CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2025-2028 - raadsversie

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 9 juli 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Kadernota 20259.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

6+

KADERNOTA 2025-2028 Versie gemeenteraad

Inhoud 1 Inleiding en leeswijzer ........................................................................... 2 2 Nieuwe ontwikkelingen .......................................................................... 4 Autonome ontwikkelingen .................................................................... 4 Overige ontwikkelingen ....................................................................... 4 Actualiteiten gemeentefonds ................................................................ 7 Winstwaarschuwingen ......................................................................... 8 3 Financieel meerjarenbeeld .................................................................... 10 Voortschrijdend beeld meerjarenperspectief 2025-2028 ......................... 10 Toezichtsregime Provincie Utrecht ....................................................... 11 4 Ombuigingen ..................................................................................... 13 Inleiding/aanleiding .......................................................................... 13 Stand van zaken ombuigingsproces ..................................................... 13 5 Investeringsprogramma ....................................................................... 16 Voorwaardenscheppende investeringen................................................

16 Kwaliteitsverhogende investeringen .................................................... 18 Plankosten UitvoeringsAgenda Wonen (UAW)........................................ 19 6 Organisatiekosten en formatie-uitbreiding ............................................... 21 Organisatiekosten ............................................................................ 21 Formatie-uitbreiding Kadernota 2024 .................................................. 21 Vermindering inhuur ......................................................................... 22

Kadernota 2025-2028

1

1 Inleiding en leeswijzer Voor u ligt de Kadernota 2025. De Kadernota 2025 is een doorontwikkeling van de begroting 2024, waarin we de voorgestelde aanpak van de ombuigingen financieel hebben vertaald. Daarnaast is rekening gehouden met ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan sinds het opstellen van de Programmabegroting 2024-2027. De Kadernota 2025 vormt hiermee het startpunt voor het opstellen van de Programmabegroting 20252028. In deze kadernota beschrijven we een aantal ontwikkelingen die we zien aankomen en kunnen kwantificeren. We doen voorstellen voor het sluitend maken van het meerjarenperspectief. En we informeren u over de investeringsagenda, de organisatiekosten en een aantal actuele onderwerpen die we nu nog niet kunnen kwantificeren. De huidige inschatting van de ontwikkeling van het financieel beeld kan als volgt worden samengevat: x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Saldo meerjarenbegroting 2024-2027

2.619

911

955

955

Resultaat ombuigingen eerste fase onder de taakstelling

-200

-100

-100

-100

Resultaat 1e bestuursrapportage 2024

484

-1.659

-1.213

-1.213

Nieuwe ontwikkelingen

-1.331

-1.112

-1.011

-1.511

Saldo Kadernota (excl. meicirculaire ’24)

1.572

-1.959

-1.369

-1.869

We hebben echter te maken met een aantal onzekerheden. De verwerking van de Voorjaarsnota 2024 is daar een voorbeeld van. Met het afschaffen van de opschalingskorting en de groei van ons inwoneraantal verwachten we vanaf 2026 aanzienlijk hogere inkomsten uit het gemeentefonds. Tegelijkertijd heeft het naar voren halen van de nieuwe wijze van indexeren (op basis van het Bruto Binnenlands Product) naar verwachting een nadeel in 2025 tot gevolg. We verwachten dat het voordeel in 2025 hierdoor zal afnemen en de nadelen in 2026 zullen omslaan in bescheiden voordelen. Of dit inderdaad het geval zal zijn moet blijken uit de meicirculaire gemeentefonds 2024. Deze verscheen te laat om te kunnen opnemen in deze nota. We informeren uw raad via een raadsinformatiebrief over de precieze uitwerking hiervan voor onze gemeente. Verder is de koers van het nieuwe kabinet ook nog niet duidelijk. Evenals de uitkomsten van de gesprekken die de VNG nog altijd voert over een passende vergoeding voor de taken die wij als gemeente uitvoeren. Vanwege deze onzekerheden is de ombuigingstaakstelling uit de begroting 2024 in twee delen opgesplitst. Het eerste deel (de ombuigingsvoorstellen die in deze kadernota zijn opgenomen) is technisch van aard of niet onomkeerbaar.

Voor het tweede deel, zetten we de koers door om met de raad, inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners samen het antwoord te vinden op de vraag: “Wat voor gemeente willen wij zijn?” De antwoorden en inzichten die we opdoen bij het onderzoeken van deze vraag kunnen leidend zijn bij het maken van beslissingen in de toekomst. Zowel in tijden van financiële krapte als bij overschotten. Kortom: we bereiden ons voor op verschillende scenario’s en bekijken per jaar wat de beste aanpak is op basis van de actuele situatie. Wij hopen u met deze kadernota dan ook een goede basis te bieden om met de raad en de Vijfheerenlandse samenleving de dialoog te voeren over onze toekomst en te blijven bouwen aan een mooier Vijfheerenlanden.

Kadernota 2025-2028

2

Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de (nieuwe) ontwikkelingen opgenomen, zoals de autonome ontwikkelingen van bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, kosten voortkomend uit de uitvoering van moties en raadsvoorstellen en de ontwikkeling van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds. Onder de noemer “winstwaarschuwingen” zijn een aantal onderwerpen opgenomen die nu nog niet genoeg zijn uitgekristalliseerd en nu nog niet kunnen worden gekwantificeerd. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens een geactualiseerde inschatting van het financieel perspectief gegeven. Hierbij hebben wij – waar mogelijk – de hiervoor genoemde ontwikkelingen financieel vertaald en de structurele doorwerking van eerder genomen besluiten verwerkt. In hoofdstuk 4 is het ombuigingsproces beschreven dat we tot nu toe hebben doorlopen. Daarnaast worden de voorstellen voor de invulling van het eerste deel van de ombuigingstaakstelling toegelicht. Verder kijken we ook alvast even vooruit naar de wijze van invullen van het tweede deel van de taakstelling. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de Investeringsagenda Vijfheerenlanden en de Uitvoerings Agenda Wonen. Via hoofdstuk 6 wordt u bijgepraat over de ontwikkeling van de organisatiekosten en de stand van zaken van de formatie-uitbreiding uit de Kadernota 2024.

De secretaris,

De burgemeester,

J. (Judith) de Jonge

S. (Sjors) Fröhlich

Kadernota 2025-2028

3

2 Nieuwe ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen Cao-kosten Avres De begroting van Avres bestaat in belangrijke mate uit loonkosten. Deze lasten zijn onderhevig aan externe afspraken rondom cao’s en formatieve inzet. Het betreft zowel de cao Sociale Werkvoorziening/Aan de slag (doelgroep Participatiewet in dienst bij Avres) als de cao SGO (niet-regelingsgebonden personeel). De (verwachte) loonontwikkeling over de jaren 2023 tot en met 2025 is 20,2%. Deze effecten zijn nog niet eerder meegenomen omdat de uitkomsten van de cao-onderhandelingen pas na het opstellen van de Avres-begroting 2024 bekend zijn geworden. De gemeentelijke bijdrage op deze taakgebieden neemt hierdoor met 11,2% toe. Avres neemt de tekorten in 2023 en 2024 voor hun rekening uit het overschot op de jaarrekening Avres. Bijdrage GR RAZU Op basis van de aangeleverde voorlopige begroting 2025 stijgt de gemeentelijke bijdrage aan deze gemeenschappelijke regeling.

