Rekenkamerrapport Veilig op weg naar school in Vijfheerenlanden
Tekst van het document
R
VEILIG OP WEG NAAR SCHOOL IN VIJFHEERENLANDEN Rekenkamer Vijfheerenlanden
Rekenkamer Vijfheerenlanden, 5 november 2025
0
Inhoudsopgave Bestuurlijke nota
0
Kernboodschap
1
Conclusies
3
Aanbevelingen
7
Bestuurlijke reactie
11
Nota van bevindingen
13
1.
Inleiding en onderzoeksaanpak
14
Aanleiding en context
14
1.2.
Leeswijzer
15
2.
1.1.
Verkeersveiligheid en de context van fietsinfrastructuur 2.1
3.
Op de fiets naar Leerdam of Vianen
16 16
Verkeersveiligheid voor schoolgaande jeugd: de stand van zaken in
Vijfheerenlanden
20
Incidenten in het verkeer bij de scholen
20
3.2.
Inrichting van de schoolomgeving
21
3.3.
Observaties van gedrag tijdens de spits
29
3.4.
De belangrijkste knelpunten vanuit het perspectief van de school
30
3.5.
Situatie op routes naar de school
33
4.
3.1.
Beleid en maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid
38
4.1.
Wat doet de school aan verkeersveiligheid rondom de scholen?
38
4.2.
Wat doet de gemeente aan verkeersveiligheid rondom de scholen
41
4.3.
Hoe verloopt de samenwerking tussen scholen en gemeente?
50
Bijlage 1 Onderzoeksvragen en aanpak
53
Bijlage 2 Enkele geraadpleegde bronnen
55
Bijlage 3
Overzicht risicoroutes/-locaties versus scholen (bron: onderzoek
Fietsersbond)
56
Bijlage 4
Groslijst knelpunten verkeer scholen
59
Bijlage 5
Moodboard De Kandelaar
64
Bijlage 6
Overzicht van enkele resultaten per school
66
Colofon Rekenkamer Vijfheerenlanden Dit onderzoek is uitgevoerd door: Collin Hoogeveen (hoofdonderzoeker) Rob Paulussen (tegenlezer) Lies van Aelst (onderzoeker) Met medewerking van: Juna Kupers, Lana Ellers, Romay van Os & Stephan Meijers
De Rekenkamer Vijfheerenlanden bestaat uit: Lies van Aelst (lid) Collin Hoogeveen (lid) Rob Paulussen (voorzitter) Eveline Ten Caat (ambtelijk secretaris)
Bestuurlijke nota
Kernboodschap De gemeente probeerde de afgelopen jaren (2018 – 2023) gericht de verkeersveiligheid voor scholieren te verbeteren, er is echter nog steeds veel werk te doen. Het jaarlijks budget voor de verkeersveiligheidsmaatregelen werd na 2023 beëindigd en sindsdien wordt er weliswaar gewerkt aan maatregelen als ergens de verkeersveiligheid verbeterd moet worden, maar dit gebeurt voornamelijk incidentgericht en (vooral dankzij de inzet van
de
Fietsersbond)
wordt
er
hierbij
pas
sinds
kort
actiever
gekeken
naar
ervaringsgegevens van verkeersgebruikers. Door het ontbreken van beleid en een daarmee gepaard gaand budget, kan de afdeling Mobiliteit weliswaar verbetervoorstellen doen, maar is ze voor de uitvoering afhankelijk van inpasbaarheid in ander beleid en medewerking van andere afdelingen. Scholen ervaren geen slagvaardige gemeente en stellen dat de communicatie over verkeersveiligheid regelmatig moeizaam verloopt. Scholen voelen zich regelmatig onmachtig richting ouders: zij vragen vaak aandacht voor verkeersveiligheid en proberen ‘verkeersouders’ te vinden om in te zetten voor taken op het gebied van verkeersveiligheid. Een deel van de ouders brengen hun kinderen meer en meer met de auto naar school, hetgeen niet alleen zorgt voor chaotische verkeerssituaties in de spitstijden, maar ook voor onveiligheid. Omdat inspanningen van scholen om hierin verandering te brengen doorgaans weinig effect hebben wordt dan bij gebrek aan beter geopteerd voor extra parkeerplaatsen. Een structurele aanpak van dit probleem blijft vooralsnog achterwege. De gemeente heeft bij 40% van de scholen van de scholen gezorgd voor een ‘schoolzone’ met bijbehorende maatregelen, ook andere scholen vragen om deze maatregelen. Denk aan
zogenoemd
‘attentieverhogend
straatmeubilair’
zoals
borden
met
een
maximumsnelheid van 15 kilometer per uur en aan veiliger oversteekplaatsen en het woord ‘schoolzone’ op de straat. Uit observaties bij alle scholen blijkt dat niet alle maatregelen op orde zijn: borden ontbreken op relevante aanrijwegen; zebrapaden hebben een onduidelijke kleur en vorm (met name in Leerdam); drempels hebben nauwelijks invloed op de rijsnelheid; en toezicht op parkeer- en verkeersgedrag in spitstijden ontbreekt.
Als het overzicht van knelpunten verzameld door de Fietsersbond1 wordt bekeken, dan zien we dat juist de straten waar sprake is van onveiligheid zich vaak in de directe omgeving bevinden van scholen. Of we nu kijken naar Leerdam, Vianen of andere plaatsen in de gemeente, bij (nagenoeg) elke gesignaleerde risicoroute is sprake van nabijheid van een of meerdere scholen. Het onderzoek van de rekenkamer, gebaseerd op observaties bij alle 36 scholen, verdiepende gesprekken met 12 scholen, leerlingen en tientallen (korte) straatinterviews met ouders en anderen rondom de scholen, laat zien dat het aan te bevelen is om de verkeersveiligheid van scholieren gericht aan te pakken. Die urgentie wordt vergroot als de cijfers van verkeersongelukken worden bekeken. In Vijfheerenlanden ligt het aantal verkeersongevallen 60% hoger dan het provinciaal gemiddelde. De afgelopen jaren was sprake van vier dodelijke fietsongevallen, ook tenminste een direct gerelateerd aan schoolgaand verkeer. Op het moment van uitvoeren van dit onderzoek wordt er fietsbeleid ontwikkeld door de gemeente. De rekenkamer ziet het als positief dat hierin ook de nodige aandacht zal zijn voor onveilige schoolroutes. Daarbovenop benadrukt de rekenkamer de noodzaak van gericht beleid ondersteund met financiële middelen en ruimte om structureel met scholen zelf samen te werken.
Scholen en ouders kunnen zelf ook nog meer doen aan verkeersveiligheid, maar alleen als ze hierbij actief worden geholpen en ondersteund door de gemeente. Hoewel genoemd in eerdere beleidsstukken komt het er bijvoorbeeld nog niet van om spitsafsluitingen van schoolstraten te realiseren. Of om op andere manieren ouders te bewegen kinderen zelf, op met ouders samen, naar school te laten fietsen in plaats van ervoor te kiezen om ze efficiënt zelf met de auto direct voor de ingang van de school af te zetten, met alle gevolgen voor de verkeersveiligheid van dien. En om te zorgen dat ook op de langere schoolroutes richting de drie scholen voor voortgezet onderwijs fietsende leerlingen voorrang krijgen, daar waar dat nodig is voor de veiligheid van deze kwetsbare verkeersdeelnemers.
1 Fietsersbond.Resultaten Enquête Fietsveiligheid Vijfheerenlanden (14 april 2025).
Conclusies
Inrichting en gedrag schoolomgeving
1. Er is sprake van een negatieve spiraal als het gaat om de verkeersveiligheid rondom scholen
-
Een onveilig ervaren verkeerssituatie rondom scholen of op de route naar school, leidt tot hoger autogebruik van ouders die kinderen wegbrengen met de auto in plaats van fiets. Een hoger autogebruik van ouders, leidt tot hogere parkeerdruk en verkeersdrukte rondom de school en meer onveiligheid rondom de school. Dit leidt tot een negatieve spiraal van steeds meer autogebruik van ouders en steeds meer verkeersonveiligheid.
-
Doordat er een negatieve spiraal van meer autogebruik door onveiligheid rondom de school is, vragen veel scholen om meer parkeerplaatsen rondom de school vanuit de aanname dat dit de veiligheid ten goede zou komen. Er is geen bewijs dat meer parkeerplekken nabij de school de verkeersveiligheid zou verbeteren.
