Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Vijfheerenlanden 2023-2026 (1).pdf
Tekst van het document
Deze indeling in klassen is bedoeld voor ordening van de risico’s en prioritering van te nemen maatregelen. De netto gevolgschade van het risico (het restrisico) wordt bepaald via navolgende berekening: Bruto bedrag gevolg van een risico:
+ € ……………
-/- reductie door genomen beheersmaatregelen (zie hierna):
-/- €…………….
-/- compensatie door derden (verzekering, Rijk, Provincie e.d.):
-/- €…………….
-/- al gedekt/voorzien (reserve, voorziening, stelpost etc.) Netto gevolg (= nog te dekken restrisico):
-/- € …………… €………….
Vervolgens worden de risico’s op basis van het netto gevolg ingedeeld in een van de volgende risicoklassen. Voor risico’s met structurele gevolgen telt de verwachte omvang in een aflopend percentage mee, namelijk 100% in het eerste jaar, 67% in het tweede jaar, 33% in het derde jaar en 0% in het vierde jaar (totaal 200% ofwel factor X2).
40
Dit op basis van het uitgangspunt dat de gevolgen van het structurele risico zijn geminimaliseerd en binnen een periode van 4 jaar volledig worden opgevangen binnen de begroting. RisicoKlasse omvang 1 2 3 4 5
Netto verwachte omvang (gevolgschade)
Risicoscore op omvang
€ 50.000 < X > € 100.000 € 100.000 < X > € 250.000 € 250.000 < X > € 500.000 € 500.000 < X > € 1.000.000 X > € 1.000.000
1 2 3 4 5
B. Waarschijnlijkheid/kans dat een risico zich voordoet Na bepaling van de netto gevolgschade dient een inschatting gemaakt te worden van de waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk zal voordoen. Indien nodig, wordt ook voor het inschatten van de waarschijnlijkheid van het risico ook hiervoor al beschreven methode van intersubjectiviteit gehanteerd. De keuze wordt dan gebaseerd op consensus binnen een groep van medewerkers die goed op de hoogte is van het betreffende onderwerp. Ook voor de mate van waarschijnlijkheid worden vijf klassen gehanteerd: RisicoKlasse kans 1 2 3 4 5
waarschijnlijkheid Zeer klein (10%) Klein (25%) 50/50 Groot (75%) Zeer groot (90%)
Risicoscore op kans 1 2 3 4 5
Toelichting op de klassen: Zeer klein: dit wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar daadwerkelijk voor zullen doen. Het zijn risico’s die zich – op basis van ervaringscijfers- slechts 1 keer in de 20 jaar voordoen of aan risico’s waarvan de kans op optreden erg laag is (vuistregel 5 tot 10%). Hierbij werd tot op heden het voorbeeld van een grootschalige uitbraak van de Q-koorts als voorbeeld aangehaald. Gelet op de uitbraak van het Coronavirus is nu eigenlijk wel de vraag of een dergelijke pandemie niet thuishoort in klasse 2 Klein. Klein: dit wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar daadwerkelijk voor zullen doen. Het zijn risico’s die – op basis van ervaringscijfersslechts 1 keer in de 4/5 jaar voordoen of aan risico’s waarvan de kans op optreden laag is (vuistregel 25%). Hierbij kan gedacht worden aan het uitvallen van een verkeerscomputer. 50/50: wordt gehanteerd voor risico’s die beide kanten op kunnen. Het kan zijn dat het risico zich komend jaar voordoet, het kan ook zijn van niet. Denk hierbij aan risico’s die zich op basis van ervaringscijfers eens in de twee jaar voordoen of aan risico’s waarvan de kans van optreden gemiddeld is, ofwel 50%, bijvoorbeeld aan ontwikkelingen van de rentestand.
Groot: dit wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar daadwerkelijk voor zullen doen. Het zijn risico’s die – op basis van ervaringscijfers- jaarlijks voordoen of aan risico’s waarvan de kans op optreden groot is (vuistregel 75%). Denk bijvoorbeeld aan tegenvallende inkomsten uit kaartverkoop in tijden van economische recessie. Bij dergelijke risico’s met 75% kans van optreden dient te worden bezien of hiervoor een voorziening kan worden gevormd. Zeer groot: deze categorisering wordt gebruikt voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar daadwerkelijk zich voor zullen doen. Het zijn risico’s die – op basis van ervaringscijfers-meerdere keren per jaar voordoen of aan risico’s waarvan de kans op optreden zeer groot is (vuistregel 90%).
