CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Dorpsstraat 23 Hagestein

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 4 juli 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dorpsstraat 23 in Hagestein15.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 23, Hagestein’

Gemeente Vijfheerenlanden Toelichting bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 23, Hagestein’

IMRO-code NL.IMRO.1961.BPHADorpsstraat23-VA01 Planstatus Vastgesteld Datum 24 mei 2024 Versie 2.0

Pagina 2 van 57

1. Inleiding ................................................................................... 5 1.1

Aanleiding ......................................................................................... 5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied ..................................................... 5

1.3

Vigerend bestemmingsplan ................................................................ 6

1.4

Leeswijzer .......................................................................................... 6

2. Bestaande situatie ...................................................................... 7 2.1

Algemeen .......................................................................................... 7

2.2

Huidig gebruik ................................................................................... 7

3. Planbeschrijving ........................................................................ 9 3.1

Plan ................................................................................................... 9

3.2

Verkeer en parkeren ........................................................................ 12

4. Beleidskader ............................................................................ 13 4.1

Rijksbeleid ....................................................................................... 13

4.2

Provinciaal beleid ............................................................................. 15

4.3

Gemeentelijk beleid ......................................................................... 17

5. Milieuaspecten.......................................................................... 24 5.1

Milieueffectrapportage ..................................................................... 24

5.2

Geluidhinder .................................................................................... 25

5.3

Bedrijven en milieuzonering ............................................................. 27

5.4

Bodem ............................................................................................. 30

5.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden ................................. 32

5.6

Waterparagraaf ................................................................................ 39

5.7

Ecologie ........................................................................................... 43

5.8

Luchtkwaliteit .................................................................................. 49

5.9

Externe veiligheid ............................................................................ 51

5.10 Technische infrastructuur................................................................. 53 6. Juridische planbeschrijving......................................................... 54 6.1

Inleiding .......................................................................................... 54

6.2

Systematiek van de regels ................................................................ 54

6.3

Bestemmingen ................................................................................. 54

6.4

Aanduidingen .................................................................................. 55

7. Economische uitvoerbaarheid ..................................................... 56 7.1

Uitvoerbaarheid ............................................................................... 56

7.2

Kostenverhaal .................................................................................. 56 Pagina 3 van 57

8. Overleg en inspraak................................................................... 57 8.1

Vooroverleg/inspraak....................................................................... 57

8.2

Zienswijzen ...................................................................................... 57

Bijlage 1

Omschrijving Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Auteur Voortman Ingenieurs

Referentie R-JVO/1911

Datum 09-062023

2

Verkennend bodemonderzoek

Linge Milieu

23-2074

02-082023

3

Archeologisch onderzoek

ADC ArcheoProjecten

ADC Rapport 6123

16-022024

4

Quickscan Wet natuurbescherming

Blom Ecologie

2023-0371

09-062023

5

Voortoets stikstofdepositie

Van den Heuvel Milieuadvies

22126

22-112023

6

Nota beantwoording zienswijzen

Gemeente Vijfheerenlanden

Ontwerpbestemmingsplan ‘Dorpsstraat 23, Hagestein’

Mei 2024

Pagina 4 van 57

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Het perceel Dorpsstraat 23 te Hagestein betreft een pastoriewoning met een vrij groot achtererf. De pastoriewoning met tuin is te groot voor de functie en behoefte van de kerk (Hervormde Gemeente Hagestein – Hoef en Haag). Daarnaast is deze woning toe aan restauratie, maar de restauratie blijkt voor de kerk te duur te zijn. Daardoor is de kerk voornemens geweest om de pastoriewoning te verkopen en elders een nieuwe woning te kopen. Door de krapte op de woningmarkt is een andere pastoriewoning in Hagestein echter niet makkelijk te vinden. De kerk heeft vervolgens het idee opgedaan om een nieuwe woning te realiseren op het achtererf van de huidige pastoriewoning, gefinancierd door de verhuur of verkoop van de bestaande woning. Met dit plan krijgt de Hervormde Gemeente Hagestein – Hoef en Haag een meer eigentijdse pastoriewoning. De nieuwe pastoriewoning zal gebruikmaken van de bestaande ontsluiting op de Dorpsstraat. Dit is reeds in eigendom van de kerk. Het plan is in strijd met het vigerend bestemmingsplan. De locatie heeft hierin een woonbestemming zonder bouwvlak. Omdat er geen bouwvlak aanwezig is, is het bouwen van een nieuwe woning niet toegestaan. Het initiatief is met een principeverzoek voorgelegd aan de gemeente. De gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het plan door het doorlopen van een bestemmingsplanherziening.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft het erf van de pastoriewoning aan de Dorpsstraat 23 te Hagestein. Ook de ontsluiting naar de Dorpsstaat maakt onderdeel uit van het plangebied. Het plangebied betreft het kadastrale perceel gemeente Hagestein, sectie C, nummers 723 en 724 (deels).

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

Pagina 5 van 57

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Bestemmingsplan ‘Dorpen’ Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Dorpen’, vastgesteld op 1 april 2015 door de voormalige gemeente Vianen. Het plangebied heeft de enkelbestemmingen: • Tuin; • Wonen. De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie – 1. En geen aanduidingen.

Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Dorpen’

Het plan is strijdig met het bestemmingsplan ‘Dorpen’. Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn woningen uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. Het plangebied is niet voorzien van een bouwvlak.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken. -

Hoofdstuk 2: Bestaande situatie; Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Beleidskader; Hoofdstuk 5: Milieuaspecten; Hoofdstuk 6: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 8: Overleg en inspraak. Pagina 6 van 57

2.

Bestaande situatie

2.1

Algemeen

Hagestein is één van de kernen van de gemeente Vijfheerenlanden. Het dorp telt circa 1.500 inwoners. Vroeger stond Hagestein voornamelijk bekend om zijn kasteel, kasteel Hagestein. In 1382 verleende Jan van Arkel stadsrechten aan Hagestein, waardoor de heer van Vianen zich bedreigd voelde. Samen met de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht zorgde hij voor de vernietiging van Hagestein. Het platgebrande Hagestein werd toegewezen aan de bisschop van Utrecht. In1820 wordt het dorp weer bij ZuidHolland gevoegd. Het dorp heeft nu een eigen karakter en een hechte gemeenschap. Het dorp staat voornamelijk bekend om het grote stuw- en sluizencomplex in de Lek. Met twee hefbomen in de stuw kan de waterafvoer van de rivier geregeld worden. Gezamenlijk kunnen deze stuwen een groot deel van de waterhuishouding van Nederland regelen.

