26-20 Bijlage 4 - Ontwerpbegroting Rogplus 2027
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenperspectief 2028-2030
Maassluis, 2 april 2026
Status: Definitief
Opgesteld door:
Vertrouwelijkheid: Voor intern gebruik
Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering
Voorwoord Voor u ligt de ontwerpbegroting 2027 van de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam Rogplus (hierna: Rogplus). Deze begroting is gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV). De belangrijkste uitgangspunten bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2027 staan aangegeven in de inleiding en zijn verderop in deze begroting financieel vertaald. Rogplus zal voor zowel de Wmo als de Jeugdhulp werken aan een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de door de drie gemeenten toevertrouwde taken. Het stimuleren van preventie, het betrekken van wijknetwerken en het voorliggend veld bij de uitvoering van Jeugdhulp en ZorgSamen MVS, het geven van duidelijke informatie en het actief samenwerken met en binnen de drie MVS-gemeenten op langer zelfstandig wonen maken hier nadrukkelijk deel van uit. Namens het bestuur:
Namens de directie:
Martijn Kroon Voorzitter Algemeen en Dagelijks Bestuur
Ed Magnée Directeur a.i.
Che Jansen Adjunct-directeur
2
Inhoud Voorwoord...............................................................................................................2 1.
Inleiding ......................................................................................................... 5
2.
Begrotingskaders ........................................................................................ 6
2.1
Missie ............................................................................................................................ 6
2.2
Visie ............................................................................................................................... 6
2.3
Doelstellingen............................................................................................................. 6
2.4
Algemene kaders ...................................................................................................... 7
2.5
Verdeling lasten en baten per gemeente .......................................................... 8
2.5.1
Uitgangspunten ................................................................................................. 8
2.5.2
Verdeelsleutels................................................................................................... 8
2.6
3.
Externe ontwikkelingen ..........................................................................................10
Programmaplan .......................................................................................... 11
3.1
Totalen.......................................................................................................................... 11
3.1.1
Baten en lasten per programma .................................................................. 11
3.1.2
Baten en lasten per begrotingsonderdeel ................................................ 12
3.1.3
Baten en lasten per taakveld (BBV) ........................................................... 14
3.1.4
Bijdrage gemeenten ........................................................................................16
3.2
Programma Wmo .................................................................................................... 17
3.2.1
Vervoerskosten ................................................................................................. 17
3.2.2
Scootmobielen en rolvoorzieningen ........................................................... 19
3.2.3
Woonvoorzieningen ......................................................................................... 21
3.2.4 Schoon Huis....................................................................................................... 23 3.2.5
Meedoen in de Stad ........................................................................................ 25
3.2.6
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen ............................................ 28
3.2.7
Regeling tegemoetkoming meerkosten................................................... 29
3.2.8
Projecten en innovatie ................................................................................... 30
3.2.9
Preventie ............................................................................................................. 31
3.2.10 Overhead Wmo ................................................................................................ 32 3.2.11 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo .................................................................. 33
3
3.3
Programma Beschermd Wonen ......................................................................... 34
3.4 Programma Jeugdhulp ......................................................................................... 37 3.4.1
Jeugdhulpopdracht........................................................................................ 37
3.4.2 Jeugdhulp- en leerlingenvervoer.............................................................. 40 3.4.3 Inkomsten Jeugdhulp .................................................................................... 41 3.5 Programma Overhead........................................................................................... 42 3.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen ......................................................... 45 3.7
Materiële vaste activa .......................................................................................... 46
3.8
Stand en verloop van de reserves en voorzieningen ................................... 46
3.9
Geprognosticeerde balans ................................................................................. 46
4.
Paragrafen .................................................................................................. 47
4.1
Weerstandsvermogen ........................................................................................... 47
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................... 48
4.3 Financiering ............................................................................................................. 48
5.
Bijlagen......................................................................................................... 50
5.1
Begroting 2027 – Totaal.........................................................................................50
5.2
Meerjarenperspectief 2028-2030 Totaal - Lopende prijzen ....................... 52
5.3 Meerjarenperspectief 2028-2030 Totaal - Constante prijzen .................. 54 5.4 Begroting 2027 – Maassluis .................................................................................56 5.5 Meerjarenperspectief 2028-2030 Maassluis - Lopende prijzen ................58 5.6 Meerjarenperspectief 2028-2030 Maassluis - Constante prijzen ............60 5.7
Begroting 2027 – Vlaardingen ............................................................................. 62
5.8 Meerjarenperspectief 2028-2030 Vlaardingen - Lopende prijzen .......... 64 5.9 Meerjarenperspectief 2028-2030 Vlaardingen - Constante prijzen........66 5.10 Begroting 2027 – Schiedam .................................................................................68 5.11 Meerjarenperspectief 2028-2030 Schiedam - Lopende prijzen ................ 70 5.12 Meerjarenperspectief 2028-2030 Schiedam - Constante prijzen ............ 72
4
1. Inleiding In deze ontwerpbegroting presenteert Rogplus per programma en per begrotingsonderdeel de begrote lasten en baten voor 2027 en het meerjarenperspectief voor de periode van 2028 tot en met 2030. Om tot deze ontwerpbegroting te komen heeft Rogplus een analyse gemaakt van de te verwachten ontwikkelingen van enerzijds de kosten en baten en anderzijds de aantallen cliënten per soort Wmo-voorziening. Als startpunt is daarbij de 'Kadernota Ontwerpbegroting 2027 Rogplus’ gehanteerd. Deze kadernota is in februari 2026 vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van Rogplus en aan de gemeenten verzonden. De ontwerpbegroting gaat verder uit van de geldende Verordening, van continuering van het bestaande beleid en van de actuele contracten. Rogplus baseert de ontwerpbegroting zoveel mogelijk op actuele inzichten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen en op beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op Wmovoorzieningen in de MVS-gemeenten. De prijsontwikkeling is waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties afgegeven indicatoren. Rogplus probeert zo de best mogelijke inschatting te maken om te komen tot een zo realistisch mogelijke begroting. Waar van toepassing zijn getroffen beheersmaatregelen verwerkt.
