Toelichting BPHazelaarplein-VA01.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Hazelaarplein, Vianen Gemeente Vijfheerenlanden TOELICHTING
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.1961.BPHazelaarplein-VA01
Datum:
2022-05-20
Contactpersoon Buro SRO:
H.J.M. van Arendonk
Kenmerk Buro SRO:
SR190252
Opdrachtgever:
Gemeente Vijfheerenlanden
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 6 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 7
2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 8 2.2 Beoogde ontwikkeling ......................................................................................................................................... 9
3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 12 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 12 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 14 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 16
4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 20 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 20 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 21 4.3 Geluid ................................................................................................................................................................ 22 4.4 Milieuzonering .................................................................................................................................................. 24 4.5 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 26 4.6 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 28 4.7 Ecologie .............................................................................................................................................................
30 4.8 Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................................................... 32 4.9 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 33 4.10 Niet-gesprongen Explosieven .......................................................................................................................... 35 4.11 Verkeer en Parkeren ....................................................................................................................................... 36 4.12 Duurzaamheid ................................................................................................................................................. 38
5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 39 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 39 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 39 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 39 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 40
6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 42 7 Maatschappelijk uitvoerbaarheid ......................................................................................................... 43 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 43 7.2 Vooroverleg ....................................................................................................................................................... 44 7.3 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 44
3
Bijlage 1. Randvoorwaarden ontwikkeling Hazelaarplein juni 2019 Bijlage 2. Vooronderzoek bodem 12 maart 2017 Bijlage 3. Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai 1 april 2021 Bijlage 4. Quickscan flora en fauna 23 juni 2020 Bijlage 5. Memo bomeninventarisatie Vianen 29 mei 2019 Bijlage 6. Aanvullend onderzoek rugstreeppad 10 juli 2020 Bijlage 7. AERIUS-berekening Hazelaarplein in Vianen 20210802 Bijlage 8. Archeologisch vooronderzoek 3 februari 2020 Bijlage 9. Aanmeldnotitie Hazelaarplein Vianen 20210927 Bijlage 10. Notitie afwijking geluidbeleid Hazelaarplein Vianen 20210924 Bijlage 11. Zienswijzennota bestemmingsplan Hazelaarplein Vianen Bijlage 12. Wijzigingennota bestemmingsplan Hazelaarplein
4
1 Inleiding
1.1 Aanleiding Net buiten het centrum van Vianen, aan de Lekdijk, was theater de Stadshof gevestigd. Inmiddels is het theater verplaatst naar een andere locatie en zijn de gronden braakliggend. Het voornemen is om op de vrijgekomen gronden woningen te realiseren, genaamd 'Woningbouwontwikkeling Hazelaarplein'. Vooruitlopend op de ontwikkeling van het Hazelaarplein wordt door het Waterschap Rivierenland de dijk langs de Lekdijk versterkt. De primaire waterkering, die Vianen beschermt tegen hoogwater, voldoet op een aantal locaties namelijk niet aan nieuwe landelijke waterveiligheidsnormen. Vanwege de dijkversterkingsopgave en de ambitie tot woningbouw hebben de gemeente Vijfheerenlanden en Waterschap Rivierenland samenwerking gezocht. De uitwerking van deze samenwerking hebben beide partijen vastgelegd in een Samenwerkings- en een Realisatieovereenkomst. In de daarmee geformaliseerde afspraken tussen beide partijen wordt in de eerste plaats recht gedaan aan de belangrijke en primaire waterkerende functie van de Lekdijk. Daarnaast zijn afspraken gemaakt onder welke voorwaarden woningbouw in beschermingszone van deze primaire waterkering mogelijk is. Op deze manier creëren beide plannen geen belemmeringen voor elkaar en kunnen beide ontwikkelingen optimaal gebruik maken van de beschikbare ruimte.
De beoogde ontwikkeling aan het Hazelaarplein omvat een stedelijk blok in een groene omgeving met twee woontorens nabij de dijk met uitzicht op de Lek en het Merwedekanaal, alsmede appartementengebouwen met parkeervoorzieningen aan de Brugstraat. De beoogde ontwikkeling wordt als meekoppelkans beschouwd bij de dijkversterking. Het voorgenomen plan betreft de realisatie van maximaal 130 huurwoningen, waarvan minimaal 92 sociale huurwoningen. Binnen het plangebied is een nutsgebouw gevestigd, deze functie blijft gehandhaafd en zal ingepast worden in de nieuwe situatie. De beoogde situatie past niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan 'Kom Vianen'. Om de hierboven geschetste ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan vereist. Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel een nieuw en actueel planologisch-juridisch kader te bieden dat realisatie van het initiatief mogelijk maakt.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied is aan de noordzijde van Vianen gelegen, net buiten het centrum. Vianen is onderdeel van de gemeente Vijfheerenlanden. Kadastraal is het plangebied gelegen binnen perceelnummers 4128, 5773, 6538, 7253 sectie B en deels binnen perceelnummers 7426 en 6537 sectie B. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2 ha. Het plangebied grenst aan de noord- en westzijde aan de Lekdijk, aan de zuidzijde aan de Brugstraat en aan de oostzijde grenst het plangebied aan de Hazelaarstraat en Esdoornstraat.
