09.1 BP De Parkhoven Zwanensingel - Toelichting en Regels
Tekst van het document
De Parkhoven Zwanensingel
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Gekozen planopzet
6 6 6 8 10
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Nationaal beleid 2.2 Provinciaal en regionaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid
11 11 14 17
Hoofdstuk 3 Beschrijving van het plan 3.1 Bestaande situatie 3.2 Toekomstige situatie
23 23 24
Hoofdstuk 4 Toetsing aan Omgevingsaspecten 4.1 Water 4.2 Milieuzonering 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Externe veiligheid 4.6 Bodem 4.7 Archeologie 4.8 Ontplofbare Oorlogsresten 4.9 Cultuurhistorie 4.10 Flora en fauna 4.11 Duurzaamheid en energie 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Verkeer en parkeren 4.14 Bezonning en schaduwwerking 4.15 Licht 4.16 Besluit m.e.r.
26 26 29 30 32 34 36 37 38 39 40 42 43 44 46 47 48
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Inleiding 5.2 De opzet van de planregels
49 49 49
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
52 52 52
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Quickscan Waterbergingsopgave Bijlage 2 Resultaat Watersleutel Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Bijlage 4 Besluit hogere waarden Bijlage 5 Onderzoek externe veiligheid Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7 Archeologisch Onderzoek Bijlage 8 Quickscan Ontplofbare Oorlogsresten Bijlage 9 Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Bijlage 10 Quickscan Flora & Fauna Bijlage 11 Nader ecologisch onderzoek Bijlage 12 Bomen Effect Analyse Bijlage 13 Aerius-rapportage
54 55 55 55 55 55 55 55 55 55 55 55 55 55
2
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21
Aerius berekening realisatiefase Aerius berekening gebruiksfase Verkeersonderzoek Bezonningsstudie Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. m.e.r.-beoordelingsbesluit Nota van vooroverlegreacties Zienswijzennota
Regels
55 55 55 55 55 56 56 56
57
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
58 58 64
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Groen Verkeer Water Woongebied Leiding - Gas Leiding - Warmtetransportleiding Waarde - Archeologie - 2
65 65 66 67 68 71 73 75
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
77 77 78 79 80 81
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
82 82 83
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Toelichting
(vastgesteld)
5
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Zwanensingel in Vlaardingen waren in het verleden voetbalvelden aanwezig. De voetbalclub is echter verhuisd naar een nieuwe locatie elders in de wijk. Het terrein ligt sindsdien braak en kent geen actieve functie meer. Het woningtekort in Nederland is groot, zeker ook in de Randstad. Met dit bestemmingsplan wordt een nieuwe invulling gegeven aan het terrein. Deze binnenstedelijke locatie aan de rand van een woonwijk is een geschikte plek om woningbouw te realiseren. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 168 woningen mogelijk. Hiermee wordt een directe bijdrage geleverd aan het bestaande woningtekort in Vlaardingen en de regio Rotterdam.
1.2
Ligging en begrenzing
De stad Vlaardingen telt in 2023 circa 75.000 inwoners en is onderdeel van het metropoolgebied van Rotterdam. Vlaardingen wordt in het oosten begrensd door de A4, in het zuiden door de Nieuwe Maas, die onderdeel is van de Rotterdamse haven. Ten westen ligt Maassluis. Vlaardingen wordt in een noordelijk en zuidelijk deel gescheiden door de rijksweg A20. Het plangebied ligt in de wijk Holy, specifiek in Holy-Zuid. Holy-Zuid is onderdeel van een stadsuitbreiding in de jaren '60 van de 20e eeuw. In de directe omgeving van het plangebied is op een aantal locaties nieuwbouw gerealiseerd, specifiek ten noorden van het plangebied. Het plangebied heeft in het verleden een sportfunctie gehad. De sportvoorzieningen zijn echter verdwenen. Het terrein ligt nu braak en heeft geen actieve gebruiksfunctie meer. Het plangebied is weergegeven in de onderstaande afbeeldingen.
6
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied in het rode vlak
(vastgesteld)
7
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Afbeelding 2: Begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied gelden in de bestaande situatie de volgende bestemmingsplannen en besluiten: Bestemmingsplan "Holy-Zuid", vastgesteld op 3 november 1966; Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019", vastgesteld op 30 januari 2020; Bestemmingsplan "Paraplu bestemmingsplan Wonen", vastgesteld op 15 oktober 2020; Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Darkstores en flitsbezorging", vastgesteld op 15 juni 2023. Inpassingsplan Warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag. Met name de bestemmingsplannen "Holy-Zuid" en "Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019" zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling. In paragraaf 4.13 zal nader ingegaan worden op de toegepaste parkeernormen. De bestemmingsplannen "Paraplu bestemmingsplan Wonen" en "Paraplubestemmingsplan Darkstores en flitsbezorging" hebben geen directe invloed op de beoogde ontwikkeling. Daarnaast heeft het ontwerp paraplubestemmingsplan Wonen 2024 ter inzage gelegen. Vooruitlopend op de vaststelling van het paraplubestemmingsplan, worden de regels hieruit verwerkt in de regels van onderhavig bestemmingsplan.
8
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Bestemmingsplan Holy-Zuid Het bestemmingsplan Holy-Zuid is het voornaamste bestemmingsplan in het plangebied. In het plangebied gelden de volgende bestemmingen Weg, voetpad of plein, parkeerterrein en/of parkeerstrook, rijwielpad (artikel 19); Openbaar groen, plantsoen of berm (artikel 24); Water (artikel 25); Sportterrein (artikel 26). Afbeelding 3 geeft een uitsnede van het bestemmingsplan weer. Geen van de aanwezige bestemmingen staat de bouw van een nieuwe woonwijk toe. Ook zijn de beoogde parkeerplaatsen en de groenvoorzieningen in strijd met de geldende bestemmingen. Het vigerende bestemmingsplan kent geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden dan wel wijzigingsbevoegdheden om de ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om het juiste juridisch-planologisch kader te bieden.
