CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Gewijzigd bestemmingsplan Zuidbuurt 75b-7715.498 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Vlaardingen

Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

Toelichting, regels en analoge verbeelding

Vastgesteld Februari 2021

Kenmerk 0622-25-T02 Projectnummer 0622-25

Toelichting

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Doel van het plan 1.3. Ligging en begrenzing van het plangebied 1.4. Leeswijzer

1 1 1 2 2

2. Kaders 2.1. (Inter)nationaal beleid 2.1.1. Europese Kaderrichtlijn water 2.1.2. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 2.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 2.1.4. Duurzaamheidsladder 2.1.5. Nationaal Waterplan 2.1.6. Waterwet 2.1.7. Nationaal Bestuursakkoord Water 2.2. Provinciaal beleid 2.2.1. Omgevingsbeleid 2.2.2. Gebiedsprofiel Midden-Delfland 2.3. Gemeentelijk beleid 2.3.1. Actieplan Wonen 2.3.2. Bestemmingsplan Buitengebied West (2014)

3 3 3 3 4 4 5 6 6 6 6 10 11 11 12

3. Beschrijving plan 3.1. Geschiedenis 3.2. Bestaande situatie 3.3. Toekomstige situatie 3.3.1. Bebouwingsstructuur 3.3.2. Ontsluiting en parkeren 3.3.3. Groen en water 3.3.4. Uitstraling en architectuur 3.3.5. Duurzaamheid

14 14 16 18 18 19 19 19 20

4. Nader onderzoek 4.1. Algemeen 4.2. Archeologie 4.3. Water 4.3.1. Algemeen 4.3.2. Beleidskader 4.3.3. Huidige situatie 4.3.4. Toekomstige situatie 4.3.5. Conclusie 4.4. Natuur 4.5. Geluid

22 22 22 23 23 23 26 29 31 32 34

4.5.1. Algemeen 4.5.2. Wegverkeerslawaai 4.5.3. Industrielawaai 4.6. Luchtkwaliteit 4.7. Externe veiligheid 4.8. Bodem 4.9. Milieuzonering 4.10. Vormvrije m.e.r.-beoordeling

34 35 36 37 37 39 41 42

5. Planopzet 5.1. Algemeen 5.2. Bestemmingen en dubbelbestemmingen 5.2.1. Bestemming Agrarisch met waarden 5.2.2. Bestemming Wonen 5.2.3. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 2

44 44 44 44 44 45

6. Economische uitvoerbaarheid

46

7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Archeologisch onderzoek Quickscan Wet natuurbescherming Aeriusberekening aanlegfase Aeriusberekening gebruiksfase Akoestisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding Het agrarische bedrijf aan de Zuidbuurt 75b en 77 te Vlaardingen stopt met de bedrijfsvoering. De eigenaar heeft de wens om de grond met opstallen te verkopen met een woonbestemming. Daarom heeft deze een verzoek ingediend bij de gemeente Vlaardingen om het bestemmingsplan aan te passen en deze ontwikkeling mogelijk te maken. Op 23 mei 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders een principebesluit genomen om aan dit verzoek mee te werken, mits de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten voldoende geborgd blijven en wordt voldaan aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

1.2.

Doel van het plan De doelstelling voor de het bestemmingsplan is de realisatie van het nieuwe bouwplan:. Hierdoor ontstaat tevens een actueel planologisch-juridisch beheerkader ná de realisering van de woningen. Afbeelding 1: Ligging plangebied

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

2

1.3.

Ligging en begrenzing van het plangebied De Zuidbuurt vormt de grens tussen de Aalkeet Buitenpolder en de Aalkeer Binnenpolder. Het plangebied van dit bestemmingsplan bestaat uit twee kavels in de Aalkeet Buitenpolder aan de noordzijde van de Zuidbuurt, ten westen van recreatiegebied de Krabbeplas. Langs de oostgrens van het oostelijke perceel ligt het tracé van de Blankenburgverbinding.

1.4.

Leeswijzer De toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de relevante beleidskaders voor de planontwikkeling. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied opgenomen. Hoofdstuk 4 gaat in op een aantal relevante milieuaspecten en overige onderzoeken. De juridische planopzet is opgenomen in hoofdstuk 5. De economische uitvoerbaarheid komt aan de orde in hoofdstuk 6. Ten slotte zullen in hoofdstuk 7 de resultaten van het overleg en de inspraak van het plan worden opgenomen, ook wel de maatschappelijke uitvoerbaarheid genoemd.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

3

2.

Kaders

2.1.

(Inter)nationaal beleid

2.1.1. Europese Kaderrichtlijn water Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht geworden. De KRW geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een 'goede ecologische toestand' (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een 'goed ecologisch potentieel' (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. 2.1.2. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu het vaststellingsbesluit van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland door een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit te bereiken, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…') en komt de gebruiker centraal te staan.

Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Het Rijk richt zich daarbij op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer (waaronder buisleidingen), energie en natuur, alsook ondergrond en ruimte voor militaire activiteiten. Ook waterveiligheid en milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water en externe veiligheid) horen daarbij, evenals de bescherming van ons werelderfgoed (zoals de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Buiten de nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en laat verstedelijkings- en landschapsbeleid over aan de provincies en gemeenten. De gemeente is in dat opzicht de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving. In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen.

Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. In dit geval worden maximaal 6 extra woningen in het buitengebied gebouwd en is sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ladder is in dit geval derhalve van toepassing. In paragraaf

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

4

2.1.4is aangetoond dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de ladder. Het project past daarom binnen de beleidsdoelstellingen van de SVIR. 2.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Bij besluit van 28 augustus 2012 (in werking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Het Barro bevat geen beperkingen voor de realisatie van woningen in het plangebied. 2.1.4. Duurzaamheidsladder Ook is bij besluit van 28 augustus 2012 het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangepast. In het Bro is de ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder) opgenomen.

