Bijlage 4 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Zijlkade 35 Nieuwland
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai
4
Bijlage 2
Ecologische Quickscan
33
Bijlage 3
Aeriusberekening
53
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
80
Bijlage 5
Watertoets
126
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Bijlagen bij toelichting
Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai
4
Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)
Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Zijlkade 35 te Nieuwland
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai op basis van de Wet geluidhinder voor de bouw van een woning aan de Zijlkade 35 te Nieuwland.
Rapportnummer: Datum:
PLA 21.12 16-11-2021, 5-8-2022, 12-12-2022
Opdrachtgever:
Plannen-makers B.V. Utrecht Europalaan 500 3526 KS Utrecht drs. ing. C.M. Vaartjes
Contactpersoon:
Weel geluidadvies Ing. C.M. Weel Van Noordtkade 18 B 1013 BZ Amsterdam 020-6880214 06-44 57 47 83 cmweel@yahoo.com
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 2 Weel geluidadvies
1.
Inleiding. In opdracht van Plannen-makers te Utrecht is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op de gevels van een woning aan de Zijlkade 35 te Nieuwland, gemeente Vijfheerenlanden. De berekende geluidbelasting wordt getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Tevens wordt getoetst aan het Hogere waardenbeleid van de gemeente Vijfheerenlanden. Zonodig wordt ingegaan op maatregelen om de geluidbelasting te verlagen.
2.
Situatiebeschrijving. De te realiseren woning aan de Zijlkade staat in het buitengebied van het dorp Nieuwland, aan een doorgaande weg (Zijlkade) die deel uitmaakt van diverse doorgaande wegen in het gebied. De Zijlkade is het verlengde van de Provincialeweg en ligt nabij de twee wegen die parallel aan het Merwedekanaal liggen. De verbinding Zijlkade/Provincialeweg is de drukste van de genoemde wegen. De te realiseren woning ligt buiten de bebouwde kom en wordt gebouwd ter vervanging van een woning die enkele jaren geleden is afgebrand. De nieuwe woning komt wat verder van de weg te staan, het bestemmingsplan moet daarom worden aangepast. Praktisch alle woningen in de omgeving zijn vrijstaande woningen langs een van de genoemde wegen. Andere geluidbronnen in de zin van de Wet geluidhinder zijn er niet.
Figuur 1: situering van de woning aan de Zijlkade.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 3 Weel geluidadvies
3.
Wettelijk kader. Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de Wet geluidhinder. Dit plan ligt binnen een door de Wet geluidhinder vastgestelde geluidzone. Deze geluidzone meet, voor dit plan, 250 meter, aan weerszijden van de weg. Het betreft hier een weg buiten de bebouwde kom. Aangezien de woning binnen een zone van 250 meter van diverse wegen ligt, is een akoestisch onderzoek verplicht. Alle wegen hebben een maximum snelheid van 60 km/uur. Op circa 220 meter afstand van de woning gaat de Provincialeweg gaat over naar 80 km/uur. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming bedraagt 48 dB (art. 82 lid 1 van de Wet geluidhinder). Van de berekende geluidbelasting op die gevel mag, alvorens getoetst wordt aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder nog 5 dB worden afgetrokken wegens het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst (artikel 110g van de Wet geluidhinder). Deze aftrek geldt voor gezoneerde wegen met een maximum snelheid tot 70 km/uur. Voor wegen met een maximum snelheid van meer dan 70 km/uur is de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting en de snelheid. Van de berekende geluidbelasting op die gevel mag, alvorens getoetst wordt aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder nog 2, 3 of 4 dB worden afgetrokken wegens het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst (artikel 110g van de Wet geluidhinder).
De aftrek van 2 c.q. 3 c.q. 4 dB geldt voor wegen met een maximum snelheid van 70 km/uur en hoger. Voor dit soort wegen geldt dat de aftrek afhankelijk is van de berekende geluidbelasting waarbij alleen het wegverkeer van die weg telt. De aftrek is vastgelegd in artikel 3.4 lid 1 van het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2012. De maximale ontheffingswaarde bedraagt voor dit plan bedraagt 58 dB, ook weer na aftrek van de bovengenoemde 5 dB. De waarde van 58 dB geldt voor een nog te bouwen woning in een buitenstedelijk gebied die nog niet is geprojecteerd en die dient ter vervanging van een bestaande woning (art. 83 lid 7 van de Wet geluidhinder). De geluidbelasting wordt berekend met de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2019. Bijlage 1 licht de belangrijkste begrippen met betrekking tot de wetgeving op het gebied van geluidhinder kort toe.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 4 Weel geluidadvies
4.
Verkeersgegevens. De ODRU heeft verkeersgegevens verstrekt van de omliggende wegen. Het betreft een prognose voor het jaar 2031. Achtereenvolgens de Zijlkade, de Provincialeweg, de Bazeldijk (zuidelijk deel, noordelijk deel is iets rustiger) en de Kanaaldijk.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 5 Weel geluidadvies
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 6 Weel geluidadvies
Tabel 1: verkeersgegevens 2031, etmaalintensiteit en percentages.
De omschrijving van de in de tabel genoemde categorieën luidt:
categorie lv (lichte motorvoertuigen): motorvoertuigen op drie of meer wielen, met uitzondering van de in categorie mv en categorie zv bedoelde motorvoertuigen;
categorie mv (middelzware motorvoertuigen): gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd;
categorie zv (zware motorvoertuigen): gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 7 Weel geluidadvies
Figuur 2: ligging woning op het perceel (bron: Teken- en adviesbureau Langerak).