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan Holy-Zuid Inpassingsplan Warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag Het inpassingsplan Warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag ligt in het noordelijke deel van het plangebied. Ter plaatse van het inpassingsplan geldt de dubbelbestemming 'Leiding Warmtetransportleiding'. Binnen de dubbelbestemming ligt het figuur 'hartlijn leiding warmtetransport'. De gevolgen van de dubbelbestemming wordt nader toegelicht in paragraaf 4.12.
(vastgesteld)
9
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
1.4
Gekozen planopzet
Dit bestemmingsplan sluit qua juridisch-planologische regeling op hoofdlijnen aan bij de diverse uitwerkingsplannen in de directe omgeving van het plangebied. Het bestemmingsplan wordt daarmee op een logische wijze ingepast binnen de bestaande bestemmingsplan systematiek in Vlaardingen. Wel is er enige flexibiliteit in het bestemmingsplan opgenomen door niet voor elke woning een specifiek bouwvlak op te nemen. Op deze wijze kan het stedenbouwkundige plan nog gewijzigd worden indien dat gewenst is en/of daar noodzaak toe bestaat. Het bestemmingsplan voorziet in hoofdlijnen wel in een duidelijke opzet van de beoogde woonwijk met rechtszekerheid voor alle partijen en belanghebbenden. De planregeling geschiedt door middel van bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Deze bindende planstukken worden nader onderbouwd met de voorliggende toelichting. Wat betreft de plansystematiek sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Vlaardingen, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).
10
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Hoofdstuk 2
Beleidskader
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Vlaardingen en in het bijzonder die voor het beoogde woningbouwplan De Parkhoven.
2.1
Nationaal beleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al deze opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen maken. De NOVI is opgesteld als voorbereiding op de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt.
Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken zijn in de NOVI 21 nationale belangen benoemd waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Doorwerking plangebied De NOVI kent, net als de voorheen geldende SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte), een hoog abstractieniveau waardoor er op lokaal niveau weinig directe opgaven zijn.
De vier prioriteiten zijn abstract, de 21 nationale belangen geven wel richtlijnen voor lokale projecten om een bijdrage te leveren aan de nationale doelstellingen. Deze richtlijnen zijn in principe niet allemaal bindend voor de lagere overheden. Wel zijn de belangrijkste nationale belangen juridisch geborgd in het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, paragraaf 2.1.2) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, paragraaf 2.1.3). Voorliggend plan draagt met name bij om in de acute woningbehoefte te voorzien. Duurzaamheid en klimaatadaptatie krijgen daarnaast ook een steeds belangrijkere rol in de ruimtelijke ontwikkeling. De beoogde woningbouw voorziet in moderne, duurzame woningen. Met de beoogde groene inpassing wordt tevens een bijdrage geleverd aan de gevolgen van klimaatadaptatie. Voor de groene inpassing is specifiek een bomenstudie gedaan, welke in paragraaf 4.10 nader toegelicht zal worden. (vastgesteld)
11
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel De woningbouwontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt past binnen de prioriteiten en de nationale belangen zoals vastgelegd in de NOVI. De NOVI vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en is geconsolideerd op 1 januari 2017. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen die genoemd zijn in de conceptversie van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De 14 nationale belangen in het Barro zijn: 1. Rijksvaarwegen 2. Mainportontwikkeling Rotterdam 3. Kustfundament 4. Grote rivieren 5. Waddenzee en waddengebied 6. Defensie 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen 8. Elektriciteitsvoorziening 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen 10. Natuurnetwerk Nederland 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het merendeel van de regels in het Barro legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen.
Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Ter plaatse van het plangebied gelden vanuit het Barro geen nationale belangen. Aangezien het planinitiatief ook geen ruimtelijke ontwikkeling van nationaal belang betreft, heeft de Barro geen doorwerking op het planinitiatief. Het Barro vorm geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. 2.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in bestaand of nieuwe stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd, waarbij zorgvuldig ruimtegebruik voorop staat. In de praktijk werd de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking als lastig ervaren. Daarom is op 1 juli 2017 het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De derde trede is geschrapt en de eerste twee treden zijn samengevoegd. Hiermee is de 3-trapsstructuur losgelaten. Ook zijn de termen 'actueel' en 'regionaal' geschrapt die waren opgenomen in de voormalige eerste trede. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze luidt:
12
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook hier is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader gespecificeerd.
Indien het om een woningbouwlocatie gaat, geldt het volgende uitgangspunt: "Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt." Doorwerking plangebied Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 168 woningen. Er is daarmee sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Op grond van artikel 3.1.6 Bro wordt de behoefte van de ontwikkeling hieronder verder toegelicht. Behoefte van de voorgestelde ontwikkeling In de randstad is een grote druk op de woningmarkt, welke nog steeds toeneemt. De woningmarkt is overspannen. Mede door het kleiner worden van de huishoudens en de groeiende bevolking is er op dit moment meer vraag dan aanbod. In paragraaf 2.2.3 wordt ingegaan op de regionale woonvisie. Hieruit blijkt dat in de regio Rotterdam een grote woningbehoefte bestaat in alle segmenten. Onderhavig plan sluit aan op de uitgangspunten van deze woonvisie. Daarnaast is door de gemeente Vlaardingen een woonvisie opgesteld met een bijbehorend uitvoeringsplan. Deze beleidsstukken worden nader toegelicht in paragrafen 2.3.2 en 2.3.3. De stad wil groeien tot 39.000 woningen in 2030.
Daarvoor is een groei benodigd van ongeveer 3.500 woningen in een periode van 10 jaar. Om dit doel te halen, zijn diverse locaties aangewezen als potentiële ontwikkellocaties. Het plangebied van de voorgenomen ontwikkeling is in de woonvisie opgenomen als een ontwikkellocatie voor woningbouw, waar hoofdzakelijk grondgebonden woningen, maar ook appartementen gerealiseerd kunnen worden. Onderhavig planinitiatief draagt bij aan deze doelstelling door maximaal 168 woningen in het plangebied te realiseren. Het woningbouwprogramma ziet op een combinatie van appartementen en grondgebonden woningen. Daarmee wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling inspeelt op de woningbehoefte in Vlaardingen. Er wordt dan ook voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking, omdat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en het voorzien in een vraag naar woningen.