2.2

Huidig gebruik

Het plangebied betreft het erf van de bestaande pastoriewoning Dorpsstraat 23. Ten noorden van deze woning is de tuin gelegen, welke vrijwel onverhard is en waar enkele houtopstanden staan. Ten westen van de woning is de ontsluiting en parkeerterrein van de kerk aanwezig, die met klinkerbestrating is verhard. Daarnaast zijn binnen het plangebied enkele schuren en bijgebouwen van de huidige pastoriewoning aanwezig.

Afbeelding 3: Zicht op het achtererf, waar de nieuwe woning zal worden gebouwd

Pagina 7 van 57

Afbeelding 4: Deel van het plangebied en de ontsluiting naar de dorpsstraat

Pagina 8 van 57

3.

Planbeschrijving

3.1

Plan

Aan de Dorpsstraat 23 te Hagestein is een woonperceel met een vrijstaande pastoriewoning van de Hervormde kerk Hagestein – Hoef en Haag gelegen. Ten noordwesten van de woning zijn enkele bijgebouwtjes/schuurtjes gebouwd. Ten noorden van de woning is het achtererf gelegen. De pastoriewoning is toe aan restauratie, maar de restauratie bleek de duur voor de kerk te zijn. Daarom is de kerk op zoek gegaan naar een nieuwe en eigentijdse woning in het dorp, waarbij de huidige pastoriewoning verkocht zou worden. Gezien de krapte op de (lokale) woningmarkt bleek het vrijwel onmogelijk te zijn om een nieuwe woning in het dorp te kopen. De kerk heeft vervolgens het idee opgedaan om een nieuwe pastoriewoning te realiseren op het achtererf van de huidige pastoriewoning. De bouw van de woning wordt gefinancierd door de verkoop of verhuur van de huidige woning. Met dit plan krijgt de Hervormde Gemeente Hagestein – Hoef en Haag een duurzame pastoriewoning die voldoet aan de wensen en eisen van deze tijd. De nieuwe pastoriewoning zal gebruikmaken van de bestaande ontsluiting op de Dorpsstraat. Het naastgelegen terrein en ontsluiting is reeds in eigendom van de kerk. De nieuwe woning is zodanig gepositioneerd en georiënteerd, dat de woning ruimtelijk gezien onderdeel uitmaakt en zich voegt naar de bestaande uitbreidingswijk De Poort.

De extra woning achterin de tuin is daarmee ruimtelijk gezien goed ingepast. Omdat de locatie is gelegen binnen de bebouwde kom, is de locatie geschikt voor een inpassing van een nieuwe woning. Er is sprake van het beter benutten van de beschikbare ruimte.

Afbeelding 5: Woning ingepast in de omgeving

Pagina 9 van 57

Afbeelding 6: Nieuwe situatietekening

De woning wordt voorzien van één bouwlaag met een zadelkap met haaks daarop een ‘uitbouw’ op de verdieping. De woning krijgt een goot- en nokhoogte van respectievelijk 4,0 en 9 meter. Daarmee sluit het ontwerp aan qua maatvoering en opzet bij de woningen aan De Poort.

Pagina 10 van 57

Afbeelding 7: Voorlopig ontwerp nieuwe woning

Afbeelding 8: Straatbeeld uitbreidingswijk De Poort

Pagina 11 van 57

3.2

Verkeer en parkeren

Ontsluiting De bestaande pastoriewoning Dorpsstraat 23 maakt gebruik van de bestaande ontsluiting op de Dorpsstraat. Deze inrit loopt langs het woonperceel. De nieuwe pastoriewoning zal ook van deze ontsluiting gebruik maken. Ter bevordering van een groene leefomgeving is in de regels van dit plan de voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de verharding van de bestaande inrit wordt teruggebracht naar 50% van het oppervlak van de inrit. Parkeren De gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden heeft op 10 juni 2021 het ‘Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren’ vastgesteld. In dit bestemmingsplan is in de regels een regeling voor het parkeren opgenomen. In de regeling is opgenomen dat voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden bij bouwplannen en gebruikswijzigingen. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid. Op 9 juni 2022 heeft de gemeenteraad de ‘Nota parkeernormen’ vastgesteld. De nota gaat voor wat betreft het plangebied uit van de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’ van een ‘niet stedelijk’ gebied. Aan de hand van het parkeerbeleid is de parkeerbehoefte berekend voor de woning. Tabel 1: Berekening parkeerbehoefte Categorie Norm Eenheid Koop, huis, vrijstaand 2,3 per woning

Aantal 1

Parkeerbehoefte 2,3 parkeerplaatsen

Totaal:

2,3 parkeerplaatsen

De berekende parkeerbehoefte moet volgens de Nota parkeernormen naar boven worden afgerond. Derhalve voorziet het plan in een parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen zijn voorzien op het reeds verharde parkeerterrein. Daarmee kan de parkeerbehoefte volledig opgelost worden op het eigen terrein. Hoe de parkeerbehoefte uiteindelijk op eigen terrein wordt opgelost, zal inzichtelijk worden gemaakt in de omgevingsvergunningaanvraag. Wel is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat het parkeren uitsluitend gerealiseerd mag worden ter plaatse van het reeds verharde terrein. De bedoeling daarmee is om de oppervlakteverharding in de tuin enigszins te beperken. Juridische regeling voldoende parkeerplaatsen De parkeerregels uit het ‘paraplubestemmingsplan wonen en parkeren’ zijn in de regels van dit plan overgenomen in de planregels. In de fase van vergunningverlening wordt getoetst aan deze parkeerregels. Zodoende is het realiseren van voldoende parkeerplaatsen in dit plan juridisch-planologisch geborgd. Verkeersgeneratie Het plan voorziet in het toevoegen van een woning. Om de verkeersgeneratie te berekenen is gebruik gemaakt van de gemiddelde kencijfers uit de CROW publicatie 381, waarbij qua stedelijkheidsgraad en stedelijke zone aan is gesloten bij het gemeentelijk parkeerbeleid.

