CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toezegging achtergrondinformatie: (X)XL+verdozing+-Minder,+compacter,+geconcentreerder,+multifunctioneler.pdf

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 12 april 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Visie 'Van bedrijventerreinen naar werklandschappen30.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

80

Ondanks de generieke aard van dozen in architectonische en stedenbouwkundig opzicht zijn er internationaal kenmerkende verschillen in de planologische omgang met bedrijventerreinen. In de onderstaande kaarten zie je hoe Nederland, België, Duitsland en Frankrijk op verschillende manieren omgaan met bedrijventerreinen. Er is helaas niet een land waar ze de dozenproblematiek helemaal hebben weten te integreren in hun

82

ruimtelijke aspiraties. Overal roepen de dozen verzet op. De verschillen tussen de landen toont echter wel dat er dus andere dingen mogelijk zijn. Dat de generieke doos op meer dan één manier georganiseerd kan worden. Dit suggereert dat een plekspecifieke strategie mogelijk en noodzakelijk is. Kunnen we in Nederland grip krijgen op de ruimtelijke ordening van bedrijventerreinen zodat de impact van verdozing minder erg wordt?

Nederland Versplintering

België Verlinting

Duitsland Mega cluster

Frankrijk Solitair

In Nederland hebben gemeenten veel zeggenschap bij de planning van bedrijventerreinen. Zo heeft versnippering de structuur van gemeentelijke grenzen. Verschuiving van gemeentelijk beleid naar regionale, provinciale en nationale coordinatie zou hierin uitkomst kunnen bieden.

In België bepalen een paar grote infrastructurele ingrepen, zoals het Albert kanaal en de IJzeren Rijn, de structuur van de bedrijventerreinen in lineaire stroken. Dozen domineren langs deze lijnen de gehele waarneming van het landschap.

Duitsland kent het megacluster rondom het Ruhrgebied, waar ook de logistieke sector is gevestigd. Een dergelijke omgeving wordt geheel door bedrijvigheid gedomineerd. Voordeel is dat landschappelijke kwaliteit elders worden gespaard.

Naast Parijs en een aantal grote steden is de rest van Frankrijk zeer dunbevolkt. Het landschap heeft vaak een beschermde status. Hoge eisen worden gesteld aan inpassing, wat terreinen kostbaar maakt en cluster effecten beperkt.

2. Het systeem: Hoe werkt (X)XL

Nationale strategieën

1:600.000

83

Bereikbaarheid

Nieuwe distributiehallen worden opgebouwd uit compartimenten van ca. 10.000m2. Maatgevend is de meest kostenefficiënte sprinkler installatie. De 1 bij 2 verhouding relateert aan loop/ vorkheftruck verplaats-afstand en nabijheid van vrachtwagen laadpunten.

DC's worden vooral gebouwd langs snelwegen.

2. Het systeem: Hoe werkt (X)XL

2.2 Organisatie van distributiecentra

Compartiment: 10.000m2

Perceel: 70.000m2 Het gros van de percelen is groter dan 20.000m2. 50 tot 60% is bebouwd, de rest wordt bestemd voor vrachtwagen bewegingen.

Hoogte: 14,6m Optimale hoogte in relatie tot stellinghoogte. 14m inclusief dakpakket.

144m

Picker: 20km/dag Een picker loopt gemiddeld 20 km per dag. Uren zijn in het algemeen zeer onregelmatig met grote drukte 's avonds en in het weekend.

Laadperron: 1 per 1000 m2 72m

De laadperrons zijn gesitueerd aan de lange zijden van de hal.

Grid: 12x24m Optimale gridmaat van kolommen, in relatie tot werk uitvoering en bouwkosten.

Deze visualisatie toont het archetype van een hedendaags DC. DC's zijn een samenkomst van standaardisatie, efficiënte verkeersplanning en monofunctionele zonering. Die drie ingrediënten maken het organiseren van distributie tot de grote grijze dozen die we langs de snelweg zien.

1,2m

84

0,8m

85

Constructie van een distributiehal

Hoogte: 14,6m

Levensduur

Bedrijven

Aanpasbaarheid

Afgestemd op het sprinkler K28 model dat internationaal keurmerk draagt en zodoende door verzekeringsmaatschappijen wordt erkend voor brandverzekering.

De beoogde levensduur van distributiehallen is over het algemeen korter dan de eerste huur periode. Investeerders willen een aanpasbaar gebouw voor derde of vierde gebruikers.

De eerste partij sluit vaak een huurcontract af van 5 of 10 jaar.

Distributiekanalen worden gebouwd naar genoemde standaarden om een diversiteit aan partijen te kunnen huisvesten.

Gevel

Funderingen

Mezzanine

Scheidingswand

De gevel is gelijk voor alle sectoren. Aan de buitenzijde is het type gebruik niet af te lezen.

Vloeren worden uitgevoerd voor belasting van 50KN/m2, en puntbelastingen van 85KN. Dit zijn erg dikke zwaar gewapende betonnen funderingsvloeren. Gemeenten stellen vaak dat na gebruik een gebouw slechts tot op de fundering gesloopt moet worden. Bij herstructurering of sanering kan dit een grote belemmering vormen voor nieuwe plannen.

Boven de laadperrons zijn vaak mezzanines gesitueerd. Hier is meer daglicht, geschikt voor onder meer kantoorfuncties.

Wanneer een hal wordt gesplitst voor verschillende gebruikers, heeft elk een evenredig deel aan mezzanine.

Dozen zijn esthetisch generiek en functioneel oneindig divers. Er wordt wel eens gezegd dat dozen meer als standaard tent om een specifiek productie proces zouden moeten worden beschouwd, niet als architectuur. Ondanks de oneindige generieke gevels zien we ook pogingen om door middel van architectonische middelen de gebouwen een betere representatie te geven. Zo zie je op de hoeken van de gebouwen vaak een accent liggen waar de personeelsentree en directiekamers zitten. Ook worden de plinten van laadperrons vaak donkerder gemaakt zodat het laadgedeelte minder rommelig oogt. Desalniettemin zijn de dozen zo groot, dat de vraag blijft of een architectonische oplossing antwoorden kan bieden op het verdozingsvraagstuk.

86

87

Sprinkeler (K28)

Menselijke maat

14,6m; 16,8m sinds 2019

Compartement

14,6m Kolommen grid 12 x 24 m

2. Het systeem: Hoe werkt (X)XL

Standardisatie

144m 72m

EU-Pallets

EU-Pallets

1,7m

12m

Heftrucks 4m

TEU-Container

0,14m 1,2m

0,8m

TEU-Container

2,5m

>12m 2,4m Neo Panamax 49m 15m

Panamakanaal

366m

55m

88

18m

Standaardisatie is het levensbloed van de logistieke sector en vormt een heel systeem van op elkaar afgestemde maten en afgeleide vormen die soms doelbewust zijn en soms een neveneffect. Waar de mens of de natuur lang als analogie de maat der dingen bepaalde zijn standaarden uit de logistieke sector steeds meer waarneembaar in onze gebouwde omgeving. Een van de iconische elementen is de TEU-container (8ft x 8ft x 20/40ft). Onderverdelingen en meervouden van deze maat zijn overal te vinden en zouden gezien kunnen worden als de grootste herijking van maatvoering sinds het metrische systeem.

Draaicirckel

1 Neo Panamax

89

NL XXL - Verdozing van het Landschap 91 90 90

(X)XL Dozen

(X)XL Kassen

Nationale structuur: Waar is (X)XL

3

Eenlingen zijn dozen groter dan 20.000m2 die binnen een straal van 5 km alleen staan. Deze eenlingen kunnen verschillende functies hebben zoals distributie, retail en productie. Ze hebben een grote impact op hun omgeving omdat hun schaal nergens op aansluit. Bovendien is de infrastructurele ontsluiting vaak niet toereikend. Investering in het verbeteren van de infrastructuur impliceert dat de eenling moet uitgroeien waardoor ze een voorbode van versnippering zijn. Linten zijn versnipperde bedrijventerreinen langs snelwegen zoals de A59, A58 en de A73. Op deze bedrijventerreinen zien we (X)XL ontwikkelingen, maar vooral ook een sterke afwisseling tussen groot en klein. Het proces waarbij bedrijventerreinen langs snelwegen aan elkaar koeken tot één visueel continuüm noemen we linten. Linten komen voort uit de pragmatische koppeling tussen de geluidscontouren van snelwegen met bedrijventerrein. In zekere zin is dit efficiënt, maar het maakt ook dat de ervaring van het typische Nederlandse agrarische

92

landschap, dat velen vanuit de auto of trein beleven ‘verdoost’. Linten hebben dus veel overeenkomst met de verommeling discussie en worden dus niet alléén door (X)XL veroorzaakt maar juist door de combinatie van groot en klein. Als laats zijn er de clusters. Clusters hebben soms een integraal parkmanagement of zijn zelfs voortgekomen uit van een integraal plan. Andere clusters zijn simpelweg gevormd door het dicht bij elkaar liggen van verschillende onafhankelijke dozen. De grote clusters zijn georiënteerd langs de logistieke corridor tussen Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, Tilburg, Eindhoven, Venlo en het Ruhrgebied. Dan is er nog een hoop middelgrote clusters, waarvan sommige vrij recente zijn ontstaan, zoals Utrecht, Medel, Blijswijk, Veghel, Venray, Rijnsburg, Waalwijk en Roosendaal. De clusters die integraal parkmanagement hebben, gebruiken dit om gedeelde voorzieningen aan te leggen en georganiseerd te ontwikkelen in relatie tot hun omgeving. Helaas zijn veel clusters in feite een collectie van onafhankelijk bedrijven waarmee het moeilijk is om tot gemeenschappelijke acties te komen.

