CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 7 passende beoordeling omgevingsvisie Vijfheerenlanden.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 20 april 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling ontwerp omgevingsvisie17.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

projectnummer 0472188 definitief revisie 1.0 3 maart 2023

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

projectnummer 0472188 definitief revisie 1.0 3 maart 2023

Auteurs Bastian van Dijck Christel Schellingen Maartje van Heck

Opdrachtgever Gemeente Vijfheerenlanden

Gecontroleerd: Christel Schellingen

datum 3 maart 2023

beschrijving definitief

vrijgave J. Verhoeven

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding omgevingsvisie Waarom een passende beoordeling? Doel passende beoordeling Leeswijzer

1 1 2 2

2

Wettelijk kader

3

2.1 2.2 2.3 2.4

Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming – Natura 2000 Spoedwet Aanpak Stikstof (SAS) Wet stikstofreductie en natuurverbetering

3 3 4 5

3

Planvoornemen

6

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Opgaven en varianten/kansrijke gebieden omgevingsvisie Woningbouwopgave Werkopgave Windenergieopgave Overige opgaven

6 6 6 6 8

4

Vijfheerenlanden en Natura 2000-gebieden

11

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3

Natura 2000-gebieden in en in de omgeving van Vijfheerenlanden Zouweboezem Kenmerken Instandhoudingsdoelstellingen Knelpunten en aandachtspunten Uiterwaarden Lek Kenmerken Instandhoudingsdoelstellingen Knelpunten en aandachtspunten Lingegebied & Diefdijk-Zuid Kenmerken Instandhoudingsdoelstellingen Knelpunten en aandachtspunten

11 13 13 13 14 16 16 16 17 18 18 18 19

5

Ingreep-effectanalyse: Voortoets

20

5.1 5.2 5.3

Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden Afbakening relevante en niet-relevante verstoringsfactoren Conclusie ingreep-effectanalyse voortoets Natura 2000-gebieden

20 20 27

6

Risicoanalyse effecten op Natura 2000-gebieden

29

6.1

Inleiding

29

6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Oppervlakteverlies en versnippering (verlies foerageergebied) Verzuring en vermesting door toename stikstofdepositie Verstoring door geluid, licht, trillingen en optische effecten Verdroging Verstoring door mechanische effecten / verandering van populatiedynamiek (recreatiedruk, aanvaringsslachtoffers)

30 33 35 36

7

Beoordeling omgevingsvisie

39

8

Mogelijke mitigerende maatregelen

48

9

Conclusie

52

Bijlage 1: Definitie storingsfactoren

37

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

1

Inleiding

1.1

Aanleiding omgevingsvisie De gemeente Vijfheerenlanden stelt een omgevingsvisie op. De omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen het beleid voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving bevat thema’s zoals wonen, werken, natuur, milieu, verkeer en de inrichting van de openbare ruimte. De omgevingsvisie richt zich onder andere op de aanpak van de woningbouw- en werkopgave en energietransitie. Beleid voor deze thema’s is op dit moment ondergebracht in afzonderlijke beleidsstukken. De omgevingsvisie bundelt dit beleid in één overkoepelende visie voor de gehele gemeente. Hiermee stelt ze de kaders voor toekomstige ontwikkelingen. Voordat de visie wordt vastgesteld, is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Hierin is onderzocht wat de impact van de omgevingsvisie is op de leefomgeving van Vijfheerenlanden.

Figuur 1.1 Ligging gemeente Vijfheerenlanden.

1.2

Waarom een passende beoordeling? De Omgevingsvisie Vijfheerenlanden bevat richtinggevende en kaderstellende beleidskeuzes, waarvan niet op voorhand is uit te sluiten dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden in en in de omgeving van de gemeente. Daarom dient op grond van de Wet natuurbescherming een Passende Beoordeling te worden opgesteld.

Blad 1 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

1.3

Doel passende beoordeling Het doel van een passende beoordeling voor richtinggevende/kaderstellende omgevingsvisie is • Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie. • Beschrijven van mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante gevolgen te voorkomen. Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. • Waar relevant: kansen op positieve effecten. Het detailniveau van de passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van een omgevingsvisie. Gezien het (deels) abstracte karakter van de beleidskeuzes is deze op hoofdlijnen. Het betreft daarom met name een risico-inschatting. Concrete en definitieve toetsing op en eventueel benodigde passende beoordeling van negatieve effecten vindt plaats in verdere fasen van plan- en besluitvorming, wanneer voornemens concreter zijn uitgewerkt en worden vastgelegd in besluiten (bestemmings- of omgevingsplan) of vergunningen.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk twee is het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming beschreven. In hoofdstuk drie zijn de toetsen ontwikkelingen in de omgevingsvisie beschreven. In hoofdstuk vier komt - als vertrekpunt voor deze passende beoordeling- de beschrijving van Natura 2000-gebieden in en in de omgeving van Vijfheerenlanden aan bod. Aangegeven is ook wat de belangrijkste knelpunten zijn voor het behalen van de doelstellingen voor deze gebieden, waarmee ook de belangrijkste gevoeligheden van deze gebieden duidelijk worden. In hoofdstuk 5 vindt de vertaling plaats van het plan naar mogelijke effecten en is bepaald voor welke onderdelen/storingsfactoren significante gevolgen wel of niet bij voorbaat uit te sluiten zijn; de zogenaamde voortoets. Vervolgens is in hoofdstuk zes aandacht voor de (resterende) mogelijke effecten op Natura 2000gebieden. In hoofdstuk 7 worden de onderdelen van de omgevingsvisie beoordeeld op de risico’s ten aanzien van de Wnb-gebiedsbescherming. In hoofdstuk 8 worden aanbevelingen – ook te lezen als mitigerende maatregelen - voor het vervolgtraject beschreven. Hoofdstuk 9 bevat de conclusie van de passende beoordeling.

Blad 2 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

2

Wettelijk kader

2.1

Vogel- en Habitatrichtlijn Twee Europese richtlijnen, de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG), voorzien in de bescherming van belangrijke Europese natuurwaarden. De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. In dat kader zijn speciale gebieden aangewezen die beschermd moeten worden. Deze zogenaamde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden vormen samen het Natura 2000-netwerk. De afzonderlijke gebieden worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren en voorkomen dat er storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa.

2.2

Wet natuurbescherming – Natura 2000 Aanwijzing en beheer van Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in de nationale Wet natuurbescherming (verder Wnb) overgenomen, in het onderdeel gebiedsbescherming. In hoofdstuk 2 van de Wnb is de bescherming van gebieden geregeld. De Wnb maakt het mogelijk gebieden aan te wijzen als beschermde natuurgebieden, waaronder Natura 2000-gebieden. Deze gebieden worden aangewezen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De essentie van het beschermingsregime voor de Natura 2000-gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudings-doelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp-)aanwijzingsbesluiten1 voor de betreffende gebieden. Daarbij gaat het in ieder geval om instandhoudingsdoelen ten aanzien van de leefgebieden van vogels, voor zover nodig ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en/of ten aanzien van habitats en habitats van soorten, voor zover nodig ter uitvoering van de Habitatrichtlijn.

