CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

RVE 309718 Landschapsvisie Vijfheerenlanden_Ontwerp_hires.pdf

Commissie Ruimte, Verkeer en Economie 13 september 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Opinievoorstel Ontwerp landschapsvisie14.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LANDSCHAPSVISIE VIJFHEERENLANDEN 2040

EEN AANTREKKELIJK, VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG BUITENGEBIED VOOR DE GEMEENTE VIJFHEERENLANDEN ONTWERP 27 JULI 2021 [PM In de definitieve versie wordt het boekje verder opgemaakt en vormgeven.]

1

2

Inhoudsopgave Een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig buitengebied voor de gemeente Vijfheerenlanden - een vergezicht voor 2040 1. Inleiding ............................................................................................11 1.1 Doel van de landschapsvisie 1.2 Relatie met ander beleid 1.3 Interactief proces 1.4 Opbouw landschapsvisie 2. De kracht van het buitengebied ..........................................................23 3. Aandachtspunten en ontwikkelingen .................................................33 4. Landschapsvisie .................................................................................41 4.1 Sterke, toekomstbestendige landbouw 4.2 Robuuste en gevarieerde natuur 4.3 Klimaatbestendig en waterrobuust 4.4 Energie uit het gebied 4.5 Ruimte voor recreatie 4.6 Het landschap ontsloten 5. Uitwerking in deelgebieden ................................................................79 5.1 Uiterwaarden 5.2 Stroomruggen 5.3 Halfopen griendenlandschap 5.4 Veenweidelandschap met rivierinvloeden 5.5 Kernrandzones 5.6 Linten 6. Visiekaart ........................................................................................133 7. Uitvoeringsperspectief ....................................................................139 Colofon

3

Een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig buitengebied voor de gemeente Vijfheerenlanden een vergezicht voor 2040 Vitaal en veelkleurig landschap met meerwaarde Het is 2040. De zon komt op en de weidevogels ontwaken in het open weidelandschap van Vijfheerenlanden. Gruttooo, gruttooo! Een heerlijk getetter, een feest om te horen! Ze gaan op zoek naar insecten en hoeven daar niet lang voor te zoeken, want in de kruidenrijke weilanden zoemt het. Ook de grazende koeien genieten van de bloemrijke weilanden en het afwisselende menu. In de zomer staan de Schotse hooglanders op de natuurrijke graslanden in de uiterwaarden. Hier kun je (net als de rivier) heerlijk ‘traag door oneindig laagland’ wandelen. ’s Winters vangen de uiterwaarden overtollig regen- en smeltwater op. In elk jaargetijde bieden de dynamische uiterwaarden dan ook een andere beleving. Achter de versterkte bloemdijken liggen de prachtige hoogstamboomgaarden en zijn er verschillende akkers op de stroomruggen uitgegroeid tot voedselbossen met een diversiteit aan peren, noten, pruimen en bessenstruiken. De bossen woorden afgewisseld met bloemrijke weides en natuurrijke akkers met oude gewassen zoals hennep. Het is de plek waar de buurt, stedelingen en recreanten kunnen proeven en snoepen van bessen en frambozen, aardbeien kunnen plukken en peren, pruimen en noten kunnen verzamelen.

Tot diep in de herfst zijn de voedselbossen vruchtdragend. In de winter vormt de kunst van het snoeien een jaarlijks terugkerend ritueel, want snoei geeft groei en een steeds rijkere oogst. De bodems van de voedselbossen houden het regenwater vast als een spons. Het halfopen griendenlandschap is versterkt met nieuw bos, met een grote rijkdom aan fora en fauna. Het is een blauw dooraderd klimaatbos met hoge natuur- en recreatiewaarden tussen de stroomruggen langs de Lek, de Diefdijk en het open veenweidelandschap. Het gebied is een proeftuin voor verschillende vormen van natte natuurontwikkeling, natte teelten en bosbouw. Hier worden de mogelijkheden onderzocht hoe nieuw bos als zoetwaterbuffer en als bouwmateriaal kan werken en er wordt geëxperimenteerd met innovatieve natte teelten, zoals kleine en grote lisdodde, azolla, etc.. Tussen de natte broekbossen en grienden grazen blaarkoppen en schapen, die kleiner zijn en ‘lichter’ op de poten staan op deze drassige weiden. Van november tot april, wanneer de wilgen geen blad dragen, zijn de griendwerkers met het hakmes aan de slag. In het voorjaar keert de rust weer. Op verschillende plekken liggen er grote stapels geoogst griendhout, klaar om lokaal verwerkt te worden tot manden, hoepels van tonnen, oeverbeschoeiing, maar ook voor het vlechten van matten ter versteviging van dijken.

Het buitengebied van Vijfheerenlanden is veranderd in een veelkleurig landschap waar een reeks van belevingen mogelijk is, een landschap met meerwaarde.

4

Nieuwe balans in het buitengebied In 2040 is het buitengebied van Vijfheerenlanden gebaseerd op een robuust watersysteem en een veerkrachtige bodem. Het watersysteem deint met de seizoenen mee en het peilbeheer is gedifferentieerd en flexibel en afgestemd op basis van de verschillen in de bodemopbouw. Dit levert een veelkleurig en toekomstbestendig landschap op met verschillende vormen en intensiteiten van landgebruik. Het is een landschap met nieuwe smaken, geuren en geluiden, waarin agrarische productie gecombineerd wordt met de productie van een gezonde bodem, schoon water, schone lucht, een hoge biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap. In 2040 is landbouw nog steeds een belangrijke economische drager in het gebied. De vorm van landbouw is wel anders dan twintig jaar geleden: de boeren in het gebied hebben een transitie gemaakt naar natuurinclusieve landbouw. Ze experimenteren met innovatieve vormen van ‘nat’ agrarisch gebruik, nieuwe bossen en boeren worden beloond voor ecosysteemdiensten. Meer boeren hebben de transitie van agrarische bedrijvigheid naar plattelandsbedrijvigheid gemaakt. Bewoners zien dat de boeren tevreden hun duurzaam geproduceerde lokale energie benutten ten behoeve van hun bedrijfsvoering en energie leveren aan de inwoners van de omliggende dorpen en steden.

Het buitengebied is niet alleen een landbouwgebied, maar een landschap waar landbouw, natuur, water, cultuurhistorie, recreatie, toerisme, energie, wonen, werken en zorg met elkaar verbonden zijn en elkaar versterken. De beleving vanuit boeren, inwoners en bezoekers wordt gevoeld als een warme landschapsdeken die uitnodigt om er intens in op te gaan. Boeren genieten van alles wat de natuur hen biedt en maken dankbaar gebruik van de eindeloze kringloop van al hetgeen hun bedrijfsvoering oplevert. Door dat de boeren hun bedrijfsvoering zorgvuldig afstemmen op de ontwikkeling van de natuur, groeit de biodiversiteit in de regio weer naar het niveau van de vorige eeuw. Door mozaïekbeheer met flexibel peilbeheer, gespreid maaien en weidegang ontstaan er mogelijkheden voor vernatting op perceelsniveau. De boer beweegt mee met de seizoenen. Riet en wilgentenen uit het buitengebied worden als strooisellaag gebruikt in de moderne (pot) stallen. Voedselbossen, klimaatbossen en nieuwe natte teelten verrijken het landschap. De innovatiekracht in het gebied is groot. Boeren werken integraal samen met het waterschap, de provincie, gemeente en inwoners aan een toekomstbestendig buitengebied waarin landbouwproductie wordt gecombineerd met landschapskwaliteiten.

Er is - om in de termen van Panorama Nederland (2018) te spreken - sprake van een New Deal tussen boer en maatschappij, waarbij de voedselproductie weer in evenwicht is met andere maatschappelijke belangen en met de natuur. De opbrengsten van de New Deal zijn aanzienlijk: een eerlijk inkomen voor de boeren, schoon water en een schone lucht, een gezonde bodem, meer biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap, gezond voedsel en uiteindelijk ook een gezonde mens. Door een nieuwe balans tussen landbouw, klimaatadaptatie, natuur, biodiversiteit, water, recreatie, energie met aandacht voor de overgang stadland, cultuurhistorie en de verschillende belangen is een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig landschap ontstaan waar de boeren en bewoners van Vijfheerenlanden trots op zijn.