-
Scholen geven aan behoefte te hebben aan een sterke beperking van het aantal verkeersbewegingen rond de school bij de start en eindtijd van de school. In dit kader worden genoemd de behoefte aan een schoolzone; een ‘auto als gast’ zone; en kiss and ride mogelijkheden.
2. Autowerende en verkeersremmende maatregelen worden weliswaar beoogd maar nog onvoldoende ingezet in de praktijk ter verbetering van de verkeersveiligheid nabij de scholen.
-
Het beleidsdoel van de gemeente gericht op het tijdelijk afsluiten van straten tijdens de breng- en haaltijden heeft tot dusverre bij één school geleid tot zo’n afsluiting.
-
Verkeersremmende maatregelen zijn bij scholen in wisselende mate aanwezig.
-
Rondom verschillende scholen blijkt bebording te ontbreken, onvolledig of onduidelijk te zijn.
-
Het is nu niet voor al het verkeer duidelijk dat ze een school naderen.
-
Er zijn een beperkt aantal en volgens betrokkenen veelal onvoldoende mogelijkheden bij scholen om veilig de weg over te steken. Naast het feit dat er bij 21 van de 36 scholen geen veilige oversteekplaats is gerealiseerd (er zijn er ook nog waar één veilige oversteekplaats niet volstaat), zien we dat in het groenonderhoud (snoeien van heggen) nog onvoldoende prioriteit aan verkeersveiligheid wordt gegeven (waardoor slecht zicht situaties ontstaan).
Toezicht en handhaving
3. Er vindt alleen incidenteel toezicht plaats op verkeersgedrag rondom de schoolspitstijden door gemeentelijke toezichthouders en politieagenten.
-
We constateren dat toezichthouders en agenten relatief weinig worden ingezet om het gedrag (van ouders) te beïnvloeden. Verschillende scholen vragen om structurele controles en handhaving (boetes) op verkeersgedrag van ouders en passanten.
Samenwerking in de inzet van school en gemeente
4. Er is verbetering mogelijk en nodig in het contact tussen school en gemeente waar het de verkeersveiligheid betreft.
-
Een aantal scholen geeft aan dat wisselingen van contactpersonen bij de gemeente een drempel in het contact zijn. Ook wordt een zekere stroperigheid in het contact met de gemeente ervaren: het (ver)plaatsen van een verkeersbord kan zomaar maanden tot een jaar duren zonder dat duidelijk is waarom het zo lang moet duren. De scholen geven daarnaast aan in het contact een proactieve houding van de gemeente te missen.
5. Inspanningen van scholen staan op zichzelf en missen noodzakelijke ondersteuning om effectief te kunnen zijn.
-
Er bestaan diverse initiatieven van scholen en ouders, om door inzet van (sociale) controle de veiligheid rond scholen te verbeteren. Deze initiatieven richten zich vooral op gedrag van omwonenden en ouders in het verkeer. De initiatieven verschillen in aanpak en succes, ouders ervaren regelmatig verbale agressie van verkeersgebruikers die zij aanspreken en scholen hebben het gevoel niet serieus genomen te worden omdat ze niet kunnen sanctioneren. Scholen geven aan behoefte te hebben aan strengere controles en zonodig boetes voor verkeersdeelnemers die zich misdragen rondom de school. Het regelmatig beboeten wordt door verschillende scholen genoemd als noodzakelijk om gedrag te veranderen.
-
Verschillende scholen in Leerdam geven aan geen praktijkverkeersexamen meer te organiseren door het ontbreken van vrijwilligers om het examen af te nemen. De scholen geven aan dat leerlingen hierdoor minder goed voorbereid de weg op gaan en dit een gemis te vinden.
Beleidsontwikkeling
6a.
Noodzakelijk integraal beleid met geoormerkte financiële middelen gericht op verkeersveiligheid voor de schoolgaande jeugd ontbreken.
-
Het schoolgericht werken aan verkeersveiligheid, waarbij er specifiek budget was voor de directe schoolomgeving, is enkele jaren geleden gestopt. Hierdoor ontbreken er nu specifieke financiële middelen en worden knelpunten rondom scholen onvoldoende aangepakt.
-
In verschillende beleidsterreinen zitten aspecten die raken aan verkeersveiligheid rondom scholen: groenbeheer, vergunningverlening et cetera. Het ontbreekt aan coördinatie op het gebied van verkeersveiligheid bij deze terreinen.
6b.
Er wordt in beperkte mate gebruik gemaakt van beschikbare informatie voor het maken van noodzakelijke risico-analyses.
NOODZAKELIJKE RISICO-ANALYSES. -
Er is bij het ontwikkelen van beleid (denk aan risico-analyses) de afgelopen jaren relatief in beperkte mate gebruik gemaakt van beschikbare analyses van derden (denk aan de provincie). Maar vooral ontbrak bij risico-analyses het gebruiken van de input/het perspectief van scholen en de jonge verkeersdeelnemers naar en bij scholen. Mobiliteitsbeleid werd gestoeld op datamodellen zonder gebruik van ervaringsgegevens.
Wijkontwikkeling en bouwen bij scholen
7. Er zijn (soms langdurig) onveilige situaties bij sommige scholen ten gevolge van structureel bouwverkeer; en mede door het feit dat de afdeling Mobiliteit niet effectief is gepositioneerd om het belang van verkeersveiligheid bij scholen goed te kunnen behartigen.
-
Verschillende scholen geven aan dat er (zeer) onveilige situaties voor leerlingen, ouders en docenten ontstaan door (zwaar) bouw- en vrachtverkeer. Dit verkeer is in een aantal gevallen permanente af- en aanvoer voor bedrijven in de omgeving en in een aantal gevallen van tijdelijke(r) aard bij bouwwerkzaamheden in de omgeving. Enkele scholen hebben met (bouw)bedrijven contact over de veiligheid, andere niet. Leerlingen gaven daarnaast aan niet alleen onveiligheid te ervaren door het aanwezige bouwverkeer, maar ook door langdurig kapotte stoepen en straten door bouwverkeer.
-
In de vergunningverlening voor bouwactiviteiten en bij bedrijven met veel verkeersbewegingen, worden geen eisen gesteld aan gedrag rondom scholen bij afen aanvoer. Als hier geen eisen aan gesteld worden, kan hier ook niet op gehandhaafd worden.
Aanbevelingen Algemeen Voor raad, college van B&W en organisatie:
1. Maak de veiligheid rondom scholen een prioriteit, samen met scholen, ouders, wijk én kinderen.
-
Bekijk de veiligheid integraal, over de verschillende gemeentelijke afdelingen heen. Neem maatregelen tijdig, wees als gemeente goed bereikbaar met een vast contactadres en zorg voor ondersteuning van veiligheidsinitiatieven bij scholen. Scholen betrekken bij dorpsvisies kan hierin een stap zijn.
Inrichting en gedrag schoolomgeving Voor raad, college van B&W en organisatie:
2. Pas de omgeving van scholen in overleg met de scholen, ouders en kinderen aan aan de aanwezigheid van een school en daarmee veel kinderen.
-
Overweeg of het afsluiten van de weg rondom de school tijdens de spitstijden het autoprobleem kan verminderen. Werk actief aan bewustwording van ouders dat een onveiligheidsspiraal in stand wordt gehouden door de keuze de kinderen met de auto te brengen en te halen. En zorg voor meer verkeersbeperkende en -remmende maatregelen zoals een schoolzone met voldoende bebording en waar nodig kiss and ride stroken. Stel pas daarna vast of en zo ja hoeveel extra parkeerruimte noodzakelijk is, waarbij gekeken wordt naar mogelijkheden voor gedeeld ruimtegebruik met locaties rondom de scholen, zoals kerken, buurthuizen, winkels en andere (semi-)publieke voorzieningen.
Toezicht en handhaving Voor organisatie:
3. Ondersteun scholen in de sociale controle op de verkeerssituatie rondom school met de inzet van toezichthouders en politie.
-
Zet de toezichthouders en handhavers pragmatisch in. Waar passend en nodig doe dit met de opdracht ‘alleen waarschuwen en niet beboeten tenzij...’ zodat het hen (veel) minder tijd kost en het dus efficiënter in te plannen is. Maar zorg ook dat beboeten mogelijk is en pas dit toe in de praktijk. Zorg daarnaast ook voor regelmatige formele controles van (wijk)agenten.
