Volledige PDF set Kom Lekdijk (26-10-2021).pdf
Tekst van het document
• Algemene wijzigingsregels (artikel 13): in deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van de overschrijding van bestemmingsgrenzen, of het verwijderen van archeologische dubbelbestemmingen. • Overige regels (artikel 14): In dit artikel is de werking van wettelijke regelingen bepaald. Daarnaast zijn parkeerregels opgenomen. Tot slot is een regeling opgenomen die bepaald dat in beginsel geen grondwerkzaamheden zijn toegestaan zonder omgevingsvergunning/schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag. Deze regeling is opgenomen in verband met de uitkomsten van de uitgevoerde bodemonderzoeken (zie paragraaf 5.2.1). 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel is aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3
Bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Zij zijn het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
46
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
Tuin (artikel 3) De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, in casu de nieuwe woning. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, toegangswegen, paden, water en groen toegestaan. In de bouwregels is bepaald dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde onder bepaalde voorwaarden mogen worden gebouwd.
Wonen (artikel 4) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen daaronder begrepen aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven, en bed and breakfast onder voorwaarden. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. In de bouwregels is onder andere bepaald dat maximaal één woning is toegestaan en dat deze moet worden gebouwd binnen het bouwvlak. Verder is aansluiting gezocht bij de reeds geldende bouwregels behorend bij de bestemming ‘Wonen’ zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan. In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter waarborging van de realisatie en instandhouding van een waterbergende voorziening, ter compensatie van de toename van het verhard oppervlak.
Waarde – Archeologie 1 (artikel 5) De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. In de bouwregels van dit artikel zijn voorwaarden opgenomen waaronder op deze gronden mag worden gebouwd en/of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd.
Waarde – Archeologie 4 (artikel 6) De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. In de bouwregels van dit artikel zijn voorwaarden opgenomen waaronder op deze gronden mag worden gebouwd en/of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd.
Waterstraat – Waterkering (artikel 7) De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken toegestaan. Bouwen op deze gronden is slechts onder voorwaarden toegestaan middels een omgevingsvergunning.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
47
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan/bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan/bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan/bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt het plan gerealiseerd op particulier initiatief. Initiatiefnemer draagt hiermee de kosten voor de gewenste ontwikkeling. Voor de gemeente Vijfheerenlanden is geen sprake van kosten verbonden aan opstellen van het bestemmingsplan en de uitvoering hiervan. De initiatiefnemer is leges verschuldigd voor het in procedure brengen van dit bestemmingsplan. Met betrekking tot planschade wordt er een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer van dit plan. Hiermee zijn de kosten voor de gemeente anderszins verzekerd. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond. Het is niet nodig om voor onderhavig bestemmingsplan een exploitatieplan op te stellen.
In relatie tot de mogelijke kosten als gevolg van (eventueel) noodzakelijke sanering van de aangetoonde bodemverontreinigingen (zie paragraaf 5.2.1) wordt het volgende opgemerkt. Middels de uitgevoerde bodemonderzoeken is de aard, omvang en locatie van de relevante bodemverontreinigingen in beeld gebracht. De indicatieve kosten voor de (eventueel noodzakelijke) volledige saneringsopgave bedragen €15.000-€20.000,-. De initiatiefnemer van dit plan heeft in de stichtingsopzet rekening gehouden met deze saneringskosten. De financiële haalbaarheid van het plan is hiermee dan ook niet in het geding.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1
Vooroverleg
7.2.1.1 Het rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 7.2.1.2 Overige vooroverlegpartners Voorliggend bestemmingsplan is in het kader van bestuurlijk vooroverleg gedeeld met verscheidene vooroverlegpartners. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg hebben Provincie Utrecht en Waterschap Rivierenland een reactie gegeven op het plan. Dit wordt verder behandeld in de onderstaande subparagrafen. De overige vooroverlegpartners hebben niet gereageerd op het plan, waarmee ervan wordt uitgegaan dat er geen bezwaren bestaan tegen dit plan. Dit leidt dan ook niet tot planaanpassingen. 7.2.1.3 Provincie Utrecht Artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat het bestuursorgaan dat is belast met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van de belangen die in het plan in het geding zijn.
Provincie Utrecht heeft op 22 februari 2021 aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het plan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
48
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld 7.2.1.4 Waterschap Rivierenland In het kader van de van belang zijnde wateraspecten heeft reeds vooroverleg plaatsgevonden met Waterschap Rivierenland. Het waterschap heeft op 4 maart 2021 een wateradvies afgegeven, welke is verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. Hiermee wordt er vanuit gegaan dat het waterschap geen bezwaren heeft tegen het plan.