5
Op de navolgende afbeelding is de ligging zowel globaal als meer in detail weergegeven.
Ligging plangebied, plangrenzen binnen rode kader (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Begrenzing plangebied, plangrenzen binnen rode kader (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3 Geldend bestemmingsplan Het geldend bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Kom Vianen', vastgesteld op 11 mei 2010 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Vianen. Binnen het plangebied gelden de enkelbestemmingen 'Maatschappelijk', 'Groen', 'Bedrijf' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Tevens gelden de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterkering', 'Waarde - Archeologie - 2' en 'Leiding Riool'. Verder geldt de gebiedsaanduiding 'milieuzone'. De volgende afbeelding toont een fragment van de verbeelding ter plaatse van het plangebied.
Uitsnede bestemmingsplan 'Kom Vianen', plangrenzen binnen rode kader (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
6
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van activiteiten gericht op sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder begrepen: gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, religie, bibliotheken, openbare dienstverlening, verenigingsleven, één en ander zoals genoemd in de categorieën 1 en 2 van de bij de planregels behorende Staat van maatschappelijke voorzieningen. Binnen de maatschappelijke bestemming is een bouwvlak opgenomen, het bouwvlak mag volledig worden bebouwd met een maximum bouwhoogte van 5 m. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor een bedrijf in de categorieën 1 en 2 van de bij de planregels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten. Binnen de bedrijfsbestemming is een bouwvlak opgenomen, het bouwvlak mag volledig bebouwd worden met gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Andere delen van het plangebied zijn bestemd voor 'Groen' en voor 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Aan de noord- en westzijde van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Deze gronden zijn mede bestemd voor de waterkering, waterhuishouding en waterstaat. Aan de noordzijde van het plangebied geldt tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2', gericht op het behoud en de bescherming van aanwezig of te verwachten archeologische waarden.
Dwars door het plangebied is de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' gelegen in verband met de aanwezige rioolpersleiding en de daarbij behorende beschermingszone. Als laatst is het plangebied geheel gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Milieuzone'. Hiervoor geldt op basis van de Provinciale Milieuverordening een boringsvrije zone voor de instandhouding en bescherming van de kleilaag diep in de bodem ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Volgens de Provinciale Milieuverordening zijn grondwerkzaamheden op een diepte van 40 meter of meer, zoals het maken van boorputten, grond- en funderingswerken, niet toegestaan, tenzij Gedeputeerde Staten daarvoor een ontheffing verlenen. De realisatie van maximaal 130 woningen past niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bestemmingswijziging van de bestemming 'Maatschappelijk' naar de bestemming 'Wonen', waarbij de randen waar mogelijk voorzien worden van de bestemming 'Groen'. De bestaande bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt aangepast om in de toekomst voldoende parkeerplaatsen te kunnen waarborgen en tevens in een passende ontsluiting van het plangebied te voorzien. De bestaande bestemming 'Bedrijf' en de geldende dubbelbestemmingen zullen behouden blijven.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de economische en hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7
2 Planbeschrijving
2.1 Huidige situatie Omgeving Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van Vianen, net buiten het centrum. Aan de west- en noordzijde grenst het plangebied aan de Lekdijk. Aan de noordzijde is een rioolwaterzuiveringsinstallatie gelegen en aan de westzijde is een sluis gelegen. Aan de zuidzijde bevindt zich de naoorlogse woonwijk 'De Hagen'. Direct ten zuiden van het plangebied, aan de Brugstraat, is een appartementencomplex bestaande uit vijf bouwlagen gelegen. Ten zuidoosten van het plangebied bestaan de woonbuurten uit een compositie van appartementengebouwen, eengezinswoningen en bejaardenwoningen om of in een gemeenschappelijke (binnen-)tuin. Grenzend aan het plangebied is een woongebouw met negen bouwlagen aanwezig. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de Hazelaarstraat en de Esdoornstraat. Hier zijn met name rijtjeswoningen gelegen, bestaande uit twee en drie bouwlagen met een kap. Op het perceel Lekdijk 1 (hoek Lekdijk-Brugstraat) is een opslag van Rijkswaterstaat gelegen ten behoeve van de opslag van sluisschotten. Dit gebouwtje blijft behouden. Plangebied Voorheen was binnen het plangebied theater De Stadshof gevestigd. In de huidige situatie is het theater gesloopt en verplaatst naar een andere locatie binnen Vianen. Het plangebied is in de huidige situatie braakliggend, met opgaande beplanting aan de randen van het plangebied.
In de zuidoostelijke hoek is tevens een te behouden waterpartij aanwezig. Aan de noordwestzijde is een nutsvoorziening (Rioolgemaal Vianen-De Hagen, Lekdijk 3) gevestigd met een oppervlakte van ca. 210 m² en een gebouwtje in één laag met een kap. Deze voorziening zal behouden blijven. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie binnen het plangebied.
8
Impressie huidige situatie plangebied (bron: Buro SRO)
2.2 Beoogde ontwikkeling Ten behoeve van het voorgenomen plan zijn door de gemeente Vijfheerenlanden stedenbouwkundige randvoorwaarden (juni 2019) opgesteld, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1. Het plangebied is opgedeeld in drie deelgebieden, waarbij elk gebied zijn eigen karakteristieken en randvoorwaarden heeft. Daarnaast zijn er algemene randvoorwaarden opgesteld. Het voorgenomen plan vindt aansluiting bij deze randvoorwaarden, dit wordt hieronder toegelicht. Onderstaande afbeelding toont de ligging van de verschillende deelgebieden.