Samenwerking in de inzet van school en gemeente Voor organisatie:
4. Zorg ervoor dat scholen altijd een toegankelijk vast contactpunt binnen de gemeente hebben dat zorgt voor directe ondersteuning bij vraagstukken rondom verkeersveiligheid.
-
Zorg dat scholen een vast contactpunt of team hebben, bijvoorbeeld een vast mailadres dat losstaat van één persoon die wellicht over een jaar een andere rol heeft binnen of buiten de gemeente. Onderhoud daarnaast, proactief, als gemeente contact met scholen over mogelijke verbeteringen van de veiligheid rondom scholen. Neem hierbij als gemeente meer initiatief in de contacten tussen scholen en omgeving over parkeerproblemen en mogelijke oplossingen. Gebruik het contact met scholen om hen te ondersteunen in het realiseren van verkeersexamens op alle scholen in de gemeente.
Beleidsontwikkeling en budget Voor raad, college van B&W en organisatie:
5. Actualiseer als raad het verkeersveiligheidsbeleid en maak hiervoor budget vrij; zorg als college en organisatie voor een effectieve en adequate systematiek om de beleidsuitvoering te monitoren.
-
Zorg dat risicoroutes naar school integraal onderdeel van het verkeersveiligheidsbeleid zijn. Koppel hieraan voldoende budget waarbij er specifiek financiële ruimte is om in de schoolomgeving de situatie ten aanzien van verkeersveiligheid te kunnen verbeteren.
-
Zorg voor een effectieve cyclus van monitoring en evaluatie. Maak bij het uitvoeren van risicoanalyses altijd gebruik van meerdere bronnen. Baseer deze nooit alleen op resultaten van datamodellen, maar betrek hierin altijd de input van degenen om wie het gaat: de fietsers en andere kwetsbare verkeersgebruikers.
-
Ga structureel de effecten van maatregelen evalueren samen met scholen en de Fietsersbond.
Wijkontwikkeling, bouwen bij scholen en de positie van Mobiliteit Voor raad, college van B&W en organisatie:
6. Betrek altijd het belang van verkeersveiligheid (en specifiek rondom scholen) bij bouwopgaven en herstructurering; doe dit vroegtijdig en planmatig en positioneer hiertoe de afdeling Mobiliteit effectief; en stel eisen bij de vergunningverlening gerelateerd aan de verkeersveiligheid voor de school.
-
Stel bij het verlenen van vergunningen voor bouwwerkzaamheden in de omgeving van een school vooraf eisen met betrekking tot (1) afstemming met de school over werkzaamheden; (2) aan- en afvoer tijdens start en einde schooldag
vermijden; (3) het vooraf opstellen van een plan voor veilig vrachtvervoer rondom scholen. -
Maak als gemeente afspraken met bedrijven die veel vrachtverkeer veroorzaken over veiligheid rondom scholen en aan- en afvoer tijdens de start- en eindtijden van scholen.
-
Maak voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een plan voor spoedig herstel door het bouwbedrijf van kapotgereden bestrating, stoepen en bruggen zodat leerlingen veilig kunnen fietsen, skeeleren en lopen.
-
Voer als raad en college een discussie over de wijze waarop bouwopgaven worden uitgegeven; maak vooraf afspraken om ervoor te zorgen dat er bij herstructering of (met name bij) nieuwbouw voldoende ruimte is voor zowel schoolgebouwen als het realiseren van een verkeersveilige omgeving routes rondom de school. Afdwingen van ruimtelijke garanties hierover vooraf zijn nodig vanuit gemeenteperspectief. Houdt bij bouwopgaven meer/realistischer rekening met leerlingprognoses.
-
Overweeg om de mate waarin een school kan uitbreiden te koppelen aan de autodruk rondom de school en hier dan vooraf al rekening mee houden in de bouwontwikkeling.
-
Zorg dat de afdeling Mobiliteit beter wordt gepositioneerd en aangehaakt op ruimtelijke ontwikkelingen die raken aan verkeersveiligheid. Nu ligt het primaat te veel bij Gebiedsontwikkeling en bij de beheer- en ontwikkelingsplanning. Om effectief te kunnen werken aan verkeersveiligheid, dient de afdeling Mobiliteit een duidelijke positie te hebben in de onderlinge samenwerking en prioritering.
Bestuurlijke reactie
Nota van bevindingen
1.
1.1.
Inleiding en onderzoeksaanpak
Aanleiding en context
Landelijke cijfers over verkeersveiligheid in relatie tot scholen laten zien dat er sprake is van een jarenlang en hardnekkig probleem. Jaarlijks is sprake van twee- tot drieduizend verkeersongelukken rondom of op de route naar scholen2. Minder dan de helft (42%) van de ouders vindt de verkeerssituatie bij de school van de kinderen ‘veilig’. In totaal 80% van de ouders vindt dat er meer aandacht moet komen voor verkeerseducatie op scholen. Volgens Veilig Verkeer Nederland (VVN) wordt het steeds normaler dat ouders hun kinderen met de auto naar school brengen. VVN vraagt zich af: ‘Als we zo trots zijn wanneer kinderen leren fietsen, waarom brengen we ze dan met de auto naar school?’3 VVN ziet dat sprake is van een vicieuze cirkel die onveiligheid in stand houdt of zelfs steeds meer versterkt. De relevantie van dit onderzoek wordt nog eens benadrukt door het feit dat het aantal verkeersongevallen in de gemeente Vijfheerenlanden bijna 60% hoger ligt dan het provinciaal gemiddelde. In 2022 gebeurden er in de gemeente 100 verkeersongelukken per 10.000 inwoners terwijl dit getal voor de hele provincie Utrecht destijds op 63 lag. Een jaar later steeg dit getal in de gemeente door naar 1134. Hoewel we niet precies weten hoeveel dodelijke fietsongevallen er plaatsvonden, telde de Fietsersbond er op grond van mediaberichten vier over de afgelopen paar jaar.
In tenminste één geval ging het om een ongeluk bij een school. Al deze cijfers roepen de vraag op hoe de situatie op het vlak van verkeersveiligheid is in Vijfheerenlanden? Om ook zicht te krijgen op hoe de verkeersveiligheid rondom scholen wordt ervaren is de Rekenkamer Vijfheerenlanden de straat op gegaan om bij alle 36 scholen (zowel
2 Bron:
https://vvn.nl/campagnes/schoolomgeving?_gl=1%2Acbtdok%2A_up%2AMQ..%2A_ga%2AODkxN TQzNDU1LjE3NTI5OTg2Nzk.%2A_ga_WBTV9Q982E%2AczE3NTI5OTg2NzkkbzEkZzAkdDE3NTI5OTg 2NzkkajYwJGwwJGgw. In Nederland raakten er in 2023 maar liefst 7.400 personen ernstig gewond in het verkeer. Zeven op de tien ernstig gewonden zijn fietser. 3 Ook voor scholen is het autoparkeren bij de school steeds meer een vanzelfsprekendheid, waar
men zich bij neerlegt. Op de website van een van de scholen lezen we bijvoorbeeld: “Onze school is gevestigd aan [straatnaam]. Een prima locatie met uitstekende parkeergelegenheid voor de deur. “ 4 Vijfheerenlanden heeft alleen Eemnes en Bunnik nog boven zich op de lijst met meeste ongelukken in Utrecht. Bron: Onderzoek van Independer https://www.independer.nl/autoverzekering/info/onderzoek/verkeersongevallen-neemt-toe
basisonderwijs als voortgezet onderwijs) in de gemeente te kijken en te praten met mensen over hun eigen ervaringen. Hoe wordt de veiligheid ervaren rondom scholen en op de routes naar school? Wat doen scholen en gemeente om het voor kinderen zo veilig mogelijk te maken? We kiezen als rekenkamer in dit onderzoek voor een praktijkgerichte insteek. We richten ons primair op de situatie bij, rondom en op weg naar de scholen en de plekken waar veiligheid mogelijk in het geding is en de mensen die het aan den lijve ervaren. We proberen zoveel mogelijk perspectieven hierbij mee te nemen. In dit onderzoek ligt de nadruk op wat er concreet te zien is, ervaren wordt en gedaan wordt. Pas daarna kijken we naar zaken zoals beleidsdoelen en het gemeentelijk beleid.