(vastgesteld)
13
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie is op 1 april 2023 geactualiseerd vastgesteld door de provincie Zuid-Holland in het kader van de Omgevingswet die in 2024 in werking treedt. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De provincie stelt in het document 'inleiding' dat onderdeel is van de Omgevingsvisie, de visie, ambities en opgaven voor de provincie. Het omvat 6 richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: 1. Naar een klimaatbestendige delta; 2. Naar een nieuwe economie: the next level; 3. Naar een levendige meerkernige metropool; 4. Energievernieuwing; 5. Best bereikbare provincie; 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; Naast de 6 ambities benoemt de provincie 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' in de Omgevingsvisie die vanuit provinciaal belang zijn ontwikkeld. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners.
De 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' zijn als volgt: Landschap en cultuurhistorie; Gezondheid en veiligheid; Natuur en recreatie; Ruimte en verstedelijking; Wonen; Bodem en ondergrond; Cultuurparticipatie en bibliotheken; Klimaatadaptatie; Zoetwater en drinkwater; Bereikbaarheid; Regionale economie; Energievoorziening. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Voorliggend bestemmingsplan heeft met name een relatie tot de opgaven 'Ruimte en verstedelijking' en 'Wonen'. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling voor maximaal 168 woningen vindt plaats binnen het bestaande stedelijk gebied van de kern Vlaardingen. Het voldoet daarmee aan het uitgangspunt dat woningbouw zoveel als mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvindt. De behoefte aan woningbouw in Nederland is groot, zo ook voor de regio Rotterdam. Waar mogelijk moeten kansen in de bestaande stedelijke omgeving dan ook benut worden. Op deze manier ontstaat een optimale benutting van de stedelijke omgeving.
De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is dan ook passend binnen de opgaven 'Ruimte en verstedelijking' en 'Wonen'. De ruimtelijke kwaliteitstoets en daarmee het provinciale belang is afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling. Het plangebied wordt reeds omgeven door (woon)bebouwing en is in het verleden gebruikt ten behoeve van sportvelden. Voorliggend bestemmingsplan maakt de herstructurering van de bestaande woonwijk mogelijk, passend binnen de bestaande stedenbouwkundige structuren. De ontwikkeling dient dan ook geclassificeerd te worden als 'Inpassing'. De rol van de provincie is in dit geval dan ook beperkt, mede vanwege de constatering dat er geen specifieke ruimtelijke kwaliteiten aanwezig zijn ter plaatse.
14
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouwontwikkeling passend is binnen de uitgangspunten zoals gesteld in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. 2.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De Omgevingsverordening Zuid-Holland is geactualiseerd en vastgesteld door de Provinciale Staten van Zuid-Holland en op 1 april 2023 in werking getreden. De omgevingsverordening vormt het juridische fundament van de Omgevingsvisie Zuid-Holland. De inhoud van de omgevingsvisie is daarbij voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de omgevingsverordening is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bestemmingsplannen. Onderdeel van Afdeling 6.2 zijn de artikelen Ruimtelijke Kwaliteit (6.9) en stedelijke ontwikkelingen (6.10). Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 wordt feitelijke provinciale betrokkenheid bij bestemmingsplanprocedure vastgelegd. De betrokkenheid wordt (zoals benoemd in paragraaf 2.2.1) bepaald op basis van de aard en omvang van het plan. Geconcludeerd is dat het bestemmingsplan een bouwplan mogelijk maakt dat valt binnen de categorie 'inpassen'. In artikel 6.9, lid 5 sub a staat hierover het volgende: 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 6.9 van de omgevingsverordening. Stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.10 wordt feitelijk de provinciale eis voor het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking geborgd. In artikel 6.10 staat hierover het volgende: a. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: 1. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; 2.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgezicht kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II van de omgevingsverordening en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X van de omgevingsverordening. b. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. c. Gedeputeerde staten kunnen bij de vaststelling van een regionaal woningbouwprogramma aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen, mits het regionaal woningbouwprogramma past in de regionale woonvisie en de regionale woonvisie een uitwerking bevat van de in de provinciale omgevingsvisie genoemde doelstellingen.
In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie en het regionale woningbouwprogramma bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. d. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde
(vastgesteld)
15
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel staten vastgestelde regionale visie. Het plangebied is in de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangemerkt als bestaand stads- en dorpsgebied. Eén van de speerpunten van het ruimtelijk beleid is om dit gebied beter te benutten. Het beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Tegelijkertijd is het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling sluit op deze punten aan, aangezien er sprake is van een ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied. Een braakliggend terrein krijgt middels deze ontwikkeling een nieuwe invulling. In het regionale woonakkord zijn afspraken gemaakt over het type te realiseren woningen in de regio Rotterdam. In Vlaardingen wordt 19% van de woningen als sociale huurwoning van een woningcorporatie gebouwd. Dit is nader onderbouwd in paragraaf 2.2.3. De ontwikkeling voorziet niet in sociale huurwoningen. De sociale huurwoningen worden op andere locaties in de gemeente gerealiseerd. Zoals in de volgende paragraaf is onderbouwd, wordt met onderhavige ontwikkeling voldaan aan het regionale woonakkoord. Daarmee wordt ook voldaan aan artikel 6.10, lid b van de provinciale omgevingsverordening. Daarmee past het plan binnen de kaders van de provinciale omgevingsverordening. 2.2.3
Geactualiseerd Regioakkoord Wonen Regio Rotterdam 2022-2031
Op 27 januari 2022 is het geactualiseerde Regioakkoord Wonen Regio Rotterdam (hierna: regioakkoord) vastgesteld door 12 gemeenten, waaronder Vlaardingen, de woningcorporaties in de regio Rotterdam en de provincie Zuid Holland. In het regioakkoord maken de 12 gemeenten afspraken om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden in de periode van 2021 tot 2031. In het regioakkoord zijn de doelen vastgesteld en is afgesproken welke bijdrage iedere gemeente daaraan levert. Concreet zijn de volgende doelen vastgesteld: 1. De regio realiseert voldoende woningen in de totale voorraad. Daarbij hoort een groei van circa 71.600 woningen in de regio. 2. De regio realiseert voldoende woningen in de sociale voorraad. 3. De regio realiseert voldoende woningen in de middeldure voorraad, onderverdeeld naar corporatievoorraad en particuliere voorraad. 4. De regio realiseert een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningvoorraad. 5. De regio wil voldoende beschikbaarheid op lokaal niveau en een regionaal gelijkmatiger toegang tot de sociale voorraad van huurtoeslaggerechtigden. 6. De regio wil voldoende betaalbare woningen met een huur onder de bovenste aftoppingsgrens op lokaal niveau en meer balans van deze voorraad in de regio.
