CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Broekgraaf_Toelichting.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 30 september 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststellen chw bestemmingsplan Broekgraaf21.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf geluid.

50

bestemmingsplan Broekgraaf

Conclusie De hogere geurbelasting van het pluimveebedrijf wordt vastgelegd in dit bestemmingsplan, binnen 'milieuzone - geurzone 1' zijn geen geurgevoelige functies zijn toegestaan. Binnen 'milieuzone - geurzone 2' zijn geurgevoelige functies toegestaan, mits de geurbelasting ter plaatse van de geurgevoelige functies maximaal 3,5 Odeur bedraagt. Het plan met verbrede reikwijdte geldt daarmee ook als geurverordening. Ook voor de geluidscontouren van de glasfabriek en het dierenasiel wordt een regeling opgenomen.

4.9

Externe veiligheid

Bij een bestemmingsplanwijziging moet volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het plangebied worden getoetst. Om de beoogde planontwikkeling in het bestemmingsplan te kunnen vastleggen is het noodzakelijk om aan te tonen dat zich in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen en/of objecten bevinden die op basis van de veiligheidsafstanden mogelijk risico’s kunnen opleveren voor de aanwezigen binnen het invloedsgebied. Er is een risico-inventarisatie uitgevoerd (Grontmij, 2008). Deze notitie is nog van toepassing, aangezien er wat betreft aanwezige inrichtingen en transport geen wijzigingen hebben plaatsgevonden. Uit de risicoinventarisatie blijkt dat er geen brandstofleidingen van Defensie zijn die van invloed zijn op het plangebied. Tevens zijn er geen hogedruk aardgastransportleidingen en bovengrondse hoogspanningspanningsleidingen. Binnen 500 meter van het plangebied bevinden zich twee risicovolle inrichtingen (Parallelweg 39 en Lingedijk 8) met een risicocontour variërend van 15 tot 30 meter. Binnen deze contouren mogen geen woningen worden gebouwd. Volgens de Risicokaart bevinden zich, naast woningen, geen risicogevoelige objecten binnen 500 meter van het plangebied waar extra rekening mee dient te worden gehouden.

Op basis van de informatie over het vervoer van gevaarlijke stoffen vormen de Parallelweg en de N484 (Schaikseweg) geen belemmering. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen knelpunten voor de beoogde planontwikkeling. Formeel is de spoorlijn op het tracé ter hoogte van Leerdam niet bedoeld voor vervoer gevaarlijke stoffen. Echter, indien wegens omstandigheden de Betuweroute buiten bedrijf is zal deze spoorlijn als reserveroute kunnen dienen. Dit betekent dat formeel de transportstromen van gevaarlijke stoffen nihil zijn en is er dus ook geen sprake van risico. De Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen geeft aan dat in principe geen beperkingen aan het ruimtegebruik hoeven te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of een tracé ligt. Het plangebied ligt op meer dan 990 meter afstand van de N484 de Schaikseweg. Tevens ligt het plangebied buiten de 200 meter zone van de N848 en de N327. Ook het mogelijke vervoer van gevaarlijke stoffen over de Parallelweg bij ontheffing daarvan geen belemmering vormen voor het plangebied.

51

bestemmingsplan Broekgraaf

Uitsnede Risicokaart.nl (d.d. 30-10-2018)

Op de Risicokaart (zie bovenstaande afbeelding) is te zien dat er verschillende activiteiten zijn die mogelijke risico's met zich meebrengen. Direct ten noorden van het plangebied is een pluimveehouderij met een bovengrondse propaantank van 28,5 m3 te vinden. De risicocontour hiervan raakt het plangebied niet. Ten oosten van het plangebied is de glasfabriek te zien. In het kader van externe veiligheid heeft deze geen effect op het plangebied. Conclusie Er zijn geen potentiele risico’s voor de aanwezigen binnen het plangebied.

