CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage regels - Reparatieplan Broekgraaf, Leerdam

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 26 september 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan reparatieplan Broekgraaf Leerdam14.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 16.2 onder b, met inachtneming van de volgende regels: a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; b. de waterbergingscapaciteit wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder. 16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1

Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van gronden; b. het dempen van watergangen. 16.4.2

Uitzonderingen op de omgevingsvergunning

Het onder lid 16.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend zoals bedoeld in lid 16.3; b. normale onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 16.4.3

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De in lid 16.4.1 bedoelde werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien de waterbergingscapaciteit niet onevenredig wordt geschaad en vooraf door het bevoegd gezag advies is ingewonnen bij de betrokken waterbeheerder.

31

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Hoofdstuk 3 Artikel 17

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

32

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Artikel 18 18.1 a.

b. c.

d.

18.2 a.

b. c.

18.3

Algemene bouwregels

Hoogteregels Voor de ten hoogste toelaatbare hoogte van gebouwen dienen - onverminderd hetgeen in Hoofdstuk 2 van de regels is bepaald - de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven hoogten in acht genomen te worden. Voor de ten hoogste toelaatbare hoogte van bouwwerken geldt dat de bouwhoogte, gemeten ten opzichte van NAP, niet meer mag bedragen dan 55 meter. De ten hoogste toelaatbare hoogten zoals in Hoofdstuk 2 van de regels is bepaald, mogen uitsluitend worden overschreden door (schotel)antenne-installaties, schoorstenen, liftkokers, trappenhuizen en andere ondergeschikte bouwdelen, tenzij in Hoofdstuk 2 van de regels anders is geregeld Voor zover met de maatvoeringsaanduiding of in de bouwregels van de bestemming in Hoofdstuk 2 de goothoogte is aangegeven, mag de ten hoogste toelaatbare hoogte tevens worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels en dakkapellen. Voor zover noch op de verbeelding noch in de regels er voorwaarden zijn opgenomen ten aanzien van de afdekking van gebouwen, mogen de gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt. Voor zover een platte afdekking wordt toegepast, geeft de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven goothoogte de ten hoogste toelaatbare hoogte van het boeibord of daarmee gelijk te stellen bouwdeel van het platte dak aan.

Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten Voor een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. In geval van herbouw is lid 18.2 onder a sub 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van de verbeelding en Hoofdstuk 2 uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.

33

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Artikel 19 19.1

Algemene gebruiksregels

Tijdelijke bouwwegen

Tijdelijke bouwwegen zijn toegestaan voor de realisatie van de wijk 'Broekgraaf'. 19.2

Parkeren

19.2.1

Bestemmingsplanactiviteit

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het huidige gebruik van gronden en of bouwwerken te wijzigen indien in onvoldoende mate is voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort. 19.2.2

Bouwregels

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 19.2.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 19.2.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien. 19.2.4

Voorwaarden voor afwijken van de bouwregels

Afwijken van de regels, als bedoeld in sublid 19.2.3 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie. 19.2.5

Voorwaardelijke verplichting

Bij elke vrijstaande en twee-aaneengebouwde woning dienen minimaal 2 parkeerplaatsen met een afmeting van tenminste 2,5 x 5 meter te worden aangelegd en in stand gehouden te blijven. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend het zodanig gebruik van gronden dat er per perceel minder dan 2 parkeerplaatsen met een afmeting kleiner dan 2,5 x 5 m per parkeerplaats in stand worden gehouden, zoals dit onder meer blijkt uit het niet langer handhaven van de verharding of het niet meer toegankelijk houden van de parkeerplaatsen. 19.2.6

Beleidsregels

Burgemeester en wethouders passen deze bestemmingsplanactiviteit en bouwregels toe met inachtneming van door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Indien er geen beleidsregels aanwezig zijn, gelden de actuele CROW kencijfers. Zijn er wel beleidsregels en wijzigen deze gedurende de planperiode dan gelden de gewijzigde regels. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode wijzigen, gelden de gewijzigde regels.

