CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

09.1 BP De Parkhoven Zwanensingel - Toelichting en Regels

Gemeenteraad 12 september 2024, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel23.729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Burgemeester Heusdenlaan 357

Gemeentewerf

50 meter

145 meter

Tabel 2: Omliggende bedrijven Op basis van bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat wordt voldaan aan de richtafstanden naar omliggende bedrijven en functies. Andere bedrijven of functies in de omgeving liggen op een dusdanige afstand, dat overlast van deze bedrijven op voorhand is uit te sluiten. Bovenstaande tabel gaat over de feitelijk aanwezige bedrijven. Op basis van de planologisch maximale invulling van de omgeving kunnen zich ter plaatse ook andere bedrijven vestigen, zij zullen op dat moment moeten voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit en/of een milieuvergunning. De wettelijke borging zorgt dat een goed woon- en leefklimaat geborgd is en blijft. Met onderhavige ontwikkeling zullen geen bestaande en/of toekomstige bedrijven worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. Ook zal er geen sprake zijn van overlast van deze bedrijven op de te realiseren woningen. Verder voorziet de beoogde ontwikkeling niet in een nieuwe milieubelastende functie, zodat overlast door de ontwikkeling op bestaande milieugevoelige functies in de omgeving is uit te sluiten. Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.

(vastgesteld)

29

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.3

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) moet voor het oprichten van geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, etc.), die binnen de onderzoekszone van (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen liggen, een toets aan de geluidsnormen plaatsvinden. In de Wgh worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van nog niet geprojecteerde woningen langs een bestaande weg of spoor in stedelijk en buitenstedelijk gebied. In situaties waarbij de Wgh niet van toepassing is (bijvoorbeeld rond 30 km wegen of bij bedrijven niet gelegen op Wgh-gezoneerde bedrijventerreinen) zal de bescherming tegen geluid via de invulling van een goede ruimtelijke ordening plaatsvinden. Wegverkeerslawaai Er is van rechtswege een zone gelegen langs iedere weg, met uitzondering van woonerven en 30-km/u gebieden. Voor alle woningen en geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van die weg liggen, moet de geluidsbelasting als gevolg van verkeerslawaai berekend worden. De geluidsimmissie van een verkeersweg is afhankelijk van het aantal rijstroken en ook van de aard van de omgeving. Daarom heeft een geluidszone langs een weg niet één standaardbreedte. In art. 74 Wgh wordt de omvang van de zone voor de verschillende situaties aangegeven.

Railverkeerslawaai Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. Er is van rechtswege een zone gelegen langs iedere spoorlijn. De waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een weg, mag niet hoger worden vastgesteld dan 55 dB voor woningen en geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van de spoorweg. Industrielawaai/bedrijfszonering Zonering in het kader van industrielawaai Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers, woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn gevestigd. Lawaaimakers kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de lawaaimakers. Vliegverkeerslawaai Rondom vliegvelden dient rekening gehouden te worden met geluidscontouren in verband met opstijgende en landende vliegtuigen. Doorwerking plangebied Wegverkeerslawaai In verband met de ligging nabij de rijkswegen A20 en A4, alsmede de Zwanensingel en de Lepelaarsingel, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai. Het onderzoek is toegevoegd als bijlage 3.

Door de rijkswegen A4 en A20 is op alle woningen in het plangebied sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De hoogste geluidsbelasting bedraagt 62 dB. Hiervoor dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Op een deel van de woningen is op (delen van) één of twee gevels sprake van een overschrijding van de maximale grenswaarde van 53 dB. Deze woningen dienen aan deze geveldelen uitgevoerd te worden met een dove gevel. Door de Zwanensingel wordt voor de woningen langs deze weg de voorkeursgrenswaarde overschreden. De hoogste geluidsbelasting bedraagt 56 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Vanwege de geluidsbelasting van de Zwanensingel en de rijkswegen is daarom tevens een besluit hogere waarde benodigd. Het besluit is bijgevoegd als bijlage 4.

30

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Het wegverkeerslawaai van de Lepelaarsingel bedraagt hooguit 44 dB. Er is door deze weg geen sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Concluderend zullen maatregelen benodigd zijn om aan een binnenwaarde van maximaal 33 dB te voldoen. Deze maatregelen omvatten in ieder geval het toepassen van dove gevels aan de zijdes van de A20 en de A4 op de woningen waar de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Na het toepassen van deze maatregelen, is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Om aan het gemeentelijk geluidsbeleid te voldoen, moeten alle woningen voorzien zijn van een geluidsluwe buitenruimte. Tijdens de bouwaanvraag moet getoetst worden of hiervan sprake is. Dit kan betekenen dat aanvullende maatregelen benodigd zijn om de geluidsluwe buitenruimtes te creëren. In dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, zodat een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen alleen wordt verleend indien er aan de eisen rondom geluid wordt voldaan. Verder wordt in het plangebied een nieuwe weg aangelegd ten behoeve van de parkeerplaatsen. Dit betreft een 30 km/u-weg met een lage verkeersintensiteit. Op grond van de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek naar deze weg niet noodzakelijk.

Daarnaast is de toename van verkeersbewegingen op de Zwanensingel in verhouding tot het bestaand aantal verkeersbewegingen dusdanig gering, dat dit akoestisch niet relevant is. Het woon- en leefklimaat in de bestaande woningen in de omgeving wordt dan ook niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Vliegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een beperkingengebied, zoals bepaald in de Wet luchtvaart. Wel ligt een groot deel van het plangebied binnen de 52 dB contour. Daarom wordt het aspect luchtvaartlawaai meegenomen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Cumulatieve geluidsbelasting De hoogst gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt 64 dB. Daarmee wordt voldaan aan de maximale grenswaarde van 70 dB uit het gemeentelijk beleid. Conclusie Bij veel woningen is een geluidluwe zijde aanwezig. Voor de woningen waar geen geluidsluwe gevel aanwezig is, is de overschrijding slechts beperkt. Met simpele maatregelen kan alsnog een geluidluwe zijde gecreëerd worden. Het aspect geluid vormt naar verwachting geen belemmering voor onderhavig planinitiatief. Omdat het stedenbouwkundig plan nog niet definitief vast staat, zal bij de vergunningsaanvraag een nader akoestisch onderzoek uitgevoerd moeten worden op basis van het definitieve stedenbouwkundig plan.

In dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren van dit onderzoek en het realiseren van de benodigde maatregelen om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren.

(vastgesteld)

31

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.4

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, artikel 5.2 van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveloxide, stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs de wegen vooral de grenswaarden voor stikstofoxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Stikstofoxide (NO2)

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

Uurgemiddelde concentratie

Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m3

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

24-uurgemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m3

Jaargemiddelde concentratie

25 µg/m3

Fijnstof (PM10)

Fijnstof (PM2,5)

Tabel 3: Grenswaarden luchtkwaliteit Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen de bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied.

Met grof stof wordt rekening gehouden bij de milieuzonering en wordt niet in het kader van luchtkwaliteit meegenomen. Besluit niet in betekenende mate In het Besluit niet in betekenende mate (nibm) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m3). een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.

32

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Doorwerking plangebied Langs de doorgaande wegen rondom het plangebied zijn meetpunten aanwezig voor de luchtkwaliteit. De meetpunten zijn achterhaald uit het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). In dit instrument kan op basis van een kaart achterhaald worden wat de exacte waarden zijn per meetpunt. Voor onderhavige ontwikkelingen zijn de meetpunten aan de Zwanensingel, de Lepelaarsingel, de A20 en de verbindingsweg van de A4 naar de A20 geraadpleegd. De hoogst gemeten waarden in de directe omgeving van het plangebied zijn als volgt: NO2: 27,3 µg/m3; PM10: 18,7 µg/m3 Overschrijdingsdagen PM10: 6,6 PM2,5: 10,5 µg/m3 Deze waarden blijven ruim onder de grenswaarden. Daarmee is de luchtkwaliteit in het plangebied voldoende. Besluit niet in betekenende mate Voor de beoogde ontwikkeling is middels de nibm-tool onderzocht of er sprake is van een ontwikkeling die in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op basis van de berekende verkeersgeneratie in paragraaf 4.13 is deze tool ingevuld. Deze is te zien in onderstaande afbeelding. Hieruit blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer in niet betekenende mate is. Daarmee is geen nader onderzoek nodig naar luchtkwaliteit. Daarmee vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Afbeelding 8: Uitsnede nibm-tool

(vastgesteld)

33

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarbij kunnen de volgende bronnen worden onderscheiden: Inrichtingen: risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen, opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties; Transport van gevaarlijke stoffen over de weg; Transport van gevaarlijke stoffen per spoor; Transport van gevaarlijke stoffen over het water; Transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts één persoon op één miljoen mensen mag overlijden. Dit geldt ook als deze objecten geprojecteerd zijn. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron.

Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord. Doorwerking plangebied Om de gevolgen in het kader van externe veiligheid in beeld te brengen, is door Aviv een onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 5. Inrichtingen In de omgeving van het plangebied bevindt zich een gasdrukmeet- en regelstation van de Gasunie. Dit station valt niet onder het Bevi. Volgens het activiteitenbesluit geldt voor dit station een veiligheidsafstand van 25 meter tot kwetsbare objecten. Deze afstand reikt niet tot het plangebied. Daarom is er geen verplichting tot het berekenen dan wel verantwoorden van het groepsrisico. Rijksweg A20 De woningen worden op tenminste 90 meter van het wegvak Z48 van de rijksweg A20. Andere wegvakken liggen op grotere afstand van het plangebied. Het plangebied ligt ruim buiten de plaatsgebonden risico contouren (PR 10-6). Het groepsrisico is berekend voor twee routes binnen 200 meter van het plangebied. Het groepsrisico is kleiner dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Een verdere verantwoording van de groepsrisico kan daarom achterwege blijven.

Verbindingsbogen A20 en A4 Het plangebied ligt ruim buiten het plaatsgebonden risico contour van de verbindingsbogen van de A20 en de A4. De ontwikkeling leidt niet tot een verhoging van het groepsrisico door de verbindingsbogen. Hoge druk aardgasleidingen In de omgeving van het plangebied liggen de aardgasleidingen met nummers A-517, A-517-06, W-521-06 en W-521-28. Het woongebied ligt ruim buiten de plaatsgebonden risico contour van deze aardgasleidingen. Het groepsrisico is zowel in de huidige als de toekomstige situatie groter dan 10% van de oriëntatiewaarde, maar er is geen sprake van de overschrijding van de oriëntatiewaarde. Het 34

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel groepsrisico neemt niet toe door de ontwikkeling. Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Luchthaven Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contour van de luchthaven Rotterdam The Hague Airport. Vanuit het groepsrisicobeleid vanwege luchtvaart in de omgeving van Rotterdam The Hague Airport is een verantwoording van het groepsrisico conform het Bevi vereist. Verantwoording groepsrisico Met onderhavige ontwikkeling worden maximaal 168 woningen gerealiseerd op een braakliggend terrein. Daarmee zal het aantal personen dat zich in het plangebied bevindt toenemen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek, zal het groepsrisico niet toenemen. Het plangebied is door de ligging aan de Zwanensingel goed bereikbaar voor hulpdiensten. Aangezien het plangebied twee ontsluitingen heeft met de Zwanensingel, is het eenvoudig om het plangebied te verlaten in geval van een ramp. De veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VVR) heeft advies uitgebracht over de ontwikkeling. Het advies ziet onder andere op het realiseren van voldoende vluchtroutes en bluswatervoorzieningen en het toepassen van bouwkundige maatregelen in de gebouwen. Het stedenbouwkundig plan wordt in een later stadium definitief gemaakt. Met het uitwerken van het stedenbouwkundig plan worden de adviezen van de VVR in acht genomen.