Overige ontwikkelingen Inloopvoorziening De aanleiding is tweeledig. Enerzijds heeft onze raad op 4 november 2021 een motie aangenomen om te onderzoeken of laagdrempelige inlooppunten in Leerdam en Meerkerk noodzakelijk zijn. Deze motie werd aangenomen in verband met het actieplan armoede en schulden. Anderzijds is besloten het gemeentekantoor permanent in Leerdam te vestigen. Wel is besloten om te onderzoeken of servicepunten in Vianen en Meerkerk noodzakelijk zijn. Voor de motie inlooppunten wordt eerst prioriteit gegeven worden aan Meerkerk. Redenen hiervoor zijn het tijdspad voor ontwikkeling servicepunten, beschikbare ambtelijke capaciteit en de verwachte complexiteit van de ontwikkeling van een inlooppunt in Leerdam. De ervaringen in Meerkerk kunnen we inzetten om in Leerdam de opgave vervolgens te versimpelen. Opgroeien in een kansrijke omgeving (OKO) Onderdeel van het lokaal gezondheidsbeleid is het implementeren en uitvoering geven aan OKO, Opgroeien in een Kansrijke Omgeving. Hiermee is een start gemaakt in 2022 en geïntensiveerd in 2023. In deze voorbereidende fase zijn brede overleggen gevoerd en hebben we conferenties gehouden met het maatschappelijke middenveld om draagvlak voor deze methodiek te creëren. Conform de methodiek vinden er in Q2 2024 dialoogsessies plaats, waarna er samen met partners prioriteiten worden gesteld om mee aan de slag te gaan.

OKO is een lange termijnaanpak die zich richt op het voorkomen van middelengebruik en het versterken van het mentaal welbevinden van de jeugd en jongvolwassenen (ca. 10 t/m 25 jaar). De OKO-aanpak gaat helpen om het kostbare maatwerk/Jeugdhulp te verminderen c.q. te voorkomen. Deze preventieve aanpak wordt samen met partners uit de gemeente, die betrokken zijn bij de opgroeiende jeugd, uitgevoerd. OKO is gebaad bij meerjarige structurele investering. Deze investering moet deels worden gevonden in het anders inzetten van bestaande middelen, maar dit zal niet toereikend zijn. Eind 2024 zullen de werkgroepen resulteren in een uitvoeringsplan OKO. Om deze uitvoering mogelijk te maken is het van belang genoeg financiële middelen vrij

Kadernota 2025-2028

4

te maken. Als wij nu niet doorzetten met deze OKO-aanpak zullen we de investeringen van de afgelopen jaren te niet doen. Daarnaast zullen ook de partners het vertrouwen in ons en onze actielijnen gaan verliezen. De ervaringen van IJsland laten een duidelijke afname van het middelengebruik bij jongeren en een versterking van het welbevinden van de jeugd zien. De inzet vanuit OKO zal op termijn een afname laten zien in de (zwaardere) zorg. Met dat perspectief hebben verschillende OKO-gemeenten meerjarig middelen vrijgemaakt om te investeren in de omgeving van de jeugd. Ondanks dat de omvang van de planvorming nog niet geheel duidelijk is, zal er ca. 75.000 nodig zijn om OKO tot een succes te maken. Wijkaanpak De Hagen Wijkaanpak De Hagen heeft een basis gelegd voor een wijkgerichte samenwerking in een aandachtswijk en heeft een positieve ontwikkeling op gang gebracht. Uit de evaluatie die eerdaags wordt afgerond, blijkt het belang van de samenwerking, de activiteiten die georganiseerd worden en het betrekken van inwoners. Onvoorzien is echter dat - om wijkgericht en domeinoverstijgend werken te continueren - de structurele inzet van opbouwwerk en een gebiedsregisseur noodzakelijk is. Opbouwwerk om bewoners te betrekken, te activeren en te organiseren.

De gebiedsregisseur om de samenwerking te formaliseren en als verbindende schakel te fungeren tussen de gemeentelijke domeinen en de wijkpartners. Beiden sturen op aanbrengen van focus in activiteiten en initiatieven. Voortzetting van deze extra aandacht voor versterking van de veerkracht in de sociale basis is niet te bereiken door prioritering binnen de huidige beschikbare middelen. Om de extra aandacht duurzaam in te kunnen zetten en door te ontwikkelen is meerjarige structurele investering nodig. De wijkaanpak heeft een positieve ontwikkeling in de wijk op gang gebracht. Als er in 2025 gestopt wordt dan is de kans groot dat veel van wat tot stand is gebracht vervalt en later weer opnieuw opgebouwd moet worden. Daarom is doorgaande investering in de wijkaanpak onuitstelbaar. Jonge aanwas Sinds februari 2022 is een projectleider Jonge Aanwas aan de slag gegaan voor de gemeente Vijfheerenlanden. Dit project richt zicht op het opzetten van een netwerk én een aanpak om te voorkomen dat jongeren afglijden in de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit. De afgelopen tijd is geïnvesteerd in een integraal netwerk met verschillende intern en externe stakeholders. Denk hierbij aan scholen, sociaal domein, jongerenwerk, leerplichtambtenaren, buurgemeenten en de politie. Het opbouwen van een dergelijk netwerk kost tijd en loont vaak pas later.

Ook zijn er diverse preventie-activiteiten georganiseerd, zoals weerbaarheidstrainingen voor onderwijspersoneel en het programma Kapot Sterk. De personele kosten van de functie voor een projectleider zijn bekostigd uit incidentele subsidies versterkt door het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het thema is belegd in het Integraal Veiligheidsbeleid 2023-2026 (hierna: IVB). Daarmee is er beleidsmatig prioriteit aangegeven. In het verlengde hiervan vragen wij met dit voorstel structureel budget aan om deze functie te borgen. Verkeersmaatregelen Nieuwland Op 21 maart 2024 is de dorps(woon)visie Nieuwland door de raad vastgesteld. Bij de dorps(woon)visie hebben de inwoners aangegeven welke knelpunten zij ervaren op het gebied van verkeer. Er is onderzoek gedaan naar de verbetering van de leefbaarheid in Nieuwland. Daar komt uit voort dat op lange termijn een randweg gewenst is. Vooruitlopend op het onderzoek naar een eventuele aanleg van een randweg kunnen

Kadernota 2025-2028

5

kleine verkeersmaatregelen worden genomen om de leefbaarheid te verbeteren. De onderzoeksresultaten zijn opgenomen in de dorps(woon)visie van Nieuwland. Om de kleine maatregelen te realiseren wordt € 100.000 euro gevraagd. De investering komt voort uit een doorlopen participatietraject. Verkeersmaatregelen Lexmond Op 21 maart 2024 is de dorps(woon)visie Lexmond door de raad vastgesteld. Bij de dorps(woon)visie hebben de inwoners aangegeven welke knelpunten zij ervaren op het gebied van verkeer. Er is ook een petitie door inwoners ingediend voor minder verkeersoverlast en de school heeft een wens voor een verkeersveiligere schoolomgeving. Er is aan de raad toegezegd om met de partijen in gesprek te gaan en de uitkomsten terug te koppelen aan de raad. Om het dorp verkeersveiliger te maken en de verkeersoverlast te verminderen vooruitlopend op een eventuele randweg zijn kleine verkeersmaatregelen nodig. Om de kleine maatregelen te realiseren is € 100.000 benodigd. De investering komt voort uit een door(te)lopen participatietraject. Beschermd woonvoorziening We hebben als gemeente een grote opgave rondom wonen en zorg, naast de omvangrijke huisvestingsopgave voor bijvoorbeeld statushouders, mensen uit Oekraïne of vluchtelingen.

In het kader van de decentralisatie Beschermd Wonen hebben we als gemeente de verantwoordelijkheid om over voldoende geschikte woonzorgvoorzieningen te beschikken. In dat kader zijn in voorgaande jaren enkele besluiten genomen om nieuwe woonzorgvoorzieningen te realiseren. Bij de uitvoering van die besluiten is gebleken dat aanvullende inzet noodzakelijk is wat betreft het ‘zoeken en realiseren van voorzieningen’. Het gaat dan concreet om het in zoeken van passende locaties en het realiseren van de woonzorgvoorzieningen. Op basis van recente ervaringen blijkt dit een cruciale stap die noodzakelijk is om het aanbod aan woonvoorzieningen in onze gemeente te vergroten. Aangezien we ook in 2025 en verder nieuwe woonvoorzieningen zullen moeten realiseren, is het noodzakelijk om over een budget te beschikken waarmee voorzieningen gezocht en gerealiseerd kunnen worden. Daarom is het voorstel om in 2025 een bedrag van € 100.000 te bestemmen voor het uitvoeren van projecten die bijdragen aan de opgave op het gebied van wonen en zorg. De benodigde middelen worden gedekt door specifiek hiervoor beschikbaar gestelde rijksmiddelen. Deze zijn uitgekeerd aan centrumgemeente Utrecht en Vijfheerenlanden ontvangt hiervan een deel voor de uitvoering van lokaal maatwerk. Deze kosten zijn onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk: 1.

