CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

t_NL.IMRO.1961.BPSWoverboeicop26-VA01.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 september 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Overboeicop 26 Schoonrewoerd13.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘Overboeicop 26, Schoonrewoerd’

NL.IMRO.1961.BPSWoverboeicop26-VA01 Status: Vastgesteld Versie: 1.0

Langerak, 08-06-2021

Inhoudsopgave 1 INLEIDING ..............................................................................................................2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................2 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................2 1.3 Vigerend bestemmingsplan .............................................................................3 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................3 2 BESTAANDE SITUATIE.........................................................................................4 2.1 Algemeen ........................................................................................................4 2.2 Ruimtelijke structuur ........................................................................................4 2.2.1 Ontstaansgeschiedenis en bebouwingsstructuren ...................................4 2.2.2 Huidig gebruik ...........................................................................................4 2.2.3 Stedenbouwkundig advies .......................................................................7 3 PLANBESCHRIJVING ............................................................................................8 3.1

Plan..................................................................................................................8 3.2 Ontsluiting en parkeren ...................................................................................9 3.3 Duurzaamheid .................................................................................................9 4 BELEIDSKADER ................................................................................................. 10 4.1 Rijksbeleid .................................................................................................... 10 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ..................................... 10 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ........................... 10 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .......................................................... 11 4.2 Provinciaal beleid ......................................................................................... 12 4.2.1 Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) ........................................................... 12 4.2.2 Provinciale Verordening Ruimte (PVR) ................................................. 17 4.3 Regionaal Beleid .......................................................................................... 20 4.3.1 Regionale structuurvisie ‘open voor elkaar’...........................................

20 4.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden ....................... 20 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 22 4.4.1 Structuurvisie Leerdam 2020 ................................................................ 22 4.4.2 Woonvisie gemeente Vijfheerenlanden 2020-2025 .............................. 22 4.5 Conclusie ...................................................................................................... 22 5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING ................................................................. 23 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.)...................................................... 23 5.2 Geluidhinder ................................................................................................. 24 5.3 Bedrijven en milieuzonering ......................................................................... 26 5.4 Bodem .......................................................................................................... 28 5.5 Archeologische en cultuurhistorische waarden ............................................ 30 5.6 Watertoets .................................................................................................... 33 5.7 Flora en fauna ..............................................................................................

37 5.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 41 5.9 Externe veiligheid ......................................................................................... 43

6 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING .................................................................. 45 6.1 Inleiding ........................................................................................................ 45 6.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 45 6.3 Bestemmingen .............................................................................................. 45 6.4 Aanduidingen ................................................................................................ 45 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 46 7.1 Exploitatie ..................................................................................................... 46 8 OVERLEG EN ZIENSWIJZEN ............................................................................ 46 8.1 Vooroverleg/inspraak .................................................................................... 46 8.2 Zienswijzen ................................................................................................... 46 Bijlage 1 2

Omschrijving Situatietekening

5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbestonderzoek) Aanvullend/nader bodemonderzoek Archeologisch onderzoek

6

Digitale watertoets

7

Ecologische quickscan

3

4

Auteur Architektenburo Bikker De Roever Omgevingsadvies Bakker Milieuadvies

Referentie 1359-RO-blad 02

Datum 16-07-2020

20191327v01

23-01-2020

BM/25176-2019

Februari 2020

Bakker Milieuadvies ADC ArcheoProjecten Waterschap Rivierenland Blom Ecologie

25176-2019

28-02-2021

Rapport 5162

19-10-2020

20191206-921996 BE/2019/677/r

06-12-2019 04-12-2019, 1e revisie 02-10-2020

1

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het perceel Overboeicop 26 te Schoonrewoerd betreft een woonperceel met een woning met aanleundeel en enkele bijgebouwen. De bebouwing is omstreeks het jaar 1950 gerealiseerd. Gezien de slechte staat van de bebouwing en de gebouwen een niet passende uitstraling hebben, is de initiatiefnemer voornemens om alle bebouwing te saneren en een nieuw passend geheel te creëren op deze locatie middels het realiseren van een nieuwe burgerwoning. Een deel van de bijgebouwen zijn reeds al gesaneerd. Het plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Leerdam’ en ‘Buitengebied Leerdam, 1e herziening’. De beoogde woning wordt buiten het bouwvlak gerealiseerd. Tevens is een deel van de woning op de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Buiten het bouwvlak en binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is een burgerwoning niet toegestaan. Het beoogde plan is voorgelegd aan de gemeente Vijfheerenlanden middels een principeverzoek. Het college heeft besloten in principe in te stemmen met het plan. Middels een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure voor het afwijken van het bestemmingsplan, conform artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), wordt het plan mogelijk gemaakt.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft het perceel Overboeicop 26, ten noorden van de kern Schoonrewoerd. Het plangebied maakt onderdeel uit van het kadastrale perceel Leerdam, sectie F, nummer 65. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door weiland en aan de oost- en westzijde door watergangen. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een watergang welke parallel is gelegen aan de weg Overboeicop.

