CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting 'Aaksterveld 2, Ameide'.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 21 april 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Aaksterveld 2, Ameide13.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Aaksterveld 2, Ameide’

0

Toelichting bestemmingsplan ‘Ameide, Aaksterveld 2’

Identificatiecode: NL.IMRO.1961.bpAMAaksterveld2-VA01 Datum: 24-01-2022 Status: Vastgesteld

1

Inhoudsopgave 1 INLEIDING ..............................................................................................................2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................2 1.2 Ligging plangebied ..........................................................................................2 1.3 Vigerend bestemmingsplan .............................................................................3 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................3 2 BESTAANDE SITUATIE.........................................................................................4 2.1 Algemeen ........................................................................................................4 2.2 Huidig gebruik ..................................................................................................4 3 PLANBESCHRIJVING ............................................................................................5 3.1 Plan..................................................................................................................5 3.2 Verkeer en parkeren ........................................................................................6 3.3 Duurzaamheid

.................................................................................................6 4 BELEIDSKADER ....................................................................................................8 4.1 Rijksbeleid .......................................................................................................8 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ............................................................8 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ..............................8 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .............................................................9 4.1.4 Conclusie rijksbeleid .................................................................................9 4.2 Provinciaal beleid ......................................................................................... 10 4.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht ......................................................... 10 4.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht ................................. 11 4.2.3 Conclusie provinciaal beleid .................................................................. 12 4.3 Regionaal Beleid .......................................................................................... 13 4.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ ........................

13 4.3.2 Regionale woonvisie .............................................................................. 13 4.3.3 Conclusie regionaal beleid .................................................................... 13 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 14 4.4.1 Toekomstvisie Zederik........................................................................... 14 4.4.2 Woonvisie gemeente Vijfheerenlanden 2020-2025 .............................. 15 4.4.3 Bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’ ....................................................... 15 4.4.4 Bestemmingsplan ‘Herziening Kernen Zederik’ .................................... 16 4.4.5 Conclusie gemeentelijk beleid ............................................................... 16 4.5 Conclusie ...................................................................................................... 16 5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING ................................................................. 17 5.1 Milieueffectrapportage .................................................................................. 17 5.2 Geluidhinder ................................................................................................. 19 5.3 Bedrijven en milieuhinder .............................................................................

21 5.4 Bodem .......................................................................................................... 25 5.5 Archeologie ................................................................................................... 27 5.6 Watertoets .................................................................................................... 29

5.7 Ecologie ........................................................................................................ 32 5.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 37 5.9 Externe veiligheid ......................................................................................... 39 5.10 Technische infrastructuur ........................................................................... 41 6 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING .................................................................. 42 5.1 Inleiding ........................................................................................................ 42 5.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 42 5.3 Bestemmingen .............................................................................................. 42 5.4 Aanduidingen ................................................................................................ 42 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 43 8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................... 43 8.1 Vooroverleg ..................................................................................................

43 8.2 Ter inzagelegging ontwerp-bestemmingsplan .............................................. 43 8.3 Participatie .................................................................................................... 44 Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8

Omschrijving Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek bedrijfslawaai Verkennend bodemonderzoek Aanvullingen op bodemonderzoek Digitale watertoets Quickscan Wet natuurbescherming Notitie uitvoerbaarheid bestemmingsplan natuur Stikstofdepositieonderzoek

Auteur Voortman Ingenieurs Voortman Ingenieurs Bakker Milieuadvies

Referentie R-JVO/1606

Datum 15-10-2020

R-JVO/1605

14-10-2020

Bakker Milieuadvies

BM/2652-2020 (versie 2) 2652-2020

Februari 2021 20-07-2021

Waterschap Rivierenland Blom Ecologie

20200323-922811 BE/2020/304/r

23-03-2020

Blom Ecologie

BE/2020/304/n

29-09-2021

Van den Heuvel Milieuadvies

18099

20-10-2020

29-04-2020

1

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Op het perceel Aaksterveld 2 te Ameide zijn in de huidige situatie twee gebouwen aanwezig welke thans worden verhuurd aan kleinschalige bedrijven. De gebouwen zijn wat verouderd. Het onderhavige plan voorziet in het saneren van het meest zuidelijk gelegen gebouw. Het gebouw ten noorden van het te saneren gebouw wordt gerenoveerd en krijgt een nieuwe invulling in de vorm van 6 maisonnettewoningen. Op het voorerf wordt parkeergelegenheid gerealiseerd ten behoeve van deze woningen. Op het perceel Aaksterveld 2 te Ameide is het bestemmingsplan ‘Herziening Kernen Zederik (vastgesteld op 15 september 2017) van toepassing. Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied heeft hierin de bestemming ‘Centrum’. Binnen deze bestemming is het toevoegen van woningen ten opzichte van de huidige situatie niet toegestaan. Op 5 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden besloten in principe medewerking te verlenen aan het plan. Middels een partiële herziening van het vigerend bestemmingsplan wordt het onderhavige plan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2 Ligging plangebied Het perceel Aaksterveld 2 betreft een bestaand bebouwd perceel in de kern van Ameide. Het plangebied betreft een deel van het kadastrale perceel Gemeente Ameide, sectie A, nummer 617.

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

2

1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’ Het noordelijk deel van het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’ (vastgesteld op 27 mei 2013) en heeft de enkelbestemming: • Centrum. Geen dubbelbestemmingen. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte, maximum goothoogte (m): 10, 6; • Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’

Bestemmingsplan ‘Herziening Kernen Zederik’ Op 23 oktober 2017 is het bestemmingsplan ‘Herziening Kernen Zederik’ vastgesteld. In deze herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor de kernen, evenals omissies of nieuw beleid. Ter bescherming van de archeologische waarden is ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 8’ opgenomen.

