CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

t_NL.IMRO.1961.BPOntwLeerbroek-VS02.pdf

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 29 november 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan ontwikkeling Leerbroek28.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In het Besluit NIBM en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: ‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

81

• •

Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

Voor het onderhavige plan is gebruik gemaakt van de NIBM-rekentool. Middels deze rekentool kan de bijdrage van kleine ruimtelijke plannen aan de luchtkwaliteit vastgesteld worden. Uit het verkeersonderzoek van Megaborn blijkt dat het plan 556 extra voertuigbewegingen genereerd. Voor het percentage vrachtverkeer is uitgegaan van een worst-case scenario, namelijk dat 10% van de extra voertuigbewegingen vanwege de ontwikkeling bestaat uit zwaar verkeer. Het jaar 2021 wordt aangehouden voor de planrealisatie.

Afbeelding 51: Resultaat NIBM-rekentool

Gesteld kan worden dat het plan valt binnen het besluit NIBM en nader onderzoek niet noodzakelijk is. Conclusie Het plan valt in het besluit NIBM, waardoor kan worden gesteld dat het plan geen tot nihil invloed heeft op de luchtkwaliteit en dat toetsing niet noodzakelijk wordt geacht. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

82

5.10 Externe veiligheid Beleidskader Bij de invloed van de externe veiligheid wordt bezien in hoeverre de veiligheidsrisico’s door de gewenste bestemmingen worden overschreden. Het gaat hierbij om risico’s door stationaire (inrichtingsgebonden) activiteiten met gevaarlijke stoffen en risico’s door het transport van gevaarlijke stoffen. In beide gevallen wordt de afweging gebaseerd op de omvang van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, de mogelijke effecten die optreden en de kans dat die effecten ook daadwerkelijk manifest worden. Nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemmingen mogen niet voorkomen op plaatsen waar het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6 per jaar. De normen voor het plaatsgebonden risico zijn bedoeld als grenswaarden volgens de wet milieubeheer. Naast het plaatsgebonden risico wordt ook gekeken naar het groepsrisico. De normen worden weergegeven door middel van risicocontouren. Onderzoek Invloed van stationaire bronnen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken en LPG-tankstations. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij huizen, ziekenhuizen, scholen of winkels.

Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden. Het besluit is, op enkele onderdelen na, op 27 oktober 2004 in werking getreden. Nieuwe kwetsbare objecten mogen niet worden gerealiseerd in gebieden waar sprake is van een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar. Voor het PR geldt als norm dat dit kleiner dan 10-6 per jaar moet zijn. De kans per jaar dat één persoon, die op een bepaalde plaats verblijft, komt te overlijden door een ongeval van het vervoer van gevaarlijke stoffen moet kleiner zijn dan 1 op 1 miljoen. Ook het vaststellen van een bestemmingsplan geldt als een nieuwe situatie, waarbij voldaan moet worden aan de eisen uit het Bevi. Concreet betekent dit dat kwetsbare objecten binnen de 10-6 per jaar contour niet zijn toegestaan. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden toegestaan. Wanneer zich binnen de 10-6 per jaar contour kwetsbare objecten kan een bestemmingsplan worden vastgesteld mits er zodanige voorschriften aan het besluit zijn verbonden dan wel er een traject van wijziging van de milieuvergunning is ingezet, zodat binnen 3 jaar na vaststelling van het besluit voldaan wordt aan de grenswaarde (artikel 8 lid 3 Bevi).

Wel dient in de tussentijd voldaan te worden aan de grenswaarde van 10-5 per jaar. Naast Bevi-inrichtingen zijn er ook inrichting die niet onder het Bevi vallen, maar waar wel opslag van risicovolle stoffen plaatsvindt. Regulering van de risico- aspecten die samenhangen met de opslag van deze stoffen vindt plaats middels het Activiteitenbesluit dan wel de WM vergunning. Een belangrijke richtlijn voor opslag en gebruik vormen de zogenaamde PGS richtlijnen. De PGS richtlijnen beschrijven de eisen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu kan worden bereikt. Volgens de risicokaart bevindt zich op een afstand van ca. 189 meter van het plangebied een inrichting (fokken en houden van varkens). Dit bedrijf valt echter niet onder de werking van het Bevi (het betreft geen Bevi-bedrijf), maar valt onder de werking van het Activiteitenbesluit. Verder zijn in de omgeving van beide locaties geen Bevi-inrichtingen gevestigd.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

