Rapport planomzetting van bestemmingsplan naar omgevingsplan def.pdf
Tekst van het document
Plan van Aanpak Planomzetting
29
Wel vraagt de eis van de rechtszekerheid dat inwoners en ondernemers slechts kunnen worden aangesproken op naleving van de zorgplicht, als zij vooraf hadden kunnen weten dat hun handelen of nalaten onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht. Het bevoegd gezag moet een in het kader van bestuurlijke handhaving gegeven last concreet invullen, zodat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeven te tasten over wat te doen of na te laten. Het is niet voldoende om in de last uitsluitend aan te geven dat de zorgplicht moet worden nageleefd. Keuze: We nemen ook in het omgevingsplan specifieke zorgplichten op Het is om de volgende redenen wenselijk om ook in het omgevingsplan Vijfheerenlanden specifieke zorgplichten op te nemen:
De zorgplichten in het Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving hebben alleen betrekking op de daarin gereguleerde activiteiten. Het is wenselijk om in aanvulling daarop de zorgplicht ook toe te passen op de in het omgevingsplan gereguleerde activiteiten. Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om op grond van die activiteiten handhavend op te treden en daarmee ook voor die activiteiten een vangnet te hebben.
De zorgplichten in de AMvB’s houden bewust geen rekening met onderdelen van de fysieke leefomgeving die zijn gedecentraliseerd. Een voorbeeld daarvan is het thema mobiliteit. Door het opnemen van een specifieke zorgplicht voor mobiliteit kan op grond van het omgevingsplan worden gestuurd op het gebruik van de weg en daarmee het plaatsen van ongewenste voorwerpen op de weg worden tegengaan. Een zorgplicht verdient in dit geval de voorkeur, omdat het ondoenlijk is om vooraf te bedenken welke ongewenste voorwerpen op de weg geplaatst kunnen worden en die in regels vast te leggen.
Keuze: (De wijze van) het opnemen van een zorgplicht laten afhangen van het concrete geval Voorgesteld wordt om bij het opstellen van het (deel)omgevingsplan te beoordelen in welke gevallen of voor welke activiteiten specifieke zorgplichten worden opgenomen in het omgevingsplan. Op voorhand is namelijk nog niet aan te geven in welke gevallen een zorgplicht noodzakelijk of wenselijk is om op te nemen. Daarbij hanteren we tenminste de volgende criteria:
de zorgplicht is en blijft een vangnetartikel voor zaken die bij het opstellen van het omgevingsplan niet of onvoldoende zijn te overzien/in te schatten;
indien een specifieke regeling, maatwerkvoorschriften of –regels mogelijk zijn, hebben deze de voorkeur boven een specifieke zorgplicht;
Plan van Aanpak Planomzetting
30
de zorgplicht blijft voldoende concreet en handhaafbaar.
4.5.6 Omgevingswaarden Keuze 14: Omgevingswaarden al dan niet gebruiken
Omgevingswaarden zijn normen voor de kwaliteit die een gemeente, provincie of Rijk voor (een onderdeel van) de fysieke leefomgeving wil bereiken. Omgevingswaarden kunnen ook volgen uit Europese of andere internationale verplichtingen. Een voorbeeld van een omgevingswaarde is bijvoorbeeld een maximale hoeveelheid fijnstof of maximale hoeveelheid geluid, gemeten binnen een bepaalde tijdseenheid. Omgevingswaarden is één van de instrumenten waarmee we als gemeente het beleid van de omgevingsvisie kunnen uitvoeren. De omgevingswaarde schept altijd een verplichting. Dit kan een resultaatsverplichting, een inspanningsverplichting of een andere verplichting inhouden. Als we omgevingswaarden in het omgevingsplan opnemen, moeten we onze taken en bevoegdheden zo uitvoeren dat deze omgevingswaarden ook worden behaald. Dat kan bijvoorbeeld door het stellen van algemene regels voor activiteiten, maar ook kan door feitelijk handelen of door het nemen van besluiten buiten de reikwijdte van de Omgevingswet, zoals verkeersmaatregelen. Als we in het omgevingsplan omgevingswaarden hebben opgenomen, dan zijn we ook verplicht om te meten en te beoordelen of aan die waarde wordt voldaan. Wordt de waarde niet gehaald of dreigt deze niet te worden gehaald, dan moeten we een zogenoemd programma bij (dreigende) overschrijding vaststellen.
In dat programma staan dan de acties om de omgevingswaarde alsnog te halen. Keuze: Omgevingswaarden laten afhangen van ambities omgevingsvisie Voorgesteld wordt om de keuze om al dan niet omgevingswaarden op te nemen in het omgevingsplan en de waarde van de omgevingswaarden af te laten hangen van de ambities van de omgevingsvisie. Omgevingswaarden zijn namelijk sterk afhankelijk van de ambities voor onze gemeente, die zullen landen in de omgevingsvisie. Door in de visie en het daarin opgenomen uitvoeringsprogramma deze keuzes te maken, kunnen vervolgens deze keuzes juridisch vertaald worden in het omgevingsplan.
