Volledige PDF set Kom Lekdijk (26-10-2021).pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Kom Lekdijk ong., Lexmond
November 2021
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond”
Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:
“Kom Lekdijk ong., Lexmond” NL.IMRO.1961.BPLXKomLekdijkong-VA01 Bestemmingplan Vastgesteld November 2021
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING EN DOELSTELLING ....................................................................................................................... 4 LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED ................................................................................................. 4 TOEBEHORENDE ONDERDELEN VAN HET BESTEMMINGSPLAN ................................................................................ 5 GELDENDE PLANNEN .................................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 9 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ....................................................................................................................... 9 LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE HOOFDSTRUCTUUR EN KENMERKEN LEXMOND IN RELATIE TOT HET PLAN. 10
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 12 3.1 3.2
GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................................................... 12 VERANTWOORDING LANDSCHAPPELIJK EN STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP ........................................................... 13
HOOFDSTUK 4 ALGEMEEN RUIMTELIJK BELEIDSKADER.............................................. 15 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22
HOOFDSTUK 5 SPECIFIEKE REGELGEVING EN BELEID.................................................. 25 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 25 MILIEU .................................................................................................................................................... 26 KABELS EN LEIDINGEN ................................................................................................................................. 38 WATER .................................................................................................................................................... 38 GROEN, NATUUR EN LANDSCHAP .................................................................................................................. 41 CULTUURHISTORIE ..................................................................................................................................... 43 ARCHEOLOGIE ........................................................................................................................................... 44
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 45 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 45 OPBOUW VAN DE REGELS ............................................................................................................................ 45 BESTEMMINGEN ........................................................................................................................................ 46
HOOFDSTUK 7 7.1 7.2 7.3
UITVOERBAARHEID ...................................................................... 48
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 48 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 48 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 49
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 50 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN ....................................................................................................... 51 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 52 NADER BODEMONDERZOEK.................................................................................................................. 53 NADER AFPERKEND- EN ASBESTONDERZOEK ............................................................................................ 54 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 55 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 56 AERIUS-BEREKENING .......................................................................................................................... 57 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 58
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doelstelling
Direct ten oosten van het woonperceel aan de Kom Lekdijk 4 in de kern Lexmond, gelegen in de gemeente Vijfheerenlanden (voormalige gemeente Zederik), bevinden zich enkele onbebouwde percelen. De eigenaar van deze gronden (hierna: initiatiefnemer) is van plan om ter plaatse een vrijstaande (dijk)woning te realiseren. De gewenste ontwikkeling is in strijd met de geldende bestemmingplannen “Kernen Zederik”, “Herziening Kernen Zederik” en het (ontwerp) “Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren” waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend planologisch kader voor de gewenste woningbouwontwikkeling. In dit plan wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied ligt in Lexmond, en maakt onderdeel uit van de gemeente Vijfheerenlanden. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Lexmond, sectie B, nummers 3642, 3998 en sectie A, nummers 560 en 645. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied binnen de kern Lexmond (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven. Voor een exacte weergave van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding, die onderdeel uitmaakt van voorliggend bestemmingsplan.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in de kern Lexmond en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
1.3
Toebehorende onderdelen van het bestemmingsplan
Het bestemmingsplan "Kom Lekdijk ong., Lexmond" bestaat, behoudens voorliggende toelichting (met bijbehorende bijlagen), uit de volgende stukken: 1. 2.
verbeelding (plannummer: NL.IMRO.1961.BPLXKomLekdijkong-VA01 en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen)
Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan juridisch zeker te stellen. Het derde deel van het bestemmingsplan is de toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, zoals de verbeelding en de regels.
1.4
Geldende plannen
1.4.1
Algemeen
Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen “Kernen Zederik” en “Herziening Kernen Zederik”. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk vastgesteld op 27 mei 2013 en 15 september 2017. In de herziening “Herziening Kernen Zederik” zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van o.a. omissies en nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat concreet dat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 4’ is opgenomen. Daarnaast geldt ter plaatse van het plangebied tevens het “Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren”. Dit paraplubestemmingsplan is op 10 juni 2021 vastgesteld. Met dit bestemmingsplan worden ten behoeve van een goed en eenduidig toetsingskader in relatie tot de aspecten ‘wonen’ en ‘parkeren’ enkele wijzigingen aangebracht in het gelden regime. Ondanks dat dit nog een ontwerpbestemmingsplan betreft en hiermee formeel geen onderdeel uitmaakt van het geldende regime, is in voorliggend bestemmingsplan wel rekening gehouden met de inhoud van dit parapluplan. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geconsolideerde bestemmingsplan “Kernen Zederik Geconsolideerd” opgenomen waarbij het plangebied is weergegeven met de rode omlijning. In deze geconsolideerde versie van de geldende bestemmingsplannen zijn de regels en de verbeeldingen van beide plannen opgenomen als ware het één bestemmingsplan.
Deze geconsolideerde versie heeft echter geen juridische status, maar geeft wel de juridische regeling weer.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan ”Kernen Zederik Geconsolideerd” inclusief kadastrale ondergrond (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2
Bestemmingen
Het plangebied kent op basis van de geldende bestemmingsplannen de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Daarnaast gelden de volgende dubbelbestemmingen, aanduidingen etc.: • • • • •
dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 1’; dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 4’; dubbelbestemming: ‘Waterstaat – Waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie’; dubbelbestemming: ‘Waterstaat – Waterkering’; gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’.
