Bijlage I - Beoordeling milieu - ODRU
Tekst van het document
Hieruit blijkt dat de geluidbelasting vanwege bedrijfsactiviteiten relatief laag is. In de dagperiode bedraagt deze maximaal 53 dB(A), in de avond- en nachtperiode is de geluidbelasting iets lager, namelijk 47 en 42 dB(A), zie ook de bijlage met een uitsnede van de resultaten. In de situatie zoals feitelijk aanwezig betekentdit dat wat betreft industrielawaai sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied. 2.2 De bedrijfsactiviteiten kunnen wijzigen. Hetis niet uitgesloten dat in de directe omgeving van het plangebied in de toekomst andere bedrijfsactiviteiten uitgevoerd worden met meer geluidhinder (nieuwvestiging ofuitbreiding). In een dergelijk geval zou de opvanglocatie geen van deze nieuweactiviteiten beperken gezien de ligging op het gezoneerde bedrijventerrein. Daarmeeis niet te garanderen dater in de toekomst ook sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat. Een nadere motivatie op dit punt is nodig waarbij onderzocht moet worden hoe dit geborgd kan worden. De afweging in dit kader kan verschillen voor de vergunning voor 2 jaar en die voor15 jaar. 2.3 De te verwachten maximale belastingen zijn nog nietinzichtelijk. Erzijn eerste berekeningen uitgevoerd om de geluidbelasting te bepalen die ontstaatin de feitelijke situatie. De maximale belasting bij benutting van de geluidruimteis nogniet inzichtelijk.
Wij adviseren dit af te wachten alvorens de motivatie als onder 2.1 benoemdoptestellen. Pas dan is duidelijk in hoeverre de maximale geluidbelasting tot een onaanvaardbaresituatie leidt en of het mogelijk is dit met maatregelen te beperken. 3.1 Onderzoek naargeluidwering gevels en interne geluidisolatie is nodig. Formeel gezien is een beoordeling van de geluidwering van de gevels eninterne geluidisolatie niet vereist. Toch adviseren wij dit wel te doen mede gelet op de cumulatieve geluidbelasting. Door duidelijkheid te hebben over het akoestisch binnenklimaat kan een betere afweging en motivering plaatsvinden in kader van de ETFAL. Kanttekeningen Het plangebied behoort tot een gezoneerd industrieterrein. Voorliggende situatie betreft het realiseren van een opvanglocatie. Het huisvesten van personen op een gezoneerdindustrieterrein is kritisch. We benadrukken dat een meer permanente woonsituatie onwenselijk wordt geacht en uitgesloten moet worden. Pagina 5 van 14
Wat is getoetst? e Akoestisch onderzoek AZC te Vianen, Aveco de Bondt BV,d.d. 29 augustus 2025, projectnummer 251497003. e Quickscan bedrijven en milieuzonering COA Vianen, Aveco de Bondt BV,d.d. 19 augustus 2025, projectnummer 251497002. Waaraan is getoetst? e Omgevingswet; e Besluit kwaliteit leefomgeving.
Pagina 6 van 14
Externe veiligheid Advies: 1. De onderbouwing goedte keuren voor het aspect externe veiligheid. 2. Advies te vragen aan de VRU. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 De voorgestelde maatregelen zijn voldoende onderbouwd. Hetstappenplan uit de regionale beleidsnotitie is correct toegepast. Bij stap 7, het creéren van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid, worden passende maatregelen voorgesteld. Voor de informatie over het afsluiten van de mechanische ventilatie wordt goed rekening gehouden met taalverschillen. 2.1 De VRUheeft als wettelijke taak het bevoegd gezagte adviseren overrisico’s van branden, rampen en crises. Zoals hierboven (en in de onderbouwing) aangegevenligt het plangebied binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied. In het beleid is bij stap 4 en 7 opgenomendat hierover advies gevraagd moet worden aan de VRU. Kanttekeningen 1.1 Geen 100%-letaliteitscontour bij basisnetroutes. In de onderbouwing wordt gesproken over een 100%-letaliteitscontour bij transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Dezecontour wordt niet gebruikt bij basisnetroutes, maar alleen bij buisleidingen, en is daarom in dit geval niet relevant. 1.2 Verandering in aanwezige personenis niet relevant. Bij stap 2 van het stappenplan uit de beleidsnotitie wordt aangetoond dat het aantal personen in de toekomstige situatie niet toeneemt.
Dit is niet relevant, omdat de functie van het gebouw verandert en dus het groepsrisico hoe dan ook verantwoord moet worden. Dit is in het ingediende stuk opjuiste wijze gedaanzodatdit niet leidt tot onvolkomenheden. Watis getoetst? e Externe veiligheid / Opvang COAte Vianen; AVIV; 4 augustus 2025. Waaraan is getoetst? Beleid magneetveldzones hoogspanningslijnen; Wetvervoergevaarlijke stoffen; Regeling Basisnet; Omgevingswet; Besluit kwaliteit leefomgeving; Besluit activiteiten leefomgeving; Omgevingsbesluit; Omgevingsregeling; Gezamenlijke Beleidsnotitie Externe Veiligheid ODRU-gemeenten.