Als gevolg van deze wijziging zijn gemeenten en provincies verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de duurzaamheidsladder op te nemen, wanneer een zodanig besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Met ingang van 1 juli 2017 is een wijziging in werking getreden. Deze wijziging betekent dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In dit geval worden maximaal 6 extra woningen in het buitengebied gebouwd en is sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ladder is in dit geval derhalve van toepassing. Behoefte De Woningbehoefteraming 2019 (WBR2019) van de provincie Zuid Holland geeft voor elke regio inzicht in hoeveel extra woningen er nodig zijn, voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. Vlaardingen maakt onderdeel uit van de regio Rotterdam. Uit de WBR2019 blijkt dat er in de regio Rotterdam in de periode van 2019-2030 behoefte is aan 54.600 woningen, waarvan 1.900 woningen in Vlaardingen.

Uit het gemeentelijk Actieplan Wonen (zie paragraaf 2.3.1) blijkt dat voor een evenwichtiger woningaanbod binnen de gemeente Vlaardingen behoefte is aan duurdere koopwoningen. Binnen de gemeente is daarbij geen vergelijkbaar aanbod aanwezig, waarbij woningen in het buitengebied op ruime kavels met vrij zicht over de weilanden worden gebouwd. Bovendien blijkt uit diverse recente onderzoeken dat er een behoefte is aan duurdere vrijstaande woningen.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

5

Uit de Kernpublicatie MVS (Maassluis, Vlaardingen en Schiedam) 2019 (op basis van het WoON onderzoek 2018) blijkt dat er een groot tekort (vraag minus aanbod) is in het dure eengezinskoopsegment (> € 310.000). Ook uit De Grote Omgevingstest 2019 blijkt dat de vraag naar vrijstaande woningen groot is (zie afbeelding 2). Afbeelding 2: Woningbehoefte Vlaardingen (bron: uit De Grote Omgevingstest 2019).

Locatie buiten het bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling vindt plaats buiten het bestaand stedelijk gebied. Realisatie van de woningen op dit voormalig agrarisch bedrijfsperceel binnen dat bestaand stads- en dorpsgebied ais uiteraard niet mogelijk als zo'n perceel daarbinnen niet is gesitueerd. 2.1.5. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en is opgesteld voor de planperiode 2009 - 2015. Het Nationaal Waterplan is in december 2009 door de ministerraad vastgesteld. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Het rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

6

bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op de korte en de lange termijn. Om een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem te bereiken moet het water meer bepalend zijn bij de besluitvorming over grote ruimtelijke opgaven dan voorheen. De mate van bepalendheid wordt afhankelijk gesteld van, onder meer, de omvang en de aard van de ingrepen, bestaande functies, nieuwe andere ruimteclaims en de bodemgesteldheid van een gebied. Het Nationaal Waterplan is één van de beleidsdocumenten die ten grondslag ligt aan de waterparagraaf (zie paragraaf 4.3). 2.1.6. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De waterschappen hebben op grond van de Waterwet bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m³/jaar. Gemeenten hebben taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. 2.1.7.

Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening 1985 (Bro1985) en is overgenomen in het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen in 2015 op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort.

In 2018 zijn de "Aanvullende afspraken bestuursakkoord water" vastgelegd. Het NBW is één van de beleidsdocumenten die ten grondslag ligt aan de waterparagraaf (zie paragraaf 4.3).

2.2.

Provinciaal beleid

2.2.1. Omgevingsbeleid Algemeen Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omge-

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

7

vingsverordening. Het omgevingsbeleid is vastgesteld op 20 februari 2019 en op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in de Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie omvat kaartbeelden en een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie. Voor de toekomst wil de provincie met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De Omgevingsvisie bevat hiervoor een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving zijn (bestaande beleid) integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. Voor de onderhavige ontwikkeling is de beleidskeuze 'Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied' van belang.

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. In dit geval worden woningen in een bebouwingslint gerealiseerd. Gedeputeerde Staten zien toe op toepassing door gemeenten van de Ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt bij Provinciale Staten. Daarvan is in dit geval geen sprake. In paragraaf 2.1.4 is aangetoond dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de ladder. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit.

In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). Op de kwaliteitskaart is de Zuidbuurt aangeduid als lint. Linten zijn beeldbepalend en dienen derhalve behouden te worden op basis van de volgende richtpunten:

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

8

 Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.  Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst.  Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.  Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Ten behoeve van die inpassing is het Gebiedsprofiel Midden-Delfland (zie paragraaf 2.2.2) geraadpleegd. De gebiedsprofielen, die gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio zijn opgesteld, spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van zo'n gedeelde opvatting. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Voor de instandhouding van het de karakteristieken van een lint is de korrelstructuur van het lint van wezenlijk belang. Aansluiten bij de huidige korrel betekent, dat bij een lint met grootschalige bebouwing, grote loodsen of schuren inpasbaar zijn, maar bij een lint met kleinschalige bebouwing niet.

Bestaand dwarsprofiel richtinggevend betekent het in stand houden van het bestaande wegprofiel (breedte, beplanting en berm), aansluiten bij de bestaande afstand van bebouwing tot de weg, (a)symmetrie van het lint, diepte van de (bouw)kavels en dergelijke. Om het lint transparant te houden, dienen doorzichten vanaf de weg naar het achterliggende landschap intact te blijven. Respect voor historische gaafheid van het lint tenslotte, houdt in dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met cultuurhistorische kwaliteiten van zowel het lint als geheel, als van de individuele bebouwing. De onderhavige ontwikkeling tast het lint niet aan. Ook na de bouw van de woningen behoudt het lint zijn lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. De huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van het bebouwingslint worden niet aangetast doordat de hoofdvorm van het voormalig agrarisch bouwperceel als uitgangspunt voor de planontwikkeling is gehanteerd. Het lint behoudt hierdoor zijn eigen gezicht. Daarnaast is het plangebied en zijn omgeving aangewezen als 'Groene buffer'. De groene buffer is een niet verstedelijkt landschap van relatief beperkte omvang tussen of grenzend aan de steden. De bufferende werking hiervan is van grote waarde.