Door de benodigde maatregelen te nemen, zal het aspect externe veiligheid geen belemmering vormen voor onderhavige ontwikkeling.

(vastgesteld)

35

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.6

Bodem

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen regels stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat de bodemkwaliteit en de voorgenomen bestemming met elkaar in overeenstemming dienen te zijn. Het is niet toegestaan om te bouwen op verontreinigde grond. Nader onderzoek in de vorm van een historisch onderzoek of een verkennend bodemonderzoek geeft inzicht of de bodem ter plaatse van een ontwikkeling geschikt is voor het beoogde gebruik en bestemming. Het bodembeleid onderscheidt drie soorten grond en bodem met ieder hun eigen beleid en wet- en regelgeving: Sterk verontreinigde grond (boven interventiewaarden); Licht verontreinigde grond (boven AW2000-waarden); Schone bodems (beneden AW2000-waarden). Het Besluit bodemkwaliteit hanteert voor het toepassen van grond en bagger een toets op de ontvangende bodem en aan de gebruiksfunctie. Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu en gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen. Tevens biedt het besluit mogelijkheden voor grondverzet. Doorwerking plangebied Om de bodemkwaliteit in het plangebied te onderzoeken, is door Grondslag een bodemonderzoek uitgevoerd.

Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 6. Uit dit onderzoek is gebleken in de grond hooguit lichte verhogingen zware metalen, PAK en PCB's zijn aangetoond. Daarnaast is in de grond geen asbest aangetroffen. Daarmee is geconcludeerd dat de bodem geschikt is voor het toekomstige gebruik. Het aspect bodem vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

36

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.7

Archeologie

In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is om het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij de ontwikkeling van het ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Aansluitend op dit verdrag is op 1 september 2007 de Wet Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid gekregen om zorg te dragen voor een goede omgang met archeologische waarden binnen hun grondgebied. Gemeenten moesten binnen 2 jaar nadat deze wet in werking is getreden hun archeologisch beleid hebben geformuleerd. Doorwerking plangebied De gemeente Vlaardingen heeft de archeologische verwachtingswaarden verwerkt in de geldende bestemmingsplannen. Echter geldt ter plaatse van het plangebied een bestemmingsplan dat is vastgesteld voordat het aspect archeologie in bestemmingsplannen werd geregeld. Het bestemmingsplan kent dan ook geen archeologische dubbelbestemming. Om de archeologische verwachtingen beeld te brengen, is door Lycens een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7.

Hieruit is gebleken dat in het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt voor het aantreffen van archeologische waarden uit de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. De verwachting op het aantreffen van resten uit het neolithicum of bronstijd is laag, maar niet uitgesloten. Om eventuele archeologische waarden niet te schaden, is in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming voor een hoge archeologische verwachtingswaarde opgenomen. Hierin is bepaald dat het bouwen van hoofdgebouwen, of het bouwen van bijbehorende bouwwerken van meer dan 100 m2, pas is toegestaan nadat middels archeologisch vervolgonderzoek is vastgesteld dat de archeologische waarde voldoende is vastgesteld, en dat deze waarde niet geschaad mag worden door de bouwactiviteiten en/of voor werken, geen bouwwerken zijnde en voor werkzaamheden zijn regels opgenomen ter bescherming van archeologisch erfgoed. Dit kan betekenen dat de aanvrager van de omgevingsvergunning verplicht is tot het doen van opgravingen, of de verplichting om de (bouw)activiteit te laten begeleiden door een erkende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Op deze wijze is het aspect archeologie voldoende gewaarborgd in het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling zal daarmee geen negatieve gevolgen hebben voor eventuele archeologische waarden in het plangebied.

(vastgesteld)

37

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.8

Ontplofbare Oorlogsresten

Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen niet-gesprongen conventionele explosieven in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang om een antwoord te geven op de vraag of en zo ja in welke delen van het onderzoeksgebied er sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van conventionele explosieven. Doorwerking plangebied Ten behoeve van de ontwikkeling is door de initiatiefnemer een Quickscan Ontplofbare Oorlogsresten uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 8. Hieruit is gebleken dat in het plangebied waarschijnlijk een geschutopstelling en een luchtopstelling aanwezig is geweest. De gemeente Vlaardingen heeft de resultaten van het uitgevoerde onderzoek aangevuld met reeds bekende onderzoeksgegevens. Om zeker te zijn van een veilige situatie in het plangebied, is een Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 9. Hieruit blijkt dat er in de Tweede Wereldoorlog een geschutsopstelling aanwezig is geweest.

Omdat de grond sindsdien is geroerd en gebruikt voor diverse bouwactiviteiten, is de grond dusdanig verstoord dat er geen risico's meer bestaan op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

38

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.9

Cultuurhistorie

In het kader van het project 'modernisering monumentenzorg' (MoMo) hebben per 1 januari 2012 enkele wijzigingen in de wet- en regelgeving plaatsgevonden. Voor het bestemmingsplanproces is de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de belangrijkste, namelijk dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening dienen te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt niet binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied van de provincie. In de omgeving zijn onder andere een trekvaart, een historisch stadscentrum en een molenbiotoop aanwezig. Deze vallen ruim buiten de invloedssfeer van het plangebied, waarmee de ontwikkeling geen gevolgen heeft voor deze cultuurhistorische waarden. Daarnaast zijn in de directe omgeving geen monumenten of gemeentelijk beschermde cultuurhistorische waarden aanwezig. Daarmee vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

(vastgesteld)

39

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.10

Flora en fauna

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming vervangt drie actuele wetten: de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. In de Wet natuurbescherming is de bescherming van soorten en gebieden vastgelegd. Soortenbescherming De toets aan de natuurwetgeving is in bepaalde gevallen beperkt relevant. Er dient te worden vastgesteld of er geen verbodsbepalingen worden overtreden, al dan niet aan de hand van onderzoek. Verantwoording gebiedsbescherming Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er natuurgebieden aangewezen die beschermd zijn. Het daarbij om Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn uitgesplitst in Habitatrichtlijngebieden en Vogelrichtlijngebieden. Binnen de diverse Natura 2000-gebieden komen een aantal stikstofgevoelige habitattypen voor. Doorwerking plangebied Soortenbescherming Om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het plangebied, is door Lycens een Quickscan Flora & Fauna uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 10. Hieruit is gebleken dat er geen beschermde plantsoorten in het gebied aanwezig zijn. Wel is uit dit onderzoek gebleken dat het plangebied een geschikte leefomgeving is voor vleermuizen, marterachtigen en de alpenwatersalamander. Ook bevinden zich potentieel jaarrond beschermde nesten van de boomvalk, sperwer, ransuil, bosuil en buizerd.