Daarmee komt de verkeersgeneratie van de woning op 8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Redelijkerwijs kan geacht worden dat een dergelijke geringe toename van het aantal verkeersbewegingen gemakkelijk opgevangen kan worden door de omliggende infrastructuur. Pagina 12 van 57

4.

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke Pagina 13 van 57

ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Er is geen verdere definitie gegeven van het begrip.

Inmiddels biedt jurisprudentie een verdere beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt: ‘De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3929). De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013: 2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724). Een ontwikkeling welke voorziet in het realiseren van 12 woningen wordt wel gezien als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015, ELCI:NL:RVS:2015:953).’ Het plan voorziet in de toevoeging van één woning binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plan voorziet daarmee niet in een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Bro.

Toetsing aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is daardoor niet nodig.

Pagina 14 van 57

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht De provincie Utrecht beslaat circa 1.550 km2, grenst aan vier andere provincies, heeft 26 gemeenten, 4 waterschappen en circa 1,35 miljoen inwoners. De toekomst laat zich niet exact voorspellen. Eén ding is echter zeker: Utrecht ziet er in 2050 anders uit dan nu. De komende 30 jaar pakt de provincie omvangrijke, complexe en urgente opgaven aan. Er is veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw. Tegelijkertijd heeft de provincie de ambitie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Het is belangrijk om nu al na te denken over de juiste balans tussen opgaven en Utrechtse kwaliteiten en keuzes te maken die daarvoor nodig zijn. Hiervoor is de Omgevingsvisie provincie Utrecht opgesteld, welke is opgebouwd uit 7 beleidsthema’s: 1. Stad en land gezond; 2. Klimaatbestendig en waterrobuust; 3. Duurzame energie; 4. Vitale steden en dorpen; 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur; 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw. Samenvattend houden de beleidsthema’s het volgende in. Stad en land gezond De provincie zet zich in op de ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur die robuust is langs bestaande doorgaande waterlopen en biedt daarbij voldoende gelegenheid om te zwemmen.

Stad/land-verbindingen worden versterkt en er wordt geïnvesteerd in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen. Klimaatbestendig en waterrobuust Utrecht zet zich in voor een klimaatbestendige en waterveilige provincie en draagt zorg voor aantrekkelijke en toekomstbestendige dijken en omgeving langs de Nederrijn en Lek en verzilveren meekoppelkansen met andere functies. Het hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug wordt benut om regenwater vast te houden en te infiltreren. In de veenweidegebieden worden maatregelen genomen voor het tegengaan van bodemdaling. Verder zorgt de provincie ervoor dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater voldoet. Nieuwe ontwikkelingen in stedelijk en landelijk gebied worden klimaatadaptief ingericht. Duurzame energie De ambitie van de provincie is om in 2040 een energieneutrale provincie te zijn door energiebesparing te stimuleren. Nieuwe technieken voor duurzame energieopwekking faciliteert de provincie als ze minder impact hebben op de leefomgeving. Ook biedt Utrecht in grote delen van de provincie ruimte om op zoek te gaan naar geschikte locaties met draagvlak voor wind- en zonne-energie. Vitale steden en dorpen Er wordt in algemene zin gekozen om de ruimtevraag voor wonen en werken binnenstedelijk en binnendorps te ontwikkelen.

De provincie heeft in aanvulling hierop enkele potentiële locaties rond knooppunten benoemd voor integrale Pagina 15 van 57

ontwikkelingen. Van deze locaties zijn twee locaties rond de stad Utrecht opgenomen als zoekrichting voor grootschalige integrale ontwikkeling wonenwerken-bereikbaarheid. Naast de omvangrijke opgave krijgen kleinere steden en dorpen zo mogelijk passende ontwikkelruimte om te bouwen ten behoeve van lokale vitaliteit. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Om goed bereikbaar te blijven is het streven om het spoor- en hoogwaardig OVnetwerk beter te benutten met aandacht voor het beter benutten van het hoofdwegennet en het provinciale wegennet. Daarbij wordt ingezet op knooppuntontwikkeling om overstap tussen vervoerswijzen mogelijk te maken en het OV- en fietsgebruik te stimuleren. Tussen een aantal woon-, werk- en leefgebieden wordt een regionaal netwerk van (snel)fietsroutes aangelegd. Levend landschap, erfgoed en cultuur Utrecht beschermt en benut landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. In de landschappen ontwikkelt de provincie met de kernkwaliteiten van het landschap mee. De universele waarden van de Hollandse Waterlinie en Neder-Germaanse Limes worden verzilverd. Toekomstbestendige natuur en landbouw De ambitie is om een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteiten met hoge biodiversiteit te ontwikkelen.

Bestaande natuurgebieden worden beschermd, verder ontwikkeld en onderling beter verbonden. Verder wordt de transitie naar een duurzame landbouw gestimuleerd. Het plan is kleinschalig van aard, er wordt slechts een woning toegevoegd binnen bestaand stedelijk gebied. Zodoende sluit het plan aan bij de wens om binnendorps te ontwikkelen om te komen tot voldoende woningen en het stimuleren van de lokale vitaliteit. 4.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht De omgevingsverordening is een juridische vertaling van de Omgevingsvisie Utrecht. De verordening is daarom opgebouwd uit dezelfde 7 thema’s uit de Omgevingsvisie. Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende artikelen uit het Omgevingsverordening van belang. Stedelijk gebied De Interim Omgevingsverordening heeft als basisprincipe voor verstedelijking (woningbouw) dat deze in eerste instantie zoveel mogelijk binnenstedelijk/ binnendorps nabij knooppunten plaatsvinden en daarnaast ook in overig stedelijk gebied. Het plan maakt het mogelijk om een extra woning toe te voegen in een binnendorpse locatie. Daarmee is het plan in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