Plan van Aanpak Planomzetting
31
4.6 Tussenconclusie Onderstaand de keuzen die zijn gemaakt en die als uitgangspunten dienen bij de omzetting van het bestemmingsplan naar het omgevingsplan. 1. We kiezen voor een planomzetting met behulp van een stapsgewijs lerende aanpak. We zetten bestaande regels gebiedsgewijs om, waarbij we per gebied mogelijkheden voor harmonisatie onderzoeken. Door steeds ook terug te kijken naar de regels voor de gebieden die al zijn omgezet, ontstaat gaandeweg, stapsgewijs, een gebiedsdekkende samenhangende set van planregels. Op deze manier kunnen we snel en praktisch aan de slag waarbij voortschrijdende inzichten stapsgewijs in het omgevingsplan kunnen worden verwerkt (keuze 1). 2. Er wordt uitgegaan van een gebiedsgerichte aanpak die klantvriendelijker en overzichtelijker is. Via deze gebiedsgerichte aanpak worden per gebied regels opgesteld. Hiervóór (keuze 1) is beschreven hoe de gebiedsgerichte aanpak past bij het stapsgewijs lerende proces. Deze aanpak sluit bovendien goed aan op het leidende principe om gebiedsgericht te werken en te differentiëren tussen gebieden. Bovendien stellen we hiermee de gebruiker meer centraal en werken we integraler dan bij een themagewijze omzetting (keuze 2). 3.
Uitgangspunten uit de omgevingsvisie, die concreet richting geven aan keuzes het omzetten van regels uit bestemmingsplannen, verordeningen en (vooral) de bruidsschat, nemen we mee bij de planomzetting. Globale beleidsoverwegingen verwerken we niet direct, maar pas in een latere planwijziging (keuze 3). 4. We nemen de bestaande legale bebouwing op in het omgevingsplan (keuze 9) 5. Waar keuzes nodig zijn bij het omzetten van bestaande regels naar het omgevingsplan, hanteren we de volgende richtinggevende principes: a. Ja, mits (keuze 4) b. Gebruik maken van een flexibele, wendbare aanpak (keuze 5) c. Ordenen op basis van functies (gebruiksactiviteiten) (keuze 6) d. Open normen als dat passend is (keuze 7) e. Zoveel mogelijk doelvoorschriften (keuze 8) f. Preventieve toetsing met ‘ja, mits’ en uitgangspunt beleidsneutraal (keuze 10) g. Het gebruik van maatwerkvoorschriften en maatwerkregels laten afhangen van het concrete geval (keuze 11) h. Het toepassen van specifieke zorgplichten en deze laten afhangen van het concrete geval (keuze 12 en 13) i. Omgevingswaarden (keuze 14) Omgevingswaarden laten afhangen van ambities omgevingsvisie
Plan van Aanpak Planomzetting
32
5. Bestemmingsplannen en gebieden In de gemeente Vijfheerenlanden zijn op dit moment 208 bestemmingsplannen, 47 wijzigingsplannen, 22 projectbesluiten en 5 exploitatieplannen. Voordat aangegeven kan worden welk gebied eerst op de nominatie staat en waarom dienen de gebieden verdeeld te worden waarna de bestemmingsplannen gekoppeld worden. In het als bijlage 1 bijgevoegde bijstand is de lijst met gebieden en de daaraan gekoppelde bestemminsplannen gevoegd. Duidelijk is geworden dat er 8 gebieden zijn te definiëren die één voor één omgezet moeten worden naar het omgevingsplan.
5.1 Welk gebied eerst en waarom? Nu we weten welke gebieden we kunnen onderscheiden en welke bestemmingsplannen daarbij horen dient er een keuze gemaakt te worden welk gebied als eerste wordt omgezet naar een omgevingsplan en waarom.
5.1.1 De 8 deelgebieden Wij hebben 8 gebieden onderscheiden en zijn als volgt gedefinieerd:
Deelgebied 1: Woongebieden Leerdam en Vianen. Dit betreft gebieden die relatief eenvormig zijn: er wordt primair gewoond. Als het gaat om ruimtelijke kenmerken en andere aspecten van de leefomgeving zijn de twee woongebieden van de grotere kernen vergelijkbaar. Door de regels voor deze twee gebieden in één planwijziging om te zetten, worden kansen voor harmonisatie van regels direct duidelijk.
Deelgebied 2: Centrumgebieden Leerdam en Vianen. Dit betreft gebieden die meer gemengd en levendig van karakter zijn: er zijn meerdere functies door elkaar. Als het gaat om ruimtelijke kenmerken en andere aspecten van de leefomgeving zijn de twee centrumgebieden van de grotere kernen vergelijkbaar. Door de regels voor deze twee gebieden in één planwijziging om te zetten, worden kansen voor harmonisatie van regels direct duidelijk.
