Bijlage regels - Reparatieplan Broekgraaf, Leerdam
Tekst van het document
bestemmingsplan Reparatieplan Broekgraaf, Leerdam vastgesteld
bestemmingsplan Bijlage regels
Reparatieplan Broekgraaf, Leerdam vastgesteld
bestemmingsplan Reparatieplan Broekgraaf, Leerdam
Inhoudsopgave
Bijlage regels
5
Bijlage 1
6
Wijzigingen regels
3
bestemmingsplan Reparatieplan Broekgraaf, Leerdam
4
bestemmingsplan Reparatieplan Broekgraaf, Leerdam
Bijlage regels
5
bestemmingsplan Reparatieplan Broekgraaf, Leerdam
Bijlage 1 Wijzigingen regels
6
CHW Bestemmingsplan Broekgraaf incl. reparaties
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Leeswijzer Voorliggende set regels bevat de weergave van de geldende regels ter plaatse van het CHW bestemmingsplan Broekgraaf en het Reparatieplan Broekgraaf. Er kunnen geen rechten ontleend worden aan deze tekst. Gewone tekst: De geldende regels volgens het eerder vastgestelde bestemmingsplan. Doorgehaalde tekst: Tekst die door middel van het voorliggende plan komt te vervallen. Geel gemarkeerde tekst: Tekst die door middel van het voorliggende plan wordt toegevoegd.
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het Chw bestemmingsplan CHW bestemmingsplan Broekgraaf NL.IMRO.0545.BPBroekgraaf2018-VA01 van de gemeente Leerdam. 1.2
met
identificatienummer
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan huis verbonden bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is, waarbij de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en op kleine schaal in feen woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 1.4
aan huis verbonden beroep:
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 1.5
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
bebouwde kom:
het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.
2
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
1.8
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9
bebouwingspercentage:
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd. 1.10
bedrijf:
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.11
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.12 a.
b.
1.13
bestaand: bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag vóór het tijdstip van ter inzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald. bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.14
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.16
Bomen Effect Analyse:
een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. 1.17
boom:
een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centime-ter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. 1.18
boomstructuur:
lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt. 1.19
boomzone:
begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen.
3
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
1.20
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.21
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.22
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.23
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24
bouwperceelsgrens:
de grens van een bouwperceel. 1.25
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.26
bouwwerk, geen gebouw zijnde:
elk bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 1.27
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.28
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.29
extensieve dagrecreatie:
recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, zwemmen en vissen. 1.30
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.31
gebruiken:
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 1.32
geluidsgevoelige gebouwen:
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder. 1.33
handelsreclame:
4
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. 1.34
hogere grenswaarde:
een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder; 1.35
hoofdgebouw:
een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel/ bouwvlak door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.36
horeca:
een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van logies en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bieden van vermaak, onderverdeeld in horecacategorieën; horecacategorie 1: lichte horeca bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken; horecacategorie 2: middelzware horeca Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken horecacategorie 3: zware horeca Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen. 1.37
houtopstand:
één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een boomzone of boomstructuur. 1.38
huishouden:
Persoon of groep personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn waarbij sprake is van de continuïteit in de samenstelling ervan en die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen; 1.39
kamergewijze verhuur:
woonvorm waarbij een pand door meerdere personen die geen gezamenlijke huishouden vormen wordt bewoond, en waarbij sprake is van woonruimtes waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten de woonruimte; 1.40
landschappelijke waarden:
de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht. 1.41
maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, ondergeschikte sportvoorzieningen, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren. 1.42
natuurwaarden:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.43
normaal onderhoud, gebruik en beheer:
5
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.44
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.45
onzelfstandige woonruimte:
woonruimte, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 1.46
openbare plaats:
hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan. 1.47
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand. 1.48
particulier opdrachtgeverschap:
vormen van woningbouwontwikkeling waarbij de kopers zelf hun grondkavel kopen of pachten en een architect kiezen om zo met maximale invloed hun woning te realiseren. 1.49 a. b.
