CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2026-2029

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 15 juli 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Kadernota 2026 gemeente Vijfheerenlanden17.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2 Uitgevoerde procesactiviteiten sinds de Kadernota 2025 Na het vaststellen van de Kadernota 2025 zijn op het dossier ombuigingen onder meer de volgende activiteiten uitgevoerd: • Er is een klein slim groepje (KSG) gevormd. Dit groepje heeft het bestuurlijke proces beschreven, waaronder de bestuurlijke besluitvormingsmomenten. Ook heeft het KSG bureau Berenschot geselecteerd om te ondersteunen bij het doorlichten van onze begroting. • Bureau Berenschot heeft de gemeentebegroting 2025 technisch doorgelicht. Dit heeft geleid tot een overzicht van theoretisch beïnvloedbare kosten, zonder daarbij te kijken naar de maatschappelijke impact hiervan. • College en raad zijn onder begeleiding van de gespreksleider van Berenschot de dialoog met elkaar aangegaan over de vraag: “Wat voor gemeente willen we zijn?” of beter, in het licht van de huidige financiële realiteit: “Wat voor gemeente kunnen we nog zijn?” • De theoretisch beïnvloedbare kosten zijn vertaald in concrete ombuigingsmogelijkheden die zijn opgenomen in een dashboard, inclusief een beschrijving van de maatschappelijke impact hiervan. Dit dashboard is medio januari aan de raad ter beschikking gesteld. • Op basis van het voorgaande heeft het college een selectie gemaakt van haalbare ombuigingsmogelijkheden. Hierover is opiniërend gesproken inde commissie Algemene Zaken van 10 april jl.

• De uitkomst van de voorgaande stappen, inclusief het actuele financiële beeld hebben geleid tot de ombuigingsvoorstellen in deze kadernota.

Kadernota 2026-2029

23

5.3 Ombuigingsvoorstellen voor de meerjarenbegroting 2026-2029 In deze paragraaf zijn de ombuigingsvoorstellen opgenomen die het college doet om tot een sluitende meerjarenbegroting 2026-2029 te komen. Deze zijn onderverdeeld in besparingen op het ruimtelijk domein, sociaal domein en bedrijfsvoering & dienstverlening. Per domein wordt gestart met een algemeen beeld en vervolgens worden de ombuigingsmaatregelen kort omschreven, inclusief het te verwachten maatschappelijk en financieel effect. 5.3.1 Ruimtelijk domein Op het ruimtelijk domein hebben wij ombuigingsvoorstellen opgenomen die optellen tot een bedrag van ruim € 3 miljoen in de eerste jaren, aflopend naar iets minder dan € 2 miljoen in 2029. Deze zijn onderverdeeld in de thema’s investeringsplanning, beheer openbare ruimte en overig. Maatschappelijk effect Investeringsplanning In onze gemeentelijke begroting is financiële ruimte opgenomen om voor een totaalbedrag van € 80 miljoen aan investeringen te doen ter realisering van onze doelstelling om in de periode 2027-2040 3.000 nieuwe woningen te realiseren. We waarborgen hiermee een mooie, groene, bereikbare, duurzame en betaalbare woonomgeving. Wij willen niet tornen aan deze investeringsruimte. Deze borgt immers de kwaliteit van wonen en werken in onze gemeente voor de komende decennia.

Wel is het zo dat wij verwachten, dat de investeringen die verbonden zijn aan deze doelstellingen vooral in de periode 2030-2040 zullen worden gerealiseerd. Dit betekent, dat de in de meerjarenbegroting opgenomen financiële dekking kan worden doorgeschoven. Nu bouwt deze in de periode 2024-2028 op tot structureel € 2 miljoen aan kapitaallasten per jaar. Het voorstel is om deze opbouw door te schuiven naar de periode 2028-2032. Dit betekent een incidentele bezuiniging van € 1,2 miljoen in 2026, van € 1,6 miljoen in 2027 en 2028 en van € 1,2 miljoen in 2029, die in drie jaar afloopt tot € 0 in 2032. Financieel effect Investeringsplanning

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Ruimtelijk domein: investeringsplanning Investeringsplanning

1.200 1.200

1.600 1.600

1.600 1.600

1.200 1.200

Maatschappelijke effect Beheer openbare ruimte Uit de quick scan organisatiekosten die in 2024 is uitgevoerd, blijkt dat de kosten van het beheer van de openbare ruimte in Vijfheerenlanden vergelijkbaar zijn met de kosten van andere gemeenten. Dat betekent, dat ombuigingen vooral gevonden moeten worden in de gewenste kwaliteit van het beheer. Randvoorwaarde daarbij is dat dit niet ten koste mag gaan van de veiligheid van de openbare ruimte en ook niet mag leiden tot achterstallig onderhoud. De voorstellen betreffen dan ook vooral voorstellen gericht op verlaging van het kwaliteitsniveau van beheer van een A (begraafplaatsen) of hoog Bniveau (groen) tot een sober B-niveau of soms tot een C-niveau (bedrijfsterreinen), bijvoorbeeld door het verminderen van inspecties en het koppelen van de uitvoering van het groenbeleidsplan aan logische vervangingsmomenten.

Kadernota 2026-2029

24

Financieel effect Beheer openbare ruimte

Omschrijving Ruimtelijk domein: beheer openbare ruimte Inspectiecyclus naar 4 jaarlijks Beeld werklandschappen beheer openbare ruimte minimaal Onkruidbestrijding Uitvoering groenbeleidsplan koppelen aan vervangingsmomenten Ieder kind een boom stoppen

2026

2027

2028

2029

535 5

535 5

535 5

535 5

150 100

150 100

150 100

150 100

250 30

250 30

250 30

250 30

Maatschappelijke effect Overig Bij de overige voorstellen op het ruimtelijk domein betreft het vooral het verminderen van onze beheerinspanningen op gemeentelijk vastgoed (MJOP) door het gefaseerd invoeren van het amendement over dit onderwerp. In het amendement (en dus in het opinievoorstel) werd nog gesproken over € 1,3 miljoen. Dat betrof de inschatting per eind vorig jaar. In de 1e bestuursrapportage 2025 is het bedrag precies uitgerekend en komen we uit op € 1,1 miljoen. Verder zijn de actualisatie van de begrote huuropbrengsten opgenomen in de 1e bestuursrapportage 2025 opgenomen. De kosten stijgen dus minder hard dan verwacht. Hierdoor daalt het maximaal om te buigen bedrag van € 1,3 miljoen naar afgerond € 1 miljoen. Met de aanpassing van het beheerplan vastgoed 2025-2028 kunnen we kosten besparen. Dit voorstel wordt in juli aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd en gaat uit van € 411.000 aan lagere kosten. Daarnaast is het mogelijk om een deel van de geraamde kosten op andere wijze te dekken, bijvoorbeeld in de tarieven. Dit betekent dat er, op basis van het tienjaarsgemiddelde, een bedrag van € 299.000 structureel per jaar minder nodig is dan aanvankelijk werd aangenomen.

Concreet gaat het hierbij om: Gemeentehuis Leerdam (kan vervallen ivm verbouwing tot nieuw gemeentehuis Vijfheerenlanden) Huisvesting bijzondere doelgroepen (toerekenen aan Rijksmiddelen/reserve) Milieustraat en rioolgemalen (toerekenen aan afvalstoffen- en rioolheffing, beperkt effect op het tarief) Hierbij hebben we de kosten van vastgoedobjecten op en rondom onze begraafplaatsen nog buiten beschouwing gelaten. De begraafexploitatie is bij lange na niet kostendekkend. Wanneer wij ook al de kosten van het vastgoed die samenhangen met begraven toerekenen aan de lijkbezorgingsrechten, dan dalen de gemeentelijke exploitatielasten met € 112.000. Het tarief voor lijkbezorgingsrechten zal als gevolg hiervan echter stijgen met 11%. Dit vinden wij op dit moment niet verantwoord. De lagere kosten en het dekken van kosten uit tarieven en Rijksmiddelen leiden tot een structurele besparing van € 0,7 miljoen. Dat is lager dan het maximaal om te buigen bedrag, maar wel een realistisch bedrag dat op verantwoorde wijze gerealiseerd kan worden. Tenslotte stellen we voor om voorbereidings- en werkbudgetten op het gebied van ruimtelijke ordening te verminderen of te schrappen. Dit heeft als consequentie dat minder eigen initiatieven kunnen worden ontplooid of dat wij meer afhankelijk worden van bijdragen of subsidies van derden. Dergelijke bijdragen en subsidies zijn echter zeker beschikbaar.