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

De locatiekeuze voor dozen omvat allerlei tegenstrijdigheden. Dozen ondersteunen economische processen die we graag zien groeien, maar men is verontwaardigd als deze groei gespiegeld is in de omvang van de gebouwen. Dozen moeten in de buurt zijn van de dichtbevolkte gebieden die ze bevoorraden, maar mogen niet concurreren met bouwgrond voor woningen. Ze vergen optimale infrastructurele verbindingen met bevolkingskernen, maar moeten niet het wegverkeer opstoppen. Zodoende is het positioneren van (X)XL geen eenvoudige opgave. Kijkend naar de ontwikkeling van verdozing hebben we drie regionale patronen bepaald: eenlingen, linten en clusters.

Van de drie ontwikkelingen lijken de eerste twee, linten en eenlingen, het meest gegroeid uit een samenkomst van omstandigheden. Bij deze vormen van versnipperde bouw ontbreekt een plan of visie. Bij clusters is deze intentie in de beste gevallen al aanwezig en levert dit ook verschillende voordelen. Ook de 'latente' clusters hebben deze potentie, maar vergen veel energie om tot integrale gebiedsontwikkeling of parkmanagement te komen. Dit zal niet vanzelf gaan omdat de prikkel hiertoe niet evident vanuit de markt komt. Veel bedrijven zijn logischerwijs vooral bezig met hun eigen bedrijfsvoering, niet gebiedsontwikkeling. 93

IJmuiden

Noordoostpolder

Westelijk Havengebied Schiphol Utrecht

Bleiswijk

Westland

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

3.1 Organisatie van (X)XL bebouwing

Wieringermeer

Lansingerland Zaltbommel

Moerdijk

Tilburg

Roosendaal

Eindhoven

Venlo

Venlo

Sittard

(X)XL Dozen

31.000.000 m2

(X)XL dozen oftewel dozen groter dan 20.000 m2, beslaan in Nederland twee maal minder bebouwd grondoppervlak dan (X)XL kassen. Toch is er meer ophef over dozen. Wat opvalt is dat deze bebouwing in tegenstelling tot kassen erg verspreid over Nederland gebouwd is. Ondanks de veel kleinere voetafdruk is de aanwezigheid in het landschap hiermee vele malen groter.

(X)XL Kassen

78.000.000 m2

(X)XL kassen, oftewel kassen groter dan 20.000 m2, beslaan samen een groter gebied dan (X)XL dozen. Omdat ze in grotere mate geclusterd zijn in compactere kernen zijn ze minder aanwezig dan dozen.

1:3.000.000

94

95

1940

1950

Hoogezand

1960

XXX 3. Nationale Advies structuur: Waar is (X)XL

Dozen groter dan 20.000 m2

Emmen Emmeloord

1970

Zwolle

IJmuiden Westelijk Havengebied

Almelo

Schiphol

1980

Enschede

Rijnsburg Bleiswijk

Utrecht Medel

Maasvlakte

1990

Dordrecht

Moerdijk Oosterhout

Vlissingen

Roosendaal Bergen op Zoom

Tilburg

Veghel Eindhoven

Venray Helmond Venlo

2000

* Totaal bebouwd oppervlak per jaar van dozen van minstens 20.000 m2 Bag 2018 Corine 2018 Top100 IBIS 2017 1:2.000.000

96

Op deze kaart worden alle (X)XL dozen van Nederland weergegeven, gekoppeld aan bouwjaar. Wat opvalt is dat verspreid door het overgrote deel van zuid en west Nederland grote dichtheden van (X)XL dozen te vinden zijn. Een duidelijke hiërarchie lijkt te ontbreken. Wat ook opvalt is de enorme stijging in het aantal gebouwde (X)XL dozen. Het areaal van (X)XL dozen uit 2018 is bijna 8 keer groter dan het bebouwd oppervlak uit 2014.

Sittard-Geleen

Maastricht

2010

2019 0

2.000.000 m2 * Dichtheid in bebouwd oppervlak per km2

97

XXX 3. Nationale Advies structuur: Waar is (X)XL

Kassen groter dan 20.000 m2

1960

1970 Berlikum

Wieringermeer Andijk

1980

Noordoostpolder

Emmen

Grafhorst

1990

* Totaal bebouwd oppervlak per jaar van kassen van minstens 20.000 m2 Bag 2018 Corine 2018 Top100 IBIS 2017 1:2.000.000

98

Wat opvalt is dat (X)XL kassen een veel meer rigide organisatie hebben dan (X)XL dozen. Deze liggen voornamelijk in twee clusters bij het Westland, waar ze traditioneel wegens mild klimaat, groeiende steden en internationale handel via Rotterdam waren gevestigd. Nieuwere clusters met veel grotere kassen zijn te vinden in onder meer de Noordoostpolder en Wieringermeer. Hier is ruimte voor gigakassen en warmtevoorziening middels geothermische warmte. Kassen zijn hier gemiddeld 10 keer groter dan in het Westland. Wat opvalt is dat het grootste areaal aan huidige kassen is gebouwd op het dieptepunt van de crisis toen arbeid en materiaal het goedkoopst waren. De bouw is na de crisis mondjesmaat weer op gang is gekomen.

Lansingerland

Westland

Zaltbommel Drimmelen

Steenbergen

2000

Venlo Someren

2010

2019 0

5.000.000 m2 * Dichtheid in bebouwd oppervlak per km2

99

XXL eenlingen zijn dozen die binnen een straal van 5 km solitair zijn in hun soort. Er zijn in Nederland 62 eenlingen van dit type, waarvan 14 groter zijn dan 30.000 m2.

A7

Linten

s el

Wat er

IJmuiden

Verschillende land- , water-, en spoorwegen in Nederland zijn geflankeerd door XXL dozen. Hierdoor lijkt vanaf deze wegen Nederland vol te staan, terwijl het landschap erachter vaak veel minder bebouwd is.

Zw ar te

I Js

N3 6

A3

Schiphol L ek k a

A15

5

A 12

naal

A 12

Middel-groot cluster

A15

A 16

Moerdijk Roosendaal

A59

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

3.2 Dozen (X)XL: Tendenzen

Eenling

Middel-grote clusters bieden al mogelijkheden door bundeling van krachten. Gezamenlijke voorzieningen zoals hoogwaardige inpassing binnen het landschap zijn hier mogelijk en er is een lagere gemiddelde leegstand, door verscheidenheid in aanbod van gebouwtypen binnen het gebied.

Tilburg

A5 8

A7 3

A67

A5 0

A2

Eindhoven

Venlo

Sittard Geleen A7

6

Legenda Eenling: > 20.000 m2 Eenling: > 30.000 m2 Clusters lage dichtheid Clusters grote dichtheid Corridor

Groot cluster Dit zijn de 11 clusters van Nederland met de hoogste dichtheid aan (X)XL dozen binnen Nederland. Het dicht op elkaar bouwen van dozen biedt kansen door landschappelijke kwaliteit elders te sparen, en door het versterken van gebouwen binnen het cluster door samenwerking.

1:2.000.000

100

101

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

Dozen eenling - Poortvliet Veel XXL dozen staan als eenling in het landschap. Deze vorm van stedenbouwkundige inpassing heeft een grotere invloed op het landschap per bebouwd oppervlak dan bijvoorbeeld een cluster. 10 hallen die los van elkaar versnipperd door het landschap staan, hebben gezamenlijk een grotere invloed op vergezichten dan 10 dozen die geclusterd zijn. Bovendien mist een eenling voordelen van gezamenlijke voorzieningen, zoals infrastructuur, kwalitatieve openbare ruimte middels parkmanagement en gedeelde aanvullende middelen voor een hoogwaardige inpassing binnen het landschap, zoals een singel park.

