CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Floris de Vijfdelaan - toelichting

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Bestemmingsplan Floris de Vijfdelaan17.736 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TOELICHTING PROJECT

Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

STATUS

vastgesteld

PROJECTNUMMER

NL.IMRO.0622.0300bpFlVijf2020-0020

DATUM

17 september 2021

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer

info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 - 744 08 38 085 - 744 08 37 Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7

5 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel van het plan 1.3 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.4 Leeswijzer Kaders 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid Beschrijving plan 3.1 Bouwplan 3.2 Randvoorwaarden, uitgangspunten en belemmeringen IPvE Ruimtelijke en milieutechnische aspecten 4.1 Algemeen 4.2 Planologie 4.3 Verkeer- en parkeeraspecten 4.4 Archeologie 4.5 Cultuurhistorie 4.6 Water 4.7 Ecologie 4.8 Geluid 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Externe veiligheid 4.11 Bodem 4.12 Bedrijven en milieuzonering 4.13 Duurzaamheid 4.14 M.e.r.-beoordeling Planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen en dubbelbestemmingen Economische uitvoerbaarheid

6 6 6 6 7 8 8 9 16 20 20 21 28 28 28 29 30 31 32 36 37 39 41 43 43 45 45 47 47 47 49

Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Bestuurlijk vooroverleg 7.2 Participatie 7.3 Zienswijzen

50 50 50 50

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 3

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 4

Toelichting

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 5

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Aanleiding

Het plangebied maakt onderdeel uit van de Westwijk te Vlaardingen. De Westwijk heeft circa 12.500 inwoners. Er staan circa 6.500 woningen waarvan 75% gestapeld en 25% grondgebonden. Deels zijn de woningen bezit van de woningbouwcorporatie Waterweg Wonen. De laatste jaren zijn, met name in de voorzieningenstroken, nieuwbouwprojecten opgeleverd. Dit is onderdeel van een grootschalig herstructureringsprogramma dat loopt tot 2030 in het kader van het Actieplan Wonen. Onderdeel van de herstructurering is de realisatie van 64 grondgebonden woningen, waarvan 14 grondgebonden huur- of koopwoningen in de vrije sector en 50 grondgebonden sociale huurwoningen met bijbehorende voorzieningen en parkeerplaatsen. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Doel van het plan

De doelstellingen voor het bestemmingsplan zijn als volgt: het mogelijk maken van de beoogde herstructurering van het betreffende deelplan en; het verkrijgen van een actueel planologisch-juridisch beheerkader ná de realisering van de woningen.

1.3

Ligging en begrenzing van het plangebied

De Westwijk is een naoorlogse wederopbouwwijk aan de westkant van Vlaardingen. De wijk is ontworpen door Willem van Tijen en wordt gekenmerkt door een heldere buurtopbouw. Er zijn vier buurten rondom een centraal middengedeelte. Het plangebied is gelegen in het noordoosten van Westwijk. In figuur 1 is de globale ligging van het plangebied in de wijk en stad weergegeven. Figuur 1. Globale ligging plangebied in Westwijk, Vlaardingen

Het plangebied wordt omsloten door: Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 6

aan de noordzijde: de Graaf van Egmondstraat; aan de oostzijde: de Philips de Goedestraat; aan de zuidzijde: de Floris de Vijfdelaan; aan de westzijde: de Dirk de Derdelaan. Het plangebied is omgeven door bestaand stedelijk gebied, bestaande uit woningen, bedrijvigheid en een sporthal. Aan de noord-, west- zuidzijde van het plangebied is sprake van bestaande wegenstructuur. In figuur 2 is een topografische weergave van de ligging van het plangebied opgenomen. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is aangeduid met rode omlijning. Figuur 2. Ligging en begrenzing van het plangebied

1.4

Leeswijzer

De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 Kaders wordt kort ingegaan op de kaders voor dit bestemmingsplan, waaronder de uitgangspunten voor de planontwikkeling, zoals die in het bestemmingsplan Westwijk zijn neergelegd. In Hoofdstuk 3 Beschrijving plan is de toekomstige situatie in het plangebied opgenomen. Hoofdstuk 4 Ruimtelijke en milieutechnische aspecten gaat in op de relevante milieuaspecten en overige onderzoeken. De toelichting op de juridische planopzet is opgenomen in Hoofdstuk 5 Planopzet. De economische uitvoerbaarheid komt aan de orde in Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid. Ten slotte zijn in Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid de resultaten van het overleg met instanties en eventuele ingekomen zienswijzen op het plan opgenomen.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 7

Hoofdstuk 2 Kaders

2.1

Rijksbeleid

Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 zijn de juridische mogelijkheden van het Rijk gewijzigd. Structuurvisies zullen voortaan de hoofdlijnen van het nationale ruimtelijk beleid aangeven en de nationale belangen die met dat beleid worden behartigd proberen veilig te stellen. Ter verwezenlijking daarvan heeft het Rijk de beschikking over nieuwe juridische mogelijkheden. Het Rijk kan een bestemmingsplan opstellen, een zogenaamd rijksinpassingsplan. Daarnaast zijn er instrumenten die uitvoering van het rijksbeleid kunnen verzekeren zoals de bevoegdheid tot het stellen van algemene regels in een algemene maatregel van bestuur (amvb) en het opleggen van aanwijzingen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is in werking getreden en geeft de rijksbelangen weer die doorwerken in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan. 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Vastgesteld op 13 maart 2012 Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt.

Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Voor de middellange termijn (2028) kiest het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur; 2. Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Daarnaast benoemt het Rijk 13 nationale belangen, waar het rijk verantwoordelijk voor is. Het betreft: 1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7.

Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening, en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van floraen faunasoorten; 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten;

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 8

13. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur geeft de nationale belangen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is, geografisch weer. Op deze kaart in de structuurvisie is op hoofdlijnen aangegeven welke gebieden en structuren van nationaal belang zijn bij de geformuleerde rijksdoelen rond concurrentiekracht, bereikbaarheid en leefbaarheid en veiligheid, zodat een samenhangende ruimtelijke hoofdstructuur zichtbaar wordt. De structuurvisie infrastructuur en ruimte vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is daarnaast de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 4.2 gemotiveerd.

2.2

Provinciaal beleid

Per 1 april 2019 zijn de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverorderning Zuid-Holland in werking getreden. Deze beleidstukken worden in de opvolgende subparagrafen beschreven. 2.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland 2.2.1.1 Beleid In de omgevingsvisie is het al bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld. 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level De stap van fossiele economie naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving.

Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd. Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied zullen we moeten inzetten op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 9

5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzaamd. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid.

Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Inpassing Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 10

niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat.

Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Figuur 3. Soorten ontwikkeling (bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland

De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 11

2.2.1.2

Relatie tot plangebied

Bij de ontwikkeling zal onder andere rekening moeten worden gehouden met de impact van klimaatverandering, de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. De ontwikkeling van woningen sluit aan op de opgave om een fors aantal woningen te realiseren. Het plan voor de ontwikkeling van woningen dient goed gemotiveerd te worden aan de hand van de richtinggevende ambities van de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Ter plaatse van het plangebied is de voorheen aanwezige bebouwing gesloopt. Beoogd wordt binnen het plangebied 64 woningen te realiseren, waarvan 14 grondgebonden huur- of koopwoning en 50 grondgebonden sociale huurwoningen. De voorgenomen ontwikkeling maakt onderdeel uit van de herstructurering van Westwijk. Om te beoordelen of de ruimtelijke ontwikkeling passend is, zal het plan getoetst worden aan de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. Op basis van de kwaliteitskaart zijn de volgende richtpunten van belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de onderzoekslocatie. Laag van ondergrond Het projectgebied is gelegen in 'Bijzonder reliëf – jonge stroomgordels en geulafzettingen' en in 'Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei'. Figuur 4. Uitsnede kwaliteitskaart 'Laag van ondergrond', projectlocatie rood omlijnd

De richtpunten voor ontwikkelingen in het gebied 'Bijzonder reliëf' zijn: ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Het richtpunt in het gebied 'Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei' is: ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het projectgebied is niet gelegen in één van de door de kwaliteitskaart 'laag van de cultuur- en Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 12

natuurlandschappen' aangewezen gebieden. De richtlijnen die horen bij voornoemde kaart zijn niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling. Laag van stedelijke occupatie Het projectgebied is gelegen in 'Steden en Dorpen'. Figuur 5. Uitsnede kwaliteitskaart 'Laag van stedelijke occupatie', projectlocatie rood omlijnd

De richtpunten voor ontwikkelingen in dit gebied zijn: ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur; daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving; ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand; cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt; historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied; Laag van de beleving Het projectgebied is niet gelegen in één van de door de kwaliteitskaart 'laag van de beleving' aangewezen gebieden. De richtlijnen die horen bij voornoemde kaart zijn niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling.

2.2.1.3 Conclusie Bij het beoordelen van de ruimtelijke kwaliteit van het plan zijn de richtpunten zoals voortgekomen uit de kwaliteitskaarten van belang. De ontwikkeling voorziet in het type ontwikkeling 'inpassing'. De ontwikkeling is passend bij de aard van het landschap. Het plangebied is gelegen in de bestaande woonwijk Westwijk en maakt onderdeel uit van een grotere herstructurering. De rol van de provincie is bij het type ontwikkeling 'inpassing' in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 13

De ontwikkeling voorziet in een stedelijke herstructurering binnen de stedelijk occupatie. In het plangebied worden maximaal 64 woningen gerealiseerd met een herkenbare structuur. Daarnaast is sprake van behoud van de elementaire groenstructuur. De bestaande en herkenbare wegenstructuur wordt beperkt aangepast en daardoor niet in haar herkenbaarheid aangetast. De ontwikkeling is daarmee te beschouwen als een 'inpassing'. 2.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland 2.2.2.1 Beleid Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging.

Onderstaande artikelen zijn van toepassing op het plangebied. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); 2. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: a. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; 3. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: a.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 14

hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Bestaand stads- en dorpsgebied Uitgangspunt voor de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daardoor primair plaats binnen BSD. In figuur 6 is te zien dat de projectlocatie is gelegen binnen BSD. De contour bestaand stads- en dorpsgebied 2018 is vastgesteld op 20 februari 2019. Figuur 6. Uitsnede kaart 'Bestaand stads- en dorpsgebied 2018', projectlocatie rood omlijnd. (geraadpleegd op 13 maart 2020)

2.2.2.2 Relatie tot het plangebied De beoogde ontwikkeling dient in lijn te zijn met de bepalingen voor ruimtelijke kwaliteit en stedelijke ontwikkelingen. De projectlocatie is gelegen binnen BSD, om deze reden zal het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking volstaan en dient de ontwikkeling niet opgenomen te zijn op de 3 hectare kaart. Van een stedelijke ontwikkeling zoals toegelicht in artikel 6.10 is geen sprake, aangezien het aantal woningen in de toekomstige situatie afneemt t.o.v. de huidige situatie.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 15