Pagina 7 van 14
Ecologie Advies: 1. De Aerius-berekeningen als voldoende te beschouwen. 2. De voortoets aan telaten vullen. 3. Een onderbouwing voor soortenbeschermingoptelatenstellen. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 De Aerius-berekening is op een goede wijze uitgevoerd. Alle uitgangswaarden die zijn genomen vallen binnen het te verwachtenpatroon. Hierbij is in de bouwfase gekeken naar gebruik van machines en aanvoer materiaal en bouwvakkers. In de gebruiksfase is getoetst op verkeersbewegingen en eventuele uitstoot van de geplande activiteit. Omdat in de begeleidendenotitie wordt aangegeven datde realisatiefase slechts 2 maanden duurt en de vergunningplicht voorstikstof toetst aan eenstikstofuitstoot van 12 maanden, hebben wij een worst case scenario controleberekening uitgevoerd, waarbij de realisatiefase en gebruiksfase zijn opgeteld. Ook dan volgt er geen overschrijding van de drempelwaarde voor de vergunningplicht voor een Natura 2000-activiteit. De berekeningis dan ook voldoende voor de onderbouwing van dit plan. 2.1 Een beperkte aanvulling van de voortoets wordt geadviseerd. Een voortoets bestaat doorgaansuit een breder onderzoek naar verstoring op Natura 2000-gebieden. In voorliggendesituatie kan gesteld worden dat vanwegede afstand tot het plangebied verstoringen vanaf de bouwplaats uitgesloten kunnen worden. Ter volledigheid adviseren wij de voortoets hierop aan te vullen.
Vervolgens kan deze voortoets gebruikt worden voor de BOPA onderbouwing voor het aspect gebiedsbescherming. 3.1 Het onderdeel soortenbescherming ontbreekt. Voorecologie is Zowel een beoordeling voor soortenbescherming én gebiedsbescherming aan de orde. Voor soortenbescherming moetdit nog worden aangevuld. Dit is natuurlijk afhankelijk van de aan te Watis getoetst? e Voortoets stikstof COA Vianen door Aveco de Bondt van 20 augustus 2025 met kenmerk 251497002, metin de bijlagen Aeriusberekeningen van 19 augustus 2025 voorde realisatiefase (met kenmerk Ru8foLE2mnQs)en gebruiksfase (met kenmerk RnUSPqiBKTW5). Waaraan is getoetst? e¢ Omgevingswet onderdeel natuur; e Omgevingsverordening provincie Utrecht 2024; e Jurisprudentie van de Raad van State van 18 december 2024 overstikstofdepositie op Natura 2000 bij intern salderen met kenmerk ECLI:NL:RVS:2024:4923.
Pagina 8 van 14
M.e.r. Advies: 1. Geen project-mer-beoordelingsprocedure te doorlopen voor de omgevingsvergunningprocedure. 2. Indien onverhoopttoch eenproject-mer-beoordelingsprocedure doorlopen wordt, de aanmeldingsnotitie aan te vullen en tekstueel aan te passen. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 De beoogde ontwikkeling is geen stedelijk ontwikkelingsproject (categorie J11). Hetin strijd met het omgevingsplan zijnde initiatief waarvoor een omgevingsvergunning‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ wordt aangevraagd betreft de transformatie van drie bestaande kantoorgebouwen naar asielzoekerscentrum binnen het plangebied aan de Ir. D.S. Tuiinmanweg 1D-3-5 te Vianen. In tegenstelling tot wat in de aanmeldingsnotitie is beschreven is, gelet op de aard, omvang endirecte omgeving alsmedegelet op uitgebreide bestaande jurisprudentie over dit onderwerp (waaronder ECLI:NL:RBROT:2025:10061, r.o. 7.3 en 7.4), de beoogde ontwikkeling in dit specifieke geval niet aan te merkenals een aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen, zoals bedoeld onder nummerJ11 in bijlage V van het Omgevingsbesluit.
In het bijzonder wordt hiertoe opgemerktdater‘slechts’ sprake is van (inpandige) functiewijziging waarbij de gebouwen niet vergroot en/of verplaatst worden en er tevens sprakeis van een (zeer) beperkt ruimtebeslag. Omdat erook geen sprakeis van een ander project dat is aangewezen in bijlage V van het Omgevingsbesluit hoeft er geen project-mer-beoordelingsprocedure doorlopen te wordenen er hoeft dus ook geen aanmeldingsnotitie bij de aanvraag te worden gevoegd (en ook geenproject-merbeoordelingsbesluit te worden genomen). 2.1 De aanmeldingsnotitie in huidige vorm is niet voldoende. Indien vastgehouden wordt aan de stelling dat er (toch) sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject omdatdit een juridisch veilige routelijkt, adviseren wij om de aanmeldingsnotitie op enkele punten aan te passen. Het aspect‘geluid’ is niet uitgewerkt en dit moet dan alsnog gebeuren. De uitgevoerde onderzoeken en berekeningen ten behoeve van de beoordelingen van de verschillende thema’s wordenin de aanmeldingsnotitie niet vermeld (met kenmerk en datum enz.). Zie bijvoorbeeld de aangehaalde ‘AERIUS-berekeningen’ op pagina 11. Hierdoor wordt de vereiste zorgvuldigheid van de mer-beoordeling niet (herkenbaar) bereikt.
