Kadernota 2026-2029
Tekst van het document
6+
KADERNOTA 2026-2029
Inhoud 1 Inleiding en leeswijzer .............................................................................2 2 Nieuwe ontwikkelingen ............................................................................6 2.1 Autonome ontwikkelingen ...............................................................6 2.2 Overige ontwikkelingen ..................................................................7 2.3 Actualiteiten Gemeentefonds .........................................................12 2.4 Risico’s .......................................................................................13 3 Financieel meerjarenbeeld ......................................................................15 3.1 Voortschrijdend beeld meerjarenperspectief 2026-2029 ....................15 3.2 Toezichtsregime Provincie Utrecht ..................................................16 4 Sociaal meerjarenbeeld ..........................................................................17 4.1 Van zorgen voor naar samen leven .....................................................17 4.2 Waar staan we en wat gaan we doen? ................................................20 4.3 Uitdagingen, risico's, en gevolgen ......................................................22 5 Ombuigingen ........................................................................................23 5.1 Inleiding
.....................................................................................23 5.2 Uitgevoerde procesactiviteiten sinds de Kadernota 2025 ...................23 5.3 Ombuigingsvoorstellen voor de meerjarenbegroting 2026-2029 .........24 5.4 Samenvatting financiële gevolgen ombuigingsvoorstellen ..................30 6 Samen verder bouwen ...........................................................................32 7 Investeringsagenda “Het goede leven” .....................................................34 7.1 Inleiding ......................................................................................34 7.2 Welke typen investeringen zijn nodig en waarom? .............................34 7.3 Rolverdeling raad - college .............................................................44 7.4 Actuele ontwikkelingen woningbouwagenda ......................................45 Bijlage 1 Pijplijnoverzicht ..........................................................................49
Kadernota 2026-2029
1
1 Inleiding en leeswijzer Wij bieden u de Kadernota 2026 aan. Deze kadernota is tot stand gekomen in een tijd waarin er veel onzekerheid heerst over de financiële positie van alle gemeenten in Nederland. Al enige jaren kondigde het ravijnjaar 2026 zich aan; het moment dat de bekostiging van gemeentelijke taken door het rijk via het Gemeentefonds fors terug loopt. We hebben ons hier de afgelopen jaren proactief op voorbereid. Hierdoor hebben we een deel van de effecten kunnen opvangen met eigen middelen en technische ombuigingen. We zijn nu echter op het punt gekomen dat we zonder ingrijpende ombuigingen geen sluitend financieel perspectief kunnen opstellen. De invulling van de ombuigingsopgave vormt hiermee een centraal thema in deze kadernota. Het voorstel met de onderbouwing vindt u verderop in de kadernota (hoofdstuk 5). De onderwerpen die hierin zijn opgenomen zijn besproken in een opiniërende bijeenkomst van de commissie Algemene Zaken op 10 april 2025. Het college heeft met uw inbreng uit deze bijeenkomst het totale pakket aan geïnventariseerde ombuigingen beoordeeld, ook in relatie tot de effecten van de Voorjaarsnota en meicirculaire. Dit heeft geleid tot het voorstel dat is in deze kadernota is opgenomen. Het (demissionaire) kabinet Schoof heeft in april de Voorjaarsnota 2025 vastgesteld.
In de Voorjaarsnota 2025 zijn enkele ontwikkelingen opgenomen die effect hebben op de hoogte van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Zo wordt er structureel ruim € 400 miljoen beschikbaar gesteld voor de demping van de terugval van het Gemeentefonds. Ook wordt, conform advies van de deskundigencommissie Van Ark, een structurele toevoeging van € 414 miljoen verwerkt waarmee het tekort op het budget voor de jeugdzorg gelijk over rijk en gemeenten wordt verdeeld. Bovendien wordt het ingroeipad van de Hervormingsagenda Jeugdzorg verzacht, waardoor er incidenteel nog aanvullende middelen (voor de jaren 2026 € 498 miljoen en voor 2027 € 447 miljoen) in het Gemeentefonds worden gestort. De Voorjaarsnota 2025 laat niet alleen voordelen zien. Nadrukkelijk staan er vanaf 2028 ook nadelen in opgenomen voor het Gemeentefonds, zoals de invoering van een eigen bijdrage jeugdzorg en de indexering van besparingen op de Hervormingsagenda. Maatregelen waarmee het ravijnjaar niet wordt opgelost maar eigenlijk naar achteren wordt geschoven. De mutaties die via de Voorjaarsnota 2025 uitmonden in een aanpassing van de uitkering uit het Gemeentefonds (op basis van de meicirculaire), zijn dermate van aard dat voor de Kadernota 2026 een ander proces is gevolgd dan gebruikelijk. De uitwerking van de meicirculaire is op uw verzoek integraal verwerkt in de kadernota.
Zo ontstaat het meest actuele beeld van de financiële positie op basis waarvan keuzes kunnen worden gemaakt. Samenvattend kunnen we stellen dat de uitkomsten van de meicirculaire een verbetering laten zien van de financiële positie, maar dat we zonder toepassing van ombuigingen nog steeds jaarlijks tekorten zien. In onderstaande tabel is het meerjarenperspectief in beeld gebracht:
Kadernota 2026-2029
2
x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Saldo meerjarenbegroting 2025-2028
-6.249
-3.024
-2.961
-2.961
Ombuigingstaakstelling begroting 2024 en verder
-2.500
-2.500
-2.500
-2.500
Beginstand meerjarenbeeld 2026-2029
-8.749
-5.524
-5.461
-5.461
Resultaat 1e bestuursrapportage 2025 Autonome en overige ontwikkelingen
-1.115
-1.115
-1.115
-1.115
-3.835
-3.725
-3.725
-4.850
Effecten meicirculaire gemeentefonds
10.059
7.447
3.624
4.337
Voorlopig resultaat (exclusief ombuigingen)
-3.640
-2.917
-6.677
-7.089
Voorstel ombuigingen
6.190
8.446
9.298
9.248
Saldo Kadernota 2026-2029
2.550
5.529
2.621
2.159
De beginstand van het meerjarenbeeld en het gestarte ombuigingsproces maken dat we uiterst terughoudend moeten zijn met het opnemen van nieuw beleid. Daarom zijn de autonome en overige ontwikkelingen beoordeeld op drie criteria: 1. Het voorstel moet onvoorzien zijn; 2. Het voorstel moet onuitstelbaar zijn; 3. Het voorstel moet onontkoombaar zijn. Door deze beoordeling hebben we het aantal nieuwe ontwikkelingen beperkt weten te houden. Dit neemt niet weg dat er als gevolg hiervan een nadelig effect optreedt. De uitkomsten van de meicirculaire van het Gemeentefonds zijn opgenomen in het financiële beeld van deze kadernota. Een belangrijk onderdeel van de meicirculaire wordt gevormd door de uitwerking van de Voorjaarsnota 2025 van het kabinet. In de Voorjaarsnota 2025 is een gedeeltelijke structurele tegemoetkoming voor het ravijnjaar opgenomen en een structurele compensatie voor de hogere kosten van jeugdzorg. Dit levert in de eerste jaren (2025 t/m 2027) voordelen op ten opzichte van onze eerdere verwachtingen. Deze handreikingen worden in het meerjarenperspectief echter grotendeels teniet gedaan door aanvullende rijksombuigingen vanaf 2028. Zonder de toepassing van ombuigingen blijft het structureel resultaat tekorten laten zien. De verbeterde financiële perspectieven door de effecten van de meicirculaire geven wel wat ruimte in het ombuigingspakket.
Dat, en de beelden vanuit de opiniërende bespreking in de commissievergadering van 10 april 2025, is meegenomen in het voorstel voor het ombuigingspakket dat nu voorligt. Met de verwerking van het ombuigingspakket laat het meerjarenbeeld 2026-2029 een continu structureel positief saldo zien. Het financieel perspectief was een scenario van structurele tekorten, teruglopende solvabiliteit en verscherpt financieel toezicht door de provincie. Door de ombuigingen gaan we naar de situatie waarin wij via positieve resultaten onze vermogenspositie (en daarmee de solvabiliteit) stabiel kunnen verbeteren, ons weerstandsvermogen op peil houden en het financieel toezicht op het reguliere niveau kunnen handhaven. De positieve resultaten creëren ook een buffer voor de onzekerheid die is ontstaan als gevolg van de val van het kabinet. De uitkomsten van de aankomende verkiezingen en de vorming van het nieuwe kabinet brengen ook onzekerheid ten aanzien van de financiële perspectieven.