Zie bijvoorbeeld de Uitvoeringsagenda Regiodeal Groene Hart en de middelen voor de Regiohub Vianen.

Kadernota 2026-2029

25

Financieel effect Overig

Omschrijving Ruimtelijk domein: overig Fasering amendement MJOP Schrappen activiteiten preventie OOV Openbaar vervoer, onderzoek spoorveiligheid Beïnvloedbaar deel budget ruimtelijke ordening Voorstudiebudget grondbeleid

2026

2027

2028

2029

828 710 40 20 20 38

828

828

828

710 40 20 20 38

710 40 20 20 38

710 40 20 20 38

5.3.2 Sociaal domein Op het sociaal domein hebben wij ombuigingsvoorstellen opgenomen die optellen tot afgerond € 2 miljoen in 2026, oplopend tot ruim € 4 miljoen vanaf 2029. Deze zijn onderverdeeld in de thema’s preventie, ondersteuning, participatie en sport & cultuur. Maatschappelijk effect Preventie Preventie gaat uit van een versterkte sociale basis en bevordert eigen verantwoordelijkheid, waardoor inwoners in een kwetsbare situatie beter worden ondersteund door hun omgeving en zelfstandig, naar vermogen kunnen functioneren. Niet meer investeren resulteert in hogere uitgaven op lange termijn, doordat problemen escaleren en meer specialistische ondersteuning nodig is. Voorkomen is immers beter en goedkoper dan genezen. Bezuinigen op de (institutionele) sociale basis is onverstandig omdat het vroegtijdig signaleren van problemen en inzetten op preventieve maatregelen leidt tot lagere kosten voor specialistische en duurdere zorg. Besparingsmogelijkheden op preventie zijn daarom beperkt. Wij zien met wel enige mogelijkheden bij het bewegingsonderwijs en onderwijshuisvesting. Tot nu toe vergoedt de gemeente het eerste uur bewegingsonderwijs in het basisonderwijs voor 50%. Door dit terug te brengen naar 25% kan € 135.000 worden bespaard.

Wanneer de scholen hun taken op dit vlak niet op dezelfde wijze willen blijven uitvoeren, dan betekent dit dat de kwaliteit van het bewegingsonderwijs voor basisschoolleerlingen vermindert. Er is binnen de post huur onderwijshuisvesting een vrije ruimte. Dit budget wordt aangewend als tijdelijke huisvesting nodig is en de vraag hiervoor “onverwacht” ontstaat. Dit is het geval als leerlingstromen veranderen. Dit kan sneller gaan dan het tempo waarop (onderwijs)gebouwen kunnen worden aangepast. Daarnaast is de verwijzing naar leegstand elders niet altijd wenselijk. Het gevolg van deze maatregel is dat onze flexibiliteit afneemt, waardoor er vaker college- en/of raadsvoorstellen worden gemaakt wanneer meer tijdelijke huisvesting nodig is dan dat planmatig kan worden verwacht. Financieel effect Preventie

Omschrijving Totaal bezuiniging sociaal domein: preventie 1e uur bewegingsonderwijs, 25% vergoeden ipv 50% Budget onderwijshuisvesting huren Onderwijshuisvesting beperken tot wettelijke eisen

Kadernota 2026-2029

2026

2027

2028

2029

175

175

175

175

135 40

135 40

135 40

135 40

0

0

PM

PM

26

Maatschappelijk effect Hulp- en ondersteuning De voorgestelde maatregelen zijn gebaseerd op de visie op ombuigen in het sociaal domein, zoals verwoord in hoofdstuk 4, en hangen met elkaar samen en zijn afhankelijk van een aantal voorwaarden. In de Voorjaarsnota zijn bedragen opgenomen en deze zijn een tegemoetkoming voor de Hervormingsagenda Jeugd waaruit we onze voorwaardelijke investeringen willen dekken. De verdere invulling hiervan is opgenomen in hoofdstuk 4 van deze kadernota. De maatregelen zijn bedoeld om de kosten het sociaal domein te laten dalen door te focussen op preventie, het versterken van de sociale basis en scherpere keuzes in ondersteuning. De beweging naar de voorkant ligt hieraan ten grondslag. Daarbij gaan we uit van de zelfredzaamheid van de inwoners en de samenredzaamheid van de leefomgeving. Wanneer dit bij inwoners in een kwetsbare situatie niet afdoende is, dan gaat collectieve ondersteuning voor individueel. Indien nodig zullen we de reikwijdte van de regelgeving inperken. Dit pakket aan maatregelen kan leiden tot besparingen op huishoudelijke ondersteuning en de openeinderegelingen. Huishoudelijke ondersteuning: De gemeente overweegt lichtere vormen van hulp, zoals robotica, en een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage met ingang van 11-2027.

Dit vermindert de vraag naar huishoudelijke ondersteuning en levert een besparing oplopend tot € 1 miljoen op. Noot: De landelijke herinvoering van de inkomens- en vermogens afhankelijke eigen bijdrage Wmo is na de val van het kabinet uitgesteld en wordt mogelijk controversieel verklaard. Dit betekent dat de kans ontnomen wordt om lokaal eerder te starten met het invoeren van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Openeinderegelingen: Het Sociaal Team speelt een centrale rol in het bieden van gerichte ondersteuning. Door niet-effectieve hulptrajecten af te bouwen en innovatieve oplossingen zoals e-Health in te zetten, worden langdurige en dure trajecten voorkomen. Specialistische ondersteuning wordt alleen geboden als dit strikt noodzakelijk is. Met deze aanpak blijft ondersteuning beschikbaar voor de meest kwetsbare inwoners, terwijl de kosten in het sociaal domein worden beperkt. De nadruk ligt op vroegsignalering en preventie, waardoor escalaties en onnodige uitgaven worden voorkomen. Ook bij het budget leerlingenvervoer wordt omgebogen. De in maart 2025 vastgestelde verordening gaat ook uit van de eerder genoemde zelf- en samenredzaamheid. Door deze verordening en het strak hanteren daarvan, houden we het leerlingenvervoer beter betaalbaar en zal er minder druk op het aangepast vervoer (vervoer per taxibus) liggen.

Het leerlingenvervoer blijft zo beschikbaar voor de meest kwetsbare kinderen. De verwachting is wel dat er naast aanpassing van de verordening meer maatregelen nodig zullen zijn om de gevraagde besparing te kunnen behalen, zoals de invoering van opstapplaatsen. Bovengenoemde maatregelen doen pijn en hebben direct effect op onze inwoners. Financieel effect Hulp- en ondersteuning

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Sociaal domein: hulp en ondersteuning Huishoudelijke Ondersteuning aanpassen Verlagen budget leerlingenvervoer Samenwerken preventieve Wmo-investeringen

1.330 250 480 0

2.240 500 480 0

3.092 800 480 62

3.442 1.000 480 62

Kadernota 2026-2029

27

Beweging van individuele naar collectieve ondersteuning Wmo Besparen op openeinderegelingen sociaal domein

0

60

150

300

600

1.200

1.600

1.600

Maatschappelijk effect (Inwoner)participatie Vijfheerenlanden vindt participatie belangrijk. Een grote post op de begroting is het budget Inwonersinitiatieven. Hoewel ook het college dit een belangrijk hulpmiddel vindt in het ondersteunen van onze inwoners, vinden we het niet langer noodzakelijk en verdedigbaar om het volledige bedrag in de begroting op te nemen. Zeker omdat de ervaring leert dat hiervan ieder jaar zo’n € 300.000 euro overblijft. Dit bedrag kan in het kader van realistisch begroten zonder gevolgen voor onze inwoners omgebogen worden. Financieel effect (Inwoner)participatie

Omschrijving Sociaal domein: (inwoner)participatie Inwonerinitiatieven

2026

2027

2028

2029

300 300

300 300

300 300

300 300

2026

2027

2028

2029

86

86

86

86

60

60

60

60

26

26

26

26

Financieel effect Sport en cultuur

Omschrijving Sociaal domein: sport en cultuur Gerealiseerde besparing i.v.m. nieuwe exploitatieovereenkomst sportfondsen Verlagen budget uitbestede werkzaamheden musea (gerealiseerd) 5.3.3 Bedrijfsvoering & dienstverlening

Op bedrijfsvoering en dienstverlening hebben wij ombuigingsvoorstellen opgenomen die optellen tot een bedrag van afgerond € 1,8 tot € 2,8 miljoen. Deze zijn onderverdeeld in de thema’s organisatie en lokale lasten. Organisatie De uitkomsten van het medewerkersonderzoek, de evaluatie van de zelforganisatie en de toezegging aan uw raad om meer regie te voeren en sturing in de organisatie te versterken hebben geleid tot het programma ‘Samen verder bouwen’. Dit betekent onder meer een herijking van de organisatiestructuur. Hierbij zijn heldere sturingslijnen ingericht, sleutelposities toegevoegd en verantwoordelijkheden en mandaten in de organisatie eenduidig ingericht. Dit herontwerp leidt aanvankelijk tot structureel hogere kosten. Echter, wij hebben vertrouwen in deze werkwijze en zien hierdoor mogelijkheden om efficiënter te gaan werken. Daarnaast vinden wij het niet verantwoord om in deze financieel onzekere tijden om extra middelen te vragen voor de doorontwikkeling van de organisatie. Daarom leggen wij onszelf een taakstelling op. De rest lossen we op binnen de bestaande formatie. Hiervoor zetten wij de resterende 6 fte in van de eerder door uw raad toegekende 36 fte.