102

1:10.000.000

1:50.000

103

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

Dozen lintvorming - Den-Haag, Gouda Distributiehallen zijn in Nederland veelal versnipperd langs snelwegen. Distributiehallen zijn in Nederland vaak in lintvorm georganiseerd langs spoor-, water- en snelwegen. Doordat veel mensen het landschap ervaren vanaf de snelweg, draagt deze organisatievorm sterk bij aan de impressie dat Nederland vol wordt gebouwd met hallen. Lintvorming is doorgaans een gevolg van gebrek aan coördinatie op gemeentelijk en regionaal niveau.

104

1:10.000.000

1:50.000

105

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

Dozen middel-groot cluster - Medel Middel-grote clusters zoals Medel zijn een stap in de goede richting. Het resulteert in minder leegstand en hogere kwaliteit van gedeelde voorzieningen. Distibutiecentra verstoren het landschap. Wanneer we ze dicht op elkaar zetten in plaats van versnipperd door het land, wordt dit probleem verkleind. Clusteren biedt ook ruimte voor gezamenlijke investering in voorzieningen, zoals infrastructuur, maar ook gedeeld draagvlak voor huurders op langer termijn. Dit resulteert in langere gebruiksduur, minder leegstand en idealiter minder nieuwbouw.

106

1:10.000.000

107

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

Dozen groot cluster - Venlo Clusteren beperkt de invloed op het landschap per bebouwde vierkante meter. Tilburg en Venlo zijn hiervan de meest grootschalige voorbeelden binnen Nederland. Clusters bieden sterke kansen voor landschappelijke kwaliteit. Een groot areaal kan hier worden samengevoegd en omsloten door een omgrenzing met begroeiing. In Venlo komen als in een trechter infrastructurele routes vanuit Rotterdam, Amsterdam en in enige maten Antwerpen samen, voor doorvoer verder in Europa.

108

1:10.000.000

1:50.000

109

Het overgrote deel van de tuinbouw is gevestigd in het Westland. Op steenworp afstand is het cluster van Pijnacker een goede tweede. Clustering van dergelijke immense schaal is binnen de distributie ongekend in Nederland. Klimaat, gunstige handelspositie, en later identiteit en gedeelde warmtevoorziening, hebben geleid tot deze uitgestrekte concentratie.

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

3.3 Kassen (X)XL: Tendenzen

Cluster - traditioneel

Noordoostpolder Wieringermeer

Cluster - lage dichtheid Dit type organisatie vinden we onder meer rondom Venlo en Zaltbommel. Een zeer uitgestrekt cluster, bestaande uit individuen en subclusters.

Lansingerland

Westland

Zaltbommel

Venlo

Cluster - grote bebouwing

Legenda Eenling: > 20.000 m2 Eenling: > 30.000 m2 Cluster - traditioneel

Dit type vinden we in de Noordoostpolder en in Wieringermeer. Aanleidingen tot clustering en enorme schaal per kas zijn jonge grote kavel structuren en beschikbaar geothermisch vermogen.

Cluster - lage dichtheid Cluster - grote bebouwing 1:2.000.000

110

111

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

1:200.000

1:200.000

Westland

Wieringermeer

Het Westland is het oudste en grootste tuinbouwgebied van Nederland. In de zestiende eeuw startte de tuinbouw hier wegens de milde winters en strategische positie tussen grote groeiende steden. Vandaag de dag sluit de kleine kavelstructuur van dit gebied minder goed aan bij de vraag naar optimalisering middels megakassen.

In Wieringermeer worden de grootste kassen van Nederland gebouwd, met een gemiddeld bebouwd oppervlak van 220.000 m2, en een geplande kas van ruim 1.000.000 m2. Wieringermeer is specifiek geschikt voor het huisvesten van grote kassen door de jonge leeftijd van deze polder. De polder is drooggelegd in 1930 en kent daarom een uitgesproken grote verkaveling.

Westland

Venlo

Noordoostpolder

Wieringermeer

15.000.000 m²

5.000.000 m²

1.500.000 m²

3.000.000 m²

10.000.000 m²

3.300.000 m²

1.000.000 m²

2.000.000 m²

5.000.000 m²

1.700.000 m²

500.000 m²

1.000.000 m²

0 m²

0 m²

0 m²

0 m² 00

0 1.0

00

.0

00 0. 30

00

m

² m

² m

² .0 95

0 00 30 .

0 00 8.

0 50 2.

m

² m

² m

² 00 .0 00

²

29 Aantal kassen 4.300.000 m2 Totaal bebouwd oppervlak 220.000 m2 Gemiddeld bebouwd oppervlak 2009 Gemiddeld bouwjaar naar bebouwd oppervlak

m

² 0

0

00 1.0

0. 30

.0 0 95

00 .0

m

² m

² m

² 30

00

0

m 8.

00 2. 5

00 00

.0

00 1.0

m

²

²

53 Aantal kassen 2.600.000 m2 Totaal bebouwd oppervlak 57.000 m2 Gemiddeld bebouwd oppervlak 2008 Gemiddeld bouwjaar naar bebouwd oppervlak

m

² m

² .0 30 0

00 .0 95

0 00 30 .

0

m

² m

² m

²

00 8.

0 50

.0 00 1.0

2.

00

0 00

m

m

² m

² 0. 30

00 .0 95

00 .0 30

0 00

m

² m

² m

² m 8.

0 50 2.

112

400 Aantal kassen 8.700.000 m2 Totaal bebouwd oppervlak 26.000 m2 Gemiddeld bebouwd oppervlak 1996 Gemiddeld bouwjaar naar bebouwd oppervlak

²

1635 Aantal kassen 30.000.000 m2 Totaal bebouwd oppervlak 18.000 m2 Gemiddeld bebouwd oppervlak 1994 Gemiddeld bouwjaar naar bebouwd oppervlak

113

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

Kassen cluster, traditioneel - Westland Het Westland kent de grootste concentratie van XXL bebouwing van Nederland. Deze kassen hebben een groter bebouwd oppervlak dan al het logistiek vastgoed van Nederland tezamen. Door deze concentratie wordt niet alleen het landschap elders gespaard, het leidt ook tot naamsbekendheid en gezamenlijke identiteit van een gebied.

114

1:10.000.000

1:50.000

115

5.1 Kassen groter dan 20.000 m2

Wieringermeer De kassen van Wieringermeer zijn een reusachtig cluster van kassen in een uitgestrekt landschap met enkele boerderijen, op grote kavels. Het doet Medemblik, Opperdoes en Middenmeer in schaal teniet.

1:50.000

116

117

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

Kassen cluster, grote bebouwing - Wieringermeer

Hier maken kavelgrootte en warmtevoorziening clusteren vanzelfsprekend voor kassen. Vraag is welke middelen een vergelijkbaar effect zouden kunnen hebben voor clustering van distributiehallen. De kassen in Wieringermeer zijn gemiddeld ruim tien keer groter dan de kassen in het Westland. Deze polder is begin jaren dertig drooggemaakt. Destijds was er een voorkeur voor grotere kavels voor optimalisatie van de landbouw. Naast de grote kavels is hier beschikbaar geothermisch vermogen. Datacentra en gasvoorziening vullen de warmtevraag aan. Deze kassen gelden als grootste van Nederland, met een kas groter dan 1.000.000 m2 als grootste gebouw van Nederland.

118

1:10.000.000

1:50.000

119

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

Kassen cluster, lage dichtheid - Venlo In gebieden als Venlo en Zaltbommel zijn grote kassen gegroepeerd in kleinere subclusters. Dit heeft een veel grotere invloed op het landschap dan de stedelijke structuren van Pijnacker of Wieringermeer. Kassen zijn gebaad bij organisatie in clustervorm. Gebieden als Venlo en Zaltbommel hebben grote clusters van kassen, uitgestrekt over het landschap in kleinere subgroepen. Op deze wijze kunnen deze kassen wel onderling uitwisselen, maar hebben ze een veel grotere invloed op het landschap dan gebieden als het Westland, Pijnacker, Wieringermeer en de Noordoostpolder.

120

1:10.000.000

1:50.000

121

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

Organisatie modern kassenclusters

Gedeelde warmte voorziening is een van de belangrijkste oorzaken tot clustering van moderne mega kassen.

Warmtebronnen Wieringermeer

Nieuwe grote kassen clusters zoals Wieringermeer, Noordoostpolder en Berlikum, hebben allen een ding gemeen, een gunstige ligging ten opzichte van een geothermisch vermogen. Wieringermeer spant de kroon in clustering van grote oppervlaktes van kassen. Naast zes geothermische bronnen kunnen de kassen warmte putten uit een nabij gelegen datacentrum van Microsoft. Daarnaast biedt NV Nederlandse gasunie met een perceel van 12 hectare aan gasvoorziening warmte potentieel voor piek behoefte bij extreme kou. Gedeelde warmtevoorziening is een initiële impuls tot clustering bij kassen. Gedeelde voorzieningen, infrastructuur, gezamenlijke veiling en gedeelde identiteit bieden vervolgens extra aanjagers tot clusteren.