De aanmeldingsnotitie dient dan ookte worden uitgebreid met (verwijzingen naar) de uitgevoerde onderzoeken en berekeningen (zoals onder andere het bodem- en hetstikstofdepositie-onderzoek maar ook de bron/het onderzoek op basis waarvan wordt gesteld dat de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied ruimschoots voldoet aan de omgevingswaardenvoor luchtkwaliteit). Het is in dit kader ook mogelijk om in de aanmeldingsnotitie ‘gemakshalve’ te verwijzen naar de onderzoeken(en eventuele bijlagen) behorende bij de vergunningaanvraag (en die aanvraag met datum en kenmerkte duiden). Intabel 1 in hoofdstuk 4 van de aanmeldingsnotitie wordt telkens gesproken over eventuele ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’. Om onnodige discussies te voorkomen wordt geadviseerd om,zoals op andere plaatsen in de aanmeldingsnotitie overigens wél (terecht) wordt gedaan, in plaats daarvan te spreken over eventuele ‘aanzienlijke milieueffecten’, zoals dat thans onder de Omgevingswetgebruikelijk is. Watis getoetst? e Project-mer-beoordeling “COAVianen - Ir. D.S. Tuiinmansweg 1-d, 3 en 5d te Vianen”, opgesteld door Aveco de Bondt, projectnr. 251497002, d.d. 22 augustus 2025. Waaraan is getoetst? e Omgevingswet; e Omgevingsbesluit. Pagina 9 van 14
Pagina 10 van 14
Bijlage Geluid - wegverkeer Opmerkingen akoestisch onderzoek -
Paragraaf 3.3: Hoofdstuk 3 gaat over het wettelijk kaderbij nieuwe gebouwen. In deze paragraaf moeten dan ook de grenswaarden voor nieuwe gebouwen weergeven worden voor de samenhang (art. 5.78u Bkl). Van deze waarden kan worden afgewekenvolgensart. 5.78w BkI (en is geen uitgangspuntZoals het nu is omschreven in de paragraaf): Een omgevingsplan dat een geluidgevoelig gebouwtoelaat door wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk dat geen geluidgevoelig gebouwis, kan erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hogeris dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u, als de grenswaarde met niet meer dan 5 dB wordt overschreden.
-
Paragraaf 5.4.3: Bij een functiewijziging kan via een maatwerkvoorschrift (cf art. 5.23a Bbl) een 5 dB verruiming van het binnenniveau worden aangehouden. Hiervoor is ook een onderbouwing nodig dat nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Achtergrondinformatie Toelichting gezond woon- en leefklimaat Indien geen gezond woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, dan is datin strijd met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Jurisprudentie laat zien dat daarbij verder gekeken wordt dan strikt het toepassen van wettelijke eisen. Daarom is bij een ruimtelijke procedure mettransformatie ook inzicht in de akoestische kwaliteit van de verblijfsruimten nodig omdat dezedirect gerelateerd is aan de gezondheid van de toekomstige bewoners. Zowelde initiatiefnemer als de gemeente moeten hier aandacht aan besteden. De(landelijke) ervaring leert dat dit in de praktijk niet altijd adequaat gebeurt en dat objecten met eenlage akoestische kwaliteit worden gerealiseerd. Dit kan leiden tot klachten en/of gezondheidsproblemenbij(tijdelijke) bewoners. De haalbaarheid van een goede akoestische kwaliteit kan worden onderzochtdoor de inventarisatie van de volgende punten: 1.
Het geluidsniveau binnen woningen vanwege buitengeluiden zoals het wegverkeer.
2.
Dete verwachten interne geluidisolatie (lucht- en contactgeluidisolatie) tussen de ruimten op basis van de huidige constructie en de (on)mogelijkheden om deze te verbeteren. Denk daarbij aan het voorkémen van geluid van buren (verschillende dynamiek tussen woonkameren slaapkamers), verkeersruimten (gang) eninstallaties (we,lift, verwarmingsketel, mechanische ventilatieboxen).
3.
Het voldoen aan de beleidsregel hogere waarden Wetgeluidhinder(indien nog niet omgezet naar beleidsregels onder de Omgevingswet).
Indien uit de inventarisatie blijkt dat in alle redelijkheid voldaan kan worden aan de eisen voor nieuwbouw, dan zal de gemeentehiervanuitgaan. Indien dit praktisch en/offinancieel niet mogelijk blijkt, kan in overleg van de nieuwbouweisen afgeweken worden. Dat kan bijvoorbeeld een hogere binnenwaarde vanwege wegverkeervan 38dB zijn (bestaande situatie) of een lagere geluidsisolatie van wanden en vloeren. De drie beschreven punten worden in samenhang bekeken. De kwaliteit kan bijvoorbeeld beschreven worden in kwaliteitsklassen conform de NEN 1070-1999 of een vergelijkbare methodiek.
Pagina 11 van 14
Bijlage geluid industrielawaai
Geluidbelasting dagperiode
Pagina 12 van 14
Geluidbelasting avondperiode
/
Pagina 13 van 14
Geluidbelasting nachtperiode
Pagina 14 van 14
ADVIES 1 van 21 juli 2025
ROM INTEGRAAL ADVIES Aan T.a.v. Onderwerp AdviseurROM Telefoon Datum Kenmerk
(Omgevingsdienst regio Utrecht
GemeenteVijfheerenlanden M. Ajouaou ROM advies Ir D S Tuijnmanweg 1-3-5, Vianen Ontwikkeling opvanglocatie Y. Smeets 088 - 022 50 00 21 juli 2025 Z-2025-1 10380 / D2025-00090660
Inleiding GemeenteVijfheerenlanden onderzoekt samen met het COA de mogelijkheden voorhet realiseren van tijdelijke noodopvang aan de Tuijnmanwegter plaatse van nummers1 t/m 5 in Vianen. Het plangebied heeft een gemengde bestemmingdie voorziet in bedrijfsactiviteiten, kantoor en detailhandel. De noodopvang wordtin twee fasen aangevraagd: een eerste fase van 2 jaar voor de opvang van 250 personen en een tweede fase van 15 jaar voor de opvang van 336 personen. In opdracht van het COAis door Witteveen en Boseen eerste planologische quickscan opgesteld om op hoofdlijnen een beeld te geven van benodigde vergunningen en relevante milieu- en omgevingsaspecten. Wij zijn door de gemeente gevraagd om te adviseren over onderstaande milieuaspecten. Op de overige aspecten zullen wij, in afstemming met gemeente, adviseren bij vervolgstappen. Korte conclusie Thema Bodem
Beoordeling Akkoord
Opmerkingen en/of belemmeringen Er worden geen belemmeringen verwacht, bodemonderzoek is niet nodig.
Geluid - verkeer
Niet akkoord
Externe veiligheid
Niet akkoord
Milieuzonering
Niet akkoord
Ontplofbare Oorlogsresten (OO)
Akkoord onder voorwaarden
Ecologie
Niet akkoord
Het betreft een locatie met hoge geluidbelasting, akoestisch onderzoek is nodig om te beoordelen of er sprake kan zijn van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Delocatie ligt binnen aandachtsgebieden, een nadere verantwoording is nodig evenals een beoordeling door de VRU. Gezien omliggende functies is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet zeker en is een nadere beoordeling vereist. Ook is voor het aspect geluid (industrielawaai) onderzoek nodig. Er worden geen belemmeringen verwacht. De motivering kan aangevuld worden op basis van het gemeentebrede onderzoek. Er kan sprake zijn van verstoring van beschermde soorten. Tijdige start met een quickscan wordt geadviseerd. Tevens is een stikstofberekening nodig om zekerheid te verkrijgen of een vergunning vereist is.
Pagina 1 van 11
Bodem Advies 1. Geen bodemonderzoek uit te (laten) voeren. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Uit eerdere bodemonderzoekenblijkt de locatie niet of nauwelijks verontreinigd. De bestaande pandenop de locatie zijn op dit momentin gebruik als kantoorpanden en wordenin gebruik genomenals COA-opvangplekken. Zowel in de bestaandesituatie als in de nieuwesituatie is er sprake van bodemgevoelige gebouwen waar mensen verblijven. De kantoorpanden aan deIr. D.S. Tuijnmanweg 3 en 5 zijn rond 1987 als twee afzonderlijke gebouwen gebouwd. In 2004 heeft adviesbureau Geometb.v. een bodemonderzoek(in het kader van een bouwaanvraag) uitgevoerdter plaatse van de uitbreiding tussen deze 2 kantoorpanden. In dit bodemonderzoekzijn niet/nauwelijks verhoogde gehalten in de bodem aangetroffen. In 2013 heeft adviesbureau Vink b.v. een bodemonderzoek uitgevoerdin het kader van de bouwaanvraag voor de bouw van de uitbreiding metIr. D.S. Tuijjnmanweg 1d. Ookin dit onderzoek is niet of nauwelijks bodemverontreiniging aangetroffen. Op basis van beide bodemonderzoeken wordt er geen bodemverontreiniging verwacht op deze COA-opvanglocatie en is verder onderzoekniet nodig. Kanttekening De buitenruimten zijn niet onderzocht in de eerdere onderzoeken. Als hier speelruimte voor kinderen of andere gebruiksruimten aangelegd worden adviseren wij hier wel onderzoekte verrichten.
Vooralsnog verwachten wij, op basis van de onderzoeken voor aanleg van de kantoorgebouwen geenverontreiniging. Watis getoetst? e Planologische quickscan, Ir. D.S. Tuijnmanweg 1-d, 3 en 5 te Vianen, Referentie: 146803/25-003.154, e
28 februari 2025;
Vlekkenplannen gebouwen 1D en 3-5, d.d. 28-5-2025 .
Waaraan is getoetst? e Omgevingswet; e Besluit'kwaliteit leefomgeving; e Besluit activiteiten leefomgeving; e¢ Omgevingsplan gemeente Vijfheerenlanden.
Pagina 2 van 11
Geluid - wegverkeer Advies 1. Akoestisch onderzoek naar wegverkeeruit te (laten) voeren. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Het plan kent belemmeringen voorgeluid door wegverkeer, een akoestisch onderzoek is nodig om de haalbaarheid te bepalen. Voorhetin gebruik nemen van de kantoorpanden als opvanglocatie moet voor geluid van wegverkeer worden gemotiveerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Opbasis van de geluidcontouren op ons Geoportaal (zie figuur in bijlage) verwachten wedat de meeste gevels een hoge geluidbelasting kennen door wegverkeer. We verwachten dat de waarde hogerligt dan de standaardwaarde voorrijkswegen en gemeentewegen. Onder deze standaardwaardekan ervan uit worden gegaan dat sprake is van een aanvaardbaar (akoestisch) woon- enleefklimaat op de opvanglocatie. Boven deze standaardwaarde is een onderbouwing nodig of nog steeds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat of hoe hiervoor wordt gezorgd. Vaak bepaalt defeitelijke termijn van een plan of sprake is van een geluidgevoelige bestemming ofniet. Hetgaathier om eentijdelijke woonsituatie voor 2 en 15 jaar. We adviseren voorde termijn van 15 jaar weluit te gaan van een geluidgevoelige bestemming. Voor determijn van 2 jaar hoeft de locatie mogelijk niet als geluidsgevoelige bestemming te worden aangemerkt.
