Facetherziening incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
Dit betekent dat het plangebied naderhand cultuurtechnisch wordt hersteld (omgespit/gewoeld), waarbij ongezien archeologische resten zouden kunnen worden geschaad. Wij adviseren tot het uitvoeren van een karterend proefsleuvenonderzoek om te bepalen of er op deze plaats sprake is of kan zijn van een prehistorische nederzetting. Het advies is om in dat proefsleuvenonderzoek in elk geval de top van de stroomrug mee te nemen (nabij boring 1106) alsook de flank waar nog sprake is van een intacte laklaag/vegetatielaag op de uitwaaierende oeverwal of kleiwig (zoals boring 1102 of 1110). Indien kan worden voorkomen dat de laag beneden 0,20 m-mv wordt verstoord (bijvoorbeeld door de aanleg van een tijdelijk stabiliserend dek) kan het proefsleuvenonderzoek achterwege blijven. Verder is in het veenkomgebied direct ten noorden van de stroomrug in een brede uitwaaiieringszone een ongerijpte laklaag aangetroffen, die gevormd is in een vermoedelijk periodiek natte omgeving. In boring 103 is deze laklaag iets beter gerijpt. De laklaag is vermoedelijk gelijktijdig aan die boven op de afzettingen van de stroomrug, zodat verondersteld wordt dat deze zone ook het loopvlak was ten tijde van bewoning op de Schoonrewoerdse stroomrug.
Voor deze zone in de veenkom met de laklaag geldt daarom een verwachting voor archeologische resten van extensieve aard betreft (agrarische landinrichting en landgebruik). Het advies is om deze zone (rondom boring 103) te onderzoeken in de vorm van een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden, om daarmee de zone op de overgang van de bewoonbare stroomrug naar de veenkom archeologisch te onderzoeken. Advieszone 1102-1110 heeft een omvang van circa 6600 m2. Het (afgetopt) archeologisch vlak kan direct onder de bouwvoor aanwezig zijn, vanaf 0,2 m -mv of dieper. Advieszone 103 heeft een omvang van 1700 m2. De laklaag kan hier vanaf 0,2 m -mv aanwezig zijn. De eerstgenoemde locatie ligt in de werkstrook zonder open ontgravingen. Ter plaatse van boring 103 wordt de aanleg in open ontgraving uitgevoerd.
Blad 40 van 47
Antea Group Archeologie 2021/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 10 maart 2022 revisie 0C N.V. Nederlandse Gasunie
Een proefsleuvenonderzoek (IVO-P, BRL4000 protocol 4003) of archeologische begeleiding (BRL4000 protocol 4004) dient plaats te vinden onder een door de bevoegde overheid goedgekeurd programma van eisen (PVE, BRL4000 protocol 4001).
Afbeelding 13. Advieskaart proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en archeologische begeleiding, Noordseweg nabij Den Dool (magenta gearceerd). Op de onderste projectie op het AHN3 is de reliëfinversie van de Schoonrewoerdse stroomgordel en de zijtakken goed zichtbaar.
Oeverwal Lekdijk Een tweede zone met een hoge archeologische verwachting betreft een zone waar een relatief hooggelegen oeverwal of oeverwalachtige lagen aanwezig zijn met tekenen
Blad 41 van 47
Antea Group Archeologie 2021/80 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 10 maart 2022 revisie 0C N.V. Nederlandse Gasunie
van rijping, restanten van een oude bouwvoor en archeologische indicatoren. Waarschijnlijk betreft het de achtererven en land/tuinbouwpercelen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Indien een alternatieve aanlegstrategie niet mogelijk is wordt voor de werkzaamheden (aanleg in open ontgraving) ter plaatse van boringen 231 t/m 245 aanbevolen om deze archeologisch te laten begeleiden. Proefsleuven is in dit gebied niet verkiesbaar, enerzijds omdat het een verwachting op archeologische resten van extensieve aard betreft (agrarische landinrichting en landgebruik) en anderzijds vanwege de ligging in de berm van de Polderweg. De beschikbare ruimte is er beperkt en er liggen secundaire (niet op de KLIC aanwezige) kabels en leidingen. De archeologische verwachting is er bovendien gematigd door de plaatselijk aangetroffen bodemverstoringen (verbonden met de ligging in berm en bestaande ondergrondse infrastructuur). Het adviesgebied heeft een omvang van 8500 m2. De archeologische verwachting voor de aanwezigheid van een oude bouwvoor geldt voor een diepte van circa 0,5 tot 1 m-mv. De verwachting is oplopend richting de Lek. Een archeologische begeleiding op basis van een selectiebesluit (BRL4000 protocol 4004) dient plaats te vinden onder een namens de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (BRL4000 protocol 4001). Het bovenstaande betreft een selectieadvies.
Dit rapport en de adviezen hierin dienen ter beoordeling te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid. Zij zal, op voorspraak van haar adviseur, op basis hiervan overgaan tot een selectiebesluit.
Afbeelding 14. Advieskaart archeologische begeleiding, Polderweg, Achthoven (magenta gearceerd).
Meldingsplicht Voor de overige locaties adviseren wij over te gaan tot vrijgave ten gunste van de voorgenomen ontwikkeling. Uitdrukkelijk wordt vermeld dat de archeologische verwachting voor die locaties is bijgesteld naar laag: de verwachting is niet nihil. Mochten er tijdens uitvoering van het werk toch losse vondsten of sporen worden
Blad 42 van 47