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

2

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Leerdam’, dat door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Leerdam is vastgesteld op 30 september 2010. De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemmingen: • Agrarisch met waarden; • Wonen. De dubbelbestemming: • Waarde – Archeologie 1. En de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – 1’; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – 2’; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte: 3 m’.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Leerdam' Bestemmingsplan ‘Buitengebied Leerdam, 1e Herziening’ Op 19 september 2012 heeft de Raad van State uitspraak gedaan inzake enkele ingediende beroepen tegen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Leerdam’. De Raad van State heeft het bestemmingsplan op enkele onderdelen vernietigd. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Leerdam, 1e Herziening’ betreft een herziening ter reparatie van de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Leerdam’. Op een aantal punten betreft dit een reparatie naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State en voor het overige betreft het ambtshalve correctie. Voor de plankaart ter hoogte van het plangebied heeft de herziening geen consequenties. Voor wat betreft de regels zijn enkele reparaties aangebracht.

1.4 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: - Hoofdstuk 2: Beschouwing van de bestaande situatie; - Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; - Hoofdstuk 4: Vigerende beleidskaders; - Hoofdstuk 5: Milieuonderzoeken en nadere verantwoording; - Hoofdstuk 6: Juridische planbeschrijving; - Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; - Hoofdstuk 8: Overleg en zienswijzen. 3

2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Algemeen Schoonrewoerd is een dorp met circa 1.600 inwoners en behoorde tot 2018 tot de voormalige gemeente Leerdam. Sinds 1 januari 2019 behoort Schoonrewoerd, na een fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik bij de gemeente Vijfheerenlanden. De gemeente Vijfheerenlanden behoort tot de provincie Utrecht.

2.2 Ruimtelijke structuur 2.2.1 Ontstaansgeschiedenis en bebouwingsstructuren Honderden jaren voor Christus moest het op de stroomruggen langs de rivieren een drukte van belang (voor die tijd) zijn geweest. Door vervening was het gebied rond het jaar 1000 een groot moeras met daardoorheen de grote zijarmen van de rivieren de Rijn, de Lek, de Merwede en de Linge en daardoor onbewoonbaar geworden. De graaf van Holland en het bisdom Utrecht, de eigenaren van het gebied in die tijd, wilden het gebied rendabel maken en gaven de heren Van der Leede, Vianen, Hagestein, Van Arkel, en Everdingen opdracht om het land te ontginnen. De vijf heren besteedde dit werk vervolgens weer aan anderen, welke na het opstellen van enige regels (een dergelijke overeenkomst noemde men vroeger een ‘cope’) aan de slag konden. De uitvoerende krachten lieten hun huizen bouwen op hoger (‘werd’ of ‘woerd’ betekende vroeger ‘hoogte’) gelegen droge plaatsen; het begin van het ontstaan van Schoonrewoerd. Door de eeuwenlange bevloeiing was de bodemstructuur van dit gebied erg geschikt en vruchtbaar. Hierdoor kwamen meer boeren en werkmensen naar dit gebied welke na betaling een stuk land kregen aangewezen. Er ontstonden al snel nederzettingen, waarvan Schoonrewoerd (gezien de naam) klaarblijkelijk de mooiste was.

Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten noorden van de kern Schoonrewoerd, aan de ruilverkavelingsweg Overboeicop. De bebouwing langs Overboeicop kenmerkt zich door een afwisseling van klassieke (woon)boerderijen, vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen en (kleinere) voormalige arbeidershuisjes met daartussen landschappelijke doorzichten. De bebouwing aan Overboeicop is voornamelijk te vinden aan de noordoostzijde van de weg met hier en daar een uitzondering. Zowel ten noorden als ten zuiden van de weg kenmerkt het gebied zich door langgerekte slagenverkaveling omringd door watergangen en weteringen. 2.2.2 Huidig gebruik Het perceel Overboeicop 26 te Schoonrewoerd betreft een woonperceel waarop rond het jaar 1950 een vrijstaande burgerwoning is gebouwd. Het perceel is toegankelijk middels een smalle brug ten zuidoosten van het perceel. De woning is niet onderheid, is qua uitstraling niet passend in het gebied en bevindt zich thans in een verminderde bouwkundige staat. De huidige situatie kenmerkt zich door de hoeveelheid groen die het doorzicht richting het polderlandschap blokkeert. Tot voorkort waren er ook enkele veldschuren aanwezig op het perceel, deze zijn reeds uit noodzaak gesloopt door de slechte staat waarin ze verkeerden. Tabel 1: Oppervlaktebalans bebouwing/verharding Nr. Bebouwing 1. Burgerwoning met aanbouw 2. Schuur 3. Schuur 4.

Schuur (reeds gesloopt) 5. Schuur (reeds gesloopt) 6. Kas (reeds gesloopt) Totaal

Oppervlakte (m2) 107 m2 53 m2 9 m² 16 m² 54 m² 38 m² 277 m2

4

Afbeelding 3: Tekening situatie anno 2017

Afbeelding 4: Luchtfoto situatie anno 2017

5

Afbeelding 5: Toegang woonperceel met zicht op de woning

Afbeelding 6: Vooraanzicht woonperceel

6

Afbeelding 7: Aanleundeel bij woning (links) en bijgebouw 2 (rechts) 2.2.3 Stedenbouwkundig advies Voor het plangebied heeft de stedenbouwkundige van de gemeente Vijfheerenlanden een stedenbouwkundig advies uitgebracht. Het advies van de gemeente bestaat uit de volgende kaders/voorwaarden voor het onderhavige plan. • • •

•

•

Voorkant van het bouwblok gelijk houden met de huidige situatie; Diepte van het bouwblok max. 29 meter; Verschuiven van bouwblok incl. gebied met bestemming “Wonen” in oostelijke richting; o Om ruimte te houden voor groen (bestaande bomen en knotwilgen aangevuld met nieuwe knotwilgen) langs de slootkant; o De woning zoals gewenst in het midden van het perceel; o De brug verschuift naar de gewenste locatie; Bouwvolumen van woning beperken; o inhoud woning maximaal 650 m3 conform bestemmingsplan; o goot- en nokhoogte max. 4 respectievelijk 10 meter (momenteel is dit 3 en 10 meter); Bouwoppervlakte van bijgebouw beperken; o oppervlakte bijgebouw max. 75 m2 (conform bestemmingsplan buitengebied); o goothoogte max. 3 meter (conform bestemmingsplan).