Deelgebied 3: Meerkerk. Meerkerk ligt qua karakter in tussen enerzijds de grotere kernen Vianen en Leerdam en anderzijds de kleine kernen. Het heeft anders dan de overige kleine kernen ook een centrumgebied. Hoewel de planomzetting voor Meerkerk ook gecombineerd zou kunnen worden met een of meer andere planomzettingen voor de bebouwde kom, kiezen we voor een aparte planprocedure.
Plan van Aanpak Planomzetting
33
Door deze vooruit te laten lopen op alle andere planomzettingen voor de bebouwde kom, kan met een relatief klein wijzigingsplan toch direct een voorbeeldregeling voor zowel woon- als gemengde/centrumgebieden in het omgevingsplan worden opgenomen.
Deelgebied 4: kleine kernen. Hoewel er verschillen in karakter zijn tussen de vele kleine kernen in Vijfheerenlanden, zijn zij ook vergelijkbaar, als het gaat om ruimtelijke kenmerken en andere aspecten van de leefomgeving. Door de regels voor deze gebieden in één planwijziging om te zetten, worden kansen voor harmonisatie van regels direct duidelijk. Dit wordt opgepakt ná het verwerken van de andere bebouwde kom-gebieden, zodat die zoveel mogelijk als voorbeeld kunnen dienen.
Deelgebieden 5-7: Buitengebied Vianen, Leerdam en Zederik. Het buitengebied heeft een geheel eigen karakter als het gaat om ruimtelijke kenmerken en andere aspecten van de leefomgeving. Daarom wordt hiervoor een eigen wijzigingsprocedure doorlopen. Vanwege de omvang van de gebieden gebruiken we drie planwijzigingen voor de drie buitengebieden van de voormalige gemeenten. We laten de planprocedures niet overlappen, zodat bij volgende planprocedures kan worden geleerd van eerdere. Om dezelfde reden beginnen we met Leerdam omdat deze de meest actuele planregeling heeft waarbij ook de kans het grootst is dat deze als voorbeeld kan dienen voor de overige buitengebieden. Het buitengebied van Zederik nemen we als laatste op, zodat we voor dit (planologisch sterk versnipperde) gebied het beste gebruik kunnen maken van voortschrijdend inzicht uit eerdere planwijzigingen.
Deelgebied 8: bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen worden samen in één wijzigingsprocedure verwerkt. Zij zijn vergelijkbaar, als het gaat om ruimtelijke kenmerken en andere aspecten van de leefomgeving, en vragen om andere regels / regels over andere onderwerpen ten opzichte van andere gebieden in de gemeente.
5.1.2 Waar starten we? Gelet op het voorgaande voorzien we achtereenvolgens de volgende planprocedures. 1. Meerkerk. We starten hiermee om de volgende redenen. a. Het is wenselijk om te starten met een woongebied, zodat we zo snel mogelijk beschikken over een voorbeeldregeling voor wonen/woongebieden. Die voorbeeldregeling kan dan ook als basis dienen voor een wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van bijvoorbeeld een woningbouwontwikkeling.
Plan van Aanpak Planomzetting
34
b. Omdat Meerwerk zowel een woongebied als een centrumgebied omvat, wordt hiermee een eerste basis gelegd voor de regels voor vergelijkbare gebieden elders in Vijfheerenlanden. 2. Woongebieden Leerdam en Vianen. Na afronding van planprocedure nr. 1 (of deels overlappend) worden de woongebieden van Leerdam en Vianen opgepakt. Woongebieden hebben, zoals hiervoor aangegeven, prioriteit om als basis te dienen voor toekomstige woningbouwontwikkelingen. 3. Buitengebied Leerdam. De buitengebieden worden in drie planwijzigingen omgezet. Om het leerproces te versterken (maar niet te compliceren) worden de planwijzigingen ná elkaar en niet overlappend ingezet, met het meest complexe plan (Zederik) als laatste. Daarom is het nodig deze drie procedure goed te spreiden in de tijd. 4. Centrumgebieden Leerdam en Vianen. Planprocedures 1 en 2 zijn afgerond, en het omgevingsplan voor die gebieden kan als voorbeeld/vertrekpunt dienen voor deze planwijziging. 5. Buitengebied Vianen. Planprocedure 3 is afgerond en het omgevingsplan kan als voorbeeld/vertrekpunt dienen voor deze planwijziging. 6. Kleine kernen. Planprocedures 1 en 2 zijn afgerond, en het omgevingsplan voor die gebieden kan als voorbeeld/vertrekpunt dienen voor deze planwijziging. 7. Bedrijventerreinen. Het omzetten van de regels voor deze gebieden heeft minder prioriteit dan die voor woongebieden (zie hiervóór). 8.
Buitengebied Zederik. Planprocedures 3 en 5 zijn afgerond en het omgevingsplan kan als voorbeeld/vertrekpunt dienen voor deze planwijziging.