De provincie (Gedeputeerde Staten) zijn verplicht zorg te dragen voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen voor de in de provincie gelegen Natura 2000-gebieden en moeten ook -indien daar aanleiding voor bestaat- passende maatregelen nemen om verslechtering van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te voorkomen. Voor de Natura 2000-gebieden in de Rijkswateren, waaronder de Waddenzee, is Rijkswaterstaat verantwoordelijk. Voor ieder Natura 2000-gebied is of wordt een beheerplan opgesteld, dat elke zes jaar wordt geactualiseerd. In dit plan zijn de instandhoudingsdoelen nader uitgewerkt, zijn maatregelen beschreven die nodig zijn om deze doelen te realiseren en zijn kaders voor vergunningverlening voor menselijke activiteiten binnen de Natura 2000-gebieden aangegeven.

Blad 3 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Bescherming van Natura 2000-gebieden bij ruimtelijke plannen en projecten De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, ten aanzien van plannen en projecten die mogelijke effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van de gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelen die in de Natura 2000-gebieden van kracht zijn. De Wnb maakt daarbij onderscheid in enerzijds plannen en anderzijds projecten. De Omgevingsvisie betreft een plan. Een plan dat -afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten- significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (art. 2.8 lid 3 Wnb). Bij het toetsen aan de instandhoudingsdoelen dient rekening te worden houden met “externe werking”. Dat wil zeggen dat niet alleen moet worden gelet op activiteiten binnen een Natura 2000-gebied, maar ook op activiteiten die buiten de grenzen van het betreffende Natura 2000gebied worden uitgevoerd en een mogelijk effect hebben op Natura 2000-gebieden.

Het toetsingskader van de Wnb, onderdeel gebiedsbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1 Er is zeker geen kans op significante gevolgen: geen vergunningplicht, plan is uitvoerbaar; 2 Er is een kans op significante gevolgen: passende beoordeling dient aan te tonen dat significante gevolgen uit te sluiten zijn voor een uitvoerbaar plan; (eventueel met ADC-toets = Alternatieventoets + Dwingende redenen van groot openbaar belang + Compensatie als in de passende beoordeling na het nemen van mitigerende maatregelen significant negatieve effecten nog steeds niet uit te sluiten zijn).

2.3

Spoedwet Aanpak Stikstof (SAS) De Spoedwet Aanpak Stikstof is verschenen in het Staatsblad (Staatsblad 2019, 517) van 30-122019. De Spoedwet aanpak stikstof, met uitzondering van artikel IX (heeft betrekking op Omgevingswet), is in werking getreden met ingang van 1 januari 2020. De Spoedwet aanpak stikstof voorziet in aanvullende instrumenten om de stikstofproblematiek aan te pakken en moet nieuwe activiteiten met stikstofdepositie mogelijk maken. De Spoedwet voorziet in een permanente wijziging van onder andere de Wnb: • De vergunningplicht voor andere handelingen vervalt. • De Wnb bepaalt niet langer dat ook een vergunning nodig is indien een project de kwaliteit van de natuur kan verslechteren of daarop een significant verstorend effect kan hebben (gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied). Het nieuwe artikel bepaalt eenvoudigweg dat het verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Door deze wijziging is er geen verslechteringstoets meer nodig. • De Wnb maakt het mogelijk om categorieën van projecten aan te wijzen die significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied maar niet vergunningplichtig zijn op grond van de Wnb als aan nadere regels is voldaan.

De aanwijzing van die categorieën en het stellen van nadere regels gebeurt bij ministeriële regeling of bij provinciale verordening. Hiermee kunnen drempelwaardes worden ingevoerd. Bij het opstellen van dit natuurrapport zijn (nog) geen drempelwaardes vastgesteld. • De Wnb krijgt een nieuw artikel; artikel 5.5a. Dat artikel voorziet erin dat projecten die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden toch toestemming krijgen als zij stikstofdepositieruimte hebben gekregen. In het stikstofregistratiesysteem wordt

Blad 4 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

stikstofdepositieruimte opgenomen die ontstaat als gevolg van een daling van stikstofdepositie door aanvullende bronmaatregelen. De stikstofdepositieruimte kan vervolgens aan nieuwe activiteiten worden toegedeeld, zodat aan die nieuwe activiteiten toestemming kan worden verleend. Het instellen van een dergelijk stikstofregistratiesysteem kan alleen bij ministeriële regeling. Bij het opstellen van dit natuurrapport is een dergelijk stikstofregistratiesysteem inmiddels ingesteld voor woningbouw en zeven specifieke MIRT-projecten.

2.4

Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet voorziet in de verplichting om een programma van maatregelen op te stellen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren, is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. Deze wet regelt ook een aanpassing van het Besluit natuurbescherming, waardoor nu een partiële vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Het partiële slaat hier op het feit dat de vrijstelling alleen geldt voor stikstofdepositie en niet voor de overige storingsfactoren. Er hoeven ten behoeve van een natuurvergunningaanvraag (gebiedsbescherming) voor een project dus geen berekeningen en daarbij behorende beoordeling van de stikstofdepositie voor de realisatiefase meer plaats te vinden. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd.

Blad 5 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

3

Planvoornemen

3.1

Opgaven en varianten/kansrijke gebieden omgevingsvisie In het OER (hoofdstuk 3 en verder uitgewerkt in Hoofdstuk 6) zijn de opgaven uit de Omgevingsvisie voor het OER beschreven. Er is in het OER voor elke opgave een aantal varianten (kansrijke gebieden) onderzocht. Keuzes zijn nog niet gemaakt. In dit hoofdstuk van deze passende beoordeling zijn opgaven en varianten (kansrijke gebieden) beschreven die mogelijk effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden en daarmee relevant zijn voor de passende beoordeling. De opgaven en varianten (kansrijke gebieden) zijn beknopt beschreven. Voor een uitgebreidere beschrijving wordt verwezen naar het OER (hoofdstuk 3 en hoofdstuk 6).

3.2

Woningbouwopgave De gemeente Vijfheerenlanden staat voor een grote woningbouwopgave. Voor de komende vijftien - twintig jaar is de opgave ongeveer 5.000 woningen. Ruim 2.000 van deze 5.000 woningen bestaan uit harde plannen, deze liggen vooral in Hoef en Haag en in/nabij Leerdam. Voor de overige woningen wordt uitgegaan van uit- en inbreidingslocaties en /of transformatie vooral bij Vianen, Leerdam en Meerkerk. Bij de dorpen wordt naast inbreiding uitgegaan van 50 extra woningen per dorp waar dit wenselijk is. Hiervoor zijn in het OER 29 mogelijke zoekgebieden beschouwd (zie figuur 3.1).

3.3

Werkopgave De uitdaging voor de gemeente Vijfheerenlanden is om de komende jaren aan de toenemende en veranderende vraag naar arbeid van het bedrijfsleven uit de gemeente en nabije omgeving te blijven voldoen. Naast de lokale economische groei en de daarmee samenhangende werkgelegenheid draagt de gemeente ook bij aan de regionale economie. De opgave krijgt mede vorm door de huidige werklandschappen die voor transformatie naar wonen in aanmerking komen daarin te betrekken en datzelfde te doen met de intensiveringsopgaaf van bestaande werklandschappen. Dat alles vertaalt zich in een potentiële doorontwikkeling van werklandschappen van circa 30 hectare bruto voor lokale bedrijvigheid (combinatie van uitbreidingsvraag en vervangingsvraag) en circa 40-45 hectare bruto voor regionale bedrijvigheid. Voor deze opgaven zijn de volgende ontwikkelingen reeds beoogd: • Voor de lokale bedrijvigheid gaat het om de mogelijke uitbreidingen Meerkerk (16 ha), Gaasperwaard 2 (9 ha) en uitbreiding Nieuw Schaik (5 ha). • Voor de regionale bedrijvigheid gaat het om de ontwikkeling van Gaasperwaard 3 (40-45 ha). In het OER zijn 7 mogelijke locaties beschouwd voor uitbreiding van bedrijventerrein (zie figuur 3.1). Daarnaast wordt ingezet op intensivering en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen.