1.4 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: -

Hoofdstuk 2: Bestaande situatie; Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Beleidskaders; Hoofdstuk 5: Milieuaspecten; Hoofdstuk 6: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 8: Maatschappelijke uitvoerbaarheid. 3

2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Algemeen Ameide is één van de kernen van de gemeente Vijfheerenlanden, welke per 1 januari 2019 is ontstaan uit een fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. De gemeente behoort tot de provincie Utrecht en is gelegen in de oosthoek van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. De gemeente telt circa 54.000 inwoners en het stadje Ameide telt circa 3.500 inwoners.

2.2 Huidig gebruik Op het perceel Aaksterveld 2 te Ameide worden panden verhuurd aan kleinschalige bedrijven. De gebouwen zijn wat verouderd. Vrijwel het gehele plangebied is verhard middels stelconplaten. De nieuwe maisonnettewoningen worden gerealiseerd in het gebouw aan de noordwestzijde van het plangebied, nadat deze gerenoveerd is. Dit gebouw heeft thans een goot- en bouwhoogte van circa 6,5 en 7,5 meter.

Afbeelding 3: Zicht op het plangebied Aaksterveld 2 te Ameide

4

3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Plan Het plan voorziet in het slopen van een verouderd gebouw aan de voorzijde van het perceel (langs de Aaksterveld) en het opknappen/renoveren van het verouderde gebouw daarachter. Het te renoveren gebouw krijgt een nieuwe invulling in de vorm van 6 maisonnettewoningen welke worden verhuurd. Gestreefd wordt om de woningen te verhuren onder de huurgrens. Daardoor wordt aan starters de mogelijkheid geboden om in Ameide te wonen. Elke woning wordt voorzien van een buitenruimte in de vorm van een voortuin op het maaiveld. De ruimte op het voorterrein wordt gebruikt voor het parkeren van auto’s en krijgt een groenere uitstraling. Daarnaast wordt op het voorterrein enkele bouwwerken gerealiseerd ten behoeve van beringen voor de inwoners van de maisonnettewoningen.

Te renoveren gebouw

Te saneren gebouw

Afbeelding 4: Te saneren en te renoveren gebouwen

Afbeelding 5: Indicatief ontwerp nieuwe situatie

Met betrekking tot de regels in het bestemmingsplan wordt aangesloten bij de regels uit het vigerend bestemmingsplan ‘Herziening Kernen Zederik’.

5

3.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het perceel Aaksterveld 2 te Ameide wordt in de huidige situatie ontsloten via de Aaksterveld. Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. Verkeersgeneratie Dit plan voorziet in de toevoeging van zes maisonnettewoningen. Het plan voorziet daarmee in een toename van de verkeersgeneratie. Om de totale verkeersgeneratie te berekenen is gebruikgemaakt van CROW-publicatie 381. In deze publicatie zijn per gebiedstype, locatie en woningtypologie een minimaal en een maximaal kengetal opgenomen op het gebied van parkeren en verkeersgeneratie. Voor het onderhavige plan is het gemiddelde kengetal gebruikt. Voor het onderhavige plan wordt uitgegaan van ‘rest bebouwde kom’ van een ‘weinig stedelijk’ gebied. Met betrekking tot de woningtypologie wordt uitgegaan van de categorie ‘huur, appartement, midden/goedkoop’, waarvoor een gemiddelde verkeersgeneratie is opgenomen van 4,1 bewegingen per weekdag. Per saldo voorziet het onderhavige plan in een gemiddelde verkeersgeneratie van 25 (24,6) motorvoertuigbewegingen per weekdag. De Aaksterveld heeft ruim voldoende capaciteit om deze geringe toename op te kunnen vangen. Parkeren Om de parkeerbehoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381.

In deze publicatie zijn kencijfers opgenomen voor de parkeerbehoefte van verschillende functies, waarbij rekening is gehouden met de locatie waar de functies zijn gelegen. Voor het onderhavige plan kan uitgegaan worden van de categorie ‘huur, appartement, midden/goedkoop’ en voor wat betreft de locatie wordt uitgegaan van het ‘rest bebouwde kom’ van een ‘weinig stedelijk’ gebied. De CROW-publicatie 381 heeft voor een dergelijke functie een gemiddelde parkeerbehoefte opgenomen van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Voor het onderhavige plan, welke voorziet in het realiseren van zes starterswoningen, geldt een parkeerbehoefte van 8,4 parkeerplaatsen. Middels het onderhavige plan worden 9 parkeerplaatsen gecreëerd op het eigen terrein, waardoor de parkeerbehoefte volledig opgelost kan worden op het eigen terrein.

3.3 Duurzaamheid De gemeente Vijfheerenlanden heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. De aanvrager is bewust van deze gemeentelijke ambitie. In het kader van de energiebesparing en uitstoot worden de nieuwe woningen op een goede wijze geïsoleerd conform de huidige eisen van het Bouwbesluit. Ook gaat de initiatiefnemer onderzoek doen naar het plaatsen van zonnepanelen op het dak van het te renoveren gebouw. Door klimaatverandering neemt de kans op stortbuien en langdurige neerslag toe. Neerslag (hemelwater) stroomt vanaf het dakoppervlak van gebouwen en bestrating via een regenpijp of bovengronds naar de openbare riolering. De openbare riolering moet het afstromende hemelwater van veel gebouwen verwerken. De capaciteit van het riool is bij zo'n forse regenbui niet altijd toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwater niet meer aan kan, kan dit tot ernstige wateroverlast leiden en tot schade aan gebouwen of infrastructuur. De gemeente wil dit soort situaties zo veel mogelijk voorkomen. Door klimaatverandering zullen er daarnaast steeds vaker langdurige perioden met hoge temperaturen voorkomen en neemt de kans op stortbuien toe. De gemeente heeft haar visie op klimaatadaptatie opgenomen in het Samenhangend Duurzaamheidsbeleid en het gemeentelijk rioleringsplan. Hierin is 6

