Sociaal Domein Infographic.pdf
Tekst van het document
VISIE
KENNIS
Het sociaal domein
ROL GEMEENTERAAD UNIEK SAMENSPEL
RAADSLEDEN VERENIGING
voor raadsleden
LEEROMGEVING
STURING
INFORMA TIE
INTRODUCTIEFILM
PROJECT PROJECT
MET MEDEWERKING VAN:
Gemeente Almere
Gemeente Borger-Odoorn
Gemeente Breda
Gemeente Enschede
Gemeente Heerenveen
BZK
NJi
Vilans
Movisie
LEESWIJZER
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
HET SOCIAAL DOMEIN Het sociaal domein is een groot en belangrijk dossier voor raadsleden, college en ambtenaren. Complexe regelgeving, financiering en beleid vragen nog al wat kennis en inzicht van je als raadslid. Wat vind je echt van belang in het sociaal domein? En waar ligt bijvoorbeeld voor jou de ruimte om keuzes te maken? Daar gaan we in dit traject mee aan de slag, mede vanuit de aanbevelingen van de Raad voor het Openbaar Bestuur Dat doen we volgens de metafoor van de puzzelstukken. Het is puzzelen voor jou als volksvertegenwoordiger om die keuzes te maken die passen bij de standpunten van jouw partij. Door 4 puzzelstukken uit te werken, met kennis en praktische tips, helpen we je daarbij.
KENNIS
VISIE
In de infographic zijn de volgende verschillende linkjes opgenomen: Interne link
Externe link
STURING
VERSIE 1.0 Dit is de 1.0 versie van de infographic. Samen met de kennis partners Movisie, Vilans en NJI, en ook de gemeenten Breda, Borger-Odoorn, Heerenveen en Enschede werken we verder aan kennisontwikkeling. De opbrengsten verwerken we regelmatig in de infographic: het is werk in ontwikkeling. Binnen de 5 deel nemende gemeenten worden ook pilots georganiseerd. De resultaten worden rond de zomer toegevoegd aan dit document. Hou ons in de gaten dus!
INFORMATIE
Verderop in deze infographic bij het onderdeel Visie vind je een invulschema wat je kunt gebruiken bij het formuleren van je visie op het sociaal domein. Vergeet niet het document op te slaan of uit te printen, anders kun je opnieuw beginnen.
2
Heb je feedback voor ons of wil je op de hoogte blijven van dit traject? Stuur dan een mail naar rjritsema@almere.nl
KENNIS
VISIE
STURING
KENNIS
STAALKAARTEN SOCIAAL DOMEIN
KEUZEKAARTEN SOCIAAL DOMEIN
Alle inspanningen die een gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd. Geeft inzage in de wettelijke verplichtingen van de gemeente in het sociaal domein
Waar zit voor mij de ruimte als volksvertegenwoordiger?
N O I T C RU T S N O C R E D N U
3
INFORMATIE
HOME
KENNIS | STAALKAARTEN
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
STAALKAARTEN SOCIAAL DOMEIN Taken van de gemeente vastgelegd in:
WET MAATSCHAPPELIJKEONDERSTEUNING (WMO)
WET GEMEENTENLIJKESCHULDHULPVERLENING (WGS)
PARTICIPATIEWET
WET LANGDURIGE ZORG (WLZ)
JEUGDWET
ZORGVERZEKERINGSWET (ZVW)
Op een staalkaart staat: • Wat zijn de doelen van de wet • Wat is de verantwoordelijkheid van de gemeenten • Hoe werkt het in de praktijk • Hoe is de wijze van financiering • Wat is de rol van de gemeenteraad
De juridische basis om ondersteuning te bieden aan de inwoners van de gemeenten zijn geregeld via deze wetten. De wetgever heeft geprobeerd om de taken en verantwoordelijkheden op te schrijven die passen bij de verschillende vormen van ondersteuning. De dagelijkse praktijk is vaak complexer dan de juridische realiteit. Dit vraagt aan gemeenteraadsleden om verder te kijken dan de wet naar wat nodig is voor de hulp aan de inwoners. Er zijn meerdere wetten die raken aan het sociaal domein waaronder: • Wet Passend Onderwijs • Leerlingenvervoer • Leerplichtwet • Wet Publieke gezondheid
KENNISCLIP
4
KENNIS | STAALKAART | Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) | 1 van 3
WETTEKST
KENNISCLIP
DOELEN VAN DE WET De Wmo 2015 stelt gemeenten in staat om inwoners te ondersteunen die onvoldoende zelfredzaam zijn en/of onvoldoende in staat tot participatie. De ondersteuning van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen vindt zoveel mogelijk plaats in de eigen leefomgeving. Zo kunnen mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen en deel blijven nemen aan de samenleving. Daarnaast richt de gemeente zich via de Wmo op: het bevorderen van de sociale samenhang, de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van algemene voorzieningen voor mensen met een beperking, de leefbaarheid en veiligheid en leefbaarheid in de gemeente en het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld. Ook zorgt de gemeente voor beschermd wonen en opvang. De nieuwe sociaal domeinwetten die per 2015 zijn ingevoerd hielden een aantal beloften in: de belofte van nabijheid en aansluiting op de leefwereld van inwoners, van integraal werken en samenhang, meer ruimte voor professionals en inzet op preventie. De bedoeling is om inwoners tijdiger, passender en samenhangender te ondersteunen. Bekijk hier
de beloften van de sociaal domeinwetten
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTEN In de wet staat dat het gemeentebestuur zorg draagt voor de maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen. Meer in detail is aangegeven dat het gemeentebestuur verantwoordelijk is voor: 1. Het bieden van algemene voorzieningen 2. Het bieden van maatwerkvoorzieningen 3. Het voorkómen dat inwoners aangewezen zijn op maatschappelijke ondersteuning 4. Het geven van uitvoering aan het ‘Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ 5. Het versterken van de participatie van inwoners die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben. De wet stelt dat gemeenten voor de uitvoering van de Wmo een beleidsplan moeten opstellen met aandacht voor: • Een zo integraal mogelijke dienstverlening • Keuzemogelijkheden voor inwoners • Toegankelijkheid van voorzieningen • De manier waarop de continuïteit van hulp wordt gewaarborgd (o.m. voor jeugdigen die geen jeugdhulp meer kunnen ontvangen) • Mogelijkheden om met inzet van begeleiding, waaronder dagbesteding, mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te laten blijven • De manier waarop inwoners worden geïnformeerd over de personen die kunnen optreden als vertegenwoordiger van een cliënt.
De gemeenteraad stelt – vanuit haar kaderstellende rol – periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid ten aanzien van maatschappelijke ondersteuning. Ook stelt de gemeenteraad een verordening vast, met regels voor de uitvoering. Het college van B&W rapporteert jaarlijks aan de gemeenteraad welke resultaten in het voorafgaande jaar zijn behaald. De gemeenteraad beoordeelt deze vanuit haar controlerende rol en stuurt zo nodig bij. Het college van B&W is ook verantwoordelijk voor het aanwijzen van personen die toezicht houden op naleving van de regels in de Wmo. Zij beoordelen de ondersteuning niet alleen op kwaliteit, maar kijken ook naar of iemand recht heeft op de geboden ondersteuning (toezicht op rechtmatigheid en fraudebestrijding).
Wmo 5
KENNIS | STAALKAART | Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) | 2 van 3
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
IN DE PRAKTIJK Het is aan gemeenten om op basis van de Wmo lokaal beleid te maken en uit te voeren. Met haar lokale beleid probeert de gemeente goed aan te sluiten bij de behoeften van de inwoners. De gemeenteraad stelt de regels voor de uitvoering en legt die vast in een verordening, zie hierna bij ‘rol gemeenteraad’. Bijstelling van lokaal beleid kan nodig blijken op basis van in beeld gebrachte effecten en ervaringen.
Via de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein is snel een beeld te krijgen van de ondersteuning en zorg waar inwoners in een gemeente nu gebruik van maken.