Doorwerking plangebied Concreet voor de gemeente Vlaardingen betekent het regioakkoord dat de ambities uit de woonvisie worden gehandhaafd oftewel toegroeien naar een woningvoorraad van 39.000 woningen in 2030; de sociale corporatievoorraad blijft in aantal nagenoeg gelijk, maar daalt in aandeel en minimaal 50% van de toe te voegen woningen behoort tot het middel dure of dure prijssegment. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de realisatie van maximaal 168 woningen mogelijk gemaakt. Daarmee wordt bijgedragen aan het uitbreiden van de bestaande woningvoorraad in de regio Rotterdam. Het plan voorziet niet in sociale huurwoningen. Wel wordt voorzien in betaalbare -grens prijspeil 2022). Daarmee sluit de beoogde ontwikkeling aan op de doelstellingen van het geactualiseerde Regioakkoord.
16
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040
De Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040 beschrijft vier ambities richting 2040. Samen vormen deze ambities de koers voor de komende jaren. De vier ambities zijn: 1. Vlaardingen is sociaal en veilig Vlaardingen is in 2040 een sociale gemeente, waar men voor elkaar klaar staat en samen redzaam is. In een samenleving die steeds verder individualiseert onderscheidt Vlaardingen zich als stad waar saamhorigheid overheerst. Vlaardingen is een plek waar iedereen, ongeacht inkomen, opleidingsniveau, leeftijd en achtergrond, zich thuis en gehoord voelt. 2. Vlaardingen een woonstad voor iedereen Vlaardingen is in 2040 dé inclusieve woonstad in de metropoolregio. Er zijn woningen voor iedereen: bij de bouw van extra woningen en het opknappen en transformeren van bestaande woningen is ingezet op een gedifferentieerd en evenwichtig woningaanbod. Daarnaast is groen belangrijk in de gemeente. Ook bij de bouw van nieuwe woningen wordt hier rekening mee gehouden, bijvoorbeeld door de aanleg van groene daken en groene gevels. 3. Vlaardingen als innovatieve opleider Vlaardingen onderscheidt zich in 2040 met écht innovatief onderwijs. Neem nu de Food Innovation Academy (FIA) en de Care Innovation Academy (CIA): het onderwijs werkt nauw samen met onderzoeksinstellingen, het bedrijfsleven en regionale overheden om op te leiden, onderzoek te doen en te innoveren. 4.
De Vlaardingse binnenstad leeft De binnenstad van Vlaardingen is in 2040 hét hart van de gemeente. Het is een populaire plek bij Vlaardingers en bezoekers uit de regio. De gezellige binnenstad is multifunctioneel, er zijn veel evenementen en kleinschalige recreatie. Doorwerking planinitiatief Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 168 woningen in Vlaardingen. Er wordt ingezet op een gedifferentieerd woningaanbod, waarbij een aanzienlijk deel in het betaalbare segment wordt gerealiseerd. In paragraaf 3.2 wordt een nadere toelichting gegeven op het beoogde woningbouwprogramma. Daarnaast wordt het bestaande park aangrenzend aan het plangebied behouden. In aanvulling daarop worden diverse vormen van groen in het plangebied gerealiseerd en vindt een uitgebreide bomeneffectanalyse plaats (paragraaf 4.10). Daarmee wordt met name bijgedragen aan de tweede ambitie van de toekomstvisie. Het plan draagt niet direct bij aan de andere ambities, maar doet ook geen afbreuk aan deze ambities. Daarmee sluit het plan goed aan op de Toekomstvisie Vlaardingen 2020-2040. 2.3.2
Woonvisie - Samen bouwen aan Vlaardingen
De gemeenteraad van Vlaardingen heeft in 2021 een nieuwe woonvisie met een bijbehorend uitvoeringsprogramma vastgesteld met een horizon tot 2030. Vlaardingen wil dat woningzoekenden een goede start kunnen maken en vervolgens een wooncarrière kunnen hebben. Vlaardingen is een aantrekkelijke woongemeente voor alle inkomensgroepen met een mix van diverse soorten woningen. De huidige woningvoorraad is echter onevenredig verdeeld en er is schaarste op nagenoeg alle woningcategorieën. Hierdoor zijn de mogelijkheden om te starten op de woningmarkt, of om door te stromen naar een nieuwe woning, beperkt. Daarom gaat Vlaardingen bouwen en blijft er oog voor de bestaande woningvoorraad. Op basis van vijf ontwikkellijnen wordt gewerkt om Vlaardingen te maken tot woonstad van iedereen. Deze zijn als volgt: 1. Samen bouwen aan Vlaardingen Vlaardingen groeit in 2030 tot 39.000 woningen. Dit betekent een toename van circa 3.500 woningen ten opzichte van 2020. (vastgesteld)
17
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel 2. Iedereen meer op zijn plek Bij het bouwen van nieuwe woningen wordt gekeken waar per wijk behoefte aan is. Daarnaast wordt de leefbaarheid waar mogelijk verbeterd. 3. Extra aandacht waar nodig Om de balans in Vlaardingen terug te brengen wordt gewerkt aan het voorkomen en aanpakken van ongewenste situaties. Dit gebeurt zowel preventief als via handhaving. 4. Bestaande voorraad klaar voor de toekomst De gemeente Vlaardingen wil inwoners ondersteunen met het onderhouden, verbeteren en verduurzamen van bestaande woningen. 5. Natuurlijk, Vlaardingen! Door nieuwe woningen te bouwen worden inwoners van buiten aangetrokken, maar worden ook mogelijkheden geboden voor eigen woningzoekenden. De gemeente wil voorkomen dat Vlaardingers de stad verlaten, maar tegelijkertijd worden ook nieuwe bewoners aangetrokken. Doorwerking plangebied In de woonvisie zijn 15 locaties aangewezen voor potentiële woningbouwontwikkelingen. Onderhavig plangebied betreft één van deze aangewezen locaties. In de periode van 2025-2030 wordt gestreefd om aan de Zwanensingel ongeveer 165 woningen te realiseren. Dit betreft onderhavig plangebied, samen met het naastgelegen sportcentrum. Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 168 woningen.