Plan van Aanpak Planomzetting
35
5.2 Planomzettingsproces Keuze 15: Opties doorlopen planomzettingsproces
Om te komen tot een omgevingsplan dienen de deelgebieden een planomzettingsproces te doorlopen. Er zijn verschillende manieren om dit te kunnen doen. We kunnen de volgende opties onderscheiden:
Optie 1 Eenvoudig
Optie 2 Tussenvariant A
Optie 3 Tussenvariant B
Optie 4 Uitgebreid
Onderstaand zullen wij de opties uitleggen per stap en zo de verschillen duidelijk maken. Daarnaast wordt in de bijlage bij dit stuk voorzien in een tabel waarin de keuzemogelijkheid in tabelvorm is weergegeven.
5.2.1 Optie 1 Eenvoudig Deze optie bestaat uit de volgende processtappen: 1.
Opstellen van een uitgangspuntennotitie voor het gebied, vaststelling door raad;
2.
Kennisgeving;
3.
Opstellen ontwerp omgevingsplan;
4.
Ter inzage legging en zienswijzen procedure;
5.
Vaststellen definitief omgevingsplan en beroepsprocedure.
1. Opstellen uitgangspuntennotitie voor het gebied, vaststelling door raad Voor dat er wordt begonnen met het schrijven van een deeluitwerking van het omgevingsplan is er de nodige voorbereiding noodzakelijk. Per deeluitwerking is een uitgangspuntennotitie wenselijk. Deze uitgangspunten worden aan de raad voorgelegd. Hiermee voorkomen we dat de raad nu al keuzes moet gaan maken, terwijl nog niet alles bekend is. Maar ook kunnen keuzes per deeluitwerking anders zijn. Het voorleggen van een uitgangspuntennotitie per deel uitwerking is daarom wenselijk en noodzakelijk. 2. Kennisgeving Voor het wijzigen van het omgevingsplan zullen we altijd de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb moeten volgen.
Plan van Aanpak Planomzetting
36
De eerste stap die hierbij hoort is het via een kennisgeving bekend maken dat wij voornemens zijn om een omgevingsplan te gaan wijzigen. Een belangrijk onderdeel van zo’n kennisgeving is aangeven hoe we als gemeente de participatie vorm gaan geven. Artikel 10.2 lid 1 van het Omgevingsbesluit omschrijft het volgende: ‘Bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken worden’. Bij deze optie zal dat zijn middels het indienen van een zienswijzen. 3. Opstellen ontwerp omgevingsplan Tijdens deze fase zal door een adviesbureau begonnen worden met het opstellen van het ontwerp omgevingsplan naar aanleiding van de aanwezige bestemmingsplannen, wijzigingsplannen etc. en de gemeentelijke verordeningen. De harmonisatie van de bestemmingsplannen zal plaatsvinden als het echt niet anders kan of indien geen harmonisatie van een bepaalde regeling alleen maar onduidelijkheid oplevert. 4. Ter inzage legging en zienswijzen procedure De terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan zal middels de uitgebreide voorbereidingsprocedure plaatsvinden. Dit betekent zes weken ter inzage waarbij een ieder een zienswijze kan indienen tegen het ontwerp omgevingsplan.
Eventuele zienswijzen zullen worden beoordeeld en door de gemeente van een reactie worden voorzien. 5. Vaststellen definitief omgevingsplan en beroepsprocedure Het omgevingsplan zal worden vastgesteld door de gemeenteraad waarna het bekend zal worden gemaakt in het gemeenteblad. Er kan binnen 6 weken na bekendmaking door een belanghebbende beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Het omgevingsplan treedt in werking 4 weken na bekendmaking van het besluit.
5.2.2 Optie 2 Tussenvariant A Deze optie bestaan uit de volgende processtappen: 1. Opstellen van een uitgangspuntennotitie voor het gebied, vaststelling door raad; 2. Kennisgeving; 3. Inventarisatie en behandeling excessen; 4. Opstellen ontwerp omgevingsplan; 5. Ter inzage legging en zienswijzen procedure;
Plan van Aanpak Planomzetting
37
6. Vaststellen definitief omgevingsplan en beroepsprocedure.
1. Opstellen uitgangspuntennotitie voor het gebied, vaststelling door raad Voor de uitleg zie onder optie 1. 2. Kennisgeving Voor de uitleg zie onder optie 1. Daarnaast zal in de kennisgeving worden aangegeven dat inwoners en ondernemers zullen worden uitgenodigd voor een informatieavond waarin wij uitleggen wat we gaan doen, wat de planning is en welke mogelijkheden er zijn tot het reageren op het plan. 3. Inventarisatie en behandeling van excessen Tijdens deze stap van het omgevingsplan gaan wij middels luchtfoto’s, kijkend op locatie en de archieven van de gemeente bekijken of alles wat nu is opgenomen in het bestemmingsplan in overeenstemming is met de huidige situatie. Indien er grote afwijkingen aanwezig zijn zullen deze besproken worden met de eigenaar van het perceel en wordt gekeken hoe dit al dan niet opgenomen wordt in het omgevingsplan. Over kleinere afwijkingen vindt geen overleg plaats met de eigenaar van het perceel en zal ambtelijk worden bekeken hoe deze afwijking wordt opgenomen in het omgevingsplan. 3. Opstellen ontwerp omgevingsplan Tijdens deze fase zal door een adviesbureau begonnen worden met het opstellen van het ontwerp omgevingsplan naar aanleiding van de aanwezige bestemmingsplannen, wijzigingsplannen etc. en de gemeentelijke verordeningen.
Daarnaast zal de regelgeving zoveel als mogelijk geharmoniseerd worden waardoor voor bijna alle activiteiten een eenduidige regeling ontstaat. 4. Ter inzage legging en zienswijzen procedure Voor uitleg zie onder optie 1. 5. Vaststellen definitief omgevingsplan en beroepsprocedure Voor uitleg zie onder optie 1.
Plan van Aanpak Planomzetting
38
5.2.3. Optie 3 Tussenvariant B Deze optie bestaan uit de volgende processtappen: 1. Opstellen van een uitgangspuntennotitie voor het gebied, vaststelling door raad; 2. Kennisgeving; 3. Inventarisatie en behandeling alle afwijkingen; 4. Opstellen ontwerp omgevingsplan; 5. Ter inzage legging en zienswijzen procedure; 6. Vaststellen definitief omgevingsplan en beroepsprocedure.
1. Opstellen uitgangspuntennotitie voor het gebied, vaststelling door raad Voor de uitleg zie onder optie 1. 2. Kennisgeving Voor uitleg zie onder optie 2. 3. Inventarisatie en behandeling alle afwijkingen Tijdens deze stap van het omgevingsplan gaan wij middels luchtfoto’s, kijkend op locatie en de archieven van de gemeente bekijken of alles wat nu is opgenomen in het bestemmingsplan in overeenstemming is met de huidige situatie. Alle afwijkingen zullen besproken worden met de eigenaren van de percelen waar het om gaat. En kijken gezamenlijk hoe we deze afwijking al dan niet kunnen oplossen. Voor verdere uitleg zie onder optie 2. 3. Ter inzage legging en zienswijzen procedure Voor uitleg zie onder optie 1. 4. Vaststellen definitief omgevingsplan en beroepsprocedure Voor uitleg zie onder optie 1.
Plan van Aanpak Planomzetting
39
5.2.4 Optie 4 Uitgebreid Deze optie bestaan uit de volgende processtappen: 1. Opstellen van een uitgangspuntennotitie voor het gebied, vaststelling door raad; 2. Kennisgeving; 3. Inventarisatie en behandeling alle afwijkingen; 4. Opstellen voorontwerp omgevingsplan; 5. Opstellen ontwerp omgevingsplan; 6. Ter inzage legging en zienswijzen procedure; 7. Vaststellen definitief omgevingsplan en beroepsprocedure.
1. Opstellen uitgangspuntennotitie voor het gebied, vaststelling door raad Voor de uitleg zie onder optie 1. 2. Kennisgeving Voor uitleg zie onder optie 1. Daarnaast zal in de kennisgeving worden aangegeven dat inwoners en ondernemers zullen worden uitgenodigd voor meerdere werksessies over het bepalen van maatwerkregels en open of gesloten normen die in het omgevingsplan worden opgenomen. Daarnaast zullen wij uitleggen wat we gaan doen, wat de planning is en welke mogelijkheden er zijn tot het reageren op het plan. 3. Inventarisatie en behandeling alle afwijkingen Tijdens deze stap van het omgevingsplan gaan wij middels luchtfoto’s, kijkend op locatie en de archieven van de gemeente bekijken of alles wat nu is opgenomen in het bestemmingsplan in overeenstemming is met de huidige situatie. Alle afwijkingen zullen besproken worden met de eigenaren van de percelen waar het om gaat. En kijken gezamenlijk hoe we deze afwijking al dan niet kunnen oplossen. 4. Opstellen voorontwerp omgevingsplan Naar aanleiding van de bijeenkomsten en de inventarisatie wordt er een voorontwerp opgesteld dat door het college ter inzage wordt gelegd voor inspraak. Iedereen heeft de mogelijkheid om inspraak in te dienen.
Plan van Aanpak Planomzetting
40
5. Opstellen ontwerp omgevingsplan De eventuele inspraakreacties worden behandel waarna het ontwerp wordt opgesteld. Voor uitleg over het ontwerp zie onder optie 2. 6. Ter inzage legging en zienswijzen procedure Voor uitleg zie onder optie 1. 7. Vaststellen definitief omgevingsplan en beroepsprocedure Voor uitleg zie onder optie 1. Voor het overzicht zijn de hiervoor genoemde opties in een tabel samengevat: Processtappen
Tussenvariant Tussenvariant Eenvoudig A B Uitgebreid
Uitgangspuntennotitie
x
x
x
x
Kennisgeving
x
x
x
x
x
x
x
Informatieavond Werksessies inwoners
x
Inventarisatie
x
Behandelen afwijkingen exces
x
Behandelen afwijkingen alles Harmonisatie
x
x
x
x
x
x
x
Voorontwerp omgevingsplan
x
Terinzagelegging/inspraakreacties
x
Ontwerp omgevingsplan
x
x
x
x
Terinzagelegging/zienswijzen
x
x
x
x
Vaststelling en beroep
x
x
x
x
Keuze: Tussenvariant A Optie 1 ‘Eenvoudig’ is de variant waarin geen inventarisatie wordt gemaakt. Daarnaast wordt er niet gekeken naar enige harmonisatie van de ruimtelijk regels en het maken van keuzes binnen de regelgeving. Het is echt het zogeheten ‘nietje’ door alle bestemmingsplannen heen. Op 1 januari 2019 is de gemeente Vijfheerenlanden ontstaan uit drie gemeenten. Hierdoor is er een versnippering van de regels uit onze bestemmingsplannen ontstaan. Het komt dan ook wel eens voor dat in de ene plaats iets wel mag en de andere niet; dit is niet wat bij gemeente Vijfheerenlanden past. Wij willen als gemeente Vijfheerenlanden een dienstverlenende gemeente zijn en de regels up to date hebben en houden voor onze inwoners en ondernemers. Optie 1 voorziet hier niet in.
Plan van Aanpak Planomzetting
41
Optie 2 (Tussenvariant A) en optie 3 (Tussenvariant B) kennen voor het grootste gedeelte dezelfde processtappen. Waar bij optie 2 ervoor wordt gekozen om na de inventarisatie bij grote afwijkingen met de inwoners/ondernemers het gesprek aan te gaan, wordt er bij optie 3 voor gekozen om met iedereen waarvan de percelen afwijken van het bestemmingsplan het gesprek aan te gaan. Belangrijk echter om te realiseren is dat dit bij optie 3 om een aanzienlijke hoeveelheid gesprekken zal gaan, wat veel tijd en geld kost. Daarnaast is het de vraag of we 2029 hierdoor wel zullen halen. Immers is het uit oogpunt van dienstverlening van belang de transitie zo kort mogelijk te houden voor onze inwoners maar ook voor onszelf. Tot slot ontbreekt het aan menskracht om zoveel gesprekken met mensen te voeren. Een gesprek met inwoners/ondernemers over grote afwijkingen moet wel tot de mogelijkheden behoren. Optie 4 is de meest uitgebreide optie. Naast het inventariseren en praten over alle afwijkingen willen we de inwoners ook de gelegenheid geven om mee te praten en denken over het harmoniseren van onze regelgeving en het maken van keuzen hiertussen. Bovendien gaat deze optie uit van een extra inspraakronde door middel van het opstellen en ter inzage leggen van een voorontwerp omgevingsplan. Echter is deze mogelijkheid op dit moment voor de gemeente onhaalbaar.
We hebben al te maken met een capaciteitsprobleem en dat wordt erger als we ons gaan inzetten voor deze optie. Immers wil je de inwoners goed helpen en duidelijke keuzen voorleggen en met elkaar van gedachte kunnen wisselen. Naast de capaciteit intern is het ook maar de vraag of inwoners zitten te wachten op vragen uit de gemeente als: willen we hier nog regels voor en als we die dan willen wat voor regel moet het dan zijn? Afgevraagd kan worden of dit niet te ver de inhoud ingaat voor de inwoner zelf. Een inwoner wil liever weten wat er gebeurd met zijn perceel en wat hij straks wel en niet mag. Het nadenken over een groter geheel wordt als lastig ervaren, wat begrijpelijk is. Gezien de planning die is gemaakt op basis van Tussenvariant A kan ook geconcludeerd worden dat de uitgebreide variant (optie 4)’ niet binnen de gestelde termijn van 2029 kan worden uitgevoerd. Grofweg kan worden gesteld dat deze variant het dubbele aantal uren kost dan optie 2 ‘Tussenvariant A’. Gezien het voorgaande wordt ervoor gekozen om met tussenvariant A aan de slag te gaan.
Plan van Aanpak Planomzetting
42
6. Organisatie, planning, financiën en risico’s De transitie naar het werken volgens de Omgevingswet is een omvangrijke opgave die jaren in beslag zal gaan nemen. Het verwerken van de regels naar een volwaardig omgevingsplan is hiervan een belangrijk onderdeel. Om op tijd een gedragen, door de raad vastgesteld omgevingsplan voor Vijfheerenlanden te hebben, is een aantal zaken van belang. Het gaat om organisatie, capaciteit, financiën en beheersing van eventuele risico’s.
6.1 De Projectorganisatie Het opstellen van het omgevingsplan is één van de projecten binnen het gemeentebrede implementatieproces van de Omgevingswet. Voor het project planomzetting Vijfheerenlanden zal een projectteam worden gevormd die tijdens het gehele proces de leiding heeft over de omzetting. Hierbij worden de volgende rollen voorgestaan:
Projectleider; verantwoordelijk voor het coördineren van het proces, planning, aansturing kernteam en fungeert hij/zij als schakel tussen het in te stellen kernteam omgevingsplan en de programmamanager Omgevingswet.
3 Projectmedewerkers; leveren de (inhoudelijke) basis van het deelproject omgevingsplan en bestaat uit 2 fulltime juristen omgevingsplan en een regelanalist.
Vakmedewerkers; Afhankelijk van de inhoud, wordt het bovengenoemde team aangevuld met medewerkers uit verschillende vakdisciplines en medewerkers van onze ketenpartners.
Communicatiemedewerker; Draagt zorg voor de communicatie met inwoners en ondernemers en helpt mee bij het organiseren van bijeenkomsten
Medewerker digitale ontsluiting; Draagt zorg en onderhoud contact over en met de software leverancier en het nog nader uit te besteden adviesbureau over het inladen van de informatie in het DSO.
Naast de interne medewerkers maakt ook een extern adviesbureau onderdeel uit van de projectorganisatie. Zij zijn mede verantwoordelijk voor het opstellen van het omgevingsplan Vijfheerenlanden.
Plan van Aanpak Planomzetting
43
6.2 Capaciteit Voor het opstellen van het omgevingsplan Vijfheerenlanden wordt een fors beroep gedaan op onze organisatie. Het is geen kwestie van ‘even een bestemmingsplan omzetten’. Het gaat om het inventariseren van het ruimtegebruik, nagaan of deze zich verhoudt met wat we met elkaar hebben opgeschreven en daarmee voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vervolgens moeten deze regels vertaald worden naar een leesbaar omgevingsplan dat digitaal ontsloten wordt en met behulp van toepasbare regels door mensen bevraagt kan worden op vergunning- en meldingsplichten voor activiteiten in het fysieke domein. Dit is een hele nieuwe werkwijze. Voorlopig schatten we in dat het opstellen van het omgevingsplan in totaal ca. 30.000 uur gaat kosten. De uren zijn in de tabel hieronder naar rol onderverdeeld. Capaciteit en inzet gemeente Vijfheerenlanden 2023 tot 2029 Functie
Naam
Urenraming
Projectleider
Intern
400 uur eerste jaar en 250 uur daarna op jaarbasis
Projectmedewerker 1
Intern
1400 uur op jaarbasis
Projectmedewerker 2
Externe inhuur
1400 uur op jaarbasis
Projectmedewerker 3
Regelanalist
900 uur op jaarbasis
Vakmedewerkers
div. disciplines binnen de gemeente en ketenpartners
Gemiddeld 100 uur op jaarbasis per discipline
Medewerker communicatie
Communicatiemedewerker
Gemiddeld 100 uur op jaarbasis
Medewerker digitale ontsluiting
Intern
Gemiddeld 100 uur op jaarbasis
De inzet zal niet gelijkmatig over de jaren heen verdeeld zijn.
Externe inzet Er is voor de totstandkoming van het omgevingsplan weliswaar een transitieperiode, maar de externe adviesbureaus die veelal ingeschakeld worden voor het opstellen van een omgevingsplan, zullen het de komende jaren aanzienlijk drukker krijgen. Om
Plan van Aanpak Planomzetting
44
stagnatie te voorkomen willen we een contract aangaan met één adviesbureau waarmee wij in de hele transitiefase samenwerken. Er dient een nauwe samenwerking tussen het projectteam en het stedenbouwkundig bureau gecreëerd te worden. Het stedenbouwkundig bureau moet bij voorkeur al ervaring hebben met het opstellen van een omgevingsplan dan wel een bestemmingsplan verbrede reikwijdte. De projectleider is verantwoordelijk voor een eventueel aanbestedingstraject. De nog te selecteren partij fungeert als penvoerder en wordt aangestuurd door de projectmedewerkers.
6.3 Planning Om te komen tot een omgevingsplan Vijfheerenlanden zijn diverse acties nodig. We hebben de acties schematisch uitgesplitst in werkzaamheden vanaf de inwerkingtredingsdatum 2023. Uiteraard is het proces om te komen tot een omgevingsplan een dynamisch proces waarbij het mogelijk is dat geschoven kan worden met acties. Periode 2023-2029: opstellen van een omgevingsplan (uitgaande van optie 2 ‘Tussenvariant A’) Periode
Werkzaamheden
Eerste kwartaal 2023 - Tweede kwartaal 2024
Meerkerk
Eerste kwartaal 2023 - Vierde kwartaal 2024
Woongebieden Leerdam en Vianen
Tweede kwartaal 2024 - Vierde kwartaal 2025
Buitengebied Leerdam
Eerste kwartaal 2025 - Tweede kwartaal 2026
Centrum Leerdam en Vianen
Vierde kwartaal 2025 - Eerste kwartaal 2027
Buitengebied Vianen
Tweede kwartaal 2026 - Derde kwartaal 2027
Kleine Kernen
Eerste kwartaal 2027 - Derde kwartaal 2028
Bedrijventerreinen
Tweede kwartaal 2027 - Eerste kwartaal 2029
Buitengebied Zederik
6.4 Financiën De hier beschreven aanpak is gebaseerd op de inzet. Een robuust team dat de komende jaren de uitrol van de (deel-)omgevingsplannen naar één integraal en compleet omgevingsplan Vijfheerenlanden zal realiseren. In onderstaande tabel is aangegeven welke kosten benodigd zijn per jaar. De totale kosten over de periode tot en met 2029 bedragen €2,9 miljoen.
Plan van Aanpak Planomzetting
45
Plan omzetting Totaal plan omzetting Structureel beschikbaar, 1 fte RO Onderhoud omgevingsplan, struct, projectmatig op te nemen:
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
507.000 487.000 482.000 382.000 372.000 357.000 312.000
110000
110000
110000
110000
110000
110000
110000
200000
200000
200000
200000
200000
200000
200000
197000
177000
172000
72000
62000
47000
2000
In deze bedragen zijn alle uren verwerkt en de externe kosten van een adviesbureau. Er is in de organisatie ca. 1 fte beschikbaar aan structurele capaciteit voor deze omzetting. Voor de overige benodigde uren en budgetten wordt bij de begroting 2023 voorgesteld om:
Een structureel budget van €200.000 op te nemen voor omzetting van (en onderhoud aan) het omgevingsplan.
Een projectbudget in te stellen dat gevoed wordt met rijksgelden tegemoetkoming invoering Omgevingswet over de jaren 2023, 2024 en 2025. In totaal gaat het hier om ca. €900.000.
Hoewel op vrij hoog detailniveau is gepoogd in te schatten hoeveel tijd en budget met de diverse stappen gemoeid is, blijft de capacitieve en budgettaire kant een inschatting. Met deze verdeling van kosten komen we enerzijds tegemoet aan de piek in het werk dat bij de initiële omzetting naar het omgevingsplan hoort, en borgen we tegelijkertijd een goede uitvoering van taken op langere termijn.
6.5 Middelen Het is belangrijk om iedereen die zich bezighoudt met de fysieke leefomgeving te betrekken bij de uitvoering van onderdelen van dit plan van aanpak. De betrokkenheid en inzet zal, mede ook afhankelijk van iemands functie, fluctueren. Het is niet ondenkbaar dat niet iedereen de noodzakelijke werkzaamheden binnen reguliere tijd kan uitvoeren: er moet immers tegelijkertijd ook het ‘normale’ werk opgepakt worden. In dat geval zullen hiervoor financiële middelen nodig zijn in de vorm van uitbesteding van werkzaamheden of zal aanpassing van de voorgestelde werkwijze noodzakelijk zijn.
Plan van Aanpak Planomzetting
46
6.6 Risico’s Gezien de doorlooptijd van 7 jaar voor het gehele traject is het niet ondenkbaar dat er een aantal risico’s zich kunnen voordoen. Onderstaand een opsomming van de meest voorkomende risico’s bij deze projecten.
Een herziening van een bestemmingsplan / omgevingsplan is enerzijds een momentopname, anderzijds een proces dat gemiddeld twee jaar duurt. Tijdens en na de procedure is het mogelijk dat de gemeentelijke politieke arena (bijvoorbeeld door verkiezingen), beleid van andere overheden of de nationale wet- en regelgeving verandert.
De planning is van veel factoren afhankelijk. Tijdens een lang en omvangrijk proces als voor dit omgevingsplan, kan het nodig zijn de planning aan te passen. Het streven is er uiteraard op gericht om de vooraf afgesproken planning te halen.
Bij de ontwikkeling van een omgevingsplan kan er sprake zijn van conflicterende belangen/wensen. Dit kan een risico vormen voor de voortgang en het draagvlak van het plan.
Niet alle stakeholders kunnen uiteindelijk in hun wensen en belangen worden tegemoet gekomen. Om uiteindelijk tot definitieve besluitvorming te komen, zullen ook impopulaire keuzes moeten worden gemaakt. Het is zaak om die stakeholders communicatief mee te nemen in de afweging waartoe de keuze is gemaakt;
De kosten zijn een inschatting en kennen dus een mate van onzekerheid. Er is een reële kans op afwijkingen in negatieve- of positieve zin.
Plan van Aanpak Planomzetting
47