CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie hubs in Vijfheerenlanden

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 5 juni 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Visie op hubs in Vijfheerenlanden20.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Visie op hubs in Vijfheerenlanden Gemeentelijk visiedocument als basis voor het verder (samen)werken aan mobiliteitshubs Februari 2024

Inhoudsopgave 1. Samenvatting: reizen via hubs in Vijfheerenlanden in 2040................1 Vijfheerenlanden zet in op duurzame mobiliteit............................................1 Onze visie op hubs in 10 punten................................................................1 2. Wat zijn hubs en waarom deze visie?..................................................9 Hubs in het kort......................................................................................9 Aanleidingen voor het maken van een visie op hubs...................................11 Over deze visie / leeswijzer.....................................................................12 3. Welke bijdragen leveren hubs aan onze beleidsdoelen?....................13 De bijdrage van hubs aan duurzame bereikbaarheid...................................13 Andere beleidsdoelen waar hubs aan bijdragen..........................................16 Wat levert het op voor specifieke doelgroepen?.........................................18 4. Toekomstbeeld: een hubnetwerk op drie niveaus..............................20 1. RegioHub Vianen: een groene regiopoort..............................................21 2. Lokale Hubs in Meerkerk, Leerdam, Lexmond en mogelijk ook in Hoef en Haag en Zijderveld................................................................................24 3.

Een netwerk van MiniHubs..................................................................29 5. Kwaliteiten en voorzieningen op de hubs..........................................30 Algemene kwalitatieve vereisten aan hubs................................................30 Voorzieningen op de hubs.......................................................................32 De ontwikkeling van (grootschalige) regionale P+R....................................33 Kwaliteiten en voorzieningen samengevat.................................................35 6. Hoe komen we bij de eindsituatie?....................................................38 Onzekerheden en het pad naar 2040........................................................38 Aanpak in meerdere sporen....................................................................39 Onze rol en samenwerking met derden.....................................................40 Kosten en financiering............................................................................43 Vervolgagenda en voorwaarden in onze samenwerking...............................44 Bijlagen................................................................................................47 Bijlage 1: aanverwante beleids- en ontwikkeltrajecten................................47 Bijlage 2: Begrippenlijst en verantwoording...............................................52 Bijlage

3: Indicaties kosten van elementen van hubs..................................54

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

1. Samenvatting: reizen via hubs in Vijfheerenlanden in 2040 Vijfheerenlanden zet in op duurzame mobiliteit In onze omgevingsvisie zetten we in op leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. Er liggen grote opgaven op het gebied van klimaat en verduurzaming, inclusiviteit en groei in combinatie met het benutten en versterken van ruimtelijke kwaliteiten van onze leefomgeving. Daarbij past een transitie naar een meer duurzame mobiliteit. Verduurzaming van mobiliteit betekent dat het reizen met fiets en OV aantrekkelijker moet worden en dat we de auto wat vaker laten staan of vaker gaan combineren met andere vervoersmiddelen zoals OV en deelmobiliteit. Mobiliteitshubs of kortweg: hubs, spelen daarbij een belangrijke rol. In essentie is een hub een plek waar OV en verschillende vervoerssoorten samenkomen, waar je op-of over kunt stappen en waar ook voorzieningen zijn die reizen en verblijven aantrekkelijk maken. Daarnaast kunnen hubs bijdragen aan het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en recreëren en aan leefbaarheid in onze kernen. Deze visie op mobiliteitshubs in Vijfheerenlanden is een thematische uitwerking van de omgevingsvisie. In deze visie op hubs beschrijven we waarom, hoe, waar en voor wie we hubs willen inzetten als middel om onze doelen te bereiken.

Ook beschrijven we hoe we aankijken tegen een netwerk van hubs in onze gemeente, aan welke kwaliteiten deze moeten voldoen en welke voorzieningen wenselijk zijn. We sluiten af met een doorkijk naar het vervolgproces en enkele overwegingen over de samenwerking met anderen.

Onze visie op hubs in 10 punten Onze visie op hubs laat zich samenvatten in de volgende 10 punten die in de volgende hoofdstukken verder worden toegelicht en uitgediept.

1. Reizen via hubs is in 2040 voor iedereen een aantrekkelijke manier van reizen en draagt bij aan een leefbaar, gezond, duurzaam en bereikbaar Vijfheerenlanden. Dat geldt voor iedereen die nu al met het OV reist en ook voor automobilisten en mensen die gebruik maken van doelgroepenvervoer. Bij de ontwikkeling van hubs staat het belang van onze inwoners, ondernemers en bezoekers op #1. Met hubs dragen wij bij aan duurzame mobiliteit voor iedereen, (autoluwe) gebiedsontwikkeling, leefbaarheid, gezondheid, zelfredzaamheid en aantrekkelijkheid van onze gemeente. Deze visie op hubs sluit aan op de omgevingsvisie en de doelstellingen daarin op het gebied van mobiliteit.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

1

2. Basisvoorwaarde is goed publiek vervoer waarmee elke reis van deur tot deur mogelijk is. De basis voor succesvolle hubs is goed openbaar (lijn)vervoer: betrouwbaar en veilig, maar ook snel, frequent en gemakkelijk in gebruik. In onze gemeente bestaat in 2040 die basis uit diverse snelle interregionale buslijnen tussen Utrecht, Breda, Gorinchem en Drechtsteden, de MerwedeLingelijn en bussen die Utrecht via Vianen verbinden met andere grotere kernen binnen en buiten onze gemeente. Daarnaast moet je via de hubs overal kunnen komen met overige lijndiensten en vraaggestuurde vormen van ‘publiek vervoer’. Hieronder vallen concepten als U-Flex, Regiotaxi, vrijwillige buurtbus, deelmobiliteit of een hybride vorm tussen OV en doelgroepenvervoer. Elke kern, elke wijk en elk werklandschap is met een van deze vormen van publiek vervoer bereikbaar. Onze hubs zijn de schakels tussen de hoofdlijnen van het OV en andere vormen van publiek vervoer.

3. Keuze in voor- en natransport maakt duurzame mobiliteit voor iedereen aantrekkelijker. Goede voorzieningen en goede routes van en naar de hub zijn daarbij onmisbaar. Onze hubs zijn goed bereisbaar met publiek vervoer, maar ook te voet, per fiets, overige lichte voertuigen en de auto. Je vervoermiddel moet je makkelijk, veilig, comfortabel en dichtbij kunnen stallen met het vertrouwen dat er plek is. Voor natransport is het belangrijk dat er meer deelmobiliteit komt, zowel in aantallen als in diversiteit van voertuigen. We zien het als noodzaak dat er ook meer geïnvesteerd wordt in goed ontsluitend (vraaggestuurd) publiek vervoer. Dit biedt alternatieven voor iedereen en is noodzakelijk voor diegenen die van het reizen met publiek vervoer afhankelijk zijn. Elke hub is bereikbaar vanuit de omgeving via veilige en aantrekkelijke routes voor voetgangers en fietsers (direct, comfortabel, zonder obstakels). Daarbij houden we rekening met minder snelle en mobiele reizigers en nieuwe voertuigen als bakfiets of speed-pedelec. Daarnaast moet de hub bereikbaar zijn voor auto’s en kleinschalig publiek vervoer en moeten voertuigen veilig kunnen halteren, wachten en oppikken/afzetten.

4. Elke hub is aantrekkelijk als plaats om te reizen, verblijven en ontmoeten. Bij voorkeur ook een plek die kan bijdragen aan leefbaarheid, gezondheid en welzijn. Naast eigen voorzieningen voor reizigers, liggen hubs dichtbij voorzieningen of we nodigen ondernemers en initiatieven uit de samenleving uit om voorzieningen op of bij de hubs te realiseren. Dat vergroot de aantrekkelijkheid en het gebruik van zowel de hubs als die voorzieningen. Hubs kunnen daarmee ook bijdragen aan de leefbaarheid in kernen. De inrichting en voorzieningen bevorderen lopen en fietsen en ontmoeten en wachten of verblijven is comfortabel en (sociaal en fysiek) veilig.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

2

5. Elke hub is veilig en toegankelijk en de gebruiker staat op #1. Bus, fiets en auto zijn van harte welkom op en bij de hub, maar de hubreiziger die op-, uit- of overstapt verdient prioriteit bij het uitwerken van plannen. Onze hubs zijn compact ingericht met korte loopafstanden en goede verblijfskwaliteit. Vanzelfsprekend voel je je hier fysiek en sociaal veilig en zijn voorzieningen toegankelijk en aantrekkelijk voor iedereen. Als je verblijft, opstapt of overstapt op een hub is iedereen voetganger en in het ontwerp van de hub staat de gebruiker centraal. De hubs zijn geschikt voor zelfstandig reizen voor iedereen van jong tot oud en zij die die reizen met beperkingen.

6. Hubs leveren een positieve bijdragen aan ontwikkelingen in wonen, werken en recreëren. Hubs bieden gunstige voorwaarden voor het ontsluiten van wonen, werken en/of recreatie op loop- en fietsafstand. Nieuwbouwontwikkelingen worden afgestemd op de kwaliteit van publiek vervoer en loop- en fietsafstanden tot de hub en hoeven daardoor minder ruimte voor de auto te krijgen. Er is dan ruimte voor meer woningen of bedrijven, of juist voor groen en water. Hubs kunnen ook dienen als toeristisch overstappunt (TOP).

7. We zien een netwerk van hubs op drie niveaus:

Indicatief netwerk van Hubs (positie lokale hubs nog te bepalen, overzicht en locatie MiniHubs slechts illustratief en nader te bepalen.

We hebben in 2040 één regionale/stadsgewestelijke RegioHub Vianen-Lekbrug met de voorzieningen en kwaliteiten van een station die passend zijn voor een gemeente met onze omvang en die ook als overstappunt dient voor reizigers uit de regio en daarbuiten.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

3

Hier vind je naast het grootste vervoersaanbod alle reizigersvoorzieningen die reizen makkelijk, aantrekkelijk en comfortabel maken. We hebben een aantal lokale hubs. In ieder geval bij Meerkerk, Station Leerdam en Lexmond en onder bepaalde voorwaarden mogelijk ook Hoef en Haag en Zijderveld. Op al deze hubs is hoogwaardig OV, ruimte voor het stallen van fietsen, ‘Kiss and Ride’ (K+R), Parkeren en Rijden (P+R), publiek vervoer, deelmobiliteit en voorzieningen waaronder in elk geval een overdekte wachtruimte, water en reisinformatie. Aanvullende voorzieningen kunnen per locatie verschillen. Op termijn is er misschien ruimte voor meer lokale hubs, bijvoorbeeld in sommige wijken of grotere werklandschappen. Daarnaast voorzien we op termijn een aanvullend netwerk van MiniHubs in kleinere kernen, stadswijken en werklandschappen: een halte op een centrale plek, liefst direct bij of in de buurt van voorzieningen die de hub kunnen versterken en andersom. Met op z’n minst veilige fietsenstallingen, ruimte voor K+R en beschutte wachtruimte en deelfietsen. Hier is ruimte voor maatwerk op basis van lokale opgaven en initiatieven.

8. Elke hub is uniek. We hanteren voor elk niveau hub een streefbeeld maar bij de uitwerking passen we maatwerk per hub toe en zoeken we naar synergie met andere beleidsdoelen. Aan de RegioHub stellen we hogere eisen dan aan de Lokale Hubs en MiniHubs. Voor elk niveau hebben we een streefbeeld vastgelegd. In praktijk nemen we de ruimte om per hub steeds te kijken wat echt belangrijk is op die plek. Niet alles kan of hoeft overal en veel zal ook afhangen van welke fysieke en financiële ruimte er is. Ook willen we aansluiting zoeken bij lokaal initiatief en ondernemerschap. Zeker bij de MiniHubs willen we dit lokale initiatief een grote rol spelen bij zowel de prioritering (waar zit de energie en behoefte, wie wil meedoen) als ook de invulling van plannen. Bij de grotere hubs kijken we ook naar gebiedsontwikkelingen waarvoor de hubs een functie vervullen. Zo zijn er bijvoorbeeld slimme (gedeelde) oplossingen denkbaar voor parkeren of deelmobiliteit waar ook de omgeving van kan profiteren. En er is ruimte voor lagere parkeernormen bij ontwikkelingen dichtbij regionale en lokale hubs. Hubs kunnen dienen als voorbeeld en proeftuin. Denk aan meer dan voldoende laadinfrastructuur voor elektrisch rijden, energieopslag, zonne-energie door parkeerplaatsen te overdekken, groene daken en groene openbare ruimte.

9. We staan onder voorwaarden open voor het faciliteren van (boven)regionale P+R (Parkeren en Rijden) omdat dit kan leiden tot een betere kwaliteit van het OV en voorzieningen op de hub. Het faciliteren van stromen auto’s die herkomst noch bestemming hebben, willen we niet onbeperkt faciliteren. Eerste voorwaarde is dat hiermee aantoonbaar een extra bijdrage wordt geleverd aan het kunnen realiseren van alle bovenstaande doelen die ook in het belang zijn van onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Tweede voorwaarde is de garantie dat het openbaar vervoer op lange termijn van hoge kwaliteit zal zijn. Een derde

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

4

voorwaarde is dat overlast voorkomen moet worden. Vierde voorwaarde is dat de hiervoor benodigde investeringen inclusief noodzakelijke aanpassingen aan lokale infrastructuur worden gedaan door partijen die hier belang bij hebben. We geven daarbij de voorkeur aan realisatie van P+R op meerdere (regionale en lokale) hubs die allemaal een bijdrage leveren aan regionale P+R, passend binnen de mogelijkheden en schaal bij de betreffende locaties. Dit is realistischer en flexibeler dan een eventuele reuze P+R van 1.000 parkeerplaatsen of meer. Een systeem van meerdere P+R is makkelijker inpasbaar, leidt minder snel tot overlast, kan meegroeien en is ook voor de reiziger aantrekkelijk zijn omdat loopafstanden tussen parkeerplaats en OV overzichtelijk zijn.

10. We beseffen dat we in de regio samen sterker staan en plannen voor hubs alleen succesvol worden als we ze samen uitwerken en financieren. Wij focussen eerst op wat we zelf kunnen doen. Veel is nog onzeker, zeker als het gaat om randvoorwaarden als beschikbare financiën, de toekomst van het OV, de doorontwikkeling van deelmobiliteit, de vraag naar P+R langs snelwegcorridors en de mate waarin de auto regionaal en landelijk aantrekkelijk zal blijven of juist wordt ontmoedigd. Deze zaken liggen buiten de directe invloed van de gemeente. Voordat we zelf substantieel investeren moet er langdurige zekerheid zijn over de kwaliteit van het OV en andere vervoersnetwerken en voorzieningen. Op dit moment heeft het nog geen zin om een gedetailleerd uitvoeringsprogramma op te stellen, laat staan een investeringsbegroting. Bij de uitwerking van deze visie zullen we meerdere sporen bewandelen, veelal samen met partners in de regio. De komende jaren zullen we in regionaal verband plannen voor onze hubs verder uitwerken met en deels onder regie van andere overheden, maar ook met private partijen.

Daarbij gaat het niet alleen om de hubs, zelf maar ook om achterliggende zaken als een strategische visie op OV, een fietsvisie, een regionale parkeerstrategie (inclusief P+R) en het zoeken naar synergie en schaalgrootte door het samen ontwikkelen van beleid en een uitrol voor knooppunten en in samenhang daarmee deelmobiliteit in de regio. Ook zullen we samen kennis moeten ontwikkelen en delen en het zoeken naar financiering om deze plannen te kunnen realiseren. Dit zal nog vele jaren vragen. Onze visie is daarmee een visie voor de lange termijn. Naast dit onzekere spoor voor de lange termijn gaan we ondertussen starten met het onderzoeken en ontwikkelen van zaken die we sowieso al kunnen doen. Dan gaat het om de realisatie van kleine voorzieningen, verbeteringen in de openbare ruimte, het verbeteren van fietsroutes en looproutes en het met lokale initiatieven vormgeven aan MiniHubs.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

5

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

6

Verbeelding ambities voor hubs in Vijfheerenlanden: lokale hub. Copyright: Copic Business Cartoons.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

7

Verbeelding ambities voor hubs in Vijfheerenlanden: een MiniHub in een dorpskern. Copyright: Copic Business Cartoons.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

8

2. Wat zijn hubs en waarom deze visie? Aïsha: de forens die elke dag in Utrecht op kantoor werkt Aïsha woont in Hoef en Haag en forenst elke dag naar kantoor aan de rand van de binnenstad van Utrecht. Vroeger ging ze met auto, parkeerde ze gratis in een woonwijk en liep 5 minuten naar kantoor. Door de invoering van rekeningrijden, duur betaald parkeren en stimuleringsbudget van werkgever om anders te reizen reist ze nu met OV. Bij mooi weer vertrekt ze op de fiets via de nieuwe route door Vianen en anders neemt ze de frequente stadsshuttle naar RegioHub Vianen. Gelukkig is er altijd plek in de stalling waar haar e-bike droog en veilig staat. Droog loopt ze de ontvangsthal in. Met verse koffie stapt ze in de eerste snelbus die aan komt rijden – gelukkig hoef je niet op je horloge te kijken. Door de vrije busbaan staat ze binnen een kwartier op Utrecht Centraal waarna ze een OV fiets pakt voor de laatste kilometer. Ze is blij met de ontspannen reis. Als ze een keer geen zin heeft of er gestaakt wordt, pakt ze een deelauto in de minihub bij haar om de hoek.

Hubs in het kort Goede OV-knooppunten of hubs nodigen uit tot het gebruik van het OV in combinatie met lopen, fietsen en andere vervoerswijzen. De laatste jaren is het woord ‘mobiliteitshub’ of kortweg ‘hub’ in trek. In essentie is een hub een plek waar verschillende vervoerssoorten samenkomen en waar voorzieningen zijn die reizen en verblijven aantrekkelijk maken. Ook dragen hubs bij aan de bereikbaarheid van wonen, werken, ontmoeten en recreëren.

Definitie: een hub is meer dan een overstapmachine Er zijn verschillende definities van een hub en er zijn ook verschillende typen hubs. De termen (OV-)knooppunt, mobiliteitshub of hub worden door elkaar gebruikt. Het woord hub betekent letterlijk ‘middelpunt’. Hubs zijn de knooppunten die verschillende netwerken verbinden. We sluiten aan op de definitie van de provincie Utrecht: Een (multimodaal) knooppunt is een locatie waar bewoners, bezoekers, forenzen en studenten gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer en verschillende (deel)vervoerswijzen die daar samen komen. Zo kan een ketenreis worden gemaakt. Het is een fysieke plek om aan te komen, gemakkelijk over te stappen, te vertrekken, te ontmoeten en te verblijven. De functies en voorzieningen op het knooppunt zijn afhankelijk van de omgeving en doelgroep(en). Door de combinatie van hoogwaardige mobiliteit, functies en voorzieningen zijn multimodale knooppunten strategisch interessante locaties voor gebiedsontwikkeling.

Soorten hubs Er wordt in plannen voor hubs vaak onderscheid gemaakt in termen als herkomsthubs, overstaphubs, bestemmingshubs, wijkhubs, bewonershubs, snelweg- of corridorhubs. In essentie gaat het om een onderscheid op basis van een combinatie van doelgroep en

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

9

locatie in een netwerk. In praktijk zien we dat hubs vaak meerdere doelgroepen en type reizen bedienen en niet in een simpel type te vangen zijn. Een andere indeling in hubs is naar schaalniveau (van buurt via lokaal en regionaal tot internationaal). Er bestaan ook hubs exclusief voor bewoners of bedrijven. Deze zie je steeds meer waar ruimte schaars is. Hier staat aanbod van deelmobiliteit centraal en niet zozeer de plek in het OV-systeem. Soms is dit besloten voor een groep bewoners, soms publiek toegankelijk. Het zoeken naar synergie tussen publieke hubs en deelmobiliteit voor bewoners is altijd verstandig om zo meer draagvlak te creëren, zowel in bestaande gebieden als bij gebiedsontwikkeling. Er zijn ook logistieke hubs en energiehubs maar dat staat los van personenmobiliteit. Uiteraard is het goed om altijd te kijken of elementen gecombineerd kunnen worden zoals pakketservice en laadinfra/opslag – maar dat is niet essentieel voor het functioneren van een hub voor personenvervoer.

Welke hubs zijn er nu in Vijfheerenlanden?

Boven: Vianen-Lekbrug (west, de verbindende voetgangerstunnel en oost), Midden: Meerkerk A27 west en oost. Onder: De P+R en het stationsgebouw Leerdam.

De gemeente beschikt nu over vier hubs: het compacte treinstation Leerdam met o.a. P+R en een goede looproute naar het centrum is echter heel anders van aard en uitstraling dan Vianen-Lekbrug: onze grootste en drukste, maar weinig aantrekkelijke busknoop aan weerszijden van de A2. Meerkerk-A27 is ook een verspreide snelweghalte maar met minder buslijnen en ver van de bebouwde kom. Halte Lexmond-Rijksweg

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

10

wordt door de provincie ook als mogelijke hub gezien maar is nu niet meer dan bushalte. Daarnaast zijn er vele bushaltes waarvan sommige de potentie hebben om uit te groeien tot kleine hubs. Deelmobiliteit, P+R en K+R en andere reizigersvoorzieningen zijn op Leerdam na niet of nauwelijks aanwezig. Fietsenstallingen staan vaak (over)vol.

Aanleidingen voor het maken van een visie op hubs Een verdere invulling van onze omgevingsvisie In onze omgevingsvisie benoemen we hubs als een van de middelen om bij te dragen aan het doel van een duurzaam vervoersnetwerk waarbij verschillende vervoersmiddelen op elkaar aansluiten. In de omgevingsvisie zijn ook doelen benoemd over o.a. toevoeging van nieuwe woningen en werklandschappen en versterken van kwaliteit van het landschap. Duurzaamheid, gezondheid en veiligheid vormen daarbij ons kompas. Het maken van deze visie op hubs wordt in de omgevingsvisie benoemd. Met deze visie op hubs kunnen we verder invulling geven aan de ontwikkeling van hubs in onze gemeente.

IRP 2040, Utrecht Nabij en andere ontwikkelingen in de regio Gemeente Vijfheerenlanden ligt aan de rand van de populaire en snelgroeiende metropoolregio Utrecht. In deze regio liggen grote uitdagingen om verder te verstedelijken en verdichten en tegelijk ook meer ruimte te geven aan water, natuur en recreatie. Dit is o.a. vastgelegd in de regionale visies IRP 2040 en Utrecht Nabij maar ook in de provinciale omgevingsvisie POVI. Rijkswaterstaat en gemeente Utrecht hebben er belang bij als er minder bestemmingsverkeer voor Utrecht in de stad en op de ring rond de stad rijdt. Het afvangen van dit verkeer op P+R terreinen en parkeren op afstand zijn instrumenten waarbij hubs in de regio ook een rol zouden moeten spelen. De provincie Utrecht heeft programma’s om P+R en knooppunten in de regio verder te ontwikkelen. Er worden o.a. kansen gezien voor P+R in Vianen en Meerkerk en daarnaast zijn ook Leerdam en Lexmond benoemd als knooppunten van provinciaal belang. Het Rijk heeft Vianen ook benoemd als focusknooppunt. Tot nu toe hebben wij nog geen duidelijke visie op wat wij vinden dat dit betekent vanuit ons gemeentelijk perspectief.

Regiopoorten Een van de thema’s uit IRP en Utrecht Nabij waaraan gewerkt wordt is dat van de Regiopoorten: gebieden binnen loop- en fietsafstand van OV-knopen waar ontwikkelruimte is voor nieuwe gemengde stedelijke milieus, P+R voorzieningen en verbindingen naar werklocaties en/of het omliggende landschap. Vianen-Lekbrug is een van de regiopoorten. Er wordt in regionaal verband gewerkt aan een ontwikkelstrategie voor Regiopoorten die in 2024 in het BO-MIRT moet worden vastgesteld. Een gemeentelijke visie op hubs en de positie van Vianen daarin is nodig. Zie bijlage 1.

BGU Die visie is ook nodig binnen het project BGU: een studie door provincies, gemeenten en Rijk naar snelle busverbindingen (Bus Rapid Transit) tussen Utrecht, Gorinchem en

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

11

Breda. Voor 2040 is de ambitie uitgesproken om zowel voertuigen, doorstroming, comfort en de haltes/hub langs deze lijn te verbeteren. Vijfheerenlanden kent twee hubs aan deze corridor: Vianen-Lekbrug en Meerkerk. Doel is om in 2024 afspraken te maken over o.a. de ontwikkeling van deze hubs in het BO-MIRT. Zie bijlage 1.

Andere aanleidingen Naast deze directe aanleidingen hebben we ook te maken met een grote opgave op het gebied van het regionaal mobiliteitsplan (CO2-reductie) en verduurzaming op allerlei terreinen waar hubs een bijdrage aan kunnen leveren. Ook krijgen we te maken met vergrijzing en uitdagingen op het gebied van het betaalbaar houden van zorg en welzijn en het leefbaar houden van kleine kernen.

Over deze visie / leeswijzer Deze visie op mobiliteitshubs in Vijfheerenlanden is een thematische uitwerking van de omgevingsvisie. In deze visie op hubs beschrijven we waarom, hoe, waar en voor wie we hubs willen inzetten als middel om onze doelen te bereiken (hoofdstuk 3). Ook beschrijven we hoe we aankijken tegen een netwerk van hubs in onze gemeente en wat dat betekent voor verschillende hubs (hoofdstuk 4) en aan welke kwaliteiten deze moeten voldoen en welke voorzieningen wenselijk zijn (hoofdstuk 5). We sluiten in hoofdstuk 6 af met een doorkijk naar het vervolgproces en enkele overwegingen over de samenwerking met anderen. In deze visie kiezen we het perspectief van onze inwoners en bezoekers (die hier werken, recreëren of om andere redenen op bezoek zijn). We vertrekken vanuit een perspectief op de lange termijn, het jaar 2040. De weg hiernaartoe kent veel onzekerheden en afhankelijkheden. Deze visie is dan ook allesbehalve een blauwdruk en moet gezien worden als startpunt en kader voor de verdere uitwerking van plannen. Ook vormt het een kader om inzet te bepalen in de samenwerking met partijen in de regio. De verdere uitwerking, financiering en uiteindelijk realisatie van hubs is iets dat grotendeels in regionaal verband georganiseerd en gefinancierd moet worden.

Naast het ontwikkelen en verbeteren van hubs en voorzieningen op die hubs zullen we ons dus vooral moeten (blijven) inzetten voor de volgende zaken: 1. Beter OV (betrouwbaar, veilig, snel, makkelijk en comfortabeler). 2. Het ontwikkelen van deelmobiliteit en nieuwe vormen van publiek vervoer zoals (combinaties van) doelgroepenvervoer, carpoolen, U-Flex et cetera. 3. Goede loop- en fietsroutes van en naar hubs richting de omgeving. Bovenstaande zaken vallen buiten de scope van deze visie maar het belang voor hubs kan niet voldoende worden benadrukt.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

12

3. Welke bijdragen leveren hubs aan onze beleidsdoelen? Bernard: de forens die af en toe in Vianen werkt Bernard woont in Amersfoort, werkt meestal thuis maar moet twee keer in de week op het werklandschap in Meerkerk zijn. Buiten de spits reist hij soms met zijn eigen auto, maar dat is duur en niet sneller dan het OV. Na een korte fietsrit en een kwartiertje treinen pakt Bernard een willekeurige snelbus op het BGU-perron in Utrecht. Op het reizigersplein van hub Meerkerk maakt hij zijn keuze voor hij verder reist. Alle opties liggen op korte afstand en zijn duidelijk aangegeven. Meestal pakt hij een deelfiets, bij regen de shuttle naar het werklandschap. Sinds het bedrijvenpark en de provincie samenwerken kan hij meestal binnen 10 minuten vertrekken zonder te hoeven reserveren. Na zijn werk heeft hij een borrel in centrum Vianen. Op Meerkerk hoeft hij niet op zijn horloge te kijken want elke 5 minuten komt er een bus langs. Vanuit de RegioHub Vianen pakt hij een deelfiets die hij achterlaat op de minihub in het centrum. Na de borrel wandelt hij via het fraaie Beukenlaantje en de nieuwe stadswijk ontspannen terug naar de snelbus op de RegioHub waar hij nog even lekker 5 minuten op een bankje in de zon gaat zitten. Goede hubs kunnen een belangrijke maatschappelijke bijdrage leveren aan een duurzaam bereikbaar en leefbaar Nederland, onze regio en onze gemeente.

In dit hoofdstuk benoemen we de meerwaarde van hubs voor reizigers en de kwaliteit van leven in onze gemeente vanuit het perspectief van verschillende beleidsdoelen.

De bijdrage van hubs aan duurzame bereikbaarheid Bereikbaarheid en duurzame mobiliteit In onze omgevingsvisie zijn doelen beschreven op het gebied van een meer duurzame mobiliteit en een mobiliteitstransitie waarin we vaker en meer met fiets, OV en deelmobiliteit zullen reizen. Over hubs staat het volgende in de omgevingsvisie: “We investeren in de ontwikkeling van openbaar vervoerknooppunten (hubs). We zetten in op de combinatie van voorzieningen, wonen, werken op deze knooppunten. We willen de bereikbaarheid van de knooppunten verbeteren en de verbinding richting woon- en werklocaties zo goed mogelijk maken. Daarom bieden we ruimte aan voorzieningen voor (elektrische) fietsen, deelvervoer, P+R en goede overstapmogelijkheden”. Door het ontwikkelen van hubs in samenhang met overig beleid voor duurzame mobiliteit bieden we meer opties, meer keuzealternatieven en wordt het dus makkelijker en aantrekkelijker om op duurzame wijze te reizen. Daarnaast maakt het in het algemeen reizen zonder eigen vervoersmiddelen aantrekkelijk of zelfs mogelijk waar dat nu nog

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

13

niet mogelijk is. Door het verbeteren van bereikbaarheid en het bieden van opties voor duurzame mobiliteit is het mogelijk om in de nabijheid van hubs minder ruimte te benutten voor parkeren en het stallen van voertuigen. Het maken van alleen goede hubs is niet voldoende. Goed OV, fietsroutes en -stallingen, deelmobiliteit en andere vormen van natransport zijn minstens zo belangrijk om deze doelen te realiseren 1.

De mobiliteitstransitie en ketenreizen De ontwikkeling van hubs is slechts een van de vele opgaven in de transitie naar een meer duurzaam mobiliteitssysteem. De mobiliteitstransitie heeft tot doel om minder en vooral anders te reizen. Van dominant gebruik van de privéauto naar een meer duurzame invulling van mobiliteit op basis van lopen, fietsen, OV, deelmobiliteit en slimme combinaties van meerdere vervoerswijzen. Essentieel is dat de samenhang tussen deze vervoerswijzen wordt verbeterd en hubs spelen daarbij een belangrijke rol.

Een ketenreis (onder) is complexer, vaak tijdrovender en het kan op meer punten misgaan dan bij een eenvoudige reis met een enkel vervoermiddel (boven).

Een ketenreis bestaat uit een keten van losse verplaatsingen met een hub bij elke overstap. De reis met OV maakt daar deel van uit. Het voortransport bestaat vaak uit lopen, fietsen of een ander privé-vervoermiddel. Zowel de routes naar hubs als de stallingsvoorzieningen moeten van hoge kwaliteit zijn. In onze gemeente moeten beide beter dan nu. P+R en K+R zijn nu nergens in onze gemeente goed gefaciliteerd en fietsenstallingen zijn vol. Lastiger is het natransport. Hier heb je geen beschikking over eigen vervoer en ben je afhankelijk van OV, deelmobiliteit, taxi of lopen. Door de beperkte opties is een ketenreis in onze gemeente voor velen niet aantrekkelijk. 1

De samenhang tussen de ontwikkeling van hubs en andere doelen binnen en buiten het mobiliteitsdomein zijn o.a. te vinden in de publicatie ‘Verkenning van het concept mobiliteitshub’ (KiM, 2021)

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

14

Reizen via hubs vraagt veel van de hubs maar ook van het vervoer van en naar die hub. Veel zaken moeten kloppen zowel op de hub als ook in het voor- natransport: betrouwbaarheid en (sociale en fysieke) veiligheid zijn de absolute basis. Ook belangrijk zijn snelheid/frequentie en gemak. Het echte verschil maak je door een positieve beleving en dus met zaken als comfort en voorzieningen. Een belangrijke complicerende factor in de mobiliteitstransitie is er nog de factor ‘gedrag’. Alleen verleiden is tot nu toe onvoldoende gebleken om mensen uit de auto te krijgen. We passen onze gewoonten niet zo makkelijk aan. Dat blijft in de toekomst een belangrijk aandachtspunt.

Oude wijn in nieuwe zakken? Sommigen zeggen dat hubs een nieuwe hype zijn, dat we er te veel van verwachten en dat het niet veel anders is dan eerdere concepten als OV-knooppunten, P+R of plekken waar veel deelmobiliteit bij elkaar staat. Een hub is in die zin vernieuwend dat het een meer integrale visie en aanpak behelst waar naast mobiliteit ook de relatie met ruimtelijke en economische) ontwikkeling een belangrijke rol speelt. Daarnaast kan het concept van hubs ook aansluiten op doelen op het gebied van klimaat, sociale inclusie of recreatie en toerisme – zie verderop).

Een hub is geen wondermiddel: goed OV is en blijft de basis Een hub is geen doel op zich. Een hub moet op de goede plek in het OV-netwerk liggen en hubs en netwerken voor OV, lopen, fietsen en auto versterken elkaar. Critici vrezen dat hubs bijdragen aan meer gestrekte snelle buslijnen en minder ontsluitend OV in en door kernen. De vraag is of de bus in de kleine kernen zou blijven rijden zonder hubs. Bovendien is de gedachte dat door goede hubs en andere vervoersvormen reizen met OV aantrekkelijker wordt dan het nu is (sneller, frequenter, meer opties). Groningen/Drenthe lopen voor met de ontwikkeling van hubs en daarbij speelde ook mee dat het netwerk van ontsluitende lijnen niet vol te houden was. Hubs vervullen daar een belangrijke rol in het koppelen van doorgaande snelle lijn met ontsluitend OV en andere vormen van transport. Ook in Vlaanderen wordt deze strategie gekozen. In het kader van deze visie doen we geen uitspraken over het OV-lijnennet en ontwikkelingen daarbinnen. Het huidige net en de visie van de provincie(s) zien we nu als gegeven. We maken als gemeente ook een strategische visie op OV in onze gemeente. Bij de implementatie en het maken van concrete plannen voor hubs is het van belang om goede afspraken te maken over de beschikbaarheid van het OV op de lange termijn.

Een ander kritisch geluid is dat er veel over hubs gepraat wordt, en nog weinig gerealiseerd. Dat is ook grotendeels waar. Iedereen is nog een beetje zoekende en de budgetten zijn op dit moment beperkt. Het Rijk en de Provincie zijn al wat langer bezig met knooppuntontwikkeling en de nationale actie agenda OV-knooppunten heeft tot doel dat er in de komende jaren gerichter gewerkt kan worden aan de ontwikkeling van mobiliteitshubs. Groningen en Drenthe lopen voorop, maar daar zijn de hubs ook nog niet ‘af’. Vlaanderen wil heel veel hubs realiseren maar is pas begonnen met realiseren.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

15

Andere beleidsdoelen waar hubs aan bijdragen Duurzaamheid en Klimaat De bijdrage van hubs aan duurzaamheid gaat verder dan alleen een transitie naar meer duurzame mobiliteit. Reizen via hubs kan bijdragen aan meer efficiënt ruimtegebruik, minder materiaalgebruik, minder uitstoot van CO2 en minder gebruik van vervuilende stoffen. Niet alleen doordat er met reizen via hubs minder autokilometers gemaakt hoeven te worden, maar ook omdat het autobezit tot op zekere hoogte lager kan worden en er daardoor minder grondstoffen nodig zijn. Daarnaast zijn er kansen om te kijken naar synergie met energiehubs, bijvoorbeeld op het gebied van elektriciteit duurzaam opwekken, laden en opslaan. Bij het verder uitwerken, vormgeven en realiseren van hubs zullen we verder aandacht schenken aan doelen op het gebied van klimaatrobuustheid, biodiversiteit en circulariteit. Daarnaast zullen we hubs gebruiken als goed voorbeeld van wat we willen bereiken op het gebied van duurzaamheid. Hubs kunnen als proeftuin worden gebruikt, bijvoorbeeld door het overdekken van parkeervakken met zonnepanelen, vernieuwing in laadinfra en energieopslag, veel groen in de openbare ruimte, halfopen verharding waar mogelijk en hergebruik van materialen. Daarnaast kan onderzocht worden of mobiliteitshubs voor personen ook een rol kunnen spelen in zero-emissie logistiek.

Gebiedsontwikkeling: wonen en werken/economie Reizen via hubs kan via het bieden van alternatieven voor privé-autogebruik en -bezit bijdragen aan gebiedsontwikkeling en verdichting doordat nieuwe ontwikkelingen minder autoverkeer en parkeren met bijbehorende overlast hoeven te genereren. Er kan vaak volstaan worden met minder parkeren in de nabijheid van hubs. Dat geldt in beperkte mate voor een goede hub met hoogwaardig OV binnen fietsafstand (15 minuten) en in sterkere mate voor ontwikkelingen op loopafstand. Met aantrekkelijke en veilige routes, fietsenstallingen, deelmobiliteit, meer OV-verbindingen en de opkomst van de e-bike kunnen zowel scope als effect worden vergroot. Eventueel is zelfs het dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk (P+R en parkeren voor bewoners en andere doelgroepen). Er blijft er ruimte/geld over voor meer woningen of bedrijven, meer groen of een betere betaalbaarheid. Daarmee dragen hubs ook bij aan doelstellingen op het gebied van wonen, economie, groen, water of ruimtelijke kwaliteit in het algemeen. Dit geldt lokaal, maar via het faciliteren van P+R met een regionale functie kan ook een bijdrage geleverd worden aan ruimtelijke ontwikkelingen en leefbaarheid elders. Een hub en de bijbehorende mobiliteitskwaliteit kan een goede basisvoorwaarde zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Andersom kunnen ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan beter gebruik van een hub en meer draagvlak/voeding voor het vervoer op de hub. Alhoewel er in Vijfheerenlanden geen sprake is van grootschalige verdichting of uitbreiding, bieden sommige hubs wel kansen voor verdichting en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ontwikkelingen. De focus zal onze gemeente vooral moeten liggen op goede fiets- en OV-verbindingen naar andere kernen,

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

16

uitbreidingslocaties en werklandschappen. Daarnaast zal in onze gemeente de ontsluiting van recreatieve functies en het ontsluiten van groen, natuur en landschap voor bezoekers uit de regio (de hub als groene buitenpoort) een belangrijkere rol spelen. Zowel voor recreatie, economie en de behoefte aan ruimte op werklandschappen en in mindere mate de woonopgave dragen hubs dus ook bij aan het realiseren van doelen van de regio als geheel. Anders dan een gewone bushalte biedt een complete hub ook betere mogelijkheden om vorm te geven aan vervoersmanagement op werklandschappen. In beperkte mate kan het ontwikkelen van voorzieningen op hubs ook bijdragen aan werkgelegenheid.

Leefbaarheid Door in samenhang met hubs te werken aan fijnmazige, vraaggestuurde oplossingen voor publiek vervoer (OV, deelmobiliteit en vraaggestuurde en collectieve vervoersvormen die voor ieder toegankelijk zijn) kan de bereikbaarheid van kernen en de mobiliteit van haar inwoners/bezoekers worden verbeterd. Daarmee draag je ook bij aan de aantrekkelijkheid/leefbaarheid van die kernen als plaats om te wonen en werken. Door via maatwerk op basis van lokale vraagstukken en initiatieven invulling te geven aan de locatiekeuze voor hubs binnen kernen en het zoeken van synergie met andere voorzieningen en activiteiten in de kern, is het ook mogelijk om de leefbaarheid te verbeteren. De hub en reizen via de hub zorgt voor meer (draagvlak voor) voorzieningen en dienstverlening in kernen en de voorzieningen maken reizen via de hub aantrekkelijker. Aantrekkelijke hubs zorgen voor meer kansen op spontane of geplande ontmoetingen en het ontstaan van logische plekken om ook nieuwe activiteiten te organiseren. Een dorpshub kan een logische plek zijn om ook informeel vervoer te organiseren. Denk aan een plek om bekende lifters mee te nemen, mensen af te zetten of op te pikken, mobiele verkoop- of informatie, informele ontmoetingsruimte.

Het is interessant om in elke kern de kansen voor het verbeteren van leefbaarheid gekoppeld aan hubs te onderzoeken en vooral aan te sluiten bij initiatief van onderop. Tot slot draagt een verschuiving van mobiliteit met de eigen auto naar (deels) reizen met OV via hubs ook bij aan leefbaarheid door het verminderen van overlast van de auto en daarmee ook aan leefbaarheid en publieke gezondheid.

Recreatie, groen en natuur Door het faciliteren van voorzieningen voor toerisme en recreatie en het combineren van TOPs (toeristische overstappunten) en hubs is het mogelijk om meerwaarde te creëren voor zowel TOP als hub. Voor de recreant is het aantrekkelijker als er meer voorzieningen zijn en er is meer draagvlak voor voorzieningen op de hub zoals bijvoorbeeld horeca en/of deelmobiliteit/fietsverhuur en toeristische informatie. In regionaal verband kan Vijfheerenlanden hier een rol vervullen voor behoeften aan groen, natuur en recreatie in de regio.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

17

Gezondheid, welzijn, inclusie en tegengaan van vervoersarmoede Reizen via hubs en zeker als dat deels lopend en fietsend gebeurt, levert een bijdrage aan de gezondheid doordat actieve mobiliteit zorgt voor meer beweging. Het is dan wel belangrijk om de hubs en de routes ernaartoe uitnodigend en veilig in te richten (ook voor mensen die minder makkelijk ter been zijn). En omdat hubs ook zelfstandig reizen voor iedereen moeten faciliteren, dragen we ook bij aan het tegengaan van vervoerarmoede en indirect ook tegen eenzaamheid door het faciliteren van sociaalrecreatief vervoer. Niet iedereen heeft keuzevrijheid. Sommige inwoners en bezoekers zijn afhankelijk van het OV of zelfs van doelgroepenvervoer. De verwachting is echter dat dergelijke vervoersvoorzieningen op termijn niet meer houdbaar zijn vanwege kostenstijgingen, vergrijzing ed. en onvoldoende aansluiten bij de vraag/behoefte. Voor wie dat mogelijk is, zullen delen van die reizen in de toekomst via het reguliere OV moeten plaatsvinden en daarvoor zijn goede, toegankelijke en veilige hubs nodig. Het geeft invulling aan onze visie om bewoners meer zelfredzaam te laten zijn. Hiervoor zijn ook aanpassingen in het OV noodzakelijk (ruimte voor rollators, hulp bij het instappen, begeleiding bepaalde doelgroepen) en het is niet zo dat voor iedereen reizen met het OV via hubs een optie is.

Zie hoofdstuk 5 voor wat dat betekent qua gewenste kwaliteiten en voorzieningen. Het is mogelijk om via hubs ook bij te dragen aan het in stand houden en bij voorkeur verbeteren van het faciliteren van mobiliteit voor iedereen en daarmee vervoersarmoede en zelfs eenzaamheid te voorkomen. Vervoersarmoede gaat niet alleen om geld, maar ook om het ontbreken van (veilig) vervoersaanbod in het algemeen.

Wonen en bewonershubs Hubs kunnen indirect bijdragen aan betaalbaarheid van woningen doordat er minder investeringen in openbare ruimte nodig zijn voor parkeerplaatsen. Daarnaast kan het combineren van deelmobiliteit voor hubreizigers met deelmobiliteit voor bewoners ervoor zorgen dat deelmobiliteit beter te exploiteren valt/het aanbod vergroot kan worden. Daarnaast kan ontwikkeling van wonen nabij hubs ook zorgen voor een kleinere mobiliteitsbehoefte en een betere betaalbaarheid van mobiliteit voor bewoners met een kleine portemonnee.

Wat levert het op voor specifieke doelgroepen? Hubs spelen een rol voor reizigers die vertrekken van huis en aankomen met voortransport, reizigers die in de buurt komen van hun bestemming en behoefte hebben aan natransport en reizigers die alleen maar overstappen op een andere bus. De wensen en behoeften van doelgroepen kunnen daarbij nog verschillen. Waar de een vooral snelheid en betrouwbaarheid zoekt en op routine vaart, heeft een ander behoefte aan plek om halverwege een reis tot rust te komen of om informatie te vinden over het vervolg van de reis. Uitgangspunt is dat een hub die geschikt is voor hele jonge en hele oude reizigers die zelfstandig kunnen reizen, geschikt is voor iedereen en dat voor

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

18

verschillende doelgroepen aanvullende eisen en wensen gelden. We houden in deze visie en de verdere uitwerking rekening met de volgende doelgroepen. (Met tussen haakjes enkele belangrijke aandachtspunten):       

 

scholieren (uitgaand, fietsenstallingen, snelheid en betrouwbaarheid, K+R), forenzen uitgaand (idem, ook P+R, evt. kiosk), forenzen inkomend (inkomend: goed natransport), forenzen op doorreis (regionale P+R: snel en gemakkelijke overstap op frequent OV, bij afrit snelweg), recreanten (voorzieningen recreanten, verblijfskwaliteit, informatie), bezoekers/sociaal bezoek (K+R, natransport, ontmoetingsruimte), reizigers met beperkingen; fysiek, sociaal, mentaal, cognitief, visueel, prikkelgevoeligheid of anders (overzicht, veiligheid, gelegenheid rusten, comfort, toilet, K+R), doelgroepen WMO en leerlingenvervoer (idem, veilige overstapmogelijkheden tussen busje en bus/trein), bewoners en bedrijven die gebruik willen maken van deelmobiliteit (die behoefte kan op hubs slim worden gecombineerd met die van inkomende reizigers).

In praktijk zullen veel hubs en vooral de grotere hubs door meerdere doelgroepen gebruikt worden. Ook zijn sommige voorzieningen voor iedereen van belang zoals de mogelijkheid om naar het toilet te gaan, water te tappen en te wachten in een volledig beschutte wachtruimte. Voor de meeste hubs leidt dit dus tot een uitgebreide lijst van gewenste kwaliteiten, voorzieningen en aandachtspunten, waarbij in de uiteindelijke invulling per hub accenten, aantallen et cetera kunnen verschillen. Bij de verdere uitwerking van plannen voor de hubs is het nodig om te checken in hoeverre de verschillende doelgroepen op die hubs bediend moeten worden.

Voorbeeld: Hub Roden. De bibliotheek fungeert hier ook als ‘stationshal’ (Bron: https://www.reisviahub.nl/hubs/roden-busstation/)

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

19

4. Toekomstbeeld: een hubnetwerk op drie niveaus Corina: de flexibele thuiszorger Corina woont in Schoonrewoerd en bezoekt elke week zo’n 15 verschillende adressen in de regio. Haar eerste client woont in Nieuwland en volgens de ReisApp gaat dat het snelst met de auto. Haar volgende twee cliënten wonen in Nieuwegein maar parkeerruimte is daar schaars en de stad ontmoedigt autoverkeer. Ze rijdt naar hub Meerkerk. Sinds enkele jaren is daar een comfortabele P+R gerealiseerd. Aangezien ze met het OV verder reist, is parkeren gratis. Via de overdekte looproute pakt ze aan de snelweg de eerste snelbus die haar binnen 10 minuten afzet in RegioHub Vianen waar ze een broodje koopt voor de lunch en binnen 5 minuten in een bus naar Nieuwegein stapt. Daar vind je op veel plekken net als in Vijfheerenlanden deelfietsen voor de laatste kilometer op MiniHubs. Op de terugweg haalt ze in Meerkerk een pakketje uit de kluis en neemt de auto terug naar huis. Via de App kijkt ze hoe zij morgen gaat reizen. We zien een netwerk van hubs in onze gemeente die deel uitmaken van het regionale OV-netwerk en daarmee ook een breder netwerk aan hubs in de regio. Hier beschrijven we het netwerk en beknopt de opgaven en toekomstperspectief per hub.

In alle gevallen geldt dat voor de uitwerking beter gekeken moet worden naar ruimtelijke (on)mogelijkheden, verkeerskundige aspecten, draagvlak en mogelijkheden voor voorzieningen, een check op doelgroepen et cetera. We zien hubs op een drietal niveaus die elk meerdere doelgroepen bedienen: 1. Eén RegioHub: Vianen-Lekbrug: onze belangrijkste OV-knoop en onze (groene) poort voor de regio Utrecht. Deze hub van regionaal belang verdient ‘stationskwaliteit’ en een breed aanbod van vervoer en voorzieningen. 2. Drie tot vijf lokale hubs met lokale en beperkte (en wisselende) regionale meerwaarde en snelle verbindingen: In elk geval gaat het om Meerkerk, Leerdam en Lexmond en onder voorwaarden mogelijk ook Hoef en Haag en Zijderveld. Op deze hubs is beperkt ruimte voor bovenlokale P+R. Door de verschillen in ligging en positie in het OV-net, zal de invulling per hub niet overal hetzelfde zijn. 3. Een nader in te vullen en van ‘onderop’ te vullen netwerk van MiniHubs rondom strategisch gekozen bushaltes in overige kernen, in wijken van grote kernen en op werklandschappen.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

20

Indicatief netwerk van Hubs (positie lokale hubs nog te bepalen, overzicht en locatie MiniHubs slechts illustratief en nader te bepalen.

1. RegioHub Vianen: een groene regiopoort Vianen-Lekbrug is onze belangrijkste hub Onze belangrijkste hub met naast een lokale functie voor Vianen en omstreken ook een belangrijke regionale functie is de hub Vianen-Lekbrug. Deze hub heeft een betekenis op regionale schaal en vervult een rol als herkomsthub (scholieren en forensen uit Vianen en omstreken), transfer- of corridorhub (forensen op weg tussen Utrecht en het zuiden) en als bestemmingshub (Vianen als groene poort voor de regio en als hub voor inkomende forensen, bezoekers en recreanten). De meeste OV-lijnen in en door onze gemeente komen hier nu samen of hebben hier hun begin- of eindpunt. Dat geldt voor ontsluitend vervoer, streekvervoer naar Utrecht, Nieuwegein Leerdam, Culemborg en Gelkenes en snelbussen naar Utrecht, Breda, Oosterhout, Gorinchem en de Drechtsteden. Dat zal ook blijven door de positie van deze hub in het regionale OV-netwerk zoals dat door de provincie wordt gezien op lange termijn. Ook voor de snelbussen wordt Vianen een belangrijk op- en overstappunt tussen Breda, Gorinchem, Drechtstreden/Rotterdam en Utrecht (via Papendorp/Westraven). Voor de snelbussen en daarmee de knoopwaarde is een ligging nabij de snelweg een randvoorwaarde waarbij de totale halteringstijd zo kort mogelijk moet zijn.

De huidige situatie van twee busstations zorgt dat bussen snel kunnen halteren en verder rijden, maar belemmert het functioneren als een integraal busstation.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

21

Deze hub ligt qua fietsafstand redelijk centraal in een van onze grootste kernen aan de rand ligt van de agglomeratie Utrecht. Door de ligging naast de snelweg aan rand van het stedelijke gebied is Vianen-Lekbrug een voor de hand liggende locatie voor P+R. Naast de ligging in het stedelijk gebied, biedt Vianen-Lekbrug ook direct toegang tot het Viaanse Bos en de Lekdijk en uiterwaarden en ligt Helsdingen op loopafstand. Alternatieve onderzochte locaties in Vianen bij Hoef en Haag en knooppunt Everdingen bieden per saldo geen overduidelijke meerwaarde vanuit onze eigen beleidsdoelen (ze liggen niet beter in de diverse netwerken dan Lekbrug) en zijn niet realistisch/acceptabel als alternatief voor de provincie als concessieverlener en OV-verantwoordelijke. Daarnaast hebben andere locaties het nadeel dat ze een alles-of-niets-benadering vragen omdat ze nog niet bestaan. Lekbrug kan vanuit de huidige situatie verbeterd worden. Er zijn wel kansen voor een lokale hub bij Hoef en Haag (zie volgende paragraaf) in aanvulling op Vianen-Lekbrug. Op lange termijn is het ook denkbaar dat er naast VianenLekbrug een hub komt in de buurt van knooppunt Everdingen, zeker als er op termijn behoefte blijkt te ontstaan aan (zeer) grootschalige (XL) P+R, en er de bereidheid is bij derden om daarin fors te investeren.

Voor Vianen en omgeving zelf heeft een dergelijke locatie echter beperkt meerwaarde en vooralsnog ligt er ook geen concreet plan of concrete wens om grootschalige P+R te realiseren.

Vianen-Lekbrug als Regiopoort Vianen-Lekbrug is een van de Regiopoorten in de provincie Utrecht (zie bijlage 1). Vianen kan de regio helpen door het bieden van een goed overstappunt (in elk geval voor OV en regionale P+R), een functie als groene toegangspoort naar het landschap en als hub om regionale werklandschappen toegankelijk te maken voor reizen met OV/publiek vervoer en de (deel)fiets. Door het verbinden met nieuwe werklandschappen in onze gemeente maken we ook ruimte voor ontwikkeling van woningbouw in andere Regiopoorten. Daarnaast zal ook verwacht worden dat we waar mogelijk ook bijdragen aan de woningbouwopgave op deze OV-vriendelijke locatie. Hier ligt een relatie met gebiedsontwikkeling op de locatie Beukenlaan. Het verlagen van parkeernormen op loopafstand van Vianen-Lekbrug is goed mogelijk. Wij profiteren van samenwerking in het Regiopoorten programma doordat hierdoor meer perspectief komt op financiering en investeringen die er anders waarschijnlijk niet of minder zouden zijn.

Visie: Hoe zien wij RegioHub Vianen in 2040? We zetten in op een integraal, compact, veilig en toegankelijk, overzichtelijk en comfortabel overdekte hub met stationskwaliteit. De huidige setting met twee losse busstations en een lange onaantrekkelijke looproute daartussen voldoet daar niet aan. Daarbij blijft het streven dat de snelbussen zo snel mogelijk moeten kunnen halteren en vertrekken. Zonder deze voorwaarden bestaat het gevaar dat niet al deze snelbussen Vianen blijven aandoen en juist deze snelbussen bieden voor Vijfheerenlanden een goede toegang tot Utrecht en via Utrecht met de rest van het land en regio. Hier is sprake van een spanningsveld en de ruimtelijke vertaling in een ontwerp waarin compactheid en korte haltetijd samengaan is niet eenvoudig.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

22

Naast een integraal busstation waar alle snelbussen, lokale bussen en andere vormen van publiek vervoer halteren horen faciliteiten en voorzieningen als voldoende stallingsruimte voor fietsen en andere voertuigen, K+R, enkele honderden P+R plaatsen, een breed scala aan deelmobiliteit voor hubreizigers en omwonenden en uitgebreide reizigersvoorzieningen. Denk aan o.a. verwarmde wachtruimte, horeca, dienstverlening voor fietsers, toiletten, pakketpunt en toeristische voorzieningen (TOP). De RegioHub is goed en aantrekkelijk bereikbaar te voet en per fiets naar alle windrichtingen en zal door frequent OV een goede aansluiting bieden op andere kernen maar ook de woonwijken en werklandschappen van Vianen, Hoef en Haag en Gaasperwaard. Daarnaast is RegioHub Vianen een groene poort die recreanten uit de regio toegang biedt tot ons groene landschap en ook voor hen voorzieningen biedt. Voorzieningen voor P+R voor reizigers uit Vianen en omstreken zien we als essentieel en enkele honderden parkeerplaatsen lijken qua verkeersafwikkeling inpasbaar2. Ruimtelijk wil je dit op termijn idealiter in een gebouwde voorziening. Aangezien de behoefte aan P+R lastig is in te schatten, ligt het voor de hand om sowieso een groeimodel en flexibiliteit naar de toekomst in de plannen op te nemen.

Eerste onderzoeken in het kader van het traject Regiopoorten laten zien dat de potentie op termijn ligt op ongeveer 500 tot 2.500 plaatsen maar dat er veel onzekerheden zijn en dat starten met enkele honderden plaatsen meer voor de hand ligt. Grootschaliger regionale P+R (denk aan meer dan 500 auto’s) is voor Vijfheerenlanden alleen onder strikte ruimtelijke, financiële en verkeerskundige voorwaarden mogelijk en wenselijk (zie hoofdstuk 5). Dit biedt uitdagingen maar mogelijk ook kansen om de hub zelf beter te maken en het halteren van snelbussen op de langere termijn te bestendigen. Grootschalige P+R is voor Vijfheerenlanden zelf geen noodzaak, maar we beseffen dat het misschien noodzakelijk is om de door ons gewenste hub te kunnen realiseren. Dit vraagt om een vervolgtraject in regionaal verband waarbij ook P+R op andere locaties onderzocht moet worden. Vianen-Lekbrug is een logisch focuspunt voor gebiedsontwikkeling binnen loop- en fietsafstand waar de focus meer komt te liggen op het faciliteren van duurzame mobiliteit door de nabijheid van deze hub die nu al een knoopwaarde heeft die vergelijkbaar is met regionale stations. Een groot deel van Vianen ligt op fietsafstand en de ontwikkellocatie Beukenlaan zelfs op loopafstand.

Zeker met beter publiek vervoer en deelmobiliteit is dan mogelijk om lagere parkeernormen toe te passen en bij de inrichting van de openbare ruimte meer te focussen op lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit.

Opgaven Om Vianen-Lekbrug als volwaardige RegioHub te laten functioneren moet wel het nodige gebeuren. Door de ligging aan weerszijden van de snelweg is er zonder forse ingrepen geen compacte knoop mogelijk. Oplossingen zijn ingrijpend en kostbaar en kennen technische uitdagingen, zeker als er vanuit exploitatie-overwegingen zo min mogelijk tijd 2

Dit is door adviesbureau Sweco onderzocht. Plaatsing van VRI’s op de kruising Prins Bernhardlaan-Don Velascodreef zijn waarschijnlijk wel nodig en na herziening van het gemeentelijk verkeersmodel en de ervaringen met maatregelen tegen sluipverkeer richting Lexmond wordt aanbevolen om te onderzoeken of deze conclusie dan nog steeds stand houdt.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

23

verloren mag gaan met halteren. Bij eventuele grootschalige regionale P+R zijn extra ingrepen in de infrastructuur nodig. De behoefte aan en ruimte voor regionale P+R moet eerst verder onderzocht worden. Sowieso zijn grote investeringen nodig om Vianen-Lekbrug op de gewenste (en noodzakelijke) stationskwaliteit te brengen. Ook de ruimtelijke relaties met de omgeving en de verblijfskwaliteit zijn nu onvoldoende en zonder grotere ingrepen ook niet op voldoende niveau te krijgen. Om een ruimtelijke vertaalslag te maken in de vorm van een schets of wensbeeld is meer onderzoek nodig. We voorzien in een aanpak in twee fasen. Het verder uitwerken van plannen voor RegioHub Vianen in 2040 is iets dat wij niet alleen kunnen. Dit willen wij samen in regionaal verband oppakken in samenhang met de trajecten BGU, Regiopoort Vianen en de gebiedsontwikkeling Beukenlaan. Ook ligt er een koppeling met het opstellen van een gebiedsvisie voor Vianen als geheel en het gebied rondom de hub Vianen-Lekbrug in het bijzonder. Zie ook hoofdstuk 6. Ondertussen zijn op de korte en middellange termijn verbetermaatregelen mogelijk en wenselijk. In 2023 is het aantal overdekte stallingsplekken voor fietsen uitgebreid, zijn looproutes verbeterd en zijn K+R plekken aangelegd.

Een verdere verbeterslag in de komende jaren in afwachting van grotere ingrepen is gewenst, bijvoorbeeld in het kader van het project BGU.

2. Lokale Hubs in Meerkerk, Leerdam, Lexmond en mogelijk ook in Hoef en Haag en Zijderveld We zien vooralsnog drie tot vijf Lokale Hubs in onze gemeente: hubs die een grotere kern aansluiten op het OV-netwerk (Meerkerk, Leerdam, Lexmond), die een wat verder gelegen ‘stadsdeel’ (Hoef en Haag/Hagestein/Gaasperwaard) bedienen of als locatie voor P+R. Voor Hoef en Haag en Zijderveld geldt dat er eerst aan voorwaarden moet worden voldaan voordat een lokale hub gerechtvaardigd is. In de toekomst zouden daar ook andere hubs bij kunnen komen. Naast het belang voor de kern zelf, vervullen ze ook een functie voor kleinere kernen in de omgeving en in beperkte mate voor regionaal verkeer van verder weg of zelfs buiten de gemeente. Deze hubs worden bediend door meerdere OV-lijnen waaronder snelle verbindingen richting Utrecht of in andere richtingen. Deze hubs hebben goede verbindingen voor voetgangers, fietsers en andere vormen van publiek vervoer met de rest van het dorp en omliggende werklandschappen. Een aantal minimale kenmerken zijn wel te benoemen voor lokale hubs:     

Minimaal 2 OV-lijnen waarvan een relatief snelle directe verbinding met Utrecht en/of andere steden. K+R, P+R (< 200 plaatsen) en haltevoorzieningen voor publiek vervoer. Overdekte fietsenstallingen met ruimte voor afwijkende voertuigen. Beschutte wachtruimte met voorzieningen als een watertappunt, wifi, dynamische reisinformatie en waar mogelijk een toilet en kiosk (zie volgende hoofdstuk). Een compacte hub die ook veilig, toegankelijk en aantrekkelijk is.

Visie op hubs in Vijfheerenlanden

24

Voorbeeld-illustratie van een lokale hub uit Vlaanderen (bron: MPact)

Meerkerk als lokale hub met regionale meerwaarde We zien hub Meerkerk net als de provincie Utrecht als een lokale hub (herkomsthub) met regionale meerwaarde (als corridorhub) door de ligging aan de snelweg A27 en de haltering van een aantal snelwegbussen (nu: Utrecht-Gorinchem en Utrecht-Rotterdam – in de toekomst wat ons betreft ook Utrecht-Breda/Oosterhout). De huidige setting van verspreide haltes bij drukke verkeerskruisingen waar niemand in de buurt woont en waarbij voetgangers op- en afritten moeten oversteken is nog niet hub-waardig te noemen. De opgave om een compacte hub te combineren met snel en soepel halteren is hier vergelijkbaar ingewikkeld met Vianen-Lekbrug. Op dit moment wordt er in het project BGU gestudeerd op verschillende mogelijkheden op verschillende locaties en is het niet mogelijk om een locatie en oplossing definitief aan te wijzen. We zien hub Meerkerk sowieso als compacte en veilig beloopbare hub met goede verbindingen naar het dorp en de werklandschappen voor zowel voetganger, fiets, OV en deelmobiliteit. Ook is op deze locatie P+R gewenst voor lokaal gebruik maar ook voor verkeer uit het westen en zuiden dat hier wil overstappen op de snelle buslijnen.

Voorkeur voor locatie dichterbij het dorp Een locatie dicht bij het dorp (bij of in de buurt van het viaduct Blommendaal) heeft per saldo onze voorkeur boven de huidige locatie omdat een plek dichter bij het dorp echt meerwaarde biedt voor het dorp en bestaande bedrijven en met name de nabijheid voor voetgangers en fietsers. Of dit technisch en financieel haalbaar is, zal verder onderzocht moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=a2ffe951-7c89-46c1-ad01-3f796750d59c