7.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er twee zienswijzen tegen het plan ingebracht. De initiatiefnemer van het plan is vervolgens in gesprek gegaan met de indieners van de zienswijzen. Naar aanleiding van deze positief verlopen gesprekken zijn beide zienswijzen ingetrokken. Voorliggend bestemmingsplan is dan ook ongewijzigd vastgesteld.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
49
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
50
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
51
Landschappelijke inpassing van nieuwe woning aan Kortenhoevendijk te Lexmond
30 oktober 2020 In opdracht van de heer J. Maatkamp
Oog voor buitenruimten
2
Landschappelijke inpassing van nieuwe woning aan Kortenhoevendijk te Lexmond
30 oktober 2020
In opdracht van de heer J. Maatkamp Energieweg 17 4231 DJ Meerkerk
Is voorbereid door: Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten b.v. Postbus 67 2860 AB Bergambacht 0182 357077 info@lagendijkTLarchitecten.nl lagendijktlarchitecten.nl
3
4
Inhoud
Inleiding
6
Inventarisatie / analyse
7
Projectgebied in wijdere omgeving
8
Projectgebied ingezoomd en kadastraal
9
Fotobeelden bestaande situatie
10
Bestemmingsplan
11
Landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur en kenmerken
12
Inritten dijktalud in de omgeving
14
Voorlopig ontwerp woning
15
Plattegronden en situatietekening nieuwe woning
16
Aanbevelingen
17
Ontwerpuitgangspunten
18
Inrichtingsvoorstel
19
Doorsneden
20
3d beelden nieuwe situatie
21
Referentiebeelden
22
5
Inhoud
Inleiding Aanleiding Opdrachtgever de heer J. Maatkamp heeft Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten gevraagd de landschappelijke inpassing van een nieuwe woning aan Kortenhoevendijk (naast Kom Lekdijk 4) te Lexmond te verzorgen. Het project betreft een bestaande weide en dijktalud, oorspronkelijk behorende bij Kom Lekdijk 4, aan de buitenzijde van de Kortenhoevendijk, grenzend aan de uiterwaarden. Aan de zuidzijde van de dijk ligt de kern Lexmond. De nieuwe woning is een toevoeging aan de bestaande lintbebouwing.
Doelstelling Doelstelling is het inpassen van een nieuwe woning aan de Kortenhoevendijk met behoud van de landschappelijke en stedenbouwkundige kernkwaliteiten en waarden en daarnaast versterking van ruimtelijke (beeld) kwaliteit.
Aanpak Via een stedenbouwkundige en landschappelijke verkenning en de analyse van verschillende landschappelijke aspecten wordt een beoordeling gegeven over de mogelijkheden voor het inpassen van de woning.
Inleiding
6
Inventarisatie / analyse
7
Inventarisatie / analyse
Le k
m
Le kd i
Projectlocatie jk
Ko
Ko
Lexmond
Projectgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Inventarisatie / analyse
Projectgebied in wijdere omgeving
rte nh oe ve nd
ijk
Uiterwaarden
8
Projectlocatie
Projectlocatie
Projectgebied ingezoomd
Kadastrale kaart (Bron: PDOK)
9
Inventarisatie / analyse
Projectgebied ingezoomd en kadastraal
5
2
1
1
3 4
5 4
1. Bestaande naastgelegen woning en carport. Huidig perceel is momenteel weide.
Locatie foto’s
4. Zicht vanaf de dijk richting het dorp en de binnendijks gelegen kringloopwinkel.
2. Zicht op bestaand perceel en achterliggende uitwaarden met grasland, dijklichaam en bomen
5. Zicht vanaf de dijk richting het open uiterwaarden landschap buitendijks en de bebouwde kom binnendijks.
3. Zicht op bestaand perceel en uiterwaarden aan buitenzijde Kortenhoevendijk, dijklichaam en bomen
Inventarisatie / analyse
Fotobeelden bestaande situatie
10
Bestemmingsplan Het perceel aan Kortenhoevendijk (naast Kom Lekdijk 4) valt binnen het bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’. Geconsolideerd (2020-06-25) Het perceel heeft de volgende bestemmingen:
Enkelbestemming tuin
Met de dubbelbestemming:
Waarde - Archeologie - 4
Waterstaat - Waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie
Waterstaat - Waterkering
Gebiedsaanduiding:
Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied
Hieruit kunnen we concluderen dat de huidige bestemming het niet toelaat om een nieuwe woning te bouwen. Een bestemmingswijziging zal daarom nodig zijn om de bestemming ‘Tuin’ ter plaatse van de toekomstige woning om te vormen naar ‘Wonen’. Voorstel is om de huidige noordelijke bestemmingslijn van ‘Wonen’ door te trekken in oostelijke richting tot einde van de nieuwe woning. Het overige gedeelte van het perceel kan de bestemming ‘Tuin’ behouden.
Bestemmingsplankaart (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
11
Inventarisatie / analyse Bestemmingsplan
Landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur en kenmerken Het landschapstype rondom Lexmond valt onder het open veenweidegebied, het slagenlandschap. Het centrum van Lexmond is vroeger ontstaan bij het kruispunt van de Kortenhoevenseweg, Dorpsstraat, De Laak en de Lekdijk. Deze verschillende oude linten bepalen de ruimtelijke hoofdstructuur van Lexmond. De Kortenhoevendijk is de noordelijke grens van Lexmond met aan de noordzijde het rivierenlandschap gekenmerkt door de uitwaarden van de Lek en een buitendijks gelegen lintbebouwing boven aan de dijk. Een extra dijk en sloot omringd de lintbebouwing aan de noordzijde van de dijk. Daarnaast zijn een haventje en camping gesitueerd in de uiterwaarden, deze liggen echter buiten het plangebied. Aan de zuidzijde is de kern van Lexmond gesitueerd, dit ligt verdiept onder aan de dijk. De woningen in het bebouwingslint bestaan over het algemeen uit één bouwlaag met kap. Daarnaast liggen de woningen in de kern van het lint lager t.o.v. de kruin van de dijk en manifesteren zich dan ook als verdiept t.o.v. de kruin van de dijk. Vaak is er een onderhuis dat in de dijk is gebouwd, dit is veelal niet zichtbaar vanaf de dijk. Aan de buitenzijde daarentegen, vanuit de uiterwaarden en de ‘nieuwe’ dijk gezien, is de gehele woning zichtbaar. Dit geldt met name ook voor de kop van het lint kijkend vanaf de dijk uit oostelijke richting.