c. 1.50
peil: gebouwen in niet-geaccidenteerd terrein: de kruin van de weg waarlangs het gebouw wordt ontsloten. gebouwen in geaccidenteerd terrein: 1. voor zover de voorgevel van een gebouw is gelegen binnen een afstand van 3 meter uit de grens met het openbaar gebied en tot en met een afstand van 13 meter vanaf de grens met het openbaar gebied: de kruin van de weg waarlangs het gebouw wordt ontsloten; 2. overig: het hoogste punt van het aan het gebouw aansluitende bestaande afgewerkte terrein; bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende terrein. platte afdekking:
een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van de grondoppervlakte van het gebouw beslaat. 1.51
rechthebbende:
degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een burgerlijk, zakelijk of persoonlijk recht. 1.52
seksinrichting:
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.53
sociale huurwoning:
een woning die een publieke instantie (meestal een sociale huisvestingsmaatschappij) tegen een sociaal tarief verhuurt aan personen of gezinnen met een inkomen onder bepaalde grenzen. 1.54
Staat van bedrijfsactiviteiten:
6
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.55
standplaats:
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen, een voertuig, of een tafel. Onder een standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet. 1.56
tijdelijke bouwwegen:
bouwwegen ten behoeve van de bouw van de woonwijk Broekgraaf, waarvoor geldt dat deze zijn toegestaan tot een half jaar na oplevering van de laatste woning. 1.57
uitvoeren:
uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. 1.58
vellen/rooien/kappen/verplanten:
het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 1.59
voorgevel:
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.60
voorgevelrooilijn:
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.61
weg:
hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet en artikel 1 en artikel 4 van de Wegenwet daaronder wordt verstaan 1.62
wonen:
het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid conform het begrip 'woning' of 'wooneenheid'; 1.63
woning of wooneenheid:
een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.64
woningsplitsing:
het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen dan wel het omzetten van één of meer wooneenheden naar één of meer woningen. 1.65
vlonder
een gedeeltelijk of geheel boven het water aangebrachte constructie ten behoeve van het woongenot, waarover gelopen kan worden; 1.66
watergang
samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers; 1.67
waterpeil:
7
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
het door het bevoegde gezag vastgestelde peil.
8
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, de bovenkant van het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.7
afstand:
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.8
de vloeroppervlakte van een gebouw:
de brutovloeroppervlakte, zoals omschreven in de Nederlandse Norm NEN 2580.
9
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf - Nutsbedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen van openbaar nut; b. groenvoorzieningen; c. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming worden gebouwd: a. gebouwen, zoals trafo's, gasregelstations en pompgebouwtjes. b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden; b. de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' mag niet worden overschreden; c. de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 4 meter bedragen.
10
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 4 4.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen met niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; b. tuinen en erven; c. maatschappelijke voorzieningen; d. bedrijfsmatige activiteiten tot maximaal milieucategorie 1, zoals opgenomen in Bijlage 1 behorend bij deze regels; e. wegen, straten en paden; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; j. nutsvoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. als een bouwvlak is aangeduid, dan dienen gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd te worden; b. de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; c. het aantal woningen in alle bestemmingvlakken met de bestemming 'Woongebied' en 'Gemengd' ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - voorzieningencluster' mag in totaal niet meer bedragen dan 585. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het bouwperceel mag tot ten hoogste 50% worden bebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; c. de bouwhoogte van masten mag niet meer bedragen dan 15 meter; d. de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 15 meter; e. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 15 meter; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 meter.
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van woningsplitsing.
11
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
4.3.2
Niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit
De vloeroppervlakte ten behoeve van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 25 m², met dien verstande dat: a. horeca of detailhandel niet zijn toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; b. de activiteiten door de bewoner worden uitgeoefend; c. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats vindt; d. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving. 4.3.3
Voorwaardelijke verplichting
Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ten behoeve van het bouwen van woningen en zodra de woningen in gebruik zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd voorzieningencluster west' dient te zijn aangetoond dat het langtijdgemiddeld beoordelingniveau in de woningen niet meer bedraagt dan 35 dB(A). 4.3.4
Voorwaardelijke verplichting inrichting
Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ten behoeve van het bouwen van een hoofdgebouw zoals bedoeld in lid 4.2, dient te worden voldaan aan de bepalingen in de beleidsregel 'Beleidsregels beeldkwaliteit en planontwikkeling Broekgraaf' of diens rechtsopvolger zoals deze geldt ten tijde van het indienen van de aanvraag. 4.4
Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1
Bedrijfsmatige activiteiten in hogere categorie
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 onder d, ten behoeve van het toestaan van bedrijfsmatige activiteiten tot maximaal milieucategorie 2, zoals opgenomen in Bijlage 1 behorend bij deze regels, met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte voor bedrijfsmatige activiteiten maximaal 200 m² bedraagt; b. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; c. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaatsvindt; d. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; f. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid. 4.4.2
Andere bedrijfsmatige activiteiten
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1 onder d, ten behoeve van het toestaan van andere activiteiten dan welke zijn opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, met inachtneming van de volgende regels: a. de hinder op de omgeving van de andere activiteit is gelijk aan de hinder op de omgeving van activiteiten die zijn opgenomen in categorie 1 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; b. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; c. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaatsvindt; d. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; f. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieuhygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid.
12
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. beplanting; b. plantsoenen; c. bermen en natuurvriendelijke oevers; d. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. voet- en fietspaden; g. kunstwerken en keermuren; h. bruggen; i. tunnel en/of onderdoorgang, ter plaatse van de aanduiding 'tunnel'; j. geluidscherm, ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'; k. nutsvoorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter. Voor het geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' bedraagt de maximale bouwhoogte 4 m. Voor de tunnel en/of onderdoorgang ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' bedraagt de maximale bouwdiepte 5 meter.
13
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 6 6.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. begraafplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats'; c. dierenasiel, ter plaatse van de aanduiding 'dierenasiel'; d. geluidscherm, ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'; e. ontwikkeling van natuurlijke, ecologische en landschappelijke waarden; f. tuinen en erven; g. wegen, straten en paden; h. parkeervoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; l. nutsvoorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden; b. de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' mag niet worden overschreden; c. de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden. 6.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 meter. Voor masten bedraagt de maximale bouwhoogte 15 meter en voor het geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' bedraagt de maximale bouwhoogte 4 m. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van een dierenasiel. 6.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij beëindiging van de bedrijfsvoering van het dierenasiel de aanduiding 'dierenasiel' van de verbeelding te verwijderen, de bestemming te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' en ter plaatse bedrijven behorend tot categorie 2 zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten toe te staan, onder de volgende voorwaarden: a. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; b. er dient sprake te zijn van een goede ontsluiting;
14
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
c.
de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende gronden en bebouwing.
15
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 7 7.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke, ecologische en landschappelijke waarden; b. extensief recreatief medegebruik; c. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 meter. 7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor: a. lawaaisporten; b. het aanbrengen van boomgaarden, fruitteelt, boomteelt, sierteelt; c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of halfverhardingen groter dan 200 m 2, met uitzondering van: 1. oppervlakteverhardingen ten behoeve van tijdelijke bouwwegen; 2. oppervlakteverhardingen of halfverhardingen groter dan 200 m 2 ten behoeve van wandelpaden; d. het omzetten (scheuren) van grasland in bouwland. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 7.4.1
Vergunning
Het is verboden landschaps- en natuurwaarden, die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te verwijderen of te laten verwijderen. 7.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. ten behoeve van tijdelijke bouwwegen zoals bedoeld in lid 19.1 worden uitgevoerd. 7.4.3
Toelaatbaarheid
De in lid 7.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden en natuurwaarden.