83

Plangebied

Afbeelding 52: Uitsnede Risicokaart

Invloed transport gevaarlijke stoffen – transportroutes Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen wegen, spoorwegen en vaarwegen gelegen waarvan bekend is dat daarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Incidentele transporten van gevaarlijke stoffen over de omliggende wegen is niet uit te sluiten, maar deze vallen tevens buiten het toetsingskader. Hierdoor zijn geen relevante externe veiligheidsrisico’s door transport over de weg te verwachten. Invloed transport gevaarlijke stoffen – buisleidingen Bij besluit van 24 juli 2010 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van kracht geworden. Dit besluit stelt regels voor risico’s en zonering langs buisleidingen, het opnemen van voorschriften in bestemmingsplannen, technische eisen, het aanwijzen van een toezichthouder, melding van incidenten en beschikbaarheid van noodplannen. In en om het plangebied zijn geen voor de externe veiligheid relevante buisleidingen aanwezig.

Kabels en leidingen Voor zover bekend zijn binnen het plangebied geen noemenswaardige (hoofd)kabels en (hoofd)leidingen aanwezig. Het plangebied is tevens niet gelegen nabij een hoogspanningsleiding. De gebruikelijke kabels en leidingen van de nutsbedrijven, zoals KPN, elektriciteit, gas etc. zijn aanwezig. De uitvoering van het onderhavige plan levert geen bijzondere aandachtspunten op ten gevolge van aanwezige kabels en leidingen. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft het aspect externe veiligheid geen belemmeringen.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

84

5.11 Brandveiligheid Beleidskader Bereikbaarheid brandweer via de openbare weg Regelgeving: Bouwbesluit 2012 en Handboek Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid (NVBR) Een door de brandweer te gebruiken toegang van de gebouwen moet tot op een afstand van maximaal 40 meter te benaderen zijn met brandweervoertuigen. Een opstelplaats voor een blusvoertuig moet een minimale breedte hebben van 4 meter en een minimale lengte van 10 meter. De rijloper naar een opstelplaats of een bluswatervoorziening moet: 1. Een vrije breedte hebben van ten minste 4,5 meter en over een breedte van ten minste 3,25 meter zijn verhard, en over een breedte van ten minste 4,5 meter een vrije hoogte hebben van ten minste 4,2 meter; 2. Zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kg en een asbelasting van ten minste 100 kN; en 3. Op doeltreffende wijze kunnen afwateren; 4. Alleen bochten hebben met een straal c.q. een draaicirkel of rijcurve die afgestemd is op vrachtauto's. Bluswatervoorziening Regelgeving: Bouwbesluit 2012 en Handboek Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid (NVBR) Primaire bluswatervoorziening Op een afstand van maximaal 40 meter van een door de brandweer te gebruiken toegang van een gebouw moet een ondergrondse brandkraan aanwezig zijn.

De capaciteit van de brandkraan dient minimaal 60 m3 per uur te bedragen bij gelijktijdig gebruik van twee brandkranen. In onderstaande afbeelding is een voorstel gedaan waarbij alle woningen op een afstand van maximaal 40 m tot een ondergrondse brandkraan zijn gelegen.

Afbeelding 53: Voorstel positie brandkranen ‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

85

Brandweerzorgnorm Regelgeving: Wet op de Veiligheidsregio's (Dekkingsplan brandweer VRZHZ, zal in de toekomst worden vervat in het dekkingsplan van de VrU). Voor (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen wordt gekeken naar de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid. In de genoemde regelgeving worden de wettelijk vastgestelde opkomsttijden per gebouwsoort aangegeven. Indien hier niet aan voldaan kan worden, dan worden door de brandweer aanvullende maatregelen geadviseerd om een gelijkwaardige veiligheid te behalen. Secundaire bluswatervoorziening Binnen een straal van 225 meter en binnen een afstand van 320 meter over de weg dient voor het gebouw en de woningen een secundaire bluswatervoorziening aanwezig te zijn in de vorm van een geboorde put, een brandput, een voor de brandweer te bereiken open water of een reservoir. De capaciteit van de secundaire bluswatervoorziening dient ten minste 90 m³ per uur te bedragen. Onderzoek Het plan voldoet aan de voorwaarden ingevolge het Bouwbesluit 2012, Handboek Bluswater- voorziening en Bereikbaarheid (NVBR) en de Wet op Veiligheidsregio’s. Conclusie Het plan voldoet aan de voorwaarden wat betreft brandveiligheid.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

86

6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’ is conform de landelijke ROstandaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.

