CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Haalbaarheidsonderzoek Randweg Lexmond

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 25 september 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Haalbaarheidsonderzoek randweg Lexmond en aanvraag voorbereidingskrediet nadere uitwerking14.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het vervolgonderzoek betreft in eerste instantie een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende en/of karterende boringen. Hiervoor is een plan van aanpak nodig. Op basis van het booronderzoek wordt bepaald of gebieden vrij worden gegeven of dat vervolgonderzoek nodig is in de vorm van een proefsleufonderzoek en/of opgraving of archeologisch begeleiding. De keuze hangt onder andere af wat er exact gaat gebeuren met betrekking tot grondverzet. Hiervoor is een programma van eisen nodig. 6.3 Cultuurhistorie Het plangebied kent een hoge cultuurhistorische waarde (waarderingscategorie 4), met goed herkenbare landschapsstructuren die teruggaan tot de periode 1850–1900. Belangrijke elementen zijn onder meer de strookverkaveling, de ligging binnen het voormalige inundatiegebied van de Oude Hollandse Waterlinie en historisch groen langs de dijk en in de omgeving van Spinhoven en De Nes. Hoewel alle tracévarianten in de nabijheid van deze elementen liggen, raken alleen de varianten 3 en 4 het historisch groen bij de dijk. Dit vraagt om zorgvuldige uitwerking en landschappelijke inpassing in het vervolgtraject.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

30/40

6.4 Landschap De omgeving waar de randweg komt te liggen kent een karakteristiek en afwisselend landschap met een opvallende verkavelingsstructuur. Op basis van de landschappelijke beoordeling scoort variant 1 het beste. Deze variant heeft de minste impact op de beleving, rust en samenhang van het landschap. Dit komt doordat het tracé grotendeels langs de rand van het plangebied ligt en er minder wegoppervlak wordt toegevoegd dan bij variant 3 en 4. Hierdoor blijven karakteristieke landschapsstructuren beter zichtbaar en blijft de verstoring beperkt tot de overgangszone bij de geplande woonwijk. In varianten 3 en 4 doorkruist de randweg het landschap het sterkst en veroorzaakt daarmee aanzienlijke verstoring van rust, stilte en samenhang, ondanks dat deze varianten een betere aansluiten op de bestaande verkavelingsstructuren. Bij alle varianten gaan landschapselementen zoals volkstuinen en fruitteeltpercelen deels verloren, maar in variant 1 blijft de landschappelijke karakteristiek het meest behouden. In de volgende fase dient aandacht te zijn voor het zorgvuldig inpassen van de weg in het landschap voor alle varianten. 6.5 Ontplofbare oorlogsresten Uit de geïnventariseerde gegevens blijkt dat er een vooronderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO) binnen het projectgebied.

Uit dit onderzoek(2019) blijkt dat het projectgebied met de verschillende varianten Randweg Lexmond niet verdacht is op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. Dit betekent dat toekomstige grondwerkzaamheden onder reguliere beheersmaatregelen kunnen worden uitgevoerd. 6.6 Stikstof Voor de aanleg van de Randweg Lexmond is onderzocht of er risico is op een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Dit is relevant omdat een toename van stikstofdepositie kan leiden tot een vergunningplicht onder de Omgevingswet. Tijdens de realisatiefase komt stikstof vrij door de inzet van mobiele werktuigen en bouwverkeer. De werkzaamheden vinden plaats nabij stikstofgevoelige natuurgebieden, zoals de Zouweboezem en de Uiterwaarden Lek. Hoewel de benodigde materieelinzet per variant iets verschilt, zijn de verschillen klein en niet significant voor de stikstofemissie. Gezien de aard van de werkzaamheden en de nabijheid van gevoelige natuurgebieden wordt het risico op stikstofdepositie in de realisatiefase voor alle varianten als hoog beoordeeld. Ook in de gebruiksfase is sprake van een verhoogd risico. Door de aanleg van de randweg verandert de verkeersverdeling: op sommige wegen neemt het verkeer toe, op andere af. Alle varianten zorgen voor een lichte toename van verkeer op Achthoven en een afname in het centrum van Lexmond.