Blad 6 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

3.4

Windenergieopgave Vanuit de RES heeft de gemeente Vijfheerenlanden de opgave voor 0,072 TWh (streefgetal). Het gaat hierbij voornamelijk om windturbines, zonnevelden (ook zonneakkers, of zonneweides genoemd) en zonnepanelen op gebouwen. Omdat binnen de gemeente Vijfheerenlanden bestuurlijk gekozen is om geen zonnevelden op agrarische gronden te willen faciliteren, dient de opgave voor duurzame opwek van elektriciteit ingevuld te worden door middel van windturbines en grootschalig zon-op-dak. Vijfheerenlanden wekt al duurzame energie op door middel van 3 huidige windturbines bij Autena en door zonnepanelen. In het kader van de Omgevingsvisie is verkennend onderzoek gedaan naar mogelijke zoekgebieden voor 3 nieuwe windturbines (Locatieonderzoek Wind Vijfheerenlanden, Antea Group, 2022). De afweging van zoekgebieden voor windenergie heeft, mede op basis van het Locatieonderzoek wind, geresulteerd in een raadsbesluit op 9 februari 2023, waarin is besloten: ▪ Invulling te geven aan het minimum RES-bod van 0,072 TWh door middel van de 3 huidige windturbines (Autena) (0,030 TWh) en het aandeel zon (op dak) in Vijfheerenlanden (0,029 TWh), aangevuld met het aandeel uit het Versnellingsprogramma Zon op Dak (0,014 TWh); ▪ Het Versnellingsprogramma Zon op Dak (VZOD) uit te laten voeren en te laten monitoren. ▪ Zoeklocatie 12 (Autena) aan te wijzen voor een project m.e.r.

ten behoeve van windenergie. ▪ Zoeklocatie 10 (Bolgerijsekade/Tienhovenseweg) en Zoeklocatie 14 (Zijderveld) aan te wijzen voor een project MER ten behoeve van opwek via windenergie en vervolgens op basis hiervan de meest geschikte locatie aan te wijzen, als er op zoeklocatie 12 geen ruimte is voor uitbreiding, en de andere locatie eventueel te reserveren voor het bod ná 2030. ▪ Alle overige zoekgebieden (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11 en 13) af te wijzen als zoekgebieden voor windenergie; ▪ De project m.e.r. voor zoeklocaties 12, 14 en 10 in 2023 te starten en er hierbij naar te streven dit in samenspraak met een lokaal bestuur te doen (conform het vastgestelde Beleidskader energietransitie) van de betreffende zoekgebieden; ▪ Medio 2024 de uitkomsten van de drie project m.e.r. onderzoeken te behandelen. Figuur 3.1 geeft de zoekgebieden windenergie weer.

Blad 7 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Figuur 3.1 Varianten (Kansrijke zoekgebieden) opgaven Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

3.5

Overige opgaven Mobiliteit Voor de toekomst wordt verwacht dat een deel van de werkgelegenheid in de regio zich verder gaat concentreren in de gemeente Utrecht. Omdat de gemeente Utrecht de komende jaren het betaald en vergunning parkeren gaat uitbreiden en de verwachting is dat de drukte op de wegen naar Utrecht verder zal toenemen, wordt het steeds minder aantrekkelijk om met de auto naar Utrecht te reizen. Dit betekent dat er voor autoverplaatsingen naar Utrecht alternatieven zullen worden gezocht, zoals de fiets, het openbaar vervoer en een combinatie van beiden. Daarnaast is voor mobiliteit het begrip nabijheid van belang. Goede verbindingen met fiets en het openbaar vervoer zijn belangrijk. Daarbij zal in de toekomst de keuze voor duurzame mobiliteit vanzelfsprekend moeten worden. De gemeente kiest, conform de reeds vastgestelde Mobiliteitsvisie 2040, voor een duurzaam verkeer- en vervoerssysteem en streeft naar een optimaal netwerk voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. Een belangrijk onderwerp in de gemeente is de vermindering van het sluipverkeer afkomstig van de snelwegen. De aanleg van snelfietsroutes is een belangrijk onderdeel van de oplossing voor duurzaam vervoer. Onderstaande opgaven voor mobiliteit hebben ook consequenties voor de locatiekeuze van de woningbouwopgave en uitbreiding van werklandschappen.

Het gaat om de volgende opgaven: ▪ (Snel)fietsnetwerk tussen de kernen versterken en uitbreiden voor een goede bereikbaarheid, ook naar omliggende steden;

Blad 8 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

▪

▪

▪ ▪

Uitbreiding en verbetering van opstappunten voor het openbaar vervoer (HUBs) en behoud en verbeteren huidige OV-verbindingen (smart mobility). Voor twee hublocaties is het volgende beoogd: - Regiopoort Vianen : optimaliseren van het huidige busstation in Vianen-West naar een regionaal ov-knooppunt voor bovenregionale busverbindingen met first/last mile voorzieningen, bijpassende commerciële voorzieningen en mogelijkheden voor woningbouw en/of werklocaties nabij het knooppunt; - OV-knooppunt langs de A27 bij Meerkerk (afrit 5 Noordeloos / N214): concentreren en optimaliseren van overstaphalte voor buslijnen op dit knooppunt met first/last mile voorzieningen (zoals OV-fiets en deelauto), eventuele bijpassende commerciële voorzieningen en ook eventuele mogelijkheden voor woningbouw en/of werklocaties nabij het knooppunt; Voorkomen en verminderen van overlast veroorzaakt door sluipverkeer, vrachtverkeer en landbouwverkeer. Concreet onderzoekt de gemeente de noodzaak voor en consequenties van randwegen aan de noordzijde van Nieuwland en de westzijde van Lexmond; Zorgen voor meer ruimte voor fietsen en wandelen. O.a. door een veilige verkeersstructuur te creëren; De energietransitie veroorzaakt een verschuiving naar andere typen brandstof (elektrisch en waterstof). Hierdoor ontstaat o.a.

de noodzaak van uitbreiding van elektrische laadpalen met aandacht voor de op termijn (te) beperkte capaciteit van het netwerk.

Energietransitie Het behalen van de klimaatdoelstellingen uit het Klimaatakkoord resulteert in de volgende opgaven waar de gemeente de komende jaren aan moet werken om de energietransitie te bevorderen: ▪ Via de RES wordt in de komende jaren invulling gegeven aan het inpassen (grootschalige opwek) van duurzame energie (zonne- en windenergie) in de gemeente. De opgave voor zonne-energie wordt op daken die geschikt (te maken) zijn gerealiseerd, niet op (agrarische) grond, zie ook paragraaf 3.4; ▪ De Transitievisie Warmte (2021) geeft vorm aan het aardgasvrij maken van woningen in de gemeente. Er wordt vooral ingezet op isoleren, zodat woningen in de toekomst geschikt zijn om te verwarmen met lage temperatuurbronnen; ▪ Stimuleren en faciliteren emissie vrij vervoer; ▪ Stimuleren verduurzaming bedrijven en woningen. Groen, water en landschap Vijfheerenlanden staat in het buitengebied voor grote opgaven waaronder een omvangrijke transitie van de landbouw, een energietransitie en klimaatadaptie die samen komen met de specifieke gebiedsopgaven zoals remmen van bodemdaling in het veen en de zorg voor de weidevogels en biodiversiteit. Voor een duurzame toekomst is naast duurzame voedselproductie ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het (grond)water, de biodiversiteit en het landschap essentieel.