Dit betreft een gedifferentieerd woonprogramma waar woningen in het betaalbare, middeldure en dure segment worden gerealiseerd. Daarmee wordt voorzien in woningen voor verschillende doelgroepen. Deze verdeling vertaalt zich in de realisatie van hoofdzakelijk grondgebonden geschakelde woningen. Daarnaast worden ook 60 appartementen gerealiseerd. Daarmee wordt aangesloten op de Woonvisie 2021-2030, aangezien enerzijds de woningvoorraad wordt uitgebreid, maar ook wordt aangesloten op de specifieke behoeften in Vlaardingen.
18
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Afbeelding 4: Overzicht van nieuwbouwlocaties in de gemeente Vlaardingen 2.3.3
Uitvoeringsplan - Samen bouwen aan Vlaardingen
Het Uitvoeringsplan - Samen bouwen aan Vlaardingen laat zien hoe concrete stappen worden gezet om de ambities van de woonvisie te verwezenlijken. Daarbij wordt specifiek gekeken naar vijf deelgebieden in de gemeente. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in Holy. Op de onderstaande kaart zijn de beoogde woningbouwontwikkelingen van 2022 tot 2030 weergegeven. Het plangebied van onderhavige ontwikkeling is ook aangewezen als een toekomstige woningbouwontwikkeling. Voor de Zwanensingelstrook zijn 135 grondgebonden koopwoningen en 30 koopappartementen voorzien. De voorgenomen ontwikkeling sluit in hoofdlijnen aan op het uitvoeringsplan door nieuwbouw te realiseren in de vorm van grondgebonden woningen en appartementen. Het exacte woningbouwprogramma wordt in een later stadium vormgegeven. De maximale invulling bedraagt 168 woningen. Hiermee wordt afgeweken van het uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan toont aantallen van het woningbouwprogramma van eind 2021. Een weergave van het woningbouwprogramma is van het programma voor de Parkhoven dragen bij aan de ambities uit de Woonvisie. Ondanks het afwijken van het uitvoeringsplan wordt wel een programma samengesteld die aansluit op de huidige woningbehoefte in de regio. Doordat er meer appartementen worden gebouwd, wordt een andere doelgroep bediend, waarvoor tevens een vraag naar woningen bestaat.
Daarmee sluit het beoogde woningaanbod aan op de huidige woonvraag in Vlaardingen.
(vastgesteld)
19
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Het uitvoeringsplan geeft voor onderhavige locatie geen kaders voor het segment van de te realiseren woningen. Met het programma, zoals ook in paragraaf 2.3.2 toegelicht, wordt een gedifferentieerd woningaanbod gecreëerd in het koopsegment. Daarmee wordt aangesloten op de woningbehoefte in Vlaardingen.
Afbeelding 5: Woningbouwontwikkelingen in Holy 2.3.4
Afvalstoffen
Op grond van artikel 10.23 Wet milieubeheer (Wm) zijn gemeenten verplicht een afvalstoffenverordening vast te stellen in het belang van de bescherming van het milieu met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Artikel 10.24 Wm schrijft de verplichte inhoud van de afvalstoffenverordening voor. Sinds 1 juli 2020 is ook het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (Besluit GIHA) van kracht. Gemeenten zijn nu wettelijk verplicht om gft/e, papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen gaat deze verplichting in per 1 januari 2025.
20
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel In Vlaardingen is de Afvalstoffenverordening Vlaardingen 2014 van kracht waarin de gescheiden inzameling van afvalstoffen is opgenomen. Het belang van een Afvalstoffenverordening neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en -inzameling zijn daarbij van wezenlijk belang. Gemeenten werken mee aan het Uitvoeringsprogramma VANG (Van Afval Naar Grondstof) Huishoudelijk Afval van het Rijk om te komen tot minder huishoudelijk afval dat uiteindelijk in de verbrandingsoven verdwijnt en tot het beschikbaar krijgen van meer waardevolle grondstoffen van de juiste kwaliteit. Voor nieuwbouw geldt dat restafval van alle huishoudens (dus zowel grondgebonden als gestapelde woningen) uitsluitend wordt ingezameld met ondergrondse containers. Deze staan in de openbare ruimte. Gerekend wordt met 40 huishoudens per restafvalcontainer. Bij locaties met meer dan 100 huishoudens met gestapelde bouw wordt daarnaast met minimaal 1 ondergrondse container voor oud papier en karton (OPK) gerekend.
De maximale loopafstand naar een restafvalcontainer is 125 meter, naar een papiercontainer 250 meter. De uitgangspunten wat betreft de plaatsing van afvalcontainers zijn vastgelegd in de Standaard Uitvoeringseisen Vlaardingen (SUV) en zijn leidend voor de projectontwikkelaar. Voor grondgebonden woningen is het aangewezen inzamelmiddel op basis van de afvalstoffenverordening, een minicontainer (kliko) voor groente-, fruit-, en tuinafval (GFT) en een minicontainer (kliko) voor oud papier en karton (OPK). Deze minicontainers worden op eigen perceel gestald. Op inzameldagen worden de minicontainers aangeboden door de gebruiker, geleegd door de inzameldienst (Irado) en weer teruggenomen door de gebruiker. Regels voor het aanbieden staan in het uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlaardingen. Ten gunste van efficiëntie en ordentelijkheid in de openbare ruimte en de verkeersveiligheid rondom de inzameling is het gewenst dat minicontainers geclusterd kunnen worden aangeboden. Hiervoor zijn clusterplaatsen nodig. Clusterplaatsen worden in het ontwerp of met een aanwijzingsbesluit vastgesteld. Gestapelde woningen gebruiken voor hun groente-, fruit-, en etensresten (GFE) een bovengrondse GFE-zuil die zich in de openbare ruimte bevindt. In deze zuil staan 1 of meerdere rolcontainers die door de inzameldienst (Irado) worden geleegd.
