Kadernota 2024-2027 versie raad.pdf
Tekst van het document
De afgelopen jaren hebben we moeten constateren dat we – door uiteenlopende oorzaken zoals corona, krapte op de arbeidsmarkt en nieuwe taken –niet alles kunnen uitvoeren wat we ons voornemen. We ervaren dat financiële dekking niet altijd het grootste probleem is, maar dat steeds vaker de beschikbare capaciteit de beperkende factor is. Door scherper te prioriteren wordt de keuze waar de schaarse capaciteit moet worden ingezet, naar voren gehaald en bewuster gemaakt. Hierbij toetsen wij in beginsel op de volgende prioriteiten: 1) Dienstverlening aan onze inwoners en ondernemers 2) Bedrijfscontinuïteit waarborgen 3) Bestaande beleidsambities 4) Versterking regionale positie 5) Ondersteuning sturende rol van de raad Het uitgangspunt is dat wij terughoudend willen zijn in het oppakken van nieuwe taken die niet onder de bovenstaande prioriteiten vallen. Als ervoor wordt gekozen aan deze knop te draaien met als doel de kosten af te bouwen, dan zijn er mogelijkheden om door prioritering en/of temporisering de naar verwachting te maken kosten anders te verdelen of realistischer te begroten. Er wordt dan gekeken naar wat er haalbaar is, in plaats van wat er aan financiële middelen beschikbaar (zou) moeten zijn. Vast personeel ipv structurele inhuur Wij hebben tot nu slechts bij uitzondering vast personeel aangenomen op incidenteel geld (denk aan projecten).
Gezien onze portefeuille met projecten en visies, afgezet tegen de krappe arbeidsmarkt en de vergrijzing in onze organisatie vinden wij het verantwoord vast personeel aan te nemen met incidenteel geld, waarbij elke keer de afweging wordt gemaakt of dit kosteneffectief is en dienend aan de opgave. Daarbij signaleren wij dat er structureel sprake is van incidentele extra taken. Door inzet van vaste eigen mensen, wordt voorkomen dat deze middelen alleen maar worden ingezet voor tijdelijke krachten. Deze beweging zorgt voor kosten-efficiënte inzet van financiële middelen en is duurzamer als het gaat om kennisbehoud in de organisatie. In de huidige flexibele markt is dit een lastige beweging. We willen hier echter wel serieus op inzetten. Afhankelijk van de mate waarin we hier in slagen leidt dit op termijn tot stabielere uitgaven aan en inzet van menskracht. Het leidt niet tot een extra beslag op de algemene middelen, maar wel tot een betere beheersing van de ervaren werkdruk. Als ervoor wordt gekozen aan deze knop te draaien met als doel de kosten af te bouwen, dan zijn er mogelijkheden om relatief dure inhuur te vervangen door eigen medewerkers.
Kadernota 2024-2027
21
Ad D: Solvabiliteit Actief fondsenwerven Als onderdeel van de investering in de kwaliteit en kwantiteit van de organisatie (hoofdstuk 4) is in de voorgestelde formatie-uitbreiding een lobbyist opgenomen. Deze zal worden belast met het onderzoeken en binnenhalen van kansrijke subsidies bij medeoverheden en cofinanciering voor onze (sociale en ruimtelijke) projecten. We verwachten dat we € 200 miljoen moeten investeren, maar we hebben nu € 80 miljoen beschikbaar. Het verwerven van subsidies en cofinanciering is nodig om de benodigde investeringen te kunnen doen en daarbij binnen de verwachtingen voor solvabiliteit te blijven zoals weergegeven in grafiek 2 op pagina 8. Vrijval kapitaallasten storten in algemene reserve In relatie tot de constatering bij de knop ‘prioriteitsstelling’ dat wij moeten constateren dat het niet altijd lukt al onze plannen tot uitvoering te brengen zien wij dit ook terug in de realisatie van projecten en investeringen. Net als bij veel andere gemeenten hebben ook wij te maken met een zekere mate van planningsoptimisme, waarbij we zien dat investeringen later tot afronding komen dan waar (financieel) rekening mee is gehouden. Deze knop houdt in dat wij (net als afgelopen jaar bij de 2 e bestuursrapportage 2022) jaarlijks de haalbaarheid van de geplande investeringen toetsen en de planning waar nodig bijstellen.
Een snel te realiseren besparing ligt in de geraamde kapitaallast voor het investeringsprogramma van € 80 miljoen. De kapitaallast van deze investering is al volledig verwerkt in het financieel beeld, terwijl de kosten naar verwachting pas later op gang zullen komen. Dit leidt tot incidentele voordelen omdat de oploop in kapitaallasten later plaatsvindt dan geraamd. Voorgesteld wordt om de vrijval van de kapitaallasten die dit de komende jaren tot gevolg heeft, te storten in de algemene reserve zodat het vermogen van de gemeente kan groeien naar het niveau dat nodig is om de solvabiliteit structureel boven de 20% te houden. Het is de bedoeling om dit structureel op te nemen in de meerjarenraming en met deze knop wordt beoogd om de incidentele voordelen op kapitaallasten te gebruiken om onze reservepositie te versterken. Bevestigen uitgangspunt storten rekeningvoordelen in de algemene reserve Net als veel gemeenten zit er in Vijfheerenlanden ruimte tussen de begrote resultaten en de gerealiseerde rekeningresultaten. Analyse van de overschotten van de afgelopen vier jaren laat zien dat dit steeds andere incidentele oorzaken betreft. Naast de genoemde oorzaken als de krappe arbeidsmarkt en nieuwe taken, speelt hierbij ook mee dat het Rijk steeds vaker (en steeds later) incidentele middelen beschikbaar stelt.
Wanneer nieuw geld (en nieuwe taken) in de september- of decembercirculaire beschikbaar worden gesteld, is er vaak onvoldoende tijd om deze middelen uit te geven. Bij de Kadernota 2023-2027 is voorgesteld om rekeningvoordelen die zich voordoen zo min mogelijk over te hevelen, maar te storten in de algemene reserve ter versterking van het eigen vermogen en verbetering van de solvabiliteit. Dit uiteraard met uitzondering van rijksmiddelen die gepaard gaan met taken die op een later moment alsnog uitgevoerd moeten worden. Storten winsten grondbedrijf in Reserve grondbedrijf In de jaarrekening 2022 worden in de paragraaf Grondbeleid de verwachte toekomstige winsten verantwoord. Tot op heden betrokken we deze verwachtingen niet in onze ramingen van de ontwikkeling van onze reserves. In de jaarrekening 2022 gaat het bijvoorbeeld om € 8,5 miljoen aan niet ingeboekte nog te realiseren winstnemingen. Het uitgangspunt in de nota grondbeleid is om buitengewoon terughoudend om te gaan met het aangaan van risico’s die ten laste van deze reserve zouden moeten komen. Daarmee wordt het verdedigbaar om de verwachte winsten wel mee te gaan nemen in de meerjarige solvabiliteitsramingen en deze te storten in de reserve grondbedrijf op het moment dat zij gerealiseerd worden.
Kadernota 2024-2027
22
Zicht op een structureel sluitende begroting Zoals blijkt uit het financieel beeld dat eerder in dit hoofdstuk wordt geschetst (zie tabel 2), leiden de opgaven waarmee we ons als gemeente geconfronteerd zien tot een flinke verslechtering van ons begrotingssaldo. Bij ongewijzigd beleid lopen de tekorten op van € 2 miljoen in 2024 tot iets meer dan € 10 miljoen in 2027. De opgaven die wij op ons af zien komen, hebben we echter al enige tijd in beeld en ook over mogelijke oplossingen is al nagedacht. De oplossingsrichtingen die wij als het meest kansrijk zien, zijn opgenomen in de knoppenkast. Op basis van deze inschattingen is in de onderstaande tabel weergegeven hoe het financieel beeld zich zou kunnen ontwikkelen bij het draaien aan deze knoppen. x € 1.000 Vertrekpunt Kadernota 20242027 Verwachte ontwikkeling Algemene uitkering Knop: 'Stelpost oplossing klifjaar/opschalingskorting' Knop: 'Indexering lokale heffingen'
2024
2025
2026
2027
-2.019
-1.602
-9.153
-10.125
PM
PM
PM
PM
-
-
5.800
6.800
1.000
1.000
1.000
1.000
1.100
2.000
2.500
2.500
81
1.398
147
175
Knop: 'Boter bij de vis' Knop: 'Nieuw-voor-oud' Knop: 'Prioriteitsstelling' Knop: 'Vast personeel ipv structurele inhuur' Knop: ‘Nader te bepalen’ Uitgangspunt meerjarenbegroting 2024-2027
Tabel 3: Mogelijk uitgangspunt voor programmabegroting 2024 na draaien aan knoppen
Verwachte ontwikkeling Algemene uitkering Zoals is aangegeven in hoofdstuk 2 van deze kadernota is de ontwikkeling van de algemene uitkering nog met veel onzekerheden omgeven. Een deel van de onzekerheden (maar zeker niet allemaal) zal worden weggenomen bij het verschijnen van de meicirculaire 2023 van het gemeentefonds. Die verschijnt te laat om te kunnen verwerken in deze nota, maar de effecten hiervan worden zo snel mogelijk doorgerekend en daarna verstrekt aan de gemeenteraad. De planning hiervoor is om de uitkomsten hiervan in ieder geval voorafgaand aan de commissiebehandeling van de Kadernota 2024-2027 aan de gemeenteraad te verstrekken. Het uitgangspunt in deze kadernota is dat de nadelige effecten voortkomend uit het klifjaar en de opschalingskorting worden gecompenseerd door het Rijk via een hogere algemene uitkering. Dit heeft geleid tot het opnemen van de knop ‘stelpost klifjaar en opschalingskorting’. Het gevolg hiervan is wel dat meevallers die zich de komende jaren voordoen op de algemene uitkering, eerst in mindering moeten worden gebracht op deze
Kadernota 2024-2027
23
stelpost. Hierdoor zullen voordelen in eerste instantie vooral incidenteel van aard zijn (voor de jaren 2024 en 2025) totdat de gehele stelpost is gerealiseerd. Uitgangspunt meerjarenbegroting 2024-2027 De tabel op de voorgaande pagina sluit in alle jaren met een (relatief beperkt) overschot. De laatste regel is echter bewust ‘uitgangspunt’ voor de meerjarenbegroting genoemd. Het bovenstaande overzicht beoogt dan ook niet om het meerjarenbeeld voor de periode 2024-2027 helemaal dicht te rekenen, maar is bedoeld om zicht te bieden op een structureel sluitende begroting. Hierbij moeten de vier in de knoppenkast beschreven oplossingsrichtingen (boter bij de vis, nieuw-voor-oud, prioriteitsstelling, vast personeel ipv structurele inhuur) leiden tot een verbetering van het saldo van € 1,1 miljoen in 2024 tot € 2,5 miljoen structureel vanaf 2026, maar dit zijn indicatieve bedragen. Dit heeft te maken met de kanttekening dat het financieel beeld nog kan (en zal) veranderen als gevolg van het verschijnen van de mei- en septembercirculaire (de PM-post in het bovenstaande overzicht). Dit kan ervoor zorgen dat wij harder of juist minder hard aan de verschillende knoppen moeten draaien om een structureel sluitende begroting te presenteren. Dit zal uiteraard nader uitgewerkt worden in de programmabegroting 2024.
Realistisch zicht op structureel gezonde solvabiliteit In deze kadernota gaat het – veel meer dan andere jaren – over het onderwerp solvabiliteit. Met de knoppen uit de knoppenkast denken wij de realistische uitgangspunten te hebben benoemd om structureel te kunnen voldoen aan de norm van 20%. Grafiek 2 op pagina 8 is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de solvabiliteit, waarbij we op termijn een bedrag van € 12 tot € 17 miljoen aan groei van onze reserves denken nodig te hebben. De knoppen zoals opgenomen in de knoppenkast onder knop D. Solvabiliteit moeten die groei mogelijk maken. Zo levert de knop ‘Storten winsten grondbedrijf in reserve grondbedrijf’, op basis van de inzichten van de jaarrekening 2022, naar verwachting zo’n € 8,5 miljoen op. Verder verwachten we door de knop ‘Vrijval kapitaallasten storten in algemene reserve’, vooral door temporisering van het investeringsprogramma van € 80 miljoen de komende 5 jaar nog eens € 6 miljoen te kunnen sparen. In de onderstaande tabel is weergegeven wat enkel deze twee knoppen op korte termijn voor onze solvabiliteit kunnen betekenen: Bedragen x € 1 miljoen
2024
2025
2026
2027
2028
20%-grens solvabiliteit (agv balansgroei)
67,6
70,1
71,5
75,5
74,0
Ontwikkeling reserves (huidige inschatting)
80,2
78,8
72,6
71,6
70,6
- effect knop sparen uitgestelde kapitaallast
0,4
1,2
2,4
4,0
6,0
- effect knop storten te realiseren winst grex
0,3
1,6
1,6
1,8
8,5
Ontwikkeling reserves na draaien aan knoppen
80,9
81,6
76,6
77,4
85,1
Tabel 3: Ontwikkeling reserves voor en na inzet knoppen ‘kapitaallast’ en ‘grex’
De huidige inschatting is dat we, zonder ingrijpen, vanaf 2027 onder de 20% solvabiliteit zakken. Na het inzetten van de twee hiervoor genoemde knoppen verwachten we in deze periode in alle jaren boven de 20%-grens te blijven. Daarnaast kunnen we daarmee binnen een periode van vijf jaar al boven het minimaal te realiseren bedrag van € 12 miljoen uitkomen. Dit geeft ons tijd om voor het restant nog extra incidentele voordelen te inventariseren en – conform het uitgangspunt dat we bij deze kadernota willen bevestigen – eventueel toekomstige rekeningvoordelen in algemene reserve te storten.
Kadernota 2024-2027
24
Dat zal ook nodig zijn, omdat de groei van de balans na 2028 naar verwachting doorzet. De voorgaande knoppen geven ons de tijd om hierop te anticiperen. De bovenstaande cijfers zijn in de onderstaande grafiek gecombineerd met grafiek 1, waarin de verwachte ontwikkeling van de solvabiliteit in werd getoond. Dit leidt meerjarig tot het onderstaande beeld, waarbij de stippellijn het bijgestelde beeld (na het draaien aan de knoppen ‘kapitaallast’ en ‘grex’) weergeeft:
Grafiek 2: Ontwikkeling reserves voor en na inzet knoppen ‘kapitaallast’ en ‘grex’
Uit de grafiek blijkt dat – naar de huidige inzichten – de solvabiliteitsgrens van 20% niet al in 2026 wordt bereikt, maar in 2034. Hoe verder in de toekomst, hoe onzekerder de ramingen worden, omdat er tussentijds van alles kan gebeuren met gevolgen voor onze reservepositie, maar de inzet van de voorgestelde knoppen geeft ons tijd om hierop te anticiperen. Daarmee komt er naar onze mening reëel zicht op een structurele solvabiliteit van tenminste 20%.
Proces naar de Programmabegroting 2024-2027 Afhankelijk van de uitkomsten van de meicirculaire 2023 en de gevolgen hiervan op het financieel meerjarenperspectief zullen wij bij de begroting 2024 een uitgewerkt pakket aan maatregelen aan u voorleggen. Dit pakket zal gebaseerd zijn op de bovenstaande knoppenkast (aangevuld met de gemaakte opmerkingen vanuit de commissie Algemene Zaken en de gemeenteraad) en passen bij de financiële opgave die resteert na het verschijnen van de meicirculaire. Mocht het zo zijn dat – zelfs na toepassing van de hiervoor genoemde knoppen – onder de streep een financieel tekort resteert, dan zal er verder kritisch moeten worden gekeken naar onze uitgaven. Het instrument van de kaasschaaf heeft daarvoor niet onze voorkeur, omdat daarbij eigenlijk geen fundamentele keuzes worden gemaakt over zaken die wij als gemeente belangrijk vinden. Indien nodig kan een integrale verlaging (of het achterwege laten of verlagen van de indexering van budgetten) van alle uitgavenbudgetten worden doorgevoerd als ombuigingsmaatregel. Een andere mogelijkheid is te kijken naar het verschuiven van de uitvoering van (semi)publieke taken naar derden en naar de markt (van publiek naar privaat). Dat zou ook passen bij een andere visie op de rol van de gemeente.
Niet langer als aanbieder van allerlei diensten in de samenleving maar een faciliterende, voorwaardenscheppende en stimulerende rol.
Kadernota 2024-2027
25
Wij hopen met deze kadernota een goede basis te hebben neergelegd voor een discussie over de richting die wij met onze gemeente op willen gaan. Het is daarmee niet alleen een kadernota als voorbereiding op de begroting 2024, maar een strategisch, lange termijn document waarin we beschrijven hoe we onze gemeente financieel gezond houden en daarnaast ruimte kunnen creëren om te investeren in onze organisatie en in het goede leven in Vijfheerenlanden.
Bestuurlijke samenvatting van de kaders In deze kadernota is veel achtergrondinformatie verstrekt bij de opgaven op ons afkomen in de komende jaren, inclusief de mogelijke oplossingen hiervoor. Daarnaast zijn door het document heen op verschillende plaatsen kaders beschreven waarbinnen de begroting 2024 opgesteld kan worden. Ook is de kadernota het moment om sommige bestaande kaders te herbevestigen. Concreet wordt voorgesteld om: 1. Voor de loon- en prijsontwikkeling (inclusief uitgaande subsidies) aan de lastenkant van de begroting 2024-2027 aan te sluiten op de indexering die is opgenomen in de meicirculaire gemeentefonds 2023; 2. Voor de loon- en prijsontwikkeling aan de batenkant dezelfde percentages te gebruiken voor het indexeren van leges en heffingen (tot een maximum van 100% kostendekking); 3. Voor wat betreft afvalstoffen- en rioolheffing uit te gaan van 100% kostendekkende tarieven; 4. Voor de noodzaak om te investeren in de kwaliteit en kwantiteit van de ambtelijke organisatie de benodigde financiële middelen te reserveren; 5. Voor het prioriteren van de onderdelen uit het investeringsprogramma, de in hoofdstuk 3 benoemde criteria voor voorwaardenscheppende en kwaliteitverhogende investeringen vast te stellen. 6.
Het college opdracht te geven om – rekening houdend met de ontwikkeling van de algemene uitkering – op basis van de in de knoppenkast benoemde kansrijke oplossingsrichtingen een structureel sluitend financieel perspectief te presenteren bij de begroting 2024.
Kadernota 2024-2027
26