In gemeenten wordt invulling gegeven aan:
1. A LGEMENE VOORZIENINGEN IN WIJK EN DORP ZIJN VOOR ER VOOR ALLE INWONERS Denk aan het algemeen maatschappelijk werk, buurtcentra en inloopvoorzieningen, collectieve mantelzorgondersteuning en onafhankelijke cliëntondersteuning. Ook kunnen er bewonersinitiatieven en verenigingen zijn die een bijdrage aan de maatschappelijke ondersteuning bieden en door de gemeente worden ondersteund. De laatste tijd neemt de aandacht voor het versterken van de sociale basis toe. Het gaat hierbij om zowel de fysieke als om de sociale wijkinfrastructuur, met de sociale verbanden tussen mensen en organisaties in het voorveld. Het gaat dan om het tijdig signaleren en voor komen van problemen van mensen (preventie), zorgen dat er meer naar elkaar wordt omgekeken en dat buurtinitiatieven worden gestimuleerd. In de publicatie De kracht van het gewone is te lezen hoe gemeenten de beweging naar het voorveld kunnen stimuleren en faciliteren.
2. M AATWERKVOORZIENINGEN ZIJN VOORZIENINGEN DIE VIA EEN BESCHIKKING WORDEN TOEGEWEZEN AAN EEN INDIVIDU
Na een aanvraag wordt eerst onderzoek gedaan door of namens de gemeente, die vervolgens bepaalt of de inwoner daadwerkelijk een voorziening zal ontvangen. Het gaat bijvoorbeeld over huishoudelijke hulp, individuele begeleiding, dagbesteding op maat, logeerzorg, een beschermde woonplek, woning aanpassingen en vervoersvoorzieningen.
3. PREVENTIE Gemeenten zijn er verantwoordelijk voor te voorkómen dat inwoners aangewezen zijn op maatschappelijke onder steuning. Dat betekent beginnende problemen in goede banen leiden en voorkomen dat problemen terugkomen. Voor preventie zijn algemene voorzieningen nodig die het preventief werken omarmen en elkaar daarin opzoeken zoals scholen, sociaal (wijk)teams, Centrum voor Jeugd en Gezin, eerstelijnsgezondheidszorg, buurtsportcoaches, etc. Meer lezen: De kracht van preventie en Sociaal werk rendeert .
6
4. ‘ VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN PERSONEN MET EEN HANDICAP’ RICHT ZICH OP HET VERSTERKEN VAN TOEGANKELIJKHEID, PERSOONLIJKE AUTONOMIE EN VOLLEDIGE PARTICIPATIE
Gemeenten zijn verplicht om in beleidsplannen aan te geven hoe zij de inclusie van inwoners met een beperking willen bevorderen zodat inwoners met een beperking dezelfde toegang tot voorzieningen hebben als valide inwoners. Ook moeten zij aangeven hoe zij bij die beleids(uitvoerings)plannen inwoners met een beperking betrekken. Lees hier
meer.
Wmo | In de praktijk
KENNIS | STAALKAART | Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) | 3 van 3
5. PARTICIPATIE VERSTERKEN Participatie versterken van mensen die te maken hebben met psychische kwetsbaarheid en/of dak- en thuisloosheid (doelgroepen maatschap pelijke opvang en beschermd wonen) is ook een verantwoordelijkheid van de gemeente. Dat kan bijvoorbeeld via het aanbieden van zinvolle dagbesteding; in Dagbesteding in ontwikkeling staan vernieuwende initiatieven beschreven. Wanneer participatie, begeleiding en herstel hand in hand gaan is er veel mogelijk; zie De Drempel Over met inspirerende voorbeelden van ondersteuning bij participatie van dak- en thuislozen en mensen met psychische kwetsbaarheid. In de uitvoering zijn veel partijen en organisaties betrokken zoals: sociaal werkers, (ambulant) begeleiders, huishoudelijk hulpen, bewoners initiatieven, verenigingen, onafhankelijk cliënt ondersteuners, mantelzorgondersteuners. Integraal samenwerken is van belang om inwoners beter te kunnen ondersteunen.
WIJZE VAN FINANCIERING De rijksoverheid verdeelt het budget voor de Wmo via het gemeentefonds
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
ROL VAN DE GEMEENTERAAD
.
Dit budget is niet geoormerkt. Gemeenten kopen bepaalde vormen van Wmo-onder steuning in, zoals huishoudelijke hulp, dagbesteding, beschermd wonen en opvang. De gemeente waar de inwoner staat ingeschreven, is verantwoordelijk voor de Wmo die deze inwoner krijgt en betaalt de rekening. Inwoners kunnen kiezen hoe zij zorg willen ontvangen: via zorg in natura of een persoonsgebonden budget (pbg) of een combinatie daarvan. Er geldt voor de Wmo een abonnementstarief ; een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen.
In het programma Integraal Werken in de Wijk wordt daarover kennis bijeengebracht.
KENNIS
De gemeenteraad stelt – vanuit haar kaderstellende rol – periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid ten aanzien van maatschappelijke ondersteuning. Daarnaast stelt de gemeenteraad een verordening vast met regels voor de uitvoering. In de verordening wordt onder meer bepaald: 1. O p welke wijze en op basis van welke criteria inwoners in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening 2. O p welke wijze de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld 3. W elke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen inclusief deskundigheid van beroepskrachten 4. V oor welke voorzieningen er een klachtenregeling voor cliënten vereist is 5. V oor welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten vereist is over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn. De gemeenteraad beoordeelt de jaarlijkse rapportage van het college over de resultaten die in het voorgaande jaar zijn behaald, vanuit haar controlerende rol en stuurt zo nodig bij.
7
KENNIS | STAALKAART | Participatiewet | 1 van 4
Een van de doelen van de Participatiewet is om meer mensen aan de slag te krijgen, ook mensen met een arbeidsbeperking. De gemeente is verantwoordelijk voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben bij arbeidsre-integratie, en waar nodig inkomensondersteuning. Een ander doel van de wet is het verlenen van bijstand aan mensen ‘die in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken dat zij niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien’. De nieuwe sociaal domeinwetten die per 2015 zijn ingevoerd hielden een aantal beloften in: de belofte van nabijheid en aansluiting op de leefwereld van inwoners, van integraal werken en samenhang, meer ruimte voor professionals en inzet op preventie. De bedoeling is om inwoners tijdiger, passender en samenhangender te ondersteunen.
WETTEKST
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTEN
DOELEN VAN DE WET
Bekijk hier
KENNIS
de beloften van de sociaal domeinwetten
KENNISCLIP
In de wet staat dat het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk is voor onder steuning bij: 1. Arbeidsinschakeling 2. De verlening van bijstand 3. H et ontwikkelen van beleid ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie. Ad 1. De wet geeft de gemeenten een aantal instrumenten om te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. De belangrijkste instrumenten zijn: loonkostensubsidie en loondispensatie voor werkgevers die iemand met een ziekte of handicap in dienst nemen en beschut werk voor mensen met een arbeidsbeperking. Gemeenten bepalen op basis van maatwerk wie voor welke vorm van ondersteuning in aanmerking komt. Ook is er een banenafspraak gemaakt tussen kabinet, organisaties voor werkgevers en werknemers. Begin 2026 moeten er in totaal 125.000 banen zijn bijgekomen voor mensen met een arbeidsbeperking. Ad 2. De bijstand biedt mensen een uitkering op het niveau van het sociaal minimum. De hoogte is afhankelijk van de gezinssituatie en het inkomen van de huisgenoten. Een inwoner kan bijzondere bijstand aanvragen wanneer hij in bijzondere omstandigheden verkeert waardoor hij kosten maakt die niet van een inkomen of een uitkering op bijstandsniveau zijn te betalen.