Overzicht deelgebieden (bron: gemeente Vijfheerenlanden)
9
Uitwerking stedenbouwkundig plan (bron: SVP architectuur en stedenbouw, juni 2021)
Deelgebied A Dit deelgebied is qua oppervlakte het grootste deelgebied en sluit direct aan op de bestaande woonwijk 'De Hagen'. Om aan te sluiten bij de bouwhoogten en structuur van deze woonwijk is het voornemen een complex te realiseren bestaande uit twee L-vormige appartementengebouwen met 4 en 5 bouwlagen, met daartussen een parkeervoorziening. De appartementengebouwen zullen als paviljoenblok fungeren in de kom binnen de dijk. Deelgebied B Dit deelgebied is georiënteerd op het Merwedekanaal ten westen van het plangebied en aan de noordzijde op de uiterwaarden van de Lek. Gezien de ligging op de rand van het bebouwd en landelijk gebied is hier een 'landmark' mogelijk: vanaf het water markeert dit gebouw de entree van Vianen. Beoogd wordt om een appartementengebouw te realiseren met 7 bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 26 m. Deelgebied C Dit deelgebied is georiënteerd op de uiterwaarden en de Lek aan de noordzijde van het plangebied. Het grenst aan de oostzijde aan de bestaande woonwijk. Het voornemen is een appartementengebouw te realiseren van 7 bouwlagen, met een maximale bouwhoogte van 26 m. Qua opzet is dit gebouw gelijk aan het gebouw aan het Merwedekanaal.
10
Onderstaande afbeelding toont een impressie van de beoogde situatie.
Vogelvlucht van de beoogde situatie (bron: SVP architectuur en stedenbouw d.d. 24 juni 2021
Door de variatie in bouwhoogte van de gebouwen in de verschillende deelgebieden ontstaat een afwisselend beeld en wordt ‘muur-vorming' langs de Lekdijk voorkomen. Programma en doelgroep Het voorgenomen plan betreft de realisatie van een viertal appartementengebouwen voor in totaal maximaal 130 huurwoningen, waarvan minimaal 92 sociale huurwoningen. Verkeer en parkeren De Brugstraat geldt als hoofdontsluitingsweg voor het plangebied. In de toekomstige situatie vindt de ontsluiting van het autoverkeer plaats met een nieuwe aansluiting op de Brugstraat en het doortrekken van de Hazelaarstraat. Het gaat hierbij om een 30 km/per uur weg. Het bestaande voetpad naar de Lekdijk zal worden gehandhaafd. Conform de CROW-normen dient te worden voorzien in 160 parkeerplaatsen, dit wordt nader toegelicht in toelichting paragraaf 4.11. Het parkeren zal deels in het openbaar gebied plaatsvinden. Het uitgangspunt is, om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen, dat voor sociale huur 30% gebouwd parkeren wordt gerealiseerd en voor vrije sector 50%.
11
3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, in het bijzonder sterke en gezonde steden en regio's. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voortaan heeft de wetgever in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Onderhavig plan valt niet binnen een van de projecten aangewezen in het Barro. Vanuit het Barro vloeien dan ook geen specifieke randvoorwaarden voort voor onderhavig plan.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
12
De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.
3.
4.
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De voorgenomen herontwikkeling maakt planologisch 130 woningen mogelijk en wordt daarom aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Behoefte Allereerst wordt beoordeeld of de beoogde ontwikkeling voorziet in de behoefte. Dit is verplicht om de nieuwe stedelijke ontwikkeling af te stemmen op de actuele behoefte en de wijze waarop in die behoefte wordt voorzien ook regionaal af te stemmen. De provinciale woningbouwcijfers zijn opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS). De provincie heeft een programma van 68.330 woningen opgenomen in de PRS (herijking 2016). Van dit programma kan 91% (62.475 woningen) worden gerealiseerd binnen de rode contouren. Daarmee voldoet de provincie aan haar ambitie om ten minste twee derde deel in het bestaand stedelijk gebied (binnen de rode contouren) te realiseren.
Onderstaande tabel toont het woningbouwprogramma zoals bepaald in de PRS.
Woningbouwprogramma PRS (bron: ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl)
In de voormalige gemeente Vianen liggen de bebouwingskernen Everdingen, Hagestein, Vianen en Zijderveld. Uit de structuurvisie van de voormalige gemeente Vianen, zie toelichting paragraaf 3.3.1, blijkt dat voor de totale gemeente Vianen werd uitgegaan van een woningbouwprogramma van 2.150 woningen
13
die volledig binnen de rode contouren kan worden gerealiseerd. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat het Hazelaarplein valt binnen bestaand stads- en dorpsgebied en binnen de rode contouren.