De organisatieontwikkeling draagt bij aan de doelen waarvoor de 36 fte beschikbaar is gesteld: betere aansluiting van de groei van de organisatie op de groei van de gemeente en het komen tot een aanvaardbare werkdruk voor medewerkers. Met de inzet van de resterende fte’s en de efficiencywinst zullen wij de extra kosten van

Kadernota 2026-2029

28

de organisatieontwikkeling taakstellend volledig binnen de bestaande personele middelen opvangen. De combinatie van het programma “Samen verder bouwen” en de investeringen in ICT geven ons nieuwe mogelijkheden tot verbetering van kwaliteit, werkdruk en efficiency. Zo kan de inzet van kunstmatige intelligentie (AI) en datagedreven werken bijdragen aan het verlagen van operationele kosten. In 2025 is gestart met het bouwen van de nieuwe data architectuur en het inrichten van een klein datateam. Daarmee is de basis gelegd voor het datagedreven werken in de organisatie. Op basis van de eerste ervaringen met datagedreven werken en de pilot AI werken we aan een structurele aanpak om de efficiency van werkprocessen te verbeteren. Eerste indicaties laten zien dat met inzet van AI doorlooptijden verkort kunnen worden en grote hoeveelheden data sneller kwalitatief verwerkt worden. Het jaar 2026 zal in het teken staan van experimenten, het concreet aanwijzen en uitvoeren van besparingsmogelijkheden, en het maken van een lange termijn plan op dit vlak. Zaken die we gaan onderzoeken zijn onder meer het verhogen van efficiëntie van rioolgemalen, besparen van energiekosten, digitale ondertekening middels Validsign, het digitaliseren van uitgaande post, verbeteren van werkprocessen en optimaliseren van contactverzoeken.

Verder zien wij concrete kansen om taakgerichte ombuigingen op de uitvoering van gemeentelijke taken te realiseren. Waar sprake is van vermindering van taken die een effect hebben op capaciteit en inzet medewerkers, leidt dit tot een vermindering van de bijbehorende organisatiekosten bij ons of bij onze uitvoeringspartners. Wij zien hiervoor concrete mogelijkheden op het gebied van duurzaamheid, burgerzaken, uitvoeringskosten Avres, inzet van jongerenwerk, milieubeheer en recreatie. De vermindering van de uitvoeringskosten op deze gebieden hebben gevolgen voor onze inwoners. Aanvullend hierop voeren wij enkele kleinere ombuigingsmaatregelen door in de organisatiekosten. Dat betreft het verlagen van de diverse (overhead)budgetten, waaronder het halveren van de wekelijkse informatiepagina in Het Kontakt, een besparing op de huurkosten van servicecentra en het verlagen van de reserveringen voor vennootschapsbelasting. Financieel effect Organisatie

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Bedrijfsvoering en dienstverlening: organisatie Informatiepagina Kontakt, halveren Vennootschapsbelasting (gerealiseerde besparing) Vermindering uitvoeringskosten (gemeentelijke) organisatie Efficiëntiemaatregelen Besparing op huurkosten servicecentra

1.086 35 60

1.432 35 60

1.432 35 60

1.432 35 60

741

741

741

741

250 0

500 96

500 96

500 96

Maatschappelijk effect Lokale lasten Voor en ten tijde van de vorming van Vijfheerenlanden was onze gemeente relatief duur wat betreft de lokale lasten. De afgelopen jaren is stevig ingezet op beperkte lastenverhogingen (gekoppeld aan de inflatie), waardoor we de lokale lasten veel minder hard hebben laten stijgen dan de meeste andere gemeenten. Inmiddels is de gemiddelde ozb-aanslag per huishouden van de gemeente Vijfheerenlanden onder het landelijk gemiddelde gezakt. Vijfheerenlanden staat in 2024 in de provincie Utrecht op plek 6 wat

Kadernota 2026-2029

29

betreft gemeenten met de laagste ozb per gemiddeld huishouden. Ter illustratie: in 2024 was de landelijke OZB stijging per inwoner 7,5% (in Vijfheerenlanden 3,7%) en in 2025 8,6% (in Vijfheerenlanden 2,6%). In de afgelopen twee jaar liep de tariefontwikkeling hiermee 9,8% achter op het landelijke gemiddelde en de verwachting is dat veel gemeenten in 2026 opnieuw een verhoging toepassen ruim boven het landelijke inflatiepercentage. Vijfheerenlanden heeft daarmee ruimte om de ozb te verhogen. In het opinievoorstel was een extra stijging van circa 12,5% opgenomen (dus circa 15% in totaal inclusief inflatiecorrectie). Op basis van de discussie in de commissie AZ op 10 april jl. passen wij dit voorstel aan naar twee keer 4% (excl. inflatiecorrectie) in de jaren 2026 en 2027. Dit leidt tot ongeveer € 1,2 miljoen aan extra baten vanaf 2027. De lasten voor onze inwoners stijgen hierdoor gemiddeld met respectievelijk € 16 (2026) en € 32 (2027) per huishouden per jaar. Dit is nog exclusief de jaarlijkse verhoging als gevolg van loon- en prijsontwikkeling. Het alternatief voor lastenverzwaring is dat we nog verder moeten snijden in ons voorzieningenniveau, de kwaliteit van de openbare ruimte, de hulp en ondersteuning in het sociaal domein en/of onze dienstverlening aan inwoners en ondernemers.

Ook zien wij ruimte om een aantal leges (waaronder de begraafrechten) bovenop de indexatie door inflatie extra te verhogen. Dit betreft leges waar wij nu nog niet volledig kostendekkend zijn en waar ruimte is voor verhoging. Financieel effect Lokale lasten

Omschrijving Bedrijfsvoering en dienstverlening: lokale lasten Verhogen leges richting kostendekkend niveau Verhogen OZB met 2x4%

2026

2027

2028

2029

650 50 600

1.850 50 1.200

1.850 50 1.200

1.850 50 1.200

5.4 Samenvatting financiële gevolgen ombuigingsvoorstellen De financiële gevolgen van de in de voorgaande paragraaf opgenomen ombuigingsvoorstellen kunnen als volgt worden samengevat:

Kadernota 2026-2029

30

2026 2027

2028

Bezuiniging ruimtelijke domein: investeringsplanning

1.200 1.600

1.600 1.200

1 Strategie investeringsagenda aanpassen, opbouwen vanaf 2028

1.200 1.600

1.600 1.200

nr. Bezuiniging (x 1.000)

Bezuiniging ruimtelijke domein: beheer openbare ruimte

2029

535

535

535

2 Inspectiecyclus naar 4 jaarlijks (beheer openbare ruimte)

5

5

5

5

3 Beeld werklandschappen beheer openbare ruimte minimaal

150

150

150

150

4 Onkruidbestrijding

100

100

100

100

5 Uitvoering groenbeleidsplan koppelen aan vervangingsmomenten

250

250

250

250

6 Ieder kind een boom stoppen

30

30

30

30

828

828

828

828

7 Fasering amendement MJOP

710

710

710

710

8 Schrappen activiteiten preventie openbare orde en veiligheid

40

40

40

40

9 Openbaar vervoer, onderzoek spoorveiligheid

20

20

20

20

10 Beinvloedbaar deel budget ruimtelijke ordneing

20

20

20

20

11 Voorstudiebudget grondbeleid

38

38

38

38

Bezuiniging ruimtelijke domein: overig

Bezuiniging sociaal domein: preventie

535

175

175

175

175

12 1e uur bewegingsonderwijs, 25% vergoeden ipv 50%

135

135

135

135

13 Budget onderwijshuisvesting huren

40

40

40

40

14 Onderwijshuisvesting beperken tot wettelijke eisen

0

0

PM

PM

Bezuiniging sociaal domein: hulp en ondersteuning 1.330 2.240 Huishoudelijke Ondersteuning aanpassen (inclusief invoeren eigen bijdrage 15 250 500 2026) 16 Verlagen budget leerlingenvervoer 480 480

3.092 3.442 800 1.000 480

480

17 Samenwerken preventieve Wmo-investeringen

0

0

62

62

18 Beweging van individuele naar collectieve ondersteuning Wmo

0

60

150

300

19 Besparing op uitvoering openeinderegelingen sociaal domein Bezuiniging sociaal domein: participatie 20 Inwonerinitiatieven Bezuiniging sociaal domein: sport en cultuur

600 1.200

1.600 1.600

300

300

300

300

300

300

300

300

86

86

86

86

21 Gerealiseerde besparing ivm nieuwe exploitatieovereenkomst sportfondsen

60

60

60

60

22 Verlagen budget uitbestede werkzaamheden musea (gerealiseerd)

26

26

26

26

Bezuiniging bedrijfsvoering en dienstverlening: organisatie

1.086 1.432

1.432 1.432

23 Informatiepagina Kontakt, halveren

35

35

35

24 Vennootschapsbelasting (gerealiseerde besparing)

60

60

60

60

25 Vermindering uitvoeringskosten (gemeentelijke) organisatie

741

741

741

741

26 Efficientiemaatregelen

250

500

500

500

0

96

96

96

27 Besparing op huurkosten servicecentra Bezuiniging bedrijfsvoering en dienstverlening: lokale lasten

650 1.250 50

35

1.250 1.250

28 Verhoging leges op kostendekkend niveau

50

29 Verhogen OZB (4% in 2026 en nogmaals 4% in 2027, bovenop inflatie)

600 1.200

1.200 1.200

50

50

subtotaal ruimtelijk domein

2.563 2.963

2.963 2.563

subtotaal sociaal domein

1.891 2.801

3.653 4.003

subtotaal bedrijfsvoering en dienstverlening

1.736 2.682

2.682 2.682

Totaal generaal

6.190 8.446

9.298 9.248

Tabel 1: Totaaloverzicht financieel effect ombuigingsvoorstellen (bedragen x € 1.000)

Kadernota 2026-2029

31

6 Samen verder bouwen In 2023 is in twee onderzoeken het werken met zelforganiserende teams bij de gemeente Vijfheerenlanden geëvalueerd. De conclusies zijn in 2024 door directie en management vertaald in een notitie en het programma ‘Samen verder bouwen’. Dit focust zich op de noodzaak voor meer richting en sturing, voor het aantrekken en behouden van kennis en kunde en de noodzaak van meer integraliteit en samenwerking. Dit vraagt enerzijds om aanpassingen in de aansturing en inrichting van onze organisatie en anderzijds om doorontwikkeling van kennis, kunde en vaardigheden. ‘Samen verder bouwen’ is daarmee een programma dat zich richt op organisatieontwikkeling in de breedte. In de loop van 2024 heeft een zorgvuldig proces met een diversiteit aan collega’s plaatsgevonden om toe te werken naar een herontwerp van ons organisatiemodel. Begin 2025 heeft over dit herontwerp besluitvorming door het college plaatsgevonden. We passen ons organisatiemodel aan met meer richting, (strategische) sturing, focus en aandacht. We werken met drie domeinen Leefomgeving, Samenleving en Bedrijfsvoering. Control, organisatie- en bestuursadvies vormen een stafafdeling buiten de drie domeinen. Elk domein heeft een directeur met daaronder leidinggevenden die de teams aansturen.

Het herontwerp biedt zo een stabiele basis om het programma ‘Samen verder bouwen’ verder invulling te geven evenals de doorontwikkeling van de organisatie. Het nieuwe organisatieontwerp heeft tot doel om bij te dragen aan het zijn van een moderne, resultaatgerichte gemeente die uitgaat van de kracht van de samenleving, opgavegericht werkt, wijk- en dorpsgericht is, en nieuwe bestuurskracht benut. Het aantal medewerkers met leidinggevende- en regietaken en adviesfuncties stijgt in het herontwerp van 20 fte naar 28,5 fte. De totale loonsom van deze groep medewerkers stijgt hierdoor met € 1,16 miljoen per jaar. Een dekkingsbron bestaat uit het nog niet ingevulde deel (6 fte) van de uitbreiding van de gemeentelijke formatie met 36 fte. Hiervoor is in 2023, bij het vaststellen van de Kadernota 2024, door de raad € 3,3 miljoen beschikbaar gesteld, op basis van het loon- en prijsniveau 2024. Door het besluit zoals genoemd in de Kadernota 2024 om de formatie uit te breiden met 36 fte is er een beter evenwicht aangebracht tussen de bestaande opgave en de omvang van de beschikbare formatie. De uitbreiding heeft er zo aan bijgedragen dat de groei van onze gemeentelijke organisatie beter aansluit op de groei van onze gemeente. Daarnaast was het nodig om het takenpakket van de organisatie aan te passen om tot een aanvaardbare werkdruk te komen.

Een belangrijk deel hiervan is inmiddels daadwerkelijk uitgevoerd (circa 30 fte). Voortschrijdend inzicht heeft geleid tot de overtuiging dat het resterende deel van deze formatie-uitbreiding beter ingezet kan worden voor het implementeren van het nu voorliggende organisatieontwerp. De doelen van de uitbreiding uit 2023 (verhogen slagvaardigheid en verlagen van de werkdruk) staan nog steeds voorop. Meer richting en meer sturing zijn andere knoppen waar we nu aan draaien, naast wat er in de afgelopen paar jaar formatief op inhoud is toegevoegd. De stijging in loonkosten wordt daarmee deels gedekt door het resterende deel (circa 6 fte) van de formatie-uitbreiding en het resterende deel is een taakstelling voor de nieuwe directie en management binnen de huidige personeelsbegroting. Dat achten wij realistisch omdat meer sturing, richting, focus en aandacht zich ook richt op het totaal van de personeelskosten (salariskosten en inhuurbudget). Bijvoorbeeld door versterkte processen, sterk prioriteren en keuzes maken in het gericht inzetten van de personeelsbudgetten. Ook de functie van de organisatieadviseur om te zorgen voor uitwerking, begeleiding en borging van het traject 'samen verder bouwen' is hier van belang. De kosten worden op deze manier binnen het huidige budget opgelost. Een

Kadernota 2026-2029

32

vervolgstap van deze taakstelling is doorontwikkeling en optimalisatie van inzet en kosten. Dat leidt in 2026 tot een plan voor verdere resultaatsverbetering en mogelijke kostenbesparing.

Kadernota 2026-2029

33

7 Investeringsagenda “Het goede leven” 7.1 Inleiding In de begroting is afgelopen jaren gesproken over de ambitie om in de periode tot 2040 3.000 woningen toe te voegen aan Vijfheerenlanden. Om hier uitvoering aan te kunnen geven zijn locaties aangewezen door middel van gebiedsvisies en dorpswoonvisies. Deze fase van visieontwikkeling wordt in 2025 afgerond waarmee de ruimte is gecreëerd voor een stabiele woningbouwproductie in de komende jaren. Deze productie is ook vanuit regionaal perspectief gewenst wat ook blijkt uit een toenemende vraag aan Vijfheerenlanden. Naast woningbouwproductie is deze agenda ook bedoeld voor het bouwen aan leefbare en toekomstbestendige wijken; nú en in de toekomst (‘het goede leven’ in de gemeente Vijfheerenlanden). Niet alleen is een toename van woningen wenselijk maar ook de daarbij behorende zaken zoals voorzieningen of mobiliteit in een wijk. Niet alleen ruimtelijke kwaliteiten spelen hierbij een rol, ook volkshuisvestelijke sturing en demografische aspecten vragen aandacht. Denk aan het anticiperen op de komende vergrijzing, het bouwen voor de autonome behoefte en zorg dragen voor specifieke doelgroepen met een landelijke- en regionale taakstelling. Vanuit deze agenda maakt Vijfheerenlanden gelden vrij voor de bouw van wijken waar het leven goed is. Uitgangspunt bij de besteding van deze gelden is 50% cofinanciering.

Daarmee kan de voorwaardenscheppende investeringsruimte toenemen tot € 160 miljoen en de kwaliteitsverhogende investeringsruimte tot € 110 miljoen. Deze paragraaf beschrijft achtereenvolgens: • Welk type investeringen nodig zijn en waarom; • De rolverdeling tussen raad en college; • De actuele ontwikkelingen in relatie tot in onze opgave; • De verdere doorontwikkeling en uitvoering.

7.2 Welke typen investeringen zijn nodig en waarom? Definities Binnen deze agenda is ruimte voor voorwaardenscheppende en kwaliteitsverhogende investeringen. Deze typen investeringen worden als volgt gedefinieerd: Voorwaardenscheppende investeringen; Dit zijn investeringen gericht op het realiseren of faciliteren van groei in de gewenste kwaliteit. Anders gezegd, het gaat hier om middelen waarmee de bouw van toekomstbestendige en leefbare nieuwe wijken en werklandschappen wordt mogelijk gemaakt en een zorgvuldige inpassing in de omgeving wordt geborgd. Kwaliteitsverhogende investeringen; Dit zijn investeringen bedoeld voor kwaliteitsverbetering in de bestaande leefomgeving. Met deze investeringen wordt een positieve impuls gegeven aan de leefbaarheid en ruimte gemaakt om wensen op het gebied van leefbaarheid (bijvoorbeeld vanuit de gebieds- en dorpswoonvisies) te realiseren.

Kadernota 2026-2029

34

Figuur 1: Voorwaardenscheppende en kwaliteitsverhogende investeringen.

Voorwaardenscheppende investeringen In deze paragraaf wordt het proces voor de voorwaardenscheppende investeringen nader toegelicht. In de paragraaf hierna het proces voor de kwaliteitsinvesteringen. Proces De investeringsagenda draagt bij aan de volgende hoofddoelen: 1. Het verbeteren van de betaalbaarheid van woningen; 2. Het bieden van een goed voorzieningenniveau en voldoende werkgelegenheid; 3. Passende afwikkeling van de mobiliteitsopgaven; 4. Passende compensatiemaatregelen om kwaliteit van de leefomgeving te borgen (in brede zin van het woord, landelijk beleid maar ook lokaal. Denk aan Water, Natuur, Stikstof, Duurzaamheidsambities enz.). De ‘regeling publiekrechtelijke afdwingbare financiële bijdragen’ maakt het mogelijk om kosten voor het verbeteren van de fysieke leefomgeving te verhalen op een initiatiefnemer. Dit is aan de orde bij noodzakelijke investeringen als gevolg van de (gebieds)ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan het noodzakelijk verbreden van een weg als gevolg van de toevoeging van woningen. Bij functionele binding, bijvoorbeeld de aanleg van een park in de nabije omgeving van een ontwikkeling, kan eveneens een financiële bijdrage worden gevraagd. De (maximale) hoogte van de te vragen bijdragen is niet wettelijk geregeld en dient op gemeentelijk niveau uitgewerkt te worden (via het omgevingsplan).

Kaderstellend in deze investeringsagenda is dat verhaalbare kosten per definitie niet vanuit deze agenda worden gefinancierd. Voor het deel van de kosten dat niet verhaalbaar is wordt ingezet op de financiering door subsidies en, bij voorkeur als cofinanciering, bijdragen vanuit deze agenda. Om vervolgens af te wegen of initiatieven daadwerkelijk op financiering uit de investeringsagenda kunnen rekenen is een afwegingskader van toepassing, zoals hieronder beschreven. Een financieringsbehoefte moet binnen bovengenoemde vier doelen vallen en voldoen aan de opgenomen kaders, met uitzondering van kader 4. Projecten die ook aan kader 4 voldoen krijgen voorrang op nieuwe initiatieven. Reden voor deze extra waardering is dat hier feitelijk sprake is van uitgestelde investeringen. Uit voormalige of lopende (gebieds)ontwikkelingen zijn namelijk situaties ontstaan, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit en voorzieningen, die alsnog om een investering vragen. Waar dit in het verleden echter is verzuimd kan geen sprake zijn van nog verder uitstel.

Kadernota 2026-2029

35

Afwegingskader investeringsprogramma Kader

Voldoet ja/nee

1-Draagt bij aan ambities uit gebieds- of dorpswoonvisie 2-Betreft niet verhaalbare kosten voor bovenwijkse voorzieningen en/of gebiedsoverstijgende belangen? 3-Realisatie is te voorzien voor 2040? (tijdshorizon agenda) +planning 4-Noodzaak vanuit bestaande situatie? Realistisch en uitvoerbaar?

Voldoet ja/nee

5-Omvang investeringsbehoefte duidelijk? 6-Overige dekkingsbronnen reeds benut? 7-Kansrijk voor Cofinanciering? Prognose bouwstroom De investeringsagenda draagt bij aan de woningbouwopgave van Vijfheerenlanden tot 2040. In de periode van 2022 tot 2040 realiseert Vijfheerenlanden 5.000 woningen. Van deze opgave zijn 2.000 woningen gepland tot 2026, de resterende 3.000 volgen in de periode daarna. Realisatie en planning van de bouwstroom is weergegeven in onderstaande grafiek. Daarin lijkt realisatie van de geplande 5.000 woningen afgerond in 2033. Hiermee is rekening gehouden voor onvoorziene omstandigheden die mogelijk tot vertraging zullen leiden.

Naast deze hoofdstroom op het gebied van woningbouw ontwikkelt Vijfheerenlanden ook een aantal werklandschappen (Meerkerk IVA, Gaasperwaard 2 & 3). Ook aan werklandschappen kan, binnen gegeven kaders, worden bijgedragen vanuit de investeringsagenda. Relatie tussen voorwaardenscheppende investeringen en ombuigingen Om te komen tot een sluitende begroting in meerjarenperspectief is ten behoeve van het begrotingsperspectief vanaf 2026 vorm gegeven aan een ingrijpend ombuigingstraject.

Kadernota 2026-2029

36

Het investeringsprogramma blijft hierbij in stand, maar de uitvoering wordt getemporiseerd. Investeringen zijn vanaf 2027 mogelijk. Vanaf 2028 zijn de kapitaallasten weer onderdeel van het begrotingsperspectief. De investeringsruimte voor voorwaardenscheppende investeringen neemt stapsgewijs toe (zie onderstaande tabel), waarbij de inzet is om de uitvoering hier zoveel als mogelijk op aan te laten sluiten. Investeringsruimte Voorwaardenscheppend Te plannen investeringen Kapitaallasten

2026

2027 2028 2029 2030 € 16.000.000 € 32.000.000 € 48.000.000 € 64.000.000 € € 400.000 € 800.000 € 1.200.000 €

2031 80.000.000 1.600.000 €

2032 2.000.000

Projectenlijst Vanaf 2027 zullen concrete projecten worden gekoppeld aan het investeringsprogramma. In het begrotingsjaar 2026 wordt, gezien het uitstel in het kader van de ombuigingen, slechts bij wijze van uitzondering een project opgenomen. Het betreft dan projecten die redelijkerwijs niet uit te stellen zijn zoals in de volgende paragraaf beschreven. Lopende projecten- mogelijke uitzonderingen • In juni 2021 is een krediet beschikbaar gesteld van in totaal € 7 miljoen ten behoeve van de aanleg van een tunnel voor langzaam verkeer bij Broekgraaf Leerdam. Dit krediet is opgebouwd uit een reservering in betrokken grondexploitaties van € 3 miljoen en een aanvullend krediet van € 4 miljoen. Mogelijk dat vooruitlopend op 2027 nadere besluitvorming nodig is op dit onderwerp en (toch) eerder een beroep wordt gedaan op een (beperkte) bijdrage uit deze agenda. • Aime Bonnastraat – aanpak van deze prioriteitslocatie vanuit het strategisch plan Verkeersveiligheid dient eerder tot uitvoering te komen. De eerste kapitaallasten vallen in 2027. Het betreft een totaal netto investering (excl. Subsidie) van € 0,35 miljoen. Mocht een dergelijke situatie zich ook op andere projecten voordoen, bijvoorbeeld een noodzakelijke eerdere investering om inhoudelijke redenen of als zich een ultieme subsidiekans voordoet, dan zal daar separaat over worden geadviseerd en besloten.