5

Stad en land verbonden Met alle cultuurhistorisch-landschappelijke waarden is het haast niet voor te stellen dat de gemeente Vijfheerenlanden onderdeel is van de drukke Metropoolregio Utrecht. Met een grootstedelijk gebied in de buurt zijn veel voorzieningen relatief dichtbij. Het landschap vormt de onderscheidende kwaliteit die ervoor zorgt dat veel mensen hier willen wonen, werken en recreëren, in een gezonde groene omgeving. De stad en het landschap hebben elkaar nodig, bijvoorbeeld in de energieopgave van de steden en dorpen in de omgeving. In een aantal stads- en dorpsranden zijn door lokale initiatiefnemers kleinschalige zonneakkers landschappelijk ingepast, waar duurzame energie wordt opgewekt voor de lokale energiebehoefte. Tussen en rond de zonnepanelen is voldoende ruimte voor bloemrijk grasland en natuurlijke wateren, waar dieren als ringslang en heikikker een leefgebied hebben. De verbinding tussen stad en platteland is sterk. Er zijn steeds meer kansen voor boeren om in de nabije omgeving af te zetten. Bijna iedereen in en rond Vijfheerenlanden koopt lokale producten en betaalt daar een eerlijke prijs voor. Ook kunnen mensen uit dorp of stad een ommetje maken vanuit huis door het buitengebied. Zo kunnen ze even buiten zijn, ontspannen en genieten van de rust en de verbinding voelen met het rijke en biodiverse landschap van de polders en de rivieren.

De polders zijn doorregen met kleinschalige boerderijlinten die de rivierstadjes en dorpen verbinden. De boerderijen, gelegen tussen de velden aan de linten, liggen er welvarend bij. Op de gastvrije agrarische bedrijven worden streekproducten verkocht, kunnen bedrijven bezocht worden en zijn er mogelijkheden om kort of wat langer te verblijven in het landschap van Vijfheerenlanden. Vijfheerenlanden is een aantrekkelijk, waardevol landschapsinclusief landbouwgebied, sterk verbonden met de bewoners van het omliggende stedelijk gebied. Boeren verdienen niet alleen hun geld meer met de productie van melk, fruit of de teelt van gewassen. Een deel van hun inkomsten komt uit de productie van energie, het onderhouden van het landschap en de natuur en het bieden van ervaringen aan mensen van binnen en buiten het gebied. Vijfheerenlanden biedt in 2040 een levendig buitengebied met voldoende aanbod aan recreatieve activiteiten, zowel langs de rivier als op het platteland. Bezoekers genieten van de rust, de ruimte en het afwisselende aanbod voor een dagje uit of een korte vakantie. Het recreatieve netwerk met langzaamverkeersverbindingen over land en water is verbeterd. De waterbus is doorgetrokken met extra stops, er is een snelfietsroute vanuit Gorinchem via Meerkerk en Vianen naar Utrecht gerealiseerd en het fietsrondje Dijkring 16 is een aantrekkelijke, groene fietsroute geworden.

Via groene verbindingen vanuit de kernen zijn de uiterwaarden van de Lek en de Linge en het binnendijkse polderlandschap goed bereikbaar. De waterfronten en de historische steden Leerdam en Vianen zijn toeristische knooppunten die druk worden bezocht en als uitvalsbasis worden gebruikt voor fiets- en wandeltochten in de omgeving. Vianen is het stedelijke bruggenhoofd van de Utrechtse regio en is met knooppunt(en) van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) een opstappunt voor reizigers uit het zuiden met bestemmingen in het stedelijk gebied van Utrecht.

6

Naast voor de recreatie behoefte is er ook voldoende ruimte in het buitengebied van Vijfheerenlanden voor andere vragen uit de stad. Er zijn bijvoorbeeld zorgfuncties, leerbedrijfjes en andere maatschappelijke activiteiten. De ondernemers en bewoners zijn zeer creatief in het bedenken van nieuwe ideeën als ergens vraag naar is. Hieruit komen steeds nieuwe dingen naar voren. Bedrijfsvoeringen worden aangepast aan de nieuwste trends en er worden bewonersinitiatieven ontplooid. Aanbieders zijn goed van elkaar op de hoogte van wat ze in het landelijk gebied leveren. Hierdoor voorkomen ze dat ze allemaal hetzelfde doen, wat heeft geresulteerd in een afwisselend aanbod. Ze kopen de producten bij elkaar in en verwijzen mensen naar elkaar door. Op deze manier is een plattelandsketen gevormd en verdienen meerdere aanbieders iets aan dezelfde klant. Dit is een goede stimulans voor de plattelandseconomie. Op deze manier wordt geld in het gebied verdiend, waarmee het landelijk gebied wordt onderhouden. Het motto van inwoners, ondernemers, organisaties uit het gebied en de gemeente is dat we elkaar nodig hebben om ons voortdurend aan te kunnen passen aan nieuwe omstandigheden, ontwikkelingen en kennis. Samen zijn we slimmer en zijn we sterker. Nieuwe vormen van samenwerking moeten we blijvend onderzoeken en stimuleren. De toekomst van het buitengebied is de toekomst van ons allemaal!

7

8

1. INLEIDING

9

10

1

Inleiding

1.1 Doel van de landschapsvisie Waarom een landschapsvisie? Het landelijk gebied is dynamisch en veelkleurig. Er gebeurt enorm veel tegelijk: er is veel agrarische bedrijvigheid, er wordt gerecreëerd en het is leefgebied van flora en fauna. Tegelijk komen er diverse opgaven op ons buitengebied af. Met deze landschapsvisie willen we komen tot een beleid gericht op een goede balans tussen landbouw, natuur, waterbeheer, bodemdaling, recreatie, het opwekken van duurzame energie en alle andere belangen die spelen in het landelijk gebied. Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig buitengebied in Vijfheerenlanden. De landschapsvisie bevat - naast een visie - een actieplan met een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma dat bij moet dragen aan het daadwerkelijk realiseren van de visie. De landschapsvisie is een belangrijke bouwsteen voor de (in 2022) op te stellen Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. Het uitvoeringsprogramma zal dan ook in de omgevingsvisie worden geformaliseerd. Inspireren en uitnodigen De landschapsvisie schetst een richting voor de toekomstige ontwikkeling van het landelijk gebied. Die richting (koers) is niet in steen gegoten. Er blijft ruimte voor flexibiliteit en aanpassingen richting 2040.

De visie legt dan ook geen ontwikkelingen vast, maar inspireert en nodigt particulieren, organisaties en (andere) overheden uit te komen met passende initiatieven en investeringen. Met de landschapsvisie willen we vooral enthousiasmeren, verleiden en inspireren. Initiatiefnemers krijgen (indien gewenst) meer ontwikkelruimte op voorwaarde dat hun initiatief bijdraagt aan de gewenste inrichting en kwaliteit van het deelgebied (‘ja, mits’). Om inhoudelijk richting te geven aan bestaande en toekomstige initiatieven hebben we onze belangrijkste ambities voor het buitengebied aan de hand van een zestal thematische principes en uitgangspunten beschreven (zie hoofdstuk 4). Deze ambities hebben we (in hoofdstuk 5) uitgewerkt in een landschappelijk raamwerk van deelgebieden met een eigen karakter (op basis van de landschapstypen). Hierbij hebben we per deelgebied de gewenste koers (ontwikkelrichting) op weg naar 2040 beschreven, waarbij we hebben aangegeven welke typen ontwikkelingen aan die koers kunnen bijdragen. Het landschappelijk raamwerk zal onderdeel worden van de omgevingsvisie.

11

12

1.2 Relatie met ander beleid De opgaven die in deze visie aandacht krijgen zijn gevoed door landelijke, provinciale, regionale en lokale beleidsstukken op het gebied van landschap, landbouw en natuur. Vanuit de Rijksoverheid wordt er in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Klimaatakkoord urgentie gecreëerd voor een aantal grote opgaven die relevant zijn voor het Nederlandse buitengebied en de Nederlandse landbouw. Hier is door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verder richting aan gegeven in de visie op kringlooplandbouw ‘Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden’. Op provinciaal niveau geven de omgevingsvisies van de provincies Utrecht en Zuid-Holland richting. Ook het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U16 schept urgentie op de vraagstukken die in deze visie behandeld worden. Bij het opstellen van de landschapsvisie zijn deze en vele andere relevante regionale beleidsstukken gebruikt om koers te bepalen. Daarnaast zijn ook beleidsvisies van belangenverenigingen en andere belanghebbenden meegenomen als input voor deze visie.

