Toelichting, gewijzigd Bestemmingsplan Uitbreiding Noachschool Schoonrewoerd
Tekst van het document
140 kinderen
(0,1*0,85*2=) 0,17
23,8
aantal 12
verkeersgeneratie 2
totaal 24
88 kinderen 117 kinderen 259 m² bvo 92 m² bvo 126 m² bvo
(0,3*0,75*2=) 0,45 (0,1*0,85*2=) 0,17 35,7 per 100 m² BVO 35,7 per 100 m² BVO 35,7 per 100 m² BVO
39,6 19,9 92,5 32,8 48,6
0,45
totaal 12 10,35
Bestaande situatie
CROW aanduiding Personeel basisschool, peuterspeelzaal, KDV en BSO Halen en brengen onderbouwing Halen en brengen bovenbouw Kinderdagverblijf Peuterspeelzaal Buitenschoolse opvang Totaal: 258 voertuigbewegingen (afgerond) Beoogde situatie
Uit de tabel blijkt dat de toekomstige verkeersgeneratie uitkomt op 258 verkeersbewegingen per etmaal. In de bestaande situatie worden 140 basisschoolleerlingen gehuisvest in het schoolgebouw. In de beoogde situatie komen de ca. 65 kinderen uit de twee kleuterklassen over van de Regenboogschool naar de Noachschool. De verkeersgeneratie ter plekke neemt in feite toe voor het aandeel van het kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang en de verhuizing van de kleuterklassen. Dit komt neer op circa 211 voertuigbewegingen extra per etmaal. In zowel absolute en relatieve zin een grote toename. De toename valt in praktijk waarschijnlijk lager uit vanwege een overschatting van het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van het kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. In de praktijk zal het kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang immers veelal gebruikt worden voor de opvang van de kinderen van de basisschool en peuterspeelzaal na schooltijd, waardoor de toename in voertuigbewegingen lager zal uitvallen dan nu is berekend. De berekende verkeersgeneratie kan dan ook gezien worden als worstcasebenadering. De Kerkweg is een 30 km/u weg met een (theoretische) afrijcapaciteit van ca. 1.700 voertuigen per uur. In de praktijk zal deze capaciteit lager uitvallen vanwege de weginrichting met bepaalde obstakels, versmallingen, kruisingen, samenstelling v/h wegverkeer e.d.
De huidige infrastructuur kan deze toename in voertuigbewegingen aan. Er kan geconcludeerd worden dat de toekomstige verkeersgeneratie niet leidt tot problemen op omliggende wegen.
4.11.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste
48
parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Om te voorzien in regels voor parkeren is het Paraplubestemmingsplan 'Wonen en parkeren' vastgesteld. Hierin zijn de actuele CROW-kencijfers opgenomen als toetsingskader. In dat verband wordt een overzichtskaart 'Stedelijke zones' gehanteerd. Planspecifiek Het voorgenomen plan leidt tot extra lesruimtes en ruimte voor een peuterspeelzaal, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Volgens de overzichtskaart 'Stedelijke zones' bij het parkeerbeleid is het onderhavige gebied onderdeel van 'rest bebouwde kom' en wordt voorts uitgegaan van 'niet stedelijk'. De grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen.
De hoeveelheid auto’s die hiermee gemoeid is, is mede afhankelijk van de grootte van de school (aantal kinderen), hoeveel kinderen begeleid naar school komen, hoeveel kinderen met de auto worden gebracht en hoeveel kinderen er overblijven. De navolgende tabel geeft huidige situatie weer en geeft inzicht in de extra parkeerbehoefte ten gevolge van de beoogde uitbreiding. Functie Personeel basisschool Halen en brengen onderbouw Halen en brengen bovenbouw Totaal: 10 parkeerplaatsen (afgerond)
Per Leslokaal Aantal kinderen
Parkeernorm 0,75 0,1125
Aantal 6 23
Parkeerbehoefte 4,5 2,6
Aantal kinderen
0,02125
117
2,6
Bestaande situatie
Functie Personeel basisschool Halen en brengen onderbouw Halen en brengen bovenbouw Kinderdagverblijf Peuterspeelzaal Buitenschoolse opvang Totaal: parkeerplaatsen (afgerond)
Per Leslokaal Aantal kinderen Aantal kinderen Aantal kinderen Aantal kinderen Aantal kinderen
Parkeernorm 0,75 0,1125
Aantal 10 88
Parkeerbehoefte 7,5 9,9
0,02125
117
2,5
0,09375
29
2,7
0,09375
16
1,5
0,02125
33
0,7
25
Beoogde situatie
In voorliggend geval worden de volgende formule toegepast voor de berekening van de parkeerbehoefte van de basisschool: aantal leerlingen x % leerlingen met auto x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen per auto. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de parkeervraag ten gevolge van het halen- en brengen van de kinderen in de onderbouw en bovenbouw van de basisschool, peuterspeelzaal/kinderdagverblijf en de naschoolse opvang (buitenschoolse opvang).