Gerekend wordt met circa 50 huishoudens per GFEzuil. Met betrekking tot de inzameling van afvalstoffen zijn- voor de gemeente en derden- ook andere wetten en verordeningen van belang naast de Wet milieubeheer. Het gaat dan ondermeer om de Algemene Plaatselijke Verordening (APV, plaatsen voorwerpen op of aan de openbare weg) en de Verordening reinigingsheffingen Vlaardingen (alleen degenen die betalen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen mogen gebruik maken van de inzamelstructuur). Doorwerking plangebied Benodigde afvalvoorzieningen Restafvalcontainers Uitgaande van 168 woningen zullen voor het in te zamelen huishoudelijk restafval 4 ondergrondse restafvalcontainers nodig zijn. Er wordt uitgegaan van 40 huishoudens per restafvalcontainer (Standaard Uitvoeringseisen Vlaardingen (SUV)). Restafvalcontainers in Vlaardingen zijn voorzien van een vulgraadmeter hetgeen betekent dat afvalinzamelaar Irado automatisch een seintje krijgt als een alleenstaande container of een cluster van restafvalcontainers voor 80% vol is. Irado komt vervolgens legen. Er wordt dus geleegd op vulgraad, niet op frequentie. Alle restafvalcontainers in Vlaardingen zijn afgesloten en voorzien van een paslezer. Met een afvalpas die in opdracht van de gemeente door Irado verstrekt wordt, kan de restafvalcontainer geopend worden.
Met de afvalpas kan men terecht bij alle restafvalcontainers in de gehele wijk (Holy- Zuid in dit geval). De maximale loopafstand naar een restafvalcontainer bedraagt 125 meter. GFE-zuil Ten behoeve van de 60 appartementen dient 1 bovengrondse GFE- zuil voor groente-, fruit-, en etensresten in de openbare ruimte geplaatst te worden.
(vastgesteld)
21
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Minicontainers (kliko's) voor grondgebonden woningen Grondgebonden woningen krijgen een minicontainer (kliko) voor groente-, fruit-, en tuinafval (GFT) en een minicontainer voor oud papier en karton (OPK). Als we uitgaan van 108 woningen met een tuin en achterom betekent dit dat er 108 GFT minicontainers en 108 OPK minicontainers benodigd zijn. Irado verstrekt deze minicontainers bij oplevering van de woningen. De minicontainers horen bij de woning. Zodra men verhuist laat men de minicontainers achter. Aan de Lepelaarsingel (achterkant flat) en de Sperwerlaan (hoek Zwaluwenlaan) zijn openbare containers voor oud papier en karton (OPK) aanwezig waar de toekomstige bewoners gebruik van kunnen maken. Deze containers zijn gelegen op loopafstand. Nieuwe containers voor glas- en OPK zijn niet benodigd. Kosten afvalvoorzieningen Alle aanschaf- en plaatsingskosten en verdere kosten die uit de plaatsing van de restafvalcontainers kunnen voortvloeien zijn voor rekening van opdrachtnemer van het nieuwbouwproject. Ditzelfde geldt voor de aanschaf- en plaatsingskosten van de GFE-zuil. De minicontainers voor GFT en OPK worden gratis door Irado verstrekt bij oplevering van de woningen. De benodigde afvalpassen worden eveneens gratis verstrekt door Irado in opdracht van de gemeente. De afvalpassen horen bij de woning. Indien men verhuist laat men deze achter.
Positionering afvalvoorzieningen Locaties restafvalcontainers Restafvalcontainers worden zoveel als mogelijk geclusterd (bij elkaar) geplaatst. De kortste afstand tot een opstal is 7 meter, tot een perceelgrens 2 meter. Er dient voor lediging niet achteruit gereden te hoeven worden door het inzamelvoertuig. De exacte positionering van de afvalcontainers wordt in een later stadium bepaald. Binnen de bestemming groen, verkeer en woongebied staat dit bestemmingsplan de plaatsing van afvalcontainers toe. Er zijn enkele varianten mogelijk om de afvalcontainers te plaatsen. Enerzijds kunnen 4 afvalcontainers bij elkaar worden geplaatst. Dit gebeurt op het parkeerterrein ter hoogte van de groene afscheiding tussen de twee hoven in. Anderzijds kunnen twee maal twee afvalcontainers worden geplaatst. Hierbij worden steeds twee afvalcontainers voor elk hof geplaatst op het parkeerterrein. Daarmee is voldoende zicht op de realisatie van voldoende afvalcontainers.
22
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving van het plan
Bestaande situatie
In het plangebied was in het verleden een voetbalvereniging gevestigd. De voetbalclub is verhuisd en sindsdien heeft het terrein braak gelegen. Wel is in het plangebied een snackbar gevestigd. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Zwanensingel. Aan de andere zijde van de Zwanensingel zijn woongebouwen aanwezig van 5 of 6 lagen hoog. Rondom deze appartementen is veel openbaar groen aanwezig. Ten noordoosten van het plangebied zijn recentelijk nieuwe geschakelde woningen gebouwd. Ten oosten van het plangebied is een sportcentrum gevestigd. Ten westen van het plangebied is een kerk aanwezig. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt een fietspad in een parkachtige omgeving. Ten zuiden daarvan ligt de rijksweg A20.