onder andere opgenomen dat doelmatige klimaatadaptieve maatregelen in het bestemmingsplan verankerd worden, zodat bewoners en bedrijven klimaatbestendige maatregelen nemen op eigen terrein. Omdat het plangebied thans helemaal verhard is, is in dit bestemmingsplan een zogenaamde voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het aanleggen van groen als vervanging van bestaande verharding. Bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning bouwen toetst het bevoegd gezag of de juiste maatregelen worden genomen. Via de voorwaardelijke bouwregel om bij nieuw bebouwd oppervlak de bestaande verharding te verminderen door het toepassen van groen, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein. Hierdoor kan hemelwater infiltreren in de bodem, waardoor de belasting op de openbare riolering teruggebracht wordt. Tevens wordt met het aanbrengen van groen hittestress tegengegaan. In de regels van het bestemmingsplan is in artikel 3.5.4 de voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierin is geregeld dat minimaal 249 m² aan groen wordt gerealiseerd ter vervanging van bestaande verharding. De 249 m² aan groen wordt gerealiseerd aan de hand van het realiseren van groene parkeerplaatsen (146 m²), groene perkjes (23 m²), het realiseren van groene voortuintjes (51 m²) en het toepassen van groene daken op de beringen (29 m²).

7

4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

8

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de zogenoemde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.

In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van een stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De wetgever heeft geen specifiekere definitie vastgesteld van het begrip stedelijke ontwikkeling. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt: ‘Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL: RVS:2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Het plan voorziet in de toevoeging van 6 woningen. Op basis van jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. 4.1.4 Conclusie rijksbeleid Vanwege het kleinschalige karakter van het plan worden geen rijksbelangen geschaad. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijk niet is vereist.

9

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht De provincie Utrecht beslaat circa 1.550 km2, grenst aan vier andere provincies, heeft 26 gemeenten, 4 waterschappen en circa 1,35 miljoen inwoners. De toekomst laat zich niet exact voorspellen. Eén ding is echter zeker: Utrecht ziet er in 2050 anders uit dan nu. De komende 30 jaar pakt de provincie omvangrijke, complexe en urgente opgaven aan. Er is veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw. Tegelijkertijd heeft de provincie de ambitie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Het is belangrijk om nu al na te denken over de juiste balans tussen opgaven en Utrechtse kwaliteiten en keuzes te maken die daarvoor nodig zijn. Hiervoor is de Omgevingsvisie provincie Utrecht opgesteld, welke is opgebouwd uit 7 beleidsthema’s: 1. Stad en land gezond; 2. Klimaatbestendig en waterrobuust; 3. Duurzame energie; 4. Vitale steden en dorpen; 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur; 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw. Samenvattend houden de beleidsthema’s het volgende in.

Stad en land gezond De provincie zet zich in op de ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur die robuust is langs bestaande doorgaande waterlopen en biedt daarbij voldoende gelegenheid om te zwemmen. Stad/land-verbindingen worden versterkt en er wordt geïnvesteerd in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen. Klimaatbestendig en waterrobuust Utrecht zet zich in voor een klimaatbestendige en waterveilige provincie en draagt zorg voor aantrekkelijke en toekomstbestendige dijken en omgeving langs de Nederrijn en Lek en verzilveren meekoppelkansen met andere functies. Het hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug wordt benut om regenwater vast te houden en te infiltreren. In de veenweidegebieden worden maatregelen genomen voor het tegengaan van bodemdaling. Verder zorgt de provincie ervoor dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater voldoet. Nieuwe ontwikkelingen in stedelijk en landelijk gebied worden klimaatadaptief ingericht. Duurzame energie De ambitie van de provincie is om in 2040 een energieneutrale provincie te zijn door energiebesparing te stimuleren. Nieuwe technieken voor duurzame energieopwekking faciliteert de provincie als ze minder impact hebben op de leefomgeving.

Ook biedt Utrecht in grote delen van de provincie ruimte om op zoek te gaan naar geschikte locaties met draagvlak voor wind- en zonne-energie. Vitale steden en dorpen Er wordt in algemene zin gekozen om de ruimtevraag voor wonen en werken binnenstedelijk en binnendorps te ontwikkelen. De provincie heeft in aanvulling hierop enkele potentiële locaties rond knooppunten benoemd voor integrale ontwikkelingen. Van deze locaties zijn twee locaties rond de stad Utrecht opgenomen als zoekrichting voor grootschalige integrale ontwikkeling wonenwerken-bereikbaarheid. Naast de omvangrijke opgave krijgen kleinere steden en dorpen zo mogelijk passende ontwikkelruimte om te bouwen ten behoeve van lokale vitaliteit.

10

Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Om goed bereikbaar te blijven is het streven om het spoor- en hoogwaardig OVnetwerk beter te benutten met aandacht voor het beter benutten van het hoofdwegennet en het provinciale wegennet. Daarbij wordt ingezet op knooppuntontwikkeling om overstap tussen vervoerswijzen mogelijk te maken en het OV- en fietsgebruik te stimuleren. Tussen een aantal woon-, werk- en leefgebieden wordt een regionaal netwerk van (snel)fietsroutes aangelegd. Levend landschap, erfgoed en cultuur Utrecht beschermt en benut landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. In de landschappen ontwikkelt de provincie met de kernkwaliteiten van het landschap mee. De universele waarden van de Hollandse Waterlinie en Neder-Germaanse Limes worden verzilverd. Toekomstbestendige natuur en landbouw De ambitie is om een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteiten met hoge biodiversiteit te ontwikkelen. Bestaande natuurgebieden worden beschermd, verder ontwikkeld en onderling beter verbonden. Verder wordt de transitie naar een duurzame landbouw gestimuleerd. Het plan voorziet in de sloop van een bedrijfsgebouw en de wijziging van een ander bedrijfsgebouw naar 6 maisonnettewoningen.

De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Ameide, waardoor het plan bijdraagt in het binnendorps ontwikkelen naar de ruimtevraag voor wonen. De initiatiefnemer wil daarnaast duurzame energieopwekking op de locatie faciliteren en gaat onderzoek doen naar de mogelijkheden voor het toepassen van zonnepanelen op het te renoveren gebouw. In het kader van energie-besparing en uitstoot worden de nieuwe woningen daarnaast op een goede wijze geïsoleerd conform de huidige eisen van het Bouwbesluit. Het plangebied is thans vrijwel geheel verhard. Door klimaatverandering neemt de kans op stortbuiten en langdurige neerslag toe. De capaciteit van het omliggende riool is bij zo'n forse regenbui niet altijd toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwater niet meer aan kan, kan dit tot ernstige wateroverlast leiden en tot schade aan gebouwen of infrastructuur. Het plan draagt bij om dit te voorkomen door meer groen te realiseren. Het plan voorziet in het verwijderen van een deel van de verharding en het toepassen van groene parkeerplaatsen, groene perkjes, groene voortuintjes en het toepassen van groene daken op de bergingen. Hierdoor wordt hemelwater langer vastgehouden op het eigen terrein en kan het water infiltreren in de bodem, waardoor de belasting op de openbare riolering teruggebracht wordt. Tevens wordt met het aanbrengen van groen hittestress tegengegaan.

Het plan wordt daarmee klimaatadaptief ingericht. Resumerend is het plan in overeenstemming met de beleidsthema’s uit de provinciale omgevingsvisie. 4.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Op 1 april 2020 heeft de minister voor Milieu en Wonen in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld. Op 20 mei 2020 heeft de minister bekend gemaakt dat het uitstel een jaar betreft. De nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet wordt daarmee 1 januari 2022. De op 17 maart 2020 door Gedeputeerde Staten vastgestelde ontwerp omgevingsverordening kan om die reden niet op 1 januari 2021 inwerkingtreden. Dit geldt niet voor de ontwerp omgevingsvisie die ook op 17 maart door gedeputeerde staten is vastgesteld. Deze kan ook onder de huidige wetgeving vastgesteld worden. Om eerder dan pas in 2022 uitvoering te kunnen geven aan de ambities uit de omgevingsvisie is een ontwerp interim omgevingsverordening vastgesteld. De interim omgevingsverordening is een tijdelijke verordening tot 1 januari 2022. Dan treedt, als de Omgevingswet van kracht is, de omgevingsverordening inwerking.

11

De omgevingsverordening is een juridische vertaling van de Omgevingsvisie Utrecht. De verordening is daarom opgebouwd uit dezelfde 7 thema’s uit de Omgevingsvisie. Voor het onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening van belang. Stedelijk gebied De verstedelijking dient zoveel als mogelijk binnenstedelijk en binnendorps (binnen het stedelijk gebied) plaats te vinden. Het plan voorziet hierin door 6 woningen in de bebouwde kom van Ameide toe te voegen. Duurzame verstedelijkingsladder In de verordening is aangegeven dat conform het Besluit ruimtelijke ordening de duurzame verstedelijkingsladder moet worden toegepast. De ladder is in paragraaf 4.1.3 van deze toelichting doorlopen, waaruit blijkt dat op basis van jurisprudentie het plan niet voorziet in een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Landschap Groene Hart Voor het landschap Groene Hart wil de provincie Utrecht de volgende kernkwaliteiten behouden: 1. openheid; 2. (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); 3. landschappelijke diversiteit; 4. rust & stilte. De kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van het Groene Hart verschillende accenten. In het Groene Hart liggen agrarische cultuurlandschappen die deel uit maken van de Cultuurhistorische hoofdstructuur.

Bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart staat het bevorderen van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden. Enkel en alleen het accent leggen op rust en stilte doet geen recht aan het Groene Hart. Het waarborgen van rust vraagt ook het bieden van ruimte voor vormen van dynamiek. Daarbij ligt de focus op het vergroten van de contrasten in rust en dynamiek tussen de agrarische landschappen van de velden en de dynamische landschappen van de oude stroomruggen. Het plangebied is niet gelegen in het agrarisch cultuurlandschap, waardoor het plan niet voorziet in het aantasten van de kerkkwaliteiten van het Groene Hart. 4.2.3 Conclusie provinciaal beleid Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal beleid.

12

4.3 Regionaal Beleid 4.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Met het renoveren van een gebouw in de kern van Ameide en daarin de integratie van zes wooneenheden, voorziet het plan in het duurzaam vernieuwen van een bestaand bebouwd perceel in het stedelijk gebied. Het plan is hiermee in overeenstemming met de regionale structuurvisie. 4.3.2 Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld.

De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied een dynamische stedelijke zone (vooral Gorinchem, Leerdam, Hardinxveld-Giessendam). Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s.

In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Ameide is aangeduid als een voorzieningendorp. Ameide heeft hiermee een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Uitbreiding van de woningvoorraad speelt in op de lokale vraag, maar ook de toestroom uit omliggende dorpen. Voor voorzieningendorp Ameide geldt dat voor het realiseren van 10 wooneenheden (of meer), mits de totale groei van het aantal wooneenheden in Ameide groter is dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2020, regionale afstemming noodzakelijk is. Ook dienen de woningen aan de regio te worden gemeld en dienen de woningen te worden meegenomen in de jaarlijkse monitor. Het onderhavig plan betreft een transformatie van een oud gebouw naar zes maisonnettewoningen in Ameide. Het plan is in februari 2020 regionaal afgestemd met de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en akkoord bevonden. 4.3.3 Conclusie regionaal beleid Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met het regionaal beleid.

