CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Rapport deel 1 Een archeologische inventarisatiekaart

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 februari 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Archeologische beleidskaart11.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAAP-RAPPORT 4392 /ADC-RAPPORT 5188

Archeologie in gemeente Vijfheerenlanden Deel 1: Een archeologische inventarisatiekaart

Colofon Opdrachtgever: gemeente Vijfheerenlanden Titel: Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart; Versie: 1-6-2021 Auteur: ir. E.H. Boshoven (RAAP), drs. K. Klerks (ADC ArcheoProjecten), drs. I. Vossen (ADC ArcheoProjecten) Projectcode: VERWA2 Bestandsnaam: RAAPrap_4392_deel1_VERWA2_20210601

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114

Telefoon: 033-2998181

3812 PN Amersfoort

E-mail info@archeologie.nl

Postbus 1513

Website: www.archeologie.nl

3800 BM Amersfoort © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., ADC ArcheoProjecten BV, 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. en ADC ArcheoProjecten BV aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

Inhoud Inhoud................................................................................................................................................. 3 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 Kader en doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.2 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 7

2 Methoden en bronnen ....................................................................................................................... 8 2.1 Onderzoeksopzet en –fasering ............................................................................................................. 8 2.2 Gebruikte bronnen ............................................................................................................................... 8 2.3 Overslaggronden ................................................................................................................................15 2.4 Bodemverstoringen .............................................................................................................................15

3 Archeologisch verwachtingsmodel .................................................................................................. 18 3.1 Inleiding .............................................................................................................................................18 3.2 Jagers en verzamelaars en eerste boeren (kaart 1) ..............................................................................18 3.3 Vroege landbouwsamenlevingen (kaart 2) ............................................................................................22 3.4 Late landbouwsamenlevingen (kaart 3) ................................................................................................24 3.5 Staatssamenlevingen (kaart 4) ............................................................................................................26

4 Discussie ....................................................................................................................................... 29 4.1 Beperkingen en onzekerheden .............................................................................................................29 4.2 Evaluatie van de handleiding ...............................................................................................................30 4.3 Aanbevelingen in kader van gemeentelijk archeologiebeleid .................................................................31

Literatuur .......................................................................................................................................... 32 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 34

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[3]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

1 Inleiding 1.1 Kader en doelstelling In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden is door de combinatie van ADC ArcheoProjecten en RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2019 een archeologische inventarisatiekaart voor het gehele grondgebied van de gemeente (figuur 1) opgesteld. Het project betreft een pilot om een recent tot stand gekomen handleiding voor het opstellen van archeologische inventarisatiekaarten (Breimer (red.), in concept) te toetsen. Naast de gemeente Vijfheerenlanden zijn door andere archeologische bedrijven vergelijkbare pilots uitgevoerd voor de gemeente Meierijstad en voor drie gemeenten in de IJmond regio (gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen ).

Figuur 1. De gemeente Vijfheerenlanden en de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[4]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

De pilot wordt door de gemeente gezien als een manier om een eerste stap te zetten in het harmonisatieproces van het archeologiebeleid. De gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan in 2019 nadat de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik zijn gefuseerd. De drie gemeenten hebben op dit moment nog eigen vastgesteld archeologiebeleid. Hier zal een geharmoniseerd beleid voor moeten worden opgesteld.

De archeologische inventarisatiekaart: verwachtingskaart nieuwe stijl Zoals in het bovenstaande al kort aangestipt, vormt de nieuwe archeologische inventarisatiekaart voor de gemeente Vijfheerenlanden één van de zes pilotprojecten als onderdeel van de nieuw op te zetten ‘Handleiding voor het opstellen van gemeentelijke inventarisatiekaarten’ (in het vervolg: de Handleiding). Van de Handleiding is inmiddels een conceptversie gereed en de eerste tranche van drie pilotprojecten, waartoe ook die van Vijfheerenlanden behoort, is bedoeld om de hierin uitgewerkte werkwijze aan een eerste toets te onderwerpen. Bij deze 1 e tranche was het in de handleiding opgenomen hoofdstuk met betrekking tot waterbodems nog niet gereed en derhalve niet meegenomen bij de uitvoering van deze pilot. In onderhavig rapport is dan een ook een aparte paragraaf opgenomen waarin de nieuwe werkwijze zal worden geëvalueerd en eventuele tekortkomingen dan wel aanbevelingen zullen worden benoemd. De gevoelde noodzaak voor het opstellen van de Handleiding komt voort uit de constatering dat het hele AMZ-proces start met een archeologische inventarisatiekaart, maar dat tot op heden aan dit belangrijke startmoment geen inhoudelijke eisen werden gesteld en misschien nog belangrijker, geen standaard waardoor de variatie in verwachtings- en beleidskaarten heel groot is.

Hoe beter en nauwkeuriger de start van de AMZ-cyclus, des te beter onderbouwd de daarop volgende beslissingen kunnen worden genomen over het vrijgeven dan wel het onderzoeken van een locatie (te beginnen met het bepalen van vrijstellingsgrenzen bij het gemeentelijk archeologiebeleid) . Daarnaast wordt met de Handleiding invulling gegeven aan het begrip ‘aantoonbare archeologische verwachtingen’. Dit laatste komt voort uit het aangenomen amendement Ronnes 1 dat plaats krijgt in de Omgevingswet. Met ‘aantoonbaar’ wordt bedoeld dat de in het omgevingsplan opgenomen verwachting (trefkans) op het aantreffen van archeologische vondsten goed moet zijn onderbouwd (aangetoond) met behulp van expliciete en locatie-specifieke archeologische en bodemkundige informatie. Tevens staat in het concept Besluit Kwaliteit Leefomgeving het volgende te lezen: “… de gemeente wordt, kortom, geacht de verantwoordelijkheid te nemen voor goed onderbouwde archeologische verwachtingen in het omgevingsplan. Deze bieden meer zekerheid voor de initiatiefnemers (verstoorders). Volledige zekerheid is echter niet mogelijk. Dit ligt in de aard van de arche ologie, die nu eenmaal niet zichtbaar in de bodem zit. Alleen alles opgraven zou volledige zekerheid geven, maar dat is in strijd met het beginsel van behoud in situ.

Het blijven dus goed onderbouwde verwachtingen, waaraan een mate van onzekerheid nu eenmaal inherent is“.

De term ‘archeologische inventarisatiekaart’ is één van de wijzigingen die voortvloeit uit de nieuwe handleiding. Voorheen, ook voor de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik, zijn

1

Amendement Ronnes is Amendement nr.162 mbt Omgevingswet artikel 2.28, onder a dat regelt dat gemeenten te verwachten archeologische monumenten alleen in hun omgevingsplannen kunnen beschermen indien dit aantoonbaar is.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[5]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

archeologische verwachtingskaarten vervaardigd waarop zones met een bepaalde archeologische verwachting waren aangegeven. Het verschil met de tot nu toe gehanteerde werkwijze is dat er nu geen uitspraak (waardering) me er gedaan wordt over een hoge, middelhoge, of lage verwachting. Een dergelijke uitspraak bevat immers een impliciete veronderstelling over de dichtheid aan archeologische resten in een gebied en derhalve ook een kans deze te kunnen aantreffen. Dit suggereert een kwantificering die niet te onderbouwen is. Er wordt dus geen waardering in te rmen van hoge, middelhoge of lage verwachting meer uitgesproken. Daarmee staat ook de aantoonbaarheid van de verwachtingen niet langer ter discussie, omdat alleen een feitelijke onderbouwing wordt gegeven waarom in een bepaalde zone specifieke archeologische resten aanwezig kunnen zijn, op basis van gevalideerd bronnenmateriaal. Discussie over de waardering van verschillende complextypen uit verschillende perioden – wat vinden we bijvoorbeeld als gemeente belangrijker: een nederzetting uit de bronstijd of een grafveld uit Romeinse tijd? – wordt in dit stadium van het proces daarmee uit de weg gegaan. Dergelijke keuzes zal de gemeente inzichtelijk moeten maken middels separaat beleid dat gekoppeld kan worden aan de betreffende verwachtingszones op de inventarisatiekaarten.