Ligging plangebied binnen bestaand stedelijk gebied (bron: ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl)
Het initiatief sluit ook aan op de ambities uit de 'Woonvisie Vijfheerenlanden 2020 - 2025', waarin o.a. gepleit wordt voor een betere spreiding van de sociale voorraad. Tevens is hierin op lange termijn een tekort aan sociale huurwoningen in Vianen voorzien. Met het voorgenomen plan, de realisatie van maximaal 130 huurwoningen wordt ingespeeld op de woningbehoefte binnen de gemeente Vianen. Gezien voorgaande kan gesteld worden dat de ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht De Omgevingsvisie provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld. De ruimte in de provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: 'hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken'. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is de provincie Utrecht een inclusieve en circulaire provincie:
• • • • • • •
waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.
Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. De provincie combineert bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij is voldoende ruimte om
14
te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. En door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren), wordt er juist gezorgd dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zon- en windenergie en het verbouwen van voedsel. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie De vraagstukken waar we voor staan kan de provincie niet alleen oplossen. Samenwerking met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie en medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal. Alleen dan kunnen de ambities bereikt worden. Planspecifiek De provincie kiest er in algemene zin voor om de algemene ruimtevraag voor wonen en werken op een duurzame wijze te accommoderen door middel van binnenstedelijke en binnendorpse ontwikkelingen. Daarbij is aandacht voor bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit van belang. In onderhavig geval wordt met de realisatie van maximaal 130 huurwoningen, als onderdeel van een herontwikkeling van het Hazelaarplein, goed gebruikgemaakt van bestaand stedelijk gebied net buiten het centrum van Vianen. Daarnaast wordt er met het voorliggende plan rekening gehouden met klimaatadaptatie en duurzaamheid. De nieuwe woningen zullen aardgasloos uitgevoerd worden en worden voorzien van duurzame materialen, goede isolatie en duurzame installaties.
Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie provincie Utrecht.
3.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Het beleid van de Omgevingsvisie wordt uitgevoerd met behulp van de op 10 maart 2021 vastgestelde Interim Omgevingsverordening en Programma's: De Omgevingsverordening In de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Programma's Om het beleid uit te voeren zijn er niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma’s.
De provincie zal hier samen met overheden, partners en de samenleving invulling aan geven. Bijvoorbeeld in het programma ‘wonen en werken’. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere zaken, zoals dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Met de Omgevingsvisie wil de provincie Utrecht duidelijkheid geven hoe de Utrechtse leefomgeving ingericht kan worden. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie Utrecht een ontwikkeling stimuleren, de andere zorgt ze ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen. Planspecifiek Volgens kaart 19 van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht blijkt dat het plangebied gelegen is in het Stedelijk gebied. Artikel 9.15 stelt dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties
15
binnen stedelijk gebied bestemmingen en regels kan bevatten voor verstedelijking en voor woningbouw. Er kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied toegestaan is volgens de Interim Omgevingsvisie provincie Utrecht.
3.3 Gemeentelijk beleid Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is deels nog uitgegaan van het beleid van de voormalige gemeente Vianen. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit beleid op termijn vertaald worden in beleid voor de gemeente Vijfheerenlanden. Inmiddels heeft de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden o.a. reeds de 'Woonvisie Vijfheerenlanden 2020 - 2025' en 'Samenhangend duurzaamheid beleid' vastgesteld.
3.3.1 Structuurvisie Vianen 2030 Op 4 december 2012 heeft de gemeenteraad van Vianen de Structuurvisie Vianen 2030 vastgesteld. De Structuurvisie Vianen 2030 vormt een actualisatie van de Structuurvisie 2015. Daarnaast zijn de maatschappelijke trends en toekomstverwachtingen in beeld gebracht. De structuurvisie bevat doelstellingen voor de thema's bevolking en wonen, voorzieningen, bedrijventerreinen, infrastructuur en verkeer, landschap, natuur en water, recreatie, toerisme, voorzieningen en leefbaarheid. Vianen streeft naar het bereiken van een inwoneraantal van minimaal 21.000. De gemeentelijke groeiambitie sluit aan op de 'Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028'. Dit betekent 2.150 nieuw te bouwen woningen in de PRS-periode, verdeeld over 650 woningen binnenstedelijk, binnen de rode contour, en 1.500 woningen buiten stedelijk, buiten de rode contour, tot 2028. Het aantal woningen dat binnen de rode contouren kan worden ontwikkeld is niet limitatief; het staat de gemeente vrij om binnen de rode contouren hogere woningaantallen te realiseren. Door de gemeente Vianen zijn enkele mogelijke locaties voor transformatie naar woningbouw genoemd. De genoemde binnenstedelijke locaties hebben een richtinggevende en illustratieve betekenis. Planspecifiek Het voorgenomen plan betreft de realisatie van appartementengebouwen ten behoeve van maximaal 130 woningen.
Uit de structuurvisie blijkt dat er behoefte is aan ca. 650 woningen tot 2030, met het voorgenomen plan wordt er invulling gegeven aan deze behoefte. Tevens toont onderstaande afbeelding dat het plangebied is gelegen op een locatie die is bestempeld als mogelijke locatie voor de transformatie naar woningbouw.
Uitsnede structuurvisiekaart, plangrenzen binnen rode kader (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de Structuurvisie Vianen 2030 en geeft invulling aan de woningbehoefte binnen Vianen.