34

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

19.3

Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, toegestaan: a. maximaal twee voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren mits dit uitsluitend gebeurt binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. een openbare plaats als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 19.4

Parkeren van reclamevoertuigen

19.4.1

Strijdig gebruik

Als gebruik in strijd met dit plan geldt het parkeren op de weg van een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, met het kennelijk doel daarmee handelsreclame te maken. 19.4.2 Afwijken van de gebruiksregels a. Bij een omgevingsvergunning kan van het bepaalde in lid 19.4.1 worden afgeweken, mits: 1. dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het rustige woongenot van aangrenzende gronden. 19.5

Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen

Als gebruik in strijd met dit plan geldt het met een vaartuig innemen of hebben van een ligplaats, dan wel het beschikbaar stellen van een ligplaats voor een vaartuig. 19.6

Het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen of anderszins stoken van vuur

19.6.1 Strijdig gebruik a. Als gebruik in strijd met dit plan geldt het in de openlucht verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. b. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op: 1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; 2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; 3. vuur voor koken, bakken en braden; 4. situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. 19.6.2

Afwijkingsbevoegdheid

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 19.6.1 voor het het in de openlucht verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben, indien dit geen onevenredige nadelige gevolgen heeft voor: a. de natuurlijke- en landschappelijke waarden; b. de volksgezondheid; c. de bescherming van het milieu. 19.7

Vellen en rooien van houtopstanden

19.7.1 Verbod op het vellen van houtopstanden zonder vergunning a. Het is verboden houtopstanden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waardevolle boom' zonder omgevingsvergunning te vellen of te doen vellen. b. Het onder a. bedoelde verbod geldt eveneens voor: 1. houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van lid 19.7.6 en lid 19.7.7; 2. houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.

35

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

c.

Het onder a. gestelde verbod geldt niet voor: 1. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van Burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in lid 19.7.7; 2. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; 3. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; 4. Het vellen dat reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 5. Het vellen dat mag worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.

19.7.2

Aanvraag

De omgevingsvergunning moet gemotiveerd worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de beschermde houtopstand te beschikken, onder overlegging van een overzicht van de overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project. 19.7.3 Criteria a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.7.1 om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. b. De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.7.1 kan, mits alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts bij uitzondering worden verleend indien: 1. een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of; 2. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. 19.7.4

Intrekking of wijziging

De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.7.1 kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van ontheffing of vergunning zijn verstrekt; b. indien na het verlenen van ontheffing of vergunning, op grond van verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening, wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan ontheffing of vergunning is vereist; c. indien beperkingen die aan de ontheffing of vergunning zijn of worden vervuld; d. indien van de ontheffing of vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of indien deze termijn ontbreekt, binnen een redelijke termijn. 19.7.5 Beperking geldigheidsduur a. De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.7.1 vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning gebruik is gemaakt, tenzij een langere termijn noodzakelijk is vanwege de voorzienbare langere uitvoeringstermijn van een project. b. In het geval de omgevingsvergunning meer dan één beschermde boom betreft, is de omgevingsvergunning voor alle beschermde bomen slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele beschermde bomen al geveld zijn, behoudens de in het eerste lid gestelde bevoegdheid tot het voorschrijven van een langere termijn.

19.7.6 Bijzondere vergunningsvoorschriften a. Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. b. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk herplantfonds. c. In het voorschrift als bedoeld onder a. wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

36

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

d.

Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de beschermde houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.

19.7.7

Herplant/instandhoudingsplicht

Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in lid 19.7.1in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: 1. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; 2. een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag; 3. burgemeester en wethouders overwegen hierbij tevens de noodzaak tot het vergoeden van kosten of andere vormen van bijstand in de maatregelen. 19.7.8 Bestrijding van boomziekten a. Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: 1. de boom te vellen. 2. conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom direct zodanig de behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. b.

Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. c. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit verbod. d. Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht. 19.7.9 Bescherming publieke bomen a. Het is verboden om bomen in eigendom van de gemeente: 1. te beschadigen, te bekladden of te beplakken; 2. daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken. b. Het is verboden om zonder vergunning van Burgemeester of wethouders één of meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke boom aan te brengen of anderszins te bevestigen. 19.8

Openbaar water, ligplaatsen en vaarwegen

Als gebruik in strijd met dit plan geldt: a. het toebrengen van schade aan openbaar water en vaarwegen; b. het toebrengen van gevaar door ondoelmatig en onveilig gebruik van openbaar water en vaarwegen. 19.9

Voorwerpen in, op of boven openbaar water en vaarwegen

19.9.1

Strijdig gebruik

Als gebruik in strijd met dit plan geldt het: a. op, in of boven openbaar water plaatsen, aanbrengen of hebben van een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, behoudens het bepaalde in lid 11.2.2 onder b; b. op, in of boven openbaar water plaatsen, aanbrengen of hebben van voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

37

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

19.9.2

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sublid 19.9.1 ten behoeve van het plaatsen, aanbrengen of hebben van een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, in of boven openbaar water, met dien verstande dat een voorwerp door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 19.10

Beschadigen van waterstaatswerken

19.10.1 Strijdig gebruik a. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. b. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of een provinciale Scheepvaartwegen- of Vaarwegenverordening. 19.11

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. 19.12 a. b. c.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich in havens in het water te begeven of te bevinden. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of een provinciale Scheepvaartwegen- of Vaarwegenverordening.

19.13 a. b. c.

Veiligheid op het water

Overlast aan vaartuigen

Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich in havens op de loopsteigers tussen vaartuigen te begeven of te bevinden.

38

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Artikel 20 20.1 a.

b. c.

20.2

Algemene aanduidingsregels

geluidzone - industrie De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn alleen nieuwe geluidsgevoelige gebouwen toegestaan als ze voldoen aan de grenswaarde van 52 dB voor industrielawaai. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' opgeheven wordt indien de bron van de geluidszone is opgehouden te bestaan. geluidzone - spoor

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor' zijn alleen nieuwe geluidsgevoelige gebouwen toegestaan als ze voldoen aan de grenswaarde van 67 dB voor spoorweglawaai. 20.3

geluidzone - weg

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg' zijn alleen nieuwe geluidsgevoelige gebouwen toegestaan als ze voldoen aan de grenswaarde van 56 dB voor wegverkeerslawaai. 20.4 a.

b.

20.5

milieuzone - geluidsgevoelige functie Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geluidsgevoelige functie' kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe woning of ander geluidsgevoelig gebouw slechts worden verleend indien vaststaat dat op de gevel(s) van dit gebouw de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde) ingevolge de beschikking Hogere waarde, met inachtneming van de in deze beschikking gestelde voorwaarde(n) en aantallen, niet overschrijdt; Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'milieuzone - geluidsgevoelige functie': 1. wordt opgeheven wordt indien de bron van de milieuzone is opgehouden te bestaan; 2. wordt verkleind wanneer de bron van de milieuzone afneemt . milieuzone - trillingshinder spoor - minimale afstand

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - trillingshinder spoor - minimale afstand' zijn geen woningen toegestaan. 20.6

milieuzone - trillingshinder spoor - richtafstand

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - trillingshinder spoor - richtafstand' zijn alleen woningen toegestaan als alle wanden worden uitgevoerd met steenachtige materialen.

39

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Artikel 21 21.1 a.

b.

21.2

Algemene afwijkingsregels

Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen - tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken van het bestemmingsplan - door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het plan voor: 1. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; 2. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Kamergewijze verhuur en/of woon (zorg) initiatieven

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van het gebruik van een woning en/of wooneenheid door kamergewijze verhuur en / of woon (zorg) initiatieven met meerdere huishoudens mits het: a. past binnen de daarvoor geldende gemeentelijke beleidsregels; b. past binnen de geldende bouwregels en de voor het overige geldende gebruiksbepalingen; c. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; e. door initiatiefnemer een zekerheidstelling is afgeven met betrekking tot de (plan)kosten; f. de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivatie. 21.3 a.

b.

21.4 a.

b.

21.5

Aantal woningen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van meer woningen tot ten hoogste 1250 in totaal in de bestemmingvlakken van de bestemmingen 'Woongebied', Wonen en Gemengd. De omgevingsvergunning wordt niet verleend indien: 1. daardoor onevenredige aantasting plaatsvindt van het bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheid; 2. de bouw van extra woningen niet milieuhygiënisch inpasbaar is; 3. er sprake is van woningsplitsing. Grotere oppervlakte bijbehorende bouwwerken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het vergroten van het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw tot ten hoogste 60 m2, met dien verstande dat een bebouwingspercentage van het bouwperceel van ten hoogste 60 in acht genomen wordt. De omgevingsvergunning wordt niet verleend indien onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de gebruiksmogelijkheden en het rustige woongenot van aangrenzende gronden; 2. het bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid. Het plaatsen van reclameborden of opslaan van roerende goederen

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van:  het plaatsen van reclameborden op of aan een openbare plaats of weg; en/of  het opslaan van roerende zaken in een door de gemeente aangewezen gedeelte en het als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente;

40

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

met dien verstande dat: a. het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan de weg, geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel geen belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand.

41

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Artikel 22 22.1

Algemene wijzigingsregels

Overschrijding bestemmingsgrenzen

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. 22.2

Wetgevingzone - wijzigingsgebied

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd ter plaatse van 'wetgevingzone - wijzigingsgebied' de bestemming van gronden als bedoeld in de artikelen 9 (Verkeer) en 10 (Verkeer - Railverkeer) te wijzigen ten behoeve van de uitoefening van agrarische activiteiten, met inachtneming van de navolgende regels:  uitsluitend grondgebonden agrarisch grondgebruik is toegestaan, waarbij boom-, (bloem)bol- en sierteelt niet is toegestaan. Extensief dagrecreatief medegebruik is eveneens toegestaan.  gebouwen zijn niet toegestaan, uitsluitend zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan die ten dienste staan van het agrarisch grondgebruik.  de wijziging, gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden;  het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast. 22.3

Wijzigen algemene gebruiksregels

Het college van burgemeester en wethouders kan: a. de leden 19.6, 19.8 en 19.9 wijzigen naar aanleiding van aanpassing van de APV Vijfheerenlanden 2019; b. lid 19.7 wijzigen naar aanleiding van aanpassing van de Bomenverordening Leerdam 2010.

42

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Artikel 23 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 23.1

Omgevingsvergunningsplicht voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

23.1.1

Omgevingsvergunningsplicht

Het is verboden op en in de hierna genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. een weg aan te leggen; b. de verharding van een weg op te breken c. in een weg te graven of te spitten d. de aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg; e. een uitweg te maken naar de weg; f. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 23.1.2

Beoordelingscriteria

Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 23.1.1 alleen indien dit niet leidt tot aantasting van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg. 23.1.3

Uitzonderingen vergunningplicht

Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 23.1.1 is vereist voor: a. werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. werken of werkzaamheden ten behoeve van tijdelijke bouwwegen zoals bedoeld in lid 19.1; c. werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; d. voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak; e. voor zover in het in 23.1.1 geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal Wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van de provincie Utrecht. 23.2

Omgevingsvergunningsplicht voor het maken en veranderen van een uitweg

23.2.1

Omgevingsvergunningsplicht

Het is verboden op en in de hierna genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 23.2.2

Beoordelingscriteria

Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 23.2.1 alleen indien dit niet leidt tot aantasting van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

43

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

23.2.3

Uitzonderingen vergunningplicht

Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 23.2.1 is vereist voor: a. werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. werken of werkzaamheden ten behoeve van tijdelijke bouwwegen zoals bedoeld in lid 19.1; c. werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; d. voor zover in het in 23.2.1 geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal Wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van de provincie Utrecht.

44

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Artikel 24

APV

Indien de bepalingen in dit plan strijdig zijn met de bepalingen uit de APV Vijfheerenlanden 2019, of diens rechtsopvolger, dan zijn de bepalingen in dit plan niet van toepassing.

45

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Hoofdstuk 4 Artikel 25 25.1 a.

b. c.

25.2 a. b.

c.

d.

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

46

CHW bestemmingsplan Broekgraaf

Artikel 26

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Chw bestemmingsplan 'CHW bestemmingsplan Broekgraaf'.

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=b82d6bb0-a033-4bd1-b1a7-adc7f6358df4