CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Haalbaarheidsonderzoek Randweg Lexmond bijlagen 7 en 8

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 25 september 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Haalbaarheidsonderzoek randweg Lexmond en aanvraag voorbereidingskrediet nadere uitwerking25.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De locatie heeft als vervolgstatus ‘voldoende onderzocht’; • Locatienaam Uiterwaarde Lexmond-West met locatiecode AA070700531 (ZH070709435). De locatie heeft als vervolgstatus ‘uitvoeren oriënterend onderzoek’. Op de locatie zijn waterbodemonderzoeken uitgevoerd; • Locatie naam Driemolensweg ongenummerd (tankstation) met locatiecode AA070700515 (ZH070709477). De locatie heeft als vervolgstatus ‘voldoende onderzocht’. De onderzochte bodemlocaties bevinden zich aan de randen van het huidige projectgebied.

1/5

Bodemkwaliteit Randweg Lexmond Bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart Er is gebruik gemaakt van de volgende documenten: 1. Nota Bodembeheer Werkgebied ODRU, Beleidskader voor grondverzet en bodemsanering, opgesteld door ODRU, d.d. 23 mei 2022; 2. Bodemkwaliteitskaart via Geoportaal Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Op de bodemfunctieklassenkaart zijn de varianten Randweg Lexmond gelegen in gebied met bodemfunctie ‘landbouw/natuur’. Het gaat hierbij om de bodemkwaliteitszone ‘E buitengebied’. Op de ontgravingskaart boven- en ondergrond van de bodemkwaliteitskaart heeft het projectgebied Randweg Lexmond de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Hierbij moet worden opgemerkt dat verdachte locaties zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Op de ontgravingskaart PFAS bovengrond valt het projectgebied in PFAS-zone ‘B1’. In zone ‘B1’ is het achtergrondgehalte voor PFOA 3,9 µg/kg ds, voor PFOS 0,5 µg/kg ds en voor overige PFAS 0,2 µg/kg ds. Op de ontgravingskaart PFAS ondergrond valt het projectgebied in PFAS-zone ‘O1’. In zone ‘O1’ is het achtergrondgehalte voor PFOA 2,6 µg/kg ds, voor PFOS 0,4 µg/kg ds en voor overige PFAS 0,2 µg/kg ds. Verdachte locaties m.b.t. bodemverontreiniging Uit de gegevens van het Geoportaal ODRU komen verschillende categorieën verdachte locaties m.b.t. bodemverontreiniging naar voren die voorkomen in het buitengebied.

Hierbij valt te denken aan: • Boomgaarden; verdacht op bestrijdingsmiddelen (OCB’s); • Gedempte sloten; • Dempingen/ophogingen; • Historisch bodembestand (HBB); • Ondergrondse tanks; • Wegbermen (verdacht). Uit het Geoportaal blijkt dat er in het projectgebied alleen de verdachte locatie ‘boomgaarden’ en ‘verdachte wegberm’ worden aangetroffen (zie figuren 1 en 2). Hier ontbreken gegevens omdat het projectgebied in het recente verleden onderdeel was van de provincie Zuid-Holland (voormalig gemeente Zederik). In 2019 is de gemeente opgegaan in de gemeente Vijfheerenlanden gelegen in de provincie Utrecht. Voor gedempte sloten, dempingen en verdachte locaties zijn dan ook gegevens geraadpleegd van de provincie Zuid-Holland.

X01-EVG-HS-MEMO-25004526 / Vrijgegeven / Versie 1.0

2/5

Bodemkwaliteit Randweg Lexmond

Figuur 1 Boomgaarden

Uit figuur 1 is op te maken dat er ter plaatse van het projectgebied ‘boomgaarden’ gelegen zijn. Voormalige en huidige boomgaarden zijn verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB’s) in de bovengrond. Met name variant 1 en een deel van variant 3 en 4 Randweg Lexmond doorsnijden boomgaarden.

Figuur 2 Verdachte wegberm

Uit figuur 2 blijkt dat de weg ter plaatse van de Lekdijk een verdachte locatie betreft.

X01-EVG-HS-MEMO-25004526 / Vrijgegeven / Versie 1.0

3/5

Bodemkwaliteit Randweg Lexmond

Figuur 3 Slootdempingen (bron provincie Zuid-Holland)

Ter plaatse van het projectgebied zijn verschillende gedempte sloten gelegen. Met name bij variant 1 en 4 Randweg Lexmond is dit het geval.

Figuur 4 Bodemsanering vervuilde bedrijfsterreinen (bron provincie Zuid-Holland)

Ter plaatse van het projectgebied zijn geen bodemsaneringen uitgevoerd van verontreinigde bedrijfsterreinen. Gesaneerde bedrijfsterreinen bevinden zich ten oosten van het projectgebied in de kern van Lexmond.

X01-EVG-HS-MEMO-25004526 / Vrijgegeven / Versie 1.0

4/5

Bodemkwaliteit Randweg Lexmond

Conclusies en advies Uit het bureauonderzoek bodemkwaliteit volgt dat de verwachte bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ is voor het buitengebied waarin de varianten gelegen zijn. Uitzondering hierop vormt een aantal verdachte locaties welke geen onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart. Het gaat hierbij om de Lekdijk (verdachte wegberm), slootdempingen en boomgaarden. De meeste op bestrijdingsmiddelen verdachte boomgaarden bevinden zich ter plaatse van variant 1 Randweg Lexmond. Raakvlak met gedempte sloten is met name het geval bij varianten 1 en 4 Randweg Lexmond. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan toekomstige grondwerkzaamheden een verkennend bodemonderzoek uit te voeren om de actuele bodemkwaliteit vast te stellen ter plaatse van verdachte en onverdachte terreindelen.

X01-EVG-HS-MEMO-25004526 / Vrijgegeven / Versie 1.0

5/5

Archeologie Randweg Lexmond

Van Telefoon Kenmerk Projectnummer Status Versie Onderwerp Datum

Gelder LH van (Erik) 0622625048 X01-EVG-HS-MEMO-25004750 M0006681 Vrijgegeven 1.0 Archeologie Randweg Lexmond 19 mei 2025

Inleiding In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden heeft Movares Nederland B.V. een risico-inventarisatie archeologie opgesteld voor het project: ‘Randweg Lexmond’. De aanleiding voor deze inventarisatie zijn de toekomstige graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Randweg Lexmond. Het doel van dit onderzoek is het inventariseren van de beschikbare informatie om tot een advies te komen over het vervolgtraject m.b.t. de omgang met archeologische waarden en -verwachtingen. Projectgebied Het projectgebied betreft een drietal varianten van de Randweg Lexmond ten westen van de kern van Lexmond in de gemeente Vijfheerenlanden.

Figuur 1 Projectgebied Randweg Lexmond

Geraadpleegde bronnen 1. Omgevingsloket; Paraplubestemmingsplan Archeologie Vijfheerenlanden (Dubbelbestemming archeologie). 2. Archeologie in gemeente Vijfheerenlanden, Deel 2: Geactualiseerd archeologiebeleid en onderzoeksagenda archeologie, opgesteld door RAAP/ADC met kenmerk RAAP-RAPPORT 4392 /ADC-RAPPORT 5188, d.d. 30 januari 2023. 3. Archeologische beleidskaart gemeente Vijfheerenlanden, d.d. 30 januari 2023.

1/3

Archeologie Randweg Lexmond Resultaten

Uit de beleidskaart archeologie van de gemeente Vijfheerenlanden blijkt dat ter plaatse van de varianten Randweg Lexmond geen rijksmonumenten en archeologische monumenten (AMK) gelegen zijn. De varianten 1, 3 en 4 Randweg Lexmond doorsnijden gebieden met waarde archeologie: • Waarde – archeologie 1: vrijstellingsgrens 0 m2, vrijstellingsdiepte 30 cm-mv; • Waarde – archeologie 4a: vrijstellingsgrens 250 m2, vrijstellingsdiepte 30 cm-mv; • Waarde – archeologie 6: vrijstellingsgrens 10.000 m2, vrijstellingsdiepte 30 cm-mv. Het raakvlak met waarde – archeologie 1 betreft de weg Achthoven gelegen op de dijk langs de Lek. Hier geldt archeologische onderzoeksplicht. De varianten 1, 3 en 4 Randweg Lexmond doorsnijden dezelfde archeologische gebieden en de verschillen zijn marginaal. Conclusies en advies Uit de inventarisatie blijkt dat ter plaatse van de varianten 1, 3 en 4 Randweg Lexmond geen rijksmonumenten of archeologische monumenten (AMK) gelegen zijn. De weg Achthoven gelegen op de dijk langs de Lek heeft waarde archeologie 1. Voor wat betreft het oppervlaktecriterium geldt hier dat er geen vrijstelling is. Er is sprake van archeologische onderzoeksplicht. Verder van de dijk neemt de archeologische verwachting af tot uiteindelijk laag.

Aanbevolen wordt om in de vervolgfase een verfijning aan te brengen in het onderzoek (archeologisch bureauonderzoek conform SIKB KNA protocol 4002). Op basis van het SIBK KNA protocol 4002 bureauonderzoek is duidelijk waar eventueel archeologische resten verwacht kunnen worden en/of archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Het vervolgonderzoek betreft in eerste instantie een X01-EVG-HS-MEMO-25004750 / Vrijgegeven / Versie 1.0

2/3

Archeologie Randweg Lexmond inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende en/of karterende boringen. Hiervoor is een plan van aanpak nodig. Op basis van het booronderzoek wordt bepaald of gebieden vrij worden gegeven of dat vervolgonderzoek nodig is in de vorm van een proefsleufonderzoek en/of opgraving of archeologisch begeleiding. De keuze hangt onder andere af wat er exact gaat gebeuren m.b.t. grondverzet. Hiervoor is een programma van eisen nodig.

X01-EVG-HS-MEMO-25004750 / Vrijgegeven / Versie 1.0

3/3

Cultuurhistorie Randweg Lexmond

Van Telefoon Kenmerk Projectnummer Status Versie Onderwerp Datum

Anouk van Deursen 06 27876053 X01-EVG-HS-MEMO -25005152 M0006681 Vrijgegeven 1.0 Cultuurhistorie Randweg Lexmond 28 mei 2025

1. Inleiding De cultuurhistorische waarde van het plangebied is geïnventariseerd en beoordeeld om inzicht te krijgen op de effecten van de tracévarianten van de Randweg Lexmond op deze waarde. Het doel van dit onderzoek is het inventariseren van de beschikbare informatie om tot een advies te komen over het vervolgtraject m.b.t. de omgang met cultuurhistorische waarden. Geraadpleegde bronnen: 1. RAAP-RAPPORT 5475 Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden exb-2023-7410.pdf 2. Cultuurhistorische waardenkaart Gemeente Vijfheerenlanden. Inventarisatie historische cultuurlandschap. RAAP-rapport 5475, kaartbijlage 1, schaal 1:10.500. exb-2023-7412.pdf 3. Cultuurhistorische waardenkaart Gemeente Vijfheerenlanden Waardering historisch cultuurlandschap RAAP-rapport 5475, kaartbijlage 3, schaal 1:10.500 exb-2023-7414.pdf 1.1 Resultaten Binnen het plangebied zijn diverse cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig (zie figuur 1). De verkavelingsstructuur wordt gekenmerkt door strookvormige ontginningen op de oeverwallen, wat duidt op een historische landschapsopbouw. Het gebied maakt bovendien deel uit van een voormalig inundatieveld; het gehele grondgebied van de gemeente behoorde tot het inundatiegebied van de (Oude) Hollandse Waterlinie.

Langs de dijk bevinden zich historische groene landschapselementen met een duidelijke historische samenhang met de hoofdstructuren van de middeleeuwse ontginningen. Ook aan de westzijde van het plangebied zijn dergelijke structuurelementen zichtbaar. In het oostelijk deel, ter hoogte van de overgang tussen Spinhoven en De Nes, komen eveneens landschapselementen voor met een historische samenhang, waarbij lijnvormig groen de oorspronkelijke verkavelingsrichting uit de ontginningsperiode accentueert. Daarnaast is in dit deel opgaand historisch groen aanwezig, waaronder een historisch bosperceel, dat bijdraagt aan de cultuurhistorische gelaagdheid van het landschap. Voor alle varianten geldt dat tracés in de nabijheid liggen van historisch groen en landschappelijke elementen rond de overgang tussen Spinhoven en De Nes. Varianten 3 en 4 raken bovendien het historisch groen ter hoogte van de aansluiting met de dijk. Dit vraagt bij de verdere uitwerking om nadere beoordeling en zorgvuldige inpassing. Op de Cultuurhistorische waardenkaart Waardering historisch cultuurlandschap wordt aangegeven dat het plangebied een waarderingscategorie 4: hoge waarde heeft (zie figuur 2). Dit betekent dat het landschap 1/2

Memo sterk lijkt op de situatie tussen 1850 en 1900 en een duidelijke zeggingskracht heeft. Eventuele verstoringen hebben slechts een beperkte invloed op het landschapsbeeld. Aangezien binnen het plangebied sprake is van één zone met waarderingscategorie 4 (hoge waarde), is er in dit opzicht geen verschil in de effecten tussen de varianten 1, 3 en 4. Omdat varianten 3 en 4 zowel uit het tracé van de randweg als de ontsluitingsweg bestaan, veroorzaken deze varianten wel meer verstoring.

Figuur 1 Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Gemeente

Figuur 2 Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Gemeente

Vijfheerenlanden. Inventarisatie historische cultuurlandschap. RAAP-

Vijfheerenlanden Waardering historisch cultuurlandschap RAAP-rapport

rapport 5475, kaartbijlage 1, schaal 1:10.500. exb-2023-7412.pdf

5475, kaartbijlage 3, schaal 1:10.500 exb-2023-7414.pdf

1.2 Conclusie Het plangebied kent een hoge cultuurhistorische waarde (waarderingscategorie 4), met herkenbare landschapsstructuren uit de periode 1850–1900. Belangrijke elementen zijn onder meer de strookverkaveling, de ligging binnen het voormalige inundatiegebied van de Oude Hollandse Waterlinie en historisch groen langs de dijk en in de omgeving van Spinhoven en De Nes. Hoewel alle tracévarianten in de nabijheid van deze elementen liggen, raken alleen de varianten 3 en 4 het historisch groen bij de dijk. Dit vraagt om zorgvuldige uitwerking en landschappelijke inpassing in het vervolgtraject.

X01-EVG-HS-MEMO -25005152 / concept / Versie 1.0

2/2

Landschap Randweg Lexmond

Van Telefoon Kenmerk Status Versie Onderwerp Datum

Anouk van Deursen (controle: Arjan Freije) 06 27876053 X01-EVG-HS-MEMO-25005153 Vrijgegeven 1.0 Landschap Randweg Lexmond 28 mei 2025

1. Landschap 1.1 Inleiding Voor de beoordeling landschap zijn de effecten van de drie tracévarianten van de randweg in kaart gebracht. Hierbij is aandacht voor de visuele impact op de kernkwaliteiten van het landschap, de kleine landschapselementen en de aansluiting op de dorpsrand. Uit het beleidskader volgen beoordelingscriteria om de varianten te evalueren. De effecten van de varianten zijn eerst vergeleken met de huidige situatie en vervolgens onderling. Aansluitend komen mitigerende maatregelen aan bod, gevolgd door een conclusie. De kernboodschap is dat Variant 1 landschappelijk gezien de minste negatieve impact heeft, doordat het tracé langs de rand van het plangebied loopt en daarmee de karakteristieke landschapsstructuren, beleving en rust grotendeels behoudt. Varianten 3 en 4 doorkruisen het landschap, verstoren rust en stilte sterker en veroorzaken meer visuele en ruimtelijke onderbreking. 1.2 Beleidskader Het beleid voor de kwaliteit van het landschap is vastgelegd in de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Het plangebied ligt in het landschapstype ‘Groene Hart’. Voor dit gebied zijn de volgende kernkwaliteiten benoemd: A. Openheid; B. (Veen)weidekarakter met strokenverkaveling; C. Landschappelijke diversiteit; D. Rust en stilte1. Deze kernkwaliteiten dienen behouden te blijven.

In de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen zijn deze kwaliteiten nader gespecificeerd per deelgebied. Het plangebied valt binnen de Lekzone. Naast de Omgevingsverordening is ook de Dorpswoonvisie Lexmond van belang. Deze visie richt zich op het versterken van de identiteit van Lexmond als groen dorp in het rivierenlandschap. Ook beschrijft de visie de ambitie om het landschapstype beter beleefbaar te maken. 1.3 Beoordelingsmethodiek Op basis van het beleidskader zijn de volgende criteria vastgesteld voor de beoordeling van effecten op het landschap: 1. Verkavelingsstructuren (a) en landschapselementen (b) - In hoeverre blijven kenmerkende verkavelingsstructuren en landschapselementen behouden of worden deze versterkt. Hierbij gaat het zowel om de verkavelingsstructuur als om landschapselementen die samen het landschapsbeeld bepalen. 1

Wegtracés hebben naar verwachting geen substantiële invloed op de openheid van het landschap. Dit criterium is daarom niet meegenomen. 1/6

Memo 2.

Landschappelijke diversiteit - Wat is de invloed op de afwisseling en rijkdom aan landschapselementen en landgebruik. Een hoge diversiteit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit, herkenbaarheid en belevingswaarde van het landschap. Aantasting van deze variatie leidt tot een uniformer en minder waardevol landschap. 3. Rust en stilte - In hoeverre heeft het tracé invloed op de rust en stilte in het gebied. Dit betreft zowel geluid als verstoring door zichtbare activiteit of beweging. Ter onderscheiding van het onderdeel ‘geluid’, het gaat in dit geval om het kwalitatieve effect op de beleving. 4. Beleefbaarheid van landschapskarakteristiek - In hoeverre het geheel van karakteristieke landschapsstructuren en -elementen als samenhangend en herkenbaar landschap blijft functioneren. De effecten van de tracévarianten op het landschap zijn per criterium beoordeeld met een score van 1 tot 5 (tabel 1). Hoe hoger de score, hoe beter de landschappelijke inpassing en het behoud van de landschappelijke kwaliteiten. Tabel 1: Beoordelingskader met omschrijving per beoordeling.

Score 5

Beoordeling Zeer beperkte tot positieve impact

4

Beperkte impact

3

Neutraal tot matige impact

2

Negatieve impact

1

Zeer negatieve impact

Omschrijving De landschapskarakteristiek, structuren en beleving blijven grotendeels behouden of worden versterkt. De ingreep is sterk landschappelijk ingepast en heeft minimale invloed op rust, toegankelijkheid en herkenbaarheid. Enige aantasting van landschapselementen en/of de beleving, maar de ruimtelijke samenhang blijft grotendeels intact. De verstoring is beperkt in schaal en reikwijdte. De ingreep leidt tot merkbare verstoring van beleving en/of leesbaarheid van het landschap, zonder dat er sprake is van ingrijpende aantasting. De landschapsstructuren en/of de beleving worden duidelijk aangetast, bijvoorbeeld door barrières, verlies van karakteristieke elementen of verstoring van rust. Sterke aantasting van de landschapskwaliteit door doorsnijding, verlies van herkenbare structuren of ernstige verstoring van beleving, toegankelijkheid of samenhang.

1.4 Landschapsbeschrijving: stroomrug met strokenverkaveling In het landschap bevindt zich een stroomrug en is afwisselend. Het landschap verandert vanaf de dijk geleidelijk van een kleinschalig karakter naar een meer open en grootschalig karakter. Strokenverkaveling met overwegend een noord-zuidoriëntatie is onderdeel van de overgang naar een veldlandschap (zie figuur 1 en 2). Opvallend is de waaiervormige verkaveling, waarbij de oriëntatie van de percelen geleidelijk verschuift. Naar het noorden en oosten toe worden de percelen breder. Het gebied bestaat uit twee duidelijk te onderscheiden delen: de westelijke polder, Spinhoven, en de oostelijke polder, De Nes. Deze twee delen sluiten in een hoek op elkaar aan. De wegen Achthoven, Rijskade en Molenkade hebben een west-oost oriëntatie evenals de weilandenstrook tussen de Molenkade en Rijskade.

X01-EVG-HS-MEMO -25005153 / vrijgegeven / Versie 1.0

2/6

Memo

Figuur 1: Verkavelingsstructuur, landschapselementen en landschapsgebruik

De randen van het gebied zijn helder begrensd. Aan de noordzijde ligt de dijk, een verhoogde structuur die zowel visueel als functioneel een duidelijke grens vormt. Deze hoge dijk is een markante lijnstructuur in het landschap en biedt aan beide zijden een weids, panoramisch uitzicht op de omgeving. Aan de zuidzijde lopen de landwegen Molenkade en Rijskade evenwijdig aan elkaar, gescheiden door een smalle strook weiland. De laanbeplanting langs de Rijskade sluit het landschap hier af. De grotendeels open structuur is onderbroken door opgaande beplanting. Langs de dijk is een meer besloten zone die geleidelijk richting het zuiden overgaat in een open weidelandschap. Binnen het gebied bevinden zich diverse landschapselementen. In het noordoosten ligt een eendenkooi, ontstaan uit een vergraven wiel (zie figuur 1). Dit is een waardevol ecologisch element dat verwijst naar de historische relatie met overstromingen. Dijkbeplanting met kruidenrijk grasland en fruitbomen benadrukt de oude dijkstructuren. Midden in het gebied ligt een compact, blokvormig geriefbosje. Daarnaast is er erfbeplanting rond boerderijen, een bomenrij langs een fruitperceel en solitaire bomen die perceelranden markeren. Het landgebruik is divers (zie figuur 3). De afwisseling tussen akkers, weiden en fruitboomgaarden bepaalt het agrarische karakter van het gebied.

Op de grens van Spinhoven en De Nes ligt een strook met volkstuinen.

Figuur 2: Verkavelingsstructuur

Figuur 3: Divers landschap met weide, akkers, fruitteelt, volkstuinen en opgaande begroeiing.

X01-EVG-HS-MEMO -25005153 / vrijgegeven / Versie 1.0

3/6

Memo 1.5 Effecten varianten Variant 1 In variant 1 volgt de weg grotendeels de verkavelingsstructuur langs de Molenkade en de overgang tussen Spinhoven en De Nes. De noordelijke slinger en de bocht naar de dijk wijken af van het verkavelingspatroon. De aansluiting op de dijk is onlogisch door de scherpe hoek en vereist het kappen van fruitbomen. De strook met volkstuinen wordt versmald of verdwijnt, en een deel van een fruitteeltperceel gaat verloren. De impact op rust en stilte blijft beperkt tot de rand van het plangebied langs de geplande woonwijk, waardoor het grootste deel van het landschap onaangetast blijft en de ruimtelijke ingreep zich tot één zone beperkt. Variant 3 In variant 3 volgt de weg grotendeels de verkavelingsstructuren langs de Molenkade, maar wijkt bij Spinhoven af van de verkavelingsstructuur door de bocht van de Rijskade naar de dijk Achthoven. De aansluiting op de dijk is landschappelijk bezien onlogisch door de scherpe hoek met het rechte dijklichaam. Voor de aanleg moeten fruitbomen op de dijk worden gekapt. Het tracé kruist alleen weiland en akkerland, wat ruim aanwezig is in het gebied; de landschappelijke diversiteit blijft daarmee behouden. De strook met volkstuinen wordt versmald of verdwijnt helemaal. Deze variant introduceert twee barrières: een wegtracé dwars door het plangebied en een ontsluitingsweg met fietspad langs de woonwijk.

De randweg verstoort rust en stilte merkbaar, en onderbreekt landschappelijke structuren visueel en fysiek.

X01-EVG-HS-MEMO -25005153 / vrijgegeven / Versie 1.0

4/6

Memo Variant 4 In variant 4 volgt de weg grotendeels de verkavelingsstructuren langs de Molenkade en de percelen, maar doorsnijdt bij Spinhoven de verkaveling door de bocht van de Rijskade naar de dijk Achthoven. De aansluiting op de dijk is logisch en vloeiend door de ligging in de bestaande bocht. Voor de aanleg moeten fruitbomen worden gekapt en verdwijnt deels een fruitteeltperceel; ook de strook met volkstuinen wordt versmald of verdwijnt. Het tracé van de randweg doorsnijdt het plangebied, wat leidt tot meer verkeersgeluid, zichtbare beweging en dynamiek. Dit tast rust en stilte aan. Ondanks de fysieke barrières aan de randen blijven de centrale landschapsstructuren grotendeels intact, waardoor het midden van het gebied als samenhangend en karakteristiek landschap beleefbaar blijft. 1.6 Vergelijking en beoordeling Varianten 3 en 4 sluiten het meeste aan bij de bestaande verkavelingsstructuren. Bij alle varianten heeft de aansluiting op de dijk invloed op de kenmerkende lijnstructuur van de dijk in het landschap. Het tracé doorbreekt deze structuur zowel visueel als ruimtelijk. Voor de aanleg zullen fruitbomen op dijk moeten worden gekapt, waardoor cultuurhistorische en ecologische waarden verloren gaan. Het effect op de landschapselementen is bij alle varianten vergelijkbaar.

Varianten 1 en 4 hebben de meeste impact op de landschappelijke diversiteit, omdat hierbij een deel van de fruitteeltpercelen verloren gaat waardoor een karakteristiek en functioneel landschapselement verdwijnt. Fruitteeltpercelen dragen bij aan de afwisseling in het landschap, zowel in structuur als in seizoensbeleving. Het verlies ervan maakt het landschap eentoniger en vermindert de herkenbaarheid van het gebied als agrarisch cultuurlandschap. Daarnaast geldt voor alle varianten dat er gevolgen zijn voor de volkstuinen. Rust en stilte worden het meest aangetast door varianten 3 en 4, doordat deze het landschap doorkruisen, zowel langs de geplande woonwijk als verder het plangebied in. Met name verkeersgeluid en zichtbare beweging veroorzaken aantasting van de rustige beleving. Variant 3 en 4 introduceren een dubbele barrière. De leesbaarheid en beleefbaarheid van het landschap als samenhangend geheel nemen hierdoor sterk af. Bij variant 1 zijn de randweg en het fietspad gebundeld en liggen ze langs de rand van de geplande woonwijk, waardoor de verstoring van rust en stilte beperkter is. De landschappelijke structuren blijven goed herkenbaar, waardoor de ruimtelijke samenhang en landschapsbeleving grotendeels behouden blijven. Om die reden blijft bij variant 1 de landschapskarakteristiek ook het beste behouden. Tabel 2: Beoordeling varianten

Variant 1

Variant 3

Variant 4

1a. Verkavelingsstructuren 1b. Landschapselementen 2. Diversiteit

2

3

3

3

3

3

2

4

2

3. Rust en stilte

4

1

2

4. Beleefbaarheid van landschapskarakteristiek

4

2

3

X01-EVG-HS-MEMO -25005153 / vrijgegeven / Versie 1.0

5/6

Memo

Totaal

15

13

13

1.7 Mitigerende maatregelen Om de landschappelijke impact te beperken, zijn voor alle varianten de volgende mitigerende maatregelen voorgesteld:  De taluds van het nieuwe wegtracé beplanten met fruitbomen en kruidenrijk grasland, in aansluiting op het karakter van de bestaande dijkbeplanting. Dit draagt bij aan de versterking van het ecologisch netwerk en behoud van landschappelijke identiteit.  Langs het wegtracé een bomenrij realiseren, daar waar het wegtracé de verkavelingsstructuur volgt. Dit voorkomt volledig zicht op het verkeer sluit aan bij de bestaande opgaande beplanting in het gebied. Door ruimte tussen de bomen te laten, blijft het open karakter van het landschap behouden.  Op plekken waar het wegtracé historische verkavelingslijnen of andere landschapsstructuren kruist, kunnen deze structuren worden versterkt of hersteld. Bijvoorbeeld door middel van beplanting die de historische richting benadrukt. 1.8 Conclusie Op basis van de landschappelijke beoordeling scoort variant 1 het beste. Deze variant heeft de minste impact op de beleving, rust en samenhang van het landschap, doordat het tracé grotendeels langs de rand van het plangebied ligt en er in totaal minder wegoppervlak wordt toegevoegd dan bij variant 3 en 4. Hierdoor blijven karakteristieke structuren herkenbaar en wordt de verstoring beperkt tot de overgangszone bij de geplande woonwijk.

In varianten 3 en 4 doorkruist de randweg het landschap het sterkst en veroorzaakt daarmee aanzienlijke verstoring van rust, stilte en samenhang, ondanks een betere aansluiting op bestaande verkavelingsstructuren. Bij alle varianten gaan landschapselementen zoals volkstuinen en fruitteeltpercelen deels verloren, maar in variant 1 blijft de landschappelijke karakteristiek het meest behouden.

X01-EVG-HS-MEMO -25005153 / vrijgegeven / Versie 1.0

6/6

Ontplofbare oorlogsresten Randweg Lexmond

Van Telefoon Kenmerk Projectnummer Status Versie Onderwerp Datum

Gelder LH van (Erik) 0622625048 X01-EVG-HS-MEMO-25004525 M0006681 Vrijgegeven 1.0 Ontplofbare oorlogsresten (OO) Randweg Lexmond 9 mei 2025

Inleiding In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden heeft Movares Nederland B.V. een bureauonderzoek ontplofbare oorlogsresten opgesteld voor het project: ‘Randweg Lexmond’. Ontplofbare oorlogsresten (OO) werden voorheen aangeduid als niet-gesprongen conventionele explosieven (NGCE, NGE of CE). De toekomstige graafwerkzaamheden ten behoeve van de Randweg Lexmond vormen de aanleiding voor de inventarisatie van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het doel van dit onderzoek is het inventariseren van de beschikbare informatie om tot een advies te komen over het vervolgtraject van de omgang met ontplofbare oorlogsresten. Projectgebied Het projectgebied betreft een drietal varianten van de Randweg Lexmond ten westen van de kern van Lexmond in de gemeente Vijfheerenlanden. Beleidskaders en wet- en regelgeving In deze paragraaf is het relevante beleid en regelgeving weergegeven voor het thema OO. Beleidskader thema OO: • CS-OOO versie 15 oktober 2020: Het Certificatieschema voor het Opsporen van ontplofbare oorlogsresten, bedoeld in de artikelen 4.17e en 4.17f van de Arbeidsomstandighedenregeling, is door de Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES) op 15 oktober 2020 vastgesteld.

Het certificatieschema voor het managementsysteemcertificaat Opsporen van ontplofbare oorlogsresten heeft betrekking op het opsporen van ontplofbare oorlogsresten die in de (water)bodem zijn achtergebleven tijdens en na de Eerste en Tweede wereldoorlog. En heeft tot doel om te borgen dat het opsporen van ontplofbare oorlogsresten op een veilige wijze plaatsvindt. • CS-VROO versie 2024-01: Het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten heeft betrekking op het uitvoeren van Vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en het uitvoeren van een Risicoanalyse. En is vastgesteld op 13 februari 2024 door het Centraal College van Deskundigen OO en uitgegeven door de Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES).

1/3

Ontplofbare oorlogsresten Randweg Lexmond Geraadpleegde bronnen Bij het verzamelen van de gegevens zijn verschillende bronnen geraadpleegd. In onderstaande paragrafen zijn de resultaten van het onderzoek toegelicht. 1. VEO-Bommenkaart en andere online databases van reeds uitgevoerde explosievenonderzoeken; 2. Historisch vooronderzoek conventionele explosieven, CE-Bodembelastingkaart gemeente Vijfheerenlanden, opgesteld door IDDS BV met kenmerk 19030880, versie 3.0, d.d. 27 november 2019. Resultaten Uitgevoerde onderzoeken OO

Figuur 1 Uitgevoerde onderzoeken OO

Uit bovenstaande figuur 1 blijkt dat er reeds vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is uitgevoerd ter plaatse van het projectgebied. Het gaat hierbij om het vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten van IDDS uitgevoerd in opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden [bron 2]. Vooronderzoek gemeente Vijfheerenlanden Door explosievenonderzoeksbureau IDDS is in 2019 vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd voor het hele grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de destijds geldende wet- en regelgeving; de WSCS-OCE.

X01-EVG-HS-MEMO-25004525 / Vrijgegeven / Versie 1.0

2/3

Ontplofbare oorlogsresten Randweg Lexmond

Figuur 2 Bodembelastingkaart CE (IDDS, 2019)

Uit figuur 2 blijkt dat het projectgebied niet verdacht is op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO). Met betrekking tot het uitgevoerde gemeentebrede vooronderzoek moet wel het volgende worden opgemerkt. Het onderzoek is verricht conform de voormalige norm voor explosievenonderzoeken, de WSCS-OCE. Momenteel is de gangbare norm voor explosievenonderzoeken de CS-VROO. Conclusies en advies Uit de geïnventariseerde gegevens komt naar voren dat er een vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten (OO) is uitgevoerd ter plaatse van het projectgebied ‘Randweg Lexmond’. Uit de onderzoeken blijkt dat het projectgebied met de verschillende varianten Randweg Lexmond niet verdacht is op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. Dit betekent dat toekomstige grondwerkzaamheden regulier kunnen worden uitgevoerd.