Om meer inzicht te krijgen in de aanwezigheid van deze dieren en nesten, is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is toegevoegd als Bijlage 11. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen verblijfplaatsen van beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig zijn. Wel is het bos ten oosten van het plangebied foerageergebied voor verschillende beschermde diersoorten, hiervoor lijkt op voorhand een ontheffing van de Wet Natuurbescherming niet noodzakelijk. Alleen indien significante ingrepen gedaan worden binnen dit bos is een ontheffing mogelijk noodzakelijk. Een ontheffing is niet noodzakelijk voor het realiseren van de beoogde nieuwe woonwijk. Bomen Effect Analyse & Bomenverordening Vlaardingen Daarnaast is een beknopte Bomen Effect Analyse (hierna: BEA) uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 12. De BEA heeft een verkennend karakter en geeft richtlijnen mee bij de verdere en concrete uitwerking van de plannen. Het onderzoek heeft 218 bomen in kaart gebracht, inclusief de mogelijke aandachtspunten bij de ontwikkeling van de woonwijk. Zo zijn diverse bomen nabij de beoogde woningen en wegen gesitueerd, nader onderzoek bij de aanvraag omgevingsvergunning zal aantonen op welke wijze rekening kan worden gehouden met bijvoorbeeld het bestaande wortelpakket.

De opzet van de woonwijk en de wijze van regelen zijn wel afgestemd op het onderzoek dat dusver is uitgevoerd. De initiatiefnemer heeft rondom de kroonprojecties van de ingemeten bomen een afstand van 5 meter aangehouden. Onderstaande afbeelding geeft visueel het beoogde bouwplan weer in relatie tot de omliggende bomen en kroonprojecties. Zoals te zien worden de nieuwe woningen vrijwel volledig ingepast binnen het bestaande groen, op deze manier wordt geborgd dat het 'hovenprincipe' ook na realisatie aanwezig blijft. Desondanks zullen voor de realisatie van de woonwijk mogelijk enkele bomen gekapt moeten worden. Op basis van de bomenverordening (artikel 7 verordening) kan de gemeente aan de initiatiefnemer een herplantplicht opleggen. Binnen het plangebied (en direct daarbuiten) is voldoende ruimte beschikbaar om deze herplantplicht te realiseren. Middels deze verordening zijn de bestaande bomen voldoende beschermd, het opnemen van aanvullende regels in voorliggend bestemmingsplan is niet noodzakelijk.

40

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

Afbeelding 9: Kroonprojecties + 5 meter bestaande bomen rondom toekomstige woonwijk (bron: initiatiefnemer) Een belangrijk onderdeel van de herontwikkeling is het creëren van een robuuste groenvoorziening binnen het plangebied. Een robuuste groenvoorziening draagt niet alleen bij aan de ruimtelijke kwaliteit, maar creëert ook leefgebied voor dieren. De hoofdgroenstructuur binnen het plangebied is middels de bestemming 'Groen' vastgelegd. Aanvullend is in de regels (artikel 12.2.1) opgenomen dat binnen de grenzen van het plangebied minimaal 20% functioneel en feitelijk in gebruik moet zijn voor groen- en watervoorzieningen. Dit mogen zowel bestaande als nieuwe groen- en watervoorzieningen zijn. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in of nabij een beschermd natuurgebied. Het Natura 2000-gebied dat op de kortste afstand ligt van het plangebied betreft de Oude Maas op circa 7 kilometer. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dat is overbelast met stikstof betreft Westduinpark & Wapendal, op circa 13 kilometer afstand. Om de gevolgen van de ontwikkeling op Natura 2000-gebieden te onderzoeken, is een Aerius-berekening uitgevoerd. Uit deze Aerius-berekening is gebleken dat in de realisatiefase en in de gebruiksfase geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De resultaten van het onderzoek zijn bijgevoegd in Bijlage 13.

Daarmee heeft onderhavige ontwikkeling geen gevolgen voor beschermde natuurgebieden.

(vastgesteld)

41

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.11

Duurzaamheid en energie

Vlaardingen gaat voor een duurzame toekomst met een leefbare, groene en gezonde leefomgeving. Met de Agenda Duurzaamheid 2020-2030 zijn de lopende en toekomstige inspanningen voor de volgende thema's onder één samenhangende kapstok gebracht: Klimaatbestendige stad: Vlaardingen is klimaatbestendig in 2050 en is voorbereid op droogte, hitte, wateroverlast en bodemdaling. Duurzame energie: Vlaardingen is klimaatneutraal in 2050 met een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor alle inwoners en bedrijven. Waardebehoud grondstoffen: Vlaardingen zet in op circulair afvalbeheer en het stimuleren van circulair ondernemen en circulair bouwen. Schone lucht en duurzame mobiliteit: Vlaardingen zet in op een verbetering van de luchtkwaliteit, mede door de inzet van duurzame mobiliteit. Duurzame gemeente en samenleving: Vlaardingen werkt samen met inwoners, bedrijven en organisaties om de duurzaamheidsambities te behalen. Doorwerking plangebied Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aandacht besteed aan het creëren van een groene buitenruimte in en tussen de hoven. Dat bevordert de leefkwaliteit en geeft toekomstwaarde aan het plangebied. In het groen wordt gebruik gemaakt van beplanting die zowel beschutting biedt aan dieren als voedsel is voor insecten.