Overeengekomen bouwplan In aanvulling/afwijking van het stedenbouwkundig advies heeft een overleg plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Hieruit is naar voren gekomen dat de gemeente instemt met het afwijken van het stedenbouwkundig advies door een nieuwe woning inclusief aan- en uitbouwen met een volume van 850 m³ toe te staan. Voorwaarde is dat het bestemmingsplan geen verdere bouwmogelijkheden toestaat. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet hierin.

7

3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Plan Het woonperceel Overboeicop 26 te Schoonrewoerd is thans voorzien van een woning met aanleundeel en een bijgebouw. Enkele jaren geleden was het perceel tevens voorzien van enkele schuren en een kas, maar deze zijn in 2017 vanwege veiligheidsredenen gesaneerd. De huidige gebouwen zijn niet onderheid, hebben een niet passende uitstraling, zijn verouderd en bevinden zich in een slechte bouwkundige staat. De bebouwing vraagt om een grootschalige renovatie en/of om vervangende nieuwbouw. Het terrein kenmerkt zich verder door de hoeveelheid groen met weinig kwaliteit. Het groen belemmerd het doorzicht richting het achtergelegen open slagenlandschap. Het gehele perceel vraagt om een nieuwe invulling. Initiatiefnemer is voornemens om alle bebouwing te saneren en een nieuwe woning te realiseren en het perceel in een representatieve staat terug te brengen in de vorm van een tuin/erf. De nieuwe woning wordt haaks op de weg gerealiseerd waarbij de voorgevelrooilijn gelijk is met de nieuwe woning (Overboeicop ong.) ten oosten van het plangebied. In de regels van het bestemmingsplan wordt opgenomen dat het volume van de woning inclusief aanen uitbouwen ten hoogste 850 m³ mag bedragen. De woning krijgt een maximale goothoogte van 4 m. Verder wordt de huidige in slechte staat zijnde brug vervangen door een nieuwe brug van ca. 5 meter breed.

Afbeelding 8: Ontwerp nieuwe situatie Ten opzichte van de huidige situatie wordt de nieuwe woning verder richting het westen gerealiseerd. Hierdoor ontstaat er meer openheid aan de oostzijde van de woning, waarmee er een breder doorzicht naar het achtergelegen open veenweidelandschap ontstaat.

8

3.2 Ontsluiting en parkeren Ontsluiting Het plangebied wordt thans ontsloten via een brug op de Overboeicop. De brug is smal en bevindt zich in een slechte staat. Middels het plan wordt de brug vervangen door een nieuwe en bredere brug (ca. 5 m). De nieuwe brug wordt op enige afstand van de oostelijke perceelsgrens gerealiseerd. Parkeren Met betrekking tot het berekenen van de parkeerbehoefte is aangesloten bij de CROW-publicatie 381. Hierin zijn minimale en maximale kengetallen opgenomen per categorie en gebied. Voor het onderhavige plan is uitgegaan van het maximale kengetal. Met betrekking tot de categorie is uitgegaan van ‘koop, huis, vrijstaand’ en voor het gebied is uitgegaan van ‘buitengebied’. Voor een vrijstaande woning stelt de CROW-publicatie 381 een maximale parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing De totale parkeerbehoefte bedraagt 3 parkeerplaatsen. Het parkeren wordt volledig opgelost binnen het plangebied. Op het perceel Overboeicop 26 is ruim voldoende ruimte voor het parkeren van 3 auto’s. Het parkeren wordt geheel voorzien op eigen terrein.

3.3 Duurzaamheid De gemeente Vijfheerenlanden is trots op het groene karakter van de gemeente en wil dit samen met de bewoners blijvend versterken. De gemeente ziet het daarnaast als haar verantwoordelijkheid om de gemeente goed achter te laten voor de volgende generaties. De gemeente Vijfheerenlanden heeft de ambitie – naast de wettelijke verplichting – om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. De initiatiefnemer is werkzaam in de bouw. Hij wil de woning geheel in eigen beheer gaan bouwen, onder andere met bouwmaterialen die vrijkomen of over zijn op andere bouwplaatsen. Deze circulaire manier van bouwen wil hij graag toepassen bij dit project. Door de woning te bouwen van hoge kwaliteit wil de initiatiefnemer bijdragen aan een kwalitatief duurzaam pand wat op lange termijn het landelijke karakter van de streek kan vertegenwoordigen. De initiatiefnemer wil bij het werk wat hij niet zelf uitvoert uitsluitend werken met lokale partijen. Op deze manier wordt de CO2-uitstoot van het project tot een minimum beperkt en worden reiskilometers zoveel mogelijk beperkt. Op de woning en/of het bijgebouw worden zonnepanelen gerealiseerd die voorzien in de volledige stroombehoefte van de woning en het bijgebouw. Het doel is om een gasloze, energieneutrale woning te realiseren.

