Visie op wonen welzijn en zorg Vijfheerenlanden 2025
Tekst van het document
Visie Wonen, Welzijn en Zorg Vijfheerenlanden 2025 Een thuis voor iedereen in Vijfheerenlanden – doorkijk naar 2040
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................2 Samenvatting ............................................................................................3 Leeswijzer ..............................................................................................4 1.
Inleiding..............................................................................................5 1.1 Scope van de visie .............................................................................5 1.2
Doel van de visie .............................................................................7
2. Omvang van de huisvestingsopgave .........................................................8 2.1 Huisvesting aandachtsgroepen ............................................................8 2.2. Ouderen ........................................................................................11 3. Passend wonen voor aandachtsgroepen ...................................................13 3.1 Ambitie...........................................................................................13 3.2 Opgaven .........................................................................................13 4. Passend wonen voor alle ouderen ...........................................................20 4.1 Ambitie...........................................................................................20 4.2 Opgaven .........................................................................................21 5. De sociale basis wordt versterkt .............................................................28 5.1. Ambitie..........................................................................................28 5.2 Opgaven .........................................................................................29 6. Een geschikte woonomgeving.................................................................32 6.1.
Ambitie..........................................................................................32 6.2 Opgaven .........................................................................................32 7. Samenwerken in wonen, zorg en welzijn ..................................................39 7.1. Wat willen we met elkaar bereiken? ...................................................39 7.2. Hoe gaan we dit bereiken? ...............................................................39 7.3. Naar een Volkshuisvestingsprogramma ..............................................43 Bijlage 1: Afkortingen en definities .............................................................44 Bijlage 2: Geraadpleegde bronnen ..............................................................47 Bijlage 3: Participatieproces.......................................................................48 Bijlage 4: Overzicht woonzorgaanbod Vijfheerenlanden .................................50
1
Voorwoord Een thuis voor iedereen in Vijfheerenlanden. Was het maar zo vanzelfsprekend. Als je weinig geld te besteden hebt, je je niet helemaal (meer) zelf kunt redden of zorg nodig hebt, kan het moeilijk zijn om een passende woning te vinden. En als je een fijn huis hebt, dat te groot is geworden en niet meer handig is ingedeeld, hoe kun je dan een betaalbare seniorenwoning of een woning met zorg vinden? Of als je dak – of thuisloos bent en hulp nodig hebt om een dak boven je hoofd te vinden? Het Rijk wil meer doen voor deze aandachtsgroepen op de woningmarkt, die een huisvestingsvraag, een zorg- of ondersteuningsvraag hebben. Ook is er aandacht gevraagd voor de huisvesting van ouderen. Gemeenten, woningcorporaties en andere partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg werken daarom samen om voor iedereen een thuis te vinden. Dat kan door meer woningen naar behoefte te bouwen, maar ook door slimmer te plannen, afspraken te maken en initiatieven te stimuleren die wonen, welzijn en zorg met elkaar verbinden. Dit vraagt om een visie, waarin de lijnen voor deze samenwerking worden gelegd en waarin ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheden een bijdrage levert aan het helpen van deze aandachtsgroepen. Dat gaat verder dan het bouwen van woningen of het leveren van zorg.
Het gaat erom samen slimmer na te denken over bijvoorbeeld woonzorgzones, het bouwen van sterke gemeenschappen waarin buren omzien naar elkaar en om onze inwoners te laten nadenken of hun woning nog wel bij hen past. Doorstroom op de woningmarkt kan helpen een beweging op gang te brengen, waarin jongeren, kwetsbare mensen, ouderen en andere aandachtsgroepen hun eigen thuis kunnen vinden. Dat kan een kamer bij een hospita zijn, een appartement in een woongroep of een eengezinswoning zijn, voor iedereen moet er woonruimte komen. Met de verwachte vergrijzing, de drukte op de woningmarkt en de prijzen voor huur- en koopwoningen is dat een enorme uitdaging. Samen zetten we ons daarvoor in. Deze visie beschrijft de ambities, opgaven en afspraken die we gezamenlijk aanpakken. Zo wordt Vijfheerenlanden een thuis voor iedereen. Ad Jongenelen en Kees Bel Wethouders Wonen en Sociaal Domein Gemeente Vijfheerenlanden
2
Samenvatting Heel Nederland staat voor een grote opgave op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Ook gemeente Vijfheerenlanden heeft te maken met complexe maatschappelijke vraagstukken zoals dubbele vergrijzing, een toename van alleenstaanden, een groeiende diversiteit aan aandachtsgroepen en een toenemende vraag naar passende zorg en ondersteuning
en
de
daarbij
stijgende
personeelstekorten
in
de
zorg.
Ook
de
doorcentralisatie, waarbij de verantwoordelijkheid voor beschermd wonen van de centrumgemeenten verplaatst naar de individuele gemeenten, vraagt om een andere aanpak. Met de Rijksprogramma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’
wordt
ingezet
op
voldoende
betaalbare
woningen
voor
mensen
uit
aandachtsgroepen, zoals personen met een sociale – of medische urgentie, personen die uitstromen uit intramurale instellingen en ouderen. Daarbij streven we naar een evenwichtige verdeling van woningen voor aandachtsgroepen over de gemeente met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding waar dit nodig is. Voor deze inwoners is extra aandacht nodig omdat er voor hen onvoldoende geschikte woningen zijn en/of niet aan hen worden toegewezen. De Visie op Wonen, Welzijn en Zorg 2025 biedt een strategisch kader om wonen, zorg en welzijn toekomstbestendig te organiseren. Voor gemeente Vijfheerenlanden is het van belang dat alle inwoners prettig in onze gemeente kunnen wonen, dat er een thuis is voor iedereen en dat langer zelfstandig wonen mogelijk wordt, al dan niet in combinatie met een ondersteunings- en/of zorgbehoefte. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak van alle betrokken partijen in zowel het fysieke – als sociaal domein. De volgende ambities zijn uitgangspunt van deze visie; 1. Een passend woningaanbod voor alle aandachtsgroepen; 2. Een passend woningaanbod gericht op ouderen; 3. Het versterken van de sociale basis, en; 4. Het creëren van een geschikte woon- en leefomgeving. De visie richt zich met name op aandachtsgroepen die een huisvestings-, zorg– en ondersteuningsvraag hebben en op de doelgroep ouderen.
Om uitvoering te geven aan deze ambities worden er uitvoeringafspraken gemaakt. Deze afspraken worden met betrokkenen opgesteld en krijgen uiteindelijk een plek in het Volkshuisvestingsprogramma van de gemeente.
3
Deze visie is mede gebaseerd op inzichten uit het provinciale woonzorgbehoeftenonderzoek van Companen (28 juni 2024), inzichten op basis van de vastgestelde dorps(woon)visies en gebiedsvisies in onze gemeente en andere relevante beleidsdocumenten waaronder de Woonvisie, Omgevingsvisie en de beleidsvisie Sociale Basis (6 februari 2025 vastgesteld). Deze visie richt zich op het bevorderen van zelfstandigheid, sociale cohesie en passende ondersteuning voor alle inwoners.
Leeswijzer Allereerst wordt de aanleiding voor de visie op wonen, welzijn en zorg beschreven. Daarna wordt ingegaan op het doel en de scope van de visie; voor wie geldt deze visie en wat willen we bereiken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de opgave waar we voor staan. Vervolgens is in hoofdstuk 3 tot en met 6 te lezen wat de ambities van de gemeente Vijfheerenlanden zijn voor deze opgaven en welke uitvoeringsafspraken hiervoor mogelijk zijn. In hoofdstuk 7 geven we vorm aan de mate van samenwerking en hoe we opvolging geven aan de uitvoering. In de bijlagen wordt een overzicht gegeven van relevante definities en begrippen, het huidige aanbod aan huisvesting voor aandachtsgroepen in Vijfheerenlanden, de huidige beleidskaders en het doorlopen participatieproces.
4
1.