Daarvooris wel een nadere afweging en motivering nodig, bijvoorbeeld op basis van detijd dat personen daadwerkelijk in het pand verblijven. Ook moetvoor dezekorte termijn van 2 jaar nog steeds worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een belangrijk aandachtspunt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is het voorkomen van slaapverstoring. We adviseren de locatie daarom te voorzien van een geluidluwe (buiten)ruimte. Op basis van de voorgelegde viekkenplannen is hier nu geen sprake van. Veel slaapkamersliggen aan de (hoog)geluidbelaste kant. Wij adviseren dan ookde indeling, op basis van de uitkomsten van het akoestisch onderzoek, te heroverwegen. Een akoestisch onderzoek moetuitwijzen wat de exacte geluidsbelasting op de gevel is en welke geluidsmaatregelen er mogelijk zijn voor de huidige bebouwing(bv. andere indeling van ruimten). Wij verwachten dathetdit plan kritisch is qua geluid door wegverkeer; mogelijk is er zelfs met geluidsmaatregelen geen aanvaardbaar woon- enleefklimaat te realiseren. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek moetblijken of het plan haalbaar is. Dit hangt onder meeraf van hoeveel aanpassingen er mogelijk zijn aan de indeling en de (financiéle) mogelijknheden om maatregelen te treffen.
1.2 Aandacht voor voldoendeinterne geluidisolatie is nodig Als voorde interne geluidwering uit wordt gegaan van het rechtens verkregen niveau, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het kader van ETFAL kan een gemeente daarom aanvullende, bovenwettelijke eisen hieraan stellen. Om een aanvaardbaar woon- enleefklimaat te realiseren gaan daarom we(in principe) uit van de nieuwbouweisen. Er moet daarom inzicht worden gegeven in de te behaleninterne geluidwering. In de bijlage lichten wedit toe. Kanttekening Er kan discussie zijn overhet feit of een opvanglocatie voor asielzoekers wettelijk gezien als een “geluidgevoelig gebouw” moet worden aangemerkt. Zie ook kanttekening bij advies milieuzonering. Echter, zolang er sprake is van ruimten waar mensenverblijven en slapen, moet worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat. Daarbij moet goed gekeken te worden naar de situatie in de praktijk: in dergelijke situaties is op papier vaak sprake van een korte woonduur, maarin de praktijk kan dit veel langer zijn bij slechte doorstroming. Watis getoetst? e Planologische quickscan, Ir. D.S. Tuiinmanweg 1-d, 3 en 5 te Vianen, Referentie: 146803/25-003. 154, 28 februari 2025; Pagina 3 van 11
e
Vlekkenplannen gebouwen1D en 3-5, d.d. 28-5-2025 .
Waaraanis getoetst? e Evenwichtige toedeling van functies aan locaties; e Geluidbeleid gemeente Vijfheerenlanden.
Pagina 4 van 11
Bijlage geluid wegverkeer- Achtergrondinformatie
Legenda: Niet berekend 0-338 @ 38-4308 @ 43-4808
48-5308 53-5808 58-6308 @ 63-100c8
Ti Laag verwijderen Geluidscontouren wegverkeer (nog gebaseerd op de Wet geluidhinder). Toelichting aanvaardbaar woon-en leefklimaat (adviespunt 1.2) Als geen aanvaardbaar woon- enleefklimaat kan worden gegarandeerd op de opvanglocatie, danis dat in strijd met een evenwichtige toedeling van functies aanlocaties. Uit jurisprudentie blijkt dat daarbij verder gekeken moet wordendanalleen naar het voldoen aanwettelijke eisen. Bij een ruimtelijke procedure met transformatie is ookinzicht nodig in de akoestische kwaliteit van de verblijfsruimten, omdatdit direct invloed heeft op de gezondheid van de toekomstige bewoners. Zoweldeinitiatiefnemer als de gemeente moet hier aandacht aan besteden. De(landelijke) ervaring leert dater met regelmaat objecten met een lage akoestische kwaliteit worden gerealiseerd. Dit kanleiden tot klachten en/of gezondheidsproblemenbij (tijdelijke) bewoners. De haalbaarheid van een aanvaardbare akoestische kwaliteit kan worden onderzocht door de inventarisatie van de volgende punten: 1. Het geluidsniveau in de woningen vanwegebuitengeluiden, zoals wegverkeer. 2. De te verwachteninterne geluidisolatie (lucht- en contactgeluidisolatie) tussen de ruimten opbasis van de huidige constructie en de (on)mogelijkheden om dezete verbeteren.
Denk daarbij aan het voorkémen van geluid van buren (verschillende dynamiek tussen woonkameren slaapkamers), verkeersruimten (gang) eninstallaties (we,lift, verwarmingsketel, mechanischeventilatieboxen). 3. Het voldoenaande beleidsregel hogere waarden Wetgeluidhinder(als deze nog niet is omgezet naar beleidsregels onder de Omgevingswet). Alsuit de inventarisatie blijkt dat in alle redelijkheid voldaan kan worden aande eisen voor nieuwbouw, danzal de gemeentedit als uitgangspunt hanteren. Als dit praktisch en/of financieel niet mogelijk blijkt, kan in overleg van de nieuwbouweisen afgeweken worden. Dit kan een hogere binnenwaarde vanwege wegverkeerbetreffen of een lagere geluidsisolatie van wanden en vioeren. De drie beschreven punten wordenin samenhangbekeken. De kwaliteit kan beschreven wordenin kwaliteitsklassen conform de NEN 1070-1999 of een vergelijkbare methodiek.
Pagina 5 van 11
Externe veiligheid Advies 1. Een verantwoording opte (laten) stellen voor externe veiligheid. 2. De plannen, inclusief verantwoording, voor te leggen aan de VRU. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 De gebouwenliggen in een gifwolk- en explosieaandachtsgebied. Doorhet nieuwe gebruik als opvanglocatie worden de gebouwen volgenshet BkI bijlage VI gezien als kwetsbaar. De gebouwenbevindenzich binnen hetgifwolk- en explosieaandachtsgebied van de A27. Daarom moethetgroepsrisico kwalitatief verantwoord worden met behulp van het stappenplan uit de regionale beleidsnota. Op basis van deze verantwoording, moeten aanvullende veiligheidsmaatregelen overwogen en waarnodig getroffen worden. In de quickscan wordt ook ingezet op een dergelijke analyse. Deregionale beleidsnotitie moet hierbij worden betrokken. 2.1 De VRU heeft als wettelijke taak het bevoegd gezag te adviseren overrisico’s van branden, rampen
en crises.
Zoals hierboven aangegeven, ligt het plangebied binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied. In het beleid is bij stap 4 en 7 opgenomen dathierover advies gevraagd moet worden aan de VRU. Ookop dit punt wordtin de quickscan ingezet. Wat is getoetst? e Planologische quickscan, Ir. D.S. Tuijnmanweg 1-d, 3 en 5 te Vianen, Referentie: 146803/25-003.154, 28 februari 2025; Waaraan is getoetst? Beleid magneetveldzones hoogspanningslijnen; Wetvervoergevaarlijke stoffen; Regeling Basisnet; Omgevingswet; Besluit kwaliteit leefomgeving; Besluit activiteiten leefomgeving; Omgevingsbesluit;
Omgevingsregeling; Gezamenlijke Beleidsnotitie Externe Veiligheid ODRU-gemeenten.
Pagina 6 van 11
Milieuzonering Advies 1. Een nadere beoordeling opte (laten) stellen voor milieuzonering. 2. Akoestisch onderzoekindustrielawaai uit te laten voeren. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om af te mogenwijken van de regels in het omgevingsplan moet worden getoetst aan de instructieregels in het Bkl. Er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit betekent dat omliggende bedrijven niet worden belemmerd in hun (toekomstige) bedrijfsactiviteiten en dat het woon- en leefklimaat op en om planlocatie aanvaardbaaris. Voor milieuzonering houdtdit in dat er aanvaardbaarheid moetzijn met het oog op geluid, geur en gevaar. Het huidige plan gaat het om een tijdelijke vestiging van een noodopvanglocatie voor het COA voor 2 jaar en voor15 jaar. Ten westen van het plangebied geldt de bestemming ‘bedrijventerrein’ en ten zuiden en noorden geldt de bestemming ‘gemengd’. Voor beide bestemmingen geldt de maximale milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter, gekeken naar de richtafstanden van de VNG-handreiking 2009. Aan dezerichtafstanden wordt niet voldaan. Ook niet als er sprake zou zijn van gemengd gebied (richtafstand wordt dan een stap verlaagd tot 50 meter).
Gezien de aard van de huidige activiteiten bij de omliggende bedrijven, voornamelijk kantooren opsiag, is het waarschijnlijk mogelijk om te onderbouwen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- enleefklimaat op de opvanglocatie. Hierbij moet wel worden uitgegaan van de maximale (planologische) mogelijkheden. De quickscan gaathier niet opin. Kortom, er moet worden aangetoond/onderbouwddat voorgeluid, geur en gevaar sprake is van een aanvaardbaar woon-enleefklimaat op de opvanglocatie en dat omliggende bedrijven niet worden belemmerdin hun (toekomstige) bedrijfsactiviteiten. Dit moet aangetoond/onderbouwd worden voor zowel de 2-jaar periode als voor de 15-jaar periode. Wij adviseren op dit punt in ieder geval onderzoek te verrichten voor het aspect geluid (door bedrijven). 2.1 Er moet een akoestisch onderzoek industrielawaai worden uitgevoerd. Naar verwachting worden omliggende bedrijven niet belemmerd in hun (huidige en toekomstige) bedrijfsactiviteiten door de komst van de noodopvanglocatie. De opvanglocatie is namelijk gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Er gelden geen geluidsnormenvoor een noodopvanglocatie binnen de grenzen van een gezoneerdindustrieterrein. Het maakt hierbij niet uit of sprake is van een duur van jaar of 15 jaar voor deze noodopvanglocatie. Wel moet worden aangetoond dater sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat op de opvanglocatie.
Om dit aan te tonen moet een akoestisch onderzoekindustrielawaai worden uitgevoerd. Opbasis van de resultaten van het akoestisch onderzoekis het aan de gemeente om te besluiten of de opvang op dezelocatie wenselijk is. De volgende aandachtspunten zijn van belang voorhet akoestisch onderzoek: -
Inde huidige situatie is sprake van voornamelijk kantoorgebouwen(categorie 2) in de directe omgeving. Kantoorgebouwen kennen vaak een beperkte geluidemissie. Echter voor de bestemmingen in de omgeving van de noodopvang, geldt de mogelijkheid voor bedrijvigheid met een (maximale) milieucategorie 3.2. De richtafstand hierbij is 50 meter voor gemengd gebied. Hier wordt niet aan voldaan. En volgens vaste jurisprudentie moetin een akoestisch onderzoek worden uitgegaan van een“representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden”. Dit houdt voordezesituatie in dat rekening moet worden gehouden methetfeit dat er in de toekomstin de directe omgeving sprake kan zijn van bedrijven met een hogere geluidemissie danin de huidige situatie. Echter, ten aanzien van de representatieve invulling kan de vraag gesteld worden hoe realistisch hetis dat er daadwerkelijk sprake zal zijn van geluidemissie representatief voor een milieucategorie 3.2 bedrijf.
Pagina 7 van 11
-
In het akoestisch onderzoek kan onderscheid gemaakt worden tussende situatie met opvang gedurende maximaal 2 jaar enerzijds en maximaal 15 jaar anderzijds. Bij de toets “aanvaardbaar woon- en leefklimaat” moet rekening worden gehouden methet feit dat sprakeis van een noodopvanglocatie voor het COA.Het verblijf van een viuchteling zal op deze locatie vaak maar van korte duur zijn en bij een kortdurend verblijf kan — bij een zekere geluidsbelasting - sneller worden gesproken over een “aanvaardbaar woon- en leefklimaat”, dan bij een (mogelijk) langdurig verblijf zoals bij een viuchteling in een asielzoekerscentrum. Wij adviseren om in het akoestisch onderzoek hier naderopin te gaan en dit op basis van hettype gebruik, de duur en aanwezigheid van personen nader te beoordelen.
Kanttekening Er is op dit momentonduidelijk of een opvanglocatie voor asielzoekers als een “geluidgevoelig gebouw” moet worden aangemerkt. Ten aanzien van een noodopvanglocatie is vrij recent (ECLI:NL:RBZWB:2024:5780 van 21 augustus 2024) gesteld dat dit geen geluidgevoelig gebouwis. Wij adviseren om, als geadviseerd, een akoestisch onderzoekuit te voeren en opbasis van de uitkomsten en hettype gebruik te beoordelen in hoeverre er sprake is van een aanvaardbaresituatie. Watis getoetst? e Planologische quickscan, Ir. D.S. Tuijjnmanweg 1-d, 3 en 5 te Vianen, Referentie: 146803/25-003.154, 28 februari 2025. Waaraan is getoetst? e Instructieregels H5 Besluit kwaliteit leefomgeving; e Omgevingsplan gemeente Vijfheerenlanden.
Pagina 8 van 11
Bijlage milieuzonering Gevoelige gebouwen In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan gevoelige gebouwen gedefinieerd in artikel 3.21 (geluidgevoelig), artikel 5.91 (geurgevoelig) en artikel 5.80(trillinggevoelig). Deze artikelen komen overeen. Een gevoelig gebouwis: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Geurgevoelig gebouw of geurgevoelig object Voor1 januari 2024 ging het om geurgevoelige objecten. Een geurgevoelig object was een gebouw, bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmeevergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt (langdurige blootstelling). In de regels in hettijdelijk omgevingsplan (bruidsschat) wordt nog steeds geurgevoelig object gebruikt. Dat betekent echter niet dat er een verschil optreedt qua toetsing aan het BkI en toetsing aan het omgevingsplan. Dat het omgevingsplan metde definitie van een ‘geurgevoelig object’ méér soorten gebouwen aanwijst dan watartikel 5.91, eerste tot en met derde lid van het BkI als minimum voorschrijven is namelijk toegestaan op grond van artikel 5.91, vierdelid, van het Bkl.
Deze ruimere aanwijzing moet dan ook worden gehanteerd bij de beoordeling aan (§5.1.4.6 van) het BkI (waar artikel 5.91, vierde lid, 66k onderdeel van uit maakt). Evenwichtige toedeling van functies aan locaties In artikel 8.0a, tweedelid van het Bk! staat dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Instructieregels Hoofdstuk 5 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In hoofdstuk 5 van het BkI staan instructieregels voor omgevingsplannen. Dezeinstructieregels gelden ookbij het beoordelen van een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (zie artikel 8.0b Bkl). Voor milieuzonering (exclusief externe veiligheid) betekentdit dat getoetst moet worden aan paragraaf 5.1.4 Beschermen van de gezondheid en van het milieu. In deze paragraaf staan onder andere regels voor geluid, geur,trillingen en windturbines.
Pagina 9 van 11
Ontplofbare oorlogsresten Advies:
1.
Een analyse van het gemeentelijk vooronderzoek op te nemen in de onderbouwing
Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Er moet een paragraafontplofbare oorlogsresten opgenomen wordenin de onderbouwing. In de BOPA-onderbouwing moetvoor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties ook het onderdeel ontplofbare oorlogsresten meegewogen worden. In de quickscan wordt de vraag gesteld in hoeverre hiertoe al eerder voldoende onderzoekis uitgevoerd. Hier gaan we naderopin onder het volgende punt 1.2. 1.2 Het opstellen van een nieuw historisch vooronderzoekis niet noodzakelijk. De paragraaf ontplofbare oorlogsresten kan worden opgesteld op basis van het gemeentebrede historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten van de gemeente Vijfheerenlanden (IDDS 2019). Ookis in het kader van werkzaamheden aan de A27-knooppunt Hooipolder een historisch vooronderzoek uitgevoerd (T&A Survey 2013). Vervolgensis in 2015 een aanvullendhistorisch onderzoek gedaan, omdathet plangebied aangepast was (Bombs Away 2016). Hoewel het huidige plangebiedniet direct binnen het plangebied van de laatste twee genoemde onderzoeken ligt, is de Ir. D.S. Tuijinmanweg wel meegenomen in de buffer van deze onderzoeken. Opbasis van alle genoemde onderzoeken (allen beschikbaarbij de ODRU) zijn er geen aanwijzingen om ontplofbare oorlogsresten binnen het plangebied te verwachten. Het uitvoeren van een nieuw historisch vooronderzoek is daarom niet noodzakelijk.
Watis getoetst? e Planologische quickscan, Ir. D.S. Tuiinmanweg 1-d, 3 en te Vianen, Referentie: 146803/25-003.154, 28 februari 2025;
e e e
Historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven. CE-Bodembelastingkaart Gemeente Vijfheerenlanden, IDDS Explosieven BV, versie 3.0, 27 november 2019; Historisch vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Conventionele Explosieven ter plaatse van het project A27 Houten — Hooipolder, T&A Survey, kenmerk 0612GPR3115, 11-3-2013; Aanvullend Vooronderzoek Conventionele Explosieven Rijksweg A27 Traject Houten — Hooipolder, BombsAway, kenmerk 15P104, 10 maart 2016.
Waaraan is getoetst? e Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO).
Pagina 10 van 11
Ecologie Advies: 1. Tijdig na te gaan of er beschermdesoorten verstoord worden met een quickscan. 2. Te onderzoeken of gebruik kan worden gemaakt van het SMP 3. Bij de stikstofdepositieberekening de worstcasesituatie als uitgangspunt te nemen. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Er zijn mogelijk beschermde soorten aanwezig De aanwezigheid van vieermuisverblijfplaatsen kan niet vooraf wordenuitgesloten. Bij een ingrijpende verbouwing aan dak en gevels kan verstoring aan de ordezijn. In de quickscan wordt ingezet op een Quickscan Natuur en de eventuele tijdsdoorloop voor een vergunningsaanvraag in dit kader. Wij missen hierbij echter wel de doorlooptijd voor eventueel nader onderzoek. Dit kan van groot belangzijn voor de planning aangezien dit vaak jaarrond onderzoek betreft. Wij onderschrijven de aanpak uit de planologische quickscan maaradviseren tijdig te starten met de Quickscan Natuur om inzichtelijk te makenof er sprake kanzijn van verstoring van beschermde soorten. Daarna is ook meerinzicht in verder benodigde onderzoekenen bijbehorende planning. 2.1 Eris al onderzoek uitgevoerd in kader van het SMP Voor de bebouwde kom van gemeente Vijfheerenlandenis ecologisch onderzoek uitgevoerd in het kader van het SMP. Omhier gebruik van te kunnen maken is nog eenvaststellingsbesluit van de provincie nodig, voordatde activiteiten starten op de opvanglocatie.
Belangrijk voordeel hiervanis dat dan een mogelijk nader jaarrond onderzoek naarvieermuisverblijfplaatsen (zie 1.1) niet nodig is. Op basis van het SMP kan dan eenstart worden gemaakt met vieermuisvrij maken van het pand en het voorbereiden van de benodigde compensatiemaatregelen. Van belang is wel dat detijdelijke en definitieve compensatie in en rondom deplanlocatie moet worden geregeld. 3.1 Een vergunning voorstikstofdepositie is mogelijk nodig. De locatie ligt op ongeveer 6 km van het Natura2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Het is mogelijk dater in de nieuwesituatie veel meer verkeersbewegingenplaatsvinden die leiden tot stikstofdepositie. Vanuit de huidige jurisprudentie is het niet meer mogelijk om via intern salderen stikstofdepositie uit te sluiten. Er is een kans dat er een omgevingsvergunning voor een Natura2000 activiteit aangevraagd moet wordenbij de provincie Utrecht. In de planologische quickscan wordt ingezet op eenstikstofberekening (aanleg- en gebruiksfase) om de stikstofdepositie door het plan inzichtelijk te maken. Wij adviseren om hierbij de worstcase situatie te hanteren. Als de aanlegfase korter duurt dan 12 maanden, dan moetals worstcase een overlap van aanleg en gebruiksfase berekend worden. Watis getoetst? e Planologische quickscan door Witteveen en Bos van 28 februari 2025 met kenmerk 146803/25-
003.154.
Waaraan is getoetst? e Omgevingswet onderdeel natuur; e Omgevingsverordening provincie Utrecht 2024 e Jurisprudentie van de Raad van State van 18 december 2024overstikstofdepositie op Natura 2000; bij intern salderen met kenmerk ECLI:NL:RVS:2024:4923.
Pagina 11 van 11