9

4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve Rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders.

Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen.

Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke Rijksbelangen in het Barro.

10

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmings- plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ In het onderhavige plan is geen sprake van het toevoegen van woningen. Hiermee is geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.

11

4.2 Provinciaal beleid Per 1 januari 2019 is de gemeente Zederik gefuseerd met de gemeente Vianen en Leerdam tot de gemeente Vijfheerenlanden. De gemeente Vijfheerenlanden maakt onderdeel uit van de provincie Utrecht. Met de provincie Utrecht is afgesproken om lopende planprocedures te beoordelen aan de hand van het provinciaal beleid van de provincie Zuid-Holland zolang er binnen het grondgebied van deze voormalige gemeenten nog geen beleid van de provincie Utrecht is vastgesteld. 4.2.1 Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) De provincie stuurt op (boven)regionaal niveau op de inrichting van de ruimte. De Visie ruimte en mobiliteit (VRM) geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Hoofddoel van de VRM is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde brengen en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De VRM bevat een nieuwe sturingsfilosofie. De kern daarvan is: • Ruimte bieden aan ontwikkelingen. • Aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit. • Allianties aangaan met maatschappelijke partners. • Minder toetsen op regels en meer sturen op doelen. In de VRM zijn 4 thema's te onderscheiden: 1.

Beter benutten en opwaarderen De provincie vangt de groei van de bevolking, de mobiliteit en de economische activiteit vooral op in de bestaande netwerken en bebouwde gebieden. Beter benutten en opwaarderen leidt tot een intensiever, compact ruimtegebruik. 2. Versterken van de agglomeratiekracht Meer concentratie en specialisatie van locaties die onderling goed verbonden zijn, leidt tot de versterking van de kennis- en bedrijvencentra op het Europese en wereldtoneel. De provincie wijst de concentratielocaties met goede ontsluiting aan. Daarnaast werkt de provincie aan een goede aantakking van de Zuid-Hollandse economie op het nationale, Europese en wereldwijde netwerken van goederen- en personenvervoer. Detailhandel is een belangrijke drager voor levendige centra. De VRM concentreert winkels zoveel mogelijk in bestaande winkelgebieden om leegstand in de kern te voorkomen. 3. Versterken ruimtelijke kwaliteit Het provinciale landschap valt onder te verdelen in drie typen, gekenmerkt door veenweiden, rivieren en kust. Het verstedelijkingspatroon, de natuurwaarden en het agrarisch gebruik sluiten daarop aan. De versterking van de kwaliteiten van de gebieden wordt centraal gesteld. De voorwaarde hierbij is dat de maatschappelijke behoefte is aangetoond en de nieuwe ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om een integrale benadering waarbij de samenhang tussen bruikbaarheid, duurzaamheid én belevingswaarde in acht wordt genomen. 4. Bevorderen van een water- en energie-efficiënte samenleving De provincie zet in op de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. De provincie kiest er voor de verstedelijkingsopgave primair te realiseren binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Dit sluit aan op de vraag en levert een bijdrage aan het versterken van de agglomeratiekracht. Bovendien is er binnen het stedelijk gebied nog veel ruimte beschikbaar, door in te zetten op intensivering, herstructurering en transformatie. De realisatie van nieuwe uitleglocaties is alleen mogelijk als na het doorlopen van de zogenaamde ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat een bepaalde verstedelijkingsopgave die

12

beantwoordt aan een aangetoonde duurzame kwalitatieve behoefte niet is te realiseren binnen BSD. Het plangebied is gelegen buiten BSD, maar binnen de bebouwde ruimte/de lintbebouwing langs Overboeicop. De woning in het lint is verouderd, bevindt zich in een slechte bouwkundige staat en is qua uitstraling niet passend in de omgeving. Middels het plan wordt alle bebouwing gesaneerd en wordt een nieuwe karakteristieke woning gerealiseerd. De nieuwe woning zal qua bouwstijl, positie, materiaal en kleur aansluiten bij de overige bebouwing aan het lint en stedenbouwkundig op een passende wijze in de lintbebouwing worden ingepast. Het terrein wordt op een representatieve wijze teruggebracht.

Plangebied

Afbeelding 9: Uitsnede kaart Beter benutten bebouwde ruimte Het plan voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en voorkomt verdere veroudering van de bebouwing en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. De individuele, bedrijfs- en maatschappelijke belangen en overige belangen in de directe omgeving worden niet nadelig worden beïnvloed. Het plan is in overeenstemming met de Visie Ruimte en Mobiliteit. Kwaliteitskaart Met de kwaliteitskaart worden de kwaliteitsambities van de provincie getoond. De kwaliteitskaart staat met de bijbehorende uitwerking in richtpunten aan de basis van de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit, die een handreiking vormen voor het gebiedsspecifiek omgaan met ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteitskaart toont in vier lagen de gebiedskenmerken en kwaliteiten die de provincie belangrijk vindt. Doel van de kaart is om nieuwe ontwikkelingen binnen de provincie op een logische en aantrekkelijke manier te verbinden. De vier lagen betreffen de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Laag van de ondergrond De laag van de ondergrond gaat over de grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen. Deze laag bestaat uit de bodem, de geomorfologische kenmerken en het water.