Voorwaardenscheppende investeringen: Pijplijnoverzicht De inzet van het college in de achterliggende jaren heeft geresulteerd in een reeks aan planlocaties. De ontwikkeling daarvan zal in de komende jaren tot stand komen en vergt investeringen vanuit deze investeringsagenda. Het is te vroeg om concrete projecten te kunnen duiden. Tegelijk wordt momenteel wel inzet gepleegd op een reeks aan locaties. Om die reden is een zogenaamd pijplijnoverzicht opgenomen, het laat zien waar de ruimtelijke inzet van Vijfheerenlanden op is gericht. Bij het lezen daarvan is het belangrijk rekening te houden met het volgende: • • • •

•

Het pijplijnoverzicht geeft met behulp van een kaart een globaal beeld van de woningbouwopgave en van de aantallen waarmee die opgave zal landen in de verschillende kernen zal landen; Op deze kaart wordt ook een indicatie opgenomen van de benodigde investeringscategorieën voor een verantwoorde groei; Het beeld is meer concreet tot 2030, vanaf 2035 is nog geen inschatting opgenomen van de aan de voorgenomen groei verbonden investeringen; Vanaf begrotingsjaar 2027 zal een eerste jaar naar projectniveau worden uitgewerkt, kaart 1 beslaat dan de daaropvolgende periode van 5 jaar tot 2031, kaart 2 tot 2036. Zo blijft steeds een globale indicatie beschikbaar over een periode van 10 jaar; De toegevoegde investeringslijst is een momentopname op het moment van schrijven en geeft indicatieve bedragen bij de genoemde investeringscategorieën.

Kadernota 2026-2029

37

• • •

Niet bedoeld als absolute bedragen maar wel om te duiden waar met de kennis van nu het accent zal liggen in de investeringsbehoefte; De lijst is dus indicatief maar geeft wel een beeld van de investeringsruimte die nodig is om de groei van Vijfheerenlanden te faciliteren. Noodzakelijke maatregelen in het kader van verkeersveiligheid zijn als basis voor een verantwoorde groei aanvullend opgenomen op het investeringsoverzicht. Het betreft maatregelen op basis van het Strategisch plan Verkeersveiligheid (SPV); Er is bij de genoemde bedragen (nog) geen rekening gehouden met kansen voor synergie en subsidies.

Kaart 1 Woningbouwopgave en investeringsbehoefte per kern, periode 2025-2030

Kadernota 2026-2029

38

Kaart 2 Woningbouwopgave per kern, periode 2030-2035

Kadernota 2026-2029

39

Indicatieve lijst van benodigde investeringen in verband met geplande groeiambities per investeringscategorie en per kern

Kadernota 2026-2029

40

Kwaliteitsverhogende investeringen Kaders en werkwijze investeringsprogramma ‘Kwaliteitsverhogend’ De geplande woningbouwproductie en daarmee gepaard gaande bevolkingsgroei genereert via de algemene uitkeringen en lokale belastingen extra inkomsten. Hier staan uiteraard ook extra kosten tegenover. Denk bijvoorbeeld aan de extra te beheren openbare ruimte, stijgende inwonerbijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en een groter beroep op onze sociaalmaatschappelijke voorzieningen. Na aftrek van deze kosten resteert een toename van de jaarlijks vrij besteedbare begrotingsruimte tot ongeveer € 5.000.000 per jaar. Wij zetten een deel van deze extra begrotingsruimte in om een investeringsruimte van ca. € 55 miljoen te kunnen realiseren. Deze investeringsruimte is bedoeld om te investeren in extra kwaliteit voor Vijfheerenlanden, in ‘het goede leven’. Hierdoor is woningbouw niet een verdienmodel, maar juist vliegwiel voor de doorontwikkeling van onze gemeente. Afwegingskader voor kwaliteitsverhogende investeringen In de paragraaf ‘Investeringsagenda’ is in de begroting van 2024 het volgende afwegingskader voor kwaliteitsinvesteringen opgenomen. Kwaliteitsverhogende investeringen hebben een vliegwieleffect op de samenleving en dragen bij aan*: 1. Verbetering van de sociaaleconomische situatie in de wijk. 2. Multifunctioneel ruimtegebruik en een kansrijke leeromgeving. 3.

Behoud en versterking van onze landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 4. Duurzame werkgelegenheid. 5. Een toekomstbestendige landbouwsector. 6. Recreatieve mogelijkheden passend bij onze identiteit. 7. Voldoende, toegankelijke en bereikbare voorzieningen. 8. Een leefomgeving die positieve gezondheid stimuleert. 9. Goede wijken en een gezonde en veilige leefomgeving. 10.Klimaatbestendigheid, biodiversiteit en een duurzame, energie- en klimaat neutrale inrichting. *deze kaders zijn direct te herleiden tot de omgevingsvisie en sociaalmaatschappelijke agenda van Vijfheerenlanden. Werkwijze afwegingskader In het investeringsprogramma worden voorstellen opgenomen die tenminste aan drie van de genoemde criteria voldoen en geen afbreuk doen aan de overige criteria. Investeringsvoorstellen worden altijd voorzien van een motivatie op basis van het afwegingskader. Voorstellen die niet binnen deze kaders passen kunnen slechts opgenomen worden als zij gezien actualiteit of wetgeving onvermijdelijk zijn. De prioriteit tussen passende investeringsvoorstellen wordt als volgt bepaald:

Kadernota 2026-2029

41

• • •

De prioriteit neemt toe naar de mate waarin een voorstel bijdraagt aan meer doelstellingen ( max. 10 punten); Voorstellen krijgen een extra punt in de prioriteitstelling als sprake is van mogelijkheden voor cofinanciering (iedere 10% extra cofinanciering is 1 punt, uitgangspunt is 50%) Voorstellen worden sowieso gehonoreerd als zij onontkoombaar, opgelegd of vanuit de actualiteit noodzakelijk zijn. Opname in het programma van deze categorie vraagt altijd separate besluitvorming.

Nadere uitwerking van het kader voor Kwaliteitsinvesteringen Met dit kader is duidelijk in hoeverre investeringen bijdragen aan vigerende beleidsdoelstellingen. Nog niet duidelijk is waar in de gemeente dergelijke investeringen het meest noodzakelijk zijn. Het is daarom noodzakelijk de behoefte beter te kunnen duiden. Vanuit participatief perspectief dragen de recent opgestelde dorps(woon)visies en gebiedsvisies hieraan bij. Die geven een representatief en bruikbaar beeld bij de wensen van de inwoners. Toch is daarmee nog geen sluitend kader, er is immers nog geen middel om de urgentie van voorstellen te wegen. Dat maakt het moeilijk om tot een objectieve toewijzing van gelden te komen. Daarom zal in de verdere uitwerking ook een kwalitatief kader per kern worden opgenomen. Dit kader wordt opgebouwd vanuit reeds beschikbare data. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de monitor sociale kracht (2024), demografische ontwikkelingen, registraties van klacht-meldingen en www.waarstaatjegemeente.nl Zo borgen we dat investeringen daar worden ingezet waar zij het meest nodig zijn. Wanneer worden investeringen mogelijk? Investeringen in kwaliteit zijn gebaseerd op groei van de bevolking en de begrotingsomvang. Investeren op basis van prognose is hierbij risicovol, aangetoond dient te zijn dat de geprognosticeerde groei daadwerkelijk is gerealiseerd.

Om die reden wordt de volgende werkwijze aangehouden. Investeringen worden gepland op basis van prognose en op basis daarvan opgenomen in de begroting van het volgend kalenderjaar. Daarmee worden investeringen pas gepleegd nadat de groei daadwerkelijk is gerealiseerd maar ook niet langer uitgesteld dan nodig. Onderstaande tabel maakt het verloop duidelijk.

Lopende projecten – mogelijke uitzonderingen Vanaf 2027 zullen concrete projecten worden gekoppeld aan het investeringsprogramma. Binnen het kader van het begrotingsjaar 2026 wordt uitsluitend rekening gehouden met de aangekondigde uitvoering van de binnenstadvisie Leerdam (RIB 17 maart 2025). Het betreft met name de uitvoering van maatregelen in het kader van het autoluw maken van de binnenstad. De uitvoering daarvan staat gepland voor 2026 en zal in 2027 tot (de eerste) kapitaallasten leiden ten laste van deze agenda. De investeringsomvang bedraagt € 1,2 miljoen.

Kadernota 2026-2029

42

Pijplijnoverzicht Kwaliteitsverhogende investeringen Zoals aangegeven is nog een nadere uitwerking van het afwegingskader nodig. Dat zal in de komende tijd zijn uitwerking krijgen en tot concrete investeringsvoorstellen leiden. Toch is nu al een eerste pijplijnoverzicht te genereren waarmee een eerste beeld wordt geschetst. Vanuit de woningbouwagenda en met name het traject van visieontwikkeling is namelijk een breed scala aan inwonerwensen aan het licht gekomen. Aan deze inwonerswensen worden indicatieve bedragen gekoppeld, veelal onder de noemer van Leefbaarheid. Verder geldt dat groene programma’s als bijvoorbeeld Groen groeit mee (GGM) om aanvullende investeringen zullen vragen evenals aanvullende investeringen in ontmoeting en/of sport. • • • • • •

Deze investeringsagenda geeft hier dus een indicatie van mogelijke investeringen. Anders gezegd, wat zit er mogelijk in de ‘pijplijn’; De nu opgenomen bedragen zijn indicatief en bedoeld om accenten te duiden, duidelijk te maken waar met de kennis van nu het accent zal liggen in de investeringsbehoefte; De lijst is een momentopname op het moment van schrijven en zal op basis van een nader te ontwikkelen afwegingskader worden gepreciseerd; Eerste investeringen worden vanaf 2027 gepland, waar eerder noodzaak optreedt zal dat tot een separaat voorstel leiden; De uiteindelijke toedeling kan heel anders vallen omdat het afwegingskader verder uitgebreid wordt en de huidige kwaliteit onderdeel wordt van de weging; Verwacht wordt dat de investeringsbehoefte groter zal zijn dan wat beschikbaar is, er zal daarom ook worden voorzien in een nadere uitwerking t.b.v. de selectie van projecten.

Indicatieve lijst van benodigde kwaliteitsinvesteringen

Kadernota 2026-2029

43

7.3 Rolverdeling raad - college Raad en college staan samen voor de uitdaging om voortvarend uitvoering te geven aan gebiedsontwikkeling in het algemeen en aan de ambities op het gebied van woningbouw in het bijzonder. Dat financiële bijdragen vanuit het investeringsprogramma om een zorgvuldige afweging vragen is hierboven gebleken. Daarom heeft de raad al wegingscriteria in deze paragraaf opgenomen vanaf de begroting voor 2025. Dit in aanvulling op de (ruimtelijke) kaders voor de doorontwikkeling van onze steden en dorpen die de raad in gebieds- en dorpswoonvisies heeft vastgesteld en in aanvullende besluiten op planologisch of projectniveau vast zal stellen. Sturing via de P&C cyclus Binnen dit door de raad gegeven kader zal het college investeringsvoorstellen koppelen aan projecten. De raad zal deze projecten vervolgens bekrachtigen door vaststelling van kadernota en/of begroting of, waar dat nodig blijkt, door separate besluitvorming op projectniveau. Ontwikkelingen worden gevolgd via de reguliere bestuursrapportages. Daarin zal steeds de actuele situatie van het investeringsprogramma worden opgenomen. Veelal zal dit bekend zijn voor de raad vanwege voorafgaande besluitvorming bij de start van een afzonderlijk project. De raad monitort en stuurt het programma echter aan via de paragraaf in de begroting en de jaarlijkse reguliere P&C documenten.

Onderstaande verbeelding schetst voorgesteld proces.

Toevoegen projecten binnen kader Het college voegt op basis van de (nader uit te werken) wegingskaders projecten toe aan deze agenda. Zoals aangegeven is daarbij objectiviteit in de beoordeling van voorstellen nodig. Om die reden zal het college een strategisch team inrichten die op basis van het kader besluit over de toekenning van gelden aan projecten. Daarmee borgt het college zorgvuldige toepassing van de kaders en objectiviteit in de besluitvorming. Besluiten van dit team worden in een vast format vastgelegd en afgestemd binnen de reguliere verantwoordingslijnen. Deze transparantie in de besluitvorming is ook nodig omdat mogelijk ook keuzes gemaakt moeten worden. Rode draad daarbij is dat wordt ingezet op projecten die het meest bijdragen aan de behoefte en nauw aansluiten bij inwonerwensen en leefbaarheidsindicatoren.

Kadernota 2026-2029

44

7.4 Actuele ontwikkelingen woningbouwagenda Groeiambitie Vijfheerenlanden Deze investeringsagenda is afgestemd op het huidig woningbouwprogramma dat voorziet in de bouw van 5.000 woningen tot 2040. Regionale ontwikkelingen laten echter een ontwikkeling in de behoefte zien met een aanvullende vraag aan Vijfheerenlanden. Deze vraag resulteert tot een versnelling van de productie met 1.012 woningen in de periode tot 2033. In principe lijkt deze versnelling haalbaar mits het provinciaal commitment ook leidt tot de nodige steun vanuit ruimtelijk en financieel perspectief1. In de volgende editie van deze investeringsagenda (uiterlijk kadernota 2027) zal deze toegenomen vraag verder worden uitgewerkt. Voor zover mogelijk zullen in de begroting van 2026 de eerste contouren daarvoor in beeld worden gebracht. Op dit moment gaat deze agenda nog uit van de oorspronkelijke ambitie van 5.000 woningen. Dat leidt tot een bevolkingsgroei van 7.000 extra inwoners tot 2040. De huidige prognoses laten echter zien dat de groei van 7.000 inwoners al in 2033 gerealiseerd kan zijn, zie daarvoor ook onderstaande grafiek.

GROEI INWONERAANTAL

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

70034

69068

68102

67136

66170

65204

64238

63271

62554

Groei inwoneraantal

2033

Een groeiambitie is voor onze gemeente niet vastgesteld en valt buiten het kader van deze investeringsagenda. Tegelijk ontstaat in genoemde ontwikkelingen wel de aanleiding om hier in de komende bestuursperiode een beeld van te vormen. Ter illustratie, als Vijfheerenlanden haar ambities conform planning realiseert bereiken we in 2033 een inwoneraantal van 70.000 inwoners. Doorontwikkeling op dit tempo zou in 2040 leiden tot ca. 77.000 inwoners. Vraag die zich voordoet is wanneer Vijfheerenlanden een beheergemeente wil zijn en haar strategie gaat richten op consolidatie in plaats van groei. Feit is dat de toenemende vraag vanuit regio en provincie op het gebied van woningbouw nu al duidelijk maakt dat een doorgroei tot +75.000 inwoners tot 2040 een realistische schatting lijkt.

1

Zie hiervoor tussenbalans propositie VHL 2025

Kadernota 2026-2029

45

Samenwerking De woningbouwagenda en verdere ontwikkeling van Vijfheerenlanden is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van onze provincie en, meer direct, onze regio. Gezamenlijke inzet op woningbouw en vanuit breder perspectief op ‘gezond leven in een stedelijke regio’ (Integraal Regionaal Perspectief IRP U-10) vraagt in de toekomst om meer focus en structuur dan tot op heden is voorzien. Om die reden wordt regionaal ingezet op gebiedsallianties en ontwikkelt Vijfheerenlanden een agenda op samenwerking en lobby. Zo bouwt Vijfheerenlanden aan gestructureerde en gezamenlijke inzet op de doorontwikkeling van onze provincie, regio en gemeente. Cofinanciering Deze investeringsagenda voorziet in de noodzakelijke investeringsruimte om onze groei te faciliteren. Vijfheerenlanden wil deze ruimte inzetten als cofinanciering. Om die reden ontwikkelt Vijfheerenlanden een gestructureerde inzet op verwerving van subsidies. Een brede inventarisatie van onze opgaven zal leiden tot gericht zoeken van medekostendragers. In volgende edities van deze agenda zal daarom het overzicht van te plannen investeringen worden uitgebreid met een overzicht van kostendragers en (te verwerven) subsidies. Uitvoering De impact van deze agenda op onze organisatiekracht is substantieel. Momenteel worden steeds meer projecten ingericht om aangewezen locaties tot realisatie te brengen.

De vraag vanuit deze projecten aan betrokken (interne) adviseurs neemt navenant toe en zal tot keuzes moeten leiden. De recent ingezette organisatieontwikkeling met meer ruimte voor sturing draagt hier positief aan bij. De samenwerking met regio en provincie is hierin zoals aangegeven randvoorwaardelijk maar sluit effecten op de staande organisatie niet uit. Momenteel worden deze effecten nader uitgewerkt, vanaf begrotingsjaar 2027 zullen effecten op de organisatie onderdeel van de begroting zijn. Juist ook om tot een goede afweging te komen tussen flexibel en vast in te richten capaciteit. Prioriteren noodzakelijk Realisatie van onze doelen op het gebied van woningbouw is uitdagend maar niet onmogelijk. Feitelijk betekent de vastgestelde ambitie dat de gemiddelde bouwstroom van circa 400 woningen op peil moet blijven. Echter, we kunnen minder rekenen op een continue bouwstroom vanuit grotere projecten als Broekgraaf en Hoef & Haag. Daarnaast nemen de eisen ten aanzien van het woningbouwprogramma toe en zijn de huidige tijdsomstandigheden uitdagend. Een blijvend commitment op deze gezamenlijke opgave is derhalve nodig evenals een gezamenlijke focus. Dit kan leiden tot keuzes voor grotere ontwikkelingen op korte termijn en relatief kleinere ontwikkelingen in een ander tempo.