1.2.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 vertellen we over de fietsinfrastructuur en de vier verschillende beheerders die verantwoordelijk zijn voor de wegen in Vijfheerenlanden. Hoofdstuk 3 bevat de stand van zaken in Vijfheerenlanden, beschreven op grond van met name de uitgevoerde observaties, straatinterviews en de verdiepende gesprekken met de scholen. In hoofdstuk 4 gaan we in op de aanpak door scholen en het beleid en de aanpak van de gemeente. We sluiten dit hoofdstuk af met de invloed van ruimtelijke ontwikkelingen, toezicht en handhaving en de rol van samenwerking. In bijlagen zijn de onderzoeksvragen, methoden en een lijst van gesprekspartners opgenomen; overzicht van risicoroutes per school; de hoofdfietsroutes naar de scholen voor voortgezet onderwijs en een lijst met geconstateerde knelpunten bij en op weg naar scholen.
15
2.
Verkeersveiligheid en de context van fietsinfrastructuur
2.1
Op de fiets naar Leerdam of Vianen
De veiligheid van schoolgaande jeugd in het verkeer heeft een directe relatie met de veiligheid die de fietsinfrastructuur biedt. De Fietsersbond heeft recent onderzoek gedaan5 in Vijfheerenlanden en benoemt in het rapport enkele interessante zaken. Allereerst is nagegaan in hoeverre de twee grote woonkernen Vianen en Leerdam ook op fietsen gericht zijn. Ze laten zien dat er in Leerdam lange tijd minder reden was voor veel mensen om de fiets te pakken. Het is zelfs zo dat tot 2010 iedereen binnen Leerdam lopend het centrum kon bereiken binnen 20 minuten. Na het bouwen van de wijk Broekgraaf is dit niet langer het geval. En met de opkomst van de elektrische fiets stelt de Fietsersbond dat er juist veel reden is aan te nemen dat de fiets als vervoermiddel6 steeds interessanter wordt voor de inwoners van de kleinere kernen rondom Leerdam om op die manier het stadje te kunnen bereiken. Hetzelfde geldt voor het omliggende gebied van Vianen. De analyse van de Fietsersbond laat zien hoe belangrijk het is om met een toekomstgerichte bril te kijken naar het fietsbeleid. Buiten de bebouwde kom De Fietsersbond presenteert in het rapport op grond van de reacties van maar liefst 588 inwoners verschillende lijsten met zowel knelpunten als mogelijke oplossingen voor veilig fietsverkeer.
In totaal bijna 1000 opmerkingen7 van inwoners over specifieke plekken in de gemeente was het resultaat van de door de Fietsersbond uitgezette enquête. Belangrijke gevaarlijke plekken of routes liggen buiten de bebouwde kom. Waar vrij liggende fietspaden ontbreken, er soms weinig verkeersremmende maatregelen zijn en het ’s avonds (te) beperkt verlicht is. Op de dijken is de ervaren onveiligheid sterker waar uitwijkmogelijkheden beperkt zijn door een steile dijk. De Fietsersbond benoemt ook dat wijzigingen op dit soort wegen samenwerking8 vraagt met de wegbeheerder (het
5 Bron: Fietsersbond (14 april 2025). Resultaten Enquête Fietsveiligheid Vijfheerenlanden. 6 En daarmee dus ook de noodzaak van goede en veilige fietspaden.
7 Om precies te zijn 994. 8 Twee wegen waar tevens sprake is van meer dan 15% ‘te hard rijders’ zijn cursief gedrukt. Zie
pagina 14 van het SPV voor de volledige lijst van wegen.
waterschap) en ook dat het al snel om kostbare aanpassingen gaat omdat het vrij lange stukken weg betreft.
Verschillende wegbeheerders Zoals hiervoor al aangegeven heeft de gemeente in haar beleid ook te maken met andere wegbeheerders, namelijk provincie, Rijk en waterschap. In de gemeente Vijfheerenlanden bestaat een relatief groot areaal uit wegen uit die in beheer zijn bij het waterschap. Het Waterschap Rivierenland beheert in totaal 600 kilometer aan wegen in in totaal zeven gemeenten. Meer dan 80% ervan liggen in de twee gemeenten Molenlanden (circa 250 kilometer) en Vijfheerenlanden (circa 225 kilometer). Overdracht van alle wegen naar deze zeven gemeenten bleek enkele jaren geleden te complex. De gemeente is afhankelijk van het waterschap als ze op die wegdelen infrastructurele of andere maatregelen wil nemen. Uit de gesprekken komt naar voren dat het waterschap en de gemeente gezamenlijk de situatie op wegen van het waterschap evalueren. De samenwerking met het waterschap is goed. Als de gemeente iets wil aanpassen, dan moet ze zelf zorgen voor de financiering en het waterschap voert de aanpassing vervolgens uit. Voorbeeld hiervan is het aanpassen van de verlichting op de route Vianen – Lexmond (2023). Toch speelt volgens de gemeente ook regelmatig een verschil in inzicht of prioritering ten aanzien van aanpassingen die volgens de gemeente noodzakelijk zijn.
Er is regelmatig bij de gemeente geen geld of bij waterschap geen capaciteit om opvolging te geven aan de verbeterpunten die uit die evaluaties naar voren komen. Ook met het Rijk wordt doorgaans goed samengewerkt op het gebied van wegbeheer. Onlangs werd een verbetering van de fietsverbinding over de Jan Blankenbrug tussen Vianen en Nieuwegein afgerond. Er is daar sinds begin dit jaar een breder fietspad, lamellen tegen het felle licht van autolampen en een vernieuwde vangrail die de situatie voor de vele fietsers beter maakt.9 De provincie zet stevig in op fietsen met het provinciale programma ‘Meer fietsen over een sterk netwerk’. Gemeenten kunnen bij de provincie aankloppen voor 50% of 65%
9 Bron: https://www.provincie-utrecht.nl/actueel/nieuws/betere-fietsverbinding-jan-blankenbrug-
tussen-vianen-en-nieuwegein-dankzij-samenwerking .
17
financiering10 voor maatregelen binnen het provinciaal programma Verkeersveiligheid. De gemeente maakte bijvoorbeeld bij het opknappen van het OV-knooppunt in Vianen gebruik van deze subsidiemogelijkheid, waarbij onder andere nieuwe fietsparkeerplekken zijn gerealiseerd.
Figuur 1
Wegen (alle wegen met kleur) in beheer bij Waterschap Rivierenland
10 Er is de komende twee jaar 5 miljoen per jaar beschikbaar. De jaren erna nog eens 4 miljoen per
jaar. Een gemeente kan maximaal 1.5 miljoen per jaar aanvragen.
19
3.
Verkeersveiligheid voor schoolgaande jeugd: de stand van zaken in Vijfheerenlanden
In dit hoofdstuk schetsen we de stand van zaken van de verkeersveiligheid voor de schoolgaande jeugd in de gemeente Vijfheerenlanden. Dat doen we op grond van observaties ter plekke, talloze gesprekken11 die we voerden met de mensen rondom het schoolplein en enkele verdiepende interviews met scholen en leerlingen. We kunnen in het algemeen stellen dat de aangetroffen situaties uiteenlopen. Bij de grote meerderheid van de scholen zijn er zorgen over verkeersveiligheid. En als we de scholen vragen of ze de situatie direct rondom de school veilig of onveilig vinden, dan zien we in de antwoorden dat het oordeel niet in het voordeel van de kwalificatie ‘veilig’ lijkt uit te vallen: 5 scholen zeggen ‘grotendeels onveilig’, 2 scholen ‘niet veilig en niet onveilig’ en 3 scholen ‘grotendeel veilig’; 2 scholen wagen zich niet aan een uitspraak hierover (‘weet niet’).
3.1.
Incidenten in het verkeer bij de scholen
Er gebeuren jaarlijks circa 500 – 600 verkeersongelukken in de gemeente Vijfheerenlanden. Het is niet bekend welk deel gerelateerd is aan schoolverkeer, maar gezien de grote hoeveelheden verkeersbewegingen die hiermee gepaard gaan is dit vermoedelijk een belangrijk deel. Het valt op dat in de meeste gesprekken wordt verwezen naar incidenten of (bijna-)verkeersongelukken die zich in de directe omgeving van de school of op een schoolroute hebben voorgedaan en dat enkele ongelukken die worden genoemd in veel gevallen ófwel recent zijn gebeurd ófwel langer geleden maar dan wel een ernstig(er) ongeval betreffen. We noemen een paar voorbeelden. Een directeur van een van de scholen vertelt dat ze niet lang geleden nagenoeg frontaal werd aangereden door een leerling van de eigen school die op een fatbike de bocht te ruim nam (locatie eind van de Roekstraat). Het liep af zonder ernstige verwondingen. Op een tweede school werd nog in het afgelopen schooljaar een moeder aangereden door een auto waarbij de moeder en de kinderwagen inclusief baby ten val werden gebracht door de aanrijding. Circa vier jaar geleden liep een leerling van de VO-scholen ernstig hersenletsel op na een aanrijding met een auto. De leerling was op het moment van het ongeluk aan het bellen met school om te melden ‘….dat ze later was’. Het feit dat in veel
We voerden 30 tot 40 gesprekken over verkeersveiligheid met omstanders (school, ouders, leerlingen) tijdens de observaties. Zie ook bijlage 2. 11
gesprekken verwezen wordt naar concrete ongevallen laat zien dat het dus regelmatig mis gaat.