Afbeelding 6: Huidige situatie plangebied
(vastgesteld)
23
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
3.2
Toekomstige situatie
Voorliggend bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van maximaal 168 woningen mogelijk. De woningen worden in twee hoven gerealiseerd, welke qua architectuur en uitstraling aansluiten op de bestaande woningen in de omgeving. In het midden van deze hoven is ruimte voor parkeerplaatsen, tuinen en openbaar groen. De invulling van de hoven staat nog niet definitief vast. Met dit bestemmingsplan worden de kaders gesteld voor de ontwikkeling, waarbinnen het stedenbouwkundig plan nader uitgewerkt kan worden. De randen van de hoven worden groen aangekleed. Aan de buitenzijde van de hoven worden voetpaden aangelegd, zodat de bewoners via de buitenzijde bij hun woning kunnen komen. De planopzet brengt met zich mee dat er langs de Zwanensingel een stedelijke laan ontstaat met stadswoningen in verschillende formaten. Aan de zuidzijde van deze laan komen geschakelde, grondgebonden woningen, afgewisseld met appartementen op de hoek. De appartementen krijgen een hoogte van maximaal 4 bouwlagen. Hiermee wordt aangesloten op de welstandsnota, waar middelhoogbouw (3 of 4 bouwlagen) passend wordt bevonden. Onderdeel van het plan is het realiseren en aanplanten van een nieuwe bomenlaan aan de Zwanensingel. Bij de aanplant van nieuwe bomen wordt rekening gehouden met voldoende bovengrondse en ondergrondse groeiruimte op basis van het Handboek Bomen 2022.
De voorheen aanwezige bomen zijn vanwege de aanleg van WarmtelinQ gekapt. Op de plaatsen waar het groen het plangebied doorkruist ontstaan groene hoven. Aan deze hoven liggen hofwoningen. Hier is onderscheid gemaakt in woninggrootte en kapvormen, om een gevarieerd beeld te creëren. Aan de zuidzijde van de hoven liggen de parkwoningen. Deze woningen krijgen extra hoogte in de vorm van een lessenaarskap. Door de toepassing van een lessenaarskap, wordt de geluidhinder van de snelweg bij andere woningen gereduceerd, zoals is toegelicht in paragraaf 4.3. Daardoor is er sprake van een acceptabel geluidniveau en een goed woon- en leefklimaat voor de gehele nieuwe woonwijk. De hoeken van deze woningen worden geaccentueerd door woningen van vier lagen. Ook hier wordt gevarieerd in beukmaat en kapvorm, waardoor verschillende woningtypes ontstaan. Er wordt tenminste 30 meter afstand gehouden tot de Zwanensingel 7. Gezien de afstand en de groene afscheiding tussen dit woonperceel en de woningbouwontwikkeling, wordt de privacy voldoende gewaarborgd. Voor andere omwonenden wordt de privacy tevens niet aangetast. Er wordt een gedifferentieerd programma beoogd voor de Parkhoven. Het exacte bouwprogramma wordt in een later stadium definitief vastgesteld.
Het woningbouwprogramma omvat naar verwachting de volgende woningtypen: appartementen; herenhuizen; hofwoningen met een zadeldak; parkwoningen met een plat dak; parkwoningen met een lessenaarskap; woningen met een zadeldak. In afbeelding 7 is een impressie van de toekomstige inrichting van het plangebied te zien. De benodigde parkeerplaatsen worden in de hoven en aan de zijde van de Zwanensingel gerealiseerd. In paragraaf 4.13 wordt het parkeren nader onderbouwd en toegelicht. Op dit parkeerterrein wordt tevens ruimte gereserveerd voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers. De bestaande snackbar zal verplaatst moeten worden om de ontwikkeling mogelijk te maken. De nieuwe locatie van de snackbar wordt nader bepaald. Indien de nieuwe locatie in strijd is met het geldende bestemmingsplan, dan zal hiervoor een aparte procedure voor worden doorlopen. De verplaatsing van de snackbar is dan ook geen onderdeel van dit bestemmingsplan.
24
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Afbeelding 7: Stedenbouwkundige impressie De Parkhoven Beeldkwaliteit De gewenste beeldkwaliteit van de (vormgeving van de) bebouwing en de inrichting van de buitenruimte wordt vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan (BKP). Het BKP wordt door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota. Het BKP is daarom geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Doordat het BKP als onderdeel van de welstandsnota wordt vastgesteld, kan de welstandscommissie bij een aanvraag voor het bouwen toetsen aan de architectonische eisen die worden gesteld in het BKP. Daarmee is gewaarborgd dat de gewenste beeldkwaliteit van het gebied kan worden behaald.
(vastgesteld)
25
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
Hoofdstuk 4 4.1
Toetsing aan Omgevingsaspecten
Water
Nationaal waterbeleid Het waterbeleid in de 21e eeuw richt zich primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en de mogelijke technische maatregelen die kunnen worden ingezet, ingedeeld in de voorkeursvolgorde van vasthouden, bergen en afvoeren. De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te krijgen die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer. Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het Wabo bevoegde gezag (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de Rijkswateren). Op 18 maart 2022 is het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 vastgesteld. In het NWP bedrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen.
Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al gewerkt in de geest van de Omgevingswet. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheersplannen en de overstromingsrisicobeheersplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Hoogheemraadschap van Delfland Binnen het plangebied is het Hoogheemraadschap van Delfland verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Ze heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 6 2022-2028 en formeel in de Keur en de legger. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het vergroten van de bergingscapaciteit zijn belangrijke pijlers binnen dit beleid. Het Hoogheemraadschap van Delfland hanteert daarnaast een handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet.