Demografische en zorginhoudelijke ontwikkelingen in combinatie met de spanning op de woningmarkt vragen om een continue, grote inzet van onder andere de gemeente. Op korte termijn dienen nieuwe woonvoorzieningen gerealiseerd te worden om daarmee de opgave het hoofd te kunnen bieden. Als we op korte termijn geen aanvullende stappen zetten, belemmert dat in toenemende mate het vinden van passende woonruimte voor mensen met een ondersteuningsvraag. Het aantal woonvoorzieningen voor mensen met een ondersteuningsvraag neemt dan namelijk niet of niet voldoende toe. 2. Recente ervaringen bij het zoeken en realiseren van voorzieningen laten zien dat een verdere professionalisering binnen onze organisatie noodzakelijk is. Die professionalisering ziet vooral op de expertise die nodig is om het fysieke en sociale domein verregaand met elkaar te verbinden, zodat voorzieningen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden en we daarbij een integrale aanpak hanteren. 3. In eerdere besluiten tot het realiseren van voorzieningen is geen separaat budget opgenomen voor het zoeken en realiseren van woonzorgvoorzieningen, terwijl nu blijkt dat dit wel noodzakelijk is om de uitvoering van de genomen besluiten tot stand te kunnen brengen.

Kadernota 2025-2028

6

Evaluatie participatieproces Koningin Emmalaan Op 4 november 2021 heeft de raad een motie aangenomen met de volgende strekking: Het college wordt verzocht om: • Een evaluatie te doen over het participatieproces ten aanzien van de verkeersveiligheid van de Koningin Emmalaan Leerdam. • De aandachtspunten zoals deze zijn aangegeven in de commissie RVE zo veel mogelijk hierin mee te nemen. • Deze evaluatie nog deze raadsperioden ter bespreking voor te leggen aan de commissie RVE. Op 14 februari 2023 heeft het college via een raadsinformatiebrief de raad medegedeeld dat wanneer de laatste werkzaamheden zijn voltooid, het college bij de raad zal terugkomen met een voorstel om het participatieproces te evalueren. Om een goed beeld van de participatie rond de Emmalaan te verkrijgen wordt voorgesteld om de evaluatie te laten verrichten door een extern adviesbureau. In de Kadernota 2025 zal daarvoor geld worden gevraagd. Recent zijn de laatste werkzaamheden aan de Koningin Emmalaan afgerond. Conform de toezegging vragen wij hierbij het benodigde bedrag van € 40.000 aan. MFC Hagestein De realisatie van een multifunctionele accommodatie te Hagestein is onlangs besproken in uw raad. Het benodigd aanvullend krediet resulteert in hogere kapitaallasten vanaf 2028.

Aanplanten boom voor ieder geboren kind In de raadsvergadering van 12 december 2023 heeft uw raad het besluit genomen dat er in de kadernota 2025 structureel budget beschikbaar moet worden gesteld voor het planten van bomen voor elk geboren kind binnen onze gemeente. AED’s uitbreiden De incidentele aanschaf van AED’s vindt plaats op initiatief van inwoners en wordt bekositigd uit het budget voor inwonerinitiatieven. Het structurele onderhoud vindt plaats vanuit bestaande (onderhouds)budgetten, zodat hier geen financiële consequenties aan zijn verbonden.

Actualiteiten gemeentefonds Voor het opstellen van de kadernota 2025-2028 wordt voor de financiële middelen uitgegaan van de septembercirculaire uit 2023. Echter zijn sinds de ontvangst van de septembercirculaire alweer enige maanden verstreken waarin nieuwe ontwikkelingen rond de financiering van de gemeenten hebben plaatsgevonden. Het demissionaire kabinet heeft in de voorjaarsnota een aantal ontwikkelingen aangekondigd. Hieronder de belangrijkste punten. Opschalingskorting Het demissionaire kabinet heeft naar de signalen van gemeenten en veel landelijke partijen geluisterd en schaft de opschalingskorting nu definitief af. Sinds 2020 is de opschalingskorting bevroren en zou vanaf 2026 weer terugkeren. Dit is nu niet meer van toepassing. Wij hebben via een stelpost al geanticipeerd op afschaffing van de opschalingskorting. Zoals hiervoor beschreven, is die stelpost met voordelen uit voorgaande circulaires al structureel weg gewerkt. Als gevolg hiervan ontstaat er vanwege de nu daadwerkelijke afschaffing een voordeel vanaf 2026 van € 2 miljoen.

Kadernota 2025-2028

7

Nieuwe financieringssystematiek In de bestaande situatie wordt voor het berekenen van het accres van het gemeentefonds de link gelegd naar de uitgaven van het Rijk. Indien die kosten stijgen, stijgt het accres voor het gemeentefonds mee. Dit is de zogenaamde “samen de trap op, samen de trap af”-systematiek. Deze “trap op, trap af” - systematiek wordt vervangen door het volgen van het bruto binnenlands product (BBP) voor het bepalen van de mutaties in het accres. Volgens het Rijk geeft de ontwikkeling van het BBP ‘een sterkere koppeling met de brede uitgavenontwikkeling bij gemeenten en provincies.’ Waar eerst het voornemen was om deze nieuwe financieringssystematiek in 2027 te laten ingaan, heeft het demissionaire kabinet in de voorjaarsnota aangegeven dit per direct (2024) te laten ingaan. Voor 2024 wordt de gemeente geheel gecompenseerd, ook voor 2025 tot en met 2029 vindt (deels) compensatie plaats. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) In de toekomst vindt de financiering van de Wmo niet langer geheel via de algemene uitkering van het Gemeentefonds lopen. Een deel gaat verlopen via een aparte financiering. Door de uitgaven voor (een deel) van de Wmo apart te zetten kan een aparte indexering worden afgesproken. De kosten blijken nu namelijk harder te stijgen dan het Bruto Binnenlands Product.

Het Rijk wil een einde aan het ‘open-einde-deel’ en een gedeelde verantwoordelijkheid tussen Rijk en gemeenten. Welke financieringsvorm en vorm van indexering daar bij hoort is nog niet duidelijk. Daarnaast geeft het Rijk aan om extra middelen voor de Wmo beschikbaar te stellen en reserveert hiervoor middelen op de Aanvullende post. Bovenstaande ontwikkelingen worden door het kabinet voorgesteld via de Voorjaarsnota 2024. De voorstellen moeten (na vaststelling) worden verwerkt in de meicirculaire.

Winstwaarschuwingen Naast de hiervoor genoemde ontwikkelingen, hebben we ook te maken met een aantal zaken die wij op ons af zien komen die moeilijker te kwantificeren zijn. Omdat het belangrijke ontwikkelingen zijn willen wij ze hier toch alvast benoemen onder het kopje ‘winstwaarschuwingen’. Zodra hierover meer duidelijk wordt, zal dit in de desbetreffende planning en control-documenten een vervolg krijgen. Vastgoed Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Om het gemeentelijk vastgoed de komende te jaren te verduurzamen is er een routekaart gemeentelijk vastgoed opgesteld. Hierin wordt beschreven wat de volgorde is van verduurzamen, welke maatregelen er genomen worden om een gebouw te verduurzamen en welke kosten hier tegenover staan. Meerjaren onderhoudsplan gemeentelijk vastgoed Daarnaast is het van belang om het gemeentelijk vastgoed te blijven onderhouden op een “redelijk niveau”. Om te bepalen wat de daadwerkelijk staat van het vastgoed is, wordt er eens in de 4 jaar een inspectie (NEN2767 keuring) uitgevoerd. Deze inspectie is begin 2024 uitgevoerd. Het resultaat van deze inspectie geeft de jaarlijkse financiële effecten weer om het gebouw op het vastgestelde onderhoudsniveau te behouden en de bijbehorende werkzaamheden.

Onderhoud achterblijflocatie Vianen Bij de kredietaanvraag voor het gemeentehuis heeft de Raad april 2024 besloten budget te reserveren voor klein en groot onderhoud voor de locatie Leerdam. Mede als gevolg

Kadernota 2025-2028

8

van het raadsbesluit om het monumentale deel van deze locatie – ook na de realisatie van de verbouwing in Leerdam – als gemeentelijk eigendom te handhaven, zal ook voor de achterblijflocatie Vianen vanaf 2025 een (klein en groot) onderhoudsbudget beschikbaar moeten zijn. De financiële effecten worden op dit moment berekend en worden onderdeel van het hiervoor genoemde meerjaren onderhoudsplan gemeentelijk vastgoed. Op dit moment is nog niet alle informatie binnen om bij de Kadernota 2025 de financiële effecten van deze onderwerpen weer te geven. Dat het geactualiseerde meerjaren onderhoudsplan gemeentelijk vastgoed duurder uit gaat vallen, lijkt gezien de kostenstijging van de afgelopen jaren een gegeven. ICT In de komende jaren verwachten wij een toename van de kosten voor het onderhouden en vervangen van de softwareapplicaties van de gemeente. Deze toename kan op dit moment nog niet worden gekwantificeerd omdat bij de leverancier specifieke prijsstellingen niet bekend zijn. Wel baseren wij ons op ervaringen en een daarbij onderkende trend van het afgelopen jaar.

De verwachte stijgende kosten worden beïnvloed door diverse factoren, zoals toenemende regeldruk, inflatie, arbeidskosten, toenemende investeringen in informatieveiligheid, overstap naar SaaS-modellen (Software as a Service), groei van personeelsbestanden en inwoneraantallen, vervanging van grote applicaties en het verdwijnen van kortingen na de herindeling. Vanwege de verschillende aanbestedingsmethoden is het moeilijk om de exacte kostenstijging te voorspellen. Dit heeft te maken met variabelen zoals marktfluctuaties, concurrentie tussen leveranciers en andere externe factoren die de prijzen kunnen beïnvloeden. Pas nadat de verschillende aanbestedingen zijn afgerond, kunnen de exacte extra kosten worden vastgesteld. Dit komt doordat aanbestedingsprocessen informatie verschaffen over de werkelijke prijzen en voorwaarden die leveranciers bieden. Jeugd Door o.a. de ombouw van de JeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg) en de opnamestop en toekomstige sluiting van de ZIKOS (Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie) wordt het aantal kinderen en jongeren in de gesloten jeugdhulp snel minder. Lokale maatwerktrajecten vormen in bijna alle gevallen hiervoor een alternatief. Aan deze zeer intensieve maatwerktrajecten zijn hoge kosten verbonden.

In enkele gevallen gaat het om zorgtrajecten die volledig in een apart pand en/of met een eigen individueel 24-uurs begeleidingsteam zijn ingericht. Uiteraard wordt toegewerkt naar manieren om de zorg weer binnen de context van de reguliere voorziening (kleinschalige groep) vorm te geven, dan wel andere oplossingen te realiseren. Dit gaat gepaard met forse uitdagingen en afhankelijkheden in de keten, waarop het sturingsvermogen beperkt is. De hoge kosten van het lokale maatwerk komen voor rekening van de gemeente. Het zal niet gaan om hoge aantallen, al is de verwachting wel dat het aantal zal stijgen. Eigen bijdrage Wmo Er wordt een groei verwacht in het aantal unieke cliënten voor huishoudelijke ondersteuning. Met het huidige wetsvoorstel voor de wederinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage op de Wmo zal niet het gewenst afschrikeffect worden bewerkstelligd zoals beoogt. De inkomensafhankelijke eigen bijdrage is gemaximeerd en met stijging van tarieven is dit maximum per inwoner eerder bereikt dan verwacht. Kortom, de verwachte resultaten van dit wetsvoorstel zijn marginaal.

Kadernota 2025-2028

9

3 Financieel meerjarenbeeld Voortschrijdend beeld meerjarenperspectief 2025-2028 De in november 2023 vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2027 vormt de basis voor de Kadernota 2025. Jaarschijf 2024 vervalt en jaarschijf 2028, gelijk aan 2027, wordt toegevoegd. Voor de vaststelling van de begroting 2024 is via een raadsinformatiebrief (kenmerk 1018403) het effect van de septembercirculaire 2023 gedeeld. De verwerking van de septembercirculaire vindt plaats via de 1e bestuursrapportage 2024. Saldo meerjarenbegroting 2025-2028 Het startpunt voor de Kadernota 2025 wordt bepaald door het saldo van de vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2027, na verwerking van de septembercirculaire 2023. Alle jaarschijven sluiten daarin met een positief saldo. Daarbij moet uitdrukkelijk worden vermeld dat dit niet mogelijk zou zijn zonder de opgenomen stelposten (voor het klifjaar/opschalingskorting en voor ombuigingen. Stelpost klifjaar/opschalingskorting Via de Kadernota 2023 is een stelpost in de meerjarenbegroting opgenomen, om de teruggang van de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds per 2026 op te vangen en vanwege het door ons verwachte herstel van de aan gemeenten doorbelaste opschalingskorting. Bij het instellen van de stelpost is besloten om toekomstige voordelen uit het Gemeentefonds primair in te zetten om deze stelpost terug te dringen.

Na verwerking van de resultaten van de septembercirculaire 2023 is de stelpost teruggebracht tot een incidenteel nadeel in 2026 van € 3,8 miljoen, vanaf 2027 is deze stelpost structureel ingevuld. Inmiddels is via de Voorjaarsnota van het kabinet onder andere bekend geworden dat de opschalingskorting daadwerkelijk wordt geschrapt, samen met een aantal andere maatregelen met financieel effect. Sec het schrappen van de opschalingskorting betekent een financieel voordeel van ongeveer € 2 miljoen vanaf 2026. Hoe de overige maatregelen uit gaan pakken wordt bekend via de meicirculaire van het gemeentefonds. Een aantal maatregelen heeft positieve effecten, we zien echter ook dat er een negatieve uitwerking volgt voor 2025. Omdat nu nog niet duidelijk is hoe het geheel van de meicirculaire voor Vijfheerenlanden uit gaat pakken, is het effect nu als PM-post benoemd in het financieel overzicht. Uw raad wordt voorafgaand aan de raadsbehandeling van deze kadernota via een raadsinformatiebrief ingelicht over de uitkomsten. Stelpost ombuigingen Via de Kadernota 2024 en de meerjarenbegroting 2024-2027 zijn taakstellende ombuigingen in de meerjarenbegroting opgenomen, om een structureel sluitende meerjarenbegroting te kunnen presenteren. Bij de vaststelling van de begroting in november 2023 is via een incidentele, technische, bijstelling de taakstelling voor 2024 van € 1,1 miljoen ingevuld.

De taakstelling voor 2025 en verder is onderverdeeld in twee fasen: de eerste fase van € 2 miljoen structureel vanaf 2025 en de tweede fase van € 2,5 miljoen structureel vanaf 2026. De eerste fase is opgestart na het vaststellen van de begroting en heeft geleid tot structurele ombuigingen van ruim € 1,8 miljoen. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen

Kadernota 2025-2028

10

in hoofdstuk 2 van deze Kadernota en zijn inmiddels met uw raad besproken, voorafgaand aan de behandeling van de Kadernota. De tweede fase start voor het zomerreces en wordt samen met uw raad doorlopen. Structurele effecten van de 1 e bestuursrapportage 2024 De structurele effecten voortkomend uit deze bestuursrapportage zijn vooruitlopend op de behandeling in uw raad verwerkt in het financieel perspectief van de Kadernota 2025. Voor een nadere toelichting op en een volledig overzicht van de overige ontwikkelingen wordt verwezen naar de rapportage zelf. Geactualiseerd meerjarenbeeld X € 1.000

2025

Saldo meerjarenbegroting 2024-2027

2.619

2026 911

2027 955

2028 955

Resultaat ombuiging eerste fase onder de taakstelling

-200

-100

-100

-100

Resultaat 1e bestuursrapportage 2024 Nieuwe ontwikkelingen

484

-1.659

-1.213

-1.213

CAO-kosten AVRES

-685

-685

-685

-685

Bijdrage GR RAZU

-31

-31

-31

-31

Inloopvoorziening

-100

-100

-

-

Opgroeien in kansrijke omgeving

-75

-75

-75

-75

Wijkaanpak de Hagen

-70

-90

-90

-90

Jonge aanwas

-100

-100

-100

-100

Verkeer; dorpswoonvisie Nieuwland

-100

-

-

Verkeer; dorpswoonvisie Lexmond

-100 -

-

-

-30

-30

-30

0

0

0

0

PM

PM

PM

PM

1.572

-1.959

-1.369

-1.869

Beschermd woonvoorziening

0

Evaluatie project Emmalaan

-40

MFC Hagestein, kapitaallasten Aanplanten boom voor ieder geboren kind AED’s uitbreiden Uitkomsten meicirculaire 2024 Saldo Kadernota (exclusief meicirculaire 2024)

-500 -30

Het geactualiseerde beeld laat vooralsnog een positief resultaat zien voor het begrotingsjaar 2025. Vanaf 2026 ontstaan er tekorten, zelfs met de hierin opgenomen taakstellende ombuiging van € 2,5 miljoen vanaf 2026. Deze tekorten ontstaan hoofdzakelijk door de structurele doorwerking van de effecten van de 1e bestuursrapportage 2024, aangevuld met de nieuwe ontwikkelingen die als onontkoombaar zijn beoordeeld. De effecten van de meicirculaire zullen dit beeld zeker nog veranderen.

Toezichtsregime Provincie Utrecht De provincie fungeert als toezichthouder voor de gemeentelijke financiën en is hiermee complementair aan de kaderstellende en controlerende taak van de raad. Als toezichthouder vormt de provincie een oordeel over het structureel en reëel evenwicht van de begroting (en de meerjarenraming). Het oordeel wordt primair gebaseerd op het begrotingsjaar (2025). Als hier sprake is van reëel evenwicht volgt goedkeuring. Anders moet uit de meerjarenraming blijken dat er een structureel en reëel sluitende situatie ontstaat. Daarnaast heeft de toezichthouder een adviserende rol, maar grijpt ook in waar dat nodig is. Specifiek voor ombuigingen, bezuinigingen en taakstellingen beoordeeld de toezichthouder de hardheid en haalbaarheid. Uit de toezichtsbrief van de provincie Utrecht voor de begroting 2025:

Kadernota 2025-2028

11

“Wij beoordelen uw structurele en reële begrotingspositie Uitgangspunt bij ons financieel toezicht is, dat u onder repressief toezicht blijft. Repressief toezicht betekent dat uw gemeente zonder onze voorafgaande goedkeuring de begroting kan uitvoeren. Voorwaarden om onder repressief toezicht te blijven zijn dat u ervoor zorgt dat uw begroting (en/of meerjarenraming) structureel in evenwicht is en dat de raming van uw begroting realistisch is. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de Gemeentewet. Met “structureel in evenwicht” bedoelen we dat er tegenover de structurele lasten in ieder geval evenveel structurele baten (dekkingsmiddelen) staan. De incidentele lasten mogen worden gedekt door structurele en door incidentele baten. In dit kader wijzen wij u ook op de Notitie incidenteel/structureel die in het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (Bofv) van 21 november 2023 is vastgesteld. Met reëel evenwicht bedoelen we dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn. De opgenomen lasten zijn voldoende om de geplande taken te kunnen uitvoeren. Financiële onzekerheden vanaf 2026? Wij begrijpen dat onzekerheden over de door de gemeenten te ontvangen rijksbijdragen vanaf 2026 het begrotingsproces frustreren.

Net als u zijn wij ook in afwachting van de informatie in de komende meicirculaire van het gemeentefonds en van de vorming van een nieuwe regering. Bij de beoordeling van uw begroting gaan wij er van uit dat u minimaal de meicirculaire 2024 verwerkt en indien dit bij u gebruikelijk is de septembercirculaire 2024.”

De laatste alinea van het voorgaande citaat laat zien dat ook de provincie in haar toezichthoudende rol worstelt met het klifjaar en de huidige onduidelijkheid over de uitkomsten van de voorjaarsnota en de wijzigingen in het Gemeentefonds.

Kadernota 2025-2028

12

4 Ombuigingen In de Kadernota 2024 schetsten we een aantal opgaven die de op ons af kwamen. Voorbeelden hiervan waren de algemene uitkering (klifjaar, opschalingskorting, herijking gemeentefonds en hervormingsagenda Jeugd), de historisch hoge inflatie, de druk op de organisatie en de opgaven op het gebied van solvabiliteit. Met behulp van een aantal stelposten en het identificeren van knoppen om aan te draaien ontstond het zicht op een sluitende begroting. In dit hoofdstuk wordt de ombuigingstaakstelling die in de begroting is opgenomen nader toegelicht en wordt voorgesteld hoe hiermee om te gaan.

Inleiding/aanleiding In de Programmabegroting 2024 is het meerjarig financieel beeld (na het verschijnen van de septembercirculaire 2023) sluitend gemaakt met een ombuigingstaakstelling. Deze was nog niet concreet ingevuld, maar bevatte totaalbedragen voor de in de Kadernota 2024 benoemde knoppen. Na het vaststellen van de begroting is de inventarisatie van de ombuigingsmogelijkheden projectmatig aangepakt. Bij de raadsbehandeling van de Programmabegroting 2024 is afgesproken om de raad tijdig te betrekken bij de invulling van de ombuigingstaakstelling van structureel € 2 miljoen in 2025 en aanvullend structureel € 2,5 miljoen vanaf 2026. Dit is gebeurd door de auditcommissie bij te praten over het proces en het versturen van een raadsinformatiebrief met bijlagen over de eerste opbrengsten. Deze brief is nader toegelicht tijdens een openbare auditcommissie en er heeft een opiniërende bespreking plaatsgevonden in de commissie Algemene Zaken op 11 april jl. In deze Kadernota komen we terug op de voorstellen die in het kader van de ombuigingstaakstelling eerder met u zijn gedeeld, vatten we de uitkomst van de opiniërende bespreking kort samen en bieden we inzicht op het proces dat na het vaststellen van deze kadernota opgestart wordt.

Stand van zaken ombuigingsproces Na de vaststelling van de begroting 2024 heeft een brede inventarisatie plaatsgevonden naar de beïnvloedbare kosten en mogelijkheden voor inkomstenverhoging in de periode 2025 tot en met 2028. Deze inventarisatie leidde tot het inzicht dat het onverstandig is om op dit moment een ombuigingspakket samen te stellen voor de hele periode 2025 tot en met 2028. Om dat te kunnen doen is een goed afwegingskader nodig, gebaseerd op het antwoord op de vraag: wat voor gemeente willen wij zijn? Bovendien is er nog altijd onzekerheid over de precieze omvang van de taakstelling vanaf 2026. Om een sluitende begroting 2025 te kunnen overleggen, kunnen we niet wachten op het afronden van de discussie over de zijnsvraag. Wij hebben daarom voorstellen ontwikkeld om het eerste deel van de taakstelling in te vullen. Eerste deel taakstelling € 2 miljoen structureel vanaf 2025 Het is ons gelukt om het eerste deel van de taakstelling vrijwel geheel in te vullen met ombuigingsvoorstellen. Hiervoor hebben wij de volgende criteria gehanteerd: - Technische bijstellingen zonder gevolgen voor onze inwoners - Ombuigingsvoorstellen met beperkte gevolgen voor onze inwoners - De voorstellen moeten niet onomkeerbaar zijn Het beperkte bedrag dat we nu niet invullen kan worden opgevangen uit het verwachte positieve begrotingsresultaat over 2025.

Concreet gaat het om de volgende ombuigingsvoorstellen (in bijlage 1 bij deze kadernota zijn de – financiële en inhoudelijke – gevolgen van deze voorstellen opgenomen):

Kadernota 2025-2028

13

# 1 2 3

Voorstel Actualiseren begroting energiekosten Opbrengst zweminkomsten actualiseren begroting Verzekeringen actualiseren begroting

Financieel effect Struct/Inc € -113.000 Structureel € -100.000 Structureel € -9.000 Structureel

4

Actualiseren begroting advies- en onderzoekskosten en uitbestede werkzaamheden wonen

€

5 6

Exploitatie wegbeheer; actualiseren begroting algemene en diverse kosten Dividend Stedin raming aanpassen aan laatste inzichten

€ €

7

Treasury; voordelen rente door temporiseren van investeringen

€

8 9 10

Besparing taakuitvoering toezicht Nieuwe website actualiseren begroting Eigen bijdrage Wmo

€ €

11

Conservatief begroten wachtlijstbanen; actualiseren begroting

€

SUBTOTAAL TECHNISCHE OMBUIGINGEN

# 12 13 14 15 16 17

18 19

-10.000 Structureel -325.000 Structureel (jaarlijks bij te stellen) -300.000 Structureel (jaarlijks aflopend) -80.000 Structureel -20.000 Structureel PM Structureel € 323.000 (vanaf 2026) -30.000 Structureel

€ -1.018.000

Voorstel

2025

Investering in Aan-Uitnet bij veel stroompunten. Besparing beheerkosten door verkoop gemeentelijke panden Duurzaamheid: rijksbijdrage inzetten voor huidig personeel Afschaffen Hart voor Vijfheerenlanden Projectleiding aanbestedingen Budget inwonerinitiatieven (minimale variant)

€

€

Incidenteel of structureel? -20.000 Structureel PM Structureel -200.000 Structureel -20.000 Structureel PM Structureel -150.000 Structureel

€ €

-40.000 Structureel -40.000 Structureel

€

-90.000 Structureel -40.000 Structureel PM Structureel

€ €

20

Handhaving en toezicht: leefbaarheid en veiligheid Aanschaffen ipv huren (dure) hulpmiddelen en/of in eigendom verstrekken afgeschreven voorzieningen Wmo verordening aanpassen op achteraf vergoeden zelf georganiseerde voorzieningen.

21 22

Parkeerkosten voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart invoeren Aanpassen op collectief vervoer ikv dubbele voorziening

€

23

Geen extra wethouder na 2026

€

24

Beperken inzet beheer openbare ruimte begrotingsjaar 2025

€

SUBTOTAAL OMBUIGINGEN MET BEPERKTE GEVOLGEN

-31.000 Structureel

€

-

Structureel € 150.000 (vanaf 2027) -200.000 Incidenteel

-800.000

Tweede deel taakstelling € 2,5 miljoen structureel vanaf 2026 Na aftrek van de ombuigingsvoorstellen die wij willen inzetten voor het eerste deel van de taakstelling, resteert er nog een bedrag aan te beïnvloeden kosten en mogelijkheden voor inkomstenverhoging van maximaal € 12,7 miljoen plus PM-posten (zie bijlage 2). Uit dit maximumbedrag kan de invulling van het tweede deel van de ombuigingen van € 2,5 miljoen gevonden worden. Maar of dit tweede deel van de ombuigingen (volledig) nodig is, is nog onzeker. De VNG adviseerde gemeenten op 1 maart jl. om zich voor de begroting 2025-20281 voor te bereiden op ombuigingen, maar deze nog niet in gang te zetten. Het maken van een keuze uit het beïnvloedbare deel van de kosten, zal gevolgen hebben voor het uitvoeren van onze plustaken. Het eventueel stoppen met (een deel van deze taken) heeft diverse en impactvolle gevolgen voor onze inwoners, (maatschappelijke) partners en de gemeentelijke organisatie. Het raakt aan de vraag wie wij als gemeente voor onze inwoners, (maatschappelijke) partners en gemeentelijke

1 Bron: https://vng.nl/nieuws/vng-brengt-advies-uit-voor-begroting-2025-2028

Kadernota 2025-2028

14

organisatie willen zijn. Om ons goed voor te bereiden op de financieel onzekere toekomst zullen we die vraag als eerste moeten beantwoorden. Het gaat hier om een brede bestuurlijke afweging. Hiervoor is een participatief proces voorzien dat loopt van deze kadernota tot en met de Kadernota 2026-2029. Een overzicht van de beïnvloedbare kosten (met name op de plustaken) en mogelijkheden voor inkomstenverhoging treft u aan in bijlage 2. Met name over dit tweede deel van de ombuigingstaakstelling is op 11 april jl. de opinie van de commissie Algemene Zaken gevraagd. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze opiniërende bespreking zijn met het presidium afspraken gemaakt over het proces om het tweede deel van de ombuigingstaakstelling (vanaf 2026) in te vullen. Dit wordt – met behulp van een procesbegeleider en in samenwerking met de raad en onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties – in de tweede helft van 2024 verder uitgewerkt. De resultaten hiervan worden verwerkt in de kadernota 2026.

Kadernota 2025-2028

15

5 Investeringsprogramma In de begroting 2024 is als paragraaf de Investeringsagenda Vijfheerenlanden opgenomen, zie: Document Vijfheerenlanden - Programmabegroting 2024-2027 - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl). Het investeringsprogramma Vijfheerenlanden heeft tot doel het welzijn van onze inwoners duurzaam te bevorderen en het leven van onze inwoners (op gebieden als wonen, werken, inkomen, sociale ontmoeting, kunst & cultuur, sport, verenigingsleven, evenementen, etc.) positief te beïnvloeden. Niet alleen het leven van onze huidige inwoners maar ook van degenen die in de toekomst in onze gemeente zullen wonen. Daarmee is het bieden van passende woonruimte aan onze inwoners van de toekomst een belangrijke doelstelling in ons investeringsprogramma. De basis daarvoor wordt gelegd door het toevoegen van extra planruimte voor 3.000 woningen door middel van de hiervoor genoemde gebieds- en dorps(woon)visies.

Voorwaardenscheppende investeringen Faciliteren van groei De focus van ons investeringsprogramma is ‘Het goede leven’ in Vijfheerenlanden. Het faciliteren van de groei van ons inwoneraantal en het investeren in kwaliteit, resulteert in betere sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen én draagt bij aan een verbeterde financiële positie van onze gemeente. Gedreven vanuit de ambitie onze mooie gemeente nog mooier te maken op een financieel verantwoorde manier. Zo zorgen we ervoor dat het mes aan 3 kanten snijdt: 1) We houden onze gemeente financieel gezond 2) We realiseren (betaalbare) woningbouw voor de verschillende doelgroepen in onze gemeente en 3) Hiermee creëren we de mogelijkheid om te investeren in het goede leven voor onze inwoners. Inmiddels zijn wij een koploper in de woningbouwproductie. De jarenlange voorbereiding resulteert nu en de komende jaren in een stabiele productie, door de uitleglocaties Broekgraaf en Hoef en Haag, de inzet van ontwikkelaars en onze actieve inzet op plancapaciteit voor woningbouw op lange termijn. Naast de huidige productie is het belangrijk nu in te zetten op continuïteit in de bouwstroom. Dit door ons voor te bereiden op de bouw van leefbare en toekomstbestendige wijken. Naast de ruimtelijke kwaliteiten spelen ook de volkshuisvestelijke sturing en demografische aspecten hier een rol.

Denk aan het anticiperen op de komende vergrijzing, het bouwen voor de autonome ontwikkeling en zorgdragen voor specifieke doelgroepen met een landelijke- en regionale taakstelling. Gebiedsvisies en Dorps(Woon)visies Met het opstellen van de Gebiedsvisies en Dorps(Woon)visies per kern wordt een belangrijke stap gezet om de ruimtelijke ontwikkeling van kernen mogelijk te maken en te sturen. Deze visies vormen de basis voor een doordachte en samenhangende aanpak. De uitdaging is om daar nu uitwerking aan te geven. Die uitwerking vraagt veel van de ambtelijke organisatie, bestuur en politiek. Er is sprake van uitdagende opgaven, zowel binnen als buiten onze invloedsfeer. Onze investeringsagenda biedt hiertoe de noodzakelijke financiële ruimte. De omvang van het fonds is op zichzelf genomen fors maar in het licht van de opgaven wordt duidelijk dat derden financiering onontbeerlijk is. Denk hierbij met name aan infrastructurele projecten, eventuele bedrijfsverplaatsingen, het in stand houden of op orde brengen van voorzieningen en sportaccommodaties enz.