De inzet is gericht op prioriteit op de nodige productie in combinatie met spreiding over al onze kernen. Het kan echter ook nodig zijn keuzes te maken en kleine ontwikkelingen enigszins te temporiseren. Relatie woningbouwmonitor De investeringsagenda is nauw verwant aan onze woningbouwopgave. De sturing op deze opgave loopt via de Uitvoeringsagenda Wonen. Door de “Raadsinformatiebrief (RIB) uitvoeringsagenda wonen” met de woningbouwmonitor als bijlage, wordt de raad tot op heden steeds geïnformeerd over de voortgang. De bedoeling is dat deze, ook voor onze inwoners relevante informatie, ook via onze website en door middel van digitale nieuwsbrieven ontsloten gaat worden. Overwogen wordt nog om in de begrotingsparagraaf Ruimtelijke Ontwikkeling alle informatie te bundelen zodat de woningbouwmonitor in directe samenhang met de investeringsagenda gelezen kan

Kadernota 2026-2029

46

worden. Deze paragraaf kan de losse exemplaren van de RIB en de Woningbouwmonitor op termijn vervangen. Projectenlijst- toepassing voorlopig afwegingskader Voorwaardenscheppend Kader: Een financieringsbehoefte moet binnen de vier doelen van deze agenda vallen en voldoen aan de opgenomen kaders, met uitzondering van kader 4. Projecten die ook aan kader 4 voldoen krijgen voorrang op nieuwe initiatieven. Tunnel Broekgraaf Afwegingskader investeringsprogramma Kader

Voldoet ja/nee

1-Draagt bij aan ambities uit gebieds- of dorpswoonvisie

Gebiedsvisie in ontwikkeling

2-Betreft niet verhaalbare kosten voor bovenwijkse voorzieningen en/of gebiedsoverstijgende belangen?

V

3-Realisatie is te voorzien voor 2040? (tijdshorizon agenda) +planning

V

4-Noodzaak vanuit bestaande situatie?

V

Realistisch en uitvoerbaar? 5-Omvang investeringsbehoefte duidelijk? 6-Overige dekkingsbronnen reeds benut? 7-Kansrijk voor Cofinanciering?

Voldoet ja/nee

V V V

Aime Bonnastraat Afwegingskader investeringsprogramma Kader 1-Draagt bij aan ambities uit gebieds- of dorpswoonvisie 2-Betreft niet verhaalbare kosten voor bovenwijkse voorzieningen en/of gebiedsoverstijgende belangen?

Voldoet ja/nee

V V

3-Realisatie is te voorzien voor 2040? (tijdshorizon agenda) +planning

V

4-Noodzaak vanuit bestaande situatie?

V

Realistisch en uitvoerbaar? 5-Omvang investeringsbehoefte duidelijk? 6-Overige dekkingsbronnen reeds benut? 7-Kansrijk voor Cofinanciering?

Kadernota 2026-2029

Voldoet ja/nee

V V V

47

Kwaliteitsverhogend

AFWEGINGSCRITERIA KWALTEITSINVESTERINGEN T.B.V. BINNENSTADSVISIE LEERDAM VOORWAARDEN: -VOLDOEN AAN TENMINSTE DRIE VAN DE GENOEMDE CRITERIA -GEEN AFBREUK DOEN AAN DE OVERIGE CRITERIA.

VOLDOET

1. Verbetering van de sociaaleconomische situatie in de wijk.

GEEN AFBREUK

v

2. Multifunctioneel ruimtegebruik en een kansrijke leeromgeving. 3. Behoud en versterking van onze landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 4. Duurzame werkgelegenheid.

v v v

5. Een toekomstbestendige landbouwsector. 6. Recreatieve mogelijkheden passend bij onze identiteit. 7. Voldoende, toegankelijke en bereikbare voorzieningen. 8. Een leefomgeving die positieve gezondheid stimuleert. 9. Goede wijken en een gezonde en veilige leefomgeving.

v v v v v

10.Klimaatbestendigheid, biodiversiteit en een duurzame, energie- en klimaat neutrale inrichting.

v

Motivatie De vastgestelde Binnenstadvisie voor Leerdam draagt actief bij aan de volgende doelen 1. 2. 3. 4. 5.

Compact kernwinkelgebied met onderscheidende deelgebieden. Aantrekkelijk ontmoetings- en verblijfsgebied. Versterken recreatie en toerisme (“extra glans”). Goed bereikbaar en balans in verschillende vervoerswijzen. Samenwerking betrokken partijen.

en draagt daarmee bij aan 7 van de 10 opgenomen afwegingscriteria. Binnenstadsvisie Leerdam | Gemeente Vijfheerenlanden

Kadernota 2026-2029

48

Bijlage 1 Pijplijnoverzicht Dit overzicht vloeit voort uit toezeggingen die door het college zijn gedaan ter uitvoering van de motie vreemd aan de orde van de dag van 21 september 2023 (“systematiek kadernota en begroting aanpassen”), ook bekend als de motie “beter begroten”. Onderdeel van deze toezeggingen betreffen het zowel bij de begroting als bij de kadernota opnemen van een overzicht van meerjarig nog niet in de begroting opgenomen projecten die wel een bepaalde bestuurlijke status hebben. Bijvoorbeeld omdat ze bestuurlijk onderwerp zijn van gesprek of een min of meer logisch gevolg zijn van visie of beleid. De eventuele toevoeging van projecten aan de begroting is jaarlijks onderdeel van het proces waarin de begroting voor het nieuwe begrotingsjaar wordt vastgesteld. Dit op voorstel van het college. Een project dat op het pijplijnoverzicht is opgenomen is financieel dus nog niet gedekt en is bedoeld om een beeld te geven bij de toekomstige investeringsbehoefte van Vijfheerenlanden. Er kunnen dus een aantal redenen zijn waarom een project op het pijplijnoverzicht wordt opgenomen. Zo kan een project zijn opgenomen in een door de raad vastgesteld beleidsplan (bijvoorbeeld het integraal huisvestingsplan onderwijs) maar is het waarschijnlijke jaar van uitvoering van het project nog niet in de meerjarenraming van de begroting opgenomen (> 4 jaar).

Ook kan er sprake zijn van projecten die inhoudelijk nog onvoldoende zijn uitgewerkt en waar nog belangrijke inhoudelijke keuzes door de raad moeten worden gemaakt, maar waarvan wel verwacht mag worden dat na het maken van deze keuzes, het project uitgevoerd gaat worden (bijvoorbeeld het project MFA Tiendweg). Tenslotte kan er sprake zijn van door de raad vastgestelde visies (bijvoorbeeld dorpswoonvisies of gebiedsvisies), waarin gewenste ontwikkelingen of projecten worden omschreven die echter inhoudelijk nog wel gebiedsgericht moeten worden uitgewerkt, onderling geprioriteerd en financieel worden afgewogen binnen de meerjarig beschikbare middelen. Hier ligt de relatie tussen het pijplijnoverzicht en de Investeringsagenda “Het goede leven”. Deze categorie is wellicht het meest vaag maar gezien de omvang van deze investeringen is het wel van belang dat ze vroegtijdig in beeld zijn. Benadrukt wordt dus, dat de bestuurlijke status van de op het pijnlijnoverzicht opgenomen projecten sterk kan wisselen. Het is geenszins zeker dat een op dit overzicht opgenomen project uiteindelijk ook gerealiseerd zal worden. Hetzelfde geldt voor de opgenomen investeringsomvang, ook die dient in dit overzicht als richtinggevend te worden aangemerkt.

Het pijplijnoverzicht is dus geen projectplanning maar geeft wel een goed inzicht in de bestuurlijke en financiële opgave die de gemeente Vijfheerenlanden heeft, wat betreft de in komende jaren inhoudelijk nog uit te werken, bestuurlijk af te wegen en eventueel financieel in te plannen projecten.

Kadernota 2026-2029

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=be45db7e-99ac-4329-9454-f290941cdef2