Waar mogelijk worden in de toekomstige bebouwing nestkasten gerealiseerd waardoor veilige broedplaatsen voor vogels ontstaan. De nieuwe bewoners zullen bovendien geadviseerd worden om hun tuin niet volledig te verharden. Naast de ruimtelijke kwaliteit, stedenbouwkundige inpassing, architectonisch verschijning en sociale waarden, zal duurzaamheid ook in de technische uitwerking de nodige aandacht krijgen. Door middel van slimme technieken worden energiezuinige woningen met een lager energieverbruik gerealiseerd. Alle woningen worden energiezuinig uitgevoerd en zullen voldoen aan de BENG-regelgeving.

42

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.12

Kabels en leidingen

Er kunnen planologische relevante kabels en/of leidingen in het plangebied liggen. Ze kunnen ook in de omgeving voorkomen. Voorbeelden zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen zijn. Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en afvalwaterleidingen ook voorbeelden. Deze leidingen worden bestemd als ze voorkomen in het gebied. Met het geldende bestemmingsplan kan worden vastgesteld welke maatregelen, overleggen en/of rapporten nodig zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van het geldende bestemmingsplan kan dan vastgesteld worden welke maatregelen, overleggen en/of rapporten noodzakelijk zijn om een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Doorwerking plangebied In het plangebied liggen twee warmtetransportleidingen waarvoor een dubbelbestemming geldt. Deze dubbelbestemming wordt overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. In het stedenbouwkundige plan is rekening gehouden met de aanwezigheid van deze leidingen. Ter plaatse van de leidingen is een parkeerterrein gepland. De leiding is bereikbaar indien dat noodzakelijk is. De woningen worden buiten deze dubbelbestemming gebouwd. Daarmee heeft het bestemmingsplan geen gevolgen voor de aanwezige warmtetransportleidingen. Daarnaast is in het plangebied een gasleiding aanwezig. Deze is niet aanwezig in het vigerende bestemmingsplan.

Dit komt waarschijnlijk doordat de gasleiding is aangelegd na vaststelling van het vigerende bestemmingsplan. Er is, in tegenstelling tot de warmetransportleiding, ook geen bestemmingsplan of inpassingsplan vastgesteld voor deze gasleiding. Omdat het wel een planologisch relevante leiding betreft, wordt een dubbelbestemming opgenomen in het bestemmingsplan voor deze gasleiding. De bouwwerkzaamheden zullen buiten deze dubbelbestemming plaatsvinden. De gasleiding geeft dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. In of nabij het plangebied zijn geen andere planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig.

(vastgesteld)

43

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.13

Verkeer en parkeren

Parkeren De gemeente Vlaardingen hanteert de Beleidsregel Parkeernormen 2019 als uitgangspunt voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen bij nieuwe ontwikkelingen. De Beleidsregel Parkeernormen 2019 maakt onderscheid tussen verschillende gebiedstypes. Onderhavig plangebied ligt in de gebiedstype 'woonwijken'. Met het voorliggende plan wordt beoogd om uitsluitend koopwoningen te realiseren. Dit is dan ook het uitgangspunt van de berekening. Indien huurwoningen worden gerealiseerd, dan valt de parkeervraag lager uit dan hieronder berekend is. De verwachtte opbouw van het plan bestaat uit de volgende woningen: Grootte woning

Aantal woningen

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

Waarvan bezoekers

50 m2 - 75 m2

60

1,1

66

12

100 m2 - 125 m2

44

1,5

66

8,8

125 m2 - 150 m2

56

1,7

95,2

11,2

>150 m2

8

1,9

15,2

1,6

Tabel 4: Parkeerbehoefte Dit leidt in eerste instantie tot een parkeerbehoefte van 243 parkeerplaatsen. In de hoven worden op basis van het huidige stedenbouwkundige plan 92 toegewezen parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze zijn voor de bewoners van de grondgebonden woningen rondom de hoven. De overige parkeerplaatsen worden aan de Zwanensingel gerealiseerd. Buiten de hoven zullen een aanvullende 151 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden om aan de parkeervraag te voldoen. Het exacte woonprogramma staat nog niet vast. De exacte invulling van de parkeerplaatsen is dan ook nog niet zeker. Om wel te garanderen dat voldoende parkeerplaatsen in het plangebied worden gerealiseerd, is een voorwaardelijke verplichting in dit bestemmingsplan opgenomen. Hierin is bepaald dat een omgevingsvergunning uitsluitend verleend kan worden, indien wordt aangetoond dat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. In deze voorwaardelijke verplichting wordt verwezen naar de Beleidsregel Parkeernormen 2019, of de opvolger daarvan. Op deze manier is het realiseren van voldoende parkeerplaatsen verzekerd. Het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen in het plangebied is realistisch. Daarom zal het aspect parkeren geen belemmering vormen voor onderhavig planinitiatief. Verkeer Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381.

Omdat de exacte invulling van het plan nog niet geheel vaststaat, wordt gerekend met een worst case scenario. Daarbij wordt uitgegaan van tussen-/hoekwoningen en dure appartementen. In de praktijk zal tenminste 40% van de woningen in het goedkope segment gerealiseerd worden. Ook is uitgegaan van de maximale invulling van 168 woningen. Met de uiteindelijke uitwerking van het plan kan het aantal woningen lager uitvallen. Daarmee zal de verkeersgeneratie lager uitvallen dan hier berekend is. De gemeente Vlaardingen betreft een zeer sterk stedelijke gemeente. Voor een tussen-/hoekwoning in de koopsector en voor een duur koopappartement geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 6,8 verkeersbewegingen per dag. Het plan voorziet in circa 60 appartementen en circa 108 rijwoningen. Dit geeft een totale verkeersgeneratie van 1143 verkeersbewegingen per dag. Omdat er nog geen definitief stedenbouwkundig plan is vastgesteld, kan het woonprogramma nog veranderen. Er zullen niet meer woningen worden gerealiseerd, maar er kunnen wel tweekappers of vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Dit kan leiden tot een lichte verhoging van het aantal verkeersbewegingen tot maximaal 1193. Het verkeer wordt ontsloten via de Zwanensingel. Dit betreft een 50 km/u-weg, welke is ingericht voor doorgaand binnenstedelijk verkeer. Via deze weg is het verkeer in enkele minuten bij de oprit naar de 44