Kadernota 2026-2029
3
Het is geen eenvoudige opgave om tot ombuigingen over te moeten gaan. Iedere keuze wordt gevoeld; we moeten minderen in de dienstverlening aan de inwoners en ondernemers. Ook als gemeentelijke organisatie halen we de broekriem aan. Dat alles betekent soms een teruggang in het voorzieningenniveau, een stijging van de lokale heffingen en soms een omslag in het werken en denken. Dit besef leeft bij u, bij het college, de gemeentelijke organisatie maar vooral bij de inwoners en ondernemers in Vijfheerenlanden. Maar we staan nu op een punt dat we gezamenlijk ingrijpende maar duidelijke keuzes moeten maken. Zodat we een financieel gezonde gemeente kunnen blijven om onze dienstverlening op niveau kunnen blijven voortzetten. We hebben samen met uw raad een uitgebreid proces doorlopen om tot de keuzes voor de ombuigingen te komen. Om inzicht te krijgen in alle mogelijke ombuigingen hebben we een dashboard ter beschikking gesteld. Daarnaast was er de afgelopen maanden ruimte voor opiniërende discussies en participatiebijeenkomsten. Zo hebben we samen met u onze bestuurlijke opdracht vorm kunnen geven, met als resultaat deze kadernota. Hiervoor bedanken wij u ten zeerste. Met de Kadernota 2026 bieden wij u een kader waarmee we op een maatschappelijk en financieel verantwoorde wijze de komende jaren verder invulling kunnen gaan geven aan het goede leven in Vijfheerenlanden. De secretaris,
De burgemeester,
W.J. (Judith) de Jonge
S. (Sjors) Fröhlich
Kadernota 2026-2029
4
Leeswijzer In deze kadernota beschrijven we een aantal ontwikkelingen die we zien aankomen en kunnen kwantificeren. We doen voorstellen voor het sluitend maken van het meerjarenperspectief. En we informeren u over de investeringsagenda “Het goede leven”, de voorgestelde ombuigingen en een aantal actuele onderwerpen die we nu nog niet kunnen kwantificeren. In hoofdstuk twee zijn de (nieuwe) ontwikkelingen opgenomen, zoals de autonome ontwikkelingen van lonen en prijzen, bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, kosten voortkomend uit de uitvoering van moties en raadsvoorstellen en de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Onder de noemer “risico’s” zijn een aantal onderwerpen opgenomen die nu nog niet genoeg zijn uitgekristalliseerd en nog niet kunnen worden gekwantificeerd. In hoofdstuk drie wordt een geactualiseerde inschatting van het financieel perspectief gegeven. Hierbij hebben wij – waar mogelijk – de hiervoor genoemde ontwikkelingen financieel vertaald en de structurele doorwerking van eerder genomen besluiten verwerkt. In hoofdstuk vier wordt de visie op de ombuigingen in het sociaal domein beschreven. In hoofdstuk vijf worden vervolgens alle voorgestelde ombuigingen toegelicht. In hoofdstuk zes wordt ingegaan “Samen verder bouwen”, het programma dat zich richt op de organisatieontwikkeling.
Hoofdstuk zeven tot slot omvat de investeringsagenda “Het goede leven”. De kadernota heeft één bijlage. In deze bijlage is het doorontwikkelde pijplijnoverzicht opgenomen.
Kadernota 2026-2029
5
2 Nieuwe ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden alle afzonderlijke ontwikkelingen beschreven. De financiële recapitulatie vindt u terug in hoofdstuk drie.
2.1
Autonome ontwikkelingen
Algemene loon- en prijsontwikkeling We baseren onze loon- en prijsbijstellingen op het Centraal Economisch Plan dat het Centraal Plan Bureau (CPB) in februari 2025 heeft gepubliceerd. Dit plan geldt als onderlegger voor de Voorjaarsnota van het Rijk en daarmee ook weer voor de bijstelling van het Gemeentefonds. Voor de lonen en prijzen nemen we een gecombineerde stelpost op van € 3,2 miljoen (€ 1,2 miljoen lonen en € 2 miljoen materiële uitgaven, gemeenschappelijke regelingen etc.). Lonen Voor de verwachte loonontwikkeling gaan we uit van de prognose “Loonvoet sector overheid”. Voor de begroting 2025 werd een verwachte stijging van 4,4% door het CPB afgegeven, dit hebben wij afgerond op 5% en structureel verwerkt. De afronding wordt ingezet voor de bekostiging van overige personele kosten die voortkomen uit Caoafspraken. Voor 2026 geeft het CPB een verwachte stijging van de loonvoet af van 2%. Om ook invulling te kunnen geven aan overige afspraken die voortkomen uit Cao-afspraken rekenen we met de aanname van een stijging van 2,5%. Deze verwachting verwerken we in het bijgestelde meerjarenperspectief. Prijzen Voor de verwachte prijsontwikkeling gaan we uit van het nationaal consumentenprijsindex (CPI). Voor de begroting 2025 werd een verwachte stijging van 2,8% door het CPB afgegeven. In de meest recente prognose is dit bijgesteld naar 3,2%.
Het verschil van 0,4%-punt wordt meegenomen bij de bepaling van de indexatie van de belastingen. Voor 2026 geeft het CPB nu een verwachte stijging af van 2,6% CPI. Deze verwachting verwerken we in het bijgestelde meerjarenperspectief, in de vorm van een nader te verdelen stelpost, voor het opvangen van stijgende lasten. Belastingen en leges De tarieven van gemeentelijke heffingen worden jaarlijks geïndexeerd. Hiervoor hanteren we de CPI, die voor 2026 wordt geprognotiseerd op 2,6%. Deze prognose corrigeren we voor het verschil tussen de toegepaste indexatie in 2025 en de bijgestelde indexatie voor 2025. De toegepaste indexatie is 2,8%, maar het CPB heeft de indexatie voor 2025 bijgesteld naar 3,2%. Het verschil van 0,4 procentpunt wordt toegevoegd aan de verwachting voor 2026, zodat deze op 3% uitkomt. De heffingen stijgen hierdoor met € 0,6 miljoen. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing hanteren we als uitgangspunt dat de tarieven (maximaal) 100% kostendekkend zijn. Subsidies De subsidiebudgetten worden conform de bepalingen in de subsidieverordening jaarlijks geïndexeerd op basis van de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA).
Kadernota 2026-2029
6
Huren De huurtarieven voor gemeentelijk vastgoed worden jaarlijks geïndexeerd. In de nog vast te stellen nota Beleid verhuur en gebruik gemeentelijke gebouwen vanaf 2026 zijn hiervoor de uitgangspunten opgenomen. Ten aanzien van de indexatie hanteren we als uitgangspunt de CPI zoals bepaald in de onderliggende huurovereenkomsten. Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke regelingen dragen in een belangrijke mate bij aan de realisatie van de gemeentelijke taken, ofwel verlengd lokaal bestuur. Het belang en de omvang van gemeenschappelijke regelingen zijn de laatste jaren toegenomen. De bijdragen aan deze organisaties zijn navenant gegroeid. De gemeenschappelijke regelingen waarin Vijfheerenlanden deelneemt zijn divers in omvang en deelnemerssamenstelling. En hoewel via de diverse bestuurlijke en ambtelijke gremia invloed kan worden uitgeoefend, is het in de praktijk moeilijk om als deelnemer c.q. eigenaar van zo’n samenwerking goed grip te houden op de (financiële) keuzes. Om dit te verbeteren, zoeken we in de gehele Utrechtse regio naar een gedeelde aanpak om succesvollere sturing uit te kunnen oefenen. Zodoende kunnen we gemeenschappelijke regelingen ook verantwoordelijkheid laten dragen in vraagstukken zoals de ombuigingen als gevolg van het ravijnjaar. We verwachten hier gezamenlijke resultaten te kunnen behalen vanaf de begroting 2027.
Bij de beoordeling van de ingediende begrotingen en jaarstukken van verbonden partijen hanteren we de richtlijn dat een stijging van de bijdrage slechts kan plaats vinden als dit voort komt uit loon- en prijsindexatie. Vastgestelde begrotingen van gemeenschappelijke regelingen vormen een verplichte uitgave in het kader van de Gemeentewet. Dit is hiermee een autonome ontwikkelingen die wij op de begroting moeten brengen. Via de stelpost prijsstijging hebben we een aanname van de stijging van materiele lasten in de kadernota verwerkt, waaronder de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een hogere (of lagere) bijdrage wordt via de stelpost verwerkt. Areaalontwikkelingen Areaalontwikkelingen komen met name voort uit de realisatie van ruimtelijke projecten. Het bestaande areaal wordt uitgebreid en hieruit komen kosten voort op basis van bestaande beheerplannen. Dit zijn autonome ontwikkelingen en worden als zodanig verwerkt in de kadernota en begroting. Toename areaal openbare ruimte Broekgraaf en Hoef en Haag Door overdracht van openbare ruimte na ontwikkeling van de gebieden Broekgraaf en Hoef en Haag is het areaal in gemeentelijk beheer toegenomen. Dit betreft met name nieuwe watergangen en openbaar groen. Als gevolg hiervan stijgen de jaarlijkse onderhoudslasten voor het baggeren en onderhoud van beschoeiingen en openbaar groen met € 100.000.
2.2
Overige ontwikkelingen
Planomzetting op grond van de Omgevingswet Op basis van de beschikbare budgetten in de begroting en de door het rijk toegezegde tegemoetkoming in de kosten voor de implementatie van de Omgevingswet is een meerjarenbegroting vastgesteld, alsmede een plan van aanpak voor de planomzetting. Vervolgens is de planomzetting qua specialistische expertise voor de eerste twee deelplannen Europees aanbesteed. Uit de vergunde aanbesteding en daarmee aanvaarde offerte bleek dat de kosten met betrekking tot de eerste twee deelgebieden fors duurder
Kadernota 2026-2029
7
uitvielen. Omdat deze marktontwikkeling een landelijke trend is, zijn eerst - gaandeweg de uitvoering - de ontwikkelingen qua rijksbijdragen afgewacht. Eind 2024 is het bericht ontvangen dat het kabinet de rijksbijdragen vermindert in plaats van verruimt; dit terwijl door de complexiteit van de planomzetting de benodigde investering alleen maar toeneemt. Dat betekent dat ook met de efficiënte insteek van het gemeentelijk plan van aanpak (beleidsneutraal/gelijkwaardig, dus niet in alles investeren om te kunnen komen tot gedetailleerd maatwerk) de huidige meerjarenbegroting vanaf 2026 onvoldoende middelen omvat om uitvoering te geven aan het plan van aanpak en zodoende aan de Omgevingswet te voldoen. Als gevolg hiervan vindt een bijstelling van de raming plaats van € 283.000 in 2026 en vanaf 2027 € 502.000 structureel. Implementatie Soortenmanagementplan Het Soortenmanagementplan (SMP) is een werkwijze die voorziet in de bescherming van populaties gebouw bewonende diersoorten met de bijbehorende compenserende maatregelen en natuurvriendelijk isoleren. Een SMP is hét instrument om ervoor te zorgen dat wij niet actief betrokken zijn (en daarmee niet verwijtbaar handelen) bij overtredingen van de wet (voorheen Wet natuurbescherming [Wnb], nu opgenomen in de Omgevingswet) door inwoners/bedrijven/woningcorporaties en de eigen organisatie.
Zonder SMP moet voor elke te isoleren woning/gebouw, elke uitbouw en elke dakkapel een apart ecologisch onderzoek worden uitgevoerd en een vergunning te worden aangevraagd. Dit heeft een relatie met het Nationaal Isolatie Programma (NIP). Het SMP-traject bestaat uit drie fases, te weten: 1. de compensatiefase (10%) 2. de onderzoeksfase (55%) 3. de implementatiefase (35%) In 2024 hebben we de compensatiefase gestart en afgerond, waarna de onderzoeksfase is opgestart. Deze fase wordt in 2025 afgerond. Vervolgens gaan we een implementatieplan opstellen om fase drie (de implementatie) in 2026 uit te kunnen voeren. Voor de implementatiefase is nog geen budget voorzien. Bij de start van de procedure van de aanvraag van het pre-SMP in 2023 was nog niet voldoende helder wat de kaders en richtlijnen waren en kon niet worden voorzien hoe het proces na de onderzoeksfase (de implementatie) vormgegeven kon/moest worden. Derhalve konden er nog geen middelen worden opgenomen. De pre-SMP vergunning is afgegeven op 28 maart 2024 en die is geldig voor twee jaar. Op 28 maart 2026 moet voldaan zijn aan de eisen (compensatiemaatregelen) om de definitieve SMP-vergunning te verkrijgen waarna implementatie plaats dient te vinden om de SMP-vergunning te kunnen doorschrijven.
Kadernota 2026-2029
8
Implementatiefase SMP
Incidenteel
Compensatiemaatregelen
130.000
Implementatiekosten
250.000
Uitvoering soortenmanagementplan
180.000
Provinciale subsidie compensatiemaatregelen
-116.000
Provinciale subsidie implementatie
-222.000
Benodigde middelen
Structureel
42.000
180.000
De compensatie en implementatie wordt deels bekostigd vanuit provinciale subsidiegelden. Er resteert een incidentele post van € 42.000 en een structurele post van € 180.000 die vanuit de gemeente moet worden bekostigd bij implementatie. Waar mogelijk worden de kosten verlegd naar de vergunningaanvrager. De mogelijkheden hiertoe zijn echter beperkt, daarom zijn de lasten opgenomen in deze kadernota. ICT visie 2025-2029 (Fase 1) Op basis van de informatie die we momenteel beschikbaar hebben geven we u hierbij in zicht in de te verwachten kosten. Het is belangrijk te beseffen dat ICT-uitgaven zich vaak moeilijk laten voorspellen op de lange termijn. Daarom zijn de genoemde bedragen indicatief en kan er in de toekomst sprake zijn van aanpassingen. We kijken bewust vooruit tot 2027 (fase 1). Dit biedt ons de flexibiliteit om onze plannen te herzien en aan te passen naarmate meer duidelijkheid ontstaat over de exacte kosten en vereisten. Wanneer er ontwikkelingen zijn die invloed hebben op de benodigde middelen houden wij u hiervan op de hoogte in de bestaande P&C producten. Uitvoeringsprogramma De ICT-visie wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Voor de uitvoering van projecten wordt gekeken naar onderlinge afhankelijkheid en volgordelijkheid. Op basis daarvan prioriteiten gesteld. Voor een aantal projecten worden additionele kosten gemaakt.
Dit zijn de projecten Data-architectuur, kunstmatige intelligentie, legacy applicaties, project Microsoft365 en e-mail archivering. Data-architectuur Om aan de groeiende behoefte aan data-gebruik, veilig beheer en uitwisseling van informatie te voldoen, wordt een nieuwe data-architectuur gebouwd. Deze is essentieel voor het behalen van onze doelen. Kunstmatige intelligentie (AI) We voeren een pilot uit om te onderzoeken op welke manier AI een meerwaarde heeft voor de organisatie. Het opgenomen bedrag bestaat uit de verwachte structurele kosten om als organisatie veilig met AI te kunnen werken. Legacy applicaties Onder legacy applicaties verstaan wij applicaties die in het verleden gebruikt werden, na een aanbesteding zijn vervangen, maar nog gebruikt worden voor bijvoorbeeld raadpleging door middel van een raadpleeglicentie. In verband met beperkt gebruik worden deze applicaties niet meer volledig onderhouden. Niet alleen het totaal aantal te beheren applicaties neemt hierdoor toe, maar ook lopen we een verhoogd veiligheidsrisico. Het opgenomen bedrag bestaat uit de structurele licentiekosten voor een centrale applicatie voor het veilige beheer van deze oude applicaties en een incidenteel bedrag voor het migreren van de data uit legacy applicaties.