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1 Integraal Programma van Eisen Voor het plan 'Floris V Laan Noord' is een Integraal Programma van Eisen (IPvE) opgesteld (d.d. september 2018). In opdracht van Waterweg Wonen is in samenwerking met de gemeente Vlaardingen door KuiperCompagnons een studie gemaakt naar het centrum van de Westwijk. Het ruimtelijke model dat uit deze studie is voortgekomen vormt de onderlegger voor het Integraal Programma van Eisen. Het IPvE is opgenomen in Bijlage 1 Integraal Programma van Eisen (IPvE). Opgaven Centrumplan Westwijk De opgave is om het nieuwe centrum van de Westwijk, gevormd door het Plein West en het Erasmusplein, stedenbouwkundig af te ronden door het Erasmusplein te begrenzen met bebouwing aan de westzijde gecombineerd met een verblijfsplein. Dit gebied moet ruimtelijk verbonden worden met de winkelstrook aan de Dirk de Derdelaan en met de Heemtuin en het Marnixplantsoen. Daarnaast komen locaties beschikbaar voor woningbouw bij de Valkenhof en de twee te verplaatsen sporthallen. Deze woningbouwlocatie moet in de uiteindelijke realisatie een stedenbouwkundige eenheid vormen met de woningbouw, welke de winkelstrip met woningen aan de Floris de Vijfdelaan zal vervangen. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld om de opgaven aan de Floris Vijfdelaan mogelijk te maken. In het IPvE zijn verschillende randvoorwaarden, uitgangspunten en aanbevelingen opgenomen.

Deze zijn opgenomen voor verschillende aspecten om een ruimtelijk kwalitatief kader te bieden voor de voorgenomen ontwikkeling. Het betreft de volgende aspecten: milieu; water; groen; openbare ruimte (kabels en leidingen); archeologie en cultuurhistorie; woningbouwprogramma en verkaveling; verkeer, ontsluiten en parkeren; en duurzaamheid. Voornoemde aspecten worden nader behandeld in Hoofdstuk 4 Ruimtelijke en milieutechnische aspecten en getoetst aan de planuitwerking van voorliggend bestemmingsplan in paragraaf 3.2 Randvoorwaarden, uitgangspunten en belemmeringen IPvE. 2.3.2 Vigerend planologisch kader Het bestemmingsplan 'Westwijk' is op 3 juli 2018 vastgesteld. De gronden binnen het plangebied hebben de enkelbestemmingen: 'Wonen - 2', 'Horeca', 'Maatschappelijk' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Tevens is sprake van de dubbelbestemming: 'Waarde - Archeologie 4'. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de volgende gebiedsaanduidingen: 'geluidszone industrie', 'overige zone - parkeren, laden, lossen en stallen' en 'wetgevingszone wijzigingsgebied 4'. De gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 4' bevat een wijzigingsbevoegdheid. Deze bevoegdheid is neergelegd in artikel 39.8 van het bestemmingsplan Westwijk.

Op basis van de wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk om de gronden waarop de wijzigingsbevoegdheid van kracht is geheel of gedeeltelijk te wijzigen naar de bestemming 'Wonen - Uit te werken' ten behoeve van de realisatie van woningen. In artikel 24 van het bestemmingsplan Westwijk zijn de regels met betrekking tot 'Wonen - Uit te werken opgenomen. De voor 'Wonen - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en bijzondere woonvormen, al dan niet in combinatie met beroep en bedrijf aan huis of Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 16

een gastouderopvang. In voorliggend bestemmingsplan wordt géén gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid, aangezien het onderliggende bestemmingsplan 'Westwijk' ten tijde van de voorbereiding van deze planvorming nog geen vastgestelde of onherroepelijke status geniet. Desondanks wordt in voorliggend bestemmingsplan wel rekening gehouden met en getoetst aan deze wijzigingsbevoegdheid (zie par. 2.3.2.1). In het bestemmingsplan mogen uitsluitend woningen worden gebouwd. De woningen dienen binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal woonheden' is aangegeven. Deze aanduiding is echter niet opgenomen in de verbeelding van het bestemmingsplan, In artikel 39.8 is tevens geen maximum aantal woningen opgenomen. De bouwhoogte van de woningen mag eveneens niet meer bedragen dan hetgeen door middel van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. Ook deze aanduiding is niet opgenomen. Aangezien in de wijzigingsbevoegdheid geen beperkingen zijn opgenomen ten aanzien van het aantal woningen en de bijhorende bouwhoogte, is voorliggend bestemmingsplan op deze onderdelen niet strijdig met de voorwaarden van deze regeling. Als gevolg van de archeologische verwachtingswaarde geldt voor het grootste deel van het plangebied een dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 4”.

Projecten waarvan de omvang beneden 100 m2 blijft, of projecten die de bodem niet dieper dan 100 cm onder maaiveld verstoren, zijn van regels vrijgesteld. Het plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding "Geluidzone - Industrie". Hierbinnen zijn nieuwe geluidgevoelige objecten slechts toegestaan indien de geluidbelasting vanwege de gezoneerde industrieterreinen op de betreffende gevels niet hoger is dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verleende hogere grenswaarde. Het plangebied is eveneens gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - parkeren, laden, lossen en stallen'. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - parkeren, laden en lossen en stallen' dient bij nieuwbouw en functiewijziging te worden voorzien in: voldoende parkeergelegenheid volgens de gemeentelijke parkeernota; voldoende ruimte voor het laden en lossen; voldoende ruimte voor het stallen van fietsen; Van voornoemde kan worden afgeweken indien naar oordeel van Burgermeester en wethouders het voldoen aan de bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of naar oordeel op andere wijze in voldoende mate wordt voorzien. Figuur 7. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Westwijk' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 17