Echte natuurlijke landschappen kent de provincie nauwelijks. Wel zijn de verschillen tussen drie deltalandschappen nog steeds goed herkenbaar, ook in de ondergrond: het kustlandschap als complex van strand, duinen, strandwallen en strandvlakten, het veenlandschap als complex van (natte) veengronden, droogmakerijen en plassen, en het rivierdeltalandschap als complex van zeekleipolders, buitendijkse gronden en wateren van de delta. Ieder complex stelt zijn eigen eisen aan ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor (het gebruiken van) de bestaande bodem en het

13

watersysteem, de natuurlijke dynamiek en landschapsvormende processen, met het oog op het versterken van de toekomstwaarde van de provincie.

Rivierklei en veen

Oude stroomgordels en geulafzettingen

Water als structuurdrager

Plangebied

Afbeelding 10: Uitsnede kaart Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen binnen de contouren van gebieden als ‘water als structuurdrager’, ‘rivierklei en veen’ en ‘oude stroomgordels en geulafzettingen’. Hiervoor hanteert de provincie de volgende richtpunten: Rivierklei en veen • Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Oude stroomgordels en geulafzettingen • Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. • Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Water als structuurdrager: • Ontwikkelingen houden rekening met hun invloed op het watersysteem als geheel en dragen bij aan een duurzame en zo eenvoudig mogelijke werking van dit systeem. • Ontwikkelingen versterken de samenhang en continuïteit in het watersysteem als dragende ecologische en recreatieve structuur van ZuidHolland. Ruimte voor natuurlijke dynamiek is hierbij een uitgangspunt. • Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het oppervlaktewater. Het plan is kleinschalig van aard, waardoor de ontwikkeling het verschil tussen komgronden en oeverwallen of de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap niet aantast.

Verder zorgt het plan niet voor een onevenredige invloed op het watersysteem en kan door het verleggen van de brug het oppervlaktewater beter worden beleefd. Het plan is in overeenstemming met de richtpunten met betrekking tot de laag van de ondergrond uit de Kwaliteitskaart. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen In het buitengebied zijn agrarische landschappen en natuurlandschappen veelal beeldbepalend. Dicht bij de stad vinden we een grote diversiteit aan verschillende natuur- en cultuurlandschappen met bijbehorende (lint)bebouwing. Ook in deze 14

laag zijn de drie deltalandschappen terug te vinden: de zeekleipolders met omringende dijken in het rivierdeltalandschap, de bollenteelt en de landgoederen in het kustlandschap, en als derde het veenlandschap dat grotendeels is opgebouwd uit het uitgestrekte veenweidegebied met zijn langgerekte kavels en de droogmakerijen met hun kenmerkende rechthoekige structuur. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor de kenmerken en waarden van de verschillende landschapstypen in de provincie.

Veen(weide)landschap

Linten

Plangebied

Afbeelding 11: Uitsnede kaart Laag van cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is gelegen binnen de contouren van gebieden als ‘veen(weide)landschap’ en ‘linten’. Hiervoor hanteert de provincie de volgende richtpunten: Veen(weide)landschap • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders; • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Linten • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm.

Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint

15

gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. De huidige in slechte staat zijnde bebouwing worden gesloopt en wordt een nieuwe woning met een karakteristieke uitstraling gebouwd. De woning wordt zodanig gerealiseerd dat de voorgevelrooilijn gelijk komt met de woning ten oosten van het plangebied, zodat de woning qua positie aansluit bij de overige lintbebouwing langs Overboeicop. De nokrichting van de woning wordt parallel aan de slagenverkaveling gerealiseerd, waarmee een samenhang ontstaat met de overheersende oriëntatie van de overige bebouwing aan de Overboeicop en het zicht op het achtergelegen open slagenlandschap gewaarborgd blijft. De ingang van het perceel wordt mogelijk gemaakt via een nieuw aan te brengen bredere brug, welke een ondergeschikt karakter krijgt ten opzichte van de huidige situatie. Door de brug op enige afstand van de oostelijke perceelsgrens te realiseren, wordt de aanzet van het slotenpatroon beter zichtbaar. Verder wordt het plangebied in een representatieve wijze teruggebracht. Het groen met weinig kwaliteit wordt verwijderd. Voor de voorgevel van de woning worden leilinden aangeplant om een zachte overgang tussen de open voortuin en de voorgevel van de woning te creëren.

Het plan is hiermee in overeenstemming met de richtpunten met betrekking tot de laag van cultuur- en natuurlandschappen uit de Kwaliteitskaart. Laag van de stedelijke occupatie Zuid-Holland is een dynamisch gebied met veel steden en dorpen. Ook de bebouwde ruimte en de wijze waarop deze is ontstaan en gegroeid zijn zichtbaar geënt op de drie deltalandschappen. Dit heeft geleid tot specifieke kwaliteiten. Het voortbouwen op de eigen identiteit van steden en dorpen, in relatie tot het landschap, zorgt voor herkenbare en onderscheidende woon- en werkmilieus. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor het behouden of versterken van de identiteit en gebruikswaarde van stads- en dorpsgebied. Zo kunnen ontwikkelingen bijdragen aan versterking van levendige centra en interactiemilieus. Ook het contrast tussen de dynamische stedelijke regio’s en het tussengelegen luwe gebied is een belangrijke kwaliteit. Aan de stads- en dorpsranden zijn die contrasten het meest uitgesproken. Aan deze randen is nadrukkelijk aandacht nodig voor de doorgaande landschappelijke structuren, de recreatieve verbindingen tussen stad en land en het ontwerp en de inrichting van de stads- en dorpsrand zelf. De stedelijke groen- en waterstructuur vormt als het ware het haarvatenstelsel van het landschap in de stad. De verbindende en geleidende functie is een belangrijke kwaliteitsdrager.