De toets berust op twee uitgangspunten: Het standstill-beginsel: negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; Verbetering: in de ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem op te lossen, benut. Tevens gelden de regels van de Keur. De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. De Keur en de Beleidsregels van Hoogheemraadschap van Delfland zijn online raadpleegbaar. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Afhankelijk van de geplande werkzaamheden kan een vergunning benodigd zijn. De Keur wordt per 1 januari 2024 vervangen door de Waterschapsverordening, in het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
26
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen In de Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen is bepaald dat bij het oprichten van nieuwe gebouwen, sprake moet zijn van voldoende waterberging. De minimale capaciteit van hemelwaterberging op een perceel bedraagt 60 liter per m2 bebouwd oppervlak. Hemelwater dat niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of de openbare ruimte. Doorwerking plangebied In de 'Handreiking watertoets voor gemeenten' heeft het hoogheemraadschap de mogelijk relevante wateraspecten benoemd voor nieuwe ontwikkelingen. De verschillende thema's worden in deze paragraaf doorlopen. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in of nabij een waterkering. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de veiligheid van waterkeringen. Voorkomen van wateroverlast Door onderhavige ontwikkeling neemt de verharding toe. Ten behoeve van de ontwikkeling is een separate waterbergingsparagraaf opgesteld, zoals bijgevoegd in Bijlage 1. Hieruit is gebleken dat er sprake is van een toename in verharding van circa 14.455 m 2. Voor het berekenen van de benodigde watercompensatie is gebruik gemaakt van de watersleutel van het hoogheemraadschap (Bijlage 2). Hieruit blijkt dat sprake is van een waterbergingsopgave van 3013 m 2 bijkomend oppervlakte of 1807,7 m3 alternatieve waterberging.
Op basis van artikel 5 van de Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen geldt dat per m2 bebouwd oppervlak 60 liter waterberging aanwezig moet zijn. Op basis van een totale verharding in het plangebied van 16.955 m2 geldt dan een waterbergingseis van 1.017 m3. Deze eis ligt lager dan de eis van het hoogheemraadschap. Daarom worden de uitgangspunten van het hoogheemraadschap gehanteerd voor de berekening van de waterberging. Het hoogheemraadschap geeft voorkeur aan het realiseren van oppervlaktewater. In het plangebied is ruimte om hier invulling aan te geven. Parallel aan het bestemmingsplanproces zullen de initiatiefnemer, de gemeente en het hoogheemraadschap de uiteindelijke watercompensatie nader vormgeven. Hierbij wordt opgemerkt dat de exacte invulling van het perceel nog af kan wijken. Wel is het realiseren van voldoende watercompensatie haalbaar op het eigen terrein, ook indien de benodigde watercompensatie hoger uitvalt dan nu berekend is. Om de realisatie van watercompensatie te waarborgen, is in artikel 6.2.4 van de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Door het realiseren van de benodigde watercompensatie, wordt wateroverlast door onderhavige ontwikkeling voorkomen. Grondwater en voorkomen (zoet)watertekort In paragraaf 4.6 is onderbouwd dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde bouwplan.
De ontwikkeling zal geen negatieve gevolgen hebben voor het grondwater. Daarmee leidt de ontwikkeling ook niet tot een (zoet)watertekort. Onderhoud en bagger In het plangebied is geen bevaarbaar water aanwezig. Wel is aan de zuidkant een sloot aanwezig. De ontwikkeling ligt op voldoende afstand van dit water af, zodat het onderhoud niet wordt belemmerd. Ook wordt in het plangebied oppervlaktewater aangelegd ten behoeve van de watercompensatie. De exacte locatie en vormgeving wordt in een later stadium bepaald. Bij het ontwerpen van het oppervlaktewater wordt rekening gehouden met het uitvoeren van onderhoud rondom en in het oppervlaktewater. Watersysteemkwaliteit en ecologie De watersysteemkwaliteit wordt door onderhavige ontwikkeling niet aangetast. Door onderhavige ontwikkeling zullen geen verontreinigingen ontstaan in het watersysteem. Daarnaast zal bij het onderhoud en beheer van het water in het plangebied rekening worden gehouden met aanwezige ecologische waarden. In en nabij het plangebied liggen geen beschermde ecologische zones die door de ontwikkeling kunnen worden aangetast.
(vastgesteld)
27
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel Biodiversiteit De inrichting van het plangebied wordt in een later stadium verder uitgewerkt. In de groenbestemming zal oppervlaktewater worden aangelegd. In de algehele inrichting zal rekening worden gehouden met biodiversiteit. Afvalwaterketen De woningen worden ten behoeve van het afvalwater aangesloten op het bestaande rioolstelstel. Hemelwater wordt zoveel mogelijk op eigen terrein vastgehouden, zodat dit water kan infiltreren in de bodem. Daardoor wordt zo min mogelijk hemelwater afgevoerd via het riool. Klimaatadaptatie Door de realisatie van voldoende oppervlaktewater in het plangebied, is het plangebied in staat om in geval van een hevige regenbui het hemelwater op eigenterrein op te vangen. Daardoor wordt het gevaar op overstromingen zeer klein gehouden. Daarnaast is rondom de hoven veel groen aanwezig, waar voldoende schaduw zal zijn in het geval van extreme warmte.
28
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Parkhoven Zwanensingel
4.2
Milieuzonering
In het kader van de Wet milieubeheer en op basis van het principe 'een goede ruimtelijke ordening' moet in nieuwe situaties rekening gehouden worden met (wenselijke) afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. In de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een lijst met richtafstanden opgenomen. Deze lijst bevat een overzicht van milieubelastende activiteiten en de daarbij behorende richtafstanden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De genoemde richtafstanden moeten bij voorkeur worden aangehouden tot milieugevoelige functies, zoals woningen. De grootste richtafstand is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Milieucategorie
Gemengd gebied
Rustige woonwijk
1
0 meter
10 meter
2
10 meter
30 meter
3.1
30 meter
50 meter
3.2
50 meter
100 meter
4.1
100 meter
200 meter
4.2
200 meter
300 meter
Tabel 1: Richtafstanden per milieucategorie Doorwerking plangebied Het plangebied ligt aan de rand van een rustige woonwijk. In de directe omgeving liggen woningen, een park, een snelweg, een kerk, een indoor speelparadijs en een sportschool. Ondanks de diverse voorzieningen in de omgeving, is het plangebied wel onderdeel van een woonwijk. Daarom wordt ook gerekend met de richtafstanden voor een rustige woonwijk. De volgende bedrijven zijn in de directe omgeving aanwezig: Adres
Type bedrijf
Richtafstand
Gemeten afstand
Zwanensingel 9
Binnenspeeltuin
30 meter
34 meter
Zwanensingel 9
Sportschool
30 meter
60 meter
Zwanensingel 1
Kerk
30 meter
75 meter