Pagina 16 van 57

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Toekomstvisie 2025 Vianen De gemeente Vianen heeft in 2013 een strategische toekomstvisie ontwikkeld. In deze visie is een gewenst beeld opgenomen van de toekomst op het gebied van wonen, werken, voorzieningen, onderwijs, recreatie, sport en cultuur. Op het gebied van wonen heeft de gemeente de volgende uitgangspunten: • Er zijn voldoende woningen voor de verschillende doelgroepen, zoals gehandicapten, alleenstaanden, starters en jongeren; • Het bevorderen van doorstroming, zodat er meer huur- en koopwoningen vrijkomen voor bepaalde doelgroepen (zoals starters en doorstromers); • Het ontwikkelen van een levensloopbestendige gemeente; • Het behouden van de kwaliteiten in de bestaande woongebieden; • Bij de (her)ontwikkeling van projecten wordt uitgegaan van 30% seniorenwoningen en 20% jongerenhuisvesting; • Bij het zoeken naar nieuwe woningbouwlocaties de combinatie wonen-zorgdienstverlening leidend zal zijn; • Het verduurzamen van de woningvoorraad, onder meer via prestatieafspraken met de woningcorporatie. Het plan betreft een kleinschalig plan in de vorm van het realiseren van één woning in de kern van Hagestein. Met het plan komt de huidige pastoriewoning vrij op de woningmarkt als reguliere burgerwoning. Daarmee draagt het plan bij aan het komen tot voldoende woningen in de kern van Hagestein.

4.3.2 Structuurvisie Vianen De Structuurvisie Vianen is door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Vianen vastgesteld op 4 december 2012. De visie vormt een actualisatie van de ‘Structuurvisie Vianen 2015’ en borduurt daar in hoofdlijnen op voort. In het beleidsdocument is een visie opgenomen voor de volgende punten: • Landschap, natuur en water; • Recreatie en toerisme; • Voorzieningen en leefbaarheid; • Infrastructuur en verkeer; • Werken; • Bevolking en wonen. Voor dit plan is met name het aspect ‘bevolking en wonen’ van belang. Bevolking en wonen De gemeente Vianen heeft de ambitie om het inwonersaantal te laten groeien naar minimaal 21.000 inwoners om het huidige stedelijke voorzieningenniveau in stand te houden. Uitgangspunten van het woonbeleid: • Voldoende woningen voor verschillende doelgroepen; • Bevorderen van doorstroming; • Ontwikkelen levensloopbestendige woningen; • Behoud van de kwaliteiten in de bestaande woongebieden; • Bij (her)ontwikkeling wordt uitgegaan van 30% seniorenwoningen en 20% jongerenhuisvesting; • De combinatie wonen-zorg-dienstverlening is leidend; • Verduurzamen van de woningvoorraad. Pagina 17 van 57

Het plan voorziet in de toevoeging van een woning in de kern van Hagestein, waarmee een woning wordt toegevoegd aan de woningmarkt. Met de toevoeging van één woning wordt doorstroming in de (lokale) woningmarkt bevorderd. Het plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Vianen. 4.3.3 Woonvisie gemeente Vijfheerenlanden 2020-2025 Het doel van de nieuwe Woonvisie voor Vijfheerenlanden is dat het voor iedereen goed wonen is in Vijfheerenlanden en de woonwensen en woningbehoefte van al onze inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Zo is Vijfheerenlanden samen sterk, met eigenheid en diversiteit in de verschillende kernen.

De Woonvisie gaat uit van de volgende uitgangspunten: • Behoud en versterking van de vitaliteit heeft de prioriteit van de kleine kernen; • Bouwen voor de doorstroming binnen Vijfheerenlanden: voor ouderen en voor jongeren; • Aandacht voor lage inkomens en middeninkomens uit Vijfheerenlanden die in de knel komen; • Bouwen primair voor de eigen inwoners, ruimte voor kleine dorpsgerichte plannen, die aansluiten bij initiatieven van dorpsbewoners; • Ruimte bieden aan complementaire woningtypen: voorzien in de behoefte aan kleine woningen (tiny houses), mantelzorgwoningen, knarrenhofjes, en vrije kavels; • Focus op de verduurzaming van de bestaande voorraad, bij nieuwbouw zorgen voor energieneutraliteit; • Rekening houden met rode contour, en nieuwe regels zoals Omgevingswet, PAS en de POVI; • Aansluiting zoeken bij de strategische visie 2035. Het plan betreft slechts de toevoeging van een enkele woning binnen de bebouwde kom van het dorp Hagestein. De nieuwe woning zal worden bewoond door de pastoor/predikant van de kerk in Hagestein. De huidige pastoriewoning wordt vervolgens aangeboden op de reguliere woningmarkt. Zodoende wordt als gevolg van dit plan een woning toegevoegd aan de (lokale) woningmarkt. Daarmee draagt het plan bij aan de gewenste doorstroming in een kleine kern als Hagestein.

Gezien het slechts om één woning gaat, wordt gesteld dat het plan geen concurrentie vormt voor andere ontwikkelingen. 4.3.4 Nota parkeernormen Vijfheerenlanden Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of veranderingen betekenen vaak een toename in de verkeersstromen op bestaande wegen met extra vraag naar parkeerplaatsen. Om te voorkomen dat bij de ontwikkeling van een locatie of een functieverandering de parkeerdruk moet worden opgevangen in de omgeving, worden parkeernormen opgelegd. Hierbij gelden een drietal uitgangspunten: • Het voorzien in van de parkeerbehoefte behoort tot de verantwoordelijkheden van de initiatiefnemer van de ontwikkeling. • De parkeerbehoefte dient op eigen terrein (de met het plan gemoeide gronden) te worden voorzien. Het college van B&W kan hiervan afwijken mits de parkeerbalans het toelaat om in de omgeving van het plangebied de parkeervraag op te vangen. Dit is afhankelijk van de mate van disbalans (monitoring), waarbij het college van B&W besluit om wel of geen vergunning te verlenen.

Pagina 18 van 57

•

Het toepassen van de parkeernormen dient een positieve invloed te hebben op de bereikbaarheid, leefbaarheid en de economische ontwikkeling van de gemeente.