13

4.4 Gemeentelijk beleid Per 1 januari 2019 is de gemeente Zederik gefuseerd met de gemeente Vianen en Leerdam tot de gemeente Vijfheerenlanden. De gemeente Vijfheerenlanden heeft op bepaalde aspecten nog geen beleid vastgesteld. Derhalve wordt nog getoetst aan de hand van het beleid van de voormalige gemeente, totdat de gemeente Vijfheerenlanden beleid heeft vastgesteld voor het grondgebied van de voormalige gemeente. 4.4.1 Toekomstvisie Zederik In september 2015 is de 'Toekomstvisie Zederikse dorpen 2030; Vitaal, nabij de stad, in het groen' opgesteld. De visie is gebaseerd op de kernkwaliteiten en kernwaarden van de gemeente, onderbouwd door relevante informatie uit bestaande plannen, onderzoeken en beleidsnotities. Hierbij is hoger overheidsbeleid als de provinciale structuurvisie en de visie 2030 van de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden geanalyseerd en zijn gemeentelijke nota’s meegenomen. Daarnaast is gekeken naar de ideeën en opvattingen van inwoners, instellingen en bedrijven. Deze opinies zijn naar voren gekomen tijdens de gemeentelijke dorpstochten, de burgerpeiling 2013 en interviews voor onder andere de woonvisie. In het profiel van Zederik staat de vitaliteit van de kernen centraal. De omgeving wordt gekenmerkt door ruimte, groen, rust, bereikbaarheid en veiligheid.

De ambitie van de gemeente is dan ook gericht op het toekomstvast maken van de vitaliteit van de kernen. Om de vitaliteit te behouden en te vergroten spelen de volgende acht onderwerpen dan ook een belangrijke rol: • Sociale cohesie & identiteit: de sterke sociale cohesie behouden, waardoor er ruimte is voor ontmoetingen en informele hulp, het verenigingsleven, maatschappelijke organisaties, kerkgenootschappen en gemeenschapsinitiatieven; • Bereikbaar: aandacht voor korte reisafstanden, mobiliteit van alle inwoners, de digitale bereikbaarheid en bereikbaarheid met het openbaar vervoer; • Voorzieningen: het commerciële voorzieningenniveau op peil houden, de welzijn-, zorg-, sport-, en cultuurvoorzieningen versterken en daarbij de nadruk leggen op de kwaliteit van de zorg en zorg op maat; • Wonen: wonen in een aantrekkelijke en rustige omgeving, met geschikte en betaalbare woningen voor jong en oud; • Zorg: de inwoners van de Zederikse dorpen zowel op lichamelijk als geestelijk vlak ondersteunen en ouderen en zorgbehoevenden zo lang mogelijk laten participeren in de samenleving; • Economie: inzetten op werkgelegenheid, voldoende geschikte beroepsbevolking, stimuleren van de lokale diversiteit en ruimte om te ondernemen; • Landschap & recreatie: de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied en de kernen benadrukken en beleefbaar maken en houden voor toerisme en

recreatie; • Duurzaamheid: verantwoord omgaan met onze leefomgeving, aandacht voor veiligheid en een gezond toekomstperspectief voor toekomstige generaties. Met het onderhavige plan wordt een verouderd gebouw gesloopt en een ander wat verouderd gebouw gerenoveerd. Door het aanbrengen van groen krijgt het perceel Aaksterveld 2 een groenere uitstraling. Hiermee wordt de identiteit en het karakter van de kern Ameide versterkt. In de te renoveren gebouw worden zes maisonnettewoningen geïntegreerd. Hiermee wordt voorzien in inbreiding op een bestaand bebouwd perceel binnen een stedelijk gebied. Daarmee is tevens sprake van een binnenstedelijke inbreiding en voorziet het plan in een organische woningbouwontwikkeling in Ameide. Het plan sluit daarmee met name aan op de

14

het onderwerp wonen (geschikte en betaalbare woningen) van de Toekomstvisie Zederik. 4.4.2 Woonvisie gemeente Vijfheerenlanden 2020-2025 Het doel van de nieuwe Woonvisie voor Vijfheerenlanden is dat het voor iedereen goed wonen is in Vijfheerenlanden en de woonwensen en woningbehoefte van al onze inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Zo is Vijfheerenlanden samen sterk, met eigenheid en diversiteit in de verschillende kernen. In de voorzieningskernen, waaronder Ameide, wil de gemeente bouwen naar behoefte toestaan voor alle generatie bewoners van binnen en buiten de kern. Daarmee wil de gemeente de vitaliteit van deze kernen waarborgen door het behoud van het draagvlak voor het voorzieningenniveau. Verder hebben inwoners van Ameide in hoge mate een verbinding met het stadje en willen het liefst voor altijd in de kern blijven wonen. Het onderhavige plan sluit aan bij de uitgangspunten van de nieuwe woonvisie van de gemeente. Het onderhavige plan betreft een woningbouwontwikkeling welke aansluit op de woningmarktvraag. Het plan voorziet in de nieuwbouw van zes maisonnettewoningen welke relatief weinig aanwezig zijn binnen de gemeentegrenzen van de voormalige gemeente Zederik. Met het realiseren van maisonnettewoningen worden starters bediend die graag in Ameide willen (blijven) wonen.

Het onderhavige plan zorgt verder voor een kwalitatieve impuls aan de woonomgeving en is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. De woningen zijn tevens in februari 2020 voorgelegd aan de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden en akkoord bevonden. 4.4.3 Bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’ Het noordelijk deel van het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’ (vastgesteld op 27 mei 2013) en heeft de enkelbestemming: • Centrum. Geen dubbelbestemmingen. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte, maximum goothoogte (m): 10, 6; • Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’.