13

14

1.3 Interactief proces In een compact en interactief proces hebben we samen met verschillende partijen uit het buitengebied gesproken om te komen tot een breed gedragen landschapsvisie. In de streek is veel deskundigheid aanwezig. Mensen uit de streek kennen het gebied als geen ander, weten wat de specifieke kwaliteiten zijn, waar welke knelpunten spelen en waar kansen liggen om tot oplossingen te komen. Deze deskundigheid is aangewend om tot een gedragen plan te komen dat kan rekenen op draagvlak en uitvoeringsbetrokkenheid. Tijdens een viertal online ‘ontmoetingstafels’ begin 2021 hebben we met agrariërs, bewoners, ondernemers en initiatiefnemers in het gebied (ook wel ‘streekhouders’ genoemd) en andere betrokkenen (zoals het waterschap, de LTO en de agrarische natuurvereniging) van gedachten gewisseld. Het doel was zoveel mogelijk lokale kennis en informatie te verzamelen. Er is gesproken over de opbouw en kwaliteiten van het landschap en over de belangrijke aandachtspunten en grote opgaven die op ons af komen en hoe we daar op in kunnen spelen. Gezamenlijk hebben we gezocht naar mogelijke oplossingsrichtingen en hebben we koppelkansen in beeld gebracht. Ook is de gemeenteraad in februari 2021 via een Vijfherenlandenplein zelf in gesprek gegaan met de verschillende streekhouders.

Tijdens die avond is in co‐creatie met elkaar van gedachten gewisseld en gesproken over de actuele thema’s natuur, water/bodem, landbouw en recreatie, die van invloed zijn op de verandering en toekomst van het buitengebied. Parallel heeft participatie over duurzame opwekking van energie (windmolens en zonne-energie) plaatsgevonden. Er heeft een VHLplein plaatsgevonden en een informatief webinar. Tot eind april kon men meedenken via een enquête over het gebruik van zonneakkers en windturbines en aangeven welke locaties men geschikt en minder geschikt vindt hiervoor. De resultaten hiervan zijn als input meegenomen bij het opstellen van de landschapsvisie.

15

16

Aan de hand van alle waardevolle ideeën, wensen en opgaven die zijn meegegeven, hebben wij de onderscheidende kwaliteiten en identiteiten van het buitengebied, maar ook de specifieke vraagstukken voor de toekomst in beeld gebracht. In het voorjaar van 2021 is de landschapsvisie verder uitgewerkt tot een toekomstperspectief voor het buitengebied met daarin de koers voor de toekomst. Om ons voortdurend aan te kunnen passen aan nieuwe omstandigheden, ontwikkelingen en kennis hebben we elkaar nodig (kennis, middelen, kansen koppelen, etc.). Samen zijn we slimmer en zijn we sterker om zowel strategie te bepalen als om deze in de praktijk tot uitvoering te brengen.

17

18

1.4 Opbouw landschapsvisie De landschapsvisie is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 vindt u een beschrijving van de kracht van het buitengebied: wat is karakteristiek voor het buitengebied van Vijfheerenlanden en waarom is dat bijzonder? In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de belangrijkste kwaliteiten. Deze kwaliteiten willen we voor een groot deel behouden en vormen daarom het vertrekpunt op weg naar de toekomst. Ook geven we een overzicht van de historische ontwikkeling van het gebied, om te laten zien dat het gebied altijd al in ontwikkeling is geweest. In hoofdstuk 3 beschrijven we de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen voor het gebied. Welke zaken kunnen nog worden verbeterd en met welke trends en ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op onze kwaliteiten (denk bijvoorbeeld aan bodemdaling, de energietransitie, de achteruitgang van de biodiversiteit en de toenemende vraag naar recreatiemogelijkheden) moeten we de komende jaren rekening houden? Deze ontwikkelingen hebben hoe dan ook een effect op het landschap. Als we er niet adequaat op reageren zullen de kwaliteiten die zo gewaardeerd worden in het gebied teruglopen.

In hoofdstuk 4 beschrijven we de visie voor de lange termijn: in welke richting willen we dat het buitengebied zich gaat ontwikkelen op weg naar het jaar 2040, wat is onze stip op de horizon? In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste ambities voor zes thema’s. In hoofdstuk 5 werken we ambities op de verschillende thema’s integraal uit voor verschillende deelgebieden met een eigen karakter. Voor elk deelgebied beschrijven we eerst de huidige kenmerken en geven we vervolgens aan hoe we de koers richting 2040 vorm willen geven en welke ontwikkelingen daar bij passen. In hoofdstuk 6 treft u de visiekaart. Op deze kaart ziet u de belangrijkste ambities, kansen en projecten voor/in het buitengebied, zoals die benoemd zijn in hoofdstukken 4 en 5. [PM Tot slot vindt u in hoofdstuk 7 een toelichting op hoofdlijnen op de manier waarop we onze visie tot uitvoering willen brengen. Het uitvoeringsprogramma zal op een later moment in de omgevingsvisie worden geformaliseerd.]

19

20

2. DE KRACHT VAN HET BUITENGEBIED

21

22

2

De kracht van het buitengebied

De ontwikkeling van het landschap door de tijd: van het verleden, naar het heden, naar de toekomst Wildernis Zo een 1000 jaar geleden is het gebied van de huidige gemeente Vijfheerenlanden een wildernis van moerasbos op een dik veenpakket, dat onder invloed staat van de rivieren. Deze wildernis wordt in 1200 omdijkt en tussen 1000 en 1300 ontgonnen. Daarmee ontstaan de contouren van het Vijfheerenlanden van vandaag de dag. Ontwikkeling grondgebruik In de hierop volgende eeuwen worden de hogere gronden langs de Lek en Linge in gebruik genomen. Daarna volgt het deel van het middengebied langs de veenstromen en vervolgens de rest van het middengebied. De meest regelmatige ontginningen (cope-ontginningen) bevinden zich in het centrale deel van de veengebieden. Tussen de rechthoekige ontginningsblokken bevinden zich kleinere ontginningen met afwijkende vormen. In de strijd tegen het water staan vrijwel alle boerderijen op door de mens opgeworpen hoogten (woonheuvels). Aanvankelijk is het gebied ontgonnen ten behoeve van akkerbouw, maar door de ontginning klinkt het veen steeds verder in, waardoor het gebied te nat wordt voor akkerbouw. Noodgedwongen schakelt men over op veeteelt en hennepteelt. De veeteelt is nog steeds een belangrijk middel van bestaan maar de hennepteelt loopt in de negentiende eeuw op zijn eind. De hennepakkers worden omgezet in weiland.

In Vijfheerenlanden is de griendcultuur een belangrijke bron van inkomsten. Op de hoger gelegen stroomruggen leent de zandige bodem zich goed voor fruitteelt. In 1921 is het middeleeuwse landschap nog steeds goed te herkennen, ook al is dit veranderd van een wild en natuurlijk landschap tot een cultuurlandschap. Er zijn sporen van menselijke beïnvloeding te zien. Ingrepen in de waterhuishouding, percelering en de ontsluiting van het landschap door infrastructuur. In de naoorlogse periode neemt de stedelijke ontwikkeling een grote vlucht en de uitbreidingen van de woongebieden en bedrijventerreinen vergen veel ruimte van het buitengebied. Ook de opkomst van de auto en de uitbreiding van het wegennet zorgen voor een extra ruimtevraag. De jaren na de Tweede Wereldoorlog worden gekenmerkt door mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw. Er vindt ruilverkaveling plaats, en er wordt een ruilverkavelingsplan opgesteld. Hierin wordt gezocht naar een evenwicht tussen de agrarische belangen en de waarden van natuur en landschap. Typisch Hollands cultuurlandschap Wanneer men het kaartbeeld van 1921 vergelijkt met de kaart van 2021 dan blijkt dat, onder druk van de verstedelijking, langs de randen van het gebied de ontwikkelingen ingrijpend zijn geweest.