41
Denk bijvoorbeeld aan lagere inkomsten uit het gemeentefonds in tijden van landelijke bezuinigingen. Risico’s die in deze klasse vallen, dienen als claim ten laste van de exploitatie of een gevormde voorziening worden gebracht. Deze risico’s komen daardoor niet in het risicoprofiel meer voor. Uit de toelichting van de klassen blijkt dat risico’s zich vaak over de tijd ontwikkelen. Vaak afhankelijk van de vraag of we in een recessie of in periode van economische groei bevinden. Risico’s kunnen hierdoor verschuiven tussen de verschillende klassen. Minimaal eens per jaar moet de indeling weer worden nagelopen. C. Impact van de risico’s (de risicoscore) Door het vermenigvuldigen van de scores op netto verwachte omvang en waarschijnlijkheid kan per risico een risicoscore worden uitgerekend. Een risico met een financieel gevolg van € 375.000 (klasse 3) en een kans van optreden van 75% (klasse 4) krijgt een risicoscore van 12 (= 3 x 4). Elk risico krijgt zo een relatieve omvang tussen 1 en 25. Waarbij een risico met score 1 minder belangrijk is dan een risico met een score van 25. Op basis van deze risicoscores, kunnen risico’s worden gerangschikt. Hoe hoger de risicoscore, hoe belangrijker het is om het risico aan te pakken. Hoe donkerder de kleur in onderstaande kaart, hoe groter de potentiële impact en hoe hogere prioriteit de aanpak van het risico heeft.
Matrix 1: Risicokaart (scores) Gevolgklasse Kans 1: < 10% Score 5: > € 1 mln Score 4: € 0,5- € 1 mln Score 3: € 0,25 - € 0,5 mln Score 2: € 0,1 - € 0,25 mln Score 1: €0,05 < € 0,1 mln Risicoscore 0<3 3<5 5<10 10<20 ≥ 20
5 4 3 2 1
Kans 2: 25%
Kans 3: 50%
Kans 4: 75%
Kans 5: 90%
10 8 6 4 2
15 12 9 6 3
20 16 12 8 4
25 20 15 10 5
Risicoklasse Minimaal Laag Gemiddeld Hoog Urgent
Meldings-/rapportagekaart risico’s. De hiervoor opgenomen risicokaart wordt ook gebruikt als hulpmiddel om te bepalen aan wie welk risico gemeld moet worden: hoe groter de gevolgen van het risico, hoe hoger het niveau in de organisatie is waar dit risico bekend moet zijn. Risicoscore 0<3 3<5 5<10 10<20 ≥ 20
Risicoklasse
Rapportage bij cyclusmomenten aan
Minimaal Laag Gemiddeld Hoog Urgent
Organisatieonderdeel intern Directie College van B&W Raad => Weerstandsparagraaf begroting/jaarstukken Raad => weerstandsparagraaf begroting/jaarstukken
Risico’s met een score van 10 en hoger meldt het College van B&W via de cyclische producten altijd aan de raad (via de auditcommissie). Risico’s met een score van 5 punten of hoger meldt de Directie te allen tijde aan het College van B&W. De overige risico’s worden ambtelijk afgehandeld, waarbij de gebruikelijke regels bij mandaat van toepassing zijn. Dat wil zeggen: het verantwoordelijk team maakt een inschatting, koppelt dit terug aan bestuurder, die vervolgens afweegt of het College van B&W al dan niet geïnformeerd moet worden.
42
Dit kan betekenen dat vanuit politiek-bestuurlijke gevoeligheid, financieel kleine risico’s toch aan B&W moeten worden voorgelegd. Vanzelfsprekend dienen integrale risico-overzichten te allen tijde beschikbaar te zijn voor College van B&W en gemeenteraad. Matrix 2: Risicokaart (meldingsniveau) Gevolgklasse Kans 1: < 10%
Kans 2: 25%
Kans 3: 50%
Kans 4: 75%
Kans 5: 90%
Score 5: > € 1 mln Score 4: € 0,5- € 1 mln Score 3: € 0,25 - € 0,5 mln Score 2: € 0,1 - € 0,25 mln Score 1: € 0,05 < € 0,1 mln
Raad B&W B&W Directie Directeur
Raad Raad B&W B &w Directie
Raad Raad Raad B&W Directie
Raad Raad Raad Raad B&W
B&W Directie Directie Directeur Directeur
Stap 4: Maatregelen bepalen en implementeren Tijdens het eerste deel van stap 4 wordt bepaald welke reactie volgt op een geïdentificeerd risico. Bij stap 3 zijn de risico’s gekwantificeerd en aan de hand van de risicoscore ingedeeld in risicoklassen. Hoe hoger de risicoscore, hoe urgenter gereageerd moet worden. Er kan worden overwogen om een ambtelijke stuurgroep risicomanagement samen te stellen, aangevuld met de wethouder Financiën, die minimaal 2 x per jaar bij elkaar komt om een selectie te maken uit de risico’s met de grootste impact en/of urgentie waarvoor (aanvullende) maatregelen ontworpen moeten worden. De volgende reacties/maatregelen zijn mogelijk: • Het risico reduceren: beheersing van het risico door de kosten te verminderen, budgetten te herverdelen, processen te herontwerpen en AO/IC maatregelen te treffen. •
Het risico delen: een risico kan verzekerd worden, outsourcen, contracten kunnen gesloten worden en/of een partnerschap kan worden aangegaan.
•
Het risico accepteren: het risico is laag dus aanvaardbaar. In de nota is daartoe een grens van € 50.000 of lager opgenomen. Risico’s lager dan dit bedrag worden geaccepteerd. Mochten deze risico’s zich toch voordoen, dan komen deze ten laste van de exploitatie of desnoods ten laste van het weerstandsvermogen.
•
Het risico vermijden: dit kan door het stoppen van de activiteit of door (enkele) doelstellingen te veranderen. Kernwoorden hierbij zijn afstoten en verandering. Risico’s zijn te vermijden door drastische maatregelen te treffen: bijvoorbeeld bij brandgevaar al het houten meubilair te vervangen door staal.
De rubricering van risico’s in interne en externe risico’s is hier vooral van belang. Op interne risico’s zijn door de gemeente over het algemeen bijsturingsmaatregelen te nemen. Dit neemt niet weg dat ook bij externe risico’s bijsturingsmaatregelen getroffen kunnen worden. Deze beperken zich vaak enkel tot allerlei operationele maatregelen. Bijvoorbeeld door het temporiseren van projecten, strak sturen op uitgaven en andere operationele maatregelen om de gevolgen te beperken. Dit moet zich niet beperken tot alleen hard controls (procedures, verzekeren, verwerken in de begroting, handboeken, gedragscodes etc.) maar ook soft controls (risicobewustzijn, integriteit en vertrouwen) moeten meegenomen worden. Wel belangrijk is om altijd een kosten/baten analyse te maken. De maatregelen moeten niet kostbaarder zijn dan de gevolgen van het risico zelf. Voor het uiteindelijk netto van materiële betekenis zijnde restrisico zal het weerstandsvermogen ingezet moeten worden. Het weerstandsvermogen is dan het sluitstuk (vangnet) van het risicomanagement. Nadat de maatregelen zijn bepaald, dienen deze natuurlijk ook geïmplementeerd te worden. Voor de urgente geselecteerde risico’s wordt in het tweede deel van deze stap een beheerstrategie (PLAN) bepaald en uitgevoerd (DO).
Daarbij worden taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden toegewezen, wordt functiescheiding toegepast en wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de aangeschafte applicatie Naris GRC. Het risicomanagement wordt zodoende geïntegreerd in de bedrijfsprocessen. Wanneer deze processen nageleefd worden, kunnen vele risico’s worden uitgesloten of worden verminderd.
43
Processen dienen wel regelmatig geactualiseerd te worden en dient er enig toezicht te zijn. Wanneer een nieuw project wordt opgezet, is het van belang dat er een procedure beschikbaar is waardoor medewerkers bewust kijken naar de risico’s die hierbij spelen.
Stap 5 Evaluatie maatregelen In deze stap evalueren we het proces en de uitkomsten daarvan. Op basis van de evaluatie wordt er bijgestuurd en start het cyclisch proces van risicomanagement opnieuw. Stap 5 bestaat uit het beoordelen van de effectiviteit van de beheersmaatregelen (CHECK) en deze zonodig bijstellen om geconstateerde afwijkingen te herstellen en voor de toekomst te voorkomen (ACT). We evalueren ook welke risico’s zich daadwerkelijk hebben voorgedaan en welke onverwachte nadelen we in bestuursrapportages zien, waarvoor we geen risico geïdentificeerd hadden. Dit geeft weer input voor de nieuwe cyclus.
Stap 6 Communicatie en rapporteren. Stap 6 is als laatste stap van het proces van risicomanagement opgenomen, maar wordt eigenlijk continu toegepast door relevante informatie te identificeren, op te slaan en te communiceren op een wijze die betrokkenen in staat stelt om hun werkzaamheden uit te voeren. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van de bij stap 3 gemaakte indeling in 5 risicoklassen die ook het meldingsniveau bepalen: Risicoscore 0<3 3<5 5<10
Risicoklasse Minimaal Laag Gemiddeld
Meldingsniveau Directeur Directie College van B&W
10<20 ≥ 20
Hoog Urgent
Gemeenteraad Gemeenteraad
Risico’s met een minimale en lage risicoscore (van 0 tot 5 punten) worden enkel binnen de interne organisatie en Directie gerapporteerd. Risico’s met een gemiddelde score (tot aan 10 punten) worden richting College gerapporteerd. De risico’s met een hoge of urgente risicoscore (de maximaal 30 toprisico’s) worden aan de gemeenteraad gerapporteerd. De budgetcyclus gebruiken we hiervoor als vaste risicocommunicatiestructuur. Communicatie Risicomanagement in de budgetcyclus. Tweemaal per jaar, in de begroting en jaarrekening, is een verplichte paragraaf weerstandsvermogen opgenomen waarin de grootste risico’s worden weergegeven. Daarnaast worden in andere verplichte paragrafen (grondbeleid, onderhoud kapitaalgoederen en verbonden partijen) nog enkele risico’s beschreven. Door het toevoegen van het onderdeel risico’s aan de bestuursrapportage wordt de raad actiever geïnformeerd over de risico’s die de gemeente Vijfheerenlanden loopt. De “risico-eigenaar” dient voor deze rapportage per risico aan te geven wat de laatste stand van zaken is. Daarnaast moeten nieuwe risico’s worden benoemd. Met toevoeging van deze derde rapportagemoment wordt de actualiteit van het risicoprofiel gewaarborgd.
Binnen de jaarlijkse P&C-cyclus zijn er dus vanaf het jaar 2023 drie momenten waarin de risico’s worden beschreven: Mei JaarVorig boekjaar stukken - Welke materiële risico’s hebben zich voorgedaan? - Welke risico’s lopen we? (alleen belangrijkste risico’s) - Actualiseren van de risico’s (risicoscore verhogen of verlagen) Juli/augustus BestuursLopend boekjaar rapportage - Welke risico’s lopen we? (alleen belangrijkste risico’s) - Terugkijkend; Welke materiële risico’s hebben zich voorgedaan? - Welke risico’s lopen door in het volgend boekjaar? November Begroting Volgend boekjaar - Welke risico’s uit lopend jaar lopen door naar het volgend jaar? - Welke nieuwe risico’s worden volgend jaar verwacht? - Actualiseren van de risico’s (risicoscore verhogen of verlagen)
44
Besluit de gemeenteraad het huidige aantal van twee bestuursrapportages in het voorjaar en het najaar te behouden, dan wordt het aantal rapportagemomenten ook beperkt tot tweemaal per jaar bij de jaarrekening in het voorjaar en begroting in het najaar. Aandachtspunten bij rapportages: Bij het rapporteren dient aanvullend wel rekening te worden gehouden met enkele specifieke aandachtspunten: ➢ ➢ ➢
Vertrouwelijkheid Zogenaamde “Zwarte zwanen” Ingrijpende projecten
Vertrouwelijkheid. Niet alle risico’s zijn openbaar. Sommige dienen als geheim aangemerkt te worden. Dit is afhankelijk van de aard van het risico. Dergelijke risico’s worden dan onder geheimhouding met de gemeenteraad gedeeld. Zwarte zwanen risico’s (‘tail risks’) De hiervoor beschreven toe te passen methodiek zorgt er helaas voor dat de zogenaamde ‘zwartezwaan risico’s’ buiten beeld blijven. Zwarte-zwaan risico’s hebben namelijk veelal een groot gevolg, maar een kleine waarschijnlijkheid. Bijvoorbeeld: een aannemer dreigt met een claim van € 10 miljoen, maar de kans van optreden wordt ingeschat op 5%. Volgens de tabel is de risicoscore dan 5 (immers: gevolgklasse 5, kansklasse 1). Daarmee is het een College-risico en hoeft de gemeenteraad niet op de hoogte te worden gesteld. Dit is onwenselijk. Daarom zal er aan risicorapportages dergelijke ‘zwarte-zwaan risico’s’ worden toegevoegd. Daartoe dient de raad te worden geïnformeerd over risico’s met een gevolg groter dan € 2,5 miljoen, ongeacht de kans van optreden. Ingrijpende projecten. De risicobeheersing bij grote grondexploitaties, investeringen en overige ruimtelijke en sociale projecten vraagt extra aandacht. De impact van risico’s van dergelijke projecten is vaak ingrijpend, niet alleen financieel maar ook qua imago.
Investeringen, grondexploitaties en andere projecten kunnen als ingrijpend project worden aangemerkt als het voldoet aan het merendeel van de onderstaande indicatoren: • • • • • • •
Budget van € 1 miljoen of meer Grote impact op gemeentelijke bedrijfsvoering en/of samenleving Lange doorlooptijd, organisatorisch complex Betrokkenheid van meerdere externe partijen Politieke gevoeligheid Toepassing nieuwe technologieën of financieringsconstructies Substantiële gemeentelijke verantwoordelijkheid.
Het College neemt het besluit om een project als ingrijpend aan te merken waardoor dit project onder deze regeling valt en afzonderlijk in de cyclische rapportages moet worden toegelicht. De gemeenteraad kan dit op eigen initiatief ook van toepassing verklaren. De gemeentesecretaris en de concerncontroller kunnen in elke fase van het project het college adviseren om het etiket ‘ingrijpend project’ toe te passen.
45
Bijlage 2: Informatie per risico Per risico wordt minimaal vastgelegd: • Het programma en de doelstelling waarop het risico betrekking heeft. • Een korte omschrijving/toelichting van het risico. • De risicocategorie. De keuzemogelijkheden hierbij zijn: 1. Extern: ▪ Economisch/markt (recessie, fluctuaties in rentestand, ontwikkeling werkloosheid, ontwikkeling vastgoedmarkt, krapte arbeidsmarkt) ▪ Maatschappelijk (nieuw beleid/wetgeving hogere overheden, terrorisme dreiging, sociale onrust, gebeurtenissen bij regionale partners/leveranciers) ▪ Natuur (klimaat, aarde, het weer, besmettelijke ziekten) 2. Strategisch: • Nieuw beleid • Grote investeringen • Projecten 3. Intern: ▪ Organisatorisch (inrichting van organisatie, procedures) ▪ Politiek/bestuurlijk (besluitvorming al of niet in strijd met de wet) ▪ Uitvoering (onjuiste aannames, niet houden aan richtlijnen, bedrijfsongevallen) ▪ Middelen (gemeentelijke eigendommen/bedrijfsmiddelen) ▪ Personeel (werkdruk, ziekte, opleidingsniveau, integriteit) ▪ Juridisch (aansprakelijkheid, bezwaar en beroep, contracten) • De minimale, verwachte en maximale omvang (bruto bedragen) en of de gevolgschade incidenteel of structureel is. • Risicoscore op omvang. De vijf keuzemogelijkheden zijn: 1. € 50.000 tot € 100.000 (score = 1) 2. € 100.000 tot € 250.000 (score = 2) 3. € 250.000 tot € 500.000 (score = 3) 4.
€ 500.000 tot € 1 miljoen (score = 4) 5. > € 1 miljoen (score = 5) • Risicoscore op waarschijnlijkheid. De vijf keuzemogelijkheden zijn: 1. Zeer klein (10%); 1 x in de 20 jaar (score = 1) 2. Klein (25%) 1 x 4/5 jaar (score = 2) 3. Mogelijk (50%): 1 x per 2 jaar (score = 3) 4. Groot (75); 1 x per jaar (score = 4) 5. Zeer groot (90%); meerdere x per jaar (score = 5) • Risicoscore op impact: dit is de vermenigvuldiging van de score op opvang en de score op waarschijnlijkheid. • De gekozen aanpak om te sturen op het risico. De keuzemogelijkheden zijn: ▪ Vermijden ▪ Verminderen ▪ Overdragen ▪ Accepteren • Een toelichting op de genomen maatregelen. Welke acties zijn concreet genomen c.q. zullen nog worden ondernomen. • Het effect van de genomen maatregelen c.q. van de voorgenomen maatregelen. • De netto verwachte omvang = bruto omvang minus effect (voor)genomen maatregelen. • De ontwikkeling van het risico over de tijd. • Is het risico geheim?
46
Bijlage 3: Taak-/bevoegdheidsverdeling Actor Gemeenteraad
Actor College van B&W
Actor Directie (incl. concerncontroller) Op afroep: netwerkmanager/ businesscontrol
Actor Netwerk van Teams (directeur, netwerkmanagers en businesscontroller)
Taken en verantwoordelijkheden Vaststellen kaders risicobeleid (nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen) Vaststellen en jaarlijks updaten normen financiële kengetallen Vaststellen paragraaf weerstandsvermogen
Wanneer Eens in de 4 jaar bij nieuw raadsperiode (volgende 2026)
Taken en verantwoordelijkheden Opstellen nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen Risicoscan toevoegen aan beleidsnota’s en voorstellen Bepalen van toprisico’s, gemeenteraad informeren over toprisico’s en ontwikkeling en effectiviteit maatregelen
Wanneer Eens in de 4 jaar bij nieuwe raadsperiode (volgende 2026) Continu
Taken en verantwoordelijkheden Verantwoordelijk voor behalen doelstellingen risicomanagement Prioritering risico’s Monitoren risicoprofiel Rapporteren aan college over gemeentebrede toprisico’s met een risicoscore > 8 (zie bijlage 1)
Wanneer Continu
Taken en verantwoordelijkheden Doorlopen risicomanagementproces Risicoprofiel rapporteren aan Directie en bijwerken in applicatie (bv NARIS)
Wanneer Minimaal elk kwartaal Elk kwartaal
Jaarlijks bij begroting Tweemaal per jaar (bij begroting en jaarrekening)
Tweemaal per jaar (bij begroting en jaarrekening)
Elk halfjaar Minimaal elk kwartaal Via cyclische rapportages
Op afroep: teamcontroller
Team Control/concerncontroller Actor Team (concern) Control
Taken en verantwoordelijkheden Toetsen werking risicomanagement proces en opstellen paragraaf Weerstandsvermogen
Wanneer Twee keer per jaar (bij begroting en jaarrekening)
47
Bijlage 5: financiële kengetallen Onderstaand worden allereerst de zes verplicht in de begroting en jaarstukken op te nemen financiële kengetallen beschreven. In een afzonderlijke notitie over de houdbaarheid van onze gemeentefinanciën stellen we voor om deze kengetallen met een nieuw kengetal uit te breiden: de houdbaarheidsquote.
1. Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig.
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Omdat bij door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager de percentages, hoe beter.
3. Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer.
4. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee.
5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Daartoe worden de structurele baten en lasten vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van de leningen) te dekken.
6. Belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze.
48
Bijlage 6: Begrippenlijst Aanvullen
Verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit zodat het weerstandsvermogen weer voldoende wordt.
Aanwezige weerstandscapaciteit
Het aandeel van de beschikbare weerstandscapaciteit dat daadwerkelijk aanwezig is op de balans of in de exploitatie.
Afromen
Verlagen van de beschikbare weerstandscapaciteit zodat het weerstandsvermogen niet groter is dan noodzakelijk.
Balans
Overzicht van de bezittingen en schulden van de gemeente op een bepaald moment.
Belastingen
Gemeentelijke heffingen die geen rechtstreeks verband houden met de door de gemeente geleverde producten en diensten. De gemeente mag de tarieven zelf bepalen (met uitzondering van de tarieven onroerende-zaakbelastingen).
Benodigde weerstandsvangen.
Zie weerstandsbehoefte.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De hoeveelheid middelen die beschikbaar is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. De beschikbare Weerstandscapaciteit bestaat uit de aanwezige weerstandscapaciteit en de potentiële weerstandscapaciteit.
Nog niet ingevulde begrotingsruimte
Middelen die in de begroting nog niet bestemd zijn voor specifieke doeleinden, maar zijn ingezet voor een algemeen risicoband.