Inleiding
Nederland staat voor een grote uitdaging op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Gemeente Vijfheerenlanden vormt daar geen uitzondering op. We worden met elkaar steeds ouder en wonen steeds langer thuis en zelfstandig. Dit brengt uitdagingen met zich mee, want niet alleen het aantal ouderen neemt toe, maar daarmee ook de zorgvraag. Veilig en gezond ouder worden in de eigen omgeving, vormt daarbij een belangrijk thema. Ook de andere aandachtsgroepen die gehuisvest moeten worden zijn in aantal toegenomen, maar het geschikte woningaanbod blijft achter. Ook streven we ernaar dat mensen met een beperking zelfstandig kunnen wonen en volledig kunnen deelnemen aan de samenleving. Vandaar dat in de Nationale Woon- en Bouwagenda van het Rijk de programma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’ zijn opgenomen. Vijfheerenlanden is een dynamische gemeente met diverse kernen en wijken en buurten, waar de sociale samenhang een grote kracht is. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met uitdagingen zoals dubbele vergrijzing, aanwezige woningtekorten en een toenemende zorg- en ondersteuningsvraag. De geografische ligging van een aantal kernen leidt daarnaast tot uitdagingen ten aanzien van de mobiliteit (openbaar vervoer).
Het is onze verantwoordelijkheid als gemeente om een omgeving te creëren waarin iedereen een thuis vindt en toegang heeft tot de ondersteuning die nodig is. Deze visie schetst een toekomst waarin wonen, zorg en welzijn hand in hand gaan. We zetten in op een inclusieve en toegankelijke samenleving waar mensen – met of zonder ondersteuningsbehoefte – zich welkom en gewaardeerd voelen, meetellen en gelijkwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij.
1.1 Scope van de visie Vanuit het programma ‘Een thuis voor Iedereen’ wordt een onderscheid gemaakt tussen een drietal aandachtsgroepen met elk hun eigen behoeften op het gebied van huisvesting, zorg en ondersteuning: •
Aandachtsgroepen met een huisvestings-, zorg- en ondersteuningsvraag Hiertoe behoren mensen met een sociale en/of medische urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale instelling (waaronder Beschermd Wonen), en vergunninghouders. Voor Vijfheerenlanden gaat het vooral om mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking; mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid; mensen die uitstromen uit beschermd wonen, de maatschappelijke opvang en jeugdhulp met verblijf.
5
•
Aandachtsgroepen met een accent op woonruimte Hiertoe behoren arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners
•
Ouderen Lang niet alle ouderen hebben een zorgvraag of behoefte aan een specifiek soort woning. Verreweg de meeste ouderen (65-plussers) wonen zelfstandig en zijn vitaal. Toch worden ouderen gezien als aandachtsgroep op de woningmarkt. Niet alleen vanwege het ontstaan van een zorgvraag of behoefte aan een specifiek soort woning, maar ook omdat het om een zeer grote groep mensen die door vergrijzing snel groeit.
Ook aandacht voor jongeren De visie op wonen, welzijn en zorg richt zich voornamelijk op de aandachtsgroepen met een huisvestings-, zorg-, en ondersteuningsvraag en op ouderen. In het verlengde hiervan hebben we ook aandacht een groep jongeren op de woningmarkt: jongeren die op eigen benen willen gaan staan maar door de omstandigheden op de woningmarkt niet in staat zijn om uit huis te gaan. Dit leidt in een aantal situaties tot een gespannen thuissfeer met soms ongewenste gevolgen. Ook voor deze groep hebben we aandacht in deze visie, aangezien we willen voorkomen dat deze bijvoorbeeld instromen in de geestelijke gezondheidszorg. Wat valt buiten de scope van deze visie? Voor de aandachtsgroepen met alleen een accent op woonruimte hebben we als gemeente reeds beleid geformuleerd (denk bijvoorbeeld aan woonwagenbeleid), wordt beleid herijkt (arbeidsmigranten) of wordt in regio verband samengewerkt aan de opgave. De opgave rondom vergunninghouders vormt ook geen onderdeel van deze visie. De asielopgave en (tijdelijke) opvang van Oekraïners valt eveneens buiten de scope van deze visie. Relaties met ander beleid Deze visie draagt bij aan het verbinden van zowel het fysieke als sociale domein.
De visie op wonen, welzijn en zorg staat niet op zichzelf, maar ligt in het verlengde van bestaand beleid, te weten; de Omgevingsvisie, Woonvisie, Lokaal Gezondheidsbeleid in Vijfheerenlanden, de verschillende dorps(woon)visies en gebiedsvisies, Sociale Basis, de Sociaal Maatschappelijke Agenda en het Regioplan Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het VN-Verdrag Handicap: Onbeperkt Meedoen.
6
1.2 Doel van de visie Onze visie is dat alle inwoners goed in onze gemeente kunnen wonen. Dat er voor iedereen een thuis is, ook als ze een ondersteunings- of zorgvraag hebben. Niet alleen prettig wonen is hierin van belang, maar ook een passende en toegankelijke woon- en leefomgeving.
Daarbij is het belangrijk dat mensen met een ondersteunings- of zorgvraag zelf kunnen kiezen waar en met wie ze wonen, en niet gedwongen moeten verhuizen. Of dat nu ouderen betreft of kwetsbare jongeren, het is belangrijk dat de woon- en leefomgeving en het formele en informele netwerk aan ondersteuning en zorg aansluit op de behoefte van deze aandachtsgroepen. De gemeente heeft de volgende ambities geformuleerd; 1. Een passend woningaanbod voor alle aandachtsgroepen; 2. Een passend woningaanbod gericht op ouderen; 3. Het versterken van de sociale basis, en; 4. Het creëren van een geschikte woon- en leefomgeving. Een evenwichtige en evenredige verdeling van de woningvoorraad is wenselijk om in de woonvraag van deze aandachtsgroepen te voorzien. Met 2 steden, 14 dorpen en daarin een verdeling van 22 kernen, met een gevarieerd inwoneraantal en een groot buitengebied vormt dit een extra uitdaging. We hebben immers te maken met een aantal kernen met nauwelijks of geen voorzieningen, soms met een geografische ligging die bijvoorbeeld goed openbaar vervoer in de weg staat en waar bovendien de woningbouwmogelijkheden als gevolg van ruimtelijk provinciaal beleid beperkt zijn. Dit vergroot de noodzaak tot samenwerking tussen gemeente, zorg- en welzijnsaanbieders en woningcorporaties.
Zij zijn mede verantwoordelijk voor variatie binnen het woningaanbod, de woonomgeving en de benodigde sociale- en zorginfrastructuur. De wijze waarop we hier invulling aan willen geven, wordt in de volgende hoofdstukken toegelicht. We geven eerst een indicatie van de omvang van de huisvestingsopgave voor de verschillende aandachtsgroepen. Vervolgens wordt per ambitie uitgewerkt welke opgave we zien en waar we op inzetten. Tot slot wordt bij elke ambitie een voorzet gegeven voor mogelijke uitvoeringsafspraken.
7
2. Omvang van de huisvestingsopgave Als gemeente zijn we binnen provincie Utrecht onderdeel van de regio U10 en de subregio Lekstroom. De lokale opgave staat in relatie tot de aanpak in omliggende gemeenten. Ook op het gebied van inkoop van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning werken we samen in de regio Lekstroom. Waar het gaat om ondersteuning en zorg, zoals Wmo, Jeugdhulp, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (hierna: MOBW), werkt de gemeente Vijfheerenlanden samen binnen regio Lekstroom. Met de term aandachtsgroepen wordt gedoeld op groepen inwoners van wie de woonbehoefte of huisvesting bijzondere aandacht behoeft, mede vanwege hun zwakkere positie op de woningmarkt. Deze groepen bevinden zich vaak in een kwetsbare positie en zijn vaak afhankelijk van extra zorg of begeleiding en moeten vaak hun leven (opnieuw) opbouwen. Daarnaast gaat het ook om personen of huishoudens die vanwege de krapte op de woningmarkt, noodgedwongen langer thuis bij ouders in moeten wonen, wat in een aantal situaties tot spanningen en soms ook een zorgvraag leidt. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke behoefte er aan huisvesting-, zorg en ondersteuning is per doelgroep.
2.1 Huisvesting aandachtsgroepen De aandachtsgroepen, voorheen bijzondere doelgroepen genoemd, zijn aangemerkt vanuit het Rijk om een eenduidige definitie te waarborgen. De aandachtsgroepen die zowel een huisvestings- als zorg– en ondersteuningsvraag hebben, zijn: 1. Personen met een sociale/medische urgentie; 2. (Dreigend) dak- en thuislozen 3. Personen die uitstromen vanuit intramurale instellingen 4. Vergunninghouders1. De definities van deze doelgroepen worden in bijlage 1 toegelicht.
