Broekgraaf_Toelichting.pdf
Tekst van het document
CHW bestemmingsplan Broekgraaf ontwerp
CHW bestemmingsplan Toelichting
Broekgraaf ontwerp
bestemmingsplan Broekgraaf
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Verbrede reikwijdte 1.3 Plangebied 1.4 Vigerende bestemmingsplannen
7 7 8 10 10
Hoofdstuk 2 Beleid 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
13 13 16 17 18
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Woningbouw
23 25
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Natuurwaarden 4.4 Water 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Verkeer en parkeren 4.8 Bedrijven in de omgeving 4.9 Externe veiligheid 4.10 Kabels en leidingen 4.11 Explosieven 4.12 M.E.R.-plicht
27 27 31 31 34 40 44 45 49 51 52 53 53
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
57
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
63
3
bestemmingsplan Broekgraaf
4
bestemmingsplan Broekgraaf
Toelichting
5
bestemmingsplan Broekgraaf
6
bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De wijk Broekgraaf, aan de westzijde van Leerdam is in ontwikkeling. De wijk ligt tussen de Spoorbaan Geldermalsen - Gorinchem, de Koendersweg en de Tiendweg. Een aantal buurten is al gerealiseerd, maar grote delen van het plangebied zijn nog in ontwikkeling of worden nog ontwikkeld. De huidige ontwikkeling van de wijk vindt plaats op basis van het geldende bestemmingsplan Broekgraaf. Dit bestemmingsplan is op 16 juni 2010 vastgesteld. In het bestemmingsplan is de ontwikkeling van het woongebied opgenomen. Grote delen van het plangebied zijn bestemd als 'Wonen - uit te werken'. Er zijn inmiddels enkele uitwerkingsplannen vastgesteld. Ondanks dat het plan nog niet geactualiseerd dient te worden op basis van artikel 3.1 sub 2 van de Wro, is er toch voor gekozen het bestemmingsplan te herzien. Dit heeft een aantal redenen: de ontwikkeling van de wijk Broekgraaf is vertraagd, vanwege de economische crisis. Hierdoor is realisatie binnen 10 jaar niet meer mogelijk. Rekening wordt gehouden met een totale ontwikkeltijd van 20 jaar; de visie op de ontwikkeling van het plangebied is op onderdelen gewijzigd. Het huidige sportcomplex zou in zijn geheel verplaatst worden op basis van het geldend bestemmingsplan. In 2012, het hoogtepunt van de crisis, is de afweging gemaakt om het sportcomplex niet te vrplaatsen.
Dit besluit kon genomen worden omdat op dat moment duidelijk was dat de intensieve veehouderij ten noorden van de Parallelweg verplaats zou worden. Daardoor werd de hindercirkel van het bedrijf over het plangebied aanzienlijk kleiner en konden op die locatie ook woningen gerealiseerd worden. Ondertussen de situatie ten aanzien van het sportcomplex gewijzigd. De hockey- en korfbalvelden worden verplaatst, het voetbalcomplex wordt compacter en met de bouw van een brede school en een evenemententerrein ontstaat er een voorzieningencluster in het noord-oosten van het plangebied. Daarnaast worden er woningen toegevoegd. Ook is de ligging van bepaalde infrastructuur gewijzigd en vervalt de stationshalte. Deze wijzigingen passen niet in het bestemmingsplan. De huidige diversiteit aan geldende regelingen maakt de vindbaarheid van de geldende regeling niet makkelijk. Er geldt namelijk een bestemmingsplan voor heel Broekgraaf (vastgesteld in 2010), bestemmingsplannen voor de ontsluiting, uitwerkingsplannen voor fase 1, 2 en 4, en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplannen (de zgn. projectbesluiten) voor delen van fase 2 en 4. Voorliggend bestemmingsplan zal al deze regelingen samenvoegen in één bestemmingsplan. Broekgraaf is in de directe nabijheid van twee Natura-2000 gebieden gelegen.
Huidige berekening laten zien dat de bouw van Broekgraaf de normen voor stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden overschrijdt. In een bestemmingsplan kan geen ruimte vastgelegd worden voor stikstofdepositie. Het reguliere bestemmingsplan is geen toestemmingsbesluit in de zin de Nwb, waardoor er in het bestemmingsplan geen ruimte voor stikstofdepositie kan worden vastgelegd. Er kunnen vanwege stikstofdepositie geen uitwerkingsplannen worden vastgesteld. Een uitwerkingsplan of bestemmingsplan is namelijk geen toestemmingsbesluit in de zin van de Nbw, waardoor er geen stikstofdepositie kan worden vastgelegd in een dergelijk plan. Om de voortgang in de woningbouwproductie te waarborgen wordt voor elk afzonderlijk project een uitwerkingsplan of afwijking bestemmingsplanprocedure gevoerd. Dit levert te veel proceduredruk op. Door het bestemmingsplan onder artikel 2.2 en 2.3 van de Crisis en herstelwet vast te stellen en het aan te melden als prioritair project kan die ruimte wel in het bestemmingsplan worden vastgelegd.
7
bestemmingsplan Broekgraaf
1.2
Verbrede reikwijdte
Het op te stellen Chw bestemmingsplan Broekgraaf betreft een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan met een flexibele bestemmingsregeling voor het uitleggebied Broekgraaf. De integrale herziening van het vigerende bestemmingsplan wordt gebaseerd op artikel 2.2 en 2.3 Crisis- en herstelwet (Ontwikkelingsgebieden), waarbij Broekgraaf voor de duur van ten hoogste tien jaar wordt aangewezen als ontwikkelingsgebied. Tevens valt het Chw bestemmingsplan onder artikel 7c van het Besluit uitvoering crisis- en herstelwet (Verbrede reikwijdte). Afdeling 2 van hoofdstuk 1 van deze wet is van toepassing. De volgende instrumenten uit de Chw worden toegepast. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit (artikel 7c lid 1 Uitvoeringsbesluit Crisis- en herstelwet (verder: Uitvoeringsbesluit) en artikel 7c lid 9 Uitvoeringsbesluit. Verbrede reikwijdte betekent dat het bestemmingsplan over meer gaat dan alleen een goede ruimtelijke ordening. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gaat over de gehele fysiek leefomgeving. En dat betekent dat naast het gebruikelijk ruimtelijk ordeningsinstrumentarium ook bijvoorbeeld ook milieuaspecten kunnen worden gereguleerd in het bestemmingsplan met het oog op de fysieke leefomgeving.
Uiteraard geldt dit alleen voor zover het betreffende onderwerp niet exclusief door de rijksoverheid wordt gereguleerd. Daardoor neemt het aantal losse besluiten, zoals het hogere waardenbesluit dat nu in het bestemmingplan is geregeld. In dit bestemmingplan zijn de hogere waarden en de geurnormen opgenomen. looptijd bestemmingsplan (artikel 7c lid 2 Uitvoeringsbesluit). Voor een bestemmingsplan verbrede reikwijdte geldt niet de actualiseringsplicht ex artikel 3.1, tweede lid, Wro. Voor de looptijd kan worden aangesloten bij het in de zesde tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet opgenomen experiment met een looptijd van twintig jaar (artikel 7b van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet). Dientengevolge behoeft ook niet te worden voldaan aan de in de jurisprudentie ontwikkelde verplichting dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling binnen tien jaar kan worden gerealiseerd. Gelet op de verlengde looptijd van het bestemmingsplan, zijn het derde en vijfde lid, van artikel 3.1 Wro niet van toepassing. Met de verlenging van de looptijd krijgt de gemeente de mogelijkheid om het plan verder uit te faseren en te anticiperen op de ontwikkelingen in de woningmarkt; inzichten over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan (artikel 7c lid 9 sub a Uitvoeringsbesluit).