Maar de kaartvergelijking laat vooral zien dat buiten die randzones de veranderingen voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk beperkt zijn. De kavelstructuur is nauwelijks veranderd, slootdempingen hebben bijna niet plaatsgevonden, de ‘korrel’ 23

1815 - Natuurlijk landschap: moerasbos

1925 - Cultuurlandschap: rijk boerenland

24

2021 - Huidig landschap: grootschalig en monotoon agrarisch productielandschap

25

26

van het landschap is wat grover geworden, maar de structuur van het landschap is nagenoeg onaangetast. Kortom Vijfheerenlanden heeft een landschap waarin de ontstaansgeschiedenis nog duidelijk herkenbaar is. Samenhang landschap, grondgebruik en biodiversiteit Daarentegen is het grondgebruik binnen het landschappelijk raamwerk door de jaren heen wel sterk veranderd. Landbouw en natuur zijn steeds verder uit elkaar komen te liggen. Eeuwenlang was het landschap open en grazig door intensief gebruik van het voorste deel van het land dichtbij de boerderijen en extensief landgebruik (hooiland) op het achterste deel van de langgerekte kavels. Vanaf het begin van de 20e is het landbouwkundig gebruik echter in stappen steeds verder geïntensiveerd tot een vrij egaal grond- en landgebruik. De ruimtelijke en biotische variatie van het voorheen rijke boerenland is hierdoor sterk achteruitgegaan. Het intensiever worden van de landbouw en het steeds verder verlagen van de waterpeilen hebben geleid tot een eentonig landschap met relatief weinig natuurwaarden. Het behouden van het grootschalige agrarisch productielandschap in de polder vereist het blijven verlagen van de waterpeilen. Dit leidt tot een vicieuze cirkel van peilverlaging en bodemdaling. Deze beweging is niet volhoudbaar en moet worden gekeerd. Maatregelen zijn nodig om de bodemdaling (zoveel mogelijk) te stoppen.

Naast technische innovaties zijn nieuwe vormen van natte teelten, natuurontwikkeling en recreatie daarin interessant. Begin jaren negentig begint een aantal pionierende boeren in Vijfheerenlanden met natuur- en landschapsbeheer. Steeds meer boeren stappen over op vernatting van de weilanden, onder andere door plasdras. Het tij begint te keren: er wordt gezocht naar nieuwe manieren om natuur en landbouw te verbinden. Er zijn veel kansen voor vergroting van de biodiversiteit op boerenland, mits er een redelijk evenwicht is met het verdienvermogen voor de boeren. Op weg naar de toekomst De boeren in Vijfheerenlanden hebben hun bedrijfsvoering door de jaren heen aangepast aan de steeds natter wordende omstandigheden in de polder. Van akkerbouwers zijn ze melkveehouders geworden. Daarbij hebben ze steeds ingespeeld op veranderende wensen uit de maatschappij en de mogelijkheden die er voor de handel en economie waren. Steeds weer hebben de boeren de kansen en mogelijkheden benut en adaptief ingespeeld op de situatie van het landschap. Ook nu is het nodig om te veranderen. Niets doen is in ieder geval géén optie. We staan in het buitengebied voor grote opgaven waaronder een omvangrijke transitie van de landbouw, een energietransitie en klimaatadaptie die samen komen met de specifieke gebiedsopgaven zoals de bodemdaling in het veen en de zorg voor de weidevogels en biodiversiteit.

Voor een duurzame toekomst is naast duurzame voedselproductie ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap essentieel. Het buitengebied van Vijfheerenlanden is toe aan een nieuwe grote stap.

27

Een prachtig, typisch Hollands landschap met grote opgaven op het gebied van bodemdaling, toekomstbestendig waterbeheer, energietransitie, recreatie, biodiversiteit en ontwikkeling van de landbouw Een belangrijk doel van de landschapsvisie is de kracht van ons buitengebied in de toekomst te behouden en waar mogelijk te versterken. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste kwaliteiten van het buitengebied. Deze kwaliteiten vormen een belangrijk vertrekpunt voor de koers op weg naar 2040. Daarbij kijken we ook naar de positie in de regio. Rust en ruimte in een dichtbevolkte regio De diversiteit aan fraaie landschappen en natuur maken ons buitengebied aantrekkelijk voor recreatie. Dat in combinatie met het feit dat ons buitengebied goed bereikbaar is vanuit de regio en vanuit andere delen van de Randstad, maakt het gebied in potentie tot een belangrijke recreatieve trekker. Ons landelijk gebied biedt een goed tegenwicht aan de verstedelijking in de regio: het is een geschikte plek om te ontsnappen aan de hectiek van het dagelijks leven in de stad. Afwisselend historisch landschap Vijfheerenlanden beschikt over een grote variatie aan landschapstypen met elk een eigen identiteit. De afwisseling van weidse vergezichten en meer besloten en kleinschalige landschappen maakt ons buitengebied heel aantrekkelijk.

Dat geldt ook voor de afwisseling van agrarische landschappen met plekken met een meer natuurlijk karakter. De ontstaansgeschiedenis van het landschap is nog duidelijk herkenbaar, met representatieve elementen uit verschillende perioden. De bebouwingslinten zijn dragende structuren binnen het gebied. Rijke cultuurhistorie Het buitengebied is rijk aan historische landschapselementen en structuren, zoals tiendwegen, voormalige hennepakkers, achterkaden en dijken, eendenkooien en wielen. Bovendien beschikt het gebied over verschillende kenmerkende historische gebouwen. Zo zijn er verschillende oude molenplaatsen, historische boerderijen, een steenfabriek, het Dijkhuis te Ameide en het Dordtse Huis aan de Diefdijk. Rondom de Diefdijk ligt het oude militaire landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Naast de hoge Diefdijk zelf zijn Fort Everdingen, het inundatiekanaal, groepsschuilplaatsen en kazematten (oostzijde) en relicten van een batterij (westzijde) nog duidelijk herkenbaar. Vianen en Ameide zijn van oorsprong kasteelstadjes. Variatie aan natuurtypen In het gebied zijn verschillende waardevolle natuurgebieden aanwezig die van Europees belang zijn (Natura 2000). De uiterwaarden van de Lek herbergen bijzondere stroomdalgraslanden, hooilanden en zachthoutooibossen die onder meer van belang zijn voor de kamsalamander.

In natuurgebied de Zouweboezem wisselen graslanden, open water, zeggemoerassen, wilgengrienden en elzenbroekbossen elkaar af. Dit unieke landschap biedt onder andere ruimte aan moerasvogels, zoals de purperreiger, en is van belang voor verschillende vissen. Het Lingegebied

28

en de Diefdijk-Zuid zijn ook Natura 2000-gebieden met bijzondere kalkmoerassen, zachthoutooibossen, meren en hooilanden. Buiten de Natura 2000-gebieden zijn er ook natuurgebieden van nationaal belang aanwezig; deze zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige ecologische hoofdstructuur). Tot het NNN behoren grote delen van de uiterwaarden van Lek en Linge, het halfopen griendenlandschap nabij Vianen, de Huibert (wetering) met kade en enkele weides en plassen. Daarnaast zijn grote delen van het buitengebied waardevol voor weidevogels. Recreatieve waarden Het landschap, de natuur en de cultuurhistorie maken ons buitengebied tot een aantrekkelijk plek voor extensieve, op beleving van natuur- en landschapsschoon gerichte vormen van recreatie. Er zijn verschillende aantrekkelijk fiets- en wandelroutes, met lange doorgaande lijnen. Het waterrijke karakter biedt mogelijkheden om het landschap vanaf het water te beleven en recreatieplassen Everstein en De Put bieden ruimte aan watersport en verblijfsrecreatie. Er zijn in het gebied verschillende landwinkels die streekproducten verkopen en er is (kleinschalige) verblijfsrecreatie aanwezig, zoals kleine campings in de uiterwaarden van de Lek. Economische waarden Het gebied heeft ook een economische waarde.