Kadernota 2026-2029
9
Projectinitiatie Microsoft365 Doordat we steeds meer gaan werken in de cloud zijn aanpassingen van zowel de beveiliging als de toegang nodig in ons deel van het netwerk. Het opgenomen bedrag is bedoeld voor ondersteuning bij de projectinitiatiefase. Hier brengen we in kaart wat de gevolgen zijn voor de organisatie, welke behoefte er is, welke risico’s er zijn en hoe de overgang de organisatiedoelen ondersteunt. Ook brengen we de kosten en baten in kaart. De verwachting is dat eventuele kosten vooral zullen bestaan uit (incidentele) opleiding en training van onze medewerkers en eventuele migratie van data. Als er structurele aanvullende kosten zijn zal dit met een apart voorstel aan u voorgelegd worden. E-mail archivering Om te voldoen aan de archiefwet, moet e-mail van sleutelfunctionarissen zeven jaar bewaard worden. Het opgenomen bedrag zijn de implementatiekosten. ICT visie en data architectuur
Incidenteel
Structureel
Data architectuur
46.800
Support
60.000
Kunstmatige intelligentie
25.000
50.000
Legacy applicaties
85.000
15.000
Projectinitiatie Microsoft365
75.000
E-mail archivering
50.000
Benodigde middelen
235.000
171.800
Circulair en schoon Nederland en de gemeente Vijfheerenlanden moeten in 2050 volledig circulair zijn en in 2030 voor de helft. Maar dat doel raakt door een gebrek aan urgentie steeds verder uit beeld. Versnelling is noodzakelijk, dit onderschrijft het kabinet ook. Dit blijkt uit de ondertekening van de Krachtenbundeling Rijk-Regio voor de Circulaire Economie 20252026. De effecten van ons grondstoffengebruik zijn de reden waarom er op gebied van Energie, Klimaat en Biodiversiteit urgente maatregelen moeten worden genomen. Oftewel, maatregelen op het gebied van Circulariteit zijn dermate onvoorzien dat de discussie over Energie, Klimaat en Biodiversiteit gaat, in plaats van over de onuitstelbare noodzaak om de grondstoffentransitie prioriteit te geven. Het uitblijven van actie op ons grondstoffengebruik zorgt voor onoverkomelijke problemen op de andere duurzaamheidsthema's en versterkt onze afhankelijkheid van schaarse grondstoffen.
Kadernota 2026-2029
10
In onderstaand programma is weergegeven met welke activiteiten we hier de komende jaren naar toe willen gaan werken. Circulair en Schoon 2026
Incidenteel
Inwoners en preventie: Herbruikbare hygieneproducten; zindelijksheidstraining; verpakkingen; voedselverspilling
20.000
Inwoners en preventie: Terugdringen Single Use Plastics (SUP) bij evenementen
15.000
Inwoners en preventie: Delen, lenen, hergebruik, reparatie stimuleren Bouw en openbare ruimte: Ambitiedocumenten opstellen voor fysieke domein (incl evaluatie en monitoring)
Structureel
15.000
10.000
Bouw en openbare ruimte: Aansluiten bij ten minste één materialenbank/depot
3.000
Lokale economie: Gaasperwaard III
25.000
Lokale economie: E-waste voor bedrijven
5.000
Maatwerk afval en grondstoffen: Sponsor- en rommelmarktregeling, Gele deksels; Netwerkbijeenkomsten, kennisdeling, branchebijeenkomsten Partnerschappen (Groene Hart, UCAN, Schone Lek, the Bin etc.)
25.000 2.500 25.000
Duurzame Koplopersproject
2.500
Benodigde middelen
77.500
70.500
Subsidie Stichting Duurzaam Vijfheerenlanden Stichting Duurzaam Vijfheerenlanden (SDVHL) ontvangt vanaf 2023 voor een periode van drie jaar subsidie voor het Project Natuur en Duurzaamheidseducatie (NDE) bestaande uit: a) Coördinatie van NDE-aanbod aan (basis)scholen in Vijfheerenlanden; b) Inhoudelijke ontwikkeling en integratie van het aanbod; c) Uitvoeren van educatie primair onderwijs; d) Begeleiden van docenten; e) Bieden van faciliteiten, waaronder menskracht (vrijwilligers); f) Opleiden van educatiemedewerkers; g) Adviezen aan scholen. Om deze projecten na 2025 te kunnen blijven uitvoeren in de toekomst en een bredere rol op te kunnen pakken binnen duurzaamheid in de gemeente Vijfheerenlanden heeft SDVHL een structurele subsidie aangevraagd om: • Verder te kunnen werken aan haar duurzame ambities d.m.v. natuur- en duurzaamheidseducatie (NDE) gericht op jong en oud(er) en zo bij te dragen aan het realiseren van gemeentelijke duurzame doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie en een circulaire samenleving (zie a t/m g hierboven). • het verbinden met en ondersteunen van (andere) initiatieven gericht op duurzaamheid binnen de gemeente Vijfheerenlanden in brede zin. Op deze wijze ontstaat een stevig netwerk waarin initiatieven van elkaar kunnen leren en samen optrekken (bij het aantrekken en activeren van vrijwilligers).
Op die manier wordt
Kadernota 2026-2029
11
•
ook gewerkt aan het vergroten van duurzaam bewustzijn en handelingsperspectief van de inwoners in Vijfheerenlanden. Het mogelijk te maken additionele financiering bij externe fondsen te werven ten behoeve van duurzaamheidsactiviteiten, programma’s en hierdoor een bijdrage te leveren aan het behalen van duurzaamheidsdoelen binnen de gemeente Vijfheerenlanden.
Om de positieve resultaten die tot nu toe al zijn gerealiseerd te kunnen voortzetten en de mogelijkheid te benutten om het thema duurzaamheid breed, éénduidig en overkoepelend te positioneren binnen de gemeente is het voorstel om hiervoor voor de duur van drie jaar een subsidie van € 75.000 op te nemen in de Kadernota. Aime Bonnastraat, verkeersveiligheid Het strategisch plan Verkeersveiligheid wordt nog verder uitgewerkt in een meerjarig uitvoeringsprogramma. De aanpak van deze prioriteitslocatie vanuit het strategisch plan Verkeersveiligheid dient echter eerder tot uitvoering te komen. Daarom worden de kapitaallasten (€ 25.000) van dit onderdeel uit het programma nu al via de Kadernota op de begroting gebracht. Voor dit project is ook cofinanciering vanuit provinciale subsidiegelden mogelijk. Sportcentrum Berenschot en Cultureel centrum Het Dak In het pijplijnoverzicht in de begroting 2025 is dit onderwerp al aangekondigd. Er vindt nu onderzoek plaats naar welke mogelijkheden er zijn ten aanzien van de instandhouding van zwembad Berenschot en Cultureel centrum Het Dak. Het is nu nog niet aan te geven of het uiteindelijk om een renovatievariant of een nieuwbouwvariant zou gaan. Los van de keuze lijken de kapitaallasten voortkomend uit de investering voor iedere variant uit te komen op ongeveer € 1,2 miljoen.
Om de investering mogelijk te maken, nemen we deze lasten in het meerjarenperspectief op in 2029, het laatste jaar binnen de scope van de Kadernota 2026.
2.3
Actualiteiten Gemeentefonds
Voor het opstellen van de kadernota 2026-2029 wordt voor de financiële middelen uitgegaan van de meicirculaire 2025. Echter zijn sinds de ontvangst van de septembercirculaire alweer enige maanden verstreken waarin nieuwe ontwikkelingen rond de financiering van de gemeenten hebben plaatsgevonden. Het kabinet heeft in de voorjaarsnota een aantal ontwikkelingen aangekondigd. Hieronder de belangrijkste punten. Voorjaarsnota 2025 In de Voorjaarsnota 2025 zijn enkele ontwikkelingen opgenomen die effect hebben op de hoogte van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Zo wordt er structureel ruim € 400 miljoen beschikbaar gesteld voor de demping van de terugval van het Gemeentefonds. Ook wordt, conform advies van de deskundigencommissie Van Ark, een structurele toevoeging van € 414 miljoen verwerkt waarmee het tekort op het budget voor de jeugdzorg gelijk over rijk en gemeenten wordt verdeeld. Bovendien wordt het ingroeipad van de Hervormingsagenda verzacht, waardoor er incidenteel nog aanvullende middelen (voor de jaren 2026 € 498 miljoen en voor 2027 € 447 miljoen) in het Gemeentefonds worden gestort.