Dit is een belangrijk aspect dat dient te worden meegenomen de ontwikkeling van het plangebied. De nieuwe relatief jonge dijk vormt een duidelijk begrenzing van de uiterwaard restanten tussen het bebouwingslint en de nieuwe dijk. Hierdoor is er slechts beperkt ruimte voor uitbreiding van het lint in oostelijke richting. Als dit één woning betreft vormt dit tevens de ‘hekkensluiter’ van het lint. Aandacht voor de beeldkwaliteit van de woning en positie aan het einde van het lint is van groot belang. Dit heeft vooral betrekking op de beleving van de woning vanuit de oostzijde gezien. Aspecten die een rol spelen zijn het zicht op het onderhuis, de verdiepte ligging t.o.v. de kruin van de dijk, de hoek van de woning met de dijk en de beleving van de uiterwaard met gras, hagen en sloot. De buitenruimte van de geplande woning dient vanuit oogpunt van de landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur te handhaven. Dit geldt ook voor diens kenmerken van de diversiteit bij de nieuwe inrichting van het projectgebied. Het feit dat er sprake is van een ‘hekkensluiter’ houdt tevens in de woning qua maat, volume de uitstraling een hoeksteen functie mag vervullen. Vanuit de inventarisatie/analyse vormt de bestaande laatste woning van het bebouwingslint een schrale beëindiging van het lint en doet tekort aan de beleving van een typische dijkwoning.
Kijkend naar het projectgebied zelf is er een harde overgang van bebouwing en verharding van het naastgelegen perceel naar het groene en open weidegebied van de uiterwaarden. Ten aanzien van de woning typologie en positionering daarvan in het lint wijkt deze af. Bij het projectgebied verdient dit aandacht qua landschappelijke inpassing. Hierbij dient gedacht te worden aan gebiedseigen groen. Daarnaast dient het weidse uitzicht naar de uiterwaarden zoveel mogelijk te worden gerespecteerd. Bijvoorbeeld de toevoeging van enkele steekeigen bomen die bijdragen aan de coulissevorming.
Harde overgang van bebouwing en verharding naar het open weide landschap van de uiterwaarden van de Lek.
Inventarisatie / analyse
Woning is verhoogd en staat op gelijke hoogte van de dijk.
Landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur, kwaliteit en kenmerken
12
Projectlocatie Kortenhoevend
ijk
Centrum Lexmond
Dijk
Projectgebied
De toekomstige woning op het projectgebied is een afsluitende woning van een rij.
Kortenhoevendijk Gesloten
overgang
Meer open
Bebouwingslint kijkend in westelijke richting. Het hogere pand met de oranje kap en naastgelegen witte pand vormen een duidelijk statement als begin van het lint (hoek Kom Lekdijk/ Dorpstraat)
Bebouwingslint langs de Kortenhoevendijk kijkend in oostelijke richting naar het einde van het bebouwingslint. Statement ontbreek aan het einde van het lint.
De bestaande lintbebouwing is nabij de kruising met de Dorpstraat (hoek Kom Lekdijk en Dorpstraat) vrij dicht. In oostelijke richting is er een uitwaaiering van gesloten naar meer open. Het projectgebied is hierbij de laatste in de rij. De mate van uitwaaiering is afhankelijk van de afstand tussen de woning en het projectgebied en de westelijk gelegen woning. Er is sprake van een toenemende afstand tussen de gebouwen in oostelijke richting. De mate van uitwaaiering is open voor een wisselende interpretatie. In onze optiek is een logische
De nieuwe woning dient qua maatvoering en uitstraling te passen in de bestaande rij woningen.
interpretatie een toenemende afstand te hanteren. Dit betekent tussen de geplande woning en de daar aan westelijk gelegen woning de afstand iets groter mag zijn. Naast onderlinge afstand zijn er meer zaken die de diversiteit ten goede komt. Dit zijn de wisselende volumes, breedte van de voorgevels, kaphellingen en oriëntatie van de kappen en toepassing van materialen voor daken en gevels. Vanuit oogpunt van beeldkwaliteit, landschap en stedenbouw is de beleving van het lint komend vanuit oostelijke van groot belang. De laatste woning in de rij vraagt daarom extra aandacht. Kijkend vanuit de andere richting heeft de lintbebouwing langs de Kortenhoevendijk een duidelijk begin namelijk de hoek Kom Lekdijk/ Dorpstraat. Zie dit als eindpunt van de zichtlijn. Dit begin van het lint uit zich middels een grote bebouwingsdichtheid en grote variatie in bouwvolumes, hoogten en materiaal toepassingen. Het einde van het lint aan de oostzijde wordt pas duidelijk gedefinieerd als dit ook een duidelijk statement krijgt. Het voorgestelde pand zal de rol van dit statement vervullen. Zie het symbolisch als twee voorname personen aan het begin en het eind van het lint die met elkaar communiceren. Dit is wat nu ontbreekt.
13
Inventarisatie / analyse
Landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur en kenmerken
Inritten dijktalud in de omgeving De toegang tussen de kruin van de dijk en lager gelegen percelen wordt op verschillende manieren vorm gegeven. De meeste varianten voorzien in een toegang voor de auto echter soms is dit niet mogelijk door de beperkte ruimte alleen toegang als fietser of voetganger is mogelijk. De variatie is groot: - Lang of kort - Parallel aan de dijk, haaks op de dijk of onder een hoek - Toegang kan tot beneden of eindigt tussen kruinhoogte en tussenliggend grondniveau. Op de hierbij aangegeven afbeeldingen staan verschillende inritten langs de dijk weergegeven die in de nabijheid van het plangebied voorkomen. De variant parallel aan de dijk, dicht langs het dijktalud heeft de minste impact. Daarnaast kan ook haaks op de dijk een geschikte oplossing bieden. Dit is afhankelijk van de locatie van de oprit ten opzichte van de nieuwe woning. Uit nader onderzoek blijkt dat haaks op de dijk de minste impact heeft en verdient de voorkeur.
