Broekgraaf_Regels.pdf
Tekst van het document
CHW bestemmingsplan Broekgraaf ontwerp
CHW bestemmingsplan Regels
Broekgraaf ontwerp
bestemmingsplan Broekgraaf
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
7 7 13
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsbedrijf Gemengd Groen Maatschappelijk Natuur Sport Verkeer Verkeer - Railverkeer Water Wonen Woongebied Leiding - Water Waterstaat - Beschermingszone Waterstaat - Waterberging
15 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 37 41 43 45
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 17 Anti-dubbeltelregel Artikel 18 Algemene bouwregels Artikel 19 Algemene gebruiksregels Artikel 20 Algemene aanduidingsregels Artikel 21 Algemene afwijkingsregels Artikel 22 Algemene wijzigingsregels Artikel 23 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden Artikel 24 APV
47 47 49 51 57 59 61
Hoofdstuk 4 Artikel 25 Artikel 26
67 67 69
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
3
63 65
bestemmingsplan Broekgraaf
4
bestemmingsplan Broekgraaf
Regels
5
bestemmingsplan Broekgraaf
6
bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het Chw bestemmingsplan Broekgraaf met identificatienummer NL.IMRO.0545.BPBroekgraaf2018-ON01 van de gemeente Leerdam. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan huis verbonden bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is, waarbij de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 1.4
aan huis verbonden beroep:
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 1.5
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
bebouwde kom:
het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. 1.8
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9
bebouwingspercentage:
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd.
7
bestemmingsplan Broekgraaf
1.10
bedrijf:
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.11
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.12 a.
b.
1.13
bestaand: bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag vóór het tijdstip van ter inzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald. bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.14
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.16
Bomen Effect Analyse:
een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. 1.17
boom:
een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centime-ter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. 1.18
boomstructuur:
lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt. 1.19
boomzone:
begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen. 1.20
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
8
bestemmingsplan Broekgraaf
1.21
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.22
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.23
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24
bouwperceelsgrens:
de grens van een bouwperceel. 1.25
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.26
bouwwerk, geen gebouw zijnde:
elk bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 1.27
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.28
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.29
evenement:
elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve, of een daarmee te gelijk te stellen activiteiten, zoals sport en spel, sportdagen, braderie, vrijmarkt en de avondvierdaagse. 1.30
evenemententerrein:
terrein bedoel voor evenementen zoals sport en spel, vliegeren, tienkamp, schoolactiviteiten, sportdagen, braderie, vrijmarkt (koningsdag), start avondvierdaagse etc. 1.31
extensieve dagrecreatie:
recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, zwemmen en vissen. 1.32
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.33
gebruiken:
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.
9
bestemmingsplan Broekgraaf
1.34
geluidsgevoelige gebouwen:
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder Spoorwegen. 1.35
handelsreclame:
iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. 1.36
hogere grenswaarde:
een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder Spoorwegen. 1.37
hoofdgebouw:
een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel/ bouwvlak door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.38
horeca:
een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van logies en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bieden van vermaak, onderverdeeld in horecacategorieën; horecacategorie 1: lichte horeca bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken; horecacategorie 2: middelzware horeca Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken horecacategorie 3: zware horeca Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen. 1.39
houtopstand:
één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een boomzone of boomstructuur. 1.40
landschappelijke waarden:
de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht. 1.41
maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, ondergeschikte sportvoorzieningen, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren. 1.42
natuurwaarden:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
10
bestemmingsplan Broekgraaf
1.43
normaal onderhoud, gebruik en beheer:
een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.44
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.45
openbare plaats:
hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan. 1.46
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand. 1.47
particulier opdrachtgeverschap:
vormen van woningbouwontwikkeling waarbij de kopers zelf hun grondkavel kopen of pachten en een architect kiezen om zo met maximale invloed hun woning te realiseren. 1.48 a. b.
c. 1.49
peil: gebouwen in niet-geaccidenteerd terrein: de kruin van de weg waarlangs het gebouw wordt ontsloten. gebouwen in geaccidenteerd terrein: 1. voor zover de voorgevel van een gebouw is gelegen binnen een afstand van 3 meter uit de grens met het openbaar gebied en tot en met een afstand van 13 meter vanaf de grens met het openbaar gebied: de kruin van de weg waarlangs het gebouw wordt ontsloten; 2. overig: het hoogste punt van het aan het gebouw aansluitende bestaande afgewerkte terrein; bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende terrein. platte afdekking:
een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van de grondoppervlakte van het gebouw beslaat. 1.50
rechthebbende:
degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een burgerlijk, zakelijk of persoonlijk recht. 1.51
seksinrichting:
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.52
sociale huurwoning:
een woning die een publieke instantie (meestal een sociale huisvestingsmaatschappij) tegen een sociaal tarief verhuurt aan personen of gezinnen met een inkomen onder bepaalde grenzen. 1.53
Staat van bedrijfsactiviteiten:
de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt.
11
bestemmingsplan Broekgraaf
1.54
standplaats:
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen, een voertuig, of een tafel. Onder een standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV Leerdam 2015. 1.55
tijdelijke bouwwegen:
bouwwegen ten behoeve van de bouw van de woonwijk Broekgraaf, waarvoor geldt dat deze zijn toegestaan tot een half jaar na oplevering van de laatste woning. 1.56
uitvoeren:
uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. 1.57
vellen/rooien/kappen/verplanten:
het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 1.58
voorgevel:
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.59
voorgevelrooilijn:
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.60
weg:
hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet en artikel 1 en artikel 4 van de Wegenwet daaronder wordt verstaan 1.61
woning:
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden. 1.62
woningsplitsing:
het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen dan wel het omzetten van één of meer wooneenheden naar één of meer woningen.
12
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, de bovenkant van het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. afstand: 2.7
afstand:
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.8
de vloeroppervlakte van een gebouw:
de brutovloeroppervlakte, zoals omschreven in de Nederlandse Norm NEN 2580.
13
bestemmingsplan Broekgraaf
14
bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf - Nutsbedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
voorzieningen van openbaar nut; groenvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming worden gebouwd: a. b.
gebouwen, zoals trafo's, gasregelstations en pompgebouwtjes. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c.
gebouwen dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden; de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' mag niet worden overschreden; de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden.
3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 4 meter bedragen.
15
bestemmingsplan Broekgraaf
16
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 4 4.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wonen met niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; tuinen en erven; maatschappelijke voorzieningen; bedrijfsmatige activiteiten tot maximaal milieucategorie 1, zoals opgenomen in Bijlage 1 behorend bij deze regels; wegen, straten en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; nutsvoorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. a.
als een bouwvlak is aangeduid, dan dienen dienen gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd te worden; de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; het aantal woningen in alle bestemmingvlakken met de bestemming 'Woongebied' en 'Gemengd' ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - voorzieningencluster' mag in totaal niet meer bedragen dan 585.
4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.
het bouwperceel mag tot ten hoogste 50% worden bebouwd ten behoeve van wonen; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; de bouwhoogte van masten mag niet meer bedragen dan 15 meter; de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 15 meter; de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 15 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 meter.
Binnen deze bestemming mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a.
het bouwperceel mag tot ten hoogste 50% worden bebouwd;
17
bestemmingsplan Broekgraaf
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van woningsplitsing. 4.3.2
Niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit
De vloeroppervlakte ten behoeve van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 25 m², met dien verstande dat: a. b. c. d.
horeca of detailhandel niet zijn toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; de activiteiten door de bewoner worden uitgeoefend; geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats vindt; geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving.