Op basis van de verlengde looptijd kunnen onderzoeken uitgesteld worden. In dit bestemmingsplan zijn nauwelijks onderzoeken uitgesteld. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is grotendeels vooraf al helder. Een uitzondering hierop vormt het onderdeel bodem. Er is bodemonderzoek uitgevoerd. Voor enkele percelen dient de bodemkwaliteit nader onderzocht te worden. Dit wordt geborgd door de uitgestelde onderzoeksverplichting in de regels. voorbereiding, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling bestemmingsplan (artikel 7c lid 9 Uitvoeringsbesluit). De vormgeving en beschikbaarstelling gebeurt via ruimtelijkeplannen.nl. Daarmee wordt geen gebruik gemaakt van artikel 7c lid 9 van het Uitvoeringsbesluit. Het opnemen van verordeningen over de fysieke leefomgeving in een bestemmingsplan (artikel 7c lid 4). Zie onder het kopje 'Verordeningen' in deze paragraaf. In het kader van aanwijzing als ontwikkelingsgebied wordt de stikstofdepositieruimte in het bestemmingsplan vastgelegd. Hiervan wordt gebruik gemaakt in dit Chw bestemmingsplan Broekgraaf. Zie onder het kopje 'Ontwikkelingsgebied' in deze paragraaf. Verordeningen Doel van de omgevingswet is om alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving in één plan onder te brengen.
Het experiment met een bestemmingsplan onder de Crisis en Herstel wet loopt daarop vooruit en biedt de mogelijkheden om lokale verordeningen en andere regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving onder te brengen in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte (artikel 7c lid 4). Verschillende gemeenten hebben daarmee geëxperimenteerd en dat heeft geleid tot een aantal uitgangpunten (nog niet vastgesteld) waaronder het mogelijk is om deze verordeningen op te nemen in het bestemmingsplan. Deze uitgangspunten hebben wij gehanteerd in dit bestemmingsplan: Het moet gaan om regels die over de fysieke leefomgeving gaan (zie art. 2.4 Omgevingswet).
8
bestemmingsplan Broekgraaf
Er mogen geen regels worden opgenomen over onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan, voor zover die bij of krachtens een andere wet uitputtend zijn geregeld (art 1.4 Omgevingswet). Regels over activiteiten ten gevolge waarvan onderdelen van de fysieke leefomgeving worden gewijzigd moeten worden opgenomen; dit impliceert dat het gaat om activiteiten die een blijvende verandering van de fysieke leefomgeving teweegbrengen. Het plaatsen van een tijdelijk bouwwerk behoort hier ook toe. Geen regels mogen worden opgenomen die (deels) wel betrekking hebben op de fysieke leefomgeving maar die hoofdzakelijk worden gesteld met het oog op de handhaving van de openbare orde en (openbare) veiligheid. Dit zijn in beginsel regels over persoonlijk gedrag die niet onder de reikwijdte van de Omgevingswet vallen. Regels over toezicht op evenementen en het handhaven van de openbare orde en veiligheid daarbij kunnen niet in het omgevingsplan worden opgenomen. Regels over evenementen die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals regels over op welke locaties evenementen mogen plaatsvinden en wat de maximale geluidbelasting daarvan op geluidgevoelige gebouwen mag zijn, horen wel in het omgevingsplan thuis. Er mogen geen financiële regels worden gesteld.
Er mogen geen regels worden gesteld waar bij overtreding daarvan een bestuurlijke boete wordt opgelegd. De hieronder opgenomen lijst met lokale verordeningen zijn getoetst op deze uitgangpunten en voor zover de regels toepasbaar in dit bestemmingsplan opgenomen. Dit betreft regelingen voor: Algemene Plaatselijke Verordening: 1. Incidentele festiviteiten 2. Onversterkte muziek 3. Overige geluid- en lichthinder 4. Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 5. Parkeren van reclamevoertuigen 6. Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 7. Het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen of anderszins stoken van vuur 8. Openbaar water, ligplaatsen en vaarwegen 9. Voorwerpen in, op of boven openbaar water en vaarwegen Vellen en rooien van houtopstanden (APV en Bomenverordening) Geurverordening.
Ontwikkelingsgebied Op 1 juli 2015 is het programma aanpak stikstof voor de periode 2015 en 2021 in werking getreden. Het programma bevat maatregelen die zorgen voor een daling van de stikstofdepositie en die bijdragen aan het herstel van natuurkwaliteiten in Natura-2000-gebieden. De maatregelen scheppen ruimte voor economische ontwikkeling. Deze ontwikkelingsruimte wordt gebruikt voor vergunningverlening aan projecten die extra stikstofdepositie veroorzaken. Het PAS voorziet in toestemming voor deze activiteiten. De wetgever heeft er voor gekozen om in bestemmingsplannen geen ontwikkelingsruimte te kunnen toedelen, met uitzondering van een bestemmingsplan dat is vastgesteld onder artikel 2.3 van de Crisis- en Herstelwet. Vanwege realisatie van Broekgraaf worden de normen voor stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden overschreden. Indien er een overschrijding plaatsvindt en een melding of vergunning nodig is, dient gewerkt te worden met projectbesluiten. Om die reden is ervoor gekozen om het project aan te melden als prioritair project in samenhang met een ontwikkelingsgebied in het kader van artikel 2.3 van de Crisis- en hertelwet (CHW). Het onderhavige bestemmingsplan is aangemeld als ontwikkelingsgebied , waarmee ontwikkelingsruimte is toegedeeld. Het bestemmingsplan is daarmee uitvoerbaar op het punt van stikstofdepositie. In paragraaf 4.3.1 wordt hier nader op ingegaan.
9
bestemmingsplan Broekgraaf
1.3
Plangebied
Het plangebied ligt aan de westzijde van Leerdam. De plangrens is gelijk aan de plangrens van het geldende bestemmingsplan Broekgraaf. Hieraan wordt het plangebied van het bestemmingsplan Broekgraaf, zuidelijke ontsluiting A toegevoegd. Deze weg ligt aan de noordzijde van de begraafplaats. In onderstaande afbeelding is het plangebied opgenomen.