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel A20. Ook zijn andere delen van de stad goed bereikbaar. De ruimtelijke ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename, die niet mag leiden tot capaciteits- of veiligeheidsproblemen. Er is door Goudappel een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de toename van verkeersbewegingen van een ontwikkeling op deze locatie op de bestaande infrastructuur. Dit rapport is bijgevoegd in Bijlage 16. Daarbij wordt opgemerkt dat dit rapport uitgaat van een verouderde versie van het plan met meer woningen. Omdat met het huidige bestemmingsplan het aantal woningen begrensd is op 168, zal de impact op het verkeer lager uitvallen dan in dit rapport is berekend. De volgende maatregelen worden geadviseerd: 1. Regelen van de aansluiting van de woonwijk (door twee toegangswegen) op de Zwanensingel middels een voorrangskruispunt; 2. Behouden van het stoplicht op het kruispunt van de Lepelaarsingel en de Zwanensingel; 3. Aanpassen van de rijstrookindeling aan de noordzijde, of het 'ombouwen' van het kruispunt naar een enkelstrookrotonde. In het vervolgproces wordt de verkeersafwikkeling nader onderzocht. De veiligheid op de Zwanensingel is een aandachtspunt. Er zijn in genoemd onderzoek twee ontwerpvoorstellen gedaan voor een aanpassing van de Zwanensingel en hiermee voor een verbetering van de verkeersveiligheid.

Daarbij wordt er in ieder geval voor gezorgd dat de as van de Zwanensingel verspringt, het groen over de weg wordt getrokken en het parkeren kleinschaliger wordt ingericht. Gelet op het bovenplanse karakter van de maatregelen is er financiële dekking vanuit de Grex. Het aspect verkeer vormt hiermee naar verwachting geen belemmering voor onderhavig plan.

(vastgesteld)

45

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.14

Bezonning en schaduwwerking

Het realiseren van nieuwe woongebouwen kan zorgen voor schaduwwerking in haar omgeving. Voor een goede stedenbouwkundige inpassing dient de schaduwwerking in ogenschouw te worden genomen. Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. Wel zijn er normen van TNO, welke gebruikelijk zijn om aan te toetsen. De 'lichte' TNO-norm is: 'Ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag voor de gevels van woningen, in de periode van 19 februari tot 21 oktober. Doorwerking plangebied Ten behoeve van de ontwikkeling is een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze studie is bijgevoegd in Bijlage 17. In deze rapportage is onderzocht wat de gevolgen zijn van de bouw van de nieuwe woongebouwen op de bestaande woningen in de omgeving. Dit betreffen momentopnames op 19 februari, 21 juni, 23 september en 22 december. Daarbij is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt. Op 22 december om 9:00 uur zal het nieuwe woongebouw zorgen voor schaduw op de Zwanensingel 7. Op 23 september wordt een zeer beperkte schaduwwerking op de gevel verwacht om 9:00 uur. Op 19 februari en 21 juni is er geen sprake van schaduwwerking op deze woning.

Ook in de middag en avond is er op alle berekende dagen geen schaduwwerking op deze woning. Voor andere woningen in de omgeving wordt ook geen schaduwwerking verwacht. Er wordt daarmee voldaan aan de bezonningsnorm. Het aspect bezonning staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.

46

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.15

Licht

Strikte normen voor kunstmatige verlichting in de vorm van afstandsbepalingen zijn er niet. De regelgeving richt zich vooral op de lichtbronnen, de veroorzakers van licht. Specifiek voor bestemmingsplannen is voor sommige activiteiten Hoofdstuk 7 Milieueffectrapportage Wm van toepassing. Bijvoorbeeld voor grote projecten waarbij lichthinder kan ontstaan, is kunstmatige verlichting een van de milieuaspecten waarop het een en ander moet worden afgewogen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan (auto)wegen, grote oppervlakten met kassen, grote woningbouw projecten, stadsontwikkelingsprojecten of industriegebieden. De kern van het rijksbeleid ten aanzien van licht is dat donkerte hoort tot een van de kernkwaliteiten van het landschap onder het kopje belevingskwaliteit. Het rijksbeleid is gericht op het in beeld brengen, realiseren en veiligstellen van de gewenste leefomgevingskwaliteit door het terugdringen van verstoring door activiteiten op het platteland (geluid, licht, stank). Ook worden het gebruik van energiezuinige (straat)verlichting bij gemeenten en provincies bevorderd met behoud van kwaliteit en (verkeers)veiligheid. Doorwerking plangebied Onderhavig planinitiatief heeft betrekking op bestaand stedelijk gebied, waar al veel verlichting aanwezig is. Het toevoegen van woningen en verlichtingen in de openbare ruimte zal dan ook niet leiden tot lichthinder.

Vanwege de ecologische waarde van de groenzone langs het plangebied, wordt verlichting daarbinnen zoveel mogelijk beperkt. Daarnaast kan lichthinder ontstaan van koplampen van autoverkeer. In het donker zullen auto's over het parkeerterrein rijden. Dit is een beperkt aantal auto's. Deze kunnen richting de woning van de Zwanensingel 7 schijnen. Gezien de afstand tot deze woning en de aanwezigheid van groen en bomen tussen de woning en het parkeerterrein, kan lichthinder worden uitgesloten. Ook voor andere woning wordt geen lichthinder verwacht door de realisatie van het parkeerterrein.

(vastgesteld)

47

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

4.16

Besluit m.e.r.

Milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. moet worden toegepast. Het besluit bevat bijlagen waaronder de C- en D-lijst. Door middel van deze lijsten kan bij het opstellen van een ruimtelijk plan worden beoordeeld of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit de C- en D-lijst geldt een m.e.r.-plicht. Bij sommige ontwikkelingen met activiteiten uit de D-lijst is een vormvrije m.e.r.-plicht mogelijk. Als een voorgenomen ontwikkeling activiteiten bevat zoals opgenomen in de D-lijst van het besluit m.e.r. (kolom 1), maar beneden de drempelwaarden in deze lijst ligt (kolom 2) dan is er een vormvrije m.e.r. mogelijk. Er dient bij elke m.e.r.-vorm een aanmeldnotitie te worden opgesteld. In overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit wordt beoordeeld of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).

Overigens moet daarnaast worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kan hebben, waarbij naast de drempelwaarden ook de omstandigheden ter plaatse worden betrokken. Dit in verband met het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 15 oktober 2009 (C-225/08). Bij een m.e.r.-plicht dient een milieueffectrapportage gemaakt te worden en bij een m.e.r.-beoordelingsplicht dient een afweging te worden gemaakt door het bevoegd gezag of een m.e.r. opgestart zal worden. Doorwerking plangebied Het type en omvang van een ontwikkeling, die relevant zijn in het kader van het Besluit m.e.r., staan beschreven in bijlage C en D, onder de kolom 'drempelwaarde' van het Besluit m.e.r. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling in de vorm van een aanmeldnotitie worden opgesteld. De ontwikkeling van maximaal 168 woningen valt onder de activiteit "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" zoals opgenomen in bijlage D onder D11.2 in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. Geen van de genoemde drempelwaarden uit kolom 2 wordt overschreden. De vormvrije m.e.r.

- beoordeling is toegevoegd als Bijlage 18 aan voorliggend bestemmingsplan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is bijgevoegd als Bijlage 19.

48

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.

5.2

De opzet van de planregels

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc. Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden.

Dit bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Groen; Verkeer; Water Woongebied; Leiding - Gas Leiding - Warmtetransportleiding Waarde - Archeologie 2 Artikel 3 - Groen Binnen de bestemming Groen zijn functies als groenvoorzieningen, plantsoenen, parken, ontsluitingen, paden en nutsvoorzieningen toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt. Uitsluitend kleine gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zijn hier toegestaan. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming toegestaan, zoals straatmeubilair en speeltoestellen.

(vastgesteld)

49

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Artikel 4 - Verkeer De parkeervoorzieningen en ontsluitingswegen in het plangebied kennen de bestemming Verkeer. Binnen deze bestemming zijn functies als parkeervoorzieningen, wegen, paden en ontsluitingen toegestaan. Gebouwen mogen enkel worden gebouwd ten behoeve van nutsvoorzieningen en abri's. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen ten dienste van de bestemming worden gebouwd, zoals straatmeubilair. Artikel 5 - Water De bestemming Water is bestemd voor water en bijbehorende voorzieningen. Deze bestemming is specifiek toegespitst op de watergang in het zuiden van het plangebied. Artikel 6 - Woongebied Binnen de bestemming Woongebied zijn appartementen en grondgebonden woningen toegestaan. Er zijn geen bouwvlakken opgenomen. Hierdoor is enige flexibiliteit opgenomen ten behoeve van het stedenbouwkundige plan. In de algemene bouwregels is bepaald dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 168. Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - geluid moeten aanvullende maatregelen worden getroffen om te voldoen aan de eisen omtrent geluid. De woningen moeten op een dusdanige manier worden ontworpen, zodat deze als het ware een geluidsscherm vormen voor het binnenterrein. Artikel 7 - Leiding - Gas In het plangebied ligt een gasleiding.

Middels een dubbelbestemming wordt gewaarborgd dat het niet is toegestaan om gebouwen binnen deze dubbelbestemming te realiseren. Artikel 8 - Leiding - Warmtetransportleiding In het plangebied ligt een warmtetransportleiding. Middels een dubbelbestemming wordt gewaarborgd dat het niet is toegestaan om gebouwen binnen deze dubbelbestemming te realiseren. Artikel 9 - Waarde - Archeologie 2 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 ligt over het gehele plangebied. Deze bestemming is opgenomen om de aanwezige archeologische waarden planologisch te beschermen. Op basis van de regeling is een archeologisch onderzoek noodzakelijk bij het oprichten van hoofdgebouwen, of bij uitbreidingen van bijgebouwen van tenminste 0,3 meter diep en een oppervlakte van 100 m 2. De regels gelden ook voor werken, geen bouwwerken zijnde en voor werkzaamheden die mogelijke archeologische waarden kunnen schaden. Pas nadat is vastgesteld dat archeologische waarden niet geschaad zullen worden door de werkzaamheden, kan een omgevingsvergunning worden verleend.

Algemene regels Artikel 10 - Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 11 - Algemene bouwregels De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen en bevatten bepalingen over het overschrijden van de bestemmings- en/of bouwvlakken ten behoeve van ondergeschikte 50

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel bouwonderdelen. Daarnaast zijn in dit artikel voorwaardelijke verplichtingen opgenomen ten aanzien van parkeren, geluid en het maximaal aantal woningen. Artikel 12 - Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels worden aanvullende regels gesteld ten aanzien van het gebruik binnen de grenzen van het bestemmingsplan. Artikel 13 - Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels worden nadere regels gesteld voor het bouwen binnen de aanduiding 'geluidzone - industrie'. Artikel 14 - Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels zijn regels opgenomen om af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van kleine overschrijdingen van de bestemmings- en bouwgrenzen en de bouwhoogte, voor het toestaan van gebouwen van algemeen nut en voor aanpassingen van geringe mate aan wegen. Overgangs- en slotregels In artikel 15 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is artikel 16 opgenomen, de slotbepaling, welke de titel van het plan en de regels bevat.