De kwaliteit 'niet-verstedelijkt gebied' of luwte blijft behouden of wordt waar mogelijk versterkt. Er vinden geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaats in de bufferzone. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Ook ten aanzien van ontwikkelingen in de groene buffers zijn beleidsregels in de verordening geformuleerd. Omgevingsverordening Zuid-Holland In de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn regels opgenomen over onderwerpen met heldere criteria en/of spelregels en een zwaarwegend provinciaal belang. In de verordening zijn voor voorliggend plan met name artikel 6.9 en 6.10 van belang.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

9

Artikel 6.9 heeft betrekking op ruimtelijke kwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling:  Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van de bestaande kenmerken van een gebied. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit.  Aanpassing. Dit betreft een gebiedsvreemde ontwikkeling van relatief beperkte omvang, of een (gebiedseigen dan wel gebiedsvreemde) ontwikkeling die niet past bij de schaal en maat van het landschap. Een voorbeeld is een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed.

Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, zijn ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat.  Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat die nog niet is ondervangen in de richtpunten. Het ontwerp kan gepaard gaan met inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen in de omgeving. Gelet op de omvang van de ontwikkeling kunnen dergelijke maatregelen – eenvoudiger dan bij aanpassing – onderdeel uitmaken van hetzelfde plan.

Bij transformatie-opgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. Alhoewel sprake is van een transformatie naar woningbouw, heeft de planontwikkeling meer het karakter van een aanpassing. Transformatie wordt namelijk omschreven als ruimtelijke ontwikkeling die qua aard en schaal niet past binnen het gebied. Doordat de agrarische gronden noodzakelijk waren voor het aangrenzende Blankenburgtracé, was voortzetting van het agrarisch bedrijf ter plaatse niet meer mogelijk. Daarom is gekozen om het agrarisch bedrijf te beeindigen en te vervangen door woningbouw. Zoals in het vorenstaande bij de Omgevingsvisie al is aangegeven is de Zuidbuurt op de kwaliteitskaart aangeduid als lint. Binnen dit lint zijn al diverse andere woningen aanwezig. Daarmee is er sprake van een ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de aard en schaal van het gebied.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

10

Nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn op basis van artikel 6.10 van de verordening pas mogelijk als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 2.1.4) blijkt dat dit binnen bestaand stads- en dorpsgebied niet mogelijk is. In dit geval is sprake van transformatie van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel, dat (uiteraard) niet in bestaand stads- en dorpsgebied is gesitueerd. De provincie wil daarbij een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. In die hoedanigheid leveren ze een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van ZuidHolland. De instandhouding van deze waarden vraagt om hierop toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling, naast de generieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden. In dit geval betreft het een groene buffer. Groene buffer zijn als landschap relatief klein, soms ruimtelijk versnipperd en altijd medebepaald door stadsranden. Behoud van deze ruimtes is van belang voor de identiteit en leefkwaliteit van het stedelijk gebied.

De stedelijke druk is relatief groot, maar tegelijkertijd vormen ze op de schaal van de provincie een onmisbare 'tegenhanger' van de stedelijke dynamiek en verdichting. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden. Doordat de ontwikkeling plaatsvindt op het voormalig agrarisch bouwperceel is er in dit geval geen sprake van en grootschalige ontwikkeling. Bovendien valt de inpassing van beide percelen in de bebouwingsstructuur langs de noordzijde van het lint van de Zuidbuurt weg tegen de wel grootschalige inpassing van het Blankenburgtracé. Het karakter van de groene buffer wordt daarom niet aangetast. 2.2.2. Gebiedsprofiel Midden-Delfland Gedeputeerde Staten hebben op 17 april 2012 het gebiedsprofiel Midden-Delfland vastgesteld. Het gebiedsprofiel beschrijft de ruimtelijke kwaliteiten van Midden-Delfland. Met dit gebiedsprofiel wil de provincie een handreiking bieden voor het realiseren van ruimtelijke kwaliteit bij ontwikkelingen in dit gebied. Midden-Delfland heeft een complexe geschiedenis, waarin de invloed van de mens op het landschap duidelijk is terug te zien. Iedere episode heeft haar eigenaardigheden aan het landschap nagelaten, zonder het voorgaande geheel uit te wissen.

Het resultaat is een gelaagd landschap, een intrigerend stelsel van elementen, patronen en structuren uit verschillende tijdlagen. Dit maakt dat het landschap zich laat lezen als een geschiedenisboek. Het lint van de Zuidbuurt wordt in het Gebiedsprofiel gekarakteriseerd als boezemlint. In boezemlinten ligt de bebouwing op of tegen de boezemkade en is direct ontsloten via de openbare weg of via een brug over de boezem aan de weg. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Deze linten hebben vaak cultuurhistorisch waardevolle boerderijen met karakteristiek ingerichte erven. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor de

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

11

historische gaafheid van een lint richtinggevend. Nieuwe bebouwing is alleen mogelijk met maatwerk of als deze een agrarische of kleinschalig recreatieve functie heeft. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Deze zijn:  doorzichten op het achterland;  kavelrichting langwerpig en haaks op de boezemwatergang.  cultuurhistorisch verantwoorde erfinrichting die aansluit bij het karakter van het veenweidegebied van Midden-Delfland.  directe ontsluiting van het erf op het lint. Respect voor historische gaafheid van het lint houdt in dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met cultuurhistorische kwaliteiten van zowel het lint als geheel als van individuele bebouwing en de bijbehorende landschappelijke inpassing. Deze (stedenbouwkundige) uitgangspunten zijn voor de herinvulling van beide percelen in het lint van de Zuidbuurt gebruikt. Bij de planontwikkeling is de huidige langgerekte agrarische perceel als uitgangspunt voor de nieuwe ontwikkeling toegepast. Zodoende zijn de korrelstructuur en het profiel van het lint gehandhaafd en blijven de kavels haaks op het lint en de boezemwatergang liggen. Door de situering van de bebouwing en beplanting worden de doorzichten en de openheid van het landschap gerespecteerd. Het perceel wordt door middel van gebiedseigen beplanting ingepast.