16

Verspreid glas buiten glastuinbouw -gebied

Plangebied

Afbeelding 12: Uitsnede kaart Laag van stedelijke occupatie Het plangebied is in de derde laag van de kwaliteitskaart opgenomen als ‘verspreid glas buiten glastuinbouwgebied’. Hiervoor hanteert de provincie de volgende richtpunt: • Kassen buiten de glastuinbouwgebieden, die geen tuinbouwfunctie meer hebben (en een grote invloed hebben op het omliggende landschap), worden gesaneerd. Hergebruik voor ander functies is uitgesloten. In kassen op locaties, waar sanering geen verbetering van de ruimtelijke kwaliteit oplevert, is passend hergebruik of herontwikkeling mogelijk. Het plan voorziet niet in kassen met een tuinbouwverleden. Het plan zit voorgenoemde richtpunt niet in de weg. Laag van de beleving Het plangebied is niet opgenomen in de vierde laag van de Kwaliteitskaart. 4.2.2 Provinciale Verordening Ruimte (PVR) Gelijktijdig met de VRM is door Provinciale Staten van Zuid-Holland de Verordening Ruimte 2014 vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van ruimtelijke plannen en de inhoud van de toelichting van ruimtelijke plannen.

In de Verordening Ruimte is bijvoorbeeld geregeld dat stedelijke functies zoveel mogelijk binnen het bestaande stedelijk gebied een plaats moeten krijgen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale structuurvisie. In de Verordening Ruimte zijn onder meer regels opgenomen over kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouw, boom- en sierteelt, bollenteelt, ruimtelijke kwaliteit, agrarische bedrijven, waterkeringen, provinciale vaarwegen, recreatieve vaarwegen, windenergie, archeologie en molen- en landgoedbiotopen. In relatie tot het onderhavige plan zijn de volgende artikelen van toepassing: Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 2.1.1 van de provinciale Verordening Ruimte dient een stedelijke ontwikkeling te voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking (conform artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). 17

Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, dient het bestemmingsplan tevens een motivering te bevatten waarom de behoefte niet kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied. Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Inmiddels biedt jurisprudentie een verdere beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt: De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156).

Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3929). De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI: NL:RVS:2013: 2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Een ontwikkeling welke voorziet in het realiseren van 12 woningen wordt wel gezien als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ELCI:NL:RVS:2015:953). Het onderhavige plan betreft de verplaatsing van een woning, waardoor per saldo geen wooneenheden worden toegevoegd. Vanuit jurisprudentie is in het onderhavige plan geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk. Ruimtelijke kwaliteit Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied zijn toegestaan als voldaan wordt aan de voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.2.1).

De voor dit plan relevante regels zijn hieronder opgenomen. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: • Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en • Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: • Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en • Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. 18

Het onderhavige plan zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en tevens wordt aantasting van de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van verpaupering/verloedering van de bestaande bebouwing voorkomen. Tevens voldoet het plan aan de richtpunten uit de Kwaliteitskaart (zie §4.2.1). Het plan betreft hiermee een inpassing. Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

19

4.3 Regionaal Beleid 4.3.1 Regionale structuurvisie ‘open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden, heeft de regio recent een nieuwe visie, de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open, voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. In het kader van de regionale centrale visie, de vorming van een vitale regio, zijn verouderde woonpercelen met weinig kwaliteit niet wenselijk.

Middels het onderhavige plan wordt de verouderde bebouwing verwijderd en het groen opgeruimd. Met de bouw van een nieuwe woning en het terugbrengen van het perceel in een representatieve staat ontstaat er een kwalitatiever woonperceel. Tevens worden hiermee landschappelijke doorzichten gecreëerd, waardoor het achtergelegen open veenweidelandschap beter beleefd kan worden en draagt het plan daarmee bij aan de versterking van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van het landschap. Het plan is in overeenstemming met de regionale structuurvisie. 4.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren.

Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Schoonrewoerd is aangeduid als woondorp. Woondorpen behouden hun kwaliteit door investeringen in particuliere woningen en de openbare ruimte. De woondorpen zijn met hun hechte gemeenschappen vitaler dan ooit. Veel huishoudens behoren tot traditionele of moderne burgerij. Zij hebben een sterk lokaal sociaal netwerk en gebruiken dat. Voorzieningen vinden ze op korte afstand in het naastgelegen voorzieningendorp. Als er lokaal een concrete vraag naar

20

nieuwe woningen ontstaat, is er ruimte voor vraaggerichte maatwerkplannen, vaak slechts enkele woningen maar wel van belang voor de inwoners van een dorp. Het onderhavige plan betreft uitsluitend de sloop van alle bebouwing (waaronder het woonhuis) op het perceel en nieuwbouw van een woning. Per saldo worden geen wooneenheden toegevoegd, waardoor regionale afstemming alsook een regionale melding niet noodzakelijk is. Het plan draagt bij aan een kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad door de sloop van de huidige in slechte staat zijnde woning en de realisatie van een nieuwe woning.

