26-21 Bijlage 4 - Concept Jaarstukken 2025 Stroomopwaarts
Tekst van het document
Armoedevoorzieningen (uitvoeringskosten) (-€ 216.000) Het negatieve resultaat binnen de uitvoeringskosten wordt veroorzaakt door een onevenwichtige verhouding tussen personele lasten en inhuur: • Personeelslasten laten een onderschrijding zien doordat vacatures in delen van het jaar niet volledig zijn ingevuld. • Daartegenover staat een hogere inzet van inhuur, noodzakelijk om continuïteit te waarborgen en piekbelasting op te vangen. Per saldo resulteert dit in een overschrijding van € 216.000.
23
Inkomensvoorzieningen (-€ 257.000) Binnen de inkomensvoorzieningen doen zich zowel hogere lasten als hogere baten voor. • Baten uit terugvorderingen vallen ruim € 480.000 hoger uit dan begroot. De invoering van een proactieve vorm van sociaal incasseren (met meer aandacht voor vroeg signalering en betalingsregelingen) heeft geleid tot hogere terugbetalingen. • Tegelijkertijd zijn de uitkeringen € 700.000 hoger dan geraamd. De instroom in uitkeringen is hoger dan begroot, mede door inflatie, krapte op de arbeidsmarkt voor bepaalde doelgroepen en het wegvallen van tijdelijke rijksregelingen. De hogere lasten wegen zwaarder dan de hogere baten, waardoor het saldo € 257.000 negatief uitvalt. Inkomensvoorzieningen (uitvoeringskosten) (-€ 180.000) Bij de begrotingswijziging in het najaar is de toenmalige maandelijkse stijging van de uitvoeringskosten (januari–augustus) lineair doorgetrokken naar het einde van het jaar. In de laatste vijf maanden bleek de kostenstijging echter sterker dan verwacht (Impact € 116.000). Daarnaast zijn de baten uit terugvorderingen geactualiseerd op basis van de gemiddelde realisatie in de eerste acht maanden. Deze baten kennen echter grote schommelingen. Aan het einde van het jaar blijkt de realisatie € 60.000 lager dan de bijgestelde verwachting. Dit leidt samen tot een negatieve afwijking van € 180.000.
Participatie (+€ 272.000) Het resultaat binnen het participatiebudget is positief door twee factoren: • De uitvoeringskosten vallen € 79.000 lager uit dan begroot. Dit komt voornamelijk door een efficiëntere procesinrichting. • Daarnaast is er een eenmalige subsidie van € 193.000 ontvangen. Deze subsidie is volledig ten gunste van de exploitatie gebracht en leidt tot een eenmalige meevaller. Gezamenlijk resulteert dit in een positief saldo van € 272.000
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
24
3.2 Programma Werk
Indicator
Doel van het programma
Stroomopwaarts bouwt continu aan een sterk netwerk van tevreden ondernemers en ketenpartners om duurzame uitstroom en participatie van de doelgroepen te bewerkstellingen. Langdurige strategische samenwerkingen zijn daarbij het streven. De leerlijnen waar onze inwoners een (mbo) praktijkcertificaat kunnen halen, is een goed voorbeeld van onze sectorale aanpak. Hierbij is sprake van een samenwerking tussen ondernemers, overheid en onderwijsinstellingen die wordt aangewend om de stap naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken.
Prestatiedoelstellingen en realisatie
In tabel hiernaast zijn de beoogde prestatiedoelstellingen van het programma opgenomen en de mate waarin de doelstellingen zijn bereikt.
Begroting 2025
Relisatie 2025
Relatief aandeel uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit deeltijdarbeid
12%
6%
Nieuwe instroom bijstand is binnen 1 jaar aan het werk
25%
14%
275
322
Nieuwe plaatsingen Aantal matching banen vanuit werkgevers servicepunt (WSP) Totaal aantal nieuwe banen met loonkostensubsidie (intern & extern) Aandeel duurzame uitstroom (> 6mnd aaneengesloten) in geval van uitstroom naar werk of zelfstandig ondernemerschap
113 85%
95%
600
425
Werkleertrajecten en Taaltrajecten Aantal afgeronde werkleertrajecten Aantal succesvol afgeronde werkleertrajecten
420
270
Aandeel cliënten dat "job ready", direct bemiddelbaar is na werkleertraject
70%
64%
Samenwerking met ondernemers
€
2.474
Lasten -€
12.951
Baten
Saldo -€
10.475
Aantal actief samenwerkende ondernemers. (Aantal ondernemers die via het werkgeversservicepunt van Stroomopwaarts mensen inzetten die een uitkeringsbijstand ontvangen, inclusief WLB) Aantal keurmerkhouders Werkpact
4
% SROI-realisatie MVS en SOW (aantal vervulde realisaties t.o.v. de totale SROI verplichting)
129%
Gemiddeld aantal banen met loonkostensubsidie (LKS) zoals banenafspraak
500
443
Banen voor doelgroepen bij werkgevers
342
303
Gemiddeld aantal LKS extern
190
150
Gemiddeld aantal WSW (extern begeleid werken)
23
27
Gemiddeld aantal banen gedetacheerd bij werkgever (in dienst bij SOW)
129
126
Gemiddeld aantal banen detachering WSW (in dienst bij SOW)
119
114
5
6
5
6
Gemiddeld aantal banen detachering Nieuw beschut (in dienst bij SOW) Gemiddeld aantal banen detachering doelgroepregister bij werkgevers
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
154
25
Uitvoering en activiteiten
In 2025 laten enkele KPI’s binnen het programma Werk een lagere score zien dan de gestelde ambitie. Hieronder worden deze afwijkingen kort toegelicht. Daarbij moet benadrukt worden dat onze inzet voortdurend wordt afgestemd op wat voor inwoners realistisch en passend is. De prestatie-indicator voor parttime werk is niet gehaald. In de praktijk blijkt de ambitie van 12% te hoog; het landelijk gemiddelde ligt rond 8% (bron: Divosa Benchmark Werk & Inkomen). Onze inzet richt zich op volledige uitstroom waar dat haalbaar is. Alleen wanneer parttime werk op dat moment de best passende oplossing is voor een inwoner, zetten we daarop in. Parttime werk kan een waardevolle opstap zijn naar volledige arbeid en blijft daarom onderdeel van onze aanpak, maar het is geen sturend doel op zichzelf. De prestatie-indicator gericht op inwoners die nieuw instromen in de uitkering is niet gehaald. 14% van de nieuwe instroom was binnen een jaar aan het werk. De resultaten op deze prestatie-indicator blijven achter door onze succesvolle aanpak aan de poort. Inwoners die zich melden voor een uitkering maar direct kunnen werken, wordt direct een baan aangeboden. In 2025 zijn er 295 een re-integratie werkovereenkomst (RWO) aangeboden. Hiermee wordt instroom in de bijstand voorkomen, maar kan er ook geen uitstroom plaatsvinden (er was immers geen sprake van een uitkeringssituatie).
Deze succesvolle (preventieve) interventie komt daardoor niet terug in de cijfers. De groep die wel in de uitkering instroomt, heeft vaak een zwaardere ondersteuningsbehoefte, waardoor werk binnen een jaar een grotere opgave is. We blijven inzetten op passende begeleiding en het benutten van kansen waar die zich aandienen. Zowel het aantal afgeronde werkontwikkeltrajecten als het aandeel kandidaten die klaar zijn om taken binnen een vacature uit te voeren ligt lager dan de ambitie. Al zijn wel goede stappen gemaakt. Zo zijn er ruim 50% meer mensen vanuit een ontwikkeltraject doorgestroomd dan in 2024. De huidige doelgroep in de uitkering heeft complexere ondersteuningsbehoefte, waardoor trajecten langer duren en de stap naar werk meer tijd vraagt. Daarnaast leidt een volledig doorlopen traject niet altijd tot een ‘jobready’ inwoner, wat past bij de realiteit van de doelgroep waarmee we nu werken.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
De doelstelling voor het aantal loonkostensubsidie (LKS) banen is niet gerealiseerd. We hebben geconstateerd dat de inrichting van ons team Werkgeversdienstverlening niet optimaal meer aansloot op de huidige opgave. Daarom zijn we gestart met een herinrichting om onze slagkracht richting werkgevers te vergroten. Met deze versterking verwachten we in de komende periode succesvoller te zijn in het realiseren van de LKS-ambitie.
Doorontwikkeling van de klantreis In 2025 heeft Stroomopwaarts belangrijke stappen gezet in de doorontwikkeling van de klantreis: het vernieuwde ontwikkelpad dat inwoners begeleidt op hun weg naar werk. Na het vormgeven van het plan eind 2024, is in 2025 gestart met de implementatie en verdere aanscherping op basis van de eerste ervaringen. Dit heeft ertoe geleid dat eind 2025 zowel de klantreis als de procesinrichting stevig staat. De nieuwe werkwijze zorgt voor betere integrale afstemming tussen afdelingen, minder overdrachtsmomenten en minder contactpersonen voor inwoners. Ook zien we dat het aantal inwoners dat actief in begeleiding is verder toeneemt, wat naar verwachting in de loop van 2026 leidt tot een hogere uitstroom naar werk. Daarnaast is in 2025 een duidelijke splitsing tussen doelgroepen aangebracht. Inwoners met een indicatie (beschut of Wsw) en inwoners vanuit de Participatiewet voeren hun werkzaamheden nu in gescheiden groepen uit. Hierdoor kan begeleiding, ondersteuning en werktempo beter worden afgestemd op de mogelijkheden en belastbaarheid van elke doelgroep, wat bijdraagt aan effectievere ontwikkeling.
Herinrichting team Werkgeversdienstverlening Zoals eerder aangehaald hebben we geconstateerd dat de inrichting van het team Werkgeversdienstverlening niet optimaal meer aansloot op de actuele arbeidsmarktvraag. Daarom zijn rollen en functies aangepast om ondernemers beter te bedienen, sectorale expertise te versterken en het proces van plaatsing van inwoners te versnellen en te verbeteren. De aanpassing binnen team Werkgeversdienstverlening lopen door in begin 2026.
26
Succesvolle jongerenaanpak Binnen het programma Werk is ook sterk ingezet op de jongerenaanpak, die in dit jaar vooral in projectvorm is uitgevoerd binnen het project Jeugdwerkgelegenheid. In dit project is gewerkt met een brede en integrale aanpak, waarin maatwerk en preventie centraal stonden. Een leefgebiedencoach ondersteunde jongeren op meerdere leefgebieden, waardoor problemen en kansen in samenhang konden worden benaderd. Daarnaast heeft het project een proactieve benadering ontwikkeld voor zogenoemde onzichtbare jongeren: jongeren die niet in beeld zijn bij onderwijs, werk of uitkering. Deze aanpak kreeg landelijke erkenning, doordat Jeugdwerkgelegenheid finalist werd bij de Gemeentedelers. Het project liep formeel af op 31 december 2025, maar de aanpak wordt vanaf 2026 structureel geborgd via de uitvoering van de Wet Van school naar duurzaam werk. Leerlijnen Tot slot zijn wij trots op de tien leerlijnen die in 2025 operationeel waren. Via deze leerlijnen hebben wij 156 inwoners kunnen ontwikkelen en hen vaardigheden kunnen bijbrengen die aansluiten op kansenrijke sectoren. We blijven voortdurend beoordelen welke leerlijnen effectief zijn, aansluiten bij de mogelijkheden van onze doelgroep en passen bij actuele arbeidsmarktkansen.
Wanneer er aanleiding is om leerlijnen te versterken, aan te passen, te beëindigen of nieuwe te ontwikkelen, zullen wij daarop actief handelen. Social Return Social Return (SR) is een instrument om werkgelegenheid te creëren voor inwoners met behoefte aan extra ondersteuning. Door het benutten van de
inkoopkracht van de MVS-gemeenten worden concrete kansen gerealiseerd voor deze doelgroep. Een SR-opgave kan op verschillende manieren worden ingevuld. Ondernemers kunnen hier invulling aan geven door middel van werken (bijvoorbeeld het in dienst nemen van een inwoner), leren (het aanbieden van een opleiding of leerwerkplek), sociaal inkopen (zoals het afnemen van opdrachten bij een werkontwikkelbedrijf), maatschappelijke activiteiten of sociaal investeren. Stroomopwaarts ondersteunt de MVS-gemeenten actief bij de uitvoering van SR. Zodra een nieuwe overeenkomst wordt aangegaan waarop SR van toepassing is, neemt een accountmanager van Stroomopwaarts namens de inkopende gemeente contact op met de opdrachtnemer. In dit gesprek wordt besproken op welke wijze de SR-opgave concreet en haalbaar kan worden ingevuld. Hierbij wordt gekeken naar passende kansen voor inwoners en naar een realistische inzet binnen de opdracht. Het totale inkoopvolume van de MVS-gemeenten (inclusief gezamenlijke inkoop en inkoop via gemeenschappelijke regelingen) bedroeg in 2025 ruim € 300 miljoen, de SR-opgave die hieruit voortkwam bedroeg ruim € 5 miljoen. Ondernemers hebben voor bijna € 8,2 miljoen invulling gegeven aan de SR-opgave. Dit resulteert in een SR-realisatie van 163% (MVS-gemiddelde). Daarmee is de doelstelling voor 2025 (85%) ruimschoots overtroffen.
Via de inzet van Social Return zijn in 2025 303 inwoners uit de MVSgemeenten ondersteund. Dit betrof onder meer het verkrijgen van een baan, het volgen van een opleiding of het vervullen van een stageplaats. Met deze resultaten laat SR zien dat het effectief bijdraagt aan inclusieve werkgelegenheid en maatschappelijke waarde creatie.
Inkoopvolume
SR- opgave
SR realisatie €
SR realisatie %
Maassluis Vlaardingen Schiedam SOW Rogplus MVS
3.513 17.928 235.482 8.209 29.467 9.405
147 685 1.959 401 1.356 479
106 619 4.830 338 1.661 643
72% 90% 247% 84% 123% 134%
67 338 904 276 1.379 619
36 218 1.372 23 49 8
54 2.538 13 232 12
3 10 16 26 4
Totaal
304.004
5.027
8.197
163%
3.584
1.706
2.848
59
Bedragen x 1.000
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
Arbeid
Sociaal inkopen
Participatiebedrijf
Sociaal
27
Kosten van het programma Programma Werk (in € x 1.000)
Ontwikkeling
Originele Begroting 2025 Baten Lasten Saldo
2e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo
Realisatie 2025 Baten Lasten
Saldo
Verschil met BW2 Baten Lasten Saldo
0
-2.817
-2.817
797
-3.583
-2.786
723
-3.548
-2.825
-74
36
-39
Accountmanagement & Matchmakers Externe arbeidsparticipatie uitvoering Lasten Doelgroepen* Loonkostensubsidie (LKS)*
2.567 0 0 2.567 0
-14.591 -1.954 -1.343 -7.686 -3.608
-12.024 -1.954 -1.343 -5.119 -3.608
1.912 0 0 1.912 0
-9.931 -963 -1.643 -5.314 -2.011
-8.019 -963 -1.643 -3.401 -2.011
1.752 0 2 1.750 0
-9.403 -849 -1.637 -4.996 -1.921
-7.652 -849 -1.635 -3.246 -1.921
-161 0 2 -163 0
528 114 6 318 90
367 114 7 155 90
Totaal baten en lasten Reservemutaties
2.567 0
-17.408 0
-14.841 0
2.709 0
-13.514 0
-10.805 0
2.474 0
-12.951 0
-10.477 0
-235 0
564 0
328 0
Saldo programma
2.567
-17.408
-14.841
2.709
-13.514
-10.805
2.474
-12.951
-10.477
-235
564
328
Werkgeversdienstverlening
* Betreft openeinderegelingen die op basis van realisatie met de gemeente wordt verrekend.
Analyse van afwijkingen begroting en realisatie Werkgeverdienstverlening
Bij accountmanagement en matchmaker zijn er minder lasten gemaakt door lagere uitgaven van het SEN evenement. Ook is er minder gebruik gemaakt van extern personeel voor een bedrag van € 114.000 De totalen Baten doelgroep zijn € 163.000 door lagere omzet van 120.000 bij gedetacheerde bij externe werkgevers het afgelopen moeilijker is WSW te plaatsen bij externe werkgevers en lagere baten ID Banen van € 41.000 die verrekend worden met Gemeente Schiedam. De lasten voor de doelgroepen zijn € 318.000 lager dan begroot door lagere personeelskosten van de doelgroepen. En de loonkostensubsidie is € 90.000 doordat er minder gebruik gemaakt wordt van loonkostensubsidie bij externe werkgevers.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
28
3.3 Programma Werkontwikkelbedrijf Doel van het programma
De arbeidsontwikkeling van alle doelgroepen kan alleen optimaal worden vormgegeven dankzij de intensieve samenwerking met ondernemers en andere ketenpartners. Deze samenwerking moet enerzijds leiden tot concrete productie opdrachten voor het werkontwikkelbedrijf en anderzijds tot arbeidsplaatsen/ vacatures voor onze cliënten bij deze partners. Hierbij wordt altijd uitgegaan van iemands kansen en mogelijkheden in plaats van zijn beperkingen. Stroomopwaarts is daarin een betrouwbare partner, heeft een uitgebreid instrumentarium op dit gebied en vervult zo de rol van de spil tussen publiek en privaat. Met het streven naar een arbeidsmarkt waar iedereen een kans krijgt om mee te doen noemen we ons werkleerbedrijf sinds 2025 een werkontwikkelbedrijf. In lijn met het advies van branchevereniging Cedris draagt dit bij aan inclusieve communicatie. Wij steunen inwoners bij een beschutte werkplek, het opbouwen van ritme en ontwikkelen van nieuwe vaardigheden en ook persoonlijke en professionele groei. Stroomopwaarts streeft naar duurzame doorstroom naar reguliere werkgevers. In de eerste plaats door het realiseren van meer detacheringen van WSW-medewerkers. Deze detachering is vaak de hoogst haalbare vorm van participatie daarnaast is het ook economisch aantrekkelijker voor Stroomopwaarts.
Omzet is hierbij niet leidend, een gezonde mix tussen omzet en arbeidsontwikkeling van werknemers en cliënten met een arbeidsbeperking wel.
Prestatiedoelstellingen en realisatie
In tabel hiernaast zijn de beoogde prestatiedoelstellingen van het programma opgenomen en de mate waarin de doelstellingen zijn bereikt.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
€
7.405
Lasten -€
31.468
Saldo -€
24.063
Baten
Indicator
Prestatie Begroting Relisatie of Effect 2025 2025
Ziekteverzuim WSW en Beschut
E
<16%
13,0%
WSW en Beschut gemiddelde dekking loonkosten door opbrengsten
P
33%
31%
Gemiddeld aantal doelgroepen intern
P
794
785
Gemiddeld aantal banen WSW intern
P
494
522
Gemiddeld aantal banen nieuw beschut met LKS (niet banenafspraak)
P
235
235
Gemiddeld aantal banen met LKS (banenafspraak)
P
65
28
Gemiddeld aantal re-integratie banen
P
0
0
Banen voor doelgroepen bij Werkleerbedrijf (intern WLB)
Wachtlijst Nieuw Beschut Gemiddeld aantal mensen met indicatie Nieuw Beschut op de wachtlijst
E
47
Gemiddelde duur in maanden op de wachtlijst Nieuw Beschut
E
in 2026
29
Uitvoering en activiteiten Beschut
Inwoners die meer begeleiding en faciliteiten nodig hebben dan van een reguliere werkgever mag worden verwacht, kunnen een indicatie Beschut Werk aanvragen. Na toekenning door het UWV komen zij in aanmerking voor beschut werk binnen Stroomopwaarts. In 2023 hebben door de nauwe samenwerking met de praktijkscholen meer inwoners een aanstelling in het kader van beschut werk gekregen. Hierdoor blijft het aantal van 235 medewerkers ook in 2025 ver boven de landelijke taakstelling van 123 medewerkers, maar is er nog steeds een wachtlijst van 53 mensen.
Wsw-medewerkers De medewerkers die in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening bij Stroomopwaarts in dienst zijn, worden zowel intern ingezet (productie en dienstverlening) als extern (detachering). Deze medewerkers hebben (meer) behoefte aan een veilige werkomgeving. Het is dan moeilijk om de Wswmedewerkers, die intern werken (weer) extern te (gaan) detacheren. Zij zijn gewend aan de huidige (veilige) werkplek en vinden het lastig om te moeten veranderen. Het werkontwikkelbedrijf blijft investeren in productielijnen, maar ook in de begeleiding van werkgevers en cliënten. Bij deze laatste staat optimale ontwikkeling en sociale activering van mensen voorop. Het werkontwikkelbedrijf blijft een stabiele vangnetfunctie voor de meest kwetsbaren vervullen. We bieden tijdelijke dienstbetrekkingen aan de doelgroepen uit de banenafspraak aan. Duurzame dienstbetrekkingen zijn beschikbaar voor de doelgroepen Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Beschut werk voor inwoners met behoefte aan extra ondersteuning. Zoals verwacht zijn er dit jaar 20 Wsw-medewerkers uitgestroomd vanwege onder meer leeftijd (pensioen) en verhuizingen. De controles in het werkontwikkelbedrijf bij de productielijnen food voor het FSSC22000-certificering1 zijn beide goed verlopen. De Food productielijnen voldoen aan de voorwaarden om deze voort te kunnen blijven zetten. Hier zijn we heel trots op.
Het werkontwikkelbedrijf is afhankelijk van opdrachtgevers die werkzaamheden door Stroomopwaarts laten uitvoeren. Dit brengt uitdagingen met zich mee, waar goed en flexibel op moet worden ingespeeld. Vanwege een (net niet) faillissement van een relatief grote opdrachtgever is gezocht naar nieuwe opdrachten. Dit is gelukt, waardoor er nu doosjes gevuld worden met zakjes rozijnen. De opdrachtgever die net niet failliet is gegaan, blijft nog steeds samenwerken met Stroomopwaarts, maar alleen in kleinere aantallen. Hierdoor kan een kleine groep nog steeds voor deze opdrachtgever blijven werken. ‘Eerlijke prijzen voor eerlijk werk’ blijft erg belangrijk in onze doorlopende zoektocht naar nieuwe opdrachten. Binnen het werkontwikkelbedrijf worden meer mensen met steeds breder uiteenlopende ondersteuningsbehoeften geholpen. Naast de SW-medewerkers en medewerkers Beschut Werk zijn ook cliënten vanuit de bijstand zich hier ontwikkelen naar een baan. Dit kan gebeuren door werkervaringsplaatsen (kennis maken met de verschillende werkzaamheden), het volgen van leerlijnen (opleiding en werkervaring opdoen) tot een interne of externe detachering met een arbeidsovereenkomst en inkomsten waardoor zij uitstromen uit de uitkering. Hierdoor zijn een heleboel verschillende inwoners werkzaam in het werkontwikkelbedrijf.
Het is dan ook belangrijk om verschillende opdrachten te hebben om iedereen een uitdaging te kunnen bieden om zich te blijven ontwikkelen. Maar er worden ook trajecten gestart voor specifieke doelgroep, zoals het project Anderstaligen in Maassluis. Dit traject heeft een jaar geduurd en is dit jaar afgerond. De productie vanuit dit project (wat nu niet meer actief is), heeft invloed op de resultaten van het werkontwikkelbedrijf. Het is dan ook een grote uitdaging om flexibel om te gaan met de opdrachten die binnenkomen en om in te spelen op het niveau van de medewerkers, die op dat moment werkzaam zijn binnen het werkontwikkelbedrijf. Deze uitdaging gaan wij met zijn allen aan en zijn dan ook trots dat wij dit steeds weer goed voor elkaar krijgen. In 2025 stond de arbeidsproductiviteit binnen het werkontwikkelbedrijf onder druk. Deze ontwikkeling is een direct gevolg van veranderingen in de samenstelling van onze doelgroep-medewerkers. De instroom van
1
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
De FSSC 22000 is ontwikkeld door de Stichting Certificatie Voedselveiligheid (SCV) en is de eerste wereldwijde standaard voor de gehele voedingsmiddelenindustrie. Het certificaat wordt door veel partijen in de toeleveringsketen van voedingsmiddelen geaccepteerd.
30
nieuwe Wsw-medewerkers is sinds 2015 landelijk beëindigd en de huidige groep Wsw-medewerkers veroudert en stroomt geleidelijk uit. Vanuit de nieuwe wetgeving staat hier wel een instroom tegenover in de vorm van medewerkers met een indicatie beschut werk. Deze medewerkers hebben gemiddeld een hogere begeleidings- en ondersteuningsvraag, wat leidt tot lagere productiviteit per medewerker. Deze verschuiving in de personele samenstelling maakt het uitdagender om de totale productie op het gewenste niveau te houden. Daarbij blijft er een spanningsveld bestaan tussen het realiseren van een goed gevulde orderportefeuille en het bieden van goede, maatschappelijk verantwoorde en eerlijk betaalde opdrachten. In de praktijk merken we dat sommige opdrachtgevers kiezen voor de allerlaagste prijs.
