit blijft een zaak van het bevoegde gezag (de gemeente). Het bestemmingsplan is conform de landelijke RO-standaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting. Tevens is het plan aangepast aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Er zijn geen procedureregels voor een afwijking meer opgenomen omdat het afwijken van het bestemmingsplan meeloopt met de procedure voor de omgevingsvergunning.
5.2.
Bestemmingen en dubbelbestemmingen Onder een bestemming wordt de bestemming verstaan die ingevolge artikel 3.1 Wro aan gronden wordt toegekend. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies (en bebouwingsmogelijkheden), met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend. In dit bestemmingsplan wordt de methodiek gevolgd die in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied-West is toegepast.
5.2.1. Bestemming Agrarisch met waarden Deze bestemming is gebruikt voor het deel van het agrarisch bouwblok dat geen onderdeel uitmaakt van de uit te geven woonpercelen.. 5.2.2. Bestemming Wonen In de bestemming "Wonen" zijn uitsluitend vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen toegestaan, zonder andere functies. Wel is het medegebruik van een deel van de woning voor een beroep of bedrijf aan huis toegestaan. De hoofdfunctie wonen mag daardoor echter niet worden verdrongen. Voor de erfbebouwingsregeling zijn de gebruikelijke regels overgenomen.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
45
Op de verbeelding is voor de nieuwe woningen een maximum goot- en bouwhoogte van 4,5 en 10 meter aangegeven. Om een kapschuurtype met asymmetrische kap te kunnen realiseren is het in de planregels mogelijk gemaakt om de goothoogte aan één zijde te verhogen tot 6 meter. 5.2.3. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 2 Deze dubbelbestemming is gebruikt voor de gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Bouwwerken groter dan 100 m² of bodemingrepen dieper dan 30 centimeter zijn hier niet toegestaan tenzij met een archeologisch rapport kan worden aangetoond dat de archeologische waarden daardoor niet worden aangetast.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
46
6.
Economische uitvoerbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld van een particulier. Voor de gemeente Vlaardingen zijn er geen kosten verbonden aan de ontwikkeling. De gemeente Vlaardingen heeft met initiatiefnemer een planschade-overeenkomst gesloten. Het plan is daarmee dan ook economisch uitvoerbaar.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77
47
7.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het voorontwerp-bestemmingsplan wordt in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties voorgelegd: 1. Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) 2. Evides 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. TenneT 5. Gasunie 6. Rijkswaterstaat 7. Provincie Zuid-Holland 8. Stedin Eventuele reacties worden te zijner tijd in dit hoofdstuk samengevat en beantwoord. Het ontwerp van het plan is vanaf van 3 juni tot en met dinsdag 14 juli 2020 voor een termijn van 6 weken ter inzage gelegd. Daarbij is eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om een zienswijze kenbaar te maken. In die periode zijn 5 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota van zienswijzen bestemmingsplan "Zuidbuurt 75b en 77". Naar aanleiding van de zienswijze van de Provincie Zuid-Holland is overleg gevoerd tussen de initiatiefnemer en de Provincie. Dit heeft ertoe geleid dat het stedenbouwkundig plan is aangepast en het aantal woningen is teruggebracht van 9 naar 7. Naar aanleiding van de zienswijze Havenbedrijf Rotterdam N.V. is het akoestisch onderzoek geactualiseerd. Naar aanleiding van de zienswijze Hoogheemraadschap Delfland en de aanpassing van het stedenbouwkundig plan is de waterparagraaf geactualiseerd.
De ingediende zienswijzen hebben voor het overige niet geleid tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77