Broekgraaf_Regels.pdf
Tekst van het document
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 19.2.2: a. b.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.
19.2.4
Voorwaarden voor afwijken van de bouwregels
Afwijken van de regels, als bedoeld in sublid 19.2.3 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b.
de parkeersituatie in de openbare ruimte; de woon- en leefsituatie.
19.2.5
Beleidsregels
Burgemeester en wethouders passen deze bestemmingsplanactiviteit en bouwregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. 19.3
Incidentele festiviteiten
19.3.1
Melding
a.
De volgende functies en activiteiten zijn uitsluitend toegestaan na een melding daarvan bij burgemeester en wethouders; 1. het houden van maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar door een inrichting waarbij de waarden bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit en lid 19.4 met 20 dB(A) worden verhoogd, waarbij geldt dat: de verhoging van de genoemde geluidsnormen niet geldt tussen 01.00 en 07.00 uur; het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit en lid 19.4 dient uiterlijk een uur voor sluitingstijd te worden beëindigd; 2. het houden van maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar door een inrichting waarbij ten behoeve van de sportuitoefening de verlichting langer wordt aangehouden dan bepaald in artikel 4.113, eerste lid, van het Activiteitenbesluit, waarbij geldt dat: de verlichting dient te zijn uitgeschakeld tussen 01.00 en 07.00 uur;
51
bestemmingsplan Broekgraaf
b.
c. d.
e.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de incidentele festiviteiten zoals opgenomen onder a. bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. Dit is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. De bedrijfsduurcorrectie wordt buiten beschouwing gelaten; De melding dient ten minste twee weken voor aanvang van de festiviteit te worden gedaan; De meldingen zoals opgenomen onder a. zijn niet vereist indien burgemeester en wethouders op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaan. De uitvoering van bouw- of gebruiksactiviteiten mogen niet eerder worden gestart dan na afloop van vier weken na het doen van een melding en eventueel onder voorwaarde van maatwerkvoorschriften, dan wel na een bericht van de gemeente dat geen maatwerkvoorschriften zullen worden gesteld.
19.3.2
Afwijking t.b.v. ruimere geluidsvoorschriften
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 19.3.1 onder a. voor het toestaan van ruimere geluidsvoorschriften voor een incidentele festiviteit, waarbij geldt dat: a. b.
het verzoek ten minste 6 weken voor de datum van de festiviteit dient te worden ingediend; het bevoegd gezag advies kan vragen aan de Milieudienst Zuid-Holland Zuid.
19.4 a.
Onversterkte muziek Voor het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer is de navolgende tabel van toepassing: Norm
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
, met dien verstande dat: 1.
b.
c. d.
de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; 2. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; 3. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; 4. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in deze tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; Voor de duur van acht uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de onder a. genoemde geluidsniveaus; Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit van toepassing. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op: 1. collectieve festiviteiten, mits wordt voldaan aan de APV;
52
bestemmingsplan Broekgraaf
2. 19.5
Overige geluid- en lichthinder
19.5.1 a.
b.
incidentele festiviteiten zoals bedoeld in lid 19.3.
Strijdig gebruik
Als gebruik in strijd met dit plan geldt het in werking hebben van toestellen of geluidsapparaten tussen 19.00 en 07.00 uur of het verrichten van handelingen op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt. Het bepaalde onder a. geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Wet milieuhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit of de Provinciale milieuverordening.
19.5.2
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan van het bepaalde in lid 19.5.1 worden afgeweken. 19.6 a.
b.
Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, toegestaan maximaal drie voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren mits dit uitsluitend gebeurt binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen. Als gebruik in strijd met het plan geldt het gebruiken van de weg als werkplaats voor voertuigen.
19.7
Parkeren van reclamevoertuigen
19.7.1
Strijdig gebruik
Als gebruik in strijd met dit plan geldt het parkeren op de weg van een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, met het kennelijk doel daarmee handelsreclame te maken. 19.7.2
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan van het bepaalde in lid 19.7.1 worden afgeweken. 19.8
Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
Als gebruik in strijd met dit plan geldt het met een vaartuig innemen of hebben van een ligplaats, dan wel het beschikbaar stellen van een ligplaats voor een vaartuig. 19.9
Het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen of anderszins stoken van vuur
19.9.1 a. b.