Kadernota 2025-2028

16

Er liggen in financiële zin dan ook twee uitdagingen: het verkrijgen van externe middelen in de vorm van subsidie (van bijvoorbeeld regio, provincie of Rijk) en/of door bijdragen vanuit projecten én het prioriteren van de inzet van beschikbare middelen naar die projecten die de grootste meerwaarde opleveren. Uitwerking investeringsprogramma Nu de visievorming als hierboven geschetst in een vergevorderd stadium is gekomen is een verdere uitwerking van het investeringsprogramma noodzakelijk. Dat is later dan voorzien, namelijk in begrotingsjaar 2025 in plaats van 2024 maar wel op een goed moment in het lopend proces. Uitgangspunt blijft zoals vastgesteld in de programmabegroting van 2024. Bijgedragen wordt aan projecten op basis van 4 pijlers. 1. Het verbeteren van de betaalbaarheid van woningen; 2. Het bieden van een goed voorzieningenniveau en voldoende werkgelegenheid; 3. Passende afwikkeling van de mobiliteitsopgaven; 4. Passende compensatiemaatregelen om kwaliteit van de leefomgeving te borgen (in brede zin van het woord, landelijk beleid maar ook lokaal. Denk aan Water, Natuur, Stikstof, Duurzaamheidsambities enz.). Voor het vervolg wordt gedacht aan een programmatische uitwerking waarin: -

Kerninformatie per kern of gebied (kwalitatief, programmatisch, financieel (kosten én dekkingsmiddelen), risico’s) op dezelfde leest wordt geschoeid om op basis daarvan tot de hoofdopzet van het ontwikkel- en uitvoeringsprogramma te komen;

De opgestelde visies bieden een breed palet aan mogelijke planlocaties. Van belang is deze locaties op een overzichtelijke manier in beeld te brengen en daarbij relevante criteria in beeld te brengen. -

een afwegingskader wordt opgesteld (leefbaarheid, ruimtelijk, programma, middelen en capaciteit).

De planvoorraad is bedoeld voor de periode tot 2040. Alles kan en hoeft niet tegelijk en dus dient geprioriteerd te worden. Welke projecten hebben voorrang en waarom? Door het opstellen van een afwegingskader wordt deze keuze ondersteund. -

de planningshorizon wordt bepaald (denk aan projecten voor korte, middellange en lange termijn, versnellingsopgave t.b.v. specifieke doelgroepen en inzet van flexoplossingen)

Belangrijk is op welke termijn een project uitvoerbaar is. Zo wordt een basis gelegd voor een evenwichtige verdeling van onze inspanningen over de periode en continuïteit in de bouwstroom. -

onderscheid wordt aangebracht in lokale en majeure opgaven met uitwerking naar wijze van organiseren;

Prioriteit en planningshorizon leveren inzicht in de projectenportefeuille. Daarin zal sprake zijn van kleine en meer omvangrijke ontwikkellocaties. Rolneming en positie van de gemeentelijke organisatie dient daarop afgestemd te worden. Deze aanpak geeft inzicht in het projectverloop door de jaren heen en maakt inzichtelijk welke projecten in de portefeuille behouden dienen te worden en welke projecten tot 2040 niet aan de orde zullen zijn. -

een technische uitwerking van het investeringsfonds in benodigde investeringen per project (o.b.v. 4 hoofdlijnen van het investeringsprogramma);

Kadernota 2025-2028

17

De investeringsagenda maakt het mogelijk bij te dragen aan het bouwen van wijken waarin het leven goed is door te investeren in bereikbaarheid, voorzieningenniveau, compenserende maatregelen en betaalbaarheid. -

een strategische uitwerking van het investeringsfonds in een strategie op lobby, samenwerken en kostenverhaal;

Onze projectenportefeuille maakt inzichtelijk welke inzet van de organisatie gevraagd zal worden. Ook welke investeringen aan de orde zullen zijn. Vijfheerenlanden zet in op het vinden van externe financieringsbronnen t.a.v. onze opgave. Zo maken we de inzet van onze investeringsagenda maximaal productief. -

een strategie ten aanzien van de productie van ‘betaalbare (koop)woningen’ (Koopstart).

Het spoor ‘betaalbaarheid’ in de investeringsagenda vraagt om directe ondersteuning waarmee starters in staat worden gesteld tegen gunstiger voorwaarden te starten op de woningmarkt. Het implementeren van Koopstart is een vorm waarmee dit gestalte kan krijgen. Vervolg in de begroting 2025 Een nadere uitwerking van onze (programmatische) aanpak wordt integraal opgenomen in de begroting van 2025. Naar verwachting worden in een bijlage van deze begroting ook de eerste projecten benoemd. Op deze wijze willen wij ook invulling geven aan de door de raad in september 2023 raadsbreed aangenomen "motie vreemd" om beter te begroten en vooral om meer zicht te krijgen op de in de planperiode tot 2040 te verwachten investeringsprojecten inclusief de daaruit mogelijk voortkomende exploitatielasten.

Kwaliteitsverhogende investeringen Zoals in de eerste opzet van het investeringsprogramma aangegeven resulteert de groei van ons inwoneraantal in extra investeringsruimte. Deze ruimte wordt onder andere ingezet voor kwaliteitsverhogende investeringen. Nu de benodigde planruimte is gecreëerd is het zaak om het afwegingskader voor kwaliteitsinvesteringen verder uit te werken. Zodra de bouw van woningen in de vorm van projecten is gepland kunnen ook kwaliteitsinvesteringen worden gepland. In de begroting 2025 wordt een nadere uitwerking van dit deel van het programma opgenomen. Stand van zaken: Zoals aangegeven is het proces om te komen tot een ontwikkelvisie per kern in een vergevorderd stadium. Vanuit deze visies zullen projecten ontstaan die aanspraak voor een sluitende financiering aanspraak zullen maken op de investeringsagenda. In welke mate bijdragen vanuit de investeringsagenda nodig zullen zijn zal uit bovenstaande uitwerking moeten blijken.

Als illustratie kan de volgende mogelijke indeling dienen: - Kleinschalige ontwikkelingen in en aan kernen ( tot 25 woningen) - gemeentelijke inbreng beperkt - Vitaliteitsprojecten (tot 50 woningen) - gemeentelijke inbreng beperkt - Transformatielocaties (groter dan 50 woningen) - gemeentelijke inbreng groot - Uitbreidingslocaties (groter dan 50 woningen) - gemeentelijke inbreng groot Op basis van de visies die inmiddels zijn vastgesteld en/of in procedure zijn is inmiddels planruimte gecreëerd voor bijna 3000 extra woningen. Naast deze direct uit de visies voortgekomen planruimte zullen ook inbreidingsprojecten aanspraak kunnen maken op het investeringsfonds. In komend begrotingsjaar zullen ook

Kadernota 2025-2028

18

daarvoor separate besluiten worden gevraagd. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de volgende Leerdamse locaties Hellingbaanflats, Molukse wijk en vm. Huis ter Leede. Deze zijn concreet in voorbereiding en zullen eveneens tot uitbreiding van woningaantallen leiden en dus aanspraak (kunnen) maken op de investeringsagenda.

Plankosten UitvoeringsAgenda Wonen (UAW) Inleiding De gemeente Vijfheerenlanden heeft de ambitie om tot en met 2026 planlocaties aan te wijzen voor de bouw van 3.000 woningen in de periode 2027-2040. Vanuit de uitvoeringsagenda wonen wordt sinds augustus 2022 gewerkt aan verschillende sporen ten behoeve van de versnelling van woningbouw. Onderdeel hiervan betreft het opstellen van dorps(woon)visies en gebiedsvisies. Dorps(woon)visies komen voort uit de behoefte aan betaalbare woningen in onze dorpen. Dat betreft woningen voor woningzoekenden én woningen voor het functioneren van het dorp als geheel, om de vitaliteit en voorzieningen in het dorp in stand te houden. De dorps(woon)visie levert ook de inhoudelijke onderbouwing voor de provincie, om in het kader van de kleine kernenregeling in te kunnen stemmen met uitbreiding van de woningvoorraad buiten de contour met maximaal 50 woningen per dorp. Dorps(woon)visies worden opgesteld middels een uitgebreid participatieproces, waarbij de inbreng van inwoners leidend is. Gebiedsvisies worden opgesteld voor de (voorzieningen) kernen Meerkerk, Vianen en Leerdam. Deze gebiedsvisies zijn integrale ruimtelijke visies die in participatie worden opgesteld en hebben als doel de grootschalige woonopgaven richting de toekomst in beeld te brengen in samenhang met o.a. de bijbehorende voorzieningen, werklandschappen en duurzame bereikbaarheid.