Door deze maatregelen behoudt het lint behoud zijn eigen gezicht. De herontwikkeling past daarmee binnen het Gebiedsprofiel.

2.3.

Gemeentelijk beleid

2.3.1. Actieplan Wonen Het Actieplan Wonen is de woonvisie tot 2030 van de gemeente Vlaardingen en woningcorporaties Waterweg Wonen en Woningstichting Samenwerking Vlaardingen. Het Actieplan is voor het laatst in 2017 geactualiseerd. Het Actieplan Wonen is een uitwerking van de (geactualiseerde) Stadsvisie, op het onderwerp wonen. Er worden de kaders, doelstellingen en mogelijke maatregelen voor de periode tot 2030 gegeven. Vlaardingen zal de komende jaren moeten werken aan de volgende doelen:  maken van een kwaliteitsslag, waardoor de toekomstwaarde van woningen in de bestaande woningvoorraad wordt verbeterd;  beter afstemmen van vraag en aanbod (goed woningaanbod in gewenst woonmilieu en leefstijlen);  bevorderen van de doorstroming, door vooral nieuwbouw te realiseren en de betaalbaarheid tussen de grens bereikbaar en middeldure huur- of koopwoningen te verbeteren;  vergroten van het woongenot (sociale woonomgeving/voorzieningen);  leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de positie van de huidige bewoners;  realiseren van een meer evenwichtige bevolkingsopbouw. Voor de realisatie van de visie is een trendbreuk ten aanzien van nieuwbouw nodig: werkelijk bouwen voor de vraag in plaats van bouwen voor een maximale opbrengst of een maximum woningaantal. Er is een grootschalige herstructurering gewenst, waarbij verouderde wijken geleidelijk worden omgevormd

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

12

naar een groenstedelijk woonmilieu met meer eengezinswoningen in lagere dichtheden. Belangrijke randvoorwaarde daarbij is dat de aandachtsgroep niet in de knel komt. De groei van de kwantitatieve woningbehoefte op grond van de Woningbehoefteraming 2016 (WBR 2016) en de Bevolkingsprognose 2016 (BP 2016) is op het niveau van de gemeente bekend. Voor de periode 2015 tot 2020 groeit de woningbehoefte op grond van WBR 2016 van de eigen bevolking van Vlaardingen met 1.583 woningen. De woningbehoefte op grond van BP 2016 groeit met 1.917 woningen. Vlaardingen heeft een te grote voorraad goedkope en verouderde huurflats uit de jaren vijftig en zestig en een te klein aanbod van eengezinswoningen. Vlaardingse gezinnen trekken weg en mensen met een lager inkomen komen in Vlaardingen wonen. Er is een grote vraag naar eengezinswoningen (zowel huur als koop). Het aanbod aan eengezinswoningen dient daarom te worden vergroot. Het gaat daarbij zowel om eengezinskoopwoningen tot € 180.000 (prijspeil 2016), om in de behoefte van starters en doorstromers uit de huur te voorzien als om een uitbreiding van duurdere eengezinskoopwoningen boven de (vanaf € 180.000) om meer differentiatie in het koopwoningaanbod te creëren. De gemeente bekijkt daarbij welke geplande projecten beïnvloedbaar zijn om meer koopeengezinswoningen in alle prijssegmenten te kunnen bouwen.

De Woonvisie doet geen uitspraken over woningen in het buitengebied. 2.3.2. Bestemmingsplan Buitengebied West (2014) Voor de betreffende locatie is het bestemmingsplan 'Buitengebied West' (2014) van toepassing. Het bestemmingsplan voorziet nog niet in de aanleg van de Blankenburgverbinding. Hiervoor is inmiddels een tracébesluit genomen. Op grond van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) gold ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan van rechtswege wel een ruimtereservering op het voorkeurstracé. De percelen zijn op dit moment bestemd als "Agrarisch met waarde" (artikel 3). Dat betekent dat de gronden gebruikt mogen worden voor agrarische bedrijfsvoering inclusief een bedrijfswoning. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde bestaande uit het verkavelingspatroon c.q. slotenpatroon en graslandvegetaties. De boerderij (Zuidbuurt 77) heeft de aanduiding 'karakteristiek'. Ter plaatse van die aanduiding (artikel 37.2) zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Hiervoor geldt in beginsel een sloopverbod. In de bestemming "Agrarisch met waarden" zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen.

Het college van burgemeester en wethouders kan bij beëindiging van agrarische bedrijven de agrarische bestemming binnen een bouwvlak wijzigen naar bestemming "Wonen" waarbij het aantal woningen niet mag worden vergroot. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid met een 'Ruimte voor ruimte regeling' waarmee bij sloop van bedrijfsbebouwing een beperkt aantal woningen teruggebouwd mag worden. Van deze wijzigingsbevoegdheid kan geen gebruik worden gemaakt omdat het aantal te realiseren woningen groter is dan de ruimt-voor-ruimte regeling toelaat en het aantal sloopmeters te laag.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

13

De gronden hebben daarnaast de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Bij bodemingrepen groter dan 100 m² of met een diepte onder maaiveld van meer dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Een zone langs de Zuidbuurt heeft de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering". Deze gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, primair bestemd voor (de bescherming van) waterkeringen, watersystemen als fysiek systeem van waterlopen en andere met de waterhuishouding samenhangende voorzieningen en waterbergingsgebieden. Op de verbeelding is verder de aanduiding 'geluidzone - industrie 1' aangegeven, omdat het plangebied in de geluidzone van het industrieterrein Botlek/Pernis is gesitueerd. Daardoor geldt een zone als bedoeld in artikel 40 en artikel 41, eerste en tweede lid van de Wet geluidhinder. Binnen deze zone mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. Vervanging van bestaande geluidgevoelige objecten is slechts toegestaan indien wordt voldaan aan de bepalingen van de Wet geluidhinder. Afbeelding 3: Fragment verbeelding.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

14

3.

Beschrijving plan

3.1.

Geschiedenis De opgestrekte verkaveling van de Aalkeet Buitenpolder dateert uit de Middeleeuwen en is nog steeds herkenbaar. Karakteristiek is het open landschap met smalle lange kavels, kavelsloten en de haaks hierop staande waterlopen Poeldijkse wetering en de Molensloot. De Rijskade en Zuidbuurt met aan beide zijden een afwateringsloot vormden de scheidingen tussen drie polders: de Aalkeet Binnenpolder, de Aalkeet Buitenpolder en de Broekpolder. Afbeelding 4: Fragment Kruikiuskaart 1712.

De Zuidbuurt vormde in de Middeleeuwen de ontginningsbasis van de Aalkeet-Binnenpolder en de Aalkeet Buitenpolder. De lintbebouwing bestaat van oudsher uit boerderijen verspreid op hoger in het open landschap gelegen kreekruggen en terpen, die via lange oprijlanen met bruggen met de Zuidbuurt verbonden.. Deze liggen voornamelijk aan de zuidkant van de weg. De meeste bebouwing aan de noordkant van de Zuidbuurt is later ontstaan. Binnen het plangebied is er pas sprake van bebouwing vanaf de tweede helft van de 20e eeuw.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

15

Afbeelding 5: Historische topografie.

Op de Cultuurhistorische atlas van Zuid-Holland valt het plangebied in een strook 'polderlint van voor 1850'. Op de kaart van Kruikius uit 1712 staat binnen het plangebied geen bebouwing. Wel is te zien dat de landschapsindeling sinds 1712 weinig veranderd is. Ook hier zijn de Zuiderbuurt (Zuyt Buertse Wegh) en de Poeldijkse Wetering (Lickebaerts Watering) al aanwezig. Op de topografische kaarten van Nederland vanaf 1815 blijft deze situatie vrijwel hetzelfde tot aan de kaart van 1940, als voor het eerst, de boerderij die in 1935 is gebouwd, binnen het plange-

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

16

bied staat aangegeven. Op de kaart van 1968 is ook de bebouwing op het perceel Zuidbuurt 75 op de topografische kaart zichtbaar. De Krabbeplas, gegraven ten behoeve van de zandwinning voor de aanleg van A20 in de 80'er jaren van de vorige eeuw is landschappelijk de opvallendste ingreep. Inmiddels is de plas onderdeel van een recreatiegebied met strandjes, lig- en speelweiden beslaat 214 ha. Aansluitend ligt een golfbaan.

3.2.

Bestaande situatie Anno 2019 kenmerkt het landschap zich nog altijd als open veenweidegebied met strokenverkaveling, smalle kavels, sloten, hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het afwateringssysteem met de vele sloten heeft een belangrijke rol in het landschapsbeeld. De Poeldijkse Wetering loopt evenwijdig met Zuidbuurt en vormt de begrenzing tussen de lintbebouwing en het open landschap van de polder. Opvallend daarbij is dat aan de zuidkant van de Zuidbuurt de percelen in vierkante groen kamers op een kreekrug in het open landschap zijn gesitueerd, terwijl de percelen aan de noordzijde direct langs de Zuidbuurt een cultuurhistorisch waardevol landelijk bebouwingslint vormen op de grens van de Aalkeet Buitenpolder. Deze percelen liggen tussen de Zuidbuurt en de Poeldijkse Wetering. De bebouwing bestaat uit veel karakteristieke en (rijks)monumentale objecten. Ook de boerderij Zuidbuurt 77 is in de toelichting van het vigerende bestemmingsplan als beeldbepalend object aangemerkt. Afbeelding 6: Landschappelijke structuur.

Door de aanleg van de Blankenburgverbinding (A24), dat in noord-zuid richting door de polder loopt, zal het open landschap veranderen. Het tracé van de A24 ligt langs de oostrand van het onderhavige plangebied en is een vijf kilometer lange autosnelweg die een verbinding vormt tussen de autosnelwegen A15 bij Rozenburg en de A20 tussen Maassluis en Vlaardingen. De aanleg van de A24 is op 3 september 2018 gestart. De opening van de weg is voorzien in 2024.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

17

Op het perceel Zuidbuurt 77 was een agrarisch melkveebedrijf en een pension voor paarden gevestigd met een losstaande bedrijfswoning aan de Zuidbuurt 75b (82 m²). Op de beide percelen zijn verschillende opstallen aanwezig, waaronder een bedrijfswoning, een monumentale boerderij en een flink aantal bijgebouwen (totaal 1.166 m²). De monumentale boerderij verkeert in zeer slechte staat. Ook de andere bouwwerken zijn sterk verouderd. De eigenaar stopt omdat het bedrijf niet levensvatbaar meer is, mede omdat bedrijfsontwikkeling jarenlang planologisch mede door de aanleg van de A24, niet mogelijk was. Daarnaast hebben strengere milieueisen (bijvoorbeeld met betrekking tot fosfaatuitstoot) en de financiële haalbaarheid invloed gehad op de keuze om te stoppen. Afbeelding 7: Ligging plangebied ten opzichte van Blankenburgtracé.

Ter hoogte van het projectgebied wordt het tracé verdiept aangelegd en wordt de Hollandtunnel gebouwd. De Hollandtunnel is een zogenoemde landtunnel en is ongeveer 510 meter lang en bestaat uit twee tunnelbuizen. In elke tunnelbuis zijn 3 rijstroken. De tunnel ligt ter hoogte van

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

18

de Zuidbuurt zo laag dat de Zuidbuurt, met bijbehorende watergangen op maaiveld, over de tunnel komt te liggen. Aan de zuidzijde komt de tunnel iets boven maaiveld te liggen. De afstand van de bestaande boerderij tot de tunnel is 41 meter.

3.3.

Toekomstige situatie

3.3.1. Bebouwingsstructuur Het plangebied bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het agrarisch bouwperceel aan de Zuidbuurt 77, het tweede Zuidbuurt 75 en de daarachter gesitueerde gronden. De monumentale boerderij zal net als alle andere bebouwing op beide percelen worden gesloopt. Afbeelding 8: Toekomstige situatie.

