CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2024-2027 versie raad.pdf

Commissie Algemene Zaken 22 juni 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Kadernota 2024-202711.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KADERNOTA 2024-2027 Samen bouwen aan het goede leven Versie gemeenteraad – 30 mei 2023

Inhoud 1 Inleiding en leeswijzer ........................................................................... 2 2 Opgaven die op ons afkomen .................................................................. 3 Ontwikkelingen Algemene uitkering uit het gemeentefonds ....................... 3 Inflatieklap........................................................................................ 5 Druk op de organisatie ........................................................................ 5 Solvabiliteit ....................................................................................... 7 3 Investeringsprogramma Vijfheerenlanden ................................................. 9 Kader nadere uitwerking investeringsprogramma .................................. 10 Uitwerking in de Programmabegroting 2024-2027 ................................. 11 4 Financieel meerjarenbeeld .................................................................... 13 Voortschrijdend beeld meerjarenperspectief 2024-2027 ......................... 13 Toezichtsregime Provincie Utrecht ....................................................... 15 5 Oplossingsrichtingen en kaders ............................................................. 17 Hoofdknoppen .................................................................................

17 Opiniërende sessie commissie Algemene Zaken .................................... 17 Knoppenkast ................................................................................... 19 Proces naar de Programmabegroting 2024-2027 ................................... 25 Bestuurlijke samenvatting van de kaders ............................................. 26

Kadernota 2024-2027

1

1 Inleiding en leeswijzer Voor u ligt de Kadernota 2024. Nadat in 2022 de contouren van het coalitieakkoord als kader voor de komende jaren zijn vastgelegd in de Kadernota en Begroting 2023, leggen we via deze Kadernota 2024-2027 het fundament voor de verdere doorontwikkeling van Vijfheerenlanden. Een belangrijk onderdeel van deze kadernota gaat over de solvabiliteit van onze gemeente. Deze staat onder druk en het is belangrijk om hier aandacht voor te hebben. Solvabiliteit is een economisch kengetal dat wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de financiële gezondheid van een organisatie op de langere termijn: hoe hoger de solvabiliteit, hoe groter in het algemeen het vermogen om aan zowel de kortlopende alsook de langlopende financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Maar als gemeente hebben we niet alleen financiële verplichtingen. We hebben vooral een verplichting naar onze inwoners en ondernemers. Investeren in de ontwikkeling van Vijfheerenlanden is op veel vlakken nodig om onze inwoners en ondernemers ook in de toekomst te kunnen laten ervaren dat het goed leven is in Vijfheerenlanden. In deze kadernota schetsen we daarom de opgaven, de financiële kaders én de oplossingen die wij zien om zowel financieel als maatschappelijk solvabel te zijn en te blijven.

In hoofdstuk 2 zijn de belangrijkste opgaven opgenomen die we de komende jaren op ons af zien komen, zoals de ontwikkeling van de Algemene uitkering uit het gemeentefonds, de effecten van de loon- en prijsontwikkeling op de gemeentelijke inkomsten en uitgaven, de druk op de gemeentelijke organisatie en de benodigde impuls in kwaliteit en kwantiteit van de ambtelijke organisatie. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de verwachte ontwikkeling van de solvabiliteit. In hoofdstuk 3 zijn de kaders van het investeringsprogramma Vijfheerenlanden beschreven, aan de hand waarvan de investeringsagenda kan worden vormgegeven. Het uitgangspunt hiervoor is dat wij dit investeringsprogramma zien als een belangrijk middel om het doel uit de strategische visie voor Vijfheerenlanden ‘De juiste balans voor het goede leven’ te kunnen bereiken. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens een geactualiseerde inschatting van het financieel perspectief sinds het vaststellen van de Programmabegroting 2023 gegeven. Hierbij hebben wij – waar mogelijk – de hiervoor genoemde ontwikkelingen financieel vertaald en de structurele doorwerking van eerder genomen besluiten, waaronder de bestuursrapportages, verwerkt.

Tot slot wordt in hoofdstuk 5 gepresenteerd welke keuzeknoppen zijn geïnventariseerd om richting de begroting 2024-2027 een sluitend perspectief te kunnen presenteren en te kunnen werken aan een financiële solvabiliteit boven de gestelde norm van 20%. Hierbij blikken wij ook kort terug op de opiniërende sessie in de commissie Algemene Zaken over dit onderwerp en blikken wij vooruit op het proces naar de begroting 2024. Op de laatste pagina van dit document worden de in deze nota voorgestelde kaders nog eens kort samengevat. Wij vertrouwen er op dat wij hiermee een goede basis hebben gelegd om met uw raad de dialoog aan te gaan over de wijze waarop wij verantwoord kunnen investeren om niet alleen aan onze financiële, maar vooral ook aan onze maatschappelijke verplichtingen te kunnen voldoen. De secretaris,

De burgemeester,

N. (Nanette) van Ameijde-Poortman

S. (Sjors) Fröhlich

Kadernota 2024-2027

2

2 Opgaven die op ons afkomen In dit hoofdstuk schetsen we een aantal opgaven die de komende periode op gemeenten afkomen en proberen we die te vertalen naar onze lokale situatie. Voorbeelden van een aantal belangrijke opgaven waarmee wij te maken krijgen zijn de algemene uitkering (klifjaar, opschalingskorting, herijking gemeentefonds en hervormingsagenda Jeugd), de historisch hoge inflatie, de druk op de organisatie en de opgave die we hebben op het gebied van solvabiliteit. Gemeenten in Nederland zijn voor hun inkomsten voor een belangrijk deel afhankelijk van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Ook in Vijfheerenlanden is dit het geval. Ongeveer 57% van onze inkomsten komt via de algemene uitkering van het Rijk. De algemene uitkering staat van rijkswege onder druk waardoor het opstellen van een structureel sluitende begroting complexer en onzekerder is geworden. Deze kadernota beschrijft de oorzaken en geeft richting aan de manier waarop wij met deze complexiteit en onzekerheden om kunnen gaan.

Ontwikkelingen Algemene uitkering uit het gemeentefonds De plannen van het kabinet Rutte IV reiken tot en met 2025. Tot dat moment lopen de inkomsten voor gemeenten op, omdat de rijksuitgaven stijgen en een omstreden bezuiniging (de opschalingskorting) wordt opgeschort. Er spelen echter nog een aantal ontwikkelingen die de inkomsten van gemeenten (nadelig) kunnen beïnvloeden. In dit onderdeel worden deze ontwikkelingen (klifjaar, herijking gemeentefonds, opschalingskorting, hervormingsagenda Jeugd en de nieuwe financieringssystematiek) toegelicht. Klifjaar Zoals hiervoor geschetst lopen de inkomsten van onze gemeente vanuit het gemeentefonds tot en met 2025 op. Vanaf 2026 vallen de geraamde inkomsten uit het gemeentefonds echter sterk terug. Dit komt doordat het kabinet in het coalitieakkoord aangaf niet over het eigen graf heen te willen regeren, maar hierdoor heeft het Rijk haar eigen structurele ambities slechts incidenteel (tot en met 2025) gedekt. De rijksuitgaven dalen vanaf 2026 en daardoor daalt de algemene uitkering mee. Voor onze gemeente betekent dit een neerwaartse bijstelling van ongeveer € 6,8 miljoen. Ofwel: wij ontvangen naar verwachting zo’n € 113 per inwoner minder. Een fors nadeel voor alle gemeenten waardoor 2026 door veel gemeenten het ‘ravijnjaar’ of – omdat het een structureel nadeel betreft – ‘klifjaar’ wordt genoemd.

Op Prinsjesdag 2022 maakte het kabinet bekend dat gemeenten in 2026 incidenteel worden gecompenseerd voor ongeveer 20% van dit nadeel, maar dit betreft dus een gedeeltelijke compensatie voor enkel het jaar 2026. De VNG heeft aangegeven voor 2026 geen verdere compensatie te verwachten en is in gesprek met het Rijk over de periode 2027 en verder. Voor 2026 weten gemeenten waar ze aan toe zijn, maar de onzekerheid over 2027 en de jaren daarna, blijft vooralsnog dus nog bestaan. Herijking gemeentefonds Naast het klifjaar hangt ook de herijking van het gemeentefonds nog boven de markt. Tegen het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in, is de herijking door het kabinet doorgezet. Veel gemeenten hebben daardoor te maken met herverdeeleffecten. Het nadeel is door het Rijk gemaximeerd op € 37,50 per inwoner; dit nadeel hebben we al verwerkt in onze meerjarenbegroting. De komende periode wordt door het Rijk een drietal onderzoeken opgestart naar de stapeling van taken (en dus kosten) in het sociaal domein, grootstedelijke kosten en de groei van eenpersoonshuishoudens (en het effect hiervan op gemeentebegrotingen). Na de onderzoeken volgt een nieuw voorstel hoe om te gaan met de herijking. Tot die tijd wordt het maximale effect van € 37,50 per inwoner gehandhaafd, maar mogelijk leidt dit daarna alsnog tot een extra afname van de inkomsten uit de algemene uitkering. Het

Kadernota 2024-2027

3

mogelijke extra effect voor Vijfheerenlanden is in de vorige Kadernota 2023-2026 al berekend en komt neer op een nadeel van € 0,9 miljoen. Opschalingskorting De opschalingskorting is een efficiencymaatregel, door kabinet Rutte II ingevoerd, vanuit het streven dat gemeenten moeten worden opgeschaald naar een minimaal inwonertal van 100.000 inwoners. Dit streven is inmiddels allang losgelaten, maar de efficiencymaatregel wordt niet losgelaten. Niet definitief althans. De maatregel is de afgelopen vier jaar bevroren. Daarmee wordt de maatregel echter niet afgeschaft, alleen de toepassing wordt uitgesteld. Dit betekent – bij het ‘ontdooien’ van deze maatregel – vanaf 2026 een structureel nadeel voor Vijfheerenlanden van ongeveer € 2 miljoen. Dit is al verwerkt in het meerjarenbeeld van deze kadernota. Hervormingsagenda Jeugd Al enige jaren is er discussie tussen gemeenten (vertegenwoordigd door de VNG) en het Rijk over de budgetten die gemeenten hebben ontvangen bij de decentralisatie van de Jeugdzorg naar gemeenten. De onafhankelijke Commissie van Wijzen heeft hier een uitspraak over gedaan, maar het kabinet heeft de uitkomsten hiervan slechts gedeeltelijk overgenomen. In april van dit jaar hebben VNG en het ministerie van VWS een principeakkoord gesloten over het financiële kader voor de jeugdzorg.

Afgesproken is dat in 2024 en 2025 de van gemeenten verwachte besparingen met in totaal 385 miljoen euro worden ‘verzacht’. De door het Rijk in het regeerakkoord al ingeboekte bezuiniging wordt met terugwerkende kracht van 2023 tot en met 2025 bevroren, maar kan vanaf 2026 alsnog van kracht worden. De aanvankelijke bezuinigingsdoelstelling van in totaal € 1 miljard is dus niet van tafel. Om de impasse te doorbreken zijn de partijen overeengekomen dat daarvan € 650 miljoen ‘onderbouwd’ en ‘mogelijk haalbaar’ zijn, en dat de rest van het miljard ‘met onzekerheden omgeven is’. VNG en Rijk zijn het er over eens dat de taken voor gemeenten uitvoerbaar moeten zijn, inclusief de taakstellingen. Op het vlak van risicodeling is het Rijk gemeenten tegemoetgekomen door hen te gaan compenseren voor de autonome groei van de kosten van Jeugdzorg. In 2025 toetst een deskundigencommissie hoe het gaat, welk deel van de kosten zich autonoom ontwikkelt en welk deel door gemeenten beïnvloedbaar is. Ook doen zij een uitspraak over de haalbaarheid van de € 650 miljoen cq. de € 1 miljard. De commissie geeft vervolgens een ‘zwaarwegend advies’ over wat in de toekomst nodig is en hoeveel geld er aan jeugdhulp uitgaat. Op basis van het oordeel van de commissie (verwacht in 2025) wordt het budget voor 2026 en daarna bepaald.

Het nadeel hiervan is dat de ontwikkeling van het budget voor Jeugdzorg vanaf 2026 lang onzeker zal blijven en dat is (in combinatie met het klifjaar en de opschalingskorting) geen prettig vooruitzicht voor gemeenten. Op korte termijn (2024 en 2025) levert het bevriezen van de afspraken uit 2023 een voordeel op. Dit voordeel wordt verder toegelicht in het financiële hoofdstuk van deze kadernota. Nieuwe financieringssystematiek en vergroting lokaal belastinggebied Voor alle gemeenten is er op dit moment veel onduidelijkheid over wat er over een paar jaar met de algemene uitkering gaat gebeuren. Het kabinet werkt daarnaast aan een andere financieringssystematiek. Die moet leiden tot meer stabiliteit en de autonomie van gemeenten en provincies vergroten, ten opzichte van de huidige werkwijze waarbij het gemeentefonds twee keer per jaar wordt bijgesteld. Begin 2024 wil minister Bruins Slot met meer duidelijkheid komen; in 2026 moet het nieuwe stelsel in werking treden. Bij de aanpassing van de financieringssystematiek kijkt het Rijk ook naar het vergroten van het belastinggebied; dit heeft een relatie met het hiervoor genoemde klifjaar en wordt in het financieel hoofdstuk nader toegelicht.

Kadernota 2024-2027

4

Inflatieklap Loon- en prijsontwikkeling Het afgelopen jaar 2022 was er sprake van een historische inflatie van 10%. Hoewel de inflatie in 2023 afneemt, is deze nog steeds hoog te noemen. Voor de hoge inflatie in 2022 zijn we via het gemeentefonds al deels gecompenseerd door het Rijk, we verwachten dat de meicirculaire van het gemeentefonds ook voor de jaren 2023 en verder een bijstelling kent vanwege de hoge inflatie, ook door de loonontwikkelingen als gevolg van de nieuw afgesloten cao voor gemeenteambtenaren. Om onze ”slagkracht” te behouden, moeten onze inkomsten minimaal meegroeien met de prijsstijgingen. Het is echter wel ons streven om lokale heffingen niet harder te laten stijgen dan de inflatie en hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten op de werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Daarom hanteren we voor de bijstelling van de lokale heffingen, de verwachte prijsontwikkeling voor 2024 (zoals genoemd in de meicirculaire 2023 van het gemeentefonds), vermeerderd of verminderd met de correctie van de werkelijke inflatie over 2023. Indexering lokale heffingen De hiervoor beschreven systematiek is gebaseerd op de systematiek die het Rijk gebruikt voor het gemeentefonds en die zorgt er voor dat de lokale heffingen meebewegen met de werkelijke prijsontwikkelingen.

Het meebewegen gebeurt zodanig, dat we de tarieven voor lokale heffingen niet te veel, maar ook niet te weinig aanpassen door afwijkingen in de ramingen waarop de indexering is gebaseerd een jaar later te corrigeren op basis van de werkelijkheid. Deze werkwijze is niet altijd eenvoudig uit te leggen, maar zorgt wel voor een stabiel en eerlijk fundament onder het indexeringsbeleid. De CPB-ramingen die gebruikt worden voor de begroting, blijken in de praktijk later vaak anders uit te pakken. Wanneer we ervoor kiezen daarvoor niet te corrigeren dan bestaat het risico dat later blijkt dat onze inwoners te weinig of te veel hebben betaald.

Druk op de organisatie De groei van de gemeente maakt investeren in de organisatie nodig In 2014 is het besluit genomen om de gemeente Vijfheerenlanden te vormen. De personele formaties van de drie samenstellende gemeenten bedroegen in dat jaar in totaal 346 fte. Het aantal inwoners 53.800. Vanaf dit besluitmoment werden de formaties van de drie gemeenten bevroren en alleen bezuinigingen werden nog verwerkt. Ook de decentralisatie van het sociaal domein in 2015 leidde bij de drie gemeenten niet tot uitbreiding van de formaties (maar wel tot uitbreiding van inhuurbudgetten). In 2018 is onze organisatie dan ook van start gegaan met een personele formatie van 346 fte. De afgelopen jaren is de formatie ogenschijnlijk sterk gegroeid naar 413 fte per 1 januari 2023. Een groei van 67 fte. Verreweg het grootste deel van deze groei (54 fte) heeft technische oorzaken, te weten het omzetten van (vooral) inhuurbudgetten in vaste formatie (2018, 16 fte); de overheveling van taken van gemeenschappelijke regelingen (2019, 12 fte); het opnemen in de formatie van medewerkers in de Wet garantiebanen (2021, 9 fte) en het omzetten van inhuurbudgetten in het sociaal domein (sociaal team) naar vaste formatie (2023, 17 fte). Daarnaast is onze formatie de afgelopen jaren uitgebreid met 33 fte in verband met nieuwe taken.

Tegenover deze groei staan bezuinigingen op de formatie van 20 fte in de periode 2018-2021. In 2024 zal onze gemeente doorgroeien naar ruim 61.500 inwoners. Een groei van ruim 14% ten opzichte van 2014 (omliggende gemeente kennen een groei van 3 tot 8 %). De afgelopen jaren is bovendien een behoorlijk aantal nieuwe taken toegevoegd aan het takenpakket van gemeenten, boven op de taken die al vanaf 2015 aan ons sociaal

Kadernota 2024-2027

5

domein zijn toegevoegd. In het oog springend is de opvang van ontheemden. Daarnaast zorgen ook nieuwe (wettelijke) taken op gebied van de Omgevingswet, klimaat en energie, verdere groei in taken van ons sociaal domein, toegenomen verantwoordingsplichten, informatisering en digitalisering voor extra werk. Ook taken waar het Rijk voor verantwoordelijk is worden met enige regelmaat bij gemeenten neergelegd, omdat het Rijk het niet alleen meer kan. Daar staan niet in alle gevallen (voldoende) extra rijkmiddelen tegenover. Aanvullend op het voorgaande is onze gemeente inmiddels ook een bestuurlijke factor van betekenis geworden in regio en provincie. Dit maakt dat wij bestuurlijk en ambtelijk actief en invloedrijk zijn in regionale en provinciale gremia. Onze groei in inwoneraantal, in aantal taken én in bestuurlijke positie maakt dat onze organisatie noodzakelijkerwijze mee moet groeien om die kwalitatief en kwantitatief passend te maken voor een sterk groeiende middelgrote gemeente van 61.500 inwoners. Dat vraagt keuzes en dat vraagt investeringen.

Wij willen ons een goed werkgever tonen Niet alleen vanwege de groei van het inwoneraantal en de daarmee gepaard gaande toenemende werkzaamheden is investeren in de organisatie nodig, maar op de eerste plaats omdat wij een aantrekkelijke, concurrerende werkgever willen blijven, die zorg heeft voor zijn medewerkers en in staat is om deze te binden en te boeien. De als te hoog ervaren werkdruk in de organisatie mag niet verder oplopen door een tekort aan fte. Het ervaren van werkdruk is op zich subjectief; er zijn echter omstandigheden die maken dat objectief kan worden vastgesteld dat er veel factoren zijn die in elkaars combinatie bijdragen aan deze ervaring. Dit wordt beaamd door de ArboUnie (bedrijfsarts) en onze organisatie is daarin niet uniek. Gedurende het afgelopen jaar heeft het college een aantal malen prioriteiten gesteld in het werkpakket vanwege de krapte op de arbeidsmarkt en het ziekteverzuim. Dit is echter niet voldoende gebleken om de ervaren werkdruk te verminderen. Ons doel is een vitale, toekomstbestendige organisatie die het beste wil en kan leveren voor de inwoners en ondernemers van Vijfheerenlanden. Voorstel investeren in organisatie Daarom heeft het management van de organisatie een voorstel ontwikkeld om zowel de druk op de organisatie te verminderen als de benodigde investering in kwaliteit en kwantiteit van de organisatie te realiseren.

Het voorstel voorziet in een opwaardering van de secundaire arbeidsvoorwaarden om een aantrekkelijke, concurrerende werkgever te blijven en in de groei van het aantal medewerkers. Bij het investeren in kwaliteit hebben wij voor ogen dat wij, passend bij onze positie in regio en provincie en passend bij de wens van de raad om te kunnen doorontwikkelen als raad van een grotere gemeente, ook op dat strategische niveau onze ambtelijke inbreng kunnen blijven leveren en uitbreiden. De kwaliteitsverbetering zit enerzijds in het aantrekken van deze nieuwe medewerkers, maar dit leidt daarnaast ook tot kwaliteitsverbetering bij de talenten die we al in huis hebben; dus: het totaal wordt beter. Bij het investeren in kwantiteit gaat het vooral om de (basis)dienstverlening aan onze inwoners en ondernemers te waarborgen bij een toenemende vraag door de groei van het aantal inwoners. Daarnaast achten wij versterking van een aantal staffuncties en in functies in de bedrijfsvoering nodig om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen. De belangrijkste redenen voor de formatie-uitbreiding zijn: - De gemeente wordt groter in aantal inwoners en qua beheerareaal;

Kadernota 2024-2027

6

-

De gemeente krijgt extra of veranderende taken zonder extra rijkmiddelen; De vraagstukken worden complexer en bestuurlijke ambities vragen inzet; De verantwoordingsvereisten en noodzakelijke beheersing van risico’s nemen toe; Digitalisering en informatieveiligheid vragen meer inzet; Stafafdelingen en ondersteunende voorzieningen groeien mee door toename medewerkers; Span of attention van het management neemt toe bij groei organisatie en toename complexiteit.

Dit resulteert in een gewenste groei van de organisatie met afgerond 36 fte structureel (dat is minder dan 10% ten opzichte van de huidige formatie). Het gaat om in totaal om afgerond € 3,3 miljoen structurele uitbreiding en € 0,5 miljoen incidentele uitbreiding. De opwaardering van de secundaire arbeidsvoorwaarden bedraagt € 200.000 structureel. De Ondernemingsraad ondersteunt dit voorstel van harte. Fasering van de groei is nodig Realisme gebiedt te zeggen dat het niet verantwoord is de organisatie in één jaar met 36 fte te laten groeien. Ook de krapte op de arbeidsmarkt maakt dat het niet mogelijk is alle functies in één jaar in te vullen. Daarom is fasering van de uitbreiding van de organisatie nodig. Wij willen hier maximaal drie jaar voor uittrekken. Dit leidt tot het volgende beeld: Bedragen x € 1.000 2024 fte

Structureel Incidenteel TOTAAL

18,5 fte

2025 €

fte

1.700 12,5 fte

5 fte

500

23,5 fte

2.200

12,5 fte

Structureel vanaf 2027

2026 €

fte

€

1.100

5 fte

500

1.100

5 fte

500

fte

€

36 fte

3.300

36 fte

3.300

Tabel 1: voorgestelde fasering in formatie en budget

Indien niet of beperkt wordt geïnvesteerd in (de groei van) de organisatie is het nodig het takenpakket van de organisatie aan te passen om tot een aanvaardbare werkdruk te komen. In de praktijk kan dit resulteren in onder andere langere wachttijden in de dienstverlening, het getemporiseerd uitvoeren van beleidsambities en minder goed onze regionale positie waarborgen.

Solvabiliteit Naast de hiervoor genoemde ontwikkelingen (algemene uitkering, inflatie en druk op de organisatie), die eigenlijk alle gemeenten in Nederland in meer of mindere mate raken, hebben we in Vijfheerenlanden te maken met een vraagstuk rondom onze solvabiliteit. De solvabiliteit van een organisatie zegt iets over het vermogen van een organisatie om op langere termijn aan de lopende (betalings)verplichtingen te kunnen voldoen. Hiervoor is een kengetal ontwikkeld dat de verhouding weergeeft tussen het eigen vermogen en het totale vermogen van een organisatie. Voor lokale overheden is een norm van 20% als ondergrens vastgesteld. Gemeenten die qua solvabiliteit onder deze norm zakken, komen daarmee in de gevarenzone en van hen wordt verwacht dat zij maatregelen nemen om de solvabiliteit weer te verbeteren. Dit is ook de reden dat deze norm in het coalitieakkoord ‘Samen zijn wij Vijfheerenlanden’ is opgenomen en daarbij is opgemerkt dat wij ‘onderkennen dat onze solvabiliteit onder druk staat door de aanwending van reserves en het realiseren van investeringen.’ Toen is

Kadernota 2024-2027

7

ook afgesproken om zich voordoende rekeningvoordelen aan de algemene en/of bestemmingsreserves toe te voegen. Gebaseerd op de meerjarenramingen uit de begroting 2023 en de verwachte uitkomsten van de jaarrekening 2022 die tijdens het opstellen van deze kadernota in concept gereed was, zal de solvabiliteit zich de komende jaren naar verwachting als volgt ontwikkelen. 450,0 400,0 350,0 300,0

250,0 200,0 150,0 100,0 50,0 0,0

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035

Totaal activa

20%-grens solvabiliteit

Ontwikkeling reserves

Grafiek 1: Verwachte ontwikkeling activa en solvabiliteit

In de voorgaande grafiek is rekening gehouden met de groei van onze balans. Door vervangingsinvesteringen en het investeringsprogramma van € 80 miljoen1 groeit de waarde van onze bezittingen op de balans van ongeveer € 325 miljoen in 2023 naar ongeveer € 403 miljoen in 2035. Hierdoor stijgt ook de grens van 20% solvabiliteit in absolute zin, omdat tegenover deze investeringen een steeds groter eigen vermogen moet staan. De 20%-norm stijgt hierdoor van ongeveer € 65 miljoen in 2023 naar ongeveer € 81 miljoen in 2035 en zal tot 2040 nog verder stijgen. Tegelijkertijd nemen onze reserves (het eigen vermogen) de komende jaren met ongeveer € 10 miljoen af door al geplande onttrekkingen aan bestemmingsreserves. De solvabiliteit op begrotingsbasis van Vijfheerenlanden in 2023 bedraagt nog 22,1%; boven de norm dus. Vanwege de hiervoor geschetst ontwikkelingen, zal de solvabiliteit – wanneer er niet actief op wordt gestuurd – dalen naar ongeveer 14% in 2035. Het enkel toevoegen van rekeningvoordelen is naar verwachting niet voldoende om structureel boven de 20% te blijven. Maar gelukkig kunnen we wel actief sturen. Daarbij willen we nadrukkelijk voorkomen dat het beeld ontstaat dat onze gemeente ‘op slot’ moet en we niet langer kunnen investeren voor onze inwoners. Maar dit investeren moet wel verstandig gebeuren en in een bepaalde volgordelijkheid.

Op die manier kunnen we ons verantwoord doorontwikkelen en tegelijkertijd onze solvabiliteit op orde brengen. Hoe wij dit willen doen is beschreven in hoofdstuk 3 Investeringsprogramma. Naast investeren hebben we uit de opiniërende bijeenkomst met de commissie Algemene Zaken over de richting van deze kadernota ook gehoord dat wij kritisch moeten kijken naar onze uitgaven en naar mogelijkheden om onze inkomsten te vergroten. Dit kan en moet ook een bijdrage leveren aan het structureel op het gewenste niveau krijgen van onze solvabiliteit. De mogelijkheden die wij hiervoor zien zijn opgenomen in hoofdstuk 5.

1

De exacte uitwerking van het investeringsprogramma is nog niet bekend; uitgegaan is van een geleidelijke oploop in investeringen in de periode 2024 tot en met 2040. Afhankelijk van de keuzes van de raad op dit onderwerp zal dit beeld mogelijk wijzigen.

Kadernota 2024-2027

8

3 Investeringsprogramma Vijfheerenlanden De gemeente Vijfheerenlanden wil investeren in haar toekomst en in haar inwoners. Daarom is in de vorige raadsperiode een strategische visie opgesteld en financiering aangetrokken. In dit investeringsprogramma beschrijven we het doel en de randvoorwaarden voor de investeringen in de toekomst; investeringen waarmee we bijdragen aan het goede leven in Vijfheerenlanden. Vijfheerenlanden wordt in de toekomst gekenmerkt door een groen hart met rust en ruimte. Een bijzonder landschap met hoge cultuurhistorische en natuurwaarden, ook op nationaal niveau. Hierin liggen kleine tot middelgrote woongemeenschappen (buurtschappen, bebouwingslinten, dorpen en een paar historische steden met uitbreidingswijken) nabij de benodigde voorzieningen, met een eigen identiteit die door de jaren heen levend is gehouden. Kinderen groeien op in een gezonde en veilige leefomgeving die positieve gezondheid stimuleert. De energie die wij opwekken is duurzaam en klimaatneutraal. Het doel van dit investeringsprogramma is om de werkelijkheid dichter bij dit ideaalbeeld te krijgen. We stimuleren structurele, ruimtelijke verbeteringen in de (sociale) leefomgeving van de inwoners van onze gemeente.

Dit betekent bijvoorbeeld het stimuleren tot bouwen van betaalbare woningen, het bevorderen en borgen van een goed voorzieningenniveau, het zorgen dat onze kinderen naar een goede school in de buurt kunnen en dat er voldoende groen in de omgeving is. Kortom: er dus voor zorgen dat het goede leven in Vijfheerenlanden bevorderd wordt.

Dubbele focus van het investeringsprogramma: Bouwen voor het goede leven! Het investeringsprogramma Vijfheerenlanden heeft tot doel het welzijn van onze inwoners duurzaam te bevorderen en het leven van onze inwoners (op gebieden als wonen, werken, inkomen, sociale ontmoeting, kunst & cultuur, sport, verenigingsleven, evenementen, etc.) positief te beïnvloeden. Dit is alleen mogelijk door deze ambitie mee te laten groeien met de groei van ons inwoneraantal en dus door het realiseren van voldoende passende en betaalbare woningen. Dit doen we door de bouw van nieuwe woningen en voorzieningen. Daarmee is duurzame gebiedsontwikkeling de eerste focus in ons investeringsprogramma. Een toename van ons inwoneraantal met ca. 7.000 inwoners genereert via de algemene uitkeringen en lokale belastingen extra inkomsten. Hier staan uiteraard ook extra kosten tegenover voor bijvoorbeeld de uitbreiding van het areaal, stijgende inwonerbijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en een groter beroep op onze sociaalmaatschappelijke voorzieningen (zoals uitbreiding sociaal teams, wmo team, vervoersvoorzieningen etc.). Na aftrek van deze kosten resteert een toename van de jaarlijks vrij besteedbare begrotingsruimte tot ongeveer € 5.000.000. Hiermee zien wij woningbouw niet als verdienmodel, maar als vliegwiel voor de doorontwikkeling van onze gemeente.

We zien het ‘goede leven’ nadrukkelijk als focus van ons investeringsprogramma. Het faciliteren van de groei van ons inwoneraantal en investeren in kwaliteit, resulteert in betere sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen én draagt bij aan een verbeterde financiële positie van onze gemeente. Dit is dus gedreven vanuit onze ambitie onze mooie gemeente nog mooier te maken, maar we willen dit op een financieel verantwoorde manier doen. Onze financiële positie laat het momenteel niet toe om vele miljoenen te investeren zonder dat we goed hebben nagedacht over de manier en de momenten waarop we deze investeringen doen.

Kadernota 2024-2027

9

Onze dubbele focus in het investeringsprogramma, zorgt ervoor dat het mes aan drie kanten snijdt: 1) we houden onze gemeente financieel gezond 2) we werken aan (betaalbare) woningbouw voor de verschillende doelgroepen in onze gemeente en 3) hiermee creëren we de mogelijkheid om te investeren in het goede leven voor onze inwoners. Het is evident dat dit van meerwaarde zal zijn voor alle inwoners. Onze huidige en nieuwe inwoners krijgen hier een mooiere gemeente voor terug, het zorgt voor een grotere afzetmarkt voor onze (lokale) ondernemers en andere voorzieningen en tenslotte ook voor een gezondere financiële huishouding voor ons als gemeente. Kortom: Financiële solvabiliteit als weg naar maatschappelijke solvabiliteit. We onderscheiden hiermee in het kader van ons investeringsprogramma 2 categorieën investeringen: 1. Voorwaardenscheppende investeringen; Voorwaardenscheppende projecten gericht op het realiseren of faciliteren van groei in de gewenste kwaliteit. Hiervoor zetten we de beschikbare investeringsruimte in van € 80 miljoen waarbij we er vanuit gaan dat door cofinanciering tot € 200 miljoen aan investeringen kan worden bewerkstelligd. De rente en afschrijving van deze investeringen zijn reeds meerjarig gedekt. 2. Kwaliteitverhogende investeringen. Investeringen die mogelijk worden door de groei.

Denk aan aanwending van een deel van de extra uitkering uit het gemeentefonds en ozb-inkomsten als gevolg van een toenemend inwoneraantal.

Kader nadere uitwerking investeringsprogramma Ten behoeve van de nadere uitwerking van het investeringsprogramma is een kader nodig waarbinnen investeringen kunnen worden afgewogen. Voor de zogenaamde voorwaardenscheppende investeringen kan Vijfheerenlanden bijdragen binnen deze kaders. Onze investeringen dragen bij aan: 1. 2. 3. 4.

Het verbeteren van de betaalbaarheid van woningen; Het bieden van een goed voorzieningenniveau en voldoende werkgelegenheid; Passende afwikkeling van de mobiliteitsopgaven; Passende compensatiemaatregelen om kwaliteit van de leefomgeving te borgen (in brede zin van het woord, landelijk beleid maar ook lokaal. Denk aan Water, Natuur, Stikstof, Duurzaamheidsambities enz.)

Ruimte voor kwaliteitverhogende investeringen ontstaat niet pas wanneer de projecten in het kader van gebiedsontwikkeling zijn afgerond. Zodra de groei van het inwoneraantal (door woningbouw) contractueel geborgd is kunnen de extra inkomsten worden begroot in het meerjarenperspectief. Daarmee ontstaat de ruimte voor deze categorie investeringen. Investeringen die aantoonbaar bij moeten dragen aan het goede leven in Vijfheerenlanden. Denk hierbij aan investeringen in voldoende goede scholen dichtbij, sportvoorzieningen die bijdragen aan gezondheid én ontmoeting, sociale cohesie bevorderen, een passend woningaanbod voor alle doelgroepen en in alle kernen, de mogelijkheid om mee te doen in de vorm van (al dan niet) betaald werk of op een andere manier een bijdrage leveren aan de samenleving, enz.

Kadernota 2024-2027

10

Criteria voor de selectie van kwaliteit verhogende investeringen Deze investeringen moeten aantoonbaar bijdragen aan het goede leven. Om richting te geven aan de hierin te maken keuzes worden selectiecriteria gehanteerd, 10 gouden regels voor de ontwikkeling van Vijfheerenlanden. Deze regels zijn gebaseerd op de programmalijnen vanuit de Sociaal Maatschappelijke Agenda (SMA) en de ambities uit de omgevingsvisie. Onze investeringen hebben een vliegwieleffect op de samenleving en dragen bij aan: 1. Verbetering van de sociaal-economische situatie in de wijk 2. Multifunctioneel ruimtegebruik en een kansrijke leeromgeving 3. Behoud en versterking van onze landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 4. Duurzame werkgelegenheid. 5. Een toekomstbestendige landbouwsector. 6. Recreatieve mogelijkheden passend bij onze identiteit. 7. Voldoende, toegankelijke en bereikbare voorzieningen. 8. Een leefomgeving die positieve gezondheid stimuleert. 9. Vitale wijken en een gezonde en veilige leefomgeving. 10. Klimaatbestendigheid, biodiversiteit en een duurzame, energie- en klimaat neutrale inrichting. Investeringen die passen in bovengenoemde regels of eerder vastgesteld beleid én mogelijkheden hebben voor cofinanciering, krijgen hierbij voorrang. Afsluitend geldt dat projecten los van genoemde criteria opgenomen kunnen worden als zij gezien actualiteit of wetgeving onvermijdelijk zijn.

Uitwerking in de Programmabegroting 2024 -2027 In het opinievoorstel dat in de commissie Algemene Zaken is besproken zijn voor de uitwerking van het investeringsprogramma’s de volgende uitgangspunten benoemd en bevestigd: 1. Ons investeringsprogramma bouwt voort op de in de strategische visie Vijfheerenlanden geformuleerde uitgangspunten zoals mede ook uitgewerkt in de Berenschot propositie en het coalitieakkoord. 2. Daarmee bouwen wij aan het goede leven in Vijfheerenlanden! Die prachtige en diverse gemeente, waar het leven goed is. Dit doen wij vanuit vier doelen: meer betaalbare woningen, betere voorzieningen, goede oplossingen voor bestaande mobiliteitsvraagstukken en goede inpassing en compensatie (in brede zin). 3. Investeringen die voortkomen uit eerder vastgesteld beleid en taken passen wij in de begroting in. Deze komen dus niet ten laste van de € 80 miljoen. 4. De in de meerjarenbegroting opgenomen middelen voor een investeringsprogramma van onrendabel € 80 miljoen bestemmen wij vooral voor voorwaardenscheppende projecten gericht op facilitering van de groei met de gewenste kwalitatieve uitgangspunten. Dit betreft vooral meer betaalbare woningen, goede oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken en voor een goede inpassing en compensatie. 5.

De vrij aanwendbare extra opbrengsten uit het gemeentefonds en de ozb als gevolg van 3.000 extra woningen zetten wij mede in voor aanvullende investeringen in het goede leven in Vijfheerenlanden in de vorm van extra kwaliteit wat betreft voorzieningen, mobiliteit en inpassing en compensatie in onze wijken en kernen. Op basis van deze uitgangspunten en de kaders voor uitwerking (verbeteren betaalbaarheid woningen, goed voorzieningenniveau, passend afwikkeling mobiliteitsopgaven en compensatiemaatregelen) zal in de begroting 2024 een eerste indicatieve lijst van investeringsvoorstellen worden opgenomen. Indicatief omdat de

Kadernota 2024-2027

11

concrete invulling van het investeringsprogramma afhankelijk is van de specifieke behoeften in en rondom ontwikkellocaties. Daarbij willen we luisteren naar betrokken inwoners en ondernemers, zijn we afhankelijk van specifieke businesscases en willen we de raad in positie brengen om keuzes te maken. Dat vraagt dus om maatwerk en separate besluitvorming per project binnen genoemde kaders. Toch voorzien we bij de begroting wel in een indicatieve lijst met investeringsvoorstellen omdat deze beeld geeft bij de behoeften van onze gemeente op dit moment en daarmee bij onze inzet in het proces waarin wij komen tot gebiedsontwikkeling.

Kadernota 2024-2027

12

4 Financieel meerjarenbeeld Voortschrijdend beeld meerjarenperspectief 2024-2027 De in november vastgestelde meerjarenbegroting 2023-2026 vormt de basis voor de Kadernota 2024. Jaarschijf 2023 vervalt en jaarschijf 2027, hoofdzakelijk gelijk aan 2026, wordt toegevoegd. Vanuit deze basis wordt met nieuwe inzichten een nieuw financieel uitgangspunt opgesteld. In de onderstaande tabel zijn deze inzichten opgenomen. Onder de tabel worden ze toegelicht. X € 1.000

2024

2025

2026

2027

Saldo meerjarenbegroting 2023-2026

3.455

4.446

-2.223

-3.223

Structurele effecten 2e bestuursrapportage 2022

-34

-34

-23

-23

Structurele effecten 1e bestuursrapportage 2023

-1.545

-1.789

-1.782

-1.754

Principeakkoord VNG-Rijk Hervormingsagenda Jeugd

190

420

0

0

Budget Uitvoeringsagenda Landelijk gebied

-60

-60

-60

-60

-60

-20

0

0

-1.400

-1.400

-1.400

-1.400

-1.700 -500 -200

-2.800 0 -200

-3.300 0 -200

-3.300 0 -200

-165

-165

-165

-165

-2.019

-1.602

-9.153

-10.125

Voortzetten wijkaanpak “De Hagen” Verwacht netto effect loonen prijsontwikkeling Investering in de organisatie - personeel (structureel) - personeel (incidenteel) - personeel (arbeidsvoorw.) Vergoedingen 60.000+ gemeente Vertrekpunt Kadernota 2024-2027

Tabel 2: Voortschrijdend beeld financieel meerjarenperspectief 2024-2027

Saldo meerjarenbegroting 2023-2026 Het startpunt wordt bepaald door de vastgestelde meerjarenbegroting 2023-2026, waarbij jaarschijf 2023 is afgevallen en jaarschijf 2027 (een kopie van 2026 rekening houdend met een verslechtering van € 1 miljoen als gevolg van een lagere bijdrage uit het gemeentefonds in 2027) is toegevoegd.

Kadernota 2024-2027

13

Structurele effecten van de 2 e bestuursrapportage 2022 De 2e bestuursrapportage is in de raadsvergadering van 3 november 2022 behandeld en vastgesteld. De structurele effecten voortkomend uit deze bestuursrapportage zijn verwerkt in het financieel perspectief van de Kadernota 2024. Omdat er geen grote ontwikkelingen met structurele gevolgen in de 2 e bestuursrapportage 2022 stonden, wordt voor een inhoudelijke toelichting verwezen naar de rapportage zelf. Structurele effecten van de 1 e bestuursrapportage 2023 Raadsbehandeling van de 1e bestuursrapportage 2023 is gepland op 29 juni. De structurele effecten voortkomend uit deze bestuursrapportage zijn vooruitlopend hierop verwerkt in het financieel perspectief van de Kadernota 2024. De grootste veroorzakers van het structurele nadeel zijn de effecten van de cao voor gemeenteambtenaren (€ 600.000) en de stijging van de kosten voor met name personeel en ict (€ 363.000). Voor een nadere toelichting op en een volledig overzicht van de overige ontwikkelingen wordt verwezen naar de rapportage zelf. Principeakkoord VNG-Rijk over financiën Hervormingsagenda Jeugd Op 18 april jl. bereikten de VNG en het Rijk na 1,5 jaar onderhandelen een financieel principeakkoord voor de Hervormingsagenda Jeugd. Dit onderwerp is inhoudelijk toegelicht bij de ontwikkeling van de algemene uitkering in hoofdstuk 2.

Financieel levert dit voor Vijfheerenlanden een (relatief beperkt) financieel voordeel op in de jaren 2023 en 2024. In de begroting 2022 zijn de te verwachten inkomsten – conform de richtlijn hierover van Provinciaal toezicht – voor 75% meegenomen als een nog te ontvangen bedrag. Deze stelpost kent een afbouw, omdat we verwachten elk jaar iets minder te ontvangen vanwege het door de commissie ingeschatte besparingspotentieel dat per jaar toeneemt. Deze afbouw is nu door de nieuwe afspraken tussen VNG en Rijk bevroren op het niveau van 2023. Voor Vijfheerenlanden betekent dit dat de stelpost op het niveau van 2023 kan blijven staan. In 2024 levert dit een voordeel op van € 190.000. In 2025 komt hier nog eens € 230.000 bij (samen dus € 420.000). In het meerjarig financieel perspectief hebben we dit bedrag als voordeel verwerkt. Het is belangrijk dat bij het verschijnen van de mei- en/of septembercirculaire 2023 wordt nagegaan of de algemene uitkering zich inderdaad ontwikkelt conform deze verwachtingen zodat we dit correct in de begroting 2024 kunnen verwerken. De dreiging dat we vanaf 2026 weer een forse stap terug moeten zetten in de budgetten voor de uitvoering van onze taken in het kader van de Jeugdwet, blijft helaas voorlopig bestaan. Budget Uitvoeringsagenda Landelijk gebied In 2023 is de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040 vastgesteld.

Later dit jaar wordt een Landbouwvisie opgesteld, inclusief een concreet uitgewerkte Uitvoeringsagenda Landelijk gebied. Een raming van de kosten is onderdeel van de uitvoeringsagenda, maar momenteel is er geen budget in de meerjarenbegroting opgenomen voor deze activiteiten. Er komen echter diverse grote opgaven op ons buitengebied en de landbouw af. In de Strategische visie Vijfheerenlanden staat dat de gemeente zich zoveel mogelijk als partner opstelt voor agrariërs bij de transitie naar kringloop landbouw. Concreet denken we aan het faciliteren en stimuleren van allerlei activiteiten op het gebied van innovatie, verduurzaming, biodiversiteit en natuurversterking. Om vanaf 2024 met de uitvoering aan de slag te kunnen gaan, is een structureel budget van € 60.000 per jaar nodig. Voortzetten wijkaanpak “De Hagen” In maart 2023 heeft het college besloten om de wijkaanpak voor De Hagen voort te zetten in tot en met 2025. De raad is hierover per brief geïnformeerd. Dekking van de kosten vindt deel plaats vanuit de ontvangen rijksmiddelen vanuit de Parlementaire

Kadernota 2024-2027

14

Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslagen (POK-middelen). Het restant wordt gedekt uit de algemene middelen. Het effect hiervan op de jaren 2024 en 2025 is in de voorgaande tabel opgenomen. Verwacht netto effect loon- en prijsontwikkeling Zoals in hoofdstuk 2 is aangegeven, hebben we in Nederland te maken met een ongekend hoge inflatie. Zowel de loonkosten (als gevolg van de nieuwe cao Gemeenten) als de prijzen stijgen fors. De gemeente kent een hoog percentage budgetten dat meebeweegt met loon- en prijsstijgingen. Dat kan direct zijn in onze loonkosten of via doorbelastingen door derden zoals leveranciers en verbonden partijen. Ten opzichte van de CPB-ramingen waarop de begroting 2023 was gebaseerd, leidt dit naar verwachting in de begroting 2024 tot een bedrag van afgerond € 6 miljoen aan hogere kosten. Omdat de effecten van de cao voor gemeenteambtenaren al structureel zijn verwerkt in de 1e bestuursrapportage 2023, is met dit bedrag al rekening gehouden in het meerjarenperspectief, waardoor we op deze plek nog rekening houden met € 5,4 miljoen aan hogere kosten. Tegenover deze kosten staan ook hogere inkomsten. Bijvoorbeeld de algemene uitkering zal (deels) de hogere kosten compenseren. De extra inkomsten die hieruit voortvloeien zijn naar verwachting ongeveer € 4 miljoen. Hierdoor resteert ongeveer € 1,4 miljoen aan (structureel) nadeel ten opzichte van de begroting 2023.

Investering in de organisatie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is als gevolg van niet te beïnvloeden ontwikkelingen en reeds ingezet beleid, groei van de organisatie nodig met ongeveer 36 fte (dat is iets minder dan 10% ten opzichte van de huidige formatie). Realisme gebiedt te zeggen dat het niet verantwoord is de organisatie in 1 jaar met dit aantal te laten groeien. Ook de krapte op de arbeidsmarkt maakt dat het wellicht niet mogelijk is alle functies in 1 jaar in te vullen. Daarom willen wij de groei gefaseerd invoeren. In euro’s uitgedrukt gaat het in totaal om een uitbreiding van de formatie voor € 3,3 miljoen (structureel) en € 0,5 miljoen incidenteel in 2024. Daarnaast is een bedrag van € 0,2 miljoen opgenomen voor verbetering van de secundaire arbeidsvoorwaarden. In het financieel beeld is de fasering verwerkt die is beschreven op pagina 7 van deze kadernota. Vergoedingen 60.000+ gemeente De groei naar een 60.000+ gemeente betekent een verhoging van de beloning voor politieke ambtsdragers en een aantal functies in de organisatie. Dit wordt pas 2 jaar na het bereiken van dit inwoneraantal geëffectueerd. De financiële gevolgen moeten wél met terugwerkende kracht worden berekend en vergoed vanaf 1 januari 2023. Dit betekent jaarlijks een toename op de loonkosten voor de raad, burgemeester, wethouders en gemeentesecretaris een toename van € 165.000.

Voor een aantal andere functies kan het inwonertal ook gevolgen hebben. Dat wordt op dit moment onderzocht, alsmede de financiële gevolgen die hier eventueel het gevolg van zijn.

Toezichtsregime Provincie Utrecht Eind maart verstuurde onze gemeentelijk toezichthouder, Provincie Utrecht, haar begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten voor de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 aan bestuur en organisatie van onze gemeente. Hoewel de problemen waarmee gemeenten te maken hebben (klifjaar, inflatie, opschalingskorting, herverdeling gemeentefonds en kostenontwikkeling van de taken in het sociaal domein) worden erkend, toetst Provinciaal toezicht nog altijd op structureel begrotingsevenwicht en realistische ramingen. Dit zijn twee belangrijke voorwaarden om onder repressief toezicht te vallen. Hierbij benadrukt de Provincie nog dat de onduidelijkheden en financiële onzekerheden maken, dat zij vragen duidelijk toe te lichten welke keuzes wij

Kadernota 2024-2027

15

als gemeente maken over de verwerking van de onzekerheden in onze begroting. De richtlijnen worden verwerkt in de meerjarenbegroting 2024-2027.

Hoe gaan wij om met de financiële onzekerheden Het voortschrijdend beeld van het financieel perspectief in tabel 2 laat onder de streep nog elk jaar tekorten zien. Hoe groot deze tekorten precies gaan uitpakken is nog onduidelijk, vanwege de vele onzekerheden die met name op het gebied van de algemene uitkering nog boven de markt hangen. Ook van de mogelijke oplossingen, bijvoorbeeld die voor het klifjaar, zal de precieze financiële uitwerking anders kunnen uitpakken dan nu ingeschat. Hierdoor is de precieze omvang van de financiële opgave voor Vijfheerenlanden nog niet bekend. Wel is duidelijk dat er iets moet gebeuren om op de langere termijn financieel gezond te blijven. Het college heeft via een opiniërende sessie in de commissie Algemene Zaken hier met de commissieleden over gesproken. Verder is ook de matrix met oplossingsrichtingen (zie bijlage) besproken. Deze wordt in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. De gemeenteraad beslist uiteindelijk hoe wij als gemeente omgaan met de financiële onzekerheden. Tijdens de opiniërende sessie over deze kadernota werd brede steun uitgesproken voor de lijn om de uitkomsten van het beraad tussen VNG en Rijk af te wachten. Mogelijk wordt hierover in de meicirculaire 2023 al meer bekend.

Zodra die verschijnt worden de effecten ervan zo snel mogelijk doorgerekend voor Vijfheerenlanden en als aanvulling op deze kadernota aan de raad verstrekt. Indien de gesprekken tussen VNG en Rijk niets – of niet voldoende financieel perspectief – opleveren, dan bepalen wij in de periode tot de begroting 2024 met elkaar wat een passende vervolgstap kan zijn. Hierbij kan gedacht worden aan een pakket van maatregelen waarbij inkomsten worden verhoogd, kosten worden teruggedrongen of in het uiterste geval, het indienen van een niet-sluitende begroting. Dit uiteraard in nauwe afstemming met de gemeenteraad. In het volgende hoofdstuk gaan wij nader in op de kansrijke oplossingsrichtingen die wij hiervoor zien.

Kadernota 2024-2027

16

5 Oplossingsrichtingen en kaders In november 2022 is door de raad de begroting 2023 vastgesteld. De begroting laat meerjarig een neerwaartse trend van de financiële kengetallen zien, waarbij in het bijzonder de aandacht gevestigd is op de solvabiliteit. In het coalitieakkoord is bepaald dat onze gemeente voor solvabiliteit een minimumnorm van 20% aanhoudt. Wij onderkennen dat onze solvabiliteit onder druk staat door de aanwending van reserves en het realiseren van investeringen. Ook de gemeenteraad heeft hiervoor aandacht gevraagd bij de bespreking van de begroting 2023. Toen is door de portefeuillehouder Financiën toegezegd dat in de Kadernota 2024 inzichtelijk wordt gemaakt hoe de gemeente Vijfheerenlanden structureel kan komen tot een solvabiliteitsratio van ten minste 20%. Het kengetal solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen van een organisatie. Het zegt iets over het vermogen van een organisatie om op langere termijn aan de lopende (betalings)verplichtingen te kunnen voldoen. In hoofdstuk 2 is al weergegeven hoe de solvabiliteit zich naar verwachting de komende jaren gaat ontwikkelen. In dit hoofdstuk kijken we vooral naar (kansrijke) oplossingsrichtingen om uit te werken voor de begroting 2024.

Hoofdknoppen De solvabiliteit van een organisatie wordt bepaald door de verhouding tussen het eigen en het totale vermogen. Dit blijkt in de praktijk wanneer we zien dat door een toename van de balans (het totale vermogen) en een afname van de reserves (eigen vermogen) de solvabiliteit verslechtert. Andersom geredeneerd ligt daar ook de (technische) oplossing van het solvabiliteitsvraagstuk: wanneer het totale vermogen afneemt (al dan niet door een afname van vreemd vermogen) of het eigen vermogen toeneemt dan verbetert de solvabiliteit. Op basis van deze redenering hebben wij drie hoofdknoppen geïdentificeerd: 1) Inkomsten vergroten; 2) Kosten afbouwen/realistisch begroten; 3) Werken aan ons vermogen (minder vreemd vermogen of balansverkleining) Voor elk van deze hoofdknoppen is in de bijlage bij de kadernota (Matrix oplossingsrichtingen) geïnventariseerd welke acties kunnen worden uitgewerkt als concrete invulling voor deze knoppen en – in veel gevallen – aan welke van de vier opgaven (ontwikkelingen algemene uitkering, inflatieklap, druk op de organisatie en solvabiliteit) deze kunnen worden gekoppeld.De opgaven, de hoofdknoppen en de matrix zijn reeds opiniërend in de commissie Algemene Zaken besproken. Op basis hiervan hebben we de naar onze mening meest kansrijke en passende oplossingsrichtingen uitgeschreven in de knoppenkast verderop in dit hoofdstuk.

Opiniërende sessie commissie Algemene Zaken Tijdens de technische bijeenkomst zijn de opgaven en de oplossingsrichtingen aan de auditcommissie gepresenteerd en tijdens opiniërende sessie in de commissie Algemene Zaken van 13 april jl. is hier opiniërend over doorgepraat. Aan de commissie zijn toen de volgende vragen gesteld: 1. 2.

Hoe kijkt u aan tegen de besproken meerjarige aanpak van de verbetering van de solvabiliteit? Heeft u nog aanvullingen? Hoe kijkt u aan tegen de besproken aanpak voor wat betreft de keuzeknoppen? Heeft u nog aanvullingen?

Kadernota 2024-2027

17

3. 4.

Hoe kijkt u aan tegen de besproken benadering van het zogenaamde ravijnjaar/klifjaar? Heeft u nog aanvullingen? Hoe kijkt u aan tegen de besproken aanpak voor de invulling van het meerjarig investeringsprogramma 2023-2035? Heeft u nog aanvullingen

Tijdens de opiniërende bespreking hebben wij op hoofdlijnen veel steun gehoord voor de voorstellen uit het opinievoorstel. Concrete suggesties zoals het gebruik maken van cofinanciering/subsidies, meer aandacht voor werklandschappen, de roep om een afwegingskader (zie hoofdstuk 3) en het storten van de winsten van grondbedrijf in de reserves nemen wij mee in de uitwerking hiervan. De commissieleden hebben steun uitgesproken voor de voorgestelde (en in deze kadernota uitgewerkte) benadering van het klifjaar en de besproken aanpak van het meerjarig investeringsprogramma zoals is opgenomen in hoofdstuk 3. Verder hoorden we bij de knop ‘inkomsten vergroten’ vooral de oproep om dit niet te zoeken in lastenverzwaring voor onze inwoners. Dat uitgangspunt ondersteunen wij van harte, al benadrukken wij wel het belang van het handhaven van het uitgangspunt om de loon- en prijsontwikkeling te kunnen doorberekenen aan onze inwoners. Maar allereerst zullen wij kijken naar het beter benutten van subsidieregelingen, cofinanciering door mede-overheden en andere manieren om de inkomsten te vergroten. Een ander duidelijk signaal vanuit de commissie is om de oplossingen vooral te zoeken in de knop ‘kosten afbouwen’. Dit betekent echter niet dat de gemeente ‘op slot’ moet.

Wij willen – waar nodig en waar mogelijk – blijven investeren in het goede leven voor onze inwoners en in de kwaliteit en kwantiteit van onze organisatie. Om die investeringen mogelijk te maken, volgen wij de uitgesproken voorkeur vanuit de commissie Algemene Zaken voor ‘minder uitgeven, verstandig investeren en realistischer begroten’. In lijn met de kaders zoals die zijn omschreven bij de aanpak en kadering rondom het investeringsprogramma zullen we voor wat betreft prioritering en het zoeken naar mogelijkheden om kosten af te bouwen ook kijken naar het criterium ‘bijdragen aan het goede leven in Vijfheerenlanden’. In de discussie over de norm voor solvabiliteit van 20% werd breed gedragen dat het voldoen aan deze norm belangrijk is. Wel is er wat ruimte geboden om de norm tijdelijk en beperkt te overschrijden, als dat nodig is om op de wat langere termijn (structureel) boven de 20% uit te komen. Tenslotte gaf de commissie aan graag vroegtijdig geïnformeerd te willen worden over de uitkomsten van de meicirculaire 2023. Hierover zijn inmiddels afspraken gemaakt met het presidium zodat de doorrekening hiervoor voor de commissiebehandeling van de Kadernota 2024-2027 beschikbaar is.

Kadernota 2024-2027

18

Knoppenkast Op basis van de gepresenteerde matrix met oplossingsrichtingen en de opiniërende sessie met de raad hebben we per opgave, onder verwijzing naar de hoofdknoppen, een aantal oplossingsrichtingen geformuleerd die door het college als kansrijk worden gezien. Deze zijn in het navolgende overzicht opgenomen en vervolgens tekstueel toegelicht. Wij vragen u deze richting te bevestigen zodat de oplossingsrichtingen in de begroting 2024 nader kunnen worden uitgewerkt.

1

A. Klifjaar B. Inflatieklap

INKOMSTEN VERGROTEN Stelpost ‘Oplossing klifjaar/opschalingskorting’ Indexering van lokale heffingen Doorvertalen loon- en prijscompensatie algemene uitkering

KOSTEN AFBOUWEN

3

WERKEN AAN VERMOGEN

Uitgangspunt ‘Boter-bijde-vis’

Nieuw-voor-oud Prioriteitsstelling Vast personeel i.p.v. structurele inhuur

C. Druk op de Organisatie D. Solvabiliteit

2

Actief fondsenwerven

Vrijval kapitaallasten storten in algemene reserve Bevestigen uitgangspunt storten rekeningvoordelen in algemene reserve Storten winsten grondbedrijf in reserve grondbedrijf

Ad A: Klifjaar Stelpost ‘Oplossing klifjaar’ Het klifjaar is voor veel gemeenten, ook Vijfheerenlanden, een grote financiële onzekerheid. In de begroting 2023 is de verwachte afname van de algemene uitkering volledig meegenomen. Dit voelt echter voor ons als gemeente niet rechtvaardig. Het college is van mening dat het probleem van het klifjaar is veroorzaakt door het financieel beleid van het kabinet en dat ook de oplossing hiervoor vanuit het Rijk moet komen. Tijdens de commissie Algemene Zaken waarin met de raad is nagedacht over oplossingsrichtingen voor onder andere het klifjaar, hebben wij veel steun gehoord voor het uitgangspunt dat de teruglopende algemene uitkering moet worden gecompenseerd door het Rijk of door het vergroten van het gemeentelijk belastinggebied, conform de uitspraken die hierdoor door het Rijk zijn gedaan. De discussie die momenteel loopt over een nieuwe financieringssystematiek voor de algemene uitkering en het vergroten van het lokaal belastinggebied moet hiervoor een oplossing bieden. Door de VNG wordt met name dit laatste als mogelijke dekking voor de wegvallende rijksmiddelen gezien. Zo zou

Kadernota 2024-2027

19

de inkomstenbelasting – een rijksbelasting – met € 4 tot € 6 miljard verlaagd kunnen worden, om gemeenten zo de ruimte te bieden voor eenzelfde bedrag de gemeentelijke belastingen te verhogen, bijvoorbeeld door het verhogen van de ozb, het herinvoeren van de gebruikers-ozb of het invoeren van een ingezetenenheffing. Idealiter zou zo’n ‘kasschuif’ voor inwoners lastenneutraal kunnen worden uitgevoerd. Het zou gemeenten meer ruimte geven politieke keuzes te maken. Het probleem is echter dat afspraken over de nieuwe verdeelsystematiek nog niet concreet zijn uitgewerkt en er grote twijfels bestaan of het wel haalbaar is om het vergroten van het lokale belastinggebied per 2026 of 2027 in te voeren. Totdat hierover op rijksniveau een besluit is, hanteren wij het uitgangspunt dat het Rijk gemeenten compenseert voor de teruglopende inkomsten. Dit hebben wij in deze kadernota verwerkt in de vorm van een stelpost ‘Oplossing klifjaar’. In 2026 bedraagt de stelpost € 5,8 miljoen en vanaf 2027 structureel € 6,8 miljoen. Ad B: Inflatieklap In het financieel hoofdstuk is doorgerekend wat naar verwachting de financiële effecten zijn van de inflatieklap die in 2022, 2023 en waarschijnlijk ook in 2024 zal leiden tot forse prijsstijgingen.

Hiervoor zien wij de volgende oplossingsrichtingen: Indexering van lokale heffingen Bij de begroting 2023 heeft de raad een nieuwe systematiek vastgesteld waarmee loonen prijsontwikkelingen worden doorgegeven aan onze inwoners. Het uitgangspunt is dat hogere lasten voor de gemeente leiden tot een stijging van de tarieven voor de lokale heffingen (voor zover deze niet zijn gebaseerd op het uitgangspunt van 100% kostendekking). Voor wat betreft indexering sluiten wij hierbij aan op de percentages die worden genoemd in de meircirculaire. Omdat deze bij het opstellen van deze kadernota nog niet is verschenen, gebruiken wij hier vooralsnog de consumentenprijsindex uit het Centraal Economisch Plan. Deze wordt ingeschat op ongeveer 4,5%. Daarnaast pakt de index in 2023 0,6% hoger uit dan waarmee in de begroting 2023 rekening is gehouden (3% i.p.v. 2,4%). Verhoging van de lokale belastingen en heffingen met 4,5% + 0,6% leidt tot een extra opbrengst van ongeveer € 1.000.000. Mocht ervoor worden gekozen om de stijgende lonen en prijzen niet volledig door te berekenen aan onze inwoners, dan zal hiervoor dus aanvullende financiële dekking moeten worden gevonden. Doorvertalen loon- en prijsontwikkeling algemene uitkering Wij ontvangen via het gemeentefonds een vergoeding voor loon- en prijsstijgingen.

Voorgesteld wordt om deze middelen volledig in te zetten voor het opvangen van de stijgende kosten als gevolg van inflatie en dit niet in te zetten als dekking voor andere zaken. Aan de kostenkant betekent dit dat wij in relatie tot onze verbonden partijen het uitgangspunt hanteren dat de loon- en prijsontwikkeling die wij ontvangen als taakstellend wordt gezien voor de loon- en prijsontwikkeling bij deze verbonden partijen. Uitgangspunt ‘Boter-bij-de-vis’ Vijfheerenlanden voert haar (gedelegeerde) taken uit binnen het daarvoor beschikbaar budget. Dit betekent concreet dat wij geen uitvoering geven aan beleid als daar niet de benodigde middelen bij beschikbaar worden gesteld. Tegelijkertijd betekent dit ook dat de beschikbaar gestelde middelen taakstellend zijn; er is dus geen ruimte voor bijvoorbeeld een opwaardering van het serviceniveau. Als ervoor wordt gekozen aan deze knop te draaien met als doel de kosten af te bouwen, dan zijn er mogelijkheden om ons lokale beleid te versoberen naar het niveau van het landelijk beleid cq. de hiervoor door het Rijk beschikbaar gestelde middelen.

Kadernota 2024-2027

20

Ad C: Druk op de organisatie Nieuw-voor-oud beleid (beleidsbeëindiging) Zoals geschetst in hoofdstuk 2 is de capaciteit van onze organisatie onvoldoende afgestemd op de reguliere dienstverlening én de bestuurlijke productie in enig jaar. Gedurende het jaar worden hieraan – op basis van actualiteit en/of moties – regelmatig nieuwe opdrachten toegevoegd. Dit leidt tot extra inspanning en (vaak) ook meerkosten. Ditzelfde geldt voor de voortgaande beleidsontwikkeling. Ontwikkeling in wetgeving en in de (bestuurlijke) actualiteit leiden tot vaststelling van nieuw beleid en nieuwe uitvoeringsprogramma’s. Daarmee stijgt de omvang van onze orderportefeuille terwijl niet direct de afweging wordt gemaakt of ‘oud beleid’ kan worden beëindigd of afgebouwd. Met de inzet van deze ‘knop’ kiest Vijfheerenlanden ervoor nieuwe opdrachten altijd gepaard te laten gaan met een afweging op de afbouw van eerder vastgesteld beleid. Als ervoor wordt gekozen aan deze knop te draaien met als doel de kosten af te bouwen, dan zijn er mogelijkheden om meer (of voor een hoger bedrag) bestaand beleid af te bouwen dan waarvoor nieuw beleid wordt opgestart. Prioriteitsstelling (ambtelijke capaciteit) Deze knop hangt samen met de vraag bij de knop ‘nieuw-voor-oud’ of ‘oud beleid’ kan worden beëindigd of afgebouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=7f8fff2a-74c5-46ce-9c86-dcb2896f6620