Omdat het verkeer dichter bij Natura 2000-gebieden komt te rijden, neemt de kans op stikstofdepositie toe. Dit effect is het grootst bij variant 4, die het dichtst bij de natuurgebieden ligt, en het kleinst bij variant 1. Op basis van deze quickscan wordt geconcludeerd dat voor zowel de realisatie- als gebruiksfase het risico op een toename van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden hoog is. Daarom is een AERIUS-berekening noodzakelijk om de stikstofdepositie te berekenen en vast te stellen of het project daadwerkelijk vergunningplichtig is. 6.7 Geluid Er treedt na de realisatie van de randweg logischerwijs een duidelijke verslechtering op langs de randweg op het vlak van geluidhinder. Het geluid zal met 3 tot 4 dB toenemen en dat komt door het extra verkeer in variant 1 en 4 ten opzichte van de projectreferentie. Voor de randweg geldt een maximale snelheid van 60 km/uur. Uitgaande van een standaard wegdekverharding zal de standaardwaarde van 53 dB Lden voor gemeentewegen op circa 30 tot 40 meter afstand van de weg liggen. Ofwel: dit is de afstand die aangehouden moet worden ten opzichte van de randweg voor geluidgevoelige objecten zoals woningen. Voor bestaande en nieuwe woningen die op een grotere afstand liggen worden geen geluidproblemen verwacht.

Bij een verdere uitwerking van de varianten dient extra aandacht te zijn voor de bestaande woning aan de Driemolensweg 3a in Lexmond. Het geluid op de noordelijke gevel ten gevolge van de randweg kan hoger zijn dan de standaardwaarde van 53 dB.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

31/40

Een aanzienlijke verbetering is te zien in de kern van Lexmond voor voornamelijk. Hier is sprake van een afname van het geluid van rond de 3 dB en dit is duidelijk waarneembaar. Hier verbetert de geluidsituatie daarmee aanzienlijk, vooral omdat er hier een groot aantal woningen profiteren van de afname van het geluid. 6.8 Water Wat betreft het thema water is er minimaal onderscheid tussen de verschillende varianten. Geen van de varianten ligt in een grondwaterbeschermings- of waterwingebied. Bij alle drie de varianten is wel sprake van effecten op de primaire waterkering (Lekdijk) en de primaire, secundaire en tertiaire watergangen die onder beheer en onderhoud vallen bij het Waterschap Rivierenland. Bij de verdere uitwerking van de plannen moet in alle gevallen rekening worden gehouden met voldoende drooglegging, watercompensatie en berging in de bermsloten. Dit is nodig om te voorkomen dat de toename van verhard oppervlak leidt tot onaanvaardbare stijgingen van het waterpeil in de watergangen van het waterschap. Daarnaast moeten maatregelen worden genomen om te zorgen dat de afvoer van water uit de polder niet wordt belemmerd. De mitigerende en compenserende maatregelen in het watersysteem zijn naar verwachting voor variant 1 kleiner dan voor variant 3 en 4. Om deze reden scoort variant 1 het beste. Het verschil tussen variant 3 en 4 is verwaarloosbaar.

In een vroeg stadium is overleg met het waterschap Rivierenland noodzakelijk om de waterbelangen goed af te wegen. Ook zullen vergunningen in het kader van Omgevingswet moeten worden aangevraagd. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met het ruimtebeslag dat noodzakelijk is voor watercompensatie (extra wateroppervlak) binnen de plangrens van de ontwikkeling. 6.9 Ecologie Het projectgebied grenst aan NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland), maar er is geen sprake van ruimtebeslag binnen dit gebied. Daardoor kunnen directe negatieve effecten worden uitgesloten. Doordat in de provincie Utrecht geen externe werking geldt kunnen indirecte effecten door verstoring ook uitgesloten worden. Er kan wel sprake zijn van negatief effect door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De stikstofuitstoot tijdens de realisatiefase en gebruiksfase dienen nader te worden beoordeeld aan de hand van een AERIUS-berekening (zie paragraaf 6.6). Alle varianten hebben potentieel raakvlak met beschermde soorten. Doordat variant 3 geen direct raakvlak heeft met bomen of struweel, en het biotoop binnen deze variant het minst varieert, lijkt aan de hand van de bureaustudie deze variant het minste raakvlak met beschermde flora en fauna te hebben. Op basis van een bureaustudie kan niet met zekerheid worden vastgesteld of niet-vrijgestelde beschermde soorten binnen het plangebied voorkomen of niet.

Bij een veldbezoek kan met zekerheid worden bepaald of beschermde soorten daadwerkelijk kunnen worden verwacht of aanwezig zijn en of er mogelijk beschermde soorten voorkomen die tijdens de bureaustudie niet in beeld zijn gekomen. Daarom wordt aanbevolen om een quickscan met veldonderzoek uit te voeren. Hiermee kunnen de mogelijke effecten op beschermde soorten beter in kaart worden gebracht. Op basis van de uitkomsten kunnen indien nodig passende maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of te beperken. 6.10 Kabels en leidingen Wat betreft kabels en leidingen veroorzaken alle varianten vrijwel dezelfde raakvlakken. Dit betreffen kabels en leidingen die in de berm liggen bij de aansluiting op Achthoven en de Driemolensweg. De benodigde beheersmaatregelen zullen voor alle varianten ongeveer dezelfde kosten en doorlooptijden met zich mee brengen. Vanuit het kabels en leidingen perspectief is er geen voorkeur voor een specifieke variant. Het advies voor de vervolgstappen is voor de verschillende netbeheerders als volgt:

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

32/40

Nutsbedrijven (gas, elektra en water) Om conflicten met kabels en leidingen van nutsbedrijven, in dit geval Stedin en Oasen, te voorkomen is het advies vroegtijdig contact op te nemen met deze bedrijven om de eisen omtrent beheersmaatregelen op te vragen. Als de eisen van deze netbeheerders op tijd bekend zijn kunnen eventuele beheersmaatregelen in het ontwerp verwerkt worden waardoor kostbare verleggingen met lange doorlooptijden voorkomen kunnen worden. Het grootste risico is bij de aansluiting op de Driemolensweg, hier ligt een grote waterleiding en een hogedrukgasleiding. Het verleggen van deze leidingen kan meer dan twee jaar duren. Gemeente Vijfheerenlanden (riool) Omdat de rioolleidingen in deze omgeving een kleine diameter hebben is het mogelijk deze te beschermen tijdens de werkzaamheden. De rioolleidingen hoeven dan niet aangepast te worden. Als de gemeente op korte termijn plannen heeft deze te vervangen, is het aan te raden deze werkzaamheden te combineren met de aanleg van de randweg. Telecom bedrijven (data) In het projectgebied zijn raakvlakken met datakabels van KPN, Lumen Technologies en Eurofiber. Telecom bedrijven hebben minder lange doorlooptijden wanneer de kabels moeten worden aangepast, ook zijn de diameters van de kabels vaak zo klein dat deze eenvoudig kunnen worden beschermd of opgevangen tijdens te werkzaamheden.

Het advies is om contact op te nemen met de telecom bedrijven wanneer de definitieve variant is gekozen. Als de telecom bedrijven het ontwerp ontvangen kunnen ze zelf aangeven of de kabels gehandhaafd kunnen worden of dat deze verlegd moeten worden. In dat laatste geval wordt in overleg een nieuw tracé bepaald. 6.11 Planologisch Voor alle drie de varianten is een planologische procedure nodig, omdat de aanleg van de weg niet past binnen de geldende bestemmingen in het omgevingsplan. Bij een gemeentelijke weg kan dit bijvoorbeeld worden geregeld via een wijziging van het omgevingsplan. Een uitzondering hierop vormt het deel van de weg dat over de dijk loopt, waar al een bestemming ‘Verkeer’ geldt. Er zijn enkele belangrijke aandachtspunten: • Het plangebied ligt in een grondwaterbeschermingsgebied. Voor werkzaamheden binnen dit gebied is een omgevingsvergunning nodig. • Ter plaatse van de dijk geldt de dubbelbestemming ‘Waterstaat’. Dit betekent dat een omgevingsvergunning noodzakelijk is. • Woon- en tuinbestemming bij variant 1. De nabijheid van woningen kan leiden tot bezwaren van omwonenden vanwege de gevoelige aard van de bestemming. Geadviseerd wordt om vroegtijdig met het Waterschap in gesprek te gaan over de werkzaamheden ter plaatse van de dijk. Daarnaast wordt geadviseerd om met name bij variant 1 in een vroeg stadium met omwonenden in gesprek te gaan.

6.12 Recreatie en toerisme De varianten zijn beoordeeld op aspecten zoals veiligheid, landschapsbeleving, recreatieve waarde, toegankelijkheid en aansluiting op bestaande infrastructuur. De beoordeling van de drie varianten van de Randweg Lexmond ligt dicht bij elkaar, wat wijst op een vergelijkbare totale impact. Variant 1 scoort het hoogst vanwege de goede aansluiting op bestaande infrastructuur en de beperkte verstoring van het landschap. Variant 4 scoort iets lager, maar biedt de meeste kansen voor recreatie en toerisme omdat deze een goede balans tussen toegankelijkheid, recreatieve potentie en behoud van landschappelijke kwaliteit. Hoewel variant 3 het laagst scoort, zijn de verschillen klein. Vanuit het perspectief van recreatie en toerisme heeft variant 4 de voorkeur, mits mitigerende maatregelen worden genomen om de impact op de wandelroute langs de Rijskade te beperken.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

33/40

6.13 Ruimtegebruik De nieuwe randweg kent een ruimtebeslag op percelen die momenteel in eigendom zijn van diverse eigenaren, grotendeels private partijen. Als onderdeel van het schetsontwerp (zie bijlage 6) zijn tekeningen opgesteld waarin het ruimtegebruik van de varianten per kadastraal perceel is aangegeven. Hierbij is de begrenzing van de schetsontwerpen gehanteerd met 1 meter marge rondom. Dit leidt tot het volgende totale ruimtebeslag per variant op percelen van derden (de percelen waar de Driemolenweg en Achthoven op liggen zijn buiten beschouwing gelaten): - Variant 1 49.166 m2 - Variant 3 58.488 m2 - Variant 4 60.953 m2 Een deel van deze percelen zal naar verwachting ook verworven worden voor de ontwikkeling van LexmondWest. Hierbij wordt opgemerkt dat nog geen rekening is gehouden met de opkoop van restpercelen die ten gevolge van de randweg niet bruikbaar meer zijn voor de huidige eigenaren. Daarnaast kan het ruimtebeslag wijzigen bij een verdere uitwerking van de varianten. De genoemde oppervlaktes dienen daarom slechts ter indicatie. In de volgende fase dient in overleg getreden te worden met de grondeigenaren. 6.14 Samenvatting Voor de ontwikkeling van de Randweg Lexmond zijn drie varianten onderzocht. In deze ‘Quick-Notitie Reikwijdte en Detailniveau’ (Quick-NRD) zijn de te verwachten milieu- en omgevingsaspecten op hoofdlijnen beschreven.

