Visie hubs in Vijfheerenlanden
Tekst van het document
Als uitwerking van de UNed mobiliteitsstrategie wordt een onderzoek gestart naar regionale parkeerhubs: “Mobiliteitshubs zijn een belangrijke randvoorwaarde bij de andere U Ned mobiliteitsprincipes; ze geven een volwaardig en betaalbaar alternatief voor autogebruik en –parkeren in stedelijk gebied (sociale inclusie). Ze dragen ook bij aan ‘gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’ omdat met hubs minder auto’s het stedelijk gebied hoeven binnen te gaan. Dit leidt tot minder geluidhinder en ruimtebeslag van auto’s, meer veiligheid en oversteekbaarheid”.
Visie op hubs in Vijfheerenlanden
50
De focus ligt op het ontlasten van het stedelijk gebied en dat is een wat andere insteek dan deze gemeentelijke visie op de hubs. De verwachting is dat in het onderzoek regionale parkeerhubs meer duidelijkheid zal komen over de verwachte vraag/potentie naar P+R in Vianen, Meerkerk en mogelijk ook Lexmond en Zijderveld. Dit zal leiden tot een prioritering en aanpak/programma voor de hele regio en voor individuele hubs. De gemeentelijke visie op hubs kan daarbij als input dienen. Regionale uitwerking programma’s knooppunten We verwachten dat in 2024 zowel de provincie Utrecht als U10 werken aan programma’s voor knooppunten. Bij U10 gaat het om een nieuw strategisch programma en bij de provincie gaat het om een actualisatie van het mobiliteitsprogramma 2024-2027. Deelmobiliteit Binnen de Korte Termijn Aanpak van UNed en het programma Goed op Weg wordt gewerkt aan plannen voor de opschaling van deelfietsen in de regio. Programma vernieuwing Doelgroepenvervoer. Sinds 2019 werken Utrechtse gemeenten en de Provincie Utrecht samen in een programma Vernieuwing Doelgroepenvervoer (DGV) en Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV), omdat binnen een afnemend budget in een groeiende vraag naar mobiliteit moet worden voorzien. Vernieuwing buiten de bestaande kaders is nodig om te komen tot een inclusief vervoerssysteem.
Daarbij wordt ook ingezet op het verbeteren van bestaande onderdelen, zoals bijvoorbeeld fysieke en mentale toegankelijkheid. Gemeenten kunnen bij de Provincie subsidie aanvragen voor bijvoorbeeld het toegankelijk maken van haltes, verbeteren van knooppunten, verkeersveiligheid, enz.
Visie op hubs in Vijfheerenlanden
51
Bijlage 2: Begrippenlijst en verantwoording Begrippenlijst
Back-to many: concept bij deelmobiliteit waarbij elk voertuig op verschillende plekken afgehaald en teruggebracht kunnen worden. In tegenstelling tot ‘station based’ waarbij elk vervoermiddel op dezelfde plek teruggebracht mag worden. Bestemmingshub: Een hub die vooral een rol speelt voor reizigers die in de buurt de eindbestemming van hun reis hebben en hier overstappen van OV op deelmobiliteit, aanvullend OV of verder gaan lopen. BGU: BGU staat voor Breda-Gorinchem-Utrecht en is zowel de naam voor een samenwerkingsverband als een concept voor hoogwaardige snelle bussen (Bus Rapid Transit, BRT) tussen die steden met een kwaliteit die vergelijkbaar is met reizen met de trein. Daar horen hubs bij met stationskwaliteit. BO-MIRT: Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport. Jaarlijks overleg tussen Rijk en regio’s waarin o.a. investeringsafspraken worden gemaakt. Doelgroepenvervoer: in deze visie een verzamelbegrip van WMO-vervoer/Regiotaxi, leerlingenvervoer en eventueel in de toekomst ook publiek toegankelijk vervoer voor werknemers van bedrijven via hubs. Herkomsthubs: een hub die vooral gericht is op reizigers die afkomstig zijn uit de omgeving (lopend, fietsend of met de auto) en die vanaf hier verder reizen naar bijvoorbeeld de stad.
K+R: ‘Kiss and ride’, een voorziening voor het afzetten (en ophalen) van reizigers met het OV door automobilisten. Het gaat vaak om parkeerplekken waar het toegestaan is kort te halteren, maar niet voor langere tijd te parkeren. P+R: ‘Park and Ride’ of ‘Parkeren en Rijden’, zowel het concept van parkeren bij een hub om daarna verder te reizen met het OV als een term voor een voorziening/parkeerterrein die dat mogelijk maakt. P+R moet zo dicht mogelijk bij snelweg en OV worden gerealiseerd. Gemak en zekerheid van parkeerplaats is belangrij. OV: openbaar vervoer. Door de overheid gesubsidieerd vervoer dat voor iedereen toegankelijk is. In de praktijk van Vijfheerenlanden gaat het om trein en bus (lijndienst en U-flex). Publiek vervoer: een term voor alle verschillende vormen van vervoer met een (semi-)openbaar karakter waaronder klassiek OV op basis van lijndiensten maar ook vraaggestuurd OV als U-flex, buurtbussen, doelgroepenvervoer, vrijwillige vervoersprojecten zoals de Plusbus en openbaar toegankelijke deelmobiliteit.
Visie op hubs in Vijfheerenlanden
52
Regiopoorten: UNed Programma waarin provincie en gemeenten met andere UNed partners samenwerken aan onderzoek en ontwikkeling van een tiental Regiopoorten in de regio Utrecht/Amersfoort. Het gaat om een combinatie van hubontwikkeling en bijdragen aan de mobiliteitstransitie met gebiedsontwikkeling (wonen en werken) en ontsluiten van het groende landschap. Zie bijlage 1 voor meer informatie. Stadshub: een term die verschillend wordt gebruikt. Vaak gaat het om een hub waar deelmobiliteit centraal staat en zich vooral richt op gebruikers uit de directe omgeving. OV speelt hier een veel minder belangrijke rol. Vaak gaat het om plekken met grote druk op de openbare ruimte en beperkingen in parkeren. Voor Vijfheerenlanden is dit type voorlopig niet aan de orde. ‘Station based’: concept bij deelmobiliteit waarbij elk voertuig op dezelfde plek ingeleverd moet worden als waar het is opgehaald. Bijvoorbeeld OV-fiets en Greenwheels. Transferhub/corridorhub: Een hub die vooral een rol heeft als plek om over te stappen van auto naar OV bij snelwegen. Werklandschappen: Een nieuwe benaming van het begrip ‘bedrijventerrein’ die Vijfheerenlanden nu gebruikt en waarbij de gedachte is dat verder wordt gekeken dan alleen de economische betekenis van deze gebieden.
Illustraties De illustraties van hubs zijn gemaakt door Copic Business Cartoons en mogen niet voor andere doeleinden gebruikt worden zonder toestemming van de maker. Een andere illustratie is afkomstig van Mpact vzw, de organisatie die betrokken is bij de uitrol van Mobipunten in Vlaanderen: www.mobipunt.be.
Visie op hubs in Vijfheerenlanden
53
Bijlage 3: Indicaties kosten van elementen van hubs Het is lastig om indicaties te geven wat het maken van upgraden van een hub gaat kosten. Veel is afhankelijk van wat er al is, van het uiteindelijke ambitieniveau qua kwaliteit, in hoeverre je voorzieningen nieuw en exclusief op de hub gaat realiseren (een toilet is bijvoorbeeld relatief kostbaar) of dat je gebruik maakt van voorzieningen in de buurt. En het hangt af van wat er al is, in hoeverre er grondwerken moeten plaatsvinden, hoeveel fietsenstallingen of P+R je plaatsen wilt maken, of het op maaiveld is of in gebouwde voorzieningen et cetera. Om toch enige indruk te geven van wat maatregelen kosten, laten we hier enkele indicatieve prijzen zien uit diverse bronnen. Zie onder. Een paar algemene richtlijnen:
6
Een voorziening als toilet, kaartautomaat of pakketpunt zijn relatief kostbaar. Idem voor een fietskluis. Zeker op kleine hubs zijn dit grote investeringen. Naast de hub naar een toilet gaan of je OV kaart opladen in een winkel of andere bestaande voorzieningen, scheelt een hoop investeringen. Een fietskluis is veilig maar relatief groot en per fiets een stuk duurder dan een regulier stalling. Als de ruimte er is en de investering gedekt kan worden door gebruikers, is hier niets op tegen. Een overdekte stalling van goede kwaliteit is duurder dan alleen fietsnietjes, maar voor deze extra investering neemt de kwaliteit voor de fietser wel enorm toe. Reken qua orde grootte minimaal € 1.000 per fiets voor een overdekte stallingsplaats, Bij kleinere voorzieningen zijn de kosten relatief hoger. Een kluis zal al snel € 5.000 kosten Laadvoorzieningen voor de telefoon, een watertappunt, informatieborden zijn de kosten niet. Voor P+R worden vuistregels gebruikt van ca € 3.500-7.000 per parkeerplaats op Maaiveld en minimaal € 15.000-20.000 in een gebouwde voorziening. Dit is allemaal exclusief eventuele kosten voor ontsluiting, verwerving et cetera. In praktijk kunnen deze kosten nog flink oplopen. Beheerskosten per plaats variëren tussen de € 25 en 250 euro per plaats afhankelijk van de voorzieningen. Bij bemande en gebouwde voorzieningen kan dat fors meer zijn6.
Bron: beleidsuitwerking P+R Provincie Utrecht (2022)
Visie op hubs in Vijfheerenlanden
54
Indicatieve investeringskosten, Bron: Ontwikkelplan Mobiliteitshubs West-Brabant (APPM en Goudappel, 2021). NB de kosten voor fietsenstallingen lijken aan de lage kant in vergelijking met andere bronnen.
Visie op hubs in Vijfheerenlanden
55
Enkele indicaties afkomstig uit het Halteverbeterplan 2022-2030 van de provincie Zuid-Holland. NB Prijzen zijn per halte en dus niet per fiets.
Visie op hubs in Vijfheerenlanden
56
Inschatting kosten fietsenstallingen (NB prijzen 2016!) Bron: Menukaart Fietsenstallingen bij stations - Fietsberaad
Visie op hubs in Vijfheerenlanden
57