6.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het onderhavige bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’ is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Herziening Kernen Zederik’. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

6.3 Bestemmingen Bedrijf De bedrijfsbestemming op het perceel Recht van ter Leede 38a blijft grotendeels gehandhaafd. Enkel op het zuidwestelijk deel van het perceel zal de bedrijfsbestemming gewijzigd worden. Verder is aangesloten bij de bedrijfsregels van het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’. Hierbinnen zijn bedrijven uit de categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (toegevoegd aan de bijlage van de regels) toegestaan. De grijs gemarkeerde bedrijven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn niet toegestaan. Verder is in aanvulling op de toegestane bedrijven een bedrijf in de in- en verkoop van automobielen en opslag toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 1’ en een kantoorruimte ten dienste van het ter plaatse aanwezige bedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 1’ uitsluitend bedrijven zijn toegestaan in de categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Groen Aan de noord- en westzijde van het plangebied (tussen de basisschool en de bestaande woonpercelen aan het Recht van ter Leede) wordt de bestemming ‘Groen’ gelegd, teneinde een (groene) bufferzone juridisch-planologisch vast te leggen. Ook het grasveldje bij de basisschool wordt bestemd met ‘Groen’.

Binnen de bestemming ‘Groen’ zijn groenvoorzieningen, bermen, beplanting, parken, plantsoenen, nutsvoorzieningen, parkeerplaatsen, inritten, trottoirs, paden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding toegestaan. Speeltoestellen worden niet meegenomen in deze bestemming. Maatschappelijk Ten behoeve van de basisschool wordt de bestemming ‘Maatschappelijk’ gebruikt. Binnen deze bestemming zijn voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg, welzijn, openbare dienstverlening, godsdienstuitoefening, onderwijs, jeugdvoorzieningen, speelvoorzieningen en verenigingsleven toegestaan.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

87

Begraafplaatsen en horeca-activiteiten worden in het onderhavige plan niet opgenomen binnen deze bestemming. Tuin Ter plaatse van de voortuin van de bestaande woningen wordt de bestemming ‘Tuin’ toegekend. Verkeer Ten behoeve van de ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, trottoirs en dergelijke is de bestemming ‘Verkeer’ opgenomen. Wonen Ten behoeve van de burgerwoningen (en het aan-huis-verbonden beroep en bedrijven), tuinen, erven, wegen, inritten, trottoirs, parkeerplaatsen, water, voorzieningen voor de waterhuishouding, groenvoorzieningen, etc. wordt de bestemming ‘Wonen’ gebruikt. In de regels is het percentage sociale wooneenheden (30%) vastgelegd. Waarde – Archeologie 1, 2 en 3 Voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden worden de archeologische dubbelbestemmingen toegevoegd.

6.4 Aanduidingen De verbeelding zal voorzien worden van de aanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 4’ en ‘vrijstaand’ ter plaatse van de woningen langs de Kerkweg en de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden: 6’ en ‘aaneengebouwd’ voor de woningen achter de huidige bestaande bedrijfswoningen Recht van ter Leede 40-40a. Binnen de aanduiding ‘vrijstaand’ zijn uitsluitend vrijstaande en tweeonder-een-kappers toegestaan en binnen de aanduiding ‘aaneengebouwd’ uitsluitend rij- en hoekwoningen. Op het voorerf van Recht van ter Leede 38 wordt met de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden: 1’ 1 woning toegestaan, en op de huidige twee bedrijfswoningen wordt de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden: 2’ gelegd. Op de overige gronden binnen de bestemming ‘Wonen’ wordt de gebiedsaanduiding ‘overige zone – maximaal aantal wooneenheden: 21’ gelegd. Binnen de gronden met deze aanduiding zijn per saldo maximaal 21 woningen toegestaan, waardoor flexibiliteit ontstaat. De aanduiding ‘maximum goothoogte, maximum bouwhoogte’ geeft de maximale goot- en bouwhoogte van de woningen aan’.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

88

Maximaal 4 woningen

Per saldo maximaal 21 woningen binnen de 2 rode contouren

Maximaal 6 woningen Maximaal 2 woningen

Maximaal 1 woning

Afbeelding 54: Uitsnede verbeelding maximaal aantal wooneenheden

Omdat de bestaande woningen aan het Recht van ter Leede als karakteristiek worden aangemerkt, wordt de aanduiding ‘karakteristiek’ toegevoegd. Hiermee wordt het slopen van de karakteristieke woningen niet zonder meer toegestaan. Ten behoeve van het behoud van de watergang langs de Kerkweg (ter hoogte van Kerkweg 12) wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – watergang’ opgenomen ter plaatse van deze watergang. In de regels is opgenomen dat de aanduiding is bestemd voor het behoud van de watergang. Daarnaast wordt aan de noordoostzijde van het plangebied, binnen de Groenbestemming, de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – ecologische oever’ toegevoegd. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om ter plaatse van deze aanduiding een ecologische oever te realiseren. Op het nabijgelegen verblijfsplekje is de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – verblijfsplek’ gelegd, waardoor dagrecreatieve voorzieningen, zoals een steiger of een picknickbankje, hier tevens zijn toegestaan. In het kader van bedrijven en milieuhinder is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten – milieugevoelige functie' opgenomen. Deze aanduiding ligt vanaf de naastgelegen bedrijfsbestemming waar bedrijven tot en met categorie 2 zijn toegestaan tot 10 meter het plangebied in.

Binnen de aanduiding is geregeld dat hier geen milieugevoelige functies zijn toegestaan, zodat het naastgelegen bedrijf niet wordt belemmerd in de bedrijfsvoering. De aanduiding is doorgetrokken naar het noordoosten zodat er meer afstand wordt gecreëerd tussen het agrarisch bedrijf Recht van ter Leede 34 en de nieuwe milieugevoelige objecten. Met betrekking tot het bedrijf aan het Recht van ter Leede 38a wordt de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ op de gehele bedrijfsbestemming toegevoegd teneinde bedrijfswoningen uit te sluiten. Aan de zuidwestzijde van het bedrijfsperceel wordt de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 1’ toegevoegd. Binnen deze aanduiding zijn uitsluitend bedrijven tot en met categorie 1 toegestaan. Hiermee komt er extra

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

89

ruimte vrij voor milieugevoelige objecten voor de aangrenzende woonpercelen. Ter plaatse van het huidige bedrijf wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 1’ toegevoegd. Binnen deze aanduiding zijn, naast de standaard bedrijven tot en met categorie 2, tevens de in- en verkoop van automobielen (zoals auto's, boten, aanhangers, caravans, vouwwagens, aanhangers, en dergelijke) en opslag. Een dergelijk bedrijf betreft een categorie 2 bedrijf, waardoor deze aanduiding niet zorgt voor een zwaardere categorie. Tenslotte is uit het buurtparticipatietraject naar voren gekomen dat omwonenden geen speelvoorzieningen ter plaatse van het beoogde grasveldje ten noordwesten van de beoogde basisschool wensen. Derhalve is hier de aanduiding ‘speelvoorziening uitgesloten’ opgenomen, waarmee speelvoorzieningen hier niet worden toegestaan.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

90

7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Exploitatie Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het bouwplan, voor verantwoordelijkheid van de opdrachtgever, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente wordt er een exploitatieovereenkomst met de ontwikkelaar gesloten, waarin zaken zoals onder meer watercompensatie, bodemsanering, uitvoering van de openbare ruimte, kostenverhaal, planschade en financiële zekerheidstellingen zijn gewaarborgd. Conclusie Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

8 OVERLEG EN INSPRAAK 8.1 Maatschappelijk draagvlak (inloopavond) In het kader van een goede ruimtelijke ordening is door de initiatiefnemer op 7 juni 2018 een informatieavond georganiseerd waarin de ontwikkeling is gepresenteerd aan omwonenden en overige belangstellenden. De omwonenden zijn middels een persoonlijke brief hiervoor uitgenodigd. De reacties op de inloopavond zijn geanonimiseerd opgenomen in de bijlage van de toelichting.

8.2 Vooroverleg/inspraak Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente Vijfheerenlanden bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan toegestuurd naar de provincie Utrecht, Rijkswaterstaat, het waterschap Rivierenland, de Veiligheidsregio Utrecht, Dunea, Gasunie en Vitens.

8.3 Zienswijzen Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan “Ontwikkeling Leerbroek” heeft van 18 december 2020 tot en met 28 januari 2021 ter inzage gelegen. Hiervan is kennisgegeven via de publicatie in het Gemeenteblad (nummer 334445). Gedurende deze periode zijn zeven zienswijzen ingediend, binnen de daarvoor gestelde termijn en zijn ontvankelijk verklaard. In de Nota beantwoording zienswijzen zijn de zienswijzen behandeld. De Nota beantwoording zienswijzen is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld. Een overzicht van wijzigingen is opgenomen in de Nota ambtshalve wijzigingen. De Nota ambtshalve wijzigingen is tevens opgenomen als bijlage bij de toelichting.

‘’Ontwikkeling Leerbroek’’

91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=118d9844-a5a2-4494-a6f9-fcde35b56868