2.3.2.1 Toetsing In het bestemmingsplan 'Westwijk' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De wijzigingsbevoegdheid is neergelegd in artikel 39.8 van de regels van het bestemmingsplan 'Westwijk'. In voorliggend bestemmingsplan wordt géén gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid, aangezien het onderliggende bestemmingsplan 'Westwijk' ten tijde van de voorbereiding van deze planvorming nog geen vastgestelde of onherroepelijke status geniet. Desondanks wordt in voorliggend bestemmingsplan wel rekening gehouden met en getoetst aan deze wijzigingsbevoegdheid. In deze paragraaf wordt het plan naast het voornoemde artikel gelegd. 39.8 Wetgevingzone - wijzigingsgebied 4 (Floris V) a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 4' geheel of gedeeltelijk te wijzigen in de bestemming Wonen - Uit te werken ten behoeve van de realisatie van woningen; b. Het bepaalde in artikel 33 van het bestemmingsplan Westwijk ten aanzien van archeologie dient in acht te worden genomen; c. Het bepaalde in artikel 37.1 van het bestemmingsplan Westwijk ten aanzien van industrielawaai dient in acht te worden genomen; d. Het bepaalde in artikel 37.5 an het bestemmingsplan Westwijk ten aanzien van parkeren, laden en lossen en stallen dient in acht te worden genomen; e.

Er dient te worden voldaan aan de eisen ten aanzien van duurzame nieuwbouw; f. Er dient te worden voldaan aan de eisen ten aanzien van weg- en railverkeerslawaai; g. Er dient te worden voldaan aan de eisen ten aanzien van luchtkwaliteit; h. Er dient te worden voldaan aan de eisen ten aanzien van externe veiligheid; i. Er dient te worden voldaan aan de eisen ten aanzien van bodemkwaliteit; j. Er dient te worden voldaan aan de eisen ten aanzien van beschermde natuur; Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 18

k. Er dient te zijn aangetoond dat deze uitvoerbaar is gelet op de watertoets; l. Er dient te zijn aangetoond dat deze uitvoerbaar is gelet op de economische uitvoerbaarheid. Beoordeling voorwaarden wijzigingsbevoegdheid: a. De beoogde ontwikkeling voorziet enkel in de realisatie van woningen; b. Archeologie is in acht genomen, zie hiervoor paragraaf 4.4. Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geadviseerd het gebied vrij te geven en de dubbelbestemming te laten vervallen; c. De akoestische gevolgen in het kader van industrielawaai zijn onderzocht en beschreven in paragraaf 4.8. d. Ten aanzien van parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.3. Dit aspect is tevens in acht genomen; e. Er wordt voldaan aan de eisen van duurzame nieuwbouw, het een en ander wordt omschreven in paragrafen 3.1 en 3.2; f. Er wordt voldaan aan de eisen van weg- en railverkeer, zie paragraaf 4.8 voor nadere toelichting; g. Er wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van luchtkwaliteit, zie paragraaf 4.9 voor nadere toelichting. De beoogde ontwikkeling zorgt, in vergelijking met de huidige situatie, voor een verbetering van de luchtkwaliteit. h. Er wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van externe veiligheid, zie paragraaf 4.10 voor nadere toelichting. i. Er wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van bodemkwaliteit. Hiertoe is een onderzoek uitgevoerd en toegevoegd aan het bestemmingsplan.

De onderzoeksresultaten zijn opgenomen in paragraaf 4.11. De bodemkwaliteit voldoet aan de eisen die gesteld worden aan een woonfunctie; j. Er wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van beschermde natuurgebieden, flora en fauna. In paragraaf 4.7 is hiertoe een motivering opgenomen; k. In paragraaf 4.6 wordt de uitvoerbaarheid ten opzichte van de watertoets aangetoond. l. Hoofdstuk 6 betreft een omschrijving van de economische uitvoerbaarheid.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 19

Hoofdstuk 3 Beschrijving plan

3.1

Bouwplan

Het bouwplan maakt deel uit van de herstructurering van Westwijk. In het plangebied was een appartementenblok gelegen met commerciële functies in de plint. De voormalige bebouwing, bestaande uit 76 woningen en ca. 4.500 m2 aan commerciële ruimte is inmiddels gesloopt. De gesloopte bebouwing was zes lagen hoog. Binnen het plangebied bevinden zich eveneens drie vrijstaande paviljoens die ook als winkelruimte en horeca in gebruik zijn geweest. Beoogd wordt om binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan 64 grondgebonden woningen te realiseren. De 64 woningen bestaan uit 14 grondgebonden koop- of huurwoningen in de vrije sector en 50 grondgebonden sociale huurwoningen. Tevens wordt parkeergelegenheid op maaiveld gerealiseerd. Aan de oostzijde binnen het plangebied is een plein met een grid van kastanjebomen gesitueerd. Dit plein blijft behouden. De groene driehoek in het zuidwestelijk deel van het plangebied blijft tevens behouden. In voorliggend bestemmingsplan is voor beide groenvoorzieningen de bestemming 'Groen' toegepast. Middels deze aanpassing hebben beide voorzieningen een gewaarborgd juridisch kader verkregen. Figuur 8. Weergave van de voorlopige verkaveling

Het plangebied wordt ontsloten op de bestaande wegenstructuur: Floris de Vijfdelaan, Dirk de Derdelaan en Graaf van Egmondstraat. Ten opzichte van de huidige situatie wordt de ontsluitingslus aan de Floris de VIjfdelaan, waar het voormalige appartementencomplex via het parkeerterrein werd ontsloten, omgelegd en een nieuwe ontsluiting gemaakt op de Dirk de Derdelaan. Deze aanpassing in de wegenstructuur biedt in de toekomstige situatie meer ruimte voor de driehoek met groenvoorzieningen. De herkenbare stedenbouwkundige structuur wordt hiermee versterkt.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 20

