CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

def versie Bouwstenen notitie Omgevingsvisie 30 juni 21.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 juli 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Bouwstenen notitie omgevingsvisie11.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2 Beheer en behoud Beheer en onderhoud zijn belangrijke aspecten in de fysieke omgeving. De wijze van inrichten en de daarbij horende ambities en doelstellingen heeft gevolgen voor het beheer. Zo hebben doelstellingen over klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit direct gevolgen voor beheer en onderhoud van het openbaar groen en het gemeentelijk rioleringsplan. Deze en andere aspecten over beheer en onderhoud zijn daarom van belang om aan de voorkant, bij het opstellen van de omgevingsvisie, mee te nemen.

op weg naar de omgevingsvisie

33

Ook het aspect behoud speelt een belangrijke rol in de fysieke omgeving en daarmee in de omgevingsvisie. Hierbij moet gedacht worden aan beschermde gebieden (natuur, cultuurhistorie, stiltegebied e.d.) en aan waarden die we willen behouden. Dit laatste zal ook tijdens de participatie aan bod komen (zie hoofdstuk 6). In de omgevingsvisie zal aandacht zijn voor de relatie tussen de te behalen opgaven en het behoud van gebieden of waarden in Vijfheerenlanden. Niet alleen aan de opgaven, ook aan behoud zullen doelstellingen en ambities gekoppeld worden.

op weg naar de omgevingsvisie

34

6

Participatie vormgeven

De Omgevingswet brengt de (veelal) bestaande regels in een nieuw kader bij elkaar en beoogt ook het omgevingsrecht in een breder maatschappelijk kader te plaatsen. Met de Omgevingswet kunnen we zo meer aspecten bij afwegingen betrekken, en worden we als gemeente geacht dat meer in samenspraak met de maatschappij te doen. Participatie is daarmee een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Er worden hier twee vormen van participatie onderscheiden: participatie bij beleid, zoals bij de totstandkoming van de omgevingsvisie, en participatie bij initiatieven in de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie wordt beschreven hoe de gemeente onder de Omgevingswet om gaat met deze tweede vorm, participatie bij concrete initiatieven. Een instrument dat hierbij kan helpen is de Omgevingstafel, waar verschillende stakeholders (initiatiefnemer, omwonenden, waterschap, veiligheidsregio e.d.) het initiatief bespreken. Dit wordt voor Vijfheerenlanden nog uitgewerkt en opgezet. In dit hoofdstuk wordt de participatie bij de omgevingsvisie zelf uitgewerkt. Dit hoofdstuk heeft de status van Startdocument zoals bedoeld in de Inspraak- en participatieverordening. Bij de vaststelling van het Plan van aanpak omgevingsvisie in juni 2020 was er nog geen noodzaak voor het opstellen van het startdocument participatie. Destijds was de inspraakverordening namelijk nog niet vastgesteld.

6.1 Participatie bij de omgevingsvisie De Omgevingswet eist dat de omgevingsvisie onderwerp van participatie is en dat de gemeente ook verslag doet van de manier waarop de inbreng uit de participatie wordt verwerkt in de (ontwerp) omgevingsvisie. In de geest van het, in de inspraakverordening Vijfheerenlanden opgenomen startdocument, wordt hier beschreven welke participatie en inspraak bij de omgevingsvisie wordt nagestreefd. In dit hoofdstuk komen de volgende punten aan bod, zoals opgenomen in artikel 6 van de Inspraakverordening: 

het onderwerp van het participatieproces en de inhoudelijke kaders en randvoorwaarden;

de fasen waaruit het proces bestaat;

de rol- en taakverdeling tussen de gemeentelijke organisatie de gemeentelijke bestuursorganen en de betrokken participanten;

het niveau dan wel de niveaus van de participatie voor de betreffende fase van het participatieproces, waarbij een gemotiveerde keuze wordt gemaakt uit raadplegen, adviseren of co-creëren;

op weg naar de omgevingsvisie

35

welke personen of groepen van personen aan het participatieproces kunnen deelnemen;

de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;

de begroting van de kosten van het participatieproces;

de wijze van evaluatie van het participatieproces.