Meanderende toegangsweg vraagt meer aandacht en dit is niet gewenst bij de projectlocatie.
Soms zijn gekozen oplossingen tamelijk complex. Dit is minder wenselijk.
Inventarisatie / analyse
Inritten dijktalud in de omgeving
De bebouwing in de kern is dicht en op– en afritten bestaan veelal uit treden haaks op de dijk.
14
Voorlopig ontwerp woning Op de projectlocatie heeft EVE Architecten een voorlopig ontwerp (22 juli 2020) voor de nieuwe woning opgesteld. Op de afbeeldingen is te zien hoe de voor ogen zijnde woning eruit ziet en waar deze op het perceel gesitueerd wordt. Lintbebouwing De voorgevel van de nieuwe woning ligt in lijn met de naastliggende lintbebouwing. De voorgevel van de woning ligt op korte afstand van de perceelsgrens (500mm) en ligt op korte afstand van de weg. Door de gekozen opzet past de nieuwe woning in het bestaande bebouwingslint. Afronding Momenteel wordt het einde van het bebouwingslint bepaald door A-typische bebouwing. De huidige bebouwing is op dezelfde hoogte als de dijk geplaatst, terwijl de karakteristieke bebouwing lager dan de dijk is geplaatst. Door de architectuur heeft het einde van het bebouwingslint meer weg van een nieuwbouwwijk.
3d afbeelding van de woning aan de achterzijde (uiterwaarden/tuinzijde)
De nieuwe woning vormt de afronding van het bestaande bebouwingslint. De nieuwe bebouwing wordt 'in de dijk' geplaatst zodat het weer aansluit bij de karakteristieke kenmerken van het gebied. Aan oostkant is gekozen voor een volume met een noklijn haaks op de weg zodat er een lage gootlijn ontstaat aan de zijde van het landschap. De oostgevel heeft een open structuur met veel glas. Er is gekozen voor een klassieke raamverdeling zodat er een rustig gevelbeeld ontstaat. Door de keuze voor een lage gootlijn en een zijgevel met vensters wordt de bestaande lintbebouwing minder abrupt afgerond en sluit deze beter aan op het open landschap. Er is gekozen om het bijgebouw aan de voet van de dijk te plaatsen. Het bijgebouw vormt zo geen verstoring van het bebouwingslint. Maat en schaal Het ontwerp van de nieuwe woning is samengesteld uit een aantal volumes zodat de maat en schaal aansluit bij de bebouwing uit het bestaande lint. De volumes zijn voorzien van een langs- en dwarskap. Er is gekozen voor een eenduidige en nadrukkelijk kapvorm: het zadeldak. De kappen zijn kloek en sober vormgegeven. De kappen hebben een hellingshoek van 50 en 55 graden. Het ontwerp van de kap sluit aan bij het bebouwingslint. Voorbeeld ensemble op de hoek Kom Lekdijk
3d afbeelding van de woning gezien vanaf de dijk
Architectuur De architectuur is karakteristiek. Door te kiezen voor twee volumes met elk een eigen uitstraling sluiten de volumes aan bij het ritme van de bestaande lintbebouwing.Het volume dat is vormgegeven als woning heeft een gebakken rode pan en gekeimde gevels. In dit volume is veel glas opgenomen in de vorm van vensters. De raampartijen zijn voorzien van een roedeverdeling. De toepassing van een zinken goot en afdeklijsten op de topgevels zorgt voor een eigentijds beeld. Door de keuze om het souterrain te voorzien van vensters wordt het karakter van een dijkwoning versterkt. Het volume evenwijdig aan de dijk kent juist een sobere architectuur. Gedekte kleuren en een houten gevelbekleding geven een ingetogen beeld. De gevels van dit volume zijn relatief gesloten. De raampartij ligt terug ten opzichte van de gevel en valt doordoor weg in het gevelbeeld. Deze raampartij heeft een eigentijdskarakter door de verticale geleding.
Het bijgebouw is uit het zicht geplaatst aan de voet van de dijk. Het bijgebouw is sober vormgegeven en vormt qua architectuur één geheel met het volume evenwijdig aan de dijk. Het bijgebouw is ondergeschikt ten opzichte van het hoofdvolume vormgegeven door de toepassing van een flauwe en lage kap. De kap is voorzien van dakpannen zodat het bijgebouw herkenbaar is. Door dezelfde gevelbekleding te gebruiken als het volume evenwijdig aan de weg blijft het gevelbeeld rustig.
15
Inventarisatie / analyse Voorlopig ontwerp woning
Plattegronden en situatietekening nieuwe woning
Situatietekening van het projectgebied met woning
Inventarisatie / analyse
Plattegronden en situatietekening nieuwe woning
16
Aanbevelingen
Aanbevelingen 17
Ontwerpuitgangspunten De basis vormt het voorlopig ontwerp van EVE Architecten d.d. 22 juli 2020). De volgende ontwerpuitgangspunten zijn gehanteerd bij de inrichtingsschets van het terrein:
- Maximale groenbeleving Kijkend vanuit het oosten richting rivier en uiterwaard is er nu zicht op de dijk, bestaande woningen en dijktalud met kwelsloot en uiterwaard. Uitgangspunt is deze beleving zo veel mogelijk te behouden.
Uit bovengenoemde argumenten blijkt dat een tweede oprit niet meer van toepassing is.
- Hellingbaan kent aldus waterschap geen richtlijnen. Hellingshoeken tot 33% komen voor.
Uit onderzoek blijkt een hellingshoek van 24% (parkeerkelders) haalbaar. Deze zal worden nagestreefd. Hieruit blijkt dat een haaks op de dijk gelegen toegangsweg mogelijk is.