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
De volgende plannen gelden binnen het plangebied en worden door dit 'Chw bestemmingsplan Broekgraaf' herzien: Naam plan
IMRO nummer
Besluit
Bestemmingsplan Broekgraaf
NL.IMRO.0545.BPBROEKGRAAF-VS01
16 juni 2010
Uitwerkingsplan Broekgraaf, fase 1
NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAFFASE1-VS0 18 maart 2014 1
Uitwerkingsplan Broekgraaf, fase 2A
NL.IMRO.0545.UPBroekgraaffase2A-VS01 5 april 2016
Bestemmingsplan Koenderseweg
Ontsluiting NL.IMRO.0545.BPONTSLKOENDERSWG-V S01
20 2016
september
Uitwerkingsplan Herziening Broekgraaf, NL.IMRO.0545.HZBroekgraaffase2A-VS01 4 oktober 2016 fase 2A Bestemmingsplan Broekgraaf, Zuidelijke NL.IMRO.0545.BPZUIDONTSLWGA-VS01 ontsluiting A
10
13 oktober 2016
bestemmingsplan Broekgraaf
Bestemmingsplan Broekgraaf, Zuidelijke NL.IMRO.0545.BPZUIDONTSLWGB-VS01 Ontsluiting B
13 oktober 2016
Omgevingsvergunning Broekgraaf fase 4 NL.IMRO.0545.PBBROEKGRAAFFAS4A1-VS 16 januari 2017 deel 1 (afwijking bestemmingsplan en 01 bouwen 14 grondgebonden woningen) Omgevingsvergunning Broekgraaf fase 4 NL.IMRO.0545.PBBROEKGRAAFFAS4A2-VS 1 mei 2017 deel 2 (afwijking bestemmingsplan) 01 Uitwerkingsplan Broekgraaf, fase 2B
NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAFFASE2B-V S01
25 juli 2017
Omgevingsvergunning Broekgraaf fase 2c NL.IMRO.0545.PBBROEKGRAAFFASE2C-VS 31 juli 2017 (projecten 2.3 en 2.6) 01 uitwerkingsplan deelgebied 4.7 –
Broekgraaf
fase
4 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF47-VS01
12 december 2017
Uitwerkingsplan deelgebied 4.8
Broekgraaf
fase
4 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF48-VS01
16 januari 2018
Uitwerkingsplan deelgebied 4.9a
Broekgraaf
fase
4 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF49a-VS01
16 januari 2018
Uitwerkingsplan deelgebied 4.9b
Broekgraaf
fase
4 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF49b-VS01
16 januari 2018
Uitwerkingsplan deelgebied 4.10a
Broekgraaf
fase
4 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF4.10a-VS0 16 januari 2018 1
Uitwerkingsplan deelgebied 4.10b
Broekgraaf
fase
4 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF4.10b-VS0 16 januari 2018 1
Uitwerkingsplan deelgebied 4.5
Broekgraaf
fase
4 IMRO.0545.UPBROEKGRAAF45-VS01
16 januari 2018
Uitwerkingsplan deelgebied 4.6
Broekgraaf
fase
4 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF46-VS01
16 januari 2018
Uitwerkingsplan Broekgraaf deelgebied 1.5 en 1.6
fase
1 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF15en16-VS 30 januari 2018 01
uitwerkingsplan deelgebied 1.7
Broekgraaf
fase
1 NL.IMRO.0545.UPBROEKGRAAF17-VS01
uitwerkingsplan Broekgraaf deelgebied 2.4 en 2.5
fase
2 IMRO.0545.UPBROEKGRAAF24en25-VS01 3 april 2018
6 maart 2018
Stand van zaken ontwikkeling plangebied Op basis van de uitwerkingsplannen en verleende vergunningen is een deel van het plangebied al gerealiseerd en in gebruik genomen. Voor zover er een uitwerkingsplan geldt of een vergunning is verleend, wordt in dit bestemmingsplan een gedetailleerde bestemming opgenomen. Dit geldt voor bovenstaande plannen waarvoor een uitwerkingsplan is vastgesteld of omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan is verleend. Voor de overige gebieden wordt een globale eindbestemming opgenomen.
11
bestemmingsplan Broekgraaf
Fasering Broekgraaf - Bron Kaartenboek, Imoss/Gemeente Leerdam
12
bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit en schetst het Rijk hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Voor de middellange termijn tot 2028 heeft het Rijk 3 doelen geformuleerd: a. b. c.
de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken; de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.
De SVIR doet geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor het voorliggende plan. CONCLUSIE De SVIR staat de voorgenomen uitwerking van het woongebied niet in de weg. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Het Barro bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit de SVIR. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, de artikelen worden later aan het Barro toegevoegd) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen regels opgenomen die van belang zijn voor onderhavig plangebied. CONCLUSIE Het Barro staat de voorgenomen uitwerking van het woongebied niet in de weg.
13
bestemmingsplan Broekgraaf
2.1.3
De ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking wordt in de SVIR geïntroduceerd en is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onder artikel 3.1.6. Op 1 juli 2017 is 'de Ladder' gewijzigd in werking getreden. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. In Bijlage 2 is een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Geconcludeerd wordt dat er ruimte is voor nieuwe harde capaciteit binnen de regio (Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Leerdam, Molenwaard, Zederik, Vianen, Nieuwegein, Culemborg, Geldermalsen en Lingewaal). De kwantitatieve behoefte voor de komende 10 jaar is groter dan de reeds beschikbare capaciteit in harde plannen. geconcludeerd wordt dat de 572 woningen te Broekgraaf met betrekking tot aantallen woningen voorzien in een (regionale) behoefte, zoals bedoeld in Bro arti-kel 3.1.6 lid 2.a. Dit geldt ook wanneer de regio beperkt wordt tot Alblasserwaard-Vijfheerenlanden.
Er is voldoende ruimte voor de geplande grondgebonden woningen en appartementen. Ook wanneer een onderscheid wordt gemaakt naar woningtype, onderscheiden naar grondgebonden en appartementen, voorziet het plan in een (regionale) behoefte, zoals bedoeld in Bro artikel 3.1.6 lid 2.a. Voor het plan geldt dat deze formeel voor het grootste deel niet is geleg en binnen het bestaand stedelijk gebied (BSG). Voor de periode van 10 jaar geldt dat indien alle binnenstedelijke harde en zachte planlocaties in die periode benut worden, dit onvoldoende zal zijn om aan de regionale woningvraag te voldoen. Er blijft dan een resterend woningtekort bestaan. Deze bedraagt dan ruim 2.000 woningen in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Geconcludeerd wordt dat er gelet op de harde en zachte plannen die nu bekend zijn, onvoldoende binnenstedelijke ruimte lijkt te zijn om plaats te bieden aan de kwantitatieve woningbehoefte voor de komende 10 jaar. Het lijkt, indien gekozen wordt om zo veel mogelijk aan te sluiten op de regionale kwantitatieve behoefte, haast onvermijdelijk om ook locaties buiten BBG te benutten waarvan het plan Broekgraaf er een van zou kunnen zijn. Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 2. In paragraaf 2.4.2 wordt in gegaan op het regionaal en gemeentelijk woningbouwprogramma en het uitgevoerde woningmarktonderzoek voor Broekgraaf.
Op ambtelijk niveau is de integrale herziening van het bestemmingsplan voor afstemming voorgelegd aan de regio. Er is ingegestemd met de bouw van twee maal 227 woningen in de komende twee jaar en daarmee de reeds geaccordeerde afstemmingen voor broekgraaf voor de komende twee jaar te vervangen. Reden voor het akkoord voor 2 jaar is dat de regio vraaggericht wil werken. Dit is conform de regionale woonvisie. CONCLUSIE Het bestemmingsplan biedt ten opzichte van het bestemmingsplan van 2010 slechts beperkte uitbreidingsmogelijkheden en betreft vooral een concretisering van de plannen. Uit Bijlage 2 blijkt dat de 572 woningen te Broekgraaf met betrekking tot aantallen woningen voorzien in een (regionale) behoefte, zoals bedoeld in Bro arti-kel 3.1.6 lid 2.a. 2.1.4
Crisis- en herstelwet
Verbrede reikwijdte Het Chw bestemmingsplan onder artikel 7c van het Besluit uitvoering crisis- en herstelwet (Verbrede reikwijdte). Afdeling 2 van hoofdstuk 1 van deze wet is van toepassing. De volgende elementen uit artikel 7c van het Uitvoeringsbesluit Crisis- en herstelwet zullen in ieder geval worden toegepast: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit (artikel 7c lid 1 Uitvoeringsbesluit Crisis- en herstelwet (verder: Uitvoeringsbesluit) en artikel 7c lid 9 Uitvoeringsbesluit; De geluidcontouren en geurzones zijn opgenomen in dit bestemmingsplan en het plan geldt tevens als geurverordening.