5.
Overige gegevens. Voor deze verslaglegging en de modellering van het rekenmodel zijn de volgende bronnen geraadpleegd Luchtfoto’s van PDOK; Tekeningen van de architect; Hogere waardebeleid gemeente Vijfheerenlanden; De eerder genoemde verkeersgegevens van de OD.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 8 Weel geluidadvies
6.
Modellering. Op basis van de luchtfoto’s is een model gemaakt van de omgeving; het plan zelf, de omliggende gebouwen, de weg en de bodem. Standaard is een harde bodem ingevoerd. Alle zachte gebieden (groen in figuur 3 en in bijlage 2) zijn ingevoerd als 100% absorberende bodem. Dit betreft gebieden die met zekerheid als zodanig zijn te bestempelen, zoals tuinen, grasgebieden en de groene bermen langs de wegen. Met dit model wordt de geluidbelasting berekend op de gevels van de woning op verschillende waarneemhoogten. Voor dit plan is dat 1,5 en 4,5 meter ten opzichte van het plaatselijke maaiveld voor de zijgevels en de achtergevel. De waarneemhoogte ter plaatse van de voorgevel is nu 1,5 meter, op 4,5 meter bevindt zich de badkamer, dit is geen geluidgevoelige ruimte. Conform het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012 wordt er gerekend met één geluidreflectie en een zichthoek van 2 graden. Verder is de verhoogde ligging van de Kanaaldijk in het model verwerkt. Het plangebied en de Zijlkade liggen enkele meters beneden het dijkniveau. In navolging op de opmerkingen van de OD is een parkeerplaats van grind gemodelleerd waarvoor een absorptiecoefficient van 0,5 is gehanteerd.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 9 Weel geluidadvies
7.
Rekenresultaten. Met het programma “Winhavik” versie 9.1.4 is op basis van de Standaard Rekenmethode II de geluidbelasting berekend op de gevels van de woning. In de berekening zijn alle voor geluid relevante omgevingskenmerken betrokken zoals afscherming van het geluid door objecten en verhoging van het geluidniveau als gevolg van een geluidreflectie. Een uitdraai van de berekening is weergegeven in bijlage 3, een grafische afdruk in bijlage 2. Zijlkade. Onderstaande figuur toont de geluidbelasting inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder en geldt voor het peiljaar 2031.
Figuur 3: geluidbelasting in dB, incl. aftrek, hoogste waarde per waarneempunt.
De geluidbelasting vanwege het verkeer op de Zijlkade bedraagt op waarneemhoogte 1,5 meter maximaal Lden=58 dB ter plaatse van de voorgevel van de woning. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt met 10 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 10 Weel geluidadvies
Bazeldijk. De geluidbelasting vanwege het verkeer op de Bazeldijk (de westelijke over van het kanaal) bedraagt op waarneemhoogte 4,5 meter maximaal Lden=41 dB ter plaatse van de westgevel van de woning. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden.
Figuur 4: geluidbelasting in dB, incl. aftrek, hoogste waarde per waarneempunt.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 11 Weel geluidadvies
Provincialeweg. De geluidbelasting vanwege het verkeer op de Provincialeweg (verlengde van de Zijlkade) bedraagt op waarneemhoogte 4,5 meter maximaal Lden=40 dB ter plaatse van de westgevel van de woning. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden.
Figuur 5: geluidbelasting in dB, incl. aftrek, hoogste waarde per waarneempunt.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 12 Weel geluidadvies
Kanaaldijk. De geluidbelasting vanwege het verkeer op de Kanaaldijk bedraagt op waarneemhoogte 4,5 meter maximaal Lden=35 dB ter plaatse van de noordgevel van de woning. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden.
Figuur 6: geluidbelasting in dB, incl. aftrek, hoogste waarde per waarneempunt.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 13 Weel geluidadvies
Gecumuleerde geluidbelasting. De geluidbelasting vanwege alle verkeer op de omliggende wegen bedraagt op waarneemhoogte 4,5 meter maximaal Lden=63 dB ter plaatse van de noordgevel van de woning. Dit is de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Zijlkade zonder aftrek; de overige wegen tellen nauwelijks mee in de totale geluidbelasting.
Figuur 7: geluidbelasting in dB, incl. aftrek, hoogste waarde per waarneempunt.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 14 Weel geluidadvies
8.
Bespreking van de rekenresultaten, toetsing aan het Hogere waardebeleid. De gemeente Vijfheerenlanden heeft een Hogere waardebeleid vastgesteld waarvan onderstaand de voor dit onderzoek relevante delen zijn weergegeven. Er is onderscheid gemaakt tussen eisen en inspanningsverplichtingen.
De inspanningsverplichtingen luiden als volgt.
Gelet op het feit dat er hier slechts één woning wordt gebouwd zijn bron- en overdrachtsmaatregelen te kostbaar. Uit de berekende geluidbelasting blijkt dat de maximale ontheffingswaarde ter plaatse van de noordgevel en niet wordt overschreden. De geluidbelasting bedraagt L den=58 dB, dat is ook de maximale ontheffingswaarde. Ter plaatse van de zijgevels is er een overschrijding van 6 tot 7 dB van de voorkeursgrenswaarde, de geluidbelasting bedraagt daar L den=54 tot 55 dB. De achterzijde van de woning is geluidluw. Aan de architect zal als eis worden meegeven dat bij het ontwerp een slaapvertrek aan deze zijde zal moeten worden gesitueerd. Het ligt voor de hand dat de bewoner de tuin op het zuiden zal realiseren, dit is de geluidluwe zijde. Gezien het bovenstaande wordt aan het hogere waardebeleid voldaan.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 15 Weel geluidadvies
9.
Conclusie. De geluidbelasting op de gevels van een te realiseren woning aan de Zijlkade 35 te Nieuwland bedraagt ten gevolge van het wegverkeer op deze weg maximaal Lden=58 dB. De achtergevel is geluidluw, de geluidbelasting bedraagt daar minder dan 48 dB. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de overige wegen bedraagt minder dan de voorkeursgrenswaarde. Daarmee is alleen het wegverkeer op de Zijlkade relevant. Het ontwerp voldoet aan het Hogere waardebeleid van de gemeente Vijfheerenlanden. Er is een geluidluwe achtergevel en gezien de grootte van de woningen ook een slaapvertrek aan deze gevel. Tevens kan er een tuin aan de geluidluwe zijde worden aangelegd. Bron- en overdrachtmaatregelen zijn financieel niet haalbaar, het gaat hier om slechts één woning. B&W van Vijfheerenlanden dient voor de woning een hogere waarde vast te stellen van Lden=58 dB. Amsterdam, ing. C.M. Weel
Bijlagen: 1. 2. 3. 4.
Toelichting bij enkele definities Wet geluidhinder Afdruk van het model. Geluidbelasting per waarneempunt. Uitdraai van de invoergegevens.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 16 Weel geluidadvies
Bijlage 1: Wegverkeerslawaai - de belangrijkste begrippen toegelicht. Voorkeursgrenswaarde De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt sinds 1 januari 2007 48 dB. Dat betekent dat elke berekende geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai tot en met 48 dB toelaatbaar is. Indien de geluidbelasting meer bedraagt dan 48 dB, maar minder dan de maximale ontheffingswaarde, dan kan onder voorwaarden ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden aangevraagd. Daarbij speelt het Hogere Waardenbeleid dat de gemeente kan opstellen een belangrijke rol. Maximale ontheffingswaarde In de gevallen waarin de berekende geluidbelasting meer bedraagt dan maximale ontheffingswaarde is ontheffing niet mogelijk. Dat betekent dat er doorgaans, maar niet in alle gevallen, niet gebouwd mag worden. Aanvullend onderzoek is dan noodzakelijk. De hoogte van de maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van de situatie. Men onderscheidt: stedelijk gebied buitenstedelijk gebied bestaande situaties nieuwe situaties bestaande weg nieuwe weg Verder kunnen er allerlei specifieke uitzonderingen bestaan die van invloed zijn op de maximale ontheffingswaarde, bijvoorbeeld bedrijfswoningen. Buitenstedelijk gebied.
De definitie van een buitenstedelijk gebied luidt: Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstekken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het “Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990“, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 17 Weel geluidadvies
Zone. In onderstaande tabel staat de omvang van een zone van een verkeersweg, gerekend vanaf de wegas, vermeld. De zone ligt aan elke zijde van de weg. Weg in stedelijk gebied buitenstedelijk gebied
Aantal rijstroken Een of twee Drie of meer Een of twee Drie of vier Vijf of meer
Zonebreedte [m] 200 350 250 400 600
Langs een weg waar een maximum rijsnelheid geldt van 30 km/uur ligt geen zone. Dit geldt ook voor wegen op een woonerf. Geluidbelasting in dB. De geluidbelasting in dB wordt berekend aan de hand van de bijdragen van de bron in de dagperiode van 7:00 tot 19:00, de avondperiode van 19:00 tot 23:00 en de nachtperiode van 23:00 tot 7:00. Deze rekenwijze geldt voor wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai, niet voor industrielawaai.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 18 Weel geluidadvies
Bijlage 2: Afdruk invoermodel, ligging waarneempunten
Afdruk zonder achtergrond
Afdruk met achtergrond, luchtfoto
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 19 Weel geluidadvies
Afdruk met luchtfoto, ingezoomd. Nummering waarneempunten.
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 20 Weel geluidadvies
Bijlage 3: tabel met rekenresultaten. waarneempunt 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
groepnr 0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 0 1 2 3 4
wnh 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50 4.50 4.50 4.50 4.50 4.50 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50 4.50 4.50 4.50 4.50 4.50 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50 4.50 4.50 4.50 4.50 4.50
Lden ex 63.44 63.39 30.37 41.21 39.56 58.88 58.88 -99.90 -99.90 -99.90 59.74 59.74 -99.90 -99.90 -99.90 47.69 20.89 43.66 45.49 21.67 48.43 23.45 44.31 46.25 24.69 58.56 58.31 33.29 45.25 35.29 59.77 59.38 44.81 46.32 38.64
aftrek 0 5 5 5 5 0 5 5 5 5 0 5 5 5 5 0 5 5 5 5 0 5 5 5 5 0 5 5 5 5 0 5 5 5 5
Lden incl 63 58 25 36 35 59 54 -105 -105 -105 60 55 -105 -105 -105 48 16 39 40 17 48 18 39 41 20 59 53 28 40 30 60 54 40 41 34
Wegen (groepnummer)
0=totaal van alle wegen, altijd zonder aftrek 1=Zijlkade 2=Provincialeweg. 3=Bazeldijk
4=Kanaaldijk Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 21 Weel geluidadvies
Bijlage 4: invoergegevens (volgende pagina’s)
Akoestisch onderzoek Zijlkade 35, Nieuwland projectnr. PLA 2112
Pagina 22 Weel geluidadvies
1
Weel Geluidadvies
Projectgegevens projectnaam: opdrachtgever: adviseur: databaseversie: situatie: uitsnede:
Zijlkade Nieuwland Chris Cor 913 eerste situatie basismodel
omschrijving rekenhart:
verkeerslawaai 17.2.0 (build2) srmii17;rekenhart17;rmg2019
þ þ
aut. berekening gemiddeld maaiveld: alleen absorptiegebieden( geen hz-lijnen): standaard bodemabsorptie: rekenresultaat binnengelezen (datum): rekenresultaat binnengelezen (tijd):
14:35
maximum aantal reflecties: minimum zichthoek reflecties: maximum sectorhoek: vaste sectorhoek: methode aftrek110g:
%
12-12-2022 1 graden 2 graden 5 graden 2 per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4
WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software
12-12-2022 14:36
2
Weel Geluidadvies
Gebouwen noklijn nr adres 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software
z,gem m,gem 8.0 8.0 4.0 4.0 3.0 6.0 8.0 8.0 9.0 6.0 5.0 6.0 8.0 8.0 5.0 3.0 6.0 8.0 2.0 3.0 4.0 4.0 3.0
0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 -3.0 0.0 0.0 -3.0 0.0
noksoort 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn 0=geen noklijn
reflectie gevel gekoppeld nokhoogte 1 nokhoogte 2
1
2
3
4 vl/rl
il
------------------------
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨
¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨ ¨
------------------------
soort geb.