15

Afbeelding 6: Uitsnede bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’

Het plangebied heeft de bestemming ‘Centrum’. Binnen deze bestemming is het toevoegen van woningen ten opzichte van de huidige situatie niet toegestaan. Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. 4.4.4 Bestemmingsplan ‘Herziening Kernen Zederik’ Op 15 september 2017 is het bestemmingsplan ‘Herziening Kernen Zederik’ vastgesteld. In deze herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor de kernen, evenals omissies of nieuw beleid. Ter bescherming van de archeologische waarden is ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 8’ opgenomen. 4.4.5 Conclusie gemeentelijk beleid Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’. Het plangebied heeft hierin de bestemming ‘Centrum’. Binnen deze bestemming is het toevoegen van woningen ten opzichte van de huidige situatie niet toegestaan.

4.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 4 ‘Beleidskader’ kan worden geconcludeerd dat: • Er is geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is; • Het plan voorziet in het realiseren van zes maisonnettewoningen, waar vraag naar is in Ameide. De woningen zijn in februari 2020 regionaal afgestemd en akkoord bevonden; • Het plan past verder binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Zederik’.

16

5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING 5.1 Milieueffectrapportage Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage Dactiviteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn in bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Aan de hand van de bestemmingswijziging ten behoeve van het toevoegen van zes maisonnettewoningen in een bestaand gebouw zal de vraag beantwoord moeten worden of een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Voor de beantwoording van de vraag of een m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat voor de ruimtelijke ontwikkeling is allereerst het bepaalde in het Besluit m.e.r. van belang. De verplichting tot het opstellen van een m.e.r. is opgenomen in artikel 7.2 Wet milieubeheer (Wm). Dit artikel vormt een omzetting van de EG-m.e.r.-richtlijnen. Voor de beantwoording van de vraag of voor een concreet plan een m.e.r. dient te worden doorlopen, dient primair te worden beoordeeld of de activiteit valt binnen de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

Onderdeel C geeft aan wanneer sprake is van een m.e.r.-plicht. Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen een plan-m.e.r. (kolom 3 van onderdeel C) en een besluit-m.e.r (kolom 4 van onderdeel C). Onderdeel D geeft de activiteiten en gevallen aan waarin sprake is van een m.e.r.- beoordelingsplicht (dan moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van significante milieugevolgen en als deze aan de orde zijn dient een m.e.r. plaats te vinden). Het plan valt onder activiteit D11.2 indien het plan een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk maakt. Het begrip stedelijk ontwikkelingsproject is echter niet gedefinieerd. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer de aard, de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant. Als een ontwikkeling aanzienlijke negatieve milieugevolgen heeft - bij een uitbreiding is daar in de regel eerder sprake van dan bij sloop en herbouw - dan wijst dit op een stedelijk ontwikkelingsproject. De milieugevolgen zijn volgens de Afdeling echter niet allesbepalend. Inmiddels biedt jurisprudentie een verdere beoordelingskader van welke ontwikkelingen als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ wordt aangemerkt: ‘de gebruikswijziging van bestaande bebouwing valt niet onder het begrip stedelijk ontwikkelingsproject.

Daarbij is specifiek van belang dat het ruimtebeslag van de bestaande bebouwing beperkt is en dat de bebouwing niet wordt uitgebreid. Dat wel wordt voorzien in een beperkt aantal parkeerplaatsen leidde niet tot een andere afweging, nu de verkeersaantrekkende werking en de milieugevolgen daarvan gering zijn (ABRvS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1253, Uitspraak 201805131/1/A1)’. Het plan voorziet in de functiewijziging van een bestaand gebouw met opslagruimten naar 6 maisonnettewoningen. Dit gebouw wordt niet uitgebreid. Wel wordt voorzien in een beperkt aantal parkeerplaatsen, maar gezien het plan 25 verkeersbewegingen per weekdag (zie §3.2 van deze toelichting) genereerd, mag aangenomen worden dat de milieugevolgen van deze verkeersgeneratie gering zijn. Tenslotte maakt het plan het mogelijk om 30 m2 aan bergingen te realiseren na de sloop van een gebouw van circa 115 m2. Het ruimtebeslag door bebouwing wordt daardoor verkleind. Al met al kan verondersteld worden dat het plan geen ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in activiteit D11.2 uit de bijlage bij het 17

Besluit m.e.r. betreft. Het plan is niet opgenomen in onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-(beoordelings)besluit hoeft derhalve niet gemaakt of doorlopen te worden. Conclusie Gezien het plan niet geschaard kan worden onder het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ en het plan niet is opgenomen in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. hoeft er geen m.e.r.-(beoordelings)besluit gemaakt of doorlopen te worden. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet nodig.

18

5.2 Geluidhinder Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De Wgh stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige objecten en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. De Wgh stelt dat alle wegen een geluidszone hebben, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-wegen. Conform artikel 74 lid 2 van de Wgh hoeft geen akoestisch onderzoek te worden verricht voor 30 km/h wegen. De wettelijke voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige objecten binnen de geluidszone van wegen bedraagt 48 dB, de maximaal te ontheffen geluidsbelasting bedraagt 53 dB in landelijk gebied. Op 29 juli 2020 is het Beleidsregel Hogere Waarden WGH gemeente Vijfheerenlanden in werking getreden. De gemeente hanteert vanuit haar geluidbeleid de geluidbelasting door 30 km wegen hetzelfde als gezoneerde wegen. De gemeente stelt dan geen hogere waarde vast voor 30 km wegen, maar bepaalt op basis van de geluidbelasting of sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Onderzoek Het plan betreft de realisatie zes maisonnettewoningen. In het kader van de Wgh is hiermee sprake van het toevoegen van geluidsgevoelige object en is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Het onderhavige plan is gelegen binnen de invloedssfeer van enkele wegen. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van andere voor de Wgh relevante geluidsbronnen en kunnen derhalve achterwege gelaten worden. Door Voortman Ingenieurs is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai opgesteld. Het onderzoek is toegevoegd in de bijlage van de toelichting. De conclusie van dit onderzoek luidt: ‘Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: • De gecumuleerde geluidbelasting (LCUM*) ten gevolge van wegverkeerslawaai van alle wegen ten hoogste 49 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt; • 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder; • De appartementen beschikken over een geluidluwe buitenruimte zodat aan het streven uit het gemeentelijk beleid wordt voldaan en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de onderzochte appartementen hoeft geen hogere waarden te worden vastgesteld.