4.10 Kabels en leidingen De voor het bestemmingsplan relevante bovenlokale leiding zijnde een watertransportleiding is als zodanig in het bestemmingsplan opgenomen. De watertransportleiding is gelegen aan de noordkant van de Parallelweg. In de bermen van de Tiendweg, Koenderseweg en spoorlijn liggen ook kabels en leidingen van lokaal belang. Bij de bouwwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met deze leidingen. Hierin is in de Regels van het bestemmingsplan voorzien. Conclusie De watertransportleiding wordt voorzien van een beschermende regeling.

52

bestemmingsplan Broekgraaf

4.11 Explosieven Er is, uit oogpunt van veiligheid, onderzoek verricht naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven op de woningbouwlocatie (REASE, 2008). Op basis van de analyse van de luchtfoto's en informatie uit het literatuur blijkt dat er een bomafworp van twee vliegtuigbommen eind 1944 heeft plaatsgevonden. Beide bommen zijn gedetoneerd en de kraters zijn tussen 5 januari en 24 maart 1945 gedempt. Het explosievenonderzoek heeft uitgewezen dat geen conventionele explosieven in het plangebied worden verwacht, als zodanig zijn er geen knelpunten voor de beoogde planontwikkeling. Voor nadere informatie over het onderzoek wordt verwezen naar de rapportage: Vooronderzoek explosieven, Probleeminventarisatie en -analyse Leerdam West west (Riel Explosive Advice & Services Europe B.V., 1 juli 2008). PM opnemen in bijlage Conclusie Er zijn geen risico’s geconstateerd voor de aanwezigen binnen het plangebied.

4.12 M.E.R.-plicht m.e.r.-plicht De vraag of sprake is van een m.e.r.-plicht omvat twee subvragen: 1.

Is het plan kaderstellend voor toekomstige m.e.r.(beoordelings)plichtige-activiteiten? De bouw van ca. 1050 voornamelijk eengezinswoningen met bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen betreft een activiteit uit de D-lijst van het Besluit mer (D 11.2 de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen). Indien de volgende drempelwaarden worden overschreden is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtig plan: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Voorliggen bestemmingsplan staat circa 1100 en bij flexibiliteitsbepaling 1250 woningen toe en valt daarmee onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd dient te worden;

2.

Kan het plan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van een nabijgelegen Natura 2000-gebied? Wanneer dit niet op voorhand kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en geldt daarmee ook een m.e.r.-plicht. Deze vraag staat los van de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

In onderstaand schema is het bovenstaande nogmaals schematisch weergegeven.

53

bestemmingsplan Broekgraaf

Conclusie Het plan overschrijdt geen drempelwaarden uit het Besluit mer. Hierdoor onstaat geen mer-plicht. Broekgraaf is in de directe nabijheid van twee Natura-2000 gebieden gelegen. Huidige berekening laten zien dat de bouw van Broekgraaf de normen voor stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden overschrijdt. In een bestemmingsplan kan geen ruimte vastgelegd worden voor stikstofdepositie. Indien er een overschrijding plaatsvindt en een melding of vergunning nodig is, dient gewerkt te worden met projectbesluiten. Om die reden is ervoor gekozen om het project aan te melden als prioritair project in samenhang met een ontwikkelingsgebied in het kader van de Crisis- en hertelwet (CHW). In dit geval is in het kader van het PAS reeds een passende beoordeling uitgevoerd en is een planMER niet nodig. Ook op dit punt onstaat geen plicht tot het opstellen van een MER. Beoordeling milieugevolgen voornemen Aspect

Invloed functieverandering

Bodem, archeologie en cultuurhistorie

Uit verrichte onderzoeken en de afzonderlijke beoordeling van OZHZ wordt aangetoond dat de bodemkwaliteit voor het merendeel van het plangebied voldoende is voor uitvoering van het plan. De bodemkwaliteit van de nader te onderzoeken percelen wordt geborgd door de uitgestelde onderzoeksverplichting. Uit archeologische onderzoeken komt een positief advies om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. In het plangebied komen geen cultuurhistorisch waardevolle objecten voor.