De ambities voor 2040 gaan uit van een landschap waarin agrarische productie wordt gecombineerd met het realiseren en behouden van een gezonde bodem, schoon en voldoende water, schone lucht, hoge mate van biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap. De uitdagingen en claims met hun onderlinge relaties, kunnen samengebracht worden onder de noemer ‘circulair landschap’. Hierbij is veel aandacht voor het terugbrengen van de kringloop binnen de agrarische sector, regionale productie van gezond voedsel en extra economische dragers voor het landelijk gebied zoals energieproductie, productie bio-based materialen (voor bouw of

Blad 9 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

kleding), passende woonvormen, recreatie en toerisme (overnachtingsmogelijkheden) en zorg. Daarnaast wordt hierbij ingezet op natuurinclusiviteit, herstel van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Dit alles met het behoud van het landschap, de cultuurhistorie en versterking van groenstructuren en natuurgebieden. Invulling dient te worden gegeven aan de water- en klimaatopgaven, waaronder het borgen van veiligheid bij overstromingen, voldoende water ondanks droogte, schoon en gezond water en de bestrijding van hittestress. Verder is het van belang de toegankelijkheid van landschap, natuur en water te verbeteren en daarmee ruimte te creëren voor de groeiende recreatiebehoefte van een groeiende bevolking in de regio Utrecht. Ruimte voor groen, natuur, cultuurhistorie en water in kwantitatieve zin dient zoveel mogelijk te worden behouden en meegroeien met de verstedelijkingsopgave, in weerwil van de groeiende druk op de ruimte.

Blad 10 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

4

Vijfheerenlanden en Natura 2000-gebieden

4.1

Natura 2000-gebieden in en in de omgeving van Vijfheerenlanden Binnen de gemeente Vijfheerenlanden liggen drie Natura 2000-gebieden (figuur 4.1): • Zouweboezem (bestaande uit de Zouweboezem en de Polder Achthoven); • Uiterwaarden Lek (tussen Ameide en Achthoven); • Lingegebied & Diefdijk-Zuid.

Figuur 4.1 Natura 2000-gebieden in de gemeente Vijfheerenlanden Tabel 4.1. Natura 2000 gebieden in de gemeente Vijheerenlanden

Natura 2000- gebied

Bescherming

Afstand

Zouweboezem (incl. Polder Achthoven) Uiterwaarden Lek

HR + VR HR

Lingegebied & Diefdijk-zuid

HR

In de gemeente In en aan de rand van de gemeente In en aan de rand van de gemeente

HR = Habitatrichtlijngebied / VR = Vogelrichtlijngebied

Blad 11 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Daarnaast liggen in de omgeving van Vijfheerenlanden Natura 2000-gebieden (figuur 4.2 en tabel 4.2). Natura 2000-gebieden in de omgeving van de gemeente zijn de gebieden Oostelijke vechtplassen, Nieuwkoopse Plassen & de Haeck, Broekvelden Vettenbroek & Polder Stein, Donkse Laagten, Biesbosch, Loevestein Pompveld & Kornsche Boezem, Rijntakken, en Kolland & Overlangbroek. De afstand van de rand van de gemeente tot de rand van het Natura 2000-gebied is met 5 km het kleinste voor het Natura 2000-gebied Loevestein Pompveld & Kornsche Boezem.

Figuur 4.2 Natura 2000-gebieden in de omgeving van de gemeente Vijfheerenlanden Tabel 4.2. Natura 2000 gebieden in de omgeving van de gemeente Vijheerenlanden

Natura 2000- gebied

Bescherming

Afstand*

Oostelijke Vechtplassen HR + VR 16 km Broekvelden, Vettenbroek & Polderstein VR 12 km Donkse Laagten VR 12 km Biesbosch HR + VR 11 km Loevestein Pompveld & Kornsche boezem HR 5 km Rijntakken HR + VR 13 km Kolland & Overlangbroek HR 12 km Nieuwkoopse Plassen & De Haeck HR + VR 20 km HR = Habitatrichtlijngebied / VR = Vogelrichtlijngebied * Afstand vanaf grens van de gemeente Vijfheerenlanden tot rand Natura 2000 gebied (minimale afstand)

Blad 12 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Gezien de afstand kunnen veel mogelijke effecten, zoals ruimtebeslag, verdroging/vernatting op deze gebieden op voorhand worden uitgesloten. Er zijn twee mogelijke relevante effecten: verzuring/vermesting door toename van stikstof en voor de windturbinelocaties verlies van foerageergebied en aanvaringsslachtoffers vogels en vleermuizen (zie verder hoofdstuk 5 en 6). In het vervolg van dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de drie Natura 2000-gebieden in de gemeente Vijfheerenlanden. Van de Natura 2000-gebieden buiten Vijfheerenlanden is geen beschrijving opgenomen. Wel wordt in hoofdstuk 4 t/m 6 beschreven of ook op Natura 2000 gebieden buiten Vijfheerenlanden effecten op kunnen treden.

4.2

Zouweboezem

4.2.1

Kenmerken Het Natura 2000-gebied Zouweboezem is een gegraven boezemgebied uit de 14 de eeuw en diende als opvang van het overtollige water uit de omliggend polders. Het gebied bestaat uit open water, riet- en zeggemoerassen, wilgengrienden en elzenboekboes. Een belangrijke broedvogel in het gebied is de purperreiger. Het gebied is mede daarom aangewezen als kleinste belangrijke vogelgebied van Nederland. Voor de habitatrichtlijn is het gebied van belang vanwege de grote populatie Grote modderkruiper, waarop de purperreigers foerageren.

4.2.2

Instandhoudingsdoelstellingen Zouweboezem op 15 Juli 2013 aangewezen als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-beheerplan Zouweboezem is in maart 2019 vastgesteld. In november 2022 is het Wijzigingsbesluit Aanwezige waarden Zouweboezem vastgesteld. Daarmee zijn instandhoudingsdoelen voor het habitattype H91E0 (subtype A en C) toegevoegd. In onderstaande tabel zijn de instandhoudingsdoelen voor het gebied weergegeven. Tabel 4.3: Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Zouweboezem.

Habitattypen H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden H6410 Blauwgraslanden H6430A Ruigten en zomen (moerasspirea) H91EOA* Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen) H91E0C* Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) Habitatsoorten H1134 Bittervoorn H1145 Grote modderkruiper H1149 Kleine modderkruiper H1166 Kamsalamander H4056 Platte schijfhoren Broedvogels

Blad 13 van 54

Doelstelling Oppervlak

Doelstelling Kwaliteit

=

=

> = =

= = =

=

=

= = = = =

= = = = =

Doelstelling populatie

= = = = = Aantal broedparen

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

A029 Purperreiger A119 Porseleinhoen A197 Zwarte stern Niet-Broedvogels

= > >

A051 Legenda = >

=

Krakeend

= > >

150 5 40

=

aantal overwinterende/ doortrekkende individuen 130

Behoud Uitbreiding omvang of verbetering kwaliteit

Voor de meeste instandhoudingsdoelstellingen wordt ingezet op behoud. Voor het oppervlak blauwgraslanden en de populaties porseleinhoen en zwarte stern wordt ingezet op uitbreiding en verbetering kwaliteit.