16
3.3.2 Toekomstvisie Vianen 2025 De gemeente Vianen heeft in de 'Toekomstvisie Vianen 2025' ambitieuze uitdagingen beschreven; een nog aantrekkelijkere woonomgeving, historische en landschappelijke waarden beter zichtbaar maken en gericht investeren in vitaliteit en dynamiek door economie en toerisme te ontwikkelen. Eén van de bouwstenen voor de visie is het boek 'Toekomstdromen voor een Vrijstad'. Daarin staan voorbeelden van ruimtelijke projecten die deze ambities concreet maken, zoals het Hazelaarplein. Het Hazelaarplein ondergaat volgens 'Toekomstdromen voor een Vrijstad' een totale transformatie op het moment dat de oude Stadshof is afgebroken. Er wordt de volgende ambitie voor het Hazelaarplein uitgesproken: “Er is een mooi woongebied ontwikkeld voor verschillende typen woningen met veel kwaliteiten en diversiteit. Het nieuwe appartementencomplex is een echte landmark langs de Lekdijk geworden en een duidelijke markering van de wijk 'De Hagen'. De woningen hebben fantastisch uitzicht op de Lek en het vernieuwde Sluiseiland. Planspecifiek Binnen het beleidthema ‘wonen’ geldt dat de toekomstvisie zich inzet op de beschikbaarheid van starterswoningen, seniorenwoningen en het accommoderen van lichte groei in het inwonersaantal. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 130 huurwoningen, waarvan minimaal 92 woningen in de sociale huursector wordt aangeboden.
Hierdoor zal een groot deel van de appartementen bereikbaar worden voor lagere inkomensgroepen, waaronder starters en senioren. Tevens is het voorgenomen plan passend binnen de ambitie voor het Hazelaarplein zoals gesteld in de toekomstvisie 'Toekomstdromen voor een Vrijstad'. Het voormalig theater Stadshof is in de huidige situatie reeds gesaneerd, waardoor de gronden vrijkomen voor woningbouw. Dit maakt dat het plan in lijn is met de ambities uit de toekomstvisie.
3.3.3 Woonvisie Vijfheerenlanden 2020 - 2025 Op 16 juli 2020 is de Woonvisie Vijfheerenlanden 2020 - 2025 ‘Samen sterk, met eigenheid en diversiteit’ vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden. De gemeente Vijfheerenlanden zet zich in voor een duurzaam en solidair leefklimaat. Het is belangrijk om woningen te verduurzamen, waar mogelijk levensloopbestendig te maken en doorstroming te bevorderen. Vijfheerenlanden is een prettige gemeente om in te wonen en dat willen we graag zo houden en waar mogelijk versterken. Het doel van de woonvisie is dat het voor iedereen goed wonen is in Vijfheerenlanden en de woonwensen en woningbehoefte van al onze inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Een van de ambitie is een betere spreiding van de sociale voorraad. Het aantal huishoudens blijft de komende jaren toenemen. In de periode 2020 tot 2030 met ruim 2.500 huishoudens. Daarna groeit dit aantal verder door tot circa 27.015 huishoudens in 2040. In totaal gaat het voor de periode 2020-2040 om een extra behoefte ruim 3.860 woningen.
•
Gezinnen zijn de grootste doelgroep in Vijfheerenlanden. De omvang van deze groep neemt de komende jaren verder toe.
• •
De oudere doelgroep groeit relatief hard, tot 2040 zelfs met meer dan 50%.
•
Het aantal jonge huishoudens (tot 35 jaar) krimpt tot 2030 ongeveer 10%.
Het aantal alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 65 jaar groeit ook, zij het minder sterk. Vanaf 2030 neemt de omvang van deze groep weer af.
Over de hele linie is daarbij sprake van huishoudensverdunning. Met andere woorden, een verschuiving naar steeds kleinere huishoudens. Daarbij wordt geconstateerd dat Vianen te maken heeft met een sterke vergrijzing, maar ook met een toename van andere huishoudensgroepen. In Vianen wordt de groei van het aantal huishoudens voor het grootste deel veroorzaakt door de groep alleenstaanden en stellen van 65 jaar en ouder.
17
Of initiatieven gefaciliteerd kunnen worden hangt af van lokale omstandigheden en bijvoorbeeld de beschikbaarheid van transformatielocaties. Zo worden lokale initiatieven die de bestaande voorraad aanvullen en passen binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking graag gefaciliteerd. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een viertal appartementengebouwen voor in totaal maximaal 130 huurwoningen. Het gaat om minimaal 92 sociale huurwoningen. Er wordt daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de woningvoorraad in de kern Vianen en passend binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het beoogde programma sluit aan bij de ambitie om te komen tot een betere spreiding van de sociale voorraad, waarbij in de Woonvisie op lange termijn een tekort aan sociale huurwoningen in Vianen is voorzien. Het voorliggende initiatief past binnen de ambities van de 'Woonvisie Vijfheerenlanden 2020 - 2025'.