kenmerk
12-12-2022 14:36
3
Weel Geluidadvies
Waarneempunten met rekenresultaten (*) IL: inc. maatregel, VL:inc aftrek, RL: inc prognosetoeslag
nr
z1
m1 adres
1
0.0
-3.0
2
3
4
0.0
0.0
0.0
-3.0
-3.0
-3.0
WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software
huisnr type afw.toets refl kenmerk gevel
gevel
gevel
gevel
rhart groep VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL VL
totaal (0) (1) (2) (3) (4) totaal (0) totaal (0) (1) (1) (2) (2) (3) (3) (4) (4) totaal (0) totaal (0) (1) (1) (2) (2) (3) (3) (4) (4) totaal (0) totaal (0) (1) (1) (2) (2) (3) (3) (4) (4)
sh
wnh
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5
dag avond nacht 63.23 63.19 30.38 40.72 39.11 58.57 59.46 58.57 59.46 ------47.17 47.93 19.73 22.29 42.49 43.15 45.34 46.13 21.16 24.15 58.35 59.56 58.11 59.19 32.68 44.23 45.10 46.20 34.85 38.21
58.26 58.21 25.08 36.16 35.20 53.60 54.46 53.60 54.46 ------42.54 43.20 14.21 16.79 37.99 38.53 40.63 41.34 17.50 20.49 53.40 54.57 53.14 54.18 27.43 39.26 40.40 41.41 30.96 34.29
53.42 53.37 20.64 31.11 29.80 48.76 49.63 48.76 49.63 ------38.44 39.17 9.71 12.28 35.19 35.87 35.63 36.39 12.13 15.12 48.55 49.79 48.29 49.36 24.32 35.77 35.40 36.46 25.55 28.89
Lden 63.30 63.25 30.42 40.93 39.54 58.64 59.52 58.64 59.52 -99.00 -99.00 -99.00 -99.00 -99.00 -99.00 47.69 48.43 19.64 22.21 43.66 44.31 45.49 46.25 21.74 24.73 58.43 59.64 58.18 59.25 33.26 44.81 45.25 46.32 35.29 38.64
af Lden(*) Letm
5 5 5 5
5 5 5 5 5 5 5 5
5 5 5 5 5 5 5 5
5 5 5 5 5 5 5 5
63 58 25 36 35 59 60 54 55 -104 -104 -104 -104 -104 -104 48 48 15 17 39 39 40 41 17 20 58 60 53 54 28 40 40 41 30 34
63.42 63.37 30.64 41.11 39.80 58.76 59.63 58.76 59.63 -89.90 -89.90 -89.90 -89.90 -89.90 -89.90 48.44 49.17 19.73 22.29 45.19 45.87 45.63 46.39 22.13 25.12 58.55 59.79 58.29 59.36 34.32 45.77 45.40 46.46 35.55 38.89
(^) VL: ex. optrektoeslag
af Letm(*)
5 5 5 5
5 5 5 5 5 5 5 5
5 5 5 5 5 5 5 5
5 5 5 5 5 5 5 5
63 58 26 36 35 59 60 54 55 -95 -95 -95 -95 -95 -95 48 49 15 17 40 41 41 41 17 20 59 60 53 54 29 41 40 41 31 34
dag(^) avond(^) nacht(^) 63.23 63.19 30.38 40.72 39.11 58.57 59.46 58.57 59.46 ------47.17 47.93 19.73 22.29 42.49 43.15 45.34 46.13 21.16 24.15 58.35 59.56 58.11 59.19 32.68 44.23 45.10 46.20 34.85 38.21
58.26 58.21 25.08 36.16 35.20 53.60 54.46 53.60 54.46 ------42.54 43.20 14.21 16.79 37.99 38.53 40.63 41.34 17.50 20.49 53.40 54.57 53.14 54.18 27.43 39.26 40.40 41.41 30.96 34.29
53.42 53.37 20.64 31.11 29.80 48.76 49.63 48.76 49.63 ------38.44 39.17 9.71 12.28 35.19 35.87 35.63 36.39 12.13 15.12 48.55 49.79 48.29 49.36 24.32 35.77 35.40 36.46 25.55 28.89
12-12-2022 14:36
4
Weel Geluidadvies
Rijlijnen snelheden
Intensiteiten nr z,gem
lengte wegdek
hellingcor. groep
omschrijving
kenmerk
art 110g
etm.intens. % periode
%
8488.0 þ dag avond nacht 8488.0 þ dag avond nacht 588.0 þ dag avond nacht 10.0 þ dag avond nacht 8068.0 þ dag avond nacht 13062.0 þ dag avond nacht 4321.0 þ dag avond nacht 8488.0 þ dag avond nacht 5864.0 þ dag avond nacht 13062.0 þ dag avond nacht
6.93 2.64 .78 6.93 2.64 .78 6.83 2.88 .81 7.15 3.06 .85 6.93 2.63 .78 6.64 2.67 1.20 6.90 2.71 .79 6.93 2.64 .78 6.91 2.71 .79 6.64 2.67 1.20
6
0.0
20 01 glad asfalt/DAB
(1)
Zijlkade
vlicht
8
0.0
8 01 glad asfalt/DAB
(1)
Zijlkade
vlicht
9
0.0
232 01 glad asfalt/DAB
(4)
Kanaaldijk
vlicht
10
0.0
191 01 glad asfalt/DAB
(4)
Kanaaldijk
vlicht
11
-2.1
323 01 glad asfalt/DAB
(1)
Zijlkade
vlicht
13
0.0
73 01 glad asfalt/DAB
(2)
Provincial
vlicht
14
0.0
222 01 glad asfalt/DAB
(3)
Bazeldijk
vlicht
15
0.0
84 01 glad asfalt/DAB
(2)
Provincialweg vlicht
16
0.0
417 01 glad asfalt/DAB
(3)
Bazeldijk
vlicht
17
0.0
127 01 glad asfalt/DAB
(2)
Provincial
vlicht
WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software
licht middel 81.09 91.05 85.15 81.09 91.05 85.15 97.49 98.95 98.16 100.00 100.00 100.00 80.25 90.60 84.45 82.90 92.56 81.93 85.53 93.18 88.45 81.09 91.05 85.15 85.52 93.42 88.92 82.90 92.56 81.93