De in de ontwerpbegroting 2027 begrote uitgaven en inkomsten van Rogplus vallen per saldo € 8.616.700 hoger uit dan in de tweede ontwerpbegrotingswijziging 2026. De omvang van de uitgaven en inkomsten in de begroting 2027 is € 180.395.200. De begrote bijdragen van de gemeenten zijn na wijziging € 28.312.400 voor Maassluis, € 79.647.400 voor Vlaardingen (inclusief Beschermd Wonen) en € 68.873.500 voor Schiedam. De ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het BBV en gaat uit van het in de Gemeentewet opgenomen beginsel van reëel begroten. De ontwerpbegroting volgt de iv3-voorschriften die sinds 2025 gelden. In dat kader zijn sinds 2025 de directe overheaduitgaven in het programma Wmo op een eigen begrotingsonderdeel begroot. Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen. In de ontwerpbegroting 2027 zijn daarom geen onttrekkingen of dotaties aan reserves en voorzieningen opgenomen.
5
2. Begrotingskaders 2.1
Missie
We stellen inwoners van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam in staat zo zelfstandig mogelijk te worden en te blijven. Bij Rogplus vinden we het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Daarvoor zijn gezondheid, mensen ontmoeten en doen waar je gelukkig van wordt belangrijk. Door ziekte of beperking is dit niet voor iedereen vanzelfsprekend. Voor deze mensen staan we klaar met advies en ondersteuning. Samen zoeken we naar een passende oplossing. Daarbij maken we gebruik van de veerkracht van mensen en de kracht van hun omgeving. 2.2
Visie
We zorgen dat goede ondersteuning beschikbaar en betaalbaar blijft. Bij Rogplus willen we ervoor zorgen dat kwetsbare inwoners ook in de toekomst de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Door de vergrijzing, stijgende zorgvraag, oplopende kosten en krapte op de arbeidsmarkt staat de zorg onder druk. Als samenleving staan we dus voor een grote uitdaging. Met onze kennis en ervaring kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan een oplossing. Door samen te werken, te vernieuwen, in te zetten op preventie en soms ook lastige keuzes te maken, houden we goede ondersteuning beschikbaar en betaalbaar. In het strategisch plan 2025 -2029 heeft Rogplus naast bovenstaande missie en visie haar ambities voor de komende jaren vastgelegd in de vorm van ontwikkellijnen. De wijze waarop we onze missie, visie en ambities willen gaan behalen hebben we vertaald naar onze principes. De ontwikkellijnen en onze principes zijn onderdeel van het strategisch plan 2025-2029. 2.3
Doelstellingen
Rogplus is een gemeenschappelijke regeling van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Deze regeling is door de colleges getroffen voor een kwalitatief hoogwaardige, effectieve en efficiënte uitvoering van in ieder geval de voorzieningen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet, dan wel voor andere taken in het sociaal domein die de colleges, met instemming van de raden, delegeren aan Rogplus.
6
De colleges hebben de volgende taken gedelegeerd naar Rogplus: •
• •
• •
Indicatiestelling voor maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de toegang tot algemene voorzieningen vallend onder genoemde wet, met uitzondering van maatschappelijke opvang; Het nemen van besluiten over voorzieningen jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; Inkoop maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en alle vormen van jeugdhulp zonder het Landelijk Transitie Arrangement (LTA), Gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis; Het contractmanagement voor bovengenoemde voorzieningen; Het informatiemanagement voor bovengenoemde voorzieningen. 2.4
Algemene kaders
De ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het BBV. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, de terugkoop van Wmo-voorzieningen door leveranciers, bijdragen van cliënten voor vervoer Wmo-vervoer, een bijdrage van Mevis voor werkzaamheden die Rogplus ten behoeve van Mevis verricht, rente-inkomsten en bijdragen van de drie MVS-gemeenten en vergoedingen voor personeel, bijvoorbeeld bij zwangerschap. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. In dit begrotingsdocument zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve bedragen. Deze worden voorafgegaan door het teken ‘-‘. De begroting is opgesteld in lopende prijzen. Dit wil zeggen dat meerjarig rekening is gehouden met de ontwikkeling van prijzen en lonen. In de bijlagen is ook de begroting opgenomen in constante prijzen. Wanneer in een tabel achter een jaartal de letter L staat duidt dit op lopende prijzen. De letter C duidt op constante prijzen. Rogplus heeft geen reserves of voorzieningen. In de begroting is dan ook geen rekening gehouden met onttrekkingen en dotaties aan reserves en voorzieningen.
In dit document wordt de ontwerpbegroting 2027 vergeleken met de werkelijke lasten en baten in 2025, zoals opgenomen in de voorlopige jaarcijfers, en met de primaire begroting 2026 en met de tweede ontwerpbegrotingswijziging 2026. Deze ontwerpbegroting 2027 wordt tegelijkertijd met tweede ontwerpbegrotingswijziging 2026 de voor besluitvorming aangeboden. De ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 zijn op 23 maart 2026 besproken in het voorbereidend overleg van Rogplus met de accounthouders en financieel adviseurs van de drie gemeenten. Op 2 april 2026 zijn de ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030, na behandeling in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Rogplus, vastgesteld en voor zienswijze vrijgegeven.
7
Op basis van de ontwerpbegroting stelt Rogplus de (definitieve) begroting 2027 en meerjarenperspectief 2028-2030 op. Hierin wordt de input uit de ontvangen zienswijzen verwerkt. Rogplus is voornemens de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief 20282030 vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 juli 2026 en vervolgens aan te bieden aan de gemeenten. 2.5
Verdeling lasten en baten per gemeente
2.5.1
Uitgangspunten
De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: • Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor het Wmo-vervoer zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. De uitgaven voor het contract Meedoen in de Stad – niet-ouderen met ZorgSamen MVS worden verdeeld op basis van de afgesproken verdeelsleutel. • Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrumgemeente Vlaardingen. • Jeugdhulp. De kosten worden volgens een door de gemeenten onderling bepaalde verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. • Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel. 2.5.2
Verdeelsleutels
Wmo De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: • Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer; • Het aantal unieke cliënten; • Het aantal beschikkingen. Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2027 is dit 2025. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten.