Bovenstaande bestemmingen worden hieronder kort toegelicht. ‘Wonen’ De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn ter plaatse hoofdzakelijk bestemd voor wonen daaronder begrepen aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven, daarnaast zijn deze gronden bestemd voor bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Hoofdgebouwen dienen uitsluitend te worden gebouwd binnen het bouwvlak. ‘Tuin’ De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, toegangswegen, paden, water en groen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ De gronden die zijn voorzien van deze archeologische dubbelbestemmingen zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. ‘Waterstaat - Waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie’ De voor 'Waterstaat - waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie’ aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de afvoer en berging van oppervlaktewater, sediment en ijs, de waterhulshouding, verkeer te water, aanleg, beheer en onderhoud en verbetering van de hoofdwaterkering, het vergroten van de afvoercapaciteit. Op de aldus bestemde gronden zijn geen bouwwerken (gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde) toegestaan, met uitzondering van vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet mag worden uitgebreid. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van bovenstaande, met inachtneming van de volgende regels: a. b.
de belangen van de waterstaatsdoeleinden voldoende zijn gewaarborgd; de waterbeheerder vooraf positief heeft geadviseerd omtrent de gevraagde bouwactiviteiten.
‘Waterstaat – Waterkering’ De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken. Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c.
op deze gronden mogen ten behoeve van de bovengenoemde functies uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd voor zover ten behoeve van de bouw de bodem op welke wijze dan ook geroerd wordt.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van bovenstaande, met inachtneming van de volgende regels: a. b.
de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder indien het werkzaamheden in de grond.
‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn bestemd voor het beschermen van grondwater. De grond mag niet dieper dan 2,5 m onder maaiveld worden geroerd. Alle handelingen in de bodem die de deklaag kunnen beschadigen zijn niet toegestaan. Dit geldt niet voor handelingen ten behoeve van grondwaterbeer of handelingen waarvoor de Gedeputeerde Staten toestemming hebben verleend. Heien van palen is toegestaan, mits geen palen met verbrede voet worden gebruikt. 1.4.3
Strijdigheid
Op basis van de geldende bestemmingsplannen ontbreken ter plaatse van het plangebied de juiste gebruiksen bouwmogelijkheden voor de realisatie van de gewenste vrijstaande woning. Zo is er geen bouwvlak aanwezig en zijn de noodzakelijke werkzaamheden ter plaatse van de geldende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduiding in beginsel niet toegestaan. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch planologische kaders waardoor de voorgenomen ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een algemene beschrijving van het plan weergegeven. De huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied wordt hier beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste ontwikkeling. Hier wordt uiteengezet wat er met dit bestemmingsplan beoogd wordt. In hoofdstuk 4 wordt op het algemene ruimtelijke beleidskader ingegaan. Het overkoepelende beleid op alle bestuursniveaus en welke invloed dit beleid heeft op het plangebied wordt hier beschreven. Het volgende hoofdstuk (5) geeft de specifieke wet- en regelgeving weer op de verschillende onderdelen. Te denken valt aan beeldkwaliteit, wonen, bedrijven, verkeer, water, etc. Hierin is alleen het voor het plan relevante beleid opgenomen. Het overige beleid wordt niet benoemd. In hoofdstuk 6 is de juridische uitleg opgenomen van de bestemmingen die in de regels zijn verwoord. Tot slot geeft hoofdstuk 7 inzicht in de haalbaarheid van het plan. Hier wordt gekeken naar de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid en ook wordt het aspect handhaving besproken.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE
Huidige situatie plangebied
Het plangebied bevindt zich aan de Kom Lekdijk in de kern Lexmond en maakt onderdeel uit van het woongebied van Lexmond. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door tuinen en tuingronden en aan de oostzijde door agrarische cultuurgronden. Aan de zuidzijde vormen een smalle groenstrook en vervolgens de Kom Lekdijk de begrenzing. Aan de westzijde bevindt zich het woonperceel Kom Lekdijk 4. Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich een dijk. Het plangebied is in de bestaande situatie onbebouwd en ingericht als gazon. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie omvat in een luchtfoto. Afbeelding 2.2 laat een straatbeeld van het plangebied zien.