Met de nieuwe term wordt tevens aangesloten bij het proces van verandering met de Omgevingswet en ter verduidelijking van de inhoud van de kaart: op een archeologische inventarisatiekaart staat de archeologische voorraad van een gemeente: zowel de bekende archeologische resten als de te verwachten resten. Er wordt hierbij primair gekeken naar de mogelijkheden die het landschap in het verleden bood voor menselijke activiteit, waarbij de tijdsperioden en complextypen die zijn gedefinieerd leidend zijn. Er wordt dus vastgesteld of een bepaalde landschapszone, zoals bijvoorbeeld een oeverwal van een rivier, in een bepaalde periode wel of geen mogelijkheden bood voor bijvoorbeeld bewoning. Deze beoordeling kan plaatsvinden door middel van analogi e, extrapolatie uit bekend onderzoek of algemeen theoretische uitgangspunten.

Beleidsadviezen en dus ook beleidskaarten maken geen onderdeel (meer) uit van de inventarisatiekaarten of het bijbehorende rapport. De nieuwe werkwijze voorziet in duidelijk onderscheid tussen enerzijds de zo objectief mogelijk opgestelde inventarisatiekaarten en anderzijds het hierop gebaseerde en door de gemeente vastgestelde erfgoedbeleid. Het beleid zal worden opgenomen in het Omgevingsplan.

Het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het gehele grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden en beslaat een gebied van 153 km 2 . De gemeente bestaat sinds 1 januari 2019 en betreft een samenvoeging van de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Voorheen lagen de gemeenten Leerdam en Zederik in de provincie Zuid-Holland en de gemeente Vianen in provincie Utrecht, maar met de samenvoeging is de gehele fusiegemeente onderdeel uit gaan maken van de provincie Utrecht. De noordelijke grens van de gemeente wordt gevormd door de Lek, de oostgrens door de Diefdijk. De Linge vormt de zuidelijke grens en de westelijke begrenzing wordt gevormd door het Merwedekanaal en diverse weteringen en wegen in het buitengebied ten westen van Ameide en Meerkerk.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[6]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

1.2 Leeswijzer Dit rapport (deel 1) vormt een methodische en inhoudelijke toelichting op de actualisatie van de archeologische inventarisatiekaart van de gemeente Vijfheerenlanden. Hoofdstuk 2 geeft een toelichting op de gehanteerde methoden en bronnen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het archeologisch verwachtingsmodel toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt tot slot in gegaan op de kwaliteit van de kaart en de onzekerheden. Ook komt in het kort een evaluatie van de concepthandleiding inventarisatiekaarten aan bod. Na afronding van de inventarisatie is een vervolgproject opgestart met betrekking tot het archeologiebeleid en dat betreft deel 2 van het rapport.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[7]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

2 Methoden en bronnen 2.1 Onderzoeksopzet en –fasering In samenspraak met de gemeente Vijfheerenlanden en de regioarcheoloog 2 van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) is bij de start van het project een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld (februari 2019). Dit PvA is op zijn beurt gebaseerd op het stappenplan zoals opgenomen in de conceptversie van de ‘Handleiding voor het opstellen van gemeentelijke inventarisatiekaarten’ (zie ook paragraaf 1.1). Het project is aldus in de volgende fasen uitgevoerd: - Fase 1: projectvoorbereiding en –opstart - Fase 2a: inventarisatie van de archeologische informatie - Fase 2b: inventarisatie van de landschappelijke ondergrond - Fase 3: integratie archeologische en landschappelijke informatie - Fase 4: inventarisatie bodemverstoringen De voor Fase 2a/b gebruikte bronnen en gehanteerde werkwijze worden in paragraaf 2.2 nader toegelicht. De wijze waarop vervolgens de archeologische en landschappelijke gegevens zijn geïntegreerd en verwerkt tot de vier periodekaarten wordt nader uiteengezet in hoofdstuk 3. Een veldtoetsing is niet uitgevoerd. In samenspraak met de gemeente is besloten om het budget voor de veldtoetsing te gebruiken voor het opstellen van adviezen hoe de inventarisatiekaart gebruikt kan worden bij het actualiseren van het gemeentelijk archeologiebeleid.

2.2 Gebruikte bronnen 2.2.1

Archeologische informatie

Voor archeologische informatie zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ARCHIS 3 , archeologische literatuur (voornamelijk onderzoeksrapporten) en amateurarcheologen. De archeologische informatie uit deze bronnen bestaat enerzijds uit archeologisch inhoudelijke data. Denk daarbij aan vondstlocaties en vindplaatsen: wat is er gevonden, welk complextype uit welke periode. Anderzijds gaat het om gegevens met betrekking tot onderzoek en monumentenzorg: welk type onderzoek is uitgevoerd en wat zijn de aanbevelingen en/of het selectieadvies. -

Onderzoeksmeldingen (ARCHIS 3). Archeologische onderzoeken worden door de betreffende archeologische uitvoerder aangemeld in ARCHIS, zowel type onderzoek als de locatie (als vlak op de kaart). Na afloop van het onderzoek wordt de onderzoeksmelding aangevuld met de resultaten en, in het geval van vooronderzoek, het selectieadvies c.q. advies voor vervolgstappen (vrijgave, vervolgonderzoek, behoud in situ, of een combinatie van deze ). Wat dit laatste betreft is echter niet altijd duidelijk of het selectieadvies door de gemeente is

2

Bij de start was dhr. P. de Boer vanuit de ODRU bij het project betrokken, vanaf oplevering van de conceptproducten was mevr. L. Bruning de betrokkene vanuit de ODRU.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[8]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

overgenomen (in de regel neemt de gemeente het advies van de ODRU op het rapport over ). Ook zijn de resultaten van een onderzoek nog niet altijd bekend c.q. (toereikend) ingevoerd. Op het moment van de start van de uitvoering van deze inventarisatie (medio maart 2019) zijn er in de gemeente Vijfheerenlanden 300 onderzoeksmeldingen gedaan. De informatie uit deze gegevens is bij de inventarisatie in de eerste plaats gebruikt voor het identificeren van archeologische vindplaatsen en daarmee het vaststellen van de archeologische verwachting gerelateerd aan bepaalde landschappelijk eenheden (zie Hoofdstuk 3). Hierbij kunnen overigens ook onderzoeken die geen archeologische vindplaats hebben aangetoond van dienst zijn. Waar de informatie uit een bepaalde onderzoeksmelding niet afdoende is voor het bepalen van het complextype (type vindplaats, zie ook Hoofdstuk 3) en/of archeologische periode(n), hebben we deze in enkele gevallen kunnen aanvullen met gegevens uit het betreffende onderzoeksrapport en/of de uit het onderzoek voortkomende vondstmeldingen (zie onder). Hierbij valt op dat de gegevens uit verschillende databronnen, te weten ARCHISonderzoeksmeldingen, ARCHIS-vondstmeldingen (vondstlocaties) en onderzoeksrapporten , dikwijls een grote overlap kennen. Deze gegevens zijn gecombineerd als onderliggende data in het GIS-bestand.