Ontwikkeling Beschut werk 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000
Wij hebben in 2025 onze bestaande opdrachten doorgelicht. Waar bleek dat opdrachten structureel onvoldoende opleverden, zijn we het gesprek aangegaan met opdrachtgevers. Doel hiervan was het realiseren van een orderportefeuille die recht doet aan de waarde van het werk dat onze medewerkers leveren. Hiermee bouwen we aan duurzame partnerschappen met opdrachtgevers die daadwerkelijk willen investeren in maatschappelijk verantwoord ondernemen. Om deze ontwikkeling verder te versterken, is besloten te investeren in een accountmanager die zich focust op het werkontwikkelbedrijf. Deze functie wordt in 2026 ingevuld en richt zich op het strategisch ontwikkelen van de orderportefeuille, het onderhouden van langdurige relaties en het realiseren van eerlijke tarieven die passen bij de inzet van onze medewerkers. Landelijk zien we dat er meer indicaties beschut werk worden afgegeven dan oorspronkelijk door de wetgever was voorzien (zie afbeelding). Dit leidt ertoe dat het huidige financiële kader niet aansluit op de feitelijke behoefte.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
Doelstelling Realisatie Positieve adviezen
Q3 ‘19 5.300 3.627 5.632
Q3 ‘20 7.050 4.848 7.651
Q3 ‘21 8.450 6.416 9.966
Q3 ‘22 9.325 7.767 11.905
Q3 ‘23 10.100 9.082 13.922
Q3 ‘24 10.900 10.358 16.024
Q3 ‘25 11.700 11.586 17.225
In de MVS-regio is het aantal toegekende indicaties al jaren ruim boven de taakstelling (het aantal waarvoor de gemeenten worden bekostigd). Ondanks dat de MVS-gemeenten in de begroting van Stroomopwaarts al extra plekken hebben ingeregeld, is er de afgelopen periode toch een wachtlijst ontstaan. Dat is met name onwenselijk voor inwoners die een indicatie hebben en direct inzetbaar zijn. Binnen de infrastructuur van het werkontwikkelbedrijf zijn in de basis voldoende arbeidsplekken aanwezig, de financiële ruimte is echter de beperkende factor. Daarom is een gedegen analyse nodig om te bepalen of uitbreiding van beschut werk structureel en financieel verantwoord mogelijk is.
31
Kosten van het programma Programma Werkontwikkelbedrijf (in € x 1.000)
Originele Begroting 2025 Baten Lasten Saldo
2e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo
Realisatie 2025 Baten Lasten
Saldo
Verschil met BW2 Baten Lasten Saldo
Productie
5.251
-5.333
-82
3.460
-3.343
117
3.548
-3.355
193
88
-12
76
Diensten
2.678
679
3.357
3.325
-1.670
1.655
3.844
-1.700
2.144
519
-31
489
Lasten Doelgroepen Loonkosten doelgroepen Loonkostensubsidie (LKS)*
1.756 279 1.477
-26.119 -22.874 -3.245
-24.364 -22.595 -1.768
0 0 0
-25.960 -22.554 -3.407
-25.960 -22.554 -3.407
13 13 0
-26.412 -22.776 -3.636
-26.400 -22.763 -3.636
13 13 0
-452 -222 -230
-439 -210 -230
Totaal baten en lasten Reservemutaties
9.685 0
-30.774 0
-21.089 0
6.785 0
-30.973 -356
-24.188 -356
7.405 0
-31.468 -356
-24.063 -356
620 0
-495 0
125 0
Saldo programma
9.685
-30.774
-21.089
6.785
-31.329
-24.544
7.405
-31.824
-24.419
620
-495
125
Analyse van afwijkingen begroting en realisatie
De baten zijn € 620.000 hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een omzetstijging van € 519.000 door het afsluiten van nieuwe contracten bij Groen & Grijs. Daarnaast is € 88.000 meer omzet gerealiseerd binnen de productieafdelingen van het werkontwikkelbedrijf. De loonkosten van de doelgroepen bedragen € 22,7 miljoen, aangevuld met € 3,6 miljoen aan loonkostensubsidies, waarmee dit de grootste kostenpost vormt. De kosten voor de doelgroepen vallen € 220.000 hoger uit dan begroot. Dit komt door een aanpassing van de Cao in het laatste kwartaal. Voor deze aanpassing heeft de gemeente compensatie ontvangen via de decembercirculaire, die wordt verrekend met de bijdrage aan het Werkontwikkelbedrijf van € 557.000 en verdeeld over de drie gemeente. De kosten voor loonkostensubsidies zijn € 230.000 hoger dan begroot. Deze hogere lasten worden via het BUIG-budget verrekend.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
32
3.4 Programma Inburgering Doel van het programma
Stroomopwaarts is in 2022 gestart met de uitvoering van het nieuwe programma Inburgering. Hierbij voeren wij uitsluitend de operationele taken uit; de beleidsinvulling en coördinatie liggen bij de MVS-gemeenten. De instroom van nieuwe statushouders zal de komende jaren naar verwachting blijven bestaan. Vanaf 2025 zien we daarnaast voor het eerst ook uitstroom, omdat de eerste groep die onder de nieuwe Wet inburgering 2022 is gestart inmiddels hun diploma behaalt na de reguliere inburgeringstermijn van drie jaar. In onze aanpak staat centraal dat statushouders naast hun inburgeringstraject zo snel mogelijk maatschappelijk actief zijn. Wij stimuleren en faciliteren deelname aan vrijwilligerswerk, participatieactiviteiten en educatie, waarbij betaald werk het doel blijft. Dit draagt bij aan duurzame integratie, economische zelfstandigheid en een sterke start in de MVS-gemeenten.
Prestatiedoelstellingen en realisatie
In tabel hiernaast zijn de beoogde prestatiedoelstellingen van het programma opgenomen en de mate waarin de doelstellingen zijn bereikt.
Indicator
Begroting 2025
Relisatie 2025
1.270 758
1.108 589
512
519
Maassluis
143
132
Vlaardingen
308
271
Schiedam
307
198
Totaal Statushouders
758
589
Aantal inburgeraars in trajecten per 31-12-2025 Statushouders Gezinsmigranten
Aantal trajecten voor Statushouders per gemeente
Aantal trajecten voor Gezinsmigranten per gemeente Maassluis
57
75
Vlaardingen
193
209
Schiedam
262
235
Totaal gezinsmigranten
512
519
1.270
1.108
Totaal inburgering
Totaal aantal inburgeraars (op meetmoment)
Baten
€
Lasten -€
Saldo -€
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
0
3.749
3.749
Aantal inburgeraars op B1 route
825
Aantal inburgeraars op Z route
171
Aantal inburgeraars op onderwijsroute
25
% inburgeraars op B1-route, Z-route of onderwijsroute
80%
89%
% PIP (Plan Inburgering en Participatie) dat binnen 10 weken na start werkproces
80%
72%
Statushouders (vanaf begin werkproces + huisvesting)
82%
Gezinsmigranten (vanaf begin werkproces)
66%
33
Indicator
Begroting 2025
Relisatie 2025
Het % statushouders dat uitstroomt en voldoet aan de inburgeringsverplichting binnen de vastgesteld termijn *
75%
47%
Het % gezinsmigranten dat uitstroomt en voldoet aan de inburgeringsverplichting binnen de vastgesteld termijn *
90%
22%
Zelfredzaamheid van statushouders na maatschappelijke begeleiding zonder doorverwijzing naar reguliere zorg
90%
93%
Het B1 taalniveau bij het einde van de inburgeringsplicht (B1 route) Statushouders
50%
41%
Het B1 taalniveau bij het einde van de inburgeringsplicht (B1 route) Gezinsmigranten
75%
76%
% Statushouders met Werk % Statushouders die Opleiding volgen
6% 35%
% Statushouders nog met uitkering aan het einde van de vastgestelde termijn inburgeringsverplichting
10% 43%
*R echtmatige verleningen worden d.m.v. aanpassing datum invuld. Er word geen onderscheid gemaakt tussen verlening door Stroomopwaarts of Duo. *D uo verlenging is bij het niet behalen. Rechtmatige verlenging is door SOW voor bijvoorbeeld zwangerschapsverlof.
Uitvoering en activiteiten
Hoewel de ambitie is dat 80% van de Plannen Inburgering en Participatie (PIP) binnen 10 weken na huisvesting gereed is, is dit door de aanhoudende instroom van gezinsmigranten niet volledig gerealiseerd. Het resultaat over 2025 bedraagt 72%. Het is belangrijk dit brede aanmeldingsgesprek zorgvuldig te houden, omdat dit als basis dient voor het inburgeringstraject. Gedurende het jaar zien we dat we inlopen op de wachtlijst, hiermee verwachten we op termijn de KPI voor de afhandelingstermijn voor de PIP weer te kunnen realiseren. De wettelijke inburgeringstermijn van drie jaar blijft voor veel inwoners uitdagend. Een aanzienlijk deel van de inburgeraars rondt de verplichte examens niet binnen deze termijn af, waardoor verlenging moet worden aangevraagd. De beoordeling hiervan ligt bij DUO; Stroomopwaarts
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
registreert en verwerkt de besluiten na beoordeling. Momenteel zijn we nog in afwachting van veel besluiten op verlening. Binnen de wet is B1 taalniveau het uitgangspunt, maar tijdens het traject kan worden afgeschaald naar taalniveau A2. Bij de in 2025 geslaagde inburgeraars moest ongeveer 50% halverwege het traject afschalen. Een belangrijke nuance is dat DUO het eindniveau registreert op basis van het laagst behaalde examenonderdeel. Dat betekent dat inwoners die meerdere onderdelen op B1 behalen, maar één onderdeel op A2, toch worden geregistreerd als examen behaald op A2 niveau. De resultaten moeten daarom in de juiste context worden geïnterpreteerd en zijn minder negatief dan de registratie op het eerste gezicht doet vermoeden. Voor een groep van 115 inburgeraars kon beoordeeld worden of zij drie jaar na start van de bijstandsuitkering werk of opleiding hebben gevonden (volgens de geformuleerde KPI). Van deze groep heeft 57% geen uitkering meer bij Stroomopwaarts, 10% is uitgestroomd naar werk en 6% naar een opleiding.
Inzet van regiomiddelen In 2025 heeft Stroomopwaarts, met inzet van de voor de regio beschikbaar gestelde middelen, gericht gewerkt aan de versterking van duale trajecten voor inburgeraars. Binnen deze trajecten combineren statushouders taalverwerving met participatie en ontwikkeling richting duurzaam werk. Een deel van deze duale trajecten zijn gericht op sectoren met goede arbeidsmarktperspectieven, zoals de ICT en de zorg. Daarnaast is ingezet op trajecten voor statushouders met ondernemersambities, gericht op de eerste stappen richting ondernemerschap als zelfstandige (ZZP). Verder zijn er ook trajecten ingezet met specifieke aandacht voor de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van vrouwen. Via deelname aan deze trajecten worden zij beter toegerust op een zelfstandige positie in de samenleving. Optimaliseren interne samenwerking De samenwerking tussen de Stroomopwaarts teams Inburgering en Ontwikkeling is versterkt. Deze samenwerking richt zich op het optimaal laten aansluiten van statushouders binnen de bestaande ontwikkeltrajecten van Stroomopwaarts. Hierdoor kunnen meer inburgeraars profiteren van reguliere trajecten die al toegankelijk zijn voor inwoners met behoefte aan extra ondersteuning. Daarnaast wordt onderzocht of er, aanvullend op
34
het bestaande aanbod, specifieke ontwikkeltrajecten voor statushouders kunnen worden ingericht met speciale aandacht voor taalontwikkeling. Dit moet de weg naar werk of opleiding verder versnellen.
Kennisuitwisseling Om de kwaliteit en effectiviteit van duale trajecten te vergroten, is actief gezocht naar samenwerking en kennisuitwisseling met collega-gemeenten en werkontwikkelbedrijven. Door ervaringen en goede voorbeelden uit de praktijk te delen, kunnen succesvolle werkwijzen worden overgenomen en kunnen we gezamenlijk blijven leren over wat wel en niet werkt in de begeleiding van inburgeraars. Deze regionale en bovenregionale samenwerking draagt bij aan verdere professionalisering en innovatie van ons aanbod.
Integrale scan Inburgering Tot slot is in 2025 gestart met een integrale scan van de inzet op Inburgering tot nu toe. Deze scan moet inzicht bieden in de effectiviteit van de ingezette aanpak, benoemen wat al goed functioneert en richting geven aan mogelijke verbeterpunten. De uitkomsten vormen een belangrijke bouwsteen voor het opstellen van nieuw MVS-breed beleid voor Inburgering. Dit beleid wordt opgesteld door de MVS-gemeenten. De MVS gemeenten zijn immers beleidsrijk op dit domein (anders dan bij de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De scan ondersteunt hen bij het bepalen van beleidsprioriteiten voor de komende jaren.
Toekomstige instroom Instroom van statushouders richting de MVS-gemeenten blijft de komende periode nog actief. Uit de gegevens van het COA blijkt dat de MVSgemeenten op dit moment nog in totaal 263 statushouders moeten huisvesten. De verdeling is als volgt: Maassluis Schiedam Vlaardingen
5 88
170
Deze statushouders verblijven momenteel nog op AZC-locaties verspreid over Nederland, maar zijn al formeel toegewezen aan een van de MVS-gemeenten. Door een aanhoudend tekort aan geschikte woonruimte ontstaat er een achterstand in de plaatsing. Dit heeft directe gevolgen voor de uitvoering van team Inburgering. De financiering van inburgering is namelijk gekoppeld aan de taakstelling, maar de daadwerkelijke uitvoering kan pas starten nadat een statushouder zich fysiek heeft gevestigd in de betreffende gemeente. De genoemde groep van 263 statushouders vormt daarmee het minimale instroomvolume voor de komende periode. Daarbovenop komt nog de instroom van nieuwe statushouders die in de loop van het jaar een verblijfsvergunning krijgen en toegewezen zullen worden. De exacte instroom is moeilijk te voorspellen, omdat de beschikbaarheid van huisvesting een structureel knelpunt blijft.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
35
Kosten van het programma Programma Inburgering (in € x 1.000)
Originele Begroting 2025 Baten Lasten Saldo
2e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo
Realisatie 2025 Baten Lasten
Saldo
Verschil met BW2 Baten Lasten Saldo
Trajecten Inburgering Uitvoeringskosten
0 0
-3.510 -1.962
-3.510 -1.962
0 0
-1.949 -1.676
-1.949 -1.676
0 0
-2.059 -1.691
-2.059 -1.691
0 0
-110 -15
-110 -15
Totaal baten en lasten Reservemutaties
0 0
-5.472 0
-5.472 0
0 0
-3.625 0
-3.625 0
0 0
-3.749 0
-3.749 0
0 0
-125 0
-125 0
Saldo programma
0
-5.472
-5.472
0
-3.625
-3.625
0
-3.749
-3.749
0
-125
-125
Analyse van afwijkingen begroting en realisatie
In 2025 is € 125.000 meer uitgegeven aan het programma Inburgering dan geraamd bij de tweede begrotingswijziging. De hogere lasten worden veroorzaakt door extra kosten voor inburgeringstrajecten. De realisatie bedraagt € 2.059.000, wat € 110.000 hoger is dan de geraamde lasten. Dit verschil komt voornamelijk doordat de achterstand van ontvangen facturen van leveranciers is ingelopen en er nu een duidelijker beeld is van de gerealiseerde lasten.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
36
4. Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien 4.1 Kosten overhead en onvoorzien Programma Overhead (in € x 1.000)
Originele Begroting 2025 Baten Lasten Saldo
2e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo
Realisatie 2025 Baten Lasten
Saldo
Verschil met BW2 Baten Lasten Saldo
Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Implementatie ombuigingen
21 0 0 0
-22.081 0 -200 0
-22.060 0 -200 0
400 0 575 0
-19.045 0 -504 -443
-18.645 0 71 -443
706 0 444 0
-18.640 0 -836 -260
-17.933 0 -392 -260
306 0 -131 0
405 0 -332 183
712 0 -463 183
Totaal baten en lasten Reservemutaties
21 40
-22.281 0
-22.260 40
975 483
-19.992 -1.593
-19.017 -1.111
1.151 275
-19.736 -1.593
-18.585 -1.318
176 -208
257 0
432 -208
Saldo programma
61
-22.281
-22.220
1.458
-21.585
-20.127
1.425
-21.329
-19.904
-32
257
224
4.2 Analyse afwijkingen begroting na wijziging en realisatie Baten
De baten bij overhead zijn hoger doordat de maatwerkopbrengsten van gemeenten voor garantievoorwaarden van overgenomen personeel bedragen € 296.000 in de begroting als negatieve lasten zijn opgenomen. Volgens de geldende financiële systematiek zijn deze bedragen bij ontvangst echter verantwoord onder de baten. Onder de post onvoorzien is € 444.000 opgenomen voor ontvangen ESF-subsidies met betrekking tot het boekjaar 2024.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
Lasten
De lasten bij onvoorzien zijn € 392.000 hoger dan begroot. Dit komt mede door er een voorziening van € 532.000 getroffen voor Wsw-medewerkers die gebruikmaken van de RVU-regeling, volgens de nieuwe BBV-richtlijnen.
Reserves
De lasten voor de implementatie van ombuigingen zijn € 183.000 lager dan begroot, wat leidt tot een overeenkomstige verlaging van de vrijval van de reserve Implementatie Ombuigingen.
37
Kosten van het programma Programma Dekkingsmiddelen
Originele Begroting 2025 Baten Lasten Saldo
(in € x 1.000)
Verstrekkingen Bijdrage armoedevoorziening* Bijdrage inkomensvoorziening* Bijdrage LKS* Bijdrage inburgering*
Saldo
Verschil met BW2 Baten Lasten Saldo
0 0 0 0 0
110.594 8.157 92.075 6.853 3.509
116.226 7.987 100.873 5.418 1.949
116.226 7.987 100.873 5.418 1.949
116.595 7.850 101.129 5.557 2.059
116.595 7.850 101.129 5.557 2.059
369 -137 256 139 110
369 -137 256 139 110
69.323 29.519 17.844 21.960
0 0 0 0
69.323 29.519 17.844 21.960
67.339 27.023 20.782 19.534
67.339 27.023 20.782 19.534
67.338 27.023 20.781 19.534
67.338 27.023 20.781 19.534
-1 0 -1 0
-1 0 -1 0
300 0 0 0 300
0 0 0 0 0
300 0 0 0 300
-102 -2.051 356 1.592
-102 -2.051 356 1.592
-102 -2.051 356 1.593
-102 -2.051 356 1.593
1 0 0 1
1 0 0 1
180.217
0
180.217
183.463
183.463
183.831
183.831
369
0
0
0
2.051
2.051
2.051
2.051
0
180.217
0
180.217
185.513
185.513
185.882
185.882
369
Bijdrage algemene dienstverlening Bijdrage Werkleerbedrijf Bijdrage bedrijfsvoering/overhead
Overige Bijdragen Afrekening Dekkingsmiddelen 2024 Impulsgelden Werkleerbedrijf Implementatie ombuigingen overige dekkingsmiddelen
Reservemutaties Resultaat 2024 Saldo programma
Realisatie 2025 Baten Lasten
110.594 8.157 92.075 6.853 3.509
Uitvoeringskosten
Totaal baten en lasten
2e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo
0
0
0
0
0
369 0
0
369
* Verstrekkingen worden afgrereken op basis van realisatie.
Het overzicht van dekkingsmiddelen laat voornamelijk de belangrijkste bijdragen van de gemeenten zien. Deze bestaan uit de compensatie voor individuele verstrekkingen op basis van gerealiseerde lasten (weergegeven met een *) en de dekkingsbijdrage aan uitvoeringskosten op basis van de begroting. Daarnaast is er maatwerk (niet in deze tabel). De lasten voor Armoedevoorziening, Inkomensvoorziening, Loonkostensubsidie en Inburgeringstrajecten worden jaarlijkse afgerekend met de gemeenten op basis van realisatie. De bedragen voor de dekkingsbijdrage verschillen daarom per gemeente.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
De tabellen op de volgende pagina’s geven inzicht in de deelnemersbijdragen per gemeente en de uitsplitsing van de inkomens- en armoedevoorzieningen over de verschillende onderdelen binnen de regelingen.
38
Gemeentelijke bijdrage
Dekkingsmiddelen
De gemeenten betalen maandelijks een voorschot, gebaseerd op de vastgestelde begroting. De onderdelen van de uitvoeringskosten worden verdeeld volgens een jaarlijks door de gemeenten vastgestelde verdeelsleutel. Jaarlijks rekent Stroomopwaarts het verschil af tussen de individuele verstrekkingen en de realisatie.
(bedragen in €)
De definitieve verdeelsleutel zoals deze in de 1e begrotingswijziging 2025 is vastgesteld, is als volgt: Verdeelsleutel Saldo uitvoeringskosten Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal
Dekkingsmiddelen (bedragen in €)
2024 Definitief
2025 Voolopig
16,5% 41,0% 42,5% 100,0%
Begroting na 2e wijziging
2025 Definitief
16,9% 40,2% 42,9% 100,0%
Realisatie 2025
16,3% 41,2% 42,5% 100,0%
Verschil
Maassluis
28.637
28.413
-224
Totaal verstrekkingen
17.740
17.607
-133
Armoedevoorziening
1.318
1.240
-78
Inkomensvoorziening
15.154
14.975
-179
Loonkostensubsidie
947
957
10
Inburgering
321
435
114
10.976
10.885
-91
Dienstverlening
4.405
4.405
0
Werkleerbedrijf
3.387
3.296
-91
Overhead
3.184
3.184
0
Overige Bijdragen
-79
-79
0
Afrekening resultaat voorgaand boekjaar
-338
-338
0
Implementatie ombuigingen
260
260
0
Totaal verdeelsleutel
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
Begroting na 2e wijziging
Realisatie 2025
Verschil
Vlaardingen
77.941
78.358
Totaal verstrekkingen
50.382
51.029
647
Armoedevoorziening
3.402
3.254
-149
Inkomensvoorziening
44.240
44.881
641
Loonkostensubsidie
1.966
1.963
-2
Inburgering 2024
774
931
157
Totaal verdeelsleutel
27.744
27.513
-230
Dienstverlening
11.133
11.133
0
Werkleerbedrijf
8.562
8.332
-230
Overhead
8.048
8.048
0
Overige Bijdragen
-184
-184
0
Afrekening resultaat voorgaand boekjaar
-841
-841
0
Implementatie ombuigingen
656
656
0
Schiedam
76.885
77.061
176
Totaal verstrekkingen
48.105
47.960
-145
Armoedevoorziening
3.266
3.356
90
Inkomensvoorziening
41.479
41.273
-206
Loonkostensubsidie
2.505
2.637
131
854
693
-161
Totaal verdeelsleutel
28.619
28.940
321
Dienstverlening
11.485
11.485
0
Werkleerbedrijf
8.832
8.595
-237
558
558
8.302
8.302
0
162
162
0
Inburgering
Compensatie decembercirculair MVS-regio Overhead Overige Bijdragen
417
Impulsgelden WLB
356
356
0
Afrekening resultaat voorgaand boekjaar
-872
-872
0
Implementatie ombuigingen
677
677
0
183.463
183.831
183.831
Totaal Dekkingsmiddelen
39
Gemeentelijke bijdrage Verstrekkingen
Individuele verstrekkingen per gemeente (bedragen x 1.000)
In dit overzicht worden de lasten uit de programma’s uitgesplitst per gemeente. Het netto saldo van Lasten en baten (vaak inhoudingen) wordt jaarlijks verrekend met gemeenten. De bijdrage voor uitkeringen Armoedevoorziening is gesplitst in Armoedevoorziening, Bewind voering, Maatschappelijke participatie kinderen en Inkomensvoorziening De verstrekkingen voor armoedevoorziening wordt voor € 155.000 gecompenseerd uit de bestemmingsreserve Middelen Decembercirculaire 2020.
Baten
Realisatie 2025 Lasten
Saldo
Maassluis
551
-18.088
-17.538
Armoedevoorziening*
158
-1.398
-1.240
Armoedevoorziening
132
-780
-648
Participatie kinderen
0
-343
-343
Bewindvoering
0
-275
-275
Middelen Decembercirculaire 2020
26
26
Inkomensvoorziening
393
-15.368
-14.975
Loonkostensubsidie
0
-888
-888
De loonkostensubsidie en trajecten inburgering worden niet direct aan de inwoners verstrekt.
Inburgering
0
-435
-435
1.777
-52.646
-50.869
Maatwerk
Armoedevoorziening*
434
-3.688
-3.254
Armoedevoorziening
368
-1.879
-1.511
Participatie kinderen
0
-760
-760
Bewindvoering
0
-1.049
-1.049
Middelen Decembercirculaire 2020
66
Vlaardingen
Naast de algemene dekkingsmiddelen wordt er ook maatwerk geleverd. De gemeentelijke bijdragen voor maatwerk worden hieronder per onderwerp inzichtelijk gemaakt.
Balanspositie
Per balansdatum stelt Stroomopwaarts saldoafstemmingen op worden gedeeld met de deelnemende gemeenten. Dit betreft alle openstaande facturen en nog te verrekenen bedragen op basis van de realisatie 2024. Dit betreft zowel de reguliere dekkingsmiddelen als het maatwerk.
Vorderingen en schulden deelnemende gemeenten Saldo per 31 december 2025 Gemeente
Vorderingen
Maassluis Vlaardingen Schiedam
Schulden
Saldo
388 777 1.583
438 583 789
-50 194 793
2.748
1.810
938
1.343
-46.224
-44.881
Loonkostensubsidie
0
-1.803
-1.803
Inburgering
0
-931
-931
Schiedam
1.231
-49.061
-47.830
Armoedevoorziening*
296
-3.652
-3.356
Armoedevoorziening
233
-1.712
-1.479
Participatie kinderen
0
-924
-924
Bewindvoering
0
-1.016
-1.016
Middelen Decembercirculaire 2020
63
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
63
Inkomensvoorziening
935
-42.208
-41.273
Loonkostensubsidie
0
-2.507
-2.507
Inburgering
0
-693
-693
3.559
-119.795
-116.236
Totaal baten & lasten Totaal
66
Inkomensvoorziening
40
Individuele verstrekkingen MVS-gemeente (bedragen x 1.000)
Baten
Realisatie 2025 Lasten
Saldo
Totaal Baten & Lasten
3.559
-119.795
-116.236
Armoedevoorziening*
888
-8.737
-7.850
Armoedevoorziening
733
-4.372
-3.639
Participatie kinderen
0
-2.026
-2.026
Bewindvoering
0
-2.340
-2.340
155
0
155
Inkomensvoorziening
2.671
-103.801
-101.129
Loonkostensubsidie
0
-5.198
-5.198
Vlaardingen
Inburgering
0
-2.059
-2.059
Middelen Decembercirculaire 2020
Totaal
3.559
-119.795
Maatwerk
-116.236
Begroting na 2e wijziging 2025
(bedragen x 1.000)
Maassluis
Realisatie 2025
Saldo
853
1.025
172
Garantievoorwaarden
22
21
-1
Sociale kredieten
8
8
0
Meldpunt Toeslag
700
926
226
Leefgeld Oekraïners
89
127
38
TOZO
-43
-66
-23
Toeslag alleenverdieners
77
9
-68
3.403
3.286
-117
Garantievoorwaarden
279
276
-3
Sociale kredieten
20
10
-10
Meldpunt Toeslag
2.672
2.756
84
Leefgeld Oekraïners
120
134
14
TOZO
-93
-99
-6
Toeslag alleenverdieners
116
16
-100
184
89
-95
Specifiek
0
Jongerenperspectieffonds Vertrouwensexperiment
0
0
0
Pilot Westwijk
41
41
0
Armoedebeleid vrij reizen
63
63
0
3.187
3.571
384
Garantievoorwaarden
30
5
-25
Sociale kredieten
26
4
-22
Meldpunt Toeslag
2.701
3.277
576
Leefgeld Oekraïners
153
199
46
TOZO
-214
-237
-23
Toeslag alleenverdieners
151
27
-124
ID-banen
290
248
-42
Extra inzet armoedebeleid
50
48
-2
7.443
7.882
439
Schiedam
Specifiek
Totaal Maatwerk
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
41
Paragrafen De begroting en de jaarstukken bestaan uit programma’s en paragrafen. De programma’s betreffen het beleid en de uitvoering van dit programma. Paragrafen zijn dwarsdoorsneden van de begroting over bepaalde organisatie brede onderwerpen als bedrijfsvoering en financiering. Deze zijn bedoeld om onderwerpen die verspreid in de begroting staan, als een geheel weer te geven. Hierbij gaat het vooral om de aspecten die van belang zijn voor het realiseren van de beleidsvoornemens of de financiën. In de financiële verordening Stroomopwaarts MVS is aangegeven dat de volgende paragrafen in ieder geval moeten worden opgenomen: - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Bedrijfsvoering; - Openbaarheid.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Onderhoud kapitaalgoederen
Bedrijfsvoering
Openbaarheid
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
Financiering
42
5.1 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste risico’s voor het primaire proces van Stroomopwaarts. Per risico worden de beheersmaatregelen benoemd. Door de beheersmaatregelen toe te passen - zo is het streven - wordt de impactscore van risico’s lager. Vervolgens wordt het weerstandsvermogen van Stroomopwaarts behandeld in relatie tot de genoemde risico’s. Tenslotte volgt een korte samenvatting van de financiële positie. Risico’s van materieel belang
In de volgende tabel zijn de risico’s geïnventariseerd en benoemd. De risico’s zijn beoordeeld aan de hand van een risicotabel. Daarbij is een score 1 tot en met maximaal 10 toegekend voor de kans dat een risico zich voordoet en voor de impact van het risico. Het totaal aan risico’s wordt gecalculeerd op € 2,8 miljoen voor de algemene dienstverlening (A) en € 4,0 miljoen voor de individuele dienstverlening(B). Dit was in 2023 respectievelijk € 3,1 miljoen en € 4,3 miljoen. Dit laatste risico wordt, door de jaarlijkse afrekening op basis van realisatie, gedragen door de MVS-gemeenten. Op basis van de gehanteerde normen is een vrije algemene reserve voor risico van de algemene dienstverlening van circa € 3,9 mln noodzakelijk (€ 2,8 mln x 1,4).
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
Risicomanagement
Op basis van de gehanteerde normen is een vrije algemene reserve voor risico van de algemene dienstverlening van tussen de 2,8 en 3,9 mln nodig. Het weerstandsvermogen is ultimo 2025 onder deze norm: De algemene reserve voor resultaat bestemming bedraagt 2,1 miljoen. Bij het vaststellen van de resultaat bestemming kan de ambitie worden geconcretiseerd.
43
Risico’s bij Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (bedrag x € 1.000) A. Algemene dienstverlening Risico
Kans
Impact
Score
Realiseren van de toegevoegde waarde die gebaseerd is op de loonwaarde
4
3
10
Beschikbare capaciteit voor kwalitatieve dienstverlening (meer inhuur door ziekteverzuim, werkdruk)
3
Ontwikkeling gemiddelde salarissen en sociale premies
4
Functiewaardering systeem wordt geactualiseerd
3
Cyber aanval
1
Bedrag
Toelichting
€ 490 In de begroting wordt uitgegaan van een gemiddelde loonwaarde (WSW, Beschut, loonkostensubsidies). Daadwerkelijke realisatie hangt mede af van niveau van de instroom, afspraken met klanten en beschikbaarheid van werk en diensten. Genoemd bedrag is gebaseerd op achterblijven verwachte opbrengsten PMC's participatie, beschut en WSW met 10%.
3
9
€ 600 Het ambtelijke ziekteverzuim over 2024 was gemiddeld circa 7,9%. Om de kwaliteit van de dienstverlening te kunnen verbeteren (doorontwikkeling) en te voorkomen, dat er een te hoge werkdruk ontstaat, is er voldoende capaciteit nodig. Zo nodig moet er worden ingehuurd tegen hogere kosten.
3
10
€ 400 Voor de ambtelijke dienstverbanden hebben de MVSgemeenten ambtelijk aangegeven geen automatische begrotingswijziging voor te stellen als CAO-stijging hoger is dan de begroting. Mogelijke impact 2,5% over ambtelijke loonsom gedurende 2 jaar).
3
9
€ 700 Het functiehuis van Stroomopwaarts is lang
Beheersmaatregelen • Intensieve werkgeversbenadering en acquisitie • Tijdige loonwaardemeting • Begeleiding • Ontwikkelen PMC's die aansluiten op ontwikkeling doelgroep en arbeidsmarkt • Nieuwe omzetrapportage in Power-BI
• Professionaliseren managementinformatie verzuim, verlof en analyse • Aanpak ziekteverzuim • Samenwerking met arbodienst • Procesmanagement • Flexibele schil • Tijdige actualisatie begroting, aanpassing indexatie door de gemeenten voor 2027
• Tijdige analyse van de uitkomsten
niet geactualiseerd. In 2026 wordt HR21 als waarderingssysteem geïmplementeerd met nieuwe profielbeschrijvingen. Hierdoor wordt mogelijk de waardering aangepast voor een aantal functies.
5
5
€ 50 Steeds vaker worden organisatie geconfronteerd met cyber aanvallen (ransomware, DDoS-aanvallen). Dat leidt tot uitval van de systemen en het stilvallen van de dienstverlening. Er zijn dan maatregelen nodig om deze weer te herstellen.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
• Voldoen aan door overheid gestelde normen ICTveiligheid (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) • Uitvoeren jaarlijkse IT-audits en testen • Up-to-date houden software
44
Risico
Kans
Impact
Score
Achterstallig onderhoud panden Werkleerbedrijf
3
3
9
Implementatie voorgestelde ombuigingen
2
Bedrag
Toelichting
€ 350 Bij het Werkleerbedrijf zijn in alle drie de gemeenten panden in gebruik ten behoeve van productiewerkzaamheden en het opzetten van leerlijnen voor werkzoekenden. Het onderhoud van de betreffende panden is een punt van zorg. Het risico bestaat, dat door de onvoldoende staat van onderhoud productieverlies plaatsvindt.
Totaal Algemene dienstverlening
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
2
4
€ 200 Om de besparingen in de uitvoeringskosten ter realiseren van 2,7 miljoen vanaf 2026 zijn er incidentele lasten te verwachten, deze kosten kunnen worden gerealiseerd in verschillende vormen waaronder ook een iets aangepast tijdspad.
Beheersmaatregelen • Inventarisatie onderhoudstoestand panden • Beschikbaar stellen voldoende middelen voor planmatig en groot onderhoud • Op sterkte brengen capaciteit gebouwenbeheer
• Duidelijk implementatieplan. • Tijdige maatregelen. • Inzet flexibele schil.
€ 2.790
45
B. Individuele dienstverlening Risico
Armoede-voorzieningen
Kans
Impact
Score
2
2
4
Bedrag
Toelichting
€ 60 Begin 2025 hebben de gemeenten nieuw beleid vastgesteld. Het karakter van een open-einde-regeling levert een financieel risico op budgetoverschrijding (5%). Met name op de onderdelen bewindvoering.
Inkomensvoorziening (uitkeringen)
3
Inkomensvoorziening (dubieuze uitkeringsdebiteuren)
3
Loonkostensubsidie
2
3
9
€ 1.900 In de gewijzigde begroting 2026 wordt uitgegaan van een gemiddeld aantal bijstandsuitkeringen van 5.356. Het feitelijke eindstandcijfer eind 2025 ligt daar licht onder (5.315) De gemeenten ontvangen overigens ruimschoots toereikende BUIG uitkering ter dekking hiervan (blijkens de voorlopige beschikkingen in september 2025).
3
9
€ 120 In de afgelopen jaren zijn er maatregelen genomen om de incassoquote te verbeteren. Het openstaande saldo is verlaagd van 12,4 miljoen eind 2023 naar 10,8 miljoen. De verwachte incassoquote is verder verhoogd van 21,5% naar 32%. De voorziening is hierdoor verlaagd naar 7,3 miljoen. Het risico op verhoging van de debiteurenvoorziening blijft aanwezig.
2
4
€ 40 Het aantal plaatsingen met loonkostensubsidie wordt sterk gestimuleerd. Mogelijk is de begrotingsruimte onvoldoende. Deze kans is op basis van begroting 2026 erg laag.
SPUK-inburgering
3
2
6
€ 60 Ingaande 2022 voert Stroomopwaarts de
Beheersmaatregelen • Monitoren gebruik voorzieningen • Aanpassen proces op verschillende regelgeving per gemeente
• Handhaving/maatregelen • Aanpak statushouders gericht op werk • Inzet voorliggende voorzieningen • Flexibiliteit in bemiddeling naar werk (parttime inkomsten die verrekend worden met de uitkering) • Werkleertrajecten (ook in samenwerking met het UWV)
• Inrichten sturingsproces op het incassoproces, mijlpaal inbouwen om de methodiek te herzien • Beoordelen impact van de gewijzigde BBZ-regelgeving op de voorziening • Verminderen terugvorderingen door tijdige signalering • Inzet op handhaving
• Overschrijding valt zeer waarschijnlijk binnen beschikbare rijksmiddelen of wordt anders aangevuld in jaar T+1.
• Monitoren gebruik voorzieningen, tijdig bijsturen.
inburgeringstaken uit voor de MVS-gemeenten. Het is nog onzeker of de middelen die het Rijk hiervoor ter beschikking stelt voldoende zijn (met name aanbieden B1 route, Z-route, maat-schappelijke begeleiding), zeker voor trajecten die langer dan 3 jaar lopen. Berekening gaat uit van een tekort van 10% op de specifieke uitkering (SPUK). Totaal Individuele dienstverlening
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
€ 4.032
46
Het financieel weerstandsvermogen van Stroomopwaarts is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen, zonder dat het uitvoeren van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s. Dit zijn risico’s waarvoor niet afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. In de begroting is als beheersmaatregel ruimte opgenomen voor onvoorziene ontwikkelingen. Als zich risico’s voordoen, kan dit gevolgen hebben voor de financiën van Stroomopwaarts wanneer de post ‘onvoorzien’ al is benut. Hiervoor zijn er reserves opgebouwd om de kosten voor risico’s te dekken. Voor het risico op dubieuze handels- en inkomensdebiteuren is een voorziening opgenomen. In de voorziening voor inkomensdebiteuren is een storting en een realisatie geraamd. Voor de handelsdebiteuren wordt de hoogte van de betreffende voorziening geraamd op basis van de uitkomsten van het incassobeleid. De stand van de algemene reserve in 2025 is als volgt: Algemene Reserve (bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari Resultaat voorgaand boekjaar Afrekening resultaat voorgaand boekjaar met gemeenten Vorming bestemmingsreserves Begrote storting Begrote onttrekking
2.138 2.051 -2.051 -
Stand per 31 december
2.138
Zonder aanvulling van het eigen vermogen of toevoeging van bestemmingsreserves voor specifieke risico’s blijft SOW tijdelijk onder de vastgestelde norm van de financiële regeling. Volgens deze norm is op basis van het bovengenoemde risicoprofiel € 2,8-3,9 miljoen. Stroomopwaarts stelt alles in het werk om te voorkomen dat zich risico’s voordoen. De organisatie focust op beheersmaatregelen en zoekt naar oplossingen binnen de eigen begroting. Pas in laatste instantie wordt er een financieel beroep op de deelnemende gemeenten gedaan.
Financiële positie en kengetallen
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat een aantal kengetallen wordt gepresenteerd in de jaarstukken. Deze kengetallen geven, samen met de duiding die eraan gegeven wordt, inzicht in de financiële positie. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Realisatie 2024 Realisatie 2025 -2,9% N.v.t. 32,2% 0,0% -
-3,5% N.v.t. 35,3% 0,6% -
Sinds 2020 is er een overschot op de begroting. De financiële positie is eind 2025 verbeterd ten opzichte van eind 2024. Er zijn weinig bezittingen. Er is een positief eigen vermogen en er is alleen sprake van kortlopende schulden. De gemeenten hebben zich gecommitteerd aan de continuïteit van Stroomopwaarts en dienen indien nodig als vangnet.
De algemene reserve bedraagt eind 2025 € 2,1 miljoen.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
47
5.2 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Stroomopwaarts beschikt over een beperkte hoeveelheid kapitaalgoederen. Gebouwen en vaste installaties zijn eigendom van de gemeenten; Stroomopwaarts bezit voornamelijk voertuigen, mobiele machines en ICT‑middelen. Vervangingsinvesteringen vinden slechts op kleine schaal plaats. Daarom wordt geen aparte nota onderhoud kapitaalgoederen opgesteld. De richtlijnen van de commissie BBV zijn leidend. Huisvesting
De drie gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van Stroomopwaarts. Zij werken afzonderlijk aan een meerjarige huisvestingsopgave. Een demarcatielijst op basis van ROZ‑richtlijnen moet duidelijk maken wie waarvoor verantwoordelijk is. Er is achterstallig onderhoud bij de vestigingen van het werkontwikkelbedrijf, onderbouwd met meerjaren-onderhoudsplannen (MJOP’s). Gemeenten moeten hiervoor middelen beschikbaar stellen. Vanuit Stroomopwaarts wordt via een meerjaren-investeringsplan (MJIP) bijgedragen aan kosten voor inrichting.
Beheer en onderhoud
Het Werkontwikkelbedrijf beheert het wagenpark van ongeveer 90 voertuigen en middelen. In het ERP‑systeem wordt vastgelegd wanneer onderhoud, keuringen, verzekeringen en contracten actueel moeten zijn. Het Bedrijfsbureau verzorgt het administratief beheer en signaleert tijdig benodigde handelingen. Daarnaast worden jaarlijks Arbo‑ en ISO‑controles uitgevoerd.
Investeringen
Vervangingsinvesteringen zijn nodig door slijtage, efficiëntiewinst of gewijzigde normen. De vaste activa zijn opgenomen en toegelicht op de balans. Daarnaast zijn de afschrijvingslasten in de jaarrekening verwerkt. Het afschrijvingsbeleid is vastgelegd in de bijlage bij artikel 8 van de Financiële verordening Stroomopwaarts 2023.
Stroomopwaarts jaarstukken 2025
48
5.3 Paragraaf Financiering De paragraaf ‘Financiering’ bevat de verantwoording van activiteiten die vanwege de financierings- of treasury-functie zijn uitgevoerd. Dit is het geheel van activiteiten dat zich richt op het sturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen, posities en de hieraan verbonden risico’s. Samenvatting
In 2025 voerde de treasury geen geldmarkttransacties uit. Bij het uitoefenen van de treasury-functie bleef Stroomopwaarts binnen de wettelijke kaders van renterisico en kasgeldlimiet.
Ontwikkelingen en rentevisie
In 2025 is er een positief renteresultaat van € 386.000 gerealiseerd. Alle beschikbare liquide middelen worden via de BNG bij op een schatkistrekening aangehouden. Stroomopwaarts heeft een beperkt eigen vermogen en afhankelijk van de maandelijkse voorfinanciering door gemeenten voor het betalen van de maandelijkse lasten.
Liquiditeitsrisico
Door de geldstromen bij te houden en te werken met geactualiseerde prognoses, is in 2025 tijdig voorzien in de liquiditeitsbehoefte van Stroomopwaarts. De liquiditeitsprognose op maandbasis wordt aan de daadwerkelijke geldstromen getoetst. De meerjarige liquiditeitenplanning vormt de basis voor de begroting.
Renterisico
De Renterisiconorm bepaalt hoeveel Stroomopwaarts maximaal in een jaar aan aflossingen op langlopende leningen mag hebben. Deze norm is gesteld op 20 procent van de begrotingsomvang. Er zijn in 2025 geen langlopende leningen aangegaan of afgelost. Limiet