De landbouw is een belangrijke drager in het gebied, er wordt zowel voor de wereldmarkt als voor de lokale markt geproduceerd. In het open veenweidelandschap zijn voornamelijk melkveehouderijen aanwezig, terwijl op de (veen) stroomruggen ook veel fruitteelt plaatsvindt. Ook de recreatiesector is van belang voor de economie van het gebied.

29

30

3. AANDACHTSPUNTEN EN ONTWIKKELINGEN

31

32

3

Aandachtspunten en ontwikkelingen

De kwaliteiten zoals die in het vorige hoofdstuk staan beschreven laten zien dat er veel is om trots op te zijn! Het buitengebied is mooi zoals het nu is. Het voor de toekomst behouden van deze kwaliteiten is echter niet vanzelfsprekend. En om te behouden is soms ook verandering noodzakelijk. Bestaande aandachtspunten, autonome ontwikkelingen en maatschappelijke trends maken het noodzakelijk mee te bewegen en te blijven werken aan kwaliteit en leefbaarheid. Ze vormen soms bedreigingen, maar bieden gelukkig vaak ook kansen voor verbetering. Tijdens de ontmoetingstafels zijn deze opgaven ook naar voren gekomen en hebben we hier uitgebreid over gesproken met de ‘streekhouders’. We willen in deze landschapsvisie aangeven hoe we kunnen inspelen op de verschillende ontwikkelingen, zodat we voorbereid zijn op de toekomst en ons buitengebied kunnen blijven verbeteren. In dit hoofdstuk geven we daarom een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden in de visie. Bodemdaling Eén van de belangrijkste aandachtspunten in het gebied is bodemdaling. Bodemdaling treedt vooral in veengebieden op en is een gevolg van het gecontroleerd laag houden van de waterstanden (drooglegging), veelal ten behoeve van de landbouw. Hierdoor klinken de slappe veenbodems in en oxideert de organische stof, met bodemdaling als gevolg.

Daarop moet het waterpeil verder worden verlaagd (peilindexatie), waardoor de bodem vervolgens weer verder daalt. De bodemdaling heeft negatieve gevolgen voor de landbouw en leidt tot problemen voor de eigenaren van aanwezige bebouwing en infrastructuur. Bovendien zijn er kosten voor de waterbeheerder die steeds het waterpeil moet aanpassen. Er zijn ook negatieve effecten op de natuur doordat het grondwater vanuit natuurgebieden naar de lager gelegen, dalende landbouwgebieden wegzijgt waardoor verdroging op kan treden. En er zijn effecten op het klimaat doordat bij de afbraak van het veen broeikasgassen (vooral CO2) vrijkomen. Deze zaken leiden tot hoge maatschappelijke kosten. De combinatie van bodemdaling en zeespiegelstijging leidt bovendien tot verhoogde risico’s op overstromingen. Afname biodiversiteit Een ander belangrijk aandachtspunt is de afname van de biodiversiteit. Vooral in de agrarische gebieden neemt het aantal weidevogels, bijen, vlinders en kleine zoogdieren al decennia sterk af. De afgelopen eeuw zijn (landelijk) de populaties boerenlandvogels met maar liefst 85% achteruit gegaan en de populaties graslandvlinders met 80%. Het aantal (wilde) bijen, zweefvliegen en andere bestuivende insecten daalt ook hard. Van de 360 soorten bijensoorten in Nederland dreigt meer dan de helft te verdwijnen. Deze afname zet nog altijd door.

Dit is voornamelijk het gevolg van het intensiever worden van de landbouw: ontwatering, verzuring en vermesting door stikstof (ook in de omliggende natuurgebieden), intensief maaibeheer, het gebruik van insecticiden, het verdwijnen van landschapselementen en de monoculturen (o.a. Engels raaigras en maïs) zijn funest voor veel dier- en plantensoorten. Ook de toenemende recreatiedruk en verstoring draagt bij aan de afname van biodiversiteit. De afnemende biodiversiteit heeft (ook) een negatief effect op de landbouw als insecten die belangrijk zijn voor de bestuiving van voedselgewassen (o.a. in de fruitteelt) verdwijnen.

33

Waterveiligheid en klimaatadaptatie De gevolgen van de klimaatverandering zijn ook in Vijfheerenlanden te merken. Extreme regenbuien kunnen wateroverlast veroorzaken en periodes van droogte zijn nadelig voor de landbouw en de natuur. Water aanvoeren en vasthouden wordt belangrijker dan water afvoeren. De steeds lagere ligging van grote delen van ons buitengebied en de strikt geregelde waterpeilen maken het watersysteem kwetsbaar. De lage ligging maakt het gebied ook gevoelig voor overstromingen. Er is daarnaast aandacht nodig voor zwemwaterlocaties ten aanzien van de waterkwaliteit en veiligheid. Droogte kan leiden tot lage waterstanden in de rivieren en verzilting. Bovendien is er door de stijgende temperaturen en langere periodes van hitte een risico op hittestress voor mens, vee en gewassen (bijvoorbeeld zonnebrandschade bij fruit) in het buitengebied. Transities in de landbouw Doordat er vanuit de markt gevraagd wordt om lagere prijzen, vindt een steeds verdere schaalvergroting plaats in de landbouw. Land van verschillende bedrijven wordt samengevoegd in één groter bedrijf, dat door zijn grootte ook bij lagere prijzen nog rendabel kan zijn. Hierdoor blijven steeds minder agrariërs over en komt de agrarische bedrijfsbebouwing van de stoppende bedrijven vrij. Dat geldt zowel voor (melk)veehouderijen als voor akkerbouwers en fruittelers.

Dit vraagt om nieuwe functies voor de vrijkomende erven en bebouwing. De landbouw is zeer efficiënt geworden, met een hoge voedselproductie als gevolg. Maar dat heeft ook een keerzijde. Zo zijn er negatieve effecten op de biodiversiteit (zie hierboven), het landschap (verdwijnen van landschapselementen als hagen en struwelen), de luchtkwaliteit, de gezondheid (bestrijdingsmiddelen), de bodemvruchtbaarheid (wat een bedreiging vormt voor de toekomst van de landbouw), het klimaat en het watersysteem (zie hierboven onder ‘bodemdaling’). Bij het intensiveren van de bedrijfsvoering (waarbij vooral de kwantiteit van de productie belangrijk is) wordt via innovatie en technische oplossingen gewerkt aan het verkleinen van de nadelige effecten. Daarnaast is er de laatste jaren een trend zichtbaar van omschakeling naar duurzame en meer extensieve vormen van landbouw. Bij de extensieve bedrijfsvoering (waarbij vooral de kwaliteit van de productie belangrijk is) is vaak veel aandacht voor een multifunctionele bedrijfsvoering. Bij deze ‘verbrede landbouw’ worden bijvoorbeeld combinaties gemaakt met natuurbeheer, recreatie, educatie en/of zorgfuncties. Ook de verbinding tussen stad en platteland wordt sterker, er zijn steeds meer kansen om producten in de nabije omgeving af te zetten (korte ketens), wat duurzamer is en een betere prijs kan opleveren voor de boer.

Rijk en provincie zetten nadrukkelijk in op een omschakeling naar een landbouwsector met economisch rendabele bedrijven die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk zijn en die dicht bij de inwoners staan. Dankzij de lichte rivierklei kwam eind 19e eeuw de fruitteelt in Vijfheerenlanden op: langs de (rivier)dijken en op de stroomruggen. Tot de jaren 70 van de vorige eeuw werden er in hoogstamboomgaarden appels, peren, kersen en pruimen geteeld. Tegenwoordig zijn die nagenoeg geheel vervangen door laagstambomen.