3 Alle onderzoeksmeldingen binnen de gemeente zijn integraal overgenomen uit ARCHIS en opgenomen op de archeologische informatiekaart (Kaart 7). Daar waar een onderzoek een of meer archeologische vindplaatsen heeft aangetoond is deze onderzoeksmelding tevens als vindplaatslocatie (puntlocatie) op de betreffende periodekaart opgenomen (op een of meer van de Kaarten 1 t/m 4). Of een onderzoeksmelding als vindplaats is aangemerkt en aldus wordt weergegeven, is echter afhankelijk van twee criteria. In de eerste plaats moet bekend zijn (uit onderzoeksmelding of onderzoeksrapport) wat het complextype is. En, in de tweede plaats, mag de archeologische periode waar de vindplaats aan wordt toegeschreven een beperkte range kennen. Dat houdt in dat een vindplaats die, op basis van bijvoorbeeld scherven handgevormd aardewerk, een brede (globale) dateringsrange kent van bijvoorbeeld ijzertijd tot en met vroeg middeleeuwen niet als vindplaats is aangemerkt en als zodanig niet op één of beide periodekaarten opgenomen 4. Als de betreffende vindplaats echter in de ijzertijd én in de vroege middeleeuwen gedateerd is (waarmee er in feite sprake is van twee vin dplaatsen), dan is deze wel op beide periodekaarten weergegeven. -

Vondstlocaties (ARCHIS 3). Zowel meldingen van archeologische toevalsvondsten als vondsten die worden gedaan in het kader van archeologisch onderzoek worden als vondstmelding opgenomen in ARCHIS. Na een interne check worden deze opgewaardeerd tot een ‘vondstlocatie’. Het zijn puntlocaties waar ooit een of meer archeologische resten zijn aangetroffen. Het kan hierbij gaan om één enkel fragment aardewerk, maar ook om een complete vondstassemblage van een opgraving. Daarnaast kunnen ook archeologische sporen en structuren of bodemkundige fenomenen als een oude woongrond als (onderdeel van een) vondstlocatie zijn geregistreerd. Duidelijk is dat de diversiteit aan gegevens binnen deze

3

Deze database is als digitale bijlage toegevoegd. Bij vondsten met een slechts ‘globale’ datering tussen ijzertijd en vroege middeleeuwen is over het algemeen sprake van zeer kleine fragmenten aardewerk die niet specifieker gedateerd kunnen worden. Dit betekent niet dat de vindplaats de gehele perio de tussen ijzertijd en vroege middeleeuwen besloeg, maar een ‘korte’ tijdspanne ergens in deze periode. Om onjuiste kaartbeelden te vermijden zijn deze vindplaatsen met globale datering niet op de periodekaarten afgebeeld. 4

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[9]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

dataset groot is. Dat geldt ook voor betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de meldingen. Het kan gaan om een toevalsvondst uit de 19 e eeuw, waarvan de vondstlocatie slechts bij benadering bekend is, tot een nauwkeurige registratie binnen de context van een archeologische opgraving. Al met al zijn Vondstlocaties te beschouwen als een veelzijdige bron van archeologische informatie, maar moeten we ons altijd bewust zijn van de beperkingen zoals globale locatie en diversiteit in betekenis (losse vondst versus vondsten van ee n opgraving). Alle (tot maart 2019) 201 vondstlocaties uit de gemeente Vijfheerenlanden zijn op de Inventarisatiekaart alle perioden (Kaart 5) opgenomen met achterliggende gegevens. Vondstlocaties die aan één van de vier hoofdperioden kunnen worden toeges chreven zijn ook op de betreffende periodekaart (Kaarten 1 t/m 4) weergegeven. Hiervoor is hetzelfde criterium gehanteerd als bij de Onderzoeksmeldingen. -

Beschermde archeologische rijksmonumenten.. Informatie over deze terreinen is via ARCHIS te raadplegen en bestaat altijd uit een of meer complextypen, archeologische periode(n) en een korte beschrijving. De archeologische rijksmonumenten zijn in situ (ter plaatse in de ondergrond) beschermd waarbij bodemingrepen in beginsel van rijkswege niet zijn toegestaan en de tot dusver beschikbare kennis erover is dus afkomstig van fragmentair archeologisch onderzoek, toevalsvondsten en/of indirecte aanwijzingen (zoals reliëf). Deze informatie is echter wel afdoende gebleken om complextype en archeologische periode(n) te bepalen en een beschermde status te verkrijgen. In de gemeente Vijfheerenlanden zijn vier archeologische rijksmonumenten gelegen, daterend van de midden-bronstijd tot in de late middeleeuwen. Deze zijn opgenomen op archeologische informatiekaart (Kaart 7) en de betreffende periodekaarten (Kaarten 1 t/m 5).

-

AMK-terreinen: niet beschermde archeologische monumenten. De Archeologische Monumentenkaart (AMK) wordt sinds 2014 niet meer bijgehouden door de RCE, maar is als statisch bestand nog wel raadpleegbaar in Archis. Hoewel de betreffende vindplaatsen om diverse redenen nooit voor een beschermde status in aanmerking zijn gekomen, is de beschikbare informatie wel toereikend om complextype(n) en archeologische periode(n) aan te merken. In de gemeente Vijfheerenlanden zijn 37 AMK-terreinen gesitueerd uit diverse archeologische perioden. Deze terreinen zijn opgenomen op archeologische informatiekaart (Kaart 7) en de betreffende periodekaarten (Kaarten 1 t/m 5). De achterliggende gegevens zijn ook opgenomen in het GIS-bestand en de Access-database.

-

Onderzoeksrapporten. Via ARCHIS en EASY zijn alle hierin beschikbare rapporten van divers archeologisch onderzoek in de gemeente Vijfheerenlanden verzameld. Ook onderzoeksrapporten die bij de beide uitvoerders (ADC en RAAP) voorhanden waren, zijn meegenomen. Het gaat om in totaal 330 rapporten. Alle rapporten zijn gecheckt en waar aanvullende informatie over complextype of periode van een vindplaats beschikbaar was, is deze gebruikt om onderzoeksinformatie in de tabel Onderzoeken (Acces s-database) aan te vullen. In 14 gevallen bleek een onderzoek uit een rapport niet in ARCHIS aangemeld. Deze zijn alsnog in de tabel Onderzoeken opgenomen, uiteraard zonder ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer c.q. -zaakindentificatienummer

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[10]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

Alle digitale rapporten (pdf- of Word-bestand) zijn in één map opgeslagen en een link naar de betreffende bestanden is opgenomen in de Access-database (tabel Onderzoeken; zie boven). -

Amateurarcheologen. Tijdens het project is contact geweest met de AWN, afdeling Lek - en Merwestreek (contactpersoon dhr. C. Westra). De betreffende AWN -afdeling beheert een overzicht met waarnemingen, vondsten e.d. die door de AWN zijn gedaan (en zijn opgeslagen onder objectnummers). Dit overzicht is ook gebruikt bij de vervaardiging van de verwachtingskaarten van Leerdam en Zederik in 2009. Bij het huidige project zijn de objectnummers geselecteerd die betrekking hebben op de periode 2009 tot 2019 en betreft een totaal van 14 objectnummers (deze AWN11-objectnrs.vallen in de reeks 611 t/m 744). Elf objectnummers hebben betrekking op vondsten of waarnemingen die gedaan zijn op oude woongronden of historische bewoningskernen/ -linten waar aan reeds een bepaalde archeologische verwachting of waarde is toegekend. Derhalve is van deze objectnummers niet de achterliggende informatie opgevraagd. Voor drie objectnummers (nrs. 631, 633 en 675) is wel de achterliggende informatie opgevraagd bij de AWN. Objectnummer 633 bevat geen informatie, nr.