Het plan is in §3.2 getoetst aan de Nota parkeernormen Vijfheerenlanden. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Nota parkeernormen. 4.3.5 Beleid hogere waarde gemeente Vijfheerenlanden 2020 Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen moeten geluidsniveaus bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen getoetst worden aan wettelijke voorkeurswaarden. Bij wijzigingen aan wegen en gezoneerde industrieterreinen moet ook getoetst worden bij nabijgelegen bestaande geluidsgevoelige bestemmingen. Als blijkt dat de voorkeurswaarden worden overschreden dan kan de ontwikkeling onder bepaalde voorwaarden toch doorgang vinden. In dat geval heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen. Op 14 juli 2020 is het gemeentelijk geluidsbeleid "Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vijfheerenlanden" vastgesteld. Het doel van het geluidsbeleid is om: • de gemeentelijke uitvoering van deze bevoegdheid transparant te maken; • duidelijke kaders te stellen voor ruimtelijke plannen en verkeersplannen; • zorg te dragen voor een zo goed mogelijke akoestische kwaliteit van de leefomgeving in nieuwe situaties met geluidsniveaus boven de wettelijke voorkeurswaarden. In de beleidsregel zijn voorwaarden geformuleerd waarbinnen de gemeente hogere waarden toestaat.

De uitvoering wordt voor een deel door de Wet geluidhinder (Wgh) opgelegd en voor een deel door de gemeente ingevuld. De gemeente Vijfheerenlanden heeft de volgende eisen gesteld als voorwaarde tot het verlenen van hogere waarden: • Elke woning dient minimaal één stille gevel te hebben. Op deze gevel wordt de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder niet overschreden; • Wanneer een hogere waarde wordt verleend moet altijd onderzoek worden gedaan naar de gecumuleerde geluidsbelasting. Hierbij wordt rekening gehouden met het geluid van alle verschillende geluidsbronnen samen (incl. wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur); • Een woning mag maximaal twee dove gevels hebben. Een dove gevel is een gevel zonder te openen deuren en ramen; • Wanneer balkons of loggia’s aanwezig zijn, dienen deze aan de onderkant te worden voorzien van geluidsabsorptie; • Wanneer sprake is van nieuwbouw van meer dan 10 woningen, moet gemotiveerd worden waarom voor de betreffende inrichting van het plangebied is gekozen. Naast eisen zijn er ook een aantal inspanningsverplichtingen opgenomen. In principe moet aan deze inspanningsverplichting worden voldaan. Alleen als absoluut niet kan worden voldaan aan de inspanningsverplichting kan hiervan worden afgeweken. De initiatiefnemer dient dan te motiveren waarom niet kan worden voldaan (of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen).

De initiatiefnemer geeft aan welke compensatie hiervoor in het plan aanwezig is. De inspanningsverplichtingen zijn als volgt:

Pagina 19 van 57

• • •

Elke woning heeft per etage minimaal één slaap- of woonkamer aan de stille zijde; Indien de woning beschikt over één of meer buitenruimten (tuin of balkon), dan ligt minimaal één van deze buitenruimte aan de stille zijde; Een woning heeft voor binnenstedelijke situaties geen hogere waarden hoger dan de voorkeurswaarde + 10 dB.

Het plan is getoetst aan het aspect geluidhinder (zie §5.2). Hieruit volgt dat het aspect geluidhinder geen belemmering is voor het plan en het vaststellen van hogere waarden niet aan de orde is. 4.3.6 Omgevingsvisie gemeente Vijfheerenlanden (ontwerp) Op 20 april 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met het ontwerp van de Omgevingsvisie gemeente Vijfheerenlanden. De Omgevingsvisie Vijfheerenlanden gaat over de toekomst van onze dorpen en steden en van het buitengebied en laat zien wat we belangrijk vinden voor de fysieke leefomgeving. De visie richt zich op mogelijkheden om te wonen, werken, recreëren, ondernemen, maar ook op een gezond, duurzaam en veilig leefklimaat. De omgevingsvisie vormt het kader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig beleid en het omgevingsplan. De gemeente heeft tot het jaar 2040 doelen gesteld om een vitale samenleving te behouden. Aan de hand van 11 ambities en een visiekaart heeft de gemeente aangegeven hoe zij deze doelen wil halen. 1. Woningen bouwen naar behoefte; 2. Versterken en behouden van landschappelijke en cultuurhistorische waarden; 3. Zorgen voor duurzame werkgelegenheid; 4. Inzetten op duurzame bereikbaarheid; 5. Inzetten op toekomstbestendige landbouw; 6. Recreatie aansluiten op identiteit van de gemeente; 7. Zorgen voor voldoende, toegankelijke en bereikbare voorzieningen; 8.

Leefomgeving stimuleert positieve gezondheid; 9. Waarborgen van een gezonde en veilige leefomgeving; 10. Klimaatbestendige gemeente en vergroten van biodiversiteit; 11. Inzetten op duurzame, energie- en klimaat neutrale inrichting.

Pagina 20 van 57

Afbeelding 9: Visiekaart Omgevingsvisie

Het plan haakt met name aan bij het eerste ambitiepunt. De gemeente zet in op de bouw van voldoende woningen, passend bij de behoeften en mogelijkheden van alle doelgroepen. Daarom bouwen we voor eigen inwoners en voor de regionale vraag. De komende jaren dienen ongeveer 2.000 woningen gebouwd te worden, zowel op plekken in de woonplaatsen (inbreiding) als op uitbreidingslocaties. Daarnaast zoekt de gemeente ruimte voor nog eens 3.000 woningen. In de kleine woonplaatsen wordt naar behoefte ruimte gegeven aan het ontwikkelen van woningen waar dat mogelijk is. De gemeente stimuleert en faciliteert hierbij initiatieven die vanuit de gemeenschap zelf komen. Voorkomen moet worden dat woonplaatsen aan elkaar groeien en wordt ingezet op behoud van eigen identiteit en vitaliteit. Het plan voorziet in het realiseren van een woning binnen de bebouwde kom van Hagestein. Daarmee wordt aan de hand van inbreiding in een woonkern bijgedragen aan de doelstelling om 2.000 woningen te bouwen tot 2040.

Pagina 21 van 57

4.3.7 Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht Het college van de gemeente Vijfheerenlanden heeft het convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht op 29 september 2022 ondertekent. In het convenant komen doelstellingen samen op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie, circulair en natuurinclusief bouwen, duurzame mobiliteit en een gezonde leefomgeving. Dit draagt bij aan een gezonde, vitale en toekomstbestendige leefomgeving in de gemeente Vijfheerenlanden. Het convenant is niet juridisch bindend, maar is de basis van afspraken die vertrouwen met elkaar worden gemaakt, omdat de ondertekende partijen geloven dat ze de toekomst van Nederland verder helpen door in te zetten op duurzaam of duurzamer te bouwen. Met het ondertekenen van het convenant spreekt de gemeente de intentie uit dat de organisatie en normen en standaarden die toekomstbestendigbouwen.nl aanbiedt, gaat gebruiken. De gemeente wil voor wat betreft het thema klimaatadaptatie en energie voor toetsingskader ‘goud’ gaan. Energie Ten aanzien van de BENG-normen zal bij de omgevingsvergunning blijken aan welke normen de nieuwe woning zal voldoen. De gemeente zal de ontwikkelende partij stimuleren om de gouden toetsingskaders van het convenant te halen (BENG 1: ≤50, BENG 3: ≥125). Klimaatadaptatie Voor wat betreft het aspect klimaatadaptatie wordt per thema ingegaan op het plan.

Wateroverlast Gezien het natter wordt moet de waterhuishouding geschikt zijn om zware regenbuien op te kunnen vangen. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat het hemelwater te snel in het open water verdwijnt. Het moet de gelegenheid krijgen om te infiltreren in de bodem. Het plan betreft een kleinschalige ontwikkeling, maar zal voorzien in een toename aan verharding. De toename aan verharding is echter gering, waardoor directe wateroverlast als gevolg van hemelwater niet direct zal toenemen. Derhalve kan daarmee ook volgens het beleid van het waterschap gebruikgemaakt worden van de particuliere vrijstelling. Wel is in de regels van dit plan opgenomen dat de verharding van de inrit wordt teruggebracht naar maximaal 50% van de inrit. Daarmee wordt weer groen toegevoegd en kan hemelwater beter infiltreren, hetgeen het risico op wateroverlast wordt verminderd. Droogte Omdat het steeds droger wordt, zal de bodem sneller verdroogt raken. De bewoners zullen geïnformeerd worden over de nut en noodzaak van het toepassen van een regenton. Op die manier wordt hemelwater opgevangen en vastgehouden. Indien houtstructuren of planten door droogte een gebrek aan water hebben, kan het opgevangen hemelwater gebruikt worden om de bodem te hydrateren. De beplanting kan daardoor blijven voorzien in het afbreken van CO2 en het produceren van zuurstof.

Overigens is er volgens de Klimaatatlas ter plaatse van het plangebied geen probleem ten aanzien van een tekort aan oppervlaktewater bij extreem droog jaar. Hitte Gezien het warmer wordt, wordt bij de uitwerking van de woning rekening gehouden met de accumulatie van warmte. Het plan voorziet in het toevoegen van Pagina 22 van 57

een woning. Het aspect hittestress wordt bij de initiatiefnemers onder de aandacht gebracht. Mogelijk dat in de nieuwe woning installaties worden geïnstalleerd die naast verwarmen ook kunnen koelen, zodat de binnentemperatuur geregeld kan worden. Daarnaast is in de regels van het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanplant van een grote boom. Daardoor ontstaat schaduwvorming, hetgeen bijdraagt aan het tegengaan van hittestress. Overstromingsrisico Volgens de Klimaatatlas is ter plaatse van het plangebied een zeer kleine kans (eenmaal in de 3.000 tot 30.000 jaar) dat het plangebied overstroomt. Daarmee zijn er geen overstromingsrisico’s te verwachten.

Pagina 23 van 57

5.

Milieuaspecten

5.1

Milieueffectrapportage

Beleidskader In de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Aan de hand van voornoemde bestemmingswijziging ten behoeve van de realisatie van één woning zal de vraag beantwoord worden of een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Voor de beantwoording van de vraag of er een m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat voor de ruimtelijke ontwikkeling is allereerst het bepaalde in het Besluit m.e.r. van belang. De verplichting tot het opstellen van een m.e.r. is opgenomen in artikel 7.2 Wm. Dit artikel vormt een omzetting van de EG-m.e.r-richtlijnen. Voor de beantwoording van de vraag of voor een concreet plan een m.e.r. dient te worden doorlopen, dient primair te worden beoordeeld of de activiteit valt binnen de onderdelen C en D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Onderdeel C geeft aan wanneer sprake is van een m.e.r.-plicht.

Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen een plan-m.e.r. (kolom 3 van onderdeel C) en een besluit-m.e.r (kolom 4 van onderdeel C). Onderdeel D geeft de activiteiten en gevallen aan waarin sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht (dan moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van significante milieugevolgen en als deze aan de orde zijn dient een m.e.r. plaats te vinden). Voor het plan wordt gesteld dat er geen directe m.e.r.-plicht vanuit de Wm en vanuit het besluit m.e.r. geldt op grond van Bijlage C. Gezien het plan voorziet in de bouw van een enkele woning binnen een bestaand woonperceel en binnen de bebouwde kom, kan gesteld worden dat het plan zeer kleinschalig van aard en omvang is en daarmee niet aan te merken is als een stedelijk ontwikkelingsproject. De planontwikkeling valt daardoor ook niet binnen activiteit D11.2 van Bijlage D bij het Besluit m.e.r. Het plan valt verder niet binnen overige activiteiten in bijlage D bij het Besluit m.e.r. Dit betekent dat voor dit plan een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling niet nodig is. Conclusie Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet nodig en kan derhalve achterwege worden gelaten.

Pagina 24 van 57

5.2

Geluidhinder

Beleidskader Wet geluidhinder In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De Wgh stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige objecten en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. De Wgh stelt dat alle wegen een geluidszone hebben, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-wegen. Conform artikel 74 lid 2 van de Wgh hoeft geen akoestisch onderzoek te worden verricht voor 30 km/h wegen. De wettelijke voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige objecten binnen de geluidszone van wegen bedraagt 48 dB, de maximaal te ontheffen geluidsbelasting bedraagt 58 in landelijk gebied en 63 dB in stedelijk gebied. Beleid hogere waarde gemeente Vijfheerenlanden 2020 Als uit akoestisch onderzoek volgt dat het plan niet voldoet aan de voorkeursgrenswaarde en er hogere waarden moeten worden vastgesteld, dient het plan getoetst te worden aan het Beleid hogere waarde gemeente Vijfheerenlanden 2020.

In de beleidsregel zijn voorwaarden geformuleerd waarbinnen de gemeente hogere waarden toestaat. Onderzoek Het plan voorziet in het realiseren van een woning binnen de bebouwde kom. Vanuit de Wgh is hiermee sprake van het toevoegen van een geluidsgevoelig object en is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een gezoneerd industrieterrein of een spoorweg. Deze bronnen kunnen derhalve verder buiten beschouwing worden gelaten. Het plangebied is wel gelegen binnen de invloedssfeer van wegen. Derhalve is door Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage bij deze toelichting. Uit het akoestisch onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: “Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: • De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle 30 km/h wegen ten hoogste 43 dB, inclusief aftrek artikel 110g Wgh bedraagt. 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder; • De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle overige (niet gezoneerde rijks)wegen en 30 km/h wegen ten hoogste 47 dB, inclusief aftrek artikel 110g Wgh bedraagt.

• Conform het gemeentelijk geluidbeleid wordt de geluidbelasting van 30 km/h wegen wel inzichtelijk gemaakt in het kader van de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid;

Pagina 25 van 57

• •

De woning beschikt alzijdig over geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte zodat aan het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan; Ten aanzien van wegverkeerslawaai er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Aan te vragen hogere grenswaarden wegverkeerslawaai Voor de onderzochte woning hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Geluidwering van de gevel Algemeen geldt dat voor verblijfsruimten met een geluidbelasting tot 53 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh zonder aanvullende geluidwerende voorzieningen en bij toepassing van gebruikelijke bouwconstructies/materialen (spouwmuren, standaard dubbel glas, enkele kierdichting, ventilatieroosters etc.) een minimale geluidwering van 20 dB wordt bereikt. Een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel is derhalve niet noodzakelijk.” Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft geluid geen belemmeringen.

Pagina 26 van 57

5.3

Bedrijven en milieuzonering

Beleidskader De Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten aantonen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (Wro artikel 3.1 lid 1). Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). Tabel 2: Afstanden/toelaatbaarheid per (milieu)categorie Gebied met functiemenging Gebied met functiescheiding Rustige Cat. Toelaatbaarheid MilieuGemengd woonwijk of categorie gebied rustig buitengebied 1 10 m 0m Activiteiten zijn zodanig 2 30 m 10 m weinig milieubelastend voor 3.1 50 m 30 m hun omgeving, dat deze aanpandig aan woningen – 3.2 100 m 50 m in gebieden met 4.1 200 m 100 m functiemenging – kunnen A 4.2 300 m 200 m worden uitgevoerd. De 5.1 500 m 300 m eisen uit het Bouwbesluit 5.2 700 m 500 m voor scheiding tussen wonen 5.3 1.000 m 700 m en bedrijven zijn daarbij 6 1.500 m 1.000 m toereikend.

B

C

Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Activiteiten uit categorie B waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.

Bron: VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009)

In de praktijk wordt gebruik gemaakt van de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG, editie 2009). Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'kwetsbare' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een grotere functiescheiding dan een Pagina 27 van 57

gebied waar al enige hinder is van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). In beide gevallen wordt er gewerkt met milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden om de functies van elkaar te scheiden. Onderzoek Het plan voorziet in een toevoeging van een woning. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient gekeken te worden naar de eventuele bedrijfs- en milieuhinder van de omliggende bedrijven en de eventuele beperking van de bedrijfsvoering van deze bedrijven. Het plan is getoetst aan de richtafstanden van het VNG-Handreiking Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Omgevingstype De richtafstanden in het VNG-Handreiking hebben betrekking op de omgevingstypen rustige woonwijk en rustig buitengebied. Onder het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ wordt het volgende verstaan: "Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.

Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie, een stiltegebied of een natuurgebied)." Onder het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt het volgende verstaan: "Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend." Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Hagestein, waar naast woningen ook maatschappelijke functies en kleine bedrijven voorkomen. In de toelichting van het bestemmingsplan ‘Dorpen’ is het volgende opgenomen: ‘Het plangebied bestaat voornamelijk uit woongebied waar grote en hinderlijke bedrijven niet gewenst zijn. Enige mate van functiemenging is wel wenselijk. Binnen het plangebied worden daarom bedrijven uit ten hoogste milieucategorie B1 algemeen toelaatbaar geacht.

Dit zijn bedrijven die direct naast of beneden woningen toelaatbaar zijn en zodanig weinig milieubelastend zijn dat de eisen uit het bouwbesluit voldoende zijn om relevante milieuhinder te voorkomen. Met behulp van de SvB 'functiemenging' wordt bepaald welke bedrijven binnen de algemene toelaatbaarheid passen. Bestaande bedrijven uit hogere categorieën dan de algemene toelaatbaarheid worden mogelijk gemaakt via een maatbestemming. Bij bedrijfsbeëindiging of verplaatsing kan zich op die locatie alleen nog een gelijksoortig bedrijf vestigen, of een bedrijf dat past binnen de algemene toelaatbaarheid. Op deze manier wordt relevante milieuhinder in de toekomst voorkomen.’ Hieruit kan geconcludeerd worden dat de locatie onderdeel uitmaakt van een gebied waar functiemenging wenselijk is. Er is daarmee sprake van een ‘gebied met functiemenging’ en wordt er getoetst aan de Staat van Bedrijven ‘functiemenging’. Pagina 28 van 57

In de omgeving van het plangebied zijn de volgende bedrijven aanwezig. Tabel 3: Bedrijven in de omgeving van het plangebied # Bedrijfscategorie 1 Timmerwerkfabriek 2 Ten hoogste categorie B1 toegestaan 3 Nutsvoorziening 4 Ten hoogste categorie B1 toegestaan 5 Kerkgebouw 6 Begraafplaats 7 Brandweerkazerne 8 Tuincentrum 9 ‘Gemengd – Nader uit te werken’ - geen bedrijven toegestaan

Cat. B B B B B B C B -

Voldoet? Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

9 1

2 3

5 7 4

6 8

Afbeelding 10: Overzicht aanwezige bestemmingen / bedrijven

Geconcludeerd wordt dat er wordt voldaan aan de richtafstanden en daarmee sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Omliggende bedrijven worden niet belemmerd als gevolg van het plan. Conclusie Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven en functies worden niet belemmerd als gevolg van het plan. Het plan ondervindt wat betreft bedrijven- en milieuhinder geen belemmeringen.

Pagina 29 van 57

5.4

Bodem

Beleidskader Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen tenminste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Om de kwaliteit van de bodem voor het beoogde woongebruik in kaart te brengen, is door Linge Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage bij deze toelichting. De conclusie van dit onderzoek luidt: “De bodem ter plaatse bestaat uit zand, overgaand in klei op gemiddeld 0.5 m-mv. In de diepere ondergrond is de klei venig. De grond bevat sporen aan baksteenpuin. Dat geldt zowel de zandige bovengrond als de kleiige ondergrond tot een diepte van 1.5 m-mv. Grond De zandige bovengrond van het terrein aan de Dorpsstraat is licht verontreinigd met enkele metalen en PAK. Indicatief is de bovengrond wonen- of industriekwaliteit.

Dat komt overeen met de gegevens van de bodemkwaliteitskaart voor Hagestein. De kleiige ondergrond is indicatief wonen-kwaliteit, door een licht verhoogd gehalte aan koper, kwik en lood. Lood is een aandachtstof bij een bestemming wonen met tuin. Het loodgehalte is geverifieerd door een analyse van de toplaag van de boringen 7 en 8. Er zijn totaal drie analyses lood beschikbaar van de bovengrond. Alle gehaltes liggen onder de tussenwaarde. Olie en PCB's zijn nergens boven de achtergrondwaarde verhoogd. Grondwater De peilbuis staat in de contour van de beoogde nieuwbouw. Alleen voor naftaleen wordt in het grondwater een streefwaarde overschreden. Barium is wel meetbaar maar niet boven de streefwaarde verhoogd. Asbest Er is een mengmonster van de zandige bovengrond met sporen aan baksteenpuin geanalyseerd op asbest. Analytisch is door het lab geen asbest aangetoond in het monster. Ook visueel is nergens asbest waargenomen in of op de bodem. Conclusie, aanbevelingen De licht verhoogde gehaltes in grond en grondwater zijn geen risico voor de volksgezondheid en geen belemmering voor de ontwikkeling van de locatie. Als er grond bij de nieuwbouw vrijkomt, dan kan deze zonder belemmering op het terrein worden hergebruikt. Daarbij moet bovengrond bovengrond blijven en ondergrond ondergrond.

Bevoegd gezag bij de beoordeling van de resultaten van het onderzoek in relatie tot de nieuwbouw is omgevingsdienst Utrecht, namens Gemeente Vijfheerenlanden.”

Pagina 30 van 57

Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect bodem geen belemmeringen.

Pagina 31 van 57

5.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden

Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient er volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige en de te verwachten waarden. De Erfgoedwet maakt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden. Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentenzorgcyclus, die er op is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodemverstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen dan voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien, het beperken van bodemingrepen of het uitvoeren van nader archeologisch onderzoek als behoud in situ niet mogelijk is. Onderzoek Archeologie Op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van het gemeentelijk archeologiebeleid is te zien dat het plangebied is gelegen op een terrein van archeologische waarde.

Plangebied

Afbeelding 11: Archeologische beleidsadvieskaart

Pagina 32 van 57

Hagestein en omgeving werd ontgonnen in de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt in de middeleeuwse bewoningskern van het dorp. Deze historische kern is een bekend behoudenswaardig archeologisch terrein en is opgenomen op de Archeologische Monumentenkaart uit 2014 als AMK-terrein met monumentnummer 10703. Op dit terrein zijn de restanten van kasteel Hagestein uit waarschijnlijk de veertiende eeuw en de resten van de allervroegste stadsvorming van Hagestein bij archeologisch onderzoek vastgesteld. Het plangebied ligt daarmee in een gebied met een vastgestelde hoge archeologische waarde. De bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem zijn in het bestemmingsplan ‘Dorpen’ beschermd door archeologische dubbelbestemmingen. Ter plaatse van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ opgenomen. In de regels is opgenomen dat bij werkzaamheden een archeologisch rapport wordt overlegd waarin blijkt dat archeologische waarden niet worden geschaad. Een dergelijk rapport is niet nodig als de werkzaamheden voorzien in vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

Ook is geen archeologisch rapport nodig als het plan niet voorziet in graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden gerealiseerd. Het plan voorziet in werkzaamheden waarbij er graafwerkzaamheden plaatsvinden. Derhalve is door ADC ArcheoProjecten een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage bij deze toelichting. De conclusie van dit onderzoek luidt: “De […] gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: •

Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? De ondergrond van het plangebied bestaat uit beddingafzettingen van de Hagestein stroomgordel, waarboven een ophogingspakket is opgeworpen. De top van dit pakket is verstoord door recentere bodemingrepen. Langs de huidige Dorpsstraat zijn oeverafzettingen aanwezig onder het ophogingspakket. De top van deze oever is verstoord door activiteiten op het latere ophoogdek.

•

Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De top van het ophoogdek is verstoord door latere bodemingrepen. Deze verstoringen reiken tussen 0,60 m tot 0,80 m -mv.

•

Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? De top van de bedding- en oeverafzettingen, en de onverstoorde ophogingslaag vormen een potentieel archeologisch niveau. Deze zijn in het gehele plangebied aanwezig.

•

Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? De top van onverstoorde ophooglaag ligt op 0,60 m tot 0,80 m -mv (2,75 m tot 4,75 m +NAP). De top van de onderliggende oever- en beddingafzettingen Pagina 33 van 57

liggen op respectievelijk 3,50 m -mv of 1,85 m +NAP, en 2,40 m tot 2,70 m mv (1,15 m tot 1,30 m +NAP). •

Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Er zijn houtskoolspikkels, puinresten en fosfaatvlekken aanwezig in het ophoogdek, en de top van de oeverafzettingen langs de Dorpsstraat. Zo ja: o Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? De indicatoren zijn aangetroffen tussen 0,60 m en 4,00 m -mv, of 1,15 m tot 4,75 m +NAP. o

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=0d8ba142-cb3d-4075-9fed-06f535815286