X01-EVG-HS-MEMO-25004525 / Vrijgegeven / Versie 1.0

3/3

Memo

Kenmerk Projectnummer Status Versie Onderwerp Datum

A90-TLU-HS-MEMO-25004644 M0006681 Vrijgegeven 1.0 Randweg Lexmond - quickscan stikstof 27 mei 2025

Voor projecten waarbij tijdens de realisatie- en/of gebruiksfase een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen kan ontstaan, dient te worden onderzocht of het als gevolg van stikstofdepositie een vergunning plichtige “Natura 2000-activiteit” is zoals gedefinieerd binnen de kaders van de Omgevingswet. Dit geldt ook voor het project Randweg Lexmond. Het doel van deze Quickscan is om in een vroege fase inzicht te geven in het projectrisico als gevolg van stikstofdepositie voor de verschillende varianten. Stikstofdepositie is het gevolg van stikstofemissie en wordt beïnvloed door verschillende parameters. De parameters die voor het project Randweg Lexmond het belangrijkst zijn, zijn hieronder omschreven. Locatie werkzaamheden (realisatiefase) De omvang en locatie van de werkzaamheden geven aan waar de emissie vrijkomt. De locatie van de werkzaamheden is daardoor van grote invloed op waar mogelijk stikstofdepositie optreedt. Inzet mobiele werktuigen (realisatiefase) De emissie die vrijkomt op de bouwplaats zal hoofdzakelijk worden veroorzaakt door de inzet van diesel aangedreven mobiele werktuigen. De hoogte van deze emissie wordt bepaald door de volgende parameters: bouwjaar van de mobiele werktuigen, draaiuren, dieselverbruik en indien mogelijk het aandeel AdBlue.

Nieuwere machines zijn vaak schoner en veroorzaken daarmee minder emissie. Op het moment dat er met elektrisch aangedreven machines wordt gewerkt komt er helemaal geen emissie vrij. Het is dan wel belangrijk om na te denken over de wijze waarop deze machines worden opgeladen. Ontsluitingsroute en bouwverkeer (realisatiefase) De ontsluitingsroute voor bouwverkeer wordt in de regel gemodelleerd van de bouwplaats tot de plek waar het bouwverkeer opgaat in het heersende verkeer. Dit is de plek waar het bouwverkeer nog maximaal 3% uitmaakt van het totale verkeer. Het aantal (bouw)verkeersbewegingen en de lengte van de ontsluitingsroute zijn bepalend voor de hoeveelheid stikstofemissie. De locatie van de ontsluitingsroute is bepalend voor de locatie van eventuele stikstofdepositie. Blijvend verkeerseffect (gebruiksfase) Als gevolg van de realisatie van de Randweg Lexmond zal een verschuiving van verkeersbewegingen ontstaan. Op de nieuwe randweg zal meer verkeer gaan rijden, terwijl op de omliggende wegen de verkeersintensiteit zowel omhoog als omlaag zal gaan. Het projecteffect wordt bepaald op basis van het verschil tussen de referentiesituatie zonder ontwikkeling, en de projectsituatie met de realisatie van de nieuwe randweg.

1/4

Memo Locatie werkzaamheden Het plangebied bevindt zich ten westen van de gemeente Lexmond. Figuur 1 geeft het plangebied weer ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden. AERIUS berekent potentiële stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen tot een afstand van 25 kilometer van de emissiebronnen. In figuur 1 zijn daarom ook stikstofdepositiezones van 25 kilometer en de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden die binnen deze zones liggen opgenomen. Dit figuur geeft daarmee een goed beeld van de Natura 2000-gebieden die in potentie belast kunnen worden.

Figuur 1: Plangebied en Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het plangebied.

A90-TLU-HS-MEMO-25004644 / Vrijgegeven / Versie 1.0

2/4

Memo Binnen 25 kilometer van het plangebied bevinden zich tien Natura 2000-gebieden. Hiervan bevatten acht gebieden stikstofgevoelige habitattypen. In tabel 1 is een overzicht van deze gebieden te vinden, inclusief de afstand tot en ligging ten opzichte van het plangebied. Ook is aangegeven welke Natura 2000-gebieden stikstofgevoelige habitattypen bevatten. Tabel 1: overzicht Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het plangebied.

Zouweboezem

Afstand tot plangebied (km) 0,9

Ligging t.o.v. plangebied West; Zuidwest

Uiterwaarden Lek

1,6

West

Lingegebied & Diefdijk Zuid Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein Donkse Laagten Biesbosch Oostelijke Vechtplassen Rijntakken Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

2

Zuid; Zuidoost

15,2

Zuid

16,6

Noordwest

18,1 18,5 20,1 21,3

Zuidwest Zuidwest Noord Oost

22,8

Noordwest

Natura 2000-gebied

Stikstofgevoelig Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja Ja

Inzet mobiele werktuigen & bouwverkeer (realisatiefase) Voor het aanleggen van de nieuwe randweg zijn verschillende werkzaamheden nodig. Deze werkzaamheden zijn nagenoeg gelijk voor de verschillende varianten. De omvang van deze werkzaamheden is afhankelijk van de benodigde hoeveelheden, die zijn samengevat in tabel 2. Bij elk van de werkzaamheden is de inzet van mobiele werktuigen noodzakelijk. Ook zijn zware vervoersbewegingen nodig voor het aan- en afvoeren van materiaal en materieel en zijn lichte en/of middelzware vervoersbewegingen nodig voor het personenvervoer van het personeel. Tabel 2: benodigde hoeveelheden voor de realisatie van de varianten.

Werkzaamheden / hoeveelheden

Variant 1

Variant 3

Variant 4

Eenheid

M2 verharding randweg

10090

12910

13682

m2

M2 fundering randweg

13010

16560

17601

m2

M2 verharding fietspad

4787

4010

4010

m2

M2 fundering fietspad

7510

6292

6292

m2

M2 verharding onderhoudspad

1770

1072

747

m2

M2 fundering onderhoudspad

2134

1312

917

m2

M2 te profileren tussenberm

2409

1987

2003

m2

M2 te profileren buitenberm

9500

13772

15000

m2

M3 te ontgraven watergang

4845

5566

5499

m3

M3 aan te brengen grond t.b.v. ophoging rijbaan/fietspad i.v.m. doorligging fundering

17685

26286

29149

m3

A90-TLU-HS-MEMO-25004644 / Vrijgegeven / Versie 1.0

3/4

Memo Werkzaamheden / hoeveelheden

Variant 1

Variant 3

Variant 4

Eenheid

M3 aan te brengen grond t.b.v. talud naar dijk Achthoven M1 aan te brengen duikers

36349

20761

17593

m3

297

234

379

m

Uit tabel 2 kan worden opgemaakt dat voor variant 1 over het algemeen minder materieel benodigd is en voor variant 4 over het algemeen meer materieel. Echter, de verschillen tussen de varianten zijn erg klein en zullen niet significant zijn met betrekking tot stikstofemissie. Gezien de aard van de werkzaamheden en de bijbehorende benodigde materieelinzet, gecombineerd met de relatief korte afstand tot Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen, is het risico op een toename in stikstofdepositie in de realisatiefase voor alle varianten beoordeeld als hoog. Een AERIUS-berekening is nodig om met zekerheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten, of het project een vergunning plichtige “Natura 2000-activiteit” is zoals gedefinieerd binnen de kaders van de Omgevingswet. Blijvend verkeerseffect (gebruiksfase) Als gevolg van de aanleg van een nieuwe randweg zal het huidige verkeer zich anders gaan verdelen over het verkeernetwerk. Op sommige wegen komt er verkeer bij, terwijl op andere wegen het verkeer juist afneemt. In deze quickscan is kwalitatief gekeken naar het blijvende verkeerseffect. Hierbij is gebruik gemaakt van de verkeersmodelanalyse die eerder door Sweco is uitgevoerd voor varianten 1 en 4, op basis van kruispuntberekeningen. De verkeerskundige effecten van variant 3 liggen tussen de bandbreedte van variant 1 en 4 in.

Alle varianten zorgen er (in beperkte mate) voor dat er meer verkeer gaat rijden op Achthoven. Dit varieert van ongeveer 2% voor variant 1 tot ongeveer 4% voor variant 4, wat gelijk staat aan circa 60 tot 100 motorvoertuigen per etmaal. Daarnaast zal er uiteraard meer verkeer op de nieuwe randweg gaan rijden, zodat er een vermindering van verkeer plaatsvindt in het centrum van Lexmond. Bovengenoemde wijzigingen in de verkeersstromen zorgen ervoor dat het verkeer dichterbij de nabijgelegen Natura 2000-gebieden komt te rijden. Dit betekent dat er een hogere stikstofemissie plaatsvindt nabij de stikstofgevoelige natuurgebieden. Het gaat dan met name om de Zouweboezem en Uiterwaarden Lek. Dit effect is het grootst bij variant 4, omdat die het dichtst bij deze natuurgebieden ligt. Het effect is dan ook het kleinst bij variant 1, dat dichterbij het centrum van Lexmond en verder van de natuurgebieden af ligt. Met het oog op bovenstaande is het risico op een toename in stikstofdepositie in de gebruiksfase voor alle varianten beoordeeld als hoog. Een AERIUS-berekening is nodig om met zekerheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten, of het project een vergunning plichtige “Natura 2000-activiteit” is zoals gedefinieerd binnen de kaders van de Omgevingswet.

A90-TLU-HS-MEMO-25004644 / Vrijgegeven / Versie 1.0

4/4

Geluid Randweg Lexmond

Van Telefoon Kenmerk Projectnummer Status Versie Onderwerp Datum

Paszli J (Joska) 0614875317 X01-EVG-HS-MEMO-25006401 M0004769 Vrijgegeven 1.0 Geluid Randweg Lexmond 28 mei 2025

Beknopt wettelijk kader Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met de inwerkingtreding zijn de regels over geluid ingrijpend veranderd zoals ze voorheen in de Wet milieubeheer en Wet geluidhinder waren opgenomen. Een belangrijke relevante verandering voor dit project is dat het geluid van alle gemeentewegen wordt samengenomen in de beoordeling. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de algemene regels uit de Omgevingswet uitgewerkt en is van toepassing op alle wegen, spoorwegen en industrieterreinen. De bescherming wordt geboden voor geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.21, lid 1 van het Bkl) zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en woonschepen als het geluid van de genoemde geluidbronnen hoger is dan de standaardwaarde van de betreffende bron. Zie tabel 1voor de standaardwaarde per type geluidbron. Per bron is er ook een grenswaarde waarboven het geluid niet mag toenemen in het geval van wijzigingen of aanleg van een nieuwe gemeenteweg. Tabel 1 Standaardwaarde en grenswaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving Geluidbron

Standaardwaarde

Grenswaarde toelaten geluidbron

50 Lden

65 Lden

Gemeentewegen & Waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

Lokale spoorwegen & Hoofdspoorwegen

55 Lden

70 Lden

Provinciale wegen & Rijkswegen

Beoordeling van de varianten In tabel 2 zijn de verkeersintensiteiten opgenomen voor de referentie, de projectreferentie en variant 1 en 4. Het betreft etmaalintensiteiten op basis van werkdaggemiddelden. Variant 3 is niet in de tabel opgenomen omdat deze weinig onderscheidend is van de varianten 1 en 4. Voor elk telpunt is op basis van de verhoudingen in etmaalintensiteiten ten opzichte van de referentiesituatie een indicatie gegeven van de impact op het aspect geluid uitgedrukt in decibel.

1/3

Geluid Randweg Lexmond Tabel 2 Verkeersintensiteiten per telpunt van het basisjaar, referentie, projectreferentie en variant 1 en 4 aangevuld met een indicatie van het geluideffect ten opzichte van de referentie Telpunt

Straatnaam

Basisjaar

Intensiteiten in MVT/etmaal

Totaal

RefeProject- Variant Variant Indicatie effect in dB tov referentie rentie referentie 1 4 ProjectVariant Variant Totaal Totaal Totaal Totaal referentie 1 4

2.966

2.782

2.789

2.851

2.887

0.0

0.1

0.2

2a Randweg (variant 4)

0

0

0

0

1.971

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2b Randweg (variant 1)

0

0

0

1.717

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

3 Randweg

0

0

1.323

2.970

3.254

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1 Achthoven

4a Kom Lekdijk (west)

2.966

2.782

2.789

1.167

919

0.0

-3.8

-4.8

4b Kom Lekdijk (oost)

3.568

3.395

3.403

1.817

1.584

0.0

-2.7

-3.3

5 Dorpsstraat

3.442

3.220

3.216

1.770

1.654

0.0

-2.6

-2.9

6 De Laak

2.334

2.578

2.596

1.283

1.285

0.0

-3.0

-3.0

7 Kortenhoevendijk

393

552

561

420

307

0.1

-1.2

-2.5

8 Kortenhoevenseweg

2.556

2.580

2.555

2.502

2.391

0.0

-0.1

-0.3

9 Lakerveld

9.776

9.529

10.049

10.210

10.307

0.2

0.3

0.3

10 Heicopperweg

1.607

1.353

1.381

1.386

1.387

0.1

0.1

0.1

11 Oude Rijksweg

5.129

5.237

5.683

5.736

6.085

0.4

0.4

0.7

12a Oude Rijksweg

8.839

8.226

8.628

8.573

8.815

0.2

0.2

0.3

12b Kortenhoevenseweg

615

182

216

221

226

0.7

0.8

0.9

12c Nieuwe Rijksweg

167

74

112

112

112

1.8

1.8

1.8

Het volgende valt op: • Voor veel telpunten geldt een toe- of afname van het geluid van 0,1 tot 0,5 dB. Deze toename of afname is dermate klein dat dit als neutraal wordt beoordeeld. • Er treedt een duidelijke verslechtering op langs de Kortenhoevenseweg en de Nieuwe Rijksweg. De toename is 0,7 tot 1,8 dB. Echter de verkeersintensiteit is hier dermate laag dat deze toename niet relevant is voor het geluid bij de omliggende woningen. Het geluid van deze wegen valt ook weg tegen het geluid van de Oude Rijksweg. Omdat het allen een gemeenteweg betreft moet het geluid van alle wegen samen worden genomen in de beoordeling. • Variant 4 laat een verslechtering zien van 0,7 dB op telpunt 11, de Oude Rijksweg. Deze toename is duidelijk maar niet waarneembaar. Het betreft hier een kleine verslechtering van de geluidsituatie. • Een aanzienlijke verbetering is te zien in de kern van Lexmond voor voornamelijk telpunten 4, 5 en 6. Een afname van het geluid van 3 dB is duidelijk waarneembaar. Hier verbetert de geluidsituatie aanzienlijk vooral ook omdat er een groot aantal woningen direct langs de weg van de afname van het geluid profiteren. • De nieuwe wegen moeten als nieuwe situatie worden beoordeeld. Vooral ook in relatie met de ontwikkeling van nieuwe woningen op de locatie Lexmond-West.

De verkeersintensiteit voor variant 1 en 4 is voor telpunt 2a, 2b en 3 dermate laag dat bij bijna alle omliggende bestaande en nieuwe woningen geen geluidprobleem wordt verwacht. Als de maximale snelheid op de nieuwe wegen maximaal 60 km/uur uitgangspunt is dan ligt de relevante geluidcontour op

X01-EVG-HS-MEMO -25006401 / Vrijgegeven / Versie 1.0

2/3

Geluid Randweg Lexmond

•

maximaal 40 meter waarbuiten de standaardwaarde van 53 dB Lden voor gemeentewegen is gewaarborgd. Bij een verdere uitwerking van de varianten dient extra aandacht te zijn voor de bestaande woning aan de Driemolensweg 3A in Lexmond. Het geluid op de noordelijke gevel ten gevolge van de randweg kan hoger zijn dan de standaardwaarde van 53 dB. Hier moet dan het geluid van alle wegen samen genomen worden in de beoordeling.

X01-EVG-HS-MEMO -25006401 / Vrijgegeven / Versie 1.0

3/3

Adviesnota

V AN TE L EF OO N OPS TE L L E R C ON T RO L EU R KE N M E R K PR O J EC T N U M M E R ST ATU S V E RSI E DAT U M

1.1

Grobbe H (Han) 0628844200 Han Grobbe Paul Dorst D80--HS-ADV-25004568 M0006681 Vrijgegeven 1.0 27 juni 2025

Thema Water

In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden heeft Movares Nederland B.V. een bureauonderzoek voor het thema Water opgesteld voor het project: ‘Randweg Lexmond’. De aanleiding voor deze inventarisatie is de op te stellen Quick-Scan Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de aanleg van de Randweg Lexmond. Het doel van dit onderzoek is het inventariseren van de beschikbare informatie om tot een advies te komen over het vervolgtraject van de omgang met de waterhuishoudkundige aspecten.. Na de vorige fase van het onderzoek zijn er drie varianten overgebleven die onderzocht dienen te worden in de NRD. Dit zijn varianten 1, 3 en 4 en zijn weergegeven in figuren 1, 2 en 3.

1/9

Adviesnota

Figuur 1: Randweg Lexmond Variant 1

Figuur 2 Randweg Lexmond Variant 3 D80--HS-ADV-25004568 / vrijgegeven / Versie 1.0

2/9

Adviesnota

Figuur 3 Randweg Lexmond Variant 4

1.2 1. 2. 2. 3. 4. 5. 6.

1.3

Geraadpleegde bronnen Dinoloket (landelijke database met geohydrologische informatie van de Geologische Dienst van TNO). www.grondwatertools.nl (gondwater-gegevens van de Geologische Dienst van TNO) Waterschapsverordening Rivierenland PDOK.nl Topotijdreis.nl Digitale kaarten waterschap Rivierenland (o. legger wateren, legger waterkeringen). www.wkotool.nl (website van Rijksdient voor Ondernemend nederland met gegevns ten aanzien o.a. grondwateronttrekkingen en bodemenergieystemen) Geohydrologische situatie

Geohydrologische bodemopbouw In de onderstaande figuur staat een dwarsdoorsnede met de meest waarschijnlijke lithoklasse op basis van het ondergrondmodel GeoTop van TNO-Geologische Dienst (bron:1)

D80--HS-ADV-25004568 / vrijgegeven / Versie 1.0

3/9

Adviesnota

Figuur 4. Doorsnede GeoTop (bron: DinoLoket), meest waarschijnlijke lithoklasse

Figuur 5 Locatie Doorsnede Figuur 3

De globale geohydrologische bodemopbouw is beschreven in Tabel 1. Tabel 1 geohydrologische bodemopbouw

Diepte 0-8 m -mv

Formatie Formatie van Echteld.

V.a. 8 m -mv

F. van Kreftenheye,

Afwisselend kleien veen, Holoceen middelgrof-zandig pakket

Watervoerend Niet watervoerend, matig tot slecht doorlatend 1e watervoerende pakket, goed doorlatend

Grondwaterstanden, kwel en infiltratie De tracés liggen in de polder Achthoven, Vijfheerenlanden met relatief hoge grondwaterstanden (dicht slotenpatroon) mede door kwel vanuit de Lek. Via de polderwatergangen wordt dit afgevoerd richting poldergemalen. De tracés liggen in het peilgebied VHL613 waar volgens het vigerende peilbesluit een zomerpeil van NAP -0,4 m en een winterpeil van NAP -0,57 m wordt gehanteerd.

D80--HS-ADV-25004568 / vrijgegeven / Versie 1.0

4/9

Adviesnota Ligging in grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied bevindt zich niet in een waterwingebied, niet in een grondwaterbeschermingsgebied, maar wel in de boringsvrije zone (Figuur 6). Binnen deze zone mag niet dieper dan 2,5 m-mv. worden geboord zonder ontheffing (Voorschriften werken in milieubeschermingsgebieden, Oasen Drinkwater).

Figuur 6 Grondwaterbeschermingskaart, projectlocatie Lexmond, Atlas van de leefomgeving (Kaarten | Atlas Leefomgeving)

1.4 Weging waterbelangen In onderstaande kaart die hoort bij de Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland staan de werkingsgebieden dat wil zeggen de gebieden waar de regels voor de Waterschapsverordening gelden.

Figuur 7. Kaart met werkinggebieden Waterschap Rivierenland (in rood het plangebied).

D80--HS-ADV-25004568 / vrijgegeven / Versie 1.0

5/9

Adviesnota Resultaten van de toets op basis van hetwateradvies.nl (website waarin wordt aangegeven welke aspecten bij weging waterbelangen, Omgevingswet aan de orde komt bij het op te stellen wateradvies voor het waterschap Rivierenland). In Bijlage 1 bij deze adviesnota zijn de resultaten van de check bijgevoegd. Hieruit volgt dat in het gebied op basis van de check de effecten op de volgende onderwerpen moeten worden behandeld: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Primaire of A-watergangen Beschermingszone primaire of A-watergangen Waterstaatswerk en beschermingszone waterkering Secundaire of B-watergangen met beschermingszone buitenbeschermingszone waterkering Wegen Specifieke activiteiten en waterkwaliteit Tertiaire of C-watergang

Ad 1. en 2. Primaire Watergangen Bij alle drie de varianten is sprake van kruising van primaire watergangen en werking binnen de beschermingszone van primaire watergangen. Een doorgaande onderhoudsroute is van belang. Indien nodig moeten hiervoor voorzieningen worden getroffen, bijvoorbeeld dammen met duikers in kruisende wateren. Er is op dit aspect geen onderscheid tussen de varianten. Ad 3. en 5. Waterkeringen De tracés sluiten aan op de Lekdijk. Dit is een primaire waterkering die in beheer en onderhoud is bij het waterschap Rivierenland. Hiervoor zijn in de Waterschapsverordening aparte regels opgenomen. Er is op dit aspect geen onderscheid tussen de verschillende varianten. Ad 4.en 8. Secundaire en overige orde Watergangen Bij alle drie de varianten is sprake van kruising van secundaire en tertiaire watergangen. Voor variant 1 hoeven de minste watergangen te worden gekruist, voor variant 3 en 4 een vergelijkbaar aantal. De afvoer moet worden gewaarborgd dus daar waar watergangen worden doorsneden moeten deze hersteld worden. Ad 6. Wegen In de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden is het waterschap de beheerder van de polderwegen buiten de bebouwde kom, met uitzondering van rijks- of provinciale wegen. In het plangebied ligt een weg die in beheer en onderhoud is bij het waterschap, of het plangebied grenst aan een weg van het waterschap.

Er is op dit aspect geen onderscheid tussen de verschillende varianten. Ad 7. Waterkwaliteit en watercompensatie Waterkwaliteit Het afstromende hemelwater stroomt naar de weg bermen alwaar het infiltreert. Hierdoor vindt zuivering plaats alvorens het water afstroomt naar de belendende watergangen. Er is op dit aspect geen onderscheid tussen de verschillende varianten.

D80--HS-ADV-25004568 / vrijgegeven / Versie 1.0

6/9

Adviesnota Watercompensatie Voor plannen met meer dan 50.000m² extra verharding wordt een aparte berekening gevraagd (Waterschapsverordening Rivierenland). Dit geldt ook voor plannen die waterhuishoudkundig complex zijn. Hierbij worden de volgende berekeningsuitgangspunten gehanteerd: • De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s/u. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. • Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden. • Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van zomerpeil. Hierbij wordt uitgegaan van de STOWA Neerslagstatistieken 2019 met voor een T=10 situatie een neerslaghoeveelheid van 30-33 mm (in 1 uur) en voor de T=100-situatie van 60-62 mm (ook in 1 uur). In onderstaande tabel staan op basis van het voorlopig ontwerp per variant de hoeveelheid m3 die moeten worden geborgen weergegeven. Dit is gedaan op een zeer globale inschatting van het nieuw verhard oppervlak dat wordt geïntroduceerd. Tabel 2

Variant

Verharding m2

1 3 4

12.000 17.000 18.500

Hoeveelheid te bergen m3 T=10+10% 420 600 650

Hoeveelheid te bergen m3 T=100+10% 890 1.120 1.220

De voorkeursvolgorde is vasthouden, bergen en dan pas afvoeren. De maximaal toelaatbare peilstijging in de watergangen van het waterschap bedraagt 0,20 meter in het gebied Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. In verband met de hoge grondwaterstanden en kwel in de polder wordt uitgegaan van berging in nieuwe watergangen langs de wegen. Deze moeten worden onderhouden door de wegbeheerder. 1.5

Conclusie

Wat betreft het thema Water is er minimaal onderscheid tussen de verschillende varianten. Bij alle drie de varianten is sprake van effecten op de primaire waterkering (Lekdijk) en de primaire, secundaire en tertiaire watergangen in beheer en onderhoud bij het Waterschap Rivierenland. Bij de nadere uitwerking van de varianten zal bij alle drie de varianten rekening moeten worden gehouden met voldoende drooglegging, voldoende watercompensatie en berging in de bermsloten om te voorkomen dat de toename in verharding leidt tot onaanvaardbare peilstijgingen in de watergangen van het waterschap en het nemen van maatregelen om de huidige afvoer van het water vanuit de polder niet te belemmeren. Alle drie de varianten bevinden zich niet in een grondwaterbeschermings- en/of waterwingebied. De mitigerende en compenserende maatregelen in het watersysteem zijn naar verwachting voor Variant 1 kleiner dan voor Variant 3 en 4. Om deze reden scoort Variant 1 het beste. Het verschil tussen variant 3 en 4 is verwaarloosbaar. D80--HS-ADV-25004568 / vrijgegeven / Versie 1.0

7/9

Adviesnota

In een vroegtijdig stadium zal overleg met het waterschap Rivierenland in het kader van de weging waterbelangen moeten plaatsvinden en er zullen vergunningen in het kader van Omgevingswet moeten worden aangevraagd bij het waterschap Rivierenland. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met het ruimtebeslag noodzakelijk voor watercompensatie (extra wateroppervlak) in de plangrens van de ontwikkeling. Tevens dient er rekening te worden gehouden met de voorschriften voor het werken in de boringsvrije zone van het beschermingsgebied voor drinkwater.

D80--HS-ADV-25004568 / vrijgegeven / Versie 1.0

8/9

Adviesnota

VA N TE L E F O O N O PSTE L L E R C O NTR OL E U R K E N ME R K PR O JE CT NU M ME R S TA TU S VE R S IE ON DE R WE R P D A TU M

1.

Hoeven RM van den (Rosanne) 06 25302391 Rosanne van den Hoeven Anoek Brugman B85-HRVD-HS-ADV-25004814 M0006681 Vrijgegeven 1.0 Haalbaarheidsonderzoek Randweg Lexmond Ecologie 28 mei 2025

Inventarisatie en effecten

Voor de aanleg van de randweg te Lexmond zijn verschillende varianten mogelijk. Voor alle onderzochte varianten geldt dat er mogelijk een overlap is met beschermde flora- en fauna soorten. Daarnaast kan de aanleg invloed hebben op nabijgelegen beschermde natuurgebieden. Aangezien de varianten zich op relatief kort afstand van elkaar bevinden, zullen de verschillen in impact op deze beschermde gebieden naar verwachting beperkt zijn. Wel doorkruisen de varianten verschillende biotopen, waarin leefgebieden van diverse (groepen van) beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. Voor het haalbaarheidsonderzoek zijn alleen variant, 1, 3 en 4 beschouwd (figuur 1). In deze memo worden de verwachtte effecten per variant kort toegelicht.

Figuur 1: de mogelijke verschillende varianten,. In onderhavige haalbaarheidsstudie is alleen naar variant, 1, 3 en 4 gekeken.

1/7

Adviesnota 1.1 Beschermde gebieden In Figuur 2 is de ligging van beschermde gebieden in de omgeving van de varianten weergegeven. Geen van de varianten hebben raakvlak met beschermde gebieden, maar het plangebied grenst wel aan gebied wat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). 1.1.1 Effecten Door de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten door ruimtebeslag op, of verstoring van beschermde gebieden door de werkzaamheden niet aan de orde. Voor NNN-gebieden geldt in de provincie Utrecht dat er geen externe werking van toepassing is. Wel kan er sprake zijn van negatief effect door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Zouweboezem, en ligt tussen de 800 en 1.700 meter van het plangebied, afgezien vanaf welke variant gekeken wordt. Dit gebied is aangewezen voor stikstofgevoelige habitattypen en habitatrichtlijnsoorten. Omdat stikstof en ammoniak tot meerdere kilometers kunnen neerslaan maakt het verschil in de ligging van de varianten ten opzichte van het Natura 2000-gebied niet veel uit. Om negatieve effecten te voorkomen dient voor de aanleg en gebruiksfase van alle varianten een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd waarin alle stikstof emissiebronnen opgenomen worden en berekend wordt of deze emissiebronnen leiden tot stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000gebieden.

Figuur 2: Ligging van beschermde natuurgebieden in omgeving van plangebied.

1.2 Beschermde soorten In het kader van de Omgevingswet zijn beschermde flora- en faunasoorten geïnventariseerd op basis van bestaande verspreidingsgegevens. Hiervoor is gebruikgemaakt van:  De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), en  De NDFF-verspreidingsatlas met de actuele natuurlijke verspreiding van beschermde soorten.

B85-HRVD-HS-ADV-25004814 / Vrijgegeven / Versie 1.0

2/7

Adviesnota Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving verschillende soortgroepen van beschermde soorten voorkomen, waaronder:  Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals: buizerd, havik en steenuil;  Vleermuizen met mogelijke verblijfplaatsen in bomen binnen het plangebied, zoals: baardvleermuis, gewone dwergvleermuis en meervleermuis, en vleermuizen die het gebied gebruiken als vliegroute en/of foerageergebied;  Grondgebonden zoogdieren, waaronder: boommarter, eekhoorn, haas, konijn en wezel;  Reptielen en amfibieën, zoals: heikikker, kamsalamander, ringslang en rugstreeppad;  Vissen, waaronder: grote modderkruiper;  Ongewervelden, zoals: grote vos, platte schijfhoren en rivierrombout. Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten in de omgeving. Ook valt het plangebied buiten het verspreidingsgebied van beschermde vaatplanten. 1.2.1 Effecten Variant 1 Variant 1 bestaat voor een deel uit kleine tuintjes met struweel en bomen. Dit type landschap biedt potentieel foerageer- en leefgebied voor soorten zoals bijvoorbeeld boommarter, ringslang en steenuil welke bekend zijn uit de omgeving. De bomen kunnen ook potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen bieden in de vorm van holtes of spleten in de stam. Verder beslaat deze variant vooral agrarisch perceel en grasland, en kruist meerdere sloten.

Door grondverzet en eventuele verwijdering van vegetatie kunnen beschermde soorten verstoord of gedood worden. Daarnaast kan door het dempen van sloten leefgebied van reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden verdwijnen. Er zijn ook rugstreeppadden bekend uit het gebied. Deze soort amfibie maakt gebruik van ondiepe poelen en vergraafbare grond, welke ontstaan door graafwerkzaamheden. Raakvlak met deze soort kan voor deze variant op basis van een bureaustudie niet uitgesloten worden. Voor deze variant is er potentieel raakvlak met soortgroepen: vogels, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden. 1.2.2 Effecten Variant 3 Variant 3 loopt voornamelijk door grasland en kruist hierbij meerdere sloten. Deze variant heeft geen direct raakvlak met bomen of struweel, maar valt wel binnen 75 meter afstand van een aantal individuele bomen. Wanneer er nesten van een soort met jaarrond beschermd nest in deze bomen aanwezig zijn zal er geen direct raakvlak zijn, maar kan er potentieel wel verstoring plaatsvinden. Omdat er geen bomen worden geraakt kan raakvlak met verblijfplaatsen van vleermuizen voor deze variant worden uitgesloten. Ook voor deze variant geldt dat er watergangen gekruist worden. Wanneer deze sloten worden gedempt kan leefgebied van reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden verdwijnen.

Door het open graslandschap bestaat er een kans op de aanwezigheid van herbivore zoogdieren zoals haas en konijn, welke beschermd zijn in de provincie Utrecht. Door grondverzet kunnen verblijfplaatsen geraakt worden en bestaat de kans dat er dieren worden gedood. Er zijn ook rugstreeppadden bekend uit het gebied. Deze soort amfibie maakt gebruik van ondiepe poelen en vergraafbare grond, welke ontstaan door graafwerkzaamheden. Raakvlak met deze soort kan voor deze variant op basis van een bureaustudie niet uitgesloten worden. Voor deze variant is er potentieel raakvlak met de soortgroepen: vogels, grondgebonden zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelden. 1.2.3 Effecten Variant 4 Deze variant loopt voornamelijk door grasland en grenst aan fruitteeltpercelen. Het grasland en de fruitteeltpercelen kunnen mogelijk gebruikt worden als foerageer- en leefgebied door beschermde zoogdieren zoals bunzing, haas en konijn. Door grondverzet en eventuele verwijdering van vegetatie kunnen deze beschermde soorten grondgebonden zoogdieren ook verstoord of gedood worden. Langs het tracé bevindt zich tevens een watergang die aan de zuidzijde ook wordt gekruist. Wanneer deze sloot B85-HRVD-HS-ADV-25004814 / Vrijgegeven / Versie 1.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=a66c1f7c-081e-44c6-95aa-6aff9073f14f