Voor de situering van de nieuwe bebouwing op beide percelen aan de Zuidbuurt is het traditionele boerenerf als metafoor gebruikt. De toekomstige perceelsopzet voegt zich zodoende naar de historisch gegroeide bebouwingsstructuur langs de Zuidbuurt. Dit betekent dat de 'hoofdwoning' op beide percelen aan de wegzijde staat en daarachter de woningen in de 'erfbebouwing' zijn gesitueerd met de nokrichting haaks op de Zuidbuurt. Daarnaast sluiten de bouwmassa's zowel qua vorm als qua uitstraling en maatvoering aan bij de bebouwing in de omgeving. De positie van bebouwing en beplanting respecteert de doorzichten en de openheid van het veenweidelandschap. De nieuwe bebouwing ter plaatse van de huidige boerderij zal een zelfde massaopbouw krijgen als die boerderij en daarmee verwijzen naar het pand dat ter plaatse aanwezig was. Dit pand bestaat uit één woning. Achterop de erven in de omgeving, maar ook in de huidige situatie op het perceel Zuidbuurt 77, is vaak grote(re) (bedrijfs)bebouwing terug te

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

19

vinden. In plaats van dat bedrijfsgebouw zal achter de nieuwe woning op dit adres een pand dat vier rijwoningen accommodeert worden gebouwd. De stedenbouwkundige opzet is gebaseerd op de zogenaamde boerenerf-concept. Daarmee wordt bedoeld dat er sprake is van een geheel van bebouwing en inrichting op het erf. Om het terrein ligt onverhard gebied met gras of tuin. Ook worden gebiedseigen beplanting geplant om de bebouwing af te bakenen ten opzichte van zijn omgeving. Voor de woningen is voldoende ruimte beschikbaar om parkeerplaatsen op het eigen erf te realiseren. Doordat tussen de woningen een ruimte ligt worden die woningen minder sterk omsloten en ontstaat een ontspannen ruimte die aansluit bij het karakter van de van oudsher aanwezige boerenerven. Het ontspannen karakter wordt verder versterkt doordat de woningen ten opzichte van elkaar verspringen. 3.3.2. Ontsluiting en parkeren Beide percelen worden op één plek ontsloten op de Zuidbuurt. De parkeernorm voor nieuwe woningen in rest bebouwde kom (c.q. buitengebied) bedraagt 2,0 parkeerplaatsen per woning (uitgaande van dure woningen). Bij 6 nieuwe woningen dienen minimaal 12 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. In het plan zijn 14 parkeerplaatsen opgenomen, waarop ook de parkeerbehoefte van de te handhaven woning wordt gefaciliteerd. Met deze parkeerplaatsen wordt ruimschoots aan de geldende parkeernorm voldaan.

Verharding wordt grofmazig uitgevoerd, om door middel van de begroeiing tussen de stenen de weidsheid van de grasvlakten intact te houden. Daarnaast kan op deze manier zoveel mogelijk regenwater de grond in vloeien. 3.3.3. Groen en water Het boerderijerf wordt omzoomd door bomen die de vrijliggende gebouwen op de open vlakte enerzijds beschermen tegen wind, en anderzijds de plaats markeren en aftekenen. Waar mogelijk worden deze houtopstanden behouden. Als dat niet mogelijk is, zullen de te kappen bomen worden gecompenseerd door herplant van nieuwe bomen. Tussen de kavels worden groene erfafscheidingen worden ingeplant met een maximale hoogte van 1,8 meter, die de tuinen van de individuele woningen geborgenheid en privacy geven. Het doorzicht wordt gewaarborgd door in éen lijn geschakelde openingen in de groene omheining. De bestaande watergangen blijven behouden. 3.3.4. Uitstraling en architectuur De architectuur is geïnspireerd op de bestaande bebouwing. De nieuwbouw krijgt een gebiedseigen materialisering en kleurgebruik. De nieuwe bebouwing versterkt zodoende het karakter van het boerenerf en is ondergeschikt aan het hoofdgebouw, in dit geval de bestaande boerde-

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

20

rij. De architectonische uitwerking is modern en minimalistisch. Door deze benadering, waarbij de vorm wordt teruggebracht tot de essentie, is de ruimtelijke ervaring van de volumes op het land optimaal. De schuurtypologie is hiervoor uitermate geschikt, omdat deze staat voor een sober en stoer gebouw met simpele hoofdvorm: een lange, rechthoekige, met een zadeldak overdekte ruimte, waarin dieren werden gehouden of waarin materieel werd opgeslagen. Dit volume geeft richting aan het kavel, en werkt duidend. De langgerektheid komt goed tot uitdrukking door een minimalistische omkleding. Een moderne materialisering en detaillering sluiten naadloos aan bij diet typologie. De gebouwen voegen zich in de omgeving door het gebruik van natuurlijke materialen zoals het duurzame hout. Grote glasvlakken nodigen omgekeerd de ruimtelijkheid en het licht binnen en verbinden zo de woningen met de plek. 3.3.5. Duurzaamheid Een duurzaam plan kenmerkt zich door een doordacht totaalconcept van onderdelen en hun onderlinge wisselwerking, zoals materiaalkeuze, constructie, onderhoud, afval, water, enzovoort. De woningen worden voorzien van onder andere zonnepanelen op het dak. Het concept richt zich op het gebruik van energie en daarmee op de uitstoot van broeikasgassen zoals CO 2. Duurzaamheid is echter een breed begrip en speelt op alle schaalniveaus, van woonomgeving tot woning, een rol.