- Parkeren op eigen erf realiseren In de plannen is rekening gehouden met op eigen erf parkeren en manoeuvreren .
- Sloot voorzien van natuurvriendelijke informeel ogende oevers als het waterschap dit toelaat. Met nadruk op creëren van biodiversiteit en waar mogelijk meer waterberging.
- Watercompensatie is nodig omdat de oppervlakte aan verharding en gebouwen toeneemt. Het waterschap vereist De huidige sloot wordt verbreed zodat er meer ruimte is voor waterberging. De oever sluit aan bij de overige kadaarom watercompensatie. vels. Waaronder die van nr. 4. Het voorstel is de bestaande kwelsloot aan de voet van de dijk te verbreden. De bewoner van nr. 4 sluit zich graag aan bij de verbreding van de kwelsloot waardoor de verbreding over een grotere lengte kan worden doorgevoerd. Hierdoor krijgt deze sloot meer lengtemaat. Vanuit landschappelijk oogpunt is dit een positieve toevoeging omdat dit een beeld geeft dat past bij de waterstructuur van dit buitendijkse gebied.
- Hoogteverschillen op een passende wijze integreren
- Uitzicht/doorzicht naar uiterwaarden respecteren Het uitzicht richting de uiterwaarden blijft behouden.
- Vormgeving van tuinontwerp passend in het omliggende landschap en bij architectuur van woning, gebruikmakend van gebiedseigen kenmerken zoals hagen, grind erven, wilgenstruweel en vaste planten. Verharding in grind, gebakken klinkers, asfalt en/of natuursteen tegels/keien.
Het plangebied kent een aanzienlijk hoogteverschil tussen de kruin- en voet van de dijk. Toegang tot het lage deel vindt uitsluitend plaats via de kruin van de dijk en kan een verstorend beeld opleveren in de beleving van dit dijklandschap. Om die reden is gekozen om de toegang tot het lage niveau aan de westzijde te laten plaats vinden op De opdrachtgever verwerkt de gebiedseigen kenmerken in het landschapsplan als de hoofdopzet akkoord is bevonde grens met woning nr. 4. Hierdoor is de impact van een toegangsweg naar het lage niveau het geringst en kan de den door de gemeente, provincie en het waterschap. Concreet is het de intentie om de hellingbaan uit te voeren in gebakken straatklinkers in dikformaat en/of keiforbeleving van het karakteristieke dijktalud aan de oostzijde worden behouden. maat en een grinderf van fijn maasgrind. De beplanting zal ondermeer bestaan uit hagen van liguster (Ligustrum ovalifolium). Plantvakken rond het erf zul- Uitvoeren studie naar toegang tot de lagere niveaus len bestaan uit struweel van streekeigen soorten passend in het uiterwaardenlandschap, bijvoorbeeld struikwilgen, Omdat parkeren op de dijk niet wenselijk is, zeker met bezoekers, is een studie gedaan naar de beste ontsluiting meidoorn en sleedoorn.
Bomen bestaan uit streekeigen soorten zoals hoogstamfruitbomen, schietwilg, zwarte els naar de lagere grondniveaus, geïnspireerd over de voorkomende oplossingen in de omgeving van het plangebied. en veldesdoorn. De borders dichter bij de woning zullen bestaan uit een combinatie van verschillende vaste planConclusie: Een compacte oprit tot het perceel, naast de oostzijde de woning is het meest realistisch. ten gecombineerd met siergrassen, vaste planten en enkele solitairheesters.
- Overgang van bebouwing en verharding naar open landschap verantwoord vormgeven Het is uitgangspunt het plangebied zo veel mogelijk naadloos over te laten gaan op het aangrenzende landschap. Om dit te bereiken dient het tuinontwerp zorgvuldig ontworpen te worden met behoud van karakteristieke en natuurlijke elementen en materiaal toepassingen.
- Erf op dijkniveau samenvoegen met erf buren (afgestemd met buren) De wens van de eigenaar van nr. 4, het naastgelegen pand, is eveneens de wens een toegang tot het lage niveau te creëren. Door het toegangspad voor beide locaties te combineren verkleint dit de impact van het toegangspad op het dijktalud naar het lager gelegen deel nog meer. De opdrachtgever en de eigenaar van nr. 4 hebben hierover overeenstemming.
- Voldoende manoeuvreer ruimte aan achterzijde bij garage Omdat er op de dijk geen ruimte is voor parkeren en manoeuvreren is het van belang op het lage niveau hiervoor ruimte te reserveren. Dit dient op een locatie plaats te vinden zo veel mogelijk uit het zicht gezien vanaf de dijk. Vanuit beeldkwaliteitsoogpunt is dit eveneens gewenst.
- Erfgrens aanpassen aan westzijde, parallel aan nieuwe woning brengen in plaats van gerend Op dit moment loopt de erfgrens tussen woning nr. 4 en de projectlocatie niet parallel. De eigenaar van nr.4 is bereid deze grens aan te passen dusdanig dat deze parallel gaat lopen.
- Recht van overpad en toegangspoort voor buren is mogelijk De bereidheid van de eigenaar van nr. 4 biedt de mogelijkheid de toegangsweg compact te houden. Dit komt de landschappelijke kwaliteit en het ruimte ten goede.
- Optioneel: een tweede oprit onderzoeken haaks op de dijk parallel aan de eerste oprit Aanzicht vanaf de dijk (EVE architecten, 22-07-’20).