16
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 8 8.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportterreinen; b. horeca, in de vorm van een kantine; c. sanitaire voorzieningen; d. (ontsluitings)wegen, straten en paden; e. parkeervoorzieningen; f. een terras, ter plaatse van de aanduiding 'terras'; g. groenvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen. j. nutsvoorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd b. de bouwhoogte mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' niet worden overschreden. 8.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 8 meter, met uitzondering van lichtmasten, ballenvangers en speelinstallaties. 8.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. het behoud van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
17
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 9 9.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstroken (opstelstroken en busstroken daaronder niet begrepen), straten, paden; b. bruggen, tunnels en/of onderdoorgangen; c. geluidswerende voorzieningen; d. bergingen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; i. bermen en taluds; j. reclame-uitingen; k. kunstwerken en keermuren. 9.2
Bouwregels
9.2.1 Algemeen a. In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' bergingen ten behoeve van de woonfunctie toegelaten, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 meter. 9.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 15 meter; b. de bouwhoogte van signalerings- en communicatiemasten mag niet meer bedragen dan 40 meter; c. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 15 meter; d. de bouwdiepte van tunnels en/of onderdoorgangen mag niet meer bedragen dan 5 meter; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. 9.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van de bestemmingsomschrijving voor zover het betreft de ontsluiting op de Koenderseweg, indien de volledige realisatie van de compensatie van de aantasting van het gebied dat behoort tot het Natuur Netwerk Nederland niet binnen 3 jaar na realisatie van de ontsluiting op de Koenderseweg is afgerond.
18
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 10 10.1
Verkeer - Railverkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen; b. spoorwegkruising, bestaande uit onder andere tunnels, onderdoorgangen en spoorwegovergangen; c. geluidswerende voorzieningen; d. wegen, straten en paden; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; h. bermen en taluds. 10.2
Bouwregels
10.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 10.2.2
Gebouwen
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf bedraagt maximaal 9 meter; b. de inhoud van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt maximaal 50 m3. 10.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 9 meter gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, met uitzondering van bovenleidingen en masten, tot maximaal 15 meter. De bouwdiepte van tunnels en/of onderdoorgangen mag niet meer bedragen dan 5 meter.
19
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 11 11.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wateraanvoer, waterafvoer en waterberging; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. extensieve dagrecreatie; d. keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen, dammen en steigers; e. bermen, taluds en natuurvriendelijke oevers. 11.2
Bouwregels
11.2.1
Algemeen
In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter. b. In afwijking van het bepaalde onder a zijn uitsluitend aangrenzend aan de bestemmingsgrens tussen de bestemming Water en de bestemming Wonen of Woongebied vlonders ten dienste van een woonbestemming toegestaan, mits de in deze bestemming opgenomen regels omtrent vlonders in acht zijn genomen. b.
In afwijking van het bepaalde onder a zijn uitsluitend aangrenzend aan de bestemmingsgrens tussen de bestemming Water en de bestemming Wonen of Woongebied vlonders ten dienste van een woonbestemming toegestaan. Voor het bouwen van de vlonders gelden de volgende regels: 1. de vlonder is uitsluitend toegestaan op eigen terrein; 2. per woning is maximaal één vlonder toegestaan; 3. de vlonder mag maximaal 0,5 m boven de bestemming Water uitsteken; 4. de diepte van de vlonder mag maximaal 2,5 m bedragen; 5. de lengte van de vlonder mag maximaal 5 m bedragen; 6. het hoogteverschil tussen de onderkant van de vlonder en het waterpeil moet minimaal 50 cm bedragen.
11.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 11.2, mits: a. het belang van de waterhuishouding met betrekking tot de waterkwantiteit en waterkwaliteit niet onevenredig wordt aangetast; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder over de vraag of door de voorgenomen activiteit het belang van de waterhuishouding niet onevenredig wordt aangetast. 11.4
Specifieke gebruiksregels
11.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
20
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 12 12.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; b. tuinen en erven; c. bergplaatsen en garages; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; g. nutsvoorzieningen; h. bestaande bergplaatsen en garages ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bestaande bergplaatsen en garages'; i. een duiventil ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - duiventil'; j. parkeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'. 12.2
Bouwregels
12.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen. 12.2.2
Hoofdgebouwen
Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' uitsluitend aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat niet meer dan 8 woningen aaneen mogen worden gebouwd; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aaneengebouwd 9' uitsluitend aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd, met dien verstande dat niet meer dan 9 woningen aaneen mogen worden gebouwd; 3. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' uitsluitend vrijstaande woningen en twee-aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd; 4. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' uitsluitend vrijstaande woningen mogen worden gebouwd; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaand, aaneengebouwd of twee-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en twee-aaneengebouwde woningen worden gebouwd; 6. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaand of twee-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen en twee-aaneengebouwde woningen worden gebouwd; 7.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - drie-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen, twee-aaneengebouwde woningen, en aaneengebouwde woningen in rijen van maximaal 3 woningen worden gebouwd; 8. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal;
21
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
c. d. e.