De geluidbelasting van 30 km/h wegen wordt niet getoetst aan de Wet geluidhinder maar conform het gemeentelijk geluidbeleid wel inzichtelijk gemaakt in het kader van de beoordeling van een goed woon en leefklimaat voor wat betreft geluid. Conform het gemeentelijk beleid dient bij een geluidbelasting LCUM* tot 53 dB gestreefd te worden naar de aanwezigheid van een geluidluwe gevel of buitenruimte. Alle appartementen beschikken over een geluidluwe buitenruimte ter plaatse van de voorgevel, zodat aan het streven uit het gemeentelijk beleid voldaan.’ Op basis van de eisen van het Bouwbesluit kan bij functiewijziging worden volstaan met het rechtens verkregen niveau of bestaande bouw. De gecumuleerde geluidsbelasting op de gevels van de woningen bedraagt volgens het akoestisch 19

onderzoek wegverkeerslawaai ten hoogste 54 dB. Gezien deze waarde kan niet zondermeer gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat is in de regels van dit bestemmingsplan (artikel 3.3 lid a) geborgd dat de nieuwe woningen moeten voldoen aan de maximaal toelaatbare binnenwaarde van 33 dB als gevolg van wegverkeerslawaai, zoals bedoeld in artikel 3.3.1 van het Bouwbesluit. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai geen belemmeringen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen moet een gevelweringsonderzoek worden toegevoegd.

20

5.3 Bedrijven en milieuhinder Beleidskader De Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten aantonen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (Wro artikel 3.1 lid 1). Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven) en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). In de praktijk wordt gebruikgemaakt van de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG, editie 2009). Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'kwetsbare' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder is van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). In de onderstaande tabel zijn de afstanden weergeven.

Tabel 1: Richtafstanden per milieucategorie (bron: VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering Milieucategorie Rustige woonwijk en Gemengd gebied rustig buitengebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Onderzoek Het onderhavige plan betreft de realisatie van zes maisonnettewoningen. In het kader van het aspect bedrijven- en milieuzonering is hiermee sprake van het toevoegen van milieugevoelige objecten. Op basis hiervan dient gekeken te worden naar de mogelijke bedrijven- en milieuhinder van de omliggende bedrijven en de eventuele gevolgen van het onderhavige plan voor de bedrijfsvoering van de omliggende bedrijven. Het plan is getoetst aan de richtafstanden van het VNGHandboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In de omgeving van het plangebied is sprake van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Naast woningen zijn andere functies als horeca, detailhandel en kleinschalige bedrijvigheid aanwezig. Hierdoor kunnen gereduceerde richtafstanden worden gerechtvaardigd. De richtafstanden voor gemengde gebieden mogen één afstandstrap worden verlaagd ten opzichte van de omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’.

In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende bedrijfscategorieën juridisch-planologisch toegestaan. Gemeten wordt vanaf de enkelbestemming die een bedrijf toestaat tot het plangebied.

21

Tabel 2: Afstanden relevante bedrijven tot milieugevoelige objecten plangebied Nr. Adres Type bedrijf en Zwaarste Afstand tot milieucategorie richtafstand dichtstbijzijnd (gemengd milieugevoelig gebied) object (ca.) 1 Broekseweg 2 Max. cat. 2 10 meter 14 meter 2 De Griend 13 Max. cat. 3.1 30 meter 142 meter 3 Meidoornlaan Max. cat. 2 10 meter 42 meter 12 4 Industrieweg 1 Max. cat. 3.1 30 meter 87 meter 5 Industrieweg 7 Max. cat. 3.1 30 meter 47 meter 6 Industrieweg Max. cat. 2 10 meter 87 meter 14 7 Paramasiebaan Max. cat. 2 10 meter 0 meter 10 8 Prinsengracht Max. cat. 2 10 meter 47 meter ong. 9 Prinsengracht Max. cat. 3.1 30 meter 95 meter 79 10 Prinsengracht Max. cat. 2 10 meter 35 meter 89a 11 Prinses Max. cat. 2 10 meter 61 meter Marijkeweg 1 12 Prinses Max. cat. 1 0 meter 83 meter Marijkeweg 2 13 Prinses Max. cat. 2 10 meter 67 meter Marijkeweg 1c 14 Prinses Max. cat. 2 10 meter 67 meter Marijkeweg 1d 15 Paramasiebaan Max. cat. 2 10 meter 69 meter 4

Afbeelding 7 : Omliggende bedrijven

Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat uitsluitend het bedrijf op het perceel Paramasiebaan 10 te Ameide niet wordt voldaan aan de gestelde richtafstand. conform het VNG-Handboek Bedrijven- en milieuzonering (editie 2009).