Gelet op de recente regelgeving zullen de woningen in het plangebied gasloos zijn. Voor het project dient verder rekening te worden gehouden met de volgende uitgangspunten:  Energie:  de woningen worden gasloos gebouwd;  het toepassen van zonnepanelen op woningen dient integraal te worden meegenomen in het ontwerp voor de woning;  het toepassen van lage temperatuur verwarming dient onderzocht te worden.  Water:  het regenwater zoveel mogelijk afkoppelen en indien mogelijk infiltreren in het gebied;  het regenwater van dakvlak kan ook worden hergebruikt voor bijvoorbeeld het sproeien van de tuin, enzovoort.  Flexibiliteit:  in het ontwerp dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheden van werken aan huis;  aanpasbare woningen of levensloopbestendige woningen bouwen zodat senioren zo lang mogelijk thuis kunnen wonen en zorg aan huis kunnen krijgen;  op- en aanbouwen mee ontwerpen om woning te vergroten in de toekomst.  Materialen:  er moet gebouwd worden met duurzame materialen;  bij materiaalkeus dient ook de onderhoud- en beheerfase te worden bekeken.  Duurzaamheid in de openbare ruimte:

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

21

 bij het bouwrijp maken is een gesloten grondbalans uitgangspunt;  in de openbare ruimte worden duurzame materialen toegepast;  het gebruik van recyclebare materialen;  het openbare verlichtingsnet van het hof wordt uitgevoerd in LED verlichting.  Groen:  de bestaande bomen/houtopstanden zullen indien mogelijk worden gehandhaafd. Indien dit niet mogelijk blijkt, zullen te kappen bomen elders op het perceel door middel van herplant worden gecompenseerd;  de woningen zullen natuurinclusief worden gerealiseerd. De voorziening die hiervoor noodzakelijk zijn, zullen worden gebaseerd op het aanvullend flora- en faunaonderzoek.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

22

4.

Nader onderzoek

4.1.

Algemeen Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (AWB, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van het verrichte onderzoek.

4.2.

Archeologie In de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden, worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor het plangebied geldt op grond van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied-West voor archeologisch onderzoek een ondergrens van 100 m². Derhalve is archeologisch onderzoek1 uitgevoerd. Op basis van het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat vanwege de diepteligging van het Laagpakket van Wormer (vanaf minimaal 3,85 m -mv) eventuele archeologische niveaus in dit pakket enkel verstoord worden door heiwerkzaamheden. De kans op het aantreffen van archeologische waarden in het Laagpakket van Wormer is echter klein. Voor het Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen Laagpakket geldt dat eventuele bewoning in drogere periodes of op eventuele oeverafzettingen kan hebben plaatsgevonden. Het booronderzoek toont mogelijk het voorkomen van veraard veen, een archeologisch kansrijke laag, op een dieper niveau. Dit niveau wordt enkel door heipalen geraakt. Het heipalenplan is nog niet bekend. Ook de afzettingen die gerekend worden tot het Laagpakket van Walcheren laten een beeld van overwegend natte condities zien.

In twee van de boringen is echter ook een humeuze laag waargenomen die wijst op een periode van droogte die lang genoeg was voor het optreden van een bodemvormingsproces. Deze is in één boring aangetroffen op 0,65 – 0,75 – mv en in een andere boring op 0,4 tot 0,5 m – mv. In deze boring zijn in deze laag puinspikkels aangetroffen. Op dit niveau kunnen archeologische waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft geconstateerd dat op basis van de resultaten van dit onderzoek de archeologische waarde van het terrein nog niet in voldoende mate is vastgesteld. De archeologische waarde van de vegetatiehorizont dient nog vastgesteld te worden. Hiervoor dient een proefsleu-

1

Salisbury Archeologie bv, Zuidbuurt 77, Vlaardingen (gemeente Vlaardingen) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (IVO-O), Rapport 230, Versie 3.1 Definitief, Assen, 13 januari 2020

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

23

venonderzoek uitgevoerd te worden. Mocht een waardevolle archeologische vindplaats aanwezig zijn dan dient deze veiliggesteld te worden door middel van een opgraving. Ook kunnen de heipalen verstorend zijn indien deze meer dan 5% verstoren of als deze dicht op elkaar geplaatst worden. Het heipalenplan zal nog aan de gemeente voorgelegd worden. Indien dit als verstorend wordt beschouwd, dan kan nader onderzoek aan de orde zijn.

4.3.

Water

4.3.1. Algemeen In het kader van een ruimtelijke procedure dient de watertoets te worden doorlopen. Op basis hiervan dient een waterparagraaf opgesteld te worden. In deze waterparagraaf zijn de belangrijkste waterhuishoudkundige aspecten vastgelegd. Het hoogheemraadschap van Delfland is de waterbeheerder van het binnendijks gebied. Rijkswaterstaat is de waterbeheerder van de Nieuwe Maas en het buitendijks gebied. De waterparagraaf is opgesteld in afstemming met het hoogheemraadschap van Delfland. 4.3.2. Beleidskader Europa  Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die verplichtingen oplegt om aan strengere normen voor de waterkwaliteit te voldoen. Het doel van deze richtlijn is te zorgen dat de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater uiterlijk in 2027 op orde is. De komende jaren wordt gewerkt aan schoon en gezond water, wat belangrijk is voor planten, dieren en mensen. Omdat water zich niet aan grenzen houdt, bepaalt de KRW dat waterbeheerders per stroomgebied moeten samenwerken om te komen tot een maatregelenpakket. Het pakket maatregelen omvat onder meer de aanleg van natuurvriendelijke oevers, maatregelen voor herstel van verdroging, het saneren van bodemverontreiniging bij drinkwaterwinning en het saneren van ongezuiverde lozingen. De gemeente Vlaardingen is onderdeel van het deelstroomgebied Rijn-West.

Rijk  Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet, die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Nationaal Waterplan (2016-2021) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

24

 Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De watertoets is in 2003 verplicht gesteld voor ruimtelijke plannen. Provincie  Provinciaal Waterplan Zuid-Holland Het Waterplan Zuid-Holland beschrijft wat in de periode 2016 – 2021 moet gebeuren om de provincie in de toekomst op een duurzame wijze veilig en leefbaar te houden. Het gaat daarbij om waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en een robuust en veerkrachtig watersysteem. Het plan werkt de strategische wateropgaven voor drie gebieden verder uit, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven.  Overstromingsrisico's De provincie ziet het als haar rol om te zorgen dat gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede afweging maken van hoogwaterrisico's. Gemeenten worden gevraagd bij nieuwe ontwikkelingen en herstructureringen in buitendijkse gebieden een inschatting te maken van het slachtofferrisico bij overstromingen en te verantwoorden hoe zij daarmee zijn omgegaan.