Afbeelding 2.1
Huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
Afbeelding 2.2
2.2
Straatbeeld plangebied (Bron: PDOK)
Landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur en kenmerken Lexmond in relatie tot het plan
Het landschapstype rondom Lexmond valt onder het open veenweidegebied, het slagenlandschap. Het centrum van Lexmond is vroeger ontstaan bij het kruispunt van de Kortenhoevenseweg, Dorpsstraat, De Laak en de Lekdijk. Deze verschillende oude linten bepalen de ruimtelijke hoofdstructuur van Lexmond. De Kortenhoevendijk is de noordelijke grens van Lexmond met aan de noordzijde het rivierenlandschap gekenmerkt door de uitwaarden van de Lek en een buitendijks gelegen lintbebouwing boven aan de dijk. Een extra dijk en sloot omringd de lintbebouwing aan de noordzijde van de dijk. Daarnaast zijn een haventje en camping gesitueerd in de uiterwaarden, deze liggen echter buiten het plangebied. Aan de zuidzijde is de kern van Lexmond gesitueerd, deze ligt verdiept onder aan de dijk. De woningen in het bebouwingslint bestaan over het algemeen uit één bouwlaag met kap. Daarnaast liggen de woningen in de kern van het lint lager t.o.v. de kruin van de dijk en manifesteren zich dan ook als verdiept ten opzichte van de kruin van de dijk. Vaak is er een onderhuis dat in de dijk is gebouwd, dit is veelal niet zichtbaar vanaf de dijk. Aan de buitenzijde daarentegen, vanuit de uiterwaarden en de ‘nieuwe’ dijk gezien, is de gehele woning zichtbaar. Dit geldt met name ook voor de kop van het lint kijkend vanaf de dijk uit oostelijke richting.
Dit is een belangrijk aspect dat ook is meegenomen bij de ontwikkeling van het plangebied. De nieuwe relatief jonge dijk vormt een duidelijk begrenzing van de uiterwaard restanten tussen het bebouwingslint en de nieuwe dijk. Hierdoor is er slechts beperkt ruimte voor uitbreiding van het lint in oostelijke richting. Met de realisatie van één aanvullende woning ontstaat een nieuwe ‘hekkensluiter’ van het lint. Aandacht voor de beeldkwaliteit van de woning en positie aan het einde van het lint is hiermee van groot belang. Dit heeft vooral betrekking op de beleving van de woning vanuit de oostzijde gezien. Aspecten die een rol spelen zijn het zicht op het onderhuis, de verdiepte ligging ten opzichte van de kruin van de dijk, de hoek van de woning met de dijk en de beleving van de uiterwaard met gras, hagen en sloot. De buitenruimte van de geplande woning dient vanuit oogpunt van de landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur te worden gehandhaafd. Dit geldt ook voor diens kenmerken van de diversiteit bij de nieuwe inrichting van het plangebied. Het feit dat er sprake is van een ‘hekkensluiter’ houdt tevens in de woning qua maat, volume de uitstraling een hoeksteen functie mag vervullen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld Vanuit de uitgevoerde inventarisatie/analyse vormt de bestaande laatste woning van het bebouwingslint een schrale beëindiging van het lint en doet hiermee tekort aan de beleving van een typische dijkwoning. Kijkend naar het plangebied zelf is er sprake van een harde overgang van bebouwing en verharding van het naastgelegen perceel naar het groene en open weidegebied van de uiterwaarden. De landschappelijke inpassing vraagt hiermee nadrukkelijke aandacht. Hierbij dient gedacht te worden aan gebiedseigen groen. Daarnaast dient het weidse uitzicht naar de uiterwaarden zoveel mogelijk te worden gerespecteerd. Bijvoorbeeld de toevoeging van enkele steekeigen bomen die bijdragen aan de coulissevorming.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Gewenste situatie
Initiatiefnemer is voornemens ter plaatse van het plangebied een vrijstaande (dijk)woning te realiseren. De woning wordt gebouwd in aansluiting op de bestaande woningen aan de Kom Lekdijk. In het ontwerp van de woning is nadrukkelijk rekening gehouden met de specifieke mogelijkheden en beperkingen in verband met de ligging nabij een dijk. Afbeeldingen 3.1 tot en met 3.3 geven enkele impressies van de gewenste situatie ter plaatse van het plangebied. Aanvullend wordt beknopt ingegaan op de stedenbouwkundige achtergrond bij het ontwerp.
Afbeelding 3.1
Gewenste nieuwe inrichting plangebied (Bron: EVE Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
Afbeelding 3.2
Gevelaanzichten nieuwe woning (voorgevel, zijgevel oostzijde, achtergevel, zijgevel westzijde) (Bron: EVE Architecten)
Afbeelding 3.3
Ontwerpimpressies gewenste situatie (Bron: EVE Architecten)
3.2
Verantwoording landschappelijk en stedenbouwkundig ontwerp
Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling heeft EVE Architecten een ontwerp voor de nieuwe woning opgesteld. Op de hierboven opgenomen afbeeldingen is te zien hoe de voor ogen zijnde woning eruit ziet en waar deze op het perceel gesitueerd wordt. Daarnaast is door Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarin onder andere wordt ingegaan op de achtergrond en uitgangspunten bij het ontwerp en de inrichting van het plangebied. Hierna wordt kort ingegaan op de achtergrond bij het ontwerp en de inrichting. Voor de volledige onderbouwing bij het ontwerp en de uitgangspunten die hieraan ten grondslag hebben gelegen wordt verwezen naar het landschappelijke inpassingsplan dat als bijlage 1 bij deze plantoelichting is opgenomen. Lintbebouwing De voorgevel van de woning ligt op korte afstand van de perceelsgrens en ligt op korte afstand van de weg. Door de gekozen opzet past de nieuwe woning in het bestaande bebouwingslint en sluit de ligging van de voorgevel hierop aan. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld Afronding In de huidge situatie wordt het einde van het bebouwingslint bepaald door A-typische bebouwing. De huidige bebouwing is op dezelfde hoogte als de dijk geplaatst, terwijl de karakteristieke bebouwing lager dan de dijk is geplaatst. Door de bestaande architectuur heeft het einde van het bebouwingslint meer weg van een nieuwbouwwijk. De nieuwe woning vormt de afronding van het bestaande bebouwingslint. De nieuwe bebouwing wordt 'in de dijk' geplaatst zodat het weer aansluit bij de karakteristieke kenmerken van het gebied. Aan oostkant is gekozen voor een volume met een noklijn haaks op de weg zodat er een lage gootlijn ontstaat aan de zijde van het landschap. De oostgevel heeft een open structuur met veel glas. Er is gekozen voor een klassieke raamverdeling zodat er een rustig gevelbeeld ontstaat. Door de keuze voor een lage gootlijn en een zijgevel met vensters wordt de bestaande lintbebouwing minder abrupt afgerond en sluit deze beter aan op het open landschap. Er is gekozen om het bijgebouw aan de voet van de dijk te plaatsen. Het bijgebouw vormt zo geen verstoring van het bebouwingslint. Maat en schaal Het ontwerp van de nieuwe woning is samengesteld uit een aantal volumes zodat de maat en schaal aansluit bij de bebouwing uit het bestaande lint. De volumes zijn voorzien van een langs- en dwarskap.