34

De continuïteit in de fruitteeltsector staat onder druk. Veel fruittelers bezinnen zich over de toekomst in verband met de magere prijsvorming, een krimpende markt en de veranderde marktverhoudingen. Verder spelen de effecten van de klimaatveranderingen (o.a. droogte, gebruik gewasbescherming, afname biodiversiteit) de sector steeds meer parten. Voor fruittelers (en akkerbouwers) is er bovendien steeds vaker een tekort aan seizoenskrachten / plukkers. Deze trend lijkt zich de komende jaren door te zetten. Het wordt steeds moelijker om personeel (veelal uit Oost-Europa) te krijgen voor de plukperiode. Goede huisvesting van arbeidsmigranten draagt er aan bij dat personeel het volgende jaar terugkeert op een bedrijf. Bosuitbreiding Het Rijk en de provincie Utrecht werken aan een bomenstrategie om uitdagingen van klimaatverandering en afname van biodiversiteit het hoofd te bieden. Ook is er door de provincie Utrecht een bomenactieplan opgesteld dat uitgaat van het aanplanten van 600.000 nieuwe bomen voor 2023. Dit betekent dat er meer bomen in steden, dorpen, landelijk gebied en natuurgebieden zullen moeten komen. Bovendien is een zorgvuldige afweging bij boskap nodig en zal deze te allen tijde gecompenseerd moeten worden. Energietransitie De energievoorziening in Nederland moet in 2050 duurzaam en CO2-neutraal zijn.

Dit doel kan behaald worden door te besparen op energieverbruik, alsmede door zoveel mogelijk duurzame energie op te wekken. Ten behoeve van de energietransitie werken we samen binnen de regio U16 aan de Regionale Energie Strategie (RES). In de eerste helft van 2021 is de RES 1.0 opgesteld, waarin zoekgebieden zijn opgenomen voor windturbines en zonneakkers. Landelijk is de opgave voor 2030 vastgesteld om 35 TWh op land te wekken, voornamelijk met windturbines, zonnepanelen op grote daken en grond-/watergebonden zonneakkers. De regio U16 wil tot 2030 1,8 TWh bijdragen. De bijdrage van de gemeente Vijfheerenlanden hierin bedraagt 0,072 TWh. Dit is een haalbaar doel voor onze gemeente dat is opgebouwd uit een deel dat wordt opgewekt met de al bestaande drie windturbines nabij Autena en de bestaande grotere zonnedaken (samen goed voor 0,039 TWh). De gemeenteraad heeft in 2020 besloten om met windturbines het resterende deel van 0,033 TWh op te wekken en daarnaast vooral in te zetten op zonnepanelen op (grote) daken. Dit wordt momenteel verder onderzocht. Voor de periode na 2030 zullen we op zoek moeten naar aanvullende manieren/gebieden om energie duurzaam op te wekken met zonnepanelen op daken en/of (kleine) windturbines. Er zijn daarbij koppelkansen met landbouw, landschapsontwikkeling, waterberging, recreatie en het verhogen van de biodiversiteit.

Verschuiving in de recreatie De vraag naar rust en ruimte neemt toe en daarmee ook de vraag naar natuurgebieden en aantrekkelijke landschappen met recreatieve fiets-, wandel- en kanoroutes. Met de toenemende recreatiedruk wordt het belang van een vitaal en toegankelijk groen gebied rond dorpen en steden van steeds groter belang, waarbij het een uitdaging is om de kwaliteit te behouden. De vraag naar bijzondere verblijfsrecreatie, kwaliteitshoreca en recreatief en thematisch winkelen neemt ook toe.

35

Bron: vrijstadvianen.nl

36

Bereikbaarheid De mobiliteit neemt toe; mensen verplaatsen zich meer en over grotere afstanden. De druk op de wegen, het openbaar vervoer en de fietspaden blijft toenemen. Er is steeds meer snelfietsverkeer op de weg te vinden. De leefbaarheid in de bebouwingslinten in het buitengebied staat onder druk door sluipverkeer, landbouwverkeer en recreatief verkeer. Bovendien bestaat er op sommige plekken een spanningsveld tussen deze drie typen van verkeer. Kernrandzones De randen van de woonkernen zijn gevoelig voor ‘verrommeling’ met allerlei verschillende (‘rode’/’stedelijke’) functies. De stad-landrelaties en -verbindingen zijn niet altijd optimaal, bijvoorbeeld in Vianen en Leerdam. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen in de kernrandzones is het van belang dat deze goed worden ingepast in het landschap en dat er een goede overgang is tussen het stedelijk woongebied en het buitengebied. Woningbouw Landelijk speelt een grote woningbouwopgave. In eerste instantie moet deze binnenstedelijk worden opgelost, maar de vraag is of we in Vijfheerenlanden ook ruimte willen bieden voor uitbreidingen buiten het bestaand stedelijk gebied. Dit maakt vooral de kernrandzones tot een gebied waar uitspraken over woningbouw moeten worden gedaan. Hetzelfde geldt voor vrijkomende agrarische erven.

Woningbouw kan bijdragen aan kwaliteitsverbetering: (hoe) kan woningbouw bijdragen aan kwaliteitsverbetering en aan de bovengenoemde opgaven die er liggen in de kernrandzones en het buitengebied? Keuzes ten aanzien van woningbouw zullen gemaakt moeten worden in de gemeentebrede omgevingsvisie.

37

38

4. LANDSCHAPSVISIE

39

40

4

Landschapsvisie

In deze landschapsvisie doen we een voorstel voor de ontwikkelrichting (koers) voor de lange termijn voor het buitengebied van Vijfheerenlanden: welke koers gaan we varen op weg naar 2040, wat is onze stip op de horizon? Uitgangspunt voor de koers voor de komende jaren is het behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Daarbij is het belangrijk op een goede manier in te spelen op de verschillende maatschappelijke trends, ontwikkelingen en andere aandachtspunten die we beschreven hebben in hoofdstuk 3. Hieronder beschrijven we eerst onze belangrijkste ambities voor het buitengebied aan de hand van een zestal thematische principes en uitgangspunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Sterke, toekomstbestendige landbouw Robuuste en gevarieerde natuur Klimaatbestendig en waterrobuust Energie uit het gebied Ruimte voor recreatie Het landschap ontsloten

In hoofdstuk 5 werken we deze thema’s verder uit voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente.

41

Sterke, toekomstbestendige landbouw Landschapstypen:

Ruimte voor (circulaire, natuurinclusieve, klimaatbestendige) landbouw:

Uiterwaarden

Fruitteelt

Stroomruggen

Akkerbouw

Halfopen griendenlandschap

Agroforestry

Veenweidelandschap

Grienden en broekbossen

Veenstroomruggen

Natte teelten

Bodemsdalingsgevoelige gebieden

Melkveehouderij

42

4.1 Sterke, toekomstbestendige landbouw De landbouw blijft ook in de toekomst de belangrijkste drager van ons landelijk gebied. Rijk en provincie hebben nadrukkelijk een transitie naar verduurzaming van de landbouw ingezet. Deze transitie naar een sterke en toekomstbestendige landbouw in 2040 - met een goed perspectief voor de boer, ruimte voor planten en dieren en met een lage belasting van de omgeving en het klimaat - zal ook doorwerken in Vijfheerenlanden. We gaan daarom in gesprek met onze agrariërs om te bespreken wat zij nodig hebben om deze omslag te maken en hoe we ze daarbij kunnen ondersteunen. Daarbij kan het gaan om innovaties en technische oplossingen om nadelige effecten van de (reguliere) bedrijfsvoering te verkleinen, zoals het zoveel mogelijk sluiten van de stikstofkringloop op melkveehouderijen. Waar mogelijk gaan we een stap verder en gaan we samen op zoek gaan naar (nieuwe) duurzame verdienmodellen en koppelkansen. Samenwerking met provincie en waterschap is daarbij essentieel. Er zijn verschillende mogelijkheden die we in dit hoofdstuk nader toelichten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Natuurinclusieve kringlooplandbouw; Innovatieve vormen van ‘nat’ agrarisch gebruik; Agroforestry; Landbouwproductie in combinatie met landschapsverbetering; Boeren belonen voor ecosysteemdiensten; Verduurzaming en continuïteit in de fruitteelt; Op naar plattelandsbedrijvigheid.