22

Gezien niet aan de gecorrigeerde richtafstand voor geluid wordt voldaan dient te worden gekeken naar de daadwerkelijke situatie. Om de daadwerkelijke geluidbelasting vanwege het bedrijf op de toekomstige woningen te bepalen dient een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd te worden. Door Voortman Ingenieurs is een akoestisch onderzoek industrielawaai opgesteld. Het onderzoek is toegevoegd in de bijlage van de toelichting. De conclusie van dit onderzoek luidt: ‘Op basis van voorliggend onderzoek wordt geconcludeerd dat: Langtijd gemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT): • de etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) in de representatieve bedrijfssituatie ten hoogste 24 dB(A) bedraagt ter plaatse van beoordelingspunt 06 en wordt voldaan aan de normstelling.

Maximaal geluidniveau (LAmax): • het maximale geluidsniveaus (LAmax) ten gevolge van parkerende personenauto’s in de maatgevende avondperiode ten hoogste 64 dB(A) bedraagt ter plaatse van beoordelingspunt 06 en wordt voldaan aan de normstelling; Toetsing indirecte hinder • Ten aanzien van indirecte hinder (als gevolg van de verkeersbewegingen op de openbare weg van en naar de inrichting) worden de verkeersbewegingen van en naar de inrichting ten opzichte van de aanwezige verkeersintensiteit op de omringende wegen opgenomen in het aanwezige verkeersbeeld en zijn derhalve niet relevant en verder onderzocht. Geluidwering van de (dove) gevel • In het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat dient de geluidwering van de (dove) gevel te worden afgestemd op de maatgevende piekeniveau’s. De benodigde geluidwering van de gevel (analoog aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit voor in- of aanpandige woningen) is gelijk aan het verschil tussen het optredende piekniveaus en het toelaatbare piekniveau in de woning, te weten 80 – 55 = 25 dB(A). In het kader van de ruimtelijke ordening kan worden voldaan aan de gestelde richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking bedrijven en milieuzonering en het Activiteitenbesluit.

Gesteld kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.’ Het realiseren van een minimale geluidwering van 25 dB(A) en de toepassing van de dove gevels is geborgd in artikel 3.3 (nadere eisen) van de regels van dit bestemmingsplan. Het huidig bestemmingsplan laat op het perceel Paramasiebaan 10 bedrijven tot en met categorie 2 toe. Er kan zich daardoor een nieuw bedrijf vestigen met mogelijk meer activiteiten en geluidbelasting dan het huidige bedrijf. Echter, het bouwplan voorziet in gevels zonder te openen delen (zogenaamde “dove gevel”), zowel aan de achterzijde (noordwestgevel) als aan beide zijkanten (zuidwestgevel en noordoostgevel). Dit is juridisch verankerd in artikel 3.3 lid b (nadere eisen) van de regels van dit bestemmingsplan. Gevolg is dat ook bij beduidend meer bedrijfsactiviteiten aan de Paramasiebaan 10 sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Tevens is het onderhavige plan besproken met de eigenaar van het achterliggende bedrijf. De eigenaar van het bedrijf heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het onderhavige plan. 23

Conclusie Het plan ondervindt geen belemmeringen ten aanzien van het aspect bedrijven- en milieuhinder. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.

24

5.4 Bodem Beleidskader Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Bij nieuwe ontwikkelingen is het verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen tenminste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Wanneer uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Middels het onderhavige plan krijgt het perceel Aaksterveld 2 te Ameide een nieuwe invulling in de vorm van woningbouw. Om de kwaliteit van de bodem ter plaatse van de nieuwe woningen voor het toekomstig woongebruik in kaart te brengen is door Bakker Milieuadviezen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd in de bijlage van de toelichting. De conclusies uit dit onderzoek luiden: ‘Op basis van het hierboven beschreven bodemonderzoek kan voor het onderzochte terrein het volgende worden geconcludeerd: • De kleiige bovengrond onder het ophoogzand onder de stelconplaten/bestrating bevat licht verhoogde gehalten aan kwik, lood en PAK. Dit heeft geen consequenties voor de bestemming wonen.

NB: dit mengmonster is tevens onderzocht op PFAS. De meest relevante stoffen PFOS en PFOA zijn aangetroffen in gehalten beneden de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden; • Een tweede bovengrondmengmonster bevat licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik, zink, lood, minerale olie en PAK. Dit heeft geen consequenties voor de bestemming wonen; • De kleiige bovengrond onder de inpandige betonvloer bevat licht verhoogde gehalten aan kwik, lood, cadmium en zink; • De ongeroerde kleiige ondergrond is geheel schoon voor alle standaard parameters uit het NEN-5740-pakket; • In het grondwater is barium in een gehalte boven de tussenwaarde aangetroffen. Barium is meestal licht verhoogd aanwezig en af en toe (zoals hier nu) matig verhoogd zonder aanwijsbare oorzaak. Op het terrein is voorheen nooit sprake geweest van bijvoorbeeld steenachtige materialen (zoals slakken of puingranulaat) die eventueel een verhoogd bariumgehalte in het grondwater zou kunnen verklaren. Vanwege het ontbreken van een oorzakelijk verband wordt een herbemonstering niet nodig geacht. Aanbevelingen. Op grond van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging, waarbij de bedrijfsfunctie wordt omgezet in een woonbestemming.

NB: bij eventuele afvoer naar elders van mogelijk overtollige licht verontreinigde bovengrond dient men qua kosten rekening te houden met de regels uit het Besluit Bodemkwaliteit. Er bestaat overigens geen plicht tot afvoer van licht verontreinigde grond.’ Naar aanleiding van een reactie van de Omgevingsdienst regio Utrecht heeft het bodemadviesbureau aanvullend onderzoek verricht naar OCB-stoffen als gevolg van een eventuele boomgaardverleden. Dit aanvullend onderzoek is toegevoegd in de bijlage van de toelichting. De conclusie van dit onderzoek luidt:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=0374f55a-773c-41a4-a34d-3e7f3ad8e369