8
Op basis van de actuele situatie is de verdeelsleutel voor de programma’s Wmo en Beschermd Wonen als volgt: • Maassluis: 20,0% • Vlaardingen: 42,0% • Schiedam: 38,0% Soort
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Totaal
Pashouders Wmo-vervoer
1.609
3.700
3.206
8.515
Unieke cliënten
2.898
6.387
5.890
15.175
Beschikkingen
2.287
4.363
4.018
10.668
Soort
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Totaal
Pashouders Wmo-vervoer
18,9%
43,5%
37,7%
100,0%
Unieke cliënten
19,1%
42,1%
38,8%
100,0%
Beschikkingen
21,4%
40,9%
37,7%
100,0%
Gewogen gemiddelde
20,2%
41,8%
37,9%
100,0%
Verdeelsleutel
20,0%
42,0%
38,0%
100,0%
Vervoerskosten Binnen het begrotingsonderdeel Vervoerskosten worden de budgetten voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer verdeeld op basis van de aantallen gemaakte ritten over heel 2025. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 15,2% • Vlaardingen: 46,2% • Schiedam: 38,6% Jeugdhulp Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten. De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 15,03% • Vlaardingen: 44,04% • Schiedam: 40,93% Leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op de aantallen kinderen met een beschikking voor leerlingenvervoer in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 23,5% • Vlaardingen: 39,8% • Schiedam: 36,7%
9
2.6
Externe ontwikkelingen
Inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Het kabinet is voornemens het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmovoorzieningen af te schaffen en de eigen bijdragen (weer) inkomensafhankelijk te maken. De besluitvorming hierover moet nog plaats vinden en is nog niet ingepland. Het tijdspad en de uitkomst en van het besluitvormingsproces zijn nog onzeker. Rogplus anticipeert daarom in de ontwerpbegroting 2027 nog niet op de komst van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. In de primaire begroting 2026 had Rogplus al wel rekening gehouden met de komst van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Hoewel dit ten tijde van het opstellen van de primaire begroting 2026 realistisch leek, is dit met de kennis van nu te voorbarig geweest. Met de tweede begrotingswijziging 2026 herstelt Rogplus de begroting op dit punt en worden de eerder in de begroting 2026 verwerkte effecten van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage teruggedraaid. Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg De Eerste en Tweede Kamer hebben afgelopen jaar ingestemd met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Deze wet moet ervoor zorgen dat gespecialiseerde jeugdzorg beter beschikbaar komt voor de kinderen en gezinnen die dat het hardst nodig hebben. De wet treedt op 1 januari 2026 in werking.
Gemeenten worden verplicht om regionaal samen te werken in zogenoemde Jeugdregio’s. Binnen deze regio’s organiseren zij gezamenlijk de inkoop en uitvoering van specialistische jeugdhulp, kinderbescherming en jeugdreclassering. Door de invoering van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en het daarbij behorende Besluit verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (meestal aangehaald als amvb Zorgvormen) worden gemeenten verplicht tot regionale inkoop van specialistische jeugdhulp met de in de Algemene Maatregel van Bestuur vastgelegde regio’s. In de loop van 2026 zullen de MVS-gemeenten, mede op basis van verschillende evaluaties, bepalen hoe zij de toekomst zullen inrichten. Omdat de uitkomsten hiervan nog niet bekend zijn is hier in de ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief is daar nog geen rekening mee gehouden.
10
3. Programmaplan 3.1
Totalen
3.1.1
Baten en lasten per programma
Begroting 2027 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Baten/Lasten
Programma
2025
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
Lasten
Wmo
61.146.940
65.017.500
64.077.100
66.916.800
Beschermde Woonvormen
6.160.219
6.505.900
6.891.500
7.553.300
Jeugdhulp
88.536.313
90.844.200
94.969.600
99.543.200
Overhead
5.311.162
5.840.300
5.840.300
6.381.900
161.154.634
168.207.900
171.778.500
180.395.200
Bijdrage Maassluis
25.382.443
26.648.000
26.975.100
28.312.400
Bijdrage Vlaardingen
70.726.468
73.618.300
75.626.600
79.647.400
Bijdrage Schiedam
61.842.327
64.501.800
65.742.800
68.873.500
Bijdragen cliënten
2.539.345
2.715.200
2.642.400
2.754.900
Overige inkomsten
664.051
724.600
791.600
807.000
161.154.634
168.207.900
171.778.500
180.395.200
0
0
0
0
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Eindtotaal
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Baten/Lasten
Programma
2027
2028 L
2029 L
2030 L
Lasten
Wmo
66.916.800
69.428.200
71.881.400
74.598.600
Beschermde Woonvormen
7.553.300
7.919.000
8.301.900
8.702.700
Jeugdhulp
99.543.200
104.206.700
108.658.100
112.975.400
Overhead
6.381.900
6.597.100
6.819.500
7.049.500
180.395.200
188.151.000
195.660.900
203.326.200
Bijdrage Maassluis
28.312.400
29.604.700
30.864.300
32.165.300
Bijdrage Vlaardingen
79.647.400
82.991.600
86.223.800
89.516.400
Bijdrage Schiedam
68.873.500
71.852.900
74.722.900
77.636.800
Bijdragen cliënten
2.754.900
2.877.600
3.006.500
3.145.000
Overige inkomsten
807.000
824.200
843.400
862.700
180.395.200
188.151.000
195.660.900
203.326.200
0
0
0
0
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Eindtotaal
11
3.1.2
Baten en lasten per begrotingsonderdeel
Begroting 2027 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2025
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
Programma
Baten/Lasten
Begrotingsonderdeel
Wmo
Lasten
Taxi- en vervoerskosten
5.140.129
5.858.900
5.373.400
5.629.100
Scootmobielen en rolvoorzieningen
4.094.001
4.229.500
3.873.900
4.167.000
Woonvoorzieningen
2.514.963
2.734.100
2.664.500
2.892.000
Schoon Huis
26.072.779
27.389.400
27.902.000
28.722.400
Meedoen in de Stad
14.674.471
15.410.800
14.981.100
15.555.600
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
2.489.795
2.567.800
2.545.000
2.653.000
Tegemoetkoming meerkosten
528.300
467.500
490.900
495.800
Projecten en innovatie
549.028
760.500
760.500
792.800
Preventie
712.275
888.800
775.600
709.600
Overhead Wmo
4.371.200
4.710.200
4.710.200
5.299.500
61.146.940
65.017.500
64.077.100
66.916.800
Inkomsten Wmo
-61.146.940
-65.017.500