4.1.1 Natuurinclusieve kringlooplandbouw Het sluiten van grondstofkringlopen Kringlooplandbouw is landbouw op basis van circulaire principes, waarbij grondstofkringlopen zoveel mogelijk gesloten worden binnen een agrarisch bedrijf of binnen een aantal agrarische bedrijven in hetzelfde gebied. Grondstofkringlopen zijn op het laagst mogelijke niveau gesloten. Dit betekent dat er geen grondstoffen verloren gaan als afval en dat er geen nutriënten van buiten de landbouwprocessen hoeven te worden geïmporteerd van ver. Er kan wel onderling tussen boerenbedrijven uitwisseling van grondstoffen plaatsvinden. Praktisch gezien wordt er bijvoorbeeld geen kunstmest gebruikt, maar wordt natuurlijke diermest gebruikt op het land, ofwel van de eigen veestapel ofwel van het overschot van de buren. Hetzelfde geldt voor diervoeder, die zoveel mogelijk afkomstig is vanuit reststoffen van het eigen bedrijf of buurbedrijven. Een voorbeeld is een melkveehouderij die een systeem toepast om mest en urine bij de bron te scheiden en verder te verwerken als bruikbare meststoffen voor precisiebemesting. Zo worden mineralenkringlopen beter gesloten, stikstofemissies gereduceerd (wat goed is voor het herstel van de natuur/ biodiversiteit) en ontstaat een gezonder stalklimaat.

Er bestaat geen blauwdruk voor kringlooplandbouw, maar is aangepast aan de natuurlijke omstandigheden en aan de agrariër als ondernemer. Er zijn natuurlijk wel bepaalde eisen aan kringlooplandbouw, maar het is aan iedere ondernemer zelf om er inhoud aan te geven, passend bij zijn of haar bedrijfsvoering en specifieke ecologische omstandigheden. Deze vorm van landbouw is volgens experts de enige manier waarop we tot in de verre toekomst op een gezonde en winstgevende manier landbouw kunnen bedrijven. Daarom vinden we deze transitie heel belangrijk, zowel voor de economische kracht van de sector, als voor de weerbaarheid van het ecosysteem en het landschap.

43

44

Ruimte voor de natuur Natuurinclusieve landbouw is iets anders dan kringlooplandbouw. De beide vormen kunnen elkaar wel versterken. Bij natuurinclusieve landbouw wordt er enerzijds gestreefd naar een zo klein mogelijk negatief effect van de bedrijfsvoering op de natuur. Anderzijds geldt dat er ook naar een zo groot mogelijk positief effect van de natuur op de bedrijfsvoering wordt gezocht. De bedrijfsvoering van een gangbaar bedrijf is in het algemeen gericht op een zo hoog mogelijke productie van bepaalde soorten gewassen of dieren, zoals maïs of koeien. Een duurzame, natuurinclusieve landbouw heeft ook oog voor andere, ‘niet-productieve’ soorten. Aandacht voor deze soorten hoeft de bedrijfsvoering niet te frustreren en kan deze zelfs ondersteunen. Een voorbeeld is de bodem als goede basis. Als de bodem op orde is, voldoende vitaal en vruchtbaar, dan is dit gunstig voor de opbrengsten, de biodiversiteit en het vochtvasthoudend vermogen van de bodem. Een gezonde bodem met een rijk bodemleven slaat onder andere meer stikstof en koolstof op, laat diepere beworteling toe en houdt meer water vast. Dit heeft voordelen voor zowel boer als natuur. Iedere vorm van bedrijfsvoering en vorm van landgebruik vraagt om een andere inzet van natuurinclusieve landbouw. Ook hier is geen vaste vorm voor te schrijven, maar hangt de aanpak af van de lokale context.

We nodigen agrariërs uit om hier vernieuwende oplossingen voor toe te passen. Er is wel een aantal richtlijnen, zoals gevisualiseerd in onderstaande figuur van het Louis Bolkinstituut voor duurzame landbouw.

Bron: Provincie Utrecht

45

Functionele agrobiodiversiteit gaat over het beschermen van allerlei soorten die zich bevinden in de bodem en op het land, om de rijkdom van het ecosysteem in stand te houden inclusief de ecosysteemdiensten die daaruit voortkomen (zie paragraaf 4.1.5). Het beschermen van specifieke soorten is ook een onderdeel van natuurinclusieve landbouw. Bedreigde en gewaardeerde soorten als de grutto vragen om aangepaste bedrijfsprocessen. Ook kunnen agrarische bedrijven/gebieden onderdeel zijn van een leefgebied en/of van een verbindingszone tussen twee leefgebieden/ natuurgebieden. 4.1.2 Innovatieve vormen van ‘nat’ agrarisch gebruik Bodemdaling speelt in een groot deel van de veenweidegronden in Nederland. Ook in Vijfheerenlanden is dit een probleem. Het vindt in verschillende mate plaats in het gebied. Op sommige plekken is de verwachte bodemdaling in de toekomst sterker dan op andere. Gronden die last hebben van bodemdaling hebben te maken met oxiderend veen. Oxiderend veen stoot enorme hoeveelheden broeikasgassen uit. Het is dus van belang dit proces zo snel mogelijk te stoppen. Dit kan door het waterpeil in deze gebieden omhoog te brengen. Met een hogere waterstand zijn weides echter niet altijd meer op traditionele wijze in te zetten voor productie. Een hoger waterpeil betekent dat agrariërs op een andere manier gaan

46

boeren, minder intensief. De draagkracht van de bodem wordt minder. Zware trekkers zakken weg op een natte ondergrond en koeien krijgen natte poten. Er zijn al vele onderzoeksinitiatieven om te kijken welke maatregelen en bedrijfsaanpassingen het meeste voordeel opleveren en het minste nadeel voor de boer. Hierbij valt te denken aan het gericht verhogen van het grondwaterpeil op bepaalde poldervlakken en het inzetten van lichtere landbouwmachines. Mogelijkheden zijn het toepassen van nieuwe natte teelten of een meer extensieve veeteelt (met minder koeien per hectare polder) of het inzetten van andere soorten koeien die beter bestand zijn tegen natte omstandigheden. We nodigen onze boeren uit mee te denken over dit soort oplossingen, zeker voor de plekken die het meest bodemdalingsgevoelig zijn. Natte teelten Natte teelten zoals de teelt van lisdodde, azolla en veenmos zijn op meerdere manieren in te zetten. Lisdodde kan bijvoorbeeld gebruikt worden als veevoer, biomassa voor energie, isolatiemateriaal en bouwmateriaal. Inzet van dit gewas stopt bodemdaling, vermindert CO2-uitstoot tot 60%, zorgt voor waterberging, creëert nieuwe habitats voor libellen en waterfauna en biedt recreatiemogelijkheden. Andere gewassen hebben weer andere combinaties van eigenschappen en mogelijke toepassingen. Hieruit blijkt dat er ook zeker voordelen voor de boer zijn te behalen.

Vooral in de belangrijke weidevogelgebieden is de toekomst van de weidevogels een belangrijk aandachtspunt bij het omschakelen naar natte teelten. 4.1.3 Agroforestry Agroforestry is een teeltsysteem waarbij bomen worden gecombineerd met landbouw op hetzelfde perceel. Deze mengteelt kan positief uitwerken op onder andere de biodiversiteit, de bodemvruchtbaarheid en de belevingswaarde van het landschap. Een vorm van agroforestry is het voedselbos. 4.1.4 Landbouwproductie in combinatie met landschapsverbetering We streven er in Vijfheerenlanden naar om landbouwproductie zoveel mogelijk te combineren met het herstel van landschapselementen als sloten met natuurlijke oevers, bosjes, grienden, hagen en rijen knotwilgen. Landschapselementen kunnen voordelen opleveren voor boerenbedrijven. Weilanden, akkers en boomgaarden staan niet op zichzelf, maar worden omringd door landschappelijke elementen. Door op landbouwpercelen aan te sluiten op deze landschapselementen kunnen enerzijds landschappelijke structuren worden versterkt en anderzijds gebruik gemaakt van de biodiversiteit die de genoemde landschapselementen kunnen bevatten. Natuurlijke akkerranden en bosschages die beschikbaar zijn om te begrazen

47

Bron: Boerenverstand

48

zorgen voor meer vezelrijk en mineraalrijk voer. Tegelijkertijd vormen zulke elementen en structuren leefgebied voor insecten en vogels, bieden ze schaduw en koelte voor vee op warme dagen en dragen ze bij aan het voorkomen van plagen, iets wat bij monoculturen vaker optreedt. In de belangrijke (open) weidevogelgebieden zijn we terughoudend met het toevoegen van struwelen, bomen en bosschages, omdat deze plek bieden voor predatoren van weidevogels. 4.1.5 Boeren belonen voor ecosysteemdiensten Ecosysteemdiensten zijn allerlei diensten die de natuur ons gratis en voor niets levert wanneer ecosystemen goed functioneren. Zie onderstaande afbeelding voor een overzicht.