122

Gedeelde warmtevoorziening

Geothermische bron

Datacentrum

Gasvoorziening

Gedeelde faciliteiten

Voorzieningen kassenbouw

Infrastructuur

Kassen

123

3. Nationale structuur: Waar is (X)XL

(X)XL dozen drukken een sterke negatieve stempel op het landschap. Ze hebben een slechtere reputatie dan (X)XL kassen, ook al zijn hier bijna twee en een half maal meer van. Omdat deze dozen veelal versnipperd zijn georganiseerd, hebben ze gezamenlijk meer invloed op het landschap, met een kleiner totaal areaal.

100% (X)XL Dozen in Nederland groter dan 20.000m2 31.000.000 m2 Bag 2018, Corine 2018, Top100, IBIS 2017; bewerking RDVA 2019

Kassen kennen een sterke traditie van clusteren. In nieuwe clusters is onder meer warmtevoorziening een aanjager tot clusteren. Gezamenlijke identiteit is hiervan een gevolg, wat rede tot uitbreiding en verdichting van een dergelijk cluster vergroot. Dozen kunnen hierin lessen trekken uit organisatiestructuren van kassen.

248% (X)XL Kassen in Nederland groter dan 20.000m2 78.000.000 m2 Bag 2018, Corine 2018, Top100, bewerking RDVA 2019

124

125

Ontwerp strategieën voor (X)XL

4

127 126 126

centra zouden de stad bevoorraden met elektrisch vervoer en wellicht geïncorporeerd kunnen worden in bouwblokken. Hiervan zijn internationaal al de eerste voorbeelden, maar vergen aanpassingen in de huidige wetgeving. De regie krijgen op bedrijventerreinen met versnipperd eigendom is zeer ingewikkeld. Door parkmanagement verplicht te stellen zouden latente clusters beter georganiseerd worden, wat weer een voorwaarde is om tot een uitvoerbare plannen te komen.

Een boodschap van ons ontwerpend onderzoek staat als een paal boven water: clusteren is de meest belovende strategie die verschillende belangen behartigd. Clusteren is echter niet een eenduidige strategie. Clusteren zorgt op elke locatie voor andere uitdagingen. Zo is in bepaalde clusters de uitdaging de herstructurering van oude dozen. Tegelijkertijd moeten eenlingen en bedrijventerreinen die niet goed aan het multi-modale netwerk liggen worden opgeheven, getransformeerd of verwijderd. Het laatste zal niet eenvoudig zijn. Ook is belangrijk dat plannen op gebiedsniveau vaak wel een regionale coördinatie vereisen. Multi-modale stadshavens, of ‘City Ports’, moeten bijvoorbeeld wel in logisch regionaal verband worden ontwikkeld. Het stellen van duidelijke ruimtelijke grenzen aan een cluster zouden ongelimiteerd groei en linten kunnen voorkomen. Als een cluster te groot wordt, is het wellicht beter om ergens anders een nieuwe te ontwikkelen; wederom met duidelijke grenzen. Deze grenzen zouden multi-functioneel kunnen zijn zoals een bouwlocatie voor windmolens, visuele buffers en zelfs recreatieve programma's. Een breuk inbouwen tussen internationale vervoersstromen en de zogeheten ‘last-mile’, zou verkeer rondom stedelijke kernen drastische kunnen verlagen. Stedelijke distributie

Op gebouw niveau zijn er ook ingrepen die zeer relevant zouden kunnen zijn. Wellicht niet voor de inpassing in het landschap maar wel in termen van energie productie en circulariteit. Dergelijke voorwaarden zouden wel landelijk moeten worden vastgesteld in het bouwbesluit.

4. (X)XL Strategieën

4. (X)XL Strategieën 128

Kritiek geven op verdozing is eenvoudig. Maar hoe kunnen we op zinvolle manier regie voeren? In deel 3 van dit rapport staat een verkenning van verschillende ruimtelijke strategieën die een plek zouden moeten krijgen binnen de nieuwe Omgevingswet die in 2021 van start moet gaan. Het hoofdprincipe van de Omgevingswet is decentralisatie en subsidiariteit, waarbinnen wordt gehanteerd: “regie op kleinste schaal niveau, TENZIJ”. Er moet dus voor 2021 worden bepaald welke rollen bij het Rijk, de provincies of de gemeenten komen.

De strategieën die volgen tonen dat participatie van zowel het Rijk, de provincie als de gemeente essentieel is. Indien alle verantwoordelijkheid bij de gemeenten komt te liggen zal een regionale regie zeer moeilijk worden. Het is dus belangrijk om bij elke strategie te bepalen welk schaalniveau kritisch is en hoe we de ‘tenzij’ kunnen definiëren indien het niet door gemeenten kan worden geregeld. Zo zouden sommige strategieën beter als instructieregel van het Rijk of provincie moeten worden opgenomen, terwijl anderen beter in programma's kunnen worden opgenomen die juist worden opgesteld in samenwerking tussen gemeenten, provincies en Rijk. In de nieuwe Omgevingswet lijkt genoeg ruimte om de regie op (X)XL vastgoed en verdozing te kunnen regelen aan de voorkant. Die kans moet voor 2021 worden gepakt. 129

1. MULTI-MODAAL NATIONAAL

LANDELIJK

2. CONSOLIDEER REGIONAAL

REGIONAAL

LOGISTIEK LANDSCHAP

REGIONAL LOGISTICS

CLEAN LOGISTICS

PRODUCTIEVE STAD

3. CITY PORTS

CITY PORT

Workpool

Education

4. CLUSTER GEBIEDSINTEGRATIE

Energy

Warehouse/Shops

Tankstation

LANDSCHAPPELIJK

Security

Green Public Space

Infrastructure

5. LANDSCHAPPELIJKE GRENZEN

STEDELIJK

6. HERSTRUCTUREER URBAN DC'S

7. STANDAARDIZEER CIRCULAIR

130

De problematiek rondom verdozing speelt zich af op verschillende schalen en vergt ontwerp strategieën vanuit verschillende disciplinaire achtergronden. De volgende zeven strategieën tonen dat oplossingen voor verdozing een zeer hoge collectieve ambitie vergen waarbij samenwerking tussen de overheid en bedrijven essentieel is. De strategieën zijn enerzijds restrictief en anderzijds stimulerend. Door de aard van de industrie is er geen indicatie dat de markt zelfregulerend zal zijn wat betreft verdozing. De politieke tendens tot deregulering helpt ook niet als we er de regie op terug willen winnen. Kortom, verdozing vergt een sterke koerswijziging die het mogelijk maakt om de wereldeconomie van de 21ste eeuw op een zinvolle en karakteristieke manier in te passen in ons kleine polderland.

4. (X)XL Strategieën

7 ruimtelijk strategieën

De volgende zeven ruimtelijke ontwerp strategieën zijn aanzetten die ieder verdere verdieping vergen in samenwerking met overheden en het bedrijfsleven. Tijdens het onderzoek zijn verschillende kansrijke locaties gevonden waar zowel de overheid als marktpartijen onderschrijven dat er een gebrek aan regie is. Clustering in zowel ruimtelijke als programmatische zin lijkt bijvoorbeeld bij iedereen die we spraken de voorkeur te genieten. Helaas lijkt het mandaat hiervoor tussen de provincies en gemeenten in te vallen. Vanuit marktwerking en grondspeculatie blijken er ook geen sterke prikkels om te clusteren. Een goede verbinding tussen een landelijke visie, provinciale planologische instrumenten, uitvoering op gemeentelijk niveau en commerciële gebiedsontwikkelaars zou richting kunnen geven aan clustering. De zeven strategieën werken allemaal samen met elkaar en zouden idealiter parallel worden uitgevoerd met het doel om de dozen op een efficiënte, compacte, en karakteristieke manier onderdeel te maken van een nieuw hedendaags landschap. Een landschap dat de generieke grillen van de internationale wereld economie toegeëigend op een typische Hollandse manier.

GEBOUW

131

4. (X)XL Strategieën

4.1 Consolideer mulitmodaal

Infrastructuur is bepalend voor de optimale werking van de logistieke sector. Multimodale infrastructuur biedt de grootste kansen voor een robuust en duurzaam netwerk. De ruimtelijke structuur van bedrijventerreinen moet afgestemd worden op een multimodaal systeem zodat vervoer efficiënt en duurzaam kan plaatsvinden. Door technologische innovaties en standaardisatie kan er steeds sneller en slimmer van modaliteit worden veranderd, maar dan moeten die modaliteiten wel zijn gekoppeld aan bedrijventerreinen. In de kaart hiernaast worden in groen de bedrijventerreinen met multimodale potentie in groen aangeduid. De rode hebben 1 of 2 modaliteiten, hier moeten we ontwikkeling ontmoedigen. Rondom het multimodale netwerk moeten vervolgens slim E-DC's, N-DC's en R-DC's worden gepositioneerd zodat we met zo min mogelijk bedrijfshallen zo veel mogelijk handel kunnen doen met zo min mogelijk overbodige bewegingen en verspilling van ruimte.

Hoogezand

Emmen

Zwolle IJmuiden Westelijk Havengebied

Almelo Enschede

Rijnsburg Schiphol Bleiswijk

Utrecht

Maasvlakte Medel Dordrecht Moerdijk Oosterhout

Vlissingen

Roosendaal Bergen op Zoom

Tilburg

Veghel Eindhoven Venlo Helmond

Sittard-Geleen

Maastricht

Kaart: Hoofdstructuur gebaseerd op analyse multimodale potentie.

132

133

4. (X)XL Strategieën

4.2 Herstructureer regionaal

Bedrijventerreinen in Nederland zijn versnipperd. Daarmee is de impact op het landschap groter. De Europese corridors en het multimodale netwerk geven structuur, maar hoe voorkomen dat het langs deze netwerken gaat verlinten? Consolideren op plekken waar al een bepaalde kritische dichtheid is en opheffen waar die dichtheid ontbreekt is noodzakelijk.

A7

Groningen-Winschoten

We beginnen niet met een schone lei. Bijna iedere gemeente heeft zijn eigen bedrijventerreintje waar in principe dozen mogen worden gebouwd. Op veel plekken in Nederland zijn bestaande bedrijventerreinen dicht bij elkaar gelegen zonder dat ze profiteren van elkaars nabijheid. Door deze latente clusters op gebiedsniveau te herstructureren en integraal te optimaliseren kunnen we enerzijds consolideren en anderzijds slecht gepositioneerde 'eenlingen' opheffen. Vervolgens moet per cluster bepaald worden wat de maximale omvang is. Wanneer is het bijvoorbeeld beter om een nieuw cluster te beginnen in plaats van cluster te laten groeien? Dit zijn vragen die tegelijkertijd regionaal en plek specifiek moeten worden bepaald. Dit vergt dus nauwkeurige overeenstemming tussen provincies en gemeenten.

A32

Leeuwarden - Zwolle

A12-A1

Rotterdam - Utrecht - Enschede

A15 Rotterdamse Haven

Rotterdam - Nijmegen

A73

A59

Venlo-Nijmegen

Roosendaal -Arnhem

A58

Bergen op Zoom - Eindhoven

Albert Kanaal A2

Roermond - Luik

134

135

4. (X)XL Strategieën

4.3 Positioneer city ports

Grote afstanden worden voorlopig nog met fossiele brandstof overbrugd. Voor korte afstanden zijn er al veel schone vormen van vervoer. Om de transitie tussen deze twee vormen van vervoer mogelijk te maken zijn strategische overslag punten nodig, zogenaamde city ports. City ports zijn omslagpunten die de grote perifere bedrijventerreinen en distributiecentra verbinden met kleinere randstedelijke bedrijventerreinen. Hierdoor kan de groei van verkeersbewegingen die voortkomen uit de toename van online winkelen en post bestellingen worden verminderd en bovenal schoner en veiliger worden. De positioneren van city ports zou logischerwijs aan de rand van de dichtbevolkte gebieden van Nederland plaatsvinden. Vanaf de city ports zou de invoer middels zwaar verkeer zijn, maar vanuit de city port vertrekken alleen maar schone vormen van logistiek richting de stad. City ports worden idealiter op verouderde terreinen gepositioneerd rondom dichtbevolkte stedelijke gebieden en maken logischerwijs onderdeel uit van het nationale multimodale netwerk van voorstel 4.1.

REGIONAL LOGISTICS

DATA EN COMMUNICATIE

CLEAN LOGISTICS

SEA PORT

CITY PORT

CITY PORT

CLEAN TRUCK

DRONE WATER TRUCK

FREIGHT TRAM

CITY PORT

PRODUCTIEVE STAD

BIKE

LOGISTIEK LANDSCHAP

CITY PORT

LOGISTIEK LANDSCHAP

Beeld: INE Europe - Aangepast door RDVA

136

137

4. (X)XL Strategieën

4.4 Creëer cluster effecten

Ruimtelijk clusteren beperkt de impact op het landschap, maar er zijn meer voordelen voor zowel het bedrijfsleven als de omgeving. Binnen clusters kunnen synergieën worden gecreëerd door zaken als energie, arbeid, veiligheid en andere gedeelde voorzieningen op gebiedsniveau te organiseren. Integraal parkmanagement is hierbij cruciaal.

Workpool

Bedrijventerreinen met verschillende bedrijfshallen ieder omringd door een groot veld asfalt en zijn eigen ondersteunende voorzieningen is de norm. Inventariserend zie je snel dat vele bedrijven allemaal onderling hun voorzieningen hebben die ze slechts een beperkt deel van de dag gebruiken. In een goed ontworpen en georganiseerd cluster kunnen bedrijven op verschillende manieren profiteren van gedeelde investeringen. Parkmanagement gebeurt al op de betere bedrijventerreinen en levert grote winsten op. Vaak moet het wel van tevoren geregeld zijn tijdens de opzet van een gebiedsontwikkeling. Als terreinen reeds zijn verkaveld en investeringen al zijn gedaan is het moeilijk de gedeelde noemer te vinden bij verschillende bedrijven. Investeerders van bedrijfshallen pleiten om andere reden voor clustering. Voor hen is het interessant om meerdere hallen in hetzelfde gebied te bezitten zodat bij het wegvallen van huurders of bij de wens tot uitbreiding geschoven kan worden binnen het terrein. Dit maakt risico's kleiner, maar bied dus ook een marktprikkel die clustering stimuleert.

Education

Energy

Warehouse/Shops

Tankstation

Security

Green Public Space

Infrastructure

138

139

4. (X)XL Strategieën

4.5 Maak fysieke grenzen 140

Wanneer is een cluster te groot? En wanneer worden meerdere clusters ervaren als een oneindig lint of een alomvattende mega-cluster? Clusters die inpasbaar zijn vergen grenzen. Deze grenzen moeten we kunstmatig maken. De randen kunnen vervolgens ook functies vervullen waar de directe omgeving baat bij heeft. Bij het clusteren en consolideren van bedrijventerreinen op regionale schaal hoort op gebiedsniveau een omsluitende rand. Deze randen kunnen het middel zijn waarmee Nederland zich onderscheidt in de wijze waarmee we omgaan met een ruimtelijke problematiek die wereldwijd gevoeld wordt. De randen passen in de Nederlandse traditie van dijken, windsingels en polders en zorgen dat de impact van verdozing op het landschap wordt geminimaliseerd.

141

=

Stedelijk ingepaste dozen vormen een laatste schakel in de logistieke keten en zorgen voor een afname in verkeersbewegingen voor zowel mensen als producten.

In de VS heeft verdozing al sinds de jaren 70 een grote impact gehad op verstedelijking en met name de suburbanizering. Grote retailers bouwden kolossale dozen met gigantische parkeervelden. In recente jaren lijkt de houdbaarheid van dit model op de proef te worden gesteld onder andere door waanzinnige files en de energietransitie. Bedrijven zoeken naar formules die beter te integreren zijn in de stad. Een van de redenen is simpelweg de afstand tussen de consument en het product. Zo is bijvoorbeeld één van de implicaties van een circulaire economie een grotere nadruk op hergebruik waardoor een toename in verkeersbewegingen wordt verwacht. Randstedelijke bedrijventerreinen lijken de voor de hand liggende locaties waar woningbouw wordt geïntegreerd met de dozen typologie. Als laatst creëert de integratie van dozen in stedelijke typologieën ook een nabijheid tussen wonen en werken. Indien de bedrijvigheid en logistiek schoon en veilig is, hoeft dit dus geen overlast te veroorzaken en mogelijk juist positieve synergieën.

HYBRID URBAN-DC

+

4. (X)XL Strategieën

4.6 Herstructureer voor urban DC's

De doos is zeer moeilijk in het stedelijk weefsel te passen. Desalniettemin zijn er succesvolle voorbeelden die tonen dat het incidenteel verwerken van dozen in het stedelijk weefsel voordelen kan opleveren.

WRAP & STACK Een doos heeft slechts één functionele gevel. De andere kunnen ingepakt worden met andere programma's zoals woningen en kantoren.

+

+

+

SLIM DAK

De grote daken kunnen voor van alles gebruikt worden zoals tuinen, voetbalvelden en energie opwekking.

MEERLAAGS DC

Rondom steden is de grondprijs hoger. Daarom is stapeling in steden als Hong Kong en Parijs al een bestaande oplossing.

GROENE LOGISITIEK

Verkeersbewegingen zijn maatgevend in de overslag van goederen. Deze moet dus geheel elektrisch zijn. City ports maken dit mogelijk.

HERSTRUCTURERING

De logische plek voor een Urban-DC is op verouderde randstedelijke bedrijventerreinen.

142

143

In dozen zijn veel van de afmetingen gestandaardiseerd. Als deze zo worden gemonteerd dat de verbinding los te schroeven zijn, en bijvoorbeeld niet gelast, dan is het demonteren van een doos (op de funderingen na) snel gebeurd. Onderdelen kunnen dan eenvoudig hergebruikt worden in nieuwe dozen. De gevel en dak oppervlakken zijn gigantisch. Vaak wordt slechts de helft met PV-panelen gevuld omdat ze anders meer energie produceren dan een huurder zelf nodig heeft. Een vreemd gegeven omdat je ook energie zou kunnen produceren. Deze dingen zijn nu vrijblijvend, maar zouden opgenomen moeten worden in het bouwbesluit zodat de verdozing in ieder geval bijdraagt aan de energie transitie en de overgang naar een circulaire economie.

4. (X)XL Strategieën

4.7 Standaardiseer circulair

Er is geen betere typologie dan de doos om circulaire bouwmethodes toe te passen. De hoge mate van standaardisatie maakt hergebruik veel eenvoudiger. Door de omvang zijn schaalvoordelen bovendien snel behaald. Door de korte levensduur is hergebruik kritischer.

GROENDAK Beperken urban heat island en bevorderen biodiversiteit

DUURZAME ENERGIEOPWEKKING Zonnepanelen en windmolens

CIRCULAIR BOUWEN Droge verbindingen en duurzame materialen

GEBALANCEERDE VENTILATIE Warmteterugwinning bespaart energie

GEDEELDE FACILITEITEN Beperken ruimtegebruik

REGENWATER OPVANG EN OPSLAG Benutting groot oppervlak van daken

WARMTE-KOUDE OPSLAG Verminderen energiegebruik

144

CIRCULAIR BOUWEN Droge verbindingen en duurzame materialen

145

DEEL 3 RAPPORT STEC

stec groep

Verkenning XXL: trends, waarom en waar

1

Inleiding 152

2

Verkenning XXL

2.1 Nadere beschouwing XXL-doelgroepen 154 2.2 Locatiekeuze van XXL onder de loep 155 2.3 Trends en ontwikkelingen in (XXL-) logistiek, 170 glastuinbouw en datacenters 2.4 Welke verschijningsvorm kent XXL? 176 2.5 Hoe robuust is de vraag naar XXL? 184 2.6 Toegevoegde waarde van XXL: nut & noodzaak 190 en werkgelegenheid

3

Ideeën voor betere inpassing van XXL

202

Verkenning XXL: trends, waarom en waar

Inhoudsopgave 150

Inhoudsopgave

3.1 Ruimtelijk-economisch spoor 202 3.2 Financiële spoor 203 3.3 Landschappelijke en architectonische spoor 204

151

Het College van Rijksadviseurs onderzoekt de ‘verdozing’ van Nederland. Door de grote mate waarin XXL-panden worden gerealiseerd is discussie ontstaan over de wenselijkheid vanuit landschappelijk en ruimtelijk perspectief. Om inzicht te krijgen waarom XXL (oppervlakte van gebouw/pand/ontwikkeling) zo sterk groeit is Stec Groep gevraagd om duiding te geven aan dit fenomeen. Dit doen we aan de hand van een aantal vragen: • Over welke XXL-doelgroepen hebben we het? • Hoe ziet de locatiekeuze van XXL eruit? • Welke trends en ontwikkelingen zijn van invloed bij XXL-ontwikkelingen? • Welke verschijningsvorm heeft XXL? • Hoe robuust is de vraag naar XXL op middellange en lange termijn? • Wat is de toegevoegde waarde van XXL in termen van werkgelegenheid? De verkenning betreft naast XXL-logistiek, ook andere vormen van grootschalige stedelijke ontwikkelingen zoals glastuinbouw en datacenters. Hiermee stellen we overigens niet dat er binnen andere sectoren en vastgoedsegmenten geen XXLontwikkelingen voorkomen. Ook in de industrie zien we XXL-ontwikkelingen. Daarnaast vraagt de grootschalige ombouw naar elektrificatie van de energievoorziening om nieuwe transformatorstations in de directe omgeving van grote gebruikers van energie. Omwille van de leesbaarheid gaat deze rapportage uitsluitend in op logistiek, glastuinbouw en datacenters.

Verkenning XXL: trends, waarom en waar

1. Inleiding

Achtergrond en vraagstelling

Aanpak Naast onze visie en bevindingen (vanuit een markttechnische en economische invalshoek) heeft Rademacher-De Vries alternatieve concepten voor een minimale impact van XXL op de ruimte uitgewerkt. In het proces hebben het College van Rijksadviseurs, externe experts Dr. Bart Kuipers (Erasmus Universiteit) en Sander Onstein (Hogeschool van Amsterdam), architect Christopher de Vries (Rademacher De Vries Architecten) en Stec Groep een tweetal workshops georganiseerd. In de eerste workshop heeft Stec Groep haar bevindingen gepresenteerd en hebben externe experts hun visie gegeven op deze analyse. Vervolgens is de landschapsarchitect aan de slag gegaan. In de tweede workshop zijn de bevindingen van dit bureau gepresenteerd en is hierover discussie gevoerd.

Leeswijzer

Hierna leest u onze bevindingen. We hebben deze beschreven aan de hand van de concrete vragen die u ons stelde. In hoofdstuk drie geven we vervolgens enkele tips en ideeën voor vervolg.

152

153

In ons onderzoek onderscheiden we een drietal doelgroepen; logistiek, glastuinbouw en datacenters. We hanteren een ondergrens voor wat betreft XXL van 5 hectare kaveloppervlak.

2.1.1 XXL-logistiek Het begrip ‘logistiek’ is een breed containerbegrip. Het omvat niet slechts het vervoeren van goederen van A naar B, maar een heel scala aan activiteiten. Zo omvat logistiek het plannen, organiseren, managen en realiseren van goederenstromen, maar ook de kennis hierachter. Logistiek begint vanaf de ontwikkeling en inkoop van een product, via productie en distributie naar de eindafnemer, en heeft als doel om tegen optimale kosten, zo efficiënt mogelijk te kunnen voldoen aan de marktbehoefte. Enerzijds is kostenminimalisatie of een laag kapitaalgebruik gewenst, anderzijds wordt gestreefd naar maximalisatie van de klantenservice. Hiernaast omvat logistiek ook de omgekeerde goederenstroom, ‘reverse logistics’. Dit begrip omvat alle retourstromen van producten die van de winkel, klant (B2B en B2C) naar het magazijn van de leverancier worden teruggestuurd -, en de afhandeling hiervan. 2.1.2 XXL-glastuinbouw Nederland is toonaangevend op gebied van landbouw, als 2e landbouwexporteur ter wereld, na de VS. Het gaat daarbij niet alleen om landbouwgoederen, maar ook om daaraan gerelateerde producten zoals landbouwmachines, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Zowel de landbouwexport als –import bevinden zich nu op een recordniveau. Nooit eerder verhandelde Nederland zoveel landbouwproducten.

geëxploiteerd. Nederland telt twee van deze datacenters: Microsoft (Agriport A7 in Middenmeer) en Google (Groningen/Eemshaven). Voor deze rapportage gaan we met name in op de multi-tenant (en in het bijzonder de hyperscale) centers en blijven de kleinere oudere datacentra buiten beschouwing.

2.2 Locatiekeuze van XXL onder de loep Op basis van de vestiging en dynamiek kunnen we inzicht geven in de spreiding van XXL over Nederland.

2.2.1 XXL-logistiek Nederland toplocatie voor distributiecentra in (Noordwest-) Europa Volgens onderzoek van Prologis (2017) is Nederland het meest gewilde land in Europa als het gaat om logistiek. De wederuitvoer groeit al jaren en de logistieke sector profiteert hiervan. Nederland is aantrekkelijk als vestigingsplaats voor buitenlandse ondernemingen die van hieruit het achterland bedienen. Grote bedrijven hebben zich de afgelopen jaren gevestigd in Nederland. De ligging van Nederland in het ‘hart’ van de Europese koopkracht speelt hierin een belangrijke rol. Ook de mainports Rotterdam en Schiphol, plus de logistieke kennis en kunde zijn een belangrijke drager voor de sterke uitgangssituatie. Aan iedere euro aan wederuitvoer verdient Nederland circa 8 cent. Op zich niet veel, maar juist het toevoegen van waarde aan die wederuitvoer (bijvoorbeeld door assemblage, handelingen, services) is van groot belang voor de Nederlandse economie. Juist de R&D (voor productie) en logistiek (na productie) zijn voor de Nederlandse economie van groot belang.

Verkenning XXL: trends, waarom en waar

2. Verkenning XXL

2.1 Nadere beschouwing XXL-doelgroepen

Binnen de landbouw is de positie van de glastuinbouw bescheiden. De totale omvang van de glastuinbouw is met slechts 0,5% van het totale landbouwareaal beperkt. De primaire glastuinbouw heeft een aandeel van circa 1 tot 1,5% in de Nederlandse economie (banen, toegevoegde waarde). Dit is exclusief spin-off zoals bij werk bij transportbedrijven, kassenbouwers, handel, etc. Het aandeel is sinds 2010 stabiel.

2.1.3 XXL-datacenters In datacentra brengen bedrijven hun ICT onder. De vraag naar dergelijke centra neemt toe door de groei van de hoeveelheid data die ICT-toepassingen met zich mee brengen. Er zijn drie typen centra: 1. Commerciële, multi-tenant (= voor meerdere gebruikers) datacentra: centra die commercieel worden geëxploiteerd en waar meerdere gebruikers beschikbare ruimte kunnen gebruiken. Op dit moment (peildatum 20181) zijn er circa 200 commerciële datacentra voor meerdere gebruikers in Nederland met een totale bruto (inclusief kantoorruimte, etc.) omvang van bijna 550.000 m². 2. Single-tenant centers: kleinere, vaak oudere datacenters die worden gebruik door één partij, bv. banken- of andere financieringsinstellingen die het beheer in eigen gebruik willen houden. 3. Een specifieke categorie single-tenant centers, de zogenaamde hyperscale of megacenters: zeer grote locaties die in en (doorgaans) voor eigen gebruik worden 154

Figuur 1: Hittekaart logistieke locaties Europa Bron: Prologis (2017)

1 State of the Dutch Datacenters ‘Always On’, PB7 & CBRE in opdracht van Dutch Datacenter Association (DDA), juni 2018

155

In de figuur is weergegeven in welke gemeente bedrijven (in de logistiek) zich vestigen. Hierbij is een uitsplitsing gemaakt in de periode tot en met 2010 en daarna. Wat opvalt is dat de locatiedynamiek na 2010 veel meer verspreid heeft plaatsgevonden. Logistieke hotspots als Moerdijk, Breda, Roosendaal, Tilburg, Waalwijk, Venlo en Venray blijven

weliswaar dominant, maar ook andere regio’s en plekken pikken een graantje mee van de dynamiek in de logistieke sector. We zien onder andere plekken als Eindhoven, Tiel/Zaltbommel, omgeving Nijmegen, Apeldoorn en Lansingerland als nieuwkomers verschijnen. Overigens is de marktoriëntatie van de vestiging hier een belangrijke rol bepalende factor in. Nederland telt inmiddels circa 30 logistieke hotspots. Vestiging vindt niet meer alleen plaats in de logistieke knooppunten, maar verspreidt zich inmiddels min of meer langs de hoofdcorridor West-Oost.

Verkenning XXL: trends, waarom en waar

Nationaal perspectief: Zuid-Nederland dominant in locatiekeuze Binnen Nederland zien we een dominantie van logistieke locatiedynamiek in ZuidNederland. Op basis van langjarig onderzoek van Stec Groep is in onderstaande figuren een beeld geschetst van de bovenregionale vestigingsdynamiek in Nederland op gebied van logistiek.

Figuur 2: Bovenregionale locatiedynamiek logistieke sector (2000-2018) Bron: Stevc Groep 2019

156

157

Regionaal georiënteerd DC

Nationaal georiënteerd DC

Europees georiënteerd DC

Ruimtelijke spreiding Toelichting

De logistieke bedrijven, verladers en winkelketens die niet heel Nederland vanuit één magazijn kunnen beleveren, hebben meerdere magazijnen, waarbij elk magazijn slechts een deel van Nederland belevert. Het betreft hoofdzakelijk supermarkten, groothandels en pakketdienstverleners zoals Post NL, DHL en DPD.

In de as Tilburg-Almere is het gros van de logistieke bedrijven met een nationale marktoriëntatie gevestigd. Het betreft hoofdzakelijk retailers, food, supermarkten. De randen van Nederland (zuidoosten, noorden) zijn eigenlijk niet geschikt voor nationale distributie. Toch komt het voor dat een nationaal magazijn toch aan de randen van Nederland ligt, vaak vanwege een historische binding of omdat er een relatie is met een productielocatie.

Veel goederen bestemd voor Europa komen binnen via Rotterdam. Nederland heeft zich na het wegvallen van de binnengrenzen ontwikkeld als een sterke vestigingslocatie voor logistiek om grote delen van Europa te beleveren. Gelet op de relatief kleine thuismarkt en de ligging nabij het hart van de Europese koopkracht is ligt het zwaartepunt van deze logistiek in Zuid-Nederland. Met name de grensstreek (bv. West-Brabant, MiddenBrabant, Twente, NoordLimburg en Zuid-Limburg) zijn aantrekkelijk voor dergelijke vestigingen. Ook rond Schiphol en Rotterdam zijn vestigingen van Europese distributiecentra gevestigd.

Diversiteit in supply chain ketens ook bepalend voor regio- en locatievoorkeuren Bestaande en nieuwe supply chains (keten van productie tot consument of gebruiker) zijn vanuit verschillende invalshoeken te bekijken en de locatievoorkeuren zijn verscheidend voor de verschillende ketens of ketenonderdelen. We onderscheiden: a. Lucht-/zeehaven gebonden consolidatie / deconsolidatie, in combinatie met overgang op een ander type vervoer (vliegtuig naar vrachtwagen, containerschip naar binnenvaart, et cetera); b. EDC – Europees Distributie Centrum; c. RDC’s / NDC’s – Regionaal en Nationaal Distributie Centrum; d. Overslagcentra, ook wel crossdocks genoemd; e. Pakketcentra – sorteercentra voor pakketvervoer, brieven. XXL komt met name voor in het warehousing en value added deel van de supply chain (b, c en d), terwijl XXL in het inbound en outbound deel van de supply chain slechts een gering aandeel heeft (a en e).

Verkenning XXL: trends, waarom en waar

Marktoriëntatie van distributiecentrum sterk bepalend voor locatie- en regiovoorkeur Binnen Nederland is een duidelijk beeld te herkennen in de regiovoorkeuren van logistieke bedrijven met een bepaalde marktoriëntatie. Deze oriëntatie heeft weer van doen met de functie van een distributiecentrum. Waar moeten de opgeslagen spullen naar toe? In de basis gaat het om een regionale, nationale (Benelux) of (Noordwest-) Europese oriëntatie. Afhankelijk van de logistieke keten zijn locaties en regio’s meer of minder aantrekkelijk voor bedrijven. Onderstaand een (niet uitputtend) beeld met vestigingen / distributiecentra in Nederland uitgesplitst naar welk gebied het magazijn belevert.

A. Lucht/zeehaven gebonden consolidatie en deconsolidatie: In de directe nabijheid van Schiphol en Rotterdam wordt lucht- en zeevracht zendingen van verschillende klanten gebundeld / geladen in één zee- of luchtvrachtcontainer. Dit noemt men consolidatie. Echt grote klanten sluiten zelf een contract af met de grote vervoerders / carriers (bijvoorbeeld Maersk, AF-KLM). Kleinere klanten (bij zeevracht < 3.000 20 voet containerladingen) moeten gebruik maken van forwarders / expediteurs. Dit zijn bedrijven die volume-boekingen op de schepen/vliegtuigen hebben. Zij halen de lading op bij hun klanten, brengen die naar hun consolidatiecentra en beladen de containers zo optimaal mogelijk. Bij deelladingen zit dan lading van verschillende klanten in één container. Dit consolideren van deelladingen, zogeheten LCL (=less container load zendingen) gebeurt in overslagcentra dichtbij de lucht- of zeehaven. Voor import geldt de omgekeerde procedure en worden LCL-containers juist gesplitst. De containers worden gelost, de goederen worden naar ontvanger gesorteerd en per vrachtauto geleverd naar de verschillende klanten op verschillende eindbestemmingen. XXL komt bij deze activiteit voor, maar is beperkt in aantallen XXL locaties. B.

EDC – Europees Distributie Centrum: EDC’s staan in Nederland primair op de as Rotterdam, Moerdijk, Roosendaal, Breda, Tilburg, Eindhoven en Venlo, maar ook deels op andere locaties. Dit zijn vaak grote magazijnen, veelal van 20.000 m² tot 80.000 m², soms zelfs groter, van waaruit een bedrijf alle klanten in heel Europa of een groot deel van Europa beleverd met het volledige assortiment of een substantieel deel van zijn assortiment. • Nederland heeft van oudsher een sterke positie in de segmenten kleding (Fashion) en elektronica (Electronics). Voorbeelden zijn Phillips-van Heusen Corporation (Tommy Hilfiger) in Venlo en HP, Nikon en Canon in Beringe. • Minder dominant is de positie in Engineering & Manufacturing en Automotive. Voorbeelden zijn John Deere in ‘s-Heerenberg, Mitsubishi in Sittard-Geleen en Tesla in Tilburg. In deze segmenten is Duitsland veel belangrijker met name ingegeven door de sterke industrie die zij heeft in deze sectoren.

Figuur 3: Ruimtelijke spreiding distributiecentra, naar marktoriëntatie (regionaal, nationaal, Europees)

158

159

In de sector Fast Moving Consumer Goods (FMCG = levensmiddelen, waspoeders, shampoos, et cetera) zijn de volumes vaak zo groot dat elk land of een beperkt aantal landen vanuit één lokaal NDC / RDC worden geleverd, zie hieronder bij nationale distributiecentra. Als ze Europa of grote delen van Europa bedienen dan zijn ze vaak verbonden met een productielocatie, Arla Food Services (Nijkerk), Heinz (Oosterhout – A15), Mars (Veghel), et cetera, waarbij dan vaak eerst aan andere magazijnen in andere landen wordt geleverd.

Goederen komen grotendeels of volledig binnen via een zeehaven (Rotterdam en/ of Antwerpen) en worden grotendeels (over het algemeen 90%+) door geleverd aan eindklanten (winkelketens of eindconsumenten als het B2C betreft). Ook komt het voor dat vanuit dit centrale Distributie Centrum voor Europa, nationale Distributiecentra beleverd worden. Bedrijven/merken kunnen zo groot zijn dat ze meer dan één magazijn hebben, bijvoorbeeld gescheiden voor Samsung Tv’s en Samsung mobiele telefoons. De logistieke operatie kenmerkt zich door grote magazijnen met veel buitenterrein om containers die geleverd worden te lossen en uitgaande vrachtwagens te beladen. Men heeft parkeerplaatsen en manoeuvreerruimte nodig. Deze magazijnen dienen met name om de binnenkomende containers te sorteren naar bestemming, als tijdelijke opslagplaats en het samenstellen van de order van de afnemer (ook wel order-picking genoemd). Order-picking vindt primair plaats op pallet, doos of stukniveau en kan afhankelijk van te verwerken volumes uiteenlopen van manuele operaties tot min of meer hoog geautomatiseerde oplossingen. Afhankelijk van het type goederen kunnen hier ook extra services (veelal Value Added Services genoemd) uitgevoerd worden.

Voorbeelden zijn het aanbrengen van prijskaartjes en diefstalbeveiliging, het laden van software op Pc’s en mobiele telefoons, het toevoegen van handleidingen in de juiste taal, het voldoen aan specifieke verpakkingseisen van eindafnemers. Een groot deel van de EDC-operaties is uitbesteed.

C. RDC / NDC – Regionaal en Nationaal Distributie Centrum: RDC’s / NDC’s hebben feitelijk dezelfde functies als EDC’s, maar bedienen dan alleen klanten in een kleinere regio (bijvoorbeeld Benelux, Nederland, de Randstad). Ook op dit schaalniveau komen hele grote magazijnen voor. Zo bedient Primark (Roosendaal, ca. 86.000 m² inclusief een tussenvloer) zijn winkels in Noord-Frankrijk, Action (Echt – 73.000 m²) delen van Duitsland, Nederland en België, Hoogvliet (Bleizo – 65.000 m²) haar winkels in de Randstad. Voorbeelden van nationale distributiecentra zijn CB in Culemborg, Wehkamp in Zwolle of H&M in Tiel. Deze magazijnen liggen vaker iets centraler in Nederland, zeker als alleen Nederland beleverd wordt, maar liggen ook in de zuidelijke corridor als de Benelux beleverd wordt, maar dan meer op het centrale deel van deze as (Roosendaal - Tilburg). Klanten besteden een flink deel van dit soort operaties uit aan logistiek dienstverleners, maar er zijn ook bedrijven die bewust kiezen voor het zelf uitvoeren van deze logistiek. D. Overslagcentra / crossdock hubs Overslagcentra (ook wel crossdock hubs genoemd) zijn onderdeel van een netwerk.

Het zijn grote overslagcentra waar deelladingen (ook wel LTL, = Less than Truck loads genoemd) van vele klanten samenkomen, gesorteerd worden naar eindbestemming, in een netwerk van trunklines (de routes tussen 2 magazijnen) naar het volgende centrum vervoerd worden en daar opnieuw gesorteerd worden naar route van de 160

vrachtauto die de aflevering naar de klant verzorgt. Het gaat hier hoofdzakelijk om het vervoer van pallets, niet van individuele dozen (zie hiervoor pakketcentra hieronder). De verbindingen tussen de overslagcentra worden volgens een vast “spoorboek” gereden. De klant wordt beloofd dat er altijd gereden wordt, ook als de vrachtwagen nog niet vol is. Bedrijven / merken besteden overslag altijd uit. Het gaat hier om bundeling van volume van veel verschillende klanten.

Verkenning XXL: trends, waarom en waar

•

Figuur 4: Visualisatie overslagcentrum / crossdock distributiecentrum Bron: Stec Groep, 2019

E. Pakket- en postcentra Door de groei in e-commerce en de belofte van snelle levering aan de consument hebben diverse bedrijven fors geïnvesteerd om hun netwerk van pakket- en sorteercentra uit te breiden. In principe gebeurt hier precies hetzelfde als hierboven getoond in figuur 3, met als verschil dat de eenheid die vervoerd wordt niet pallets zijn maar dozen of post. Binnen het netwerk bestaan magazijnen met een verschillende functie. Meestal is er één magazijn waar alle internationale zendingen binnenkomen (bijvoorbeeld het nieuwe magazijn van DHL Parcel in Zaltbommel), een aantal regionale hoofdsorteercentra en kleinere centra van waaruit de klant beleverd wordt. Zo werkt PostNL toe naar een netwerkt van 22 sorteercentra in Nederland, met een omvang van ca. 6.500m². Deze laatste zijn kleinere faciliteiten op strategische locaties voor de ‘last mile’ distributie, maar de grotere sorteercentra waar goederen (pakketjes) gesorteerd worden voor meerdere verdeelcentra zijn vaak (erg) groot. Met name deze laatste groep heeft regelmatig een XXL-verschijningsvorm; denk aan investeringen in Zaltbommel en Amsterdam (DHL) en Eindhoven (DPD en FedEx).

Een 20 foot container is een afmeting. Het is de meest voorkomende afmeting, ca. 6,1 meter lang, 2,5 meter breed waar ca. 33 m³ in kan. De maximale lengte (vergelijkbaar met een oplegger van een vrachtwagen is 40 foot, 12,2 meter lang met een inhoud van 66 m³. Dit geldt voor zeecontainers. Voor luchtvracht ligt deze drempel bij een jaarvolume van circa 5.000 ton.

3

161

Glastuinbouw belangrijk in met name Westland, Venlo en Noord-Holland Als we kijken naar het huidige aandeel glastuinbouw dan valt op dat Zuid-Holland veruit de meeste hectares herbergt. Meer dan 50% van de totale glastuinbouw van Nederland ligt in Zuid-Holland. In absoluut aandeel is Noord-Brabant de tweede provincie, nog voor de tuinbouwprovincies Limburg en Noord-Holland. De ontwikkeling van de oppervlakte laat een ander beeld zien. Noord-Brabant laat een behoorlijke groei zien. Het aandeel in Zuid-Holland nam behoorlijk af: van 56% in 2000 tot 50% in 2017. Limburg laat een kleine groei zien en Noord-Holland is stabiel.

Verkenning XXL: trends, waarom en waar

2.2.2 XXL-glastuinbouw Nederland kent zes Greenports, hier vinden we een concentratie van XXL-glastuinbouw Het Rijk, drie tuinbouwprovincies (Zuid-Holland, Noord-Holland en Limburg), georganiseerd bedrijfsleven en onderwijs- en onderzoeksinstellingen hebben samen Greenports in Nederland ontwikkeld. De zes onderscheiden Greenports (zie figuur hieronder) verschillen allen in karakter. Het type bedrijf is van grote invloed op de verschijningsvorm van de glastuinbouw in elke Greenport. Zo kenmerkt de Greenport Aalsmeer zich vooral door de handelsactiviteiten rond de veiling in Aalsmeer. Veilingen zijn heel erg groot. De veiling in Aalsmeer is enorm groot. De Greenport Duin en Bollenstreek heeft grote toeristische waarde door de teelt van bollen in velden. De nadruk ligt hier op handel en distributie. We gaan in dit rapport vooral in op de Greenports met een significant aandeel (XXL) glastuinbouw: Westland, Venlo en Noord-Holland Noord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=06c19ca8-ea6e-4ac7-8a5b-095040721d66