3.3.4 Welstandsnota Vianen De gemeente Vianen heeft sinds 2004 een welstandsnota zoals aangegeven in de Woningwet. Met de herziening van 2015 heeft de gemeente het beleid geactualiseerd en waar mogelijk vereenvoudigd. Op 29 september 2015 is de herziening van de Welstandsnota Vianen vastgesteld. Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Vianen kiest ervoor om keuzes te maken waardoor er meer aandacht en tijd kan worden besteed aan de kernwaarden en kwaliteiten van de gemeente. De meeste woongebieden en bedrijventerreinen zijn aangewezen als gebieden waar geen welstandscriteria gelden. Hier is een vrij niveau van toepassing. Redelijke eisen van welstand zijn alleen van toepassing voor het centrum, het landelijk gebied, de kleine kernen en langs enkele hoofdroutes. Hiermee kan op beeldbepalende plekken in meer of mindere mate gestuurd worden op het aanzien van de gemeente. Een hoge beeldkwaliteit is het uitgangspunt in het centrum van Vianen en het landelijk gebied, welstand moet in dit gebied bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit.
In de overige gebieden waar welstand van toepassing blijft, wil de gemeente zich terughoudend opstellen en waar mogelijk ruimte laten voor vrije vormgeving. Planspecifiek Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zal het voorgenomen plan getoetst worden aan de hand van de van toepassing zijnde welstandscriteria. Door de gemeente Vijfheerenlanden zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld, dit wordt in toelichting hoofdstuk 2 omschreven.
3.3.5 Samenhangend Duurzaamheid beleid In het coalitieakkoord 2019 - 2022 is een samenhangend beleid op duurzaamheid aangekondigd. Met de nota 'Samenhangend Duurzaamheid beleid' (vastgesteld 4 februari 2021) wordt hier invulling aan gegeven. Uitgangspunt is dat steeds rekening wordt gehouden met de effecten op ‘elders’ en ‘later’, zodanig dat een ontwikkeling in balans is met zijn omgeving. Met het duurzaamheidsbeleid wordt richting gegeven aan diverse activiteiten op het gebied van duurzaamheid. Hiermee wordt een fundering geboden voor drie pijlers: ‘Energie en verantwoord’, ‘Circulair en schoon’ en ‘Klimaatrobuust en biodivers’. Energie en verantwoord Vijfheerenlanden streeft naar een CO2-neutrale gemeente. CO2-neutraal betekent dat er per saldo geen geen CO2 wordt uitgestoten. Dit wordt bereikt door een combinatie van energiebesparing, opwek van duurzame energie en compensatie van de CO2-uitstoot. Door verantwoord te ondernemen wordt de concurrentiepositie versterkt, het kennisniveau verhoogd en wordt er bewust omgegaan met de mensen, grondstoffen en het ecosysteem.
18
Circulair en schoon Zowel landelijk als binnen de gemeente Vijfheerenlanden zijn nog steeds veel lineaire productieprocessen. Dat betekent dat er nog steeds veel grondstoffen met het restafval verdwijnen. Om zorgvuldiger met deze grondstoffen en reststromen om te gaan wordt gestreefd naar circulaire en schone productieprocessen. Klimaatrobuust en biodivers De laatste jaren zijn er al meer periodes met droogte of extreme neerslag, dit vraagt aanpassingen in het vergroenen van zowel de bebouwde omgeving als in het landelijk gedeelte van onze gemeente. Kijkend naar de biodiversiteit dan wijzen landelijke data uit dat het aantal insecten(soorten) dramatisch afneemt. In de toekomst wordt gestreefd naar een klimaatrobuust en herstel van de biodiversiteit binnen de gemeente Vijfheerenlanden. Planspecifiek Het voorliggende initiatief past binnen de doelstellingen van Samenhangend Duurzaamheid beleid van Vijfheerenlanden. In het kader van de aanvraag de omgevingsvergunning zal het voorgenomen plan worden getoetst aan de uitgangspunten van BENG.
19
4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.
c.
d.
het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.
Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:
• • •
Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).
De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Per 1 januari 2021 is de Verzamelwet IenW 2019 in werking getreden. Dit heeft er onder andere toe geleid dat artikel 7.28 van de Wet milieubeheer gewijzigd. De wijziging houdt in dat voor gevallen onder de drempelwaarden (kolom 2) van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (informele m.e.r.beoordeling) een m.e.r.-beoordelingsbesluit in een dergelijk geval niet al moet worden voorgelegd bij de aanvraag. Dit betekent dat de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling tegelijk met de procedure voor de vergunningaanvraag kan lopen. Planspecifiek Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van voorliggend ruimtelijk plan valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2.000 woningen of
20
meer. Omdat het in dit geval om 130 woningen gaat, is een m.e.r.-beoordeling niet vereist en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: a. b.
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
In het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden de belangrijkste milieugevolgen, waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie, aan de hand van de relevante selectiecriteria van bijlage III bij de Europese m.e.r.-richtlijn, in beeld gebracht in een aparte aanmeldnotitie (Buro SRO, 27 september 2021); zie bijlagen bij toelichting, bijlage 9. Op basis van de aanmeldnotitie kan geconcludeerd worden dat belangrijke milieugevolgen uitgesloten kunnen worden. Het bevoegd gezag kan op basis van de aanmeldnotitie een besluit nemen over de uitkomst van de vormvrije m.e.r.-beoordeling, of er al dan niet een m.e.r.(-beoordeling) nodig is en publiceert dit in een m.e.r.beoordelingsbesluit. Er is geen sprake van een aparte bezwaar- en beroepsprocedure bij het besluit over de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bezwaar en beroep is alleen mogelijk tegelijkertijd met de procedure voor het bestemmingsplan.