Ad 3. Gemeenten moeten beleid ontwikkelen voor het verrichten van een tegenprestatie door inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen. Hierbij gaat het om een onbetaalde, maatschappelijk nuttige activiteit van meestal beperkte duur en omvang. Het mogen geen werkzaam heden zijn die leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt (art. 9.1.c. van de wet). Het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap richt zich op het versterken van toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Gemeenten zijn verplicht om in beleidsplannen aan te geven hoe zij de inclusie van inwoners met een beperking willen bevorderen zodat inwoners met een beperking dezelfde toegang tot voorzieningen hebben als valide inwoners. Ook moeten zij aangeven hoe zij bij die beleids(uitvoerings) plannen inwoners met een beperking betrekken. Het college van B&W is verantwoordelijk voor het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het houden van toezicht op naleving van de wet. Het college legt verantwoording af aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen heid over de uitvoering van deze wet. Ook dient het college jaarlijks bij de minister een Beeld van de Uitvoering in.
Participatiewet 8
KENNIS | STAALKAART | Participatiewet | 2 van 4
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
IN DE PRAKTIJK Het is aan gemeenten om op basis van de Participatiewet lokaal beleid te maken en uit te voeren. Met haar lokale beleid probeert de gemeente goed aan te sluiten bij de behoeften van de inwoners en de mogelijkheden van werkgevers en maatschappelijke organisaties. De gemeenteraad stelt de regels voor de uitvoering en legt die vast in een verordening, zie hierna bij ‘rol gemeenteraad’. Bijstelling van lokaal beleid kan nodig blijken op basis van in beeld gebrachte effecten en ervaringen.
Via de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein is snel een beeld te krijgen van diverse lokale cijfers rond werk en inkomen. Een van de doelen van de wet is inkomensondersteuning bieden aan mensen die het (tijdelijk) niet redden op eigen kracht, en daarmee bestaanszekerheid vergroten. Aandacht voor het herstellen van bestaans zekerheid staat prominent op de agenda van veel gemeenten, zoals te lezen is in de propositie De winst van het sociaal domein van VNG en Divosa. Bestaansonzekerheid – door onvoldoende inkomen, geen zinvolle daginvulling, geen geschikte woning of onveilige leefomgeving – staat meedoen en ontwikkeling van mensen in de weg. De aanpak van bestaansonzekerheid vereist een integrale en structurele aanpak , met aandacht voor sociale relaties (Movisie). Soms is bij de lokale/regionale aanpak speciale aandacht voor bepaalde groepen mensen nodig. Bij een te strikte interpretatie van bepaalde maatregelen uit de participatiewet, zoals de vier weken zoektermijn en de scholingsplicht, kunnen kwetsbare jongeren en jongvolwassenen (16-27) in grote problemen komen, zie hier .
Een ander veel besproken punt is de kosten delersnorm , die familie en vrienden weerhoudt om jongeren onderdak te bieden of tot conflicten leidt met het risico op dak- of thuisloosheid.
2. IN SAMENWERKING MET DRIE GEMEENTEN WERKTEN HOGESCHOOL UTRECHT EN MOVISIE AAN HET VERSTERKEN VAN INTEGRAAL WERKEN AAN PARTICIPATIE
Door gemeenten wordt op verschillende manieren invulling gegeven aan de Participatiewet. Onder meer in de ruimte die wordt opgezocht om mensen te helpen bij het vinden van werk of zinvolle daginvulling of om hen passend te ondersteunen. Hierna volgen enkele voorbeelden van projecten en praktijken die aan verbetering en innovatie werken.
In het rapport Lokaal & integraal werken aan participatie staan de resultaten, wat integraal werken op het snijvlak van zorg en welzijn en werk en inkomen precies inhoudt en wanneer dit succesvol is. Ook is een praatplaat beschikbaar die te gebruiken is voor het voeren van het gesprek in de eigen gemeente.
1. H ET VERWERVEN VAN EEN BETAALDE BAAN OP DE REGULIERE ARBEIDSMARKT IS NIET VOOR IEDEREEN HAALBAAR Er is behoefte aan alternatieven voor regulier werk. Alternatieven waarin niet alleen arbeidsparticipatie, maar ook sociale en maatschappelijke participatie in beeld zijn. In de publicatie Waardevol werken initiatieven beschreven.
Gemeenten kunnen om dit te voorkomen gebruik maken van de mogelijkheid tot maatwerk die de participatiewet biedt.
Het project Op Koers van de Houtense Werktafel biedt bijvoorbeeld integrale begeleiding van inwoners die op meerdere levensgebieden urgente problemen ervaren waaronder participeren/ meedoen en daarin niet verder komen. Inwoner en betrokken professionals zitten samen aan tafel om aan een oplossing te werken.
staan zeven
Participatiewet | In de praktijk
9
KENNIS | STAALKAART | Participatiewet | 3 van 4
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
3. SIMPEL SWITCHEN IN DE PARTICIPATIEKETEN Simpel Switchen in de Participatieketen is een project waarin de rijksoverheid, Divosa, UWV, Stimulansz en Movisie met andere organisaties werken dat mensen makkelijker vanuit een uitkering aan het werk kunnen gaan of van dagbesteding naar werk. Maar ook de stap terug als dat nodig is. Simpel Switchen wil er ook voor zorgen dat mensen goed worden begeleid. Bij de overgangen van bijvoorbeeld school naar werk of zorg naar werk, maar ook om aan het werk te kunnen blijven. Zie het project Simpel Switchen in de Participatieketen
WIJZE VAN FINANCIERING
.
4. PARTICIPATIE VERSTERKEN Participatie versterken van mensen die te maken hebben met psychische kwetsbaarheid en/of dak- en thuisloosheid (doelgroepen maatschappelijke opvang en beschermd wonen) is ook een verantwoordelijkheid van de gemeente. Wanneer participatie, begeleiding en herstel hand in hand gaan is er veel mogelijk. Zie De Drempel Over , met inspirerende voorbeelden van ondersteuning bij participatie van dak- en thuislozen en mensen met psychische kwetsbaarheid.
5. BIJSTANDSEXPERIMENTEN ONDER DE PARTICIPATIEWET In zes gemeenten (Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen) zijn in de periode 2017-2019 bijstandsexperimenten onder de Participatiewet uitgevoerd. De experimenten bestonden uit het verlenen van een ontheffing van de arbeids- en re-integratieverplichtingen in de bijstand, een intensievere begeleiding naar werk of een hogere en langere vrijlating voor bijverdiensten. Sommige gemeenten kozen ervoor om interventies te combineren.
Gemeenten ontvangen van het rijk geld om de uitkeringen te betalen aan bijstands gerechtigden. Ook krijgen zij een budget waarmee re-integratie, begeleiding en de uitvoering van Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is te betalen. Verder ontvangen gemeenten middelen om de apparaatslasten voor de uitvoering van deze regelingen en het minimabeleid te bekostigen. Het budget voor uitvoering van de Participatiewet is niet geoormerkt. Meer informatie is te vinden op de website van Divosa .
Belangrijkste conclusie uit de evaluatie door het CPB is: een ontheffing van verplichtingen in de bijstand had tijdens het experiment geen effect op de uitstroom naar werk. Na het experiment nam de uitstroom naar werk soms toe. Meer begeleiding of ruimere bijverdienmogelijkheden verhoogden tijdens het experiment soms de uitstroom naar deeltijdbanen. In de uitvoering zijn veel partijen en organisaties betrokken zoals: klantmanagers/ consulenten werk en inkomen of sociale dienst, Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), sociale werkvoorziening, het werkgeversservicepunt van de arbeidsmarktregio, maatschappelijke en zorgorganisaties en op landelijk niveau onder meer Divosa, Netwerk Directeuren Sociaal Domein en beroepsvereniging SAM.
Participatiewet 10
KENNIS | STAALKAART | Participatiewet | 4 van 4
KENNIS
ROL VAN DE GEMEENTERAAD Op basis van de wet moet de gemeenteraad in een verordening regels voor de uitvoering vastleggen (betreft dus de kaderstellende rol), onder andere ten aanzien van: • Het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling (gericht op re-integratie) • De wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort en de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld • Het verrichten van werkzaamheden in een beschutte omgeving en hoe wordt bepaald wie hiervoor in aanmerking komt • Het opdragen van een tegenprestatie • Het aanbod van scholing of opleiding • De premie indien onbeloonde additionele werkzaamheden worden verricht. • Het verlagen van de bijstand en de periode van de verlaging van de bijstand • Het verlenen van een individuele inkomenstoeslag en een individuele studietoeslag • Cliëntenparticipatie; gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen over verordeningen en beleidsvoorstellen. • Regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast over de wijze waarop het college uitvoering zal geven aan het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.