Participatie èn inspraak De Omgevingsvisie is zowel een beleidsstuk dat onderwerp van participatie is, als van inspraak. Participatie is hier het op interactieve wijze betrekken van inwoners en belanghebbenden (ondernemers en maatschappelijke organisaties) tijdens het opstellen van de visie. De participatie vindt plaats op basis van deze bouwstenennotitie in de periode september – november 2021. De inspraak wordt gedaan op de ontwerp Omgevingsvisie. Deze inspraak is wettelijk vereist en zal op basis van de algemene wet bestuursrecht worden georganiseerd. De inspraak vindt plaats na vaststelling van de ontwerp omgevingsvisie. Dat ontwerp willen wij in juni 2022 aan de raad aanbieden.

Participatie bij sectoraal beleid In de afgelopen twee jaar zijn, vanwege de samenvoeging, voor bijna alle disciplines beleidsnota’s en visies opgesteld. Hierbij is veel gelegenheid tot participatie geboden. Daarnaast lopen er dit jaar nog een aantal trajecten, zoals voor de landschapsvisie, de RES en regionaal voor het IRP. Bij het opstellen van de omgevingsvisie doen we die participatie niet over, we maken er juist gebruik van. De informatie, ontwikkelingen en wensen van alle gelopen participatietrajecten, verwerkt in het sectorale beleid, komen samen in de omgevingsvisie. Deze integratie in de Omgevingsvisie is uiteraard wel onderwerp van gesprek in de participatie. Waar nodig houden we nog ‘checkgesprekken’ om te horen of de resultaten van eerdere participatietrajecten nog steeds actueel zijn. Stakeholders, eerder betrokken bij participatie op sectoraal beleid, kunnen op deze wijze betrokken worden bij het opstellen van de omgevingsvisie. We hebben het hier over participatievorm raadplegen.

Kernwaarden De omgevingsvisie beslaat een heel breed beleidsterrein. Een beleidsterrein waarop we al veel beleidsdoelen en regels hebben, en technische en praktische eisen bij de uitvoering. Hoe zinvol deze ordening ook is (want gericht op bescherming van veiligheid en

op weg naar de omgevingsvisie

36

gezondheid en bevordering van de leefbaarheid), het sluit niet altijd even goed aan bij wat inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties belangrijk vinden. Met kernwaarden willen we aan dit perspectief inhoud geven. Kernwaarden zijn de waarden van de (dorps- en wijk-) gemeenschappen, waarden die deze gemeenschappen willen beschermen of versterken, en waarmee we bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening moeten houden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om landschappelijke waarden, de aanwezige voorzieningen en openbaar groen, maar ook over sociale waarden, zoals het verenigingsleven, waar veel waarde aan gehecht kan worden. Het zijn juist deze waarden die we via de participatie op kunnen halen, en waarmee we in de omgevingsvisie uitdrukking kunnen geven aan de eigenheid van de gemeenschappen. Kernwaarden kunnen goed op wijk/kern/dorpsniveau geïdentificeerd worden, maar hoeven niet beperkt te zijn tot dergelijke gebieden. ‘Heel Vijfheerenlanden’, of niet aan geografie gebonden gemeenschappen hebben ze ook. We zoeken uiteraard primair naar die waarden die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving.

6.2 Participatie aanpak We willen de participatie organiseren met fysieke bijeenkomsten per dorp, kern of gebiedstype. Zo kunnen we de essentiële waarden en de inbreng voor de te onderscheiden dorpen en gebieden het beste inventariseren. We hebben het hier over participatievorm adviseren. De precieze aanpak daarvan moet verder worden uitgewerkt. Hoe communiceren we, welke informatie is nodig, en hoe organiseren we deze bijeenkomsten? We willen dit doen in samenwerking met de wijk- en dorps organisaties of -raden. Onder andere door (voor de zomer) een werkconferentie te organiseren met vertegenwoordigers van deze organisaties om deze opzet te bespreken en samen uit te werken. De participatie aanpak wordt na de werkconferentie door het college vastgesteld. Hieronder staan een aantal aspecten die we bij de organisatie betrekken. De planning hiervan wordt mede bepaald door de geldende Covid-maatregelen. We gaan ervan uit dat samenkomsten komend najaar weer mogelijk zijn. Het dynamische gesprek wat je met elkaar kan voeren in een dorpshuis zien we als grote meerwaarde in dit proces. Als dat niet mogelijk is, zoeken we naar alternatieven of stellen we de participatie uit (het project vertraagt dan).

op weg naar de omgevingsvisie

37

Parallel aan de bijeenkomsten maken we een webpagina ter ondersteuning van de communicatie, met informatie en met een interactief deel. Dit is aanvullend op de te organiseren bijeenkomsten. We hebben het hier over participatievorm raadplegen.

Informatie en reactie Het is belangrijk dat deelnemers aan het participatieproces vanuit hun eigen leefwereld reageren. We zullen daarom op voorhand niet te veel informatie geven over onze gemeentelijke doelstellingen en toekomstbeelden zoals we die voor ons zien. De grote hoeveelheid beleid die er al is, en de hoge ambities die de gemeente heeft, geeft hier al snel aanleiding toe. Dat is in het algemeen niet heel erg uitnodigend. Onze vraagstelling moet ondersteund worden door informatie, maar niet doorschieten en daardoor het gesprek dood slaan. Ook is van belang vooraf de aanleiding en het doel van de participatie te delen om geen verkeerde verwachtingen te wekken. De werkconferentie moet ons ook helpen hierin de juiste verhoudingen te vinden en gebiedsgericht maatwerk.

Beeldenbank We gaan op zoek naar de waarden van elk dorp en stad. Waar zijn onze inwoners trots op, wat zijn hun ambities en wat zien ze liever niet? Ofwel: 

Wat wil je behouden?

Wat wil je versterken?

Wat wil je verlaten?

Beelden zeggen meer dan woorden. Inwoners kunnen hun eigen foto’s insturen. Aan de hand van foto’s die specifiek zijn voor de dorpen en steden houden we dit gesprek. Elk dorp en elke stad of wijk creëert zijn eigen beeldenbank waarin de waarden van dat gebied getoond worden.

Ontwikkelingen Naast het gesprek over kernwaarden willen we ook weten hoe men denkt over toekomstige ontwikkelingen in en bij de kernen. Hierbij gebruiken we als uitgangspunt de huidige structuurvisies Leerdam en Vianen en de dorpsvisies van de voormalige gemeente Zederik. Een manier om een goed gesprek te voeren over de toekomst is immers ook het evalueren van oud of bestaand beleid. Kloppen deze visies nog? Wat is er veranderd? En sluit deze aan bij de ambities die voort komen uit de samengestelde beelden bank? De

op weg naar de omgevingsvisie

38

opgaven waar we als gemeente (en regio) voor staan worden hier ook bij betrokken. Het gaat hierbij over ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en landschap.

Samen leren en beperkingen De invoering van de Omgevingswet is een stap in de overgang van ‘van bovenaf regelen’ naar veel sterker maatschappelijke afstemming en sturing. Ook de participatie is onderdeel van dit overgangs- en leerproces. De gemeente noch de inwoners zijn hier vertrouwd mee. Oude reflexen bij de gemeente, soms wantrouwen of afwachten, zijn te verwachten. In een sfeer van samen doen en leren willen we daar overheen komen. Deze participatie opzet vraagt een forse inzet van de gemeentelijke organisatie. Vooral het organiseren, begeleiden en verslagleggen van de publieksbijeenkomsten. Het aantal bijeenkomsten zal tot maximaal vijftien beperkt moeten blijven, om door het relatief kleine team goed georganiseerd te kunnen worden. In het programmaplan Omgevingswet is voor het onderdeel communicatie en participatie omgevingsvisie een budget van € 75.000,- geraamd. Hierin is budget opgenomen voor de organisatie, zaalhuur e.d. en ondersteuning door een extern bureau bij de voorbereiding en de uitvoering van de participatie.

6.3 Rol van de college en raad en resultaten De participatie wordt onder verantwoordelijkheid van het college uitgewerkt en georganiseerd. Collegeleden (vanuit hun dorps- of wijk portefeuille) wonen de bijeenkomsten bij. Raadsleden worden uitgenodigd voor de publieksbijeenkomsten. Er is geen inhoudelijke rol voor gemeentebestuurders voorzien bij de participatie, behalve het luisteren. Kortom, aanwezigheid met een ‘laag profiel’ lijkt het best te passen bij bijeenkomsten waar het woord aan anderen is. Over de uitkomst van de participatiegesprekken wordt verslag gedaan aan de gemeenteraad. In de verwerking van de resultaten vergelijken we ze met de opgave en ontwikkelingen in het gebied en de onderscheidenlijke gebieden. Zo proberen we gewenste en mogelijke ontwikkelingen beter te kaderen, en de waarden waaraan we toekomstige situaties kunnen toetsen, goed te beschrijven.

op weg naar de omgevingsvisie

39

7

Milieu effect rapportage

M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de(milieu)effecten binnen een m.e.r. Een milieueffectrapport laat de milieugevolgen van een plan of project zien, en ook of hetzelfde doel bereikt kan worden met minder milieueffecten. In de omgevingsvisie zijn de ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen voor de komende jaren. Ook zijn ambities opgenomen voor de fysieke leefomgeving over gezondheid, duurzaamheid en veiligheid. Het milieueffectrapport laat zien of er voor alle ontwikkelingen en ambities voldoende ruimte is en toont op hoofdlijnen wat de milieueffecten zijn. Ook wordt inzicht gegeven in strijdigheid tussen doelen en ambities.

7.1 Opstellen PlanMER verplicht Bij het opstellen van een omgevingsvisie is het opstellen van een PlanMER verplicht. De toevoeging ‘Plan’ (PlanMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie. Deze verplichting komt omdat de omgevingsvisie kader stellend is voor m.e.r.-(beoordelings)-plichtige besluiten. Voorbeelden hiervan zijn oprichting van een windpark en aanleg, verlegging of verbreding van wegen. Daarnaast zijn er mogelijk ook negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Een Passende beoordeling moet dan worden opgesteld. Een PlanMER is dan ook verplicht.

7.2 M.e.r.-procedure omgevingsvisie Het doorlopen van de m.e.r.-procedure, parallel aan het opstellen van omgevingsvisie, heeft een aantal voordelen. In het milieueffectrapport kunnen ambities en doelstellingen concreter worden gemaakt. Hierdoor ontstaat inzicht in de haalbaarheid en de kansen en risico’s. Door dit inzicht kunnen nog tijdens het traject van opstellen van de omgevingsvisie ambities en doelstellingen worden bijgesteld als dat nodig is. In een milieueffectrapportage worden alternatieven in beeld gebracht, waarmee verschillende vraagstukken kunnen worden uitgewerkt en verkend. Dit geldt niet alleen voor concrete maar ook voor globale ontwikkelingen. Ook het onderzoeken van milieueffecten blijft een belangrijk onderdeel van het milieueffectrapport. Naast effecten kunnen ook de ambities en doelen worden getoetst. Zo verkrijg je inzicht in waar moet worden bijgestuurd om doelen te halen of om effecten op de leefomgeving te beperken. Bij het opstellen van het beoordelingskader hiervoor, moet worden

op weg naar de omgevingsvisie

40

nagedacht over de meet- en toetsbaarheid van ambities, doelen en effecten. Dit beoordelingskader kan later, na vaststelling van de visie, worden ingezet bij de monitoring en evaluatie ervan, waarbij de informatie uit de gemeenteatlas (zie hoofdstuk 4) als referentiesituatie dient. Door de processen van de omgevingsvisie, participatie en de m.e.r. op elkaar af te stemmen, of in één proces te doorlopen, kan de besluitvorming optimaal profiteren van de informatie die het milieueffectrapport aanreikt.

op weg naar de omgevingsvisie

41

BIJLAGE I: Gebiedstypen Vijfheerenlanden Publieksintensief Ligging Typering/beschrijving

Functie

Functiemenging Dichtheid Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

Het centrum van Leerdam en Vianen. Daarnaast gebieden verspreid over de gemeente waar veel mensen samenkomen. Het gaat om ontmoetingsgebieden, met een levendig straatbeeld, dat door een diversiteit aan functies en voorzieningen een grote aantrekkingskracht heeft. Daarnaast gaat het om een combinatie van grootschalige perifere detailhandel en bedrijven, met een hoge gebruiksintensiteit vanwege het winkelende publiek, sportvelden en scholengemeenschappen. Menging van de functies: werken (winkels, dienstverlening), wonen, recreëren (horeca, markt, sportparken), (maatschappelijke) voorzieningen (scholengemeenschappen) en grootschalige detailhandel. Verschillend. In centrum Leerdam en Vianen hoog, bij grootschalige perifere detailhandel en sportvelden laag. Matig (tussen de 30 - 50 woningen per hectare). Matig tot hoog Aandeel openbare ruimte relatief hoog. Hoeveelheid verharding divers. Bij sommige functies (b.v. centrum) beperkte ruimte voor openbaar groen en water.

Wonen in verzorgingskern Ligging Typering/beschrijving

Functie

Functiemenging Dichtheid

Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

De woonwijken in Leerdam, Vianen, Hoef en Haag, Meerkerk, Ameide, Lexmond en Schoonrewoerd. Naast grondgebonden woningen in gemiddelde dichtheden zijn er ook appartementencomplexen en is er sprake van enige menging met andere functies. Het beeld varieert van dorps (vrij open en groen) tot stedelijk (hogere dichtheden). Ook de kleine clusters van bedrijven, zoals in Ameide en Lexmond, vallen onder dit gebiedstype. Hoofdfunctie: wonen Nevenfuncties: winkels, horeca, kantoren, lichte bedrijvigheid, scholen en tehuizen Variërend, van laag tot vrij hoog. Laag tot matig (meestal tussen de 15-30 woningen per hectare), maar middelhoog tot hoog ter plaatse van de appartementencomplexen (tussen de 30-60 woningen per hectare). Variërend van matig intensief tot matig extensief Aandeel openbare ruimte varieert van matig (met veel privé groen/tuinen) tot relatief hoog met veel groen (parken) en waterpartijen.

op weg naar de omgevingsvisie

42

Wonen in woonkern Ligging Typering/beschrijving

Functie Functiemenging Dichtheid

Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

De kernen Leerbroek, Hagestein, Everdingen, Nieuwland, Kedichem, Hei- en Boeicop, Zijderveld, Tienhoven aan de Lek en Oosterwijk. Kenmerkend zijn de grondgebonden woningen een lagere dichtheden, maar er zijn ook appartementencomplexen. Het beeld is overwegend groen (veel privé), open en rustig. Hoofdfunctie: wonen Nevenfuncties: school, tehuis Laag Laag tot matig (meestal tussen de 15-30 woningen per hectare), maar middelhoog in ter plaatse van de appartementencomplexen (tussen de 30-50 woningen per hectare). Matig extensief Aandeel openbare ruimte relatief hoog met veel groen (parken) en waterpartijen.

Gezoneerde industrie Ligging

Typering/beschrijving

Functie

Functiemenging Dichtheid Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

De bedrijventerreinen De Biezen en De Hagen in Vianen, het terrein van de Glasfabriek in Leerdam en de Kaasfabriek in Schoonrewoerd zijn gezoneerde industrieterreinen. Hierbij gaat het om geluid gezoneerde industrieterreinen met een combinatie van industriële (t/m categorie 5) en bedrijfsmatige (categorie 1 t/m 4) activiteiten. In verband met de geluidzonering is er slechts beperkt sprake van functiemenging. Hoofdfunctie: bedrijven in de zwaardere milieu-categorieën 4 en 5 Nevenfuncties: lichtere bedrijvigheid, kantoren en grootschalige detailhandel Geen Laag Intensief Aandeel openbare ruimte relatief hoog, met veel verharding en een hoge gebruiksintensiteit door continue aan- en afvoer van vooral goederen.

Werklandschap Ligging

Typering/beschrijving Functie

Functiemenging Dichtheid Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

De werklandschappen in Meerkerk Zuid, Gaasperwaard in Vianen, Nieuw Schaik in Leerdam en de kleinere bedrijven clusters zoals in Ameide en Lexmond. Hierbij gaat het om een terrein met vooral goederen-gerichte (handels)activiteiten en logistiek in milieucategorie 1 t/m 4. Hoofdfunctie: bedrijven in de lichtere milieucategorieën 2 en 3 en in specifieke gevallen categorie 4. Nevenfuncties: bedrijfswoningen, tijdelijke woon of verblijfseenheden Zwak tot matig Matig Intensief, vooral overdag in bedrijf Aandeel openbare ruimte relatief hoog, met veel verharding en een hoge gebruiksintensiteit door continue aan- en afvoer van goederen.

op weg naar de omgevingsvisie

43

Lintbebouwing Ligging Typering/beschrijving

Functie Functiemenging Dichtheid Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

In het buitengebied, met inbegrip van de buurtschappen. Het gaat hierbij om de bebouwingslinten langs doorgaande wegen en dijken in het buitengebied. Kenmerkend is de afwisseling van woningen en (agrarische of agro-gerelateerde) bedrijven. Hoofdfunctie: wonen en werken Nevenfuncties: geen Laag Laag (minder dan 20 woningen per hectare) Matig intensief Aandeel openbare ruimte beperkt met veel verharding en een hoge gebruiksintensiteit door de aanwezigheid van transportbedrijven? en loonbedrijven en de aan- en afvoer van agro-gerelateerde en andere producten en goederen.

Kernrandzone Ligging Typering/beschrijving

Functie

Functiemenging Dichtheid Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

Zone rondom alle kernen, met uitzondering van het aan de Lek gelegen Tienhoven aan de Lek. De zone in het landelijk gebied rondom een woon- of verzorgingskern. Deze is bedoeld voor activiteiten (zoals sport en recreatie) en ontwikkelingen (waaronder uitbreidingen voor wonen of werken) vanuit de kern. Deze vinden plaats naast het huidige, veelal agrarische gebruik. Deze zones zijn gelegen rondom alle woonkernen m.u.v. Tienhoven aan de Lek, gelegen aan de Lek. In de intensieve delen, o.m. sportcomplexen, volkstuinen, agrarisch gebruik, dagrecreatieterreinen, tuinbouw. In de extensieve delen, o.m. recreatief groen, fiets- en wandelroutes Sterk Laag (minder dan 20 woningen per hectare) Matig Aandeel openbare ruimte hoog met vrij toegankelijke auto-, fiets- en wandelroutes.

op weg naar de omgevingsvisie

44

Beschermde natuur Ligging Typering/beschrijving Functie Functiemenging Dichtheid Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

De Natura 2000 en NNN gebieden. Het gaat hier om specifieke natuurgebieden met een beschermde status. Hoofdfunctie: natuur Nevenfunctie: extensieve recreatie Geen Zeer laag Zeer laag Aandeel openbare ruimte zeer beperkt

Buitengebied Ligging Typering/beschrijving

Functie Functiemenging Dichtheid Gebruiksintensiteit Openbare ruimte

Het buitengebied, m.u.v. de kernrandzone, beschermde natuur en de lintbebouwing. Het gaat hierbij om het open en weidse gebied buiten de woonkernen, met zowel grondgebonden als niet grondgebonden landbouw, landschappelijk waardevolle elementen en verspreid woningen. Hieronder ook gebieden met hoge natuurwaarden, maar met een beperkte beschermde status, die vrij toegankelijk zijn voor extensieve recreatie. Hoofdfunctie: grondgebonden landbouw Nevenfunctie: wonen en extensieve recreatie e.d. Zwak Zeer laag (minder dan 10 woningen per hectare) Matig extensief Aandeel openbare ruimte hoog met vrij toegankelijke auto-, fiets- en wandelroutes.

op weg naar de omgevingsvisie

45

BIJLAGE II: Gebiedstypenkaart Vijfheerenlanden

op weg naar de omgevingsvisie

46

BIJLAGE III: Overzicht externe stakeholders omgevingsvisie

op weg naar de omgevingsvisie

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=bf8aec62-df9a-4704-bd12-e355de85a72b