Aanbevelingen
Ontwerpuitgangspunten
18
Inrichtingsvoorstel
voor dit deel zal de bestemming Tuin worden vervangen door Wonen
watergang wordt tevens t.h.v. buren verbreed.
haag/begroeide wand
19
Aanbevelingen
Inrichtingsvoorstel
Doorsneden oprit
Carport buren
leggerprofiel
Doorsnede met leggerprofiel ingezoomd
leggerprofiel Positie erf
Doorsnede gehele dijktalud in uiterwaarden.
Aanbevelingen Doorsneden oprit
20
3d beelden nieuwe situatie
21
Aanbevelingen
3d beelden nieuwe situatie
Referentiebeelden
27
22
Aanbevelingen Referentiebeelden
© Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten bv Postbus 67 | 2860 AB Bergambacht | T (0182) 357077 | F (0182) 357027 E info@lagendijktlarchitecten.nl
23
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
52
Verkennend bodemonderzoek Kom Lekdijk (nabij nr. 4) te Lexmond
Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv Postbus 74 Den Sliem 93 7140 AB Groenlo 7141 JG Groenlo TEL. 0544-474040 FAX. 0544-474049
TITELBLAD
Projectnaam
Kom Lekdijk (nabij nr. 4) te Lexmond
Projectnummer
MT-200193
Opdrachtgever
BJZ.NU
Adres Postcode en plaats
Versienummer
Twentepoort Oost 16a 7609RG te Almelo
Status
2 (uitsplitsing ingevoegd. hierdoor tevens conclusie aangepast) Definitief
Datum
17 juni 2020
Vestiging
Groenlo
Opsteller
Dhr. J. Nijenhuis
Paraaf
Autorisatie Paraaf
Dhr. A.W. Ursinus
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ................................................................................................................................................................ 3 1.1
Achtergrond .................................................................................................................................................... 3
1.2
Kwaliteit.......................................................................................................................................................... 3
1.3
Betrouwbaarheid ............................................................................................................................................ 3
1.4
Onafhankelijkheid ........................................................................................................................................... 3
1.5
Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 3
2.
VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1
Geraadpleegde bronnen .................................................................................................................................. 4
2.2
Omschrijving onderzoekslocatie ...................................................................................................................... 4
2.3
Historie ........................................................................................................................................................... 5
2.4
Asbest ............................................................................................................................................................. 6
2.5
Voorgaande onderzoeken................................................................................................................................ 6
2.6
Geohydrologie ................................................................................................................................................ 6
2.7
Locatie inspectie ............................................................................................................................................. 6
2.8
Conclusie vooronderzoek ................................................................................................................................ 6
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ......................................................................................................................... 7 3.1
Hypothese ...................................................................................................................................................... 7
3.2
Onderzoeksopzet ............................................................................................................................................ 7
4.
RESULTATEN ............................................................................................................................................................ 8 4.1
Uitvoering veldwerk ........................................................................................................................................ 8
4.2
Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses .................................................................................... 9
4.3
Interpretatie analyseresultaten ..................................................................................................................... 10
5.
CONCLUSIE............................................................................................................................................................. 12 5.1
Algemeen...................................................................................................................................................... 12
5.2
Conclusie en aanbevelingen........................................................................................................................... 12
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van BJZ.NU heeft Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Kom Lekdijk (nabij nr. 4) te Lexmond (gemeente Vijfheerenlanden). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er een grond- of grondwaterverontreiniging aanwezig is, welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door SMV Milieukundig Veldwerk B.V. en Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. SMV Milieukundig Veldwerk B.V. en Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters) en 2002 (nemen van grondwatermonsters). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico te Barneveld.
1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5740 (NEN 5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen SMV Milieukundig Veldwerk B.V. en Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 10. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de erkende medewerker(s), de heer H.P.A.M. Jacobs en dhr. N. ten Brinke. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek.
Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
3
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld. In bijlage 9 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de opdrachtgever informatie van de gemeente/omgevingsdienst informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl locatie inspectie 2.2 Omschrijving onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kom Lekdijk (nabij nr. 4) te Lexmond (gemeente Vijfheerenlanden). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Lexmond en Zederik, sectie resp. B en A, nummer(s) resp. 3642, 3998 en 560, 645. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1465 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Lexmond. Het perceel is in gebruik ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. Het terrein zal gebruikt worden ten behoeve van woningbouw.
Figuur 1: Overzichtsfoto
4
2.3 Historie Informatie van de gemeente/omgevingsdienst Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de locatie in het verleden altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. De onderzoekslocatie is nimmer bebouwd geweest.
Figuur 2: Historische kaart 1950
Figuur 3: Historische kaart 1975
Figuur 4: Historische kaart 1990
Figuur 5: Historische kaart 2015
5
Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er historische activiteiten van het perceel bekend zijn. Het betreft diverse bodemonderzoeken uitgevoerd op naastgelegen percelen.
Figuur 6: Weergave bodemloket.nl 2.4 Asbest Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocatie. Tijdens de visuele inspectie zijn eveneens geen aanwijzingen aangetroffen dat de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest. Derhalve is de locatie onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. 2.5 Voorgaande onderzoeken Op de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen voorgaande bodemonderzoek plaatsgevonden. Ten zuiden en westen van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse onderzoeken uitgevoerd. Aangezien deze onderzoeken inmiddels verjaard zijn deze niet meegenomen in onderhavig onderzoek. 2.6 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 6,5/1,5 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 1,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 5,5/0.5 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting niet eenduidig is vast te stellen vanwege invloeden van buitenaf. 2.7 Locatie inspectie Bij de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen.
De onderzoekslocatie werd aangetroffen zoals op basis van het vooronderzoek kon worden verwacht. Het terrein is onverhard. Er is een flink hoogteverschil op het terrein in verband met de naastliggende dijk. 2.8 Conclusie vooronderzoek De onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. De onderzoekslocatie is eveneens onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.