Strijdig gebruik
Als gebruik in strijd met dit plan geldt het in de openlucht verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op: 1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; 2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; 3. vuur voor koken, bakken en braden; 4. situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
19.9.2
Afwijkingsbevoegdheid
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 19.9.1 voor het het in de openlucht verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben, indien dit geen onevenredige nadelige gevolgen heeft voor: a. b.
de natuurlijke- en landschappelijke waarden; de volksgezondheid;
53
bestemmingsplan Broekgraaf
c.
de bescherming van het milieu.
19.10
Vellen en rooien van houtopstanden
19.10.1 Verbod op het vellen van houtopstanden zonder vergunning a. b.
c.
Het is verboden houtopstanden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waardevolle boom' zonder omgevingsvergunning te vellen of te doen vellen. Het onder a. bedoelde verbod geldt eveneens voor: 1. houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van lid 19.10.6 en lid 19.10.7; 2. houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan. Het onder a. gestelde verbod geldt niet voor: 1. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van Burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in lid 19.10.7; 2. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; 3. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; 4. Het vellen dat reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 5. Het vellen dat mag worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.
19.10.2 Aanvraag De omgevingsvergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de beschermde houtopstand te beschikken, onder overlegging van een overzicht van de overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project. 19.10.3 Criteria a. b.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.10.1 om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.10.1 kan, mits alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts bij uitzondering worden verleend indien: 1. een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of; 2. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.
19.10.4 Intrekking of wijziging De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.10.1 kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van ontheffing of vergunning zijn verstrekt; b. indien na het verlenen van ontheffing of vergunning, op grond van verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening, wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan ontheffing of vergunning is vereist; c. indien beperkingen die aan de ontheffing of vergunning zijn of worden vervuld; d. indien van de ontheffing of vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of indien deze termijn ontbreekt, binnen een redelijke termijn. 19.10.5 Beperking geldigheidsduur a.
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.10.1 vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning gebruik is gemaakt, tenzij een langere termijn noodzakelijk is vanwege de voorzienbare langere uitvoeringstermijn van een project.
54
bestemmingsplan Broekgraaf
b.
In het geval de omgevingsvergunning meer dan één beschermde boom betreft, is de omgevingsvergunning voor alle beschermde bomen slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele beschermde bomen al geveld zijn, behoudens de in het eerste lid gestelde bevoegdheid tot het voorschrijven van een langere termijn.
19.10.6 Bijzondere vergunningsvoorschriften a.
b.
c. d.
Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk herplantfonds. In het voorschrift als bedoeld onder a. wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de beschermde houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
19.10.7 Herplant/instandhoudingsplicht Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in lid 19.10.1in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: 1. 2. 3.
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag; burgemeester en wethouders overwegen hierbij tevens de noodzaak tot het vergoeden van kosten of andere vormen van bijstand in de maatregelen.
19.10.8 Bestrijding van boomziekten a.
b. c. d.
Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: 1. de boom te vellen. 2. conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom direct zodanig de behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit verbod. Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.
19.10.9 Bescherming publieke bomen a.
b.
Het is verboden om bomen eigendom van de gemeente: 1. te beschadigen, te bekladden of te beplakken; 2. daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken. Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester of wethouders om één of meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke boom aan te brengen of anderszins te bevestigen.
55
bestemmingsplan Broekgraaf
19.11
Openbaar water, ligplaatsen en vaarwegen
Als gebruik in strijd met dit plan geldt: a. b.
het toebrengen van schade aan openbaar water en vaarwegen; het toebrengen van gevaar door ondoelmatig en onveilig gebruik van openbaar water en vaarwegen.
19.12
Voorwerpen in, op of boven openbaar water en vaarwegen
19.12.1 Strijdig gebruik Als gebruik in strijd met dit plan geldt het: a. b.
op, in of boven openbaar water plaatsen, aanbrengen of hebben van een voorwerp, niet zijnde een vaartuig; op, in of boven openbaar water plaaten, aanbrengen of hebben van voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
19.12.2 Afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 19.12.1 ten behoeve van het plaatsen, aanbrengen of hebben van een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, in of boven openbaar water, met dien verstande dat een voorwerp door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
56
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 20 20.1 a.
b. c.
Algemene aanduidingsregels
geluidzone - industrie De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. Ter plaatse van de aanduidig 'geluidzone - industrie' zijn alleen nieuwe geluidsgevoelige gebouwen toegestaan als ze voldoen aan de grenswaarde van 52 db(A) voor industrielawaai. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' opgeheven wordt indien de bron van de geluidszone is opgehouden te bestaan.
20.2
geluidzone - spoor
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor' zijn alleen nieuwe geluidsgevoelige gebouwen toegestaan als ze voldoen aan de grenswaarde van 67 db voor spoorwegverkeerslawaai. 20.3
geluidzone - weg
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg' zijn alleen nieuwe geluidsgevoelige gebouwen toegestaan als ze voldoen aan de grenswaarde van 56 dB voor wegverkeerslawaai. 20.4 a.
b.
milieuzone - geluidsgevoelige functie Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geluidsgevoelige functie' kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe woning of ander geluidsgevoelig gebouw slechts worden verleend indien vaststaat dat op de gevel(s) van dit gebouw de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde) ingevolge de beschikking Hogere waarde, met inachtneming van de in deze beschikking gestelde voorwaarde(n) en aantallen, niet overschrijdt; Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'milieuzone - geluidsgevoelige functie': 1. wordt opgeheven wordt indien de bron van de milieuzone is opgehouden te bestaan; 2. wordt verkleind wanneer de bron van de milieuzone afneemt .
20.5 a. b. c.
milieuzone - geurzone Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone 1' zijn geen geurgevoelige functies toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone 2' zijn geurgevoelige functies toegestaan, mits de geurbelasting ter plaatse van de geurgevoelige functies niet meer bedraagt dan 3,5 Odeur. Het bepaalde in lid 20.5 en de daarbij behorende aanduidingen op de verbeelding moeten worden aangemerkt als een geurverordening in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij.
20.6
wetgevingzone - ontwikkelingsgebied
20.6.1
Ontwikkelingsgebied
Ten behoeve van de tot het ontwikkelingsgebied behorende gronden als bedoeld in artikel 2.3 van de Crisisen herstelwet ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - ontwikkelingsgebied' en waarbij wordt voldaan aan artikel 5.6 van de Wet natuurbescherming, is eenmalig ontwikkelingsruimte (voor onbepaalde tijd) toebedeeld van ten hoogste: 2,49 mol per ha per jaar voor het habitattype H9999:70 habitattype onbekend/onzeker KDW op basis van meest kritische aangewezen type (H7230); 1,84 mol per ha per jaar voor het habitattype H91EOB vochtige alluviale bossen (essen-lepenbossen); 1,40 mol per ha per jaar voor het habitattype H91EOC vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende
57
bestemmingsplan Broekgraaf
bossen); 0,18 mol per ha per jaar voor het habitattype H7230 Kalkmoerassen. 20.6.2
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 20.6.1 ten behoeve van het verhogen van de toegestane ontwikkelingsruimte, mits de provincie Zuid-Holland reeds een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming voor deze ontwikkelingsruimte heeft afgegeven.
58
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 21 21.1 a.
b.
21.2 a.
b.
21.3 a.
b.
21.4
Algemene afwijkingsregels
Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen - tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken van het bestemmingsplan - door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het plan voor: 1. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; 2. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Aantal woningen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van meer woningen tot ten hoogste 1250 in totaal in de bestemmingvlakken van de bestemmingen 'Woongebied', Wonen en Gemengd. De omgevingsvergunning wordt niet verleend indien: 1. daardoor onevenredige aantasting plaatsvindt van het bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheid; 2. de bouw van extra woningen niet milieuhygiënisch inpasbaar is; 3. er sprake is van woningsplitsing.
Grotere oppervlakte bijbehorende bouwwerken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het vergroten van het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw tot ten hoogste 60 m2 , met dien verstande dat een bebouwingspercentage van het bouwperceel van ten hoogste 60 in acht genomen wordt. De omgevingsvergunning wordt niet verleend indien onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de gebruiksmogelijkheden en het rustige woongenot van aangrenzende gronden; 2. het bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid. Het plaatsen van reclamenborden of opslaan van roerende goederen
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van: het plaatsen van reclameborden op of aan een openbare plaats of weg; en/of het opslaan van roerende zaken in een door de gemeente aangewezen gedeelte en het als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente; met dien verstande dat: a.
b.
het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan de weg, geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel geen belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand.
59
bestemmingsplan Broekgraaf
60
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 22 22.1
Algemene wijzigingsregels
Overschrijding bestemmingsgrenzen
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. 22.2
Wetgevingzone - wijzigingsgebied
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd ter plaatse van 'wetgevingzone - wijzigingsgebied' de bestemming van gronden als bedoeld in de artikelen 9 (Verkeer) en 10 (Verkeer - Railverkeer) te wijzigen ten behoeve van de uitoefening van agrarische activiteiten, met inachtneming van de navolgende regels: uitsluitend grondgebonden agrarisch grondgebruik is toegestaan, waarbij boom-, (bloem)bol- en sierteelt niet is toegestaan. Extensief dagrecreatief medegebruik is eveneens toegestaan. gebouwen zijn niet toegestaan, uitsluitend zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan die ten dienste staan van het agrarisch grondgebruik. de wijziging, gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden; het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast. 22.3
Wijzigen algemene gebruiksregels
Het college van burgemeester en wethouders kan: a. b. c.
de leden 19.3 t/m 19.9, 19.11 en 19.12 wijzigen naar aanleiding van aanpassing van de APV gemeente Leerdam 2015; lid 19.10 wijzigen naar aanleiding van aanpassing van de Bomenverordening Leerdam 2010; lid 20.5 wijzigen naar aanleiding van aanpassing van de Geurverordening 2015 van de gemeente Leerdam.
61
bestemmingsplan Broekgraaf
62
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 23 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 23.1
Omgevingsvergunningsplicht voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
23.1.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op en in de hierna genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. b. c. d. e. f.
een weg aan te leggen; de verharding van een weg op te breken in een weg te graven of te spitten de aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg; een uitweg te maken naar de weg; verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
23.1.2
Beoordelingscriteria
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 23.1.1 alleen indien dit niet leidt tot aantasting van: a. b.
de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg.
23.1.3
Uitzonderingen vergunningplicht
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 23.1.1 is vereist voor: a. b. c. d. e.
werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; werken of werkzaamheden ten behoeve van tijdelijke bouwwegen zoals bedoeld in lid 19.1; werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak; voor zover in het in 23.1.1 geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal Wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Zuid-Holland Zuid.
23.2
Omgevingsvergunningsplicht voor het maken en veranderen van een uitweg
23.2.1
Omgevingsvergunningsplicht
Het is verboden op en in de hierna genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. b. c.
een uitweg te maken naar de weg; van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
23.2.2
Beoordelingscriteria
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 23.2.1 alleen indien dit niet leidt tot aantasting van: a. b. c. d.
de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
63
bestemmingsplan Broekgraaf
23.2.3
Uitzonderingen vergunningplicht
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 23.2.1 is vereist voor: a. b. c. d.
werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; werken of werkzaamheden ten behoeve van tijdelijke bouwwegen zoals bedoeld in lid 19.1; werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; voor zover in het in 23.2.1 geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal Wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Zuid-Holland Zuid.
64
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 24
APV
Indien de bepalingen in dit plan strijdig zijn met de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Leerdam 2015, of diens rechtsopvolger, dan zijn de bepalingen in dit plan niet van toepassing.
65
bestemmingsplan Broekgraaf
66
bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 4 Artikel 25 25.1 a.
b. c.
25.2 a. b.
c.
d.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
67
bestemmingsplan Broekgraaf
68
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 26
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Chw bestemmingsplan 'Broekgraaf'.
69