Het beleidskader is opgenomen in de provinciale Visie ruimte en mobiliteit en in de provinciale Verordening ruimte. De provincie heeft een Risico Applicatie Buitendijks (RAB) ontwikkeld, die gemeenten hierbij kunnen gebruiken. In deze methodiek bedraagt de oriëntatiewaarde van het -5 risico op individueel overlijden (LIR) 1x10 . Hoogheemraadschap van Delfland Waterbeheerplan Delfland Het Waterbeheerplan (WBP 5) van het Hoogheemraadschap van Delfland beschrijft de strategie ten behoeve van de uitvoering van zijn kerntaken voor de komende jaren. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop, de waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater. Keur Delfland Voor werkzaamheden en activiteiten aan het water of aan waterkeringen gelden regels. Deze regels zijn vastgelegd in een verordening 'Delflands Algemene Keur'. In deze Keur staan gedoogplichten, geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. In de Keur is geregeld dat kern- en beschermingszones voor waterkeringen (en watergangen) in acht dienen te worden genomen.

Concreet komt het erop neer dat binnen de beschermingszone van waterkeringen en wateren niets zondermeer gebouwd en opgeslagen mag worden, waarbij voor de kernzone een strenger regime (bouwen binnen de kernzone is niet toegestaan) geldt dan voor de aangrenzende beschermingszone. Deze bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel van de waterkering en/of veiligheid wordt aangetast dan wel het

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

25

onderhoud van de waterkering/water wordt gehinderd. De breedte en maatvoeringen van deze beschermingszones zijn vastgelegd in de 'Legger'.  Handreiking Watertoets voor gemeenten Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Hiervoor hanteert Delfland het standstill beginsel. Dit houdt in dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen invloed hebben op het watersysteem, bijvoorbeeld door een toename van het verhard oppervlak. Ook kan een gebied van functie veranderen, waardoor het vereiste beschermingsniveau verandert. Indien ontwikkelingen tot een verandering van de belasting op het watersysteem leiden, moet dit conform het stand-still beginsel worden gecompenseerd. Uitgangspunt is dat ieder gebied moet voldoen aan de inundatienormen, de wettelijke veiligheidsnorm aangegeven als de gemiddelde kans – per – jaar op wateroverlast door hevige neerslag. Ook mag een verandering niet tot grote afvoer naar andere gebieden leiden (afwentelen). Daarnaast moet worden tegengegaan dat de nog beschikbare ruimte in het watersysteem door (ruimtelijke) ontwikkelingen geleidelijk aan steeds kleiner wordt (normopvulling).

Om de benodigde compensatie voor een (ruimtelijke) ontwikkeling te berekenen, heeft Hoogheemraadschap van Delfland de Watersleutel ontwikkeld. De Watersleutel toont het verschil tussen de benodigde waterberging in de huidige situatie én in de toekomstige situatie. Gemeente Vlaardingen  Waterplan De gemeente Vlaardingen en het Hoogheemraadschap van Delfland hebben gezamenlijk het Waterplan Vlaardingen opgesteld. Het waterplan is een integratiekader voor het totale waterbeheer in Vlaardingen. In de plannen geven Vlaardingen en het hoogheemraadschap een gezamenlijke visie op de gewenste ontwikkeling van het watersysteem op middellange termijn (2030). Het watersysteem van Vlaardingen kenmerkt zich door een snelle afvoer van regenwater, voornamelijk via de riolering. In de stedelijke polders stroomt veel water vanuit de singels de riolering in en wordt het water via overstortbemaling afgevoerd naar de Nieuwe Maas. De visie van het waterplan is gericht op een robuust systeem, waarin meer water wordt vastgehouden en meer waterberging wordt aangelegd. In het waterplan is de integrale wateropgave bepaald en worden maatregelen uitgewerkt om die opgave te realiseren. De hoofddoelstellingen van het waterplan Vlaardingen zijn: a. water draagt in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke kwaliteit van Vlaardingen; b.

de stedelijke polders van Vlaardingen voldoen aan de NBW-normering wateroverlast; c. het water in Vlaardingen is schoon en voldoet op termijn aan de eisen van de KRW; d. de vuilemissie uit de riolering is teruggebracht volgens de normering basisinspanning; e. het oppervlaktewater wordt niet meer via riolering afgevoerd.

Vastgesteld Gemeente Vlaardingen - Bestemmingsplan Zuidbuurt 75b en 77

26

 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijft hoe de gemeente Vlaardingen invulling geeft aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In dit plan vertaalt de gemeente de ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een strategie en daarvoor benodigde activiteiten. De gemeente Vlaardingen werkt samen met haar gebiedspartners aan de thema's: a. schoon & gezond; b. droog & veilig; c. duurzaam & doelmatig. 4.3.3. Huidige situatie Algemeen Het plangebied ligt in de Aalkeet Buitenpolder. De Aalkeet polders zijn binnen de gemeente Vlaardingen een waterstaatkundige eenheid. Verversingswater wordt ingelaten vanuit Delflands boezem. Bemaling vindt eveneens plaats op de boezem. Grondwater Het waterpeil ligt op -2,85 m -NAP. Het maaiveld ligt op ongeveer -2,00 m - NAP. Op een afstand van circa 300 meter ten oosten van het plangebied is een grondwatermonitoringspunt gelegen met identificatie B37G0621 met een meetperiode van 1978 tot en met 1981. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van dit nabijgelegen meetpunt zijn respectievelijk -2,7 m - NAP en -2,9 m - NAP. Dit geeft een ontwateringsdiepte van 0,7 meter en drooglegging van 0,9 meter. De huidige grondwaterstand geeft geen aanleiding om maatregelen te treffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10106765/1