Er is gekozen voor een eenduidige en nadrukkelijk kapvorm: het zadeldak. De kappen zijn kloek en sober vormgegeven. Het ontwerp van de kap sluit aan bij het bebouwingslint. Architectuur De architectuur is karakteristiek. Door te kiezen voor twee volumes met elk een eigen uitstraling sluiten de volumes aan bij het ritme van de bestaande lintbebouwing.Het volume dat is vormgegeven als woning heeft een gebakken rode pan en gekeimde gevels. In dit volume is veel glas opgenomen in de vorm van vensters. De raampartijen zijn voorzien van een roedeverdeling. De toepassing van een zinken goot en afdeklijsten op de topgevels zorgt voor een eigentijds beeld. Door de keuze om het souterrain te voorzien van vensters wordt het karakter van een dijkwoning versterkt. Het volume evenwijdig aan de dijk kent juist een sobere architectuur. Gedekte kleuren en een houten gevelbekleding geven een ingetogen beeld. De gevels van dit volume zijn relatief gesloten. De raampartij ligt terug ten opzichte van de gevel en valt doordoor weg in het gevelbeeld. Deze raampartij heeft een eigentijds karakter door de verticale geleding. Het bijgebouw is uit het zicht geplaatst aan de voet van de dijk. Het bijgebouw is sober vormgegeven en vormt qua architectuur één geheel met het volume evenwijdig aan de dijk.
Het bijgebouw is ondergeschikt ten opzichte van het hoofdvolume vormgegeven door de toepassing van een flauwe en lage kap. De kap is voorzien van dakpannen zodat het bijgebouw herkenbaar is. Door dezelfde gevelbekleding te gebruiken als het volume evenwijdig aan de weg blijft het gevelbeeld rustig. Landschappelijke inpassing In de huidige situatie is er sprake van harde overgang van bebouwing en verharding van het naastgelegen perceel naar het groene en open weidegebied van de uiterwaarden. Aangezien in voorliggend geval al sprake is van een woningtypologie en positionering die afwijkt van de overige bebouwing aan het lint, verdient de landschappelijke inpassing extra aandacht. Hier is onder andere rekening mee gehouden door het weidse uitzicht naar de uiterwaarden te respecteren en gebiedseigen groen in te passen. De beplanting zal onder meer bestaan uit hagen van liguster (Ligustrum ovalifolium). Plantvakken rond het erf zullen bestaan uit struweel van streekeigen soorten passend in het uiterwaardenlandschap, bijvoorbeeld struikwilgen, meidoorn en sleedoorn. Bomen bestaan uit streekeigen soorten zoals hoogstamfruitbomen, schietwilg, zwarte els en veldesdoorn. De borders dichter bij de woning zullen bestaan uit een combinatie van verschillende vaste planten gecombineerd met siergrassen, vaste planten en enkele solitairheesters.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
ALGEMEEN RUIMTELIJK BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid dat betrekking heeft tot het plangebied. Naast de algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
3.
Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld Er is geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat voor het realiseren van woningen geldt, dat woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen worden beoordeeld als een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Hieronder worden deze uitspraken weergegeven: •
11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921)
•
12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).