14
bestemmingsplan Broekgraaf
looptijd bestemmingsplan (artikel 7c lid 2 Uitvoeringsbesluit), namelijk tot 2030. inzichten over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan (artikel 7c lid 9 sub a Uitvoeringsbesluit); voorbereiding, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling bestemmingsplan (artikel 7c lid 9. De vormgeving en beschikbaarstelling gebeurt via ruimtelijkeplannen.nl. In het kader van aanwijzing als ontwikkelingsgebied wordt de stikstofdepositieruimte door vaststelling van dit bestemmingsplan vastgelegd. Er is eenmalig ontwikkelingsruimte (voor onbepaalde tijd) toebedeeld en vastgelegd in de regels. Het openemen van verordeningen over de fysieke leefomgeving in een bestemmingsplan (artikel 7c lid 4). Enkele gemeentelijke verordeningen zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. Er wordt gebruik wordt gemaakt van beleidsregels, namelijk voor parkeren. Verordeningen Voorafgaand aan het opstellen van het Chw bestemmingsplan heeft een analyse van de verordeningen plaats gevonden. Niet alle verordeningen kunnen worden opgenomen in het bestemmingsplan. Het gaat alleen om regels die over de fysieke leefomgeving gaan (zie art. 2.4 Omgevingswet). Verder geldt in ieder geval het volgende: - Er worden geen regels worden opgenomen over onderwerpen voor de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan, voor zover die bij of krachtens een andere wet uitputtend zijn geregeld (artikel 1.4 Omgevingswet).
- Regels over activiteiten ten gevolge waarvan onderdelen van de fysieke leefomgeving worden gewijzigd moeten worden opgenomen; dit impliceert dat het gaat om activiteiten die een blijvende verandering van de fysieke leefomgeving teweegbrengen. Het plaatsen van een tijdelijk bouwwerk behoort hier ook toe. - Geen regels mogen worden opgenomen die (deels) wel betrekking hebben op de fysieke leefomgeving maar die hoofdzakelijk worden gesteld met het oog op de handhaving van de openbare orde en (openbare) veiligheid. Dit zijn in beginsel regels over persoonlijk gedrag die niet onder de reikwijdte van de Omgevingswet vallen. Regels over toezicht op evenementen en het handhaven van de openbare orde en veiligheid daarbij kunnen niet in het omgevingsplan worden opgenomen. Regels over evenementen die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals regels over op welke locaties evenementen mogen plaatsvinden en wat de maximale geluidbelasting daarvan op geluidgevoelige gebouwen mag zijn, horen wel in het omgevingsplan thuis. - Geen financiële regels mogen worden gesteld. - Geen regels mogen worden gesteld waar bij overtreding daarvan een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Op basis hiervan zijn in Artikel 19 een aantal regelingen uit de APV opgenomen.
Dit betreft regelingen voor: Incidentele festiviteiten Onversterkte muziek Overige geluid- en lichthinder Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Parkeren van reclamevoertuigen Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen Het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen of anderszins stoken van vuur Vellen en rooien van houtopstanden Openbaar water, ligplaatsen en vaarwegen Voorwerpen in, op of boven openbaar water en vaarwegen Ontwikkelingsgebied Het project is aangemeld als prioritair project in samenhang met een ontwikkelingsgebied in het kader van de Crisis- en hertelwet (CHW artikel 2.2). Bij wijze van experiment kan een gebied, zijnde bestaand stedelijk gebied, bestaand bedrijventerrein of gebied ter uitbreiding van de haven van Rotterdam, worden aangewezen als ontwikkelingsgebied, indien dat met het oog op het versterken van de duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied bijzonder aangewezen is, Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over
15
bestemmingsplan Broekgraaf
de maximale afwijking van milieukwaliteitsnormen. De wijk Broekgraaf kan aangemerkt worden als bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 2.2. CHW, waardoor ook Broekgraaf kan worden aangewezen als ontwikkelingsgebied. Door het bestemmingsplan onder artikel 2.2 van de Crisis en herstelwet vast te stellen, kan de stikstofruimte in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Daarnaast wordt de ontwikkeling aangemeld als prioritair project. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn binnen een aangewezen ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2, is gericht op de optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op het versterken van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het tot stand brengen van een goede milieukwaliteit. In paragraaf 4.3.1 wordt hier nader op ingegaan.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Visie Ruimte en Mobiliteit en Verordening Ruimte
Visie Ruimte en Mobiliteit Op 9 juli 2014 is de Visie Ruimte en Mobiliteit (hierna: VRM) door de provincie Zuid-Holland vastgesteld, laatstelijk gewijzigd op 20 december 2017. Deze visie geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Hoofddoel van de VRM is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde brengen en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. Eind 2017 is het ontwerp van de Wijziging 2018 Visie Ruimte en Mobiliteit door de provincie gepubliceerd. In de Visie Ruimte en Mobiliteit worden 4 thema's onderscheiden. Deze thema's geven richting aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie: a. b. c. d.
beter benutten en opwaarderen van wat er is; vergroten van de agglomeratiekracht; verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; bevorderen van een water- en energie-efficiënte samenleving.
Kwaliteitskaart In de visie is een kwaliteitskaart opgenomen die de kwaliteitsambities van de provincie toont. De kwaliteitskaart staat met de bijbehorende uitwerking en richtpunten aan de basis van de 'gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit', die een handreiking vormen voor het gebiedsspecifiek omgaan met ruimtelijke kwaliteit. In de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' van de Verordening ruimte 2014 wordt aangegeven dat indien een stedelijke ontwikkeling niet binnen het Bestaand stads-en dorpsgebied (hierna: BSD) plaatsvindt, de voorgenomen ontwikkeling moet passen binnen de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart. Broekgraaf staat in deze Kwaliteitskaart aangegeven als stedelijk gebied. Verordening Ruimte In samenhang met de structuurvisie, is ook de Verordening Ruimte (2014) opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Eind 2017 is het ontwerp van de Wijziging 2018 Visie Ruimte en Mobiliteit, het Programma Ruimte en de Verordening Ruimte 2014 door de provincie gepubliceerd. De wijziging gaat onder andere in op de ladder voor duurzame verstedelijking. De volgende bepalingen zijn relevant voor het bestemmingsplan: Ladder voor duurzame verstedelijking In de Verordening is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen.
Uit de Nota van Toelichting bij het Besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat provincies rekening moeten houden met de vereenvoudiging van de ladder zoals deze nu in het Besluit Ruimtelijke Ordening is vastgelegd. De provincie sluit hierbij aan, in de
16
bestemmingsplan Broekgraaf
ontwerp wijziging 2018 (d.d. 7 november 2017). Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke ontwikkelingen dienen te passen binnen de aard en/of schaal van het gebied en te voldoen aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. In de bebouwde ruimte dient rekening te worden gehouden met gebieden met bijzondere en/of topkwaliteit die extra bescherming nodig hebben. Het gaat om cultuurhistorische kroonjuwelen, molenbiotopen en ander cultureel erfgoed. Ook contrasten aan stads- en dorpsranden kunnen bijzondere ruimtelijke kwaliteiten bevatten. Het plangebied bevat geen van deze bijzondere ruimtelijke kwaliteiten. Ook moet worden voldaan aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. De Kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Voor het plangebied is vooral de stedelijke occupatie relevant. Een richtpunt in steden is dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van de stad of kern.