3.2.
Inrichting van de schoolomgeving
In deze paragraaf geven we van de alle 36 scholen op grond van observaties een beeld van de fysieke inrichting van de schoolomgeving voor zover relevant in relatie tot verkeersveiligheid. 3.2.1.
De directe omgeving van de school
Situering/ligging van de school We beginnen met enige feiten en cijfers: 13 scholen liggen aan een drukke straat met doorgaand verkeer; 10 aan een rustige straat; en 13 zitten daar tussenin; 3 scholen liggen meteen aan een (druk) kruispunt van wegen. De meeste scholen liggen in een woonwijk (29 van de 36). Bij 12 van de 36 scholen observeren we dat er door de straat waaraan de school ligt ook voortdurend bestelbusjes of vrachtauto’s rijden12. Slechts bij 13 scholen observeren we dat er (let op: dit is voornamelijk buiten de spitstijden van halen en brengen) sprake is van een doorgaans rustig verkeersbeeld in de straat waaraan de school ligt. Snelheidsverschillen verkeersgebruikers We zijn tijdens de observaties nagegaan in hoeverre het opvalt dat er verkeersgebruikers met flink verschillende snelheden te zien zijn rondom de scholen zijn. Dit blijkt lastig om geobjectiveerd vast te leggen, omdat je eigenlijk altijd de kwetsbaarheid van degene die loopt of fietst ten opzichte van auto’s ziet. We benoemen hieronder enkele observaties die typerend zijn voor de situatie rondom de school in relatie tot kwetsbare verkeersgebruikers (de leerlingen). Enkele observaties: •
“Nee, er zijn snelheidsheuvels dus hierdoor geen grote snelheidsverschillen”;
12 We hebben dit vastgesteld door gedurende een kwartier het aantal te tellen.
21
•
“Er zijn kleine kinderen die lopen op straat die net zijn afgezet, en auto’s die met haast weer wegrijden”;
•
“Als je kijkt vanuit perspectief van de voetganger, dan zeker. Die zijn kwetsbaar bij oversteken als ze gedropt zijn vanuit de auto. Maar ook de mensen (docenten) die zelf hebben geparkeerd en over de weg moeten lopen naar de ingang van de school”.
Het verkeer rondom de scholen bestaat tijdens de spitstijden vanzelfsprekend vooral uit het schoolgaand verkeer (9 van de 13 spitsobservaties), maar in enkele gevallen vermengt dit zich met ander verkeer. Bij enkele scholen ligt het voor de brengende ouders voor de hand om in de straat waar de kinderen zijn afgezet te keren om in dezelfde richting weer terug te kunnen rijden. Dit zorgt soms voor onveilige situaties. De straat waar het Lekpoort College aan ligt ter hoogte van de kiss and ride is hiervan een berucht voorbeeld.
Scan de QR-code om een kort filmpje te zien van de situatie bij de Kiss and Ride bij het Lekpoort College Ruimte voor fietsende leerlingen Als leerlingen en ouders gestimuleerd worden om met de fiets te komen, is het van belang dat er geen obstakels zijn. Is er voldoende ruimte voor de fietsende leerlingen als ze vanaf de straat het schoolplein opkomen en de fiets naar de stalling brengen? We zien bij nagenoeg alle spitsobservaties dat er voldoende ruimte is voor de fietsende leerlingen. Nergens zagen we dat sprake was van een opstopping van fietsers of een onoverzichtelijke situatie doordat teveel fietsers tegelijk het schoolplein opkomen. Natuurlijk was het druk tijdens de spits, maar eenmaal op het schoolplein zien we dat de doorstroming soepel verloopt. Ruimte bij de ingang van de school In het algemeen kunnen we stellen dat er ook voldoende ruimte lijkt te zijn bij de ingang(en) van de school. Omdat scholen regelmatig meerdere ingangen hebben en we niet met zekerheid kunnen stellen dat we alle ingangen hebben beoordeeld, houden we
een klein voorbehoud in onze formulering. Maar we kunnen wel stellen dat de meeste scholen voldoende ruimte hebben bij de ingangen. Ruimte meteen buiten het hek van de school Bij het in- en uitgaan van de school wachten ouders en leerlingen soms op het schoolplein en soms ook (deels) meteen buiten het hek in de openbare ruimte. Met name op de plekken waar het de gewoonte is om buiten het hek te wachten, zien we dat de drukte flink kan toenemen. Tijdens de observaties hebben we geen invloed van de drukte of onoverzichtelijkheid op de sfeer geobserveerd: deze was toen doorgaans gemoedelijk ondanks de drukte. Maar in de gesprekken is vaak benadrukt dat de drukte op de trottoirs meteen buiten de hekken tot onoverzichtelijke situaties kan leiden. Dit speelt extra sterk op de scholen waar tussen het hek/de ingang en de straat de afstand gering is. Het lijkt erop dat dit bij maximaal een tiental scholen (iets minder dan een derde) een mogelijk knelpunt is in relatie tot verkeersveiligheid. Om te voorkomen dat kinderen meteen van het schoolplein op de straat terecht kunnen komen hebben sommige scholen een hek geplaatst of verlengd/verlegd. We zien dat bij 30 van de 36 scholen zo’n hek aanwezig is. Parkeerruimte voor (bak)fietsen Bij verschillende scholen hoorden we een behoefte aan meer parkeerruimte voor de (bak)fietsen van ouders bij de school.
Ouders zouden met betere fietsparkeervoorzieningen, meer gestimuleerd worden met de fiets te komen. Parkeerruimte voor auto’s We hebben bij alle scholen gekeken in hoeverre er parkeerruimte is voor auto’s in de directe omgeving van de school. Deels is dit bekeken tijdens de spits, en daarvan weer een deel in het donker (in december). En deels is een globale inschatting gemaakt buiten de spits op grond van de geobserveerde parkeerdruk in de directe omgeving van de school. Een kanttekening hierbij: de scholen variëren flink in leerlingaantal en het vereist een uitgebreider en diepgaander analyse om precies de rol van parkeerdruk te kunnen inschatten. Met de observaties kunnen we op gemeenteniveau een redelijk overkoepelend beeld schetsen. We hebben gekeken naar de aantallen vrije parkeervakken en de verhouding tussen bezette vakken en vrije vakken. Bij 5 van de 13 spitsobservaties zien we dat er onvoldoende ruimte is in de straat meteen voor/aan de school om te kunnen parkeren, terwijl er verderop vaak wel meer beschikbare parkeerplekken zijn. Als we de gehele groep van 36 scholen overzien dan is het op een
23
gemiddelde dag (dus niet uitgaand van slecht weer, duisternis en een groter aantal autobrengende ouders) bij 12 scholen sowieso nodig om wat verder weg van de school te parkeren omdat we daar op grond van de observaties eigenlijk altijd te veel autodruk zal zijn direct voor of aan de school. Het aantal parkeervakken volstaat dan dus op een gemiddelde schooldag niet om alle halende en brengende ouders de mogelijkheid te bieden in de directe nabijheid van de school hun auto stil te kunnen zetten. Hierover is nog meer te zeggen als we kijken naar de gedragsaspecten van deze problematiek. Dat doen we verderop in dit rapport.
Bij de Calvijnschool wordt de ouders gevraagd om elders te parkeren
Scan de QR-code om een indruk te krijgen van de situatie bij CBS Héredium bij in- en uitgaan van de school en het parkeren van auto’s. Ondanks de aanwezigheid van 15 parkeerplaatsen, parkeren veel ouders hun auto op de stoep als ze hun kinderen ‘droppen’ of ophalen bij school. Er is een verbodsbord dat aangeeft dat je niet mag parkeren, maar dat bord staat niet in de straat van de ingang van de school.
3.2.2.
Bebording en verkeersremmende maatregelen
We hebben bij elke school gekeken in hoeverre er ook borden aanwezig zijn die erop wijzen dat er schoolgaand verkeer is. We zien dat er bij 15 van de 36 scholen geen borden geobserveerd zijn. Bij iets meer scholen zijn er wel borden geplaatst die wijzen op het schoolgaand verkeer. Dit betreft in 8 gevallen één bord en bij 13 scholen gaat het om meerdere borden. Als we vervolgens kijken in hoeverre er gewaarschuwd wordt in alle relevante aanrijrichtingen, dan is de aanwezigheid van adequate bebording nog wat beperkter. Slechts bij 13 van de 36 scholen is vastgesteld dat bebording in alle relevante richtingen aanwezig is. Bij tenminste 9 van de 36 scholen zijn geen noemenswaardige verkeersremmende maatregelen getroffen13 in de omgeving van de school. In de gevallen dat wel dit soort maatregelen zijn getroffen tekenen de observatoren van de rekenkamer hierbij regelmatig nuancerende toelichtingen op: •
“drempel precies voor de school, wel een erg lage drempel… er staat ook geen waarschuwingsbord bij14” (CBS Herédium Zijderveld);
•
“drempels en lichte versmalling van de weg; overigens met relatief weinig effect op de snelheid/het gedrag van automobilisten lijkt het…” (Floris Radewijnsz);
•
“in drukke straat geen drempel” (Kindcentrum Werelds);
•
“reguliere drempels maar deze ontbreekt op de hoek van de school, hoek Rogier Jooszstraat-doorgaande weg voor de school; ook geen drempel voor de ingang van de school waar alle fietsers afslaan” (De Joost);
•
“een verkeersdrempel maar niet al te hoog” (Koningin Wilhelminastraat).
We zien dat de aard of vorm van de drempels vaak niet lijkt te volstaan om daadwerkelijk verkeersremmend te werken. We hebben gekeken of er ook obstakels zijn die het zicht kunnen belemmeren op aangrenzende straten. We zien bij bij 10 van de 36 dat het zicht wordt belemmerd. De observatoren verwijzen hierbij soms naar
13 Deze kwalificatie is lastig. Veel drempels zijn zo laag en soms ook minder zichtbaar dat ze ook als
‘niet noemenswaardig’ gekwalificeerd zouden kunnen worden. Dit getal is dus slechts als een indicatie te beschouwen. 14 Overigens hoeft er volgens de door de gemeente toegepaste CROW-norm in een 30 kilometerzone geen waarschuwingsbord te staan bij deze oversteekplaats.
25
geparkeerde auto’s maar ook (>5x) worden in dit verband te hoge heggen genoemd als belemmering voor het zicht bij het uitkijken. Als we kijken naar het straatmeubilair dan hebben we bij de scholen de volgende maatregelen in de straatinrichting15 gesignaleerd: 12x speciaal straatmeubilair gerelateerd aan de aanwezigheid van de school; 10x opvallende wegmarkering; 1x gekleurd plateau op de straat
Soms is de markering al langer geleden geplaatst, waardoor slijtage er relatief weinig van overlaat zoals bij Kindcentrum Werelds (foto geheel links). Bij de Egbertusschool (tweede van links) is het woord ‘SCHOOL’ daarentegen duidelijk zichtbaar.
Het opvallende straatmeubilair betreft bijvoorbeeld gekleurde paaltjes op de trottoirs in de bocht om aan te geven dat er niet geparkeerd kan worden.
15 Let op: hierbij zijn opvallende borden (bijvoorbeeld met parkeeraanwijzingen) van de school zelf
die we enkele keren hebben gezien niet meegeteld.
Verkeersremmende en andere maatregelen bij de Noachschool Dan komen we tot slot op het belangrijkste onderdeel van de weginrichting bij de school: de veilige oversteekplaats met zebrapad. Bij 15 scholen is zo’n zebrapad aanwezig. Bij 21 scholen ontbreekt een veilige oversteekmogelijkheid. Enkele typerende opmerking van observator-onderzoekers •
“Er zijn oversteekplaatsen, maar deze zijn niet heel veilig. We spreken ouders die hun kind niet durven te laten oversteken over de Drossaardlaan: te gevaarlijk”;
•
“Zebra grijs maar men rijdt hard en stopt lang niet altijd”.
De drukke weg Schaikseweg (foto’s) kent diverse oversteekplaatsen. Op de plaatsen op de twee foto’s kunnen respectievelijk fietsers en voetgangers oversteken. Ze hebben geen voorrang.
Scan de QR-code voor de verkeerssituatie zebrapad VO Heerenlanden, waar hard wordt gereden Het valt op dat de zebrapaden bij een deel van de scholen bestaan uit grijze (in plaats van witte) stenen die de zebra moeten aanduiden. Vanuit het perspectief van de autogebruiker is het de vraag of deze op het uiterlijk van deze zebra’s hetzelfde reageert als wanneer sprake is van een zebrapad dat bestaat uit heldere witte rechte banen.
27
Relatief onduidelijke zebrapaden door de structuur van de stenen. Foto links is naast VO Heerenlanden. De foto rechts is een zebra die op veel plekken, zoals aan de Drossaardlaan en op andere plekken in Leerdam gezien kan worden. Op verschillende scholen vroegen we als rekenkamer ook de mening van leerlingen. Op de Kandelaar hebben leerlingen op een moodboard aangegeven hoe ze aankijken tegen verkeersveiligheid. In bijlage 5 hebben we het moodboard opgenomen. Leerlingen observeerden rondom Het Heerenlanden wat er voor hen onveilig voelt en wat hiervoor de oplossing kan zijn. Als rekenkamer zien we dat leerlingen een goed beeld hebben van wat er niet veilig is en hoe dit mogelijk opgelost kan worden. Kort na de zomer, in de versie voor bestuurlijk wederhoor, zal de input van twee maatschappijleerklassen havo 4 nog ingevoerd worden. De rekenkamer vroeg de leerlingen mee te denken over onveiligheid op hun route van en naar school en eventuele oplossingen voor de ervaren onveiligheid. Spitsafsluiting Er is in de gemeente één school waar de straat gedurende drie kwartier ’s ochtends wordt afgesloten voor verkeer: de Kandelaar in Ameide. Onze observatoren zien dat niet iedereen zich aan deze afsluiting houdt (zie ook de foto’s in paragraaf 4.1.1). Ook een bewoner geeft aan dat niet iedereen zich aan het verbod om te rijden rondom de school houdt.
Het gaat om een straatje voor de ingang van de school. Tussen 8-8:45 uur mag niemand hier rijden; maar in een half uur tijd zijn er twee mensen toch doorheen gereden. Het valt de observatoren ook op dat er ook veel kinderen zonder ouders komen en dus ook oversteken zonder ouders. Achter de school zit er een BSO of kinderopvang waar ook verkeer naar toe gaat. In het verdiepende interview met de school is aangegeven dat er duidelijker bewegwijzering nodig is om de tijdelijke afsluiting kracht bij te zetten. Verder is hier nog steeds een knelpunt dat het zebrapad ‘…net niet handig
is geplaatst’ (ten opzichte van een hek bij/voor de school). Bij een andere school, Het Kompas in Lexmond, is van zo’n eenrichtingsverkeer formeel geen sprake maar in de praktijk is dit wel het geval. Iedereen houdt zich hier inmiddels (vrij goed) aan deze ongeschreven regel.
3.3.
Observaties van gedrag tijdens de spits
We horen, we als we in gesprek gaan met ouders of personeel van de school rondom de scholen, een relatief negatief beeld over hoe men de spits ervaart. Er is regelmatig sprake van veel onoverzichtelijke situaties. Tijdens de observaties hebben we deze op veel scholen aangetroffen. Desondanks viel op dat de sfeer tussen verkeersdeelnemende ouders (en ook kinderen) die we observeerden in het algemeen nagenoeg overal gemoedelijk of neutraal te noemen is. Halen en brengen met de auto We zien het aandeel van ouders dat met de auto naar school komt om hun kind(eren) te brengen of halen sterk varieert tussen scholen. Het algemene beeld is dat de autodruk direct rondom de scholen groot is doordat veel ouders hun kind(eren) met de auto brengen en halen. Niet alleen tijdens de observaties, maar in de overgrote meerderheid van de gevoerde gesprekken wordt verwezen naar het probleem van auto’s rondom de school en de onveiligheid die dat met zich meebrengt. We observeren dat bij de helft van de scholen ouders (ook) parkeren op plaatsen die hiervoor niet bedoeld zijn, buiten de parkeervakken. Dit beeld wordt in veel gesprekken bevestigd. Kiss and Ride Een kwart van de scholen heeft een Kiss and Ride zone. Het is opvallend om te zien dat deze ofwel niet of nauwelijks worden gebruikt, ofwel foutief als parkeerplaats (er zit niemand in de auto op het observatiemoment) wordt gebruikt.
Bij de observatieronde in december is ook gekeken naar het gedrag van leerlingen en ouders met beekking tot het voeren van licht. Eigenlijk zagen we bij elke school fietsers die geen (achter)verlichting voerden, maar deze waren meestal in de minderheid.16
16 Bij één school (de Ark in Vianen) viel het op dat het merendeel van de fietsers geen licht voerde.
29
Een kiss and ride plaats met een klein bordje ‘Zoen en Zoef’ bij de Koningin Wilhelminaschool. Zie ook de QR-code in paragraaf 3.2.1. Tot slot: genomen maatregelen zeer wisselend tussen scholen We zien eigenlijk dat de mate waarin maatregelen genomen zijn ter verbetering van de verkeersveiligheid erg uiteenlopen. Er zijn ook scholen waar niet of nauwelijks verkeersremmende maatregelen gezien worden.
3.4.
De belangrijkste knelpunten vanuit het perspectief van de school
In de verdiepende interviews met 12 scholen komen enkele problemen ten aanzien van verkeersveiligheid duidelijk naar voren die ook vanuit het beeld in de andere geraadpleegde bronnen worden bevestigd. We behandelen de belangrijkste 5 knelpunten hier achter elkaar. Knelpunt 1: Onveilig door ouders die met de auto komen brengen en halen Verreweg het meest wordt gesproken over het feit dat auto’s van ouders zorgen voor onoverzichtelijke en regelmatig ook onveilige situaties. Niet alleen in de donkere winterperiode of op momenten dat het weer slecht is, maar meer in het algemeen kiezen ouders steeds vaker voor de auto om hun kind(eren) naar school te brengen, laten onze gesprekspartners weten. We hebben onvoldoende input gekregen van ouders om iets te kunnen zeggen over de overwegingen en in hoeverre deze ouders zich ook bewust zijn van de onveiligheid die door het vele autoverkeer wordt veroorzaakt. Wel zien we bij het schoolpersoneel een breed gedeeld gevoel van frustratie over dit probleem. Het onderzoek van Veilig Verkeer Nederland liet al zien dat een onveilig ervaren
schoolomgeving leidt tot meer autogebruik17, een daardoor nóg onveiliger omgeving en daarmee een negatieve spiraal van autogebruik voor veel ouders. Verkeersspecialist Martijn van de Lindeloof legde in een artikel jaren geleden al uit hoe deze zogenoemde Constant Risico Theorie werkt en wat de gemeenten zouden moeten doen om het mechanisme te bestrijden. 18 Is het nu zo dat er te weinig ruimte is om de auto te kunnen parkeren? We hebben in de vorige paragraaf beschreven dat de ruimte direct nabij de school doorgaans inderdaad beperkt is met het huidige autogebruik. Het betekent dat als ouders kinderen naar school brengen in de auto, dat er dus per definitie de noodzaak is om de auto iets verder weg van de school te parkeren en vervolgen een minuut of enkele minuten te lopen naar de school. In de interviews wordt breed aangegeven dat van de brengende en halende ouders er zeer weinigen zijn die dit in de praktijk doen. De overgrote meerderheid van de ouders parkeert zo dicht als mogelijk bij de school, ook als ze daardoor fout of onveilig parkeren. Niet alleen leidt het brengen met de auto tot onveiligheid in het verkeer. Ook is het voor de buurtbewoners regelmatig een frustratie dat dit zoveel gebeurt.
Een van de directeuren vertelt dat ze, vanwege het feit dat een deel van de personeelsleden de auto parkeert in de woonwijk waar de school ligt, niet zo lang geleden nog een bedreiging ontving per e-mail. Ze vertelt dat ze hieraan verder geen aandacht heeft geschonken en het niet heeft gemeld bij de politie. Ze heeft in een reply aan de anonieme mailer gemeld dat ze niets met de bedreiging kon en ging doen. Ze wees hem of haar erop dat ze nog dezelfde avond naar een avond (een VHL-plein) kon komen waar parkeerproblematiek op het programma stond. Er kwam geen reactie.
Knelpunt 2: Ontbreken van veilige oversteekplaatsen We hebben in de vorige paragraaf al benoemd dat we relatief weinig veilige plekken hebben geobserveerd bij de scholen voor de leerlingen om over te kunnen steken. Ook in de verdiepende interviews is er veel op gewezen dat dit bijdraagt aan een onveilige
17 Zie: Veilig Verkeer Nederland (2022). Ouderenquête 2022 - Veilige Schoolomgeving, Amersfoort.
Zie ook: https://www.sweco.nl/actueel/nieuws/met-de-auto-naar-de-basisschool-of-toch-maarniet/ 18
31
situatie voor met name de leerlingen. In een van de gesprekken die we voerden bij een school aan de Drossaartlaan geeft een ouder aan dat hij de kinderen niet alleen naar school durft te laten lopen, ondanks het feit dat ze op slechts enkele minuten lopen of fietsen van school wonen. Ouders lopen of fietsen hier regelmatig tot ver in de bovenbouw van de basisschool met hun kind(eren) naar school, enkel en alleen vanwege de onveilige oversteek van deze weg. Aan de Drossaartlaan is een grote concentratie aanwezig van schoolvoorzieningen (zowel diverse basisscholen, buitenschoolse opvang, kinderopvang). In gesprekken wordt aangegeven dat veel zebrapaden onvoldoende werking hebben: auto’s stoppen vaak niet. De zebra’s hebben weinig contrast.19 Knelpunt 3: Onveilig verkeersgedrag van ouders en leerlingen In het verlengde van het eerste knelpunt ligt het gedrag dat een deel van de ouders (en ook leerlingen) vertonen tijdens het brengen en halen. Niet alleen de keuze om met de auto te brengen, maar ook de manier waarop wordt geparkeerd zorgt voor onveilige situaties. Er wordt op gevaarlijke plekken gestopt (op de straat, op de stoep, buiten de parkeervakken) waarbij het openen van het portier meteen verstorend werkt voor de andere weggebruikers of dat nu voetgangers, fietsers of andere auto’s zijn.
Ook meteen de auto willen keren om in dezelfde richting weer terug te kunnen rijden is voorbeeld van autogedrag waarin weinig of geen rekening wordt gehouden met andere (kwetsbare) weggebruikers. Op de scholen voor voortgezet onderwijs wordt verder gewezen op de risicovolle wijze waarop veel leerlingen fietsen. Het gaat dan bijvoorbeeld om fatbikes, en telefoongebruik tijdens het fietsen, en het maken van plotselinge koerswijzigingen op de fiets. Knelpunt 4: Samenwerking met de gemeente. Veel scholen benoemen dat ze zien dat de gemeente best wil ondersteunen en helpen om situaties veiliger te maken. De scholen stellen echter ook dat de gemeente laat zien dat ze regelmatig weinig daadkracht (kan) tonen. In een van de gesprekken vertelt een docent dat de gemeente laat weten dat ze vooral zelf terug moeten komen op een eerdere melding van een onveilige situatie om te voorkomen dat het ‘onderop de stapel terecht komt’. Verschillende scholen geven in de interviews aan dat ze de gemeente vragen om hun inspanningen te ondersteunen bijvoorbeeld door middel van het plaatsen van een verkeersbord. We horen dat het verzoek voor het plaatsen van een bord een lastig en langdurig traject is. Soms komt het bord er niet. In het algemeen is het beeld
19 Grijze stenen; banen van de zebra zijn niet strak maar gekarteld door het visgraatverband.
dat de gemeente onvoldoende pro-actief de samenwerking met scholen opzoekt en de contacten structureel onderhoudt om samen te werken aan verbetering van verkeersveiligheid. Knelpunt 5: Bewustzijn van de eigen invloed van de school We gaan in het volgende hoofdstuk nog uitgebreider in op de aanpak van de school, maar benoemen nu vast dat we zien dat de mensen van scholen die we spreken diverse keren opnieuw verwijzen naar de verantwoordelijkheid van de gemeente. Waar er zich problemen voordoen, of er maatregelen aan de orde zijn, spreken scholen de verwachting uit dat de gemeente deze realiseert. Als we vragen naar wat ze zelf kunnen doen of zelf al doen, dan vinden scholen het lastig om te komen tot een werkende eigen aanpak. De scholen spreken uit dat ze de gemeente echt nodig hebben hiervoor. In relatief veel gevallen ontbreekt iemand bij de school die zich echt voor het vraagstuk van verkeersveiligheid verantwoordelijk voelt. Verkeersveiligheid krijgt op scholen niet zo vaak veel prioriteit en dit komt deels ook door de vele andere prioriteiten en de beschikbare capaciteit op school en in de MR.
3.5.
Situatie op routes naar de school
Om zicht te krijgen op de situatie op de trajecten die scholieren moeten afleggen van huis naar school kunnen we een beroep doen op verschillende bronnen. De provincie liet recent door SWECO een onderzoek20 uitvoeren naar fietsverkeer en veiligheid voor scholieren in de hele provincie Utrecht. Het leverde interessante, op internet vrij toegankelijke, informatie op over de fietsroutes21. Gemeenten kregen de mogelijkheid om aan het onderzoek bij te dragen door zelf aanvullende belangrijke fietsroutes in de eigen gemeente aan te dragen, zodat deze in de kaarten in het onderzoek opgenomen zouden worden22.
20 Onderzoek veilige fietrsroutes middelbare scholieren Utrecht. Provincie Utrecht/SWECO, Utrecht,
10-1-2025. 21 De openbare webviewer biedt de mogelijkheid om de resultaten visueel op een interactieve kaart te kunnen bekijken: https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/instant/sidebar/index.html?appid=1d0ed151294749758b1e 6d42c3c233fc ; Er is ook een ‘interne webviewer’ voor gemeenten die nog meer opties heeft. 22 De gemeente Vijfheerenlanden maakte van deze optie geen gebruik.
33
Een andere bron bestaat uit het recent en eerder aangehaald onderzoek van de Fietsersbond. Dit biedt zicht op de belangrijkste fietsknelpunten in de gemeente. Omdat de Fietsersbond, op verzoek van de rekenkamer, tevens de locaties van scholen op de kaart met knelpunten heeft opgenomen geeft het ons ook inzicht in de risico’s op routes voor scholieren. We hebben nagegaan in hoeverre de verschillende risicoroutes en locaties die in de top-10 lijstjes van de Fietsersbond genoemd worden, ook in de nabijheid van scholen liggen. Hieronder zijn de top-10 lijstjes opgenomen waarbij per route het aantal scholen in de buurt is genoemd23. De top-10 is steeds gebaseerd op het aantal klachten per locatie.
23 We hebben de scholen meegerekend waar voor geldt dat vermoedelijk een aanzienlijk deel van de
scholieren van de route gebruik maakt. Omdat we daarbij niet van elke (basis)school het verzorgingsgebied precies kennen kunnen we de getallen enkel beschouwen als indicatief voor de mate waarin scholen worden geraakt door betreffende risicoroutes en -locaties.
Tabel 1
De tien meest genoemde risicoroutes/-locaties per woonkern. Met ernaast de aantallen scholen in de directe omgeving (bron: Onderzoek Fietsersbond (* duidt een VO-school aan24)
Top-10
#
Leerdam
scholen
Tiendweg
3*
Top-10 Vianen
#
Top-10 Overig VHL
scholen Hagenweg
1
# scholen
Achthoven/Lekdijk,
2
Ameide/Lexmond Parallelweg/
2**
Voorstraat
1
Schaikseweg
Diefdijk,
1
Leerdam/Schoonrewoerd
Emmalaan
2
Stuartweg
0
Burggraaf, Meerkerk
2
Zuid-
2
Hagesteinsestraat
1
Prinses Marijkeweg,
1
Hollandweg Koenderseweg
Ameide 6**
Bentz-Berg
2*
Tiendweg/Hogewaard,
1
Ameide Horndijk
1
Helsdingse
4*
Achterweg Recht van Ter
2*
Leede25
Tienhovenseweg,
2
Everdingen
Kruispunt Aimé
2
Overboeicop
2
Bonnastraat/Korte Kerkstraat
Meent
0
Hoevesteinse lint
1
Lakerveld
2
Westelijke
3
Monnikkendreef/
4*
Lekdijk, Hagestein
2
3
Kortenhoevendijk
2*
Parallelweg 26 Ooievaarlaan/
Groenekade27 1
Julianabrug
Recht van Ter Leede
We zien dat steeds (i.c. in elke woonkern) op minstens de helft van de plekken meerdere scholen (tot maximaal 6 scholen) in de nabijheid liggen van een bepaalde risicoroute of locatie. Drie scholen in Leerdam, één school in Vianen en vier in het gebied erbuiten
De VO-scholen (VO = Voortgezet Onderwijs) kennen grote leerlingaantallen. Het gaat op het Lekpoort College om 548 leerlingen uit Vijfheerenlanden op een totaalaantal leerlingen van 844. En VO Het Heerenlanden heeft 503 leerlingen uit Vijfheerenlanden (op een totaal van 687). 25 Gaat om de oostelijke oversteek. 26 Betreft buiten de bebouwde kom. 27 Kruispunt. 24
35
komen niet voor op dit lijstje gebaseerd op het onderzoek van de Fietsersbond28. Uitschieters onder de basisscholen zijn de Calvijnschool (Leerdam) en het Avontuur (Hoef en Haag) waar scholieren via vier verschillende routes te maken krijgen met relatief gevaarlijke plekken voor fietsers.
28 Dat wil overigens niet zeggen dat deze scholen niet te maken hebben met risicoroutes. Zo liggen
de drie scholen in Leerdam nabij of aan de risicovolle route Drossaardlaan, waar hard gereden wordt en oversteken soms gevaarlijk kan zijn.
37
4.
Beleid en maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid
In dit hoofdstuk gaan we in op wat er door scholen en gemeente wordt gedaan om de verkeersveiligheid in positieve zin te beïnvloeden.
4.1.
Wat doet de school aan verkeersveiligheid rondom de scholen?
Scholen ondernemen verschillende dingen om de verkeersveiligheid te bevorderen. Vrijwel alle scholen benoemen de verkeersveiligheid in relatie tot gedrag en autogebruik van ouders in hun nieuwsbrieven aan ouders. In het algemeen valt het op dat in gesprek met scholen er al vrij snel wordt gewezen op de verantwoordelijkheid van de gemeente. Slechts een deel van de scholen heeft een soort aandachtsfunctionaris die ‘gaat over verkeer’. Als deze er is, dan is dat ofwel een personeelslid, maar vaker nog een ouder van de MR (Medezeggenschapsraad). In de meeste gevallen is er niet iemand die deze taak op zich heeft genomen of dat ligt dit bij de directeur zonder dat het als een expliciete taak wordt gezien. Kenmerkend is het voorbeeld van een basisschool die gezamenlijk in een brede schoolgebouw gevestigd zijn met een andere school. Ze zouden gezamenlijk in de MR met ‘verkeer’ aan de slag. En ‘omdat er in de andere school weinig animo was bij ouders van de MR, is het niet van de grond gekomen er iets mee te doen’, zegt de directeur van deze basisschool. En dat terwijl het ‘bijna elke MR-vergadering eigenlijk wel aan de orde komt…’. Het is een actueel probleem, waarover regelmatig gesproken wordt, maar toch lukt het op de een of andere manier niet om een structurele aanpak van de grond te krijgen. Een tweede manier om de aanpak van scholen te typeren is dat het een piepsysteem is.
Zodra iemand ergens een probleem ervaart, komt het (weer) aan de orde en wordt er gesproken over wat hiermee/hieraan te doen. Het heeft niet structureel de aandacht maar wel zodra er iets aan de hand is. En dat gebeurt dus regelmatig. Op veel basisscholen worden verkeerslessen gegeven. Verder worden ouders regelmatig aangesproken op verkeersgedrag zoals het brengen en halen met de auto en meer specifiek ook op de plek waar wordt geparkeerd. Scholen proberen verder om zoveel mogelijk de leerlingstromen te spreiden, bijvoorbeeld door te zorgen dat er meerdere ingangen zijn die toegang geven tot het schoolgebouw of door schooltijden iets te spreiden en de drukte daarmee eveneens te spreiden.