Kadernota 2026-2029
12
(bron: Voorjaarsnota 2025, doorwerking van keuzes naar het Gemeentefonds)
De Voorjaarsnota laat niet alleen voordelen zien. Nadrukkelijk staan er vanaf 2028 ook nadelen in opgenomen voor het Gemeentefonds, zoals de invoering van een eigen bijdrage jeugdzorg en de indexering van besparingen op de Hervormingsagenda. Maatregelen waarmee het ravijnjaar dus niet wordt opgelost maar eigenlijk naar achteren wordt geschoven. Hier moeten echter nog besluiten over genomen gaan worden en over de wijze waarop invulling plaats moet gaan vinden gaat nog gesproken worden tussen rijk en VNG. Via de meicirculaire van het Gemeentefonds zijn deze aanvullende middelen over de gemeenten uitgekeerd.
2.4
Risico’s
Naast de hiervoor genoemde ontwikkelingen, hebben we ook te maken met een aantal zaken die wij op ons af zien komen die moeilijker te kwantificeren zijn. Omdat het belangrijke ontwikkelingen zijn willen wij ze hier toch alvast benoemen onder het kopje ‘risico’s’. Zodra hierover meer duidelijk wordt, zal dit in de desbetreffende planning en control-documenten een vervolg krijgen. Tijdelijke huisvesting onderwijs Hoef en Haag Vooruitlopend op de ontwikkelagenda voor de toekomst van Hoef en Haag vindt er momenteel onderzoek plaats naar de mogelijkheden en onmogelijkheden ten aanzien van locaties voor tijdelijke huisvesting. De uitdagingen op dit gebied zijn uiteengezet in een RIB met kenmerk 1430945, d.d. 14-02-2025.
Kadernota 2026-2029
13
Het onderzoek is nodig om de geschiktheid, de haalbaarheid, de voorwaarden en de verkrijgbaarheid van de mogelijke locaties in beeld te krijgen. Flora- en fauna, archeologie, mobiliteit, toegankelijkheid, stikstof, energie en mogelijkheden voor verwerving moet worden onderzocht. Ook moeten aanbieders/bouwers van (tijdelijke) huisvesting worden bevraagd op ontwerp en levering. De verwachting is vooralsnog dat bij de Kadernota 2027 de omvang van de met de investering gemoeide lasten inzichtelijk zijn en opgenomen kunnen worden in het financieel meerjarenperspectief. Verbod klepelmaaien Voor het onderhoud van oevers en waterkanten mogen geen klepelmaaiers meer worden gebruikt. Volgens het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur worden bij het gebruik van de klepelmaaier te veel insecten gedood, wat slecht is voor de biodiversiteit. Het verbod is het gevolg van strengere natuurwetgeving die vanaf 1 januari 2025 is ingegaan. Klepelmaaiers, die begroeiing fijn hakken met draaiende klepels, mogen dan alleen nog bij hoge uitzondering worden gebruikt. In plaats daarvan moet worden overgestapt op een messenbalk of schijvenmaaier, waarbij de insectensterfte lager is. Welke effecten dit verbod heeft op de bestaande onderhoudsbestekken is nu nog niet inzichtelijk.
Regiodeal De Fundamentele Waarde(n) van het Groene Hart Op woensdag 30 oktober 2024 is het voorstel Regiodeal De Fundamentele Waarde(n) van het Groene Hart ingediend door de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Lopik, Krimpenerwaard, Molenlanden en Vijfheerenlanden. Het voorstel bestaat uit drie pijlers: 1. Vitale kernen en buitengebied met sterke gemeenschappen; 2. Toekomstbestendige landbouw en een breed economisch perspectief; 3. Een gezond iconisch landschap met een hoge belevingswaarde. Onder deze pijlers hangen doelen en programma’s. De uiteindelijke rijksbijdrage bedraagt € 18 miljoen voor het samenwerkingsverband. Momenteel werken gemeenten, regio partners en het Rijk aan de uitwerking van het voorstel tot een Regio Deal. In dit zogenoemde “dealmakingproces” wordt een definitief plan opgesteld met een overzicht van projecten en goede budgetverdeling en cofinanciering. De komende periode worden de projecten verder uitgewerkt en wordt in overleg met alle betrokken gemeenten bepaald welke projecten mede vanuit de regiodeal zullen worden gefinancierd. De genoemde cofinanciering wordt gevormd door een bijdrage van gemeenten, ondernemers en maatschappelijke organisaties en zijn deels financieel en deels ‘in natura’; in de vorm van uren.
Voor de bijdrage vanuit gemeente Vijfheerenlanden geldt dat een groot deel van de cofinanciering voor de projecten vanuit bestaande budgetten wordt gedekt. Een nadere uitwerking volgt in het derde kwartaal van 2025.
Kadernota 2026-2029
14
3 Financieel meerjarenbeeld 3.1
Voortschrijdend beeld meerjarenperspectief 2026-2029
Saldo meerjarenbegroting 2026-2029 Het startpunt voor de Kadernota 2026 wordt bepaald door het saldo van de vastgestelde meerjarenbegroting 2025-2028, na verwerking van de septembercirculaire 2024 via de eerste begrotingswijziging. Alle jaarschijven sluiten daarin met een positief saldo. Daarbij moet uitdrukkelijk worden vermeld dat dit niet mogelijk zou zijn zonder de opgenomen stelposten (voor het klifjaar/opschalingskorting en voor ombuigingen. Structurele effecten van de 1 e bestuursrapportage 2025 De structurele effecten voortkomend uit deze bestuursrapportage zijn vooruitlopend op de behandeling in uw raad verwerkt in het financieel perspectief van de Kadernota 2026. Voor een nadere toelichting op en een volledig overzicht van de overige ontwikkelingen wordt verwezen naar de rapportage zelf. Ombuigingstaakstelling en resultaat ombuigingen 2 e lijn Via de Kadernota 2024 en de meerjarenbegroting 2024-2027 zijn in drie fases (lijnen) taakstellende ombuigingen in de meerjarenbegroting opgenomen, om een structureel sluitende meerjarenbegroting te kunnen presenteren. De eerste twee lijnen (lijn 0 en lijn 1) zijn al ingevuld. De laatste lijn van € 2,5 miljoen vanaf 2026 moet nog worden ingevuld, dit vindt plaats via de ombuigingsvoorstellen die voorliggen in deze kadernota.
In het meerjarenbeeld is het voorstel voor het ombuigingspakket opgenomen onder de titel Voorstel ombuigingen. Geactualiseerd meerjarenbeeld x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Saldo meerjarenbegroting 2025-2028
-6.249
-3.024
-2.961
-2.961
Ombuigingstaakstelling begroting 2024 en verder
-2.500
-2.500
-2.500
-2.500
Beginstand meerjarenbeeld 2026-2029
-8.749
-5.524
-5.461
-5.461
Resultaat 1e bestuursrapportage 2025 Autonome en overige ontwikkelingen
-1.115
-1.115
-1.115
-1.115
Doorwerking loon- en prijsstijging
-3.200
-3.200
-3.200
-3.200
Doorwerking inflatie gemeentelijke heffingen
600
600
600
600
Planomzetting op basis van de Omgevingswet
-283
-502
-502
-502
Implementatie Soorten Managementplan
-222
-180
-180
-180
ICT visie en data architectuur
-407
-172
-172
-172
Toename areaal openbare ruimte Broekgraaf, Hoef en Haag
-100
-100
-100
-100
Circulair en Schoon, uitvoeringsprogramma
-148
-71
-71
-71
Subsidie Stichting Duurzaam Vijfheerenlanden
-75
-75
-75
-25
-25
Start uitvoeringsprogramma Strategisch Verkeersplan Berenschot/Het Dak, nieuwbouw of renovatie
-25 -1.200
Meicirculaire, inclusief middelen commissie van Ark
10.059
7.447
3.624
4.337
Voorlopig resultaat (exclusief ombuigingen)
-3.640
-2.917
-6.677
-7.089
Voorstel ombuigingen
6.190
8.446
9.298
9.248
Saldo Kadernota 2026-2029
2.550
5.529
2.621
2.159
Kadernota 2026-2029
15
3.2
Toezichtsregime Provincie Utrecht
De provincie fungeert als toezichthouder voor de gemeentelijke financiën en is hiermee complementair aan de kaderstellende en controlerende taak van de raad. Als toezichthouder vormt de provincie een oordeel over het structureel en reëel evenwicht van de begroting (en de meerjarenraming). Het oordeel wordt primair gebaseerd op het begrotingsjaar (2026). Als hier sprake is van reëel evenwicht volgt goedkeuring. Anders moet uit de meerjarenraming blijken dat er een structureel en reëel sluitende situatie ontstaat. Daarnaast heeft de toezichthouder een adviserende rol, maar grijpt ook in waar dat nodig is. Specifiek voor ombuigingen, bezuinigingen en taakstellingen beoordeeld de toezichthouder de hardheid en haalbaarheid. Uit de toezichtsbrief van de provincie Utrecht voor de begroting 2026: “Wij beoordelen uw structurele en reële begrotingspositie Uitgangspunt bij het financieel toezicht is dat u onder repressief toezicht blijft. Repressief toezicht betekent dat uw gemeente zonder onze voorafgaande goedkeuring de begroting kan uitvoeren. Voorwaarden om onder repressief toezicht te blijven zijn dat u ervoor zorgt dat uw begroting en/of meerjarenraming structureel in evenwicht is en dat de ramingen in uw begroting realistisch zijn (structureel en reëel evenwicht). Deze voorwaarden zijn opgenomen in de Gemeentewet.
Met “structureel in evenwicht” bedoelen we dat er tegenover de structurele lasten in ieder geval evenveel structurele baten (dekkingsmiddelen) staan. De incidentele lasten mogen worden gedekt door structurele en door incidentele baten. Met reëel evenwicht bedoelen we dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn en dat de opgenomen lasten voldoende zijn om de geplande taken te kunnen uitvoeren. In dit kader wijzen wij u ook op de Notitie incidenteel/structureel die in het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (Bofv) van 21 november 2023 is vastgesteld. Op basis van deze notitie is het gemeenten, onder voorwaarden, toegestaan een deel van het surplus van de algemene reserves in te zetten als structureel dekkingsmiddel. Financiële onzekerheden Wij begrijpen dat onzekerheden over de door de gemeenten te ontvangen rijksbijdragen vanaf 2026 het begrotingsproces bemoeilijken. Zo wordt de algemene uitkering van het Gemeentefonds met ca. € 2,3 miljard verlaagd en is nog niet duidelijk in hoeverre de adviezen over de middelen voor jeugdzorg uit het rapport van Ark door de regering worden opgevolgd. Net als u zijn wij ook in afwachting van de informatie in de komende meicirculaire.
Bij de beoordeling van uw begroting gaan wij er van uit dat u minimaal de meicirculaire 2025 in de ramingen verwerkt of, indien dit bij u gebruikelijk is, de septembercirculaire 2025. Mochten op landelijk niveau afspraken worden gemaakt die hiervan afwijken, dan brengen wij u zo spoedig mogelijk op de hoogte. Wij wijzen u er met nadruk op dat wij bij het toezicht op de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 geen andere uitgangspunten zullen hanteren dan gebruikelijk. Onze wettelijke rol als toezichthouder zullen wij blijven uitvoeren op de wijze die u de afgelopen jaren van ons gewend was. Van aanpassing van het toezicht is geen sprake.”
Kadernota 2026-2029
16
4 Sociaal meerjarenbeeld Binnen het Sociaal Domein streven we naar een vitale samenleving met inwoners die naar vermogen mee kunnen doen in sterke gemeenschappen. Dit is niet voor iedereen makkelijk of vanzelfsprekend. Het aantal hulpvragen van inwoners blijft daarom stijgen, daarbij neemt de complexiteit van deze vragen toe. De meeste hulpvragen worden beantwoord met zorg op maat, zorg die we niet zelf leveren. Hier kopen wij producten van zorgverleners en leveranciers voor in. Als dit zich zo voortzet, dan wordt de zorg onhoudbaar en onbetaalbaar. Dit heeft effect op de toegankelijkheid van zorg en ondersteuning. De wachtlijsten worden steeds langer, de ondersteuning die beschikbaar is wordt duurder en gezien de krapte op de arbeidsmarkt dienen we scherp toezicht te houden op de kwaliteit. Dit moet en kan anders! De transformatie in het Sociaal Domein is een ‘beweging naar de voorkant’ waarbij zorg en ondersteuning steeds meer worden georganiseerd vanuit de kracht van de samenleving in plaats van voornamelijk via professionele hulp. Dit betekent dat gemeenten en maatschappelijke partners proberen om formele zorg en ondersteuning (zoals professionele begeleiding) zo veel mogelijk aan te laten sluiten bij informele ondersteuning (zoals familie, vrienden, buren en vrijwilligers). Transformatie betekent ook dat je met elkaar accepteert dat niet alles op te lossen is.
Tegenslagen en het (ver)dragen daarvan horen ook gewoon bij het leven.
4.1 Van zorgen voor naar samen leven Met deze ombuigingen versnellen we de beweging naar de voorkant: ‘van zorgen voor naar samen leven’. • We gaan uit van een inclusieve samenleving waarin iedereen, ongeacht kwetsbaarheid of beperking, naar vermogen mee kan doen. • We ondersteunen en versterken waar mogelijk de sociale basis en investeren in het Sociaal Team en het brede netwerk in de hele keten, van partners in de sociaalpedagogische basis, met professionals in de jeugdgezondheidszorg, de kinderopvang, met scholen, jongerenwerkers, welzijnsorganisaties, sportverenigingen, huisartsen en met specialistische jeugdzorgaanbieders. Het Sociaal Team is laagdrempelig en zorgt voor passende ondersteuning voor wie dat noodzakelijk is. We sluiten aan bij de leefwereld van inwoners. • We kijken strikter wie er geïndiceerde zorg of ondersteuning nodig heeft en zorgen zo dat de zorg toegankelijk blijft voor degenen die dit het hardst nodig hebben. • Collectieve ondersteuning gaat daarbij vóór op individuele ondersteuning, inwoners in een kwetsbare situatie gaan vóór veerkrachtige inwoners en kinderen gaan vóór volwassenen. Daarbij hebben wij partners waarnaar wij terug en/of kunnen doorverwijzen. De wet- en regelgeving scheppen weliswaar ruimte voor het maken van scherpere keuzes in zorg en ondersteuning. Echter, dit moet nog wel bekrachtigd worden in lokale wet- en regelgeving.
En keuzes ook werkelijk maken, vraagt lef en doorzettingsvermogen. De voorgestelde beweging vraagt niet alleen een verandering in beleid. Het vraagt ook een cultuur- en gedragsverandering van zowel bestuurders, professionals en inwoners: meer eigen verantwoordelijkheid en met oog voor inwoners in een kwetsbare situatie die extra hulp nodig hebben.
Kadernota 2026-2029
17
Deze ombuigingenopdracht wordt vanuit drie programmalijnen opgepakt: 1. Sociale Basis 18-/18+ 2. Opvoeden & Opgroeien 183. Meedoen & Zelfredzaamheid 18+ Sociale basis 18-/18+ Sociale basis betekent in Vijfheerenlanden dat wat mensen in netwerken (groot en klein, informeel en formeel, georganiseerd en spontaan) met en voor elkaar doen. De sociale basis gaat over iedereen, jong en oud, kwetsbaar of niet en is van iedereen. De sociale basis is niet iets wat extern opgelegd kan worden en is bovendien afhankelijk van de bijdragen van velen. Dit biedt kansen en is kwetsbaar tegelijk. Een sterke sociale basis is voorwaardelijk voor het slagen van de beweging naar de voorkant. Een voorkant waarin inwoners een persoonlijk steunend netwerk hebben, waarin gemeenschapskracht bloeit en waarin professionals zo nodig laagdrempelig, kortdurend, en als het even kan inwoners met een zorg- en ondersteuningsvraag collectief ondersteunen. Daarom versterken we vanuit onze rol de sociale basis door samen met de maatschappelijke partners in te zetten op onder andere netwerkversterking, samenlevingsopbouw, elkaar ontmoeten en ondersteunen en positieve gezondheid.
Bron: Verwey Jonker Instituut
Bestaanszekerheid is een voorwaarde voor een sterke sociale basis: naar elkaar omkijken, je vrijwillig inzetten voor iets of iemand worden makkelijker als een inwoner sociaal krachtig is en geen last heeft van chronische (geld)stress. Bestaansonzekerheid leidt tot een verslechtering van de gezondheid en een grotere kans op sociale uitsluiting. Kinderen die opgroeien in armoede lopen vaak een achterstand op die moeilijk in te lopen is. We zetten daarom in op vroegsignalering en preventie van armoede om problemen te voorkomen of verminderen.
Kadernota 2026-2029
18
Een sterke sociale basis staat in Vijfheerenlanden gelijk aan ‘goed samen leven met een hoog welzijn voor iedere inwoner’. Een sterke sociale basis is daarmee voor ons een doel op zich. Tegelijk zien wij ook de instrumentele waarde: de sociale basis als middel. Vanwege de preventieve werking van wat er in de sociale basis gebeurt, ervaren inwoners minder (snel) problemen. De problemen die er zijn, worden eerder met elkaar opgelost of gedragen. Dit draagt bij aan de houdbaarheid van de zorg; een sterke sociale basis voorkomt of vertraagt het beroep op complexere en duurdere zorg en ondersteuning. Minder beroep op complexere en duurdere zorg en ondersteuning, kan de stijgende kosten van zorg en ondersteuning voorkomen of dempen. Sport & Cultuur Sport, bewegen en cultuurparticipatie spelen een belangrijke rol in een sterke sociale basis. Met een actieve leefstijl blijven mensen fit en kan stress verminderd worden. Sport en bewegen bieden bovendien kansen om mensen te ontmoeten en vriendschappen te sluiten en dragen zo bij aan verbinding. Ook door cultuurparticipatie ontstaat een gevoel van verbondenheid en voelen mensen zich fitter, gezonder en vrolijker. Het zorgt voor een toenemend zelfvertrouwen en een afname van (emotionele) eenzaamheid. Kortom: de verbinding tussen mensen neemt toe, zij ontwikkelen zichzelf en hun (mentale) veerkracht neemt toe.
Die verbondenheid tussen inwoners maakt en versterkt de sociale basis. Verminderen van inzet op bewegen is een lastige keuze die we toch moeten maken. Deze verminderde inzet raakt namelijk met name de meer (financieel) veerkrachtige inwoners, waardoor we het ondersteuningsniveau aan inwoners in een kwetsbare situatie overeind kunnen houden. We gaan hierbij uit van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid met maatschappelijke organisaties en inwoners en buigen zo om zonder af te breken. Tot nu toe vergoedt de gemeente het eerste uur bewegingsonderwijs in het basisonderwijs voor 50% ondanks dat scholen zelf verantwoordelijk zijn voor het bewegingsonderwijs. Door dit terug te brengen naar 25% kan € 135.000 worden bespaard. Wanneer de scholen hun taken op dit vlak niet op dezelfde wijze willen blijven uitvoeren, dan betekent dit dat de kwaliteit van het bewegingsonderwijs voor basisschoolleerlingen vermindert. Opvoeden & Opgroeien 18“De jeugd heeft de toekomst. Door veilig en gezond op te groeien, goed onderwijs te genieten, vrienden te maken, onbekommerd buiten te spelen, te bewegen en te sporten krijgen jeugdigen de goede start die zo belangrijk is.” De Nederlandse jeugd beschouwt zichzelf als één van de gelukkigste van Europa.
Anderzijds geven veel jeugdige aan te kampen met mentale gezondheidsproblemen; prestatiedruk (bijvoorbeeld in het onderwijs), de druk vanuit Social Media en zorgen over de toekomst (huisvesting, klimaat, bestaanszekerheid) veroorzaken onzekere, angstige of zelfs depressieve gevoelens. Onze jongeren hebben het goed, maar leven in een zeer complexe samenleving. Jarenlang is het antwoord hierop “jeugdhulp” geweest. Het aantal jeugdhulptrajecten is fors gestegen, ook in Vijfheerenlanden. Met als gevolg dat de jeugdhulp niet meer financieel houdbaar is. Daarnaast is de jeugdhulp door onder andere de lange wachtlijsten niet meer toegankelijk en beschikbaar voor kinderen in de meest kwetsbare situatie, bijvoorbeeld kinderen met een beschermingsmaatregel, met ernstige psychiatrische problematiek, met een beperking of chronische aandoening. Het in stand houden en waar nodig uitbreiden van de pedagogische en sociale basis is noodzakelijk. Wanneer ouders vanaf vroeggeboorte in staat zijn een veilige leef- en leeromgeving voor hun kinderen te creëren, des te groter is de kans dat kinderen gezond opgroeien. We houden collectieve voorzieningen in stand en waar nodig breiden we die
Kadernota 2026-2029
19
uit, zoals Onderwijszorgarrangementen (OZA's). We investeren dus in het sociaal domein om specialistische jeugdhulp af te kunnen bouwen. Meedoen & Zelfredzaamheid 18+ Niet alleen voor de jeugd, maar ook voor volwassenen in Vijfheerenlanden geldt dat de vraag van inwoners en de beschikbare middelen uit elkaar lopen. Zonder ingrijpen neemt dit alleen nog maar toe. Een groot deel van de beschikbare middelen wordt ingezet voor huishoudelijke ondersteuning. Als we de grenzen van de wet opzoeken kan een deel van de gebruikers met een lichtere vorm van huishoudelijke hulp of met een lagere frequentie af. Inzet van robotica kan ook hulp bieden, bijvoorbeeld in de vorm van een robotstofzuiger. We realiseren ons dat deze oplossing(en) deels ten koste gaan van de signaleringsfunctie door de huishoudelijk hulp. Echter, momenteel ontvangt iedereen met een indicatie huishoudelijke ondersteuning waarbij de hulp is opgeleid om ook zaken te signaleren. Niet iedereen heeft deze signalerende functie nodig. De landelijke herinvoering van de inkomens- en vermogens afhankelijke eigen bijdrage Wmo is uitgesteld en wordt mogelijk controversieel verklaard. Dit betekent dat de kans ontnomen wordt om lokaal eerder te starten met het invoeren van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage.
4.2 Waar staan we en wat gaan we doen? Waar staan we? • De raad heeft in het eerste kwartaal van 2025 de visie op de Sociale Basis vastgesteld. • Wij voeren de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, het Integraal Zorg Akkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), Woonzorgvisies, Sportakkoord, Preventieakkoord en de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid uit. Met als doel het versterken van een breed netwerk en/of brede omgeving. Om dit te bewerkstelligen heeft het rijk een eerste tussenstap gezet in de opvolging van bovenstaand advies om financiële middelen beschikbaar te stellen om in te groeien in de maatregelen vanuit de Hervormingsagenda. In de Voorjaarsnota worden de middelen dan ook ‘ingroeipad’ maatregelen Hervormingsagenda genoemd. • De nieuwe verordening Leerlingenvervoer is door de raad in het eerste kwartaal van 2025 vastgesteld en wordt uitgevoerd. Wat gaan we de komende periode doen? Inwoners met een ondersteuningsvraag zullen bij het Sociaal Loket geholpen worden om de beweging naar de voorkant te maken. Daarbij wordt anders naar de vraag gekeken. We starten al in 2025 met deze werkwijze. Bij de afweging voor de inzet van ondersteuning wordt de volgende volgorde aangehouden: 1. Het uitgangspunt is normaliseren. We richten ons op de meest kwetsbare inwoners. Daarmee samenhangend hoeft en kan niet alles opgelost worden.
Het hoort ook bij het leven dat er problemen ontstaan. 2. Hierna richten we ons eerst op het aanspreken of indien nodig het versterken van het persoonlijke netwerk. 3. Daarna kijken we of algemene voorzieningen (institutionele sfeer van de sociale basis) een (gedeeltelijke) oplossing bieden. 4. Als dit niet voldoende zal zijn, dan wordt bekeken of de ondersteuning collectief ingezet kan worden vanuit het Sociaal Team of een maatschappelijke partner. 5. Pas daarna wordt overwogen of individuele ondersteuning, geboden door het Sociaal Team, een oplossing is.
Kadernota 2026-2029
20
6. De inzet van een aanbieder (met een duidelijke opdracht en casusregie vanuit Sociaal Team) is het sluitstuk en alleen voorbehouden als al het voorliggende niet voldoende helpt. We focussen ons daarbij op de inwoners in de meest kwetsbare situatie. Daarbij zullen we ook onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om: • Ondersteuning af te bouwen; • Innovatieve producten te gebruiken binnen de huishoudelijke ondersteuning; • Niet effectief bewezen hulp niet meer in te zetten; • Ondersteuning en zorg in te zetten met een duidelijk doel en maximumtrajectduur waarbinnen verwacht wordt dat het doel behaald wordt; • Als er bijkomende problematiek, zoals schulden, speelt, waarvoor geldt dat het oplossen daarvan randvoorwaardelijk is, deze bijkomende problematiek eerst aan te pakken; • De institutionele sfeer van de sociale basis in kaart te brengen en waar nodig te faciliteren; • Bij (complexe) echtscheiding geen jeugdhulp meer in te zetten; • Om e-Health in te zetten. Het credo hierbij is ‘elke inwoner krijgt de ondersteuning die het vraagt’ wordt daarmee steeds meer ‘elke inwoner krijgt de ondersteuning die strikt noodzakelijk is’. Dit vraagt lef doordat we de grenzen gaan opzoeken van wat wettelijk moet en we inwoners bewegen eerst andere stappen te ondernemen, voordat de gemeente (financieel) bijspringt.
Daarmee houden we zorg en ondersteuning overeind voor die inwoners die het echt nodig hebben. Wanneer zit een inwoner in een kwetsbare situatie? Vijfheerenlanden is een gemeente waar we er zijn voor inwoners in een kwetsbare situatie. Juist in een tijd waar keuzes gemaakt moeten worden, kiezen wij om ervoor om prioriteit te leggen bij deze groep inwoners. Uitgangspunt: niemand valt tussen wal en schip. Een inwoner verkeert in een kwetsbare situatie als er meer risicofactoren en minder beschermende factoren aanwezig zijn. Het is voor deze inwoners zonder hulp niet mogelijk om naar vermogen zo zelfstandig mogelijk te functioneren en mee te doen. Voorbeelden hiervan zijn een combinatie van: geen veilige of stabiele huisvesting, wonen in een omgeving met veel criminaliteit, huiselijk geweld of slechte leefomstandigheden, afhankelijkheid van hulp bij dagelijkse taken (persoonlijke verzorging, begeleiding), onvoldoende stabiele basis bij jongeren uit een zorginstelling of pleeggezin, niet zelfstandig kunnen (organiseren) van wonen door jongeren afkomstig uit residentiële jeugdzorg of pleegzorg en moeilijke terugkeer in de maatschappij door een verleden in de verslavingszorg of het strafrecht. We spreken de voorkeur uit om bovenstaande factoren vroegtijdig te signaleren en de onderliggende oorzaak te achterhalen (bijv.
een licht verstandelijke beperking, een psychische stoornis, onveilige hechting), wanneer voorkomen niet meer haalbaar is. Dit komt een zo effectief mogelijke hulp ten goede. Het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’ blijft uiteraard overeind.
Kadernota 2026-2029
21
4.3 Uitdagingen, risico's, en gevolgen Zonder investeringen in het sociaal domein, is het onmogelijk om de beweging naar de voorkant te kunnen maken. Deze verandering brengt uitdagingen, risico's, en gevolgen met zich mee. We noemen de belangrijkste: - Het blijvend ontbreken van een sociaal netwerk. - Onvoldoende vrijwilligers om de activiteiten van de algemene voorzieningen uit te voeren. - Onduidelijke grens tussen lichte en zware zorg (gevolg: inwoners vallen tussen wal en schip). - Overbelasting van mantelzorgers. - Onvoldoende financiële middelen om zelf dingen op te lossen. - Inwoners in de meest kwetsbare situatie haken af. - Sociale basis is niet iets wat ‘te sturen’ of ‘in te zetten’ is om beleidswensen mee te realiseren. - Eventuele toename van klachten en bezwaren moet worden opgevangen (deels ondervangen met een gelijkluidend verhaal vanuit het klantcontact centrum (KCC)/ en Sociaal Team richting de inwoner en FAQ (met communicatie). - Mogelijk moeten naast beleid ook verordeningen aangepast worden. - We kunnen het niet alleen: scholen, huisartsen en andere maatschappelijk partners zijn nodig om de beweging te kunnen maken. - Hoewel we versnellen, is ook geduld nodig: de maatregelen zijn niet van vandaag op morgen geregeld, goed personeel en vrijwilligers zijn lastig te vinden en we zullen onvoorziene- obstakels tegenkomen bij de uitvoering van de maatregelen.
- Er moet geïnvesteerd blijven worden in mensen aan het werk helpen en het voorkomen van armoede en schulden. - Het uitvoeren van de kaders zoals beschreven in deze visie vraagt om tijd en ruimte. Het voeren van (kritische) en ondersteunende gesprekken, het gezamenlijk anders leren kijken naar hulpvragen en het zelf bieden van intensievere ondersteuning, kost tijd. Dit betekent dat wachttijden en wachtlijsten voorlopig blijven bestaan en mogelijk tijdelijk oplopen. Deze verandering vraagt om een kanteling in denken en doen: het vergt pionierschap, lerend vermogen en het durven oppakken van nieuwe, waardevolle initiatieven. Daarnaast lopen de wachttijden bij zorgaanbieders ook op wat betekent dat het Sociaal Team ‘overbruggingszorg’ levert. Het Sociaal Team zal bij aanmelding beoordelen of er gewacht kan worden op hulp. Als dit niet het geval is, wordt er direct hulp ingezet. De verwachting is dat op termijn de vraag en daarmee de wachttijd en wachtlijst afneemt. We zullen dit gaan monitoren, zodat we tijdig kunnen bijsturen om zo snel mogelijk tot een bestendigde nieuwe manier van werken te komen. Samenwerking sociaal team en sociale basis Het vraagt afstemming en concretisering naar aanloop van de begroting om de samenwerking tussen maatschappelijke partners in de sociale basis en het Sociaal Team scherper te stellen.
Om de beweging naar de voorkant tot uitvoer te kunnen brengen, zijn investeringen randvoorwaardelijk om de zorg elders te kunnen beleggen. De meer gedetailleerde uitwerking hiervan in een projectopdracht zal na de vaststelling van de kadernota verder vorm krijgen, zodat dit opgenomen kan worden in de begroting. Tevens zal dan meer duidelijk zijn waar en op welke manier de sociale basis versterking behoeft.
Kadernota 2026-2029
22
5 Ombuigingen 5.1
Inleiding
Vanaf de Kadernota 2023 hebben wij te maken met een grote mate van financiële onzekerheid. Het gaat hierbij vooral over de hoogte van onze inkomsten uit het Gemeentefonds vanaf 2026 (het ravijn- of klifjaar). Daarnaast hebben we te maken met grote kostenstijgingen door hoge inflatie en een nog hardere stijging van een aantal openeinderegelingen in het sociaal domein. Om die reden staan in de kadernota’s en begrotingen van de afgelopen jaren - naast ambities - ook financiële uitdagingen. De afgelopen jaren is het steeds weer gelukt een sluitende meerjarige begroting vast te stellen. Dit kon door het voeren van een verstandig financieel beleid en het inboeken van besparingen met relatief weinig impact voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Om dit ook in 2026 voor elkaar te krijgen is in de Kadernota 2025 gewerkt met een ombuigingstaakstelling die in de begroting 2026 definitief en concreet ingevuld moet zijn. Bij het invullen van deze taakstelling lukt dat helaas niet met alleen maar financieeltechnische aanpassingen en ombuigingen met weinig impact. Met uw raad is een zorgvuldig proces opgesteld en uitgevoerd.