6
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET
3.1 Hypothese De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. 3.2 Onderzoeksopzet In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal boringen (excl. peilbuizen) Aantal peilbuizen Analyses grond Analyses water 6 tot ± 0,5 m-mv 1 2 Standaardpakket grond 1 Standaardpakket grondwater 1 tot ± 2,0 m-mv Standaardpakket grond: • Lutum en organische stof (volgens AS3010)(bovengrond en optioneel in de ondergrond) • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) (volgens AS3010) • PCB's (volgens AS3010 en AS3020) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (10 PAK uit Leidraad Bodembescherming, volgens AS3010) • Minerale olie (C10-40) )(volgens AS3010) Standaardpakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn)(volgens AS3110) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) (volgens AS3110 en AS3130) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) (volgens AS3110) • Minerale olie (C10-40), (volgens AS3110)
7
4.
RESULTATEN
4.1 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 30 april 2020 en op 11 mei 2020 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op korrelgrootte (=textuur), kleur, geur, oliewaterreactie en andere bijzonderheden. De bovengrond bestaat wisselend uit bruingrijs, matig fijn zand en bruingeel matig siltige klei. Daaronder bestaat de ondergrond wisselend uit bruingrijs matig siltige klei en cremebruin, matig fijn zand. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring 01
Diepte boring (m -mv) 2,00
02 03 05
0,50 0,50 3,30
Traject (m -mv) 0,70 - 1,20 1,20 - 1,70 1,70 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 1,30
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Klei Klei Klei Zand Zand Klei
zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sterk baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen schelpen zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen schelpen zwak baksteenhoudend, sporen schelpen, zwak kolengruishoudend
06
0,50
0,00 - 0,50
Zand
07
0,50
0,00 - 0,50
Zand
08
0,50
0,00 - 0,50
Zand
In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 05
Filterstelling (m-mv) 2,30 - 3,30
Grondwaterstand (m-mv) 0,65
Zuurgraad (pH) 6,7
Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 1030
Troebelheid (NTU) 6,1
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
8
4.2 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Grond(meng)monster(s) MM01
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
05-1
Samenstelling 02 (0,00 - 0,50) + 03 (0,00 - 0,50) + 06 (0,00 - 0,50) + 07 (0,00 - 0,50) 01 (0,70 - 1,20) + 01 (1,20 - 1,70) + 01 (1,70 - 2,00) 05 (0,00 - 0,50)
08-1
08 (0,00 - 0,50)
0,00 - 0,50
Grondwatermonster(s) 05
-
2,30 - 3,30
MM02
0,70 - 2,00 0,00 - 0,50
Analyse Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grondwater
Motivatie: MM01 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond met zintuiglijke bijmengingen van baksteen en beton. MM02 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond met zintuiglijke bijmenging van baksteen. 05-1 is een kleimonster dat separaat wordt geanalyseerd in verband met zintuiglijk bijmenging van baksteen en kolengruis. 08-1 is een zandmonster dat separaat wordt geanalyseerd in verband met zintuiglijk bijmenging van baksteen en kolengruis.
9
4.3 Interpretatie analyseresultaten In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 6 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 7. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Grond (meng)monster(s) MM01
Traject (m-mv)
Gehalte > AW/S
Gehalte > T
Gehalte > I
Indicatie BBK
0,00 - 0,50
-
Koper Zink
NT
MM02 05-1
0,70 - 2,00 0,00 - 0,50
-
-
AW Wonen
08-1
0,00 - 0,50
PCB Minerale olie Kobalt Nikkel Molybdeen Cadmium Kwik Lood PAK Nikkel Kwik Lood PCB Kobalt Nikkel Molybdeen Cadmium Kwik Lood PAK
Koper
Zink
NT
Grondwatermonster(s) 05-1-1 2,30 - 3,30 Barium (0,03) Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens
-
N.v.t. Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar
Toelichting: Het is bekend dat in de grond en in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. In dit geval liggen de gehalten koper en zink in MM01 en 08-1 hoger. Hier is nader onderzoek benodigd. Voorafgaand aan nader onderzoek wordt MM01 uitgesplitst. Hierbij worden de betreffende boorpunten opnieuw bemonsterd en separaat geanalyseerd op aanwezigheid van koper en zink. Aan de hand van de resultaten wordt beoordeeld of nader onderzoek op een of meerdere van deze vier plekken benodigd is. Ter plaatse van boring 08 is sowieso nader onderzoek benodigd voor de stoffen koper en zink. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen bronlocatie aanwezig of aanwezig geweest, die een dergelijke lichte verontreiniging met minerale olie in de grond veroorzaakt kan hebben. Mogelijk is de verontreiniging afkomstig van een bron elders. De verhoogde gehalten PAK in de grond kunnen veroorzaakt worden door antropogene bestandsdelen (puin/kooldeeltjes) en/of door microscopisch kleine deeltjes (bijv. roet). Het betreffen dan diffuus verspreide verontreinigingen. PCB's werden onder andere toegepast als isolatievloeistof in transformatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof en weekmaker in kunststoffen.
Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen bron aanwezig of aanwezig geweest die een dergelijke verontreiniging met PCB’s veroorzaakt kan hebben.