De huisvesting van vergunninghouders verloopt via een ander spoor en is daarom niet meegenomen in de scope van deze woonzorgvisie. 1
8
2.1.1. Opgave sociale- en medische urgentie Voor de verschillende aandachtsgroepen hebben we de kwantitatieve huisvestingsopgave inzichtelijk gemaakt middels een regionaal Woonzorgbehoefte onderzoek dat is uitgevoerd door Companen in 2024. Daarbij wordt de huidige vraag naar woonvormen per doelgroep steeds afgezet tegen het aanbod op drie verschillende momenten, namelijk 2023, 2030 en 2040. Verder wordt in bijlage 4 een uitgebreid overzicht van het huidige woonzorgaanbod voor aandachtsgroepen gegeven. Tabel 1 geeft inzicht in de huidige omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking in Vijfheerenlanden en de verwachte toename tot 2030 en tot 2040. Het gaat hierbij om mensen die vanwege hun beperking een specifieke woonvorm nodig hebben. Op dit moment is er voor deze mensen een aanbod van 284 geclusterde woonplekken. De huidige vraag naar deze woonplekken is op dit moment 340. Daarmee zijn vraag en aanbod op dit moment niet in balans. Verder blijkt uit de cijfers dat de vraag naar geclusterd wonen voor deze doelgroep zowel richting 2030 als 2040 nog toeneemt. Dat betekent concreet dat er in 2030 nog 101 extra geclusterde woonplekken nodig zijn en 35 gespikkelde woonplekken. In 2040 zijn er 186 geclusterde woonplekken nodig voor mensen met een verstandelijke beperking. Tabel 1. Omvang doelgroep verstandelijke gehandicapten
Doelgroep
Huidig Huidige vraag aanbod Mensen met een verstandelijke beperking Geclusterd wonen 284 340 Gespikkeld wonen 0 30 Totaal 284 370
Vraag 2030 (Opgave)
Vraag 2040 (Opgave)
385 (+45) 35 (+5) 420 (+50)
430 (+85) 30 (+0) 460 (+85)
Bron: Woonzorgbehoefteonderzoek Companen, basisscenario, 28 juni 2024
Tabel 2 laat de groei in omvang van de groep mensen met een lichamelijke beperking zien. Deze groei zal zich slechts voor een beperkt gedeelte vertalen naar een woningopgave, omdat de meeste mensen met een lichamelijke beperking in hun eigen reguliere (aangepaste) woning wonen. Tabel 2. Omvang doelgroep mensen met een lichamelijke beperking
Doelgroep
Huidig Huidige vraag aanbod Mensen met een lichamelijke beperking Toename omvang 25 doelgroep
Vraag 2030 (Opgave)
Vraag 2040 (Opgave)
25 (+0)
30 (+5)
Bron: Woonzorgbehoefteonderzoek Companen, basisscenario, 28 juni 2024
9
2.1.2 Opgave GGZ-doelgroep beschermd wonen Hier gaat het om inwoners met een psychische kwetsbaarheid die daardoor een specifieke (beschermde)
woonvorm
nodig
hebben.
Het
aantal
plekken
(Wmo
en
Wlz)
in
Vijfheerenlanden voor mensen met een indicatie Beschermd Wonen is op dit moment 33. De uitbreiding van de groep Beschermd Wonen is bescheiden, vanwege de transitie naar Beschermd Thuis. In 2030 zijn er ten opzichte van het huidige aanbod 27 extra plekken voor deze doelgroep nodig en richting 2040 37. Tabel 3. Omvang GGZ doelgroep
Doelgroep
Huidig aanbod
Huidige vraag
Vraag 2030 (Opgave)
Vraag 2040 (Opgave)
Wmo Intramuraal
25
15
20 (+5)
25 (+10)
Wmo Beschermd Thuis BW Wlz (GGZ-W)
8
10
15 (+5)
20 (+10)
0
25
25 (+0)
25 (+0)
Totaal
33
50
60 (+10)
70 (+20)
Beschermd Wonen
Bron: Woonzorgbehoefteonderzoek Companen, 28 juni 2024
2.1.3. Opgave uitstroom uit intramurale instellingen Voor de uitstroom uit verschillende intramurale instellingen is er behoefte aan zelfstandige woningen, soms met ambulante begeleiding. Onder intramurale instellingen vallen onder andere beschermd wonen, jeugdzorg met verblijf, maatschappelijke opvang, detentie en forensische zorg. Voor deze groep mensen is er jaarlijks behoefte aan 37 zelfstandige woningen. Tabel 4 geeft een specificatie van de omvang van de uitstroom uit de verschillende instellingen. Tabel 4. Jaarlijkse behoefte aan zelfstandige woningen voor uitstroom intramurale instellingen
Uitstromers
Aantal
Uitstroom beschermd wonen
5
Uitstroom jeugd met verblijf
7
w.v. AMV
1
Uitstroom MO
20
Uitstroom detentie
2
Uitstroom forensische zorg
3
Totaal
37
Bron: Woonzorgbehoefteonderzoek Companen, 28 juni 2024
10
2.1.4. Thuiswonende jongeren Naast de bovengenoemde mensen uit aandachtsgroepen die voortkomen uit het nationaal programma ‘Een thuis voor iedereen’ hebben we in Vijfheerenlanden extra aandacht voor een groep jongeren die vanwege de krapte op de woningmarkt en hun financiële situatie noodgedwongen lang thuis wonen. In een aantal situaties levert dit spanningen op. Om een
toekomstige
zorgvraag
van
deze
doelgroep
te
voorkomen,
hebben
we
in
Vijfheerenlanden extra aandacht voor deze huisvestingsopgave. Omdat deze groep geen onderdeel is van de aandachtgroepen is dit niet meegenomen in het regionale woonbehoefteonderzoek en kunnen we de grote van deze groep niet kwantificeren.
2.2. Ouderen Het aantal ouderen in Vijfheerenlanden zal net als in de rest van Nederland de komende jaren toenemen. Van ruim 8.000 huishoudens in 2023 (31% van alle huishoudens), naar ruim 9.800 in 2031 (35% van alle huishoudens) en ruim 38% in 2041 (ruim 11.600 huishoudens). Deze trend wordt in onderstaande figuren weergegeven.
Figuur 1. Ontwikkeling leeftijd huishoudens in Vijfheerenlanden, absoluut en relatief
Bron: ABF 2024/PRIMOS
Door de vergrijzing stijgt ook het aantal mensen met dementie exponentieel. Oplopende zorgkosten en toenemende personeelstekorten maken zorgaanbieding in de toekomst onzeker. Dit betekent dat ouderen langer in de reguliere woningvoorraad moeten blijven wonen. De realisatie van meer zorggeschikte, geclusterde en levensloopbestendige woningen kan hier een uitkomst voor bieden. Tabel 5 laat zien dat we in de periode 2022 tot en met 2030 in Vijfheerenlanden tenminste respectievelijk 260 nultredenwoningen, 80 zorggeschikte woningen en 330 geclusterde
11
woningen extra nodig hebben. In totaal zijn dat 670 voor ouderen geschikte woningen. Tot 2040 gaat het nog eens om ruim 1.000 woningen extra. Ten aanzien van de geclusterde woningen wordt dit zowel in de vorm van huur- en vooral ook koopwoningen voorgesteld. Deze drie woonvormen bestaan naast de reguliere woningen, waar het grootste deel van de ouderen nu in woont. Vaak is dit de woning waar mensen al jaren wonen en waarin zij ook zullen blijven als ze ouder worden. Tabel 5. Vraag naar nultreden-, zorggeschikte- en geclusterde woningen voor ouderen
Doelgroep
Huidig aanbod
Huidige vraag
Vraag 2030 (Opgave)
Vraag 2040 (Opgave)
985
1.245 (+260)
1.645 (+660)
Ouderen Nultredenwoningen Zorggeschikt wonen
574
470
550 (+80)
740 (+270)
Geclusterd wonen
1.547
1.640
1.970 (+330)
2.390 (+750)
- sociale huur
1.215
730
800 (+70)
900 (+170)
- vrije sector huur
95
130
160 (+30)
190 (+60)
- koop
320
780
1.010 (+230)
1.300 (+520)
3.095
3.765 (+670)
4.775 (+1.680)
Totaal
Bron: Provinciaal Woonzorgbehoefteonderzoek Companen, 28 juni 2024
Het huidige aanbod aan vormen van geclusterd wonen bevindt zich vooral in de grotere kernen. Op dit moment is zo’n 20% van de totale bestaande woningvoorraad al geschikt voor ouderen, terwijl het aandeel ouderen al meer dan 30% is. Verder blijkt uit het onderzoek dat zo’n 35% van de woningvoorraad geschikt gemaakt kan worden. De woonzorgopgave voor de groep ouderen betekent dus deels het geschikt maken van de bestaande woningvoorraad.
12
3. Passend wonen voor aandachtsgroepen 3.1 Ambitie We streven ernaar dat iedereen in zijn eigen wijk of buurt kan blijven wonen. In de eigen omgeving is immers vaak een netwerk aan waardevolle relaties opgebouwd. Dit betekent dat we een gevarieerd aanbod aan woningen en woonvormen realiseren voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag, passend bij hun wensen en behoeften. We richten ons de komende jaren vooral op tussenvormen2 geschikt voor verschillende aandachtsgroepen nabij locaties waar intensieve zorg wordt geboden. Dit doen we met name op locaties waar grotere projecten worden gerealiseerd (zowel in centrumgebieden als in uitleglocaties). Ook zorgen we voor voldoende woningen voor mensen die uitstromen uit intramurale voorzieningen en een plek moeten vinden op de reguliere woningmarkt. Zo brengen we uitstroom op gang en maken we ruimte in het bestaande aanbod voor mensen die dat nodig hebben. Daarnaast geven we ook in de regio uitvoering aan het afsprakenkader voor aandachtsgroepen. Als gevolg van deze regionale aanpak voor de verschillende urgente aandachtsgroepen komen op termijn ook huidige contingent afspraken te vervallen.
3.2 Opgaven 3.2.1. Voldoende woonruimte voor aandachtsgroepen De doordecentralisatie van de Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen zorgt ervoor dat (op termijn) de centrumgemeentefunctie komt te vervallen. Ook zien we vanuit het Rijk een beweging naar een gelijkmatigere verdeling van de huisvestingsopgave van verschillende aandachtsgroepen over de verschillende
gemeenten: het zogeheten
‘fair-share’ 3. Het Rijksbeleid is erop gericht dat gemeenten ook afspraken maken over de verdeling van andere kwetsbare groepen, zoals (economisch) dak – en thuislozen die niet in de opvang verblijven, of jongeren in een problematische thuissituatie. Voor Vijfheerenlanden kan dit betekenen dat mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag vaker dan nu in Vijfheerenlanden zullen blijven, of hier weer gaan wonen. Belangrijk is om daarin goed de focus aan te brengen; over wie hebben we het? En wat voor type woningen zijn nodig. Daarnaast is ook het aspect van begeleiding van belang.
2 3
Tijdelijke huisvesting Rijksbeleid waarbij wordt gestuurd op een eerlijk deel van de opgave in elke gemeente.
13
De woonwaaier die in regionaal verband is opgesteld geeft een overzicht van instrumenten waarmee inwoners van regio Lekstroom ondersteund kunnen worden bij het vinden en/of behouden van een passende woonplek. Deze woonwaaier is zowel voor inwoners als voor personen en/of instanties die helpen in de begeleiding naar (zelfstandig) wonen zinvol. Uit de opgaven (hoofdstuk 2) blijkt dat we jaarlijks te maken hebben met de uitstroom van zo’n 37 personen en met een toename van circa 10 Beschermd Wonen plekken in de periode tot 2030. Verder is er een opgave ten aanzien van de huisvesting van inwoners met een verstandelijke beperking. Waar zetten we op in? De gemeente maakt afspraken met zorgpartijen, woningcorporaties en marktpartijen over het toevoegen of beschikbaar maken van de benodigde woningen. Ook maken we afspraken over begeleiding en ligt er voor de gemeente een regierol in het samenbrengen van partijen. Zo hebben we reeds afspraken over het aantal contingentenwoningen welke woningcorporaties beschikbaar stellen voor de uitstroom van kwetsbare aandachtsgroepen. We betrekken ervaringsdeskundigen bij het maken van plannen. Specifieke projecten als een woontrainingshuis voor jongens, ‘Kamers met aandacht’ en ‘Onder de Pannen’ tot worden tot uitvoering gebracht. Voor nieuwbouw gaat de voorkeur uit naar locaties nabij voorzieningen
zoals
een
supermarkt, ontmoetingsplaatsen, openbaar vervoer of
zorgsteunpunten. Bij zowel inbreidings- als uitleglocaties zetten we in om de opgave te realiseren. Ook maken we afspraken met de woningcorporaties om via nieuwbouw een meer gedifferentieerd woningaanbod te realiseren. Zowel in prijsklassen binnen de sociale huur als de
realisatie
van
voldoende
middenhuur.
Op
dit
moment
zijn
er
te
weinig
middenhuurwoningen beschikbaar. Maar ook het benutten van de bestaande voorraad is belangrijk. Aanpassing van de bestaande woonvoorraad, transformatie van bestaand vastgoed of andere innovatieve woonvormen dragen eveneens bij aan het behalen van de doelen. Ook gaan we als gemeente inzetten op kamergewijze verhuur, hospitaverhuur en tussenvormen om personen (met
ondersteuning) te laten wennen aan en te begeleiden richting
zelfstandigheid.
3.2.2 Stimuleren gemengd wonen Voor deze aandachtsgroepen zien we ( anders dan bij ouderen) dat een menging van mensen met en zonder zorgvraag, de zogenoemde vragende en dragende inwoners, kan bijdragen aan succes. Het biedt kansen om het omzien naar elkaar te versterken. Een belangrijk
fundament
van
gemengd
wonen
14
is wederkerigheid:
ook
mensen
die
ondersteuning ontvangen, kunnen immers iets betekenen voor anderen. Gemengde woonvormen kunnen ook plek bieden aan mensen die net buiten de definities van bepaalde doelgroepen vallen. Een goede spreiding in een buurt of kern voorkomt dat de opgave zich concentreert in enkele
buurten waar veel sociale huurwoningen staan. Dit kan
namelijk stigmatisering tot gevolg hebben en mogelijk de leefbaarheid onder druk zetten. Waar zetten we op in? We maken ruimte voor gemengde woonvormen in een gemeentelijk afwegingskader voor nieuwbouwplannen, herstructurering en transformatie. Dit heeft met name aandacht in buurten en kernen waar veel woningen gepland staan nabij voorzieningen. Denk aan diverse locaties in de kernen Leerdam en Vianen. Het grote aandeel woningen dat hier tot 2040 gerealiseerd wordt, maakt dat er een unieke kans ligt om inwoners met een kwetsbaarheid te huisvesten met oog voor de draagkracht in de buurt. Ook bij ontwikkelingen in de kernen zoals Meerkerk is dit mogelijk, maar in een andere schaal en omvang. Met de woningcorporaties maken we prestatieafspraken over de spreiding van betaalbare woningen. We zien binnen gemeente Vijfheerenlanden dat de meldingen rondom personen met onbegrepen gedrag de afgelopen jaren fors is toegenomen. Het is voor deze inwoners niet altijd haalbaar om binnen een buurt of kern te blijven wonen, bijvoorbeeld doordat er sprake is van overlast in de betreffende omgeving. Deze inwoners zijn gebaat bij een prikkelarme omgeving. Voor deze groep onderzoeken we de mogelijkheden voor het opstarten van een project als ‘ Skaeve Huze’ en ‘kortdurende opvang’. Dit doen we in samenwerking met de woningcorporaties, zorgpartijen en omwonenden.
Dit neemt niet weg dat inzetten op sociale cohesie ook van belang is.
3.2.3 Preventie dak- en thuisloosheid Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de Maatschappelijke Opvang. Landelijk is er in de afgelopen jaren een groei te zien van het aantal jongeren en economisch dak – of thuislozen dat zich meldt. Deze mensen hebben lang niet allemaal een begeleidingsvraag en zijn dus meer geholpen met een (tijdelijke) woning dan met een opvangplek. Er is sprake van een regionale aanpak dakloosheid en een uitvoeringsprogramma binnen de U10. Als gemeente zien we het als taak om hier zelf ook wat in de huisvesting en ondersteuning te betekenen. Waar zetten we op in? We verkennen de mogelijkheden om versneld (tijdelijke) woonruimten te realiseren. Deze woningen kunnen n i e t a l l e e n worden ingezet voor urgent woningzoekenden, jongeren, (jonge) vergunninghouders, maar ook als uitstroomwoning voor mensen die vanuit de maatschappelijke opvang komen. Daarnaast zetten we in op preventie van dak-
15
en thuisloosheid. Daarbij is inzetten op vroegsignalering van schuldenproblematiek en preventie van belang. Daarnaast borgen we samen met Avres dat er een goede samenwerking is met de sociaal teams en dat maatwerk wordt geboden in moeilijke situaties waar uithuisplaatsing dreigt. Verder zetten we in op goede ambulante begeleiding van mensen die moeite hebben om helemaal zelfstandig te functioneren in de maatschappij (laatste kansbeleid). We sluiten ons aan bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Daarmee stellen we onszelf als doel dat in 2030 niemand meer op straat slaapt omdat er geen veilige opvang is. We omarmen de een ‘Wonen eerst’ benadering. Ook proberen we met projecten als ‘Kamers met Aandacht’ en ‘Onder de Pannen’ woningeigenaren te bereiken die kwetsbare inwoners op kunnen nemen in hun woning. Tot slot geven we in regionaal verband uitvoering aan het uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) 2025-2026. En maken we tevens een lokaal uitvoeringsplan MOBW 20252028.
3.2.3 Regionaal uitvoering geven aan het afsprakenkader aandachtsgroepen De ‘Woondeal Regio Utrecht 2023’ wordt verrijkt met een afsprakenkader voor aandachtsgroepen. Hier wordt in regionaal verband, in samenwerking met het Rijk en de Provincie, uitvoering gegeven aan de opgave om een zo evenwichtige en evenredige spreiding voor aandachtsgroepen te realiseren. Randvoorwaarden voor een adequate uitvoering zijn ook onderdeel van de landelijke akkoorden IZA en GALA en bijbehorende regioplannen. Waar zetten we op in? Naar de randvoorwaarden zijn ook een aantal uitgangspunten geformuleerd waar nadere afspraken over gemaakt worden, dit zijn: • Evenwichtige verdeling op basis van inwoneraantal; • Toewijzing sociale huurwoningen aan urgente aandachtsgroepen; • Rekening houden met huidige en toekomstige woningvoorraad; • Rekening houden met daadkracht en draagkracht in wijken; • Passende plek die uitstroom bevordert; • Rekening houden met aanbod voorzieningen; • Inzet particuliere huur, bestaande bouw en flexwonen.
16
3.2.4 Inzetten op technologie en innovatie Technologische ontwikkeling en E-Health gaan een steeds belangrijkere rol spelen bij het mogelijk maken van langer en weer zelfstandig wonen. Denk aan domotica, valdetectie, beeldbellen, de inzet van zorgrobots en automatische medicijndispensers. Ook is een integrale aanpak en een goede samenwerking van belang. Waar zetten we op in? Gemeente Vijfheerenlanden stimuleert de samenwerking tussen de diverse partijen om gezamenlijk af te stemmen welke technologieën we de komende jaren willen toepassen. Zo kan personeel
efficiënt
worden
getraind.
Ook
wordt
waar
nodig afstemming
gezocht met de corporaties zodat deze bij de realisatie van woningen rekening houden met de toepassingen waar partijen op in gaan zetten.
3.2.5 Voorzet voor het uitvoeringsprogramma Om onze ambities te realiseren, zijn verschillende instrumenten en afspraken met betrokken partijen mogelijk. Minimaal de volgende maatregelen willen we nader onderzoeken om op te nemen in het uitvoeringsprogramma. Van belang is om ook de rol van zowel de gemeente als de overige betrokkenen inzichtelijk te maken. En welke randvoorwaarden zijn noodzakelijk om een goede inhoudelijke uitvoering te waarborgen? Deze hebben we geprioriteerd van hoog naar laag:
Uitvoeringafspraken - voldoende
Rol van de gemeente
woningen voor aandachtsgroepen In kaart brengen (totaal en per kern) van
rol betrokken organisatie
Regierol
(nieuwe) initiatieven met aanvullende
Samenwerking met de ketenpartners
locaties voor gemengd en geclusterd wonen (nieuwbouw, herstructurering en transformatie). Projecten als Huisbaas en Onder de Pannen
Regierol
Voor de corporaties
tot uitvoer brengen. Hierin ook de
worden deze
mogelijkheden van gemengd wonen bezien.
projecten in de ‘reguliere woningvoorraad’ opgevangen. Een aandachtspunt is het zorgvastgoed.
17
Regionaal uitvoering geven aan het
Faciliterende rol richting
Hier ligt met name
afsprakenkader Aandachtgroepen.
betrokken partijen
een regiorol voor de regio U10 en Lekstroom
Opstellen (kerngericht) afwegingskader wonen
en
zorg
Regierol
met toepasbare
Samen met betrokkenen. Hierbij
uitgangspunten vanuit het sociaal domein
houden we ook
(zie ook hoofdstuk 3). We hebben hier
rekening met
specifiek aandacht voor spreiding van
vervoersmaatregelen
doelgroepen, en het toevoegen van
.
gedifferentieerd woningaanbod in zowel sociale – als middenhuur woningen. Afspraken maken met de woningcorporaties
Regierol in het
Voor de corporaties
over het spreiden van hun geschikte
samenbrengen van partijen
geldt het
betaalbare voorraad, aantal
om de opgave te realiseren
beschikbaar stellen
contingentwoningen en inzet van
van de reguliere
kamergewijze verhuur.
voorraad voor de betreffende aandachtsgroep. Vanuit de zorgkant dient er een goede vraag en aanbod match gemaakt te worden.
Regionale afspraken over uitstroom
Faciliterende rol
Hierin ligt met name
periodiek herzien. Indien nodig aanpassen
regie bij de regio U
op veranderingen in het aantal uitstromers
10 en de (sub)regio
uit beschermd wonen en opvang.
Lekstroom.
Aanvullend op de kaart locaties aanwijzen
Faciliteren
Gezamenlijk opties
waar een pilot voor ‘Skaeve Huse’ of project
afwegen met
voor ‘kortdurend verblijf’ kan worden
betrekking tot
gerealiseerd. Dit moet nadrukkelijk in goed
geschiktheid van
overleg en samenspraak gebeuren met
locaties.
omwonenden, woningcorporaties en zorgen welzijnspartijen Mogelijke (Rijks)subsidies onderzoeken om
Regierol
Dit doen we in
een versnelling in de huisvestingsopgave te
samenwerking met
bereiken.
ontwikkelaars,
18
corporatie, buurten en dorpen om tot uitvoerbare concepten te komen. In samenspraak met zorgpartijen de
Regierol
inzet op, en inkoop van zorgtechnologie
Zorgpartijen en corporaties
en domotica coördineren. Samen met zorg- en welzijnspartners en
Regierol
Alle betrokken
corporaties een ‘Wonen eerst’ benadering
organisatie vervullen
implementeren. Daarbij werken we aan een
hierin een rol. Zowel
goede registratie van dak- en thuislozen en
in de
het snel mogelijk maken van een woning
vroegsignalering als
toewijzen en indien nodig een hersteltraject
in de registratie en
starten. De woning is immers de basis voor
begeleiding van
herstel.
personen die aan herstel werken.
Via campagnes als ‘ Zeg eens hoi’ (2025),
Faciliterende rol
Hierin ligt met name
afgestemd met regio Lekstroom, is de wens
regie bij de
om tot een meer open en inclusieve houding
(sub)regio
te komen richting mensen die uitstromen uit
Lekstroom.
Beschermd Wonen.
19
4. Passend wonen voor alle ouderen 4.1 Ambitie We maken langer zelfstandig wonen voor ouderen mogelijk in gemeente Vijfheerenlanden door in te zetten op voldoende, aantrekkelijk woonaanbod in de vorm van geclusterde, zorggeschikte en levensloopbestendige woningen voor ouderen verspreid over de kernen en wijken en buurten van onze gemeente. Van belang is dat woningen die deze kenmerken hebben niet alleen toegankelijk zijn, maar dat ook een (sociaal) vangnet aanwezig kan zijn. De behoefte per kern speelt hierbij ook een belangrijke rol, daar waar in de kleinere kernen andere behoeften leven, dan bijvoorbeeld in de grotere kernen als Leerdam of Vianen. Dit draagt bij aan een wederkerig proces. We zetten hierbij met name in op appartementen en grondgebonden seniorenwoningen, die geschikt zijn voor mensen met én zonder zorgvraag. Waarbij ook rekening gehouden moet worden met voldoende betaalbare woningen in de koopsector. We willen woningen die betaalbaar zijn voor mensen met een grotere maar ook kleinere portemonnee. We kijken daarbij naar mogelijkheden in de nieuwbouw en ook expliciet naar de mogelijkheden in de bestaande woningvoorraad (zoals vernieuwbouw, splitsing, optoppen, inbreiding, functieverandering).
Met het oog op de benodigde schaal om zorg en ondersteuning te leveren, realiseren we deze woonvormen met name nabij voorzieningen, sociale ontmoetingsplekken en zorgvastgoed. Zo kunnen woonzorgzones ontstaan. Dit is met het oog op de schaal en aanwezige voorzieningen niet in alle kernen en delen van onze gemeente mogelijk en dat betekent dat sommige mensen voor hun (intensieve) zorg of ondersteuningsbehoefte moeten verhuizen. Met zorgorganisaties verkennen we de mogelijkheden van gemengd wonen (jong en oud, vitaal en kwetsbaar) en de welzijnsactiviteiten op een aantal locaties om zo ook de verbinding aan te gaan met de directe omgeving. Kwetsbare bewoners begeleiden we hierin zodat zij goed aarden in hun nieuwe omgeving. Daarnaast zoeken we naar manieren om bewoners meer invloed te geven op hun toekomstige woonsituatie, onder meer om doorstroom te bevorderen. Tot slot is er ook vanuit de regio en de herijking van de Woondeal aandacht voor de huisvesting van ouderen. De totale opgave voor de regio Utrecht bedraagt 9.470 woningen, onderverdeeld in nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen.
20
4.2 Opgaven 4.2.1. Woningen voor ouderen Vijfheerenlanden is een gemeente in transitie. Waren we decennialang een gemeente gericht op gezinnen (bijna 80% van de woningvoorraad betreft eengezinswoningen), nu zien we ook steeds meer huishoudens waar de kinderen het huis uit zijn en de bewoners ouder worden. De inwoners van onze dorpen en wijken en buurten zijn nog onvoldoende voorbereid op deze vergrijzing (zie hoofdstuk 2). Veel ouderen wonen in een woning die niet levensloopgeschikt is, en ook niet eenvoudig geschikt te maken is. Circa 30% van de ouderen in Vijfheerenlanden woont in een geschikte woning, 30% van hen woont in een woning die geschikt is te maken en 40% van de ouderen woont in een woning die niet geschikt is te maken, zo blijkt uit onderzoek van Companen. Binnen de totale voorraad is circa 45% niet geschikt te maken. Dit speelt vooral in de kleinere kernen, in de grotere kernen Leerdam en Vianen staan relatief en absoluut de meeste geschikte woningen. We verwachten dus dat veel mensen hun (eengezins-) woning zullen willen aanpassen, bijvoorbeeld door een traplift te laten plaatsen, al dan niet met een bijdrage vanuit de Wmo. Als gemeente stimuleren we dat ouderen die in een ongeschikte woning (en niet geschikt te maken woning) wonen, verhuizen naar een geschiktere woning, waar mogelijk binnen de eigen omgeving.
Op die manier kunnen ouderen langer veilig en comfortabel wonen, hun vertrouwde gemeenschap/netwerk (en daarmee hun persoonlijke basis) intact houden en daarmee langer zelfredzaam blijven.
4.2.2. Het tekort aan geclusterde, zorggeschikte en levensloopbestendige woningen neemt toe Het kabinetsbeleid geeft aan dat er bijna geen verpleeghuisplekken in ons land meer bijkomen. Vervangende nieuwbouw is nog wel mogelijk. Zorg leveren zoals we dat nu doen, is in de toekomst niet meer mogelijk vanwege de sterk oplopende kosten en gebrek aan gekwalificeerd personeel. De realisatie van meer zorggeschikte, geclusterde en levensloopbestendige woningen kan hier een uitkomst bieden. In onze dorps(woon)visies en gebiedsvisies die in 2023 en 2024 voor alle kernen zijn opgesteld (en de laatste in 2025 volgen) komt de behoefte aan meer (betaalbare) ouderenwoningen nadrukkelijk naar voren, met de wens om oud te worden in de eigen omgeving in een comfortabele, veilige ouderenwoning. Huisvesting kan intramuraal, maar ook geclusterd of in de vorm van individuele huisvesting zijn. In een geclusterde woning wonen mensen zelfstandig maar toch samen, met gedeelde voorzieningen als een huiskamer en ontmoetingsruimte in het complex of op
21
korte afstand in de buurt. Geclusterd wonen kan eenzaamheid tegengaan en zelf- en samenredzaamheid bevorderen: de stap naar een woonzorgvoorziening kan hierdoor worden uitgesteld of afgesteld mits er voldoende voorwaarden gerealiseerd worden zoals aanvaardbare afstanden tot voorzieningen en een of meerdere zorgaanbieders die zorg kunnen leveren. Tot 2030 is er een uitbreidingsvraag van tenminste 330 geclusterde woningen voor ouderen, zowel in de sociale huur maar met name ook in de koopsector. Daar bovenop is er een behoefte aan genoemde uitbreiding met 80 plekken waar (intensieve) zorg geboden kan worden, bijvoorbeeld voor mensen met (lichamelijke) aandoening.
Ook
zware
dementie
of
een
somatische
deze opgave zal (deels) in geclusterd wonen moeten
worden opgevangen. De benodigde uitbreiding van geclusterde woningen kunnen we niet alleen via nieuwbouw invullen. Het is daarom nodig om ook te kijken hoe we de bestaande voorraad kunnen aanpassen. Bijvoorbeeld door toevoeging van een ontmoetingsruimte in bestaande complexen, het optoppen met extra verdiepingen of het toevoegen van een lift. Waar zetten we op in? Als gemeente willen we in ons beleid sturen op de realisatie van de opgaven. We maken ook hierover afspraken met onze woningcorporaties, met marktpartijen, zorgpartijen en het zorgkantoor. Hier is ook behoefte aan maatwerk; wat is er per complex nodig en op welke
manier
maken
we
gebruik
van
ontmoetingsplaatsen.
Recent
woningbehoeftenonderzoek laat duidelijk een behoefte aan de genoemde woonvormen zien. In onze gemeentelijke nieuwbouwprogrammering tot en met
2030 zitten de
benodigde aantallen zorggeschikte en levensloopbestendige woningen ruim voldoende opgenomen. Het aantal geclusterde woningen verdient nog aandacht. In overleg en samenwerking met al onze partners (inclusief projectontwikkelaars) gaan we de kansen in kaart brengen van complexen die geschikt zijn voor transformatie. Niet alleen het aantal woningen is van belang, ook dienen we rekening te houden met het type kern en de behoefte die er in de kern is aan type woningen. De gemeente heeft een regierol op het gebied van samenbrengen van partijen. Zo kunnen woonzorgzones opgebouwd worden binnen de bestaande kernen, waarbij de juiste partijen aansluiten. Daarnaast
stellen
we een afwegingskader op
met
heldere
eisen, wensen en
prioritering voor nieuwe zorginitiatieven. Hiermee toetsen we in hoeverre een nieuwbouwinitiatief bijdraagt aan de uitgangspunten van deze visie. Een aandachtspunt hierbij is de ‘toekomstgerichtheid’ van de nieuwbouw: woningen die we nu realiseren, moeten in de toekomst bij voorkeur ook geschikt zijn voor andere doelgroepen. Dit is anders wanneer we huisvesting in zorgvastgoed faciliteren.
22
Geclusterd wonen kan op verschillende manieren worden ingevuld. Om tegemoet te komen aan de uiteenlopende wensen van ouderen bieden woonconcepten
we
ruimte
aan
uiteenlopende
zoals appartementencomplexen, maar ook kleinschalige initiatieven zoals
woonhofjes, groepswonen
of
een
zorgbuurthuis. Zo loopt er een initiatief voor een
Knarrenhof in Leerdam, waar we als gemeente bij betrokken zijn. Om te zorgen dat de geclusterde woningen die in onze gemeente worden toegevoegd aansluiten bij de behoefte, wordt met ketenpartners en ouderen b esproken hoe dit eruit moet komen te zien.
4.2.2.We bouwen flexibel en toekomstgericht, waarbij aanpasbaar en toegankelijk bouwen de norm is In onze gemeente willen we dat iedereen goed kan wonen en willen we bevorderen dat al bij de bouw rekening wordt gehouden met mensen die behoefte hebben aan ondersteuning en zorg. Op dit moment kunnen we tot op zekere hoogte anticiperen op (demografische) trends. Dit kan echter niet met complete zekerheid. Hoe verder in de toekomst we kijken, hoe minder voorspelbaar ontwikkelingen zijn. Om de woonvoorraad toekomstbestendig te maken, zetten we in op ‘aanpasbaar’ bouwen en dit – waar dat binnen onze mogelijkheden als gemeente ligt - stimuleren. Dit wil zeggen dat we woningen en woonvormen realiseren die voor meerdere doelgroepen bruikbaar zijn en die gemakkelijk voor meerdere doelgroepen geschikt te maken zijn. Hierbij speelt ook de toegankelijkheid een belangrijke rol. We verkennen de praktische uitwerking hiervan en de verschillende methoden die mogelijk zijn. Op die wijze vergroten we de flexibiliteit van de woningvoorraad en zijn we op onzekerheid in de toekomst voorbereid.
4.2.3. Doorstroming stimuleren Naast het realiseren van het juiste aanbod zullen we het makkelijker en aantrekkelijker moeten maken voor ouderen om te verhuizen naar een geschikte woning. Doorstroming heeft als bijkomend voordeel dat bestaande eengezinswoningen vrijkomen voor andere doelgroepen zoals gezinnen. Ouderen zijn over het algemeen niet vaak bereid om te verhuizen. Recent onderzoek laat zien dat 9% van de ouderen van 75 jaar en ouder een verhuiswens heeft, bij de groep 65-75 jaar ligt dit op 13%. Een verhuiswens is vaak aanwezig, maar wordt pas acuut als het eigenlijk te laat is, bijvoorbeeld omdat het ondersteuningsnetwerk wegvalt. Dit heeft gedwongen verhuizingen tot gevolg. Op tijd doorstromen naar een geschikte woning in de eigen kern of buurt kan dit voorkomen en kan de zelfredzaamheid en kwaliteit van leven verbeteren. Daarnaast kan doorstroom naar geclusterde,
levensloopgeschikte
eenzaamheid en
woningen
bijdragen
aan
het
voorkomen
van
hoge kosten voor woningaanpassing. Dit maakt een efficiënte(re)
inrichting van de zorg mogelijk. Het is dan ook van belang om ouderen te stimuleren na
23
te denken over hoe zij willen wonen als ze ouder zijn. Ook is het belangrijk ouderen te ondersteunen in dit proces. Waar zetten we op in? We voeren een campagne voor de huur- en koopsector om ouderen bewust te maken van hun woonsituatie en de voordelen van doorstroming. Voor de (sociale) huursector doen we dit gezamenlijk met de woningcorporaties in onze gemeente, die ook specifiek beleid en maatregelen geformuleerd hebben om deze doorstroming te stimuleren. Bij aanvragen voor woningaanpassingen zetten we het huidige beleid voort. Bij verkoop van nieuwbouwprojecten kan er bewust ingezet worden op de doelgroep ouderen. Tot slot stimuleren we dat inwoners zelf meer grip krijgen op hun toekomstige woonsituatie. We stimuleren dat ontwikkelaars, alsook onze woningcorporaties, toekomstige bewoners in een vroeg stadium betrekken bij projecten en meedenken over de manier waarop zij zelf en met anderen willen wonen. Een andere manier is het faciliteren van collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Als bewoners zelf de eigenaar zijn van een initiatief, is de bereidheid om te gaan verhuizen immers groter en krijgen we doorstroom op gang.
4.2.4. Meer ruimte voor innovatieve woonvormen Zelfs als we voldoende geclusterde woningen realiseren, kan de zorg niet (altijd) meer geleverd worden zoals we dat nu gewend zijn. Dit betekent dat er in de toekomst een groter beroep zal worden gedaan op mantelzorgers. Hier zitten echter wel grenzen aan. Om mantelzorgers in staat te stellen deze rol vol te houden, is een goed aanbod aan mantelzorgondersteuning essentieel (advies, respijtzorg, logeerzorg). Daarnaast geven mantelzorgers aan graag dicht bij degene te wonen voor wie ze zorgen. Dit kunnen we beter mogelijk maken door het planologisch faciliteren van mantelzorgwoningen, maar ook ‘preventieve mantelzorgwoningen’: units die geplaatst worden voordat daadwerkelijk sprake is van een mantelzorgsituatie. In Vijfheerenlanden is hier al beleid voor opgesteld, wat mogelijk nog verder uitgebreid kan worden. Daarnaast gemeente
mantelzorgers
via
kan
de
de huisvestingsverordening met voorrang een woning
toewijzen aan een sociale huurwoning. Verder onderzoeken we of het wenselijk is om woningsplitsing en woningdeling (beter) te faciliteren, bijvoorbeeld via een eenvoudiger vergunningstraject.
24
4.2.5 We werken het afsprakenkader ouderenhuisvesting regionaal uit Met de herijking van de ‘Woondeal Regio Utrecht 2023’ wordt naast het afsprakenkader voor aandachtsgroepen ook een afsprakenkader voor ouderen geïntroduceerd, Deze afspraken moeten op regionaal niveau ook bijdragen aan een evenwichtige en evenredige spreiding van deze specifieke aandachtsgroep. Daarin zien we ook een lokale opgave, gelet op het feit dat deze regionale afspraken verankerd moeten worden in het gemeentelijk volkshuivestingsprogramma. Waar zetten we op in? Vanuit de regio worden de volgende afspraken gemaakt: • Bouwen aan vitale en zorgzame wijken; • Leveren van voldoende zorg bij nieuwbouw; • Voldoende en structurele rijksmiddelen voor de uitvoering van ouderenhuisvesting; • Verankering in prestatieafspraken en de regionale huisvestingsverordening. Bovenstaande afspraken worden verankerd in het volkshuivestingsprogramma. Een belangrijk aandachtspunt zijn de afspraken in relatie tot urgenten en de huisvestingsverordening. Wanneer de Wet regie op de volkshuisvesting in werking treedt, wordt op het gebied van urgenties meer gestuurd op regionale afspraken. Tot slot monitoren we deze afspraken via de regio.
25
4.2.6 Voorzet voor het uitvoeringsprogramma Om onze ambities te realiseren, zijn verschillende instrumenten en afspraken met betrokken partijen mogelijk. Minimaal de volgende maatregelen willen we nader onderzoeken om op te nemen in het Volkshuisvestingsprogramma. Deze hebben we geprioriteerd van hoog naar laag:
UITVOERINGSAFSPRAKEN – PASSEND WONEN VOOR ALLE OUDEREN
ROL VAN DE GEMEENTE
ROL BETROKKEN ORGANISATIE
Opstellen vlekkenkaart
Regierol
In samenwerking met de
woonservicegebieden met aanvullende
ketenpartners (inclusief
locaties voor nieuwbouw van geclusterd
ontwikkelaars
wonen en kansen voor transformatie. Opstellen (kerngericht) afwegingskader
Regierol
Gezamenlijk met alle
wonen en zorg met toepasbare
betrokkenen, w.o. Platform
uitgangspunten vanuit het sociaal domein.
Gehandicaptenbeleid VHL. Een
Het kader biedt een ruim ‘programma van
belangrijk aspect hierbij is de
eisen’ en daarnaast een ‘programma
toegankelijkheid en
van wensen’ waar de initiatiefnemer
leefbaarheid.
op moet reageren. De richtlijnen van WoonKeur en het Handboek voor Toegankelijkheid worden hierbij betrokken. We geven in de regio uitvoering aan het
Faciliterende rol
afsprakenkader ouderenhuisvesting. Hier
Hierin zijn de U10 en Lekstroom leidend.
ligt ook een relatie met de Woondeal. De regionale opgave wordt lokaal nader uitgewerkt in het volkshuisvestingsprogramma. Inzetten van een instrumentarium om
Faciliterende rol
Ook de woningcorporaties
doorstroming op gang te brengen. Hierbij
hebben een faciliterende rol. Zet
denken we ten minste aan het volgende:
in op bijvoorbeeld ‘Van groot
inzetten van verhuisbewegingen,
naar beter’.
voorrangsregeling doorstroming sociale huurwoningen verder uitbouwen en het organiseren van een ouderenmarkt. Vastgesteld beleid zoals ‘preventieve
Uitvoering
mantelzorgwoningen’ en
Wie zijn onze mantelzorgers en op welke manier kan hier
26
‘mantelzorgwoningen’ naar buitenwereld
ook een professionele
communiceren. Alsook financiële
zorgpartij een rol in spelen?
regelingen als de ‘Blijverslening’. Uitgangspuntenlijst ontwikkelen voor uitwerking Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) Organiseren van informatiemarkten als
Faciliterende rol
onderdeel van de totale woonopgave voor
Gezamenlijk invulling geven aan de informatiemarkten
nieuwbouwinitiatieven uit de samenleving waarin we inwoners informeren en hen in contact brengen met de partijen die zij nodig hebben voor een succesvol project. Daartoe kan een jaarlijkse Woonconferentie (zoals ook in 2024 georganiseerd) bijdragen. Zoeken naar mogelijkheden voor de
Regierol
Wederkerige prestatieafspraken
Ondersteunende rol
Zorgpartijen staat hiervoor aan
uitbreiding van het aantal plekken voor tijdelijk verblijf in samenspraak met de ketenpartners. t. Afspraken maken met zorgpartijen over gezamenlijk opleiden van personeel op het
de lat.
gebied van zorgtechnologie en het opstellen van universele instructies voor gebruikers.
27
5. De sociale basis wordt versterkt
5.1. Ambitie We dragen als gemeente bij om de sociale basis te versterken en sterk te houden, zodat de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners wordt versterkt, waarbij zij zoveel mogelijk regie hebben over hun leven. Samen met onze ketenpartners zetten we in op een gemengde samenleving waarin groepen naast én met elkaar wonen en leven. De samenredzaamheid en daarmee de veerkracht van de samenleving als geheel wordt vergroot. Hierdoor kan het gebruik van maatwerkvoorzieningen op termijn worden ingeperkt. In de recent opgestelde dorps(woon)visies en gebiedsvisies blijkt dat in een groot aantal (maar niet alle) kernen de sociale cohesie en de veerkracht aardig op orde zijn. Dit komt mede door de aanwezige (sociale) netwerken en voorzieningen, waarbij er ook suggesties zijn gedaan hoe deze verder kunnen worden versterkt en/of worden behouden. In Vijfheerenlanden verstaan we onder ‘sociale basis’ de elkaar steunende en naar elkaar omkijkende gemeenschap(pen) dichtbij. Het gaat om netwerken van familie, vrienden, buren, geloofsgemeenschappen, verenigingen en organisaties. Daar waar je in een veilige, laagdrempelige sfeer en op basis van vertrouwen elkaar ontmoet, ondersteunt en met elkaar meedoet. Bijdragen aan het versterken van de sociale basis betekent dat we onder andere inzetten op (vrij toegankelijke) activiteiten van, voor en door mensen in bovengenoemde gemeenschappen.
Deze activiteiten maken dat mensen contact hebben, bij elkaar komen en prettig samenleven. Om die stevige sociale basis te bereiken, is een gezamenlijke inspanning vereist. Niet alleen vanuit de gemeente. Iedereen heeft daarin een verantwoordelijkheid, allereerst de inwoners zelf, maar ook de gemeenschappen en organisaties die onze gemeente telt, zowel binnen als buiten de welzijns- en zorgsector.
28
5.2 Opgaven 5.2.1 Netwerken verstevigen, eenzaamheid voorkomen Als steeds meer mensen langer en weer zelfstandig gaan wonen, is het van belang om met name de sociale netwerken van deze mensen te helpen versterken. Dit kan helpen om onderlinge steun te bevorderen, eenzaamheid te voorkomen en in sommige gevallen een zorg- of ondersteuningsvraag uit te stellen. Dit wordt in de toekomst een belangrijk onderdeel om zorg en ondersteuning vorm te kunnen blijven geven. Waar zetten we op in? De nieuwe beleidsvisie Sociale Basis zet hiervoor de lijnen uit. De koerswijziging komt erop neer dat de gemeente Vijfheerenlanden inzet op de samenredzaamheid van inwoners. Bewoners kunnen immers veel zelf en samen. Ook sluiten we beter aan op wat inwoners, maatschappelijke organisaties, verenigingen en bedrijven zelf doen. Zo versterken we samen de sociale basis. Bij een beroep op zorg en ondersteuning gaan we eerst uit van oplossingen in het netwerk, voordat professionele zorg en ondersteuning
wordt
ingeschakeld, (deze zien we als achterwacht). Er liggen hier ook kansen. De vergrijzing zorgt ervoor dat een groter aandeel van de bevolking gepensioneerd is. Deze mensen zijn ook op steeds hogere leeftijd vitaal. vrijwilligers. Er zit natuurlijk
wel
Hier
een grens
ligt
dus
aan wat
een
groot
potentieel
er
vanuit de
aan
samenleving
georganiseerd kan worden. De gemeente ziet hier dan ook een opgave om te zorgen voor goede herkenbare voorzieningen in de buurten en het ondersteunen van vrijwilligers of mantelzorgers. We zien een groeiende behoefte aan plekken waar ouderen met een zorgvraag tijdelijk kunnen verblijven, om zo hun mantelzorgers op adem komen
(respijtzorg).
Ook
respijtzorg
aan
te
laten
huis (vervangende mantelzorg) is een
manier om aan deze behoefte tegemoet te komen. Waar mogelijk maken we gebruik van nieuwe fondsen die vanuit het Rijk beschikbaar komen via het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij ‘Werkagenda 2025’.
5.2.2 Bewustwording en positieve gezondheid Samenredzaamheid vraagt om een inzet van de gehele samenleving. Daarom zetten we in op bewustwording bij inwoners van het feit dat de beschikbaarheid van professionele zorg afneemt en zorg en ondersteuning er in de toekomst anders uit zullen zien dan nu. Dat is nodig om zorg te kunnen blijven garanderen. Daarnaast stimuleren we zo veel mogelijk dat mensen de regie houden over hun leven. Daarbij is het belangrijk om verder te
29
kijken
dan
lichamelijke gezondheid. Bewustwording gaat over meerdere thema’s, zo
kennen we positieve gezondheid, dat uitgaat van: ‘wat kan wél’. Daarbij gaat de aandacht uit naar onder meer lichamelijk welbevinden (gezond en fit), mentaal welbevinden (opgewekt), zingeving (vertrouwen in eigen toekomst), kwaliteit van leven (genieten van het leven), meedoen (goed contact met anderen) en dagelijks leven (goed voor jezelf kunnen zorgen). Het realiseren van gemixte kernen en buurten kan bijdragen aan ieders welzijn en gezondheid. We sluiten dan ook aan bij regionale en landelijke campagnes vanuit IZA, als ‘beweging naar voren’ en ‘gezond ouder worden’. Tot slot is ook het omkijken naar elkaar essentieel voor een veerkrachtige gemeenschap. Waar zetten we op in? We moedigen mensen met advies, trainingen en coaching aan om actief en zelfstandig mee te doen in de samenleving. Daarnaast zetten we in op positieve gezondheid. Hier geven we invulling aan samen met welzijnsorganisaties, maar ook met scholen, vrijwilligersorganisaties en het verenigingsleven. We werken aan het voorkomen en bestrijden van eenzaamheid en het leggen van verbindingen tussen bewoners in de wijken of buurten. Positieve gezondheid laat zich nog niet makkelijk meten op kern, wijk- of buurtniveau. Het opstellen van kritische prestatie indicatoren (KPI’s) voor het meten van positieve gezondheid in samenspraak met de ketenpartners kan hierin helpend zijn.