631 betreft vondstmateriaal dat in de historische kern van Lexmond is aangetroffen en 675 (ARCHIS-zaakidentificatie 3069636100) betreft enkele aardewerkscherven (late ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen) afkomstig uit een zandwinput in Via nen en hoogstwaarschijnlijk dezelfde vondsten betreft als ARCHIS -zaakidentificatie 3254380100.

2.2.2

Landschappelijke informatie

De landschappelijke informatie is verzameld uit diverse bronnen. Het betreft: -

De stroomgordelkaart (Cohen & Stouthamer, 2012). De kaart heeft geen vaste kaartschaal en is vervaardigd op basis van boorgegevens van Universiteit Utrecht. In sommige gebieden is intensief geboord, terwijl in andere gebeden aanzienlijk minder boringen zijn uitgevoerd. De dieper gelegen stroomgordels (meer dan 3 m-mv) zijn niet altijd aangeboord. Als begrenzing van deze diepe stroomgordels is dan ook veelal de begrenzing aangehouden zoals die op de geologische kaart is weergegeven .

-

Kaart met oevers van stroomgordels tijdens het eerste millennium na Chr. (Pierik, 2017). Deze kaart betreft een afgeleide van de stroomgordelkaart waarbij op basis van de boorgegevens informatie is weergegeven over de omvang van oeverwallen in de (laat) Romeinse tijd en vroege middeleeuwen.Net als de stroomgordelkaart is a an deze kaart geen vaste kaartschaal te koppelen.

-

De geologische kaart (kaartbladen 38 oost en 39 west; Verbraeck 1970 en 1984). De geologische kaart heeft een kaartschaal van 1:50.000.

-

De bestaande verwachtingskaarten van de voormalige gemeenten Leerdam (Boshoven, 2009), Vianen (Sprangers e.a., 2011) en Zederik (Boshoven,2009). De betreffende verwachtingskaarten hebben een kaartschaal van 1:10.000 ;

-

Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN versie 3; 0,5x0,5 m grid ; inwinjaar: 2015). Uit het gridbestand is de regionale helling verwijderd zodat de lokale hoogteverschillen beter zichtbaar worden en hiermee de stroomgordels, restgeulen, crevasses en donken nauw keuriger kunnen worden begrensd;

-

top10 (begrenzing van wateroppervlakten; 2019); Schaal 1:10.000

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[11]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

-

Historisch kaarten (met name uit de periode 1900 tot en met 1950) : de serie bonnebladen en de latere topografische kaarten zijn uitgevoerd op schaal 1:10.000.

-

Resultaten van uitgevoerd archeologisch onderzoek. De begrenzingen van de diverse zones zijn op zeer wisselende kaartschaal weergegeven.

Velden in het GIS-bestand: -

Id: uniek nummer;

-

Type: landschappelijke eenheid of combinatie van boven elkaar liggende landschappelijke eenheden (bijvoorbeeld: stroomgordel of crevasse op stroomgordel;

-

Diepte: de (globale) top van de betreffende afzettingen in cm –mv;

-

Bron: bron of bronnen waar de begrenzing van het vlak op gebaseerd is;

-

Toelichting: naam van de stroomgordel, uit welke stroomgordel de crevasse afkomstig is of bij welke stroomgordel de oeverwal hoort;

-

Opmerking: In enkele gevallen is aangegeven dat de ligging van de stroomgordels onzeker is vanwege de ligging ter plaatse van de bebouwde kom waardoor beduidend minder (boor)gegevens beschikbaar zijn;

-

Mv_zichtb: keuzemogelijkheid: ja of nee; De waarde geeft aan of de betreffende landschappelijke eenheid (als verhoging) aan het maaiveld zichtbaar is;

2.2.3 -

Historische bronnen en kaartmateriaal Kadastrale minuutplannen ca 1811-1832: Vanwege de belastingheffing begon men in 1811 al met het opmeten van percelen. Deze gegevens zijn vastgelegd in zogenaamde minuutplans. Daarnaast zijn op deze kaarten veel contouren van de toen aanwezige bebouwing zichtbaar. Na 1832 zijn de minuutplans niet meer bijgehouden; ze geven als het ware de bevroren toestand in dat jaar weer. Voor het raadplegen van de kadastrale gegevens van 1832 is gebruik gemaakt van verschillende soorten bestanden. Van de voormalige gemeente Vianen zijn via HISGIS digitale bestanden beschikbaar van de percelen en de bebouwing met uitgebreide beschrijvingen van onder meer type bebouwing, perceelsnummer en eigenaar. 5 Voor de nieuwe archeologische inventarisatiekaart van de periode staatssamenlevingen is van het bestand met contouren van bebouwing een puntenbestand gemaakt. De kolom type bebouwing is ingevuld aan de hand van de gegevens uit HISGIS. Voor het overige deel van de gemeente (voormalige gemeenten Leerdam en Zederik) zijn de scans van de kadastrale minuutplannen gebruikt die beschikbaar zijn via de beeldbank van de RCE. 6 De 63 scans zijn gegeorefereerd aan de hand van Top 10 vector bestanden. Het puntenbestand met bebouwing is op basis van deze scans aangevuld met puntlocaties van alle bebouwing. Hier is een algemenere indeling aangehouden voor type bebouwing.

In de laag met polygonen is de omvang van de historis che kernen opgenomen, de omvang van kasteelterreinen, percelen met eendenkooien, percelen rondom bebouwing en zones langs

5 6

http://www.hisgis.nl/hisgis/gewesten/utrecht/atlas_utrecht -1/HISGIS-Utrecht https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[12]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

concentraties van lintbebouwing. Deze laatste zijn grotendeels gebaseerd op perceelsgrenzen of gemiddelde perceellengte en zijn beschreven als bewoningslinten. Velden in het GIS bestand zijn ID, Type en Verwachting specifiek (vw_speci) -

Dijklijnenkaart: Voor de (historische) dijken is de RCE-Dijkenkaart gebruikt. Deze bevat een landelijke kartering van de dijken en kaden in Nederland. Een deel van deze dijken en kaden is inmiddels verdwenen. Het bestand is gebaseerd op verschillende inven tarisaties door provincies, aanvullende inventarisaties in opdracht van de Rijksdienst, eigen inventarisaties, leggers van waterschappen, nieuwe en oude topografische kaarten, de Waterstaatskaart (1860-1890), de Algemeene Rivierkaart 1e druk (1830-1915), het Actueel Hoogtebestand Nederland en het OpenTopo kaartbeeld. De dataset bestaat uit 1 tabel met daarin onder meer velden met de dijknaam, de datering, de status van de dijk, de oorspronkelijke functie en een veld bijzonderheden met verdere cultuurhistorisch relevante informatie alsmede de velden archeologische relevantie (archeo), buffer (arch_buff) en verwachting specifiek (vw_specifi) . 7

2.2.4

Tweede Wereldoorlog

Gelijktijdig met de vervaardiging van onderhavige verwachtingskaart heeft de gemeente Vijfheerenlanden een CE-bodembelastingkaart laten vervaardigen (Van Wiggen, 2019). Bij het historisch vooronderzoek voor die kaart zijn diverse archieven geraadpleegd, zijn luchtfoto’s geïnventariseerd evenals andere bronnen. De gegevens zijn verwerkt in een GIS en de (concept) GISbestanden zijn door de gemeente ter beschikking gesteld voor onderhavige archeologische inventarisatie. De GIS-gegevens zijn vervolgens beoordeeld op de archeologische relevantie. Hierbij is aan de GIS-tabellen een kolom ‘archeo’ toegevoegd waarbij de archeologische relevantie met de waarden ja of nee kon worden ingevuld. De archeologisch relevante locaties zijn vervolgens opgeslagen in drie GIS-bestanden, te weten een bestand met puntlocaties, een bestand met lijnen en een bestand met vlakken. Tot slot is aan de hand van recente luchtfoto’s gecontroleerd of de archeologis che relevantie vandaag de dag nog geldt. Zo stonden geschutstellingen ter plaatse van de huidige zandwinput in de Middelwaard. Aangezien de zandwinput na de Tweede Wereldoorlog is aangelegd zijn de resten van deze geschutstellingen reeds verstoord. Ook wordt aangenomen dat WOII-resten als geschutstellingen en loopgraven ter plaatse van na-oorlogse woonwijken reeds verstoord zijn.