10
4.4 Uitsplitsing mengmonster Naar aanleiding van de sterk verhoogde gehalten aan koper en zink in mengmonster MM01 is besloten dit mengmonster uit te splitsen door middel van nieuwe bemonstering en de afzonderlijke monsters te laten analyseren op koper en zink. Hierbij zijn de boornummers uit de eerste fase aangehouden, 02 wordt 102, 03 wordt 103 enz. Het veldwerk is door SMV Milieukundig Veldwerk B.V., dhr. H.P.A.M. Jacobs uitgevoerd op 13 juni 2020. In de onderstaande tabel staan de overschrijdingen weergegeven, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Grondmonster(s)
Traject (m-mv)
Gehalte > AW/S
Gehalte > T
102-1 103-1 106-1
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
-
-
107-1
0,00 - 0,50
-
-
Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens
Gehalte > I
Indicatie BBK
AW AW Koper NT Zink Koper NT Zink Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar
Toelichting: In de grondmonsters 106 en 107 zijn na uitsplitsing sterke verhoogde gehalten aan koper en zink aangetoond. In de overige monsters bevinden zich geen verhoogde gehalten koper en zink. Ook ter plaatse van de boringen 106 en 107 dient nader onderzoek uitgevoerd te worden.
11
5.
CONCLUSIE
5.1 Algemeen In opdracht van BJZ.NU heeft Milieutechniek Rouwmaat een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Kom Lekdijk (nabij nr. 4) te Lexmond (gemeente Vijfheerenlanden). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. ▪ De aangetroffen matig en sterk verhoogde gehalten in de grond aan koper en zink in boring 08 overschrijden de waarde voor nader onderzoek. ▪ De hypothese “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd” wordt verworpen. ▪ Het is bekend dat in de grond en in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. In dit geval liggen de gehalten koper en zink in MM01 en 08-1 hoger. Hier is nader onderzoek benodigd. Voorafgaand aan nader onderzoek wordt MM01 uitgesplitst. Hierbij worden de betreffende boorpunten opnieuw bemonsterd en separaat geanalyseerd op aanwezigheid van koper en zink.
Aan de hand van de resultaten wordt beoordeeld of nader onderzoek op een of meerdere van deze vier plekken benodigd is. Ter plaatse van boring 08 is sowieso nader onderzoek benodigd voor de stoffen koper en zink. ▪ In de grondmonsters 106 en 107 zijn na uitsplitsing sterke verhoogde gehalten aan koper en zink aangetoond. In de overige monsters bevinden zich geen verhoogde gehalten koper en zink. Ook ter plaatse van de boringen 106 en 107 dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. Op basis van de matig en sterk verhoogde gehalten koper en zink welke zijn aangetroffen in de bovengrond ter plaatse van boringen 06/106, 07/107 en 08, dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de aard en omvang van de verontreiniging. Hierbij dient bepaald te worden of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 verontreinigde grond). Dit betekent dat de verontreiniging in zowel het horizontale als in het verticale vlak afgeperkt dient te worden middels een aantal aanvullende boringen. Indien blijkt dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, zal bepaald dienen te worden of er sprake is van een spoedeisend geval. Opmerking Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen.
Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
12
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCHE KAART
Topografische kaart
A4
Bodemonderzoek Kom Lekdijk nabij nr. 4 te Lexmond SCHAAL:1:25.000 PROJECTNUMMER: 200193
GETEKEND: JWI DATUM: 29-4-2020 BIJLAGE: 1
BIJLAGE 2 KADASTRALE KAART
Kadastrale kaart
A4
Bodemonderzoek Kom Lekdijk nabij nr. 4 te Lexmond SCHAAL:1:1.000 Kadastraal object Kadastrale gemeente:
PROJECTNUMMER: 200193 Lexmond en Zederik
Sectie:
B resp. A
Perceel:
3642 en 3998 resp. 645 en 560
GETEKEND: JWI DATUM: 29-4-2020 BIJLAGE: 2
BIJLAGE 3 SITUATIETEKENING MET MONSTERNAMEPUNTEN
0
Legenda Bebouwing Locatiegrens Boring tot 0,5 m -mv
5
10
15
20
25 m
Situatietekening met monsternamepunten
A4
Bodemonderzoek Kom Lekdijk naast nr. 4 Lexmond
SCHAAL:1:500
PROJECTNUMMER: 200193
GETEKEND: NTB DATUM:8-5-2020
Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis
BIJLAGE: 3
BIJLAGE 4 BOORBESCHRIJVINGEN
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
30-4-2020
Datum:
30-4-2020
0 -50
1 2
-100
3
-150
4
-200
5
0
weiland
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
-70
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijscreme, Edelmanboor
-120
Klei, matig siltig, zwak humeus, laagjes zand, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
-170
Klei, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, resten hout, laagjes zand, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
-200
0
0 1
-50
-50
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
Klei, matig siltig, zwak humeus, sterk baksteenhoudend, laagjes zand, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
30-4-2020
Datum:
30-4-2020
0
0 1 -50
-50
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
Projectcode: 200193 Projectnaam: Kom Lekdijk nabij 4 Lexmond
0
0 1 -50
-50
weiland Klei, matig siltig, zwak humeus, laagjes zand, geen olie-water reactie, bruingeel, Edelmanboor
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
30-4-2020
Datum:
30-4-2020
GWS:
180 0
0
weiland Klei, matig siltig, zwak humeus, laagjes zand, matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
1 -50
0
0 1
-50
-50
2 -100 -150
3 4
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen schelpen, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
-130 -150
5 -200
-200
weiland
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, geen olie-water reactie, bruincreme, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, cremebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijscreme, Zuigerboor handmatig
-250 -300 -330
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
30-4-2020
Datum:
30-4-2020
0
0 1 -50
-50
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen schelpen, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
Projectcode: 200193 Projectnaam: Kom Lekdijk nabij 4 Lexmond
0
0 1 -50
-50
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, sporen schelpen, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
BIJLAGE 5 ANALYSECERTIFICATEN GROND
Rouwmaat Milieutechniek T.a.v. Joost Meier Postbus 74 7140 AB GROENLO NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 08-May-2020
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2020068269/1 200193 Kom Lekdijk nabij 4 Lexmond 01-May-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).