Bron: Bodembiodiversiteit en ecosysteemdiensten in beleid, bodembeheer en bedrijfsmanagement. (2010). RIVM, Ministerie van Volsgezondheid, Welzijn en Sport.

Ecosysteemdiensten worden onderverdeeld in drie categorieën: (1) productiediensten: deze dragen bij aan de productie van voedsel, vezels, biobrandstoffen en schoon water; (2) regulerende diensten: deze zorgen voor zuivering, regulering dan wel het behoud van lucht, water, bodems, habitat en klimaat; (3) culturele diensten: alle activiteiten van personen in, of gerelateerd aan, natuur. Voorbeelden daarvan zijn recreatie, toerisme, natuureducatie en andere vormen van natuurbeleving.

49

De biodiversiteit in een ecosysteem wordt soms als maat van de gezondheid van dat systeem gezien. Hoe groter de biodiversiteit in een ecosysteem, hoe gezonder het systeem en hoe beter dat systeem ecosysteemdiensten kan leveren. Afname van biodiversiteit is een wereldwijd probleem en speelt ook in Vijfheerenlanden. Als we gebruik willen blijven maken van deze ecosysteemdiensten, is het van belang ecosystemen gezond te houden. Omdat het moeilijk is om direct te zien wat de economische waarde is van ecosysteemdiensten, is het beschermen van ecosystemen niet direct terug te zien als winst in agrarische businessmodellen. Daarom zoeken we in Vijfheerenlanden gezamenlijk naar manieren om boeren toch te kunnen belonen voor het beschermen van ecosystemen en zodoende het leveren van ecosysteemdiensten, bijvoorbeeld door het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de agrarische gebieden. 4.1.6 Verduurzaming en continuïteit in de fruitteelt Om bij te dragen aan de continuïteit in de fruitteelt bieden we ruimte voor investeringen in opvang van water, omgekeerde osmose (een filtertechniek voor het verwijderen van zouten, mineralen, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen die geen gebruik maakt van chemicaliën, maar van filtering met behulp van een membraan) en andere (creatieve) oplossingen om voldoende zoet water beschikbaar te hebben en te houden.

Daarnaast stimuleren wij maatregelen door ondernemers die het teelt- en productieproces verduurzamen (sluitende kringloop) en willen certificeren (PlanetProof). Overigens bieden wij ook in de fruitteelt ruimte voor (recreatieve) nevenactiviteiten (zie paragraaf 4.1.7). Ten aanzien van (buitenlandse) seizoenarbeiders passen wij maatwerk toe bij het toestaan van tijdelijke huisvesting op het fruitteeltbedrijf. Zogenoemde ‘Polenhotels’ zullen wij niet accepteren in verband met de potentiële overlast voor de omgeving. 4.1.7 Op naar plattelandsbedrijvigheid Door de hogere eisen die aan agrariërs worden gesteld kan het moeilijker worden de bedrijfsvoering rendabel te houden. Daarnaast zorgen de veranderingen in de landbouwsector, samen met de opkomst van nieuwe landgebruiksvormen ervoor dat we anders naar het buitengebied gaan kijken. Het buitengebied is niet meer alleen een landbouwgebied, maar een landschap waar landbouw, natuur, cultuurhistorie, recreatie, toerisme, wonen, werken en zorg met elkaar verbonden zijn en elkaar versterken. Als gemeente bieden we daarom ruimte aan economische ontwikkelingen die passen in het landschap. Sommige agrariërs zullen op zoek gaan naar nevenactiviteiten om de bedrijfsvoering rendabel te houden, zoals een minicamping of een theehuis.

Sommige andere agrariërs zullen plaatsmaken voor nieuwe functies zoals recreatievoorzieningen, zorgfuncties of nieuwe landgoederen. Dit is nodig om voorbereid te zijn voor het geval agrariërs stoppen en nieuwe beheerders van het landschap nodig zijn. Zo faciliteren we de transitie van agrarische bedrijvigheid naar plattelandsbedrijvigheid.

50

We bieden bewoners en ondernemers in het buitengebied (de ‘streekhouders’) de ruimte allerhande (recreatieve) faciliteiten aan te bieden. Voorwaarde is wel dat de ruimtelijke ontwikkelingen passen bij de maat, schaal en de identiteit van het landschap. Het idee hierachter is dat initiatiefnemers (indien gewenst) meer ontwikkelruimte krijgen dan er nu in het bestemmingsplan mogelijk is, mits zij bijdragen aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Naast de bestaande recreatieve programma’s is er ruimte voor diverse kleinschalige (recreatieve) nevenactiviteiten en voor nieuwe bedrijven die mede invulling kunnen geven aan het recreatieve landschap voor bezoekers uit stad en land. Dit zorgt voor een gevarieerd landschap. Enkele voorbeelden zijn: zorgboerderij met kleinschalige horeca, kleinschalige overnachtingsmogelijkheden in de grienden, kleine ambachtelijke werkplaatsjes, verkoop van streekeigen producten, streekkwekerij, etc. Ook buiten de bouwpercelen is ruimte voor activiteiten die het landschap versterken of gebruik maken van het landschap, zoals buitenworkshops, etc. Door landschappelijk en agrarisch toerisme voor mensen van buiten te stimuleren wordt de aantrekkingskracht van ons buitengebied vergroot. Een vorm van verbreding die ook recreant trekt en de afstand tussen boer en burger verkleint, is de ontwikkeling van korte ketens.

Bij korte ketens is de afstand van grond tot mond kleiner en kan de boer een hogere prijs voor zijn product vragen, omdat de tussenhandel ontbreekt. Vooral in de delen van het buitengebied nabij de (grote) kernen liggen hiervoor kansen. Een mooi voorbeeld van net buiten onze gemeente is de (zelfservice) boerderijwinkel Symbiose in Noordeloos, waar producten van verschillende boeren en tuinders worden verkocht.

51

Robuust en gevarieerde natuur Versterken en verbinden natuurwaarden in de binnendijkse polders

Kernrandzones met water- en groenstructuren

Versterken natuurwaarden in de uiterwaarden

Merwedekanaal weerszijden bomenrijen/ groene lijn

Opheffen barrières in lokale ecologische verbindingszones

Ecologische hoofdstructuur Natura2000

Dijken als groene verbindingen

NNN Te ontwikkelen natuur Weidevogelkerngebied

Bestaand ecoduct Versterken netwerk prachtlinten en prachtsloten

52

4.2 Robuuste en gevarieerde natuur Op weg naar 2040 werken we aan een robuuste en gevarieerde natuur. De biodiversiteit staat onder druk en landbouw, bodemdaling en recreatie kunnen een bedreiging vormen voor de natuur. Er zijn echter ook juist koppelkansen met deze sectoren. De aanwezigheid van een gevarieerde en robuuste natuur is noodzakelijk voor een gezonde leefomgeving en versterkt de landbouwkundige en de recreatieve waarde van het gebied. 4.2.1 Verbinden en versterken van buitendijkse natuur De uiterwaarden van de Lek en Linge zijn van groot belang voor de natuur, onder meer voor vogels (zoals watervogels, maar ook weide- en akkervogels) en planten (bijvoorbeeld in de zeer waardevolle stroomdalgraslanden in de Middelwaard). We willen de aanwezige natuurwaarden behouden en verder uitbreiden zodat zoveel mogelijk aaneengesloten natuurgebieden ontstaan langs de rivieren, met een natuurlijk systeem en bijbehorende dynamiek. Uitzoomend naar (inter)nationale schaal zijn de rivieren met hun uiterwaarden immers de ideale groenblauwe aders door ons dichtbevolkte land. In het kader van het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ wordt overigens al in grote delen van de uiterwaarden van de Lek natuur ontwikkeld. De dijken kunnen ook fungeren als ecologische verbindingszones voor bij voorbeeld insecten als ze ingezaaid worden met inheemse kruidenmengsels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=0fa9d49e-e578-4780-9b0a-31747617ffdc