Verkeer

Er wordt voldaan aan het parkeerbeleid. Dit wordt geborgd in de planregels. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten.

Luchtkwaliteit

De grenswaarden worden niet overschreden.

Natuur

Er zijn beschermde soorten aangetroffen in het plangebied. Hiervoor worden maatregelen genomen. Het plan Broekgraaf leidt tot een maximale depositie boven de drempelwaarde van 0,05 mol/ha/jaar op in Natura2000-gebied Lingegebied en Diefdijk-zuid. Het plangebied wordt aangewezen als ontwikkelingsgebied en tevens als prioritair project.

Water

Ten behoeve van een goede waterhuishouding wordt: - een 'Waterstaat - Beschermingszone' opgenomen langs A-watergangen van 5 m en voor B- en C-watergangen 1 m vanuit het talud van de watergang, voorzover sprake is van niet openbaar gebied. - de persleiding aangegeven op de verbeelding. - voldoende waterberging aangelegd en in het natuurgebied is ruimte voor piekberging.

54

bestemmingsplan Broekgraaf

Geluid

In het plan zijn zones voor geluid van industrielawaai, wegen en spoorwegen opgenomen. Binnen deze zones worden voorwaarden gesteld.

Externe veiligheid

Er zijn geen potentiele risico’s voor de aanwezigen binnen het plangebied.

Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen geen belangrijke nadelige mileugevolgen zal hebben. Conclusie De conclusie is dat de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen zal hebben. Op basis van het bovenstaande hoeft naar het oordeel van het bevoegd gezag voor dit project geen m.e.r. (beoordelings)procedure te worden doorlopen. Voor zover sprake kan zijn van negatieve effecten op het milieu, worden voldoende waarborgen opgenomen in het bestemmingsplan om dit te voorkomen.

55

bestemmingsplan Broekgraaf

56

bestemmingsplan Broekgraaf

Hoofdstuk 5

Juridische planopzet

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten te digitaliseren. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht dat een nieuw bestemmingsplan in digitale vorm wordt vastgesteld. Voor het digitaliseren c.q. standaardiseren van bestemmingsplannen is de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) ontwikkeld. Op basis van de toekenning van verbrede reikwijdte kan voor dit plan hiervan worden afgeweken. Hiervoor is echter niet gekozen. Het plan is opgesteld conform SVBP 2012. SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Zo zijn bijvoorbeeld de bestemmingen en begripsbepalingen in alfabetische volgorde opgenomen en vloeit de naam van een bestemming voort uit een standaardlijst, waaruit ingevolge de SVBP 2012 dient te worden gekozen. Kenmerk van de bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee (vlaksgewijs) is bedekt. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken.

Aanduidingen (functieaanduiding of gebiedsaanduiding) worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding bestemmingsvlakken en aanduidingen opgenomen. Deze aanduidingen zijn in de vorm van een vlak weergegeven. Aan de ondergrondgegevens op de verbeelding, zoals ingetekende gebouwen, kunnen geen rechten worden ontleend. Daar staat tegenover dat het ontbreken van dergelijke ondergrondgegevens ook niet leidt tot een beperking van rechten. De ondergrondgegevens hebben dus uitsluitend een illustratief karakter. Regels De regels zijn standaard als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en een bepaling over de wijze van meten; deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde weergegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de antidubbeltelbepaling en algemene regels ten aanzien van gebruik, aanduidingen, afwijkingen en wijzigingen.