13.44 6.61 11.07 13.44 6.61 11.07 1.38 .62 1.09 .00 .00 .00 14.07 6.96 11.60 11.28 5.13 10.58 13.09 6.25 10.61 13.44 6.61 11.07 8.92 4.27 7.27 11.28 5.13 10.58
zwaar
motor
5.46 2.34 3.79 5.46 2.34 3.79 1.13 .44 .75 .00 .00 .00 5.68 2.45 3.94 5.82 2.31 7.49 1.38 .57 .94 5.46 2.34 3.79 5.56 2.32 3.81 5.82 2.31 7.49
.00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00 .00
licht middel zwaar motor 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 80 80 80
60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 80 80 80
60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 80 80 80
60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 80 80 80 60 60 60 60 60 60 60 60 60 80 80 80
12-12-2022 14:36
5
Weel Geluidadvies
Bodemabsorptie nr
lengte
absorptie [%]
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 12 13 14 15
896 699 846 529 97 20 62 95 112 805 128 24 205 47
100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 50.0 100.0 100.0
WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software
kenmerk gras gras gras gras gras gras gras gras gras gras gras grind gras gras
12-12-2022 14:36
Weel Geluidadvies
WinHavik 9.1.4(build 0) (c) dirActivity-software
6
12-12-2022 14:36
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Bijlage 2 Ecologische Quickscan
Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)
33
broed
PLANNEN-MAKERS T.a.v. mevr. I. van Malsen Europalaan 500 3526 KS Utrecht
Datum
22 oktober 2021
Kenmerk
BE/2021/988/r
Uw kenmerk
Email d.d. 23 september 2021
Auteur(s)
ing. J. Dekkers
Collegiale toets
ing. D.F. Knoops
Quickscan Wet natuurbescherming Zijlkade 35 te Nieuwland Aan de Zijlkade 35 te Nieuwland heeft een woonhuis gestaan welke is afgebrand. Op de plaats van het afgebrande woonhuis zijn enkele lage muren en enkele jonge bomen en struikgewas gesitueerd. Aan de zuidzijde van de afgebrande woning is een weiland gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens hier een woonhuis te realiseren. Hierbij wordt er tevens een brug aangelegd over de watergang. Het afgebrande huis en de bosschages zullen verwijderd worden. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ontwikkeling en dient derhalve te worden gewijzigd van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’. De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Middels voorliggend ecologisch oriënterend onderzoek is de (potentiële) aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de betekenis van de planlocatie voor deze soorten in kaart gebracht. Tevens is de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden en beschermde structuren in kaart gebracht en eventuele effecten beoordeeld.
Plannen-makers begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie B.V. verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde flora en fauna en deze vervolgens te toetsen aan de effecten van de werkzaamheden en het geldende bestemmingsplan. Onderzoeksdoelen Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art. 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland en/of de Groene Contour? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke?
Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Zijlkade 35 te Nieuwland (figuur 1). De planlocatie bestaat uit een afgebrand woonhuis waar enkel nog wat muren van overeind staan, enkele bosschages en uit een weiland, waarop geen bomen of bebouwing op aanwezig zijn. Tussen het afgebrande woonhuis en de locatie waar de toekomstige woning wordt gerealiseerd stroomt een watergang. In figuur 2 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door agrarisch gebied. Op een afstand van circa 50 m ten westen van de planlocatie stroomt het Merwedekanaal. Op een afstand van circa 1,1 km ten westen van de planlocatie ligt de A27. Deze vormt een barrière voor veel grondgebonden fauna.
2
Figuur 1
De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Zijlkade 35 te Nieuwland (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
Figuur 2
Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.
Functieverandering en werkzaamheden De beoogde ingrepen zijn permanent van karakter. De beoogde ontwikkeling betreft de sloop van de overblijfselen van het afgebrande huis en het verwijderen van enkele jonge bosschages op deze plaats. Tevens wordt er een woonhuis gerealiseerd en wordt er een brug over de watergang aan de grens van de planlocatie gerealiseerd. De functie van het perceel dient te wijzigen van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • • • • •
slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. Veldbezoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt een inschatting gemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2021 en is uitgevoerd door ing. J. Dekkers. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; regen, 8/8 bewolkt, 14 Celsius en windkracht 1-2 (Bft). Externe bronnen Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In NDFF wordt normaliter hierbij een straal van 2 km aangehouden rondom de planlocatie.
Afhankelijk van het karakter en ligging van de planlocatie kan een afwijkende afstand aangehouden worden. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 zijn drie voormalige wetten; de Flora- en faunawet samen met de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998, vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Bevoegdheden zijn met het ingaan van deze wet overgedragen van het rijk naar de provincie. Algemene zorgplicht In de Algemene zorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moet worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. (a) Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en Andere soorten (art. 3.10). Hierin worden ook rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij negatieve effecten op soorten in de specifieke soortenbescherming geldt een ontheffingsplicht.
3
Van de verboden als bedoeld in Andere soorten art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen voor bepaalde soorten. In de Omgevingsverordening Utrecht is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 1 Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Utrecht. Aardmuis Gewone bosspitsmuis Ondergrondse woelmuis Bastaardkikker
Gewone pad
Ree
Bosmuis
Haas
Rosse woelmuis
Bruine kikker Bunzing Dwergmuis
Hermelijn Huisspitsmuis Kleine watersalamander
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos
Dwergspitsmuis Egel
Konijn Meerkikker
Wezel Woelrat
(b) Gebiedsbescherming (landelijk beleid) Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming genieten. Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000gebieden en de provinciaal beschermde gebieden. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies. Natura 2000-gebieden Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannen mogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden dient een vergunning voorhanden te zijn. (b) Gebiedsbescherming (provinciaal beleid) Onderstaande teksten zijn gebaseerd op de meest recente versie van de desbetreffende Omgevingsverordening voor de provincie. Natuurnetwerk Nederland Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Het uitgangspunt is dat een bestemmingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt die de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) aantasten.
Uitzonderingen hierop betreffen ruimtelijke ontwikkelingen met een groot openbaar belang, situaties waarbij er sprake is van het ontstaan van een meerwaarde en situaties waarbij er sprake is van een beperkte uitbreiding van bestaande ruimtelijke ontwikkelingen. Bij aantasting van het Natuurnetwerk Nederland geldt een compensatieplicht. Groene contour Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen de Groene contour bevat geen bestemmingen en regels die verstedelijking toestaan die tot gevolg hebben dat de mogelijkheid om nieuwe natuur te realiseren op gronden gelegen binnen de Groene contour worden beperkt en deze gronden daarmee niet meer of in mindere mate kunnen bijdragen aan uitbreiding en versterking van het Natuurnetwerk Nederland. Op dit verbod wordt een uitzondering gemaakt wanneer er sprake is van groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken, het verlies aan mogelijkheden zoveel mogelijk wordt beperkt en het overblijvende verlies aan mogelijkheden wordt gecompenseerd door de aanleg van nieuwe natuur. Het verbod geldt niet voor de uitbreiding van agrarische bouwblokken.
De Groene contour vormt geen belemmering voor de uitbreiding van agrarische bouwblokken, ook al belemmeren deze de mogelijkheden om binnen de Groene contour nieuwe natuur te ontwikkelen (c) Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen.
4
Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden. Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft: a) houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Beoordeling (a) soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten (beschermingsregime ‘Andere soorten’) geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen (zie soortenbescherming). In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt c.q. soorten waarvoor een ontheffingsplicht noodzakelijk is. Planten Binnen een straal van 2 km van de planlocatie is het voorkomen van beschermde planten niet bekend (NDFF 2011-2021). De planlocatie bestaat uit een weiland. Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante planten zonder beschermde status. Enkele waargenomen soorten op de planlocatie en de omgeving ervan betreffen: Engels raaigras, Canadese populier en schietwilg. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Beschermde planten stellen over het algemeen specifieke eisen aan hun milieu, zoals kalkhoudende, stikstofarme of vochtige groeiplaatsen.
Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Negatieve effecten ten aanzien van beschermde planten kunnen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: bunzing, egel, haas, hermelijn, konijn, ree, vos, wezel en woelrat (NDFF 2011-2021). Voor al deze soorten geldt dat ze niet beschermd zijn of dat er vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Ten tijde van het opstellen van dit rapport zijn kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. De verwachting is echter dat kleine marterachtigen hun vrijstelling verliezen in de voorziene toekomst. De bunzing en wezel leven in een kleinschalig landschap waarin voldoende elementen aanwezig zijn welke dekking bieden, zoals houtwallen, sloten met overhangende vegetatie en heggen (Zoogdiervereniging, 2021). Op de plaats waar de afgebrande woning stond zijn enkele jonge bosschages aanwezig. In de directe omgeving van de planlocatie zijn echter meer bosschages aanwezig.
5
Derhalve zijn de te verwijderen bosschages op de planlocatie geen onderdeel van het essentieel leefgebied van de bunzing en de wezel. Negatieve effecten wegens de beoogde ontwikkeling op de bunzing en de wezel zijn derhalve uitgesloten. Door vorengenoemde is het uitgesloten dat de planlocatie een essentiële functie bevat voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde Andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen (zie Wnb art 3.10). Effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren zijn uitgesloten. Vleermuizen Binnen een straal van 2 km is het voorkomen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (NDFF 2011-2021). Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd.
Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat (BIJ12 kennisdocument Gewone dwergvleermuis, 2017; Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig. Van het afgebrande woonhuis zijn enkel nog een aantal lage muren aanwezig. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen op de planlocatie is derhalve uitgesloten. Op de planlocatie zijn geen laanvormige structuren aanwezig, de aanwezigheid van een vliegroute op de planlocatie is uitgesloten. De planlocatie bestaat geheel voornamelijk uit lage vegetatie, voornamelijk Engels raaigras en enkele jonge bosschages. In de directe omgeving zijn bomen en watergangen aanwezig welke als foerageergebied voor vleermuizen kunnen dienen. In de beoogde ontwikkeling worden slechts enkele bosschages verwijderd, de planlocatie maakt derhalve geen onderdeel uit van een essentieel foerageergebied van vleermuizen. In de luwte van opgaande vegetatie of bebouwing kunnen vliegbewegingen en foerageeractiviteiten van vleermuizen plaatsvinden. Hierbij kan sprake zijn van tijdelijke verstoring van vleermuizen ten gevolge van werkzaamheden of lichtgebruik. Vleermuizen jagen op insecten waarbij ze opportunistisch gebruik maken van een groot netwerk aan jachtgebieden.
De omvang en het gebruik van een gebied alsmede de jachttechniek en prooien verschillen per soort. Gedurende het foerageren verspreiden vleermuizen zich diffuus over het landschap waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van bosranden, bomenlanen, oeverzones of andere structuurrijke zones. Vleermuizen kunnen verblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemeden door vleermuizen. Tijdens en na de beoogde ontwikkeling dient bij voorkeur geen verlichting te worden toegepast. Bij voorkeur de werkzaamheden uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mocht verlichting noodzakelijk zijn wordt vleermuisvriendelijke verlichting geadviseerd. Amfibieën Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende amfibieënsoorten: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, heikikker, kleine watersalamander, meerkikker en rugstreeppad (NDFF 2011-2021). Voor de volgende soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: heikikker en rugstreeppad. Amfibieën leven in zowel een aquatisch (m.n. lente/zomer) als een terrestrisch (m.n. herfst/winter) habitat. Beide habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen.
De heikikker leeft in dichte, vochtige vegetaties zoals in heide, hoog- en laagveengebieden, in moerassen, halfnatuurlijk grasland en in beek- of rivierdalen, bos en struweel. De soort plant zich onder andere voor in sloten met relatief voedselarm, niet te zuur water waarin voldoende vegetatiestructuur aanwezig is.
6
Heikikkers overwinteren op vorstvrije plaatsen in bosjes of afgetrapte slootkanten (Bij12 kennisdocument heikikker, 2017; Creemers & Van Delft, 2009; Creemers, et al., 2019). De dichtstbijzijnde waarneming van de heikikker is gedaan op een afstand van circa 300 m ten noordoosten van de planlocatie. In de omgeving zijn meerdere waarnemingen van de heikikker bekend (NDFF 2011-2021). In de beoogde ontwikkeling wordt er een brug over de watergang geplaatst. Hierbij vindt er geen aantasting van de watergang plaats. Van aantasting van eventueel voortplantingswater van de heikikker is derhalve geen sprake. De planlocatie bestaat uit weiland waarop voornamelijk Engels raaigras groeit. Op de planlocatie is geen sprake van halfnatuurlijk grasland. De aanwezigheid van waarnemingen van heikikkers in de omgeving van de planlocatie geeft aan dat er voldoende alternatief leefgebied aanwezig is in de omgeving van de planlocatie. De planlocatie maakt derhalve geen onderdeel uit van essentieel leefgebied van de heikikker. Tevens zijn er geen vorstvrije plaatsen in bosjes of afgetrapte slootkanten aanwezig welke kunnen dienen als overwinteringsplaats voor heikikkers. Van negatieve effecten wegens de beoogde ontwikkeling op de heikikker is geen sprake. De rugstreeppad is een pionierssoort welke voor de voortplanting afhankelijk is van ondiepe, visvrije, snel opwarmende wateren op zandgrond.
Veelal zijn dit tijdelijke wateren welke vormen in bijvoorbeeld bandensporen of braakliggende bouwterreinen (Bij12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017). De dichtstbijzijnde waarneming van de rugstreeppad is gedaan op een afstand van 225 m ten noorden van de planlocatie (NDFF 2011-2021). Ten tijde van het veldbezoek was de planlocatie begroeid met vegetatie en derhalve ongeschikt voor de rugstreeppad. Wanneer er gebouwd wordt en er zandige grond gecreëerd wordt, wordt de planlocatie geschikt voor de rugstreeppad. Gezien de afstand tussen de dichtstbijzijnde waarneming van de rugstreeppad en de planlocatie dienen er maatregelen genomen te worden om kolonisatie van de rugstreeppad op de planlocatie te voorkomen (zie Te treffen maatregelen). Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Negatieve effecten op beschermde amfibieën zijn derhalve uitgesloten. Reptielen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van inheemse reptielen niet bekend (NDFF 20112021). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. Gezien de afwezigheid van structuurrijke biotopen en de hoge mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn derhalve uitgesloten. Vissen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde vissoorten niet bekend (NDFF 2011-2021). De beoogde ontwikkeling beperkt zich tot het realiseren van een woonhuis en een brug over het wateroppervlak heen. De watergang wordt niet aangetast. Negatieve effecten op (beschermde) vissen zijn uitgesloten. Insecten en andere ongewervelden Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde insecten of ongewervelden niet bekend (NDFF 2011-2021). Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten.
7
Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soort waargenomen: merel. Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) Gedurende het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nestlocatie en/of leefgebied. De huismus broedt vrijwel altijd bij bebouwing en bouwt zijn nesten onder dakpannen, onder golfplaten, kieren/gaten in de muur en in spantconstructies. Vanuit de nestlocatie en/of vanaf een uitzichtpunt moet de huismus zijn omgeving kunnen zien. Hierbij moet er in de directe omgeving continu voedsel te vinden zijn in de vorm van zaden van grassen en onkruiden en larven van insecten. Daarnaast moet er beschutting nabij de foerageerlocaties, voldoende jaarrond groene struiken of heesters, plaatsen met stof en grind voor stofbaden en water voor waterbaden aanwezig zijn (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2017). De gierzwaluw leeft evenals de huismus in de directe omgeving van mensen en broedt tevens als koloniebroeder in gevels en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). Wegens het ontbreken van bebouwing op de planlocatie kan de aanwezigheid van nestlocaties van de huismus en gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden. Op de planlocatie zijn geen heggen of andere jaarrond groene structuren aanwezig.
Van aantasting van functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. Er is geen bebouwing aanwezig op de planlocatie, de aanwezigheid van nestlocaties van uilen met jaarrond beschermde nesten (kerkuil en steenuil) kan derhalve uitgesloten worden. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. De planlocatie bestaat uit weiland, er is voldoende alternatief leefgebied in de directe omgeving aanwezig. Op de planlocatie is derhalve geen sprake van functioneel leefgebied van roofvogelsoorten. Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en functioneel leefgebied is geen sprake. Vogels - Algemene broedvogels en categorie 5 (beschermde nestlocatie gedurende broedperiode en bij ecologisch zwaarwegende redenen) De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken en bomen vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli.
Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de sloopwerkzaamheden van het afgebrande woonhuis en de kapwerkzaamheden van enkele bosschages worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.
8
Beoordeling (b) gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 2,4 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Zouweboezem’ (figuur 4).
Figuur 4
De planlocatie ligt op een afstand van circa 2,4 km tot het Natura 2000-gebied ‘Zouweboezem’ (bron: webkaart.provicnie-utrecht.nl).
Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een woonhuis. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ontwikkeling in de gebruiksfase tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase. Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wet nb art. 2.9a). Momenteel is de juridische houdbaarheid van deze partiële vrijstelling onzeker.
Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Gezien er sprake is van een grote afstand (2,4 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven.
9
Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende het Natuurnetwerk Nederland of Groene contour. Op een afstand van circa 1,3 km ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 5). Het dichtstbijzijnde gebied wat valt onder de Groene contour ligt op een afstand van circa 8,8 km ten noorden van de planlocatie.
Figuur 5
De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,3 km tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: webkaart.provicnie-utrecht.nl).
Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en de Groene Contour geldt dat externe werking geen toetsingskader is.
Beoordeling (c) houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk. Naast het landelijk en provinciaal beleid waar deze beoordeling op wordt getoetst hebben gemeenten echter vaak een eigen beleid omtrent het kappen dan wel vellen van bomen en struiken. Dit is vaak opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.
10
Conclusies Samenvatting (a) Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën, insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). (b) Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland of de Groene contour. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS berekening, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. (c) Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Tabel 2
Overzicht van de Soortenbescherming. Soortenbescherming Soortgroep BeschermingsSoortspecifiek regime Wet nb onderzoek Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Vogels (cat. 1 t/m 4) Vogels (cat. 5)
Tabel 3
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Overzicht van beschermde gebieden in het kader van Gebiedsbescherming.
Gebiedsbescherming
Afstand
Effecten
Nader onderzoek
Natura 2000
2,4 km
Geen
N.v.t.
Natuurnetwerk Nederland
1,3 km
Geen
N.v.t.
Groene Contour
8,8 km
Geen
N.v.t.
Tabel 4
11
Mogelijk functie plangebied
Overzicht van beschermde Houtopstanden.
Houtopstanden
Aanwezig
Kap
Melding
Struiken
Ja
Ja
N.v.t.
Bomen
Ja
Ja
N.v.t.
Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren, rugstreeppadden en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Conclusie De sloop van het afgebrande huis, het verwijderen van enkele bosschages en de realisatie van een woonhuis en brug aan de Zijlkade 35 te Nieuwland is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).
Vervolgstappen De sloop van het afgebrande huis, het verwijderen van enkele bosschages en de realisatie van een woonhuis en brug aan de Zijlkade 35 te Nieuwland leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • Voor rugstreeppad dient het terrein gedurende de ontwikkeling ongeschikt gehouden te worden (bijv. aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein e.d.) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Het ontoegankelijk maken dient bij voorkeur voor de migratie- en voortplantingsperiode plaats te vinden.
Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. • De sloopwerkzaamheden van het afgebrande woonhuis en de kapwerkzaamheden van de bosschages opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.
12
Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Heikikker Rana arvalis, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Rugstreeppad Epidalea calamita (voorheen Bufo calamita), versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Creemers, R., K. Joosten & A. van Diepenbeek, 2019. Herkenning amfibieën en reptielen, 3 e herziene druk. Stichting RAVON, Nijmegen. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht.