CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

def versie Bouwstenen notitie Omgevingsvisie 30 juni 21.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 juli 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Bouwstenen notitie omgevingsvisie11.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OP WEG NAAR DE OMGEVINGSVISIE Bouwstenen notitie Versie 30 juni 2021

Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................ 3 1

Inleiding .............................................................................................. 4 1.1 Inhoud visie .................................................................................... 4 1.2 Aanpak opstellen visie ...................................................................... 4 1.3 Leeswijzer ....................................................................................... 5

2

De opgaven ......................................................................................... 7 2.1 Uitgangspunten en kaders ................................................................. 7 Omgevingswet ..................................................................................... 8 Gezondheid in de fysieke leefomgeving ................................................... 8 Veiligheid in de fysieke leefomgeving ...................................................... 9 Het klimaatakkoord ............................................................................. 10 Klimaatadaptatie ................................................................................ 12 2.2 De vijf pijlers ................................................................................. 12 Opgaven energie ................................................................................ 13 Opgaven wonen.................................................................................. 14 Opgaven werken................................................................................. 15 Opgaven mobiliteit .............................................................................. 16 Opgaven groen en landschap ............................................................... 18

3

De juiste balans voor goed samenleven ................................................. 19 3.1 Doelstellingen en ambities ............................................................... 19 3.2 Leefbaarheid.................................................................................. 19 3.3 Gezonde, duurzame en veilige leefomgeving ..................................... 20 Voorbeeld ambities energie .................................................................. 21 Voorbeeld ambities wonen ................................................................... 21 Voorbeeld ambities werken .................................................................. 22 Voorbeeld ambities mobiliteit ............................................................... 22 Voorbeeld ambities groen en landschap ................................................. 23 3.4 Gebiedstypen ................................................................................ 23 Relatie omgevingsplan......................................................................... 24 3.5 Omgevingswaarden ........................................................................ 24 Verplichte omgevingswaarden .............................................................. 25 Onverplichte omgevingswaarden .......................................................... 25

op weg naar de omgevingsvisie

1

Monitoring en programma’s ................................................................. 26 3.6 Beginselen .................................................................................... 27 Het voorzorgsbeginsel ......................................................................... 27 Het beginsel van preventief handelen .................................................... 27 Het beginsel bestrijding aan de bron ..................................................... 28 Het beginsel dat de vervuiler betaalt ..................................................... 28 4

De huidige situatie .............................................................................. 29 4.1 De gemeenteatlas .......................................................................... 29 4.2 Kernwaarden ................................................................................. 31

5

Ontwikkelingen, beheer en behoud ....................................................... 32 5.1 Voorgenomen ontwikkelingen .......................................................... 32 5.2 Beheer en behoud .......................................................................... 33

6

Participatie vormgeven ........................................................................ 35 6.1 Participatie bij de omgevingsvisie ..................................................... 35 Participatie èn inspraak ....................................................................... 36 Participatie bij sectoraal beleid ............................................................. 36 Kernwaarden...................................................................................... 36 6.2 Participatie aanpak ......................................................................... 37 Informatie en reactie........................................................................... 38 Beeldenbank ...................................................................................... 38 Ontwikkelingen ................................................................................... 38 Samen leren en beperkingen ................................................................ 39 6.3 Rol van de college en raad en resultaten ............................................. 39

7

Milieu effect rapportage ....................................................................... 40 7.1 Opstellen PlanMER verplicht ............................................................. 40 7.2 M.e.r.-procedure omgevingsvisie ...................................................... 40 BIJLAGE I: Gebiedstypen Vijfheerenlanden ............................................... 42 BIJLAGE II: Gebiedstypenkaart Vijfheerenlanden ....................................... 46 BIJLAGE III: Overzicht externe stakeholders omgevingsvisie....................... 47

op weg naar de omgevingsvisie

2

Samenvatting De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten binnen de Omgevingswet. Het is een strategisch instrument en bevat de visie en het langetermijnbeleid van de gemeente over de maatschappelijke opgaven binnen de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie wordt opgebouwd uit een aantal onderdelen, de bouwstenen, die samen de omgevingsvisie vormen. In deze bouwstenen notitie wordt beschreven hoe wij deze bouwstenen voor ons zien. Het gaat om de volgende onderdelen: 1. Het actuele beleid en de daarop uitgevoerde analyse om dat beleid voor de fysieke leefomgeving te integreren. Dit verwerken we later tot de geïntegreerde opgaven voor de komende 15-20 jaar en de ambities hierbij; 2. De huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving in woord en beeld, verwerkt in het product De gemeenteatlas; 3. De voorgestelde aanpak voor het participatieproces, de resultaten worden verwerkt in de omgevingsvisie; 4. De ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren, verwerkt tot kaartbeelden; 5. De resultaten van de plan-MER procedure. In deze notitie worden deze bouwstenen beschreven, en daarmee de uitgangspunten en de richting van de omgevingsvisie. De raad wordt formeel, via een raadsvoorstel, gevraagd hier mee in te stemmen. Hiermee vormt de bouwstenen notitie op zichzelf ook een belangrijk product in het proces om te komen tot de omgevingsvisie.

Daarbij heeft het hoofdstuk over participatie de status van Startdocument zoals bedoeld in de Inspraak- en participatieverordening.

op weg naar de omgevingsvisie

3

1

Inleiding

De Omgevingswet zal op 1 januari 2022 in werking treden. De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten binnen de Omgevingswet. De omgevingsvisie heeft dus een juridische status en is het kader stellend document voor de gemeente bij beheer en inrichting van de fysieke leefomgeving. Het is een zelfbindend document voor raad en college.

1.1 Inhoud visie De omgevingsvisie bevat volgens artikel 3.2 van de Omgevingswet: 

de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving

de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling (zoals de aanleg van woonwijken, werklandschappen en infrastructuur), het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en

de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving

Eén van de doelen van de wet is het beschermen van de veiligheid en de gezondheid van de mens en zijn omgevingskwaliteit. De gemeentelijke omgevingsvisie bevat, vanuit deze doestelling bezien, de visie over de maatschappelijke opgaven binnen de fysieke leefomgeving waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. De visie richt zich op de midden lange termijn van 15-20 jaar. Hiermee sluit de termijn van de visie aan bij de doorlooptijd van de Strategische Visie. Ook veel andere beleidsvisies, die als input dienen voor de omgevingsvisie, gaan over een vergelijkbare periode.

1.2 Aanpak opstellen visie In het Plan van aanpak omgevingsvisie Vijfheerenlanden (vastgesteld door college op 16 juni 2020) is beschreven volgens welke stappen het opstellen van deze visie verloopt: 1. Analyse beleid fysieke leefomgeving; 2. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving; 3. Uit stappen 1 en 2 volgen de hoofdlijnen ambities en ontwikkelingen; 4. College en raad informeren en betrekken; 5. Participatie vormgeven; 6. Opgaven prioriteren en toekomstagenda bepalen; 7. Omgevingsvisie vaststellen.

op weg naar de omgevingsvisie

4

De omgevingsvisie wordt opgebouwd uit een aantal onderdelen, de bouwstenen, die samen de omgevingsvisie vormen. In deze bouwstenen notitie wordt beschreven hoe wij deze bouwstenen voor ons zien. Het gaat om de volgende onderdelen: 1. Het resultaat van de uitgevoerde analyse van het beleid fysieke leefomgeving, bestaande uit de geïntegreerde opgaven voor de komende 15-20 jaar en de ambities over hoe we dit vorm geven; 2. De huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving in woord en beeld, verwerkt in het product gemeenteatlas; 3. De voorgestelde aanpak voor het participatieproces, de resultaten worden verwerkt in de omgevingsvisie; 4. De ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren, verwerkt tot kaartbeelden; 5. De resultaten van de plan-MER procedure.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de belangrijkste opgaven beschreven waar de komende 15-20 jaar aan gewerkt wordt. De ambities, gekoppeld aan de opgaven en aan het grondgebied van de gemeente komen in hoofdstuk 3 aan bod. Naast de toekomst is er in de omgevingsvisie ook aandacht voor het nu. De kernwaarden per gebied of kern en de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden in beeld gebracht. Hoe we dat aanpakken wordt in hoofdstuk 4 beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft hoe we ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren op zullen nemen in de visie. Hoofdstuk 6 beschrijft de wijze waarop we invulling willen gaan geven aan het participatieproces. Dit hoofdstuk heeft de status van Startdocument zoals bedoeld in de Inspraak- en participatieverordening. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 de MER-procedure die doorlopen moet worden. De raad wordt formeel, via een raadsvoorstel, gevraagd in te stemmen met de inhoud van deze notitie. Hiermee vormt de bouwstenennotitie op zichzelf ook een belangrijk product in het proces om te komen tot de omgevingsvisie. De beschreven bouwstenen resulteren in een aantal producten die tezamen de omgevingsvisie vormen. In onderstaande figuur wordt de relatie in tijd weergegeven tussen de stappen uit het plan van aanpak, de bouwstenen en het informeren van college en raad hierover.

op weg naar de omgevingsvisie

5

Proces opstellen omgevingsvisie, stappen en producten  tijd Analyse beleid

Nul-situatie omg. kwaliteit

Hoofdlijnen ambities en ontwikkelingen

Uitvoeren Milieu-effectrapportage Vaststellen omgevingsvisie

Uitvoeren participatie Opstellen omgevingsvisie

Bouwstenen nota

Atlas gemeente

Afstemming college /raad

op weg naar de omgevingsvisie

MERrapport

Ontwerp omg.visie

Afstemming college /raad

Omg.visie

Akkoord college/ raad

6

2

De opgaven

In de komende 15-20 jaar staat de gemeente Vijfheerenlanden voor een aantal belangrijke en complexe opgaven die zij wil realiseren binnen het gemeentelijk grondgebied. Deze opgaven worden gevormd door mondiale ontwikkelingen zoals klimaatverandering en landelijke ontwikkelingen zoals het grote tekort aan woningen en de vele aspecten die hiermee samenhangen. Daarnaast zijn er ook ontwikkelingen op gemeentelijk niveau. Daarbij is ook van belang welke ideeën en ambities de gemeente heeft over wat voor gemeente ze wil zijn voor haar inwoners en ondernemers. Deze ideeën en ambities zijn (onder andere) beschreven in het coalitieakkoord en in de strategische visie ‘De juiste balans voor goed samenleven in Vijfheerenlanden’. Op lokaal niveau leidt dit alles tot keuzes die de komende decennia grote gevolgen hebben voor het grondgebied (de fysieke leefomgeving) van Vijfheerenlanden. Hierbij gelden diverse uitgangspunten en kaders.

2.1 Uitgangspunten en kaders Uitgangspunten worden geleverd door gemeentelijk beleid en visies, landelijke kaders zoals de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid – Gezondheid Breed op de Agenda (LNG) en het Klimaatakkoord, de Landelijke en de Provinciale Omgevingsvisie (NOVI en POVI) en het regionale Ruimtelijk Economische Programma voor U10, dat wordt uitgewerkt met 16 Utrechtse gemeenten. De uitgangspunten en kaders hiervoor staan in het Integraal Ruimtelijk Programma (IRP) dat nog wordt uitgewerkt. Het IRP wordt naar verwachting dit jaar vastgesteld. Een aantal kaders zijn vastgesteld, dit zijn dus uitgangspunten. Andere kaders zijn richting gevend voor toekomstige afwegingen. Daarnaast zijn er ontwikkelingen in de maatschappij die van invloed zijn op de toekomstige inrichting van de fysieke leefomgeving. Een voorbeeld is de komst van steeds sneller internet waardoor ontwikkelingen als smart mobility en smart logistics vorm krijgen. Ook de vergrijzing van de bevolking is een ontwikkeling waar we tijdig op moeten inspelen. De verwachting is dat over 20 jaar het aantal inwoners boven de 75 jaar verdubbeld is ten opzichte van nu.

op weg naar de omgevingsvisie

7

Omgevingswet De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten binnen de Omgevingswet. Deze wet vormt dus hét juridisch kader hiervoor. In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen van de wet verwoord: Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Kort gezegd beoogt de Omgevingswet een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Door de realisatie van de opgaven te bezien vanuit de drie thema’s gezondheid, veiligheid en duurzaamheid, wordt duidelijk dat deze als een rode draad door de verschillende ambities en opgaven lopen (zie ook paragraaf 3.2 en 3.3). Daarnaast staat er dat dit in onderlinge samenhang moet gebeuren. Dat wil zeggen, dat we de opgaven integraal moeten benaderen. Dit is een logische maar ook complexe benadering, immers geen van de opgaven en ontwikkelingen staat op zich. Het geven van invulling aan een opgave kan gevolgen hebben voor de uitvoering van een andere opgave.

Gezondheid in de fysieke leefomgeving We zien in het (landelijke) beleid steeds duidelijker een relatie tussen het thema gezondheid en de (inrichting van) de fysieke leefomgeving. In de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid – Gezondheid Breed op de Agenda (LNG) komt dit tot uitdrukking. Deze richt zich op wat het Rijk en gemeenten de komende vier jaar samen kunnen doen om Nederland gezonder te maken. Het gaat niet alleen om de lichamelijke kanten van gezondheid, maar ook om het vermogen je aan te passen, welbevinden, eigen regie, veerkracht, participatie en zingeving. De fysieke leefomgeving kan hier een belangrijke rol in spelen. De gezondheidsvraagstukken worden vanuit een breed perspectief aangepakt: Health in All Policies. Belangrijke ambities die benoemd worden in het LNG zijn dat gezondheid een vast onderdeel wordt van de belangenafweging in ruimtelijk beleid en dat er in de

op weg naar de omgevingsvisie

8

beleidsontwikkeling meer verbinding is tussen het fysieke en het sociale beleidsdomein.

(Bron: Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024) Dit sluit aan bij de doelstellingen die in de Omgevingswet zijn benoemd. Het aspect gezondheid komt bij een aantal van de opgaven naar voren en wordt verder uitgewerkt bij de ambities.

Veiligheid in de fysieke leefomgeving Het is belangrijk om te kunnen wonen, werken en recreëren in een omgeving die leefbaar en veilig is. Er is veel veranderd op het gebied van veiligheid, ondermijning en digitale veiligheid zijn nu belangrijke onderwerpen. De traditionele criminaliteit zoals woninginbraken, geweldsdelicten en fietsendiefstal laat een dalende trend zien. Naast criminaliteit zijn er nog diverse andere vormen van veiligheid waar de gemeente aandacht aan geeft zoals de verkeersveiligheid, waterveiligheid (klimaatadaptatie) en externe veiligheid (risicovolle bedrijven). Bij het inrichten van de fysieke leefomgeving zijn deze vormen van veiligheid zeker aan de orde. We spreken dan over omgevingsveiligheid. Functies zoals wonen, werken, reizen en recreëren raken elkaar en dat brengt risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld risico op (natuur)brand of risico’s bij extreem weer. Ook de opslag van nieuwe vormen van energie kunnen risico’s met zich meebrengen. Deze risico’s kunnen de gezondheid en veiligheid van de inwoners aantasten. Een veilige leefomgeving bestaat uit veilige bouwwerken, een zelfredzame samenleving, het beschermen van kwetsbare groepen, effectieve hulpverlening en de continuïteit van de samenleving.

op weg naar de omgevingsvisie

9

(bron: Veiligheidsregio Utrecht) De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) beschrijft vijf ontwerpprincipes, waarmee bij het inrichten en ontwerpen van de leefomgeving rekening gehouden kan worden: 1. Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid. 2. Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid. 3. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming. 4. Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten. 5. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk. Aandacht voor het aspect veiligheid sluit aan bij de doelstellingen die in de Omgevingswet zijn benoemd. Het aspect veiligheid komt bij een aantal van de opgaven naar voren en wordt verder uitgewerkt bij de ambities.

Het klimaatakkoord Een aantal opgaven waar de gemeente voor staat komen voort uit het Klimaatakkoord. De overheid neemt maatregelen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast kan verdere opwarming van de aarde beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Hiervoor zijn nationale en internationale doelen afgesproken. De belangrijkste doelstelling is een vermindering van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990: in 2030 49% en in 2050 95% minder CO2uitstoot. Om dit doel te halen, hebben de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties een Klimaatakkoord gesloten. Hier staan ook afspraken in die partijen onderling hebben

op weg naar de omgevingsvisie

10

gemaakt. Het geven van uitvoering aan het klimaatakkoord is een belangrijke en immense opgave. Voor de volgende doelstelling staat de gemeente aan de lat voor de periode tot 2050: •

In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. In de Regionale Energie Strategie (RES) werkt de gemeente samen met andere partijen om deze doelstelling te realiseren.

•

In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af (de warmtetransitie). Als eerste stap is de doelstelling dat in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. De gemeente is trekker van de warmtetransitie van de gebouwde omgeving. Hiervoor wordt een Transitievisie Warmte opgesteld.

Daarnaast zijn er belangrijke doelstellingen opgenomen waarvoor andere partijen aan de lat staan, waaraan de gemeente in haar beleid invloed op kan uitoefenen: •

In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit. De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de bedrijven zelf.

•

In 2050 moet de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn. Dit maakt verduurzaming van onze voedselproductie en -consumptie noodzakelijk. Veranderend landgebruik is ook nodig (meer bossen en natuur, andere gewassen, andere machines etc.).

•

In 2050 geen emissies vanuit mobiliteit. Vervoer is betaalbaar, veilig, comfortabel, gemakkelijk én gezond. Mooie, leefbare en goed ontsloten gebieden en dorpen waarbij mobiliteit de schakel is tussen wonen, werken en vrije tijd.

(Bron: Klimaatakkoord.nl) De realisatie van de afspraken uit het Klimaatakkoord betekent een grote transitie van de fysieke leefomgeving zoals wij die nu kennen. Steden en landschappen zullen er door de transitie anders uit gaan zien. Duurzame energie vraagt om meer ruimte dan fossiele

op weg naar de omgevingsvisie

11

energie. Ook klimaatadaptatie en toekomstbestendig handelen vraagt verandering in het omgaan met de omgeving. Daarin zullen ook belangrijke keuzes gemaakt moeten worden.

Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Met het klimaatakkoord wordt ingezet op het verminderen van de oorzaken van klimaatverandering als gevolg van ons menselijk handelen (brongerichte maatregelen), zodat we de gevolgen verminderen en een halt toe te roepen. Gevolgen van klimaatverandering zijn echter al aan de orde en niet eenvoudig te stoppen of om te keren. We zullen er mee moeten leven. Dit noemen we klimaatadaptatie en de maatregelen die we hierbij moeten nemen voor een veilige leefomgeving zijn effectgerichte maatregelen.

(Bron: kennisportaal klimaatadaptatie) Het is dus van groot belang dat we ons aanpassen aan deze veranderingen. Dat kan onder meer door het klimaatbestendig en water robuust inrichten van onze bebouwde en landelijke gebieden. Op nationaal niveau wordt hieraan gewerkt in het nationaal Deltaprogramma onder de noemer ‘ruimtelijke adaptatie’. In het beleid (de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie) is de ambitie opgenomen dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in 2050 klimaatbestendig en water robuust zijn ingericht. Deze doelstelling is opgenomen in het gemeentelijk duurzaamheidsplan, het rioleringsplan en is ook door de provincie vertaald naar de Provinciale omgevingsvisie. Ook in de omgevingsvisie zal klimaatadaptatie een belangrijk onderwerp zijn bij het realiseren van de opgaven voor de komende 15-20 jaar.

2.2 De vijf pijlers In de afgelopen maanden is een analyse uitgevoerd van het lokale, regionale en provinciale beleid. Hierbij zijn ook de beleidsstukken meegenomen die momenteel nog in ontwikkeling zijn zoals de gemeentelijke landschapsvisie en de strategische visie, de

op weg naar de omgevingsvisie

12

regionale REP/IRP en RES en de Provinciale omgevingsvisie (POVI). Het gemeentebeleid is veelal nog sectoraal van aard, waar de omgevingsvisie een integrale benadering zoekt. In het REP/IRP wordt integraal gekeken naar de opgaven voor de regio, vanuit vijf pijlers: energie(transitie), wonen (woningbouw in/nabij de kernen), werken (ontwikkeling van werkgelegenheid), mobiliteit, groen en landschap (natuur, recreatie en veranderingen landelijk gebied). Dit kader van de vijf pijlers is werkbaar en herkenbaar, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Door de omgevingsvisie ook op te bouwen rondom deze pijlers, wordt aangesloten bij deze regionale benadering en kunnen we ook in de uitwerking de synergie tot stand brengen tussen regionale en lokale uitwerking. Daarbij wordt nadrukkelijk ook gekeken naar onderlinge samenhang, wat aansluit bij de integrale benadering die de Omgevingswet beoogt. Hier onder worden de opgaven voor de komende jaren per pijler beschreven.

Opgaven energie Het behalen van de klimaatdoelstellingen uit het Klimaatakkoord resulteert in de volgende opgaven waar we de komende jaren aan moeten werken: •

Via de RES wordt in de komende jaren invulling gegeven aan het inpassen (grootschalige opwek) van duurzame energie (zonne- en windenergie) in de gemeente;

•

De Transitievisie Warmte (2021) geeft vorm aan het aardgasvrij maken van woningen in de gemeente;

•

Stimuleren en faciliteren emissie vrij vervoer;

•

Stimuleren verduurzaming bedrijven en industrie.

Energie gaat in de toekomst meer ruimte vragen en wordt meer zichtbaar in het landschap. Het gaat hierbij voornamelijk om windmolens, zonnevelden en zonnepanelen op gebouwen. De opgave vanuit deze pijler werkt door in alle andere pijlers. Dit is schematisch weergegeven in onderstaande figuur.

op weg naar de omgevingsvisie

13

Energie

Industrie in 2050 gebruiker en leverancier van duurzame elektriciteit.

Duurzame energie opwekken.

Werken

Groen en landschap

Verduurzamen en aardgasvrij maken bestaande en nieuwe woningen.

Wonen

Vervoer in 2050 emissievrij.