Hoofdstuk 4 bevat tenslotte het overgangsrecht en de slotregels met daarin de naam van het bestemmingsplan. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de bestemmingsomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden zijn bestemd. In het bestemmingsplan wordt zoveel mogelijk eenduidig omgegaan met de bebouwingsmogelijkheden en toegestane functies bij bestemmingen voor de overige functies in het plangebied. In de bouwregels wordt aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. Om bepaalde ontwikkelingen te sturen, respectievelijk in de hand te houden, is bij sommige bestemmingen tevens gekozen voor het opnemen van een wijzigingsbepaling. Na het doorlopen van een procedure, kan aan deze ‘flexibliteitsbepalingen’ medewerking worden verleend. Inleidende regels

57

bestemmingsplan Broekgraaf

Het bestemmingsplan voorziet in enkele inleidende regels. In deze paragraaf volgt een korte toelichting op deze regels. Begrippen Het opnemen van begripsomschrijvingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijk) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of de technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven lengte, breedte, diepte, oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Bestemmingen en aanduidingen In het bestemmingsplan zijn enkelbestemmingen, uit te werken bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen. Artikel 3 Bedrijf - Nutsbedrijf Deze bestemming is van toepassing op het perceel aan de Koenderseweg aan de noordwestkant van het plangebied, waar een trafovoorziening is gelegen. Andere trafohuisjes zijn mogelijk binnen de bestemming wonen en woongebied. Artikel 4 Gemengd Deze bestemming ligt tegenover de sportvelden. Deze functie maakt woningen, maatschappelijke voorzieningen, kantoorfuncties en selectieve bedrijvigheid tot milieucategorie 2 mogelijk. Er dient rekening te worden gehouden met de hindercontouren van de tegenoverliggende sportvoorziening.

iernaast behoren ook wegen en paden, parkeervoorzieningen alsmede groen- en speelvoorzieningen tot deze bestemming. Er dient rekening gehouden te worden met de diverse hindercontouren in het gebied. Artikel 5 Groen Structureel groen heeft de bestemming Groen gekregen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Naast groenvoorzieningen zijn er ook water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden mogelijk binnen de bestemming. Artikel 6 Maatschappelijk In de bestemming zijn verschillende maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Tot de bestemming worden ook tuinen, erven, parkeervoorzieningen, ontsluiting, groenvoorzieningen, waterlopen en dergelijke gerekend. Op de verbeelding zijn het bebouwingsvlak en de maximale goothoogte van de gebouwen aangegeven. Artikel 7 Natuur Aan de west- en noordzijde van het plangebied ligt een natuurgebied, wat de bestemming Natuur heeft gekregen. Onder deze bestemming vallen ook ontsluitingspaden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen en dergelijke. In deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. Artikel 8 Sport Deze bestemming heeft betrekking op de bestaande sportvelden. Naast de sportvelden en kantine zijn ook parkeervoorzieningen, groen en waterpartijen toegestaan. Artikel 9 Verkeer

58

bestemmingsplan Broekgraaf

Ten behoeve van de wegen en parkeervoorzieningen is een bestemming Verkeer opgenomen. Tot de bestemming worden onder meer wegen, fiets- en wandelpaden, parkeervoorzieningen, bermen, taluds, verkeersremmende voorzieningen en watergangen, alsmede de daarbij behorende bouwwerken, als duikers, straatmeubilair, bruggen, tunnels en lichtmasten gerekend. De bestaande wegen alsmede de te realiseren (hoofd)verkeersontsluiting van de woningbouwlocatie vallen onder deze bestemming. Overigens kunnen wegen ook binnen de bestemming Woongebied worden aangelegd. Artikel 10 Verkeer - Railverkeer Deze bestemming betreft het deel van de spoorlijn Geldermalsen – Gorinchem dat in het plangebied is gelegen. Deze bestemming is ruim van opzet. Naast de spoorbaan zelf behoren ook bermen, taluds, groen en watergangen tot de bestemming. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Artikel 11 Water In deze bestemming zijn opgenomen de hoofdwatergangen en waterpartijen, welke een belangrijke functie hebben ten behoeve van de waterberging en waterbeheersing. Taluds, overbeschoeiingen, duikers, bruggen, groenvoorzieningen, ontsluitings- en onderhoudspaden en dergelijke maken ook deel uit van de bestemming Water. Op deze watergangen is tevens de keur van het waterschap van toepassing. Dit betekent dat rekening moet worden gehouden met de wijze van onderhoud.

Langs de A-watergangen is een Waterstaat - Beschermingszone opgenomen. Hierbinnen mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd. Artikel 12 Wonen Deze bestemming ligt op de bestaande woningen in het plangebied, maar ook op de woningen die worden mogelijk gemaakt op basis van vastgestelde uitwerkingsplannen. Deze woningen zijn conform het vigerende bestemmingsplan in detail bestemd. Op de verbeelding is het bouwvlak van het hoofdgebouw aangegeven met de maximale goothoogte. Indien niet anders geregeld, mag dit vlak bebouwd worden tot 100%. Buiten het bouwvlak zijn bijgebouwen, waaronder eveneens kunnen worden verstaan aanbouwen en uitbreidingen van de woningen, tot een maximum oppervlak toegestaan. In de algemene afwijkingsregels is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het wijzigen van de woningaantallen. Dit is echter niet bedoeld voor woningsplitsing. Deze flexibiliteitsbepaling is opgenomen om in te kunnen spelen op een veranderende woningmarkt. Vandaar dat een flexibiliteitsbepaling is opgenomen voor het verhogen van het woningaantal met 152 woningen. De verhoging van dit aantal is een gevolg van intensivering van de woonfunctie. Het betekent geen extra uitbreiding. De intensivering van de woonfunctie wordt veroorzaakt door maatschappelijke trends, klener wonen, éénpersoonshuishoudens, elektrisch rijden/energietransitie.

Dit leidt tot andere woon-vormen en andere verkeersstromen. Artikel 13 Woongebied Deze bestemming is op de terreinen gelegd die nog niet gerealiseerd zijn en ook nog niet voorzien zijn van een vastgesteld uitwerkingsplan. Deze bestemming is ruim van opzet en maakt de bouw van woningen met bijbehorende voorzieningen alsmede wegen en paden, groen- en watervoorzieningen en dergelijke mogelijk. Naast woningen behoren ook parkeer- en speelvoorzieningen en waterlopen tot deze bestemming. In de algemene afwijkingsregels is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het wijzigen van de woningaantallen. Dit is echter niet bedoeld voor woningsplitsing. Voor meer informatie wordt verwezen naar het kopje 'Artikel 12 Wonen'. Artikel 14 Leiding - Water Deze dubbelbestemming is van toepassing op de watertransportleiding in het noorden van het plangebied. Artikel 15 Waterstaat - Beschermingszone

59

bestemmingsplan Broekgraaf

Langs de A-watergangen is een beschermingszone van 5 m opgenomen op basis van de Keur van het waterschap. Langs de B- en C-watergangen is een zone van 1 m bestemd als beschermingszone. Voorzover de gronden ook zijn bestemd als wonen, geldt dat de gronden niet mogen worden ingericht ten behoeve van het hoofdgebouw, de woning. Hierbinnen mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Dat betekent dat er geen gebouwen mogen worden gebouwd, maar ook geen bouwwerken als overkappingen en schuttingen en dergelijke. Ook het vergunningvrij bouwen wordt hierdoor niet mogelijk gemaakt. De watergang valt niet onder 'openbaar toegankelijk gebied' en dus geldt niet dat er een afstand van 1 meter moet worden aangehouden. Uit de definitie van het begrip "erf" als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor, volgt dat als erf wordt aangemerkt een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbiedt. Uit jurisprudentie van de Afdeling ( bv. zaaknr.

201209655/1/A1) blijkt dat door een dubbelbestemming te geven of door mede bepaalde waarden, functie- of gebiedsaanduidingen toe te kennen, tot uitdrukking kan worden gebracht dat percelen of perceelsgedeelten mede een ander planologisch doel dienen. Indien de bestemmingsregeling in zo'n geval gepaard gaat met belemmeringen om een perceel of delen van een perceel te gebruiken en feitelijk in te richten ten dienste van het hoofdgebouw, is er geen sprake van erf. In het onderhavige bestemmingsplan zijn de gronden worden voorzien van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone'. Hierin wordt geregeld dat de gronden met deze dubbelbestemming mede zijn bestemd voor de bescherming, beheer en verbetering van watergangen en voorzieningen voor de waterhuishouding en dat op deze gronden geen (vergunningsvrije) bouwwerken mogen worden gebouwd. Artikel 16 Waterstaat - Waterberging In de bestemming Natuur is een deel expliciet bedoeld voor de waterberging. Dit is bedoeld als overloopgebied voor piekbelasting. Om die reden is in de bestemming Waterstaat - waterberging specifiek de waterbergingsfunctie beschermd. Ook hierbinnen gelden beperkingen voor het bouwen. Algemene regels In het hoofdstuk 'Algemene regels' zijn regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele bestemmingsplan.

Dit zijn onder andere de regels die verplicht zijn gesteld in het Besluit ruimtelijke ordening zoals de anti-dubbeltelbepaling. Artikel 17 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Artikel 18 Algemene bouwregels Er is een regeling opgenomen voor de hoogtebeperkingen ten gevolge van een radargebied, evenals een regeling voor kleinschalige overschrijving van bouwgrenzen of maatvoeringsregels. Artikel 19 Algemene gebruiksregels Enkele gebruiksregels gelden voor alle bestemmingen en zijn daarom in het hoofdstuk algemene regels opgenomen. Het gaat hier om een parkeerregeling. In de parkeerregeling is gebruik gemaakt van de bestemmingsplan activiteit. Dit is een nieuw instrument dat op basis van de CHW status met verbrede reikwijdte mogelijk is. Verder wordt in deze regeling gebruik wordt gemaakt van beleidsregels, namelijk voor parkeren Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de beleidsnota Parkeernormen (13 november 2009) wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader.

60

bestemmingsplan Broekgraaf

Verder is in het kader van verbrede reikwijdte (artikel 7c lid 4) opgenomen. Dit betreft regelingen voor:

een aantal regelingen uit de APV

Incidentele festiviteiten Onversterkte muziek Overige geluid- en lichthinder Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Parkeren van reclamevoertuigen Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen Het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen of anderszins stoken van vuur Vellen en rooien van houtopstanden Openbaar water, ligplaatsen en vaarwegen Voorwerpen in, op of boven openbaar water en vaarwegen Artikel 20 Algemene aanduidingsregels Er zijn verschillende algemene aanduidingen in het plangebied toegepast. Dit gaat om geluidzone - spoor geluidzone - weg geluidzone industrie milieuzone - geluidsgevoelige functie milieuzone - geurzone Het opnemen van deze zones sluit aan op het doel het 'bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit' uit het Uitvoeringsbesluit Crisis- en herstelwet (artikel 7c lid 1, verder: Uitvoeringsbesluit) en artikel 7c lid 9 Uitvoeringsbesluit. Dit is mogelijk omdat het een Chw-bestemmingsplan (plan met verbrede reikwijdte) betreft. Het opnemen van de geurzone betekent dat het plan ook als geurverordening geldt (artikel 20.5 milieuzone - geurzone). In het kader van verbrede reikwijdte kan het Hogere waarden besluit voor ontheffing van de geluidgrenswaarden worden opgenomen in het bestemmingsplan. De reeds verleende besluiten hogere waarden zijn echter nog van toepassing.

Voor hogere waarden ter plaatse van 2 woningen net buiten het plangebied ten gevolge van de reconstructie van de Parallelweg, was nog geen Besluit hogere waarden van toepassing. Hiervoor wordt een Hogere waarden besluit genomen. In het kader van aanwijzing als ontwikkelingsgebied wordt de stikstofdepositieruimte door vaststelling van dit bestemmingsplan vastgelegd. Voor het ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.3 van de Crisis- en herstelwet is de aanduiding aanduiding 'wetgevingzone - ontwikkelingsgebied' opgenomen in lid 20.6 wetgevingzone - ontwikkelingsgebied en op de verbeelding. Er is eenmalig ontwikkelingsruimte (voor onbepaalde tijd) toebedeeld per habitattype. Dit is opgenomen in artikel 20.6. Artikel 21 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene afwijkingsbepalingen opgenomen die betrekking hebben op alle bestemmingen. Deels betreft het in beperkte mate kunnen aanpassen van de reeds gegeven regels met betrekking tot het gebruik en/of de bebouwing. Artikel 22 Algemene wijzigingsregels Er is een algemene wijzigingsregel opgenomen voor kleinschalige wijziging van grenzen. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de wijziging van de bestemming Verkeer in de bestemming Agrarisch, ten behoeve van grondgebonden agrarische activiteiten. Gebouwen zijn niet toegelaten.

Artikel 23 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden In dit artikel worden het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg en het maken en veranderen van een uitweg aan een omgevingsvergunningsplicht gekoppeld. Deze bepalingen zijn ontleend aan de APV. Dit is opgenomen ten behoeve van de afstemming van de regleing op geldende verordeningen in het kader

61

bestemmingsplan Broekgraaf

van verbrede reikwijdte (artikel 7c lid 4). Artikel 24 APV In Artikel 19 Algemene gebruiksregels zijn regels uit de APV verwerkt. De APV van Leerdam wordt echter aangepast, vanwege de fusie tot de gemeente Vijfheerenlanden. Daarom is opgenomen dat indien de bepalingen in dit plan strijdig zijn met de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Leerdam 2015, of diens rechtsopvolger, dan zijn de bepalingen in dit plan niet van toepassing. Overgangs- en slotregels Het plan kent tot slot een hoofdstuk met overgangs- en slotregels. De overgangsregels regelen het overgangsrecht voor de bebouwing en het gebruik van de bebouwing in het plangebied. Deze worden opgenomen conform het Besluit ruimtelijke ordening. De slotbepaling geeft aan onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald. Overigens wordt voor beide regelingen verwezen naar de betreffende regels.

62

bestemmingsplan Broekgraaf

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Grexwet In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie (Grexwet) opgenomen. Centrale doelstelling van de Grexwet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal op een andere manier is verzekerd. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen. Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een bestemmingsplan te worden vastgesteld. In de Wro is tevens opgenomen, dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Dit is het geval indien de gemeente en de initiatiefnemer en/of de ontwikkelende partij een privaatrechtelijke overeenkomst hebben gesloten over de verdeling van kosten bij de grondexploitatie. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet een expliciet besluit worden genomen dat het niet noodzakelijk is om een exploitatieplan vast te stellen.

Momenteel geldt een exploitatieplan, echter dit zal worden ingetrokken. Alle gronden zijn in eigendom van de gemeente, met uitzondering vande gronden ten noorden van de Parallelweg, waarop de bestemming 'verkeer' rust. Er is geen exploitatieplan meer nodig. Onderzoek uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6 f van het Besluit ruimtelijke ordening heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het bouwprogramma van 1100 woningen is verwerkt in een exploitatieoverzicht. Geconstateerd is dat het plan economisch uitvoerbaar is. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). In de gemeentelijke begroting is een voorziening getroffen voor eventuele planschade. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Aangezien het hier gaat om een actualisatie van het bestemmingsplan dat in wezen nauwelijks wijzigingen bevat, wordt een verkorte inspraakprocedure van vier weken toegepast. Het plan wordt eveneens toegezonden aan verschillende organisaties en instanties, voor een reactie in het kader van het wettelijk vooroverleg (conform artikel 3.1.1 Bro).

Vervolgens zal het bestemmingsplan zo nodig worden aangepast en als ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd gedurende zes weken.

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=42ebcf02-edf6-4dbc-84d9-19361a989f8d