f. g. h.
i. j. k. l.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven; de goothoogte mag ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte, maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' respectievelijk niet minder en niet meer bedragen dan de aangegeven hoogten; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte, maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' is aangegeven; voor zover aangegeven dient de voorgevel van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' op maximaal 1,5 meter afstand van de voorste bouwgrens te worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - situering hoofdgebouw' dienen hoofdgebouwen: 1. op minimaal 4,0 meter afstand van de bouwgrens te worden gebouwd; 2. op minimaal 4,0 meter afstand van erfontsluitingswegen te worden gebouwd; 3.
de afstand van vrijstaande hoofdgebouwen en van twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is, ten minste 4 meter dient te bedragen tot aan de zijdelingse perceelsgrens, dan wel de bestaande afstand indien deze minder bedraagt; de diepte van aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 10 meter bedragen, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwdiepte'; de diepte van twee-aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 13 meter bedragen; de diepte van vrijstaande woningen mag niet meer dan 16 meter bedragen; de afstand van vrijstaande hoofdgebouwen en van twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is, dient ten minste 3 meter te bedragen tot aan de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat: 1. indien het bouwvlak grenst aan de bestemming 'Water' deze afstand ten minste 1 meter dient te bedragen, waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' deze afstand ten minste 3 meter dient te bedragen.
12.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Binnen deze bestemming mogen bijbehorende bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bijbehorende bouwwerken mogen niet minder dan 1 meter achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; b. in afwijking hiervan mogen tot gebouwen behorende erkers voor de voorgevel en buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits; de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt, met dien verstande dat niet meer dan 50% van de diepte van de gronden tussen de voorste bouwgrens en de bestemmingsgrens mag worden bebouwd; de erker past in het profiel van de straat en het straatbeeld; de breedte maximaal 2/3 van de gevelbreedte beslaat; de hoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de verdiepingsvloer + 0,30 meter; c. het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw ten hoogste 45 m 2 bedragen; d. in afwijking van het bepaalde onder a. en b. zijn ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' bijbehorende bouwwerken toegelaten met een maximale oppervlakte van 50 m²; e. per hoofdgebouw mogen ten hoogste 2 vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden gebouwd; f. de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 3 meter bedragen; g.
de goothoogte van niet vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen; h. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 5 meter bedragen. 12.2.4
Vrijstaande woningen
In aanvulling op het bepaalde in lid 12.2.2 en 12.2.3 geldt voor vrijstaande woningen dat per bouwperceel niet meer dan 50% van het bouwvlak mag worden bebouwd, waarbij:
22
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
a. b. c.
voor de bepaling van dat percentage de gronden die op 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens zijn gesitueerd, niet worden meegerekend; de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 meter mag bedragen; de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 1 meter mag bedragen.
12.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermingszone water' mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd; b. het bouwperceel mag tot ten hoogste 50% worden bebouwd; c. de bouwhoogte van een duiventil ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiing - duiventil' mag niet meer bedragen dan 5 meter; d. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; e. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bebouwingsvlak mag ten hoogste 3 meter bedragen en buiten het bebouwingsvlak ten hoogste 2 meter bedragen. f. Voor het bouwen van vlonders gelden de volgende regels: − per woning is maximaal één vlonder toegestaan; − de vlonder mag maximaal 1 meter over de watergang uitsteken; − de vlonder mag maximaal 5 meter breed zijn; − het hoogteverschil tussen de onderkant van de vlonder en het waterpeil moet minimaal 50 cm bedragen; − een bestemmingsgrens tussen de bestemming 'Wonen' en bestemming 'Water' mag worden overschreden door een vlonder. 12.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.2: a. ten behoeve van een overschrijding van bouwvlakken voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van een andere verkaveling; b. ten behoeve van het vergroten van het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw tot ten hoogste 60 vierkante meter, mits een bebouwingspercentage van het bouwperceel van ten hoogste 60 in acht genomen wordt. 12.4
Specifieke gebruiksregels
12.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van woningsplitsing. 12.4.2
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
De vloeroppervlakte ten behoeve van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 25 m², met dien verstande dat: a. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats vindt; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; d. horeca of detailhandel niet zijn toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; e. de activiteiten door de bewoner worden uitgeoefend. 12.4.3
Voorwaardelijke verplichting inrichting
23
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ten behoeve van het bouwen van een woning zoals bedoeld in lid 12.2, dient te worden voldaan aan de bepalingen in de beleidsregel 'Beleidsregels beeldkwaliteit en planontwikkeling Broekgraaf' of diens rechtsopvolger zoals deze geldt ten tijde van het indienen van de aanvraag.
24
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 13 13.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen met niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; b. tuinen en erven; c. bergplaatsen en garages; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; g. nutsvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. voet- en fietspaden; j. woonstraten en wegen met een buurtontsluitende functie van ten hoogste 2 rijstroken; k. tunnel en/of onderdoorgang, ter plaatse van de aanduiding 'tunnel'; l. verkeersvoorzieningen, waaronder afscheidingen, lichtmasten, verkeersborden, alsmede voorzieningen voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; m. bruggen; n. recreatief medegebruik met voorzieningen zoals aanlegsteigers en vissteigers. 13.2
Bouwregels
13.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen. 13.2.2
Hoofdgebouwen
Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het aantal woningen in alle bestemmingvlakken met de bestemming 'Woongebied' en 'Gemengd' ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - voorzieningencluster' mag in totaal niet meer bedragen dan 348; b. als een bouwvlak is aangeduid, dan dienen gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd te worden; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - drie-aaneen' uitsluitend niet meer dan 3 aaneengebouwde woningen worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaand, aaneengebouwd of twee-aaneen' mogen vrijstaande, twee-aaneengebouwde en/of aaneengebouwde woningen worden gebouwd; f. de woningen mogen worden gebouwd met een gemiddelde dichtheid van 26 woningen per ha met een maximum van 35 woningen per ha; g. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven; h. de diepte van aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 12 meter bedragen; i. de diepte van twee-aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 14 meter bedragen; j. de diepte van vrijstaande woningen mag niet meer dan 16 meter bedragen; k.
de afstand van hoofdgebouwen tot aan de achterste perceelsgrens dient tenminste 5 m te bedragen;
25
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
l.
de afstand van vrijstaande woningen en van twee-aaneengebouwde woningen aan de zijde waar het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is, dient ten minste 3 meter te bedragen tot aan de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat indien het bouwperceel grenst aan de bestemming 'Water' deze afstand ten minste 1 meter dient te bedragen. m. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' mogen geen woningen worden gebouwd; 13.2.3
Hoofdgebouwen ten dienste van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen
Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de inhoud mag per hoofdgebouw niet meer bedragen dan 50 m³; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 13.2.4
Bijbehorende bouwwerken
Binnen deze bestemming mogen bijbehorende bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bijbehorende bouwwerken mogen niet minder dan 1 meter achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; b. het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw niet meer dan 50% bedragen van het bouwperceel uitgezonderd het deel dat in beslag wordt genomen door de woning, met een maximum van 45 m2; c. per hoofdgebouw mogen ten hoogste 2 vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden gebouwd; d. de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 3 meter bedragen; e. de goothoogte van niet vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen; f. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 5 meter bedragen. g. in afwijking van het gestelde onder a en het gestelde in lid 13.2.2 onder b mogen tot hoofdgebouwen behorende erkers voor de voorgevel en buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits; 1. de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt, met dien verstande dat niet meer dan 50% van de diepte van de gronden tussen de voorste bouwgrens en de bestemmingsgrens mag worden bebouwd; 2. de erker past in het profiel van de straat en het straatbeeld; 3.
de breedte maximaal 2/3 van de gevelbreedte beslaat; 4. de hoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de verdiepingsvloer + 0,30 meter.
13.2.5
Vrijstaande woningen
In aanvulling op het bepaalde in lid 13.2.2 en 13.2.4 geldt voor vrijstaande woningen dat per bouwperceel niet meer dan 50% van het bouwvlak mag worden bebouwd, waarbij: a. voor de bepaling van dat percentage de gronden die op 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens zijn gesitueerd, niet worden meegerekend; b. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 meter mag bedragen; c. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 1 meter mag bedragen. 13.2.6
Aaneengebouwde woningen
In aanvulling op het bepaalde in lid 13.2.2 en 13.2.4 geldt voor tweeaaneen en aaneengebouwde woningen dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' per bouwperceel niet meer dan het daar aangegeven percentage van het bouwvlak mag worden bebouwd, waarbij: a. voor de bepaling van dat percentage de gronden die op 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens zijn gesitueerd, niet worden meegerekend; b. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 meter mag bedragen; c. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 1 meter mag bedragen.
26
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
13.2.7
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het bouwperceel mag tot ten hoogste 50% worden bebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen mag niet meer mag bedragen dan 12 m; c. de bouwhoogte van masten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; e. de bouwhoogte van bruggen mag niet meer bedragen dan 10 m; f. de bouwdiepte van tunnels en/of onderdoorgangen ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' mag niet meer bedragen dan 5 meter; g. de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ten hoogste 2 meter bedragen; h. ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' is een zwembad toegestaan, conform de bestaande oppervlakte. i. Voor het bouwen van vlonders gelden de volgende regels: 1. per woning is maximaal één vlonder toegestaan; 2. de vlonder mag maximaal 1 meter over de watergang uitsteken; 3. de vlonder mag maximaal 5 meter breed zijn; 4. het hoogteverschil tussen de onderkant van de vlonder en het waterpeil moet minimaal 50 cm bedragen; 5.
een bestemmingsgrens tussen de bestemming 'Woongebied' en bestemming 'Water' mag worden overschreden door een vlonder; j. 13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1
Vergroten van gezamenlijk oppervlak bijbehorende bouwwerken
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 13.2 ten behoeve van het vergroten van het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw tot ten hoogste 60 m2, met dien verstande dat een bebouwingspercentage van het bouwperceel van ten hoogste 60% in acht genomen wordt, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden en het rustige woongenot van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid. 13.3.2
Vergroten bouwdiepte
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 13.2 ten behoeve van het vergroten de bouwdiepte van hoofdgebouwen mits de afstand tot de achterste perceelsgrens tenminste 5 m bedraagt. 13.4
Specifieke gebruiksregels
13.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve van woningsplitsing. 13.4.2
Realisering woning
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor het bouwen van een woning, zijnde een geluidsgevoelig gebouw, wordt slechts verleend indien vaststaat dat op de gevel(s) van dit gebouw de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde) ingevolge de beschikking Hogere waarde, met inachtneming van de in deze beschikking gestelde voorwaarde(n) en aantallen, niet overschrijdt. 13.4.3
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
27
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
De vloeroppervlakte ten behoeve van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 25 m², met dien verstande dat: a. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats vindt; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; d. horeca of detailhandel niet zijn toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit; e. de activiteiten door de bewoner worden uitgeoefend. 13.4.4
Voorwaardelijke verplichting inrichting
Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ten behoeve van het bouwen van een woning zoals bedoeld in lid 13.2, dient te worden voldaan aan de bepalingen in de beleidsregel 'Beleidsregels beeldkwaliteit en planontwikkeling Broekgraaf' of diens rechtsopvolger zoals deze geldt ten tijde van het indienen van de aanvraag.
28
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 14 14.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een waterleiding. 14.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 14.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 14.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 14.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
29
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 15 15.1
Waterstaat - Beschermingszone
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Beschermingszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. bescherming, beheer en verbetering van watergangen; b. voorzieningen voor de waterhuishouding. 15.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, alleen de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. bouwwerken voor het waterbeheer; b. vlonders zoals bedoeld in lid 11.2.2 onder b. Deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 15.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2 met inachtneming van de volgende regels: a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; b. het belang van de watergang wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.
30
CHW bestemmingsplan Broekgraaf
Artikel 16 16.1
Waterstaat - Waterberging
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterberging' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de waterhuishouding; b. de waterberging; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen. 16.2
Bouwregels
Op de in 16.1 bedoelde gronden zijn uitsluitend toegestaan: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 2 meter; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de waterbergingscapaciteit niet vermindert. 16.3