In de VNG factsheet Toezicht in het sociaal domein (p.8.) staat over verantwoording: Het college van B&W moet zich voor de horizontale verantwoording over het gevoerde beleid en de resultaten in de uitvoering verantwoorden naar de gemeenteraad. De gemeenteraad krijgt bij zijn controlerende taak hulp van de lokale rekenkamer en van bijvoorbeeld een burgerpanel of de lokale ombudsman.
11
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
KENNIS | STAALKAART | Jeugdwet | 1 van 2
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
WETTEKST VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTEN
DOELEN VAN DE WET 1. Gebruik maken van de eigen kracht van jongeren, ouders en hun sociale netwerk. Het is belangrijk dat zij de regie blijven houden over hun leven. En dat ze samen met hun eigen omgeving en professionele hulpverleners naar oplossingen zoeken; 2. Minder snel medicijnen voorschrijven en de zorgvraag terugbrengen; 3. Eerder (jeugd)hulp bieden op maat voor kwetsbare kinderen; 4. Samenhangende hulp voor gezinnen bieden: 1 gezin krijgt 1 plan met 1 regisseur; 5. Meer ruimte voor jeugdprofessionals en minder regeldruk bij hun werk.
Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdhulp voor kinderen tot 18 jaar. Het gaat om opvoedondersteuning, preventieve taken, wijk- of jeugdteams, geestelijke gezond heidszorg voor de jeugd, zorg voor kinderen met een beperking en jeugd- en opvoedhulp. De rechter beslist of jeugdbescherming of jeugdreclassering ingezet moet worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan. Gemeenten hebben de plicht om hulp en ondersteuning te bieden (jeugdhulpplicht). Zij kunnen de zorg dichter bij de inwoners organiseren, in samenhang met ondersteuning van gezinnen bij werk, inkomen en schulden.
KENNISCLIP
WIJZE VAN FINANCIERING De rijksoverheid verdeeld het budget voor de jeugdzorg via het gemeentefonds. Dit budget is niet geoormerkt. Gemeenten kopen bepaalde vormen van jeugdhulp (zoals pleegzorg, crisis opvang en residentiële zorg) regionaal in en werken met elkaar samen in 42 jeugdregio’s. De gemeente waar een jongere staat ingeschreven, is verantwoordelijk voor de jeugdzorg die deze jongere krijgt. En betaalt de rekening. Er geldt geen eigen bijdrage of eigen risico. Het jeugdzorggebruik blijft de afgelopen jaren toenemen en de kosten dus ook. Wat zijn de verklaringen voor het toenemende zorggebruik en hoe kun je dit keren? Het groeiend jeugdzorggebruik
Jeugdwet 12
(nji.nl)
KENNIS | STAALKAART | Jeugdwet | 2 van 2
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
IN DE PRAKTIJK Hoe de jeugdwet wordt vormgegeven in de praktijk verschilt per gemeente. Iedere gemeente kent basisvoorzieningen, preventieve programma’s, lokale teams en gespecialiseerde hulpaanbieders
Er zijn veel partijen betrokken bij kinderen en jongeren die opgroeien. Dit geeft een overzicht van alle betrokken partijen in het jeugdveld. Opgroeien in Nederland | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
1. BASISVOORZIENINGEN Basisvoorzieningenzijn de kinderopvang, de scholen, sportvoorzieningen, stagevoorzieningen voor jongeren etc. Basisvoorzieningen leveren een belangrijke bijdrage aan het gewoon opvoeden en opgroeien van jeugdigen. Sterke pedagogische basisvoorzieningen | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
2. PREVENTIE Preventie is problemen voorkomen, beginnende problemen in goede banen leiden en voorkomen dat problemen terugkomen. Voor preventie kunnen scholen, jeugdgezondheidszorg, kinderopvang, jongerenwerk, lokale teams en zorgaanbieders kiezen uit een breed palet aan interventies. Preventief jeugdbeleid | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
3. L OKALE TEAMS EN EERSTE LIJN Hieronder vallen de lokale teams, jeugdgezond heidszorg/consultatiebureau, het Centrum voor Jeugd en Gezin, en de huisartsen. Ze kunnen veel voorkomende vragen van jeugdigen en opvoeders helpen beantwoorden met lichte zorg en ondersteuning. Programma Integraal werken in de wijk | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
4. G ESPECIALISEERDE HULP (INTENSIEVERE EN VAAK DUURDERE HULP) De gespecialiseerde hulp is niet vrij toegankelijk. Er is een beschikking nodig om deze te krijgen. Effectieve jeugdhulp | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl) Hoe gaat het met de kinderen in jouw gemeente? Deze gegevens zijn hier te vinden: staat-van-de-jeugd.nl en waarstaatjegemeente.nl - cijfers en statistieken van gemeenten. Hoe staat het met jeugdhulpgebruik in jouw gemeente? Deze gegevens zijn hier te vinden: Benchmark jeugdhulp: Jeugdhulp | Jeugdmonitor (cbs.nl)
13
ROL VAN DE GEMEENTERAAD De gemeenteraad stelt een beleidsplan en een verordening vast. In de verordening staat wat onder collectieve voorzieningen vallen en wat onder maatwerk. Ook staat erin waar kinderen terecht kunnen voor jeugdhulp. Zaken die in het beleidsplan staan zijn: • Preventie; • Jeugdhulp; • Kinderbescherming; • Jeugdreclassering.
KENNIS | STAALKAART | Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) | 1 van 3
WETTEKST
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
KENNISCLIP
VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTEN
DOELEN VAN DE WET De Wgs stelt gemeenten in staat om inwoners met (dreigende) problematische schulden te ondersteunen met advies, schuldbemiddeling of saneringskrediet. Schuldhulpverlening richt zich op een duurzame aanpak van schulden, een oplossing voor schulden en het vergroten van zelfredzaamheid van inwoners.
In de wet staat dat de gemeenteraad een plan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente en dat het college dit plan uitvoert. De wet stelt dat gemeenteraden voor de uitvoering van de Wgs een plan voor maximaal vier jaar moet vaststellen, dat tussentijds gewijzigd kan worden, met de hoofdzaken van het te voeren beleid.
In de in 2021 gewijzigde Wgs is vroegsignalering van (dreigende) problematische schulden expliciet vastgelegd als taak van gemeenten (college van B&W), en is de gegevensuitwisseling met andere organisaties die daarvoor nodig is geregeld. Het doel is dat gemeenten daardoor mensen met dergelijke schulden eerder in beeld krijgen en vervolgens schuldhulpverlening kunnen aanbieden.
Het college heeft vervolgens tot taak om het plan uit te voeren en schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente te geven. Het college kan ervoor kiezen de uitvoering van deze wet door derden te laten verrichten, dat wil zeggen door een andere organisatie of instelling daarvoor mandaat te geven, die zich in haar doelstelling of werkzaamheden richt op schuldhulpverlening.
Schuldhulpverlening heeft vrijwel altijd een integraal karakter. Dit betekent dat er niet alleen aandacht is voor het oplossen van de financiële problemen van een cliënt, maar ook voor psychosociale problemen of problemen rond de woonsituatie, gezondheid, verslaving of de gezinssituatie.
Wgs 14
KENNIS | STAALKAART | Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) | 2 van 3
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
IN DE PRAKTIJK Hoe de Wgs wordt vormgegeven in de praktijk, verschilt enigszins, maar niet heel sterk per gemeente. In grote lijnen ziet de schuldhulpverlening er als volgt uit (Samengesteld op basis van wettekst en Minnelijke schuldhulpverlening - NVVK):
VROEGSIGNALERING Per 1 januari 2021 heeft de gemeente de wettelijke taak om op basis van signalen over betalingsachterstanden die ontvangen worden van schuldeisers, binnen vier weken uit eigen beweging hulp aan te bieden. Om een goed bereik te hebben, zijn diverse signalen voor de vroegsignalering van schulden aangewezen. Het gaat hierbij om meldingen van huur achterstanden en betalingsachterstanden op de zorgpremie en op de energie- en drink waterrekeningen. Meer lezen kan hier: Vroegsignalering NVVK
STABILISATIEFASE
SCHULDREGELING
De stabilisatiefase start met een aanmelding en eerste gesprek waarin een schuldhulpverlener beslist om de inwoner al dan niet toe te laten tot de schuldhulpverlening. Ook verzamelt de schuldhulp verlener informatie voor het vervolg: afhankelijk van de situatie de intake of een crisisinterventie. Soms wordt duidelijk dat iemand met informatie en advies geldzaken zelf op orde kan krijgen en verder geen schuldhulpverlening nodig heeft.
In de schuldregelingsfase behartigt de schuldhulp verlener als tussenpersoon de belangen van iemand met schulden en schuldeisers. De schuldhulp verlener weegt die belangen zorgvuldig af, neemt daarbij de kosten van de regeling mee en bekijkt of iemand met schulden klaar is om via een schuld regeling uit de schulden te komen en te blijven.
Bij een bedreigende situatie is er binnen 3 werk dagen na aanmelding een gesprek om de hulpvraag vast te stellen. Een crisisinterventie heeft tot doel een crisis af te wenden zodat daarna schuldhulpverlening mogelijk wordt. Bij de intake onderzoekt de schuldhulpverlener of iemand zelfredzaam is en wat het probleem is om vervolgens een plan van aanpak te maken. Als dat nodig is vraagt de schuldhulpverlener daarvoor beschermingsbewind aan of zorgt voor budgetbeheer of coaching.
Het moet binnen 120 dagen duidelijk worden of een schuldregeling mogelijk is. Daarom moeten mensen met schulden en schuldeisers zich houden aan strenge reactietermijnen. Er zijn twee soorten schuldregelingen: schuldsanering en schuldbemiddeling. Bij een schuldsanering verstrekt de gemeentelijke kredietbank een saneringskrediet. De schuldeisers krijgen ineens het bedrag uitgekeerd waarmee ze akkoord zijn gegaan. Deze optie geeft mensen met schulden meer schuldenrust omdat ze nog maar met 1 schuldeiser te maken hebben: ze betalen het krediet in 36 maanden terug aan de gemeentelijke kredietbank. Bij schuldbemiddeling worden alle inkomsten boven het Vrij Te Laten Bedrag (het bedrag dat voldoende is om de vaste lasten te betalen en te leven op bijstandsniveau) maandelijks gereserveerd en jaarlijks betaald. Eens per jaar worden de inkomsten opnieuw berekend. Het bedrag dat aan schuldeisers wordt betaald kan daardoor hoger of lager uitkomen.
Wgs | In de praktijk 15
KENNIS | STAALKAART | Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) | 3 van 3
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
WIJZE VAN FINANCIERING
NAZORG Nazorg moet voorkomen dat iemand opnieuw problematische schulden krijgt. Daarvoor informeert een schuldhulpverlener in het eerste jaar na het schuldhulpverleningstraject of inkomsten en uitgaven in evenwicht zijn. Zo niet, dan verwijst de schuldhulpverlener door naar begeleiding, bijvoorbeeld door vrijwilligers of maatschappelijk werk.
De rijksoverheid verdeelt het budget voor de Wgs via het gemeentefonds. Dit budget is niet geoormerkt. De gemeente waar de inwoner staat ingeschreven, is verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening die deze inwoner krijgt. Lees meer over het gemeentefonds
.
In de praktijk is er steeds meer aandacht voor stresssensitief werken. Deze manier van werken voor schuld hulpverleners betekent dat schuldhulpverleners beter in staat zijn om op een juiste wijze om te gaan met de invloed van chronische stress op mensen met schulden. Meer lezen: Wat is er nodig voor een effectieve inzet van stress-sensitieve dienstverlening? | Movisie . In het landelijk programma Schouders Eronder wordt gewerkt aan het verbeteren van de schuldhulpverlening in Nederland. Door kennis en vakmanschap te verbeteren van iedereen die een rol heeft in het signaleren, voorkomen en oplossen van schulden. Lees hier meer over het samenwerkings verband van Divosa, Landelijke Cliëntenraad, NVVK, Sociaal Werk Nederland en VNG.
Praktijkvoorbeeld: in gemeente Utrecht werken schulddienstverleners, sociaal raadslieden en buurtteammedewerkers nauw samen bij de aanpak van armoede en schulden. Lees hier
ROL VAN DE GEMEENTERAAD De gemeenteraad stelt – vanuit haar kaderstellende rol – periodiek een plan vast met betrekking tot het door het college te voeren beleid ten aanzien van schuldhulpverlening. In dat beleidsplan wordt in elk geval wordt aangegeven: • Welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen; • Welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; • Hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders van tot bewoning bestemde onroerende zaken, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven, wordt vormgegeven; • Hoeveel het maximaal aantal weken het mag duren dat de gemeente een beschikking afgeeft na het voeren van het eerste gesprek. Dit mag wettelijk maximaal acht weken zijn, de gemeente mag ook een kortere termijn kiezen; • Hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven.
meer.
16
KENNIS | STAALKAART | Wet langdurige zorg (Wlz) | 1 van 2
WETTEKST
KENNIS
STURING
INFORMATIE
HOME
VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTEN
DOELEN VAN DE WET De Wet langdurige zorg (Wlz) is er voor mensen met een chronische ziekte of beperking die blijvend 24 uur per dag toezicht of zorg nodig hebben. Die zorg wordt meestal in een zorginstelling gegeven, zoals een verpleeghuis of een instelling voor gehandicaptenzorg. Maar Wlz-zorg thuis is soms ook mogelijk. Uitgangspunt is dat de inwoner de zorg krijgt die zo veel mogelijk aansluit bij zijn of haar persoonlijke behoeften. Voor Wlz-zorg gelden drie voorwaarden: 1. H et is duidelijk dat u blijvend (= levenslang) zorg nodig heeft. 2. U heeft permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig. 3. U voldoet aan de grondslag (= het soort ziekte of beperking). Met een Wlz indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) kan een inwoner altijd kiezen voor verblijf (wonen) in een verpleeghuis, instelling voor mensen met een beperking (verstandelijk, zintuigelijk of lichamelijk) of een beschermde woonvorm met psychische zorg.
KENNISCLIP
VISIE
Het is, als het zorgkantoor vaststelt dat de thuissituatie veilig, is ook mogelijk om thuis zorg vanuit van de Wet langdurige zorg te ontvangen. De zorg thuis mag niet (veel) duurder zijn dan dezelfde zorg in een zorginstelling. Wlz-zorg thuis kan in de vorm van een volledig of modulair pakket thuis (vpt/mpt), persoonsgebonden budget of een combinatie hiervan geleverd worden.
Gemeenten hebben geen budget om zorg in te kopen voor mensen (jeugd en volwassenen) die in aanmerking komen voor de Wlz. Wlz-zorg wordt betaald door het zorgkantoor . Gemeenten hebben echter wel een rol bij de verwijzing naar de Wlz. Wanneer de gemeente vermoedt dat iemand voldoet aan de voorwaarden van de Wlz kunnen zij de inwoner naar het CIZ verwijzen voor een Wlz indicatie. De inwoner is echter niet verplicht om een Wlz indicatie aan te vragen. Wanneer de inwoner geen Wlz indicatie wilt aanvragen zal de gemeente en/of de wijkverpleegkundige overleggen over wat de mogelijkheden zijn in de specifieke situatie. Zodra een inwoner een Wlz indicatie krijgt heeft hij/zij ook recht op cliëntondersteuning vanuit de Wlz. Omdat deze cliëntondersteuner pas wordt toegewezen ná de indicatiestelling is het aan de gemeente om er voor te zorgen dat een onafhankelijke cliëntondersteuner de inwoner kan bijstaan in de procedure van de indicatiestelling voor de Wlz. Wanneer een inwoner thuis Wlz zorg ontvangt in de vorm van vpt, mpt of pgb voorziet hij of zij zelf in zijn recreatieve en sociaal-culturele activiteiten. Als een verzekerde met gebruik van zijn netwerk echter niet zelf kan voorzien in recreatieve en sociaal-culturele activiteiten, kan hij wellicht een beroep doen op de algemene voorzieningen uit de Wet maat schappelijke ondersteuning (Wmo).
Algemene voorzieningen staan ook open voor mensen met een Wlz-indicatie.
Wlz 17
KENNIS | STAALKAART | Wet langdurige zorg (Wlz) | 2 van 2
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
IN DE PRAKTIJK
WIJZE VAN FINANCIERING
Zorg vanuit de Wlz kan lijken op wijkverpleging (verpleging en verzorging) en Wmo-ondersteuning (bijvoorbeeld begeleiding of dagbesteding).
Wat de verzekerde zorg vanuit de Wlz is, hangt af van de leveringsvorm en bij verblijf in een Wlz-instelling, of de verzekerde ook behandeling van die instelling krijgt. De Wlz verzekert naast verblijf en wat daarbij hoort, behandeling, verpleging, persoonlijke verzorging en begeleiding, vervoer en logeeropvang. Als de cliënt verblijft in een Wlz-instelling en ook behandeling krijgt van deze instelling, vallen een aantal andere vormen van zorg, zoals huisartsenzorg, farmaceutische zorg en hulpmiddelen ook onder het verzekerde pakket van de Wlz. Ook kent de Wlz mogelijkheden voor extra zorg als een cliënt meer zorg nodig heeft dan met zijn indicatie mogelijk is.
Het verschil zit in de reden waarom de zorg nodig is. En in de manier waarop de zorg georganiseerd wordt. Dat gaat bijvoorbeeld om de organisaties die de toegang en financiering regelen, de plek waar je zorg kunt krijgen en de eigen bijdrage. Inwoners die Wlz zorg ontvangen kunnen wel een beroep doen op algemene voorzieningen, woningaanpassingen en sociaal vervoer van de gemeente Het is voor gemeenten belangrijk om te weten welke inwoners er een Wlz indicatie hebben en welke niet. Hiervoor is er door het CIZ een digitale registertoets in het leven geroepen. Gemeenten krijgen door middel van dit register alle wijzigingen in de Wlz-status (heeft een cliënt een Wlz indicatie of niet) automatisch door van cliënten die gebruik maken van de Wmo. Gemeenten hebben deze informatie nodig om dubbele financiering te voorkomen. Maar ook omdat het Wlz aanbod kan van invloed zijn op het Wmoaanbod van gemeenten en omdat de Wlz indicatie van een inwoner van invloed kan zijn op declaratie van zorg/ behandeling uit de Wlz of Zvw.
HOME
Partijen kunnen – in het belang van de inwoner – tot afspraken komen over het voortzetten van zorg vanuit de Wmo, Jeugdwet of Zvw, gedurende de overbruggingsperiode (maximaal 13 weken), mits de zorg noodzakelijk is en verantwoord. Als een inwoner Wlz-zorg krijgt, moet hij een eigen bijdrage betalen. Het CAK stelt de eigen bijdrage vast. De inwoner moet de eigen bijdrage aan het CAK betalen. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van de leveringsvorm en de persoonlijke (financiële) omstandigheden van de inwoner.
ROL VAN DE GEMEENTERAAD Als gemeente heb je te maken met verschillende wet- en regelgeving. Maar ook met veel partijen, zoals zorgverzekeraars, zorgaanbieders, cliëntondersteuners en het CIZ. Het is voor de inwoner met een (langdurige) zorgvraag belangrijk dat de samenwerking tussen deze partijen goed verloopt. De rol van de gemeenteraad is wat betreft de Wlz met name gelegen in toezien op deze samenwerking en op de rol van de gemeente bij de overgang van Wmo naar Wlz zorg.
Bronnen: Overheid, VWS, ZIN en CIZ
18
KENNIS | STAALKAART | Zorgverzekeringswet (Zvw) | 1 van 2
DOELEN VAN DE WET
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTEN
Iedereen die in Nederland woont of werkt heeft recht op zorg uit het basispakket. Dit is geregeld in de Zorg verzekeringswet (Zvw). Zorgverzekeraars voeren de Zvw uit voor hun verzekerden. Zorgaanbieders zijn er verantwoordelijk voor dat de zorg die zij aan verzekerden bieden van goede kwaliteit is. Het merendeel van de essentiële geneeskundige zorg, geneesmiddelen en medische hulpmiddelen valt onder het basispakket en wordt vergoed vanuit de Zvw. Het gaat bijvoorbeeld om de zorg door huisartsen, medisch specialisten en verloskundigen; de wijkverpleging (inclusief casemanagers dementie); verblijf in het ziekenhuis; paramedische zorg zoals fysio, logo en ergo, diëtetiek en de geestelijke gezondheidszorg, inclusief intramuraal tot max 3 jaar.
Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Gemeenten zijn niet verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg die geleverd wordt vanuit de Zvw, maar er zijn wel raakvlakken. Van gemeenten wordt verwacht dat zij sturing geven aan de afstemming en samenwerking tussen de verschillende partijen die een rol hebben in het lokale gezondheidsbeleid en de openbare gezondheidzorg. Zij moeten daartoe samenwerken. In de ouderenzorg is goede afstemming nodig tussen de huishoudelijke hulp en wijkverpleging, bijvoorbeeld als het gaat om maaltijdvoorzieningen. Voor de ggz is het belangrijk dat mensen met psychische klachten na hun ggz-behandelingen kunnen rekenen op geschikte woonruimte, werk en ondersteuning vanuit de gemeente.
IN DE PRAKTIJK WETTEKST KENNISCLIP
Afstemming tussen gemeenten en zorgverzekeraars vindt met name plaats op het gebied van de ouderenzorg, preventie en geestelijke gezondheidszorg. Ouderen wonen langer thuis, de mogelijk heden voor preventie in de wijk nemen toe en de zorg- en ondersteuningsvraag van mensen met psychische problemen hangt steeds meer samen. Hierdoor is de behoefte gegroeid aan goede, lokale afstemming. Dat maakt de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars noodzakelijk en vanzelfsprekend. De VNG en ZN maken hiertoe afspraken om te zorgen voor een sluitend netwerk waarmee in elke regio de samenwerking op zorg en ondersteuning tot stand komt. Ook op lokaal niveau zijn die afspraken noodzakelijk. Dat geldt evenzeer voor samenwerkingsafspraken met onder andere zorgorganisaties, huisartsen, ziekenhuizen, zorgkantoren en woningbouwcorporaties.
Zvw 19
KENNIS | STAALKAART | Zorgverzekeringswet (Zvw) | 2 van 2
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
ROL VAN DE GEMEENTERAAD
WIJZE VAN FINANCIERING
De rol van gemeenteraad is wat betreft de Zvw met name gelegen in het toezien op de afstemming van ondersteuning vanuit Wmo met de zorg die geleverd wordt vanuit de Zvw, zodat er een integraal aanbod voor de inwoners gerealiseerd wordt.
De Zvw is een verzekering waarbij alle verzekerden samen de totale kosten van alle zorg opbrengen. Er zijn twee grote financieringsstromen: aan de ene kant betaalt iedere verzekerde vanaf 18 jaar een ‘nominale’ premie aan zijn of haar zorgverzekeraar. Aan de andere kant is er een inkomensafhankelijke bijdrage die door de werkgever wordt betaald.
Daarnaast heeft de gemeenteraad een rol bij het vaststellen (en toezien op naleving van voornemens) van de vierjaarlijkse nota gemeentelijk gezondheidsbeleid. Ook bij de totstandkoming van het gezondheidsbeleid heeft de gemeenteraad de mogelijkheid aandachtspunten voor het lokale gezondheidsbeleid te kiezen die voortkomen uit het politieke debat. Het lokale gezondheidsbeleid valt onder de Wet Publieke Gezondheid, maar houdt verband met de uitgaven binnen de Zvw en de afstemming met de partijen die bekostigd worden uit de Zvw.
Daarnaast is er voor iedereen ouder dan 18 jaar nog een verplicht eigen risico van € 385,-, dat onder andere als doel heeft het kostenbewustzijn bij burgers te vergroten. Een aantal zorgvormen (zoals huisartsenzorg en kraamzorg) is daarbij uitgezonderd. Voor kinderen en jongeren tot 18 jaar betaalt de overheid uit algemene middelen de kosten van de verzekering. De inkomensafhankelijke bijdrage, samen met de rijksbijdrage voor kinderen en jongeren onder 18, komt terecht in het Zorgverzekeringsfonds.
Mogelijke onderwerpen voor het gezondheidsbeleid zijn: • De omvang van het budget dat beschikbaar is voor de uitvoering van de beleidsvoornemens; • Hoe ver wil je als gemeente gaan bij het tegengaan van bijvoorbeeld ongezond gedrag; • Hoe zijn de prioriteiten tot stand gekomen van de aan te pakken gezondheidsproblemen; • Sluiten de voorgestelde maatregelen aan bij de gesignaleerde gezondheidsproblemen en de groepen met grotere gezondheidsrisico’s; • Hoe dragen andere beleidssectoren bij aan de bevordering van de gezondheid van de bevolking.
Voor sommige zorg uit het basispakket moeten burgers bovenop het eigen risico een eigen bijdrage betalen. In de Zvw gaat ongeveer 60% van het totale zorgbudget om.
Bronnen: Overheid, VWS, ZIN en CIZ
20
HOME
KENNIS | KEUZEKAARTEN
KENNIS
VISIE
STURING
KEUZEKAARTEN SOCIAAL DOMEIN Op de keuzekaart kun je zien waar en hoeveel invloed je kunt hebben.
Waar zit voor mij de ruimte als volksvertegenwoordiger?
WET MAATSCHAPPELIJKEONDERSTEUNING (WMO)
Jeugdzorg
N O I T C TRU
Genim rectium exceped ignihit iantis ab ipsam lit ant inum aut magnimi
Equae nonempos molum volorem eaquo dolupta tquam, a aut earum
PARTICIPATIEWET JEUGDWET
S N O C R E D N U
WET GEMEENTENLIJKESCHULDHULPVERLENING (WGS) WET LANGDURIGE ZORG (WLZ)
Xim quunt odi repudi qui core nobitat reptio. Imo id modipsametum fuga. Tur? Qui odipisin nestem fugianit, quaepra nonem dolorio reruptiberio elibus ipsapel mo quam quundeles eosant qui dis autem volupidis ducius.
Meer informatie
Destiam quatur, nis utaerum aut andessintias deliquo erferum quia nem earum facerumque
Sum quiaepeles ut ped quodit maiorror molorpo
Ant utent qui que eicima pore, utate mossunt voluptis aborent odit liqui sandus simi, qui audi rem esed magnimet quis evel illabor aperorem. Nem rectemo luptio cus ut volor alia.
Fuga. Odignam ipsa nonem vel ipsa et officilla ducia dundae latus, il ipsuntur, od quas culluptium et dolupidi oditam, temquo dolorest, tem ditat ea dolorem oluptaturite volo excepta si ut acia cupicim endusandes estemqu atquia ilitior eribusd anditatur, consere perrorpos rehenihilit dolorepel iur. Les nus esedi odit, volorio ritam, saperit, ut volorestiunt doluptatur alit latur? Atur mo et et qui am rectureperro quis et ad essimus. Meer informatie
Meer informatie
Corerum ea umet etur molorum atis utem et quiae ra dolorecus
At quam exereperciur asperatur, sae alit vendebis molum volor ptaquae
Tatem vellorata voles asseque velecea doluptate perumquo bere
Ceris dollupta qui dolorer umetur apera a doluptatem
Obistis militae voleni as re inciis molectio estrum que eniet doluptaqui tem aut ea in rendent quiaecea aut vitaturia sunt quas doluptat.
Utem eictur? Iquideles apiciet eum nonem reius adic tem illacil
Menimus sequias et quo corum rerio. Et quis dolut eostotates autem dit molorporum ide si non explam, atem reni ut essit veliquam etur min nonsedi.
Evenim rem autecabor aut occus voleceptatio bla quisquae nobitasi blam reicias num ant eosam rerovit.
Rest ut estiateni simus, sequi alitinctis et unt Aquis et, ommod quam everferit alignis sin nonsend aestemperis audis rersped igenem invendio doluptatur.
Ectas dolor aut diae dolupid molum fugit volorep uditius ra consequiae volessitate sunt volor acerios ea cus dolorese dunt as et
Meer informatie
Meer informatie
Meer informatie
Meer informatie
Nati tem int esti optat eationsent ut moditaquos molor sum ad
Meer informatie
21
Nonseque et esequun tiorern atecum eum voluptatiam sitio volecate del int rerum hit odis et, sincias es aliquam enis aut eos es si aut anis dolenis doluptatquid quaspe comnis dit laciendit litecatem fuga.
Meer informatie
Meer informatie
Adis apienias solupta tuscillut pelibus, voluptate milluptatium reicill uptasit, sunt, qui beati
ZORGVERZEKERINGSWET (ZVW)
Otam labor am hil eum que milia ducitem. Ecto evelit, inum exceria inulpa con re, conse possimus
Hillat in nitatqu iducien dictia Bea idus aut haris am, od quaecti dem cuptatem harum apicid moluptate et adis enis ipitas aut et officid que res magniet odiciumqui dolupta volupta core officides nus cus, ius. Gendite od molest landaec epturi ut sincias es aliquam enis aut.
Ta dolo velit intium nossume ndelluptio et landi dolorest as
Meer informatie
Lesciis et volorib uscitiur As adion resequam, intempe ma voluptas explibus, od eum quiscidercia eliciet doloristibus dusam rerum repe occus dis ad este sectiuntin rehendant reptae que endenim qui conetus ma destem rempos deris nimi, optatem nos at illo ea dolesto
Ga. Itatem qui nam incturem quat pedis ducienia Erepudae et, nossimenet auta cusandis qui tempore pedianisci id maio exeriat quo et qui dem ipsae ipsandi
Et hil ipis erspit earibus dit remquid molorem dipsa quo maio Est eturibusamus arum expliqui aborend iostiusam eos vellorem. Cor rehenimus. Genda quam ium fuga. Et expla il moluptatus a quia parchic iatibus.
INFORMATIE
HOME
KENNIS
VISIE Aan de hand van 4 stappen helpen we invulling geven aan jouw visie op het sociaal domein
22
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
VISIE | VISIE OP HET SOCIAAL DOMEIN
KENNIS
VISIE OP HET SOCIAAL DOMEIN
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
Wat vind ik als raadslid belangrijk in het sociaal domein?
Als we hierna spreken over het ‘sociaal domein’ gaat het over de levensgebieden waarop de gemeente ondersteuning biedt aan inwoners, zoals rond participatie, zelfredzaamheid (ook qua inkomen), opgroeien en opvoeden, en sociale veiligheid. Door de decentralisaties kunnen gemeenten een samenhangend beleid bieden bij de ondersteuning en zorg aan inwoners in een kwetsbare situatie.
WAT VIND JIJ ALS RAADSLID VAN BELANG IN HET SOCIAAL DOMEIN (KADERSTELLENDE ROL)? Aan de hand van 4 stappen helpen we invulling geven aan jouw visie op het sociaal domein. Dit doen we met de volgende vragen:
1 WAT ZIJN VOOR JOU BELANGRIJKE MAATSCHAPPELIJKE WAARDEN?
Per stap laten we zien wat je zelf als gemeenteraadslid kunt doen én wat je als raad samen kunt doen. Beide invalshoeken komen terug in de 4 stappen.
2 WAT ZIJN VOOR JOU BELANGRIJKE LEIDENDE PRINCIPES?
De gemeenteraad staat niet op zichzelf maar is onderdeel van het brede speelveld van het sociaal domein. Als gemeente wil je toewerken naar een gezamenlijk kompas met beleid en uitvoering, samen met inwoners, maatschappelijke partners en de gemeente raad. Want als iedereen een ander kompas heeft wordt het lastig. Daarvoor is het belangrijk om als raadslid te weten en te bepalen wat je belangrijk vindt. Jouw visie kun je vervolgens inbrengen in het proces dat misschien al in de gemeente loopt op visievorming, of je toetst hoe jouw visie in beleidsdocumenten terug te vinden is.
3 WELKE MAATSCHAPPELIJKE RESULTATEN WIL JE BEHALEN?
4
WAT ZIJN VOOR JOU BELANGRIJKE EISEN DIE JE AAN DE KWALITEIT VAN ONDERSTEUNING EN ZORG WILT STELLEN?
Visie op het sociaal domein 23
VISIE | VISIE OP HET SOCIAAL DOMEIN
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
HOME
BURGER-BETROKKENHEID (VOLKSVERTEGENWOORDIGENDE ROL) Als raadslid heb je naast je kaderstellende rol ook een volksvertegen woordigende rol. Als volksvertegenwoordiger vorm jij het scharnierpunt tussen de burgers en de gemeente. Naast het representeren van burgers in de lokale politiek (representatieve democratie) gaat het om het betrekken van de samenleving bij wat je als gemeente wilt bereiken (participatieve democratie). Je betrekt dan andere belanghebbenden uit de samenleving bij de besluiten die je neemt.
Wil je over participatie van burgers als gemeenteraad het gesprek voeren? Bespreek het met je gemeenteraad.
Participatie van burgers helpt om sociale problemen en opgaven concreet te definiëren, passender beleid en dienstverlening te ontwikkelen en de menselijke maat daarin terug te brengen. Ook heeft het een belangrijke democratische waarde: betrokkenheid van burgers draagt bij aan zeggenschap en legitimiteit van besluitvorming, het verkleint de politiek kloof en het vergroot het vertrouwen tussen overheid en burger. Je kunt de eigen achterban van je politieke partij raadplegen en betrekken, maar ook breder in de samenleving mensen opzoeken. Denk daarbij ook aan mensen die actief zijn in adviesraden sociaal domein en cliëntenraden. Meer lezen? Menselijke maat: De democratie opnieuw uitvinden | VNG
a. B edenk waarom het nodig of belangrijk is dat inwoners betrokken zijn bij de vormgeving van het sociaal domein, en specifiek bij het formuleren van leidende principes, beoogde maatschappelijke resultaten en kwaliteitseisen. Waarom is het voor inwoners belangrijk om betrokken te zijn en waarom is het voor jou als gemeenteraad(slid) belangrijk om participatie van inwoners mogelijk te maken en te organiseren? b. Ga met elkaar in gesprek over de soorten democratie (representatief en participatief) en wat voor jullie een optimaal samenspel is. Wil je meer lezen over de verhouding tussen representatieve en participatieve democratie, klik dan hier . Wat is de rol en positie van de gemeenteraad/het gemeentebestuur ten opzichte van participerende bewoners? Welke ruimte is er voor participatie? En wat betekent die ruimte voor de rol en invloed van de raad en hoe staan we daar tegenover?
.
Dat participatie van inwoners steeds hoger op de gemeentelijke agenda staat, blijkt uit het ontwerpwetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’. De VNG ontwikkelde een Voorbeeld Verordening participatie [en uitdaagrecht] om gemeenten te inspireren tot andere participatiemogelijkheden dan inspraak en deze participatie van een wettelijke basis te voorzien, zie hier .
c. W at daarin ook meespeelt is wat voor gemeente jullie al zijn in participatief opzicht. Zijn jullie nog beginnend of al verder gevorderd en zijn jullie qua ambities voorzichtig of een koploper?
Ook ontwikkelde VNG met Berenschot de handreiking Aan de slag met participatie die helpt bij het formuleren van de participatiestrategie van de gemeenteraad, de te zetten stappen en vervolgens het vertalen hiervan in een participatieverordening.
Meer lezen? Zie de leidraad Burgerbetrokkenheid bij gemeentelijk beleid en uitvoering van Movisie en het essay De gemeenteraad in een nieuwe rol. Over democratische legitimiteit in het sociaal domein van Verwey-Jonker Instituut.
Visie op het sociaal domein 24
VISIE | VISIE OP HET SOCIAAL DOMEIN
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
VERHOUDING TUSSEN REPRESENTATIEVE- EN PARTICIPATIEVE DEMOCRATIE In de handreiking ‘Aan de slag met participatie’ p.7 wordt door VNG de verhouding tussen representatieve en participatieve democratie geduid: “De representatieve democratie vormt in Nederland het uitgangspunt van ‘de democratie’. De participatieve democratie is een aanvulling hierop. Het is nodig dat participatie zich op de juiste manier verhoudt tot de rol van de representatieve volksvertegenwoordiging. Op zoek naar de juiste verhoudingen is verdieping nodig over de vraag; wat is de rol en positie van de gemeenteraad/het gemeentebestuur ten opzichte van participerende bewoners? Deze verhouding tussen representatief en participatief is tweeledig. Enerzijds besluit de gemeenteraad over het vormgeven van de participatieve praktijk (denk aan kaderstelling: welke ruimte is er voor participatie?). Anderzijds beïnvloedt deze vormgeving de rol en invloed van de raad (meer ruimte of minder kaders betekent mogelijk ook minder directe invloed door de raad op participatieve processen).
Bij elk van de 4 stappen om te komen tot een visie op het sociaal domein is het van belang om te bedenken waarbij je burgers wilt betrekken, wie en hoe dan. Zo verhoog je het draagvlak voor het beleid, kom je tot een beter passende uitvoering met meer kwaliteit. Dit proces goed invullen is niet eenvoudig, vraagt om een lange(re) adem en aandacht voor randvoorwaarden zoals tijd en ruimte.
Bij het nadenken over participatie gaat het dan ook in essentie over het samenspel tussen de representatieve democratie (de gekozen volks vertegenwoordiging) en de participatieve democratie (de betrokkenheid en invloed vanuit de maatschappij). Verschillende vormen van participatie leiden tot een andere balans. Zo zijn er gemeenten die vooral de nadruk leggen op participatie van burgers in beleids- en besluitvormingstrajecten. Andere gemeenten hechten (daarenboven) veel waarde aan burgerinitiatieven, waarbij het gemeentebestuur kaders kan stellen en vaak een ondersteunende rol heeft. Weer andere gemeenten experimenteren met vormen van meer directe democratie als G1000 Burgerberaad (waar burgers door middel van dialoog meebeslissen) of een referendum. Deze vormen benadrukken in toenemende mate de balans in het ‘voordeel’ van het belang van de participatieve democratie." Lees hier de handreiking ‘Aan de slag met participatie’
VISIE - EEN OVERZICHT Op de komende pagina’s volgen de 4 stappen met een invulvlak daarbij. Het is een werkdocument wat je kunt invullen en uitdraaien. Met het doorlopen van de 4 stappen krijg je overzichtelijk in beeld wat voor jou belangrijk is in het sociaal domein. Ook kun je het gebruiken om met de raad als geheel te bespreken wat je van belang vindt.
.
25
HOME
VISIE | STAP 1 | Formuleer maatschappelijke waarden | 1 van 3
1 WAT ZIJN VOOR JOU BELANGRIJKE MAATSCHAPPELIJKE WAARDEN?
KENNIS
VISIE
STURING
INFORMATIE
WAT KUN JE ZELF DOEN? Denk na over de volgende vragen: Wat voor gemeente wil je dat jullie zijn voor de inwoners? Hoe wil je in de basis werken, wat is je grondhouding? Wat wil je voor specifieke groepen (kwetsbare) mensen betekenen? En welke waarden vinden mensen/cliënten/ patiënten/onze inwoners zelf belangrijk? Een goed begin voor het zoeken naar antwoorden kan je verkiezingsprogramma zijn. Dit is ook de basis waardoor de inwoners gestemd hebben op jou.
RESULTAAT