-64.077.100
-66.916.800
-61.146.940
-65.017.500
-64.077.100
-66.916.800
0
0
0
0
Beschermde Woonvormen
6.160.219
6.505.900
6.891.500
7.553.300
6.160.219
6.505.900
6.891.500
7.553.300
Inkomsten Beschermde Woonvormen
-6.160.219
-6.505.900
-6.891.500
-7.553.300
-6.160.219
-6.505.900
-6.891.500
-7.553.300
0
0
0
0
86.814.980
88.969.900
93.159.700
97.692.900
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Wmo Beschermde
Lasten
Woonvormen Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Beschermde Woonvormen Jeugdhulp
Lasten
Jeugdhulpopdracht Jeugdhulp- en leerlingenvervoer
1.721.334
1.874.300
1.809.900
1.850.300
88.536.313
90.844.200
94.969.600
99.543.200
-88.536.313
-90.844.200
-94.969.600
-99.543.200
-88.536.313
-90.844.200
-94.969.600
-99.543.200
0
0
0
0
Overhead
5.311.162
5.840.300
5.840.300
6.381.900
5.311.162
5.840.300
5.840.300
6.381.900
Inkomsten Overhead
-5.311.162
-5.840.300
-5.840.300
-6.381.900
Totaal Lasten Baten
Inkomsten Jeugdhulp
Totaal Baten Totaal Jeugdhulp Overhead
Lasten Totaal Lasten Baten
-5.311.162
-5.840.300
-5.840.300
-6.381.900
Totaal Overhead
Totaal Baten
0
0
0
0
Eindtotaal
0
0
0
0
12
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Programma
Baten/Lasten
Begrotingsonderdeel
Wmo
Lasten
Taxi- en vervoerskosten
5.629.100
5.945.500
6.197.100
6.455.700
Scootmobielen en rolvoorzieningen
4.167.000
4.424.000
4.711.400
5.003.400
Woonvoorzieningen
2.892.000
3.022.500
3.060.600
3.312.300
Schoon Huis
28.722.400
29.560.900
30.419.300
31.296.700
Meedoen in de Stad
15.555.600
16.166.900
16.812.700
17.466.600
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
2.653.000
2.765.500
2.882.700
3.004.900
Tegemoetkoming meerkosten
495.800
502.400
510.200
516.000
Projecten en innovatie
792.800
826.400
861.500
898.000
Preventie
709.600
733.900
758.900
784.700
Overhead Wmo
5.299.500
5.480.200
5.667.000
5.860.300
66.916.800
69.428.200
71.881.400
74.598.600
Inkomsten Wmo
-66.916.800
-69.428.200
-71.881.400
-74.598.600
-66.916.800
-69.428.200
-71.881.400
-74.598.600
0
0
0
0
Beschermde Woonvormen
7.553.300
7.919.000
8.301.900
8.702.700
7.553.300
7.919.000
8.301.900
8.702.700
Inkomsten Beschermde Woonvormen
-7.553.300
-7.919.000
-8.301.900
-8.702.700
-7.553.300
-7.919.000
-8.301.900
-8.702.700
0
0
0
0
97.692.900
102.275.700
106.649.600
110.890.400
Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Wmo Beschermde
Lasten
Woonvormen Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Beschermde Woonvormen Jeugdhulp
Lasten
Jeugdhulpopdracht Jeugdhulp- en leerlingenvervoer
1.931.000
2.008.500
2.085.000
108.658.100
112.975.400
-99.543.200
-104.206.700
-108.658.100
-112.975.400
-99.543.200
-104.206.700
-108.658.100
-112.975.400
0
0
0
0
Overhead
6.381.900
6.597.100
6.819.500
7.049.500
6.381.900
6.597.100
6.819.500
7.049.500
Inkomsten Overhead
-6.381.900
-6.597.100
-6.819.500
-7.049.500
Inkomsten Jeugdhulp
Totaal Lasten Baten Totaal Baten
2030 L
104.206.700
Totaal Jeugdhulp Lasten
2029 L
1.850.300
Totaal Baten Overhead
2028 L
99.543.200
Totaal Lasten Baten
2027
-6.381.900
-6.597.100
-6.819.500
-7.049.500
Totaal Overhead
0
0
0
0
Eindtotaal
0
0
0
0
13
3.1.3
Baten en lasten per taakveld (BBV)
Begroting 2027 Baten/
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2025
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
Lasten
BBV-taakveld
Lasten
0.4 Overhead
5.311.162
5.840.300
5.840.300
6.381.900
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
188.391
209.800
209.800
172.200
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
195.252
218.000
218.000
214.500
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
517.023
557.600
557.600
495.100
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
16.285.765
25.495.200
19.812.400
20.760.100
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
11.749.093
12.822.500
11.911.800
12.688.100
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
25.929.639
27.228.400
27.646.000
28.235.300
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
16.717.704
17.517.900
17.186.000
17.830.200
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
41.990.445
34.981.300
45.883.500
48.076.200
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
21.027.597
21.296.500
18.834.300
19.735.200
6.791 PGB Wmo
1.667.029
2.013.100
1.847.500
2.154.100
6.792 PGB Jeugd
1.643.847
1.056.600
2.191.100
2.295.900
6.811 Beschermde Woonvormen (Wmo)
5.739.516
6.002.000
6.437.800
6.961.200
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
4.791.903
5.163.900
5.163.900
5.891.600
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
7.400.269
7.804.800
8.038.500
8.503.600
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Eindtotaal
0.8 Overige baten en lasten
161.154.634
168.207.900
171.778.500
180.395.200
-158.425.547
-165.283.400
-168.740.900
-177.242.200
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
-943.541
-995.000
-1.182.400
-1.226.000
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
-1.044.046
-1.040.700
-1.078.300
-1.120.200
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
-539.315
-595.700
-557.000
-578.700
6.811 Beschermde Woonvormen (Wmo)
-202.185
-293.100
-219.900
-228.100
-161.154.634
-168.207.900
-171.778.500
-180.395.200
0
0
0
0
14
Meerjarenperspectief 2028-2030 Baten/
Begroot
Lasten
BBV-taakveld
Lasten
0.4 Overhead
6.381.900
6.597.100
6.819.500
7.049.500
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
172.200
178.100
184.100
190.400
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
214.500
221.900
229.400
237.100
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
495.100
512.000
529.500
547.600
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
20.760.100
21.738.400
22.671.200
23.574.900
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
12.688.100
13.392.000
13.969.100
14.771.400
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
28.235.300
28.823.500
29.411.300
29.996.400
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
17.830.200
18.511.800
19.229.900
19.957.500
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
48.076.200
50.338.800
52.496.000
54.586.600
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
19.735.200
20.665.200
21.551.900
22.410.800
6.791 PGB Wmo
2.154.100
2.486.800
2.845.200
3.228.300
6.792 PGB Jeugd