4.3.3
Voorwaardelijke verplichting
Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ten behoeve van het bouwen van woningen en zodra de woningen in gebruik zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd voorzieningencluster west' dient te zijn aangetoond dat het langtijdgemiddeld beoordelingniveau in de woningen niet meer bedraagt dan 35 dB(A). 4.4
Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1
Bedrijfsmatige activiteiten in hogere categorie
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 onder d, ten behoeve van het toestaan van bedrijfsmatige activiteiten tot maximaal milieucategorie 2, zoals opgenomen in Bijlage 1 behorend bij deze regels, met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de oppervlakte voor bedrijfsmatige activiteiten maximaal 200 m² bedraagt; parkeren op eigen terrein plaatsvindt; geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaatsvindt; geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.
4.4.2
Andere bedrijfsmatige activiteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 onder d, ten behoeve van het toestaan van andere activiteiten dan welke zijn opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de hinder op de omgeving van de andere activiteit is gelijk aan de hinder op de omgeving van activiteiten die zijn opgenomen in categorie 1 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; parkeren op eigen terrein plaatsvindt; geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaatsvindt; geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.
18
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
beplanting; plantsoenen; bermen en natuurvriendelijke oevers; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; kunstwerken en keermuren; bruggen. nutsvoorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter.
19
bestemmingsplan Broekgraaf
20
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 6 6.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
maatschappelijke voorzieningen; ontwikkeling van natuurlijke, ecologische en landschappelijke waarden; tuinen en erven; wegen, straten en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; nutsvoorzieningen.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c.
gebouwen dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden; de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' mag niet worden overschreden; de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden.
6.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 meter. Voor masten bedraagt de maximale bouwhoogte 15 meter. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van een dierenasiel. 6.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij beëindiging van de bedrijfsvoering van het dierenasiel de aanduiding 'dierenasiel' van de verbeelding te verwijderen en ter plaatse bedrijven behorend tot categorie 2 zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten toe te staan, onder de volgende voorwaarden: a. b. c.
er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; er dient sprake te zijn van een goede ontsluiting; de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende gronden en bebouwing.
21
bestemmingsplan Broekgraaf
22
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 7 7.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke, ecologische en landschappelijke waarden; extensief recreatief medegebruik; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 meter. 7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor: a. b. c.
d.
lawaaisporten; het aanbrengen van boomgaarden, fruitteelt, boomteelt, sierteelt; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of halfverhardingen groter dan 200 m2 , met uitzondering van: 1. oppervlakteverhardingen ten behoeve van tijdelijke bouwwegen; 2. oppervlakteverhardingen of halfverhardingen groter dan 200 m2 ten behoeve van wandelpaden; het omzetten (scheuren) van grasland in bouwland.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 7.4.1
Vergunning
Het is verboden landschaps- en natuurwaarden, die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren, zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te verwijderen of te laten verwijderen. 7.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; ten behoeve van tijdelijke bouwwegen zoals bedoeld in lid 19.1 worden uitgevoerd.
7.4.3
Toelaatbaarheid
De in lid 7.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden en natuurwaarden.
23
bestemmingsplan Broekgraaf
24
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 8 8.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
h. i. j. k.
sportterreinen; horeca, in de vorm van een kantine; sanitaire voorzieningen; (ontsluitings)wegen, straten en paden; parkeervoorzieningen; een terras, ter plaatse van de aanduiding 'terras'; het houden van evenementen zoals bedoeld in artikel 1 lid 1.29 en categorie A evenementen zoals zijn opgenomen in de Regionale Handreiking Publieksevenementen Zuid Holland-Zuid, ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein'; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen. nutsvoorzieningen.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd de bouwhoogte mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' niet worden overschreden.
8.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 8 meter, met uitzondering van lichtmasten, ballenvangers en speelinstallaties. 8.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.
het behoud van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
25
bestemmingsplan Broekgraaf
26
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 9 9.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstroken (opstelstroken en busstroken daaronder niet begrepen), straten, paden; bruggen en tunnels; geluidswerende voorzieningen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; bermen en taluds; reclame-uitingen; kunstwerken en keermuren.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 9.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d.
de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 15 meter; de bouwhoogte van signalerings- en communicatiemasten mag niet meer bedragen dan 40 meter; de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 15 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.