Deze verstoorde locaties zijn in de GIS-bestanden aangegeven met verstoord in het veld ‘archeo’. Aan de vlakken kan in z’n geheel een archeologische verwachting voor WOII-resten worden toegekend. De punt- en lijnlocaties zijn daarentegen gebufferd om zo een ruimtelijk vlak te krijgen waaraan vervolgens een archeologische verwachting voor WOII-resten kan worden gekoppeld. Hierbij zijn de volgende buffers aangehouden:

7

https://data.overheid.nl/dataset/61588-rce-dijkenkaart

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[13]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

bron

type

buffer (straal in m)

puntlocatie

radarinstallatie

15

puntlocatie

opstelplaats

5

puntlocatie

Mitrailleurstelling

5

puntlocatie

Munitieopslag

10

puntlocatie

Mangat

1

puntlocatie

Geschutstelling

5

puntlocatie

(Raket)krater, oorlogsschade

10

puntlocatie

Crash: vliegtuig

40

puntlocatie

Crash: vliegtuigonderdelen

25

puntlocatie

Bunker

15

lijnelement

Loopgraaf

5

lijnelement

Mangaten

5

Tabel 1. Overzicht van gehanteerde buffers van diverse typen WOII-locaties (zowel punt- als lijnelementen).

2.2.5

Verwachtingskaarten van omliggende gemeenten

Aan westzijde grenst de gemeente Vijfheerenlanden aan de gemeente Molenlanden. Deze gemeente (of eigenlijk de voormalige gemeenten Giessenlanden en Molenwaard) beschikt over een verwachtingskaart uit 2009 en was onderdeel van een groter project waar van acht gemeenten in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden (waaronder ook Leerdam en Zederik) een verwachtingskaart is opgesteld. De kaart van Molenlanden wordt in het voorjaar van 2020 geactualiseerd. Dit betekent dat de grenzen van de nieuwe kaart van Vijfheerenlanden niet overal aansluiten op de bestaande kaart van Molenlanden, maar dat bij de actualisatie van de kaart van Molenlanden w el wordt aangesloten op de nieuwe kaart van Vijfheerenlanden. gemeente

uitvoerder

jaar

Molenlanden (Molenwaard/Giessenlanden)

BAAC

2009

Lopik

Vestigia

2010

IJsselstein

ADC

2006

Nieuwegein

RAAP

2011

Houten

Vestigia

2007

Culemborg

gemeente Culemborg

2015

West Betuwe (Geldermalsen)

RAAP

2015

West Betuwe (Lingewaal)

Vestigia

2011

Tabel 2. Overzicht van de uitvoerders en jaartallen van de archeologische kaartprojecten van de omliggende gemeenten.

De Lek vormt de noordelijke grens van de gemeente Vijfheerenlanden. Aan de kaarten van de gemeenten Lopik, IJsselstein en Houten is aan de Lek geen archeologische verwachting toegekend. Op de kaart van de gemeente Nieuwegein zijn aan de Lek wel archeologische verwachtingen toegekend

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[14]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

waarbij de Lek direct om de historische kern en haven van Nieuwegein een middelhoge verwachting heeft en de overige delen van de Lek een lage verwachting . Een zelfde verhaal geldt voor de Linge, de zuidelijke grens tussen de gemeente Vijfheerenlanden en Lingewaal (voormalige gemeente binnen de per 2019 nieuw gevormde gemeente West Betuwe). Ook hier is aan het water van de Linge geen archeologische verwachting toegekend. De oostgrens van de gemeente Vijfheerenlanden ligt ter plaatse van de Diefdijk. Oostelijk van deze dijk ligt de voormalige gemeente Geldermalsen (thans onderdeel van de gemeente West Betuwe (zuidelijk deel)) en Culemborg (noordelijk deel).De begrenzing van de diverse stroomgordels, gebaseerd op de stroomgordelkaart van Cohen & Stouthamer (201 2) lopen aan beide zijden van de grens door. Op de kaart van Culemborg is hierbij onderscheid gemaakt in stroomgordels die ondieper dan 200 cm –mv liggen en dieper dan 200 cm –mv. Aan de eerste categorie is een hoge verwachting gekoppeld, terwijl de tweede categorie is aangeduid met een middelhoge verwachting. Op de beleidskaart van de voormalige gemeente Geldermalsen zijn eveneens ondiepere en diepere stroomgordels weergegeven met elk een eigen vrijstellingsbeleid.

2.3 Overslaggronden De diverse dijkdoorbraken die afgelopen eeuwen hebben plaatsgehad hebben geleid tot de afzetting van overslaggronden als een waaier in een groot gebied direct achter de doorbraaklocaties. Deze afzettingen bestaan veelal uit een sterk gemengd pakket klei en zand en zijn ter hoogte van de dijkdoorbraak soms wel een meter dik. Hoe groter de afstand tot de doorbraaklocatie, hoe dunner het overslagpakket wordt. Het overslagpakket dekt de oudere afzettingen af waardoor mogelijke archeologische resten in de oudere afzettingen beter besche rmd zijn tegen bodemingrepen. Tegelijkertijd zal dicht bij de doorbraaklocatie de top van de oorspronkelijke ondergrond verspoeld zijn waarmee ondiep gelegen archeologisch resten verstoord kunnen zijn. De zones waar overslagen aanwezig zijn, staan weergeg even op de gedetailleerde bodemkaart Vijfheerenlanden (Pons, 1951) en zijn overgenomen op Kaart 6 (Verstoringen), met de kanttekening dus dat een overslaggronden niet per definitie tot een verstoring van de ondergrond hebben geleid

2.4 Bodemverstoringen De bodemverstoringen in het gebied zijn geïnventariseerd op basis van de volgende bronnen: -

Bestaande verwachtingskaart Vianen: op de bestaande kaart (Sprangers e.a., 2011) staan gebieden weergegeven waar de ondergrond verstoord is. Deze verstoringen zijn echter weer afkomstig van de kaart uit 2007 (Huizer e.a., 2007). Het betreft een GIS -bestand zonder achterliggende informatie. De gegevens hebben betrekking op het tracé van de rijkswegen A2 en A27 en enkele kleine locaties in de gemeente Vianen. Op de bestaande kaarten van de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik (Boshoven e.a., 2009) zijn geen bodemverstoringen afgebeeld.

-

Bodemkaart Vijfheerenlanden (Pons, 1951): De kaart is vervaardigd voor het grondgebied van de voormalige gemeenten Leerdam en Vianen en het oostelijke deel van de voormalige gemeente Zederik. Op de bodemkaart zijn bodemverstoringen in 4 klassen onderverdeeld:

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[15]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

o

Ondiep uitgegraven tot gronden die weinig in waarde zijn verminderd (o.a. kleiwinning t.b.v. steenfabricage en dijkenbouw)

o

Ondiep uitgegraven klei op veengronden voor aanleg van de Diefdijk tot moerassig veenland

o

Verbeterde gronden door opspuiten

o

Verbeterde gronden door zand uitgraven, egaliseren, enzovoort

Deze vlakken zijn gevectoriseerd en opgenomen in het bodemverstoringenbestand. -

Bodemkaart Alblasserwaard (Van de Linde, 1951): Binnen het grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden is de kaart vervaardigd voor het westelijke deel van de voormalige gemeente Zederik. Op de kaart zijn bodemverstoringen in drie klassen onderverdeeld: o

Afgegraven

o

Opgehoogd

o

Afgegraven en opgehoogd met afwijkend materiaal

Deze vlakken zijn gevectoriseerd en opgenomen in het bodemverstoringenbestand. -

Dataset Vergraven gronden (Alterra) Van deze dataset zijn alleen de vlakken overgenomen waarvan aannemelijk gemaakt kan worden dat sprake is van (diepe) bodemverstoringen. Het betreft de tracés van een persriool en het tracé van een hogedruk aardgasleiding.

-

Provincie Zuid-Holland: voormalige stortplaatsen (alleen voor grondgebied van voormalige gemeenten Leerdam en Zederik)

-

Actueel Hoogtebestand Nederland (versie 3; 0,5x0,5 m grid)

-

Een bewerking van de eerste versie van het AHN en de derde versie, waarmee hoogteverschillen zichtbaar gemaakt worden tussen de inwinning van AHN1 (periode 2002/2003) en de inwinning van het AHN3 (2015). Om deze twee versies te kunnen vergelijken is het 0,5 m grid van het AHN3 omgezet naar een 5 m grid. Vervolgens is een rastercalculatie uitgevoerd (AHN3-AHN1). Het maaiveld op percelen waarvan het resultaat groter dan 0 is, lag in 2015 hoger dan in 2002/2003. Bij een resultaat kleiner dan 0 is sprake van een lagere ligging in 2015 ten opzichte van 2003. Aangezien Vijfheerenlanden grotendeels een veengebied betreft, is een maaiveldverlaging van enkele centimeters een natuurlijk proces. Pa s als percelen of delen er van meer dan 30 cm zijn opgehoogd/afgegraven is de begrenzing hiervan opgenomen in het GIS-bestand met de verstoringen

-

Top10-vector: Van het top10-vectorbestand zijn vooral de begrenzingen van watergebieden (ontzandingen, grindgaten e.d.) overgenomen in het GIS-bestand met bodemverstoringen.

-

Luchtfoto 2018: de luchtfoto is gebruikt om recente verstoringen te identificeren. Het betreft onder meer diverse strangen in de uiterwaard van de Lek.

Velden in het GIS-bestand: -

Type bodemverstoring:

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[16]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

-

Afgegraven

-

Ophoging

-

Ondiep uitgegraven

-

Leidingtracé

-

Diepte

-

Bron

-

Opmerkingen

De bodemverstoringen en overslaggronden zijn weergegeven in kaart 6.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[17]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

3 Archeologisch verwachtingsmodel

3.1 Inleiding De verzamelde archeologische en ondergrondgegevens kunne n worden gecombineerd om tot een archeologisch verwachtingsmodel te komen. Het verwachtingsmodel is uitgesplitst naar vier hoofdperioden, te weten: -

Jagers en verzamelaars en eerste boeren (tot en met vroeg neolithicum);

-

Vroege landbouwers (midden neolithicum - vroege bronstijd; 3400 - 1500 v. Chr.);

-

Late landbouwers (midden bronstijd – vroege middeleeuwen C; 1500 v. Chr. – 900 na Chr.);

-

Staatssamenlevingen (vanaf vroege middeleeuwen D; vanaf 900 na Chr.).

De verwachtingen zijn in periodekaarten verwerkt (Kaarten 1 tot en met 4) en tevens zijn alle periodekaarten samengevoegd tot een totaalkaart (Kaart 5). Per archeologische periode wordt ingegaan of het landschap bruikbaar was voor: -

Bewoning

-

Verdediging

-

Begraving

-

Economie

-

Infrastructuur

-

Rituele activiteiten

Daarnaast kan op een aantal periodekaarten een specifieke verwachting voor een deel van de periode aanwezig zijn; te denken valt aan verwachting aan resten uit de Tweede W ereldoorlog. Aangezien bovengenoemde vindplaatscategorieën (Bewoning, Verdediging etc.) veelomvattend kunnen zijn en per hoofdperiode behoorlijk kunnen verschillen, zal in het onderstaande per periode en per vindplaatscategorie een beknopte karakteristiek worden gepresenteerd. Voor de vindplaatsen met een vastgestelde archeologische waarde (archeologische rijksmonumenten en AMK-terreinen) is het niet zinvol een archeologische verwachting op te stellen. Om tot een compleet overzicht te komen zijn de terreinen die betrekking hebben op een periode wel op de betreffende periodekaart weergegeven, maar hierbij is de term AMK-terrein of rijksmonument gehandhaafd. Hiervoor is gekozen omdat de beschrijving van het betreffende terrein veelal een stuk uitgebreider is dan een verwachting op een van de hierboven genoemde aspecten.

3.2 Jagers en verzamelaars en eerste boeren (kaart 1) Per geomorfogenetische eenheid is een archeologische verwachting voor de periode jagers en verzamelaars en eerste boeren opgesteld. Het betreft de periode tot en met het vroeg neolithicum.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[18]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

-

Rivierduinen: De top van het laatpleistocene terrasniveau bevindt zich op minimaal 5 m –mv (64 m –NAP) langs de oostgrens van de gemeente en helt in westelijke richting naar zo’n 11 m – mv (12-10 m –NAP). Het terras werd doorsneden door enkele laatpleistocene en vroegholocene geulen. Gezien de diepteligging er van is de locatie van dergelijke geulen niet of slechts globaal bekend. Zo worden enkele geulen weergegeven op de stroomgordelkaart van Cohen & Stouthamer (2012), maar is de ligging er van theoretisch 8. Binnen de gemeente zijn op diverse plekken op de laatpleistocene rivierterrassen rivierduinen opgestoven. De rivierduinen zijn veelal enkele meters hoog, maar sommige toppen reiken (nagenoeg) tot aan huidig maaiveld. De rivierduinen (zowel de hoge toppen als de lagere duinen) vormden in deze periode een zeer geschikte locatie voor bewoning. Dit blijkt ook uit de vele vindplaatsen (waarvan een groot aantal als archeologisch rijksmonument of AMK -terrein) die op de rivierduinen bekend zijn. Voor de rivierduinen geldt een verwachting voor bewonen en begraven. Zoals weergegeven in figuur 2 dient te worden opgemerkt dat de laagste duinen in de loop van deze periode al zijn verdronken doordat de zeespiegel (en daarmee ook het grondwaterniveau) langzaamaan steeg.

Figuur 2. Grondwatercurve in een west-oostelijk georiënteerde raai door het kustgebied en westelijk deel van het rivierengebied (Kiden, Makaske & Van de Plassche 2008).

8

Zo ligt volgens de stroomgordelkaart uit 2012 de in 2019 ontdekte rivierduin in een gebied waar volgens het theoretisch model een stroomgordel actief was tussen 9500 en 8000 BP.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[19]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

-

Stroomgordels en crevasses: Omdat de actieve en verlaten stroomgordels opgebouwd zijn uit klei en zand en relatief hoog in het natuurlijke landschap lagen (in tegenstelling tot de lage, natte komgebieden met veen en klei) kan aan de stroomgordels een verwachting voor bewoning en begraven worden toegekend. Een overzicht van de stroomgordels waar een dergelijke verwachting geldt, is weergegeven in bijlage 2. Wel dient te worden opgemerkt dat het archeologisch niveau uit deze periode enkele meters beneden het maaiveld ligt. In bijlage 3 wordt per stroomgordel een indicatie van de diepte (zowel in m –mv als in m t.o.v. NAP) weergegeven. Gezien de diepteligging van deze stroomgordels zijn maar weinig crevasses bekend die aan deze stroomgordels toebehoren. Op de kaart zijn enkele crevasses aangeduid . De begrenzing er van is bepaald aan de hand van het AHN dan wel afkomstig van de verwachtingskaart uit 2009/2011.

-

Restgeulen: Aangenomen mag worden dat elke verlaten stroomgordel een restgeul heeft gekend, maar de snelheid van dichtslibbing er van is niet bekend. Ook door het gegeven dat een deel van de stroomgordels relatief diep onder het maaiveld ligt, is de restgeul veelal niet zichtbaar op het AHN of luchtfoto’s. Een uitzondering betreft de restgeul van de Zijderveld stroomgordel. Deze is over een lange afstand zichtbaar op het AHN en derhalve kan aan deze restgeul een verwachting worden toegekend voor watergerelateerde infrastructuur en economie.

Figuur 3. De restgeul van de Zijderveld stroomgordel is zichtbaar op het AHN.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[20]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

-

Komgebieden: Het gebied tussen de stroomgordels in, het komgebied, was te nat voor bewoning en geldt er geen verwachting. Echter, van de komgebieden zoals die op de kaart zijn weergegeven is niet met zekerheid te stellen dat er geen onontdekte stroomgordels, crevasses of rivierduinen bevinden. Zo is in 2019 noordelijk van Leerdam nog een niet -ontdekte rivierduin aangetroffen en diverse booronderzoeken (zoals die langs de rijksweg A27) hebben aangetoond dat in het komgebied diverse crevasses aanwezig zijn die eveneens nog niet ontdekt waren. Derhalve is aan het komgebied een onbekende verwachting meegegeven.

-

Geen verwachting: Ter plaatse van de meer recente stroomgordels als de Lek en Linge geldt voor deze periode geen verwachting. Door het meandergedrag van de betreffende rivieren is de ondergrond tot meters beneden het maaiveld verstoord, waarbij de oudere ondergrond (waaronder die uit deze periode) verspoeld is geraakt

-

Niet-landschappelijke verwachtingen: In deze periode is geen sprake van archeologische verwachtingen die niet direct gekoppeld zijn aan het landschap.

De verschillende vindplaatstypen kunnen voor deze perio de als volgt worden omschreven: -

Bewoning: Bewoning van jagers-verzamelaars kenmerkt zich in de eerste plaats door het tijdelijke karakter. Plaatsvaste nederzettingen waren er nog niet; mensen verbleven in tijdelijke (seizoens)kampen, waarbij men echter wel jaarlijks naar dezelfde locatie kon terugkeren. Hierdoor kon in de loop van jaren een accumulatie van sporen en vondsten ontstaan. Archeologische grondsporen van dergelijke kampementen zijn echter schaars en bestaan voornamelijk uit haardkuilen. Sporen van structuren zijn niet te verwachten omdat men verbleef in hutten en tenten die geen archeologisch traceerbare paalkuilen na hebben gelaten. Vondstmateriaal wordt aangetroffen in de vorm van een oppervlaktespreiding van met name vuursteen. Organische resten kunnen bestaan uit verbrand materiaal (houtskool, botresten, vruchten als hazelnoot e.d.), met name uit haardkuilen. Vindplaatsen als deze worden met name verwacht op rivierduinen, maar ook op crevasses en stroomgordels. Onverbrand organisch materiaal kan op de flanken van eerstgenoemde en in restgeulen nabij laatstgenoemde worden aangetroffen. In de regel zal het gaan om vindplaatsen uit het mesolithicum, omdat paleolithische vindplaatsen in de regio (vooralsnog) onbekend zijn.

In een relatief waterrijke landschap, dat het gebied van de huidige gemeente Vijfheerenlanden destijds was, is de overgang van jagers-verzamelaars naar landbouwers meer fluïde dan op de hogere delen van Nederland. De vroegste landbouwers zijn dan ook tot deze periode gerekend. Van echt plaatsvaste nederzettingen was dan ook nog geen sprake. Er zijn weliswaar aanwijzingen voor verbouw van granen en het houden van vee, maar het aandeel van jacht, visserij en verzamelen van zaden en vruchten in de voedselconsumptie is nog steeds gr oot. Vindplaatsen uit deze overgangsperiode worden gerekend tot de zogenaamde Hazendonkgroep, vernoemd naar de vindplaats Hazendonk in de Alblasserwaard, waar op een rivierduin (donk) voor het eerst een dergelijke vindplaats goed is onderzocht.

-

Begraving: Resten van begravingen uit de periode van jagers -verzamelaars en vroege landbouwers zijn nog niet goed bekend in de regio en laten in de eerste plaats een gevarieerd patroon zien. Van (grote) grafvelden en grafmonumenten is in elk geval geen sprake. Reste n

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[21]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

van begraving (inhumatie en crematie) worden in principe wel verwacht in samenhang met bewoningsresten. -

Economie: Vindplaatsen die we vooral als economisch kunnen bestempelen zijn er feitelijk niet voor de periode van eerste boeren en meer voor die van de jagers-verzamelaars. Restgeulen komen dan nog het meest in aanmerking als de landschappelijke zones waar resten kunnen worden aangetroffen die met economische aspecten (meer specifiek: voedselvoorziening) samenhangen. Denk daarbij aan zaken als visfuiken of netverzwaarders.

-

Infrastructuur: Resten van infrastructuur zijn uit deze periode niet of nauwelijks te verwachten. De oudst bekende knuppelpaden in Nederland dateren uit deze periode (trechterbekercultuur), maar in het gebied zijn dergelijke oude knuppelpaden (nog) niet aangetroffen. Resten in relatie tot infrastructuur moeten met name worden verwacht in de restgeulen of langs de oevers van dergelijke geulen. Zo is uit de buurgemeente Molenlanden een circa 5000 jaar oude kano bekend van de Hazendonk.

-

Verdediging: niet te verwachten binnen deze periode.

3.3 Vroege landbouwsamenlevingen (kaart 2) Per geomorfogenetische eenheid is een archeologische verwachting voor de periode vroege landbouwsamenlevingen opgesteld. Het betreft de periode vanaf het midden neolithicum tot de middenbronstijd (3400-1500 v.Chr.). -

Rivierduinen: Voor deze periode is een onderscheid gemaakt in de (nu) dagzomende rivierduinen (donken) en de (nu) begraven rivierduinen. Voor de dagzomende rivierduinen geldt een archeologische verwachting voor bewoning en begraven en kan onderbouwd worden door de vele archeologische vindplaatsen op deze dagzomende rivierduinen, zowel binnen de gemeente als westelijker in de Alblasserwaard. Voor de afgedekte rivierduinen geldt een onbekende verwachting. Deze afgedekte rivierduinen zijn op een bepaald moment afgedekt geraakt. Wanneer dit plaatsvond, hangt af van de hoogte van het betreffende rivierduin. Sommige, laaggelegen, rivierduinen zullen al in de periode van de jager-verzamelaars zijn afgedekt, terwijl de hogere rivierduinen in de loop van de vroege of late landbouwsamenlevingen afgedekt raakten. Huidige inventarisatie heeft te weinig informatie opgeleverd over de hoogteligging van de afgedekte rivierduinen en derhalve is niet bekend of er voor deze afgedekte rivierduinen een verwachting (voor bewoning en begraven) geldt of geen verwachting.

-

Stroomgordels en crevasses: Aan de stroomgordels kan voor deze periode een verwachting voor bewoning en begraven worden toegekend. Een overzicht van de st roomgordels waar een dergelijke verwachting geldt, is weergegeven in bijlage 2. Wel dient te worden opgemerkt dat het archeologisch niveau uit deze periode enkele meters beneden het maaiveld ligt. In bijlage 3 wordt per stroomgordel een indicatie van de diepte (zowel in m –mv als in m t.o.v. NAP) weergegeven. Van de stroomgordels die aan het begin van deze periode actief zijn, zijn maar weinig crevasses bekend die aan deze stroomgordels toebehoren. Op de kaart zijn enkele crevasses

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[22]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

aangeduid. De begrenzing er van is bepaald aan de hand van het AHN dan wel afkomstig van de verwachtingskaart uit 2009/2011. De stroomgordels die later in deze periode actief werden liggen veelal ondiep onder het oppervlak. Crevasses die bij deze stroomgordels (zoals bijvoorbeeld de Schoonrewoerd stroomgordel) horen zijn in veel gevallen tot op heden zichtbaar op het AHN. -

Restgeulen: Restgeulen zijn veelal niet zichtbaar op het AHN of luchtfoto’s. Een uitzondering betreft de restgeul van de Zijderveld stroomgordel (blauwe lijn op kaart 2). Deze is over een lange afstand zichtbaar op het AHN en derhalve kan aan deze restgeul een verwachting worden toegekend voor watergerelateerde infrastructuur en economie. De betreffende stroomgordel raakte aan het eind van de periode jagers en verzamelaars en eerste boeren inactief, maar mogelijk was de restgeul tot in huidige periode watervoerend.

-

Komgebieden: Het gebied tussen de stroomgordels in, het komgebied, was te nat voor bewoning en geldt er geen verwachting. Echter, van de komge bieden zoals die op de kaart zijn weergegeven is niet met zekerheid te stellen dat er geen onontdekte stroomgordels, crevasses of rivierduinen bevinden, zoals hiervoor uit de beschreven onderzoeken is gebleken Derhalve is aan het komgebied een onbekende verwachting meegegeven: daar waar deze landschappelijke fenomenen in het komgebied verscholen zijn, geldt immers de daaraan gerelateerde verwachting voor bewoning en begraving .

-

Niet-landschappelijke verwachtingen: in deze periode is geen sprake van archeologische verwachtingen die niet direct gekoppeld zijn aan het landschap.

De verschillende vindplaatstypen kunnen voor deze periode als volgt worden omschreven : -

Bewoning: Landbouw en veeteelt doen nu echt hun intrede, wat zijn repercussie heeft op de wijze van bewoning: plaatsvaste nederzettingen met kleine boerderijen omringd door kleine akkers. Ook werd een kleine veestapel gehouden, voornamelijk bestaande uit runderen. Waar vindplaatsen van jagers-verzamelaars toch vooral op donken zijn aangetroffen, zien we nu ook meer bewoning op stroomgordels en crevasses. De vindplaatsen uit het laat-neolithicum A in de regio behoren tot de Vlaardingen-groep. Ook de eerdergenoemde vindplaats Hazendonk kent een latere fase uit deze periode. Vindplaatsen uit het laat-neolithicum B worden tot Klokbekergroep gerekend, die een grotere geografische spreiding kent. Huisplattegronden uit het laat-neolithicum en vroege bronstijd zijn vooralsnog weinig teruggevonden. Waar aangetroffen in de regio (Molenaarsgraaf, Meteren) gaat het om kleine tweeschepige plattegronden zonder duidelijk staldeel.

-

Begraving: Ook over grafritueel en vorm van grafbestel in deze periode is in de regio nog weinig bekend, maar in elk geval lijken (centrale) grafveldjes nog niet in zwang.

-

Economie: Vindplaatsen die we specifiek als ‘economisch’ aanduiden zijn ook deze periode niet echt aan te wijzen. Ook hier zal het dan vooral moeten gaan om in restgeulen uitgezette visfuiken en voor visnetten representatieve netverzwaarders. Met de komst van veeteelt is wel te verwachten dat de laag gelegen komgebieden steeds meer, zij het extensief, worden benut voor bijvoorbeeld het weiden van vee en het verzamelen van hooi en riet. Dit soort activiteiten zullen echter weinig archeologische sporen hebben nagelaten.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[23]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

-

Infrastructuur: Specifieke, aan infrastructuur te relateren resten (van vindplaatsen kunnen we niet echt spreken) zijn ook voor deze periode vooral te verwachten in restgeulen, die voor transport over water zijn benut, en zullen met name bestaan uit (boomstam)kano’s.

-

Verdediging: niet te verwachten binnen deze periode.

3.4 Late landbouwsamenlevingen (kaart 3) Per geomorfogenetische eenheid is een archeologische verwachting voor de late landbouwsamenlevingen opgesteld. Het betreft de periode vanaf de midden bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen C (1500 v.Chr. - 900 na Chr.). -

Rivierduinen: Voor deze periode is een onderscheid gemaakt in de (nu) dagzomende rivierduinen (donken) en de (nu) begraven rivierduinen. Voor de dagzomende rivierduinen geldt een archeologische verwachting voor bewoning en begraven en kan onderbouwd worden door de vele archeologische vindplaatsen op deze dagzomende rivierduinen, zowel binnen de gemeente als westelijker in de Alblasserwaard. Voor de afgedekte rivierduinen geldt, zoals ook bij de voorgaande periode beschreven, een onbekende verwachting. Sommige, laaggelegen, rivierduinen zullen al in de periode van de jager-verzamelaars zijn afgedekt, terwijl de hogere rivierduinen in de loop van de vroege of late landbouwsamenlevingen afgedekt raakten. Huidige inventarisatie heeft te weinig informatie opgeleverd over de hoogteligging van de afgedekte rivierduinen en derhalve is niet bekend of er voor deze afgedekte rivierduinen een ver wachting (voor bewoning en begraven) geldt of geen verwachting.

-

Stroomgordels en crevasses: Aan de stroomgordels kan een verwachting voor bewoning, begraven en economie worden toegekend. In deze periode zullen ook wegen en watergangen zijn aangelegd. Er geldt dan ook een verwachting voor infrastructuur. Een overzicht van de stroomgordels waar een dergelijke verwachting geldt, is weergegeven in bijlage 2. Het archeologisch niveau uit deze periode bevindt zich over het algemeen binnen 1 a 1,5 m -mv. In bijlage 3 wordt per stroomgordel een indicatie van de diepte (zowel in m –mv als in m t.o.v. NAP) weergegeven. De stroomgordels die in deze periode actief zijn, liggen veelal ondiep onder het oppervlak. Crevasses die bij deze stroomgordels (zoals bijvoorbe eld de Schoonrewoerd stroomgordel) horen zijn in veel gevallen tot op heden zichtbaar op het AHN.

-

Restgeulen: Aangenomen mag worden dat elke verlaten stroomgordel een restgeul heeft gekend, maar de snelheid van dichtslibbing er van is niet bekend. Veelal z ijn de opgevulde restgeulen dermate weinig ingeklonken dat deze niet in het huidige landschap zichtbaar zijn en derhalve zijn slechts enkele restgeulen op de kaart weergegeven. Aan de restgeulen kan een verwachting worden toegekend voor watergerelateerde i nfrastructuur en economie.

-

Komgebieden: Echter, van de komgebieden zoals die op de kaart zijn weergegeven is niet met zekerheid te stellen dat er geen onontdekte stroomgordels, crevasses of rivierduinen bevinden. Zo is in 2019 noordelijk van Leerdam een nog niet eerder ontdekte rivierduin aangetroffen en diverse booronderzoeken (zoals die langs de rijksweg A27) hebben aangetoond dat in het komgebied diverse crevasses aanwezig zijn die eveneens nog n iet ontdekt waren. Aan het

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 01-06-2021

[24]

Gemeente Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatiekaart

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=cb4470d4-f69b-45bb-b6f7-b58055be096b