Mobiliteit

Opgaven wonen Vijfheerenlanden heeft een grote woningbouwopgave. Tussen 2020-2030 worden naar verwachting ca. 2.505 nieuwe woningen in de gemeente gebouwd en tussen 2030-2040 volgen nog 1.360 nieuwe woningen. Hierbij wordt de volgende verdeling gemaakt: • • • •

In de verzorgingskernen (Meerkerk, Lexmond, Ameide en Schoonrewoerd) bouwen naar behoefte (15-20 woningen) binnen en buiten de kern; In de stadjes Leerdam en Vianen 50 woningen per jaar; Autonome groei van de andere woonkernen, gemiddeld met 5 woningen per jaar; Daarnaast is de ambitie om ca. 1.600 woningen te realiseren als opvang voor de regio.

Uitgangspunt bij de woningbouwopgave is verdichting in of bij bestaande kernen. Hierbij is aandacht voor wonen in een gezonde en aantrekkelijke omgeving uitgangspunt. Dat betekent dat er ook aandacht is voor groen en water bij planinrichting. Naast de woningbouwopgave is het van cruciaal belang dat de kernen een vitaal toekomstperspectief hebben. Bij het bouwen van nieuwe woningen hoort daarom ook het realiseren van voldoende voorzieningen (waaronder bedrijfslocaties, mobiliteit, onderwijs, zorg en welzijn, sport en recreatie), passend bij de kern. Landelijke ontwikkelingen zoals de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en de behoefte aan nieuwe woonvormen hebben grote invloed op het realiseren van de woningbouwopgave. Dit speelt een rol bij de locatiekeuze (waar?) en bij de concrete

op weg naar de omgevingsvisie

14

planinvulling (hoe?). Deze ontwikkelingen maken tevens het verduurzamen van de bestaande woningen noodzakelijk. De relatie met andere pijlers is schematisch weergegeven in onderstaande figuur.

Wonen Woningbouw opgave d.m.v. verdichten in/nabij kernen met behoud aantrekkelijke leefomgeving.

Energieneutraal bouwen, bestaande bouw verduurzamen.

Behoud en versterking vitale kernen: goede bereikbaarheid en voldoende voorzieningen.

Energie

Mobiliteit

Woningbouw levert en vraagt om arbeidsplaatsen.

Werken

Klimaat adaptief bouwen: voldoende groen en water.

Groen en landschap

Opgaven werken Uitdaging voor de komende jaren is om aan de veranderende vraag naar arbeid van het bedrijfsleven uit de gemeente en nabije omgeving te kunnen blijven voldoen. Het is goed voor zowel het tegengaan van congestie in het verkeer als voor een duurzame samenleving als wonen en werken in de eigen gemeente/regio mogelijk is. Hiervoor is ook nodig dat binnen de arbeidsmarktregio voldoende mogelijkheden zijn voor een leven lang ontwikkelen. Behoud en versterking van het economisch profiel is hierbij van belang. De grotere, landelijke opgave, de transitie van de huidige economie naar een duurzame en circulaire economie in 2050 is hierbij ook van belang. Industrieën en bedrijven maken dan alleen nog gebruik van duurzame, alternatieve energiebronnen en stoten geen broeikasgassen meer uit. Versterken van de werkgelegenheid en verduurzamen van industriële processen hebben tevens een positief effect op de gezondheid en vitaliteit van inwoners. De opgave waar de gemeente voor staat op het gebied van werken/economie zijn nauw verbonden met de opgaven op het thema wonen. Nieuwe inwoners maken gebruik van

op weg naar de omgevingsvisie

15

voorzieningen waarmee werk voor anderen in hun leefomgeving gegenereerd wordt en zij hebben zelf ook werk (nodig). De relatie met andere pijlers is schematisch weergegeven in onderstaande figuur.

Werken

Bij nieuwbouw: energieneutraal, industrie levert energie, gebruik duurzame materialen.

Transformatie bedrijfslocaties naar wonen Toename werkgelegenheid: mengen wonen/werken, intensiveren en uitbreiden werklandschappen, aandacht voor onderwijs, toerisme en agrarische sector.

Wonen

Groen en landschap

Nieuwe werklandschappen: klimaatadaptief, goed bereikbaar met OV/ fiets.

Mobiliteit

Energie

Opgaven mobiliteit De ontwikkeling en groei van mobiliteit hangen nauw samen met welvaart, economie en het aantal inwoners. Voor de toekomst wordt verwacht dat niet het bezit van een vervoermiddel, maar het gebruik van een vervoermiddel belangrijker zal worden. Dit betekent dat verschillende vervoersvormen voor een reis gecombineerd kunnen worden, zoals de fiets, het openbaar vervoer en de (intelligente) deelauto. Dit vraagt om slimmere combinatiemogelijkheden voor reizen op basis van actuele gegevens (smart mobility). Daarnaast is voor mobiliteit het begrip nabijheid van belang. De functies wonen, werken, voorzieningen, recreatie en groen moeten goed bereikbaar zijn. Goede verbindingen met fiets of OV zijn hierbij van belang. Daarbij zal in de toekomst de keuze voor duurzame mobiliteit vanzelfsprekend moeten worden. Voor Vijfheerenlanden is regionale samenwerking hierbij van belang. Bijvoorbeeld door openbaarvervoersknooppunten aan de belangrijkste snelwegen te realiseren en te versterken. De gemeente kiest voor een duurzaam verkeer- en vervoerssysteem en streeft naar een optimaal netwerk voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer.

op weg naar de omgevingsvisie

16

De aanleg van snelfietsroutes is een belangrijk onderdeel van de oplossing voor duurzaam vervoer. De provincie Utrecht werkt aan een netwerk van snelle fietsroutes zodat fietsen naar het werk, scholen en andere bestemmingen vlotter, veiliger en comfortabeler wordt. Dit alles resulteert in een diversiteit aan opgaven voor de komende jaren: •

(Snel)fietsnetwerk tussen de kernen versterken en uitbreiden voor een goede bereikbaarheid, ook naar omliggende steden;

•

Uitbreiding en verbetering van opstappunten voor het openbaar vervoer (HUBs) en behoud en verbeteren huidige OV-verbindingen (smart mobility);

•

Voorkomen en verminderen van overlast veroorzaakt door sluipverkeer, vrachtverkeer en landbouwverkeer;

•

Zorgen voor een veilige verkeersstructuur en een veilige omgeving voor voetgangers en fietsers;

•

De energietransitie veroorzaakt een verschuiving naar andere typen brandstof (elektrisch en waterstof). Hierdoor ontstaat o.a. de noodzaak van uitbreiding elektrische laadpalen.

Dit alles heeft ook consequenties voor de locatiekeuze van de woningbouwopgave en uitbreiding van werklandschappen. De relatie met andere pijlers is schematisch weergegeven in onderstaande figuur.

Mobiliteit Verschuiving naar duurzame mobiliteit: versterking (snel)fietsnetwerk en opkomst smart mobility.

Verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsers verbeteren.

Uitbreiding woon-werklocaties en werklandschappen.

Energie

Groen en landschap

op weg naar de omgevingsvisie

Voorminderen en voorkomen overlast gemotoriseerd- en sluipverkeer.

Werken

Wonen

17

Opgaven groen en landschap De gevolgen van klimaatverandering (zoals bodemdaling, droogte en wateroverlast) en het verlies aan biodiversiteit (naast klimaatverandering ook als gevolg van uitstoot van stikstof en monocultuur) maken het noodzakelijk om de landbouw toekomstbestendig te maken. In 2050 moet de landbouw klimaatneutraal zijn. Het landelijk gebied zal mede daarom al in de komende jaren (grote) veranderingen ondergaan. Daarnaast worden er steeds meer claims gelegd op de ruimte in het buitengebied, voor duurzame energieopwekking, recreatiebehoefte en natuur. Deze uitdagingen en claims met hun onderlinge relaties, kunnen we samenbrengen onder de noemer ‘circulair landschap’. Hierbij is veel aandacht voor het terugbrengen van de kringloop binnen de agrarische sector, regionale productie van gezond voedsel en extra economische dragers voor het landelijk gebied zoals energieproductie, passende woonvormen, recreatie en zorg. Daarnaast wordt hierbij ingezet op herstel van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Dit alles met het behoud van het landschap, de cultuurhistorie en versterking van groenstructuren en natuurgebieden. De relatie met andere pijlers is schematisch weergegeven in onderstaande figuur.

Groen en landschap Duurzame energie opwekken in het buitengebied.

In 2050 duurzame landbouw en het landgebruik klimaatneutraal (o.a. ruimte voor waterbergingen opvang).

Energie

Werken

op weg naar de omgevingsvisie

Bij locatiekeuze (woning) bouwlocaties rekening houden met de ondergrond.

Wonen

Meer ruimte voor recreatie/sport en natuur (o.a. vergroten fietspadennet).

Mobiliteit

18

3

De juiste balans voor goed samenleven

3.1 Doelstellingen en ambities In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende doelstellingen en ambities die beschreven zijn in sectoraal beleid van de gemeente. Beide begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, doelstellingen zijn wat concreter dan ambities. Hoe kunnen we deze koppelen aan de realisatie van de opgaven? Hierbij wordt allereerst ingegaan op het begrip leefbaarheid (paragraaf 3.2). Vervolgens worden de sectorale doelstellingen gekoppeld aan de opgaven (paragraaf 3.3). Er zijn doelstellingen die betrekking hebben op een specifiek deel van de gemeente, zoals woonwijken of juist het buitengebied. Door deze in de omgevingsvisie te verbinden aan specifieke gebieden, de gebiedstypen, kun je dit later vertalen naar specifieke regels in het omgevingsplan. Hoe we dat willen vormgeven voor Vijfheerenlanden wordt besproken in paragraaf 3.4. Een aantal doelstellingen kun je meetbaar maken door ze te kwantificeren. Hiervoor kent de Omgevingswet het instrument omgevingswaarden. In paragraaf 3.5 wordt beschreven wat dit inhoudt, welke consequenties hieraan verbonden zijn is beschreven in paragraaf 3.6. Door de omgevingswaarden te verbinden aan de gebiedstypen, wordt het mogelijk om hieraan in het omgevingsplan concrete regels te verbinden.

In hoeverre dit mogelijk en wenselijk is, zal tijdens het proces van het opstellen van de omgevingsvisie en parallel hieraan, het opstellen van het omgevingsplan, duidelijk worden. Aan het eind van dit hoofdstuk, in paragraaf 3.7, worden tot slot de beginselen beschreven waarmee bij het opstellen van de omgevingsvisie rekening gehouden moet worden.

3.2 Leefbaarheid Het begrip leefbaarheid is in de Omgevingswet een belangrijk onderwerp en wordt gevormd door de thema’s gezondheid, veiligheid, duurzaamheid. Dit staat in Artikel 1.3 van de Omgevingswet als volgt verwoord (maatschappelijke doelen van de wet): ‘Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang:

op weg naar de omgevingsvisie

19

a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.’ Kort gezegd streven we naar een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving voor onze inwoners en bedrijven. Bij het realiseren van de opgaven, verdeeld in de vijf pijlers werken, wonen, groen en landschap, mobiliteit en energie, zullen de thema’s duurzaamheid, gezondheid en veiligheid uitgangspunten zijn, naast andere gemeentelijke visies en ambities.

3.3 Gezonde, duurzame en veilige leefomgeving Als eerste stap in het plan van aanpak omgevingsvisie is de beleidsanalyse uitgevoerd op het bestaande gemeentelijke beleid dat een relatie heeft met de fysieke leefomgeving. Hierbij zijn tevens het coalitieakkoord ‘Sterk in verscheidenheid’ en de strategische visie ‘De juiste balans voor goed samenleven in Vijfheerenlanden’ betrokken. Deze analyse leidt tot een lijst van rond de 70 ambities en doelstellingen. In de omgevingsvisie worden de kaders beschreven en keuzes gemaakt, die nodig zijn voor het bereiken van deze ambities en doelstellingen, bij het geven van invulling aan de eerder geschetste opgaven. Daarnaast heeft een deel van de ambities en doelstellingen betrekking op beheer en behoud van het grondgebied van Vijfheerenlanden Ten behoeve van de integrale visie op de leefomgeving worden deze bezien vanuit de drie thema’s duurzaamheid, gezondheid en veiligheid en gekoppeld aan opgaven binnen de vijf pijlers. Het is van belang oog te hebben voor de onderlinge samenhang, ook tussen de pijlers, en waar ambities elkaar tegenwerken hier keuzes in te maken. In onderstaande figuren worden per pijler voorbeelden van deze doelstellingen en ambities weergegeven.

Dit is een eerste vingeroefening om alle sectorale ambities integraal te benaderen, onderlinge verbanden te leggen en deze te bezien vanuit de doelstellingen van de Omgevingswet. In de omgevingsvisie worden deze doelstellingen verder uitgewerkt en aangevuld. Het behalen van de doelstellingen zal zoveel als mogelijk gekwantificeerd worden zodat ook meetbaar is dat deze behaald worden.

op weg naar de omgevingsvisie

20

Voorbeeld ambities energie

Energie

Duurzaamheid

Gezondheid

Veiligheid

Duurzame energie veilig opslaan.

Energieneutraal bouwen. Verduurzamen en aardgasvrij maken bestaande woningen. Opwekken duurzame energie. Stimuleren gebruik daken agrarische- en bedrijfsgebouwen voor zonnepanelen.

Gebruik elektrisch vervoer (o.a. fiets) stimuleren. Faciliteren deelauto s en smart mobility. Faciliteren andere vormen van brandstofgebruik (laadpalen, waterstofstations).

Voorbeeld ambities wonen

Wonen Duurzaamheid

Gezondheid

Woningbouw duurzaam, streven naar circulair. Energieneutraal bouwen. Verduurzaming bestaande woningen. Biodiversiteit behouden en versterken. Ruimtelijke kwaliteit integraal bekijken.

Veiligheid

Klimaat adaptief bouwen. Inclusieve gemeente, sociaal veilig. Veilig verkeer bevorderen. Binnenstad autoluw, sluipverkeer verminderen.

Behoud en versterking vitale kernen. Goede bereikbaarheid OV en fiets. Woningbouw levensloopbestendig. Inclusieve samenleving. Goede omgevingskwaliteit borgen (geluid, geur, bodem, lucht). Beweging stimuleren in de openbare ruimte, voldoende hoogwaardige sportaccommodaties. Fysieke leefomgeving voor iedereen toegankelijk.

op weg naar de omgevingsvisie

21

Voorbeeld ambities werken

Werken

Gezondheid

Duurzaamheid

Bij nieuwbouw gebruik duurzame materialen, streven naar circulair. Energieneutraal bouwen. Stimuleren gebruik daken bedrijfsgebouwen voor zonnepanelen. Biodiversiteit ook op bedrijventerreinen versterken.

Veiligheid

Klimaat adaptief bouwen. Sociale veiligheid op bedrijventerreinen waarborgen. Overlast vracht- en landbouwverkeer verminderen/ voorkomen.

Geluid-, lucht- en geuroverlast a.g.v. bedrijvigheid verminderen en voorkomen. Overlast vracht- en landbouwverkeer verminderen en voorkomen. Bedrijven(terreinen) bereikbaar met de fiets of lopend.

Voorbeeld ambities mobiliteit

Mobiliteit

Duurzaamheid

Gezondheid

Bij nieuwbouw aandacht voor bereikbaarheid OV en fiets. Stimuleren gebruik elektrische auto s.

Veiligheid

Overlast vracht- en landbouwverkeer verminderen/ voorkomen. Optimaliseren netwerk voetgangers, fietsers en OV. Binnenstad autoluw, sluipverkeer verminderen.

Overlast vracht- en landbouwverkeer verminderen en voorkomen. Verbeteren fietsroutes tussen en in de kernen. Bij nieuwbouw/nieuwe wegen inzetten op voorkomen geluid overlast a.g.v. verkeer.

op weg naar de omgevingsvisie

22

Voorbeeld ambities groen en landschap Groen en landschap

Duurzaamheid

Toekomstbestendige landbouw. De juiste functie op de juiste locatie. Opwekken duurzame energie. Stimuleren gebruik daken agrarische- en bedrijfsgebouwen voor zonnepanelen. Biodiversiteit behouden en versterken (soortenmanagementplan opstellen). Waardevolle gebieden behouden en beschermen.

Gezondheid

Veiligheid

Klimaat adaptief grondgebruik. Aandacht voor overstromingsrisico s. Overlast vracht- en landbouwverkeer verminderen/ voorkomen.

Balans tussen veehouderij en functies woon -, recreatie- en leefgebied. Verminderen emissies landbouw. Goede fietsverbinding tussen de kernen. Groei recreatie en toerisme met behoud rust en ruimte.

3.4 Gebiedstypen Om de doelstellingen per gebied inzichtelijk te maken, wordt de systematiek van ‘gebiedstypen’ gebruikt. Aan de hand van ruimtelijk functionele kenmerken, die van invloed zijn op de (milieu)kwaliteit, deel je een gebied in bij één van de gebiedstypen. Hierbij kijk je naar aspecten zoals bebouwingsdichtheid, (verweving van) functies en infrastructuur. Gebiedstypen zijn bijvoorbeeld: woonwijk, werklandschap en natuur. Deze gebiedstypen vallen niet samen met wat in het huidige bestemmingsplan als functie is opgenomen. De methodiek is opgezet door de provincie Utrecht om nieuwe planinitiatieven te kunnen toetsen aan de gemeentelijke ambities. We zetten deze methodiek nu in bij het opstellen van de omgevingsvisie. Het idee is om de doelstellingen, waar dat een meerwaarde heeft en mogelijk is, per gebiedstype vast te leggen in de omgevingsvisie. Voor het grondgebied van Vijfheerenlanden onderscheiden we de volgende gebiedstypen:

op weg naar de omgevingsvisie

23

Gebiedstype

Ligging

Publieksintensief

Het centrum van Leerdam en Vianen. Daarnaast gebieden verspreid over de gemeente waar veel mensen samenkomen, zoals gebieden met veel detailhandel en scholengemeenschappen.

Wonen in verzorgingskern

De woonwijken in Leerdam, Vianen, Hoef en Haag, Meerkerk, Ameide, Lexmond en Schoonrewoerd. Ook clusters van bedrijven en gemengd gebied (wonen en werken) vallen hier onder.

Wonen in woonkern

De kernen Leerbroek, Hagestein, Everdingen, Nieuwland, Kedichem, Hei- en Boeicop, Zijderveld, Tienhoven aan de Lek en Oosterwijk.

Gezoneerd industrieterrein

De industrieterreinen De Biezen en De Hagen in Vianen, het terrein van de Glasfabriek in Leerdam en de Kaasfabriek in Schoonrewoerd zijn gezoneerde industrieterreinen.

Werklandschap

De werklandschappen Meerkerk Zuid, Gaasperwaard in Vianen, Nieuw Schaik in Leerdam en daarnaast kleinere bedrijven clusters zoals in Ameide en Lexmond.

Lintbebouwing

In het buitengebied, met inbegrip van buurtschappen.

Kernrandzone

Zone rondom alle kernen (met uitzondering van het aan de Lek gelegen Tienhoven aan de Lek).

Beschermde natuur

De Natura 2000 en NNN gebieden.

Buitengebied

Het buitengebied, m.u.v. de kernrandzone, beschermde natuur en de lintbebouwing.

In bijlage I is een uitgebreide beschrijving van de gebiedstypen opgenomen. De gebiedstypen zijn op kaart weergegeven in bijlage II.

Relatie omgevingsplan Gebiedsgerichte ambities kunnen vertaald worden naar het omgevingsplan. Hierbij kan gedacht worden aan regels over geluidbelasting op de gevel van nieuwe of bestaande woningen of het oppervlakte aan groen in een nieuw woningbouwplan. Dit kan bijvoorbeeld door het formuleren van omgevingswaarden, zie paragraaf 3.3. Daarbij is monitoring en soms programmering aan de orde, dit wordt toegelicht in paragraaf 3.5. In de gemeenteatlas (zie hoofdstuk 4) worden (onder andere) kaarten opgenomen die inzicht geven in huidige situatie (referentiekader of nul-situatie) van deze omgevingswaarden. Ook het behalen van doelstellingen die niet vertaald worden naar het omgevingsplan, moet gemonitord worden. In de omgevingsvisie wordt dit uitgewerkt.

3.5 Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is één van de instrumenten waarmee het beleid van de omgevingsvisie uitgevoerd kan worden. Omgevingswaarden zijn bedoeld voor het

op weg naar de omgevingsvisie

24

bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook ondersteunen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit.

Verplichte omgevingswaarden In het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) zijn een aantal verplichte omgevingswaarden vastgelegd, die het Rijk heeft vastgesteld. Deze volgen vaak uit Europese of andere internationale verplichtingen zoals voor de luchtkwaliteit. Voor de gemeente zijn mogelijk de omgevingswaarden voor de luchtkwaliteit relevant. Voor het toetsen en monitoren hiervan zijn aandachtsgebieden aangewezen (artikel 5.51 lid 2 van het Bkl). Dit zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden liggen vooral in de grotere agglomeraties, waaronder de gemeente Utrecht, omvattend de gemeenten Houten, Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein (artikel 2.38 van de Omgevingsregeling). Vijfheerenlanden is niet opgenomen als aandachtsgebied. Verplichte toetsing en monitoring van de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is dus niet aan de orde. De andere omgevingswaarden die door het Rijk zijn vastgesteld gaan over de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, zwemwaterkwaliteit en veiligheid primaire waterkeringen. Het zijn vooral het Rijk zelf, provincies en de waterschappen die een verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van deze omgevingswaarden. Ook de Provincie heeft de mogelijkheid in de Provinciale omgevingsvisie (de POVI) en de provinciale verordeningen omgevingswaarden op te nemen waar gemeenten zich aan moeten houden.

De provincie is op grond van de Omgevingswet verplicht omgevingswaarden vast te stellen voor regionale waterkeringen en overstromingsrisico’s voor in de Omgevingsverordening aangewezen gebieden. De provincie Utrecht kiest er voor om vooralsnog geen andere omgevingswaarden vast te stellen. De in de POVI opgenomen doelstellingen zijn via andere instrumenten goed te realiseren. De realisatie van de doelstellingen wordt gemonitord en als er aanleiding ontstaat om alsnog omgevingswaarden vast te zetten, dan zal zij dit meenemen bij een herziening van de Omgevingsverordening.

Onverplichte omgevingswaarden De gemeenten kan zelf omgevingswaarden vaststellen. Hiermee kan de gemeente de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. De omgevingswaarden worden vastgelegd in het omgevingsplan.

op weg naar de omgevingsvisie

25

Bij het opstellen van een omgevingswaarde zit veel bestuurlijke afwegingsruimte. Dit wordt vaak verbeeld als een mengpaneel met schuifjes die de gemeente per thema kan instellen binnen bepaalde waarden, het mengpaneel voor lokale afwegingsruimte:

Of het werken met omgevingswaarden binnen de gemeente Vijfheerenlanden wenselijk en noodzakelijk is voor het behalen van de doelstellingen zal mede afhangen van het verschil tussen de huidige en de gewenste situatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de geluidskwaliteit op bepaalde plekken binnen de gemeente. Zoals in de vorige paragraaf al werd beschreven, kunnen deze gekoppeld zijn aan een specifiek gebiedstype zoals een woonwijk. De keuze voor het vaststellen van omgevingswaarden heeft consequenties voor het omgevingsplan; hierin worden de omgevingswaarden immers vastgelegd. Het team wat verantwoordelijk is voor het opstellen van het omgevingsplan zal daarom nauw betrokken zijn bij de beslissing of en zo ja, welke omgevingswaarden we op willen gaan nemen. Wordt de keuze gemaakt voor omgevingswaarden, dan zal dit aan de raad voorgelegd worden. Ook voor de eigen, gemeentelijke omgevingswaarden zal waar mogelijk, de huidige kwaliteit in kaart gebracht worden.

Monitoring en programma’s Wanneer besloten wordt een omgevingswaarde vast te stellen, dan is de gemeente ook verplicht om te meten en te beoordelen of aan die waarde wordt voldaan (artikel 20.1 Omgevingswet) via een monitoringsprogramma. Wordt de waarde niet gehaald of dreigt deze niet te worden gehaald, dan moet een programma vastgesteld worden waarin de acties staan die de gemeente uit zal voeren om de omgevingswaarde alsnog te halen.

op weg naar de omgevingsvisie

26

Beide onderdelen vallen buiten het project ‘opstellen omgevingsvisie’. Of het opstellen van een programma nodig is zal pas in de loop van een aantal jaren duidelijk worden, wanneer uit monitoring blijkt dat het realiseren van omgevingswaarden achterblijft bij de gestelde ambitie.

3.6 Beginselen Bij het opstellen van de omgevingsvisie moeten we, volgens artikel 3.3 van de Omgevingswet, rekening houden met een aantal beginselen: 

het voorzorgsbeginsel;

het beginsel van preventief handelen;

het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden wordt;

het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Ze zijn letterlijk overgenomen uit het milieubeleid van de Europese Unie. De beginselen zorgen voor inhoudelijke sturing op het beleid voor de fysieke leefomgeving. Omdat de Omgevingswet niet alleen over het milieu gaat, is de doorwerking van het voorzorgsbeginsel en het preventiebeginsel breder dan in het Europese recht. De beginselen hebben een belangrijke relatie met het thema gezondheid.

Het voorzorgsbeginsel De omgevingsvisie moet rekening houden met het milieubeginselen voorzorg. Het voorzorgsbeginsel houdt in dat de overheid maatregelen kan nemen als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben. Het gaat om activiteiten waarbij de beschikbare wetenschappelijke gegevens nog geen uitvoerige risico-evaluatie mogelijk maken. Zulke onzekere risico’s kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij veiligheidskwesties, maar vaak ook uit oogpunt van gezondheid. Bekende voorbeelden zijn elektromagnetische velden en de introductie van nieuwe stoffen.

Het beginsel van preventief handelen De omgevingsvisie moet rekening houden met het milieubeginselen van preventief handelen. Dit hangt nauw samen met het voorzorgsbeginsel. Het preventiebeginsel houdt in dat, wanneer maatregelen worden genomen, die maatregelen in de eerste plaats gericht moeten zijn op het voorkomen van negatieve gevolgen van een activiteit (bijvoorbeeld het voorkomen van milieuverontreiniging) en niet op het herstellen of ongedaan maken van de gevolgen (bijvoorbeeld de verontreiniging opruimen) nadat deze zich heeft voorgedaan. Dat laatste is immers niet altijd meer mogelijk.

op weg naar de omgevingsvisie

27

Het beginsel bestrijding aan de bron De omgevingsvisie moet rekening houden met het milieubeginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden wordt. Dit beginsel houdt in dat milieubeschermende maatregelen het best kunnen worden gericht op de bron van de verontreiniging in plaats van op de ontvanger van de verontreiniging. Bijvoorbeeld het aspect geluid bij wegverkeer. Ter voorkoming van geluidhinder door verkeer zijn maatregelen aan het voorkomen van teveel verkeer of het aanleggen van geluidarm asfalt beter dan het isoleren van de woningen.

Het beginsel dat de vervuiler betaalt De omgevingsvisie moet rekening houden met het milieubeginsel dat de vervuiler betaalt. Dit beginsel houdt in dat de vervuiler verantwoordelijk is voor de kosten die gemoeid zijn met het voorkomen en beperken van de door hem veroorzaakte verontreiniging. Die kosten moeten niet door de gehele gemeenschap gedragen worden.

op weg naar de omgevingsvisie

28

4

De huidige situatie

In de omgevingsvisie is naast de toekomst ook aandacht voor het nu. Het in beeld brengen van de huidige omgevingskwaliteit van de gemeente, de nul- of referentiesituatie van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, helpt bij het bepalen waar we nu staan als gemeente. Deze waarden kunnen zowel kwalitatief als kwantitatief zijn. Ook zijn hierbij de kernwaarden van het gebied relevant, deze zijn (deels) subjectief en geven onder andere weer wat inwoners en bedrijven waardevol vinden in hun kern en omgeving. Het vastleggen van de huidige situatie dient een aantal doelen: 

Het geven van richting aan de gewenste verbetering van de fysieke leefomgeving;

Het bepalen of, en zo ja voor welke onderwerpen, het vaststellen van omgevingswaarden relevant en nuttig is;

Het geeft inzicht in de haalbaarheid en de te verrichten inspanning voor gewenste doelstellingen;

Het geeft inzicht in waarden die het gebied heeft en in het behoud ervan;

Het dient als ijkpunt voor monitoring van het opgestelde beleid.

In hoofdstuk 7, waar ingegaan wordt op de MER-procedure, wordt ook de relatie gelegd met de nul-situatie.

4.1 De gemeenteatlas De nul-situatie wordt in beeld gebracht op basis van beschikbare kennis en data. Er is veel open data beschikbaar die we hiervoor kunnen gebruiken. Zoals hierboven al geschetst kan informatie over de huidige situatie voor een aantal van de bouwstenen ingezet worden. 1. Voor een deel van de ambities, gekoppeld aan de opgaven, is de huidige situatie geografisch weer te geven (zie hoofdstuk 2 en 3). Denk bijvoorbeeld aan ambities over vitale kernen (aanwezige voorzieningen, OV opstappunten e.d.), versterking biodiversiteit (natuurgebieden, openbaar groen, aanwezige soorten e.d.) en klimaatadaptatie (aanwezig groen in bebouwd gebied, informatie over gevolgen hevige regenval en hitte in de zomer); 2. Voor een gebiedsgerichte aanpak worden de gebiedstypen op kaart gezet (zie paragraaf 3.4);

op weg naar de omgevingsvisie

29

3. Als we besluiten omgevingswaarden vast te stellen (zie paragraaf 3.5 en 3.6), dan vormt de huidige situatie hierbij de referentiewaarde. Denk hierbij aan de luchtkwaliteit of geluidbelasting op woningen; 4. Beschrijving van de kernwaarden per kern/gebied kan eveneens in beeld gebracht worden (zie paragraaf 4.2). Een voorbeeld hiervan kan het huidige landschap zijn met waardevolle landschapselementen, wandelgebieden etc. Hierbij kunnen ook toekomstbeelden op de kaart gezet worden; 5. De huidige situatie ten aanzien van beheer en behoud van het gemeentelijk grondgebied kan in kaartbeelden weergegeven worden. Zoals de beschermde natuur, waterwingebieden en archeologie en cultureel erfgoed (zie hoofdstuk 5); De informatie wordt voor zover mogelijk geografisch in beeld gebracht en verwerkt tot het product gemeenteatlas.

Ambities op de kaart In de gemeente atlas zullen op de belangrijkste punten, de doelstellingen vertaald worden naar geografische beelden, waarmee een vergelijk met de huidige situatie kan worden gemaakt. Een aantal onderwerpen hebben betrekking op meerdere pijlers en/of op gehele grondgebied van de gemeente. In de kaartbeelden kijken we dus integraal naar de omgevingskwaliteit van de Vijfheerenlanden. De volgende kaartbeelden zijn denkbaar: 

Vitale kernen, met informatie over aanwezige voorzieningen, OV opstappunten e.d.;

Versterking biodiversiteit met informatie over openbaar groen, aanwezige soorten, bijzondere bomen e.d.;

Inclusieve samenleving, één of meerdere kaartlagen die informatie tonen over vergrijzing en jongeren. Hierbij zal informatie uit de woonzorgwijzer gebruikt worden;

Klimaatadaptatie met informatie over overstromingsrisico’s, gevolgen van hevige regenval en hittestress in de zomer;

Ontwikkelingen rond mobiliteit met informatie over OV-opstappunten en –lijnen, (snel)fietsroutes;

Gezonde leefomgeving met informatie over speeltuinen/plekken, hardloop- en wandelroutes en sportvoorzieningen

De keuze voor kaarten wordt nog verder uitgediept met de projectgroep omgevingsvisie en daarna uitgewerkt.

op weg naar de omgevingsvisie

30

4.2 Kernwaarden Naast de opgaven en de ambities is het van belang om ook de identiteit en kernkwaliteiten van het gebied (op het niveau van een wijk of kern) in beeld te brengen. We willen dat onder andere doen door een beschrijving van de kernwaarden per gebied of kern. Hier zal ook tijdens het participatie proces veel aandacht voor zijn (in hoofdstuk 6 wordt hier op ingegaan). Aspecten die de kernwaarden vormen zijn onder andere het landschap, de historie, natuurwaarden. Daarnaast de belevingswaarde, waarom wonen de inwoners juist graag in die specifieke kern, wat is voor hen de meerwaarde. Dit kan samenhangen met het rijke verenigingsleven, de aanwezige voorzieningen, bereikbaarheid etc. Door in beeld te brengen wat belangrijk gevonden wordt, komt er ook inzicht in wat behouden moet blijven en wat beter kan. Door hier bij het behalen van de opgaven in de komende 15-20 jaar zal rekening mee te houden, blijft de juiste balans voor goed samenleven behouden en wordt deze waar mogelijk verbetert.

op weg naar de omgevingsvisie

31

5

Ontwikkelingen, beheer en behoud

De omgevingsvisie bevat volgens artikel 3.2 van de Omgevingswet de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied. Bij 'ontwikkeling' valt te denken aan de aanleg van woonwijken, werklandschappen en infrastructuur. Maar ook bijvoorbeeld windturbines en klimaatbestendigheid en dergelijke maken deel uit van de omgevingsvisie. Tot het begrip 'grondgebied' behoort de onder- en bovengrond op verschillende niveaus en het water.

5.1 Voorgenomen ontwikkelingen De voorgenomen ontwikkelingen hangen samen met de opgaven vanuit de vijf pijlers. Deze ontwikkelingen betreffen: 

Binnenstedelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld de transformatie van een werklandschap naar een gemengde wijk voor wonen en werken. Maar denk ook aan het verder toepassen van zonne-energie op de daken van gebouwen of aan natuur-inclusief bouwen.

Buiten stedelijke ontwikkelingen: o

Mogelijke uitbreidingen van de kernen met woningen of bedrijven (terreinen);

o

Wegen om deze uitbreidingen te ontsluiten of juist het oplossen van verkeersknelpunten in de kernen door sluipverkeer en zwaar verkeer om de kernen te leiden;

o

Toepassingsvormen van duurzame energie in het landschap zoals zonnevelden en windturbines;

o

De transformatie van traditionele landbouw naar kringlooplandbouw;

o

De aanleg van (water minnende) bossen, nodig om de klimaatdoelstellingen te kunnen behalen en die voor bewoners mogelijk extra recreatieve mogelijkheden kunnen opleveren.

Al deze ontwikkelingen en diverse functies zullen een plek moeten krijgen binnen het grondgebied van Vijfheerenlanden. Hierbij is van belang dat niet alle functies overal gerealiseerd kunnen worden. Redenen kunnen zijn dat gebieden al een wettelijk beschermde status hebben, zoals Natura 2000 gebieden (Natuurbeschermingswet) of anderszins zware bescherming kennen, zoals Natuur Netwerk Nederland (Provinciale Interim Omgevingsverordening). Verder kunnen beperkingen gelden voor bebouwing, zoals in de Groene Contour zones (IRP en Provinciale Interim Omgevingsverordening) of in de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden. Andere gebieden waarbij

op weg naar de omgevingsvisie

32

maatregelen getroffen moeten worden zijn bijvoorbeeld bodemdalingsgebieden. De provinciale verordeningen geven de kaders en regels voor te treffen maatregelen, zoals het op andere wijze funderen van bouwwerken in een grondwaterbeschermingsgebied, waar in de bodem geen palen geboord mogen worden. In de omgevingsvisie wordt een kaart opgenomen, waarin de gebieden zijn aangeduid die in potentie wél geschikt zijn voor de ontwikkelingen met verschillende functies. Op deze kaart zijn dan globale ontwikkelrichtingen aangegeven voor genoemde opgaven, uitgaande van onder andere: 

De bestaande structuur- en dorpsvisies van de voormalige 3 gemeenten;

De centrale woningbouw monitor;

Mogelijkheden die de vastgestelde POVI en Interim Provinciale Omgevingsverordening ons bieden;

Regionaal beleid dat opgesteld wordt (REP/IRP);

Recent vastgesteld gemeentelijk beleid (zoals Woonvisie en Samenhangend Duurzaamheidsbeleid);

Gemeentelijke beleidsvisies in de maak, zoals Landschapsvisie en Economische Visie.

Daarnaast gelden uiteraard diverse randvoorwaarden voor de inrichting van de fysieke omgeving, die bij alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn. Deze randvoorwaarden worden gevormd door wettelijke kaders (meestal ook de Omgevingswet) of aanvullende regels, zoals voor geluid en luchtkwaliteit. Verder kennen we gemeentelijke ambities en kernwaarden van onze kernen, die beschermd of versterkt moeten worden. Hier wordt onder andere in de gemeenteatlas aandacht aan besteed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=bf8aec62-df9a-4704-bd12-e355de85a72b