Wanneer herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan moet dit bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. De ontwikkeling draagt bij aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De geplande woningbouw is passend qua aard en schaal in haar omgeving. In de 'Nota Kaders en uitgangspunten planontwikkeling Broekgraaf 2016' worden de stedenbouwkundige aspecten nader beschreven. Er wordt voldaan aan het provinciaal beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. CONCLUSIE Het onderhavige bestemmingsplan geeft invulling aan de ambitie 'versterken ruimtelijke kwaliteit'. Aangezien het plangebied is gelegen binnen het BSD hoeft er niet nader getoetst te worden aan de kwaliteitskaart. De structuurvisie en de verordening vormen anderszins ook geen belemmering voor de ontwikkeling. Het bestemmingsplan biedt ten opzichte van het bestemmingsplan van 2010 slechts beperkte uitbreidingsmogelijkheden en betreft vooral een concretisering van de plannen. De grootste wijziging in woningaantallen wordt via een afwijkingsmogelijkheid mogelijk gemaakt. Deze flexibiliteitsbepaling is opgenomen om in te kunnen spelen op een veranderende woningmarkt. Vandaar dat een flexibiliteitsbepaling is opgenomen voor het verhogen van het woningaantal met 152 woningen. De verhoging van dit aantal is een gevolg van intensivering van de woonfunctie.
Het betekent geen extra uitbreiding. De intensivering van de woonfunctie wordt veroorzaakt door maatschappelijke trends, kleiner wonen, éénpersoonshuishoudens, elektrisch rijden/energietransitie. Dit leidt tot andere woon-vormen en andere verkeersstromen. Toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking voor deze bevoegdheid, vindt plaats wanneer gebruik gemaakt wordt van de afwijkingsmogelijkheid, voor overige motivering van de duurzaamheidsladder wordt verwezen naar paragraaf 2.4.2. Daarbij sluit woongebied Broekgraaf aan bij het 'versterken van stedelijk gebied' door haar locatie binnen Leerdam.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Regionale structuurvisie Visie 2030
In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, heeft de regio recent een nieuwe visie, de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en worden de beleidskeuzes bepaald met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de verschillende domeinen wordt de Visie 2030 nu uitgewerkt in projecten. Zo is inmiddels een regionale woonvisie opgesteld, zie onder.
17
bestemmingsplan Broekgraaf
CONCLUSIE De Regionale structuurvisie staat de voorgenomen uitwerking van het woongebied niet in de weg. 2.3.2
Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden
De regionale woonvisie is een uitwerking van de Visie 2030 en beoogt de regionale afstemming van woningbouwplannen te bevorderen en de beleidslijnen ten aanzien van woningbouw in de regio duidelijk te krijgen. De regionale woonvisie kan ook voor de verantwoording van nut en noodzaak van een bestemmingsplan waarin woningbouw is opgenomen, worden gebruikt. Doel van de visie is om in te kunnen spelen op de veranderende dynamiek van de woningmarkt en de woonkwaliteit te verbeteren. De woonvisie gaat uit van investeren in nieuwbouw regio-breed, maar aangepast op de lokale vraag. Er wordt onderscheid gemaakt in: • Stedelijk gebied; • Voorzieningendorpen; • Woondorpen. De huidige afspraak is een netto toevoeging van 3.500 woningen netto in totaal voor de Regio, met als uitloop 4.500 woningen, indien aangetoond wordt dat de markt daarom vraagt. Daarmee biedt de provincie op regioniveau ruim voldoende ruimte voor vraag gestuurde groei. De gemiddelde jaarlijkse netto woningbehoefte in de regio is geschat op 350 woningen of huishoudens, wat overeenkomt met 0,7% groei per jaar. Het bestemmingsplan past binnen, en geeft invulling aan de Regionale woonvisie. Regionale afstemming Broekgraaf Er is een regionaal portefeuillehoudersoverleg gevoerd aangaande de ontwikkeling van woningen te Broekgraaf.
Hierin is gesignaleerd dat het aantal woningen dat tot 2030 gerealiseerd zal worden (1100) er 100 meer zijn dan beoogd in 2010. Dit wordt veroorzaakt door verdichting en een veranderde stedenbouwkundige opzet. Er is sprake van een herziening van zowel kwalitatief en kwantitatief aanbod van woningen. Diversen fasen van Broekgraaf zijn in de afgelopen periode goedgekeurd, welke voorzien in de bouw van 227 woningen. Er is ingegestemd met de bouw van twee maal 227 woningen in de komende twee jaar en daarmee de reeds geaccordeerde afstemmingen voor broekgraaf voor de komende twee jaar te vervangen. Reden voor het akkoord voor 2 jaar is dat de regio vraaggericht wil werken. Dit is conform de regionale woonvisie. CONCLUSIE De Regionale woonvisie staat de voorgenomen uitwerking van het woongebied niet in de weg.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Structuurvisie 2020 Leerdam
Op 11 oktober 2012 heeft de gemeenteraad van Leerdam de Structuurvisie Leerdam 2020 ’Hart voor Kwaliteit aan de Linge’ vastgesteld. Middels de structuurvisie streeft de gemeente Leerdam ernaar dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in algemene zin bijdragen aan het behoud dan wel versterken van het ruimtelijk raamwerk van de stad. De hoofddoelstellingen uit de structuurvisie zijn: a.
Versterken en zichtbaar maken van ruimtelijk raamwerk: lijnen (dijken,
wegen en waterlopen), vlakken (kernen, wijken en gebiedsdelen) en elementen (bijzonderheden en beeldbepalende gebouwen); b.
Versterken relaties stad en buitengebied door nieuwe invulling en
18
bestemmingsplan Broekgraaf
vormgeving van stadsranden en overgangszones; c.
Ruimtelijke ontwikkelingen enten op de kwaliteiten en potenties van het
ruimtelijk raamwerk; d. e.
Kwaliteiten van water en ecologie benutten als sturend planelement; Streven naar zuinig en duurzaam ruimtegebruik.
In de structuurvisie is de locatie Broekgraaf aangeduid als nieuw te ontwikkelen woongebied. Er is in de Structuurvisie door de gemeenteraad ook een formeel beleidskader vastgesteld om woningbouwinitiatieven te kunnen toetsen en beoordelen op het aspect concurrentie. Dit afwegingskader geldt voor woningbouwinitiatieven van 3 of meer woningen Dit vormt een onderdeel van risicobeheersing en het tegengaan concurrentie voor de projecten die reeds opgenomen zijn in het gemeentelijke woningbouwprogramma en de Regionale Woonvisie. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan Broekgraaf en herstructurering. Met de ontwikkeling van het plangebied is rekening gehouden. CONCLUSIE Het bestemmingsplan past binnen de doelstellingen uit de Structuurvisie en biedt ten opzichte van het bestemmingsplan van 2010 slechts beperkte uitbreidingsmogelijkheden en betreft vooral een concretisering van de plannen. Ter plaatse van de zuidzijde van de sportvelden worden woningen mogelijk gemaakt, daarnaast worden extra woningen binnen het plangebied mogelijk gemaakt via een afwijkingsmogelijkheid. Deze flexibiliteitsbepaling is opgenomen om in te kunnen spelen op een veranderende woningmarkt. Het betekent geen extra uitbreiding. De intensivering van de woonfunctie wordt veroorzaakt door maatschappelijke trends, kleiner wonen, éénpersoonshuishoudens, elektrisch rijden/energietransitie.
Dit leidt tot andere woonvormen en andere verkeersstromen. Doelstelling van Broekgraaf is behalve uitbreiding van de woningvoorraad ook het versterken van de relatie tussen stad en buitengebied door de aanleg van nieuwe natuur aan de rand van het plangebied. ook wat dat betreft past het binnen de hoofddoelstellingen uit de structuurvisie. 2.4.2
Gemeentelijk woonbeleid en ladder voor duurzame verstedelijking
Woonagenda Leerdam 2016-2020 De keuze voor een 'Woon agenda' in plaats van een nieuwe 'Woonvisie' is meer dan alleen woorden. De Woonagenda is een agenda voor de komende jaren, waarin de concrete opgaven en uitgangspunten voor de gemeente Leerdam op het gebied van wonen zijn gebundeld en is in mindere mate een stuk met een nieuwe visie, in de zin van vergezichten. De ruimte voor nieuwbouwontwikkelingen concentreert zich vooral in Leerdam-West en Broekgraaf. De locatie Broekgraaf biedt diverse mogelijkheden voor de realisatie van verschillende type woningen en woonvormen. Er is een groeiende maar kleine vraag naar Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en zelfbouw. Nieuwe initiatieven voor woningbouw worden afgewogen aan de hand van de Regionale Woonvisie en het 'Afwegingskader Woningbouw' uit de Leerdamse structuurvisie. In de gemeente Leerdam is gemiddeld genomen jaarlijks ruimte voor de toevoeging van netto (dus vervangende nieuwbouw zit hierin nog niet opgenomen) 70 woningen per jaar t/m 2019. Daarvan zal het merendeel gerealiseerd worden op de nieuwbouwlocatie Broekgraaf. Het streven van de gemeente is om woningen gefaseerd te realiseren, maar mede als gevolg van de crisis was in enkele projecten vertraging ontstaan. Ondanks dat blijkt dat de vraag naar woningen er gelukkig nog steeds is.
Het is niet de bedoeling dat alleen maar eengezinswoningen worden gerealiseerd (ook in het kader van diversiteit in woningaanbod). Actualisatie regionale woonvisie 2017-2020, regio Alblasserwaard - Vijfheerenlanden Ten aanzien van starters wordt gesteld dat daarvoor mogelijkheden geboden moeten worden. Het binden van doorgroeiers en het aantrekken van nieuwkomers (uit de Zuidvleugel van de randstad en Utrecht) biedt kansen. Daarnaast zouden senioren bediend moeten worden. De provincie heeft zicht op het naleven van de bestuurlijke afspraak van 3.500-4.500 woningen tot 2020
19
bestemmingsplan Broekgraaf
(inmiddels aangepast naar 4.233 tot 4.785 woningen. De gemeenten kunnen samen richting geven aan een vraaggericht programma voor woningbouw en voorraadvernieuwing. Gemeenten toetsen hun plannen aan de regionale woonvisie. In de regionale Woonvisie is een woningbehoefte raming opgenomen:
Actuele prognoses wijzen weliswaar op korte termijn tot 2020 op een grotere behoefte, maar gemeten over de periode 2017-2025 is de voorspelde behoefte opnieuw 0,7 procent groei per jaar op regioniveau. Marktonderzoek Broekgraaf Inmiddels is het Marktonderzoek Broekgraaf Fase 3, 5 & 6 incl. resterend deel fase 2 uitgevoerd, zie Bijlage 3. Hieruit blijkt dat het plan lijkt te voorzien (samen met het deel dat reeds bouwtitel heeft) in de behoefte zoals door de provincie berekend voor de regio Albrandswaard-Vijfheerenlanden voor de periode 2018-2025. Wel hebben andere gemeenten ook veel plannen in de pijplijn. Op korte termijn ontstaat echter geen overschot aan harde plannen. Ook is van belang te beseffen dat de provinciale prognose uitgaat van migratiesaldo nul. Dit is een (beleids)aanname die voorbij gaat aan de werkelijke verhuisbewegingen. Leerdam heeft bijvoorbeeld al 3 jaar een positief migratiesaldo en mensen trekt van buiten de regio. De ligging van de regio na-bij de Randstad met haar oplopende woningtekorten heeft invloed op de vraag van buiten de regio. Te concluderen valt dat het plan slechts in zeer beperkte mate de overige gemeenten uit Alblasser-waard-Vijfheerenlanden als rekruteringsgebied heeft. Het merendeel van de huishoudens (92%)2 komt uit Leerdam zelf of van buiten de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden.
Als het gaat om de fasering lijken er volgens de huidige recente marktinzichten voor de nabije toekomst geen problemen te ontstaan rondom om de afzetbaarheid van woningen. Er is in het plan Broekgraaf sprake van een mix van woningtypen, prijsklassen in zowel huur als koop. De voorgestelde mix van woningtypen naar prijsklassen lijkt goed aan te sluiten op de huidige marktvraag en het lokale woningbehoefteonderzoek van Leerdam uit 2015. Er zijn momenteel in alle segmenten tekorten. CONCLUSIE Het bestemmingsplan past binnen de doelstellingen uit de Woonagenda Leerdam 2016-2020 en de Actualisatie regionale woonvisie 2017-2020 en biedt ten opzichte van het bestemmingsplan van 2010 slechts beperkt uitbreidingsmogelijkheden en betreft vooral een concretisering van de plannen. Onderhavig bestemmingsplan maakt circa 1100 woningen mogelijk. Op basis van een afwijkingsmogelijkheid worden nog eens 152 woningen mogelijk gemaakt. Deze flexibiliteitsbepaling is opgenomen om in te kunnen spelen op een veranderende woningmarkt. De verhoging van dit aantal is een gevolg van intensivering van de woonfunctie. Het betekent geen extra uitbreiding. De intensivering van de woonfunctie wordt veroorzaakt door maatschappelijke trends, kleiner wonen, éénpersoonshuishoudens, elektrisch
20
bestemmingsplan Broekgraaf
rijden/energietransitie. Dit leidt tot andere woonvormen en andere verkeersstromen. 2.4.3
Nota Kaders en uitgangspunten planontwikkeling Broekgraaf 2016
Op 9 juni 2016 heeft de raad de nota Kaders en uitgangspunten planontwikkeling Broekgraaf 2016 vastgesteld. De nota bevat de beleidsmatige en kwalitatieve eisen waarbinnen de verschillende deelgebieden binnen Broekgraaf uitgewerkt moeten worden. Deze kaders hebben betrekking op heel Broekgraaf en zijn bedoeld om de stedenbouwkundige en programmatische samenhang tussen de verschillende deelgebieden en de herkenbaarheid van Broekgraaf als geheel te waarborgen. CONCLUSIE Het bestemmingsplan houdt rekening met en is gebaseerd op de Nota Kaders en uitgangspunten planontwikkeling Broekgraaf 2016. 2.4.4
Nota Groenstructuurplan
In dit document wordt een inrichtingsvisie gevormd op het Leerdamse groen in Leerdam en de bijbehorende kernen Kedichem, Schoonrewoerd en Oosterwijk. Dit plan geeft een kader waarbinnen in de toekomst inrichtingsplannen op straatniveau worden gemaakt. Doel van het Groenstructuurplan is behoud en vergroting van de kwaliteit van het groen. In Broekgraaf is de ecologische zone en de watergang door het woongebied van belang. Deze zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. De Nota Kaders en uitgangspunten planontwikkeling Broekgraaf 2016 en het Groenstructuurplan zijn op elkaar afgestemd. CONCLUSIE Het bestemmingsplan houdt rekening met en is gebaseerd op de Nota Kaders en uitgangspunten planontwikkeling Broekgraaf 2016 welke is afgestemd op het Groenstructuurplan. 2.4.5
Milieubeleid
De volgende beleidsplannen zijn onder andere op milieugebied vastgesteld; 1. Beleid Hogere Waarden Op het gebied van geluid heeft de gemeente hogere waarden beleid opgesteld. Wanneer geluidsgevoelige objecten (waaronder woningen) op een locatie liggen waar de geluidbelasting boven de voorkeurswaarde uitkomt, dan geldt het gemeentelijke beleid om hogere waarden aan te vragen. Voor 30 km/ wegen worden bijzondere voorzieningen gevraagd als het geluidsniveau niet aan de voorkeursgrenswaarden kan voldoen, zoals geluidluwe buitenruimte en geluidluwe gevel. 2. Beleidsvisie Externe Veiligheid In dit beleid wordt omschreven hoe de gemeente om gaat met de gevaren van opslag van gevaarlijke stoffen. Tevens wordt hier een protocol gegeven hoe intern omgegaan moet worden met ruimtelijke plannen in de buurt van een opslag. 3. Duurzaamheidsbeleid Het beleidsplan op het gebied van duurzaamheidsbeleid richt zich vooral bestaande bouw, eigen organisatie, duurzame energieopwekking, verkeer en vervoer en ondernemers. Voor al deze gebieden zijn diverse activiteiten in het programma opgenomen, die zowel door burgers, verenigingen als de gemeente worden uitgevoerd. 4. Bodembeleid De omgevingsdienst heeft een regionaal beleid opgesteld. Iedere gemeente heeft vervolgens het beleid en de bodemkwaliteitskaarten lokaal vast gesteld.
Door het vastgestelde beleid is het onder andere mogelijk om grondverzet in de regio te laten plaatsvinden op basis van de kwaliteitskaarten. Het regionale beleid gaat uit van het stand-still beginsel: wedergebruik van grond is toegestaan als de kwaliteit van de ontvangende bodem daardoor niet verslechtert. Er mag dus alleen grond gebruikt worden van gelijke of betere chemische kwaliteit dan de ontvangende bodem. 5. Geurbeleid
21
bestemmingsplan Broekgraaf
In de subregio is een geurvisie opgesteld voor extensieve veehouderij. De gemeente Leerdam heeft, voor een klein gebied, nog een deel voor intensieve veehouderij aan toegevoegd. Naast de visie is ook de verordening vastgesteld. De normen uit deze verordening worden voor zover relevant overgenomen in het bestemmingsplan Broekgraaf. 6. Waterplan Het stedelijk waterplan is een integraal plan om knelpunten in het watersysteem aan te pakken, maar ook om robuuste en attractieve watergangen te realiseren. 7. Afvalbeleidsplan Onze natuurlijke hulpbronnen slinken. Het winnen van natuurlijke hulpbronnen legt een beslag op de ruimte en heeft effect op flora en fauna. Dit vraagt om een slimme inzet van deze bronnen en om afval optimaal te benutten. Het scheiden van afvalstromen speelt hierbij een belangrijke rol. Daarom heeft de raad in 2014 een afvalbeleidsplan vastgesteld. Dit beleid houdt in: scheiden bij de bron. Huishoudens krijgen minicontainers voor papier, plastic en dergelijke en er worden ondergrondse containers geplaatst voor restafval. Broekgraaf aardgasvrij Volgens wetgeving dient er aardgasvrij gebouwd te worden. De gemeente zal de woningen in fase 2, 3 en 5 aardgasvrij laten bouwen. Er is een plicht om een alternatieve energie-infrastructuur aan te bieden die in de warmtevoorziening voor dat gebied kan voldoen.
Een all electric oplossing lijkt voor Broekgraaf de meest logische keuze. Er moet daarvoor dan wel voldoende capaciteit zijn in het elektriciteitsnet (bron: Broekgraaf aardgasvrij, Overmorgen, januari 2018). Duurzaamheid in Broekgraaf Er wordt gestreefd naar 'energieneutraal' gebruik. Dit kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de mate van autobezit in de wijk, wat weer van invloed is op de parkeerbalans in fase 2 en 3. Verder worden projectontwikkelaars uitgedaagd om duurzame projecten te realiseren door in de uitvraag hier nadrukkelijk op in te spelen. CONCLUSIE Het bestemmingsplan houdt rekening met het Milieubeleidsplan. Voor geur en geluid zijn in het vigerende bestemmingsplan reeds kaders vastgesteld. Na vaststelling daarvan is de geurverordening aangepast, waardoor in een bepaald gebied een norm van 3,5 Odeur geldt in plaats van de geldende 2 Odeur. Ten opzichte van het geldende bestemmingpslan is in de regels van dit bestemmingpslan een regeling voor hogere waarden ten gevolge van reconstructie van de Parallelweg opgenomen in de planregels. Voor het overige, namelijk spoorweglawaai, wegverkeerslawaai en industrilawaai zijn de verleende hogere waardenbesluiten bij het geldende bestemmingpslan nog van toepassing. Deze waarden zijn opgenomen in de regels en de verbeelding. In de regels dient flexibiliteit voor 'gasloos' bouwen en de parkeerbalans te worden opgenomen.
22
bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
Huidige situatie Broekgraaf ligt tussen de Merwede-Lingelijn Geldermalsen - Gorinchem, de Koenderseweg en de Tiendweg en heeft een omvang van circa 60 hectare. Langs de Koenderse weg en de Tiendweg liggen bestaande woningen. Daarnaast zijn er drie sportverenigingen met bijbehorende sportvelden in het gebied gelegen. Tenslotte ligt in het gebied oostelijk van de Koenderseweg een groenzone, die behoort tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Een deel van het plangebied is reeds ontwikkeld. Deze woningen zijn gerealiseerd op basis van uitwerkingsplannen of (uitgebreide) omgevingsvergunningen. Het betreft een woongebied, bij enkele woningen is een bedrijf aan huis aanwezig. Ook zijn er wegen, groenvoorzieningen, natuur en watergangen aangelegd. Daarnaast zijn in het plangebied diverse andere functies aanwezig. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een Eneco-trafogebouw, welke voorzien is van een geluidcontour. Naast het trafo-station is een dierenasiel gevestigd. De verplaatsing van het dierenasiel wordt op dit moment onderzocht, omdat een dierenasiel zich niet verhoudt met de bouw van een woonwijk. De verplaatsing moet zijn gerealiseerd als fase 3 in aanbouw wordt genomen. Aan de oostzijde van het plangebied ligt Benang Radja, een Moluks buurthuis/wijkgebouw. Ten noorden van het plangebied ligt een agrarisch bedrijf. De geurcontour van dit bedrijf ligt binnen het plangebied.
Door het plangebied loopt een deel van het spoor en de Westelijke Parallelweg, evenals een waterleiding en een ondergrondse middenspanningsleiding. Toekomstige situatie Broekgraaf wordt niet in één keer ontwikkeld en gebouwd. De eerste fase is grotendeels afgerond, de overige woongebieden worden in ca.15 jaar tijd (tot 2030) fasegewijs ontwikkeld en gerealiseerd. De nota Kaders en uitgangspunten planontwikkeling Broekgraaf (vastgesteld op 15 december 2011 en herzien op 18 juli 2016, zie Bijlage 1) bevat de beleidsmatige en kwalitatieve eisen waarbinnen de verschillende deelgebieden uitgewerkt moeten worden. Deze kaders hebben betrekking op heel Broekgraaf en zijn bedoeld om de stedenbouwkundige en programmatische samenhang tussen de verschillende deelgebieden en de herkenbaarheid van Broekgraaf als geheel te waarborgen. Deze nota functioneert als een Stedenbouwkundig Programma van Eisen en geldt bovendien als beeldkwaliteitplan. De beeldkwaliteit wordt per woonmilieu beschreven zodat deze zich voldoende van elkaar onderscheiden en als woonmilieu herkenbaar zijn. In ruimtelijk en programmatisch opzicht sluit de wijk aan op het bestaande woongebied. Zo is er in de nieuwe wijk geen eigen voorzieningencentrum gepland en wordt met de water- en groenstructuren aangesloten op de structuur van bestaand West.
Tegelijkertijd is Broekgraaf herkenbaar als nieuwe toevoeging aan Leerdam: met verschillende woonmilieus biedt het nieuwe woongebied een aanvulling op de woonsfeer van West, en biedt het ook een natuurlijke aanvulling op het bestaande woningaanbod in de hele stad.
23
bestemmingsplan Broekgraaf
Afbeelding van planconcept (l) en hoofdstructuur (r) Broekgraaf
Het plangebied omvat ca 60 hectare. Het netto woongebied heeft een oppervlakte van ongeveer 37 hectare. Bij de realisatie van ca.1100 woningen betekent dit een gemiddelde woningdichtheid van circa 29 woningen per hectare. In vergelijking met bestaande woonbuurten in Leerdam komt dit overeen met een groen en ruim opgezet woongebied. De kwaliteit van het plan zit in de waterpartijen, de singels en groenelementen. Het plan biedt nadrukkelijk de ruimte binnen de woongebieden met het ruimtegebruik te variëren, waardoor duidelijk van elkaar te onderscheiden woonmilieus ontstaan. Ook de woningdichtheid en de gemiddelde kaveloppervlakten kunnen binnen een bandbreedte variëren. Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 1 Kadernota. Ter uitwerking van de Kadernota is het beeldkwaliteitsplan Leerdam, Broekgraaf opgesteld. Dit is van belang voor het bestemmingsplan: nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitsplan 'Leerdam, Broekgraaf' of diens rechtsopvolger. Aan de noordoostzijde van het plangebied liggen de bestaande sportvelden. Hier worden nieuwe velden aangelegd en er komt een nieuwe accommodatie. Daarnaast wordt de locatie van de school herontwikkeld (zie Bijlage 4 Kader voorzieningencluster). Hier ontstaat een ruim opgezette landschappelijke en parkachtige zone.
De Broekgraafzone omvat verschillende functies: een onderwijsgebouw met daarbovenop appartementen, een complex van appartementen met eventueel maatschappelijke functies of dienstverlening in de plint en grondgebonden woningen. In totaal komen er ca. 90 woningen. Er worden ruim 220 parkeerplaatsen in openbaar gebied gerealiseerd.
24
bestemmingsplan Broekgraaf
Voorzieningencluster, bron: Leerdam, Broekgraaf voorzieningencluster, 2018
Speelvoorzieningen en kabels en leidingen in Broekgraaf Speciefiek voor speelvoorzieningen geldt dat 3% van het totale oppervlak van het gebied dient ingericht te worden voor speelvoorzieningen. Er moet rekening gehouden worden met de benodigde ruimte voor kabels en leidingen in bermen en open verhardingen. Conclusie - 3% van het totale oppervlakte van het gebied dient formeel of informeel ingericht te worden voor speelvoorzieningen; - er moet rekening gehouden worden met de benodigde ruimte voor kabels en leidingen in bermen en open verhardingen; - vast dient te staan dat wordt voldaan aan het beeldkwaliteitsplan 'Leerdam, Broekgraaf' of diens rechtsopvolger.
3.1
Woningbouw
Wonen In Broekgraaf ligt een woningbouwopgave van 1010 woningen, 1100 woningen inclusief het voorzieningencluster (het huidige sportcomplex). Op dit ogenblik zijn 140 woningen gerealiseerd. Daarnaast zijn 357 woningen in verkoop, in aanbouw of vergaand voorbereid. Zie hiervoor onderstaand schema.
25
bestemmingsplan Broekgraaf
De woningen die reeds gerealiseerd zijn, of kunnen worden gerealiseerd op basis van een uitwerkingsplan of uitgebreide omgevingsvergunning, zijn in dit bestemmingsplan bestemd met de bestemming 'Wonen'. De woningen die nog niet gerealiseerd of vergund zijn, vallen onder de bestemming 'Woongebied'. Dit is een bredere bestemming, waarbinnen bijvoorbeeld ook de openbare ruimte en wegen opgenomen zijn. Het aandeel van de woningen in de sociale sector (koop en huur) zal 24% bedragen van het totaal aantal woningen binnen de bestemming 'Woongebied'. Het aandeel van de woningen, dat via particulier opdrachtgeverschap kan worden gerealiseerd zal 5% van het totaal aantal woningen in de bestemming 'Woongebied' bedragen. Conclusie - het aandeel van de woningen in de sociale sector (koop en huur) niet minder te bedragen dan 24% van het totaal aantal woningen in alle bestemmingvlakken met de bestemming 'Woongebied'; - het aandeel van de woningen, dat via particulier opdrachtgeverschap kan worden gerealiseerd niet meer te bedragen dan 5% van het totaal aantal woningen in alle bestemmingvlakken met de bestemming 'Woongebied'.
26
bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Archeologie en cultuurhistorie
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. In 2009 hebben diverse gemeenten (waaronder Leerdam) in de regio Alblasserwaard Vijfheerenlanden (Regio AV) gezamenlijk een beleidsnota archeologie met bijbehorende kaarten opgesteld.
Ook Leerdam heeft nu een archeologische verwachtingskaart.
27
bestemmingsplan Broekgraaf
Bron: Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Leerdam, 8-11-2009 In het plangebied komen lage tot hoge verwachtingswaarden voor op de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Ten behoeve van het bestemmingsplan Broekgraaf is in 2008 archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Hierin werd geadviseerd om voor het zuidelijke deel an het plangebied een nader inventariserend veldonderzoek (IVO) uit te voeren. In het noordwestelijke deel van het plangebied zijn mogelijk afzettingen van een stroomgordel in de ondergrond aanwezig. Op basis hiervan, wordt geadviseerd tevens het meest noordwestelijke deel van het plangebied nader te onderzoeken.
28
bestemmingsplan Broekgraaf
Het uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek in 2008 in combinatie met de constateringen uit de gemeentelijke beleidsnota Archeologie geven aan dat een verkennend of karterend booronderzoek noodzakelijk is voor een gedeelte in het noordwesten van het plangebied en voor een gedeelte in het zuidelijke deel van het plangebied. Inmiddels zijn de aanvullende onderzoeken uitgevoerd. De conclusie is dat er geen nader onderzoek nodig is, het plangebied is vrijgegeven. Archeologische dubbelbestemmingen zijn daardoor niet nodig. De onderzoeksrapporten zijn na te lezen in Bijlage 6, Bijlage 7 en Bijlage 12. Cultuurhistorie De gemeente Leerdam beschikt vooralsnog niet over eigen beleid op het gebied van cultuurhistorie. De provincie Zuid-Holland heeft een Cultuur historische atlas voor de provincie opgesteld. Op deze kaart zijn door de provincie ZH enkele cultuurhistorische elementen aangeduid in het plangebied van Broekgraaf: -Landschappelijke lijnkenmerken -Landschappelijke vlak kenmerken