3.2

Randvoorwaarden, uitgangspunten en belemmeringen IPvE

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een Integraal Programma van Eisen (IPvE) opgesteld. Het IPvE biedt een ruimtelijk kwalitatief kader voor de uitwerking van het plan en biedt een set van randvoorwaarden, uitgangspunten en aanbevelingen. Voorwaarde om medewerking te verlenen aan de wijzigingbevoegdheid is dat het plan voldoet aan de IPvE. In deze paragraaf worden de randvoorwaarden, uitgangspunten en aanbeveling omschreven. De toetsing heeft plaatsgevonden op basis van het voorlopige bouwplan en de verkaveling. Het IPvE is onderverdeeld in drie aandachtsgebieden waarbinnen verschillende aspecten worden behandeld. Het betreft de volgende drie aandachtsgebieden: omgevingsaspecten; programmatische aspecten; ruimtelijke aspecten. 3.2.1 Omgevingsaspecten 3.2.1.1 Milieu Randvoorwaarden Om de bestaande rechten en milieutechnische gebruiksruimte van het garagebedrijf aan de Dirk de Derdelaan te waarborgen, mogen geen woningen op kortere afstand worden gerealiseerd dan de oorspronkelijke bebouwing. In de toekomstige situatie wordt voldaan aan deze randvoorwaarde. De bouwmogelijkheden zijn middels regels en verbeelding beperkt. Hoofdgebouwen dienen binnen de begrenzing van bouwvlakken plaats te vinden. De voorgevels van het meest nabijgelegen bouwvlak zijn op exact dezelfde lijn gepositioneerd als waar de achterzijde van het voormalige appartementencomplex was gelegen.

In paragraaf 4.12 Bedrijven en milieuzonering nader op ingegaan. Uit het oogpunt van externe veiligheid vanwege Rotterdam-The Hague Airport moet het plangebied tenminste uit twee verschillende richtingen bereikbaar zijn voor hulpdiensten. De wegenstructuur wordt aangepast. Het plangebied wordt in de toekomstige situatie tevens ontsloten op de Dirk de Derdelaan. Het gebied blijft in de toekomstige situatie bereikbaar vanuit meer dan twee verschillende richtingen. Het plan voldoet hiermee aan de randvoorwaarde. In paragraaf 3.2.2.2 Ontsluiting en parkeren en 4.3 Verkeer- en parkeeraspecten is hiertoe een nadere motivering opgenomen. Uitgangspunten Om een goed woon- en leefklimaat te bewerkstelligen moet een afstand van 30 meter in acht worden genomen tot het garagebedrijf aan de Dirk de Derdelaan. De afstand tussen het garagebedrijf en de toekomstige bebouwing is circa 12 meter. Zoals toegelicht in paragraaf 4.12 Bedrijven en milieuzonering vormt dit geen belemmering, aangezien het garagebedrijf in de huidige situatie reeds rekening diende te houden met de naastgelegen woningen. Aangezien de woningen niet op een kortere afstand worden gepositioneerd, kan worden gesteld dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening; Indien hogere grenswaarden voor geluid noodzakelijk zijn geldt voor de betreffende woningen: 1.

De woningen moeten beschikken over een geluidluwe zijde of loggia (volgens de definitie van het hogere waardenbeleid) 2. De meeste slaapkamers moeten worden gesitueerd aan de geluidluwe zijde. 3. Er moet een geluidluwe buitenruimte aanwezig zijn. Voor alle woningen in het plangebied geldt dat sprake is van een geluidluwe buitenruimte op de begane grond. Conclusie Het plan voldoet aan de randvoorwaarden en uitgangspunten die in het IPvE zijn opgenomen ten aanzien van milieu. In Hoofdstuk 4 volgt een nadere beschouwing van deze elementen.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 21

3.2.1.2 Water Randvoorwaarden Aan de hand van het grondwaterbeleidsplan wordt gestreefd om nieuwbouw en de inrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk bestand te maken tegen de hydrologische situatie in Vlaardingen (zakkende polder met hoge grondwaterstanden) en de gevolgen van klimaatverandering (hevige neerslag, toename van kwel, droogte) en maaivelddaling. De ontwikkelende partij dient een onderbouwing voor het vloer- en bouwpeil aan te leveren. Op basis van de eisen volgens de Standaard Uitvoeringseisen Vlaardingen (SUV) is het vast te stellen peil (bovenkant afgewerkte vloer) van woningen in bouwprojecten afhankelijk van onder meer: a. het vloerpeil van de eventueel aanwezige aangrenzende bebouwing; b. de oorspronkelijke aanleghoogte (kruin van de weg); deze hoogte varieert van blok tot blok; c. civiel-technische criteria (w.o. het grondwater- en singelpeil); d. de afstand van de woning tot het erf of de straat; in het geval de woning direct grenst aan het trottoir is een indicatie voor het vloerpeil een niveau van 0,1 m boven het aangrenzende trottoir. Het vloerpeil wordt conform het SUV bepaald op basis van bovenstaande eisen. Hemelwater van woningen, bergingen en tuinen dient tijdelijk vastgehouden of op eigen terrein verwerkt te worden. Hierdoor wordt de riolering, het transportsysteem en de waterzuiveringssysteem ontlast.

Daarnaast neemt de klimaatbestendigheid van het totale gebied toe. In de uitwerking van het plan wordt onderzocht of het realiseren van regentonnen bij woningen haalbaar is. Uitgangspunten De gemeente hanteert een streefwaarde voor de grondwaterstand onder maaiveld (de ontwateringsdiepte). Er is sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien de representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) voor een gebied tijdens een periode van minstens drie aaneengesloten jaren hoger is dan de streefwaarde van 0,7 meter onder openbare ruimtes (of uit grondwateronderzoek blijkt dat dit het geval zal zijn). Als representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) geldt de meetwaarde die 10% van de tijd wordt overschreden. Ten behoeve van de onderbouwing is het wenselijk om meer inzicht in de lokale grondwatersituatie te krijgen. Het gemeentelijke grondwatermeetnet is uitgebreid, maar geeft op deze locatie onvoldoende inzicht in de grondwaterstanden. Voor het verkrijgen van een goed beeld van de grondwatersituatie en de GHG dient over minimaal één hydrologisch jaar hoog frequent (min: 1 meting per uur) gemeten te worden. Op basis van metingen blijkt het grondwater circa 2,8 m onder maaiveld gelegen.