(vastgesteld)

51

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Het initiatief komt voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Middels een koop- en realisatieovereenkomst wordt bouwrijpe grond verkocht aan de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is om deze reden niet noodzakelijk. Na ondertekening van de koop- en realisatieovereenkomst zal een grondexploitatie aan de gemeenteraad ter vaststelling worden voorgelegd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Participatie

De initiatiefnemer heeft in het kader van participatie in de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan één op één gesprekken gevoerd met o.a. direct omwonenden van het plangebied en met het ontwikkelplatform Holy Zuid. Doel van de participatie was het breed informeren over de plannen en ophalen wat er in de omgeving leeft. De volgende bijeenkomsten hebben plaatsgevonden: Op 16 mei 2023 en 21 november 203 heeft overleg plaatsgevonden met het ontwikkelplatform; Op 27 mei 2023 heeft participatie plaatsgevonden met de direct omwonenden; Op 5 december 2023 heeft participatie plaatsgevonden met met de exploitant van het sportcentrum en met de bewoner van een woning aan de Zwanensingel; Op 7 december 2023 heeft een gesprek plaatsgevonden met eigenaar van de snackbar 't Zwaantje. Er is voor gekozen om de snackbar 't Zwaantje nu niet rechtsreeks op te nemen in het plangebied van het bestemmingsplan. Na de vaststelling van het bestemmingsplan zal een nieuwe locatie (in of in de directe nabijheid van het plangebied) worden gezocht voor de snackbar. Hiervoor zal een separate ruimtelijke procedure worden doorlopen. De eigenaar is per e-mail van 6 juni 2024 geïnformeerd over de keuze en over de vervolgprocedure.

Op 19 december 2023 (voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan) is een participatieavond georganiseerd in de Kerk van de Nazarener waar omwonenden voor uit zijn genodigd. 6.2.2

Wettelijke procedure

Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is gedeeld met diverse overleginstanties in het kader van het vooroverleg. Er zijn reacties ontvangen van vijf overleginstanties. Het Hoogheemraadschap Delfland heeft opmerkingen gemaakt over de waterparagraaf. Op basis van deze opmerkingen is deze paragraaf aangepast en aangevuld. Het hoogheemraadschap heeft tevens verzocht om exacte cijfers op te nemen in de voorwaardelijke verplichting voor watercompensatie. Dit is echter nog niet mogelijk, omdat het stedenbouwkundig plan niet vaststaat. Daardoor kan de watercompensatie nog hoger of lager uitvallen. Daarnaast geven exacte cijfers géén tot weinig juridische flexibiliteit bij toekomstige vergunningverlening. De algemene bepaling zoals nu opgenomen in de voorwaardelijke verplichting borgt de belangen van het Hoogheemraadschap in voldoende mate.

52

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel De Veiligheidsregio Rottterdam-Rijnmond heeft geadviseerd op het aspect veiligheid. De opmerkingen zijn, waar mogelijk, verwerkt in de paragraaf externe veiligheid. Bij de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan wordt rekening gehouden met de veiligheidseisen. De Gasunie heeft geadviseerd over de aanwezigheid van de warmtetransportleiding en aardgastransportleiding in het plangebied. Deze leidingen zijn middels een dubbelbestemming in het bestemmingsplan opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming liggen beperkingen voor het bouwen van gebouwen, of het aanleggen van verharding. De GGD Rotterdam-Rijnmond heeft geadviseerd over de gezondheidsrisico's in het plangebied, met name vanwege luchtverontreiniging en geluidbelasting. De reactie wordt meegenomen bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het maken van de bouwtekeningen. Tennet heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben over het plan. De nota van vooroverlegreacties is bijgevoegd in Bijlage 20. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is door het college van burgemeester en wethouders per 21 december 2023 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder kon een zienswijze indienen tegen het plan. Er zijn drie zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn zorgvuldig afgewogen en voorzien van een antwoord.

Deze zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in de regels, toelichting en verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijzen zijn samengevat, afgewogen en beantwoord in de Nota van zienswijzen. De nota van zienswijzen is opgenomen in Bijlage 21.

(vastgesteld)

53

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

Bijlagen bij toelichting

54

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

Bijlage 1

Quickscan Waterbergingsopgave

Bijlage 2

Resultaat Watersleutel

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

Bijlage 4

Besluit hogere waarden

Bijlage 5

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 7

Archeologisch Onderzoek

Bijlage 8

Quickscan Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 9

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 10

Quickscan Flora & Fauna

Bijlage 11

Nader ecologisch onderzoek

Bijlage 12

Bomen Effect Analyse

Bijlage 13

Aerius-rapportage

Bijlage 14

Aerius berekening realisatiefase

Bijlage 15

Aerius berekening gebruiksfase

Bijlage 16

Verkeersonderzoek

Bijlage 17

Bezonningsstudie

Bijlage 18

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

(vastgesteld)

55

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

Bijlage 19

m.e.r.-beoordelingsbesluit

Bijlage 20

Nota van vooroverlegreacties

Bijlage 21

Zienswijzennota

56

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

Regels

(vastgesteld)

57

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze planregels worden verstaan onder: 1.1

plan

Het bestemmingsplan 'De Parkhoven Zwanensingel' met identificatienummer NL.IMRO.0622.0321bpPkhZ2023- 0030 van de gemeente Vlaardingen. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aaneengebouwde woning

een woning waarvan het hoofdgebouw onderdeel uitmaakt van (een rij van) minimaal drie hoofdgebouwen die minimaal aan één zijde met het naastgelegen hoofdgebouw zijn verbonden. 1.6

aan- en uitbouwen

een grondgebonden ondergeschikte uitbreiding van één bouwlaag aan één of meer gevels van een hoofdgebouw. 1.7

abri

een overdekte, niet afgesloten wachtruimte bij een bushalte. 1.8

achtererf

het bij het hoofdgebouw behorende erf, dat is gelegen achter de achtergevellijn of in ieder geval achter het bouwvlak. 1.9

achtergevel

de gevel achter de voorgevel, meestal evenwijdig daaraan, zoals deze oorspronkelijk bij de bouw is gerealiseerd. 1.10

achtergevellijn

de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een hoofdgebouw tussen de perceelsgrenzen. 1.11

ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.12

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het belang voor de archeologie en de kennis van de beschavingsgeschiedenis.

58

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14368172/1