2.295.900
2.404.100
2.507.300
2.607.200
6.811 Beschermde Woonvormen (Wmo)
6.961.200
7.306.700
7.668.700
8.047.900
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
5.891.600
6.092.500
6.300.200
6.515.100
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
8.503.600
8.882.100
9.247.600
9.605.500
180.395.200
188.151.000
195.660.900
203.326.200
-177.242.200
-184.871.000
-192.247.500
-199.770.200
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
-1.226.000
-1.276.300
-1.330.900
-1.384.500
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
-1.120.200
-1.169.700
-1.220.600
-1.278.300
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
-578.700
-604.300
-630.600
-660.300
6.811 Beschermde Woonvormen (Wmo)
-228.100
-229.700
-231.300
-232.900
-180.395.200
-188.151.000
-195.660.900
-203.326.200
0
0
0
0
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Eindtotaal
0.8 Overige baten en lasten
2027
2028 L
2029 L
2030 L
15
3.1.4
Bijdrage gemeenten
Begroting 2027 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
Gemeente
Programma
2025
Maassluis
Wmo
10.927.482
Beschermde Woonvormen
11.796.400
11.403.200
11.969.000
0
0
0
0
Jeugdhulp
13.438.417
13.732.000
14.425.700
15.118.300
Overhead
1.016.544
1.119.600
1.146.200
1.225.100
Totaal Maassluis
25.382.443
26.648.000
26.975.100
28.312.400
Wmo
24.062.355
25.474.200
25.062.000
26.140.000
Beschermde Woonvormen
5.958.034
6.212.800
6.671.600
7.325.200
Jeugdhulp
38.722.578
39.692.100
41.600.800
43.609.600
Overhead
1.983.501
2.239.200
2.292.200
2.572.600
Totaal Vlaardingen
70.726.468
73.618.300
75.626.600
79.647.400
Schiedam
23.630.201
25.115.500
24.794.200
25.882.900
0
0
0
0
Jeugdhulp
36.253.418
37.293.100
38.796.100
40.663.000
Overhead
1.958.708
2.093.200
2.152.500
2.327.600
Totaal Schiedam
61.842.327
64.501.800
65.742.800
68.873.500
Eindtotaal
157.951.238
164.768.100
168.344.500
176.833.300
2028 L
2029 L
2030 L
Vlaardingen
Wmo Beschermde Woonvormen
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Gemeente
Programma
2027
Maassluis
Wmo
11.969.000
12.511.600
13.051.200
13.648.300
0
0
0
0
15.118.300
15.826.500
16.503.800
17.163.600
Beschermde Woonvormen Jeugdhulp Overhead
1.225.100
1.266.600
1.309.300
1.353.400
28.312.400
29.604.700
30.864.300
32.165.300
Wmo
26.140.000
26.989.000
27.798.700
28.711.200
Beschermde Woonvormen
7.325.200
7.689.300
8.070.600
8.469.800
Jeugdhulp
43.609.600
45.653.400
47.605.000
49.493.200
Totaal Maassluis Vlaardingen
2.572.600
2.659.900
2.749.500
2.842.200
Totaal Vlaardingen
Overhead
79.647.400
82.991.600
86.223.800
89.516.400
Schiedam
25.882.900
26.877.300
27.849.400
28.916.000
Wmo Beschermde Woonvormen
0
0
0
0
Jeugdhulp
40.663.000
42.569.000
44.385.800
46.149.200
Overhead
2.327.600
2.406.600
2.487.700
2.571.600
Totaal Schiedam
68.873.500
71.852.900
74.722.900
77.636.800
Eindtotaal
176.833.300
184.449.200
191.811.000
199.318.500
16
3.2
Programma Wmo
3.2.1
Vervoerskosten
Vervoerloket Binnen het Wmo-vervoer in de MVS-gemeenten wordt onderscheid gemaakt tussen het vervoerloket (planning van de ritten) en het doelgroepenvervoer (uitvoering van de ritten). Dit zijn gescheiden opdrachten die elk door verschillende aanbieders uit worden gevoerd. De vergoeding voor het vervoerloket bestaat uit twee onderdelen: 1. een vaste maandvergoeding 2. een variabele maandvergoeding. De in de ontwerpbegroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op het historisch gebruik van het Wmo-vervoer. De verdeling van de kosten voor het vervoerloket wordt gebaseerd op de aantallen gemaakte ritten over heel 2025. Conform het contract wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,3%1. Doelgroepenvervoer Wmo Het doelgroepenvervoer wordt uitgevoerd door twee aanbieders. De vergoeding voor de vervoerder is een vast tarief per inzetuur per voertuigtype, waarbij voor een rolstoeltaxibus een toeslag op het basistarief wordt gerekend van 20%. In de ontwerpbegroting wordt gerekend met het tarief van de vervoerders aan wie de opdracht is gegund. Bovenop het vaste tarief per inzetuur wordt een tarief per inzetkilometer vergoed.
De inzeturen en de gereden kilometers worden gebaseerd op het historisch gebruik van het collectief vervoer vanuit de Wmo per gemeente. In het contract met de vervoerder is opgenomen dat de tarieven jaarlijks op worden gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven (gecorrigeerde) percentage voor de NEA-index is 4,1 %2. Dit percentage is van toepassing op 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030. Dit percentage geldt ook voor de begrote individuele vervoerskosten (buiten het contract voor Wmo-vervoer). Plan van aanpak doelgroepenvervoer In 2022 is besloten dat in de begroting van Rogplus rekening wordt gehouden met de uitgaven voor drie acties uit het plan van aanpak doelgroepenvervoer.
1 2
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb Https://www.sfmobiliteit.nl/nea-index
17
Het gaat om de volgende drie acties: • Actie 3. Extra capaciteit voor het koppelen van reizigersprofielen aan pashouders • Actie 4. Traject zelfstandig reizen Wmo- en leerlingenvervoer • Actie 9. Instellen van een vervoersloket (regiemodel, private variant) Het begrote budget voor deze acties is € 80.000 in 2027 en 2028. Het plan van aanpak doelgroepenvervoer beoogt (onder meer) een efficiëntere benutting van de verschillende (mede) door de overheid gefinancierde vervoersmiddelen, het openbaar vervoer en gesubsidieerd vervoer, zoals Argos Mobiel. In de ontwerpbegroting 2027 wordt voorzichtigheidshalve vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect op de uitgaven voor collectief Wmo-vervoer. Wel houdt Rogplus de ontwikkeling van het gebruik van collectief Wmo-vervoer nauwlettend in de gaten. Jurisprudentie gaat uit van een reisafstand van 1500-2000 km op jaarbasis om voldoende te kunnen participeren en deelnemen aan de maatschappij. De maximale reisafstand van 1500 km is al langer opgenomen in de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS. Circa 100 cliënten reizen jaarlijks meer dan 1500 km en circa 50 cliënten reizen jaarlijks meer dan 2000 km (gemiddeld reizen cliënten 200 km op jaarbasis). Vanaf 2026 wordt het maximale aantal te reizen kilometers gehandhaafd wat in potentie tot lagere vervoerskosten leidt.
Rogplus verwerkt deze beleidswijziging in haar begroting. Individuele vervoerskosten In de ontwerpbegroting is een beperkt budget opgenomen voor individuele vervoerskosten. Dit betreft taxivergoedingen buiten de contracten met de vervoerders om. De omvang van dit budget is gebaseerd op historisch gebruik van deze voorziening. Dit budget heeft betrekking op een zeer beperkt aantal cliënten. De indicaties zijn na onderzoek (dossierstudie) opnieuw vastgesteld voor een jaar. Rogplus volgt deze cliënten om te beoordelen of individuele vervoerskostenvergoeding nog aan de orde blijven of het nieuwe model doelgroepenvervoer mogelijk een oplossing biedt. Begroting 2027 Onderdeel Wmo-vervoer
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2025
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
5.120.025
5.826.200
5.352.500
5.607.200
20.104
32.700
20.900
21.900
5.140.129
5.858.900
5.373.400
5.629.100
Individuele vervoerskosten
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Onderdeel Wmo-vervoer Individuele vervoerskosten
2027
2028 L
5.607.200
5.922.400
2029 L 6.172.700
2030 L 6.430.000
21.900
23.100
24.400
25.700
5.629.100
5.945.500
6.197.100
6.455.700
18
Risico’s • Het aantal en de duur van de reizen met Wmo-vervoer valt hoger uit dan voorzien; • Hogere NEA-index dan voorzien. 3.2.2
Scootmobielen en rolvoorzieningen
Omschrijving Rogplus heeft vanaf juni 2025 een contract met twee leveranciers voor de verstrekking van scootmobielen, rolstoelen (handbewogen en elektrisch), fietsen en roerende woonvoorzieningen. Onderdeel van dit contract is dat zoveel mogelijk voorzieningen worden herverstrekt en dat bij nieuw te verstrekken voorzieningen zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op het basispakket van de leveranciers De ontwerpbegroting voor het begrotingsonderdeel scootmobielen en rolvoorzieningen is opgebouwd naar analogie van het contract. De kosten zijn weergegeven per soort voorziening en bevatten de kosten voor nieuwverstrekkingen, herverstrekkingen en onderhoud van de voorziening. Uitgangspunten
Aantallen De budgetten in de ontwerpbegroting 2027 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits, fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2025. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door de gemeenten afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2025 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening en zijn voor 2027 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep. Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen. Electrische sportvoorzieningen worden in bruikleen verstrekt. In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. De afgelopen jaren heeft op initiatief van Rogplus een succesvolle pilot met deelscootmobielen plaats gevonden. De deelscootmobiel is daarom sinds 2026 een vast onderdeel van de via Rogplus verstrekte Wmo-voorzieningen. De kosten voor de verdere uitrol van deelscootmobielen en het onderhoud van de bestaande voorzieningen worden begroot binnen het begrotingsonderdeel ‘Scootmobielen en rolvoorzieningen’.
De verwachting is dat door het gebruik van deelscootmobielen de totale vraag op scootmobielen af kan nemen. De (duurzame) financiële effecten van het gebruik van deelscootmobielen kunnen nog niet worden gekwantificeerd. Hierom wordt in de ontwerpbegroting 2027 nog geen rekening gehouden met een eventueel inverdieneffect van het gebruik van deelscootmobielen.
19
Cliënten gebruiken in voorkomende gevallen een pgb voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Met ingang van de ontwerpbegroting 2025 zijn de uitgaven hiervoor apart begroot.
Prijs Het huidige contract voor scootmobielen en rolvoorzieningen is per 1 juni 2025 ingegaan. De geldende tarieven en contractafspraken zijn verwerkt in de ontwerpbegroting 2027. Conform de geldende contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,3%3. Begroting 2027 Onderdeel Scootmobielen
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2025
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
1.810.473
1.457.400
1.697.500
1.898.000
Autoaanpassingen / -verstrekkingen
61.706
58.600
64.000
66.800
Handbewogen rolstoelen
539.595
615.900
468.900
489.700
Electrische rolstoelen
679.446
1.201.000
817.300
853.500
Sportvoorzieningen
39.272
26.200
40.800
42.400
Aandrijfunits
334.145
180.000
255.400
265.700
Fietsen
386.460
322.300
297.500
309.500
Kindvoorzieningen
242.903
368.100
232.500
241.400
4.094.001
4.229.500
3.873.900
4.167.000
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Onderdeel Scootmobielen
2027
2028 L
1.898.000
2.057.700
2029 L 2.230.100
2030 L 2.411.800
Autoaanpassingen / -verstrekkingen
66.800
70.100
73.600
77.100
Handbewogen rolstoelen
489.700
513.600
539.200
565.200
Electrische rolstoelen
853.500
881.700
925.500
966.100
Sportvoorzieningen
42.400
44.500
46.600
48.500
Aandrijfunits
265.700
278.600
292.000
304.400
Fietsen
309.500
324.500
340.000
354.400
Kindvoorzieningen
241.400
253.300
264.400
275.900
4.167.000
4.424.000
4.711.400
5.003.400
Risico’s • Er worden meer nieuwe voorzieningen verstrekt dan voorzien • Er worden duurdere of complexere voorzieningen verstrekt dan voorzien • Er wordt meer en/of gemiddeld duurder onderhoud aan voorzieningen uitgevoerd • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien
3
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb
20
3.2.3
Woonvoorzieningen
Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot Rogplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuisen inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen, zoals tillift en douche-/toiletstoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde aannames en uitgangspunten als voor scootmobielen en rolvoorzieningen. De te verstrekken woonvoorziening, ter compensatie van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, kan bestaan uit: • een woonvoorziening in natura; • een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening. Bij dure woningaanpassingen moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een tegemoetkoming in de verhuiskosten geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen. Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening met de sociale context van de cliënt rekening gehouden. In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. Door het gemeentelijke beleid in combinatie met de demografische ontwikkeling in de regio zal naar verwachting het beroep op woningaanpassingen toenemen.