4.2 Bodem Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan grotendeels de bestemming 'Maatschappelijk'. De beoogde ontwikkeling is een wijziging naar een 'strenger bodemgebruik'. Er is een vooronderzoek uitgevoerd (Royal Haskoning DHV, Vooronderzoek bodem, d.d. 12 maart 2017, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 2. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de dijkverbetering van de Lekdijk in Vianen. In aanvulling hierop zal in het kader van de omgevingsvergunning bouwen een verkennend bodemonderzoek plaats vinden.
In het vooronderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden die binnendijks of buitendijks zijn gelegen. Onderhavig plangebied is binnendijks gelegen. Grondverzet binnendijks Grondverzet binnendijks mag plaatsvinden onder het regime van de bodembeheernota Regio ZuidoostUtrecht, na onderzoek volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en op basis van de uitzonderingen voor de onderzoeksverplichting zoals zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Verdachte locaties binnendijks Binnendijks direct grenzend aan de dijk liggen enkele voormalige boomgaarden. In de bovenste 30 cm van de bodem kunnen als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen OCB’s in verhoogde gehalten aanwezig zijn. Voor grond die afkomstig is uit deze zone en die wordt toegepast in een andere zone binnen de grenzen van de bodemkwaliteitskaart Regio Zuidoost-Utrecht geldt gebiedsspecifiek beleid. Grondverzet binnen de zone ‘boomgaard’ is toegestaan. Wel dienen boven- en ondergrond gescheiden te worden ontgraven en toegepast.
21
Zowel buitendijks (in de uiterwaard) als binnendijks zijn watergangen gedempt. Meestal is er gedempt met gebiedseigen grond. In enkele gevallen is hiervoor bodemvreemd materiaal gebruikt, afhankelijk van de ingreep in de bodem kan dit een risico zijn. Naar verwachting is in het projectgebied geen bodemvreemd materiaal gebruikt voor demping van sloten. Tijdens het verkennende bodemonderzoek, dat in een later stadium uitgevoerd zal worden, wordt hieraan extra aandacht besteed. Conclusie Het uitgevoerde vooronderzoek is afdoende in het kader van het bestemmingsplan. In aanvulling hierop wordt in het kader van de omgevingsvergunning bouwen nog een bodemonderzoek uitgevoerd. De omgevingsdienst adviseert om dan extra aandacht te besteden aan de gedempte sloten. Het aspect 'bodem' vormt dan ook geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.3 Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh):
• •
woningen; geluidsgevoelige terreinen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft);
•
andere geluidsgevoelige gebouwen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, niet zijnde een woning).
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. De meest voorkomende vorm van geluidhinder is degene die wordt veroorzaakt door het wegverkeer. Zo stelt de wet dat in principe de geluidsbelasting op woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet mag overschrijden. De voorkeursgrenswaarden is de waarde die zonder meer kan worden toegestaan. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur wegen, op een bepaalde afstand van de geluidsgevoelige functie(s). Indien na akoestisch onderzoek blijkt dat de grenswaarden van de gevelbelasting worden overschreden dient er een ontheffing te worden verkregen via een hogere voorkeursgrenswaarde procedure. De maximale ontheffingswaarde voor nieuw te bouwen woningen in stedelijk gebied is 63 dB. Planspecifiek De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Vianen binnen de geluidzone van de Brugstraat, de Lekdijk, de Brugdijk en de Jan Blankenweg.
De woongebouwen liggen tevens op korte afstand van de nieuw te realiseren ontsluitingsweg, dit is een 30 km weg zonder geluidzone. Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) dienen de geluidsbelastingen op de gevels van de woningen te worden onderzocht en getoetst. Door Adviesburo van der Boom is op 1 april 2021 een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting uitgevoerd, zie bijlagen bij toelichting bijlage 3. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat: 1. de geluidbelasting door wegverkeer op de Brugstraat bedraagt ten hoogste 54 dB na aftrek van 5 dB ex art 110g Wgh op de zuidgevels; 2. de geluidbelasting door wegverkeer op de Lekdijk (60 km/u) bedraagt ten hoogste 52 dB na aftrek van 5 dB ex art 110g Wgh;
22
3. 4.
in beide gevallen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, maar niet de maximale hogere waarde van 63 dB; de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden door wegverkeer op de overige gezoneerde wegen.
Voor de gevels van de betreffende woningen (64 woningen) dient derhalve een hogere waarde te worden aangevraagd van 54 dB (Brugstraat) en 52 dB (Lekdijk). Beleidsregel hogere waarden, gemeente Vijfheerenlanden Conform de 'Beleidsregel hogere waarden' stelt de gemeente Vijfheerenlanden daarbij een aantal eisen en inspanningsverplichtingen aan het plan. De eisen en inspanningsverplichtingen zijn in een afzonderlijke notitie beschouwd en waar nodig van een motivering voorzien indien afwijken nodig is omdat redelijkerwijs niet aan de eis of inspanningsverplichting kan worden voldaan, zie bijlagen bij toelichting bijlage 10. Vanuit het gemeentelijk beleid wordt per woning een geluidluwe gevel geëist (van 48 dB). Het voorgenomen plan voorziet in de huidige planopzet in de realisatie van 8 appartementen die geen geluidluwe gevel hebben. De voorkeursgrenswaarde wordt met maximaal 1 dB overschreden (49 dB). Omdat er sprake is van een geringe overschrijding van de voorkeurswaarde is in overleg met de gemeente Vijfheerenlanden bepaald dat in afwijking van de Beleidsregel hogere waarden voor maximaal 8 appartementen voor de geluidluwe gevel een geluidbelasting van 49 dB is toegestaan, mits voldoende is aangetoond dat hier niet aan de waarde van 48 dB kan worden voldaan. Er worden bronmaatregelen getroffen (stil asfalt).