49
In de ‘Nota Parkeernormen 2022-2030’ van de gemeente Vijfheerenlanden wordt de volgende rekenmethode gehanteerd voor de bepaling van het benodigd aantal parkeerplaatsen per functie.
•
Onderbouw basisschool (groep 1 t/m 3): aantal leerlingen * 30% (% leerlingen met auto) * 0,5 (reductiefactor parkeerduur) * 0,75 (reductiefactor aantal kinderen per auto)
•
Bovenbouw basisschool (groep 4 t/m 8): aantal leerlingen * 10% (% leerlingen met auto) * 0,25 (reductiefactor parkeerduur) * 0,85 (reductiefactor aantal kinderen per auto)
•
Peuterspeelzaal/kinderdagverblijf: aantal leerlingen * 50% (% leerlingen met auto) * 0,25 (reductiefactor parkeerduur) * 0,75 (reductiefactor aantal kinderen per auto)
•
Naschoolse opvang: hierbij wordt gerekend met dezelfde normen en reductiefactoren als bij groep 4 t/m 8
Op basis van de parkeernormen zijn in totaal (afgerond) 15 extra parkeerplaatsen benodigd voor de beoogde nieuwe vleugel. Net zoals bij de berekening van de toename in voertuigbewegingen is dit waarschijnlijk een overschatting. De vraag naar parkeerruimte is het grootst op de moment dat de kinderen worden gebracht en gehaald naar/van de basisschool, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang en kinderdagopvang. De verschillende gebruikers van de locatie hanteren verschillende openingstijden waardoor de parkeerdruk verspreid kan worden over verschillende moment. Het piekmoment voor het brengen zal zijn rond 8:30 als de basisschool en peuterspeelzaal gelijktijdig opent. De grootste piek in parkeerdruk zal zijn rond 14:30 als de basisschool uitgaat en een kleinere parkeerpiek zal ontstaan als de kinderen van het dagverblijf en buitenschoolse opvang tussen 18:00 en 18:30 worden opgehaald. Parkeren schoolterrein Er worden in het kader van voorliggend plan 6 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. In de bestaande situatie zijn er 6 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. De toekomstige parkeersituatie is weergegeven op de navolgende afbeelding.
Beoogde parkeersituatie (bron: Peters & Lammerink architecten)
Deze parkeerplaats is bedoeld voor het parkeren van het personeel. Ervan uitgaande dat 75% van het personeel met de auto komt is er een tekort van 3 parkeerplaatsen rondom het piekmoment dat het personeel van de kinderopvang, peuterspeelzaal en basisschool gelijktijdig aanwezig is. Dat betekent dat op het drukste parkeermoment enkele personeelsleden op openbare parkeerplaatsen zullen parkeren. Binnen loopafstand zijn voldoende openbare parkeerplaatsen beschikbaar voor de personeelsleden die buiten het
50
parkeerterrein van de school zullen parkeren. De parkeervraag is overdag het hoogst en dan zijn er genoeg mensen aan elders aan het werk, zodat er voldoende vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Het gegeven dat enkele personeelsleden buiten het parkeerterrein op openbare parkeerplaatsen zullen parkeren zal niet leiden tot parkeeroverlast in de omgeving of een onevenredige toename van parkeerdruk in de openbare ruimte. Het toevoegen van extra parkeerplaatsen bovenop de reeds geplande uitbreiding met 6 parkeerplaatsen is onwenselijk gelet op de benodigde opstelruimte en manoeuvreerruimte van nooddiensten aan de kop van het parkeerterrein en schoolplein (m.n. de brandweer). Bovendien is het dubbelgebruik van openbare parkeerplaatsen een duurzame vorm van ruimtegebruik. Parkeren bij halen en brengen Langs de Kerkweg is een strook met 14 langsparkeerplaatsen aangelegd voor het halen en brengen van de kinderen. De ouders en verzorgers die de kinderen komen brengen en halen kunnen in deze ‘Kiss&Ride’ parkeerstrook maximaal 15 minuten parkeren. Er zijn voldoende parkeerplaatsen in deze strook om op het piekmoment, als de basisschool en peuterspeelzaal begint rond 8:30, te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Indien er bij nader inzien alsnog extra parkeerplaatsen nodig zijn voor het halen- en brengen van de kinderen zal er naar een passende oplossing gezocht worden.
Fietsparkeren Naast autoparkeerplaatsen wordt er ook een nieuwe fietsenstalling gerealiseerd, waarin het fietsparkeren van zowel leerlingen als leraren opgevangen wordt. Conclusie Er zijn voldoende parkeerplaatsen voor het halen en brengen van de kinderen en voor het parkeren van het personeel wordt beperkt aanspraak gemaakt op openbare parkeerplaatsen. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
51
5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
5.2 Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
5.3 Planregels De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk 2 geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk 2. Ten slotte regelt hoofdstuk 3 de overgangs- en slotbepalingen. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemming op alfabetische volgorde. Ook dit hoofdstuk kent een standaardopbouw:
• • • • • • •
bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
52
5.4 Wijze van bestemmen De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn afgestemd op het geldende bestemmingsplan Schoonrewoerd Dorp en de gemeentelijke standaarden van de gemeente Vijfheerenlanden. Daarnaast wordt uiteraard rekening gehouden met de rechten op basis van het nu geldende bestemmingsplannen. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende (dubbel)bestemmingen: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hiervoor is aangesloten bij het geldende bestemmingsplan 'Schoonrewoerd Dorp'. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Aan de gronden aan de oostzijde van het plangebied is de bestemming Groen toegekend. Binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden beperkt, zodat het groene karakter van de strook langs het water in stand gehouden blijft.
Artikel 4 Maatschappelijk De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen in het algemeen, bijvoorbeeld een school of een buurthuis, maar ook religieuze functies. Dit geldt ook voor de locatie van de Noachschool. Binnen deze bestemming mag zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden. Wel dient het hoofdgebouw, in dit geval het schoolgebouw, binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd. In het bouwvlak is voor het bestaande gedeelte de goot- en bouwhoogte uit het geldende bestemmingsplan overgenomen. Aan de beoogde uitbreiding is een maximum bouwhoogte van 4 m toegekend. Daarnaast is de realisatie van een geluidscherm en een groenblijvende haag langs gedeelten van het perceel vastgelegd middels een voorwaardelijke verplichting. Verder is er buiten het bouwvlak een aanduiding opgenomen voor de beoogde berging. Artikel 5 Tuin De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Deze bestemming is toegekend aan de voortuin van de bestaande woning en aan de boomgaard. Binnen deze bestemming kan maar beperkt gebouwd worden. De cultuurhistorisch waardevolle zone langs de Kortgerechtse Wetering zijn als tuin bestemd, waardoor deze bestemming ook voor de boomgaard is aangehouden. Ter plaatse is tevens een dubbelbestemming Waarde –Cultuurhistorie opgenomen.
Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied De inrit tussen de woningen Kerkweg 1 en Kerkweg 3 is als 'Verkeer - Verblijfsgebied' bestemd. Deze inrit wordt gebruikt door de school en door de langs de inrit gelegen woningen. Daarom is de huidige bestemming 'Maatschappelijk' vervangen door deze bestemming. Binnen deze bestemming zijn de bouwmogelijkheden beperkt. Artikel 7 Waarde-Archeologie 1 In het plangebied zijn de mogelijk aanwezige archeologische waarden beschermd door een dubbelbestemming. Binnen deze bestemming zijn geen vrijstellingsgrenzen opgenomen, omdat uit archeologisch onderzoek blijkt dat er al op een diepte van 10 cm en soms zelfs direct aan maaiveld archeologische resten kunnen worden aangetroffen. Artikel 8 Waarde-Archeologie 2
53
In het plangebied zijn de mogelijk aanwezige archeologische waarden beschermd door een dubbelbestemming. Artikel 9 Waarde-Cultuurhistorie In het plangebied zijn de aanwezige cultuurhistorische waarden beschermd door een dubbelbestemming. Concreet gaat het om de tuinen langs de Kortgerechtse Wetering. Artikel 10 Waterstaat - Obstakelvrije zone Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van de oeverzone langs de Kortgerechtse Wetering. Middels deze dubbelbestemming wordt de realisatie van bebouwing hier uitgesloten Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 12 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bepalingen over bouwen opgenomen. Deze bepalingen hebben betrekking afwijkende hoogtes en maten en overschrijding van bouwgrenzen. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Middels deze regel is de geluidzone van het industrieterrein in Schoonrewoerd beschermd. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen om af te wijken van hetgeen is bepaald in het bestemmingsplan.
Artikel 15 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een mogelijkheid opgenomen om de bouwgrenzen te overschrijden. Artikel 16 Overige regels In dit artikel is bepaald dat in voldoende parkeergelegenheid voorzien moet worden, waarbij wordt verwezen naar het gemeentelijk parkeerbeleid. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht In deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik. Artikel 18 Slotregel Als laatste wordt de slotregeling opgenomen. Deze regeling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsregeling.
54
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
•
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
•
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
•
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek De financiële afspraken zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Een planschadeovereenkomst is hier onderdeel van. De kosten voor het begeleiden van de bestemmingsplanprocedure worden via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer doorberekend.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Algemeen Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub c Wro overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd.
De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Participatie Op 13 april heeft er een bewonersbijeenkomst plaatsgevonden waarbij er vanuit de gemeente toelichting is gegeven over de voorgenomen uitbreiding van de Noachschool. Inleidend is aangegeven dat het belangrijk is om de Noachschool uit te breiden, omdat er ook ruimte moet zijn om kinderen vanaf 0 jaar hier te vangen. Vervolgens is het ontwerp toegelicht en aangegeven waarom deze relatief dicht tegen de tuinpercelen aan ligt. Verder is de invulling en het gebruik van de boomgaard uitgebreid aan de orde gekomen.
55
Het was een goede avond met kritische kanttekeningen in een goede sfeer. Er werd gevraagd of de beoogde uitbreiding nog verplaatst kon worden. De gemeente heeft daarop toegelicht hoe het ontwerp tot stand is gekomen; dat er veel concessies zijn gedaan en er geen ruimte is om de plattegrond te vergroten of te verplaatsen. De belangrijkste benoemde aandachtspunten zijn:
• • • • • •
Verkeer tijdens de bouwwerkzaamheden (bouw verkeer)
•
Hoe komt de erfgrens te lopen? (antwoord: een en ander wordt nader uitgewerkt.)
Verkeer nadat de school klaar is Veiligheid (sloot, toegenomen drukte, toegang tot school en kinderdagverblijf) Parkeren bij brengen van de kinderen Geluid naar de tuinen Wat wordt de invulling van de woning Dorpstraat 26 (antwoord: voor aannemer toegang tot bouwplaats met klein materieel; daarnaast tijdelijke bewoning tot school klaar is. Exacte invulling moet nog plaatsvinden.)
6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het ontwerpbestemmingsplan is aan de wettelijk verplichte overheden en belanghebbenden voorgelegd in het kader van het vooroverleg. Het vooroverleg is opgenomen in artikel 3.1.1. van de Wet ruimtelijke ordening. Het vooroverleg met de overleginstanties liep met de volgende instanties:
• • • • • • • •
Provincie Utrecht; Gasunie; Vitens; Dunea; Oasen; Veiligheidsregio Utrecht; Omgevingsdienst Regio Utrecht; Waterschap Rivierenland.
Naar aanleiding van de reactie van de Veiligheidsregio Utrecht en het Waterschap Rivierenland zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in de plantoelichting. De andere partijen hebben aangegeven geen op- en aanmerkingen bij het plan te plaatsen of hebben geen reactie uitgebracht binnen de gestelde reactietermijn.
6.2.3 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 8 december 2023 voor zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn drie zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn behandeld en voorzien van een inhoudelijke beantwoording in de nota van beantwoording zienswijzen (zie bijlagen bij toelichting bijlage 10). De ingediende zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Deze wijzigingen zijn beschreven in de 'staat van wijzigingen' in de nota van beantwoording zienswijzen. Daarnaast is een ambtshalve wijziging aan de plangrens doorgevoerd.
56