In dit geval wordt slechts één woning toegevoegd. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Het nader toetsen van het initiatief aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk. 4.1.3
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het meest relevante provinciale beleid beschreven en getoetst. 4.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
4.2.1.1 Algemeen Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de ‘Omgevingsvisie provincie Utrecht’ vastgesteld. De Omgevingsvisie vervangt de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, het Mobiliteitsplan en het Afwegingskader Uitbreidingslocaties voor wonen. De ‘Omgevingsvisie provincie Utrecht’ is op 1 april 2021 in werking getreden. In de Omgevingsvisie beschrijft de provincie hoe zij zich wil voorbereiden op de toekomst, gezien alle ontwikkelingen die op de provincie afkomen en ruimte vragen. Denk daarbij aan de groeiende behoefte aan woningen en bereikbaarheid, de aantrekkende economie, de energietransitie, de klimaatadaptatie en het tegengaan van bodemdaling. Slimme combinaties van functies en maatwerk per gebied zijn nodig om het mooie diverse landschap te behouden en versterken. De Omgevingsvisie laat zien hoe de provincie het fijne woon- en leefklimaat van de provincie Utrecht wil behouden en versterken. De Omgevingsvisie gaat over de hele provincie en is alleen bindend voor de provincie zelf. 4.2.1.2 Zeven thema’s Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. De provincie streeft ernaar in 2050 een inclusieve en circulaire provincie te zijn: •
waarin Stad en land gezond zijn;
•
die Klimaatbestendig en waterrobuust is;
•
waarin Duurzame energie een plek heeft;
•
met Vitale steden en dorpen;
•
die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is;
•
met een Levend landschap, erfgoed en cultuur;
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
17
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld •
die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.
Deze zeven thema’s vragen om een brede blik. Ze staan niet op zichzelf, maar kennen samenhang en relaties in boven- en ondergrond. Deze worden bezien vanuit het algemene belang, de integrale aanpak en de lange termijn. De zeven thema’s zorgen gezamenlijk voor integrale, toekomstgerichte oplossingen voor de opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit wordt bereikt door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren, zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. In het kader van voorliggend plan zijn op basis van de bij de omgevingsvisie behorende interactieve kaart met name de thema’s ‘Stad en land gezond’, ‘Duurzame energie’, ‘Vitale steden en dorpen’ en ‘Toekomstbestendige natuur en landbouw’ van belang. Hierna wordt in verband met de aard (verstedelijking t.b.v. wonen) en omvang van de ontwikkeling nader ingegaan op het thema ‘Vitale steden en dorpen’. 4.2.1.3 Basisprincipes voor verstedelijking Prognoses wijzen uit dat de provincie de komende decennia nog fors gaat groeien, en dat er extra ruimte nodig is om deze groei op te vangen. De provincie beziet de toekomstige ontwikkeling van woon- en werklocaties in samenhang met bereikbaarheid, en in samenhang met de overige opgaven en kwaliteiten zoals in de visie verwoord.
Daarom worden bij de locatiekeuze voor nieuwe verstedelijking de volgende basisprincipes gehanteerd: •
zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten;
•
daarnaast in overig stedelijk gebied;
•
eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors.
In aanvulling hierop wil de provincie onder voorwaarden ruimte bieden aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten (lokaal maatwerk). Om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht, is het nodig om tot 2040 in totaal nog ongeveer 165.000 woningen te bouwen. Dit is een grote opgave, die alleen kan worden gerealiseerd als overheden onderling en met andere partners in de bouwwereld samenwerken. Voor deze opgave is al veel plancapaciteit in beeld, maar veel daarvan heeft nog de status ‘zacht’ en ‘potentieel’ en het is dus zaak hierin keuzes te maken en te werken aan ‘harde’, uitvoerbare, plannen. Deze woningen kunnen voor een groot deel binnen het bestaande stedelijke gebied (van steden en dorpen) via inbreiding en transformatie worden gerealiseerd, maar niettemin verwacht de provincie dat er op de langere termijn een of meer nieuwe grootschalige woningbouwlocaties nodig zijn. 4.2.1.4 Overige aspecten Op basis van de bij de omgevingsvisie behorende interactieve kaart zijn ter plaatse van het plangebied nog een aantal wateraspecten relevant. Zo ligt het plangebied in ‘Overstroombaar gebied’ en binnen de contouren van een ‘Beschermingszone drinkwaterwinning’. Binnen ‘Overstroombaar gebied’ zet de provincie in op het voorkomen van overstromingen.
In de omgevingsvisie wordt verwezen naar een regel die in dit kader is opgenomen in de ‘Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht’. Op deze regel wordt dan ook nader ingegaan in de volgende paragraaf, waar deze omgevingsverordening wordt behandeld. Binnen de ‘Beschermingszone drinkwaterwinning’ wordt aan gemeenten gevraagd om bij nieuwe ontwikkelingen aandacht te hebben voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Hiervoor gelden echter geen specifieke regels bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
18
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld 4.2.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie provincie Utrecht In voorliggend geval is sprake een woningbouwontwikkeling waarbij één woning wordt gerealiseerd op een inbreidingslocatie in bestaand stedelijk gebied. Met deze ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de lokale woningbouwbehoefte, en hiermee tevens een het vitaal houden van de kern Lexmond. Ten aanzien van het aspect ‘Overstroombaar gebied’ wordt verwezen naar de volgende paragraaf. Met betrekking tot de ‘Beschermingszone drinkwaterwinning’ wordt opgemerkt dat ten behoeve van voorliggend plan meerdere bodemonderzoeken zijn uitgevoerd (zie paragraaf 5.2.1) en overleg heeft plaatsgevonden met het waterschap (zie paragraaf 5.4). Geconcludeerd wordt dan in voldoende mate rekening is gehouden met de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie provincie Utrecht. 4.2.2
Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht
4.2.2.1 Algemeen Op 10 maart 2021 heeft Provinciale Staten de Interim Omgevingsverordening vastgesteld. Deze is op 1 april 2021 in werking getreden. De interim omgevingsverordening is een tijdelijke verordening die een looptijd zal hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening in werking treedt. De interim omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De interim omgevingsverordening is gebaseerd op een aantal wetten en AMvB’s, en bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Andere voorbeelden van direct werkende regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. Regels over bijvoorbeeld een vergunningplicht gelden ook voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers. In relatie tot voorliggend plan zijn met name de thema’s ‘Wonen, werken, recreëren’, ‘Watersysteem’ en ‘Ondergrond en bodem’ relevant. Hier wordt hierna nader op ingegaan. 4.2.2.2 Thema ‘Wonen, werken, recreëren’ Er gelden specifieke regels voor woonontwikkelingen in landelijk en stedelijk gebied.
In het kader van dit plan zijn de regels behorend bij het thema ‘Stedelijke functies in stedelijk gebied’ relevant. Hieronder is in afbeelding 4.1 de bijbehorende themakaart weergegeven in relatie tot het plangebied. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
19
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
Afbeelding 4.1
Themakaart ‘Wonen, werken, recreëren’ (Bron: Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht’
In het kader van dit plan zijn met name de artikelen 9.15 (stedelijk gebied) en 9.22, 9.23, 9.27 en 9.24 (aandachtsgebied stiltegebied) relevant. Artikel 9.15 Instructieregel verstedelijking 1.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking.
2.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:
3.
1.
de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken;
2.
de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling;
Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.
Artikel 9.22 Oogmerk stiltegebied De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van stilte in een gebied.
Artikel 9.23 Aanwijzing stiltegebied en aandachtsgebied stiltegebied 1.
Een Stiltegebied bestaat uit een Stille kern en een Bufferzone stiltegebied.
2.
Een Aandachtsgebied stiltegebied is een zone van 1500 meter rondom een stiltegebied.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
20
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld Artikel 9.27 Instructieregel geluidsniveau in aandachtsgebied stiltegebied 1.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Aandachtsgebied stiltegebied bevat regels die rekening houden met de doelstellingen voor het geluidsniveau bedoeld in Artikel 9.24 Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied.
2.
De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met de doelstelling voor het geluidsniveau is omgegaan.
Artikel 9.24 Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied De regels in deze paragraaf zijn gericht op het bereiken en behouden van: a. b.
een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van ten hoogste 40 dB(A) in de Stille kern van stiltegebied; en een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van bij voorkeur 40 dB(A) maar ten hoogste 45 dB(A) in de Bufferzone stiltegebied.
4.2.2.3 Thema ‘Watersysteem’ In het kader van dit plan zijn de instructieregels behorend bij het thema ‘overstroombaar gebied’ relevant. Hieronder is in afbeelding 4.2 de bijbehorende themakaart weergegeven in relatie tot het plangebied. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.
Met name artikel 2.10 is relevant. Artikel 2.10 Instructieregel overstroombaar gebied 1.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Overstroombaar gebied bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
21
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. 2.
De motivering op een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan.
4.2.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht In voorliggend geval wordt één woning toegevoegd in de kern Lexmond. Het toevoegen van deze woning past binnen de provinciale, regionale en gemeentelijke kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte. Hierbij wordt in voldoende mate rekening gehouden met het voorkomen van (de effecten) van bodemdaling. Het toevoegen van een enkele woning in de aandachtszone van 1.500 meter rondom het stiltegebied heeft redelijkerwijs geen rstructurele effecten op het geluidsniveau ter plaatse van het stiltegebied. Hiervoor is sprake van een te kleinschalige ontwikkeling. Maatregelen zijn in deze niet noodzakelijk. In relatie tot het ontwerpplan voor de woning heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden met het waterschap. Dit heeft geleidt tot een zo optimaal mogelijke invulling van het plangebied rekening houdend met alle relevante wateraspecten, waaronder overstromingsrisico’s. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. 4.2.3
Conclusie toetsing provinciaal beleid
Voorliggend plan is in overeenstemming met het relevante provinciale beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Inn voorliggend geval wordt met name de gemeentelijke woonvisie relevant geacht. Hier wordt hierna nader op ingegaan. 4.3.1
Woonvisie Vijfheerenlanden 2020-2025
4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden heeft op 16 juli 2020 de nieuwe woonvisie ‘samen sterk, met eigenheid en diversiteit’ vastgesteld. Het doel van de nieuwe Woonvisie voor Vijfheerenlanden is dat het voor iedereen goed wonen is in Vijfheerenlanden en dat de woonwensen en woningbehoefte van al haar inwoners zoveel mogelijk binnen de eigen gemeentegrenzen mogelijk worden gemaakt. Het resultaat is een Woonvisie op hoofdlijnen met puntig geformuleerd waar Vijfheerenlanden naar toe wil de komende jaren op het gebied van wonen, passend binnen de ambities zoals die zijn neergelegd in de regionale samenwerkingsverbanden U16, en de netwerksamenwerking Alblasserwaard- Vijfheerenlanden. 4.3.1.2 Betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen Er is in Vijfheerenlanden vraag naar goedkope en middeldure koopwoningen en aan sociale en middeldure huurwoningen. Het gaat met name om de woonvraag van kleine (startende) huishoudens en ouderen die een aantrekkelijke (betaalbare) levensloopbestendige woning op een goed gelegen locatie in een kern met voorzieningen, of de eigen woonkern wensen, aanvullend op de mogelijkheden om bestaande woningen levensloopbestendig te maken. De laatste jaren is er landelijk een trendbreuk te zien van steeds ruimere woningen naar kleinere nieuwbouwwoningen.
De vraag naar klein(er) wonen vertaalt zich in de praktijk in een vraag naar kleinere woningen (bijvoorbeeld kleine appartementen, een kleine (niche) vraag naar Tiny Houses). Er is sprake van een relatief beperkt aanbod van betaalbare huur- en koopwoningen. Dit hangt samen met de beperkte doorstroommogelijkheden voor ouderen. Ouderen wonen momenteel vaak in een relatief grote BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
22
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld eengezinswoning. Een deel van hen wenst door te stromen naar een nultredenwoning (zoals een appartement of patiowoning). Er is onvoldoende aanbod van dergelijke woningen in Vijfheerenlanden. Bij nieuwbouw wordt daarom extra ingezet op nultredenwoningen voor ouderen. Als de oudere doelgroep de mogelijkheid krijgt om door te stromen, ontstaat vrijkomend aanbod in de bestaande woningvoorraad voor starters en gezinnen. 4.3.1.3 Vitale kernen De trend van de afgelopen jaren is dat het aantal huishoudens sterker stijgt dan het aantal inwoners. Het inwoneraantal is tussen 2005 en 2019 nagenoeg gelijk gebleven, terwijl het aantal huishoudens in deze periode groeide met zo’n 6%. Dit betekent dat het gemiddeld aantal personen per huishouden is afgenomen en sprake is van huishoudensverdunning. Deze trend van meer kleine huishoudens hangt vooral samen met de stijging van het aantal eenpersoonshuishoudens. Het gaat vooral om oudere alleenstaanden. 80 tot 85% van de woningopgave tot 2040 wordt veroorzaakt door de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. Dit betekent dat een deel van de bestaande woningvoorraad minder geschikt is voor deze groeiende groep oudere alleenstaanden. Deels omdat veel woningen niet levensloopbestendig zijn en deel omdat de woningen een te groot woonoppervlak hebben.
In Zederik neemt het aantal huishoudens eveneens toe, met zo’n 300 (+6%) in de periode 2020 – 2030 en in de periode 2020 – 2040 met circa 520 (+9%). Deze groei zit vooral in de leeftijdsgroep ouder dan 65 jaar. Het aantal 65-plushuishoudens neemt toe van 1.590 in 2020 tot circa 2.080 in 2030 (+490) en in van 2020 – 2040 in totaal met circa 790 (+50%), tot circa 2.380. Het aantal gezinnen groeit ook, van 2.250 in 2020 naar circa 2.300 (+2%) in 2040. Het aantal alleenstaanden tot 35 jaar daalt van 480 in 2020 tot circa 350 in 2030, en neemt verder af tot circa 330 in 2040. De doelgroep alleenstaanden en stellen tot 35 jaar krimpt in omvang, van 1.210 in 2020 tot circa 1.150 in 2030 (-5%) en circa 1.040 in 2040 (-14% / 170 huishoudens). In onderstaande tabel is de verwachte huishoudensontwikkeling weergegeven.
4.3.1.4 Aantrekkelijke nieuwbouw Woningbouw is nodig om te voorzien in de vraag die in de komende twintig jaar met nog circa 17% toeneemt, zowel vanuit de lokale vraag, als vanuit de behoefte aan woningen in de regio als geheel, zoals afgesproken in de Woondeal Utrecht en in U16-verband. In de regio Utrecht (U10) is de aanvullende woningbouwopgave berekend op circa 105.000 woningen tot 2040. Dit biedt een kans voor Vijfheerenlanden. Zowel ter versterking van de kernen en het buitengebied. Voor de kleine kernen wordt autonome groei voor de eigen behoefte van de kern toegestaan, waarbij vooral voor senioren en starters gebouwd wordt. Bij het faciliteren van woningbouwplannen zet de gemeente Vijfheerenlanden onder meer in op de volgende invulling: •
De verzorgingsdorpen Ameide, Lexmond, Meerkerk en Schoonrewoerd vormen clusters van voorzieningen met daarin een wat grotere huishoudenstoename.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
23
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld 4.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Vianen 2015-2018 De voorgenomen woningbouwontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt past binnen de gemeentelijke woonvisie. Door een nieuwe vrijstaande woning te realiseren wordt een bijdrage geleverd aan de lokale. Vanuit kwantitatief oogpunt past een toevoeging van een woning in het verzorgingsdorp Lexmond binnen de nog in te vullen woningbouwbehoefte op nog ‘vrij’ te ontwikkelen locaties in bestaand stedelijk gebied. 4.3.2
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
24
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
SPECIFIEKE REGELGEVING EN BELEID
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop onder andere de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt het specifieke beleid en de wettelijke verplichtingen per sector beschreven. Per onderwerp wordt aangegeven in hoeverre de ontwikkelingen in het plan zich verhouden tot dat specifieke beleid en die wettelijke verplichtingen. Achtereenvolgens worden de volgende thema’s behandeld: verkeer en parkeren, milieu, water, groen, natuur en landschap en cultuurhistorie en archeologie.