Bij het berekenen van de geluidbelastingen is er rekening mee gehouden dat er op de Brugstraat en de Lekdijk stil asfalt is toegepast (SMA-NL 8G+). Aan de Lekdijk is het stille asfalt reeds toegepast. Het stille asfalt aan de Brugstraat wordt toepast na afronding van het woonrijpmaken van de gronden binnen het plangebied. Dit is middels een voorwaardelijke verplichting bepaald in de regels van onderhavig bestemmingsplan (artikel 6.3.2 van de regels). Overdrachtsmaatregelen zoals schermen zijn stedenbouwkundig niet haalbaar. Het toepassen van een loggia of afsluitbare balkons is stedenbouwkundig gezien niet wenselijk. Hieruit blijkt dat er voor maximaal 8 appartementen niet kan worden voldaan aan de waarde van 48 dB. De verdere beoordeling zal plaatsvinden in het kader van de omgevingsvergunning. Toetsing goed woon- en leefklimaat Om in de woningen een aanvaardbaar geluidsniveau te realiseren is het vanuit het hogere waardenbeleid noodzakelijk de gecumuleerde geluidbelasting (inclusief 30 km/uur wegen) als uitgangspunt aan te houden bij het onderzoek naar de geluidwering van de gevel. In het akoestisch onderzoek is effect van cumulatie van de verschillende bronnen van wegverkeer waaronder de 30 km wegen onderzocht. De geluidbelasting door alle wegen samen bedraagt ten hoogste 59 dB. Voor nieuwbouw wordt een binnenniveau van 33 dB als acceptabel beschouwd in het Bouwbesluit.
De maximale geluidbelasting op de woningen bedraagt 59 dB, exclusief aftrek ex. art. 110g Wgh. Dit betekent dat er een geluidwering van 26 dB is vereist om aan het vereiste binnenniveau van het Bouwbesluit te kunnen voldoen. Een standaard gevel heeft een geluidwering van 20 dB. Er moeten dus extra geluidwerende maatregelen worden genomen. Voor gevels met een geluidbelasting van ten hoogste 53 dB zonder aftrek, bedraagt de benodigde karakteristieke geluidwering GA;k 20 dB. Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Voor deze gevels zijn geen aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig. Conclusie In de huidige planopzet voorziet het voorgenomen plan in de realisatie 64 appartementen waarbij de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden, maar niet de maximale hogere waarde van 63 dB. Derhalve dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Hierbij wordt de 'Beleidsregel hogere waarden' van de gemeente Vijfheerenlanden gehanteerd. In afwijking van de 'Beleidsregel hogere waarden' is bepaald dat voor maximaal 8 appartementen voor de geluidluwe gevel een geluidbelasting van 49 dB is toegestaan, mits in kader van de omgevingsvergunning voldoende is aangetoond dat hier niet aan de waarde van 48 dB kan worden voldaan. Daarnaast dient in het kader van de omgevingsvergunning aangetoond te worden dat er wordt voldaan aan de eisen voor nieuwbouw conform het Bouwbesluit.
23
4.4 Milieuzonering Het aspect bedrijven en milieuzonering gaat in op de invloed die bedrijven kunnen hebben op hun omgeving. Deze invloed is afhankelijk van de afstand tussen een gevoelige bestemming en de bedrijvigheid. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Bij een ruimtelijke ontwikkeling kan sprake zijn van reeds aanwezige bedrijvigheid en van nieuwe bedrijvigheid. Milieuzonering heeft betrekking op het ruimtelijk scheiden van milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies zoals woningen. Doel hiervan het garanderen van een goed woon- en leefklimaat bij de te ontwikkelen woningen en het voorkomen van belemmeringen voor de bedrijfsvoering van in de omgeving aanwezige bedrijven. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals: geluid, geur, gevaar en stof. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend. De VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) is de meest gebruikte methode bij milieuzoneringen.
In de handreiking worden voor vier verschillende milieuaspecten richtafstanden aanbevolen voor milieubelastende activiteiten (bedrijven) ten opzichte van een rustige woonwijk. De grootste richtafstand is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Wanneer bij de invulling van het plangebied uitgegaan wordt van kleinere afstanden dan de richtafstanden, dan moet worden onderbouwd:
•
waarom er toch sprake kan zijn van een goed woon-en leefklimaat en/of waarom een kleinere afstand kan volstaan;
•
dat er geen extra belemmeringen optreden voor de bedrijfsvoering van de aanwezige bedrijven.
Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Het scheiden van milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen dient twee doelen: