5 24-10-08 Veiligheidsplan Noodopvang Campanile Vlaardingen redacted
Tekst van het document
Veiligheidsplan Noodopvang Vlaardingen Hoe de veiligheid te borgen bij een noodopvang met vluchtelingen en om te gaan met incidenten, calamiteiten en eventueel maatschappelijke onrust.
Locatie : Campanile hotel 220, 3135 GP Vlaardingen
VERSIE BEHEER
1
Datum Versie Status
8 oktober 2024 0.1 Concept
Auteur Verstuurd aan Vastgesteld op
n.n.t.b.
Vastgesteld door
n.n.n.t.
, gemeente Vlaardingen
2
3
Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding Het veiligheidsplan gaat in op de veiligheidsaspecten die aan de orde kunnen komen bij de ingebruikname van de noodopvang in het Campanile hotel gevestigd aan de Kethelweg 220, 3135 GP te Vlaardingen. Met ingang van …………… 2024 vangt het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) asielzoekers op in het Campanile hotel. Door het COA en de gemeente Vlaardingen is hiertoe een samenwerkingsovereenkomst afgesloten en ondertekend op …………. 2024. Er is overeengekomen dat het Campanile hotel, hierna genoemd als noodopvang locatie, voor een jaar als tijdelijke opvang van maximaal 100 asielzoekers. Dit veiligheidsplan is opgesteld door (?/wie nog meer) van het Team Openbare Orde & Veiligheid (OOV) van de gemeente Vlaardingen en het COA ten behoeve van de veiligheid op en in de directe omgeving van de opvanglocatie. Het is een uitwerking van de afspraken op het gebied van veiligheid, welke opgenomen zijn in de ondertekende samenwerkingsovereenkomst. Dit veiligheidsplan sluit aan bij de wensen van burgemeester van de gemeente Vlaardingen en het beleid van het COA.
1.2 Verantwoordelijkheden Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid op de opvanglocatie en binnen het terrein van de noodopvanglocatie. Naast het COA hebben de gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie hun wettelijk opgedragen taken met betrekking tot de veiligheid. In dit plan staat de verdere onderlinge samenwerking beschreven. Het COA en de gemeente zetten zich in voor de (openbare orde en) veiligheid van de bewoners, het personeel van de opvanglocatie, de inwoners en ondernemers van de gemeente Vlaardingen. Hierbij draagt het COA de verantwoordelijkheid voor de orde en veiligheid binnen de opvanglocatie en in de directe omgeving van de opvanglocatie (parkeerterrein, terras). De gemeente (lees burgemeester) is eindverantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de directe omgeving van de opvanglocatie, zijnde openbare ruimte.
1.3
Doel veiligheidsplan
Het doel van dit plan is de wensen vanuit de gemeente op gebied van veiligheid overeen te laten komen met de door het COA-opgestelde regels en genomen maatregelen. Het uitgangspunt hierbij is enerzijds de veiligheid en de veiligheidsbeleving rondom de noodopvang Vlaardingen te waarborgend en dat de rust en openbare orde bewaard worden. Anderzijds dat in geval 4
van een calamiteit, incident en/of maatschappelijke onrust de situatie weer zo snel als mogelijk normaliseert. In dit veiligheidsplan worden de afspraken met alle betrokken actoren, genomen maatregelen en nog te nemen maatregelen beschreven. Ook wordt de communicatieladder toegelicht, waarin beschreven wordt op welke wijze, wie wanneer in kennis moet worden gesteld afhankelijk van het soort incidenten. Dit veiligheidsplan is samen met de betrokken partners opgesteld en akkoord bevonden. Waar discrepantie ontstaat tussen het COA en de gemeente en/of tussen theorie en praktijk, gaan de betrokken partners hierover in gesprek en maken aanvullende afspraken. Indien noodzakelijke aanpassingen worden aangebracht, wordt dit plan aangepast en opnieuw vastgesteld door alle deelnemers van de kerngroep veiligheid. De eindredactie is in handen van het team OOV-gemeente Vlaardingen.
2
Kerngroep Veiligheid
Er is een permanente kerngroep veiligheid die met elkaar afstemt over alle zaken op het gebied van veiligheid. 2.1 Regulier overleg kerngroep veiligheid:, frequentie en doelstelling, vastlegging afspraken In het begin komt de kerngroep wekelijks bij elkaar en waar mogelijk wordt afgeschaald naar minimaal 1 keer per maand, zoals in de samenwerkingsovereenkomst is afgesproken. In het geval van ernstige verstoringen van de openbare orde en/of maatschappelijke onrust wordt deze kerngroep direct bijeengeroepen. In dat geval wordt de frequentie naar behoefte bepaald. In de kerngroep komt alle informatie over een (dreigend) incident samen en worden afspraken over de coördinatie en uitvoering gemaakt. Dit betekent niet dat zij alles oppakken en beslissen, maar wel dat daar alle lijnen samenkomen. Zaken die bijvoorbeeld spelen worden in elk geval ter informatie ingebracht in de kerngroep Veiligheid. De kerngroep leden zijn zelf verantwoordelijk voor het inbrengen van informatie in de eigen organisatie via een vastgestelde lijn voor hun organisatie. Wanneer er sprake is van de verstoring van de openbare orde en/of maatschappelijke onrust, is de eerst én eindverantwoordelijke bestuurder de burgemeester.
In geval dat de kerngroep anders dan regulier bij elkaar moet komen vanwege de verstoring van de openbare orde en/of maatschappelijke onrust, wordt de burgemeester via de teamleider OOV geïnformeerd. De burgemeester kan indien gewenst aansluiten. De voorzitter van de kerngroep is OOV (gemeente). De is de plaatsvervangend voorzitter. Het secretariaat wordt verzorgd door de gemeente.
5
COA
Actiepunten en besluitenlijst Van elke bijeenkomst worden eeen actiepunten- en besluitenlijst opgesteld. Aan de hand van deze lijst wordt de voortgang van de uit te voeren acties gemonitord. Deze documenten worden beschikbaar gesteld voor de burgemeester en de klankbordgroep. De documenten dienen ook als input voor de maandelijkse rapportage richting de burgemeester en kunnen waar nodig als bijlage worden toegevoegd. Locatie van het overleg Kerngroep veiligheid Het overleg kerngroep Veiligheid vindt bij voorkeur afwisselend plaats op het gemeentehuis of op de opvanglocatie. Waar nodig/mogelijk kan het overleg in hybride vorm plaats vinden. Wat te doen bij afwezigheid bij het overleg? Indien een lid van de kerngroep niet aanwezig kan zijn, zorgt deze voor een vervanger en meldt dit aan de voorzitter en/of secretaris. Bij voorkeur laat het lid zich vervangen door een andere vertegenwoordiger. App-groep Ten behoeve van de informatie-uitwisseling wordt eveneens een app-groep aangemaakt. Naar behoefte bestaat de mogelijkheid om aan deze groep anderen toe te voegen, zoals de wijkagent en een vertegenwoordiging van de buurt/ondernemers. De app-groep heeft een informerend karakter waarbij wet- en regelgeving rondom privacy worden gewaarborgd. De genoemde personen zitten in een gezamenlijke WhatsApp groep, genaamd Kerngroep Noodopvang Vlaardingen.
Vanuit de kerngroep wordt bekeken wie er in deze app-groep (al dan niet tijdelijk) aansluit.
2.2
Deelnemers kerngroep veiligheid
De kerngroep veiligheid bestaat uit de volgende deelnemers: Gemeente Vlaardingen OOV: - Team Toezicht & Handhaving: ………… - Team Toezicht & Handhaving: …………… (BOA) Het COA - Woonbegeleider aandachtsgebied veiligheid: …………………………… Politie Basisteam Waterweg, team Vlaardingen - Operationeel Expert Wijk Vlaardingen Ambacht : ………………………….. 6
-
Operationeel Expert Opvang doelgroepen: ……………………. Wijkagent: …………………………………
Agendaleden: - Gebiedsadviseur Openbaar Ministerie: …………………………… - Wijkagent Babberspolder Oost : ………………
2.3
Calamiteiten overleg: Ernstige verstoring openbare orde / maatschappelijke onrust
In geval van een ernstige verstoring van de openbare orde en/of maatschappelijke onrust, roept de voorzitter de kerngroep bijeen. Indien noodzakelijk wordt deze uitgebreid met de burgemeester een lid van het COA regiomanagement Midden Zuid (Zuid-Holland) en met andere partijen/partners, zoals : Andere specialisten uit de vertegenwoordigde organisaties in de kerngroep Veiligheid Officier van Justitie / Gebiedsadviseur Openbaar Ministerie Politie-eenheid Rotterdam Bewoners, ondernemers De veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond En alle overige bij de gebeurtenis betrokken en hier niet genoemde instantie(s) (situatie afhankelijk)
Bij ernstige verstoring van de openbare orde en/of dreigende maatschappelijke onrust kan de Gecoördineerde Incidenten Bestrijdingsprocedure worden ingesteld (GRIP) en een GRIP-fase worden afgekondigd en de gemeente crisisorganisatie geactiveerd worden. In de GRIP-structuur (4 fasen) worden vanzelfsprekend de nodige organisaties/diensten uitgenodigd.
7
3
Werkafspraken
3.1 Communicatie In beginsel vindt er communicatie plaats vanuit het COA en de gemeente. Communicatie wordt vooraf afgestemd. Met betrekking tot veiligheid wordt hier altijd de kerngroep veiligheid betrokken. In geval van dreigende maatschappelijke onrust worden alle kerngroepleden, de communicatieadviseur van de gemeente en het COA, geïnformeerd door de locatiemanager COA en/of de teamleider OOV gemeente Vlaardingen. Communicatie vindt, in het geval van (dreigende) maatschappelijke onrust altijd plaats vanuit de gemeente. Bij een GRIP Incident wordt conform procedure via de reguliere crisiscommunicatie gewerkt. Hierin staat aangegeven hoe communicatie met pers, publiek door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond – conform afspraak wordt vormgegeven. De communicatieadviseurs zorgen voor een mediastrategie. Bovendien wordt er ruim aandacht geschonken aan externe communicatie met als doel het normaliseren van de situatie. Uitgangspunt is: beter te veel gecommuniceerd dan niet gecommuniceerd. Nauwe afstemming met de gemeente en COA vindt dan plaats. Wanneer er sprake is van strafbare feiten (bv aangehouden verdachte(n) of een plaats delict op- of in de directe omgeving van de noodopvang, wordt ten alle tijden éérst afgestemd met politie en OM alvorens er een persbericht wordt verstuurd. Zij stemmen onderling eveneens af wie daadwerkelijk het persbericht verstuurd.
3.1.1 Communicatieladder Elkaar informeren is belangrijk. Om verwachtingen in de communicatie te kunnen managen, is deze communicatie-ladder gemaakt. Met deze communicatieladder worden, voor zover mogelijk, wordt beschreven wie bij welke incidenten in kennis wordt gesteld en de wijze waarop dit wordt gedaan. De communicatie omtrent incidenten is adequaat en transparant. De locatiemanager COA en de teamleider OOV stemmen onderling af wie erdoor wie in kennis moet worden gesteld alsmede de wijze waarop dit gebeurt. Hierbij is onderstaande communicatieladder een leidraad. Door voorbeelden te noemen, blijven er situaties onbenoemd. Indien men twijfelt of iets een gradatie 3 of 4 is, wordt van de locatiemanager verwacht dat hij/zij actief contact opneemt met de teamleider OOV om de afweging te maken, waar iets onder valt en welke vervolgstap er wel of niet genomen dient te worden. LET OP: In deze communicatieladder worden de operationele diensten niet benoemd. Bij calamiteiten dienen politie, brandweer en/of ambulance ten alle tijde middels 112 te worden gealarmeerd. Voor de opvanglocatie zijn er 4 gradaties, welke hieronder voor zover mogelijk uiteen gezet.
Gradatie 1 (= niet acuut; bespreken tijdens eerstvolgend kernoverleg): Interne conflicten tussen bewoners en begeleiding die in der minne geschikt kunnen worden, mogen gemeld worden aan aangewezen contactpersoon van de gemeente. Interne klachten van bewoners richting begeleiding die worden uitgesproken en afgehandeld, deze mogen met contactpersoon van de gemeente gedeeld worden. 8
Gradatie 2 (= niet acuut; delen per app/mail en vervolgens bespreken tijdens eerstvolgend kernoverleg): Klachten van bewoners die niet intern opgelost kunnen worden en richting een formele klacht gaan, worden gemeld met contactpersoon van de gemeente. Klachten van omwonende over overlast die zich bij de locatie melden, worden te woord gestaan en zo mogelijk direct opgelost. Deze worden gemeld met contactpersoon van de gemeente. Klachten van begeleiding jegens bewoners, waarbij officiële waarschuwingen worden gegeven die mogelijk in een later stadium tot gevolgen voor bewoner(s) kunnen lijden, deze worden gemeld met contactpersoon van de gemeente. Er is binnen de locatie spraken van lichte ordeverstoring, na een interne interventie keert de rust terug, dit wordt gemeld aan contactpersoon van de gemeente. Een bewoner heeft een ongeval gehad, waarbij een ambulance is opgeroepen, de omgeving kan hier kennis van nemen en eventueel verkeerde conclusies aan verbinden, deze worden gemeld aan contactpersoon van de gemeente.
Er is buiten de locatie door BOA of politie melding gemaakt van overlast, die niet escaleert, deze worden gemeld aan contactpersoon van de gemeente Er worden bewoners verdacht van kleine overtredingen, deze worden gemeld aan contactpersoon van de gemeente Er komen mails/brieven binnen op de opvanglocatie waarvan de inhoud duidt op negatief sentiment richting het personeel, de inwoners en/of de opvanglocatie die mogelijk kunnen leiden tot onveiligheidsgevoelens.
Gradatie 3 (= urgent; direct bellen met OOV): Er is binnen de locatie sprake van ordeverstoring, bewoners verenigen zich en een mogelijke escalatie is ophanden, locatiemanagers vragen BOA's of politie hen bij te staan. Nadat politie of BOA gewaarschuwd is, maakt de locatiemanager melding bij contactpersoon van de gemeente, de situatie is nog niet acuut, maar heeft het in zich om te escaleren. Er worden meldingen gedaan van samenscholing buiten de locatie, de situatie is dreigend, maar is nog niet geëscaleerd , locatiemanagers vragen BOA's of/en politie hen bij te staan. Nadat politie en/of BOA gewaarschuwd zijn, maakt locatiemanager melding bij contactpersoon van de gemeente. De situatie is nog niet acuut, maar heeft het in zich om te escaleren. Er is buiten de locatie , door BOA of politie melding gemaakt van overlast, de situatie heeft het in zich om mogelijk te escaleren. Nadat politie of BOA gehoord is, maakt de locatiemanager melding bij contactpersoon van de gemeente, de situatie is nog niet acuut, maar heeft het in zich om te escaleren. Er worden bewoners verdacht van vernieling of diefstal, zaken moeten nog uitgezocht worden, maar klinken serieus. Locatiemanagers vragen BOA's of politie hen bij te staan. Nadat politie of BOA gewaarschuwd is, maakt de locatiemanager melding bij contactpersoon van de gemeente.
De situatie is nog niet acuut, maar dient op korte termijn uitgezocht te worden. Bewoner(s) neemt/nemen een fysiek dreigende houding aan jegens aanwezig personeel of bezigt dreigende taal die er voor zorgen dat personeel zich bedreigt voelt, aangifte is de logische 9
volgende stap. Politie wordt gewaarschuwd om aangifte te doen. De locatiemanager maakt melding bij contactpersoon van de gemeente, de situatie is nog niet acuut, maar heeft het in zich om te escaleren. Er komen mails/brieven binnen op de opvanglocatie waarvan de inhoud duidt op mogelijke acties (bv bedreigingen) richting het personeel, de inwoners en/of de opvanglocatie die mogelijk kunnen leiden tot onveiligheidsgevoelens.
Gradatie 4 (= urgent; direct bellen met OOV): Bewoner(s) is/zijn fysiek agressief jegens personeel en of uit ernstige bedreigingen jegens personeel, de situatie loopt uit de hand, na waarschuwen van politie wordt de burgemeester op de hoogte gebracht, er wordt rapportage gemaakt van de situatie en gedeeld met de burgemeester en de teamleider OOV. In het veiligheidsoverleg meldt locatiemanager wat dit voor gevolgen heeft gehad en wat er gedaan is. De teamleider OOV informeert de burgemeester. Er zijn in de stad opstootjes geweest, bewoners zijn hier actief bij betrokken geweest. Na waarschuwen van politie wordt direct de teamleider OOV en/of burgemeester geïnformeerd. Er wordt rapportage gemaakt van de situatie en gedeeld met contactpersoon, in het veiligheidsoverleg meldt locatie manager wat dit voor gevolgen heeft gehad en wat er gedaan is, politie meldt in veiligheidsoverleg welke acties er uitgezet zijn.
Uitzondering: In alle gevallen waarbij één of meerdere hulpdiensten (al dan niet met optische- en geluidssignalen) bij de opvanglocatie arriveren, wordt altijd door de locatiemanager de contactpersoon van de gemeente in kennis gesteld. Verdere afspraken: In beginsel weegt ieder afzonderlijk lid van de kerngroep af of anderen binnen hun eigen organisatie in kennis moeten worden gesteld. (liever te veel dan te weinig communicatie). Wanneer in reguliere situaties de OVD-politie de burgemeester informeert, blijft dit van toepassing. Het is belangrijk dat dezelfde boodschap naar buiten wordt gebracht. De gemeente (communicatieadviseur) is als eerste verantwoordelijk voor de communicatie met betrekking tot de openbare ruimte en stelt in overleg met partners een communicatieboodschap op die naar buiten verspreid wordt door de betrokken organisaties. Het COA is als eerst verantwoordelijk voor de communicatie met betrekking tot het de noodopvang Vlaardingen en stelt waar nodig met partners de communicatieboodschap af. Andere partijen (bijvoorbeeld vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties) worden door de kerngroep, in overleg met de communicatieadviseur ondersteund in hoe zij berichten naar buiten brengen.
Indien nodig wordt het veiligheidsplatform (dit bestaat uit de gemeente en de allochtone organisaties in de gemeente Vlaardingen en wordt bijeen geroepen door de burgemeester/districtschef????) bij elkaar geroepen om afspraken te maken over communicatie. De teamleider/adviseur OOV informeert de burgemeester vanaf gradatie 3, tenzij eerder gewenst is. De teamleider OOV zorgt voor de bestuurlijke afstemming met de burgemeester. 10
De teamleider OOV stemt af of er vervolgacties noodzakelijk zijn en door wie deze worden opgepakt. De locatiemanager COA draagt zorg voor de interne afstemming binnen het regiomanagement van
het COA.
3.2 Veiligheid 3.2.1 Preventieve maatregelen Met de komst van noodopvang Vlaardingen is het doel de veiligheid en de veiligheidsbeleving rondom de noodopvang te waarborgen. Hieronder worden de preventieve veiligheidsmaatregelen hiervoor beschreven. Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid op de locatie. Het COA heeft dagelijks werkoverleg. Veiligheid is hierbinnen een thema. Er zijn 24 uur per dag medewerkers van het COA op de locatie aanwezig. Daarnaast worden er door het COA op locatie diverse beveiligers ingezet. Deze zijn er ook 24 uur per dag, 7 dagen in de week. De locatie voldoet aan de eisen die de brandweer/Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond stelt. De gemeente let op de veiligheid rondom de locatie met boa's, wijkagent e.d.. Er is structureel veiligheidsoverleg met de kerngroep veiligheid (hoofdstuk 3) tussen COA, gemeente Vlaardingen, handhaving en politie. Waar nodig is er tussentijds contact met het COA en de politie. De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente. De vluchtelingen krijgen begeleiding en voorlichting over onderwerpen zoals veiligheid, maar ook omgangsvormen in Nederland/ en specifiek wat er in Vlaardingen speelt. Op de opvanglocaties van het COA gelden huisregels en de bewoners worden geacht zich daaraan te houden.
Als de opvang start is er een telefoonnummer voor direct omwonenden beschikbaar dat 24 uur per dag bereikbaar is voor urgente zaken: vragen en zorgen. Ook komt er een e-mailadres voor minder dringende kwesties.
3.2.2 Monitoring de directe omgeving van opvanglocatie en de gemeente Bedoeld om: zicht te krijgen het sfeerbeeld binnen de opvanglocatie, in de directe omgeving van de opvanglocatie en de rest gemeente, door het algemene beeld te monitoren. Hoe? Voor de situatie relevante betrokken partijen leveren via de contactpersonen informatie over het sfeerbeeld in en in de directe omgeving van de aan noodopvang bij de kerngroep. De ……………… (wie?) verzamelt de ingekomen informatie en stelt een (week)rapportage en stuurt deze door naar andere leden van de kerngroep en eventuele andere relevante organisaties. Als er niks bijzonders te melden valt wordt dit ook gemeld. 11
De teamleider/adviseur OOV houdt de communicatie-adviseurs van gemeente op de hoogte en zij
stemmen, in samenspraak met de voorzitter en/of burgemeester af hoe te communiceren. De weekrapportage gaat via de interne lijn van de gemeente door naar het bestuur. Politie brengt de rapportage in de eigen organisatielijn. Vanuit de gemeente kan indien nodig de driehoek worden geïnformeerd. Afhankelijk van de (rapportage over de) sfeer in de stad worden acties ondernomen (zie hieronder). In het herkennen van mogelijke maatschappelijke onrust spelen de zogenaamde ‘weak signals’ een belangrijke rol. Dit zijn signalen die kunnen wijzen op beginnende maatschappelijke onrust maar moeilijk als zodanig herkend worden. De leden van de kerngroep maken in overleg een inschatting van de situatie. De teamleider/adviseur OOV informeert de burgemeester.
3.2.3 Preventieve acties binnen de opvanglocatie en/of gemeente Bedoeld om: dialoog op gang te brengen. een platform te bieden wanneer behoefte is om gevoelens te uiten. preventieve interventies voor te bereiden en uit te voeren. Hoe? Als blijkt uit signalen dat een onderwerp leeft in de gemeente en onrust meebrengt wordt in de kerngroep besloten of een gesprek/bijeenkomst o.i.d. aangeboden wordt aan de betreffende groep, waarbij afgewogen wordt wat de mogelijke consequenties hiervan zijn. De teamleider/adviseur OOV informeert de burgemeester. Preventieve acties worden niet zonder meer ondernomen maar altijd in overleg met de kerngroep, omdat deze acties juist ook onrust kunnen opleveren. Betreffende organisaties nemen zelf initiatief voor een of meerdere bijeenkomsten. Indien nodig kan de gemeente faciliteren. Na afloop vindt een terugkoppeling aan de voorzitter van de kerngroep én de teamleider/adviseer OOV. De teamleider/adviseur OOV koppelt terug aan de kerngroepleden, deze zorgen voor verdere informatie intern.
12
3.2.4 Interventies bij openbare ordeverstoring in de gemeente Bedoeld om: Zo snel als mogelijk signalen van onrust op te pakken, Bij signalen van onrust verdere escalatie te voorkomen, Bij hoogoplopende onrust en/of manifestaties in de gemeente de situatie zo snel als mogelijk te normaliseren.. Hoe? Bij constatering van daadwerkelijke onrust door politie, COA, Toezicht & Handhaving, adviseur OOV wordt onderling meteen contact opgenomen en spreken de organisaties/kerngroep samen af hoe dit in gezamenlijkheid wordt aangepakt. De politie treedt hierbij handhavend op en pakt overlastgevers direct aan. Indien nodig wordt opgeschaald via het eigen deelplan openbare ordeverstoring van de politie. De ontvanger van het signaal mogelijke ordeverstoring informeert de groepsleden over situatie in de gemeente. In gezamenlijkheid wordt overlegd of de kerngroep bij elkaar komt en welke organisaties verder betrokken worden. De teamleider/adviseur OOV informeert de burgemeester en stemt af of het bijeenroepen van de lokale driehoek (burgemeester-politie-OM) noodzakelijk is. De burgemeester informeert waar nodig de politiek bestuurlijke lijn. De teamleider/adviseur OOV draagt zorg dat alle relevante partners in het werkveld op hoogte zijn van de onrust.
In elk geval politie (en/of COA) worden geïnformeerd (als dit niet gebeurd is) zodat beide organisaties kunnen afspreken hoe dit in gezamenlijkheid wordt opgepakt. Als er meerdere partijen bij de aanpak betrokken worden, wordt de kerngroep bij elkaar geroepen of er vindt telefonisch overleg plaats om te bepalen hoe de aanpak uitgevoerd wordt. De teamleider/adviseur OOV heeft hier een trekkersrol in. De teamleider/adviseur OOV wordt door de leden van de kerngroep op de hoogte gehouden van de stand van zaken. Met de werkgroep wordt besproken of er nog eventuele vervolgstappen nodig zijn.
13
4
Beschrijving locatie
De opvanglocatie is op ………………….. 2024 als zodanig in gebruik genomen. Er worden maximaal 100 bewoners ondergebracht`. De locatie is gelegen in Vlaardingen Ambacht aan de rand van de stad, nabij voetbalvelden en een hoog woongebouw. De nooddopvang is een hotel met 2 verdiepingen (begane grond en 1e verdieping) en een hoofdgebouw voor beveiliging, administratie, recreatie ruimte/eetzaal. De 2 bijgebouwen zijn voor opslag en wasgelegenheid voor kleding e.d. De opvanglocatie is geheel omhekt en via één aanrijroute te bereiken, namelijk de Kethelweg. Nabij het hoofdgebouw is een terras en zijn diverse parkeerplaatsen die binnen het hek zijn gesitueerd. In de directe omgeving van de noodopvang zijn enkele openbare recreatieve faciliteiten (voatbalvelden) Het (dichtstbijzijnde) winkelcentrum Hoogendorplaan ligt op ongeveer 2 km lopen.
Zie bijlage % voor een plattegrond en overzichtsfoto's van de locatie. Bijvoegen, overzichtsfoto's, kaartje en plattegrond.
14
5
Praktische zaken
Bij escalatie wordt gebruik gemaakt van de crisisorganisatie van de gemeente. In het geval van ene GRIP-1 situatie, waarbij ter plekke een Coördinatie plaats incident (Copi) wordt gevormd kan het zijn dat men een vertegenwoordiger vanuit het COA plaats neemt in het Copi. Afhankelijk van het incident (GRIP 2,3 of 4) wordt het Regionaal - en gemeentelijk crisiscentrum ingericht. In principe is dit het crisiscentrum in het Worl Port Center Rotterdam. Ook wordt op het gemeentehuis een beleidsstaf ingericht. Afhankelijk van het incident kan het zijn dat het noodzakelijk/wenselijk is dat er een vertegenwoordiger van het COA plaats neemt in één of meerdere gremia. Indien de crisis langer gaat duren dan dient conform de afspraken die gelden in het crisisplan de aflossing te worden geregeld. Voor de inzet van de crisisorganisatie wordt gebruik gemaakt van de gebruikelijke alarmering. Veiligheidsmaatregelen:
Inzet personeel: begeleiders, beveiligers, Toezicht & Handhaving, ambtelijke ondersteuning. Demonstratievakken: locatie gekozen kwestie van besluit nemen en plaatsen. Communicatie: Informeren inwoners, informatieavonden, bewoners opvanglocatie. 15
5.1 Mogelijke locaties demonstratievakken Indien er demonstraties worden aangekondigd wordt de kerngroep Veiligheid in kennis gesteld. De gemeente neemt vervolgens de aanvraag in behandeling. Hierbij is de Wet openbare manifestaties (WOM) leidend. De WOM biedt in beginsel weinig mogelijkheden tot het opleggen van beperkingen. Beoordeeld moet worden of de demonstratie op de gewenste locatie mogelijk is of dat er een beperking moet worden opgelegd. De burgemeester mag de demonstratievrijheid volgens de WOM slechts ten behoeve van een van de drie belangen beperken op grond van artikel 2 van de WOM alleen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Concreet betekent dat dat hij niet zonder meer aan een demonstratie niet aan een bepaalde locatie mag binden als dat niet door een van die belangen wordt gerechtvaardigd. Als deze belangen zwaarder wegen mag de demonstratie worden verplaatst. Na adviesinwinning bij o.a. de operationele hulpdiensten wordt de initiatiefnemer uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dit gesprek worden een aantal praktische zaken en voorwaarden doorgenomen. Afhankelijk van het doel en de verspreiding van de meningsuiting van de demonstranten wordt in goed overleg een locatie afgesproken waar de demonstratie gaat plaats vinden.
In geval van een demonstratie wordt het vastgestelde protocol demonstraties gevolgd, zie bijlage 4. Indien er een (tegen) demonstratie plaatsvindt in de nabijheid van de opvanglocatie dan worden er afhankelijk van de dan geldende situatie één of meerdere locaties ingericht. Indien er sprake is van een tegendemonstratie, dan is bestaat er de mogelijkheid (i.h.k.v. de openbare orde en veiligheid) demonstratievakken aan te wijzen. Hiermee kunnen de groepen worden gescheiden. In het geval dat de (on)gemelde demonstratie/ manifestatie proprtioneel wordt op dat moment, samen met de operationele diensten, bekeken welke lokaties wenselijk is. In beide gevallen is er sprake van maatwerk waarbij de WOM als uitgangspunt geldt.
16
6
Ontruimingen (COA)
Door het COA is een ontruimingsplan opgesteld, zie bijlage %. (Wordt later bijgevoegd)
17
7 7.1
Bijlagen Gegevens betrokken partijen %
Organisatie Calamiteitentelefoon (COA) Gemeente Vlaardingen Projectleider
Belang inform 0
Openbare Orde & Veiligheid Openbare Orde & Veiligheid
1 2
Toezicht & Handhaving Toezicht & Handhaving
1 1
Persoon opvanglocatie
Tel.
Functie 24/7 bereikbaar opvanglokatie
Rol Kerngroep
1
Communicatie
COA COA COA COA communicatie
1 2 3 4
Locatiemanager
Politie Politie Politie
1 2 3
Operationeel Expert BT DreBu Operationeel Expert DreBub Wijkagent
agendalid
Openbaar Ministerie
1
Gebiedsofficier
agendalid
Caroline Ubachs
carolineubachs@coa.nl
18
Woonbegeleider Communicatieadviseur
Openbaar Ministerie
2
gebiedsadviseur
Contactpersoon hekwerken xxxxxxx. Bereikbaar via algemeen nummer en storingsnummer xxxxxxxxxx
19
agendalid
8
Samenwerkingovereenkomst In de samenwerkingsovereenkomst zijn aanvullende afspraken opgenomen met betrekking tot veiligheid. Deze afspraken staan hieronder beschreven. Deze nog nader in te vullen!
8.1 Instrumenten aanpak openbare orde Algemene Plaatselijke Verordening, gemeente Vlaardingen Aanpassen aan lokale verordering 1.
Samenscholingsverbod (artikel 2:1 lid 1 APV)
2.
Gebiedsontzegging (verblijfsontzegging) (artikel 2:78 APV)
3.
Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen (artikel 2:41A APV)
4.
Bestuurlijke ophouding (artikel 2:75A APV)
5.
Veiligheidsrisicogebieden (preventief fouilleren artikel 2:76 APV)
Gemeentewet
6.
BM-bevelen ter handhaving van de openbare orde (172 lid 3 Gemeentewet)
7.
Overlast uit woning (sluiting woning o.g.v. artikel 174a Gemeentewet (Wet Victoria))
8.
Noodbevel (175 Gemeentewet)
9.
Noodverordening (176 Gemeentewet)
Wet voetbalvandalisme 10. Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO) Wet Openbare Manifestaties (WOM)1 Een demonstratie verbieden omdat er de dreiging is van geweld in confrontatie met tegendemonstranten moet een heel zorgvuldig afgewogen besluit zijn. Een geweldsdreiging kan immers worden ingezet met als (voornaamste) doel een demonstratie van de andere partij te doen verbieden. 1
https://wetten.overheid.nl/BWBR0004318/2010-10-10
20
Een oplossing is de plaatsen van demonstratie zó te kiezen dat tegenstanders niet bij elkaar in de buurt komen.
21
8.2 Instrumenten OOV Standaard verbod tot samenscholen (artikel 2:1 lid 1 APV)
Inhoud instrument: Het is eenieder verboden om deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. Onder samenscholing wordt verstaan: het groepsgewijs bij elkaar komen van mensen die een dreigende houding aannemen, kwade bedoelingen hebben of bedreigend overkomen. Het verbod geldt standaard voor de gehele gemeente. Aanvullend instrument: De politie kan de personen in de samenscholing een bevel geven zich in een aangegeven richting te verwijderen (artikel 2:1 lid 2, sub c APV). Het niet opvolgen van het bevel is een misdrijf tegen het openbaar gezag (184 Wetboek van Strafrecht). Hoe? Personen die “samenscholen” kunnen worden verbaliseerd. Ook kan een bevel worden gegeven zich te verwijderen in een bepaalde richting. Doel: Beëindigen of voorkomen (dreigende) wanordelijkheden. Werkt het? Het kan een preventieve werking hebben dan wel een mogelijkheid tot handhaven. Geconstateerde problemen: - de politie kan bij het ter plaatse komen niet constateren dat er sprake is van een samenscholing doordat de groep op dat moment niet voldoet aan de delictsomschrijving van samenscholen. - de groep hindert de politie in de werkzaamheden, bijvoorbeeld door bij een staandehouding de overtreder op te stoken om niet mee te werken, door hinderlijk om de politie heen te staan en het maken van negatieve “zuigende” opmerkingen.
Er is geen sprake van een samenscholing in de zin van artikel 2:1 lid 1 APV noch van rechtstreekse belediging. Toe te passen bij? Samenscholingen. Benodigd: APV-artikel
Moerdijk-clausule (sluiting olv bgm bij aanhoudende overlast)
22
8.3 Voorzieningen in de nabijheid van het pand %
23
8.4 Opstelplaats hulpdiensten % In het geval van escalatie zullen de hulpdiensten zich opstellen op de xxxxxweg, tegen de xxxxxweg aan. Zie rood gearceerd gebied. In geval van calamiteiten dan zal er op het moment worden bepaald wat de opstelplaats zal worden. E.e.a. is afhankelijk van het soort incident en het effect op de omgeving. [Plattegrond toevoegen]
24
8.5 Proces manifestaties Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Verschillende vormen manifestaties 2.1 Manifestatie met kennisgeving 2.2 Manifestatie zonder kennisgeving 2.3 Werkwijze gedurende manifestatie en sanctioneringsmogelijkheden 3 Namen actoren 1 Inleiding Het recht op manifestatie is grondwettelijk beschermd en de uitvoering hiervan is binnen de gemeente Vlaardingen het uitgangspunt. De juridische grondslag voor manifestaties is te vinden in de Grondwet. Artikel 9 biedt burgers het recht op betogingen. Voor de gemeente en haar partners zijn de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Zwijndrecht en de Wet openbare manifestaties (WOM) van belang. Zo stelt artikel 2:3 van de APV dat organisatoren van manifestaties zich minimaal 48 uur van tevoren schriftelijk moeten melden. Artikel 5, 6 en 7 van de WOM bieden bevoegdheden voor de burgemeester rondom manifestaties en wanneer die toegepast mogen worden. Artikel 11 van de WOM biedt de strafbaarstelling. Het is van belang om duidelijk te maken dat het gebruik van de bevoegdheden die worden genoemd in artikel 5, 6 en 7 WOM proportioneel moet zijn. Het recht op betogen mag namelijk niet illusoir gemaakt worden. pagina 4
2 Verschillende vormen manifestaties Om de verschillende manifestaties goed te duiden is een vaststelling van het begrip manifestaties nodig. Onderstaande duiding betreft een omschrijving van wat een manifestatie exact inhoudt; Manifestaties: Het gaat daarbij om betogingen, vergaderingen en samenkomsten tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging voor zover die op openbare plaatsen gehouden worden. De WOM heeft betrekking op collectieve uitingen. Van een collectieve uiting is sprake wanneer daaraan twee of meer personen deelnemen. Als de samenkomst over politieke standpunten gaat, wordt er gesproken van een demonstratie. Nu duidelijk is wat een manifestatie omvat, kan een duidelijke scheidslijn in de vorm van de manifestaties worden aangebracht namelijk: Manifestaties met kennisgeving Manifestaties zonder kennisgeving
25
2.1 Manifestatie met kennisgeving Manifestaties met kennisgeving betreffen manifestaties waarvan een organisator van de manifestatie een kennisgeving doet bij de gemeente om de gemeente te informeren over het de manifestatie. Dit is verplicht gesteld in artikel 2:3 van de APV Zwijndrecht 2021 en de Wet openbare manifestaties.
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging (het doel van de manifestatie kan echter geen reden zijn om het te beperken of te verbieden);
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
Zo zijn er nog legio vragen die aan de organisator gesteld kunnen worden maar bovenstaande zijn het meest van belang voor de adviseur OOV en de behandelaar kennisgeving om een dergelijke inschatting van de impact te kunnen beoordelen.
Ontvangen kennisgeving manifestatie De behandelaar kennisgeving neemt de kennisgeving van de manifestatie in ontvangst en draagt er zorg voor dat de het formulier voor de kennisgeving volledig is ingevuld. Tevens vraagt de behandelaar kennisgeving aan de organisator om extra informatie te verstrekken als de informatie niet duidelijk of volledig is doorgekomen op het document of als er behoefte is aan aanvullende informatie. Informeren betrokken partijen over de manifestatie Bij binnenkomst van een aanvraag dienen onderstaande personen direct, dan wel zo snel als mogelijk, in kennis te worden gesteld; Burgemeester
Teamleider Openbare Orde & Veiligheid
Gemeentesecretaris / algemeen directeur
Coördinator APV & bijzondere wetten
Adviseur OOV
Teamleider/coördinator Toezicht & Handhaving
Teamchef politie Basisteam Drechtsteden Buiten
Gebiedsofficier Openbaar Ministerie
Communicatie (maatwerk bij incidentele gevallen, maar willen te allen tijde worden ingelicht)
Optioneel
Team Beheer Openbare Ruimte 26
Marktmeester (bij een manifestatie op de markt)
DCMR Milieudienst Rijmond (geluid en constructie)
…………………..
RET (ingeval er grote drukte in het openbaar vervoer wordt verwacht)
Het team OOV neemt de regie op zich met betrekking tot de aankondiging van een manifestatie. De adviseur OOV stelt de nodige actoren direct, dan wel zo snel als mogelijk in kennis. Op basis van de ingekomen aanvraag wordt aan de betrokken actoren een advies gevraagd en indien van toepassing aandachtspunten waar de initiatiefnemer rekening mee dient te houden. Samen met het team APV/Bijzondere wetten en politie wordt een afspraak gepland met de initiatiefnemer om de aanvraag door te lopen en waar nodig duidelijke werkafspraken te maken. Ook wordt een risicoanalyse gemaakt op basis van de beschikbare informatie met betrekking tot de openbare orde, veiligheid en gezondheidsaspecten. Op basis van de advisering van de betrokken actoren en het gesprek met de initiatiefnemer, wordt door de burgemeester een beschikking afgegeven. Deze beschikking wordt ook ter kennisname aan de betrokken actoren toegezonden. Als er sprake is van een grote manifestatie of een verhoogd risico, kan de burgemeester de lokale driehoek bij elkaar roepen. In de driehoek worden door de burgemeester, politie en het Openbaar Ministerie de beleids- en tolerantiegrenzen vastgesteld.
Bundelen van advies en het verbinden van voorschriften en beperkingen Het team APV/Bijzondere wetten combineert de verschillende adviezen en vat deze zo helder mogelijk samen in de ‘reactie kennisgeving manifestatie’. Naast standaard manifestatievoorschriften worden deze adviezen toegevoegd aan de eventuele voorwaarden. Dit wordt ter controle als geheel naar de burgemeester gestuurd. De reactie wordt als geheel aan de organisator opgelegd. Artikel 5 WOM stelt dat, indien aan de kennisgeving is voldaan, een manifestatie alleen preventief verboden kan worden als een van de in artikel 2 WOM genoemde belangen (gezondheid, verkeersveiligheid of vrees voor wanordelijkheden) dat vordert. Hier kan daarnaast alleen voor worden gekozen als er niet met een lichtere maatregel, zoals het stellen van voorschriften en beperkingen, kan worden volstaan. Operationele voorbereiding en uitvoering van de manifestatie. Nu helder is wat het doel, tijdstip, locatie en deelnemers van de manifestatie behelzen, wordt middels de voorwaarden die gesteld zijn, de preparatie van openbare ruimte en instructie van uitvoerend personeel (bijv. scherp acteren op racistische leuzen) een zo goed mogelijke voorbereiding getroffen. Het team OOV overlegt met de burgemeester over een uniforme of aansluitende werkwijze van politie en Toezicht & Handhaving (o.b.v. input politie en Toezicht & Handhaving).
Als de verwachting is dat de manifestatie rustig zal verlopen, kan gekozen worden om Toezicht & Handhaving als primair verantwoordelijke voor de beveiliging van de omgeving aan te stellen. Als er vrees is voor ernstige verstoring van de openbare orde, komt uit de afstemming naar voren dat de politie beter is toegerust 27
om primair de veiligheid te garanderen ondersteund door personeel en/of via camera’s van Toezicht & Handhaving. Na een manifestatie waarbij zowel Toezicht & Handhaving als politie betrokken zijn geweest, wordt er geëvalueerd. De evaluatie wordt teruggekoppeld in het portefeuilleoverleg (PFO) OOV. Het is mogelijk dat een organisator meerdere manifestaties achter elkaar wil houden. In dat geval wordt het proces dat hierboven wordt geschetst, elke keer doorlopen. Pas na de evaluatie wordt de volgende aanvraag in behandeling genomen. 2.2 Manifestatie zonder kennisgeving Artikel 2:3 van de APV van de gemeente Vlaardingen???? stelt dat een mogelijke organisator minimaal 48 uur van te voren kennis geeft. Dit om de gemeente in kennis te stellen van de voorgenomen manifestatie en een inschatting te kunnen maken van de risico’s voor wat betreft gezondheid, verkeer en wanordelijkheden. Het gebeurt echter ook dat organisatoren dat niet doen. Hieronder is omschreven welke processtappen additioneel worden genomen om een manifestatie zonder kennisgeving in ordelijke banen te leiden. Als een signaal over een manifestatie zonder kennisgeving minimaal 48 uur van te voren wordt opgepikt, wordt er eerst gepoogd om het proces van manifestatie met kennisgeving in gang te zetten. De organisator wordt dan benaderd om alsnog kennis te geven.
Dit komt naar voren in artikel 2:3, vijfde lid van de APV van de gemeente Vlaardingen????. De kennisgeving kan in dat geval ook mondeling gebeuren. Signaal over mogelijke manifestatie ontvangen Afhankelijk van de partij die het signaal ontvangt, worden de overige actoren geïnformeerd. Als vanuit de gemeente een signaal wordt ontvangen, via communicatie (social media), via Toezicht & Handhaving (mondeling inwoners), via KCC (inwoner belt) of wijkregisseurs / jeugdwerkers wordt de adviseur OOV in kennis gesteld. De adviseur stelt vervolgens de burgemeester in kennis. Als de politie het signaal ontvangt, wordt de burgemeester via de teamleiding OOV in kennis gesteld. De adviseur zal daarna, gelet op de tijdsdruk, de politie in kennis stellen, Toezicht & Handhaving informeren en beide partijen bevragen over mogelijk additionele informatie. Vervolgens zal de adviseur de burgemeester nogmaals in kennis stellen met (hopelijk) meer concrete informatie over de aankomende manifestatie. De adviseur stelt een risicoanalyse op basis van de beschikbare informatie terwijl de adviseur actief informatie blijft halen en brengen bij de verschillende actoren. 1 (Bijvoorbeeld: signaal komt ergens eind van de middag binnen en om 19:00 uur dezelfde dag gaat de manifestatie van start).
Als er sprake is van een ‘spontane’ manifestatie, dat wil zeggen een manifestatie die er ineens is zonder enig signaal, wordt de burgemeester geïnformeerd. De burgemeester geeft vervolgens toestemming of maakt gebruik van artikel 6 (aanwijzingen) of artikel 7 (beëindigen) WOM. Advisering aan de burgemeester Nadat de adviseur de analyse zo veel als mogelijk compleet heeft, gaat hij het gesprek aan met de teamleiding/OPCO van de politie om de uitkomsten van de risicoanalyse te bespreken en op welke wijze een passend pakket aan personele inzet en maatregelen te treffen. Consensus wordt bereikt en dat 28
advies wordt voorgelegd aan de burgemeester. Als er sprake is van een grote manifestatie of een verhoogd risico, kan de burgemeester de lokale driehoek bij elkaar roepen. De burgemeester is vervolgens akkoord of niet en verlangt daarin een aanpassing van de werkwijze zoals bijvoorbeeld eerder beboeten in plaats van waarschuwen e.d.. Na een manifestatie waarbij zowel Toezicht & Handhaving als politie betrokken zijn geweest, wordt er geëvalueerd. Dat gebeurt in eerste instantie door een belmoment tussen de adviseur OOV en de politie en Toezicht & Handhaving. Als er vervolgens behoefte is aan een grotere evaluatie, wordt dat uitgevoerd. De evaluatie wordt teruggekoppeld aan het PFO. 2.3 Werkwijze gedurende manifestatie en sanctioneringsmogelijkheden Naast afstemming over wie primair en secundair betrokken is, dient naast het controleren of de deelnemers van de manifestatie zich houden aan de voorwaarden het belang van de openbare orde en veiligheid gewogen te worden. De balans daartussen is zeer precair en vooraf nimmer met volledige juistheid te duiden. De nuance dient te worden gewogen en binnen Zwijndrecht is de gekozen aanpak een situatiegerichte. Dit omvat de volgende werkwijze.
De politie / Toezicht & Handhaving maakt een constatering van een overtreding van de voorschriften of beperkingen manifestatie en deelt dat in het geval van de politie met de OPCO die vervolgens de teamchef alarmeert en contact opneemt met de burgemeester om de situatie te schetsen, de nuances in ogenschouw te nemen en het belang van de openbare orde te wegen tegen de mogelijke overtreding van de voorschriften of beperkingen van de manifestatie. Toezicht & Handhaving informeert de adviseur OOV over de sfeer vooraf en tijdens de manifestatie alsmede het verdere verloop van de manifestatie en de waargenomen impact van getroffen voorwaarden / maatregelen. Waar nodig wordt advies gevraagd van Juridisch Kenniscentrum Drechtsteden (JKC). Op basis van de balans tussen de eerder genoemde factoren komt een beslissing tot stand. De beslissingen kunnen variëren van het waarschuwen van de organisator op de overtredingen en mogelijke repercussies met betrekking tot het schenden van de voorwaarden. Daarnaast zijn er mogelijkheden zoals het beboeten van de manifestant, het opleggen van een last onder dwangsom, het geven van een waarschuwing, het gedogen van de overtreding van de manifestatie of het geven van aanwijzingen aan de organisator of deelnemers. Het geven van aanwijzingen volg uit artikel 6 WOM.
In het uiterste geval kan de manifestatie worden beëindigd en de deelnemers worden opgeroepen om uiteen te gaan van op basis van de WOM. Artikel 7 biedt de bevoegdheid voor beëindiging en uiteengaan en stelt dat een opdracht om de manifestatie te beëindigen en uiteen te gaan kan worden gegeven indien er in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing of als een van de in artikel 2 genoemde belangen (gezondheid, verkeersveiligheid of vrees voor wanordelijkheden) dat vordert. Een overtreding van artikel 6 en 7 WOM is strafbaar gesteld in artikel 11 WOM. De burgemeester heeft tot slot de bevoegdheid om een noodbevel of noodverordening uit te vaardigen. Een noodbevel kan, op basis van artikel 175 gemeentewet, worden uitgevaardigd “in geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan”. Artikel 176 gemeentewet stelt dat in zo’n situatie ook een noodverordening uitgevaardigd kan worden. Een noodbevel is gericht tot één of meer personen 29
(concreet) en een noodverordening gericht in het algemeen. Sancties kunnen variëren van geldboetes tot hechtenis (artikel 184 Sr voor noodbevel, artikel 443 Sr voor noodverordening). Omdat deze bevoegdheden een ernstige inbreuk op het recht op betogingen betreffen, moet hiervan alleen in uiterste gevallen gebruik worden gemaakt.
30
3 Namen actoren % Burgemeester - [naam] - [naam], Locoburgemeester
Afdeling Maatschappelijke ontwikkeling - [naam], Projectleider opvang asielzoekers Team Openbare Orde en Veiligheid - [naam], Teamleider/strateeg - [naam], Adviseur veiligheid/crisisbeheersing Team Toezicht & Handhaving - [naam], Teamleider - [naam], Coordinator - [naam], Boa AZC Team APV & Bijzondere wetten - [naam], Teamleider - [naam], Coördinator/jurist Gemeente Vlaardingen - [naam], gemeentesecretaris / directeur - [naam], concernmanager Staf - [naam], concernmanager Maatschappelijke Ontwikkeling - [naam], concernmanager Ruimtelijke Ordening Politie Eenheid Rotterdam -, teamchef Babberspolder - ………………………, operationeel expert, Babberspolder, team Vlaardingen - ………………., operationeel expert Babberspolder, team Vlaardingen Openbaar Ministerie - …………………. , Gebiedsofficier van Justitie - ………………… , gebiedsadviseur
Team Communicatie - [naam], Teamleider - [naam], Woordvoerder burgemeester Team Beheer Openbare Ruimte - [naam], Teamleider - [naam], uitvoerend coördinator DCMR - [naam], 31
- [naam],
32
8.6 Ontruimingsplan (COA)
COA Ontruimingsplan AZC Xxxxxxx [adres] [pc woonplaats] 33
Versie beheer Datum
xx-xx-xxxx
Versie
1.0
Status
Concept
Auteur
[facilitair medewerker COA]
minimale BHV bezetting: Het aantal BHV’ers dat aanwezig dient te zijn tijdens aanwezigheid van medewerkers op de locatie, wordt bepaald door de aard en omvang van de mogelijke incidenten, de karakteristieken van de gebouwen (bouw, technische voorzieningen) en terreinen en de aard van de werkzaamheden. Op basis van een scenarioanalyse voor ontruiming is onderstaande minimale bezetting van de BHV vereist. Locatie <naam> Ploegleider BHV BHV’ers Ontruimers (per blok)
Minimaal vereiste bezetting per dienst 08.00-16.00 uur 16.00-22.00 uur
22.00-08.00 uur
1 2
1 2
1 2
Geaccordeerd door: Datum
Naam
Functie
Handtekening
© 2020 IVM Alle rechten voorbehouden. De opzet, indeling, opmaak en inhoud van dit document zijn het intellectuele eigendom van IVM en zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt, hetzij elektronisch, mechanisch, door middel van druk, fotokopie, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van IVM, behoudens voor intern gebruik binnen de organisatie van de opdrachtgever. Uitsluitend voor intern gebruik is het de opdrachtgever toegestaan wijzigingen aan te brengen. Indien deze 34werkwijze van de BHV-organisatie of wijziging echter betrekking hebben op de structuur en calamiteitenbestrijding en niet zijn voorgelegd aan IVM, kan niet geclaimd worden dat deze op advies van
leeswijzer Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft haar locaties bedrijfshulpverlening ingericht. Het Bedrijfshulpverleningsplan is beschreven hoe de organisatie en werkwijze van de BHV is vormgegeven. Het bestaat uit meerdere delen. Dit ontruimingsplan is het deel dat specifiek gericht is op de ontruiming bij brand van het gebouw en het terrein van het AZC Xxxxxxx, [adres], [postcode] [plaats]. Het beheer en de verspreiding van dit ontruimingsplan valt onder verantwoordelijkheid van de locatiemanager. In dit document zijn lijsten opgenomen, waarin de acties per functionaris zijn vermeld. De mate waarin die van toepassing zijn, is als volgt aangeduid:
Actie die altijd moet worden uitgevoerd
Actie die moet worden uitgevoerd afhankelijk van de situatie
De ontruimingsplattegronden maken deel uit van dit ontruimingsplan.
35
bedrijfsbeschrijving Complex Foto pand
Adres locatie Algemene gegevens
Hoofd gebruiker
AZC Xxxxxxx Xxxxxxx xxxx Xxxxxxx Asiel zoekers centrum/noodopvang COA, Rijnstraat 8, 2515 XP Den haag Tel. (alg): 088-7157000 COA
Overige gebruikers
geen
Gebruik
(tijdelijk) wonen
Gebouwbeheerder
Eigen beheer
Adresgegevens Aard van het bedrijf Eigenaar
36
Ligging terrein Korte omschrijving:
Locatie en bouw Ligging Toegang
Hoofdingang bereikbaar via xxxxxx
Brandweeringang
Via hoofdingang
Vluchtwegen
Meerdere, zie tekeningen
Verzamelplaatsen Generale hoofdsleutel
Bij de receptie (beveiliging Trigion) 24/7 aanwezig
Bandweerkluis Niet aanwezig Karakteristieken aanwezigen terrein Maximaal aantal bewoners, medewerkers, derden (leveranciers) en bezoekers Openingstijden
Bewoners
Medewerkers
Beveiliging
08.00 – 16.00 uur
xxx
1
16.00 – 22.00 uur
xxx
1
22.00 – 08.00 uur
xxx
2
Derden
Toelichting: Er vindt geen toegangscontrole plaats. Bij de receptie is een overzicht van bewoners beschikbaar. bij de beveiliging Bezoekers dienen zich wel te melden. Aanwezigen in de gebouwen kunnen van diverse leeftijden zijn.
37
Hoofdafsluiters terrein GAS Afsluiter bevindt zicht in
ruimte voor foto
NVT
Elektriciteit Afsluiter bevindt zicht in Bewaarplaats sleutel Wat valt uit bij uitschakeling
ruimte voor foto Bij receptie (beveiliging)
Gehele locatie
Water Afsluiter bevindt zicht in Bewaarplaats sleutel
Bij receptie (beveiliging)
ruimte voor foto
Wat valt uit bij uitschakeling Gehele locatie
Bluswater Afsluiter bevindt zicht in Bewaarplaats sleutel ruimte voor foto Wat valt uit bij uitschakeling
Specifieke gebouwen terrein Specifieke gebouwen Hoogspanning MER
Aan begin van het terrein (losstaande container)
38
Overzicht noodvoorzieningen terrein Installaties Brandmeldinstallatie Soort
Brandpaneel Receptie beveiliging (BG)
Activering
Rookmelders in alle units (meld door op paneel)
Aansluitnummer Doormelding
Geen i.v.m. 24 uurs bewaking receptie
Locatie
Brandmeldcentrale:
Stuurfuncties
Geen
Receptie/beveiliging BG
Ontruimingsinstallatie Soort
Niet van toepassing
Activering Bluswatervoorziening Soort Activering Droge blusleiding Locatie voedingspunt Blusmiddelen Soort
Blussers in elke unit
Locatie
Zie bijgevoegde tekeningen
Noodverlichting Aanwezigheid
N.V.T.
Vluchtwegaanduiding Aanwezigheid
N.V.T.
Overige installaties Soort
39
ontruiming bij Brand beschrijving werkwijze Ontdekken en melden Brandmeldingen kunnen automatisch (rookmelders) en gesproken (mondeling, telefonisch of per portofoon) worden gegenereerd. Elke medewerker, bezoeker of bewoner dient bij een constatering van brand direct de melding doort egeven op het interne alarmnummer: xxxxxxxxx of doorgeven bij de beveiliging. Wanneer beantwoording te lang duurt, dient de melder zelf 112 om hulpdiensten te alarmeren. Daarna meldt hij/zij de calamiteit alsnog bij de receptie. Ook kan men een beveiliger of BHV’er aanroepen, die de bandmelding per portofoon meldt bij de receptie: code Bèta. Automatische meldingen worden direct doorgemeld aan brand meldpaneel bij de receptie en in eventueel in het betreffende gebouw. Er is geen direct doormelding naar de brandweer??? Oproepen BHV Na ontvangst van de melding wordt als volgt gehandeld: Automatische melding: Bij het activeren van de brandmeldinstallatie door een automatische melding of handbrandmelder wordt het ontruimingsalarm in de betreffende zone geactiveerd. Het brandmeldpaneel bij de receptie geeft een alarm. De receptionist stelt op het paneel vast wat de herkomst van de melding is en waarschuwt de BHV per portofoon: code Bèta. Telefonische melding: De receptie informeert naar aard, omvang, plaats van de brand. Daarna wordt de BHV per portofoon gewaarschuwd: code Bèta.
Verkennen De ploegleider stuurt minimaal 2 BHV’ers ter plaatse. De overige BHV’ers blijven op hun plaats en wachten verdere instructie af. De ploegleider BHV beoordeelt zelf of hij ook ter plaatse gaat of naar de receptie gaat om van daaruit de inzet te coördineren. Geen brand: Als wel het ontruimingsalarm is afgegaan wordt de procedure ontruiming gevolgd. Indien er geen sprake is van brand informeren de verkenners de ploegleider. Deze laat de brandmeldcentrale resetten. De ploegleider evalueert met alle betrokkenen en stelt een rapport op. Hij/zij informeert de locatiemanagerof diens vervanger. Wel brand: De verkenners informeren de ploegleider. Ze beoordelen of een veilige en kansrijke bluspoging mogelijk is en starten de ontruiming. De ploegleider BHV zorgt voor het opvangen en informeren van de brandweer. Eventueel kan extra interne hulp worden ingezet (let op mate van zelfredzaamheid van aanwezigen) door het oproepen van niet-BHV’ers die een portofoon dragen. Zij melden zich daartoe bij de ploegleider (receptie). De ploegleider BHV verdeelt de taken en wijst ontruimingsgebieden en posities toe aan de BHV’ers. De BHV’ers begeven zich naar de juiste positie: Ontruimingsgebied (verdieping, gebouw) Uitgang gebouw of bouwdeel Langs routes naar verzamelplaats Verzamelplaats Daarna wordt de opdracht tot ontruiming gegeven.
Ontruimen De medewerkers die ter plaatse aanwezig zijn, zullen bij het constateren van een brand een eerste bluspoging doen en eventueel besluiten tot onmiddellijke evacuatie als de komst van de BHV niet afgewacht kan worden. De medewerkers waarschuwen de aanwezigen en brengen hen in veiligheid. Zodra de BHV’ers arriveren, stellen zij zich onder het commando van de BHV. De BHV’ers evacueren het toegewezen bouwdeel (werkwijze: zie volgende paragrafen stroomdiagram en taakverdeling “ontruimen bij brand”). De algemene instructies voor de aanwezigen ten tijde van de ontruiming zijn: Ingeval van brand: gebruik geen liften Verlaat het gebouw via de aangegeven (nood)uitgangen Laat tassen en koffers staan, tenzij anders opgedragen wordt Ga naar de aangewezen verzamelplaats: Fase 1: binnenterrein voor de units (bij ontruiming van 1 of enkele wooneenheden Fase 2: parkeerplaats bij buren (bacardi gebouw) (bij algehele ontruiming) Fase 3: aanwijzing overheid (bij ontruiming op last van gemeente) 40
Meldt u bij de BHV’er ter plaatse. Blijf op de verzamelplaats en wacht nadere instructies van de BHV af. Indien er gewonden zijn, worden deze in veiligheid gebracht en behandeld volgens de procedure voor ongevallen. De ploegleider BHV laat een AED en EHBO-koffer ter plaatse brengen. De BHV’ers trachten zoveel mogelijk materialen veilig te stellen en verdere schade te beperken. De medewerkers, bewoners en bezoekers begeven zich naar de verzamelplaats en blijven daar tot zij nadere instructies krijgen. De medewerkers begeleiden de bewoners en melden zich bij de BHV’er ter plaatse. De BHV’er vraagt of er vermisten zijn en informeert hierover de ploegleider. De medewerkers zorgen ervoor dat de bewoners op de verzamelplaats blijven en niet teruggaan in het ontruimde gebouw. De medewerkers trachten hen gerust te stellen. Daarna worden verdere instructies afgewacht. De ploegleider BHV informeert de locatiemanager. De locatiemanager of diens vervanger besluit zo nodig tot het formeren van een crisisteam. Sein veilig Het sein veilig wordt gegeven door de ploegleider BHV, in opdracht van de externe hulpverleners of crisisteam. Afhankelijk van de situatie (schade) kunnen medewerkers, bewoners of bezoekers terugkeren naar hun werk- of woonplek. Het ploegleider BHV evalueert met de betrokkenen en brengt de BHVorganisatie weer in parate staat. De brandmeldcentrale wordt weer geactiveerd.
Het ploegleider BHV of diens vervanger stelt een rapportage op. De locatiemanager draagt zorg voor het herstellen van de bedrijfsvoering.
41
stroomdiagram “ontruiming bij brand” 1a. Melding Automatisch
1b. Melding Telefonisch of mondeling
1a: Receptie beveiliging - kijk op meldpaneel en stel herkomst melding vast - zet het paneelalarm uit (niet resetten)
2. Oproepen BHV
1b: Medewerker - bel receptie. Vermeld: aard, omvang, locatie, gewonden - sla handbrandmelder in waarschuw aanwezigen, help bewoners. - ga naar verzamelplaats, neem bewoners mee. Receptie beveiliging - noteer gegevens melding
3. Verkennen
2: Receptie beveiliging - Alarmeer BHV’ers en ploegleider van dienst (code BETA) Ploegleider BHV - stuur minimaal 2 BHV’ers ter plaatse (verkennen) - besluit: zelf ook ter plaatse of ga naar de receptie BHV’ers verkenners: - neem uitrusting en ga naar de opgegeven locatie. Overige BHV’ers - wacht nadere instructie af
Bluspoging indien veilig en kansrijk
4. Brand? Nee ja 5. Taakverdeling
3: BHV’ers (verkenners) - gaan ter plaatse, wachten op elkaar op veilige afstand
6. Posities innemen
4: BHV’ers - beoordeel of er brand is en meld aan ploegleider: Ja: evt. bluspoging, start ontruiming Nee: evalueren en rapport opstellen
7. Ontruimen
5: Ploegleider BHV - wijs medewerkers aan voor assistentie BHV - wijs taken en posities toe: Verdieping of gebouw, bij uitgangen langs vluchtwegen, op verzamelplaats - laat brandweer oproepen, waarschuw loc man.
ja 8a. Breng in veiligheid
8. Gewonden ?
6: BHV’ers en aangewezen medewerkers - ga naar de opgegeven positie
Nee 8b. Behandelen
9. Verzamelplaats
7: BHV’ers en aangewezen medewerkers - ontruim toegewezen bouwdeel, begeleidt aanwezigen naar verzamelplaats, geef bijzonderheden door. 8, 8a en 8b: BHV’ers - breng gewonden in veiligheid, behandelen en eventueel vervoer regelen naar ziekenhuis
Nee 10. Sein veilig?
10a. Beslis over vervolg
9: BHV’ers en medewerkers - vraag aan aanwezigen of er vermisten zijn - zorg dat iedereen op verzamelplaats blijft - informeer ploegl. BHV over bijzonderheden op verzamelplaats - wacht verdere instructies af Ploegleider BHV - informeer de brandweer Locatie manager of vervanger - formeer zo nodig een crisisteam
ja 11. Werk hervatten
12. Evaluatie
Evaluatie rapport
10: Ploegleider BHV en/of locatie manager - overleg met overige (externe) hulpverlening en crisisteam of situatie veilig is: Ja: geeft “sein veilig” aan BHV’ers Nee: overlegt over vervolg en instrueert BHV’ers.
Einde
11: BHV’ers - laten evacuees terugkeren naar woon- of werkplek Ploegleider BHV - informeer brandweer, brandmeldinstallatie resetten, Locatie manager of vervanger - herstel bedrijfsvoering
42
12: Ploegleider BHV - evalueer met betrokken en stel rapportage op