Hierbij ligt de opgave van een gebiedsvisie breder dan enkel de vitaliteitsopgave van de kern zelf en wordt een aandeel aan de gemeentelijke woonopgave ingepast. Zowel bij de dorps(woon)visies als de gebiedsvisies staat maatwerk centraal. Dit betreft maatwerk wat betreft de wijze waarop inwoners betrokken worden alsook maatwerk wat betreft de inhoud. Zowel dorps(woon)visies als gebiedsvisies bieden dan ook een basis om als gemeente in de toekomst met inwoners en ontwikkelaars op te blijven trekken. Deze wijze van werken sluit aan op de nieuwe wijze van werken die in de met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet verwacht wordt. Resultaten Inmiddels zijn al enkele dorps(woon)visies vastgesteld (waaronder Hei- en Boeicop, Nieuwland en Zijderveld) en één gebiedsvisie (Meerkerk). Geconcludeerd mag worden dat in alle gevallen zowel het doorlopen participatieproces als het inhoudelijke eindresultaat op draagvlak in de betrokken dorpen mag rekenen. Het programma is daarmee participatief als inhoudelijk een groot succes. Ook het draagvlak voor dit proces in de raad is groot. De dorps(woon)visies en gebiedsvisies dragen daarnaast ook bij aan het aanwijzen van mogelijke planlocaties en het invullen van de planvoorraad.

Financiën Bij het opstellen van het coalitieakkoord en de kadernota 2023 in 2022 is ervan uitgegaan dat de kosten van een intensief woningbouw programma (zoals dat met de Uitvoeringsagenda Wonen is neergezet) volledig gedekt zouden kunnen worden uit door het toenmalige nieuwe kabinet aangekondigde nieuwe specifieke uitkeringen (SPUK’s) ter stimulering van de woningbouw. De specifieke uitwerking van en regelgeving omtrent deze SPUK’s was toen overigens nog niet bekend. Inmiddels moeten wij constateren dat

Kadernota 2025-2028

19

de regelgeving wat betreft de SPUK’s op basis van het rijksprogramma Bouwen en Wonen inhoudelijk onvoldoende aansluit bij de (succesvolle) inspanningen van de gemeente Vijfheerenlanden om in het kader van de gemeentelijke Uitvoerings Agenda Wonen (bijvoorbeeld) dorps(woon)visies en gebiedsvisies op te stellen. De SPUK’s richten zich vooral op het verstrekken van bijdragen aan projecten waar de uitvoeringskosten een aantoonbaar tekort laten zien. En dus niet op het verstrekken van bijdragen voor projecten die zich in eerste instantie beperken tot visievorming en plancapaciteit. Voor de realisatie van Broekgraaf Noord heeft de gemeente Vijfheerenlanden in 2023 uit de SPUK woningbouwimpuls overigens wel € 3,4 miljoen WBI subsidie toegezegd gekregen. Nu er geen SPUK subsidies beschikbaar komen voor het opstellen van dorps(woon)visies en gebiedsvisies is er sprake van een (inkomsten) tekort. Er is en wordt gezocht naar andere subsidiestromen (bijvoorbeeld provinciale subsidies) ter gedeeltelijke dekking van onze financiële inspanningen. Maar het resultaat daarvan is ongewis. In 2023 zijn de kosten van het opstellen van dorps(woon)visies en gebiedsvisies gedekt binnen de begroting. Daarvoor zijn het stimuleringsbudget wonen/grote kernen en incidenteel beschikbare budgetten ingezet. De incidentele budgetten zijn echter in 2024 niet meer beschikbaar.

Het stimuleringsbudget wonen/grote kernen echter nog wel, maar dit is niet toereikend. De verwachte kosten voor het opstellen en uitwerken van dorps(woon)visies en gebiedsvisies bedragen € 510.000 in 2024, € 360.000 in 2025 en € 160.000 in 2025. Het beschikbare stimuleringsbudget wonen/grote kernen bedraagt € 210.000 in 2024 en € 160.000 vanaf 2025. Dat betekent, dat er sprake is van een incidenteel tekort van € 300.000 in 2024 en € 200.000 in 2025. Het streven is dat dit tekort nog (gedeeltelijk) kan worden gedekt door het verwerven van subsidies anders dan uit specifieke uitkeringen van het Rijk. Dit is echter onzeker. Zeker is echter, dat het tot stand komen van dorps(woon)visies en gebiedsvisies aanzienlijk zal bijdragen aan de doelstelling om tot en met 2026 in de gemeente Vijfheerenlanden planlocaties aan te wijzen voor de bouw van 3.000 woningen in de periode 2027-2040. Een nader te bepalen deel hiervan zal worden gerealiseerd via gemeentelijke grondexploitaties. Verwacht mag worden dat dit uiteindelijk ook zal resulteren in financiële opbrengsten voor de gemeente Vijfheerenlanden die in de algemene reserve grondexploitatie terecht zullen komen. Daarmee kunnen de huidige uitgaven worden beschouwd als noodzakelijke voorbereidingskosten.

Voorgesteld wordt dan ook om het verwachte tekort van maximaal € 300.000 in 2024 en € 200.000 in 2025 in de jaren te onttrekken aan de algemene reserve grondexploitatie. Verwerking resultaat Het verwachte tekort van (maximaal) € 300.000 in 2024 en € 200.000 in 2025 als gevolg van het opstellen van dorps(woon)visies en gebiedsvisies in deze jaren worden onttrokken aan de algemene reserve grondexploitatie.

Kadernota 2025-2028

20

6 Organisatiekosten en formatie-uitbreiding Organisatiekosten Als onderdeel van de besluitvorming omtrent de beleidsnota organisatiekosten 2023 heeft de raad ook ingestemd met het eens per vier jaar uitvoeren van een benchmark naar de omvang van de gemeentelijke organisatiekosten. De raad heeft besloten om de eerste benchmark uit te voeren op basis van het begrotingsjaar 2024 en de formatie per 1 januari 2024. Dit is dus inclusief de eerste 18,5 fte uitbreiding van de door de raad bij de Kadernota 2024 goedgekeurde uitbreiding met 36 fte (in drie stappen te realiseren). Uitvoering benchmark Bureau Berenschot voert de benchmark uit en de resultaten worden op korte termijn verwacht. De benchmark biedt inzicht in de relatieve kosten en formatie van de gemeente Vijfheerenlanden in vergelijking met tien andere in inwoneraantal vergelijkbare gemeenten (de referentiegroep). Bij de te vergelijken kosten betreft het onder meer de salaris- en materiële lasten van alle gemeentelijke primaire en overheadprocessen, de begrote inhuurlasten, de begrote bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen (wat betreft de organisatiekosten van deze regelingen) en de bij gesubsidieerde instellingen of marktpartijen uitbestede werkzaamheden.

Door Berenschot wordt aangegeven dat het bij de resultaten objectieve vergelijkingsinformatie betreft die een “eerste handvat” is voor discussie, maar niet het “finale oordeel” kan zijn. Daarmee vormen de uitkomsten van de benchmark een basis voor normering en bieden deze uitkomsten focus voor vervolgonderzoek. Doelstelling is om de resultaten van de benchmark, voorzien van de verdiepende analyse, in de oktobervergadering aan de raad voor te leggen. Dus een maand voor de behandeling van de nieuwe programmabegroting 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=4a2b05ee-35bd-47eb-8c3b-05e324c76820