Er dient onderzocht te worden of het openbaar groen gecombineerd kan worden met waterberging, omdat de footprint van de bebouwing in de proefverkaveling niet vergroot wordt is door het invullen van de watersleutel in het beleid van het Hoogheemraadschap gebleken dat er geen waterberging gerealiseerd hoeft te worden. Conclusie In de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met de randvoorwaarden en uitgangspunten die in het IPvE zijn opgenomen. Vooralsnog kan worden voldaan aan de voorwaarden ten aanzien van het aspect water. 3.2.1.3 Groen

Openbare ruimte

Randvoorwaarden

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 22

Het hoofduitgangspunt voor de hoeveelheid groen in een ontwerp is gesteld op 20% van de openbare ruimte voor ontwerpen in de groenstedelijke gebieden van Vlaardingen. In het openbaar gebied is uitsluitend sprake van de bestemming 'Groen' en 'Verkeer'. Het plangebied bestaat voor 8.357 m2 uit openbaar gebied, waarvan voor 1.687,6 m2 een bestemming 'Groen' van toepassing is. Op basis van deze verdeling is planologisch sprake van ruim 20% groen in de openbare ruimte en voldoet het plan hiermee aan de randvoorwaarde. Groenontwerp afstemmen op andere deelgebieden die in ontwikkeling zijn in de wijk. Bij de boomkeuze moet gebruik worden gemaakt van de Boommonitor van het handboek Bomen. De bomenstructuur langs Floris de Vijfdelaan handhaven, indien de toekomstige aanleghoogte dit toestaat. De bestaande bomenstructuur ter plaatse wordt gehandhaafd en versterkt. De bestemmingswijziging biedt een versterkte juridische waarborging ten opzichte van de oude situatie. Daarnaast wordt de groene driehoek vergroot, aangezien de wegenstructuur ter plaatse wordt aangepast. De groene driehoek reikt in de toekomstige situatie tot het kruispunt met de Dirk de Derdelaan. Het plan voldoet hiermee aan de randvoorwaarde. Richtlijn Boombescherming op bouwlocaties volgen (Vereniging Stadswerk Nederland). De richtlijnen worden gevolgd.

Bomen in verharding dienen minimaal in een boomgat van 3,0 bij 3,0 m te staan. Indien de berm te smal is om deze afmetingen te halen, kan dit aangepast worden aan een rechthoekige vorm met gelijke oppervlakte. Uitgangspunt Perkje met de kastanjebomen/bomenplantsoen aan de oostzijde van het perceel. Bij het bouwrijp maken moet de verharding tussen de bomen zoveel mogelijk vervangen worden door groen. Een wadi-achtige structuur, al dan niet met halfverharding, is hier wenselijk. Het pleintje blijft in de nieuwe situatie gehandhaafd. Daarnaast wordt de verharding tussen de bomen van het perk met bomen aan de oostzijde van het perceel zoveel mogelijk vervangen door groen. Conclusie Het plan voldoet aan de randvoorwaarden en uitgangspunten die in het IPvE zijn opgenomen ten aanzien van groen. Openbare Ruimte Randvoorwaarden Standaard Uitvoeringseisen Vlaardingen (SUV) van de gemeente Vlaardingen is van toepassing. Het plan voldoet aan de SUV. Visie Openbare Ruimte toepassen. Het plan voldoet aan Visie Openbare Ruimte. Zettingseis: de zetting mag maximaal 20 cm in 30 jaar bedragen. In een nog uit te voeren geotechnisch onderzoek dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de zettingseis. 75 meter afstand van de ingang/ voordeur tot de afvalcontainer (uitzonderingen tot 125 m). Maar ook maximaal 30 huishoudens per container.

In de nadere uitwerking van het plan zal worden onderzocht welke locaties nabij de woningen als geschikt worden geacht voor afvalinzameling. Brandkranen. In de nadere uitwerking van het plan zal worden afgestemd met Evides en de brandweer. Uitgangspunten Beheersmatig en onderhoudsvriendelijk ontwerpen, zodat de beheerskosten laag blijven, voorkomen versnippering in materialen, eenheden zo groot mogelijk houden. Zoveel mogelijk hergebruik bestratingsmaterialen. Verlichting achterpaden d.m.v. armatuur aan de bergingen, aangesloten op de woning. Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 23

Geen rijbaan of trottoir tussen parkeerplaats en woning indien het gewenst is om elektrische auto's op te laden vanuit de woning. Openbare verlichting. Het verlichtingsplan afstemmen met boomontwerp. Conclusie De voornoemde punten zijn in acht genomen bij de beoogde ontwikkeling. Het plan voldoet aan de randvoorwaarden en uitgangspunten die in het IPvE zijn opgenomen ten aanzien van openbare ruimte. Kabels en Leidingen Randvoorwaarden Conform het Bouwbesluit, dienen de waterstromen (vuil- en schoon) op gebouwniveau gescheiden aangeboden te worden. De afwaterstromen worden vanuit het plangebied gescheiden aangeboden, mits het rioleringssysteem in het openbaar gebied hier gereed voor wordt gemaakt. Kabels en leidingen van nutsbedrijven mogen niet in uitgegeven grond liggen. Aansluitingen op het riool worden per woning gemaakt en zijn aangesloten d.m.v. een inlaat minimaal 160 mm. Diameters van aansluitingen mogen niet groter zijn dan het riool waarop aangesloten wordt. De rioolbuizen worden voorzien van inspectieputten met deksel van 610 mm bij 610 mm. De inspectieputten van het diepriool moet bereikbaar zijn voor vrachtwagens. Er mogen geen bomen boven een riool worden geplaatst en er mag geen water binnen een bereik van 1 meter boven een diepriool worden ontworpen.

Voor kabels en leidingen dient minimaal een strook (bij voorkeur voetpad) zonder obstakels van 1.80 meter breed gereserveerd worden voor nieuwe en bestaande kabels en leidingen. Uitgangspunt Indien er niet buiten de uitgiftegrens wordt gebouwd hoeft er waarschijnlijk niet worden omgelegd en kan de bestaande infra indien deze voldoet gebruikt worden voor nieuwe aansluitingen. Er wordt niet buiten de uitgiftegrens gebouwd. Aanbeveling Het aanleggen van een gescheiden stelsel enkel voor deze locatie, ziet de gemeente op dit moment niet als doelmatig, tenzij gekoppeld kan worden met het nieuw te leggen stelsel voor de locatie Floris V Zuid. Dit is mede afhankelijk van de fasering van de deelprojecten van het Centrumplan Westwijk. In de uitwerking van het plan wordt onderzocht of het realiseren van een gescheiden stelsel doelmatig is. Conclusie Het plan voldoet aan de randvoorwaarden, uitgangspunten en aanbevelingen die in het IPvE zijn opgenomen ten aanzien van kabels en leidingen.

3.2.1.4 Archeologie en cultuurhistorie Randvoorwaarde archeologie Voor rekening en risico van de initiatiefnemer zullen de voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van het programma noodzakelijke archeologische onderzoeken worden gedaan dan wel - indien dat op basis van deze onderzoeken noodzakelijk is - de archeologische werkzaamheden binnen het bouwterrein worden verricht. De initiatiefnemer heeft archeologisch onderzoek laten uitvoeren. Het onderzoek is als Bijlage 2 toegevoegd aan het bestemmingsplan. Op basis van het onderzoek blijkt de

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 24

een lage verwachtingswaarde. Om deze reden wordt geadviseerd de dubbelbestemming te laten vervallen. Randvoorwaarde cultuurhistorie Het driehoekige voorterrein voor het oorspronkelijke appartementenblok dat in de Cultuurhistorische Waardebepaling van SteenhuisMeurs als stedenbouwkundig waardevol is gekenmerkt is ook in de nieuwe situatie onbebouwd en blijft daardoor een ruimtelijk herkenbaar element. Verder volgt een nieuwe verkavelingsopzet zoveel mogelijk de footprint en bebouwingsrichting van de oorspronkelijke bebouwing. In de toekomstige situatie blijft het driehoekige voorterrein behouden. Aangezien de wegenstructuur in beperkte mate wordt aangepast, biedt dit de ruimte om de groene driehoek te vergroten. In het ontwerp wordt deze ruimte benut en de driehoek in eenduidige richting vergroot tot aan de Dirk de Derdelaan. Hiermee worden de bestaande, stedenbouwkundige waarden nader versterkt. In het plangebied staat het beeld "de Heier" van de beeldhouwer Han Rehm (1908-1970). het beeld moet teruggeplaatst worden in het gebied. Hiervoor dient overleg gevoerd te worden met de gemeente. Het beeld wordt conform voorwaarde teruggeplaatst in het plangebied. Conclusie Het plan voldoet aan de randvoorwaarden die in het IPvE zijn opgenomen ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie.

De aspecten archeologie en cultuurhistorie worden in paragraaf 4.4 Archeologie en 4.5 Cultuurhistorie nader besproken. 3.2.2 Programmatische aspecten 3.2.2.1 Woningbouwprogramma Randvoorwaarden Het te realiseren programma omvat 64 grondgebonden woningen waarvan 14 grondgebonden huur- of koopwoningen (Niet-DAEB) en 50 grondgebonden sociale huurwoningen (DAEB), met bijbehorende parkeerplaatsen. Het beoogde bouwprogramma voldoet aan de gestelde eisen in het IPvE. In de proefverkaveling zijn de 14 koop/ huurwoningen gemaatvoerd op 5,1 x 10 meter en drie lagen hoog. Een beukmaat van 5,40 meter is ook mogelijk. De 50 huurwoningen zijn gemaatvoerd op 5,1 x 10 meter en twee lagen hoog. Footprint en bebouwingsrichting van de oorspronkelijke bebouwing hanteren. De toekomstige bebouwing wordt op overeenkomstige wijze gepositioneerd als waar voorheen sprake van was. De voormalige bebouwing bestond uit één volume. Binnen de begrenzing van deze footprint is een ontwerp met grondgebonden woningen opgesteld, die aan weerszijden voorgevels realiseert op de begrenzing van het voormalige appartementencomplex. De toekomstige situatie biedt door de realisatie van poorten en tuinen een opener aanzicht. Het plan voldoet hiermee aan het IPvE. 3-laagse woningen aan het plein. Aan deze randvoorwaarde wordt voldaan, aangezien aan de pleinzijde 3-laagse woningen worden gerealiseerd.

Conclusie Het plan voldoet aan de randvoorwaarden die in het IPvE zijn opgenomen ten aanzien van het woningbouwprogramma Het bouwplan is in paragraaf 3.1 Bouwplan nader toegelicht. 3.2.2.2 Ontsluiting en parkeren Randvoorwaarden Drie van de vier bestaande ontsluitingen van de kavel blijven gehandhaafd. De vierde (zuidwest) vervalt ten behoeve van de groeninrichting voor de woningen. Deze ontsluiting wordt vervangen door een nieuwe ontsluiting aan de Dirk de Derdelaan. Het plan voldoet aan de randvoorwaarde. Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 25

De parkeernorm conform parkeerbeleid gemeente is van toepassing. Op basis van de parkeernormen (zie Bijlage 1 Beleidsregel Parkeernormen 2019) geldt in woonwijken i.r.t. het bouwplan: 1. Huurwoningen zijn bij tweelaags zonder kap 85 m2 GBO (norm 1,1 per woning) en bij tweelaags met kap 110 m2 GBO (norm 1,3 per woning); 2. Koopwoningen zijn 130m2 GBO (norm woonwijk 1,7 per woning). Op basis van het beoogde bouwplan zijn in totaal 89 parkeerplaatsen benodigd (50 x 1,3 = 65 plus 14 x 1,7 = 24). In het verkavelingsplan zijn in totaal 89 parkeerplaatsen opgenomen. Het plan voldoet hiermee aan de voorwaarden van het gemeentelijk parkeerbeleid. Afmetingen van de parkeerplaatsen uitvoeren conform de NEN2443. De parkeerplaatsen hebben de wettelijke afmetingen en voldoen. Straten uitvoeren als een 30 km-zone. Het plan voldoet. Uitgangspunten parkeren Vakmarkering voor parkeerplaatsen. Parkeren op matjes niet toepassen, zodat er grotere waterberging op straat mogelijk is. Aanbevelingen Fietsparkeren. Goede toegankelijkheid van de berging door een (sociaal) veilige maatvoering te gebruiken voor de fiets/voetgangers infra in de wijk. Conclusie Het plan voldoet aan de randvoorwaarden, uitgangspunten en aanbevelingen die in het IPvE zijn opgenomen ten aanzien van ontsluiting en parkeren. Het aspect verkeer komt nader aan bod in paragraaf 4.3 Verkeer- en parkeeraspecten.

3.2.2.3 Duurzaamheid Randvoorwaarde De initiatiefnemer zal het gehele Programma aardgasvrij en de DAEB-woningen als Nul op de meter woning realiseren. Voor de Niet-DAEB woningen zal Waterweg Wonen zich inspannen deze eveneens als Nul op de meter woning te realiseren, mits in redelijkheid financieel haalbaar. Aanbeveling Bezonning en schaduw van omliggende gebouwen in verband met zonnepanelen bekijken. Een onderzoek naar bezonning en schaduwwerking is strikt noodzakelijk in het geval van bebouwing boven 30 meter. Conclusie Het plan voldoet aan de randvoorwaarde die in het IPvE is opgenomen ten aanzien van duurzaamheid. 3.2.3 Ruimtelijke aspecten Randvoorwaarden (Beeldkwaliteit Westwijk) Het plan dient te passen in het ruimtelijke en stedenbouwkundige karakter van de Westwijk. Gebaseerd op eerder gerealiseerde projecten en op Welstandsuitspraken betekent dit een orthogonale planopzet en eigentijdse vormgeving die aansluit op de jaren 50 architectuur en aandacht voor detaillering. Relatie met omgeving: De bebouwing volgt de hoofdrichtingen van de oorspronkelijke bebouwing; deze is gelijk Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 26

aan de richtingen van de wegenstructuur in Wetering Noord, de woonbuurt van de Westwijk waar dit plangebied deel van uitmaakt. aan het 'Kastanjepleintje' staat de bebouwing met de voorzijdes daarheen gericht. De erfafscheidingen aan de achterzijde van een aantal woningen uit dit blok liggen aan de straatzijde. Deze erfafscheidingen moeten in het bouwplan worden mee-ontworpen. Het plan voldoet aan alle randvoorwaarden die vanuit Beeldkwaliteit Westwijk aan de uitwerking worden gesteld. In de navolgende fase van planuitwerking dient het ontwerp te worden afgestemd met de Welstandscommissie. Uitgangspunt Vanaf het trottoir naast het garagebedrijf is een strook van 13 meter aangegeven (rijbaan 6 meter, parkeren 5 meter en trottoir 2 meter). Vanaf daar begint het bebouwingsvlak van 43 meter diep . Aan de zuidzijde van de bebouwing ligt een strook van 12 meter voor parkeren en ontsluiting. De totale lengte van het bouwvlak is 163 meter. Vanaf de oostelijke bebouwingsgrens langs het pleintje op de gevellijn van de voormalige bebouwing is een kaveldiepte van 23.7 meter aangegeven. De lengte van het bouwvlak hier is 72 meter. Het plan voldoet aan de ruimtelijke uitgangspunten. Aanbevelingen Kleur- en materiaalgebruik: kleur- en materiaalgebruik kan refereren aan het te slopen maisonettegebouw op deze locatie even als het gevelbeeld.

de woningen hebben een terughoudende verschijningsvorm. Het project Samuel Esmeijer II vormt een goede referentie op dit gebied de derde laag van het blok met koopwoningen kan refereren aan de dakopbouwen die in de Westwijk op vele manieren zijn gerealiseerd op de tweelaagse eengezinswoningen. Het planontwerp dient te passen binnen de herkenbare verschijningsvormen van de Westwijk. De beoogde woningen, bestaande uit grondgebonden rijtjeswoningen zijn passend bij de bestaande verschijningsvormen in de Westwijk. Conclusie In de navolgende fase dient beoordeeld te worden dat voldaan wordt aan de randvoorwaarden, uitgangspunten en aanbevelingen in het IPvE.

Mees Ruimte & Milieu | Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen

Pagina | 27

Hoofdstuk 4 Ruimtelijke en milieutechnische aspecten

4.1

Algemeen

Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (Awb, artikel 3.2). In het kader van het bestemmingsplan Floris de Vijfdelaan te Vlaardingen is onderzoek gedaan naar meerdere aspecten.

4.2

Planologie

4.2.1 Kader In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10871795/1