De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Rogplus werkt met woningbouwcorporaties en zorgpartijen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu naar een geschikte woning kunnen verhuizen, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden. De betrokken partijen werken aan initiatieven om in het kader van het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA) meer samen op te trekken bij het thema langer zelfstandig wonen. In de ontwerpbegroting 2026 wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze initiatieven. Roerende woonvoorzieningen, zoals een tillift, een postoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde begrotingskaders als voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Uitgangspunten
Aantallen In de ontwerpbegroting 2027 volgen de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Deze wordt voor Maassluis en Schiedam afgegeven door het (voormalige) Kenniscentrum MVS en voor Vlaardingen door de afdeling Informatie.
21
Prijs Rogplus heeft contracten met leveranciers van (aangepaste) keukens, vlonders, spoel/föhn- en toiletvoorzieningen en trapliften. In overeenstemming met deze contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,3%4. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2024 en 2025 als basis genomen voor de ontwerpbegroting. Begroting 2027 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2025
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
Verhuis- en inrichtingskosten
78.709
95.500
81.700
85.500
Roerende woonvoorzieningen
262.101
373.400
289.200
299.900
Woningaanpassingen
1.926.891
1.909.800
2.036.500
2.134.200
Onderhoud / reparatie
247.262
355.400
257.100
372.400
2.514.963
2.734.100
2.664.500
2.892.000
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Onderdeel
2027
2028 L
2029 L
2030 L
Verhuis- en inrichtingskosten
85.500
89.800
94.500
98.900
Roerende woonvoorzieningen
299.900
314.800
329.800
344.700
Woningaanpassingen
2.134.200
2.244.400
2.365.600
2.478.600
Onderhoud / reparatie
372.400
373.500
270.700
390.100
2.892.000
3.022.500
3.060.600
3.312.300
Risico’s De woningmarkt zit op slot. Het aantal beschikbare nieuwe woningen is beperkt en daardoor stagneert de instroom en doorstroom op de woningmarkt. Als er onvoldoende geschikte woningen voor Rogplus cliënten beschikbaar zijn, dan bestaat er een reëel risico dat er meer woningaanpassingen moeten worden gedaan en woonvoorzieningen verstrekt moeten worden om mensen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen • • • •
4
Er worden meer roerende woonvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan woonvoorzieningen uitgevoerd Er worden meer of duurdere woningaanpassingen (individueel en collectief) gedaan dan voorzien De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb
22
3.2.4
Schoon Huis
Omschrijving Sinds 2026 wordt hulp bij het huishouden niet langer als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten, maar als maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis is de opvolger van de Huishoudelijke Hulp Toeslag. Mantelzorgers kunnen tegen een vergoeding extra uren huishoudelijke hulp inkopen. Voor de taak ‘de was doen’ is de was- en strijkservice een voorliggende voorziening. Uitgangspunten
Aantallen De te leveren uren voor de maatwerkvoorziening schoon huis in 2027 en verder worden gebaseerd op ervaringscijfers voor het beroep op voorzieningen voor huishoudelijke hulp over 2025 en eerder. Hierbij wordt rekening gehouden met het effect van de omzetting van het verdwijnen van de algemene voorziening op het beroep op huishoudelijke hulp. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting ook rekening met de verschillen tussen de gemeenten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor huishoudelijke hulp en de verzilveringsgraad daarvan. In de (ontwerp)begroting 2026 heeft Rogplus geanticipeerd op de komst van de inkomensen vermogensafhankelijke eigen bijdrage. In de loop van 2025 is gebleken dat de plannen om per 2027 voor Wmo-voorzieningen de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren niet worden doorgevoerd. Het is onduidelijk of en wanneer de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (alsnog) in wordt gevoerd. In de (ontwerp)begroting 2027 houdt Rogplus daarom geen rekening met mogelijke effecten van de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage, zoals een afname van het beroep op huishoudelijke hulp voor de Wmo. Bij de prognose van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt verder rekening gehouden met de volgende factoren: •
• •
Vergrijzing. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. De bevolking van de gemeenten vergrijst geleidelijk. Bevolkingsgroei. Het aantal inwoners van de MVS-gemeenten neemt toe. Het beroep op Wmo-voorzieningen groeit hierin mee. Adviesgesprekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei.
Mantelzorgers kunnen de aanvullende voorziening Schoon huis aanvragen. Daarmee kunnen ze voor maximaal 2 uur per week hulp bij het huishouden krijgen voor een bijdrage van € 7,50 per uur. In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 130% van het minimuminkomen; Vlaardingen en Schiedam hanteren geen inkomensgrens. De
23
budgetten voor de aanvullende voorziening worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2025 gebruik hebben gemaakt van de aanvullende voorziening. Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd in eerste instantie op de stand van de pgb’s aan het begin van 2026. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente. Het verdwijnen van de algemene voorziening schoon huis, leidt naar verwachting tot een toename van het beroep op huishoudelijke hulp op basis van een pgb. Rogplus houdt hiermee rekening in de (ontwerp)begroting.
Prijs In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Voor 2026 is dit uurtarief € 41,62. Dit tarief is van toepassing tot juli 2026, omdat daarna een nieuwe CAO wordt afgesloten. Jaarlijks wordt dit uurtarief vastgesteld op basis van de afspraken in de CAO voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT). Het genoemde tarief is onder voorbehoud van vaststelling van deze CAO. Om te anticiperen op de ontwikkeling van de (jaarlijks vast te stellen) uurtarieven voor huishoudelijke hulp, worden in de ontwerpbegroting de uurtarieven voor 2027 en verder jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). Het voorlopige percentage voor 2026 van de OVA is 4,24%5. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice. Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2025, geïndexeerd met de OVA (4,24%).
Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen voor huishoudelijke hulp in hospice ‘De Margriet’ in Vlaardingen. Met ingang van de tweede (ontwerp)begrotingswijziging 2026 zijn deze budgetten begroot in een apart begrotingsonderdeel. Begroting 2027 Werkelijk
Begroot
Onderdeel
2025
Primair 2026
Algemene voorziening Schoon Huis
24.002.080
0
0
0
Maatwerkvoorzieningen
1.836.132
27.158.400
27.461.300
28.041.900
91.427
70.000
95.600
100.400
0
0
89.100
93.000
143.140
161.000
256.000
487.100
26.072.779
27.389.400
27.902.000
28.722.400
Aanvullende algemene voorziening Was- en strijkservice / Hospice pgb
Begroot
Begroot
2e wijziging 2026
2027
5
https://www.nza.nl/onderwerpen/prijsindexcijfers
24
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Onderdeel
2027
Algemene voorziening Schoon Huis Maatwerkvoorzieningen Aanvullende algemene voorziening
2028 L
2029 L
2030 L
0
0
0
0
28.041.900
28.622.300
29.201.700
29.778.600
100.400
105.900
111.600
117.300
Was- en strijkservice / Hospice
93.000
95.300
98.000
100.500
pgb
487.100
737.400
1.008.000
1.300.300
28.722.400
29.560.900
30.419.300
31.296.700
Risico’s • Er worden meer indicaties voor Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere indicaties voor Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden meer indicaties voor Schoon Huis verzilverd dan voorzien • De wachtlijsten en -tijden nemen toe of af • Loonontwikkelingen Cao VVT die rechtstreeks invloed hebben op de AMvB ‘reële prijs Wmo 2015’ en dat resulteert in een hogere prijsindex dan voorzien. 3.2.5
Meedoen in de Stad
Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad zijn de kosten begroot voor de ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren van cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: • sociale redzaamheid; • maatschappelijke participatie; • psychosociaal functioneren; • psychosociaal welbevinden en/of; • mentaal functioneren. • visuele en auditieve beperkingen Onder meer de volgende vormen van begeleiding worden aangeboden: • Individuele begeleiding. Individuele begeleiding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. • Dagbesteding. Dagbesteding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding kan ook als respijtzorg (ontlasting van mantelzorgers) worden ingezet. • Logeren (kortdurend verblijf). Het zwaartepunt van deze maatwerkvoorziening ligt op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht op de cliënt ter ontlasting van de gebruikelijke verzorger of mantelzorger.
25
Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 contracten ingegaan. Hierin is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Voor Meedoen in de Stad – ouderen zijn contracten aangegaan met meerdere partijen. Meedoen in de Stad – niet-ouderen wordt verzorgd door een consortium van partijen dat opereert onder de naam ZorgSamen MVS. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Tenslotte bevat dit begrotingsonderdeel ook de (begrote) uitgaven voor de ondersteuning aan zintuiglijk gehandicapten (doven en slechthorenden en blinden en slechtzienden) op basis van de hiervoor door de VNG afgesloten landelijke contracten. In aanvulling op de contracten voor Meedoen in de Stad streeft Rogplus, samen met de gemeenten, naar een betere samenwerking met het voorliggend veld. Uitgangspunten
Aantallen Bij begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren wordt onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van taakgerichte financiering: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2027 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Voor Meedoen in de Stad – Ouderen wordt het gebruik over 2025 als basis genomen voor de berekening van de uitgaven over 2026 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad – ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt.
Gemeenten, Rogplus, DSW en (andere) zorgpartijen werken binnen het kader van de Regionale Aanpak Ouderenzorg aan initiatieven voor kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk, met behoud van kwaliteit van leven en veilig in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Het is nog te vroeg om in de ontwerpbegroting rekening te houden met het (financieel) effect van deze initiatieven. Ook voor initiatieven voor het intensiveren van de samenwerking met partijen in het voorliggend veld is nog niet te zeggen of en hoe deze een (financieel) effect hebben.
26
De budgetten voor de landelijke contracten voor ondersteuning van blinden en slechtzienden en doven en slechthorenden maken deel uit van de begroting van Rogplus. Ook komt het voor dat cliënten ondersteuning ontvangen, waarvoor een apart contract met een gespecialiseerde aanbieder af is gesloten. De landelijke contracten en de ‘uitzonderingscontracten’ maken geen deel uit van Meedoen in de Stad. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten daarom begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2025. De ontwikkeling van het aantal cliënten wordt gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Voor de ontwerpbegroting 2027 worden de aantallen voor begeleiding en dagbesteding op basis van pgb gebaseerd op het werkelijke beroep hierop begin 2026. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op nietouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.
Prijs Meedoen in de stad – niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van taakgerichte financiering. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Jaarlijks wordt een prijsindex toegepast die gelijk is aan jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,3%6. Voor Meedoen in de stad – ouderen, de landelijke contracten voor auditief en visueel beperkten en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2027 de tarieven en budgetten jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2025) van dit percentage is 4,24%. Voor Meedoen in de Stad – ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders. Begroting 2027 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Onderdeel
2025
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
Meedoen in de Stad - niet ouderen
10.372.425
10.756.600
10.714.800
11.068.200
Meedoen in de Stad - ouderen
2.407.711
2.568.000
2.285.800
2.408.900
Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten
370.446
284.300
389.000
411.500
pgb
1.523.889
1.801.900
1.591.500
1.667.000
14.674.471
15.410.800
14.981.100
15.555.600
6
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table?fromstatweb
27
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Onderdeel
2027
2028 L
2029 L
2030 L
Meedoen in de Stad - niet ouderen
11.068.200
11.433.500
11.810.800
12.200.600
Meedoen in de Stad - ouderen
2.408.900
2.547.600
2.700.700
2.847.500
Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten
411.500
436.400
464.000
490.500
pgb
1.667.000
1.749.400
1.837.200
1.928.000
15.555.600
16.166.900
16.812.700
17.466.600
Risico’s • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Het jaarbudget voor het contract Meedoen in de Stad – Niet-ouderen wordt bij verlenging hoger vastgesteld dan onder het oude contract • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen verzilverd dan voorzien • Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien. 3.2.6
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Omschrijving Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen is de naam van het begrotingsonderdeel dat voorheen Geclusterd Wonen werd genoemd. Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: • Maassluis: Vertrouwd & Zeker (SOL) • Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) • Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) Uitgangspunten
Aantallen De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2026. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten.
28
Prijs In de ontwerpbegroting 2027 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast. Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2026) van dit percentage is 4,24%. Begroting 2027 Onderdeel Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2025
Primair 2026
2e wijziging 2026
2027
2.489.795
2.567.800
2.545.000
2.653.000
2.489.795
2.567.800
2.545.000
2.653.000
Meerjarenperspectief 2028-2030 Begroot Onderdeel
2027
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
2028 L
2029 L
2030 L
2.653.000
2.765.500
2.882.700
3.004.900
2.653.000
2.765.500
2.882.700
3.004.900
Risico’s •
De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien
3.2.7
Regeling tegemoetkoming meerkosten
Omschrijving Rogplus voert voor de MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen. 2. Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar.