CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Haalbaarheidsonderzoek Randweg Lexmond bijlagen 7 en 8

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 25 september 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Haalbaarheidsonderzoek randweg Lexmond en aanvraag voorbereidingskrediet nadere uitwerking25.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3/7

Adviesnota wordt gedempt kan leefgebied van reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden verdwijnen. Door de afwezigheid van grote bomen kan raakvlak met nesten of verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen op voorhand worden uitgesloten. Er zijn ook rugstreeppadden bekend uit het gebied. Deze soort amfibie maakt gebruik van ondiepe poelen en vergraafbare grond, welke ontstaan door graafwerkzaamheden. Raakvlak met deze soort kan voor deze variant op basis van een bureaustudie niet uitgesloten worden. Soortgroepen met potentieel raakvlak zijn: grondgebonden zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden. 1.3 Beoordeling varianten Alle varianten hebben potentieel raakvlak met beschermde soorten. Doordat variant 3 geen direct raakvlak heeft met bomen of struweel, en het biotoop binnen deze variant het minst varieert, lijkt aan de hand van de bureaustudie deze variant het minste raakvlak met beschermde flora en fauna te hebben. Echter, kan op basis van een bureaustudie niet worden uitgesloten dat beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn. Verstoring is voor alle varianten mogelijk aan de orde als gevolg van de geplande werkzaamheden. Daarom wordt een ecologische quickscan met veldbezoek aanbevolen om de aanwezigheid van deze soorten te verifiëren en waar nodig mitigerende maatregelen te treffen.

Verder dient er altijd rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht voor flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moet voorkomen. Deze zorgplicht is in principe altijd van toepassing, tenzij er een specifieke zorgplicht is vastgelegd voor een bepaalde activiteit in de Ow (artikel 1.8 Ow).

2.

Conclusie en aanbevelingen

Het projectgebied grenst aan NNN-gebied waardoor geen ruimtebeslag aan de orde is en negatieve directe effecten uitgesloten kunnen worden. Doordat in de provincie Utrecht geen externe werking geldt kunnen indirecte effecten door verstoring ook uitgesloten worden. Er kan wel sprake zijn van negatief effect door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De stikstofuitstoot tijdens de realisatiefase en gebruiksfase dienen nader te worden beoordeeld aan de hand van een AERIUS-berekening. Alle varianten hebben potentieel raakvlak met beschermde soorten. Doordat variant 3 geen direct raakvlak heeft met bomen of struweel, en het biotoop binnen deze variant het minst varieert, lijkt aan de hand van de bureaustudie deze variant het minste raakvlak met beschermde flora en fauna te hebben. Op basis van een bureaustudie kan niet met zekerheid worden vastgesteld of niet-vrijgestelde beschermde soorten binnen het plangebied voorkomen of niet. Bij een veldbezoek kan met zekerheid worden bepaald of beschermde soorten daadwerkelijk kunnen worden verwacht of aanwezig zijn en of er mogelijk beschermde soorten voorkomen die tijdens de bureaustudie niet in beeld zijn gekomen. Een quickscan met veldbezoek wordt aanbevolen om de eventuele effecten op beschermde soorten in kaart te brengen.

Op deze manier wordt een beter beeld geschetst waar raakvlak omtrent beschermde soorten liggen en zo nodig maatregelen kunnen worden genomen.

B85-HRVD-HS-ADV-25004814 / Vrijgegeven / Versie 1.0

4/7

Adviesnota

Bijlage 1 Beschermde soorten in de omgeving Tabel 1: Beschermde soorten die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar of waarvan het plangebied is gelegen binnen het huidige bekende natuurlijke verspreidingsgebied. Alle vogels zijn beschermd onder de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal). Legenda categorie Omgevingswet (Ow): H = soorten Habitatrichtlijn en/of Verdrag van Bonn of Bern (artikel 11.46 Bal), N = nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal).

Soortgroep

Soort

Categorie Ow

Categorie 1-4 Boomvalk Buizerd Havik Huismus Ooievaar Ransuil Sperwer Steenuil Categorie 5

Vogels

Grondgebonden zoogdieren

Blauwe reiger Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Ekster Gekraagde roodstaart Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Pimpelmees Spreeuw Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Bever

H

Boommarter

N

Bunzing

N

Eekhoorn

N

Haas

N

Konijn

N

B85-HRVD-HS-ADV-25004814 / Vrijgegeven / Versie 1.0

5/7

Adviesnota Soortgroep

Vleermuizen

Reptielen en amfibieën Vissen Ongewervelden

Soort

Categorie Ow

Wezel

N

Baardvleermuis

H

Brandts vleermuis

H

Franjestaart

H

Gewone dwergvleermuis

H

Laatvlieger

H

Meervleermuis

H

Ruige dwergvleermuis

H

Heikikker

H

Kamsalamander

H

Ringslang

N

Rugstreeppad

H

Grote modderkruiper

N

Grote vos

N

Platte schijfhoren

H

Rivierrombout

N

B85-HRVD-HS-ADV-25004814 / Vrijgegeven / Versie 1.0

6/7

Adviesnota

Bronnen Nationale Databank voor Flora en Fauna (mei 2025)

B85-HRVD-HS-ADV-25004814 / Vrijgegeven / Versie 1.0

7/7

Memo

Aan Van Telefoon Kenmerk Projectnummer Status Versie Onderwerp Datum

Gemeente Vijfheerenlanden Daan Kuipers 06 27595163 DK-25005183 M0006681 Vrijgegeven 1.0 Quickscan kabels en leidingen randweg Lexmond 27 mei 2025

Inleiding In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden heeft Movares Nederland B.V. een kabels en leidingen raakvlakkeninventarisatie uitgevoerd voor het project ‘Randweg Lexmond’. De aanleiding voor deze inventarisatie zijn de toekomstige graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Randweg Lexmond. Het doel van dit onderzoek is inventariseren welke knelpunten en conflicten met kabels en leidingen ontstaan door de verschillende varianten van de randweg. Op basis hiervan wordt een advies gegeven over de benodigde vervolgstappen om de knelpunten en conflicten op te lossen. Projectgebied Het projectgebied betreft een drietal varianten van de Randweg Lexmond ten westen van de kern van Lexmond in de gemeente Vijfheerenlanden. Voor dit onderzoek zijn het schetsontwerp van variant 1, 3 en 4 geïnventariseerd.

Figuur 1: Projectgebied met 5 tracévarianten, alleen varian 1, 3 en 4 zijn onderzocht in deze fase van het project (bron: Movares)

1/8

Memo Geraadpleegde bronnen De aanwezige kabels en leidingen zijn geïnventariseerd middels KLIC-melding 25O0077705 Resultaten Hier worden de raakvlakken per variant toegelicht. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van de beheersmaatregelen om de knelpunten en conflicten op te lossen. De definitieve beheersmaatregelen moeten worden afgestemd met de netbeheerders. Raakvlakken Driemolensweg Omdat variant 1, 3 en 4 op dezelfde locatie aansluiten bij de Driemolensweg worden de raakvlakken bij de Driemolensweg één keer toegelicht. Deze raakvlakken zijn voor alle varianten hetzelfde.

Figuur 2: Kabels en leidingen tekening met wegaansluiting Driemolensweg (bron: Movares en KLIC)

Bij de aansluiting op de Driemolensweg ontstaan een aantal raakvlakken met de kabels en leidingen die aan de westzijde van de Driemolensweg liggen. Dit betreffen de volgende kabels en leidingen: Stedin - Gas hoge druk, 219mm staal, 8 bar. - Datatransport, 2 kabels. - Laagspanning Oasen - Waterleiding, 110mm PVC - Waterleiding met eisvoorzorgsmaatregel, 711mm staal. Gemeente Vijfheerenlanden - Persriool gemengd, 90mm - Persriool gemengd, 75mm Eurofiber - 3x datakabel

DK-25005183 / Vrijgegeven / Versie 1.0

2/8

Memo KPN - 1x datakabel Lumen Technologie - 4x datakabel in 50mm HDPE buis. Voor de aansluiting van de Randweg op de Driemolensweg moet fundatie aangebracht worden om de weg te kunnen realiseren. Deze fundatie veroorzaakt zettingen in de ondergrond en de bereikbaarheid van de onderliggende kabels en leidingen wordt beperkt omdat de weg geasfalteerd wordt. Omdat alle bovengenoemde kabels en leidingen in de berm aan de westzijde van de Driemolensweg liggen moeten de kabels en leidingen worden beschermd of verlegd. De gasleiding hoge druk van Stedin en de 711mm transportleiding van Oasen met een eisvoorzorgsmaatregel zijn belangrijke leidingen voor de netbeheerders. Aanpassingen aan deze leidingen brengen een lange doorlooptijd en hoge kosten met zich mee. Het advies is om Stedin en Oasen te benaderen om beheersmaatregelen voor deze knelpunten te bespreken. De gasleiding van Stedin kan wellicht beschermd worden middels een overkluizing. De waterleiding van Oasen ligt verder bij de beoogde aansluiting van de randweg vandaan dan de gasleiding, deze leiding kan wellicht gehandhaafd worden in overleg met Oasen. Van de twee persrioolleidingen van gemeente Vijfheerenlanden zijn alleen de diameter en de aanlegdatum bekend. De rioolleidingen zijn relatief klein en aangelegd in 1988 en 2003.

Afhankelijk van het materiaal en de diepteligging kunnen deze leidingen gehandhaafd of beschermd worden middels een mantelbuis of een overkluizing. Omdat gemeente Vijfheerenlanden de randweg gaat realiseren is het raadzaam om te onderzoeken of in de komende jaren nog werkzaamheden aan deze rioolleidingen worden voorzien. Deze werkzaamheden kunnen dan uitgevoerd worden tijdens de realisatie van de weg. De data- en laagspanningskabels kunnen relatief eenvoudig beschermd worden met een deelbare mantelbuis waardoor het conflict wordt opgelost. Variant 1 Variant 1 heeft raakvlakken met kabels en leidingen waar de randweg aansluit op de weg Achthoven. De kabels en leidingen tracés ten zuiden van de weg Achthoven liggen bijna allemaal parallel aan de Achthoven. Dit betekent dat de aansluiting op de Achthoven van variant 1, 3 en 4 ongeveer dezelfde raakvlakken met kabels en leidingen veroorzaken. Het advies voor deze raakvlakken wordt één keer uitgebreid omschreven bij variant 1. Bij variant 3 en 4 zullen de raakvlakken beknopter worden toegelicht.

DK-25005183 / Vrijgegeven / Versie 1.0

3/8

Memo

Figuur 3: Kabels en leidingen tekening met wegaansluiting variant 1 Achthoven (bron: Movares en KLIC)

Op de locatie in figuur 3 zijn 3 locaties met raakvlakken aangegeven. Raakvlak 1. Betreft een raakvlak met laagspanning van Stedin ten behoeve van de openbare verlichting en een raakvlak met afwatering en duikerconstructies van waterschap Rivierenland. De laagspanningskabel moet wellicht worden aangepast als de openbare verlichting wordt aangepast in de toekomstige situatie. Deze aanvraag moet via mijnaansluitingen.nl worden ingediend op basis van een nieuw verlichtingsplan. Stedin zal zelf de aanpassingen aan de kabel uitvoeren. Voor de afwateringsconstructies van het waterschap is afstemming met het waterschap noodzakelijk. Dit betreffen constructies die hemelwater verdelen over het oppervlaktewater. Het advies is om vroegtijdig contact te zoeken met de waterschappen zodat deze constructies integraal in het ontwerp verwerkt kunnen worden. Raakvlak 2. betreft een raakvlak met meerdere kabels en leidingen van de volgende netbeheerders: Stedin - 1x middenspanning (13kV) in 125 PE mantelbuis - 1x gas lage druk, 160mm PVC, deze gasleiding stopt volgens de KLIC-melding 100 meter naar het westen.

- 1x gas lage druk in 160mm PE mantelbuis - 2x laagspanning Oasen - 1x waterleiding 160mm PE - 1x buiten gebruik waterleiding 160mm PVC KPN - 2x datakabel - 1x datakabel in mantelbuis Omdat deze kabels en leidingen volgens de KLIC-melding allemaal op ongeveer dezelfde locatie liggen is het raadzaam om de exacte ligging van deze kabels en leidingen te onderzoeken middels proefsleuven. Het is wellicht mogelijk de kabels en leidingen de handhaven als hier in de uitwerking van het ontwerp rekening mee gehouden wordt. In dit geval zou een overkluizing gerealiseerd kunnen worden om alle tracés te handhaven. Mochten de kabels en leidingen te ver uit elkaar liggen voor een overkluizing dan kan onderzocht worden of de kabels en leidingen beschermd kunnen worden met DK-25005183 / Vrijgegeven / Versie 1.0

4/8

Memo deelbare mantelbuizen. Voor de gasleiding van Stedin die niet aangesloten lijkt te zijn is het advies om op te bij Stedin te controleren of deze leiding in gebruik is en beschermd moet worden of dat de leiding verwijderd kan worden tijdens de realisatie van de randweg. Als de kabels en leidingen verlegd moeten worden is het advies om te onderzoeken of het mogelijk is een combiboring te maken onder de toekomstige randweg door. Mocht dit niet mogelijk zijn dan moeten de kabels en leidingen, in het geval van een verlegging, waarschijnlijk naar de noordzijde van de Achtoven worden verlegd omdat de kabels en leidingen aan de zuidzijde altijd een raakvlak met de randweg hebben. Voor de buiten gebruik zijnde waterleiding van Oasen geldt een rooiplicht. Oasen moet deze leiding op eigen kosten verwijderen. Hier dient afstemming over plaats te vinden met Oasen zodat deze leiding tijdens de realisatie van de randweg geen conflicten veroorzaakt. Raakvlak 3. betreft een raakvlak met een 75mm persriool van gemeente Vijfheerenlanden uit 1989. Vanwege de kleine diameter van deze leiding is het mogelijk deze leiding te handhaven tijdens de werkzaamheden door middel van een deelbare mantelbuis of het maken van een kleine opsluitconstructie of overkluizing.

Als de gemeente de wens heeft dit riool de komende jaren te vervangen dan is het raadzaam deze werkzaamheden tegelijk met de realisatie van de randweg uit te voeren. Variant 3

Figuur 4: Kabels en leidingen tekening met wegaansluiting variant 3 Achthoven (bron: Movares en KLIC)

Variant 3 veroorzaakt vrijwel dezelfde raakvlakken als variant 1. Het grootste verschil met variant 1 is dat hier geen afwateringsconstructies van waterschap Rivierenland aanwezig zijn. Raakvlak 1. Betreft een raakvlak met een laagspanningskabel van Stedin ten behoeve van de openbare verlichting. Hier ligt ook een buiten gebruik zijnde laagspanningskabel van Rijkswaterstaat die naar het

DK-25005183 / Vrijgegeven / Versie 1.0

5/8

Memo noorden afbuigt, voor deze kabel geldt een rooiplicht. Deze kabel veroorzaakt hoogstwaarschijnlijk geen conflict met de realisatie van de randweg. Raakvlak 2. betreft hetzelfde tracé als bij raakvlak. 2 van variant 1. Het verschil is dat hier een gasleiding en een waterleiding minder ligt. Dit zijn de leidingen waarvan bij variant 1 is aangegeven dat ze waarschijnlijk buiten gebruik zijn. De kabels en leidingen die hier beschermd moeten worden zijn: Stedin - 1x gas lage druk 160mm PVC - 1x middenspanning (13kV) - 2x laagspanning Oasen - Waterleiding 160mm PVC KPN - 4x datakabel (2 tracés) Voor dit raakvlak is het advies om de exacte ligging van de kabels en leidingen inzichtelijk te maken. Wanneer de exacte ligging bekend is kan onderzocht worden of het mogelijk is de kabels en leidingen te beschermen tijdens de werkzaamheden. De 2 opties waarvan geadviseerd wordt deze te onderzoeken zijn het beschermen van de kabels en leidingen middels deelbare mantelbuizen of het beschermen van de kabels en leidingen middels een overkluizing. Raakvlak 3. betreft het raakvlak met het persriool dat benoemd is in raakvlak 3. van variant 1. Het gaat om een persriool uit 1989. Deze leiding kan beschermd worden tijdens de werkzaamheden middels een mantelbuis of een kleine overkluizing.

DK-25005183 / Vrijgegeven / Versie 1.0

6/8

Memo Variant 4

Figuur 5: Kabels en leidingen tekening met wegaansluiting variant 4 Achthoven (bron: Movares en KLIC)

Variant 4 veroorzaakt vrijwel dezelfde raakvlakken als variant 3. Raakvlak 1. betreft een raakvlak met laagspanning ten behoeve van de openbare verlichting. Wanneer deze verlichting wordt aangepast moet een aanvraag ingediend worden bij mijnaansluitingen.nl om de verleggingen de kabel te realiseren. Raakvlak 2. betreft een raakvlak met hetzelfde tracé als in variant 1 en 3. De kabels en leidingen in dit tracé liggen hier volgens de KLIC-melding verder bij elkaar vandaan waardoor het wellicht niet meer mogelijk is alle kabels en leidingen te beschermen middels één overkluizing. Het aanbrengen van deelbare mantelbuis is een oplossing voor dit conflict. De volgende kabels en leidingen liggen in dit tracé: Stedin - 1x gas lage druk 160mm PVC - 1x middenspanning (13kV) - 2x laagspanning Oasen - Waterleiding 160mm PVC KPN - 4x datakabel (2 tracés) Raakvlak 3. betreft het raakvlak met het persriool dat benoemd is in raakvlak 3. van variant 1 en 3. Het gaat om een persriool uit 1989. Deze leiding kan beschermd worden tijdens de werkzaamheden middels een mantelbuis of een kleine overkluizing.

DK-25005183 / Vrijgegeven / Versie 1.0

7/8

Memo Conclusies en advies Wat betreft kabels en leidingen veroorzaken alle varianten vrijwel exact dezelfde raakvlakken. De beheersmaatregelen voor deze raakvlakken met kabels en leidingen zullen voor alle varianten ongeveer dezelfde kosten en doorlooptijden met zich mee brengen. Vanuit het kabels en leidingen perspectief is er geen voorkeur voor een specifieke variant. Het advies voor de vervolgstappen is voor de verschillende netbeheerders als volgt. Nutsbedrijven (gas, elektra en water): Om de conflicten met kabels en leidingen van nutsbedrijven, in dit geval Stedin en Oasen, te voorkomen is het advies vroegtijdig contact op te nemen met deze bedrijven om de eisen omtrent beheersmaatregelen op te vragen. Als de eisen van deze netbeheerders op tijd bekend zijn kunnen eventuele beheersmaatregelen in het ontwerp verwerkt worden waardoor kostbare verleggingen met lange doorlooptijden voorkomen kunnen worden. Het grootste risico is bij de aansluiting op de Driemolensweg, hier ligt een grote waterleiding en een gasleiding hoge druk. Het kan zijn dat het verleggen van deze leidingen meer dan 2 jaar duurt. Gemeente Vijfheerenlanden (riool): Omdat de rioolleidingen in deze omgeving een kleine diameter hebben is het mogelijk deze te beschermen tijdens de werkzaamheden. De rioolleidingen hoeven dan niet aangepast te worden.

Als de gemeente al vervangingsplannen voor de leidingen heeft in de komende jaren is het advies deze werkzaamheden tegelijk met de realisatie van de randweg uit te voeren. Telecom bedrijven (data): In het projectgebied zijn raakvlakken met datakabels van KPN, Lumen Technologies en Eurofiber. Telecom bedrijven hebben minder lange doorlooptijden wanneer de kabels moeten worden aangepast, ook zijn de diameters van de kabels vaak zo klein dat deze eenvoudig kunnen worden beschermd of opgevangen tijdens te werkzaamheden. Het advies is om contact op te nemen met de telecom bedrijven wanneer de definitieve variant is gekozen. Als de telecom bedrijven het ontwerp ontvangen kunnen ze zelf aangeven of de kabels gehandhaafd kunnen worden of dat deze verlegd moeten worden. Als de kabels niet gehandhaafd kunnen worden zal middels overleg een nieuw tracé voor de kabels gezocht moeten worden.

DK-25005183 / Vrijgegeven / Versie 1.0

8/8

Planologische analyse Randweg Lexmond

Van Telefoon Kenmerk Projectnummer Status Versie Onderwerp Datum

Remco van den Heuvel 06-27974763 A30-RHE-HS-MEMO-25004912 M0006681 Vrijgegeven 1.0 Planologische analyse randweg Lexmond 26 mei 2025

Inleiding In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden heeft Movares Nederland B.V. een planologische analyse uitgevoerd van het omgevingsplan/ bestemmingsplan voor het project: ‘Randweg Lexmond’. De aanleiding voor deze inventarisatie is de op te stellen QuickScan Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de aanleg van de Randweg in Lexmond. Het doel van dit onderzoek is het inzichtelijk maken of het project past binnen de bestaande ruimtelijke plannen en regelgeving. Daarmee is het mogelijk om tot een advies te komen over het vervolgtraject ten aanzien van planologie. Projectgebied Het projectgebied betreft een drietal varianten van de Randweg Lexmond ten westen van de kern van Lexmond in de gemeente Vijfheerenlanden. Het gaat om variant 1, 3 en 4. Variant 2 en 5 zijn eerder in het proces afgevallen en worden daarom niet meegenomen in deze analyse.

Projectgebied met 5 tracévarianten (bron: Movares)

1/4

Memo Geraadpleegde bronnen • Omgevingsplan gemeente Vijfheerenlanden (Regels op de kaart) • Bestemmingsplan ‘Kernen Zederik Geconsolideerd’ (geconsolideerd op 26-06-2020) (Regels op de kaart) • Bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’ (vastgesteld op 29-06-2015) (Regels op de kaart). • Bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’ (vastgesteld op 19-11-2018) (Regels op de kaart). Resultaten Ten behoeve van de analyse is het ter plaatse geldende omgevingsplan geraadpleegd. Omdat de gemeente Vijfheerenlanden nog geen gemeentebreed omgevingsplan heeft vastgesteld vormen de voorheen geldende bestemmingsplannen het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Derhalve wordt hierna gesproken in de onder het oude recht geldende termen. De analyse is opgedeeld in drie onderdelen en er wordt per variant op de geldende regels ingegaan. Variant 1 Kernen Zederik Geconsolideerd Variant 1 ligt gedeeltelijk in het bestemmingsplan ‘Kernen Zederik Geconsolideerd’. De gronden waarop variant 1 is geprojecteerd zijn voorzien van de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’ met de functieaanduiding ‘volkstuin’. Deze gronden zijn bestemd voor dagrecreatieve voorzieningen en volkstuinen met daarbij behorende hobbykassen en bergingen. Verder zijn de voorzieningen die bij deze bestemming behoren toegestaan. Voorbeelden hiervan zijn groen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen.

De gronden zijn niet voorzien van een bouwvlak. Dit betekent dat alleen hobbykassen, bergingen en overkappingen met een gezamenlijk grondoppervlak per volkstuin van ten hoogste 10 m² zijn toegestaan. De bouwhoogte van hobbykassen en bergingen bedraagt ten hoogste 2,5 meter en de bouwhoogte van overkappingen ten hoogste 3 meter. Verder zijn diverse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Het aanleggen van een weg is niet toegestaan. Het plangebied is voorzien van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’. De gronden ter plaatse van deze gebiedsaanduiding zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. Dit betekent dat er een omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en voor werkzaamheden (zie artikel 46.2.4 van het bestemmingsplan ‘Kernen Zederik Geconsolideerd’). Voor deze omgevingsvergunning dient advies te worden verkregen van het waterschap, waterleidingbedrijf en Gedeputeerde Staten van de provincie. Bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’ Daarnaast ligt het grootste deel van deze variant binnen het bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’ en is voorzien van de bestemming ‘Agrarisch’.

De bestemming agrarisch maakt diverse agrarische bedrijven (inclusief bijbehorende voorzieningen en nevenactiviteiten) mogelijk. Verkeerskundig zijn alleen bij de bestemming behorende gebouwde- en ongebouwde parkeervoorzieningen en in- en uitritten toegestaan. Het aanleggen van een weg is om die reden niet toegestaan. Het bestemmingsplan biedt binnen deze bestemming geen relevante afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden. Een aandachtspunt is de aansluiting op de dijk (Achthoven). Hier wordt (uitsluitend bij variant 1) een woonbestemming en tuinbestemming doorkruist van de bestaande woningen aan de dijk. De korte afstand tot de bestaande woningen kan een belemmering vormen, aangezien een woning bescherming geniet ten aanzien van onder andere geluid. Beide bestemmingen voorzien niet in mogelijkheden tot het aanleggen van een weg, anders dan in- en uitritten. A30-RHE-HS-MEMO-25004912 / concept / Versie 0.1

2/4

Memo

De gronden op het talud van de dijk zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen, bermen en beplanting; parken en plantsoenen; paden en speelvoorzieningen; water en voorzieningen voor de waterhuishouding toegestaan. Daarnaast zijn bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en verhardingen toegestaan. Gebouwen mogen hier niet worden gerealiseerd. De weg op de dijk is voorzien van de bestemming ‘Verkeer’. Hier zijn o.a. wegen, pleinen en voetpaden toegestaan. Het aanleggen van een weg is op de van deze bestemming voorziene gronden dus toegestaan. Ook binnen dit bestemmingsplan geldt voor het gehele plangebied de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’. Dezelfde regels als hiervoor beschreven zijn van toepassing. Dubbelbestemmingen: • Dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering: Deze gronden zijn behalve de daar voorkomende bestemming(en) primair bestemd voor de aanleg, het behoud en het herstel van de waterkering met bijbehorende bouwwerken zoals duikers, keerwanden en merktekens. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Er is een vergunning nodig om op deze gronden werkzaamheden uit te voeren.

• Dubbelbestemming Waterstaat – Waterstaatkundige functie: Deze gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor waterstaat en het realiseren van bouwwerken ten behoeve van de waterstaatkundige functies met bijbehorende bouwwerken zoals duikers, keerwanden en marktekens. Deze bestemming is eveneens primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Er is een vergunning nodig om op deze gronden werkzaamheden uit te voeren. • Dubbelbestemming Waarde – Ecologie: Mede bestemd voor het ontwikkelen en instandhouden van de landschaps- en natuurwaarden. Deze dubbelbestemming Is alleen van toepassing op de opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Doordat deze niet toegepast zullen worden voor dit project, is deze dubbelbestemming ook niet van toepassing. Er wordt wel geadviseerd bij het ontwerp aandacht te besteden aan de landschaps- en natuurwaarden op de dijk. Reparatieplan Buitengebied Zederik Tot slot ligt deze variant binnen het ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’. Op de dijk ligt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie’. Deze gronden zijn bestemd voor de afvoer en berging van oppervlaktewater, sediment en ijs; de waterhuishouding; verkeer te water; aanleg, beheer en onderhoud en verbetering van de hoofdwaterkering en het vergroten van de afvoercapaciteit.

Het is verboden binnen deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: • het ophogen of egaliseren van het huidige maalveldniveau; • het aanbrengen van beplantingen en/of bomen; • het dempen van watergangen; • het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen. Daarmee is er een omgevingsvergunning nodig voor de werkzaamheden binnen deze dubbelbestemming.

A30-RHE-HS-MEMO-25004912 / concept / Versie 0.1

3/4

Memo Variant 3: Deze variant ligt voor het grootste deel in het bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’, alleen de ontsluitingsweg van de nieuwe woonwijk en het naastgelegen fietspad liggen voor een deel binnen ‘Kernen Zederik Geconsolideerd’. Ter plaatse van deze variant gelden dezelfde bestemmingen en bijbehorende regels als bij variant 1, met uitsluiting van de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Variant 4: Deze variant ligt, net als variant 3, voor het grootste deel in het bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’, alleen de ontsluitingsweg van de nieuwe woonwijk en naastgelegen fietspad liggen voor een deel binnen ‘Kernen Zederik Geconsolideerd’. Ter plaatse van deze variant gelden dezelfde bestemmingen en bijbehorende regels als bij variant 1, met uitsluiting van de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Conclusies en advies Er zal voor elk van de drie varianten een planologische procedure doorlopen moeten worden om af te wijken van het omgevingsplan omdat de weg niet mogelijk is binnen de geldende bestemmingen. Bij een gemeentelijke weg kan dit bijvoorbeeld via een wijziging omgevingsplan. Uitzondering is de bestemming ‘Verkeer’ die ter plaatse van de weg op de dijk geldt. Aandachtspunten zijn: • Grondwaterbeschermingsgebied: hiervoor is een omgevingsvergunning nodig. • Dubbelbestemmingen ‘Waterstaat’ die gelden ter plaatse van de dijk: omgevingsvergunning noodzakelijk.

• Woon- en tuinbestemming variant 1: mogelijk belemmering door nabijheid woningen in verband met gevoelige bestemming en bezwaar van bewoners. Geadviseerd wordt om vroegtijdig met het Waterschap in gesprek te gaan over de werkzaamheden ter plaatse van de dijk. Daarnaast wordt geadviseerd om bij variant 1 in een vroeg stadium met omwonenden in gesprek te gaan.

A30-RHE-HS-MEMO-25004912 / concept / Versie 0.1

4/4

Recreatie en Toerisme Randweg Lexmond

Van Telefoon Kenmerk Status Versie Onderwerp Datum

Anouk van Deursen 06 27876053 B85-HRVD-HS-ADV -25005154 Vrijgegeven 1.0 Recreatie en Toerisme Randweg Lexmond 28 mei 2025

1. Recreatie en toerisme Voor de beoordeling van ‘recreatie en toerisme’ is de impact van drie varianten van de randweg kwalitatief uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar de invloed op omliggende wandelroutes en fietspaden en hoe het project bestaande recreatieve verbindingen beïnvloedt. Ook zijn mogelijke aanpassingen genoemd om recreatieve routes in het gebied te behouden of te versterken. Op basis van het beleidskader zijn beoordelingscriteria opgesteld om de varianten te evalueren. Vervolgens zijn de effecten van de varianten op recreatie en toerisme onderling vergeleken. Aansluitend komen mitigerende maatregelen aan bod, gevolgd door een conclusie. 1.1 Beleidskader Het beleid voor recreatie en toerisme is vastgelegd in de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden 2024. Het doel is om voldoende aantrekkelijke, groene fiets- en wandelroutes te realiseren die de woonplaatsen verbinden met het omliggende landelijk gebied. Zo wordt bewegen en recreëren voor inwoners in hun eigen omgeving gemakkelijker en aantrekkelijker. Daarnaast wordt ingezet op het mogelijk maken van bovenlokale verbindingen. Voorwaarde voor recreatieve ontwikkelingen is dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ontwikkelingen moeten landschappelijk worden ingepast en aansluiten op het bestaande recreatieve netwerk.

Ook relevant is de Dorpswoonvisie Lexmond met specifieke aandacht is voor recreatieve routes, zoals ommetjes en doorlopende wandel- en fietspaden. Het streven is comfortabele en veilige fietsroutes te realiseren, met een focus op belangrijke wegen zoals de Lekdijk. Deze wordt veel gebruikt voor recreatief wandelen en fietsen langs de Lek. De bedoeling is om deze routes uitnodigender en veiliger te maken voor recreatief gebruik. De gevarieerde ligging wordt benut om wonen, werken en landbouw te verbinden met een aantrekkelijk en beter toegankelijk buitengebied. 1.2 Beoordelingskader De randweg beïnvloedt voornamelijk de recreatieve fiets- en wandelroutes in de omgeving, evenals de mogelijkheden voor inwoners om te recreëren in het buitengebied. Op basis van deze uitgangspunten en het relevante beleid volgen vier beoordelingscriteria om de impact op recreatie en toerisme per tracévariant te evalueren. 1. 2. 3.

Veiligheid en comfort – De mate waarin de variant bijdraagt aan een veilige en comfortabele omgeving voor wandelaars en fietsers. Verbinding – De mate waarin de variant invloed heeft op de aansluiting en samenhang van bestaande recreatieve routes. Toegankelijkheid – De mate waarin het landschap fysiek en visueel toegankelijk blijft voor recreatief gebruik. 1/6

Memo 4.

Beleving – De mate waarin het landschap aantrekkelijk, afwisselend en uitnodigend is voor recreatief gebruik. Hierbij spelen visuele en zintuiglijke aspecten een rol, zoals uitzichtpunten, variatie in ruimtegebruik en landschapsstructuren, rust, beschutting en de algehele ruimtelijke kwaliteit tijdens het bewegen of verblijven in het gebied.

De effecten van de tracévarianten op recreatie en toerisme zijn per criterium beoordeeld met een score van 1 tot 5 (zie tabel 1). Een hogere score duidt op een beperkte tot positieve impact, waarbij recreatieve en toeristische mogelijkheden behouden blijven of worden versterkt. Score

Beoordeling

5

Zeer beperkte tot positieve impact

4

3

2

1

Omschrijving

De recreatieve en toeristische mogelijkheden blijven volledig behouden of worden versterkt. Eventuele verstoring van routes, toegankelijkheid of beleving is verwaarloosbaar of wordt gecompenseerd door kwaliteitsverbetering. Beperkte impact Er is sprake van lichte aantasting van recreatie en toerisme. Routes, toegankelijkheid of landschapsbeleving worden in beperkte mate beïnvloed, maar de samenhang blijft grotendeels intact. Neutraal tot matige De variant veroorzaakt merkbare verstoring van recreatieve impact mogelijkheden. Er treden beperkingen op in gebruik, bereikbaarheid of beleving, zonder dat sprake is van structurele aantasting. Negatieve impact De recreatieve waarde wordt duidelijk beperkt. Routes worden onderbroken of minder aantrekkelijk, en toegankelijkheid of landschapskwaliteit neemt zichtbaar af. Zeer negatieve Er is sprake van ingrijpende aantasting van recreatie en toerisme. impact Belangrijke routes verdwijnen of worden ernstig verstoord, en de toegankelijkheid en beleving van het landschap nemen sterk af.

Tabel 1 Beoordelingskader met omschrijving per beoordeling.

1.3 Beschrijving recreatie en toerisme Het plangebied kent diverse recreatieve routes voor wandelaars en fietsers. Deze maken zowel onderdeel uit van landelijke als van provinciale en regionale netwerken (zie figuur 1, 2 en 3). Over de Rijskade loopt een landelijke wandelroute (Grote Rivierenpad). Zowel de Rijskade als de dijk Achthoven maken deel uit van een provinciale wandelroute. Daarnaast is de dijk Achthoven opgenomen in het regionale fietsnetwerk. De dijk Achthoven, zie zien op figuur 4., is een weg met een maximumsnelheid van 60 km per uur en beschikt aan beide zijden over fietsstroken. Er is echter geen apart voetpad aanwezig. Vanaf de dijk is zicht op een gevarieerd landschap met fruitbomen op de dijk, dijkbegroeiing van kruidenrijk grasland en zichtlijnen tussen erfbeplanting door naar fruitteeltpercelen, akkers en weidegronden. Op de achtergrond is de bomenrij langs de Rijskade zichtbaar aan de horizon. De Rijskade is een halfverharde landweg zonder autoverkeer (zie figuur 5). Vanaf de Rijskade is tussen de bomen doorzicht op een aanvankelijk meer open deel van het gebied, waarna de begroeiing geleidelijk toeneemt en verspreid in het landschap aanwezig is. Momenteel zijn er geen wandelpaden vanuit de woonkern richting het westelijke deel van het plangebied.

Het verbeteren van de verbinding en toegankelijkheid vanuit de toekomstige woonwijk is wel een belangrijk streven.

B85-HRVD-HS-ADV -25005154 / vrijgegeven / Versie 1.0

2/6

Memo

Figuur 1 Routes wandelroutenetwerk Utrecht-West (Provincie Utrecht).

Figuur 2 Landelijke wandelroutes (Provincie Utrecht).

Figuur 3 Regionale fietsnetwerken (Provincie Utrecht).

Figuur 4 De Lekdijk (Achthoven) met het plangebied is aan de linkerzijde

Figuur 5 Landpad Rijskade. Het plangebied is aan de rechterzijde van het

van de dijk op de afbeelding. (Movares).

pad op de afbeelding (Movares)

B85-HRVD-HS-ADV -25005154 / vrijgegeven / Versie 1.0

3/6

Memo 1.4 Vergelijking varianten

Figuur 6 Variant 1.

Figuur 7 Variant 3.

Figuur 8 Variant 4.

Voor alle varianten, te zien op figuur 6, 7 en 8, geldt dat de aansluiting op de Lekdijk een negatieve invloed heeft op de veiligheid van recreatieve routes door extra verkeersbewegingen vanaf de randweg. Alle varianten bieden mogelijkheden voor uitbreiding van de fietsroute. In de varianten is een extra fietspad langs de randweg meegenomen. Varianten 3 en 4 vormen daarbij potentieel de meest waardevolle toevoegingen aan het bestaande routenetwerk vanuit recreatief oogpunt. Omdat het fietspad bij variant 1 langs de randweg ligt, is de recreatieve waarde lager dan bij varianten 3 en 4, waar het tracé op afstand van het fietspad ligt. Variant 1 sluit echter beter aan op de Lekdijk, waardoor een doorgaande fietsroute mogelijk is die niet door het dorp voert. In variant 1 vormt de randweg de grootste barrière tussen de geplande woonwijk en het buitengebied. Bij variant 3 en 4 is de barrièrewerking minder sterk: er is een verbinding met de omgeving mogelijk vanaf het punt waar de ontsluitingsweg naar de woonwijk afbuigt, en alleen een fietspad ligt tussen de woonwijk en de omgeving. Dit is van recreatieve meerwaarde voor de nieuwbouwwijk. In variant 3 ligt de randweg dichter op de woonwijk dan in variant 4, waardoor de barrièrewerking sterker is. Variant 4 biedt meer ruimte voor uitloop en verbinding met de omgeving, doordat de randweg op grotere afstand ligt.

Vanaf Achthoven heeft variant 3 de meest negatieve impact op de beleving van het landschap, omdat deze het plangebied middendoor snijdt. Variant 1 sluit aan op de geplande woonontwikkeling en heeft daarmee de geringste ruimtelijke impact op het landschap. Variant 4 doorsnijdt eveneens het landschap, maar doordat het tracé verder van de rand van de toekomstige woonwijk ligt, blijft een groter deel van het landschap intact. Dit deel is groot genoeg om het karakter van het oorspronkelijke landschapstype te kunnen blijven ervaren. Op de wandelroute langs de Rijskade heeft variant 4 de grootste impact, omdat de randweg hierbij het langst parallel aan de route loopt. Variant 1 loopt slechts over een korte afstand langs de wandelroute en heeft daardoor de minste invloed op de beleving van het landschap vanaf de Rijskade. Tabel 2 Beoordeling varianten.

Variant 1

Variant 3

Variant 4

Veiligheid

3

3

3

Verbinding - aansluiting

5

4

4

Verbinding - recreatieve waarde

3

4

4

B85-HRVD-HS-ADV -25005154 / vrijgegeven / Versie 1.0

4/6

Memo Toegankelijkheid

2

3

4

Beleving - vanaf Achthoven

4

1

2

Beleving - vanaf Rijskade

3

2

1

Totaal

20

17

18

1.5 Mitigerende maatregelen Om de recreatieve beleving zo min mogelijk aan te tasten en zelfs te verbeteren worden de volgende mitigerende maatregelen voorgesteld:   

Zorg voor veilige en aantrekkelijke oversteekmogelijkheden voor voetgangers en fietsers bij de randweg in variant 1 en de ontsluitingsweg bij variant 3 en 4 , zodat de verbinding tussen woonwijk en omgeving behouden blijft. Creëer een vrijliggend voetpad langs de wandelroute over de dijk om de veiligheid en het comfort voor voetgangers te verbeteren. Leg het fietspad aan de westelijke buitenzijde van de randweg of ontsluitingsweg om de beleving van het omliggende landschap te versterken. Het pad kan een dubbelfunctie krijgen voor zowel fietsen als wandelen of gecombineerd met een losliggend voetpad. Dit biedt kansen voor ommetjes vanuit de toekomstige woonwijk en voor aansluiting op bestaande wandelroutes langs de Rijskade en richting Achthoven. Gebruik groenstructuren als afscherming – Laanbeplanting en heesters langs de weg helpen geluidsoverlast te beperken en verzachten het visuele effect van de infrastructuur op de recreatieve waarde van de omgeving. Pas kruidenrijk grasland toe in de bermen – Dit verhoogt de visuele kwaliteit, draagt bij aan de vergroening van de infrastructuur en bevordert de natuurlijke inpassing in het landschap. Hierdoor wordt de negatieve impact op recreatieve routes verminderd.

1.6 Conclusie De beoordelingsscores van de varianten liggen dicht bij elkaar, wat erop wijst dat de impact van de varianten vergelijkbaar is. Op het onderdeel veiligheid scoren alle varianten gelijk. Alle tracévarianten hebben een negatieve invloed op de veiligheid van recreatieve routes vanwege de toename van verkeersbewegingen op de Achthoven dijk. De verbindingswaarde verschilt. Variant 1 sluit het best aan op bestaande infrastructuur en scoort hier het hoogst (5), doordat het direct aansluit op de geplande woonontwikkeling. Varianten 3 en 4 bieden daarentegen meer recreatieve waarde: het fietspad ligt op afstand van de randweg, wat bijdraagt aan een aantrekkelijkere beleving van het landschap. Wat betreft toegankelijkheid vanuit de woonwijk naar het omliggende landschap, scoort variant 4 het hoogst. Deze variant heeft de kleinste barrièrewerking en biedt de meeste uitloopmogelijkheden. In termen van landschapsbeleving zijn er duidelijke verschillen. Vanaf de Achthovendijk heeft variant 1 de minste impact (score 4), terwijl variant 3 de grootste verstoring veroorzaakt (score 1). Voor de beleving vanaf de wandelroute langs de Rijskade scoort variant 1 ook het best (score 3), en variant 4 het laagst (score 1), omdat deze het langste parallel loopt aan de route.

Wanneer alle aspecten uit de beoordeling worden samengevoegd (zie tabel 2), blijkt dat Variant 1 het hoogste totaal scoort (20), vooral door de goede aansluiting en beperkte impact op de landschapsbeleving. Variant 4 scoort met 18 punten net daaronder, dankzij de hoge recreatieve waarde en toegankelijkheid. Variant 3 scoort het laagst met 17 punten, vanwege de sterke barrièrewerking en de negatieve impact op het landschap. Vanuit recreatie en toerisme heeft variant 4 de voorkeur. Dit is ondanks de lagere totaalscore ten opzichte van variant 1. Variant 4 biedt de beste balans tussen toegankelijkheid, recreatieve potentie en behoud van landschappelijke kwaliteit. De hogere impact op de wandelroute langs de Rijskade kan worden verzacht met mitigerende maatregelen. Omdat variant 1 een sterkere barrière vormt tussen de B85-HRVD-HS-ADV -25005154 / vrijgegeven / Versie 1.0

5/6

Memo nieuwe woonwijk en het buitengebied, sluit deze minder goed aan op de ambitie om een samenhangende, aantrekkelijke en toegankelijke woonomgeving te creëren. Variant 4 spreidt de negatieve effecten het meest en biedt de grootste kansen voor recreatie en toerisme.

B85-HRVD-HS-ADV -25005154 / vrijgegeven / Versie 1.0

6/6

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 08-04-2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=a66c1f7c-081e-44c6-95aa-6aff9073f14f