Omvang/gevolg
Een inschatting van de in geld uitgedrukte gevolgen van een risico op het moment dat het risico zich daadwerkelijk voordoet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: ➢ Minimale omvang/gevolg: inschatting welke financiële gevolgen het risico (als het zich echt voordoet) in ieder geval heeft ➢ Verwachte omvang/gevolg: inschatting welke financiële gevolgen het risico (als het zich echt voordoet) waarschijnlijk heeft ➢ Maximale omvang/gevolg: inschatting welke financiële gevolgen het risico (als het zich echt voordoet) ten hoogste heeft. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen: ➢ Bruto omvang: inschatting welke financiële gevolgen het risico heeft (als het zich echt voordoet), zonder dat rekening gehouden wordt met maatregelen die al getroffen zijn om deze gevolgen af te dekken ➢ Netto omvang: inschatting welke financiële gevolgen het risico heeft (als het zich echt voordoet), waarbij gecorrigeerd is voor de maatregelen die al getroffen zijn om deze gevolgen af te dekken. De netto verwachte omvang is de basis voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen.
49
Onbenutte belastingcapaciteit
Het verschil tussen de werkelijke inkomsten uit belastingen en retributies en de mogelijke inkomsten.
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Onderdeel van de programmabegroting en –verantwoording, waarin ingegaan wordt op het weerstandsvermogen en de risico’s.
Post onvoorzien
Middelen die in de begroting nog niet zijn bestemd voor specifieke doeleinden, maar beschikbaar zijn voor onvoorziene uitgaven. De post onvoorzien maakt deel uit van het programma algemene uitgaven en inkomsten.
Potentiële weerstandscapaciteit
Het aandeel van de beschikbare weerstandscapaciteit dat in potentie beschikbaar is. De middelen kunnen pas ingezet worden voor het opvangen van risico’s, nadat hiervoor eerst besluitvorming heeft plaatsgevonden en/of aanvullende acties zijn genomen. De ‘onbenutte belastingcapaciteit’ is hier een voorbeeld van.
Reserves
De reserves zijn een onderdeel van de balans. Reserves behoren tot het eigen vermogen van de gemeente, wat wil zeggen dat gemeenten in beginsel zelf mogen bepalen waaraan dit geld uitgegeven wordt.
Retributies
Gemeentelijke heffingen die rechtstreeks verband houden met door de gemeente geleverde producten of diensten. De opbrengsten mogen de kosten niet overstijgen.
Risico
Een risico is een onzekere gebeurtenis met (gewenste of ongewenste) gevolgen voor de gemeente. Deze gevolgen kunnen beleidsmatig en/of financieel zijn.
Risicomanagement
Het geheel aan activiteiten en maatregelen gericht op het expliciet en systematisch omgaan met en het beheersen van risico’s.
Risicoscore
Score van het individuele risico op basis van de netto verwachte omvang en waarschijnlijkheid: score op impact = score op omvang x score op waarschijnlijkheid
Risicosimulatie
Computersimulatie waarin wordt onderzocht wat de op basis van statische technieken de verwachte gevolgen zijn van alle geïnventariseerde risico’s samen in een willekeurig jaar.
Stille reserves
Het verschil tussen de marktwaarde van gemeentelijke bezittingen (panden, aandelen e.d.) en de waarde waarvoor deze op de balans zijn opgenomen. Hierop komt in mindering de gederfde toekomstige exploitatieresultaten (zoals wegvallend dividend).
Verwachte impact
Mate waarin het risico meetelt voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen: verwachte impact = netto verwachte omvang/gevolg x waarschijnlijkheid.
Waarschijnlijkheid
Inschatting van de kans dat het risico zich zal voordoen.
50
Weerstandsbehoefte
De hoeveel middelen die benodigd is om risico’s op te kunnen vangen.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen, zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. De maatstaf wordt als volgt berekend: Weerstandsvermogen =
aanwezige weerstandcapaciteit weerstandsbehoefte
De term weerstandsvermogen verwijst (in tegenstelling tot de term weerstandscapaciteit) niet naar geld, maar is een kengetal/waarderingscijfer van < 0,4 (slecht) tot > 2,0 (uitstekend). Bij bepaling van dit kengetal kijken we naar de situatie op basis van het huidig beleid. Om die reden nemen wij alleen de daadwerkelijk aanwezige weerstandscapaciteit mee. De potentiële weerstandscapaciteit (door onbenutte belastingcapaciteit of stille reserves) nemen we niet mee omdat hiervoor besluitvorming door de gemeenteraad benodigd is of pas bij verkoop gerealiseerd wordt.
51