21

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie Leerdam 2020 Op 11 oktober 2012 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Leerdam de Structuurvisie Leerdam 2020’Hart voor Kwaliteit aan de Linge’ vastgesteld. Middels de structuurvisie streeft de gemeente ernaar dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in algemene zin bijdragen aan het behoud danwel versterken van het ruimtelijk raamwerk van de stad. De hoofddoelstellingen uit de structuurvisie zijn: • Versterken en zichtbaar maken van ruimtelijk raamwerk: lijnen (dijken, wegen en waterlopen), vlakken (kernen, wijken en gebiedsdelen) en elementen (bijzonderheden en beeldbepalende gebouwen); • Versterken relaties stad en buitengebied door nieuwe invulling en vormgeving van stadsranden en overgangszones; • Ruimtelijke ontwikkelingen enten op de kwaliteiten en potenties van het ruimtelijk raamwerk; • Kwaliteiten van water en ecologie benutten als sturend planelement; • Streven naar zuinig en duurzaam ruimtegebruik. Het onderhavige plan voorziet in het versterken en zichtbaar maken van het ruimtelijk raamwerk van de lintbebouwing langs Overboeicop. Met het plan wordt de verouderde en in slechte staat zijnde bebouwing gesloopt en wordt een nieuwe woning welke qua bouwstijl, positie, materiaal en kleur aansluit bij de overige bebouwing in het lint.

Het onderhavige plan draagt bij aan het behoud van en versterkt de kwaliteiten van het lint. Het plan is daarmee in overeenstemming met de structuurvisie. 4.4.2 Woonvisie gemeente Vijfheerenlanden 2020-2025 Het doel van de nieuwe Woonvisie voor Vijfheerenlanden is dat het voor iedereen goed wonen is in Vijfheerenlanden en de woonwensen en woningbehoefte van al onze inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Zo is Vijfheerenlanden samen sterk, met eigenheid en diversiteit in de verschillende kernen. In de verzorgingskern Schoonrewoerd de gemeente bouwen naar behoefte toestaan voor alle generaties bewoners van binnen en buiten de kern. Daarmee waarborgen wij ook de vitaliteit van deze kernen door het behoud van het draagvlak voor het voorzieningenniveau. Het plan voorziet in de sanering van de huidige woning en de bouw van een nieuwe woning. Het plan voorziet hierdoor niet in een toevoeging van een woning en kan de eigenaar op zijn eigen perceel in Schoonrewoerd blijven wonen. Het plan is daarmee in overeenstemming met de woonvisie.

4.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 3 ‘Beleidskader’ kan worden geconcludeerd dat: • Het onderhavige plan voorziet in een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Tevens wordt verdere veroudering van de bebouwing en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen; • Er is geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is hiermee niet noodzakelijk; • Het onderhavige plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Er is sprake van strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Leerdam’. De beoogde nieuwe woning wordt gerealiseerd buiten het bouwvlak van het vigerend bestemmingsplan. Er is sprake van een ondergeschikte planologische strijdigheid.

22

5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage Cactiviteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn in bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting opgenomen om vast te stellen of sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling. Onderzoek Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe woning met aanleundeel en enkele bijgebouwen. De bestaande bebouwing zal worden gesaneerd. Omdat de beoogde woning buiten het bestaande bouwvlak gerealiseerd wordt is het plan in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Het ruimtebeslag en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is beperkt. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019: 1879) volgt dat er in dergelijke situaties geen sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in categorie D11.2 van de Bijlage bij het Besluit m.e.r.

Gelet hierop kan ook ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling worden aangenomen dat categorie D11.2 niet van toepassing is. Dit betekent dat er geen (vormvrije) m.e.r.beoordeling verplicht is. Conclusie Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet verplicht en kan derhalve achterwege gelaten worden.

23

5.2 Geluidhinder Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De Wgh stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige objecten en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. De Wgh stelt dat alle wegen een geluidszone hebben, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-wegen. Conform artikel 74 lid 2 van de Wgh hoeft geen akoestisch onderzoek te worden verricht voor 30 km/h wegen. De wettelijke voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige objecten binnen de geluidszone van wegen bedraagt 48 dB, de maximaal te ontheffen geluidsbelasting bedraagt 53 dB in landelijk gebied. In overleg met de omgevingsdienst regio Utrecht wordt voor het gemeentelijk geluidbeleid van de (op 1 januari 2019 ontstane) nieuwe gemeente Vijfheerenlanden aangesloten op het ‘Beleid hogere waarden Wet geluidhinder en 30 km/uur-wegen Gemeente Leerdam’ van 16 november 2014, dat tot 1 januari 2021 geldig is.

Het college van burgemeester en wethouders stelt, in geval van een cumulatieve geluidbelasting LCUM* van ten hoogste 64 dB, de benodigde hogere waarde(n) vast, indien is aangetoond dat geluidreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of uitvoering daarvan op ernstige bewaren stuit en zij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel acht. Bij een cumulatieve geluidbelasting onder de 64 dB is de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel als er een geluidluwe gevel aanwezig is of, indien dat niet mogelijk is (dit moet worden gemotiveerd) er ter minste een geluidluwe buitenruimte is. Als aanvullende eis geldt dat huizen met tuinen moeten kunnen beschikken over een geluidluw gedeelte in de achter- of zijtuin, omdat in de achtertuin verkeerslawaai tot grote hinder kan leiden. Ten aanzien van de afmetingen voor de geluidluwe buitenruimte worden de volgende minimale afmetingen aangehouden. Onderzoek Het plangebied ligt binnen de invloedsfeer van Overboeicop. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van enig spoorwegtraject en/of een gezoneerd industrieterrein en kunnen dus buiten beschouwing worden gelaten. Het onderhavige plan betreft de sloop van alle bebouwing en realisatie van een burgerwoning.

In het kader van de Wgh is hiermee sprake van het toevoegen/wijzigen van een geluidsgevoelig object en is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar geluidhinder noodzakelijk. Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd door De Roever Omgevingsadvies. De conclusies uit dit onderzoek luiden: ‘In dit onderzoek is de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op aan Overboeicop 26 te Schoonrewoerd berekend. Uit het onderzoek blijkt dat een hogere waarde procedure moet worden gevolgd ten gevolge van het wegverkeerslawaai afkomstig van de Overboeicop. De hoogst berekende geluidsbelasting vanwege de Overboeicop bedraagt 53 dB. De maximaal te ontheffen grenswaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Het plan voldoet aan de voorwaarden uit de beleidsregel. Maatregelen om de geluidbelasting terug te dringen tot de voorkeursgrenswaarde zijn niet mogelijk of gewenst.

24

De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als “matig” tot “zeer goed”.’ Conclusie Voor de nieuwe woning dient een hogere grenswaarden aangevraagd te worden. Het ontwerp van de hogere waarde wordt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Verder ondervindt het onderhavige plan voor wat betreft het aspect geluidhinder geen belemmeringen.

25

5.3 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies (woningen) dient te worden onderzocht of er zich in de omgeving bedrijfsactiviteiten bevinden die relevante milieuhinder kunnen veroorzaken. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Voor een goede ruimtelijke ordening wordt in het algemeen gebruik gemaakt van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Deze publicatie is bedoeld voor het ruimtelijk scheiden van bedrijven in relatie tot woningen en omgekeerd, zodat in geen van beide situaties een belemmering voor één van beiden optreedt. In de publicatie staan richtafstanden vermeld voor geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Het is wel aan te bevelen eventuele afwijkingen te benoemen en te motiveren. Onderzoek Het plan voorziet in het wijzigen van de locatie van een burgerwoning op het perceel Overboeicop 26.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient gekeken te worden naar de eventuele beperking van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven/instellingen als gevolg van het onderhavige plan. Het plan is getoetst aan de richtafstanden van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In de omgeving van het plangebied is sprake van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Naast woningen zijn andere functies als agrarische bedrijvigheid aanwezig. Hierdoor kunnen gereduceerde richtafstanden worden gerechtvaardigd. De richtafstanden voor de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’ mogen één afstandstrap worden verlaagd. Verder is de ‘Gebiedsvisie en geurverordening extensieve veehouderij’ van toepassing. Hierin is vastgelegd dat de richtafstanden voor geur van veehouderijen (waar dieren zonder geuremissiefactor worden gehouden) buiten de bebouwde kom gereduceerd kunnen worden naar 25 meter. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende milieubelastende activiteiten gelegen. Tabel 2: Omliggende milieubelastende activiteiten Adres Functie MilieuRichtafstand cat.

conform VNG (gemengd gebied) Overboeicop Melkrundvee3.2 30 meter 7 houderij (dieren zonder geuremissiefactor) Overboeicop Fruitteeltbedrijf 2 10 meter 22 Overboeicop Melkrundvee3.2 30 meter 30 houderij (dieren zonder geuremissiefactor)

Werkelijke afstand tot nieuwe woning 40 meter

92 meter 148 meter

26

Overboeicop 30: 148 meter

Overboeicop 22: 92 meter

Overboeicop 7: 40 meter

Afbeelding 13: Afstanden omliggende bedrijven t.o.v. nieuwe woning De nieuwe woning is op voldoende afstand gelegen ten opzichte van de omliggende milieubelastende objecten. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan de gestelde richtafstanden. Gesteld kan worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven niet (verder) worden belemmerd in de bedrijfsvoering. Tevens wordt de nieuwe woning ten opzichte van de bestaande situatie op een grotere afstand van de melkrundveehouderij Overboeicop 7 gerealiseerd. Ook om die reden is er geen sprake van extra belemmering van de bedrijfsvoering van deze veehouderij. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft bedrijf- en milieuzonering geen belemmeringen.

27

5.4 Bodem Beleidskader Conform artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een ruimtelijk plan een bodemkwaliteitsparagraaf te bevatten. Er dient een motivering opgenomen te worden over de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde functie. De bodemkwaliteit dient geschikt te zijn voor de gewenste bestemming welke middels het plan mogelijk wordt gemaakt. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. De Wet bodembescherming (Wbb) stelt regels omtrent het beschermen van de bodem. Onderzoek Om aan te tonen dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik is door Bakker Milieuadviezen een verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten uit de onderzoek luiden: ‘Op basis van het hierboven beschreven bodemonderzoek kan voor het onderzochte terrein het volgende worden geconcludeerd: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=458e26bd-8928-4616-b2e1-ae3aaa1c0a51