4.2.3

Knelpunten en aandachtspunten De belangrijkste knelpunten om de doelstellingen voor behoud en verbetering in de Zouweboezem te realiseren zijn: Wateropgave o Behoud en uitbreiding van meren met krabbenscheer en fonteinkruiden H3150, in de vorm van strangen, in het bijzonder herstel van krabbenscheerbegroeiingen, ook als broedbiotoop van zwarte stern. o Herstel glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) en blauwgraslanden. o Kwaliteitsverbetering zoetwatergetijdengebied t.b.v. vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen), ruigten en zomen (harig wilgenroosje), slikkige rivieroevers, fint (inclusief paaiplaats), noordse woelmuis, tonghaarmuts en bever. o Laagdynamische wateren voor grote modderkruiper, bittervoorn en amfibieën, zoals kamsalamander. Sens of urgency opgave m.b.t. watercondities o Herstel glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) en blauwgraslanden. Aandachts- en knelpunten voor de habitattype Blauwgrasland: o Verzuring in de Hoge Kikker. o Vermesting in de Lage Kikker. o Beheerproblemen in (zeer) natte zomers. o De uitbreidingsopgave kan gerealiseerd worden in Polder Aanvullende maatregelen zijn nodig om hier blauwgrasland te realiseren

Achthoven.

Aandachts- en knelpunten om de doelstelling te behalen voor de habitattype Ruigten zomen: o

Voor het behalen van deze doelstelling gelden geen knelpunten. Het huidige extensieve beheer voldoet

Aandachts- en knelpunten om de doelstelling te behalen voor de habitattype Vochtige alluviale bossen: o Voor het behalen van deze doelstelling gelden geen knelpunten. Het huidige extensieve beheer voldoet

Blad 14 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Aandachts- en knelpunten om de doelstelling te behalen voor de habitattypes Bittervoorn en Platte schijfhoren. o In Polder Achthoven blijft periodiek onderhoud van de sloten noodzakelijk om het behoud het leefgebied voor beide soorten te garanderen. Voorkomen moet worden dat de sloten volledig dichtgroeien. Aandachts- en knelpunten om de doelstelling te behalen voor de habitatsoorten: Grote modderkruiper en Kleine modderkruiper o In de Boezem is aandachtspunt de (mogelijke) achteruitgang van de grote modderkruiper. o Het gefaseerd en kleinschalig baggeren van de watergangen in Polder Achthoven. Aandachts- en knelpunten om de doelstelling te behalen voor de habitatsoort kamsalamander Een deel van het leefgebied van de kamsalamander in de Zouweboezem bestaat uit ondiepe poelen, waar het grootste knelpunt is dat ze sneller verlanden dan met het schoningsbeheer kan worden voorkomen. o Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van tenminste 150 broedparen. o De huidige situatie van de kolonie is kwetsbaar, omdat er slechts één geschikte kolonielocatie in moerasbos aanwezig is. Tevens is binnen deze kolonielocatie, om onbekende reden, sprake van een zuidwaartse verschuiving.

Aandachts- en knelpunten om de doelstelling te behalen voor de habitatsoort porseleinhoen; Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van tenminste 5 broedparen. o Ontwikkeling van zeggenmoeras, moeras met lage helofyten en/of geïnundeerd gemaaid rietland noodzakelijk. o Het waterpeil in het moeras is in het voorjaar te laag voor deze soort. Meer natuurlijk peilverloop, met een hoge(re) waterstand in de winter, die vervolgens onder invloed van verdamping uitzakt in het voorjaar. Aandachts- en knelpunten om de doelstelling te behalen voor de habitatsoort zwarte stern; Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van tenminste 40 broedparen. Sinds 2002 is deze doelstelling niet meer gehaald. Voor het behalen van de doelstelling gelden de volgende mogelijke knelpunten: o Onder invloed van de waterkwaliteit ontbreken natuurlijke nestmaterialen om op te broeden zoals krabbescheervegetaties. o Drijvende waterplanten waarin de kunstmatige vlotjes ingebed worden, ontbreken. o De aanwezigheid van predatoren in de directe omgeving van broedkolonies, zoals de bosuil in aangrenzende wilgenbossen. Op termijn speelt mogelijk de komst van de otter als predator.

Aandachts- en knelpunten om de doelstelling te behalen voor de habitatsoort krakeend; Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 130 vogels (seizoensmaximum). o De huidige situatie kan gehandhaafd blijven. o Komende jaren blijft er aandacht voor het behouden van de rust in het Natura 2000gebied in de periode september tot februari.

Blad 15 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

4.3

Uiterwaarden Lek

4.3.1

Kenmerken Natura 2000-gebied Uiterwaarden Lek bestaat uit verschillende delen; de Willige Langerak en het nabij gelegen schiereiland De Bol op de noordoever van de rivier (provincie Utrecht) en – op de zuidoever – de Koekoeksche Waard en de Kersbergsche- en Achthovensche uiterwaarden, met daarin het terreintje Luistenbuul (provincie Zuid-Holland). Deze gebieden vormen samen het habitattype stroomdalgraslanden langs de Lek. Het terrein op de zuid-oever van de Lek (de Achterhovensche Uiterwaarden) ligt in de gemeente Vijheerenlanden. In dit Natura 2000-gebied komen twee verschillende habitattypes voor stroomdalgraslanden (H6120) en Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) (H6510A). Stroomdalgraslanden zijn soortenrijke, relatief open tot tamelijk gesloten, grazige begroeiingen op droge, relatief voedselarme, zandige tot zavelige en meestal kalkhoudende standplaatsen langs de grote en kleinere rivieren. Zij komen voor op stroomruggen, oeverwallen, rivierduinen en op dijken en soms op erosiesteilrandjes, terrasranden of langs de winterbedrand.

In deze stroomdalgraslanden komt een aantal Rode lijstsoorten voor, zowel mossen als vaatplanten: cilindermos (Entodon concinnus), boompjesmos (Climacium dendroides), veldsalie (Salvia pratensis), moeslook (Allium oleraceum), bevertjes (Briza media), kleine pimpernel (Sanguisorba minor), grote tijm (Thymus pulegioides), karwijvarkenskervel (Peucedanum carviflora), kleine ruit (Thalictrum minus) en kattendoorn (Ononis repens ssp. spinosa). Het tweede habitattype is glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) dit betreft soortenrijke, bloemrijke hooilanden op tamelijk voedselrijke, doorgaans kleihoudende gronden. Het habitattype is aanwezig in hoge delen van de uiterwaarden, op dijken en op oeverwallen. De graslanden dienen één of enkele keren per jaar gehooid te worden. Het subtype met glanshaver is niet goed bestand tegen overstromingen en komt daarom alleen voor op de hoger gelegen delen van de uiterwaarden waar overstromingen met een lage frequentie optreden.

4.3.2

Instandhoudingsdoelstellingen Uiterwaarden Lek is in 2013 aangewezen als Natura 2000-gebied. Het betreft een habitatrichtlijngebied. In 2016 is een beheerplan opgesteld. In november 2022 is het Wijzigingsbesluit Aanwezige waarden Uiterwaarden Lek vastgesteld. Daarmee is een instandhoudingsdoel voor het habitattype H91E0 (subtype A) toegevoegd en het doel voor het habitattype H6430B is geschrapt. In onderstaande tabel staan de instandhoudingsdoelen van het gehele Natura 2000-gebied Uiterwaarden Lek. De habitattypen Stroomdalgraslanden en Glanshaver- en vossenstaarthooilanden komen voor in de Natura 2000-gebieden in de gemeente Vijfheerenlanden. Voor deze habitattypen geldt een uitbreidingsdoelstelling en doelstelling kwaliteitsverbetering.

Blad 16 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Tabel 4.4: Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Uiterwaarden van de Lek.

Doelstelling Oppervlak Habitattypen H3270 Slikkige rivieroevers = H6120* Stroomdalgraslanden > H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden > (glanshaver) H91E0A* Vochtige alluviale bossen = (zachthoutooibossen) Habitatsoorten H1166 Kamsalamander = legenda = Behoud > Uitbreiding omvang of verbetering kwaliteit

4.3.3

Doelstelling Kwaliteit

Doelstelling populatie

= > > =

>

=

Knelpunten en aandachtspunten De belangrijkste knelpunten om de doelstellingen voor behoud en verbetering in de Uiterwaarden Lek te realiseren zijn: Stroomdalgraslanden knelpunten: Gericht op vergroten van de oppervlakte en het verbeteren van de kwaliteit. o Inadequaat beheer: in delen van het gebied wordt te laat of te weinig gemaaid en/of begraasd. o beperkte zaadverspreiding vanuit brongebieden stroomopwaarts door gebrek aan overstroming en te weinig verspreiding binnen het gebied door vee. o Afkalving van de oever met groeiplaatsen van dit habitattype bij De Horde. o Vernietiging van potentiële uitbreidingslocaties door omzetten van grasland naar (mais)akker. o Te hoge stikstofdepositie waardoor verruiging en vergrassing optreedt. o Verslechtering van de kwaliteit van bestaand stroomdalgrasland in Luistenbuul door invloed van stikstof vanuit aangrenzende maisakkers. o Op langere termijn kan ontkalking en verzuring door gebrek aan basenaanvoer een knelpunt vormen. Deze hangt samen met de beperkte rivierdynamiek en de daardoor beperkte zand en kalkaanvoer. o Te intensieve recreatie. Glanshaver- en vossenstaarthooiland (glanshaver) knelpunten: Gericht op verbetering van kwaliteit en uitbreiding van oppervlakte. o Habitatvernietiging van potentiële uitbreidingslocaties door omzetten van grasland naar (mais)akker.

Op langere termijn kan ontkalking en verzuring door gebrek aan basenaanvoer een knelpunt vormen. Te hoge stikstofdepositie. o Het groot aandeel particuliere eigenaren is mogelijk een knelpunt voor de continuïteit in het noodzakelijke beheer Kamsalamander knelpunten: Gericht op behoud van omvang en verbetering van de kwaliteit van het leefgebied voor het behoud van de populatie.

Blad 17 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

o

o

o

De populaties in de omgeving van het Natura 2000-gebied lijken allen klein en er is geen regionale samenhangende metapopulatie (voornamelijk populatie in deelgebied Willige Langerak). De verkeersweg over de dijken aan beide zijden van de Lek doorkruist de trekroute van amfibieën tussen de Uiterwaarden Lek en binnendijkse leefgebieden. Het is bekend dat hier onder de voorkomende amfibieënsoorten veel slachtoffers vallen in de migratieperiode. In verschillende deelgebieden zijn geschikte voortplantingswateren aanwezig. Ook zijn er in beperkte mate geschikte landleefgebieden, maar goede wintergebieden ontbreken feitelijk binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied.

4.4

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

4.4.1

Kenmerken De Linge heeft een smal stroomgebied tussen de Waal en de Rijn. In vergelijking met andere grotere rivieren stroomt de Linge door een minder dynamisch gebied, echter heeft het gebied toch in vele opzichten het karakter van een rivierenlandschap. De afwisseling van met land en water samenhangende gradiënten die bepaald worden door voedselrijkdom, (micro)reliëf en bodem hebben geleid tot voor het rivierengebied kenmerkende landschapselementen, begroeiingen en soorten. Samenhangend met de geringere dynamiek, wordt het gebied onder meer gekenmerkt doorovergangen naar laagveen, tot uiting komend in een grote diversiteit aan verlandings-, grasland- en bosgemeenschappen.

4.4.2

Instandhoudingsdoelstellingen Lingegebied & Diefdijk-Zuid is op 4 juni 2013 aangewezen als Natura 2000-gebied. Het beheerplan is op december 2016 vastgesteld. In november 2022 is het Wijzigingsbesluit Aanwezige waarden Lingegebied & Diefdijk-Zuid vastgesteld. Daarmee zijn instandhoudingsdoelen voor de habitattypen H3150 en H6510 (subtypen A en B) en voor de soort H1337 toegevoegd. In onderstaande tabel zijn de instandhoudingsdoelen voor het gebied weergegeven. Voor de meeste instandhoudingsdoelstellingen wordt ingezet op behoud. Voor habitattype Kalkmoerassen en habitatsoorten Grote modderkruiper en Kamsalamander wordt ingezet op uitbreiding oppervlak en populatie en verbetering kwaliteit.

Blad 18 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Tabel 4.5: Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Het Lingegebied & Diefdijk-zuid.

Doelstelling Oppervlak

Doelstelling Kwaliteit

Doelstelling populatie

Habitattypen Meren met krabbenscheer en = = fonteinkruiden Ruigten en zomen ( moerasspirea) = = H6430A Glanshaver- en vossenstraathooilanden = = H6510A (glanshaver) Glanshaver- en vossenstraathooilanden = = H6510B (grote vossenstaart) Kalkmoerassen > > H7230 =(<) = H91E0A* Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen) =(<) = H91E0B* Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen) =(<) > H91E0C* Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) Habitatsoorten Bittervoorn = = = H1134 Grote modderkruiper > > > H1145 Kleine modderkruiper = = = H1149 Kamsalamander > > > H1166 Bever = = > H1337 legenda = Behoud > Uitbreiding omvang of verbetering kwaliteit of uitbreiding populatie = (<) Behoud oppervlakte, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde

H3150

4.4.3

Knelpunten en aandachtspunten De belangrijkste knelpunten om de doelstellingen voor behoud en verbetering in de Lingegebied & Diefdijk-Zuid te realiseren zijn: o o o o o

Verdroging Ontbreken van natuurlijke dynamiek Water en bodem te voedselrijk Atmosferische stikstofdepositie Gebrek aan dynamiek o laag dynamische wateren voor grote modderkruiper, bittervoorn en amfibieën, zoals kamsalamander. o Natuurlijke successie en struweel- of bosvorming o Natuurlijk successie: de natuurlijk verschuiving van open, laagproductieve vegetaties naar meer gesloten, productievere vegetaties en uiteindelijk leidend tot struweel- of bosvorming is voor vrijwel alle aangewezen habitattypen een knelpunt.

Blad 19 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

5

Ingreep-effectanalyse: Voortoets

5.1

Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden Als gevolg van de ontwikkelingen uit de omgevingsvisie kunnen zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase effecten optreden op Natura 2000- gebieden. Om na te gaan welke mogelijke effecten als gevolg van de ontwikkelingen kunnen optreden is de zogenaamde effectenindicator geraadpleegd (https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicator) en daarbij horende achtergronddocumentatie (onder meer Broekmeyer et al (2005)) geraadpleegd. De effectenindicator is een instrument waarmee mogelijke schadelijke effecten ten gevolge van de activiteit en plannen worden verkend. Het dient als leidraad; geanalyseerd is of alle aangegeven effecten daadwerkelijk optreden en of aanvullende effecten relevant zijn. In tabel 5.1 zijn alle storingsfactoren uit de effectenindicator weergegeven. Voor een omschrijving van de storingsfactoren wordt verwezen naar Bijlage 1. Tabel 5.1: Overzicht storingsfactoren die bij activiteiten kunnen ontstaan.

5.2

Afbakening relevante en niet-relevante verstoringsfactoren Natura 2000-gebieden in Vijfheerenlanden Figuur 5.1 t/m 5.3 geven de mogelijk relevante verstoringsfactoren voor de Natura 2000-gebieden in Vijfheerenlanden (Zouweboezem, Uiterwaarden Lek en Lingegebied & Diefdijk-Zuid). Dit bezien vanuit de ontwikkelingen wonen, werken, windturbines en recreatie. De aspecten stikstofdepositie zijn niet opgenomen in de tabellen. Dit is wel in al de Natura 2000-gebieden in Vijfheerenlanden en een groot aantal Natura 2000-gebieden daarbuiten een relevante verstoringsfactor.

Blad 20 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

activiteit wonen

activiteit werken

activiteit windturbines

activiteit recreatie

Figuur 5.1 Effectindicator Zouweboezem

Blad 21 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

activiteit wonen

activiteit werken

activiteit windturbines

activiteit recreatie

Figuur 5.2 Effectindicator Uiterwaarden Lek

Blad 22 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

activiteit wonen

activiteit werken

activiteit windturbines

activiteit recreatie

Figuur 5.3 Effectindicator Lingegebied en Diefdijk Zuid

Blad 23 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Analyse relevante en niet-relevante verstoringsfactoren In figuren 5.1 t/m 5.3 zijn niet al de verstoringsfactoren aanwezig. Als een verstoringsfactor afwezig is in de tabel betekent dit dat deze verstoringsfactor niet zal optreden als gevolg van de voorgenomen activiteit. Een uitzondering hiervoor is stikstofdepositie, dit is nagenoeg altijd een relevante verstoringsfactor. Hierdoor komt uit de figuren naar voren dat een aantal verstoringsfactoren sowieso niet relevant is voor de Natura 2000-gebieden in (en rond) Vijfheerenlanden: • 5. Verzoeting • 6. Verzilting • 9. Vernatting • 10. Verandering stroomsnelheid • 11. Verandering overstromingsfrequentie • 12. Verandering dynamiek substraat • 19 Bewuste verandering soortensamenstelling Onderstaand wordt nader beschouwd of de overige mogelijk relevante verstoringsfactoren ook daadwerkelijk relevant zijn voor de activiteiten in de omgevingsvisie Vijfheerenlanden. Oppervlakteverlies en versnippering (1 en 2) De activiteiten binnen de omgevingsvisie Vijfheerenlanden zijn niet binnen Natura 2000-gebieden gelegen en leiden daarmee niet rechtstreeks tot ruimtebeslag en versnippering. Wel kunnen de zoekgebieden voor woningbouw, werklandschappen en windenergie, maar ook overige ontwikkelingen als randwegen ten koste gaan foerageergebied van soorten die ook buiten de Natura 2000-gebieden foerageren.

Dit geldt vooral voor vogelsoorten en vooral voor Natura 2000gebied Zouweboezem (purperreiger, krakeend, porseleinhoen en zwarte stern). Het geldt ook, maar in minder mate, voor Natura 2000-gebieden Oostelijke Vechtplassen en Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Dit omdat deze gebieden zijn aangewezen voor purperreiger, die een grote reikwijdte foerageergebied heeft (ca 20 km). Oostelijke Vechtplassen ligt binnen de 20 km van Vijfheerenlanden, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck op de rand van de 20 km. Biesbosch zou van belang kunnen zijn, omdat deze voor visarend en zeearend is aangewezen, beide soorten met een grote reikwijdte foerageergebied. Echter uit de effectenindicator voor de Biesbosch blijkt dat deze vogelsoorten niet gevoelig zijn voor ruimtebeslag/aantasting foerageergebied. Overige Natura 2000-gebieden zijn niet aangewezen voor vogelsoorten, liggen buiten de foerageerafstanden van de aangewezen vogelsoorten of zijn aangewezen voor vogelsoorten die niet gevoelig zijn voor ruimtebeslag/verlies van foerageergebied. Stikstofdepositie (verzuring en vermesting) (3 en 4) Activiteiten binnen de omgevingsvisie Vijfheerenlanden leiden tot een toename van stikstofuitstoot en daarmee mogelijk tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden (zie verder hoofdstuk 6).

Dit is relevant voor zowel Natura2000-gebieden binnen de gemeente Vijfheerenlanden als omliggende Natura 2000-gebieden. Voor de zoekgebieden windenergie is alleen de realisatiefase relevant, voor de overige ontwikkelingen (wonen, werken, randwegen, recreatie) zowel de realisatie als de gebruiksfase. Overigens zet de omgevingsvisie ook in op landbouwtransitie, energieopwekking door zon op dak, duurzame mobiliteit e.d., ontwikkelingen die tot een afname van stikstof leiden. Verontreiniging (7) Activiteiten binnen de omgevingsvisie Vijfheerenlanden kunnen leiden tot verontreiniging, maar de huidige wet- en regelgeving voorkomt ernstige verontreinigingen. Verontreiniging in Natura 2000-gebieden wordt dan ook niet verwacht.

Blad 24 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Verdroging (8) Activiteiten binnen de omgevingsvisie Vijfheerenlanden (woningbouw, werklandschappen, randwegen) kunnen leiden veranderingen in de waterhuishouding en grondwaterstanden. Huidige wet- en regelgeving en beleid (hydrologisch neutraal bouwen) voorkomt over het algemeen verdroging in de directe omgeving. Maar voor zoekgebieden woningbouw en werklandschappen direct nabij verdrogingsgevoelige Natura 2000-gebieden (bijvoorbeeld Zouweboezem) kan verdroging niet op voorhand worden uitgesloten. Voor overige Natura 2000-gebieden buiten Vijfheerenlanden kan gezien de afstand verdroging op voorhand worden uitgesloten. Verstoring door geluid, licht, trillingen en optische effecten (13 t/m 16) Activiteiten binnen de omgevingsvisie Vijfheerenlanden kunnen leiden tot verstoring door geluid, licht, trillingen en optische effecten (zichtbaarheid). Voor zoekgebieden woningbouw, werklandschappen en windenergie en overige ontwikkelingen als randwegen, recreatie is in deze passende beoordeling 1,5 a 2 km 1aangehouden als verwacht invloedsgebied voor verstoring. Verstoring is met name relevant voor Zouweboezem en Lingegebied en Diefdijk-Zuid. Uiteraardwaarden Lek is niet gevoelig voor geluid, licht en trillingen (wel voor optische effecten). Voor overige Natura 2000-gebieden buiten Vijfheerenlanden kan gezien de afstand verstoring op voorhand worden uitgesloten.

Verstoring door mechanische effecten (17) Woningbouw en toename van recreatie leidt tot meer inwoners die het buitengebied (waaronder Natura2000-gebieden) gebruiken als uitloop gebied voor recreëren en het uitlaten van de hond. Deze betreding valt onder mechanische effecten en kan negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. In deze passende beoordeling zijn twee afstanden gehanteerd als indicatie voor mogelijk optreden van effecten. Binnen 5 km2 van een Natura 2000-gebied bestaat de kans dat nieuwe inwoners recreëren in Natura2000-gebied, binnen 2 km van een Natura 2000-gebied wordt deze kans groot geacht. Uitgaande van de 2 en 5 km afstand is verstoring door mechanische effecten door recreatiedruk alleen relevant voor de Natura 2000-gebieden in Vijfheerenlanden. Of daadwerkelijk effecten optreden in Natura 2000-gebied hangt af van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen en de huidige recreatiedruk. Effecten op gebieden buiten Vijfheerenlanden kunnen gezien de afstand op voorhand uitgesloten worden. Onder mechanische effecten vallen ook aanvaringsslachtoffers van vogels en vleermuizen door windturbines. Dit is met name relevant voor de gebieden die zijn aangewezen voor vogelsoorten met een foerageergebied dat binnen het invloedsgebied van de zoekgebieden windenergie ligt.

Dit is met name relevant voor Natura 2000-gebied Zouweboezem (aangewezen voor purperreiger, krakeend en zwarte stern). Het geldt ook, maar in minder mate, voor Natura 2000-gebieden Oostelijke Vechtplassen en Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Dit omdat deze gebieden zijn aangewezen voor purperreiger, die een grote reikwijdte foerageergebied heeft (ca 20 km). Oostelijke Vechtplassen ligt binnen de 20 km van Vijfheerenlanden, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck op de rand van de 20 km. Biesbosch is van belang, omdat deze voor visarend en zeearend is aangewezen, beide soorten met een grote reikwijdte foerageergebied.

1 2

Arcadis, 2014. Effectafstanden Veluwe en Rijntakken. Iov Provincie Gelderland Nationale Wandelmonitor 2021

Blad 25 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Overige Natura 2000-gebieden zijn niet aangewezen voor vogelsoorten (zoals Uiterwaarden Lek, Lingegebied & Diefdijk-Zuid en Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem) of liggen op grotere afstand waardoor er naar verwachting geen foerageerrelatie is met de zoekgebieden windenergie. Meervleermuis is ook een gevoelige soort voor aanvaringsslachtoffers. Meervleermuis is geen aangewezen soort in de drie Natura 2000-gebieden in Vijfheerenlanden. Het is wel een aangewezen soort binnen de omliggende Natura 2000-gebieden Rijntakken, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, Biesbosch en Oostelijke Vechtplassen. De afstand tot Vijfheerenlanden is groot en er is geen duidelijke ecologische relatie is tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden waarvoor de meervleermuis is aangewezen. Verder zijn de Natura2000 gebieden in Vijfheerenlanden niet aangewezen voor de meervleermuis. Hierdoor kunnen significante gevolgen voor de meervleermuis bij voorbaat worden uitgesloten. Verandering in populatiedynamiek (18) Verandering van populatiedynamiek is alleen voor de zoeklocaties windturbines relevant en hangt samen met het mechanisch effect van aanvaringsslachtoffers door windturbines. Als aanvaringsslachtoffers verwacht worden moet gekeken worden naar het effect op de populatie om te kunnen bepalen of het effect wezenlijk negatief is.

5.3

Conclusie ingreep-effectanalyse voortoets Natura 2000-gebieden Tabel 5.5 geeft een samenvattend overzicht van mogelijk relevante en daarmee nader te onderzoeken verstoringseffecten. Voor de zoekgebieden woningbouw, zoekgebieden werklandschappen en de overige ontwikkelingen randwegen en recreatie zijn oppervlakteverlies (verlies foerageergebied) verzuring/vermesting als gevolg van stikstof (op Natura 2000-gebieden binnen en buiten Vijfheerenlanden) en verstoringseffecten als gevolg van geluid, licht, trillingen en optische effecten (op Natura 2000-gebieden binnen Vijfheerenlanden) niet op voorhand uit te sluiten. Voor zoekgebieden woningbouw en werklandschappen nabij Natura2000-gebied is verdroging een aandachtspunt. Daarnaast is de verstoringsfactor “mechanische effecten” als gevolg van recreatiedruk mogelijk relevant voor de zoekgebieden woningbouw en de overige recreatieve ontwikkelingen. Voor de zoekgebieden windenergie zijn oppervlakteverlies (verlies van foerageergebied), mechanische effecten / invloed op de populatiedynamiek (als gevolg van aanvaringsslachtoffers vogels) en verzuring/vermesting als gevolg van stikstof (tijdens de realisatiefase) niet op voorhand uit te sluiten. Dit voor zowel Natura 2000-gebieden binnen als buiten Vijfheerenlanden.

Daarnaast is voor Natura 2000-gebieden binnen Vijfheerenlanden verstoring door geluid en optische effecten een mogelijk relevante verstoringsfactor. Voor de overige mogelijke verstoringsfactoren kunnen effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten.

Blad 26 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

Verandering populatiedynamiek

Woningbouw

✓

✓

✓

✓

✓

X

Werklandschappen

✓

✓

✓

✓

X

X

Windturbines

✓

✓

✓

X

✓

Overige: randweg

✓

✓

✓

X

X

Overige: recreatie

✓

✓

✓

X

✓

Oppervlakteverlies en versnippering

Verstoring door mechanische effecten.

Verdroging, vernatting, verontreiniging.

Verstoring door geluid, licht, trillingen en optische verstoring

Verzuring en vermesting door stikstof

Tabel 5.5 Afbakening relevante storingsfactoren bij de verschillende ontwikkelingen voor Natura 2000gebieden, waarbij V = nader te onderzoeken en X significante gevolgen bij voorbaat uitsluiten.

Natura 2000 gebieden in de gemeente Vijfheerenlanden (Zouweboezem, Uiterwaarden Lek, Lingegebied & Diefdijk Zuid)

✓ X X

Natura 2000 gebieden buiten de gemeente Vijfheerenlanden (Oostelijke Vechtplassen, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, Biesbosch) Woningbouw

X

✓

X

X

X

X

Werklandschappen

X

✓

X

X

X

X

Windturbines

X

✓

X

X

✓

✓

Overige: randweg

X

✓

X

X

X

X

Overige: recreatie

X

✓

X

X

X

X

Natura 2000 gebieden buiten de gemeente Vijfheerenlanden (overige) Woningbouw

X

✓

X

X

X

X

Werklandschappen

X

✓

X

X

X

X

Windturbines

X

✓

X

X

X

X

Overige: randweg

X

✓

X

X

X

X

Overige: recreatie

X

✓

X

X

X

X

Blad 27 van 54

Passende beoordeling Omgevingsvisie Vijfheerenlanden projectnummer 0472188 3 maart 2023 revisie 1.0 definitief Gemeente Vijfheerenlanden

6

Risicoanalyse effecten op Natura 2000gebieden

6.1

Inleiding In het vorige hoofdstuk (hoofdstuk 5) is op basis van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden in en om Vijfheerenlanden, de mogelijk relevante effecten (verstoringsfactoren) uit de effectenindicator en de aard en ligging van de zoekgebieden voor woningbouw, werklandschappen en windenergie en de overige ontwikkelingen in de omgevingsvisie een selectie gemaakt van niet op voorhand uit te sluiten effecten. Onderstaand wordt voor de zoekgebieden woningbouw, werklandschappen en windenergie en de relevante overige ontwikkelingen in de omgevingsvisie (randwegen en recreatie) nader ingegaan op de mogelijke en te verwachte effecten op Natura 2000-gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=9b09881c-a158-4bff-85b9-8276023e58c1