5.1
Verkeer en parkeren
5.1.1
Algemeen
5.1.1.1 Beleidskaders Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Hierbij wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde aangehouden. 5.1.1.2 Uitgangspunten Voor de berekening van de gemiddelde parkeerbehoefte en verkeersgeneratie gelden op basis van de CROW publicatie de volgende specifieke uitgangspunten: • • • • • 5.1.2
Stedelijkheidsklasse: Stedelijke zone: Woningtype: Parkeerbehoefte woning Verkeersgeneratie woning:
‘weinig stedelijk’; ‘buitengebied ; ‘Koop, huis, vrijstaand; ‘2,4 parkeerplaatsen per woning’; ‘8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal’.
Parkeerbehoefte
Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een vrijstaande woning in het dure segment. Op basis van de hierboven weergegeven uitgangspunten geldt een bijbehorende parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen. In dit geval is hiermee afgerond sprake van een parkeerbehoefte van drie parkeerplaatsen. Het plangebied is van voldoende omvang om in deze parkeerbehoefte te kunnen voorzien. In voorliggend geval wordt er aan de achterzijde van de woning een garage gerealiseerd waarin één auto kan worden geparkeerd. Daarnaast wordt aan de achterzijde voldoende verharding aangebracht voor nog eens twee parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Een en ander is gevisualiseerd in afbeelding 5.1. Deze afbeelding geeft een uitsnede van het landschappelijke inpassingsplan weer (zie bijlage 1). Hierin is met de onderbroken rode omlijning en de grijze ondergrond het
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
25
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld deel van het nieuwe woonerf weergegeven waar (half)verharding is beoogd. De afbeelding toont aan dat er plaatse voldoende ruimte aanwezig is om te kunnen voldoen aan de parkeerbehoefte.
Afbeelding 5.1
5.1.3
Visualisatie ruimte voor parkeren binnen het plangebied (Lagendijk tuin- en landschapsarchitecten, bewerking BJZ.nu)
Verkeersgeneratie
De gemiddelde toename van de verkeersgeneratie bedraagt in dit geval 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Aan de westzijde van de nieuwe woning wordt een nieuwe in- en uitrit gerealiseerd die vervolgens achter de woning langsloopt. Deze in- en uitrit wordt direct ontsloten op de Kom Lekdijk. De omliggende infrastructuur is zodanig ingericht dat deze beperkte toename van de verkeersgeneratie eenvoudig en verkeersveilig kan worden afwikkelen. In dit kader is vanuit verkeerstechnisch oogpunt geen sprake van knelpunten. 5.1.4
Conclusie
Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor dit plan.
5.2
Milieu
In deze milieuparagraaf worden achtereenvolgens de volgende milieu- en omgevingsaspecten behandeld: bodem, geluid, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, en externe veiligheid. 5.2.1
Bodem
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
26
Bestemmingsplan “Kom Lekdijk ong., Lexmond” Vastgesteld Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.1.1 Situatie plangebied In het kader van voorliggende ontwikkeling heeft Rouwmaat in 2020/2021 een verkennend het enkele nadere bodemonderzoek uitgevoerd. Hieronder wordt beknopt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten en conclusies uit deze bodemonderzoeken. Voor de volledige onderzoeksrapportages wordt verwezen naar bijlage 2, 3 en 4 bij deze plantoelichting. 5.2.1.2 Verkennend bodemonderzoek Uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. De aangetroffen matig en sterk verhoogde gehalten in de grond aan koper en zink in boring 08 overschrijden de waarde voor nader onderzoek. Het is bekend dat in de grond en in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. In dit geval liggen de gehalten koper en zink in Mengmonster (MM) 01 en 08-1 hoger. Hier is nader onderzoek benodigd. Voorafgaand aan nader onderzoek is MM01 uitgesplitst.
In de grondmonsters zijn na uitsplitsing sterke verhoogde gehalten aan koper en zink aangetoond. In de overige monsters bevinden zich geen verhoogde gehalten koper en zink. Ook ter plaatse van deze boringen (106 en 107) dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. Bepaald dient te worden of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging (meer dan 25 m³ verontreinigde grond). Dit betekent dat de verontreiniging in zowel het horizontale als in het verticale vlak afgeperkt dient te worden middels een aantal aanvullende boringen. 5.2.1.3 Nader bodemonderzoek Uit het uitgevoerde nader bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in de zin van de Wet Bodembescherming. De bodem hoeft echter niet met spoed te worden gesaneerd. De bodem op het achterterrein zit ‘op slot’ voor grondverzet. Grondwerkzaamheden worden gezien als sanering en zijn voorbehouden aan erkende bodemintermediairs conform BRL 6000 en 7000. Indien er grondwerkzaamheden gaan plaatsvinden in of nabij de verontreinigde grond dient er contact opgenomen te worden met bevoegd gezag.