Daarnaast is inzicht gegeven in de benodigde onderzoeken en afwegingen in het vervolgtraject. In de tabel hieronder zijn alle uitkomsten per aspect samengevat. Tabel 8. Samenvatting Quick-NRD

Aspect Bodem

Archeologie

Cultuurhistorie Landschap

Ontplofbare oorlogsresten Stikstof

Geluid

Conclusie Naar verwachting valt de bodem ter plaatse van de varianten grotendeels onder de kwaliteitsklasse 'landbouw/natuur'. Er zijn enkele locaties die verwacht zijn op bodemverontreiniging, namelijk wegbermen, boomgaarden en gedempte sloten. Voorafgaand aan de werkzaamheden is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. Er zijn ter plaatse van de varianten geen rijksmonumenten of archeologische monumenten aanwezig. Bij de dijk Achthoven ligt een gebied met een hoge archeologische verwachting. Bij ingrepen in de bodem geldt een verplichting tot archeologisch onderzoek. In de vervolgfase dient archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd te worden, waaruit blijkt of vervolgonderzoek noodzakelijk is. Het plangebied kent een hoge cultuurhistorische waarde. Alle varianten hebben hier een raakvlak mee, maar alleen variant 3 en 4 raken het historisch groen bij de dijk. Dit vraagt om zorgvuldige uitwerking en landschappelijke inpassing in het vervolgtraject. Variant 1 heeft de minste impact op de beleving, rust en samenhang van het landschap, omdat deze dicht bij de kern van Lexmond ligt. In varianten 3 en 4 doorkruist de weg het landschap het sterkst en veroorzaakt daarmee een aanzienlijke verstoring van rust, stilte en samenhang. In de vervolgfase dient aandacht te zijn voor het zorgvuldig inpassen van de weg in het landschap voor alle varianten.

Het projectgebied is niet verdacht op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten (OO). Dit betekent dat de werkzaamheden onder reguliere beheersmaatregelen kunnen worden uitgevoerd. Vanwege de aard van de werkzaamheden en de nabijheid van stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden is het risico op een toename van stikstofdepositie op deze gebieden hoog. Dit geldt voor alle varianten, maar het effect is in variant 4 iets groter dan in variant 1 omdat deze het dichtst bij de natuurgebieden ligt. Variant 3 ligt hier tussenin. In de vervolgfase is een AERIUS-berekening noodzakelijk om de stikstofdepositie te berekenen en vast te stellen of het project vergunningplichtig is. Ter plaatse van de nieuwe randweg neemt de geluidhinder met 3 tot 4 dB toe. De verwachting is dat geen geluidproblemen optreden voor woningen op een afstand groter dan 30 á 40 meter van de randweg. Voor woningen die dichter bij de randweg liggen wordt de standaardwaarde mogelijk overschreden. In de kern van Lexmond is sprake van een aanzienlijke verbetering, hier is sprake van een afname van geluid van circa 3 dB en dit is duidelijk waarneembaar.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

34/40

Water

Geen van de varianten ligt in een grondwaterbeschermings- of waterwingebied. Bij alle varianten is sprake van effecten op de waterkering en diverse watergangen. Bij nadere uitwerking dient rekening gehouden te worden met voldoende drooglegging, watercompensatie en waterberging in bermsloten. Naar verwachting zijn de te treffen maatregelen voor variant 1 kleiner dan voor variant 3 en 4. Om te waterbelangen goed af te wegen is overleg met het Waterschap Rivierenland in een vroeg stadium noodzakelijk. Ecologie De varianten kennen geen direct raakvlak met NNN-gebied. Alle varianten hebben een potentieel raakvlak met beschermde soorten. Dit raakvlak lijkt het minst groot in variant 3. Dit dient nader beoordeeld te worden door middel van een veldonderzoek. Op basis van de uitkomsten kunnen indien nodig passende maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken. Kabels en Er zijn raakvlakken met kabels en leidingen bij de aansluiting op de Driemolensweg en op Achthoven. leidingen Deze raakvlakken zijn niet of nauwelijks onderscheidend tussen de varianten. Het grootste risico wordt gevorm door een grote waterleiding en hogedrukgasleiding bij de aansluiting op de Driemolensweg. In de vervolgfase dienen deze raakvlakken met de netbeheerders afgestemd te worden en kunnende benodigde vervolgstappen en maatregelen bepaald worden.

Planologisch Voor alle drie de varianten is een planologische procedure nodig, omdat de aanleg van de weg niet past binnen de geldende bestemmingen in het omgevingsplan. Bij een gemeentelijke weg kan dit bijvoorbeeld worden geregeld via een wijziging van het omgevingsplan. Recreatie en De verschillen tussen de varianten zijn erg klein. Variant 1 scoort hoog vanwege de goede toerisme toegankelijkheid en aansluiting op de bestaande infrastructuur en de beperkte impact op het landschap. Variant 4 heeft vanuit het perspectief van recreatie en toerisme de voorkeur omdat deze een goede balans biedt tussen toegankelijkheid, recreatieve potentie en behoud van landschappelijke kwaliteit. Ruimtegebruik De nieuwe randweg kent een ruimtebeslag op percelen van derden van diverse eigenaren. Qua oppervlaktes is deze impact in variant 1 het kleinst en in variant 4 het grootst. Het ruimtebeslag van variant 4 is circa 20% groter. Er is nog geen rekening gehouden met de aankoop van restpercelen.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

35/40

7

Vervolgstappen

In dit haalbaarheidsonderzoek is onderzocht in hoeverre een randweg kan zorgen voor een verkeersafname in de kern van Lexmond. Daarnaast zijn vijf mogelijke varianten voor een randweg beoordeeld en zijn drie varianten verder uitgewerkt tot schetsontwerp met kostenraming. Voor deze drie varianten zijn tevens de belangrijkste omgevings- en milieueffecten geïnventariseerd. Na dit haalbaarheidsonderzoek zijn er nog diverse stappen nodig om uiteindelijk tot de realisatie van de randweg te komen, waaronder het nader uitwerken van het ontwerp en het uitvoeren van diverse benodigde vervolgonderzoeken. Dit is geen vastomlijnd proces. Hoe het vervolgproces precies gaat lopen is afhankelijk van diverse proceskeuzes en besluitvormingsmomenten. Ook is de uitkomst van de verschillende processtappen van grote invloed. Zo kan bijvoorbeeld gekozen worden om op basis van dit haalbaarheidsonderzoek direct één voorkeursvariant te selecteren en deze nader uit te werken. Maar er kan ook voor gekozen worden om meerdere varianten uit te werken. Om deze reden is ook de benodigde doorlooptijd lastig in te schatten. Hieronder is een eerste indicatie gegeven van de vervolgstappen die in ieder geval benodigd zijn voordat overgegaan kan worden tot de realisatie van de randweg. 1.

Besluitvorming en variantkeuze Allereerst dient een bestuurlijk besluit genomen te worden in hoeverre de realisatie van een randweg verder onderzocht wordt. Hierbij dient tevens een keuze gemaakt te worden welke variant van de randweg verder onderzocht wordt. Dit haalbaarheidsonderzoek biedt de basis voor dit besluit. Op basis van dit onderzoek kunnen één of meerdere varianten worden geselecteerd die in de vervolgfase verder onderzocht worden in onderstaande stappen. Dit kan ook een afgeleide zijn van de varianten die in dit onderzoek aan bod zijn gekomen. Deze besluitvorming hangt samen met de ontwikkelingen rondom Lexmond-West.

2.

Nader onderzoek randweg Na de hierboven genoemde besluitvorming en variantkeuze dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar één of meerdere varianten van de randweg. Voor dit nader onderzoek dient eerst een of meerdere externe partij(en) gecontracteerd te worden, dit vergt een doorlooptijd van enkele maanden. Hierbij dient er aandacht te zijn voor het volgende: a) Nader uitwerken Schetsontwerp (SO) en/of Voorlopig Ontwerp (VO) voor de gekozen variant(en) van de randweg; b) Nader uitwerken ontwerp voorkeursvariant randweg tot Voorlopig Ontwerp (VO) en Definitief Ontwerp (DO); c) Diverse milieukundige- en omgevingsonderzoeken. De ‘Quick-NRD’ (zie hoofdstuk 6) geeft een indicatie van de benodigde vervolgonderzoeken; d) Afstemmen met stakeholders en bevoegde gezagen (waaronder provincie, waterschap, ontwikkelaar Lexmond-West); e) Omgevingsparticipatie; f) Voorbereiden planologische procedures en vergunningen; g) Voorbereiden benodigde grondverwerving. Deze stappen kunnen integraal worden doorlopen, maar het is ook mogelijk om deze gefaseerd uit te voeren, met ruimte voor tussentijdse beslismomenten. Dit nader onderzoek realiseert wederom in een besluitvormingsmoment. Hierbij wordt op basis van de uitkomsten besloten of daadwerkelijk tot de realisatie van een randweg wordt overgegaan.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

36/40

3.

Voorbereiding realisatie en aanbesteding randweg Nadat daadwerkelijk besloten is tot de realisatie van een randweg volgt er eerst een voorbereidende fase voorafgaand aan de realisatie zelf. Dit bestaat uit: a) Uitwerken Uitvoeringsontwerp (UO); b) Planologische procedures en vergunningen; c) Contracteren aannemer.

Na het doorlopen van deze stappen kan overgegaan worden tot de realisatie van de randweg. Voordat daadwerkelijk gestart wordt met de realisatie moet rekening gehouden worden met de voorbereidingstijd van de aannemer.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

37/40

8

Conclusies en aanbevelingen

In dit haalbaarheidsonderzoek is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een randweg in Lexmond en de belangrijkste omgevings- en milieueffecten ten gevolge van een randweg. Voor dit onderzoek zijn vijf varianten benoemd. Op basis van een beoordelingskader zijn drie varianten geselecteerd om nader uit te werken, namelijk variant 1, 3 en 4. De effecten van de varianten zijn in veel opzichten nauwelijks onderscheidend in deze vroege fase. Onderscheid tussen de varianten is er vooral op het gebied van ruimtegebruik en landschap. Alle drie de varianten kennen daarmee verschillende voor- en nadelen en het haalbaarheidsonderzoek leidt niet tot een duidelijke voorkeur voor één van de varianten. Dit was ook niet het doel van het haalbaarheidsonderzoek. Hieronder worden per onderdeel van het onderzoek de belangrijkste conclusies en aanbevelingen kort samengevat. 8.1 Verkeerskundige effecten Op basis van de verkeersmodelanalyse is zichtbaar dat de randweg in variant 4 bijna 15% meer verkeer aantrekt ten opzichte van variant 1. Dit valt te verklaren doordat de randweg in variant 4 een meer directe route biedt voor doorgaand verkeer. Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat dit effect mogelijk in de werkelijkheid niet in deze mate optreedt en het verschil tussen de varianten mogelijk kleiner of zelfs niet aan de orde is.

Beide varianten zorgen voor een sterke verkeersafname in de kern van Lexmond. Variant 4 zorgt in lijn met bovenstaande voor een grotere afname van verkeer in de kern van Lexmond ten opzichte van variant 1. In variant 4 bedraagt de afname van verkeer op de Dorpsstraat 49%, in variant 1 is dit 45%. Verder is op basis van de verkeersmodelanalyse duidelijk zichtbaar dat al het doorgaand verkeer van en naar de A27 gebruik gaat maken van de randweg. Doorgaand verkeer van en naar de A2/Vianen blijft voor een groot deel door de kern van Lexmond rijden, via de Dorpsstraat en Kortenhoevenseweg. Dit resulteert in een (beperkte) afname van 2% van het verkeer op de Kortenhoevenseweg in variant 1 en 6% afname in variant 4. In een vervolgfase kunnen maatregelen overwogen worden om dit verkeer te stimuleren danwel te dwingen om van de randweg gebruik te maken, bijvoorbeeld door een knip of het opheffen van de aansluiting op de Oude Rijksweg. De randweg zorgt eveneens voor een sterke afname van (doorgaand) vrachtverkeer. Op basis van de verkeersmodelberekeningen kiest nagenoeg al het doorgaand vrachtverkeer de route via de randweg. Bij de realisatie van een randweg kan een vrachtwagenverbod in de kern van Lexmond overwogen worden, waarmee al het doorgaande vrachtverkeer geweerd wordt.

8.2 Schetsontwerpen en kostenraming Voor variant 1, 3 en 4 zijn schetsontwerpen opgesteld, deze bieden een basis voor de besluitvorming rondom de randweg en verdere uitwerking in een volgende fase. De kostenraming geeft een inschatting van de benodigde investeringskosten voor de realisatie van de randweg. In deze vroege fase van het project zijn diverse factoren onbekend die uiteindelijk wel tot extra kosten kunnen leiden. Dit geldt bijvoorbeeld voor het mogelijk verleggen van kabels en leidingen, benodigde maatregelen voor vervuilde grond of het opkopen van restpercelen. Dit leidt ertoe dat rekening moet worden gehouden met een bandbreedte (-20% tot +30%) en onzekerheidsmarge. Mede vanwege deze marge en bandbreedte is het verschil tussen de berekende investeringskosten van de varianten in deze fase relatief klein. In de tabel hieronder zijn de uitkomsten van de kostenraming samengevat.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

38/40

Tabel 9. Uitkomst kostenramingen met bijbehorende bandbreedtes. Bedragen zijn afgerond op veelvouden van €1.000,-

Investeringskosten incl. BTW 6.652.000 € 8.315.000 € 6.964.000 € 8.705.000 € 7.284.000 € 9.105.000 €

-20% Variant 1 Variant 3 Variant 4

€ € €

+30% 10.810.000 11.317.000 11.837.000

8.3 Omgevings- en milieueffecten Op basis van de schetsontwerpen zijn door middel van een ‘Quick-NRD’ de belangrijkste omgevings- en milieueffecten inzichtelijk gemaakt en is aangegeven welke vervolgstappen nodig zijn. In deze fasen zijn de effecten van de verschillende varianten meestal weinig onderscheidend en niet doorslaggevend. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: - Vanwege de nabijheid van stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden is er een groot risico op toename van stikstofdepositie op deze gebieden. De aard en omvang van deze depositie moet uitgewezen worden door een AERIUS berekening; - Met name voor de aspecten bodem, archeologie, flora en fauna is nader onderzoek noodzakelijk om raakvlakken en maatregelen te bepalen; - Het plangebied van de randweg kent hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Bij de verdere uitwerking van het ontwerp dient aandacht te zijn voor het zorgvuldig inpassen van de randweg in de omgeving in relatie tot deze waarden; - Voor kabels en leidingen is afstemming met de netbeheerders noodzakelijk om benodigde maatregelen te bepalen; - In de vervolgfase is verdere afstemming met grondeigenaren en omwonden noodzakelijk; - Vanwege het raakvlak met de waterkering dient het waterschap betrokken te worden bij de verdere uitwerking van de aansluiting op de dijk.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

39/40

Colofon Opdrachtgever

Gemeente Vijfheerenlanden Voorstraat 30 4132 AS Vianen

Uitgave

Movares Nederland B.V. Jaarbeursboulevard 280 3500 GW Utrecht

Telefoon

+31 (0)30 - 265 55 55

Ondertekenaar

Kolner T (Teun) teun.kolner@movares.nl

Projectnummer

M0004769

Kenmerk

PZE-25005749

© 2025, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.

PZE-25005749 / Proj.nr. M0004769 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 27-06-2025

40/40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=047a508b-a2cf-4c9b-b794-2c5960d405a4