27
bestemmingsplan Broekgraaf
28
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 10 10.1
Verkeer - Railverkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
spoorwegen; spoorwegkruising, bestaande uit onder andere tunnels en spoorwegovergangen; geluidswerende voorzieningen; wegen, straten en paden; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; bermen en taluds.
10.2
Bouwregels
10.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
10.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c.
de bouwhoogte gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf bedraagt maximaal 9 meter; de maximale inhoud van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt maximaal 50 m3 ; het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'openbaar vervoerstation' bedraagt maximaal 10%.
10.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 9 meter gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, met uitzondering van bovenleidingen en masten, tot maximaal 15 meter.
29
bestemmingsplan Broekgraaf
30
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 11 11.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
wateraanvoer, waterafvoer en waterberging; waterhuishoudkundige voorzieningen; extensieve dagrecreatie; keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen, dammen en steigers; bermen, taluds en natuurvriendelijke oevers.
11.2
Bouwregels
11.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 11.2.2 a. b.
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter. In afwijking van het bepaalde onder a zijn uitsluitend aangrenzend aan de bestemmingsgrens tussen de bestemming Water en de bestemming Wonen of Woongebied vlonders ten dienste van een woonbestemming toegestaan. Voor het bouwen van de vlonders gelden de volgende regels: 1. de vlonder is uitsluitend toegestaan op eigen terrein; 2. per woning is maximaal één vlonder toegestaan; 3. de vlonder mag maximaal 0,5 m boven de bestemming Water uitsteken; 4. de diepte van de vlonder mag maximaal 2,5 m bedragen; 5. de lengte van de vlonder mag maximaal 5 m bedragen; 6. de totale oppervlakte van de vlonder mag maximaal 15 m2 bedragen; 7. het hoogteverschil tussen de onderkant van de vlonder en het waterpeil moet minimaal 50 cm bedragen.
11.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 11.2, mits: a. b.
het belang van de waterhuishouding met betrekking tot de waterkwantiteit en waterkwaliteit niet onevenredig wordt aangetast; vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder over de vraag of door de voorgenomen activiteit het belang van de waterhuishouding niet onevenredig wordt aangetast.
11.4
Specifieke gebruiksregels
11.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.
b.
het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
31
bestemmingsplan Broekgraaf
32
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 12 12.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
wonen, al dan niet in combinatie met niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; tuinen en erven; bergplaatsen en garages; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; nutsvoorzieningen; bestaande bergplaatsen en garages ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bestaande bergplaatsen en garages'; een duiventil ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - duiventil';
12.2
Bouwregels
12.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.
hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen.
12.2.2
Hoofdgebouwen
Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a.
b. c. d.
de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' uitsluitend aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat niet meer dan 8 woningen aaneen mogen worden gebouwd; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aangebouwd 9' uitsluitend aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat niet meer dan 9 woningen aaneen mogen worden gebouwd; 3. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' uitsluitend vrijstaande woningen en twee-aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd; 4. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' uitsluitend vrijstaande woningen mogen worden gebouwd; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaand, aaneengebouwd of twee-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en twee-aaneengebouwde woningen worden gebouwd; 6. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - drie-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen, twee-aaneengebouwde woningen, en aaneengebouwde woningen in rijen van maximaal 3 woningen worden gebouwd; 7.
ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal; de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven;
33
bestemmingsplan Broekgraaf
e.
f. g. h. i. j. k.
de goothoogte mag ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte, maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' respectievelijk niet minder en niet meer bedragen dan de aangegeven hoogten; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte, maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' is aangegeven; voor zover aangegeven dient de voorgevel van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' op maximaal 1,5 meter afstand van de voorste bouwgrens te worden gebouwd; de diepte van aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 10 meter bedragen, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwdiepte'; de diepte van twee-aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 13 meter bedragen; de diepte van vrijstaande woningen mag niet meer dan 16 meter bedragen; de afstand van vrijstaande hoofdgebouwen en van twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is, dient ten minste 3 meter te bedragen tot aan de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat indien het bouwvlak grenst aan de bestemming 'Water' deze afstand ten minste 1 meter dient te bedragen.
12.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Binnen deze bestemming mogen bijbehorende bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.
de bijbehorende bouwwerken mogen niet minder dan 1 meter achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw ten hoogste 45 m2 bedragen; per hoofdgebouw mogen ten hoogste 2 vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden gebouwd; de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 3 meter bedragen; de goothoogte van niet vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 5 meter bedragen.
12.2.4
Vrijstaande woningen
In aanvulling op het bepaalde in lid 12.2.2 en 12.2.3 geldt voor vrijstaande woningen dat per bouwperceel niet meer dan 50% van het bouwvlak mag worden bebouwd, waarbij: a. b. c.
voor de bepaling van dat percentage de gronden die op 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens zijn gesitueerd, niet worden meegerekend; de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 meter mag bedragen; de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 1 meter mag bedragen.
12.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
12.3
ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermingszone water' mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd; het bouwperceel mag tot ten hoogste 50% worden bebouwd; de bouwhoogte van een duiventil ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiing - duiventil' mag niet meer bedragen dan 5 meter; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bebouwingsvlak mag ten hoogste 3 meter bedragen en buiten het bebouwingsvlak ten hoogste 2 meter bedragen. Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.2:
34
bestemmingsplan Broekgraaf
a.
b.
ten behoeve van een overschrijding van bouwvlakken: 1. voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van een andere verkaveling; 2. door tot gebouwen behorende erkers, mits; de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt, met dien verstande dat niet meer dan 50% van de diepte van de gronden tussen de voorste bouwgrens en de bestemmingsgrens mag worden bebouwd; de erker past in het profiel van de straat en het straatbeeld; de breedte maximaal 2/3 van de gevelbreedte beslaat; de hoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de verdiepingsvloer + 0,30 meter; ten behoeve van het vergroten van het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw tot ten hoogste 60 vierkante meter, mits een bebouwingspercentage van het bouwperceel van ten hoogste 60 in acht genomen wordt.
12.4
Specifieke gebruiksregels
12.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van woningsplitsing. 12.4.2
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
De vloeroppervlakte ten behoeve van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 25 m², met dien verstande dat: a. b. c. d. e.
wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats vindt; geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; horeca of detailhandel niet zijn toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; de activiteiten door de bewoner worden uitgeoefend.
35
bestemmingsplan Broekgraaf
36
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 13 13.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
wonen met niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; tuinen en erven; bergplaatsen en garages; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; nutsvoorzieningen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; woonstraten en wegen met een buurtontsluitende functie van ten hoogste 2 rijstroken; verkeersvoorzieningen, waaronder afscheidingen, lichtmasten, verkeersborden, voorzieningen voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer. l. bruggen; m. recreatief medegebruik met voorzieningen zoals aanlegsteigers en vissteigers. 13.2
Bouwregels
13.2.1
Algemeen
alsmede
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.
hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen.
met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bebouwingsvrije zone' een aaneengesloten strook van noordwest naar zuidoost met een breedte van minimaal 15 meter onbebouwd en vrij van parkeren dient te blijven en als groengebied dient te worden ingericht. 13.2.2
Hoofdgebouwen
Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a.
b. c. d. e.
f. g. h. i. j. k.
het aantal woningen in alle bestemmingvlakken met de bestemming 'Woongebied' en 'Gemengd' ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - voorzieningencluster' mag in totaal niet meer bedragen dan 585; als een bouwvlak is aangeduid, dan dienen dienen gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd te worden; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - drie-aaneen' uitsluitend niet meer dan 3 aaneengebouwde woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaand, aaneengebouwd of twee-aaneen' mogen vrijstaande, twee-aaneengebouwde en/of aaneengebouwde woningen worden gebouwd; de woningen mogen worden gebouwd met een gemiddelde dichtheid van 26 woningen per ha met een maximum van 35 woningen per ha; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven; de diepte van aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 12 meter bedragen; de diepte van twee-aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 14 meter bedragen; de diepte van vrijstaande woningen mag niet meer dan 16 meter bedragen; de afstand van hoofdgebouwen tot aan de achterste perceelsgrens dient tenminste 5 m te bedragen;
37
bestemmingsplan Broekgraaf
l.
de afstand van vrijstaande woningen en van twee-aaneengebouwde woningen aan de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is, dient ten minste 3 meter te bedragen tot aan de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat indien het bouwperceel grenst aan de bestemming 'Water' deze afstand ten minste 1 meter dient te bedragen.
13.2.3
Hoofdgebouwen ten dienste van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen
Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
de inhoud mag per hoofdgebouw niet meer bedragen dan 50 m³; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
13.2.4
Bijbehorende bouwwerken
Binnen deze bestemming mogen bijbehorende bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
c. d. e. f.
de bijbehorende bouwwerken mogen niet minder dan 1 meter achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw niet meer dan 50% mag bedragen van het bouwperceel uitgezonderd het deel dat in beslag wordt genomen door de woning, met een maximum van 45 m2 ; per hoofdgebouw mogen ten hoogste 2 vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden gebouwd; de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 3 meter bedragen; de goothoogte van niet vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 5 meter bedragen.
13.2.5
Vrijstaande woningen
In aanvulling op het bepaalde in lid 13.2.2 en 13.2.4 geldt voor vrijstaande woningen dat per bouwperceel niet meer dan 50% van het bouwvlak mag worden bebouwd, waarbij: a. b. c.
voor de bepaling van dat percentage de gronden die op 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens zijn gesitueerd, niet worden meegerekend; de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 meter mag bedragen; de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 1 meter mag bedragen.
13.2.6
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g.
het bouwperceel mag tot ten hoogste 50% worden bebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen mag niet meer mag bedragen dan 12 m; de bouwhoogte van masten mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; de bouwhoogte van bruggen mag niet meer bedragen dan 10 m; de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ten hoogste 2 meter bedragen. ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' is een zwembad toegestaan, conform de bestaande oppervlakte.
38
bestemmingsplan Broekgraaf
13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1
Vergroten gezamenlijk oppervlak bijbehorende bouwwerken
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 13.2 ten behoeve van het vergroten van het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw tot ten hoogste 60 vierkante meter, met dien verstande dat een bebouwingspercentage van het bouwperceel van ten hoogste 60% in acht genomen wordt, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c.
de gebruiksmogelijkheden en het rustige woongenot van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid.
13.3.2
Vergroten bouwdiepte
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 13.2 ten behoeve van het vergroten de bouwdiepte van hoofdgebouwen mits de afstand tot de achterste perceelsgrens tenminste 5 m bedraagt. 13.4
Specifieke gebruiksregels
13.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van woningsplitsing. 13.4.2
Realisering woning
Een reguliere omgevingsvergunning, als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor het bouwen van een woning, zijnde een geluidsgevoelig gebouw, wordt slechts verleend indien vaststaat dat op de gevel(s) van dit gebouw de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde) ingevolge de beschikking Hogere waarde, met inachtneming van de in deze beschikking gestelde voorwaarde(n) en aantallen, niet overschrijdt. 13.4.3
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
De vloeroppervlakte ten behoeve van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 25 m², met dien verstande dat: a. b. c. d. e.
wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats vindt; geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; horeca of detailhandel niet zijn toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; de activiteiten door de bewoner worden uitgeoefend.
13.4.4
Voorwaardelijke verplichting inrichting
Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ten behoeve van het bouwen van een woning zoals bedoeld in lid 13.2, dient vast te staan dat wordt voldaan aan het beeldkwaliteitsplan 'Leerdam, Broekgraaf' of diens rechtsopvolger.
39
bestemmingsplan Broekgraaf
40
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 14 14.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een waterleiding. 14.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.
14.3
op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 14.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 14.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
41
bestemmingsplan Broekgraaf
42
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 15 15.1
Waterstaat - Beschermingszone
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Beschermingszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. b. 15.2
bescherming, beheer en verbetering van watergangen; voorzieningen voor de waterhuishouding. Bouwregels
Op deze gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, alleen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. b.
bouwwerken voor het waterbeheer; vlonders zoals bedoeld in lid 11.2.2 onder b.
Deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 15.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2 met inachtneming van de volgende regels: a. b.
de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; het belang van de watergang wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.
43
bestemmingsplan Broekgraaf
44
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 16 16.1
Waterstaat - Waterberging
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterberging' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. b. c.
de waterhuishouding; de waterberging; bij deze bestemming behorende voorzieningen.
16.2
Bouwregels
Op de in 16.1 bedoelde gronden zijn uitsluitend toegestaan: a. b.
uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 2 meter; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de waterbergingscapaciteit niet vermindert.
16.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 16.2 onder b, met inachtneming van de volgende regels: a. b.
de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; de waterbergingscapaciteit wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.
16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. b.
het ophogen van gronden; het dempen van watergangen.
16.4.2
Uitzonderingen op de omgevingsvergunning
Het onder lid 16.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden die: a. b. c.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend zoals bedoeld in lid 16.3; normale onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
16.4.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De in lid 16.4.1 bedoelde werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien de waterbergingscapaciteit niet onevenredig wordt geschaad en vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken waterbeheerder.
45
bestemmingsplan Broekgraaf
46
bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 3 Artikel 17
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
47
bestemmingsplan Broekgraaf
48
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 18 18.1 a.
b. c.
d.
18.2 a.
b. c.
18.3
Algemene bouwregels
Hoogteregels Voor de ten hoogste toelaatbare hoogte van gebouwen dienen - onverminderd hetgeen in Hoofdstuk 2 van de regels is bepaald - de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven hoogten in acht genomen te worden. Voor de ten hoogste toelaatbare hoogte van bouwwerken geldt dat de bouwhoogte, gemeten ten opzichte van NAP, niet meer mag bedragen dan 55 meter. De ten hoogste toelaatbare hoogten zoals in Hoofdstuk 2 van de regels is bepaald, mogen uitsluitend worden overschreden door (schotel)antenne-installaties, schoorstenen, liftkokers, trappenhuizen en andere ondergeschikte bouwdelen. tenzij in Hoofdstuk 2 van de regels anders is geregeld Voor zover met de maatvoeringsaanduiding of in de bouwregels van de bestemming in Hoofdstuk 2 de goothoogte is aangegeven, mag de ten hoogste toelaatbare hoogte tevens worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels en dakkapellen. Voor zover noch op de verbeelding noch in de regels er voorwaarden zijn opgenomen ten aanzien van de afdekking van gebouwen, mogen de gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt. Voor zover een platte afdekking wordt toegepast, geeft de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven goothoogte de ten hoogste toelaatbare hoogte van het boeibord van het platte dak aan.
Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten Voor een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. In geval van herbouw is lid 18.2 onder a sub 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van de verbeelding en Hoofdstuk 2 uitsluitend worden overschreden door: a. b. c.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 2,5 m bedraagt; tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding niet meer dan 2 m bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.
49
bestemmingsplan Broekgraaf
50
bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 19 19.1
Algemene gebruiksregels
Tijdelijke bouwwegen
Tijdelijke bouwwegen zijn toegestaan voor de realisatie van de wijk 'Broekgraaf'. 19.2
Parkeren
19.2.1
Bestemmingsplanactiviteit
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c het huidige gebruik van gronden en of bouwwerken te wijzigen indien in onvoldoende mate is voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort. 19.2.2
Bouwregels
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 19.2.3